Bijlage 2 - BKP stationsgebied beeldschermresolutie
Tekst van het document
POORT VAN HOORN
Beeldkwaliteitsplan Stationsgebied
25 oktober 2023
Colofon Opdrachtgever Gemeente Hoorn Opsteller Karres en Brands ism Gemeente Hoorn 25 oktober 2023
2
Inhoud 004 1. Inleiding 004 Het beeldkwaliteitsplan Doel Spelregelkaart De supervisor en welstand
ESSENTIE
VERDIEPING 024 3. Samenhangende beeldkwaliteit 024 3.1 Landschap 028 3.2 Openbare ruimte 032 3.3 Bebouwing
008 2. Visie
040 4. Beeldkwaliteit Stationsgebied
008 2.1 Voortborduren op het DNA van Hoorn 012 2.2 Cultuurhistorie in de etalage 014 2.3 Samenhang in Poort van Hoorn, maar eigenheid per gebied 016 2.4 Gebiedsferen
042 4.1 Landschap Stationsgebied 046 4.2 Openbare ruimte Stationsgebied 060 4.3 Bebouwing Stationsgebied 073 4.4 Spelregelkaart
3
1. Inleiding Inleiding
Het stedenbouwkundig plan Poort van Hoorn is in december 2020 door de raad vastgesteld. Daarna is er een aantal verdiepende studies gedaan en is er parallel daaraan een bestemmingsplan en een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het stedenbouwkundig plan (SP), de verdieping SP en het bestemmingsplan (BP) vormen samen het vertrekpunt voor dit beeldkwaliteitsplan. Het SP bepaalt de fysieke ruimte door onder andere de hoofdroutes, rooilijnen, bouwhoogten en ontsluitingswijzen vast te leggen. Het beeldkwaliteitsplan bepaalt de sfeer en het karakter van de ontwikkeling. Het beeldkwaliteitsplan kan daarmee gezien worden als een verdere architectonische uitwerking van het SP zonder aan de basisgedachten van het plan te tornen.
Het beeldkwaliteitsplan
Het beeldkwaliteitsplan geeft concrete kaders en richtlijnen voor de uitwerking van bebouwing en openbare ruimte met als doel de ruimtelijke kwaliteit en samenhang van het totaalplan te borgen. Op hoofdlijnen omschrijft het de identiteit en het karakter van het te ontwikkelen gebied Poort van Hoorn. Er is daarom gezocht naar een juiste balans tussen eenheid en variatie in zowel architectuur als openbare ruimte. Hierbij is de individuele expressie van een gebouw of plek ondergeschikt aan de expressie van het geheel.
4
Doel
Dit document geeft houvast aan ontwikkelaars en architecten die de verschillende deelprojecten binnen Poort van Hoorn verder gaan uitwerken. Het is een leidraad voor de planbegeleiding door het Q-team en is het kader voor de welstandsbeoordeling. Naast richtinggeven, is het beeldkwaliteitsplan een toetsend instrument, waarmee de kwaliteit van de deeluitwerkingen van diverse architecten getoetst kan worden aan het beoogde stedebouwkundige totaalbeeld. De toetsingscriteria zijn daarom in de bijlagen ‘Criteria” samengevat.
Spelregelkaart
De ruimtelijke randvoorwaarden van de ontwikkeling zijn verbeeld in de spelregelkaart. Deze is opgenomen in dit beeldkwaliteitsplan en vormt een inhoudelijk uitwerking van het bestemmingsplan. Het geeft nadere duiding aan zaken als dichtheid, bouwhoogten en rooilijnen.
De supervisor en welstand
De supervisor begeleidt het ontwerpproces van de verschillende architecten. Ook bewaakt de supervisor de integrale stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit van het plan en heeft hij een rol bij de selectie van architecten. De supervisor heeft als taak alle architecten zo te sturen dat zij de oorspronkelijke gedachte van het plan versterken. De welstandscommissie is een onafhankelijk
adviesorgaan, dat het gemeentebestuur gevraagd en ongevraagd adviseert over ruimtelijke kwaliteit. Zij bewaakt en stimuleert de ruimtelijke kwaliteit en esthetische samenhang en baseert zich daarbij op het door de gemeente opgestelde welstandsbeleid. Haar taken zijn wettelijk vastgelegd.
