Bijlage 2 - Kamerbrief ‘Samen aan de slag voor een vaardig Nederland 2020-2024’
Tekst van het document
2024
Budget voor opleidingen taal, 60,356 rekenen en digitale vaardigheden (WEB-gelden) Impulsbudget SZW, VWS, BZK en OCW25
60,356
60,356
60,356
60,356
Landelijke impuls nieuwe methoden om meer mensen te bereiken (maatregel 1) Bestuursafspraken en extra budget voor gemeenten (maatregel 2/3) Landelijk ondersteuningsprogramma laaggeletterdheid (maatregel 4) Werkgeversaanpak (maatregel 5)
1,5
1,5
1,5
1
1
5
5,5
6,05
6,65
7,3
8,05
7,55
7,0
6,4
5,75
3
3
3
3,5
3,5
Generieke inzet op leesbevordering & leesplezier26 (maatregel 6a, 6c) Specifieke inzet voor laagtaalvaardige gezinnen (maatregel 6b, 6d, 6e) Kwaliteitsverbetering / certificering Taalhuizen (maatregel 7) Onafhankelijk expertisepunt, inclusief monitor bereik (maatregel 8/9) Experimenten (maatregel 10)
2,85
2,85
2,85
2,85
2,85
2
2
2
2,5
2,5
0,5
0,5
0,5
-
-
0,65
1
1
1
1
0,7
0,35
0,35
0,35
0,35
Landelijk programma overig en communicatie
0,6
0,6
0,6
0,6
0,6
Totaal27
24,85
24,85
24,85
24,85
24,85
Structureel budget volwasseneneducatie
25
De impulsbijdragen van de departementen zijn voor de periode 2020-2024 vastgelegd en als volgt opgebouwd: SZW: € 5 miljoen/jaar, VWS: € 2 miljoen/jaar, BZK: € 2 miljoen/jaar OCW: € 15,85 miljoen/jaar, waarvan € 12 miljoen via de MBO-begroting (artikel 4), € 3,35 miljoen via Cultuur (artikel 14) en € 0,5 miljoen via Emancipatie (artikel 25). Van dit bedrag is € 14,85 miljoen structureel, dus niet beperkt tot de looptijd van dit programma. 26 De activiteiten in dit kader, zoals de programma’s BoekStart en de Bibliotheek op school, zijn beschikbaar voor alle kinderen, niet alleen voor de doelgroep laagtaalvaardige gezinnen. 27 De genoemde bedragen zijn exclusief incidentele projectgeleden vanuit Europese programma’s die binnen het kader van Tel mee met Taal worden uitgevoerd. Ook de jaarlijkse EU-bijdrage aan OCW voor pilots, communicatie, onderzoek en coördinatie op het gebied van volwassenenonderwijs (circa € 150.000) is niet meegenomen. Pagina 22 van 28
Bijlage 2 – Overzicht maatregelen en subdoelstellingen28 Maatregel 1. Landelijke investering in het ontwikkelen en uitproberen van nieuwe methoden om (meer) mensen te bereiken, specifiek onder de NT1 doelgroep. 2. Bestuursafspraken Basisvaardigheden
3.
Extra budget voor gemeenten
4.
Nieuw landelijk ondersteuningsprogramma laaggeletterdheid
5.
Extra investering in taalscholing op de
Onze referentie 1479729
Subdoelstellingen A) 200 extra taalambassadeurs opleiden om deelnemers te werven en organisaties bewust te maken van het belang van toegankelijke dienstverlening. B) 1.000.000 mensen met lage basisvaardigheden bereiken via directe communicatie. A) Het IBP wordt voor 1 oktober 2019 aangevuld met concrete, gedetailleerde afspraken over de samenwerking tussen Rijk en gemeenten op het terrein van laaggeletterdheid. B) Uiterlijk eind 2024 zijn gemeenten in staat regie te voeren op de aanpak van laaggeletterdheid. A) Het aantal bereikte deelnemers door gemeenten groeit jaarlijks tussen 2021 en 2024, na een 0-meting in 2020.29 B) Gemeenten werken toe naar een aantoonbaar evenwichtiger bereik onder de verschillende doelgroepen, in het bijzonder mensen met Nederlands als moedertaal. C) In elke arbeidsmarktregio bestaat een aanbod van formele én non-formele opleidingen volwasseneneducatie gericht op taal, rekenen én digitale vaardigheden. A) Tussen 2020 en 2024 groeien met hulp van het landelijk ondersteuningsprogramma: i. Het aantal gemeenten met een duurzame, integrale aanpak van laaggeletterdheid (naar 250; ii. Het aantal organisaties dat het Taalakkoord Werkgevers heeft getekend naar 500; iii. Het aantal organisaties dat cursisten werft, traint of ondersteunt naar 2000. A) Tussen 2020 en 2024 worden in totaal 30.000 werknemers bereikt met
Deze subdoelstellingen zijn indicatief en kunnen nog worden bijgesteld op basis van voortschrijdend inzicht uit onderzoeken en/of nader overleg met betrokken stakeholders. 29 Hoeveel groei in het bereik op jaarbasis wenselijk en haalbaar is, zal worden bepaald op basis van de nulmeting. 28
Pagina 23 van 28
werkvloer
6.
