CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Stationsgebied

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente HoornBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Stationsgebied (1889037)17.852 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Reactie gemeente

Voor een reactie over deze locatie, in deze nota van beantwoording aangeduid als ‘zuidgebouw’, en de Stationsweg, wordt verwezen naar paragraaf 3.1 van deze nota van beantwoording. 3.6.3

Conclusie

De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Deze zijn uiteengezet in paragraaf 3.1.

3.7 3.7.1

Zienswijze 5 Achmea Rechtsbijstand Samenvatting

Op het planvoornemen is volgens indiener de drempelwaarde voor stedelijke ontwikkeling, D11.2 uit de D-lijst van het Besluit m.e.r., van toepassing. Voor zover bekend is er geen MER-beoordelingsbesluit genomen. Het ontwerpbestemmingsplan kan niet definitief vastgesteld worden, zonder dat het MER beoordelingsbesluit is genomen en op de juiste wijze is bekend gemaakt 3.7.2

Reactie gemeente

Voor de ontwikkeling heeft een vormvrije mer-beoordeling plaatsgevonden. In paragraaf 5.14 van de toelichting is deze vormvrije mer-beoordeling gemotiveerd. Het college heeft op 21 december 2021 besloten dat geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. Dit is op 2 juni 2022 gepubliceerd in het Gemeenteblad en het Hoorns Nieuwsblad. 3.7.3

Samenvatting

De zienswijze van indiener heeft betrekking op het gebied met de bestemming ‘Gemengd’ naast het appartementencomplex aan de Stationsweg. 3.7.4

Reactie gemeente

Voor een reactie over deze locatie, in deze nota van beantwoording aangeduid als ‘zuidgebouw’, wordt verwezen naar paragraaf 3.1 van deze nota van beantwoording. 3.7.5

Conclusie

De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Deze zijn uiteengezet in paragraaf 3.1.

20

3.8 3.8.1

Zienswijze 6 [Geanonimiseerd] Samenvatting

De zienswijze van indiener heeft betrekking op het gebied met de bestemming ‘Gemengd’ naast het appartementencomplex aan de Stationsweg. 3.8.2

Reactie gemeente

Voor een reactie over deze locatie, in deze nota van beantwoording aangeduid als ‘zuidgebouw’, wordt verwezen naar paragraaf 3.1 van deze nota van beantwoording. 3.8.3

Conclusie

De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan. Deze zijn uiteengezet in paragraaf 3.1.

3.9 3.9.1

Zienswijze 7 [Geanonimiseerd] Samenvatting

De zienswijze van indiener heeft betrekking op het gebied met de bestemming ‘Gemengd’ naast het appartementencomplex aan de Stationsweg. 3.9.2

Reactie gemeente

Voor een reactie over deze locatie, in deze nota van beantwoording aangeduid als ‘zuidgebouw’, wordt verwezen naar paragraaf 3.1 van deze nota van beantwoording. 3.9.3

Conclusie

De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Deze zijn uiteengezet in paragraaf 3.1.

3.10 Zienswijze 8 Museumstoomtram Medemblik (SHM) 3.10.1 Samenvatting SHM geeft aan zeer content te zijn met de centrale plek die SHM in dit gebied krijgt en verwijst naar de samenwerkingsovereenkomst tussen SHM, gemeente en Prorail. 3.10.2 Reactie gemeente Wij nemen deze reactie voor kennisgeving aan. 3.10.3 Samenvatting SHM maakt bezwaar tegen woningbouw op korte afstand die de activiteiten van SHM beperken vanwege het aspect geluid. SHM verwijst in dit verband naar de conceptnotitie van Peutz van 5 januari 2022 waaruit blijkt dat in de toekomstige situatie t.g.v. de rangeeractiviteiten van de SHM op diverse plaatsen een te hoge geluidbelasting op de gevels van woningen ontstaat. Er zijn geen eenvoudige maatregelen mogelijk om het geluid terug te brengen binnen de grenswaarden vanwege monumentaal materieel. 3.10.4 Reactie gemeente Inmiddels is het onderzoek naar geluid ten gevolge van SHM in beeld gebracht door Peutz met een definitieve rapportage. Naar aanleiding van deze rapportage zal in het bestemmingsplan een regel worden opgenomen over geluid ten gevolge van de museumstoomtram waarbij de geluidbelasting van de museumstoomtram zal dienen te worden gerespecteerd. Tevens zal een aanpassing van de vergunning van Museumstoomtram nodig zijn voor, waarin de geluidruimte wordt vastgelegd. Deze oplossing is inmiddels ook besproken met de museumstoomtram. 21

In de planregels wordt een regeling opgenomen over de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige objecten (55 dB(A)-etmaalwaarde en 70 dB(A) voor piekgeluiden) en de binnenwaarde bij geluidgevoelige objecten (binnenniveau van 30 dB(A) - etmaalwaarde en een maximaal binnenniveau van 40 dB(A) voor piekgeluiden) waarvan de geluidbelasting op de gevel hoger is dan de standaardwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde en voor piekgeluiden 60 dB(A) in de nacht en 65 dB(A) in de avond. Deze binnenwaarde is 5 dB lager dan de standaard geluidgrenswaarde voor maximale geluidniveaus bij aanpandige situaties van 45 dB(A) of de te waarborgen binnenwaarde uit het BKL geldend voor de nachtperiode. Op deze manier is een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd. De regels over geluid hoeven geen betrekking te hebben op dove gevels, omdat deze gevels geen te openen delen bevatten en deze gevels niet geluidgevoelig zijn. 3.10.5 Samenvatting SHM maakt bezwaar tegen woningbouw op korte afstand die de activiteiten van SHM beperken vanwege het aspect geur. Voor het aspect geur geldt dat uit onderzoek van 12 januari 2022 is gebleken dat de grenswaarde van het provinciaal geurbeleid wordt overschreden. Er zijn geen eenvoudige maatregelen mogelijk om geur terug te brengen binnen de grenswaarden vanwege monumentaal materieel. Een overschrijding van die waarden is niet gemotiveerd in het bestemmingsplan.

3.10.6 Reactie gemeente In opdracht van gemeente Hoorn is een onderzoek uitgevoerd naar de optredende geurbelasting ten gevolge van de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik (SHM) ter hoogte van beoogde nieuwe woningen zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Poort van Hoorn: Stationsgebied'. De uitgangspunten en resultaten van dat onderzoek zijn opgenomen in notitie OE 15219-23-NO-002 d.d. 11 augustus 2022. Uit de resultaten van voornoemd onderzoek volgt dat de geurbelasting ter hoogte van de beoogde woningbouw uitgedrukt als 99,9-percentiel waarde niet inpasbaar is binnen het toepasselijke kader (geurbeleid provincie Noord-Holland). Woningbouw is dus niet zonder meer mogelijk. Bepalend hierbij is de stationaire opwarmperiode van het dieseltreinstel. Hierover heeft de gemeente met SHM gesprekken gevoerd. De uitkomst van de gesprekken was dat SHM het dieseltreinstel twaalf keer per jaar gaat inzetten in plaats van 60 keer in het jaar. Uit onderzoek (vastgelegd in de notitie OE 15219-23-NO-003 d.d. 7 februari 2023) is gebleken dat dan wordt voldaan aan de grenswaarden uit het Noord-Hollands geurbeleid. Geurhinder is hierdoor geen belemmering voor woningbouw. 3.10.7 Samenvatting SHM maakt bezwaar tegen woningbouw op korte afstand die de activiteiten van SHM beperken vanwege andere aspecten zoals uitstoot grofstof en overlast door kunstlicht.

Deze aspecten dienen te worden onderzocht voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld. 3.10.8 Reactie gemeente Wat betreft de uitstoot van grofstof is informatie opgevraagd via de omgevingsdienst. Hieruit blijkt dat indiener heeft aangegeven dat de kolen in een container geleverd worden en afgezeild zijn en dat ook blijven. Er is geen sprake van het storten van kolen. T.b.v. de museumstoomtram worden kolen/ houtpallets niet in bulk geleverd waarbij er sprake is van (over)storten. Er zou dus geen stof vrij moeten kunnen komen bij een normale bedrijfsvoering. Als geen (open) op- en overslag van kolen/houtpellets plaatsvindt dan speelt grof stof geen rol. Daarnaast geldt dat voor dergelijke activiteiten een vangnetvoorschrift vanuit het Activiteitenbesluit (voor inrichtingen) van toepassing is op grond waarvan geen visueel waarneembare stofverspreiding op een afstand van meer dan 2 m van de bron bij overslag mag voorkomen. Gelet op het voorgaande is er geen reden om aan te neen dat grof stof een belemmering is voor het bestemmingsplan.