Kwaliteitsteam en supervisor
Stedenbouwkundig plan
Bestemmingsplan
Beeldkwaliteitsplan
Visie en hoofdopzet
Gebruiks- en de bouwmogelijkheden
Identiteit en karakter Spelregels
Verdieping Welstand Openbare ruimte
Verbeelding van stedenbouwkundig plan juli 2021. Verbeelding is aangepast naar aanleiding van participatietraject 5
ESSENTIE
6
7
impressie ter illustratie
2. Visie 2.1 Voortborduren op het DNA van Hoorn
Cornelis Springer: Oude Doelenkade, 1875
Vanuit eigen kracht ontwikkelen Om de gebiedsontwikkeling een eigen kleur te geven vormt de eigen kracht van Hoorn het vertrekpunt. Daarvoor bepalen we het ruimtelijke DNA, de ruimtelijke essenties van Hoorn. Met dat DNA stellen we vervolgens de uitgangspunten op voor de ontwikkelingen. Samenhang in landschap, openbare ruimte en gebouwen De Poort van Hoorn ontwikkelt zich tot een samenhangend gebied en sluit naadloos aan bij haar omgeving.
8
In het beeldkwaliteitsplan wordt op verschillende niveaus samenhang gezocht. • De eerste laag vormt het onderliggende landschap. De groenstructuren worden hersteld en aangezet. Linten worden aangeheeld en water wordt in alle vezels zichtbaar gemaakt. • De tweede laag vormt de structuur van openbare ruimte. Basis in de openbare ruimte vormt de vloer. Het is de samenbinder van alle gebieden. Hoofdmateriaal is de rode of bruine klinker. Binnen deze vloer worden speciale plekken aangeduid. Deze wijken in materiaal af om sfeer te maken of vanwege een bijzondere functie in het stedelijk gebruik.
•
De derde laag is die van bebouwing. Het BKP stelt een Hoorns palet voor bestaande uit rode/ roze/bruine steen met witte of lichte accenten. Binnen deze basislaag zijn uitzonderingen mogelijk, die als bakens in de stad gaan werken.
+
= HOO
STATIONSKWARTIER Stationsplein Noord
Rode Loper
Stationsplein Zuid
Kleine noord
Veemarkt
Veemarkt Kleine Noord
Verbinding met Grote Waal en strand
STRANDWIJK
HISTORISCHE BINNENSTAD
Roode Steen Strand
Strand
Haven
Roode Steen
Haven
ortborduren op het bestaande netwerk van routes en A. Landschap ekken
Verbindingen versterken, bestemmingen toevoegen B. Openbare ruimte en modern multimodaal mobiliteitsknooppunt
Meer stad maken
huidige verbindingen die de spoorbundel doorkruisen n de Koepoortsweg, het Keern en de huidige traverse. De epoortsweg is een van de mooiste bewaard gebleven torische routes die vanuit de binnenstad het spoor kruist. n oudsher vormt het Keern een historische invalsweg ar de binnenstad die ooit aansloot op de Grote- en Kleine ord. Tegenwoordig vormt het Keern een belangrijke overbinding en de aansluiting met de binnenstad is Groene lijnen Water in alle vezels gegroeid tot een grote verkeersruimte. De Veemarkt vormt n brede verbinding naar de binnenstad, maar verrommelt hting het station. Het stedenbouwkundig plan richt zich op aanhelen en verbinden van deze openbare ruimtes. Het staande netwerk van straten en plekken wordt versterkt en veel mogelijk verbonden met de omliggende buurten zoals Grote Waal, Hoorn Noord, stadsstrand en binnenstad.