Landelijk ondersteuningsprogramma leesbevordering voor laagtaalvaardige gezinnen en preventie van achterstanden.
7.
Certificeren van taalhuizen en inzichtelijk maken van de kwaliteit van de educatieve dienstverlening
8.
Nieuw landelijk expertisepunt basisvaardigheden
9.
Nieuwe landelijke monitor
taalscholing op de werkvloer. B) Tenminste 1000 verschillende werkgevers investeren gedurende de programmaperiode in cursussen basisvaardigheden voor hun medewerkers. A) Alle openbare bibliotheekorganisaties richten zich op ouders met jonge kinderen met een educatieve gezinsaanpak, waarbij 75% van de openbare bibliotheekorganisaties een educatieve dienstverlening heeft specifiek gericht op laagtaalvaardige gezinnen. B) Alle openbare bibliotheekorganisaties werken samen met basisscholen in hun werkgebied aan een kwalitatief goede (digitale) educatieve dienstverlening, zoals bijvoorbeeld een schoolbibliotheek. C) 90% van de openbare bibliotheekorganisaties werkt samen met middelbare scholen voor een kwalitatief goede educatieve dienstverlening, zoals een schoolbibliotheek. D) 90% van de openbare bibliotheekorganisaties werkt samen met kinderopvanginstellingen voor een kwalitatief goede educatieve dienstverlening. E) 25.000 laagtaalvaardige ouders worden bereikt met taal- en leesactiviteiten die bijdragen aan het bevorderen van een educatieve thuisomgeving voor kinderen. A) De kwaliteit van aanbieders wordt onderling vergelijkbaar gemaakt en openbaar beschikbaar. B) Tenminste 200 taalhuizen worden gecertificeerd door de Certificeringsorganisatie Bibliotheekwerk, Cultuur en Taal.
C) Alle openbare bibliotheekorganisaties zijn gecertificeerd op de kwaliteit van de educatieve dienstverlening voor jeugd (binnen kinderopvang- en onderwijsinstellingen) en volwassenen (via cursusaanbieders). A) Vanaf 2020 wordt nieuwe kennis en expertise vraaggestuurd en in samenhang ontwikkeld en gedeeld door alle betrokken partijen.
Onze referentie 1479729
A) In alle arbeidsmarktregio's wordt het Pagina 24 van 28
basisvaardigheden
10. Lerende aanpak: ruimte voor experimenten
bereik en effect van de aanpak van laaggeletterdheid op vergelijkbare wijze periodiek in kaart gebracht, met oog voor de grote diversiteit aan deelnemers en ondersteuningsaanbod. A) Er worden tussen 2020-2024 jaarlijks minstens 2 experimenten ondersteund.
Onze referentie 1479729
Pagina 25 van 28
Bijlage 3: Eindevaluatie Tel mee met Taal en totstandkoming van de vervolgaanpak
Onze referentie 1479729
Eindevaluatie Tel mee met Taal Het programma Tel mee met Taal is in 2016 van start gegaan. Eind 2017 ontving u de eerste resultaten in een tussenevaluatie. Inmiddels hebben de onderzoeksbureaus Ecorys en Verwey Joncker een tweede (en laatste) meetmoment gedaan. Hieruit blijkt dat het programma aan de verwachtingen heeft voldaan en op diverse onderdelen de doelstellingen heeft overtroffen. De resultaten zijn terug te lezen in het rapport dat wordt meegezonden met deze brief. De conclusies van de eindevaluatie per onderzoeksvraag luiden als volgt30:
1. Zijn de beoogde resultaten van de verschillende actielijnen bereikt in de periode 2016 tot en met 2018? Het programma Tel mee met Taal is succesvol geweest in het behalen van de beoogde resultaten en de geformuleerde ambities. Bijna alle actielijnen hebben de kwantitatieve ambities behaald. 2. Zijn de hoofddoelstellingen en kwantitatieve subdoelstellingen van het actieprogramma Tel mee met Taal bereikt in de periode 2016 tot en met 2018? De eerste hoofddoelstelling van het programma is dat de aanpak van laaggeletterdheid gericht is op het verhogen van de zelfredzaamheid, participatie en/of ontwikkelingsmogelijkheden van mensen die hierin worden geremd vanwege beperkte taal-, reken-, en digitale vaardigheden. De aanpak in de verschillende actielijnen richt zich expliciet op de genoemde aspecten. Daarmee is hoofddoelstelling 1 bereikt. De tweede hoofddoelstelling van het programma is dat in elke arbeidsmarktregio tussen gemeenten en lokale partners een duurzame samenwerking tot stand komt om laaggeletterdheid te voorkomen en aan te pakken. De infrastructuur van Tel mee met Taal heeft geleid tot een sterke impuls in de samenwerking tussen partijen. Bestaande samenwerkingen zijn verder uitgebouwd en nieuwe partijen zijn aangehaakt. Om de samenwerking duurzaam te verankeren wordt er vooral naar de rol van gemeenten gekeken. 3.