22

Wat betreft het aspect lichthinder geldt dat er bestaande functies (bijvoorbeeld de maatschappelijke instelling Lindendael) in de nabije omgeving zijn gelegen waar SHM nu ook rekening mee moet houden. Er zijn voor zover bekend geen klachten over lichthinder ten gevolge van de huidige en deels blijvende activiteiten op en rondom het spoor. Uit de door Peutz verrichte onderzoeken blijkt dat het merendeel van de activiteiten gedurende de dagperiode of (af en toe) in de randen van de nacht (net na 23.00u of net voor 07.00u) plaatsvindt. Ook blijkt daaruit dat het activiteitenniveau enigszins wordt gereduceerd, dit onder ander vanwege het aspect geur. Gezien het voorgaande is lichthinder ter hoogte van de geprojecteerde woningen dus niet te verwachten. 3.10.9 Conclusie De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan: -

In de planregels wordt een regeling opgenomen over de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige objecten. Geluidgevoelige objecten mogen pas worden gebouwd en in gebruik worden genomen als met akoestisch onderzoek is aangetoond dat op de gevel van de geluidgevoelige objecten kan worden voldaan aan een geluidsbelasting van 55 dB(A)-etmaalwaarde en 70 dB(A) voor piekgeluiden gedurende de avond- en nachtperiode ten gevolge van de Museumstoomtram en het spoorwegemplacement van Prorail. Voor de binnenwaarde bij geluidgevoelige objecten waarvoor een geluidbelasting wordt berekend op de gevel vanaf de standaardwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde en voor piekgeluiden vanaf 60 dB(A) in de nacht en 65 dB(A) in de avond, wordt voldaan aan een binnenniveau van 30 dB(A) - etmaalwaarde en een maximaal binnenniveau van 40 dB(A) voor piekgeluiden gedurende de avond- en nachtperiode ten gevolge van de Museumstoomtram en het spoorwegemplacement van Prorail gedurende de avonden nachtperiode.

3.11 Zienswijze 9 Univé Rechtshulp 3.11.1 Samenvatting De zienswijze van indiener heeft betrekking op het gebied met de bestemming ‘Gemengd’ naast het appartementencomplex aan de Stationsweg. 3.11.2 Reactie gemeente Voor een reactie over deze locatie, in deze nota van beantwoording aangeduid als ‘zuidgebouw’, wordt verwezen naar paragraaf 3.1 van deze nota van beantwoording. 3.11.3 Samenvatting Indiener voert aan dat ten onrechte geen m.e.r.-beoordelingsbesluit is genomen als bedoeld in paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer. 3.11.4 Reactie gemeente Voor de ontwikkeling heeft een vormvrije mer-beoordeling plaatsgevonden. In paragraaf 5.14 van de toelichting is deze vormvrije mer-beoordeling gemotiveerd. Het college heeft op 21 december 2021 besloten dat geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. Dit is op 2 juni 2022 gepubliceerd in het Gemeenteblad en het Hoorns Nieuwsblad. 3.11.5 Conclusie De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Deze zijn uiteengezet in paragraaf 3.1.

23

3.12 Zienswijze 10 Prorail 3.12.1 Samenvatting Prorail schetst op basis van de Integrale Mobiliteitsanalyse 2021 voor de spitsuren enkele mobiliteitsontwikkelingen voor Hoorn tot 2040. De bereikbaarheid van werkgelegenheidslocaties vanuit de plangebieden wordt tot 2040 per auto slechter, maar met het OV beter. Gelet hierop ligt het volgens Prorail voor de hand om de mobiliteitsbehoefte in de toekomst duurzaam te faciliteren, met o.a. een goede bereikbaarheid van station Hoorn. ProRail ziet met dit bestemmingsplan een goede benutting van kansen voor duurzame bereikbaarheid. 3.12.2 Reactie gemeente Wij nemen deze reactie voor kennisgeving aan. 3.12.3 Samenvatting Prorail mist in hoofdstuk 5.9 van het bestemmingsplan informatie over de beoogde loop- en fietsroutes en is van mening dat in het ontwerp van het wegprofiel de auto domineert. Prorail pleit ervoor de lopers en fietsers eerst te faciliteren en daarna de auto. Prorail refereert aan de gemeente Breda die een groene loper (route zonder kruisend autoverkeer) naar het station heeft gefaciliteerd. Prorail wijst op positieve effecten op de: a) b) c) d) e) f)

leefbaarheid (minder auto’s betekent o.a. minder lawaai); duurzaamheid (compacte bouw en minder auto’s betekenen minder energieverbruik); kosten nieuwe infra (de bestaande infra wordt beter benut); verkeersveiligheid, ruimte voor andere omgevingsopgaven (energietransitie, klimaatadaptatie, etc.); karakteristiek landschap (als het buitengebied zo min mogelijk wordt bebouwd); inclusiviteit/brede welvaart (lopen en fietsen kan bijna iedereen, een auto aanschaffen kan niet iedereen).

3.12.4 Reactie gemeente De plansystematiek zit zo in elkaar dat op hoofdlijnen de functies zijn bestemd waar ruimte is voor verkeer en waar ruimte is voor groen. Zodra de inrichtingsplannen worden opgesteld, zal een meer gedetailleerd beeld ontstaan hoe de inrichting eruit gaat zien. Het is wenselijk om in het bestemmingsplan de flexibiliteit en ruimte te bieden om in de uitvoering een meer gedetailleerd ontwerp van de openbare ruimte op te stellen en deze te verfijnen. Hierbij is aandacht voor het borgen van voldoende kwaliteit voor de voetganger en fietser in overeenstemming met gemeentelijk beleid: • de 3 hoofdambities voor Poort van Hoorn waaronder -

-

Aantrekkelijke bestemming en verblijfsmilieu Het gebied moet zowel autonome eigentijdse kwaliteit kennen als wel een logische aansluiting tot de historische binnenstad. Kwaliteit is daarin het sleutelwoord; van de bebouwing, maar ook voor een klimaatrobuuste inrichting van de openbare ruimte en verbindingen. Het betekent dat er een mix van functies (wonen, werken, recreëren) moet ontstaan, die zorgt voor een levendig en inclusief gebied. En dat de routes door het gebied, gericht op voetgangers logisch en comfortabel zijn. De wisselwerking tussen bebouwing, publieke functies en openbare ruimte moet duidelijke verblijfsplekken creëren. De Poort van Hoorn ontwikkelt zich tot een goed functionerend multimodaal knooppunt voor de regio Westfriesland, waar vervoersstromen (van treinreiziger, bus, fietser tot voetganger) logisch op elkaar aansluiten. Alles gericht op een snelle en comfortabele overstap van het ene naar het andere vervoersmiddel.

• De verkeerstromen voor de fiets en de voetganger zijn vastgelegd in het Masterplan. • In de mobiliteitsvisie is hierover het volgende vastgelegd. Een sterke stedelijke knoop rondom de binnenstad en het station

24

Heel Hoorn profiteert van een sterke binnenstad en stationsgebied. De binnenstad zien we als huiskamer van de stad waar lopen, fietsen en verblijven voorop staan. Tegelijk willen we de bereikbaarheid van het centrum per auto bewaken. • Omgevingsvisie, 4.3 Bereikbaarheid via weg, spoor en water verbeteren We maken een inhaalslag op het gebied van lopen, fietsen en openbaar vervoer en de fietser en/of voetganger wordt dus op veel wegen belangrijker dan de auto. We richten de omgeving zodanig in, dat het gebruik van de fiets nog aantrekkelijker wordt. Zo bevorderen we een gezonde levensstijl. Ook inwoners uit Hoorn zelf komen met de auto naar de binnenstad. En dus moedigen we juist hen aan om de auto te laten staan en in plaats daarvan de fiets te pakken. Dit doen we bijvoorbeeld door de fietsverbindingen te verbeteren. We passen de inrichting van de straat aan, zodat er meer ruimte komt voor langzaam verkeer en groen (bijvoorbeeld voor bomen en struiken). Dit draagt dan ook bij aan de uitstraling van de kenmerkende historische straten en gebouwen. 3.12.5 Samenvatting In de nabijheid van overwegen mogen geen situaties met stilstaande voertuigen ontstaan, waardoor een goede ontruiming van de overwegen wordt belemmerd. Dit kan worden voorkomen door in de nabijheid van overwegen onder andere geen in-/uitritten, bushaltes, containers en parkeerplaatsen te projecteren.

