Bijlage 2 - Kamerbrief ‘Samen aan de slag voor een vaardig Nederland 2020-2024’
Tekst van het document
>Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG ..
Middelbaar Beroepsonderwijs Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl Onze referentie 1479729
Datum
18 maart 2019
Betreft
Samen aan de slag voor een vaardig Nederland: vervolgaanpak laaggeletterdheid 2020 – 2024
Introductie Mensen hebben te maken met taal, rekenen en digitalisering in allerlei dagelijkse activiteiten. Bijvoorbeeld als zij boodschappen doen, sociale media gebruiken of aan het werk zijn. Maar niet iedereen gaat dit even gemakkelijk af. In Nederland hebben 1,3 miljoen mensen tussen de 16 en 65 jaar moeite met de Nederlandse taal. Hun niveau ligt onder het eindniveau van het vmbo (onder referentieniveau 2F). Volgens een schatting van de Algemene Rekenkamer gaat het om een nog grotere groep, namelijk ruim 2,5 miljoen mensen, wanneer ook 65-plussers en mensen met lage rekenvaardigheden worden meegeteld. Een groot deel van deze groep heeft bovendien beperkte digitale vaardigheden. Het tekort aan deze basisvaardigheden vormt voor hen een barrière om zelfstandig mee te doen in onze maatschappij, online én offline. Zij ervaren hier dagelijks de gevolgen van: bij het helpen van hun kinderen met schoolwerk, bij het vinden of behouden van werk, bij mobiel bankieren, en bij het communiceren met bijvoorbeeld een wijkverpleegkundige of een medewerker bij het gemeenteloket. Snelle ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in onze samenleving stellen hun aanpassingsvermogen extra op de proef. De eisen die worden gesteld aan de vaardigheden van mensen worden steeds hoger en digitalisering maakt de samenleving voor sommigen complexer.
Een groeiend aantal mensen verliest de aansluiting met deze veranderingen. Dit heeft niet alleen gevolgen voor hun zelfvertrouwen, hun financiën en gezondheid, maar ook voor hun omgeving: familie en vrienden, werkgevers, docenten, huisartsen en apothekers, schuldhulpverleners, jobcoaches en vele anderen, binnen én buiten de overheid. Zij kunnen niet altijd, of niet direct, de juiste ondersteuning bieden. Wij, de ministers van OCW en VWS en de staatssecretarissen van SZW en BZK, voelen daarom de urgentie om stevig in te zetten op een vaardiger Nederland. We staan voor een samenleving waarin iedereen mee kan doen: praktisch en theoretisch geschoold, jong en oud, met en zonder migratie-achtergrond. Taal, rekenen en digitale vaardigheden zijn hiervoor onmisbaar. Het Kabinet investeert daarom, mede dankzij de in het Regeerakkoord opgenomen structurele extra investering van € 5 miljoen per jaar, de komende Pagina 1 van 28
vijf jaar bijna € 125 miljoen in maatregelen voor de aanpak van laaggeletterdheid bij volwassenen en leesbevordering en taalstimulering bij kinderen. 1 2 Dit is een aanvulling op het structurele budget voor volwasseneneducatie dat gemeenten ontvangen (€ 60,4 miljoen per jaar). In totaal besteden we zodoende tot en met 2024 ruim 425 miljoen euro aan het verbeteren van de vaardigheden van de mensen die nu kansen missen om mee te doen in onze samenleving.
Onze referentie 1479729
Samen aan de slag De urgentie om te investeren in een vaardiger Nederland wordt breed gedeeld. We trekken samen op met onder andere gemeenten, werkgevers, bibliotheken, vertegenwoordigers van de doelgroep en tal van maatschappelijke organisaties. Met gemeenten hebben we vorig jaar in het Interbestuurlijk Programma (2018) al afgesproken om samen te investeren in het verbeteren van de basisvaardigheden van mensen die door gemeenten worden bereikt via het sociaal domein, onderwijs of werk & inkomen. Daarnaast hebben we in aanloop naar de totstandkoming van onze aanpak gesproken met vele betrokkenen, experts en met de doelgroep zelf. [bijlage 3] Bij de uitwerking van de maatregelen in deze brief zullen we bovendien een tweetal adviezen betrekken met aanbevelingen voor een effectievere aanpak. Deze adviezen verschijnen later dit voorjaar. Zo zal de Sociaal-Economische Raad (SER), mede op verzoek van werkgevers, advies uitbrengen over het beter bereiken van de verschillende doelgroepen. Daarnaast zullen de Raad voor Cultuur en Onderwijsraad adviseren over het vergroten van leesmotivatie en leesplezier onder Nederlandse kinderen en jongeren als middel om problemen met taal op latere leeftijd te helpen voorkomen. We zijn ervan overtuigd dat onze inzet en investeringen niet alleen in het belang zijn van de doelgroep en hun omgeving, maar van ons allemaal.
Investeringen in basisvaardigheden verdienen zich namelijk terug.3 Werkgevers profiteren bijvoorbeeld van medewerkers die veiligheidsinstructies beter kunnen opvolgen en duurzaam inzetbaar zijn. Gemeenten merken dat hun brieven beter worden gelezen, en docenten kunnen gemakkelijker communiceren met de ouders van leerlingen. In deze brief vertellen we wat we willen bereiken en hoe we dat willen realiseren. Relevante moties Hiermee geven we uitvoering aan een aantal moties van uw Kamer die verband houden met het voorkomen en verminderen van laaggeletterdheid. Dit zijn de
1
In deze brief spreken we over laaggeletterdheid wanneer de taal- en/of rekenvaardigheid van een volwassene zich bevindt onder het niveau van een startkwalificatie. Dit is het eindniveau van mbo-niveau 2. Laaggeletterdheid hangt vaak nauw samen met beperkte digitale vaardigheden. In onze aanpak van laaggeletterdheid richten we ons daarom op de vaardigheden taal, rekenen en digitale vaardigheden in samenhang. 2 De extra investering bestaat uit bijdragen van de ministeries van OCW, SZW, VWS en BZK die samen optellen tot € 24,8 miljoen per jaar. Dit is € 7 miljoen méér dan beschikbaar was voor het vorige landelijke programma (2016-2019), en is het gevolg van de structurele intensivering van € 5 miljoen per jaar uit het Regeerakkoord en een nieuwe bijdrage van € 2 miljoen per jaar voor de looptijd van dit programma van BZK ter bevordering van digitale vaardigheden. 3 PWC (2018) Maatschappelijke kosten van laaggeletterdheid zijn 1 miljard Pagina 2 van 28
moties van het lid Wiersma, die vragen om aan te sluiten bij de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer uit 2016 en om de leeropbrengsten van cursussen beter in beeld te brengen4; de motie Kuik over het bereiken van autochtone laaggeletterden5; de motie Moorlag over het ondersteunen van mensen met weinig digitale vaardigheden samen met gemeenten en andere organisaties; de motie Van den Hul-Diertens over het stimuleren van deelname aan een leven lang ontwikkelen voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt6 en de motie SegersVan Dijk over activiteiten die bijdragen aan de integratie van arbeidsmigranten.7 Ook komen we terug op de motie Asante/Van Meenen over het vergroten van het bereik van de aanpak van laaggeletterdheid en de motie Asscher over het vergroten van het aantal schoolbibliotheken.8 9
Onze referentie 1479729
Leeswijzer In deze brief leggen we de nadruk op het verbeteren van de basisvaardigheden van volwassenen. Maar we zijn ons ten volle bewust van het feit dat dit slechts één element is binnen een brede agenda voor een samenleving waarin iedereen voldoende vaardigheden heeft om mee te kunnen doen. Dat begint al op jonge leeftijd in de voor- en vroegschoolse educatie en in het reguliere onderwijs. We trekken daarom nauw op met onderwijspartijen om achterstanden zoveel mogelijk te voorkomen en weg te werken. Met de aanpak in dit programma investeren we bovendien extra in leesbevordering en een educatieve thuisomgeving om achterstanden op latere leeftijd te helpen voorkomen. Onze inzet om de basisvaardigheden van volwassenen te verbeteren, hangt daarnaast samen met het belang van begrijpelijke overheidscommunicatie en toegankelijke dienstverlening in bijvoorbeeld de schuldhulpverlening en gezondheidszorg. [Inspiratiekader 1] Hier zet het Kabinet op in met programma’s zoals de Brede Schuldenaanpak (voor betere schuldhulpverlening), Merkbaar Beter (over begrijpelijke communicatie en toegankelijke digitale dienstverlening) en Onbeperkt Meedoen (voor een drempelloze samenleving voor mensen met een handicap). Ook hebben we de inhoud van deze brief samengevat in extra toegankelijke taal op niveau B1/2F.