De Veemarkt wordt via een nieuwe traverse verbonden met de noordzijde van het station. Vanaf de singels wordt het PelmolenpadPrisma gebied direct verbonden. De verbindingen met het nieuwe stadsstrand worden verbeterd. De Kleine Noord wordt beter verbonden met het stationsplein en als looproute naar het centrum. Binnen deze structuur is ruimte voor een dicht stratenpatroon met parkjes en pleintjes. De voetgangers en fietsers krijgen ruim baan. Er wordt actief gestuurd op een gemengd stedelijk programma Fijnmazig netwerk vloer een brandpunt. en aantrekkelijke plinten. Het station Gebakken vormt hierin met accenten De stationslocatie wordt zo ook een eindbestemming in plaats van alleen een plek waar je overstapt. Aan beide zijden komen aantrekkelijke stationspleinen; elk met een eigen identiteit. De reiziger kan zich er optimaal oriënteren en er is een comfortabele overstap tussen modaliteiten. Aan beide zijden zijn royale en goed bereikbare fietsenstallingen voorzien. Aan de noordzijde wordt het busstation en het binnenstads- en P+R parkeren gepositioneerd. Bij het uitstappen van de parkeergarage sta je direct in het centrumgebied van Hoorn.
Een stedenbouwkundig uitgangspunt in de planvorming is een duidelijke keuze voor gebieden met specifieke kwaliteiten en identiteit. Samen vormen deze gebieden een groot centrumgebi met een helder en hoogwaardig netwerk van openbare ruimtes. Op de zuidzijde van het station loopt de binnenstad met haar winkelstraten en pleinen tot aan de deur van het station. Op de noordzijde ontstaat een hoog-intensief Stationskwartier wat complementair is aan de binnenstad met een mix van wonen, Hoornsecultuur, schaal voorzieningen, Bakens in rode stad werken, reizen en parkeren voor de binnenstad. Er is ruimte voor nieuw en hoogstedelijk wonen; wa nog niet aangeboden wordt in Hoorn. In de Pelmolen-Prisma loc wordt juist gestreefd naar een duurzame en gezonde stadswijk tussen binnenstad en strand; de Strandwijk. Het zand van het st waait figuurlijk de wijk in. Deze verschillende gebieden bieden d kans om een diverse uitstraling met verschillende functionaliteit te ontwikkelen. Op deze manier benutten we in elk deelgebied de eigen specifieke kracht en maken we van Hoorn een breder 9 georiënteerde stad met een gevarieerd aanbod aan woonmilieu’s Het gebied vormt zo het visitekaartje van de stad en presenteert
C. Gebouwen
2.1 Voortborduren op het DNA van Hoorn
Bouwstenen beeldkwaliteitsplan
•
Vanuit het Hoornse (ruimtelijke) DNA, de hoofdstructuren en het stedenbouwkundig plan worden de bouwstenen gedefinieerd voor dit beeldkwaliteitsplan:
Gebakken vloer met Hoornse details. In de keuze van meubilair en materialen vormen de typische Hoornse objecten zoals de bruggen of hekwerken een inspiratiebron. Het zijn de zogenaamde ‘Hoornse werken’.
A. Landschap • Groene lijnen. Groene structuren verrijken de stad en leggen de relatie met het landschap en de buitenwijk. Groen wordt op verschillende schaalniveaus versterkt of toegevoegd, zoals samenhangende boomstructuren, onderbeplanting en groen op het dak en op de gevel. • Water in alle vezels. Water is een belangrijke identiteitsdrager van Hoorn en kan meer betekenis krijgen in het gebied. Als het niet grootschalig kan, dan wel kleinschalig. Water wordt dan ook tot in de vezels van het gebied gebracht. Ook vanwege actuele wateropgave.
C. Bebouwing • Hoornse schaal. De bebouwing heeft een Hoornse maat en schaal. Gebouwen hebben een duidelijke gevelindeling en een divers kappenlandschap. • Bakens in een rode stad. Hoorn is een overwegend rode wereld, zowel in de klinkervloer als in gevelstenen en dakpannen. Binnen deze rode wereld zijn bakens, speciale gebouwen, zichtbaar. Het zijn herkenningspunten in de stad.
B. Openbare ruimte • Fijnmazig netwerk. De openbare ruimte is fijnmazig opgezet en heeft een menselijke schaal. Straatjes en pleinen worden afgewisseld met beschutte plekken en tuinen. Door de bijzondere plekken en pleinen wordt het mogelijk je te oriënteren in de stad.