In de brief van 3 augustus 2021 heeft ProRail reeds opmerkingen hierover gemaakt en ProRail verzoekt nogmaals het bestemmingsplan hierop aan te passen. 3.12.6 Reactie gemeente Het bestemmingsplan sluit bij de overweg goed aan op de vigerende bestemming en de huidige situatie. Eventuele veranderingen in de fysieke inrichting van wegen wordt niet in een bestemmingsplan geregeld. Ten noorden van de overweg zijn geen in-/uitritten, bushaltes, containers of parkeerplaatsen gepland in het stedenbouwkundig plan. Door Arcadis is bovendien een risico-inventarisatie gemaakt over de overweg. In deze risico-inventarisatie zijn voorstellen gedaan voor beheersmaatregelen van de risico's, zoals verkeerskundige maatregelen. Dit zijn geen planologische maatregelen die met een bestemmingsplan worden geregeld. De risico-inventarisatie is gedeeld met Prorail. 3.12.7 Samenvatting Prorail geeft aan dat milieuhinder van geluid door weg- en railverkeer in paragraaf 5.5. van de toelichting niet in lijn is met het akoestisch onderzoek dat is uitgevoerd door Peutz (rapportnummer OF 15219-2RA-004 d.d. 2 februari 2022) voor het doorgaand spoor. 3.12.8 Reactie gemeente In de toelichting is verwoord dat uit het onderzoek blijkt dat ten gevolge van zowel het weg- als het railverkeer niet wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde.

Ook is vermeld dat voor twee blokken niet wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde. Voor deze blokken moeten er maatregelen getroffen moeten worden. Hierbij kan gedacht worden aan dove gevels, tweede gevels en gebouwgebonden schermen. In de regels van het bestemmingsplan is dit geborgd. Dit is in de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen alsmede in de planregels in artikel 16.1 en 16.2. De toelichting van het bestemmingsplan sluit aan bij het akoestisch onderzoek naar weg- en verkeerslawaai. Desalniettemin kan aan de conclusie van paragraaf 5.5 van de toelichting worden toegevoegd dat voor twee locaties maatregelen getroffen moeten worden en dat dit is geborgd in de regels van het bestemmingsplan door de ‘specifieke bouwaanduiding - dove gevel’ op de verbeelding en artikel 16.1 en 16.2 van de planregels. 3.12.9 Samenvatting In paragraaf 5.7 van de toelichting is over milieuhinder ten gevolge van bedrijven gesteld dat er nader onderzoek wordt gedaan. Zonder inzicht in de nog uit te voeren onderzoeken is het voor ProRail niet mogelijk om te beoordelen of het bestemmingsplan voldoende rekening houdt met het aanwezige spoorwegemplacement waarvoor door de gemeente een omgevingsvergunning milieu is verleend. Het uitvoeren van de activiteiten op het spoorwegemplacement zijn vooralsnog in aard en omvang niet geborgd in het bestemmingsplan. 25

3.12.10 Reactie gemeente Inmiddels is door Peutz nader onderzoek gedaan naar het emplacement. Naar aanleiding van deze uitkomsten zal in het bestemmingsplan een regel worden opgenomen over de geluidbelasting voor de etmaalwaarde en de piekgeluiden op de gevel van geluidgevoelige objecten (woningen) ten gevolge van het emplacement waarbij de geluidbelasting van het emplacement zal dienen te worden gerespecteerd. Tevens zal een aanpassing van de vergunning van het emplacement nodig zijn, waarin de geluidruimte wordt gewaarborgd. Deze oplossing is inmiddels ook besproken met Prorail. In de planregels wordt een regeling opgenomen over de geluidbelasting van het emplacement op de gevel van geluidgevoelige objecten (55 dB(A)-etmaalwaarde en 70 dB(A) voor piekgeluiden) en de binnenwaarde bij geluidgevoelige objecten (binnenniveau van 30 dB(A) - etmaalwaarde en een maximaal binnenniveau van 40 dB(A) voor piekgeluiden) waarvan de geluidbelasting op de gevel hoger is dan de standaardwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde en voor piekgeluiden 60 dB(A) in de nacht en 65 dB(A) in de avond. Deze binnenwaarde is 5 dB lager dan de standaard geluidgrenswaarde voor maximale geluidniveaus bij aanpandige situaties van 45 dB(A) of de te waarborgen binnenwaarde uit het Bkl geldend voor de nachtperiode. Op deze manier is een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd.

De regels over geluid hoeven geen betrekking te hebben op dove gevels, omdat deze gevels geen te openen delen bevatten en deze gevels niet geluidgevoelig zijn. 3.12.11 Samenvatting De gemeente gaat niet in op de opmerking dat voor een goede ruimtelijke ordening een goed woon- en leefklimaat moet zijn geborgd, aldus Prorail. Volgens Prorail ontbreken er voldoende waarborgen voor een goed woon- en leefklimaat als gevolg van geluidhinder. 3.12.12 Reactie gemeente Met het toevoegen van de regels over geluid op de gevels van de woningen en de binnenwaarde van de woningen, is het woon- en leefklimaat voldoende gewaarborgd. 3.12.13 Samenvatting Prorail wijst op paragraaf 5.8 van de toelichting waarin over windhinder is gesteld dat voorwaarden aan de omgevingsvergunning kunnen worden gekoppeld, maar dat daarentegen in de algemene bouwregels geen verwijzing is opgenomen naar de NEN-norm die wel is genoemd in de reactienota vooroverleg. 3.12.14 Reactie gemeente De huidige regel in het bestemmingsplan ziet toe op het windklimaat in de omgeving. De windbelasting die bebouwing ondervindt is iets anders en kent ook andere normen. Hiermee dekt de regel die nu in het bestemmingsplan is opgenomen ook niet de lading. In het bestemmingsplan zal een regel worden toegevoegd over windbelasting die de bebouwing betreft. Hierin zal worden verwezen naar de norm NEN EN 1991-1-4.

3.12.15 Samenvatting In artikel 3 Bedrijf – Openbaar vervoer is voor het bouwen van gebouwen de regel opgenomen dat er enkel binnen een bouwvlak gebouwd mag worden. Nu zijn er alleen bouwvlakken opgenomen voor al bestaande bouw en niet voor nieuwbouw (zoals de zoeklocatie voor het relaishuis aan de zuidkant). In de praktijk komt het er dan op neer dat voor nieuwbouw in alle gevallen alsnog moeten worden afgeweken van het bestemmingsplan, aldus Prorail.

26

3.12.16 Reactie gemeente Op 23 januari 2023 is een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een onderstation op de locatie Keern 802. Deze vergunning is inmiddels onherroepelijk. Deze verleende vergunning wordt in het bestemmingsplan Stationsgebied opgenomen. Daartoe zal een bouwvlak op de verbeelding worden opgenomen en zal het onderstation aan de regels van artikel 3 worden toegevoegd. Omdat nu nog niet duidelijk is waar het relaishuis komt, zal daarvoor te zijner tijd een ruimtelijke procedure worden gevoerd. 3.12.17 Conclusie De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan: 1. In de planregels wordt een regeling opgenomen over de geluidbelasting. Geluidgevoelige objecten mogen pas worden gebouwd en in gebruik genomen als met akoestisch onderzoek is aangetoond dat op de gevel van de geluidgevoelige objecten kan worden voldaan aan een geluidsbelasting van 55 dB(A)-etmaalwaarde en 70 dB(A) voor piekgeluiden gedurende de avond- en nachtperiode ten gevolge van de Museumstoomtram en het spoorwegemplacement van Prorail.

