Bijlage 2 Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Stationsgebied
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Stationsgebied en beeldkwaliteitsplan Poort van Hoorn
1
Inhoudsopgave 1
ALGEMEEN ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 3
2
OVERZICHT INGEDIENDE ZIENSWIJZEN ---------------------------------------------------------------------------------------- 3
3
INHOUDELIJK -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 4 3.1 THEMA ZUIDGEBOUW ....................................................................................................................................... 4 3.2 THEMA PARKEERGARAGE NOORDOOSTZIJDE ......................................................................................................... 11 3.3 ZIENSWIJZE 1 VERENIGING OUD HOORN ............................................................................................................. 13 3.4 ZIENSWIJZE 2 DIJKLANDER ZIEKENHUIS ................................................................................................................ 16 3.5 ZIENSWIJZE 3 [GEANONIMISEERD] ..................................................................................................................... 18 3.6 ZIENSWIJZE 4 [GEANONIMISEERD] ..................................................................................................................... 20 3.7 ZIENSWIJZE 5 ACHMEA RECHTSBIJSTAND ............................................................................................................. 20 3.8 ZIENSWIJZE 6 [GEANONIMISEERD] .....................................................................................................................
21 3.9 ZIENSWIJZE 7 [GEANONIMISEERD] ..................................................................................................................... 21 3.10 ZIENSWIJZE 8 MUSEUMSTOOMTRAM MEDEMBLIK (SHM) ..................................................................................... 21 3.11 ZIENSWIJZE 9 UNIVÉ RECHTSHULP ..................................................................................................................... 23 3.12 ZIENSWIJZE 10 PRORAIL ................................................................................................................................... 24 3.13 ZIENSWIJZE 11 HOORNSE ONDERNEMERS FEDERATIE (HOF) .................................................................................. 27 3.14 ZIENSWIJZE 12 STICHTING DE BETROKKEN POORTER ............................................................................................. 30 3.15 ZIENSWIJZE 13 KLAVERBLAD RECHTSBIJSTAND STICHTING....................................................................................... 35 3.16 ZIENSWIJZE 14 [GEANONIMISEERD] ................................................................................................................... 36 3.17 ZIENSWIJZE 15 [GEANONIMISEERD] ...................................................................................................................
36 3.18 ZIENSWIJZE 16 [GEANONIMISEERD] ................................................................................................................... 37 3.19 ZIENSWIJZE 17 [GEANONIMISEERD] ................................................................................................................... 37 3.20 ZIENSWIJZE 18 [GEANONIMISEERD] ................................................................................................................... 37 3.21 ZIENSWIJZE 19 [GEANONIMISEERD] ................................................................................................................... 38 3.22 ZIENSWIJZE 20 [GEANONIMISEERD] ................................................................................................................... 38 3.23 ZIENSWIJZE 21 [GEANONIMISEERD] ................................................................................................................... 38 3.24 ZIENSWIJZE 22 [GEANONIMISEERD] ................................................................................................................... 39 3.25 ZIENSWIJZE 23 [GEANONIMISEERD] ................................................................................................................... 39 3.26 ZIENSWIJZE 24 [GEANONIMISEERD] ................................................................................................................... 39
2
1 Algemeen In overeenstemming met het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) heeft het ontwerpbestemmingsplan ‘Stationsgebied’ met de daarop betrekking hebbende stukken vrijdag 18 februari 2022 tot en met donderdag 31 maart 2022 voor iedereen ter inzage gelegen. Gedurende dezelfde periode heeft ook het ontwerpbeeldkwaliteitsplan ‘Poort van Hoorn’ voor iedereen ter inzage gelegen. De stukken van het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpbeeldkwaliteitsplan waren raadpleegbaar op de volgende wijzen:
op het gemeentehuis; op www.ruimtelijkeplannen.nl onder planid: NL.IMRO.0405.BPStationsgebied- on01.
Gedurende de termijn van terinzagelegging kon iedereen een zienswijze indienen op het ontwerpbestemmingsplan en konden belanghebbenden een zienswijze indienen op het ontwerpbeeldkwaliteitsplan. In deze nota van beantwoording zijn de zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie. De zienswijzen hebben in enkele gevallen geleid tot wijzigingen van het bestemmingsplan. Een totaaloverzicht van wijzigingen is opgenomen in de nota van wijzigingen behorend bij het raadsvoorstel.
2 Overzicht ingediende zienswijzen Van de volgende indieners is een zienswijze ontvangen: Nr Indiener Nr
Indiener
1
Vereniging Oud Hoorn
13
Klaverblad Rechtsbijstand Stichting
2
Dijklander Ziekenhuis
14
Zienswijze nr. 14 [geanonimiseerd]
3
Zienswijze nr. 3 [geanonimiseerd]
15
Zienswijze nr. 15 [geanonimiseerd]
4
Zienswijze nr. 4 [geanonimiseerd]
16
Zienswijze nr. 16 [geanonimiseerd]
5
17
Zienswijze nr. 17 [geanonimiseerd]
6
Stichting Achmea Rechtsbijstand Namens VvE Stationsplein Zienswijze nr. 6 [geanonimiseerd]
18
Zienswijze nr. 18 [geanonimiseerd]
7
Zienswijze nr. 7 [geanonimiseerd]
19
Zienswijze nr. 19 [geanonimiseerd]
8
Museumstoomtram Hoorn- Medemblik
20
Zienswijze nr. 20 [geanonimiseerd]
9
Unive Rechtshulp
21
Zienswijze nr. 21 [geanonimiseerd]
10
Prorail
22
Zienswijze nr. 22 [geanonimiseerd]
11
Hoornse Ondernemersfederatie
23
Zienswijze nr. 23 [geanonimiseerd]
12
Stichting De Betrokken Poorter
24
Zienswijze nr. 24 [geanonimiseerd]
De zienswijzen hebben alle betrekking op het ontwerpbestemmingsplan. Zienswijzen 1 en 6 hebben zowel aan het ontwerpbestemmingsplan als aan het beeldkwaliteitsplan gerefereerd. Bij bekendmaking van deze nota van beantwoording zijn persoonsgegevens omwille van privacywetgeving geanonimiseerd en weergegeven als ‘zienswijze geanonimiseerd [nr.]’.
3
3 Inhoudelijk 3.1
Thema Zuidgebouw
Meerdere zienswijzen (nummers 4 t/m 7, 9, 13 t/m 16, 22 en 24) hebben betrekking op het gebouw ten zuiden van het spoor, dat in het ontwerpbestemmingsplan is bestemd als ’Gemengd’ (hierna: ‘zuidgebouw’). De zienswijzen bevatten vergelijkbare argumenten en worden daarom in deze paragraaf gebundeld behandeld. Wij hebben onderzocht in hoeverre we tegemoet kunnen komen aan de zienswijzen. Ook is een secondopiniononderzoek uitgevoerd naar onder meer het zuidgebouw. De aanbevelingen uit die second opinion zijn betrokken bij de beantwoording van de zienswijzen over het zuidgebouw. Wij zijn eveneens met bewoners in gesprek gegaan over mogelijke varianten op de plek van het zuidgebouw. Het resultaat hiervan is dat het bestemmingsplan op de locatie van het zuidgebouw wordt aangepast in situering en hoogte. Dit is een verbetering voor het plan en de omgeving. Hiermee wordt voor een deel tegemoetgekomen aan de zienswijzen. We begrijpen dat het voor de indieners teleurstellend is dat we niet aan alle onderdelen van de zienswijzen tegemoet komen. In de volgende paragrafen wordt ingegaan op de specifieke gronden die met de zienswijzen naar voren zijn gebracht. 3.1.1
Samenvatting zienswijze participatietraject
Indieners uiten ongenoegen omtrent het participatietraject. Als dieptepunt wordt benoemd de gang van zaken rondom de motie d.d. 8 februari 2022 van de gemeenteraad om het plangebied mee te nemen in een secondopiniononderzoek. Bewoners zouden daarbij betrokken worden, maar indieners hebben nog niets vernomen. Ook wordt aangevoerd dat indieners moeite hebben met de projectmatige en afstandelijke aanpak van de ontwikkeling van de Poort van Hoorn. Bij de indieners is de indruk ontstaan dat door de inzet van ingehuurde medewerkers, de projectmedewerkers zich geenszins bewust zijn van de impact van de plannen voor de bewoners. Indieners wijzen op tegenstrijdige informatie over de invulling van het bestemmingsvlak. Enerzijds zou binnen het bestemmingsplan ruimte zijn om nog ontwerpkeuzes te maken. Anderzijds geeft de wethouder aan dat er geen aanpassingen mogelijk zijn. Ook wordt de vraag gesteld of er sprake is van toezeggingen waardoor de plannen niet meer kunnen wijzigen. 3.1.2
Reactie gemeente participatietraject
Wij betreuren het dat indieners het project op deze manier ervaren. Projectmatig werken is een gebruikelijke werkwijze bij gebiedsontwikkeling. Daarbij is ruim aandacht voor de gevolgen voor omwonenden. Dat ingehuurde deskundigen worden ingezet om aan het project te werken is eveneens een gebruikelijke werkwijze en is niet van invloed op de manier waarop wordt omgegaan met de belangen van betrokkenen. Het bevoegd gezag besluit over of en hoe gebiedsontwikkeling wordt uitgevoerd. Het bevoegd gezag neemt daarbij in overweging wat de impact voor omwonenden is. Belanghebbenden kunnen hierop invloed uitoefenen door de zienswijzeprocedure, door in te spreken of door deel te nemen bij participatiebijeenkomsten. De uitkomsten uit het participatietraject in aanloop naar het ontwerpbestemmingsplan zijn vastgelegd in het participatieverslag dat als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd. Tijdens een bijeenkomst in april 2021 kon gereageerd worden op de plannen. De projectgroep heeft serieus naar de zorgen en wensen gekeken maar in het Stationsgebied zuid waren geen grotere aanpassingen mogelijk om de bewoners tegemoet te komen.