10
Groene lijnen
Rode wereld Bakens in zee
DNA
Gebakken vloer met accenten
Deze bouwstenen vormen een handvat voor een samenhangende beeldkwaliteit in de Poort van Hoorn. Water in alle vezels Hoornse schaal
A. Landschap
B. Openbare ruimte
+
Groene lijnen
Water in alle vezels
C. Bebouwing
+
Fijnmazig netwerk
Gebakken vloer met accenten
Hoornse schaal
Bakens in een rode stad
11
2.2 Cultuurhistorie in de etalage
Cultuurhistorie als identiteitsdrager en inspiratie Het beeldkwaliteitsplan zet cultuurhistorie vol in de etalage. Het geeft identiteit en sfeer. Binnen het gebied zijn verschillende zichtbare cultuurhistorische elementen aanwezig. Er is een aantal rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden. Aan de zuidzijde geven de historische bebouwing van de binnenstad, het oude stationsgebouw en de busremise identiteit en karakter. De Noorderkerk is zichtbaar vanaf het station en zal dat vanaf de nieuwe traverse ook zijn. Aan de noordzijde van het station is het gebouw van Museumstoomtram een belangrijk herkenningspunt. De spoorse wereld is een belangrijk onderdeel van de Hoornse cultuurhistorie. Naast de zichtbare elementen kan er op verschillende wijze uiting gegeven worden aan de cultuurhistorische lading van de plek. Op de kruising van het Kleine Noord, het Keern en de Singelstructuur lag vroeger de Noorderpoort. Het Rondeel en de Noorderpoort zijn eeuwenlang bepalend voor Hoorn geweest en worden afleesbaar gemaakt. Zeker in een situatie wanneer het Keern word afgewaardeerd. In de gracht lag ter plaatse van de huidige looproute van het station naar Veemarkt een beer (dam), een stenen muur in de gracht met een puntige bovenkant (ezelsrug). Hieraan kan subtiel gerefereerd worden door een getoogde verbinding aan te leggen.
Langs het voormalige ‘Pelmolenpad’ lagen verschillende molens. In een nieuwe stedenbouwkundige situatie kan naar deze elementen worden verwezen. 12
Afbeelding is een abstractie op basis van het document cultuurhistorisch advies van team erfgoed Rijksmonument
Wal
Gemeentelijk monument
Kerkhof
Historische waterloop
Lijnbaan
Noorderpoort
Beer(dam)
Molen
Overtoom
Toren
Molenstructuur
Bolwerk
Reconstructie Keern
Stadsmuur
Indicatieve verbeelding, voor het zuidgebouw zie voor de nadere uitwerking BKP blz 62 / 63
De Noorderpoort vanaf de stadszijde, schets van Pronk, anno 1727.
Voormalige Noorderpoort, anno 1620 (collectie WFA)
Bussengarage met kantoor, 1953 (collectie WFA)
Inventarisatiekaart uit het document cultuurhistorisch advies van team erfgoed.
13
2.3 Samenhang in Poort van Hoorn, maar eigenheid per gebied
+
= HOORN STAD
STATIONSKWARTIER
PELMOLENPAD
Gebieden met specifieke kwaliteiten
HISTORISCHE BINNENSTAD
Binnen een samenhangend beeld van de Poort van Hoorn krijgt elk gebied een eigen specifieke kwaliteit en identiteit. Samen vormen deze gebieden een groot centrumgebied met een helder en hoogwaardig netwerk van openbare ruimtes. Op de zuidzijde van het station loopt de binnenstad tot aan de deur van het station. Op de noordzijde ontstaat een hoog-intensief stationskwartier dat complementair is aan de binnenstad. Op de Pelmolen-Prismalocatie wordt juist gestreefd naar een nieuwe stadswijk met een stedelijke uitstraling en een informeel groen binnenmilieu.
14
Deze verschillende gebieden bieden de kans om een diverse uitstraling met verschillende functionaliteiten te ontwikkelen. Op deze manier benutten we in elk deelgebied de eigen specifieke kracht en maken we van Hoorn een breder georiënteerde stad met een gevarieerd aanbod aan woonmilieus. Het gebied vormt zo het visitekaartje van de stad en presenteert dat waar de stad voor staat: de Poort van Hoorn.