[Bijlage 4] Tot slot houdt onze aanpak voor een vaardiger Nederland verband met maatregelen die het Kabinet recent heeft aangekondigd om een leven lang ontwikkelen te stimuleren, de inburgering en integratie te verbeteren en digitale inclusie te bevorderen.10 U bent hier apart over geïnformeerd. Bij de uitwerking
Kamerstukken 28-760, nr. 75 Kamerstukken 28-760, nr. 79 6 Kamerstukken 30-012, nr. 94 4 5
7
Kamerstukken 35000-XV, nr. 24 Kamerstukken 26-643, nr. 562 en Kamerstukken 35-000 VIII, nr. 109 9 Kamerstukken 28-760, nr. 63 10 Over de brede schuldenaanpak en inzet op betere schuldhulpverlening: Kamerbrief: Kamerstukken II, 2017–2018, 24 515, nr. 431 Over de herziening van het inburgeringsstelsel: Kamerstukken II, 2018-2019; 32824, nr. 238. Over digitale inclusie: Kamerstukken: II, vergaderjaar 2018-2019, 26643 nr. 549 en 26643 nr. 583 Over een Leven Lang Ontwikkelen: Kamerstukken II, 2018-2019; 30012, nr. 94 Kamerbrief: Kamerstukken II, 2018-2019; 30012, nr. 92. 8
Pagina 3 van 28
en uitvoering van deze en al lopende initiatieven trekken we zoveel mogelijk gezamenlijk op.
Onze referentie 1479729
In het vervolg van deze brief komen de volgende onderwerpen aan bod: 1. Terugblik op het huidige programma Tel mee met Taal 2. Ambities & doelstellingen voor de aanpak van basisvaardigheden in de periode 2020-2024: i. Meer mensen bereiken met een aanpak op maat ii. Weten wat werkt: meer inzicht in kwaliteit en effectiviteit iii. Samen aan de slag: méér gemeenten, werkgevers en maatschappelijke organisaties actief: voor kinderen én volwassenen 3. 10 maatregelen voor een vaardiger Nederland Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4.
Financiële paragraaf Overzicht maatregelen en subdoelstellingen Evaluatierapport Tel mee met Taal en toelichting totstandkoming vervolgaanpak Samenvatting op taalniveau 2F/B1 en infographic
NB: Verspreid door deze brief vindt u ook negen voorbeelden van organisaties, werkwijzen of aanpakken die ons de afgelopen jaren opvielen of inspireerden. Zij geven kleur aan de beweging voor een vaardiger Nederland die we de komende jaren met alle betrokken partijen gezamenlijk willen vormen.
Inspiratiekader 1: Lezen ≠ Begrijpen De Kredietbank Nederland en gerechtsdeurwaarders- en incassobureau Syncasso constateerden twee jaar geleden dat een groot deel van hun klanten niet op hun brieven en aanmaningen reageerde. Geregeld vroegen cliënten hen om een mondelinge toelichting op de papieren stukken. Doordat deze mensen brieven en e-mails niet begrepen, liepen zij belangrijke informatie misen werden hun problemen vaak groter. Met het project Lezen ≠ Begrijpen hebben de Kredietbank en Syncasso, samen met de Rijksuniversiteit Groningen en Stichting Lezen & Schrijven onderzocht hoeveel van de mensen met financiële problemen moeite hebben met lezen en schrijven. Dit bleek 50,3% te zijn. Vervolgens hebben ze samen met taalambassadeurs oplossingen bedacht zoals aangepaste brieven. Door gebruik te maken van eenvoudige taal en illustraties begrijpen de klanten die een brief ontvangen veel beter wat er van hen verwacht wordt en welke stappen ze kunnen ondernemen, bijvoorbeeld om een betalingsregeling te treffen.
Pagina 4 van 28
1. Terugblik huidig programma Tel mee met Taal
Onze referentie 1479729
In de afgelopen jaren zijn, mede dankzij de investeringen vanuit het huidige programma “Tel mee met Taal”, belangrijke stappen gezet om ervoor te zorgen dat taal, rekenen en digitale vaardigheden voor mensen geen obstakel vormen, maar juist kansen bieden om volwaardig mee te doen. Honderden organisaties zijn aan de slag gegaan met het voorkomen en verminderen van laaggeletterdheid, vaak geholpen en geïnspireerd door experts van bijvoorbeeld de Stichting Lezen & Schrijven. In bijna elke gemeente is wel een taalhuis of taalpunt opgericht. Mensen die moeite hebben met basisvaardigheden kunnen hier informatie krijgen over het beschikbare aanbod in hun wijk, stad of dorp en kunnen direct oefenen met lezen, schrijven, rekenen en omgaan met de computer. Lokale partners zoals het UWV of de schuldhulpverlening kunnen mensen doorverwijzen naar een taalhuis om een intake te doen en vrijwilligers worden er getraind. [Inspiratiekader 2] Mede dankzij de inzet van meer dan 20.000 taalvrijwilligers hebben we de afgelopen jaren een forse toename gezien in laagdrempelig lesaanbod. Op landelijk niveau is de aanpak van laaggeletterdheid door de samenwerking tussen verschillende ministeries bovendien meer gerelateerd aan (arbeid)participatie, zelfredzaamheid en gezondheid(-vaardigheden).
Ook is veel aandacht geweest voor het stimuleren van leesplezier bij kinderen en het voorkomen en tegengaan van laaggeletterdheid die van generatie op generatie wordt overgedragen. Samen met de Stichting Lezen en de Koninklijke Bibliotheek hebben bibliotheken hard gewerkt aan een infrastructuur voor schoolbibliotheken en zoeken zij steeds meer de samenwerking met partners in de jeugdgezondheidszorg en kinderopvang. De hoofddoelstellingen van het huidige programma “Tel mee met Taal” zijn behaald.11 De eindevaluatie is als bijlage 3 bij deze brief gevoegd. Ondanks deze goede resultaten is er nog een hoop te winnen. Zoals de minister van OCW al schreef in haar kamerbrief over de Dialoogdagen Laaggeletterdheid wordt een groot deel van de mensen met lage basisvaardigheden nog onvoldoende bereikt, vooral de groep met Nederlands als eerste taal.12 Uit een onderzoek van Regioplan (2017) bleek bovendien dat in nog maar een deel van de gemeenten de aanpak van laaggeletterdheid een stevig onderdeel is binnen het participatiebeleid en de inzet in het sociaal domein.13 Dit wordt bevestigd in de evaluatie van Ecorys. [bijlage 3] Daarnaast is het aantal werkgevers dat zich heeft gecommitteerd aan investeringen in de basisvaardigheden van hun personeel, ondanks een stijging in de afgelopen jaren, nog relatief bescheiden.