Hoe zijn de verschillende Actielijnen met elkaar verbonden? Hoe dragen deze verbindingen bij aan het behalen van de hoofddoelstellingen? De actielijnen zijn onderling niet altijd even duidelijk met elkaar verbonden. Doordat de actielijnen werken met verschillende doelstellingen die zich niet richten op elkaars
30
Zie evaluatierapport, pag. 75-76 Pagina 26 van 28
werkveld, is de verbinding niet vanzelfsprekend. Vooral verbinding tussen actielijnen 1 en 2
Onze referentie 1479729
is zichtbaar. Daarnaast heeft actielijn 4 projecten die aansluiten bij alle actielijnen. Vooral voor het creëren van een duurzame samenwerking is de aansluiting tussen de actielijnen van belang. 4. Hoe zijn de preventieve en curatieve programmaonderdelen met elkaar verbonden? Hoe dragen deze verbindingen bij aan het behalen van de hoofddoelstellingen? Het blijkt dat het niet makkelijk is de verbinding te maken tussen preventie en curatie. Verschillende mensen en teams binnen de bibliotheek zijn met preventie óf curatie bezig, maar echte samenwerking vindt weinig plaats. Het zijn soms nog echt twee gescheiden werelden. Er moeten dus nog stappen gezet werden om de verbinding te maken. De verbinding wordt wel belangrijk gevonden, omdat men inziet dat je ook via de kinderen (preventie) de ouders (curatie) kunt bereiken. Ook de organisatiestructuren binnen het programma Tel mee met Taal dragen bij aan het gescheiden houden van preventie- en curatie-onderdelen. Curatie van laaggeletterdheid is bijvoorbeeld vooral het werkveld van Stichting Lezen & Schrijven en vindt plaats via taalnetwerken (en bijbehorende Taalhuizen), terwijl preventie van laaggeletterdheid vooral in het werkveld van de bibliotheken en Stichting Lezen ligt. Preventie van laaggeletterdheid is doorgaans niet opgenomen als onderdeel van de regionale taalakkoorden.
(Overigens lijkt er grotendeels wel afstemming plaats te vinden tussen de twee domeinen.)
Totstandkoming vervolgaanpak Om de vervolgaanpak vorm te geven, hebben we zoveel mogelijk relevante partijen gevraagd om mee te denken. Denk hierbij aan laaggeletterden zelf, roc’s, bibliotheken, gemeenten, werkgevers en welzijnsorganisaties. In juni 2018 zijn in dat kader Dialoogdagen geweest. De minister van OCW heeft dd. 17 oktober 2018 de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van deze dagen.31 De deelnemers aan de Dialoogdagen gaven aan dat de toegenomen aandacht voor het thema laaggeletterdheid een positieve impact heeft gehad. Na de Dialoogdagen is in het najaar van 2018 met verschillende experts doorgepraat om tot concrete oplossingsrichtingen te komen. Thema’s die aan bod kwamen waren 1) beter bereiken van de doelgroep, 2) meer inzicht in bereik en impact van trajecten basisvaardigheden en 3) verbetering van de kwaliteit van trajecten basisvaardigheden. Ook is concreet met stakeholders besproken hoe werkgevers betrokken kunnen worden, hoe de verbinding met het sociaal domein verder versterkt kan worden en hoe een samenhangende gezinsaanpak vorm kan krijgen. Tijdens het Tel mee met Taal Festival op 19 november hebben circa 80 personen meegedacht over nieuwe oplossingsrichtingen en via een interactieve stemming hun mening gegeven over een aantal concrete ideeën. Verder is in
31
Kamerstukken II 2017/18, 28760, nr. 83. Pagina 27 van 28
januari en februari over (elementen uit) deze brief gesproken met o.a. de VNG, enkele gemeenten, de MBO Raad, Stichting ABC, de (leden van de) Stichting van de Arbeid, Stichting Lezen, Stichting Lezen & Schrijven, de KB, het UWV en Divosa.
Onze referentie 1479729
Pagina 28 van 28