Samenhangende elementen
De vraag werpt zich op wat samenhang geeft in beeldtaal, zodat de gebieden niet uit elkaar vallen. De basis vormt hiervoor een samenhangend stelsel van groen, water en openbare ruimtes met een herkenbare en robuuste inrichting. Voor de beeldtaal van de gebouwen wordt samenhang gezocht door voort te borduren op vormgevende historische principes uit het Hoornse straatbeeld, zonder daarvan een letterlijke kopie te zijn. Zo ontstaat er een eigentijds straatbeeld met behoud van variatie in hoogte, een rijk daklandschap en een prettige menselijke schaal en beleving vanaf ooghoogte. Er wordt zo zorgvuldig aangesloten bij de omgeving.
wit als detail of repeterende afwijking
‘bakens’ uitzondering in maat, vorm of materiaal
vrijheid in de kroon pandsgewijze opbouw
driedeling gevel
rood palet als basis
Hoornse werken
gracht, singel of lint
rode vloer
Binnenstad
vrijheid in de kroon
witte panden als afwijking pandsgewijze opbouw
kas op dak
duurzaamheid zichtbaar
sporadisch een afwijkende materialisering, bijv. in hout
rood palet als basis
driedeling
rood palet als basis pandsgewijze opbouw
staal
afwatering zichtbaar lintgroen en water gebakken vloer
accenten
Pelmolenpad
spoorse inrichting
accenten
gebakken vloer
Stationsgebied
15
2.4 Gebiedsferen Binnenstad en singel
Kroon op de binnenstad De zuidzijde van het station vormt het visitekaartje van de binnenstad. Het streefbeeld is om de zuidzijde van het station vorm te geven als logische begrenzing van de historische binnenstad door het afmaken van de singelstructuur met een stedenbouwkundige wand langs het spoor. De eerste aanblik van een bezoeker is een aantrekkelijk beeld van historische panden en een groene singelstructuur. Nieuwbouw voegt zich naadloos in deze structuur. Aan de kant van het Pelmolenpad maakt de nieuwbouw de straatwanden en bestaande bouwblokken af. De nieuwbouw aan de zuidzijde van het station presenteert zich als architectonisch hoogwaardig met krachtige bouwblokken met kappen.
Indicatieve verbeelding, voor het zuidgebouw zie voor de nadere uitwerking BKP blz 62 / 63 16
Hoornse singel
Referentie naar historische elementen
Gevels met sterke ritmiek
Kapkleuren
+ Kapkleur en kapvorm
Nieuwbouw in monumentale vorm
Singelbomen
Variatie in kleuren
Aantrekkelijke plinten
Groene singel met bebouwing
Nieuwe toevoegingen aan cultuurhistorie
Stedelijke functies
Stationsgebouw centraal
Monumentale boom
Materialen binnenstad tot aan de deur
17
2.4 Gebiedsferen Stationskwartier Compacte woonwijk aan het spoor Voor het stationsgebied is een hoge dichtheid van bouwprogramma voorzien. Tegelijkertijd moeten de diverse stationsfuncties op een logische en toekomstbestendige wijze worden ingepast. Grote ‘puzzelstukken’ zoals het autoparkeren, het fietsparkeren, spoorse installaties en het busstation zijn snel sfeerbepalend. In de stedenbouwkundige opzet zijn deze grote puzzelstukken op een toekomstbestendige wijze herschikt en op een prettige wijze ondergebracht in of rondom diverse bouwvelden.
Indicatieve verbeelding, voor het zuidgebouw zie voor de nadere uitwerking BKP blz 62 / 63 18
19
2.4 Gebiedsferen Pelmolenpad-Prisma Groenstedelijk wonen nabij de binnenstad Er bestaat de unieke kans om op een steenworp van het centrum en het nieuwe stadsstrand een hoogwaardig stuk stad toe te voegen. Doelstelling voor dit gebied is om een groen, hedendaags en autoluw woonmilieu te maken. Een nieuwe stedelijke laag dicht op de historische binnenstad. Het Pelmolenpad is ontworpen vanuit een speelse opzet van verschillende bouwvormen, korrelgroottes en woningtypes. De bouwvolumes worden verbonden door een interne openbare hoofdstructuur waar fietser en wandelaar de prioriteit genieten. De randstructuur ontsluit zoveel mogelijk het gemotoriseerd verkeer, zodat een veilige prettige binnenstructuur overblijft.