Ook de kwaliteit van het ondersteuningsaanbod, zowel bij de preventieve aanpak als bij het tegengaan van achterstanden op latere leeftijd, vergt aandacht, zodat de impact en effectiviteit van het aanbod verder kunnen verbeteren. Daarnaast is meer inzicht nodig in wat trajecten om basisvaardigheden te verbeteren
Zie bijlage 3: eindevaluatie Tel mee met Taal en de tussenrapportage 2017, Kamerstukken 28-760, nr. 69 12 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2018/10/15/kamerbrief-overuitkomsten-dialoogdagen-vervolgaanpak-laaggeletterdheid 13 Regioplan (2017) Evaluatie wetswijziging volwasseneneducatie 11
Pagina 5 van 28
opleveren voor deelnemers, ook op langere termijn.14 Met de motie Wiersma heeft uw Kamer hier terecht aandacht voor gevraagd.15 Op dit moment is bovendien nog geen landelijk beeld te geven van de deelname aan lesaanbod en ondersteuningstrajecten omdat gemeenten en aanbieders deze gegevens niet allemaal systematisch bijhouden. Verder bestaat er geen centraal toezicht of kwaliteitskader voor het non-formele, niet-diplomagerichte aanbod, terwijl dit type inmiddels het meeste voorkomt.16
Onze referentie 1479729
Tot slot is het huidige programma “Tel mee met Taal” vooral gericht geweest op het verhogen van taalvaardigheden en minder op rekenvaardigheden en digitale vaardigheden. Dat was een bewuste keuze omdat taalvaardigheid voor veel laaggeletterden de basis is voor bijvoorbeeld maatschappelijke participatie, ouderbetrokkenheid, gezond leven en duurzame inzetbaarheid. We hebben echter ook geconstateerd dat een deel van de mensen met lage basisvaardigheden (vooral de groep die in Nederland is geboren en hier naar school is gegaan) een hoge drempel ervaart om aan een taaltraject te beginnen.17 Voor deze groep vormen digitale vaardigheden vaak de eerste stap om aan de slag te gaan met gerelateerde vaardigheden. Digitale vaardigheden zijn namelijk snel praktisch toepasbaar. Mensen ervaren bovendien minder schaamte om een cursus digitale vaardigheden te volgen dan om zich aan te melden voor een cursus taal of rekenen. Leren omgaan met apps, websites en elektronische hulpmiddelen kan zo obstakels en onzekerheid helpen wegnemen en soms zelfs de leermotivatie helpen verbeteren. Hier komt bij dat digitale vaardigheden in de huidige samenleving onmisbaar zijn geworden om mee te kunnen blijven doen. Om de verbreding van de aanpak van laaggeletterdheid naar digitale vaardigheden te versnellen, draagt ook het ministerie van BZK inhoudelijk en financieel bij aan dit programma.
Deelnemers aan lesaanbod waarbij Stichting Lezen & Schrijven een rol speelt (bijvoorbeeld door het ter beschikking stellen van lesmaterialen of getrainde vrijwilligers) worden sinds 2012 door de Universiteit Maastricht gemonitord op leesvaardigheid en sociale inclusie. Circa 70 % van de deelnemers ervaart na circa zes maanden betere taalvaardigheden, 60 % verbetert de leesvaardigheid. Daarbuiten is nog weinig monitoring gedaan. 15 Kamerstukken 28-760, nr. 75 16 In de Wet Educatie Beroepsonderwijs wordt onderscheid gemaakt tussen formeel aanbod en informeel aanbod. Het formele aanbod is diplomagericht en wordt verzorgd door aanbieders die diploma-erkenning hebben aangevraagd bij DUO en onder toezicht staan van de Inspectie. Al het andere aanbod is informeel. Dit kan dus klassikaal onderwijs in groepen zijn verzorgd door een roc of commerciële aanbieders zonder diploma-erkenning, maar ook laagdrempelig aanbod in een buurthuis of bibliotheek waarbij vrijwilligers de ondersteuning verzorgen. In de praktijk van gemeenten wordt het onderscheid tussen formeel en informeel aanbod soms op een andere manier geduid.
Formeel aanbod wordt daarbij gezien als alle vormen van klassikaal aanbod (verzorgd door aanbieders mét of zonder diploma-erkenning) gericht op niveauverhoging, terwijl non-formeel aanbod wordt gezien als laagdrempelig aanbod dat in eerste instantie is gericht op sociale inclusie, zelfredzaamheid en participatie. In deze brief houden wij het onderscheid aan zoals in de WEB is bedoeld. 17 Dit kan te maken hebben met schaamte of negatieve schoolervaringen, met het feit dat zij in hun dagelijks leven redelijk goed meekomen ondanks relatief beperkte schrijf- en leesvaardigheid of met persoonlijke omstandigheden. 14
Pagina 6 van 28
Inspiratiekader 2: Digi-Taalhuis West Maas en Waal Het Digi-Taalhuis West Maas en Waal in Gelderland is tot stand gekomen door een samenwerkingsverband van zeven zeer actieve partijen. Naast het ROC en de bibliotheek zijn bijvoorbeeld ook de GGD en de Werkcoöperatie West Maas en Waal betrokken. De gemeente financiert het taalhuis en ondersteunt de kwaliteitsborging. De deelnemende partners werken aan een plan om cursisten te vinden via nieuwe organisaties in het verenigingsleven en organisaties in het sociaal domein. Het Digi-Taalhuis is niet alleen een fysieke plek in de bibliotheek waar alle basisvaardigheden kunnen worden geoefend, maar bestaat sinds 2018 ook als mobiele variant: met subsidie van de provincie Gelderland is een rijdend DigiTaalhuis ontwikkeld voor de kleinere dorpskernen. 2.
Onze referentie 1479729
Ambities en doelstellingen: dit willen we bereiken
De komende jaren willen we, samen met alle betrokken partijen, een merkbare slag maken richting een vaardiger Nederland. De aanpak van laaggeletterdheid is complex en vereist een lange adem. We kiezen daarom voor een brede, ambitieuze aanpak en een verlenging van het landelijke Tel mee met Taal programma voor vijf jaar. Hiermee willen we drie doelstellingen bereiken. Deze lichten we hieronder toe. Doelstelling 1: Méér mensen bereiken met een aanbod op maat, vooral de groep met Nederlands als moedertaal We willen dat het bereik aantoonbaar groeit, in het bijzonder onder de groep met Nederlands als eerste taal. De deelnemers aan lesaanbod vormen een betere afspiegeling van de samenstelling van de doelgroep als geheel. In het aanbod wordt aantoonbaar gedifferentieerd naar (leer)behoefte en doelgroep en wordt maatwerk geleverd. Met de motie Asante-Van Meenen heeft de Kamer terecht aandacht gevraagd voor het bereik van de aanpak van laaggeletterdheid. De groei van het bereik in de afgelopen jaren is vooral toe te schrijven geweest aan een toename van deelnemers waarvan Nederlands niet de eerste taal is. Dit noemen we de NT2doelgroep. Zij leren Nederlands dus als tweede taal. De mensen met Nederlands als eerste taal (NT1) worden echter te weinig bereikt.
Gemeenten, werkgevers en hun partners zullen niet de hele groep van 2,5 miljoen mensen (waarvan circa 65 % NT1) kunnen bedienen, daar moeten we realistisch in zijn. Een deel van deze groep redt zich voldoende, soms met hulp van vrienden of familie, en is niet goed te motiveren of ervaart zelf (nog) geen problemen. Een ander deel heeft een beperkt leervermogen of is nog niet toe aan ondersteuning.
Pagina 7 van 28
Voor de mensen die wél bereikt kunnen worden, willen we ondersteuning bieden die beter aansluit op hun persoonlijke situatie en behoeften. [Inspiratiekader 3] Dergelijk maatwerk vereist ook aandacht voor genderspecifieke behoeften. Daarom wordt de komende jaren door OCW, vanuit de Emancipatiebegroting, jaarlijks € 0,5 miljoen extra ter beschikking gesteld. 18
Onze referentie 1479729
Laaggeletterden zijn namelijk geen homogene groep. De één heeft het meeste baat bij een taaltraject op het werk, de ander volgt liever na werktijd een cursus digitale vaardigheden in de bibliotheek. En weer een ander wil eerst geholpen worden met het op orde krijgen van zijn of haar financiën voordat ander lesaanbod tot de mogelijkheden behoort. Belangrijk is om voor elke potentiële cursist zoveel mogelijk barrières weg te nemen. Daarbij moeten we ook accepteren dat het beheersen van taal- en rekenvaardigheden op het niveau van een startkwalificatie niet voor iedereen haalbaar is. Dit zien we ook duidelijk terug in de groep taalambassadeurs. Zij hebben hun zelfvertrouwen en zelfredzaamheid flink vergroot door deelname aan lesaanbod, maar blijken (zelfs na vijf tot tien jaar scholing) nog niet het niveau 2F te hebben bereikt.