4
De zienswijzen zijn ingediend voordat de gemeente opdracht heeft gegeven voor het opstellen van de second opinion. Bewoners zijn in de tussentijd geïnformeerd over wie de second opinion zou opstellen en hebben tijdens een locatiebezoek in augustus 2022 de mogelijkheid gekregen om aan de deskundigen van Bureau Spoorbouwmeester hun zorgen toe te lichten. Bureau Spoorbouwmeester heeft hiermee rekening gehouden in het opstellen van hun advies. Het blijft echter een objectief deskundig advies. Op basis van de second opinion is opnieuw onderzocht wat er mogelijk is om zo veel mogelijk aan de wensen van bewoners tegemoet te komen. Belangrijke kaders waren hiervoor dat hetzelfde programma gerealiseerd kan worden en dat de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd blijft. Uit dit onderzoek kwamen een aantal varianten naar voren die tijdens een bijeenkomst voor de indieners van de zienswijzen in juli 2023 zijn voorgesteld. Geen van de varianten voldeed aan de verwachtingen van bewoners omdat de rooilijn ongewijzigd bleef. Van de haalbare varianten werd door de bewoners het meest in variant 3 gezien en werden er ook voorstellen ter verbetering aangedragen. Naar aanleiding daarvan zal het bestemmingsplan worden aangepast.
Ondanks dat niet tegemoet wordt gekomen aan de zienswijzen over de rooilijn, kan met deze aanpassingen wel tegemoet worden gekomen aan andere aspecten zoals het terugbrengen van 17 meter naar 5 meter aan het zuidwestelijke deel en het vergroten van de afstand tussen het nieuwe en bestaande gebouw. Hierdoor verbetert de privacy en uitzicht van de indieners en wordt de schaduwwerking aanzienlijk kleiner ten opzichte van het oorspronkelijke plan. Er is geenszins sprake van toezeggingen. Het bestemmingsplan zal bovendien worden aangepast waaruit blijkt dat er wel ruimte is voor aanpassingen. 3.1.3
Samenvatting zienswijze stedenbouwkundige aspecten
Indieners zijn van mening dat het zuidgebouw niet in het beeld van Hoorn past en wijzen op het historische perspectief. De massaliteit (5.000m2) van het gebouw staat in enorm contrast met de huidige bebouwing en is niet in lijn met de huidige gebouwen in de historische stad Hoorn. Gepleit wordt voor een andere positionering van het bestemmingsvlak meelopend met de vorm van het appartementencomplex, met een verlenging van de L-vorm waardoor geen U-vorm ontstaat. Ook komt in de zienswijzen de vraag naar voren waarom dit gebouw niet aan de achterzijde kan worden gerealiseerd. 3.1.4
Reactie gemeente stedenbouwkundige aspecten
Op basis van Motie 3, zoals aangenomen door de gemeenteraad dd. 8 februari 2022 is in een second opinion de betekenis en verschijningsvorm van het blok aan de zuidzijde van het spoor nogmaals bespiegeld. In de second opinion wordt gesteld dat het gebouw aan de zuidzijde een belangrijke rol speelt in de singelstrook. Het markeert onder andere de sprong over de sporen via de passerelle, het vormt de wand (en levendige plint) van het stationsplein en het is een belangrijk baken, ter oriëntatie vanuit het centrum als je de singel doorkruist. Wel is een aantal aandachtpunten benoemd voor de uitwerking in de vervolgfase van de planontwikkeling:
een samengesteld volume, met een diep blok met een aanzicht aan de singelzijde van 25-30 meter beter passend in de reeks van gebouwen in de singelstrook; meer afstand te nemen tot het appartementengebouw; in hoogte te variëren; rijke architectuur en hoogwaardige uitwerking.
In de second opinion wordt ten aanzien van de diepte gesteld dat: ‘De diepte van het blok is te verklaren vanuit de betekenis die de gevel heeft voor het stationsplein’. De diepte van de nieuwbouw blijft daarom ongewijzigd. In de second opinion wordt ten aanzien van de bouwhoogte en gevelbreedte gesteld dat: ‘Een samengesteld volume, met een diep blok met een aanzicht aan de singelzijde van 25-30 meter lijkt ons 5
beter passend in de reeks van gebouwen in de singelstrook. Een samengesteld volume biedt daarnaast ook de mogelijkheid om meer afstand te nemen tot het appartementengebouw en in hoogte te variëren, waarmee mogelijk deels ook tegemoetgekomen kan worden aan het bezwaar van de buren.’ Om meer ruimte te geven aan variatie in bouwhoogte is ervoor gekozen het stedenbouwkundig ontwerp aan te passen. De bovengrondse fietsenstalling is nu in 1 laag onder de nieuwbouw gebracht waardoor er ruimte ontstaat om in hoogte te variëren. De gevel van de nieuwbouw is ook aangepast en wordt niet ontworpen als één massief blok maar wordt onderverdeeld in kleinere bouwvolumes, variërend van 5 meter tot 24 meter, met een maximale gevelbreedte aan de singelzijde van 25 meter. Om dit te borgen worden in het bestemmingsplan een variatie van nok en goothoogtes vastgelegd waardoor het eerdere volume wordt onderverdeeld in vier verschillende kleinere bouwvolumes. In het bestemmingsplan zal ook een regeling worden toegevoegd over een dakhelling van minimaal 20 graden en maximaal 70 graden voor het zuidgebouw op de delen waar hoger gebouwd wordt dan 5 meter. Het definitieve ontwerp voor het zuidgebouw zal nog worden uitgewerkt. Hierover zal te zijner tijd participatie plaatsvinden. 3.1.5
Samenvatting zienswijze alternatieve invulling functie en ontwerp
Indieners vragen zich af waarom de bebouwing zo anders is dan bij eerdere planvorming, zo blijkt uit het Westfries Archief. Uit het archief blijkt wel dat er op de locatie van de huidige fietsenstalling volgens de rooi- en zichtlijn gebouwd zou gaan worden. Indieners denken aan een oplossing zoals het gebouw in een vloeiende lijn ontwerpen (zoals ook in eerdere ontwerpen uit 2017) en pas na een afstand van 20 meter vanaf het appartementencomplex de hoogte in ontwerpen. Voorgesteld wordt om het gebouw naast het appartementencomplex in een vloeiende lijn te ontwerpen, met dezelfde rooilijn, met appartementen voor starters en doorstromers en kleine bedrijven of winkels in de plint ter bevordering van de dynamiek van het plein en de sociale controle. De fietsenstalling bij voorkeur ondergronds. In de zienswijzen wordt de vraag gesteld waarom er gekozen is voor een hotel in plaats van woningen en of Hoorn niet al voldoende hotels heeft. Een eventueel in het plan benodigd hotel zou een betere plek vinden aan de oostzijde van het bestaande stationsgebouw.