Vvoor de binnenwaarde bij geluidgevoelige objecten waarvoor een geluidbelasting wordt berekend op de gevel vanaf de standaardwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde en voor piekgeluiden vanaf 60 dB(A) in de nacht en 65 dB(A) in de avond, wordt voldaan aan een binnenniveau van 30 dB(A) etmaalwaarde en een maximaal binnenniveau van 40 dB(A) voor piekgeluiden gedurende de avonden nachtperiode ten gevolge van de Museumstoomtram en het spoorwegemplacement van Prorail gedurende de avond- en nachtperiode. 2. In de planregels wordt in artikel 16.3 een regel toegevoegd over windbelasting die de bebouwing betreft. Hierin zal worden verwezen naar de norm NEN EN 1991-1-4. 3. Op de verbeelding zal het bouwvlak worden aangepast aan de vergunning voor het onderstation. 4. In de planregels zal in artikel 3 het onderstation worden toegevoegd. 5. Aan de conclusie van paragraaf 5.5 van de toelichting wordt toegevoegd dat voor twee locaties maatregelen getroffen moeten worden en dat dit is geborgd in de regels van het bestemmingsplan door de ‘specifieke bouwaanduiding - dove gevel’ op de verbeelding en artikel 16.1 en 16.2 van de planregel.

3.13 Zienswijze 11 Hoornse Ondernemers Federatie (HOF) 3.13.1 Samenvatting De HOF pleit voor het niet verwijderen van parkeerplaatsen zolang er geen vervangende parkeerplaats beschikbaar is. Voor de HOF is het essentieel dat er geen parkeerplaatsen op het P&R terrein en op het Pelmolenpad worden opgeheven voordat er vervangende (tijdelijke) parkeerruimte beschikbaar is. Dit heeft de gemeente ook steeds toegezegd, aldus het HOF. In het bestemmingsplan is dat volgens de HOF echter niet - bijvoorbeeld in de vorm van een voorwaardelijke verplichting – verzekerd. 3.13.2 Reactie gemeente In een gesprek met de HOF en wethouder Boomgaars is uitleg gegeven over de parkeercijfers. Er spelen op dit vlak twee zaken: -

het opheffen van de parkeerlocatie Pelmolenpad; het voorstel voor het verkleinen van de parkeergarage in het stationsgebied.

Op basis van veelvoudige tellingen en analyses is er geconstateerd dat er voldoende capaciteit is aan de rand van de binnenstad om de parkeerders van het Pelmolenpad op te vangen. Over de parkeergarage in het stationsgebied zijn de inzichten veranderd, waardoor de garage minder parkeerplaatsen nodig heeft. Dit komt door de doelgroepen die gebruik zullen maken van deze parkeergarage. Zo blijkt uit onderzoek dat er weinig binnenstadbezoekers gebruik maken van de huidige P+R. De afstand tot de binnenstad speelt hierin een rol. Een groot deel van de huidige gebruikers van de P+R komen daar bovendien voor een bezoek aan het Dijklander ziekenhuis. Het ziekenhuis heeft echter zijn eigen parkeergarage met nog voldoende capaciteit. De garage in het stationsgebied hoeft dus niet te voorzien in die parkeervraag. 27

3.13.3 Samenvatting Voor de HOF is het onbegrijpelijk dat de Noorderveemarkt “groen” wordt, althans zonder dat er ook een ondergrondse parkeergarage planologisch mogelijk wordt gemaakt. 3.13.4 Reactie gemeente Gebouwde parkeervoorzieningen worden mogelijk gemaakt op andere plekken in het bestemmingsplan, aan de noordzijde van het plangebied. Deze plekken bieden voldoende capaciteit om de parkeervraag op te vangen. De Noorderveemarkt maakt onderdeel van de groene singelstructuur die wordt hersteld, waarbij in de toekomst de mogelijkheid blijft bestaan om het water terug te brengen. 3.13.5 Samenvatting Volgens de HOF wordt ten onrechte aangenomen dat sprake zal zijn van een goede verkeersafwikkeling. Het gaat dan in ieder geval om de knelpunten Keern - Provincialeweg en Van Dedemstraat - Keern - spoorwegovergang. Vast staat dat door de bouwmogelijkheden die het plan biedt, het verkeer van en naar de binnenstad zal toenemen. De knelpunten worden niet - en ieder geval niet vóórdat met de realisering van de plannen een begin wordt gemaakt - opgelost. Dit biedt onvoldoende zekerheid om verkeersproblemen te voorkomen, aldus de HOF. 3.13.6 Reactie gemeente Rondom het stationsgebied vinden er de aankomende jaren veel bouwwerkzaamheden plaats. De verkeersafwikkeling is hierbij een belangrijk aandachtspunt, ook voor de eindsituatie.

Een goede verkeersafwikkeling staat hierbij altijd voorop. Uit het onderzoek van Goudappel blijkt dat het verkeer vanwege de planontwikkeling in het bestemmingsplan, goed kan worden afgewikkeld. 3.13.7 Samenvatting De HOF voert aan dat de economische uitvoerbaarheid onvoldoende inzichtelijk is gemaakt en dat er nog onvoldoende anterieure overeenkomsten zijn gesloten. Het HOF vraagt zich af welke afspraken er zijn gemaakt in de samenwerkingsovereenkomst 2021 en welke afspraken er zijn gemaakt over grondinbreng door de partners. 3.13.8 Reactie gemeente Inmiddels is met alle partijen een anterieure overeenkomst of grondtransactieplan gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over de inbreng van gronden, locatie-eisen en kostenverhaal. De uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is hiermee verzekerd. 3.13.9 Samenvatting Volgens de HOF artikel 20.1 is rechtsonzeker omdat het niet duidelijk is om welk percentage het gaat. De Doelgroepenverordening zegt niets over, aldus de HOF. 3.13.10 Reactie gemeente De percentages zijn inderdaad niet genoemd in de Doelgroepenverordening. De afspraken zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Het artikel is daarom niet meer noodzakelijk en wordt verwijderd uit de planregels. 3.13.11 Samenvatting De HOF is van mening dat de parkeernorm in artikel 20.2 sub b van 0,6 per woning extreem laag is en onvoldoende.

De HOF verwijst naar de parkeernorm bij het Pelmolenpad en Holenkwartier waar respectievelijk een parkeernorm wordt gehanteerd van 1,0 en 1,6 (inclusief 0,3 voor bezoekersparkeren) terwijl de verdeling in woningcategoriën vergelijkbaar is. 3.13.12 Reactie gemeente Het stationsgebied is met zijn bus- en treinverbindingen bij uitstek goed verbonden met de omgeving. Conform landelijke aanbevelingen voor stationsgebieden is daarom in het raadsbesluit ‘Poort van Hoorn, 28

Stedenbouwkundig plan, Financiële kaders en Samenwerkingsovereenkomst’ (vastgesteld 11 november 2020) door de raad gekozen voor een gematigde parkeernorm van 0,6 parkeerplaats per woning. Deze norm speelt in op de directe beschikbaarheid van het openbaar vervoer, speelt in op de behoeftes van doelgroepen die niet per se autobezit nastreven en houdt rekening met het gemeten autobezit van de huidige bewoners van de binnenstad van Hoorn. Voor bewoners van woningen is in het ontwerpbestemmingsplan daarom uitgegaan van een parkeernorm van 0,6 parkeerplaats per woning. Voor de bezoekers van de woningen wordt daarnaast uitgegaan van een parkeernorm van 0,1 parkeerplaats per woning. De norm voor bezoekers is aanvaardbaar omdat uit recente inzichten blijkt dat de bezoekersnorm van 0,3 parkeerplaats per woning in de praktijk vaak te hoog blijkt. Al geruime tijd is binnen de verkeerskundige vakwereld de ervaring dat het ooit ‘arbitrair’ vastgelegde parkeerkencijfer voor bezoekersparkeren bij woningen (vaak 0,3 parkeerplaatsen per woning) te hoog is. Daar waar voor het bewonersparkeren in woonwijken onderscheid wordt gemaakt voor locatie-specifieke kenmerken bij het bepalen van het aantal parkeerplekken (zoals ligging ten opzichte van het centrum en/of openbaar vervoer), is dit voor bezoekersparkeren bij de functie wonen nog niet het geval.