Inspiratiekader 3: Aanpak op maat in Almere Prago is een speciale school voor mensen vanaf 18 jaar die moeite hebben met leren en niet te recht kunnen bij het reguliere onderwijs. De cursisten van Prago zijn laagopgeleide en laaggeletterde mensen die aan de slag willen met hun basisvaardigheden. Prago levert maatwerk: elke cursist leert op zijn eigen niveau en in zijn eigen tempo. De cursisten leren wat zij zelf willen én kunnen leren. Zij krijgen les van een bevoegd docent en extra hulp van vrijwillige cursistbegeleiders. De vrijwilligers zijn zeer belangrijk voor Prago, omdat Prago geen klassikale lessen verzorgt en elke cursist individueel begeleidt. Doelstelling 2: Weten wat werkt: investeren in kwaliteit We willen méér kennis en méér transparantie over de kwaliteit en de effectiviteit van het ondersteuningsaanbod, zowel voor wat betreft trajecten basisvaardigheden voor volwassenen als de inzet op leesplezier en leesmotivatie bij kinderen, in het bijzonder in laagtaalvaardige gezinnen. Er komt een betrouwbaar beeld per regio van het bereik, het type en de kwaliteit van het aanbod en de effectiviteit van verschillende interventies.
In vergelijking met de ons omringende landen hebben vrouwen in Nederland namelijk een grote achterstand als het gaat om taal en rekenen. Laagopgeleide vrouwen zijn bovendien minder vaak economisch zelfstandig dan mannen. Houtkoop et al. (2012) Laaggeletterdheid in Nederland 18
Pagina 8 van 28
Mensen die hulp zoeken bij het verhogen van hun taal-, reken- of digitale vaardigheden verdienen een kwalitatief goed aanbod dat aansluit bij hun persoonlijke behoeften. Nog niet elke gemeente heeft een kwaliteitskader voor het non-formele aanbod. Dat maakt sturing op resultaat en kwaliteit lastig. De uitdaging om de kwaliteit te waarborgen is des te groter gezien de diversiteit van het lesaanbod. Elke vorm van aanbod heeft zijn eigen leerdoelen en gewenste resultaten. Dit geldt ook voor activiteiten gericht op preventie van taalachterstanden via bijvoorbeeld voorlezen of leesbevordering. Om beter te kunnen sturen op de kwaliteit van de aanpak van laaggeletterdheid als geheel is daarom meer kennis nodig over de resultaten van afzonderlijke interventies. Ook is een gedeeld begrip van kwaliteit nodig, en sturing hierop door gemeenten.
Onze referentie 1479729
Dit geldt niet alleen voor het lesaanbod en de preventieve programma’s, maar ook voor de rol die de taalhuizen hierin spelen. Zo is in een deel van de taalhuizen nog niet voldoende expertise aanwezig of krijgen vrijwilligers niet altijd de juiste ondersteuning. In andere taalhuizen is de aansluiting met partnerorganisaties nog niet structureel van de grond gekomen of is het aanbod voor reken- of digitale vaardigheden nog beperkt. Om de effectiviteit van de aanpak van basisvaardigheden te vergroten, is van belang dat de kwaliteit en resultaten van verschillende interventies meetbaar, onderling vergelijkbaar en openbaar beschikbaar worden. Zo kunnen gemeenten, aanbieders, docenten, vrijwilligers en hulpverleners beter toewerken naar een duidelijk streefdoel en kunnen zij vaststellen of zij dit doel ook bereiken. Dat heeft een lerend effect op lokaal niveau omdat toekomstige investeringen dan effectiever kunnen worden ingezet. Dit is niet alleen in het belang van gemeenten, aanbieders en vrijwilligers, maar vooral ook van de doelgroep zelf. Doelstelling 3: Samen aan de slag onder regie van gemeenten Aan het eind van het programma (2024) voeren gemeenten zelfstandig regie over de aanpak van basisvaardigheden. Dat doen zij als centrale speler in een netwerk van samenwerkende partijen uit de domeinen onderwijs, werk, gezin, gezondheid en verwante terreinen.
De gemeentelijke inzet op het voorkomen van achterstanden sluit goed aan op de beschikbare ondersteuning voor volwassenen. Werkgevers erkennen het belang van werknemers met voldoende basisvaardigheden en zijn bereid hierin te investeren. Gemeenten staan als overheid het dichtst bij mensen die hun vaardigheden willen verbeteren. Zij ontvangen daarom budget voor volwasseneneducatie en hebben via hun verantwoordelijkheden in het sociaal domein, de aanpak van voortijdig schoolverlaters en het onderwijsachterstandenbeleid goed zicht op een aantal groepen waar laaggeletterdheid veel voorkomt. Ook zijn gemeenten opdrachtgever van het bibliotheekwezen en verantwoordelijk voor maatschappelijke ondersteuning en de (jeugd)gezondheidszorg, waar hulp aan deze groepen wordt geboden. Gemeenten zijn zodoende bij uitstek in staat om een regierol te spelen in het coördineren van de aanpak van laaggeletterdheid en lage digitale vaardigheden. Samen met onder andere Stichting Lezen & Schrijven zijn gemeenten de afgelopen jaren begonnen de noodzakelijke infrastructuur en samenwerking
Pagina 9 van 28
hiervoor op te bouwen. Denk hierbij aan het opzetten van de taalhuizen en taalpunten, het stimuleren van de totstandkoming van non-formeel aanbod, het opleiden van vrijwilligers om als taalmaatje aan de slag te gaan en het trainen van professionals om laaggeletterdheid te herkennen onder hun klanten of cliënten. Deze ontwikkeling heeft echter tijd nodig en is nog niet overal voltooid. Dit geldt ook voor de inzet van werkgevers, die een verdere impuls verdient.
Onze referentie 1479729
De komende jaren staan daarom in het teken van het verduurzamen en uitbouwen van de bereikte resultaten. Daar waar nog agendering, bewustwording, kennisopbouw of ondersteuning nodig is, bieden we dit nog landelijk aan. De ambitie is dat generieke, landelijke ondersteuning aan het eind van ons programma niet meer nodig is. Gemeenten zijn dan de spil in brede netwerken die lokaal vraag en aanbod bij elkaar brengen. En structurele investeringen in basisvaardigheden zijn voor gemeenten dan een net zo vanzelfsprekend onderdeel van hun inzet in het sociaal domein, als voor werkgevers in het kader van duurzame inzetbaarheid. De Rijksoverheid kan zich in de toekomst dan concentreren op het in stand houden van de randvoorwaarden voor een kwalitatief goed aanbod. 3. Tien maatregelen voor een vaardiger Nederland Met de maatregelen die volgen helpen we de hierboven beschreven doelstellingen realiseren. Elke maatregel heeft (kwantitatieve) subdoelstellingen [bijlage 2] die de komende maanden nog verder worden uitgewerkt in samenwerking met gemeenten, onderzoekers en andere partijen. Met financiële steun vanuit de European Structural Reform Service zal later dit jaar een monitorinstrument en een 0-meting worden ontwikkeld. De eerste resultaten van de nieuwe aanpak verwachten we op te leveren eind 2021.
In bijlage 2 is een overzicht van alle maatregelen te vinden met, voor zover op dit moment bekend, de bijbehorende subdoelstellingen. We handhaven de komende jaren de titel “Tel mee met Taal” als overkoepelende programmanaam voor alle maatregen die wij als bewindslieden landelijk nemen en gezamenlijk financieren. Zoals uit de evaluatie van Ecorys blijkt, heeft “Tel mee met Taal” de afgelopen jaren een goede bekendheid gekregen met een groot bereik via (digitale) media en een positieve uitstraling. In de verschillende communicatie-uitingen zullen we meer uitstralen dat we ons inzetten voor alle basisvaardigheden: taal, rekenen en digitale vaardigheden. [bijlage 3] 1. Landelijke impuls voor méér bereik, specifiek onder de NT1-doelgroep Niet alle mensen die moeite hebben met basisvaardigheden weten de weg naar ondersteuningsaanbod makkelijk te vinden. Zij hebben niet altijd goede leerervaringen en hebben last van schaamte en onzekerheid. We moeten daarom blijven inzetten op het doorbreken van het taboe op lage basisvaardigheden en de drempels om aan lesaanbod te beginnen zoveel mogelijk wegnemen. Werving, promotie en doelgroepgerichte communicatie (met oog voor de verschillen in behoeften tussen mannen en vrouwen, jongeren en ouderen) zijn hiervoor noodzakelijk. Dit geldt in het bijzonder voor de NT1-doelgroep.