Voorts wordt in de zienswijzen ook genoemd dat de bestemming ‘Gemengd’ te ruim is geformuleerd in verband met de impact van het gebruik op de woon- en leefomgeving en dat de bestemming zelfs ruimer is dan de gelijknamige bestemming uit het bestemmingsplan Binnenstad waar in ieder geval een beperking is gesteld aan het soort horecabedrijven. 3.1.6
Reactie gemeente alternatieve invulling functie en ontwerp
De bestemming is ‘Gemengd’. Binnen deze bestemming is een diversiteit aan functies mogelijk gemaakt, waaronder ook woningen. Of er daadwerkelijk woningen in het zuidgebouw zullen worden gerealiseerd of dat dit voor een andere functie, zoals een hotel, zal worden aangewend staat nog niet vast. Dit is mede afhankelijk van de verdere uitwerking en ontwikkelmogelijkheden, waarvoor op deze plek een mate van flexibiliteit dient te worden geboden. In de Quick scan ladderonderbouwingen publieksfuncties Poort van Hoorn van 16 juli 2021 door Bureau Stedelijke Planning is geconcludeerd dat in Hoorn een behoefte bestaat aan 150 tot 181 hotelkamers. Minus de harde plancapaciteit van de bestaande mogelijkheid voor hotelontwikkelingen in de Grote Kerk, Holenkwartier en Schelphoek, resteert een behoefte van 68-99 hotelkamers. In het rapport is geconcludeerd dat de locatie nabij het station zich uitstekend leent om een groot deel van de behoefte te benutten. Een hotel op deze locatie zou dus goed kunnen passen binnen Hoorn. In de Quick scan is tevens een behoefte per specifieke functie opgenomen waardoor de bestemming voor bijvoorbeeld type horeca al wordt begrensd. Een hotelfunctie op deze locatie is aantrekkelijk omdat er vaker ogen op straat zijn waardoor er altijd levendigheid is rond het station.
De treinverbinding met Amsterdam nodigt uit om als gast of toerist de historische binnenstad, het stadsstrand of andere plekken in Hoorn en omgeving te ontdekken. Deze locatie is in verband met geluid mogelijk minder aantrekkelijk als woonlocatie. Aan de zuidzijde van het 6
bouwveld (aan de singelzijde) zijn wel mogelijkheden. Om ruimte te laten voor toekomstige ontwikkeling en ruimtevragers zijn meerdere functies op deze locatie toegestaan. 3.1.7
Samenvatting zienswijze privacy en uitzicht
Indieners vrezen voor een vermindering van hun woongenot door een inbreuk op hun privacy ten gevolge van het zuidgebouw vanwege de massaliteit, situering en het feit dat ramen en balkons mogelijk worden gemaakt welke uitzicht geven op hun woning. Indieners zijn tegen het doorkruisen van de rooi- en zichtlijn naar het monumentale station en vanaf de traverse. Vanaf de westkant wordt het gebied totaal afgesloten en het zicht op het monumentale station en de traverse verdwijnt. Vanaf de traverse kijkt men straks tegen een kolossaal gebouw aan. 3.1.8
Reactie gemeente privacy en uitzicht
Met de ontwikkeling van de Poort van Hoorn wordt een stedelijke ontwikkeling van wonen en voorzieningen nagestreefd. Het is inherent aan een stedelijke omgeving dat door de hogere bebouwingsdichtheid enige mate van aantasting van privacy, zonlicht en uitzicht kan plaatsvinden. Dit is op zichzelf niet onaanvaardbaar. Als gevolg van de plannen binnen dit bestemmingsplan valt het daarom ook niet helemaal uit te sluiten dat indiener een bepaalde mate van aantasting van het woongenot zal ervaren op het gebied van privacy, zonlicht en uitzicht. Daarbij geldt dat indieners geen blijvende rechten kunnen ontlenen aan de bestaande situatie die hij als gunstiger ervaart. Desalniettemin respecteren wij de wens voor het beschermen van de privacy van omwonenden zoveel mogelijk door hierover afspraken te maken in de uitwerking van de architectuur. Op voorhand kan worden meegegeven dat rekening gehouden zal worden met de situering van eventuele ramen, de gevelindeling of andere inkijk door het aantal ramen aan de westzijde van het appartementencomplex te beperken of andere architectonische maatregelen te treffen. In het beeldkwaliteitsplan is dit ook geborgd. Bij een locatiebezoek aan twee representatieve woningen is nagegaan wat de impact is voor het zicht vanuit de woningen. De meest maatgevende woning ligt aan de oostzijde van het appartementencomplex.
Het wegvallen van de schuine zichtlijnen aan één zijde van het complex is niet buiten verhouding voor een stedelijke ontwikkeling. Voor de bestaande woningen die haaks op het spoor zijn gesitueerd, geldt bovendien dat het nieuwe gebouw op een afstand van ca. 45 meter zicht geeft op de woningen. Deze situatie vinden wij passend bij een stedelijke ontwikkeling van deze omvang. De rijbanen en de opstelplaatsen van het busstation liggen in de huidige situatie direct langs het trottoir van het appartementencomplex. In de nieuwe situatie wordt het busstation verplaatst naar de noordzijde waardoor ruimte ontstaat voor meer groen en herstel van de singelstructuur. Het huidige uitzicht op verharding en busstation krijgt een kwaliteitsimpuls, wat de leefomgeving ten goede komt. Binnen het bouwvlak zal een differentiatie aan bouwhoogtes worden aangebracht in het bestemmingsplan. Het verlagen van de bouwhoogte, vooral aan de zuidwestelijke kant van het zuidgebouw, zal in sommige gevallen bijdragen aan het beperken van uitzichtverlies. Hierdoor zal het zicht in mindere mate worden beperkt dan in het oorspronkelijke voorstel. De diepte van het bouwvlak voor het zuidgebouw wordt echter niet gewijzigd. Het bestemmingsvlak en bouwvlak van het zuidgebouw worden naar aanleiding van de zienswijzen en het advies in de second opinion aangepast.
Het bouwveld wordt 4 meter kleiner en schuift 1,5 meter op richting de traverse. Tussen het appartementencomplex en het bouwveld wordt in de nieuwe situatie een afstand van 5,5 meter aangehouden. De tussenliggende ruimte van 5,5 meter breed tussen het appartementencomplex en het zuidgebouw zal worden bestemd als ‘Verkeer-Verblijf’.
7
Afbeelding: schematische weergave wijzigingen zuidgebouw: bouwhoogtedifferentiatie en afstand tot appartementencomplex
3.1.9
Samenvatting zienswijze bezonning
Indieners vrezen voor een vermindering van hun woongenot door schaduwhinder/verlies aan zonlicht ten gevolge van het zuidgebouw. 3.1.10 Reactie gemeente bezonning Om een goed beeld te krijgen van de effecten op de bezonning en de mogelijke schaduw die ontstaat door de nieuwbouw is een bezonningsstudie gemaakt. De bezonningsstudie laat zien dat slechts enkele woningen benadeeld worden in de bezonning. Alle woningen van het appartementencomplex, ook de woningen aan de oostzijde, voldoen aan de lichte TNO-norm voor lichtinval. Deze norm houdt in dat er tenminste 2 mogelijke bezonningsuren per dag zijn in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden). De zonstudie wordt aan het bestemmingsplan toegevoegd als bijlage. Hierin wordt inzicht gegeven in de effecten op het zonlicht voor alle seizoenen in het jaar. Hieronder is afgebeeld wat het effect is voor het zonlicht als de zon op zijn hoogst staat en de bezonning maximaal is. Hierop is te zien dat het nadelige effect zich voornamelijk voordoet in de eerste helft van de dag. De nadelige gevolgen van de bezonning achten wij redelijk en aanvaardbaar.