Door digitalisering is steeds meer data beschikbaar gekomen over het parkeergedrag van bezoekers aan woningen. Hieruit blijkt dat de bezoekersnorm van 0,3 parkeerplaatsen per woning vaak te hoog is. Een waarde van 0,1 tot 0,15 parkeerplaats per woning is in stedelijk gebied vaak al voldoende. Dit komt ook overeen met het bezoekersdeel wat in steeds meer andere gemeenten in stedelijk gebied gehanteerd wordt. Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat 0,1 parkeerplaats per woning voor bezoekers van woningen voldoende zal zijn. Dit cijfer sluit naar verwachting ook goed aan op de nieuwste (nog te verschijnen) parkeerkencijfers van CROW die begin 2024 worden gepubliceerd. Voor de overige functies sluiten de parkeernormen aan bij de Parkeernormennota Hoorn waarbij wordt uitgegaan van de onderkant van de bandbreedte. Op basis van de opgestelde parkeerbalans door Goudappel welke als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd, blijkt dat binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan in combinatie met het maximaal aantal te realiseren parkeerplaatsen en de parkeernormen van de gemeente Hoorn een sluitende parkeerbalans geldt. Dit betekent dat het bestemmingsplan voor parkeren uitgaat van reële uitgangspunten. Hieruit blijkt dus niet dat er extra parkeerplaatsen nodig zijn. 3.13.13 Samenvatting De HOF geeft aan dat in artikel 20.2 sub b niets is geregeld m.b.t.

het bezoekersparkeren. De HOF gaat er daarom vanuit dat er te veel druk ontstaat op de openbare parkeerplaatsen. 3.13.14 Reactie gemeente Aan de planregels zal een regel worden toegevoegd over bezoekersparkeren. Zoals hiervoor is toegelicht, wordt voor de bezoekers van de woningen uitgegaan van een parkeernorm van 0,1 parkeerplaats per woning. 3.13.15 Samenvatting De HOF voert aan dat in artikel 20.2 sub b onvoldoende wordt gegarandeerd dat er minimaal 1.050 respectievelijk 1.130 parkeerplaatsen komen voor de bezoekers aan de binnenstad, het ziekenhuis e.d. De HOF is van mening dat de parkeerbalans uit het verkeersonderzoek ten onrechte niet als norm in de regels van het bestemmingsplan is opgenomen. 3.13.16 Reactie gemeente De parkeernorm wordt getoetst bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen. In artikel 20.2 van de planregels is dit vastgelegd. In dit artikel staat ook welke parkeernormen van toepassing zijn. Met de parkeerbalans wordt gemotiveerd dat met dit bestemmingsplan aan deze parkeernormen voldaan kan worden en dat er voldoende ruimte is in het plangebied om uitvoering te geven aan deze parkeernormen. Het is daarom niet nodig om de parkeerbalans op te nemen in de planregels.

29

3.13.17 Conclusie De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan: 1. Artikel 20.1 waarbij wordt verwezen naar de Doelgroepenverordening is verwijderd uit de planregels. 2. Aan de planregels zal een regel worden toegevoegd over bezoekersparkeren. Voor de bezoekers van de woningen wordt uitgegaan van een parkeernorm van 0,1 parkeerplaats per woning. 3. Aan de planregels zal een regel worden toegevoegd over bezoekersparkeren. De parkeernorm voor woningen in artikel 20.2 sub b wordt gewijzigd van 0,6 parkeerplaats per woning naar 0,6 parkeerplaats per woning met dien verstande dat voor elke woning geldt dat boven op de genoemde parkeernorm tevens 0,1 parkeerplaats per woning voor bezoekers gerealiseerd dient te worden.

3.14 Zienswijze 12 Stichting De Betrokken Poorter 3.14.1 Samenvatting De stichting deed onderzoek naar ondergronds parkeren om zonder toren aan de gewenste woonoppervlakte of meer te kunnen komen. De stichting is van mening dat ook het Pelmolenpad/Prismagebied zich evenals Stationsgebied Noord uitstekend leent voor half ondergronds parkeren en dat dit financieel nog aantrekkelijker is dan volledig ondergronds parkeren. Architectonisch is dit goed in te passen en er is geen inkijk vanaf de straat in woningen. De stichting verzoekt met klem om de bovengrondse parkeergarages te vervangen door ondergrondse parkeergarages. Dat biedt ook de mogelijkheid voor een aanmerkelijk aantal extra woningen. 3.14.2 Reactie gemeente Ondergrondse parkeermogelijkheid is in het bestemmingsplan toegestaan bij de aanduiding ‘overige zone-parkeren ondergronds’. In het stedenbouwkundig plan van 4 november 2020 welke als bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan is gevoegd, is aangegeven dat de parkeervoorziening vormgegeven is in een ondergronds én een bovengronds deel. Het streven is om het aandeel ondergronds zo groot mogelijk te maken. Aangegeven is dat dit een belangrijk aandachtspunt is bij de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan. Daarbij moet een balans worden gezocht tussen ruimtebeslag, functionaliteit (comfort en sociale veiligheid) en kosten.

In de doorontwikkeling van het stedenbouwkundig plan van 4 december 2021 dat eveneens als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd, is aangegeven dat binnen de aangeduide zone aan de oostelijke zijde ondergrondse voorzieningen zijn gepland en dat aan de westelijke zijde dit verder onderzocht wordt. Tijdens de raadsvergadering op 8 februari 2022 heeft de raad via een motie gevraagd om een second opinion naar een aantal onderdelen van de Poort van Hoorn. Het ging onder meer om de kosten (en opbrengsten) van meer of geheel ondergronds parkeren in het stationsgebied, de mogelijkheden om meer woningen toe te voegen met een lagere parkeernorm en een aantal stedenbouwkundige elementen, zoals de optie om woningen op het busstation te bouwen en het gebouw in StationsgebiedZuid. Tijdens de raadsvergadering werd afgesproken dat het om een 'quick scan’ zou gaan en niet om een verdiepend herhalend onderzoek. Deze second opinion is uitgevoerd en de uitkomsten zijn op 16 september 2022 gedeeld met de raad. De raming van indiener is ook betrokken bij de second opinion. Op 13 mei 2022 heeft Sweco ook een bezoek gebracht aan indiener. De conclusie van deze second opinion over ondergronds parkeren is kortweg dat meer of volledig ondergronds parkeren in het stationsgebied niet dekkend te financieren is met meeropbrengsten van woningbouw.

Het zou een groot financieel tekort opleveren met grote negatieve gevolgen voor de haalbaarheid van de planvorming. Om deze reden houden wij vast aan de mogelijkheid in het

30

bestemmingsplan om parkeren bovengronds te realiseren. Hierbij geldt dat ondergronds parkeren nog steeds mogelijk is, maar dat niet de gehele parkeerbehoefte ondergronds kan worden opgelost. 3.14.3 Samenvatting De stichting verzoekt om de maximale bouwhoogte van vier bouwlagen ter plaatse van de hoek Keern Van Dedemstraat duidelijk in het bestemmingsplan op te nemen. 3.14.4 Reactie gemeente De woonbestemming is gesitueerd tegenover de woningen aan de Van Dedemstraat. In het bestemmingsplan is binnen de woonbestemming en de gemengde bestemming een maximale bouwhoogte toegelaten van 14 meter. Voor beide bestemmingen geldt wel een zoekgebied waarbinnen hoger gebouwd mag worden. Deze hogere hoogte is echter niet toegestaan in de eerste ca. 7,5 meter van (een deel van) de woonbestemming bezien vanaf de Van Dedemstraat. Bij een bouwhoogte van 14 meter kunnen maximaal vier bouwlagen bovengronds worden gerealiseerd. 3.14.5 Samenvatting De stichting heeft gewezen op de ineffectieve vormgeving van de parkeergarage en wijst erop dat de projectorganisatie de parkeergarage conform het advies van de stichting heeft aangepast. 3.14.6 Reactie gemeente Wij nemen deze reactie voor kennisgeving aan, maar wijzen er wel op dat het ontwerpbestemmingsplan een uitwerking vormt van het op 8 december 2020 door de raad vastgesteld stedenbouwkundig plan.