Hier ligt enerzijds een taak voor gemeenten en werkgevers, maar anderzijds ook een landelijke verantwoordelijkheid. We investeren de komende jaren daarom
Pagina 10 van 28
gemiddeld meer dan € 1.3 miljoen per jaar in werving van deelnemers, specifiek de groep met Nederlands als eerste taal. 19 Dit doen we op vier manieren. a.
We trekken extra geld uit voor het werven, opleiden en ondersteunen van ervaringsdeskundigen, zogenaamde taalambassadeurs. Ervaringsdeskundigen kunnen met hun verhalen iemand die moeite heeft met basisvaardigheden namelijk over de streep trekken. In regio’s waar nog geen netwerk van taalambassadeurs bestaat, stimuleren we dat dit op korte termijn gebeurt. Hiervoor werken we samen met onder andere Stichting ABC, werkgevers en vakbonden.
b.
We investeren in directe, landelijk georganiseerde communicatie met de doelgroep (en hun omgeving) over de mogelijkheden om aan de slag te gaan met basisvaardigheden, en in werving van groepen die door gemeenten of werkgevers minder snel worden gevonden. We differentiëren hierbij waar mogelijk en relevant naar geslacht, leeftijd en leerbaarheid. Dit doen we samen met experts op het gebied van communicatie met kwetsbare burgers en met de doelgroep zelf. De bestaande Nationale Bellijn voor potentiële cursisten zetten we voort.
Onze referentie 1479729
We trekken hierbij lering uit ervaringen die we de afgelopen jaren hebben opgedaan met bijvoorbeeld het project Educatie voor Vrouwen met Ambitie (EVA). Binnen dit project is een grote Facebookgroep gevormd waarin ruim 20.000 vrouwen die moeite hebben met basisvaardigheden met elkaar communiceren over alledaagse onderwerpen. En in Friesland is met het laagdrempelige platform www.ikleermeer.nl, dankzij positieve communicatie en een aanbod op maat, een effectieve aanpak ontwikkeld om deelnemers naar scholing toe te leiden, specifiek ook NT1’ers. [Inspiratiekader 4]
19
c.
We gaan in gesprek met de Manifestgroep en gemeenten om te onderzoeken of en hoe we overheidswebsites als slimme vindplaats voor mensen met lage basisvaardigheden kunnen gebruiken.20 Mensen die moeite hebben met formulieren of vastlopen bij het gebruiken van een website, kunnen dan effectief worden doorverwezen naar een hulpaanbod in de buurt. Hierbij benutten we de ervaringen die momenteel worden opgedaan met kleinschalige experimenten, bijvoorbeeld bij het aanvragen van kinderopvangtoeslag.
d.
Jongeren die zonder startkwalificatie van school gaan, vormen een kwetsbare groep als het gaat om hun beheersing van basisvaardigheden. Deze groep verdient in het bijzonder aandacht om te voorkomen dat zij de rest van hun leven op achterstand staan. Gemeenten hebben voortijdig schoolverlaters in beeld vanuit hun Regionale Meld & Coördinatiefunctie voor voortijdig schoolverlaters.
€1,5 miljoen per jaar in 2020, 2021 en 2022; 1 miljoen in 2023 en 2024.
20
De Manifestgroep bestaat uit 16 uitvoeringsorganisaties (Belastingdienst, CAK, CBR, CBS, CIZ, CJIB, Dienst Justis, DUO, IND, Kadaster, Kamer van Koophandel, RDW, RVO.nl, SVB en UWV) met als belangrijkste speerpunt het optimaliseren van de (digitale) dienstverlening aan burgers en bedrijven. Pagina 11 van 28
Daarnaast is er een aantal initiatieven en projecten die zich richten op kansen voor jongeren met grote afstand tot de arbeidsmarkt, waaronder de Intentieverklaring Perspectief op werk die de bewindslieden van OCW en SZW hebben onlangs hebben ondertekend met de MBO Raad, VNONCW, MKB-Nederland, LTO Nederland, VNG, G4, G40 en UWV.21
Onze referentie 1479729
Samen met betrokken partijen zullen we de komende tijd Inspiratiekader 4: Ikuitwerken leer meerhoe in we voortijdig schoolverlaters en jonge werkzoekenden zonder Friesland startkwalificatie het meest effectief kunnen helpen hun basisvaardigheden te verbeteren.
In Friesland heeft het Friesland College van de samenwerkende gemeenten de opdracht gekregen om laaggeletterden te helpen om hun basisvaardigheden op het gebied van taal, rekenen en computeren te verbeteren. Er worden zowel formele als non-formele trajecten aangeboden op meer dan 50 plekken in de provincie.
Het aanbod is sterk praktijk gestuurd. Dat betekent dat vragen uit de praktijk van de deelnemer centraal staan in het ondersteuningsaanbod. Om de leervraag te identificeren, krijgt elke deelnemer een intake bij hem of haar in de buurt. Via het platform ikleermeer.nl worden deelnemers geworven met een positieve benaderingswijze waarin niet problemen of tekortkomingen centraal staan, maar de behoefte van de potentiële cursist. Dit heeft ertoe geleid dat jaarlijks bijna 3000 deelnemers aan een traject beginnen, veel meer dan in vergelijkbare regio’s. 2. Bestuursafspraken Basisvaardigheden en ambitieuze aanpak in elke arbeidsmarktregio In het Interbestuurlijk Programma hebben we begin 2018 met gemeenten en provincies afgesproken om de komende jaren extra te investeren in mensen die moeite hebben met taal, rekenen en digitale vaardigheden. Deze afspraak werken we de komende maanden met de VNG verder uit tot Bestuursafspraken Basisvaardigheden 2020-2024. Hierin maken we concrete afspraken over de gezamenlijke inspanningen en rolverdeling die de komende jaren nodig zijn. Tevens maken we afspraken over de bijbehorende kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen.
Uitgangspunt hierbij is dat elke arbeidsmarktregio, onder regie van de centrumgemeente en in samenwerking met relevante stakeholders en partners, aan de slag gaat met een eigen ambitieus plan, dat voorziet in een aantoonbare groei van het bereik passend bij de lokale en regionale situatie. Hierbij zal specifieke aandacht moeten zijn voor het bereiken van de groep NT1’ers, de kwaliteit van het aanbod en de gemeentelijke monitoring van het bereik en de resultaten.
21
Intentieverklaring Perspectief op Werk, november 2018 Pagina 12 van 28
Onze referentie 1479729
3. Extra budget voor gemeenten Om gemeenten te ondersteunen bij de coördinatie van de aanpak van laaggeletterdheid en het uitvoeren van hun regionale plannen stellen we de komende jaren extra middelen rechtstreeks aan gemeenten ter beschikking die oplopen tot ruim € 7 miljoen per jaar in 2024. De extra middelen worden als decentralisatie-uitkering verdeeld over de centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s en komen bovenop de bestaande specifieke uitkering die centrumgemeenten ontvangen voor het inkopen van opleidingen taal, rekenen en digitale vaardigheden voor laaggeletterde inwoners van hun regio. De centrumgemeenten kunnen op deze manier, samen met de andere gemeenten in hun regio en betrokken partners, het extra budget vrij besteden om bijvoorbeeld te investeren in deskundigheidsbevordering, versterking van de preventieve aanpak, verbetering van de samenwerking binnen het taalnetwerk of wervingsactiviteiten voor moeilijk bereikbare groepen onder wie laaggeletterden met Nederlands als moedertaal. Ook kan extra worden geïnvesteerd in het vinden en doorverwijzen van cursisten via bijvoorbeeld wijkteams, zorgverleners en het UWV en andere uitvoeringsorganisaties. [Inspiratiekader 5] We zullen de resultaten van de besteding van de extra middelen de komende jaren in samenspraak met de VNG monitoren.