8
Afbeelding: bezonningsstudie bestemmingsplan op 21 juni.
3.1.11 Samenvatting zienswijze overlast Indieners vrezen voor het toenemen van overlast van hangjongeren en kleine criminaliteit ten gevolge van het zuidgebouw, vanwege de ligging in een dode hoek. Dit werkt het gevoel van onveiligheid in de hand. 3.1.12 Reactie gemeente overlast Vooropgesteld wordt dat het voorkomen en het bestrijden van overlast van hangjongeren en kleine criminaliteit niet in een bestemmingsplan wordt gereguleerd. Voor het gebruik van de bestemming mag worden uitgegaan van normaal gebruik. Eventuele overlast kan worden gehandhaafd indien de openbare orde wordt verstoord. De nu anonieme plek wordt in de toekomstige plannen naar alle waarschijnlijkheid minder aantrekkelijk voor hangjongeren en kleine criminaliteit. Binnen het bestemmingsplan is een diversiteit aan functies mogelijk, waaronder een hotel waarvoor deze locatie geschikt kan zijn, waardoor een prettige wisselwerking tot de openbare ruimtes ontstaat. Het zuidgebouw zal in architectuur (accent, geleding, plinten) zichtbaarheid en functioneren bevorderen. Dit zorgt ook voor ‘meer ogen op straat’ waardoor het minder aantrekkelijk wordt voor hangjongeren en kleine criminaliteit. Bij de inrichting van de openbare ruimte zal ook participatie met omwonenden plaatsvinden. Samen zal gekeken worden hoe dit zorgpunt het best aangepakt kan worden.
3.1.13 Samenvatting zienswijze waardevermindering Indieners zijn van mening dat sprake zal zijn van een aanzienlijke planschade. 3.1.14 Reactie gemeente waardevermindering Op dit moment is er geen aanleiding om aan te nemen dat sprake is van planschade. Als indiener van mening is dat sprake is van planschade van de woning en deze waardevermindering voor een tegemoetkoming in aanmerking komt, dan staat het indiener vrij om een verzoek om tegemoetkoming in planschade in te dienen. Of er sprake is van planschade en of deze planschade voor een tegemoetkoming in aanmerking komt, wordt beoordeeld in een separate procedure.
9
3.1.15 Samenvatting verkeersstromen en verkeersveiligheid Stationsweg langs zuidgebouw en bestaande appartementencomplex Indieners uiten hun zorgen over de verkeersafwikkeling (onder het slaapkamerraam en het balkon). Indieners wijzen op de verschillende opties met betrekking tot verkeersstromen en verwijzen naar het Mobiliteitsplan enerzijds en het stedenbouwkundig plan anderzijds. Uitgaande van het stedenbouwkundige plan betekent dat een forse toename van verkeerdruk voor indieners. Indieners zien graag bevestigt dat er geen aanvullend autoverkeer zal zijn langs het appartementencomplex ten opzichte van de huidige bestaande situatie en dat er dus geen nadelige gevolgen zullen optreden op dit punt als gevolg van de uitvoering van het bestemmingsplan. Voorts worden zorgen over verkeersveiligheid van de doorgaande weg geuit in verband met schoolkinderen die er dagelijks fietsen. 3.1.16 Reactie gemeente verkeersstromen en verkeersveiligheid Stationsweg langs zuidgebouw en bestaande appartementencomplex De gronden aan de voorzijde van het appartementencomplex hebben een verkeersbestemming gekregen, welke aansluit bij het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Binnenstad’. Een bestemmingsplan bevat geen regels over het wel of niet toestaan van autoverkeer. Dat wordt geregeld met een verkeersbesluit.
De weg voor de woningen langs de Stationsweg is bedoeld voor de afwikkeling van het bestemmingsverkeer. Dit blijkt uit de bestemming waarin staat dat de inrichting hoofdzakelijk is gericht op afwikkeling van bestemmingsverkeer. De verkeersveiligheid is mede afhankelijk van de wijze van aanleg en inrichting van de weg. Dit wordt niet in een bestemmingsplan geregeld, maar is een aandachtspunt bij de uitwerking van de infrastructuur. De verschillende opties ten aanzien van de verkeersstromen vloeien voort uit de onderzoeken naar de aanpassing voor de binnenstadontsluiting. De binnenstadontsluiting en de gevolgen daarvan staan los van de ontwikkelingen die met het bestemmingsplan Stationsgebied mogelijk worden gemaakt. In het stedenbouwkundig plan is ook benoemd dat dit een parallel traject betreft. In het stedenbouwkundig plan is de mogelijkheid benoemd van twee T-splitsingen ter hoogte van het Keern, als gevolg van de verandering in de binnenstadontsluiting. Het was echter nog niet zeker dat dit ook zou worden uitgevoerd. Besluitvorming hierover moest nog plaatsvinden. Met het uitgangspunt van twee T-splitsingen is in het stedenbouwkundig plan de ruimte voor het appartementencomplex ontworpen als ware het een ‘shared space’. Dit is mogelijk omdat de te verwachten verkeersbewegingen in het scenario bij twee T-splitsingen, niet hoog zijn.
Bovendien vermindert het busverkeer drastisch. Inmiddels is bekend dat de raad op 17 oktober 2023 over de tracékeuze inzake de nieuwe binnenstadstoegang heeft besloten om variant P (Carbasius-Keerntracé) verder uit te werken. Het stedenbouwkundig plan heeft zodoende rekening gehouden met een mogelijk scenario dat de verkeersstromen wijzigen. Een eventuele wijziging in de verkeersstromen is niet hinderlijk gebleken voor het ontwerp van een ‘shared space’. Verkeershinder voor bewoners van het appartementencomplex ligt daarom niet voor de hand. 3.1.17 Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan: 1. Op de verbeelding van het bestemmingsplan wordt ter plaatse van het zuidgebouw een differentiatie in bouwhoogtes aangebracht, conform de schematische afbeelding in deze beantwoording zienswijze; 2. In het bestemmingsplan wordt naast een maximale bouwhoogte ook een maximale goothoogte voorgeschreven voor het zuidgebouw die 3 meter lager ligt dan de maximale bouwhoogte, met uitzondering van de zuidwesthoek van het bouwvlak; 3. In de planregels wordt een dakhelling van minimaal 20 graden en maximaal 70 graden voorgeschreven voor het zuidgebouw op de delen waar hoger gebouwd wordt dan 5 meter; 10
4. De ligging van de bestemming 'Gemengd’ van het zuidgebouw wordt gewijzigd. Aan de westzijde wordt 5,5 meter ruimte aangehouden tussen de bestemming 'Gemengd’ en het bestemmingsvlak van de bestemming 'Wonen-Woongebouw'. Aan de oostzijde wordt de bestemming 'Gemengd’ (inclusief de aanduiding 'wetgevingszone-afwijkingsgebied') 1,5 meter uitgebreid. De aanduiding specifieke bouwaanduiding – dove gevel schuift met het bouwvlak mee. 5. De ruimte van 5,5 meter breed tussen het zuidgebouw en het appartementencomplex wordt bestemd als ‘Verkeer-Verblijf’. Het bestemmingsvlak ‘Bedrijf-Openbaar Vervoer’ ten oosten van het zuidgebouw wordt hierdoor kleiner. 6. In het beeldkwaliteitsplan wordt rekening gehouden met de privacy van omwonenden door de situering van eventuele ramen, de gevelindeling of andere architectonische aanpassingen. Het beeldkwaliteitsplan wordt aangepast aan de hand van de wijzigingen die in het bestemmingsplan worden aangebracht. Voor een uitgebreider overzicht van wijzigingen in het beeldkwaliteitsplan wordt verwezen naar het overzicht van wijzigingen voor het beeldkwaliteitsplan.