3.14.7 Samenvatting Uit het onderzoek van Ingenieursbureau Witteveen en Bos van 18 november 2021 is gebleken dat twee lagen ondergronds parkeren onder Stationsgebied Noord goed mogelijk is zonder extra prijsverhogende maatregelen zoals onderwaterbeton en diepwanden. De stichting geeft daarbij aan dat vanuit de projectorganisatie is aangegeven dat ondergronds parkeren onder het gehele Stationsgebied Noord mogelijk zou worden gemaakt om zo de markt te laten bepalen of een ondergrondse parkeergarage financieel aantrekkelijker is dan een bovengrondse (uitgaande van woningbouw op de vrijgekomen ruimtes). 3.14.8 Reactie gemeente Wij nemen deze reactie voor kennisgeving aan. 3.14.9 Samenvatting De stichting geeft aan dat de bestemming van de parkeerkolos tegenover het ziekenhuis niet is aangepast terwijl inkomsten uit woningbouw ter plaatse van de geplande bovengrondse garage, nodig zijn om ondergronds parkeren mogelijk te maken. De stichting pleit ervoor om ondergronds parkeren in het bestemmingsplan ook écht mogelijk te maken, onder andere door alle bestemmingen in het Stationsgebied Noord in dat licht te optimaliseren. De stichting verzoekt om in het bestemmingsplan de nodige instrumenten op te nemen, zoals een wijzigingsbevoegdheid, uitwerkingsplicht en afwijkingsbevoegdheid.

Volgens de stichting heeft het anders geen zin om de ontwikkeling van de ondergrondse parkeergarage aan de markt over te laten. Het project zou zodanig in de markt gezet moeten worden dat er een incentive geldt voor ondergronds parkeren, aldus de stichting. 3.14.10 Reactie gemeente Uit onderzoek is gebleken dat het volledig ondergronds parkeren met woningbouw ter plaatse van de geplande bovengrondse parkeerplaatsen, financieel niet uitvoerbaar is. Het ligt daarom niet voor de hand om de nodige instrumenten op te nemen in het bestemmingsplan om extra woningen toe te staan op de locaties waar bovengronds parkeren is voorzien.

31

3.14.11 Samenvatting De Stichting verzoekt om erop toe te zien dat de wijze -en de eventuele volgorde van aanbesteden- van het project zodanig zijn, dat ondergronds parkeren niet bij voorbaat moeilijk wordt gemaakt. 3.14.12 Reactie gemeente Deze toezegging kan door de gemeente op dit moment niet worden gedaan. De wijze en volgorde van aanbesteden volgt een aparte procedure die los staat van het bestemmingsplan. 3.14.13 Samenvatting De stichting wijst op de Omgevingswet en dat deze wetgeving erop toeziet om de bevolking middels participatie voor aanvang van de plannen te betrekken. 3.14.14 Reactie gemeente Wij zijn uiteraard bekend met de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking treedt en dat deze wetgeving ook bepalingen bevat ten aanzien van participatie. Ondanks dat het bestemmingsplan Stationsgebied niet onder de Omgevingswet tot stand is gekomen, is er in het verleden in de voorbereiding op het bestemmingsplan ruim aandacht geweest voor participatie. Zo zijn er diverse bijeenkomsten en informatiemomenten georganiseerd en is het plan ook op onderdelen aangepast naar aanleiding van de inbreng door participanten. 3.14.15 Samenvatting Middels een berekening die voortvloeit uit een vergelijking met de Parkeergarage Sint Jan te ’sHertogenbosch, toont de stichting andere bedragen dan de bedragen die door Witteveen en Bos zijn berekend.

De stichting verwijst naar twee bijlages waaronder een gedetailleerde berekening voor ondergronds parkeren. 3.14.16 Reactie gemeente Er zijn in de presentatie “Beschouwing maximaal ondergronds parkeren Stationsgebied Noord” d.d. 7 december 2021 op pagina 28 meer referentieprojecten aangegeven door adviseur Witteveen en Bos. Een referentieproject is wel ter ondersteuning maar wil nog niet zeggen dat de aangegeven projecten 1 op 1 vergelijkbaar zijn met de situatie in Hoorn. Dat geldt dus ook voor de uitgewerkte berekening van indiener over de parkeergarage Sint Jan te ’s Hertogenbosch. Vandaar dat er verder is gewerkt aan het beter inzichtelijk maken van de kosten gebaseerd op een specifieke uitwerking passend binnen het stedenbouwkundig plan. Het beter inzichtelijk maken bestond uit inschakelen van een deskundig architect om dat vervolgens nauwkeurig te begroten op het ontwerp. Dit onderzoek is naar aanleiding van de raadsbehandeling ontwerp bestemmingsplan d.d. 7 februari 2021 op het punt van de kosten voor ondergronds parkeren via een second opinion, na de periode van indiening zienswijze, nogmaals uitgevoerd. Bij de door Sweco uitgevoerde second opinion d.d. 16 juni 2022 is ook de raming van bouwkosten van indiener betrokken.

Uit de vergelijking is als hoofdconclusie gekomen dat de inschatting van de bouwkosten door indiener lager is dan de bouwkostenraming van Witteveen en Bos en van Sweco. Dit wordt in de second opinion verklaard doordat indiener uitgaat van een te krappe parkeergarage (25 m2 per parkeerplaats in plaats van de bij deze planontwikkeling minimaal benodigde 30 m2). Daarnaast zijn door indiener alleen de aanneemkosten gehanteerd en niet de totale investeringskosten, die ruim 40% hoger liggen dan de aanneemkosten. Indiener heeft in dit stadium van planontwikkeling ook niet geraamd op de posten ‘nader te detailleren’ en ‘onvoorzien’. 3.14.17 Samenvatting De stichting is van mening dat ondergronds parkeren verkeersveiliger is. 3.14.18 Reactie gemeente Het is onduidelijk waar de stichting dit op baseert. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat er sprake is van een grotere verkeersveiligheid als er ondergronds wordt geparkeerd. 32

3.14.19 Samenvatting De stichting geeft aan dat zij geen speciale voorkeur hebben voor wat betreft het soort woningen op deze specifieke locatie en dat dit wat hen betreft moet worden bepaald door de woningbehoefte op het moment van aanvang bouw en de financiële haalbaarheid. 3.14.20 Reactie gemeente Wij nemen deze reactie ter kennisgeving aan. 3.14.21 Samenvatting De stichting pleit ervoor om in het bestemmingsplan mogelijk te maken dat de ingang van de ondergrondse parkeergarage in het verlengde van de Maelsonstraat plaatsvindt, zodat deze kruising ongelijkvloers zou kunnen worden. 3.14.22 Reactie gemeente Deze gevraagde aanpassing door het gedeeltelijk toepassen van een 2 e maaiveldniveau is strijdig met het stedenbouwkundig plan zoals dat door de gemeenteraad op 8 december 2020 is vastgesteld. 3.14.23 Samenvatting De stichting reageert op de raadsbrief van 4 februari 2022 en de daarin opgenomen passages die gaan over de kosten van ondergronds parkeren. Het gaat daarbij om de kosten van ondergronds parkeren, het niet rekenen van efficiencyverlies en het verschil tussen bouw- en investeringskosten. Voor de bouwkosten stelt de stichting dat € 35.813,- excl. btw een goede calculatie is voor een parkeerplaats ondergronds.

Over het niet rekenen van efficiencyverlies is de stichting van mening dat de bovengrondse parkeergarage inefficiënt is vanwege de op- en afritten een tweelaagse ondergrondse om deze reden veel minder. En is tevens van mening dat er door een tweelaagse ondergrondse parkeervoorziening een betere afstemming plaats kan vinden met de bovenbouw. Over het verschil tussen bouwkosten en investeringskosten is de stichting van mening dat dit alleen maar verwarrend werkt en een voorkeur voor het vergelijken op bouwkosten. 3.14.24 Reactie gemeente In de raadsbrief wordt in de aanhef aangegeven dat de inhoud van de raadsbrief een voorlopige reactie betreft van het college. Op pagina 5 van de brief staat een alinea over achterhaald kengetal. Het is terecht dat de stichting hierop is aangeslagen. Er wordt gesproken over 25% hoger kengetal in combinatie met bouwkosten. Dit is achteraf gezien een onjuiste formulering. In de rapportage van de second opinion heeft Sweco namelijk vastgesteld dat de bouwkosten voor een ondergrondse parkeerplaats tussen de stichting en Witteveen en Bos niet zoveel verschillen. Maar dat de gemeente moet rekenen met investeringskosten en die heeft de stichting niet meegenomen in de kosten. De stichting gaat uit van een zeer efficiënte parkeergarage met een oppervlakte van 25 m2 per parkeerplaats.