20
Pandsgewijze bebouwing langs water
‘ Ogen op de straat’
Paden naar stadsstrand. Strand al voelbaar
+
Groene buurtplekjes
Landschappelijke inrichting
Collectieve buurttuin
Variatie in haagsoorten
Spelen in het zand
Stadsstrand
Paviljoen in Park Groene binnenterreinen
Collectief parkeren
Wonen langs water
Stedelijke straten
Water beleefbaar in gebied
Groene overgangen publiek-prive
21
VERDIEPING
J.C.K. Klinkenberg: Oude Hoofdpoort (1852-1924) 22
23
impressie ter illustratie
3. Samenhangende beeldkwaliteit 3.1 Landschap Groene lijnen Bijzondere aandacht verdienen de landschappelijke lijnen van het gebied. Het plan wil de leesbaarheid van het landschap vergroten door de structuren te versterken. Daarbij zal het aandeel groen en water in de openbare ruimte vergroot worden ten behoeve van een fijner leefklimaat en duurzaamheidsdoelstellingen. De linten, zoals eerder benoemd, vormen tevens groen- en waterstructuren. Ze zijn soms minder zichtbaar gelegen achter lintbebouwing. Hun opzet met laanbomen, sloot en oeverbeplanting vormt een inspiratiebron. Lanen als het Keern lopen oorspronkelijk de binnenstad in. De bomenrijen zijn onderbroken en verdienen meer continuïteit. Aan de zuidrand van het gebied ligt de dijk van het Hoornse Hop, een stevige landschapstructuur waarachter zich een nieuw landschap aandient: het strand. Deze ‘belofte’ is een identiteitsdrager voor Pelmolenpad.
Singel Lopers Lanen en linten Straatgroen Begraafplaats Het Keern Hoorn
Indicatieve verbeelding, voor het zuidgebouw zie voor de nadere uitwerking BKP blz 62 / 63 24
Singel
De singel staat voor zowel groen als water, ook al zal het water niet op de middellange termijn in de historische staat worden teruggebracht. Het is een plek waar de bezoeker vanaf het station met allure ontvangen wordt in een lommerrijke omgeving. Welke inrichting specifiek voor deze plek wordt voorgesteld is daarom ook beschreven onder “Beeldkwaliteit Stationsgebied – Plekken” • Ontvangst en verblijf • Plekken maken • Groen oppervlak vergroten • Water aan groen toevoegen • Diversiteit groen/bomen
Lopers
De lopers vanuit het station gaan barrières overbruggen door middel van de maaiveldinrichting. Deze wordt over de singel doorgetrokken waarbij het bestaande groen van de singel zo veel mogelijk gehandhaafd blijft. De Veemarkt is herkenbaar door de lindebomen. Die kunnen aan de overkant van de singel weer terug komen om de relatie met de binnenstad te versterken. • Wandelroutes • Barrières opheffen • Groen doortrekken • Continuïteit groen/bomen
Lanen en Linten
De historische linten, Keern en Koepoortsweg, schampen en doorkruisen het gebied. Het zijn lange structuren met (onderbroken) bomenrijen, lintbebouwing en groen met water aan de achterkant. De herkenbaarheid daarvan kan vergroot worden door bomenrijen aan te vullen. In oostwest richting lopen De Weel en het Dampten/de Van Dedemstraat langs de randen van het gebied. Deze lanen hebben primair een ontsluitingsfunctie. Ook hier liggen kansen om het landschap te versterken door bomenrijen en groenvakken. • Verbindingen en aders • Leesbaarheid landschap • Bomenrijen herstellen • Continuïteit groen/bomen • De bomen op ritmische afstand tegenover elkaar • Een aaneengesloten bladerdak
Straatgroen
In de straten is het benadrukken van continuïteit minder van belang. Afwisseling van type bomen bevordert de ecologische diversiteit. Daarom is er in de straten ook meer afwisseling van solitairen of clusters en van soorten. • Verblijf en bestemming • Herkenningspunten • Verkoeling • Diversiteit groen/bomen
25
3.1 Landschap
Water in alle vezels
Open stedelijk water zoals de grachten en havens van Hoorn zijn een identiteitsdrager van de stad. De singel kent in de huidige situatie slechts gedeeltelijk water. Het vergroten van het open wateroppervlak dient zowel de klimaatopgave als het aantrekkelijker maken van de stad. Het water wordt op verschillende niveaus zichtbaar gemaakt. • Open water. Waar mogelijk wordt open water toegevoegd. In de Van Dedemstraat wordt een wadi in het openbaar gebied toegevoegd. • Waterelementen in de openbare ruimte”zoals speelfonteinen etc. • Zichtbare waterafvoer in openbare ruimte en/of gebouwen. De fijnmazigheid van het watersysteem wordt vergroot en er wordt in de openbare ruimte gezocht naar het zichtbaar maken van de waterafhandeling. • Tot slot kan water (direct of indirect) zichtbaar gemaakt in de gebouwen. De afkoppeling van regenwaterafvoer biedt bijvoorbeeld de mogelijkheid om dit zichtbaar op te lossen in de gevel.