3.2
Thema parkeergarage noordoostzijde
Meerdere zienswijzen (nummers 2, 17 t/m 21 en 23) hebben betrekking op het gebouw aan de noordoostzijde van het spoor dat is bestemd als ‘Verkeer-Parkeergarage’. De zienswijzen bevatten vergelijkbare argumenten en worden daarom in deze paragraaf gebundeld behandeld. 3.2.1
Samenvatting bouwhoogte garage
Indieners maken bezwaar tegen de bouwhoogte van 26 meter voor een parkeergarage. Er dient rekening gehouden te worden met de monumentale bouw aan de Koepoortsweg. Hoogbouw past niet in deze omgeving. 3.2.2
Reactie gemeente bouwhoogte garage
Het gebied rondom het station leent zich voor intensivering van bebouwing. In dit gebied wordt een gemengd stedelijk gebied, met ruimte voor een mix van wonen, werken en voorzieningen nagestreefd. Hoogteaccenten zijn hier vanwege de ligging goed inpasbaar. De bouwhoogte sluit bovendien ook aan op de vergelijkbare bouwhoogte van het ziekenhuis dat ten noorden van de geplande garage is gelegen. Voor wat betreft de woningen aan de Koepoortsweg geldt dat deze op ruime afstand liggen van de geplande garage (grens tot woonbestemming circa 95 meter en grens tot het bouwvlak van de woningen gemiddeld circa 120-140 meter). Deze afstand is zodanig ruim dat dit geen effect heeft op de beleving van het monumentale karakter van die woningen. Onderzocht is of de maximale bouwhoogte van de garage naar beneden kan worden bijgesteld. De hoogte van de parkeergarage zal worden aangepast naar 24 meter. Een lagere maximale bouwhoogte is niet wenselijk, in verband met de behoefte aan ruimte voor parkeren. Hierbij geldt dat het denkbaar is dat de garage in eerste instantie lager zal worden gebouwd en dat de resterende bouwhoogte pas op een later moment indien nodig zal worden aangewend. 3.2.3
Samenvatting zonlicht
Indieners vrezen voor de vermindering van het licht, vooral in de maanden wanneer de zon laag staat. Uit een bezonningsstudie die door de buren is laten maken, blijkt dat in de maanden van oktober tot en met maart vanaf 15:00 geen zonlicht in het huis en de tuin komt. 3.2.4
Reactie gemeente zonlicht
Uit de zonstudie die wij hebben opgesteld blijkt dat er geen sprake is van schaduwwerking ten gevolge van de garage op de locatie van indieners. In het najaar en winter is er meer schaduw, maar de effecten zijn dan niet meer te relateren aan de garage vanwege de lage stand van de zon en de bestaande bebouwing in de omgeving.
11
De zonstudie wordt aan het bestemmingsplan toegevoegd als bijlage. Hierin wordt inzicht gegeven in de effecten op het zonlicht voor alle seizoenen in het jaar. Hieronder is afgebeeld wat het effect is voor het zonlicht als de zon op zijn hoogst staat en de bezonning maximaal is. Hierop is te zien dat er geen sprake is van een nadelig effect voor de indieners van zienswijzen.
3.2.5
Samenvatting privacy
Indieners vrezen voor verlies aan privacy gelet op de bouwhoogte van 26 meter. 3.2.6
Reactie gemeente privacy
Met de ontwikkeling van de Poort van Hoorn wordt een stedelijke ontwikkeling van wonen en voorzieningen nagestreefd. Het is inherent aan een stedelijke omgeving dat door de hogere bebouwingsdichtheid enige mate van aantasting van de privacy kan plaatsvinden. Dit is op zichzelf niet onaanvaardbaar. Als gevolg van de plannen binnen dit bestemmingsplan valt het daarom ook niet helemaal uit te sluiten dat indieners een bepaalde mate van aantasting van het woongenot zullen ervaren op het gebied van privacy. Daarbij geldt dat indieners geen blijvende rechten kunnen ontlenen aan de bestaande situatie die zij als gunstiger ervaren. Hiervoor is aangegeven dat de geplande garage zich op ruime afstand van de woningen aan de Koepoortsweg bevindt. Deze afstand vinden wij niet onredelijk bij een stedelijke ontwikkeling van deze omvang. Van een onevenredige aantasting van privacy is geen sprake. Bij de uitwerking van de bouwplannen zal aan de ontwikkelaars worden gevraagd om de omgeving te betrekken. 3.2.7
Samenvatting ondergronds parkeren
Indieners wijzen op de mogelijkheden voor ondergronds parkeren en het belang om autoverkeer terug te dringen waar een grote garage niet bij past. 3.2.8
Reactie gemeente ondergronds parkeren
Het bestemmingsplan maakt functies mogelijk met een parkeerbehoefte. Deze parkeerbehoefte wordt in het bestemmingsplan meegewogen en uitgedrukt in parkeernormen. Deze parkeernormen zijn lager dan in de rest van de stad vanwege de centrale en goed bereikbare ligging bij het openbaar vervoer. Binnen het plangebied moet worden voorzien in de parkeerbehoefte. De geplande garage is bedoeld om de
12
parkeerbehoefte op kunnen vangen van de parkeernorm die geldt voor de bezoekers van het plangebied. Het verder terugdringen van autoverkeer is hierbij niet aan de orde. Meer of volledig ondergronds parkeren in het stationsgebied is niet dekkend te financieren. Het zou een groot financieel tekort opleveren met grote negatieve gevolgen voor de haalbaarheid van de planvorming. Om deze reden houden wij vast aan de mogelijkheid in het bestemmingsplan om parkeren bovengronds te realiseren. Hierbij geldt dat ondergronds parkeren planologisch nog steeds mogelijk is, maar dat niet de gehele parkeerbehoefte ondergronds kan worden opgelost. Voor een uitgebreide uiteenzetting over de afwegingen ten aanzien van de uitvoerbaarheid van meer/volledig ondergronds parkeren verwijzen wij eveneens naar de beantwoording van zienswijze 12 in paragraaf 3.14.2. 3.2.9
Samenvatting zienswijze bouwlagen faseren
Het toevoegen van de bovenste parkeerlagen op een later moment biedt kansen voor het meer benutten van de nieuwe mobiliteiten in het gebied. 3.2.10 Reactie gemeente bouwlagen faseren Het is denkbaar dat de garage in eerste instantie lager zal worden gebouwd en dat de resterende bouwhoogte pas op een later moment zal worden aangewend. In de uitwerking van de (bouw-)plannen zal worden onderzocht welk aantal parkeerplaatsen exact benodigd is en welke hoogte daarvoor nodig is. De niet benutte hoogte betreft een reservering voor eventuele latere uitbreiding. Dit betreft een uitvoeringsaspect en wordt niet geregeld in het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan zal geen bouwfasering bevatten voor de parkeergarage. De bouwmogelijkheden van de parkeergarage in het bestemmingsplan moet aansluiten bij de verwachte parkeerbehoefte in het plangebied. 3.2.11 Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan: 1. De bouwhoogte van de garage aan de noordoostelijke zijde van het plangebied wordt aangepast naar maximaal 24 meter.