Hierbij kijken we vooral of de middelen daadwerkelijk ten goede zijn gekomen aan de doelgroep en een aantoonbare groei van het bereik. Eind 2022 maken we in een tussenevaluatie de balans op. De ambitie is dat de regionale aanpak van laaggeletterdheid dan reeds zodanig verstevigd is, dat het extra budget kan worden overgeheveld naar gemeenten, en dat het vrij besteedbare karakter van deze middelen eveneens kan worden toegepast op de bestaande gemeentelijke uitkering voor volwasseneneducatie. Daarmee zouden de specifieke uitkering voor lesaanbod en het tijdelijke extra budget samenkomen in één decentralisatie-uitkering.
Inspiratiekader 5: Integrale intake Sociaal Wijkteam Krommenie Het Sociaal Wijkteam in Krommenie richt zich op betere signalering van laaggeletterdheid en biedt een integrale intake bij aanvragen in de wijk. Er zijn twee Taalspreekuren per week, zowel in de bibliotheek als in het gebouw van het SWT. Deze spreekuren worden verzorgd door getrainde vrijwilligers. Het voornaamste doel van deze spreekuren is het wegnemen van schaamte bij mensen en de motivatie achterhalen om de Nederlandse taal (beter) te beheersen. Deelnemers doen eerst een taaltest en vervolgens wordt bekeken of een non-formeel (laagdrempelig lesaanbod met vrijwilliger) of formeel (gericht op participatie en inkomen) aanbod het best passend is. In samenwerking met Stichting Lezen & Schrijven is nieuw lesaanbod ontwikkeld, waarin maatwerk wordt geboden en wordt gewerkt in kleinere groepen. Deze is in september 2018 Pagina 13 van 28
van start gegaan.
Onze referentie 1479729
4. Vraaggericht landelijk ondersteuningsprogramma laaggeletterdheid Onder gemeenten bestaat een sterke behoefte aan kennisdeling, het benutten van expertise over het bereiken van de verschillende doelgroepen, en het faciliteren van de netwerken die op veel plekken al zijn ontstaan. Het gaat hierbij zowel om specifieke inhoudelijke als om praktische hulp zoals het opzetten van een goede voorlichtingscampagne, het verbeteren van de inzet van taalvrijwilligers, het trainen van baliemedewerkers om lage basisvaardigheden te herkennen en expertisebevordering bij het bedienen van specifieke doelgroepen zoals vrouwen met afstand tot de arbeidsmarkt of mensen met lage digitale vaardigheden. Met de ondersteuning door Stichting Lezen & Schrijven via projecten zoals “Taal voor het Leven en “Educatie voor Vrouwen met Ambitie” is hier in de afgelopen jaren al veel ervaring mee opgedaan. Uit de evaluatie van Ecorys blijkt dat gemeenten deze ondersteuning over het algemeen positief hebben gewaardeerd. Deze positieve ervaringen willen we de komende jaren zoveel mogelijk benutten en verspreiden. Hierbij willen we nadrukkelijk ook verbinding leggen met gerelateerde landelijke ondersteuningsprogramma’s zoals het Programma Sociaal Domein waarin verschillende ministeries, gemeenten, de VNG en Divosa samenwerken voor betere hulp aan kwetsbare mensen.
We investeren daarom de komende jaren in een nieuw vraaggericht landelijk ondersteuningsprogramma, dat gemeenten en hun partners maximaal faciliteert bij het realiseren van hun eigen ambities en een brede focus heeft. Hierbij zal de rol van de Rijksoverheid en landelijke organisaties geleidelijk afnemen. De financiering voor landelijke ondersteuning wordt daarom afgebouwd van circa € 8 miljoen in 2020 tot ongeveer € 5,8 miljoen in 2024. 5. Extra investeren in basisvaardigheden op de werkvloer Sinds 2016 hebben 566 werkgevers vanuit het programma “Tel mee met Taal” subsidie ontvangen voor het aanbieden van cursussen basisvaardigheden voor hun medewerkers. Ook hebben 162 werkgevers, 19 branches en 90 taalaanbieders zich aangesloten bij Taalakkoord Werkgevers, een groeiende beweging van werkgevers die hun inzet voor vaardiger werknemers expliciet maken en vastleggen in een werkplan. [bijlage 3] [Inspiratiekader 6] Steeds meer werkgevers raken ervan overtuigd dat investeringen in de vaardigheden van medewerkers zich terugbetalen. Daarom gaan we door met de werkgeversaanpak van “Tel mee met Taal” en zetten we hier nog een tandje bij. Samen met de Stichting van de Arbeid activeren we werkgevers en vakbonden om structureel aan de slag te gaan met de vaardigheden van hun medewerkers als onderdeel van hun inspanningen voor duurzame inzetbaarheid en goed werkgeverschap.
Via de regionale Leerwerkloketten van het UWV is gerichte ondersteuning beschikbaar voor werkgevers en vakbonden bij het realiseren van hun ambities. Met het UWV onderzoeken we verder hoe de 33 Leerwerkloketten in Nederland meer en beter kunnen gaan samenwerken met de taalhuizen.
Pagina 14 van 28
We richten ons extra op de rol die de vakbonden kunnen spelen bij het bereiken van, en aanbieden van trainingen aan, werknemers die moeite hebben met basisvaardigheden. Hierover maken we afspraken met de Stichting van de Arbeid. Daarnaast laten we aanbod ontwikkelen dat aansprekend is voor zelfstandigen en mensen met korte contracten, bijvoorbeeld door aandacht voor basisvaardigheden te verbinden aan (bij)scholing gericht op ondernemerschap, boekhouden en bedrijfsadministratie.
Onze referentie 1479729
Het budget dat beschikbaar is voor de werkgeversaanpak, waaronder ook cofinanciering van scholingstrajecten voor werknemers, verhogen we met ruim € 1 miljoen per jaar tot jaarlijks € 3.000.000. We maken mogelijk dat dit budget niet alleen voor opleidingen taal en rekenen kan worden ingezet, maar ook voor het verbeteren van digitale vaardigheden.
Inspiratiekader 6: Investeren in taal door het Brabants Afval Team Wie in Tilburg aan afval denkt, denkt aan het Brabants Afval Team (BAT). Het BAT heeft 150 medewerkers. Om te zorgen dat medewerkers duurzaam inzetbaar zijn en blijven, is het BAT aan de slag gegaan om medewerkers breder op te leiden. Uit een scan bleek dat 65 van de circa 100 medewerkers van BAT (in meer of mindere mate) niet over een 2F niveau voor lezen en schrijven beschikken. Om dit te verbeteren is een opleidingstraject ingezet in samenwerking met ROC Tilburg. Dit opleidingstraject betekent dat wekelijks een groep van 7 à 8 medewerkers een dagdeel geschoold wordt op het gebied van lezen, schrijven en in het gebruik van een tablet. De duur van dit opleidingstraject verschilt per groep en is afhankelijk van de startscanscore. Het traject wordt afgesloten met een toets waarna, bij voldoende score, een certificaat wordt uitgereikt. BAT heeft ook het Taalakkoord voor werkgevers ondertekend om haar ambities vast te leggen. 6. Effectieve preventieve aanpak: landelijk ondersteuningsprogramma voor leesbevordering, met focus op laagtaalvaardige gezinnen Naast de inspanningen om de basisvaardigheden van volwassenen te verhogen, en de inzet van het reguliere onderwijs voor kinderen en jongeren, is een blijvende inzet op leesplezier nodig.
De leestijd, leesvaardigheid en leesmotivatie van kinderen en jongeren in Nederland staan namelijk onder druk. Binnen Tel mee met Taal investeren we daarom in een herkenbare preventieve aanpak via bibliotheken als aanvulling op het gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid en de inzet binnen het basis- en voortgezet onderwijs, de kinderopvang en jeugdgezondheidszorg. Dit doen we met verschillende activiteiten, die zowel generiek zijn, als specifiek gericht op de laagtaalvaardige doelgroep.
Pagina 15 van 28
a.
We gaan door met de generieke inzet op leesbevordering via programma’s als BoekStartCoach en de Bibliotheek op school. Hiervoor is inzet van de gemeente, de bibliotheek, de school en de kinderopvang vereist. Om uitvoering te geven aan de motie Asscher over het vergroten van het bereik van schoolbibliotheekvoorzieningen in het basisonderwijs brengen we de kritische succesfactoren voor schoolbibliotheekvoorzieningen in beeld.22 Waar mogelijk kijken we hierbij ook naar het voortgezet onderwijs en de kinderopvang.
b.