Beide adviseurs zijn van mening dat dit te laag is vanwege het feit dat het een publiektoegankelijke parkeergarage moet zijn en rekening gehouden moet worden met de invloed van de bovenbouw. Voor de bovenbouw ligt er een uitgewerkt stedenbouwkundig plan waarmee rekening gehouden dient te worden. De stichting gaat ervan uit dat de bovenbouw “meebeweegt” met de optimale indeling van ondergrondse parkeergarage. Het beperken van de kosten tot alleen de bouwkosten is een keuze die de stichting in de discussie heeft gemaakt, maar het draait natuurlijk om de totale investering die door de gemeente gedaan dient te worden om tot realisatie van een parkeergarage te komen. 3.14.25 Samenvatting De stichting reageert op de raadsbrief van 4 februari 2022 en de daarin opgenomen passages die gaan over de extra opbrengsten woningbouw bij volledig ondergronds parkeren. Het gaat daarbij om verschil

33

GBO en BVO, btw over von-prijzen kan niet meegerekend worden, woningdifferentiatie niet meegerekend en extra kosten parkeervoorziening niet afgetrokken. Voor extra grondopbrengsten woningbouw gaat de stichting uit van 17.500 m2 gbo die tegen € 1.500,/m2 gbo kan worden omgezet indien bovengronds parkeren voor publiek en privaat kan worden omgezet naar woningbouw. In de berekening van de stichting zijn de verkoopopbrengsten van de Leemhorststraat maatgevend. Rekenkundig komen ze uit € 3.500,-/m2 gbo/incl. btw maar voor hun berekening gaat de stichting uit van € 1.500,- /m2 gbo/incl. btw en maakt daarbij ook de keuze om uit te gaan van een beperkte differentiatie van 15% sociaal en de rest is vrije sector. Voor de extra ondergrondse parkeergarage die de extra woningbouw vraagt bij een norm van 0,6 per woning gaat de stichting ervan uit dat deze tegen bouwkosten € 35.800,- kunnen worden verkocht. 3.14.26 Reactie gemeente Er is een groot verschil tussen wat de stichting aanvaardbaar vindt om in een berekening voor de extra woningbouw op te nemen en wat de gemeente hanteert. De stichting en de gemeente hebben hierover meerdere malen overlegd. Uiteindelijk hebben deze overleggen geleid tot een gemeentelijke brief van 2 december 2022 waarin de verschillen tussen beide opvattingen inzichtelijk worden gemaakt.

De conclusie daarbij is dat het volledig ondergronds maken van het parkeren, zoals de stichting voorstaat, een veel duurdere oplossing is dan de huidige oplossing. 3.14.27 Samenvatting In bijlage 2 van de zienswijze stelt de stichting, op basis van haar eigen berekeningssystematiek in een drietal berekeningsvarianten, dat het ondergronds brengen van 750 bovengrondse publieke parkeerplaatsen een aantrekkelijke business case is. Het berekeningsresultaat varieert van plus € 16,6 miljoen bij variant 1, een min van ongeveer € 2,0 miljoen bij variant 2 en een plus van € 6,9 miljoen bij variant 3. 3.14.28 Reactie gemeente Gemeente neemt de uitkomsten van de berekeningsvarianten van de stichting voor kennisgeving aan. De door de stichting gehanteerde aannames ten aanzien van opbrengsten en kosten zijn dusdanig afwijkend ten opzichte van de door gemeente verkregen adviezen op het gebied van stedenbouw, kosten parkeeroplossingen en grondopbrengsten woningbouw dat we op dit punt inhoudelijk ook willen verwijzen naar de gemeentelijke brief van 2 december 2022 die aan de stichting is verzonden. 3.14.29 Samenvatting De stichting brengt nog in te bezien of een halfverdiepte parkeerlaag gelet op de lagere kosten geen mogelijkheid is om ondergronds parkeren mogelijk te maken.

3.14.30 Reactie gemeente Het vastgestelde stedenbouwkundig plan verzet zich hiertegen, want daarbij is het uitgangspunt een levendige plint op maaiveldniveau. 3.14.31 Samenvatting De stichting heeft op 18 juni 2023 een addendum ingediend op de zienswijze vanwege veranderende marktomstandigheden. Hierin wordt uiteengezet wat de consequenties zijn voor de zienswijze vanwege de veranderende omstandigheden. Bouwkosten stegen sterk in 2022. Voor 2023 wordt een lichte daling van het bouwvolume verwacht maar zeker niet zo sterk als dat de bouwprijzen zijn gestegen. De stichting geeft een schematische vergelijking van de vierkante meter prijzen in de zienswijze van 30 maart 2022 en het BouwkostenKompas (BkK) 2023. De conclusie van de stichting is dat de berekening van de financiële impact van volledig ondergronds parkeren ca. 10% ongunstiger uitkomt dan de getallen zoals gebruikt in de zienswijze van 30 maart 2022.

34

3.14.32 Reactie gemeente Ambtshalve wordt het addendum betrokken bij de beantwoording van de zienswijze. Wij kunnen ons niet vinden in de wijze van vergelijken, de gebruikte getallen in de vergelijking en de conclusie die daaruit wordt getrokken. Bij brief van 5 juli 2023 (zaaknr. 2058038) heeft de gemeente gereageerd op het addendum van de zienswijze. 3.14.33 Samenvatting De stichting gaat in het addendum in op het verschil in de berekeningen van Gemeente, DBP en onafhankelijke deskundige derden. Daarbij behandelen zij tevens de top 5 verschillen, zoals aangegeven in de bij de raadsbrief van 2 december 2022 gevoegde verschillenanalyse. 3.14.34 Reactie gemeente Bij brief van 5 juli 2023 (zaaknr. 2058038) heeft de gemeente gereageerd op het addendum van de zienswijze. Er is in deze gemeentelijke reactie uitgebreid ingegaan op de top 5 van verschillen. Kortheidshalve wordt in deze nota van beantwoording volstaan met een verwijzing naar deze brief. 3.14.35 Samenvatting De stichting gaat in het addendum in op de optimale gebiedsindeling. Analoog aan het Jeudje kan door het slim combineren van autoparkeren, fietsparkeren en bergingen een optimale vlakindeling worden gerealiseerd. Datzelfde kan ook worden bereikt door simpelweg de ondergrondse bouw rechthoekig te maken. De stichting verwijst naar een illustratie in het addendum.

3.14.36 Reactie gemeente De stichting pleit voor een andere stedenbouwkundige opzet waarbij het ondergronds parkeren centraal staat en dus sturend is voor de bovengrondse ontwikkeling. Deze randvoorwaarde is met het stedenbouwkundig plan, zoals door de raad aangenomen op 8 december 2020, niet uitvoerbaar. 3.14.37 Samenvatting De stichting behandeld in het addendum de second opinion. De stichting haalt aan dat de kosten per parkeerplaats voor ondergronds parkeren in vergelijking tussen Witteveen en Bos, Sweco en DBP nagenoeg overeenkomen. Om onbegrijpelijke reden beperkte de onderzoeksopdracht van Sweco zich sec tot ondergronds parkeren. De second opinion is zonder toegezegde betrokkenheid van de raad en DBP tot stand gekomen. 3.14.38 Reactie gemeente De second opinion, waartoe de raad op 8 februari 2022 via een motie heeft besloten, heeft onder andere betrekking op een onderzoek naar de mogelijkheden van geheel of gedeeltelijk ondergronds parkeren. De gemeenteraad en de stichting is over de uitkomsten van deze second opinion op 16 september 2022 geïnformeerd. Dat de stichting niet betrokken is bij de onderzoeksopdracht is gebruikelijk. Het gaat immers om een onafhankelijk onderzoek. 3.14.39 Conclusie De zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan.