3.3 3.3.1
Zienswijze 1 Vereniging Oud Hoorn Samenvatting
De Vereniging Oud Hoorn (verder: ‘vereniging’) maakt bezwaar tegen het toestaan van bouwvolumes in het bestemmingsplan die niet zijn beoogd met het beeldkwaliteitsplan en dat het beeldkwaliteitsplan onvoldoende aan het bestemmingsplan is gekoppeld. Het beeldkwaliteitsplan is niet juridisch bindend. Door het niet juridisch koppelen van beide stukken blijft de zeer gewenste hoogwaardige kwaliteit van de Poort van Hoorn ongewis ondanks de inzet van een kwaliteitsteam. De vereniging refereert hieromtrent aan de Toren van Hoorn waarbij hoger is gebouwd dan werd voorzien in het beeldkwaliteitsplan. De vereniging pleit voor het opnemen van een nadere eis in het bestemmingsplan waardoor het beeldkwaliteitsplan wordt versleuteld in het bestemmingsplan. 3.3.2
Reactie gemeente
Het beeldkwaliteitsplan zal voor wat betreft de aspecten die betrekking hebben op welstand, worden vastgesteld als onderdeel van de Welstandsnota (welstandscriteria). Hiermee krijgt het beeldkwaliteitsplan juridische betekenis als formeel toetsingskader voor welstand voor aanvragen om omgevingsvergunning. Op grond van artikel 2.10 lid 1 onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is strijd met redelijke eisen van welstand immers een weigeringsgrond voor een aanvraag om omgevingsvergunning. De stedenbouwkundige afweging voor wat betreft de maximale volumes die toelaatbaar zijn, worden opgenomen in het bestemmingsplan. Het beeldkwaliteitsplan kan de bouwmogelijkheden die het 13
bestemmingsplan biedt niet onmogelijk maken. Dit vloeit ook voort uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het begrenzen van de bouwhoogte via een beeldkwaliteitsplan is daarom niet het juiste instrument. In het beeldkwaliteitsplan is om deze reden een disclaimer opgenomen bij de hoogtekaart. Het bestemmingsplan is leidend voor de bouwhoogte. 3.3.3
Samenvatting
De vereniging wijst op de verschillen tussen het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan bij het stationsplein zuid. Het verschil tussen de maximale bouwhoogte en de wens in het beeldkwaliteitsplan om hier niet hoger te bouwen dan maximaal vier bouwlagen met een kap is groot. Binnen de bestemmingsplanregels is een bouwwerk van 6 bouwlagen zonder kap mogelijk, het bestemmingsplan geeft een maximale bouwhoogte van 17 meter zonder extra eisen. De bebouwing aan de zuidzijde naast de loopbrug over het spoor behoort van hoge stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit te zijn. Dit vraagt een goede borging in het bestemmingsplan. Dat kan met een meer gedetailleerde bestemming (een maximale goothoogte, passend bij 4 bouwlagen en een dakhelling niet steiler dan 58 graden), of een betere verankering van het beeldkwaliteitsplan in het bestemmingsplan. 3.3.4
Reactie gemeente
De zienswijze heeft betrekking op het zuidgebouw. Verwezen wordt naar de beantwoording onder paragraaf 3.1. 3.3.5
Samenvatting
De vereniging maakt bezwaar tegen een harde groen- en verkeersbestemming om de looproute te kunnen opschuiven bij de Noorderveemarkt, waar juist een gemengde bestemming gewenst is om tijdens de uitvoering de juiste keuzes te kunnen maken. Door het opschuiven van de voetgangersroute en de verkeersbestemming wordt de sloop van dit monument onherroepelijk gemaakt. Er is geen discussie gevoerd over of deze monumenten moeten worden verwijderd voor de realisatie van het plan. De vereniging mist de afweging in het bestemmingsplan tussen het handhaven van de waarde van het rijksmonument en het beoogde verkeerstracé. De vereniging vindt dat de discussie plaats moet vinden in de uitwerkingsfase. 3.3.6
Reactie gemeente
Wij stellen voorop dat in het vigerende bestemmingsplan voor de Noorderveemarkt ‘Binnenstad’ eveneens een verkeersbestemming is opgenomen. Binnen de verkeersbestemming in het onderhavige bestemmingsplan is bovendien een dubbelbestemming opgenomen ‘Waarde-Cultuurhistorie’ die regels bevat over het slopen van bouwwerken. Het slopen van bouwwerken is dus niet zonder meer toegestaan. Het is van belang zorgvuldig om te gaan met erfgoed en het Rijksmonument Noorderplantsoen, de Veemarkt, de monumentale bomen en de veehekken. Deze hebben alle een bijzondere status. In de uitwerkingsfase zal eerst bestudeerd worden hoe het gebied in te richten en waar de voetgangersroutes precies komen te lopen. Hiervoor zullen aparte procedures doorlopen moeten worden. In de uitwerkingsfase is gelegenheid om hierover te participeren. 3.3.7
Samenvatting
De vereniging is van mening dat parkeercapaciteit onvoldoende is om zowel de nieuwe bewoners, het bezoekend publiek en het verlagen van de parkeerdruk in de binnenstad te bedienen. Extra parkeercapaciteit is nodig op basis van de mobiliteitsvisie. De vereniging merkt op dat ondergronds parkeren aanmerkelijk duurder is en dat woningen daardoor duurder worden. Hoe duurder de woningen, hoe groter het bezit van een privéauto. De vereniging is voorstander van ondergronds parkeren. 3.3.8
Reactie gemeente
Parkeertellingen tonen aan dat er nog voldoende ruimte is om te parkeren op diverse parkeerlocaties in en rond de binnenstad om de parkeerbehoefte van de binnenstad op te vangen. Binnen het plangebied 14
is het om deze reden niet noodzakelijk om te voorzien parkeren voor functies in de binnenstad. Binnen het plangebied wordt een stadse woonwijk nagestreefd. In het noordelijk stationsgebied aan de westzijde wordt het parkeren voor bewoners vormgegeven in een collectieve gebouwde parkeervoorziening. In het noordelijk stationsgebied wordt voor bezoekers van de woningen en overige functies voorzien in een garage aan de oostzijde. Niet de mobiliteitsvisie, maar de Parkeernormennota Hoorn is in beginsel het beleidsdocument waar concrete parkeernormen zijn bepaald per functie en per gebied. In de Parkeernormennota Hoorn staat over de Poort van Hoorn dat voor die ontwikkelingen geldt dat passende normen worden vastgesteld in overleg met de gemeente. Het stationsgebied is met zijn bus- en treinverbindingen bij uitstek goed verbonden met de omgeving. Conform landelijke aanbevelingen voor stationsgebieden is daarom in het raadsbesluit ‘Poort van Hoorn, Stedenbouwkundig plan, Financiële kaders en Samenwerkingsovereenkomst’ (vastgesteld 8 december 2020) door de raad gekozen voor een gematigde parkeernorm van 0,6 parkeerplaats per woning. Deze norm speelt in op de directe beschikbaarheid van het openbaar vervoer, speelt in op de behoeftes van doelgroepen die niet per se autobezit nastreven en houdt rekening met het gemeten autobezit van de huidige bewoners van de binnenstad van Hoorn.
Voor bewoners van woningen is in het ontwerpbestemmingsplan daarom uitgegaan van een parkeernorm van 0,6 parkeerplaats per woning. Voor de bezoekers van de woningen wordt daarnaast uitgegaan van een parkeernorm van 0,1 parkeerplaats per woning. De norm voor bezoekers is aanvaardbaar omdat uit recente inzichten blijkt dat de bezoekersnorm van 0,3 parkeerplaats per woning in de praktijk vaak te hoog blijkt. Al geruime tijd is binnen de verkeerskundige vakwereld de ervaring dat het ooit ‘arbitrair’ vastgelegde parkeerkencijfer voor bezoekersparkeren bij woningen (vaak 0,3 parkeerplaatsen per woning) te hoog is. Daar waar voor het bewonersparkeren in woonwijken onderscheid wordt gemaakt voor locatie-specifieke kenmerken bij het bepalen van het aantal parkeerplekken (zoals ligging ten opzichte van het centrum en/of openbaar vervoer), is dit voor bezoekersparkeren bij de functie wonen nog niet het geval. Door digitalisering is steeds meer data beschikbaar gekomen over het parkeergedrag van bezoekers aan woningen. Hieruit blijkt dat de bezoekersnorm van 0,3 parkeerplaatsen per woning vaak te hoog is. Een waarde van 0,1 tot 0,15 parkeerplaats per woning is in stedelijk gebied vaak al voldoende. Dit komt ook overeen met het bezoekersdeel wat in steeds meer andere gemeenten in stedelijk gebied gehanteerd wordt.
Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat 0,1 parkeerplaats per woning voor bezoekers van woningen voldoende zal zijn. Dit cijfer sluit naar verwachting ook goed aan op de nieuwste (nog te verschijnen) parkeerkencijfers van CROW die begin 2024 worden gepubliceerd. Voor de overige functies sluiten de parkeernormen aan bij de Parkeernormennota Hoorn waarbij wordt uitgegaan van de onderkant van de bandbreedte. Op basis van de opgestelde parkeerbalans door Goudappel welke als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd, blijkt dat binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan in combinatie met het maximaal aantal te realiseren parkeerplaatsen en de parkeernormen van de gemeente Hoorn een sluitende parkeerbalans geldt. Dit betekent dat het bestemmingsplan voor parkeren uitgaat van reële uitgangspunten. Hieruit blijkt dus niet dat er extra parkeerplaatsen nodig zijn. 3.3.9
Samenvatting
De vereniging geeft aan een mening te hebben over erfgoed, beleving van de stad en de ontwikkeling daarvan. De beoordeling van de plannen zou volgens de vereniging beter mogelijk zijn wanneer een financiële paragraaf zou zijn toegevoegd. 3.3.10 Reactie gemeente De gronden in het plangebied zijn grotendeels in eigendom van de gemeente Hoorn. Het kostenverhaal voor deze gronden is dan ook verzekerd middels gronduitgifte danwel via anterieure overeenkomsten
15
met derden. Niet alle financiële gegevens zijn zonder meer openbaar. Dit geldt bijvoorbeeld als documenten aanbestedingsgevoelige informatie bevatten. Op basis van de zienswijze is het niet duidelijk welke gegevens de vereniging wil inzien. Desgewenst kan de vereniging hierover in contact treden met de gemeente. Tijdens de raadsvergadering op 8 februari 2022 heeft de raad via een motie gevraagd om een second opinion naar een aantal onderdelen van de Poort van Hoorn. Het ging onder meer om de kosten (en opbrengsten) van meer of geheel ondergronds parkeren in het stationsgebied, de mogelijkheden om meer woningen toe te voegen met een lagere parkeernorm en een aantal stedenbouwkundige elementen, zoals de optie om woningen op het busstation te bouwen en het gebouw in StationsgebiedZuid. Deze second opinion is inmiddels uitgevoerd. De second opinion-onderzoeken onderschrijven de door het college en raad gehanteerde informatie en berekeningen, als het gaat om het stedenbouwkundig plan en de parkeeroplossingen. 3.3.11 Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan: -
voor zover het betreft het zuidgebouw. Verwezen wordt naar paragraaf 3.1.
-
Aan de planregels zal een regel worden toegevoegd over bezoekersparkeren. De parkeernorm voor woningen in artikel 20.2 sub b wordt gewijzigd van 0,6 parkeerplaats per woning naar 0,6 parkeerplaats per woning met dien verstande dat voor elke woning geldt dat boven op de genoemde parkeernorm tevens 0,1 parkeerplaats per woning voor bezoekers gerealiseerd dient te worden.
3.4 3.4.1
Zienswijze 2 Dijklander ziekenhuis Samenvatting
Het Dijklander ziekenhuis maakt bezwaar tegen de bouwhoogte waarmee vanaf de 4 e en 5e verdieping het uitzicht op de historische binnenstad en het Markermeer wordt ontnomen. Voor patiënten is het uitzicht van toegevoegde waarde en bij de bouw van het ziekenhuis heeft de gemeente zich gecommitteerd aan deze ligging. Het Dijklander ziekenhuis stelt voor te zoeken naar alternatieve oplossingen. 3.4.2
Reactie gemeente
Er is in het stedenbouwkundig plan zoveel mogelijk rekening gehouden met zichtlijnen en uitzicht voor het Dijklander ziekenhuis. Tegenover het ziekenhuis ligt het busstation waardoor er enige afstand is tot de tegenoverliggende toekomstige bebouwing van het stationsgebied. Met behulp van 3D-renders is onderzocht wat het uitzicht is vanaf de bovenste verdieping (long-stay patiëntenafdeling). Het grootste deel van de toekomstige bebouwing is lager dan het ziekenhuis zelf en de hoogteaccenten liggen op ruime afstand waardoor lange zichtlijnen behouden blijven. 3.4.3
Samenvatting
De zienswijze van het Dijklander ziekenhuis heeft betrekking op de parkeergarage aan de noordzijde van het plangebied. 3.4.4
Reactie gemeente
Voor een bewoording van de onderdelen van de zienswijze die betrekking hebben op de parkeergarage aan de noordzijde verwijzen wij naar paragraaf 3.2. 3.4.5
Samenvatting
Het Dijklander ziekenhuis pleit voor het aantrekkelijk maken van het parkeren bij station Kersenboogerd voor met name de forensen (langparkeerders) vanuit de richting Stede Broec en Enkhuizen.
16
3.4.6
Reactie gemeente
Het aantrekkelijk maken van het parkeren bij station Kersenboogerd valt buiten de scope van dit bestemmingsplan. 3.4.7
Samenvatting
Wat betreft de woongebouwen stelt het Dijklander ziekenhuis voor om lager en breder te gaan bouwen. 3.4.8
Reactie gemeente
Het plangebied is maximaal bebouwd waardoor er geen ruimte is om het woningbouwprogramma nog meer te intensiveren en te verbreden. Het is de ambitie om juist in de directe omgeving van het stationsgebied te verdichten conform het vastgestelde stedenbouwkundig plan. 3.4.9
Samenvatting
Het Dijklander ziekenhuis stelt eveneens voor om meer woningen te gaan bouwen in de toekomstige wijk Buiten Stad. 3.4.10 Reactie gemeente De locatie Buiten Stad (Berkhouterweg 11-13) is een stedenbouwkundig plan in ontwikkeling. Het college heeft voor dit gebied een nota van uitgangspunten vastgesteld. Voor de ontwikkeling van de locatie moet rekening worden gehouden met diverse omgevingsrechtelijke aspecten, waaronder de stedenbouwkundige inpasbaarheid, beleidsdoelstellingen en wet- en regelgeving ten aanzien van de leefbaarheid, parkeren en milieuaspecten. Bovendien moet op de locatie ook rekening worden gehouden met enkele voorzieningen en de te verplaatsen supermarkt, die bijdragen aan de doelstellingen om ‘meer stad te worden’. Naar verwachting zullen de plannen ca. 500 tot 600 woningen bevatten. Hiervoor is echter nog geen stedenbouwkundig plan vastgesteld. 3.4.11 Samenvatting Het Dijklander ziekenhuis adviseert dringend om (hoge) woongebouwen op een zo groot mogelijke afstand van het ziekenhuis te plaatsen in verband met geluidsoverlast voor bewoners danwel beperkingen in de bedrijfsactiviteit van het ziekenhuis.
Indien noodzakelijk zullen duidelijke bestemmingsregels moeten worden opgenomen die de geluidruimte van het ziekenhuis waarborgen en aantonen dat sprake kan zijn van een goed akoestisch woon- en leefklimaat 3.4.12 Reactie gemeente In het bestemmingsplan zal een regel worden opgenomen over het geluid ten gevolge van het ziekenhuis waarbij de geluidbelasting van het ziekenhuis zal dienen te worden gerespecteerd. Op de gevel van de geluidgevoelige objecten moet worden aangetoond dat kan worden voldaan aan een geluidsbelasting van 55 dB(A) etmaalwaarde. Hieruit vloeit voort dat aan sommige gevels bij de woningen maatregelen nodig zijn om te kunnen voldoen aan de geluidwaarde. Te denken valt aan maatregelen zoals gebouwgebonden geluidschermen, dubbel te openen geveldelen of afschermende balkonconstructies of akoestisch gelijkwaardige maatregelen. Tevens zal een maatwerkvoorschrift nodig zijn voor het ziekenhuis, waarin de geluidruimte wordt gewaarborgd. Om te kunnen voldoen aan het maatwerkvoorschrift blijkt uit het akoestisch onderzoek van Peutz dat maatregelen nodig zijn ter plaatse van het ziekenhuis, namelijk: a) maatregelen zoals verwoord in tabel 6.1 uit akoestisch onderzoek van Peutz, of akoestisch gelijkwaardige maatregelen, waarmee wordt bereikt dat aan de maximale toelaatbare
17
geluidbelasting van 55 dB(A) op de gevel van de nieuw te bouwen woningen in het plangebied wordt voldaan. b) bij plandeel 2 vanaf een bouwhoogte van 24,5 meter, plandeel 3 vanaf een bouwhoogte van 30 meter en voor plandeel 4 vanaf een bouwhoogte vanaf 22,5 meter (voor locaties verwijzen wij naar het onderzoek van Peutz) een extra maatregel ter plaatse van het ziekenhuis door middel één van de twee onderstaande maatregelen: 1) het verlagen en verlaagd houden van het toerental van de ventilatoren van de koeltoren van 100% naar ten hoogste 80%; 2) plaatsing en geplaatst houden van een geluidscherm aan de zuidzijde en deels aan de oosten westzijde van de koeltorens. De hoogte van het geluidscherm dient 0,5 m hoger te zijn dan de uitmonding van de ventilator. De binnenzijde van het geluidscherm dient geluidabsorberend te worden uitgevoerd. Indien maatregelen onder b) niet mogelijk zijn ter plaatse van het ziekenhuis, kunnen extra gevelmaatregelen bij de woningen getroffen worden. De regels over geluid hoeven geen betrekking te hebben op dove gevels, omdat deze gevels geen te openen delen bevatten en deze gevels niet geluidgevoelig zijn. Deze oplossing is inmiddels ook besproken met het ziekenhuis. Over de maatregelen die ter plaatse van het ziekenhuis worden voorgesteld in het akoestisch onderzoek, vindt een beoordeling plaats door het ziekenhuis zelf.