In aanvulling op de generieke inzet op leesbevordering, investeren we de komende jaren gemiddeld ruim € 2 miljoen per jaar in initiatieven specifiek voor het bereiken van laagtaalvaardige ouders. Het kan hierbij gaan om een taaltraject voor ouders, maar ook om activiteiten gericht op betere communicatie met een instelling, beter leren (voor)lezen, training om gesprekken met leraren of zorgverleners te voeren, of activiteiten om een educatief thuismilieu te bevorderen. Hiervoor wordt een meerjarige subsidieregeling beschikbaar gesteld. Bij de verlening van subsidies wordt erop gelet dat gesubsidieerde activiteiten die succesvol blijken op termijn onderdeel kunnen worden van de gemeentelijke inzet voor onderwijsachterstanden en kwetsbare groepen.
c.
We stimuleren, onder andere via Stichting Lezen en de Koninklijke Bibliotheek, dat bibliotheken specifieke inzet plegen op laagtaalvaardige ouders en kinderen, zodat leesplezier voor iedereen bereikbaar wordt. Dit kan bijvoorbeeld via het uitbreiden van het project BoekStartcoach, waarbij bibliotheekmedewerkers in samenwerking met jeugdartsen en – verpleegkundigen in gesprek gaan met ouders over taalontwikkeling en voorlezen. [Inspiratiekader 7]
Onze referentie 1479729
Inspiratiekader 7: BoekStartcoach Met het project de BoekStartcoach werkt de gemeente Waalwijk samen met de Bibliotheek Midden-Brabant en de GGD Hart voor Brabant aan de taalontwikkeling van kinderen en het educatief partnerschap en de taalvaardigheid van hun ouders. Deze BoekStartcoach (een bibliotheekmedewerker) ondersteunt de jeugdarts en -verpleegkundige en gaat op het consultatiebureau in gesprek met ouders van jonge kinderen over voorlezen en de taalontwikkeling van hun kinderen. Ouders zijn hierdoor bewuster van hun eigen rol in de taalontwikkeling van hun kinderen en de voordelen en het plezier van voorlezen. De BoekStartcoach verwijst de ouders door naar de bibliotheek, waar ze met de bon van de gemeente hun kind gratis lid kunnen maken van de
22 De bevindingen worden als onderdeel van de evaluatie van de Wet stelsel openbare
bibliotheken eind 2019 aan de Kamer aangeboden. Motie Asscher: Kamerstukken 35000 VIII, nr. 109. Pagina 16 van 28
bibliotheek en een BoekStartkoffertje met eerste leesmateriaal kunnen ophalen. d.
We nemen relevante inzichten uit onderzoek mee in onze aanpak en passen deze waar nodig aan. In mei verschijnt een advies van de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad over de vraag hoe het onderwijs kan bijdragen aan het bevorderen van de leesmotivatie en leesvaardigheid om daarmee de kans op laaggeletterdheid te verkleinen. De aanbevelingen uit dit advies worden meegenomen in de uitwerking van onze preventieaanpak en kunnen tot nieuwe maatregelen leiden.
e.
We versterken de preventieve aanpak van laaggeletterdheid door beter aan te sluiten op het onderwijsachterstandenbeleid, de jeugdgezondheidszorg en de kinderopvang, waarmee kinderen uit risicogroepen worden ondersteund. We zullen hierover in gesprek gaan met gemeenten en maatschappelijke organisaties en periodiek over de voortgang rapporteren.
Onze referentie 1479729
7. Extra inzet op kwaliteit van taalhuizen en non-formeel lesaanbod In 2018 heeft een aantal Taalhuizen, in samenwerking met de Stichting Lezen & Schrijven, de Koninklijke Bibliotheek en Sociaal Werk Nederland, onderzocht hoe zij zelf hun kwaliteit in kaart zouden kunnen brengen en hoe een regelmatige externe toets daarvan zou kunnen worden ingericht. Hierbij wordt onder andere gekeken naar criteria zoals de samenwerking tussen professionals en vrijwilligers, de samenwerking met lokale partners en de kwaliteit van de dienstverlening aan (potentiële) cursisten. De Certificeringsorganisatie Bibliotheekwerk, Cultuur & Taal (CBCT) is hierbij betrokken omdat zij de educatieve dienstverlening van bibliotheken toetst. We maken de komende jaren gemiddeld € 500.000 per jaar vrij om te investeren in de kwaliteitsverbetering, (zelf)-evaluatie en/of certificering van de taalhuizen. Hiernaast heeft ook de kwaliteit van het non-formele (niet-diplomagerichte) lesaanbod onze aandacht. De Onderwijsinspectie houdt toezicht op de aanbieders die formele, diplomagerichte trajecten aanbieden, maar deze groep aanbieders vertegenwoordigt slechts een klein deel van de totale markt. Er is geen centraal toezicht of algemeen geaccepteerd kwaliteitskader voor het zeer diverse nietdiplomagerichte (non-formele) aanbod. Daarom is zowel over de kwaliteit als de impact hiervan onvoldoende bekend.
De komende jaren gaan we daarom met gemeenten aan de slag om de kwaliteit van het niet-diplomagerichte aanbod beter te waarborgen. Hiervoor werken we aan kennisdeling rondom inkoop en monitoring en het beter inzichtelijk en vergelijkbaar te maken van de kwaliteit van aanbieders. Van aanbieders die niet onder toezicht van de Inspectie staan, wordt een (zelf)evaluatie en een onafhankelijke visitatie of certificering gevraagd (als onderdeel van de gemeentelijke inkoopprocedure). [Inspiratiekader 8] Het ligt voor de hand om hierbij in eerste instantie te focussen op aanbieders met een relatief groot bereik. Omdat deze aanbieders in sommige gevallen ook inburgeringstrajecten aanbieden, streven we ernaar om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de kwaliteitsborging in het nieuwe inburgeringsstelsel, waarvoor gemeenten ook verantwoordelijk zijn. Pagina 17 van 28
Inspiratiekader 8: zelf-evaluatie en visitatie door middel van de KET-KIT
Onze referentie 1479729
De Kwaliteitsgroep Educatie (KET) van Radboud Universiteit Nijmegen en de Universiteit van Amsterdam hebben samen met onderzoeksbureau Phasis het Kwaliteitsinstrument Taalonderwijs van de Kwaliteitsgroep Educatie Taal (kortweg de KET-KIT)) ontwikkeld. De KET-KIT kan gebruikt worden bij een grote diversiteit aan taaltrajecten: NT2 en NT1, zowel docentgestuurd aanbod als e-learning en combinaties daarvan, bij verschillende doelgroepen. Het instrument is ontwikkeld in opdracht van de gemeente Amsterdam. Met het Kwaliteitsinstrument kunnen aanbieders zelf in kaart brengen wat de kwaliteit van hun aanbod is. De KET/KIT is een combinatie van een digitaal instrument voor zelfevaluatie en een visitatie door KET. Via de zelfevaluatie en de door KET uitgevoerde visitaties borgen aanbieders de kwaliteit en kunnen zij werken aan verbetering van hun aanbod. Indien het aanbod voldoende inhoudelijke kwaliteit laat zien, ontvangen zij een certificaat. 8. Onafhankelijk expertisepunt Samen met verschillende landelijke partners, waaronder de VNG, nemen we het initiatief voor een nieuw, onafhankelijk expertisepunt basisvaardigheden. Dit expertisepunt fungeert als vraagbaak voor wet- en regelgeving op het gebied van volwassenenonderwijs, scholingsregelingen en subsidies en heeft als doel om kennis en beleid ten behoeve van de doelgroep beter te verbinden.