3.15 Zienswijze 13 Klaverblad Rechtsbijstand Stichting 3.15.1 Samenvatting De zienswijze van indiener heeft betrekking op het gebied met de bestemming ‘Gemengd’ naast het appartementencomplex aan de Stationsweg.

35

3.15.2 Reactie gemeente Voor een reactie over deze locatie, in deze nota van beantwoording aangeduid als ‘zuidgebouw’, wordt verwezen naar paragraaf 3.1 van deze nota van beantwoording. 3.15.3 Samenvatting Indiener wijst op een procedureel punt. De stedelijke ontwikkeling van het stationsgebied is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling uit de D-lijst van het Besluit m.e.r.. Vooralsnog is indiener niet bekend dat het college een besluit in het kader van het Besluit m.e.r. heeft genomen en wijst erop dat dit nog moet gebeuren en gepubliceerd moet worden voor zover dit niet is gebeurd. 3.15.4 Reactie gemeente Voor de ontwikkeling heeft een vormvrije mer-beoordeling plaatsgevonden. In paragraaf 5.14 van de toelichting is deze vormvrije mer-beoordeling gemotiveerd. Het college heeft op 21 december 2021 besloten dat geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. Dit is op 2 juni 2022 gepubliceerd in het Gemeenteblad en het Hoorns Nieuwsblad. 3.15.5 Conclusie De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Deze zijn uiteengezet in paragraaf 3.1.

3.16 Zienswijze 14 [Geanonimiseerd] 3.16.1 Samenvatting De zienswijze van indiener heeft betrekking op het gebied met de bestemming ‘Gemengd’ naast het appartementencomplex aan de Stationsweg. 3.16.2 Reactie gemeente Voor een reactie over deze locatie, in deze nota van beantwoording aangeduid als ‘zuidgebouw’, wordt verwezen naar paragraaf 3.1 van deze nota van beantwoording. 3.16.3 Conclusie De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Deze zijn uiteengezet in paragraaf 3.1.

3.17 Zienswijze 15 [Geanonimiseerd] 3.17.1 Samenvatting De zienswijze van indiener heeft betrekking op het gebied met de bestemming ‘Gemengd’ naast het appartementencomplex aan de Stationsweg. 3.17.2 Reactie gemeente Voor een reactie over deze locatie, in deze nota van beantwoording aangeduid als ‘zuidgebouw’, wordt verwezen naar paragraaf 3.1 van deze nota van beantwoording. 3.17.3 Samenvatting Indiener spreekt zijn dank uit voor de locatiebezoeken die zijn gedaan door een ambtenaar en enkele politieke partijen. 3.17.4 Reactie gemeente Wij nemen deze reactie voor kennisgeving aan.

36

3.17.5 Samenvatting Indiener wijst erop dat de Crisis- en herstelwet en de drempelwaarde voor stedelijke ontwikkeling, D11.2 uit de D-lijst van het Besluit m.e.r., van toepassing zijn. Er is volgens indiener geen m.e.r.beoordelingsbesluit genomen dat op de juiste wijze bekend is gemaakt. 3.17.6 Reactie gemeente Voor de ontwikkeling heeft een vormvrije mer-beoordeling plaatsgevonden. In paragraaf 5.14 van de toelichting is deze vormvrije mer-beoordeling gemotiveerd. Het college heeft op 21 december 2021 besloten dat geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. Dit is op 2 juni 2022 gepubliceerd in het Gemeenteblad en het Hoorns Nieuwsblad. Overigens vindt met de plannen geen overschrijding plaats van de drempelwaarde uit de D-lijst van het Besluit m.e.r. 3.17.7 Conclusie De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Deze zijn uiteengezet in paragraaf 3.1.

3.18 Zienswijze 16 [Geanonimiseerd] 3.18.1 Samenvatting De zienswijze van indiener heeft betrekking op het gebied met de bestemming ‘Gemengd’ naast het appartementencomplex aan de Stationsweg. 3.18.2 Reactie gemeente Voor een reactie over deze locatie, in deze nota van beantwoording aangeduid als ‘zuidgebouw’, wordt verwezen naar paragraaf 3.1 van deze nota van beantwoording. 3.18.3 Conclusie De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Deze zijn uiteengezet in paragraaf 3.1

3.19 Zienswijze 17 [Geanonimiseerd] 3.19.1 Samenvatting De zienswijze van indiener heeft betrekking op het mogelijk maken van een parkeergarage ter hoogte van de Koepoortsweg. 3.19.2 Reactie gemeente Voor een reactie over deze locatie wordt verwezen naar paragraaf 3.2 van deze nota van beantwoording. 3.19.3 Conclusie De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Deze zijn uiteengezet in paragraaf 3.2.

3.20 Zienswijze 18 [Geanonimiseerd] 3.20.1 Samenvatting De zienswijze van indiener heeft betrekking op het mogelijk maken van een parkeergarage ter hoogte van de Koepoortsweg.

37

3.20.2 Reactie gemeente Voor een reactie over deze locatie wordt verwezen naar paragraaf 3.2 van deze nota van beantwoording. 3.20.3 Conclusie De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Deze zijn uiteengezet in paragraaf 3.2.

3.21 Zienswijze 19 [Geanonimiseerd] 3.21.1 Samenvatting De zienswijze van indiener heeft betrekking op het mogelijk maken van een parkeergarage ter hoogte van de Koepoortsweg. 3.21.2 Reactie gemeente Voor een reactie over deze locatie wordt verwezen naar paragraaf 3.2 van deze nota van beantwoording. 3.21.3 Conclusie De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Deze zijn uiteengezet in paragraaf 3.2.

3.22 Zienswijze 20 [Geanonimiseerd] 3.22.1 Samenvatting De zienswijze van indiener heeft betrekking op het mogelijk maken van een parkeergarage ter hoogte van de Koepoortsweg. 3.22.2 Reactie gemeente Voor een reactie over deze locatie wordt verwezen naar paragraaf 3.2 van deze nota van beantwoording. 3.22.3 Conclusie De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Deze zijn uiteengezet in paragraaf 3.2.

3.23 Zienswijze 21 [Geanonimiseerd] 3.23.1 Samenvatting De zienswijze van indiener heeft betrekking op het mogelijk maken van een parkeergarage ter hoogte van de Koepoortsweg. 3.23.2 Reactie gemeente Voor een reactie over deze locatie wordt verwezen naar paragraaf 3.2 van deze nota van beantwoording. 3.23.3 Conclusie De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Deze zijn uiteengezet in paragraaf 3.2.

38

3.24 Zienswijze 22 [Geanonimiseerd] 3.24.1 Samenvatting De zienswijze van indiener heeft betrekking op het gebied met de bestemming ‘Gemengd’ naast het appartementencomplex aan de Stationsweg. 3.24.2 Reactie gemeente Voor een reactie over deze locatie, in deze nota van beantwoording aangeduid als ‘zuidgebouw’, wordt verwezen naar paragraaf 3.1 van deze nota van beantwoording. 3.24.3 Conclusie De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Deze zijn uiteengezet in paragraaf 3.1

3.25 Zienswijze 23 [Geanonimiseerd] 3.25.1 Samenvatting De zienswijze van indiener heeft betrekking op het mogelijk maken van een parkeergarage ter hoogte van de Koepoortsweg. 3.25.2 Reactie gemeente Voor een reactie over deze locatie wordt verwezen naar paragraaf 3.2 van deze nota van beantwoording. 3.25.3 Conclusie De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Deze zijn uiteengezet in paragraaf 3.2.

3.26 Zienswijze 24 [Geanonimiseerd] 3.26.1 Samenvatting De zienswijze van indiener heeft betrekking op het gebied met de bestemming ‘Gemengd’ naast het appartementencomplex aan de Stationsweg. 3.26.2 Reactie gemeente Voor een reactie over deze locatie, in deze nota van beantwoording aangeduid als ‘zuidgebouw’, wordt verwezen naar paragraaf 3.1 van deze nota van beantwoording. 3.26.3 Conclusie De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Deze zijn uiteengezet in paragraaf 3.1.

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=43fc666a-a587-4d45-8857-8571e40132c7