3.4.13 Conclusie De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan: 1. In de planregels wordt een regeling opgenomen over de geluidbelasting van het ziekenhuis op geluidgevoelige objecten. Geluidgevoelige objecten mogen pas worden gebouwd en in gebruik worden genomen als met akoestisch onderzoek is aangetoond dat op de gevel van de geluidgevoelige objecten kan worden voldaan aan een geluidsbelasting van 55 dB(A) etmaalwaarde ten gevolge van het ziekenhuis aan de Maelsonstraat 3, onder voorwaarde dat een maatwerkvoorschrift moet zijn opgelegd aan het ziekenhuis inhoudende dat de grenswaarde van de geluidbelasting ten gevolge van het ziekenhuis op de gevel van de nieuw te bouwen geluidgevoelige objecten in het plangebied 55 dB(A) etmaalwaarde bedraagt. Deze regels gelden niet ter plaatse van een dove gevel van een geluidgevoelig object. 2. De bouwhoogte van de garage aan de noordoostelijke zijde van het plangebied wordt aangepast naar maximaal 24 meter.
3.5 3.5.1
Zienswijze 3 [Geanonimiseerd] Samenvatting
Indiener maakt bezwaar tegen de bouwhoogte van het gebouw achter het nieuw geplande busstation dat volgens de tekening wel 38 meter hoog kan worden. In Hoorn, rondom de oude stad zou niet hoger gebouwd moeten worden dan maximaal 8 bouwlagen, maximaal ca. 24 meter. Door de bouwhoogte wordt het uitzicht van bewoners van de Toren van Hoorn beperkt en treedt een waardevermindering op van het appartement. 3.5.2
Reactie gemeente
Het is de ambitie om juist in de directe omgeving van het stationsgebied te verdichten conform het vastgestelde stedenbouwkundig plan. Een accent van 38 meter hoogte is passend in deze omgeving. Dit hoogteaccent staat in de 2e lijn tegen de spoorzijde aan. De bouwhoogte loopt zodoende op richting het spoor. Er is op dit moment geen aanleiding om aan te nemen dat sprake is van waardevermindering. Als indiener van mening is dat er sprake is van waardevermindering van zijn woning en deze 18
waardevermindering voor een tegemoetkoming in aanmerking komt, dan staat het indiener vrij om een verzoek om tegemoetkoming in planschade in te dienen. Of er sprake is van planschade en of deze planschade voor een tegemoetkoming in aanmerking komt, wordt beoordeeld in een separate procedure. 3.5.3
Samenvatting
Indiener geeft aan dat hij de zienswijze van de Vereniging Oud Hoorn onderschrijft. 3.5.4
Reactie gemeente
Voor de beantwoording van de zienswijze van de Vereniging Oud Hoorn, verwijzen wij naar zienswijze 1 van deze nota van beantwoording in paragraaf 3.3. 3.5.5
Samenvatting
Indiener noemt het een gemiste kans dat de parkeergarages niet ondergronds gemaakt worden. De nu geplande parkeergarages nemen bijna de helft van het oppervlak in. Indiener wijst op de woningnood en dat er extra woningen bovengronds mogelijk zijn als er ondergronds wordt geparkeerd. 3.5.6
Reactie gemeente
Ondergrondse parkeermogelijkheid is in het bestemmingsplan toegestaan bij de aanduiding ‘overige zone-parkeren ondergronds’. In het stedenbouwkundig plan van 4 november 2020 welke als bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan is gevoegd, is aangegeven dat de parkeervoorziening vormgegeven is in een ondergronds én een bovengronds deel. Het streven is om het aandeel ondergronds zo groot mogelijk te maken. Aangegeven is dat dit een belangrijk aandachtspunt is bij de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan. Daarbij moet een balans worden gezocht tussen ruimtebeslag, functionaliteit (comfort en sociale veiligheid) en kosten. In de doorontwikkeling van het stedenbouwkundig plan van 4 december 2021 dat eveneens als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd, is aangegeven dat binnen de aangeduide zone aan de oostelijke zijde ondergrondse voorzieningen zijn gepland en dat aan de westelijke zijde dit verder onderzocht wordt. Tijdens de raadsvergadering op 8 februari 2022 heeft de raad via een motie gevraagd om een second opinion naar een aantal onderdelen van de Poort van Hoorn.
Het ging onder meer om de kosten (en opbrengsten) van meer of geheel ondergronds parkeren in het stationsgebied, de mogelijkheden om meer woningen toe te voegen met een lagere parkeernorm en een aantal stedenbouwkundige elementen, zoals de optie om woningen op het busstation te bouwen en het gebouw in StationsgebiedZuid. Tijdens de raadsvergadering werd afgesproken dat het om een 'quick scan’ zou gaan en niet om een verdiepend herhalend onderzoek. Deze second opinion is uitgevoerd en de uitkomsten zijn op 16 september 2022 gedeeld met de raad. De conclusie van deze second opinion over ondergronds parkeren is kortweg dat meer of volledig ondergronds parkeren in het stationsgebied niet dekkend te financieren is met meeropbrengsten van woningbouw. Het zou een groot financieel tekort opleveren met grote negatieve gevolgen voor de haalbaarheid van de planvorming. Om deze reden houden wij vast aan de mogelijkheid in het bestemmingsplan om parkeren bovengronds te realiseren. Hierbij geldt dat ondergronds parkeren nog steeds mogelijk is, maar dat niet de gehele parkeerbehoefte ondergronds kan worden opgelost. 3.5.7
Samenvatting
Indiener uit zijn beklag over het reactieformulier op de website waarbij hij werd verzocht een BSNnummer op te geven. Indiener wijst op privacy en veiligheid. 3.5.8
Reactie gemeente
In de officiële bekendmaking van het ontwerpbestemmingsplan die op 17 februari 2022 in het Gemeenteblad en het Hoorns Nieuwsblad is geplaatst, is aangegeven dat iedereen in de gelegenheid 19
wordt gesteld om een zienswijze in te dienen en op welke wijze dit kan plaatsvinden. Aangegeven is dat dit op de volgende wijzen mogelijk is: - schriftelijk aan de gemeenteraad van Hoorn, Postbus 603, 1620 AR Hoorn; - mondeling, na afspraak met de betreffende ambtenaar van het team Ruimtelijke Ontwikkeling van de gemeente Hoorn, tel. (0229) 252200. Het webformulier op de website van Hoorn is inmiddels aangepast. Het invullen van het BSN-nummer is daaruit geschrapt. 3.5.9
Conclusie
De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Deze zijn uiteengezet in paragraaf 3.1.
3.6 3.6.1
Zienswijze 4 [Geanonimiseerd] Samenvatting
De zienswijze van indiener heeft betrekking op het gebied met de bestemming ‘Gemengd’ naast het appartementencomplex aan de Stationsweg en de verkeersveiligheid van de doorgaande weg. 3.6.2