Alle partijen, van werkgevers tot gemeenten, en van scholen tot maatschappelijke organisaties, kunnen hier terecht. Het expertisepunt richt zich specifiek op kwaliteitsbevordering, professionalisering van docenten en (bij)scholing van vrijwilligers, en het delen van goede voorbeelden. Omdat het aantal actieve NT1 docenten de afgelopen jaren flink is afgenomen, willen we via het expertisepunt ook faciliteren dat nieuwe NT1 docenten worden opgeleid. Het expertisepunt coördineert verder een landelijke onderzoeksagenda die aansluit op de vragen en behoeften die leven in het veld, en investeert jaarlijks in de kwaliteit van taalvrijwilligers en de organisaties die met hen werken. Tot slot organiseert het expertisepunt netwerkbijeenkomsten en draagt het bij aan het verspreiden van goede voorbeelden en succesvolle lokale en regionale experimenten. Voor het expertisepunt is jaarlijks € 1.000.000 beschikbaar. 9. Landelijk beeld van het bereik van lesaanbod basisvaardigheden In de afgelopen jaren is het bereik gemeten van het lesaanbod waarbij via het programma “Tel mee met Taal” ondersteuning werd geboden. In totaal zijn daarmee in drie jaar tijd bijna 90.000 deelnemers bereikt. Dit aantal betreft Pagina 18 van 28
echter slechts een deel van het totale bereik van gemeenten, werkgevers, bibliotheken en maatschappelijke organisaties. Omdat er nog geen landelijk beeld bestaat van de deelname aan les- en cursusaanbod, is het moeilijk om te beoordelen waar de aanpak succesvol is geweest en vervolgens te onderzoeken welke factoren hieraan hebben bijgedragen.
Onze referentie 1479729
We werken daarom met gemeenten de komende jaren toe naar een vollediger beeld van de deelname aan het lesaanbod. Hierbij moeten we rekening houden met het feit dat dit een administratieve belasting kan betekenen voor aanbieders en gemeenten. We laten al dit jaar onderzoeken hoe we een dergelijke monitor zo goed mogelijk kunnen inrichten, zowel voor wat betreft het meten van het bereik (de input) als de output (afgeronde trajecten) en outcome (verbetering van vaardigheden en zelfredzaamheid). Hiervoor ontvangen we financiële en inhoudelijke steun vanuit de European Structural Reform Office en het bureau voor de uitvoering van het Interbestuurlijk Programma. Tevens benutten we het advies van de SER dat in april 2019 verschijnt over het bereiken van de verschillende groepen laaggeletterden. Het doel is om uiteindelijk een dashboard in te richten waar voor (bereik)cijfers en de resultaten van effectmetingen openbaar worden gemaakt; dit dashboard zou wellicht via www.waarstaatjegemeente.nl beschikbaar gemaakt kunnen worden. De uitvoering wordt belegd bij het nieuwe expertisepunt. 10. Lerende aanpak: ruimte voor experimenten We streven naar een lerende aanpak, waarbij het aanbod snel kan inspelen op de veranderende behoeften van de doelgroep, en waarbij we steeds beter kunnen differentiëren naar de verschillende deelnemers met hun uiteenlopende behoeften en capaciteiten.
De aard van de problematiek verandert namelijk constant, bijvoorbeeld door ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en door digitalisering. Bovendien verschilt de problematiek per regio. Hierbij kijken we nadrukkelijk ook naar de ervaringen in andere Europese landen. De uitdaging om mensen die moeite hebben met basisvaardigheden te laten meedoen, speelt namelijk niet alleen in Nederland, maar wordt ook binnen EUverband, via bijvoorbeeld de Raadsaanbeveling voor ‘Upskilling Pathways’ breed erkend. [Inspiratiekader 9] Succesvolle voorbeelden en nieuwe inzichten moeten snel kunnen worden verspreid en opgeschaald, ook gedurende de looptijd van het programma. Zo verhogen we de kwaliteit en vergroten we stap voor stap de impact. We investeren de komende jaren daarom extra in korte, praktijkgerichte experimenten, die aansluiten bij de uitdagingen waar gemeenten, werkgevers en andere partners mee te maken hebben, en gericht zijn op het vergroten van het bereik en/of de kwaliteit. In 2020 stellen we hiervoor € 700.000 beschikbaar. Vanaf 2021 gaat het om € 350.000 per jaar voor nieuwe initiatieven en € 350.000 voor het verspreiden, uitbreiden en opschalen van reeds bewezen succesvolle interventies, in samenwerking met het expertisepunt.
Pagina 19 van 28
Inspiratiekader 9: Leren uit Europa
Onze referentie 1479729
In het Algemeen Overleg over laaggeletterdheid van 24 juni 2018 heeft de minister van OCW toegezegd om bij de uitwerking van de vervolgaanpak van laaggeletterdheid goede voorbeelden uit andere Europese landen te betrekken. De uitgangspositie van Nederland is overigens relatief gunstig. Het PIAAC-onderzoek van de OECD laat zien dat Nederland in internationaal opzicht relatief goed scoort als het gaat om het aantal laaggeletterden.23 Bovendien wordt de Nederlandse aanpak van laaggeletterdheid, inclusief het actieprogramma Tel mee met Taal, in Europees verband regelmatig aangehaald als goed voorbeeld voor samenwerking tussen ministeries en een effectieve netwerkaanpak op lokaal en regionaal niveau.24 Ook in Nederland valt echter, zoals met dit nieuwe programma wordt toegelicht, nog veel winst te boeken. In aanloop naar de totstandkoming van dit programma hebben we daarom goed gekeken naar voorbeelden uit vergelijkbare landen in Europa. In november 2018 hebben we voor ruim 50 deelnemers uit verschillende landen “Learning From Europe” georganiseerd, een bijeenkomst die onderdeel was van het jaarlijkse Tel mee met Taal Festival. In februari 2019 zijn vertegenwoordigers uit ruim 30 verschillende Europese landen naar Den Haag gekomen voor een tweedaags werk- en studiebezoek rondom de aanpak van laaggeletterdheid.
Hierbij moet wel de kanttekening worden geplaatst dat Nederland als één van de weinige Europese landen een gedecentraliseerd stelsel kent. Dit bemoeilijkt soms de overdraagbaarheid van goede voorbeelden. We zullen de VNG daarom nauwer betrekken bij onze activiteiten in Europees verband. Voor de maatregelen in dit programma is specifiek gekeken naar landen als Zweden – een van de weinige landen waar kwaliteit en de toegankelijkheid op regionaal niveau worden geregeld – en het Oostenrijkse Initiative for Adult Education, dat gaat over kwaliteitsbevordering. Finland dient ter inspiratie voor het verbinden van educatie met beroepsgerichte scholing. De werkgeversaanpak is gebaseerd op een succesvolle (subsidie)regeling in Noorwegen.
PIAAC international report Skills Matter: Further Results from the Survey of Adult Skills: http://www.oecd.org/skills/piaac/Skills_Matter_Further_Results_from_the_Survey_of_Adult _Skills.pdf. 24 Zie bijvoorbeeld het European Literacy Policy Network (ELINET): http://www.elinet.eu/good-practice/examples-of-good-practice/detail/project/tel-mee-met-taal-or-counton-skills; en het eindrapport van de ET2020 WGAL 2016-2018: Promoting Adult Learning in the Workplace: https://ec.europa.eu/social/main.jsp?catId=738&langId=en&pubId=8112&furtherPubs=yes. 23
Pagina 20 van 28
Voor het opdoen en delen van vernieuwende ideeën en oplossingen doet Nederland structureel mee aan de ET2020 Working Group on Adult Learning en is er, met financiële steun van de EU, een National Coordinator Adult Learning aangewezen. Daarnaast investeert Nederland in EPALE: het Europese platform voor volwasseneneducatie. Nederland heeft in 2018 bovendien Europese middelen ontvangen voor twee innovatieve projecten: de eerste gericht op kwaliteitsbevordering van gemeenteambtenaren bij het inkopen van trajecten basisvaardigheden en de ander gericht op onder meer de aansluiting tussen volwasseneneducatie en beroepsonderwijs (“Upskilling Pathways”).
Onze referentie 1479729
Tot slot We hebben een ambitieuze agenda liggen voor de aanpak van laaggeletterdheid in de komende jaren. De komende maanden werken we de verschillende maatregelen en acties verder uit in samenwerking met andere partijen. Zo gaan we samen aan de slag voor een vaardiger Nederland.
Met vriendelijke groet, de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Ingrid van Engelshoven
de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Hugo de Jonge
de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Raymond Knops
de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Tamara van Ark
Pagina 21 van 28
Bijlage 1: Financiële paragraaf (in €, x 1.000.000) Wat
2020
Onze referentie 1479729
2021
2022
2023