historische molens historische waterlopen
Open water 26
Waterelementen in de openbare ruimte Indicatieve verbeelding, voor het zuidgebouw zie voor de nadere uitwerking BKP blz 62 / 63
Zichtbare waterafvoer in openbare ruimte en/of gebouwen
Zichtbare waterafvoer in openbare ruimte
Open water toevoegen
Regenwaterbuffering op eigen terrein
waterelementen in de openbare ruimte
27
3.2 Openbare ruimte
Fijnmazig netwerk Vanuit eigen kracht ontwikkelen betekent ook dat ingezet wordt op het versterken, verbinden en herkenbaar maken van bestaande ruimtes en structuur. Daarbij worden nieuwe ruimtes en plekken toegevoegd waardoor er een afwisselend beeld ontstaat met herkenbare plekken en oriëntatiepunten. De structuren die bepalend zijn voor de Poort van Hoorn zijn: • het fijnmazige en kleinstedelijke netwerk van de binnenstad wordt verder uitgerold, zodat Poort van Hoorn qua maat en schaal aansluit op de binnenstad; • het spoor is zowel een structurerend element als een barrière tussen noord en zuid. De spoorzone zal gaan werken als verbinder; • de singel vormt een groene ader in een overwegend versteende omgeving. Deze versnippering van deze oase wordt opgeheven; • de historische linten lopen door het plangebied en zijn de verbindende routes naar de omliggende woonwijken. Deze linten zullen zoveel mogelijk worden ingezet als een aantrekkelijk wandel- en fietsgebied; • lopers vanuit het station die de verbinding met de stad voor de voetganger versterken, de sfeer van de binnenstad uitrollen en barrières opheffen; • een serie van pleinen en plekken die ervoor zorgen dat de openbare ruimte meer gebruikt 28 wordt en uitnodigt tot verblijf.
Lint Lint
Station en spoor Pleinen
Singel Loper
Pleinen
Indicatieve verbeelding, voor het zuidgebouw zie voor de nadere uitwerking BKP blz 62 / 63
Binnenstad
Eenduidige vloer met accenten
De rode vloer vormt de basis voor de gehele sfeer. Deze wordt uitgerold vanuit de binnenstad maar moet gaan dienen als herkenbaar ingrediënt voor heel Hoorn. Hoofdmateriaal is de rode gebakken klinker die uitgebreid wordt met een palet van roodroze-paars-bruine klinkers. Over het algemeen wordt waal- en dikformaat gebruikt voor het trottoir en keiformaat voor rijweg. Verbanden en steenformaten kunnen variëren, afhankelijk van de functie van de plek. Speciale plekken kunnen ook gebruik maken van de historische gele klinkers zoals op de Noorderveemarkt. Analoog aan de binnenstad worden specifieke plekken met natuurstenen inzetstukken gemaakt. Markeringen, banden, stoepen etc. worden in natuursteen of met natuurlijke uitstraling uitgevoerd.
Basis: Rode/bruine straatsteen met diverse verbanden
Banden etc. natuursteen of natuurlijke uitstraling
Accenten/ stoepen: natuursteen
Lijnen en pleinen vormen de hoofdstructuur. Binnen de rode vloer worden de pleinen behandeld met een bijzondere inrichting. De specifieke voorstellen daarvoor worden beschreven onder ‘Beeldkwaliteit Stationsgebied -Plekken’ en Beeldkwaliteit Pelmolenpad -Plekken’.
29
3.2 Openbare ruimte Uitwerking eenduidige vloer met accenten Het meubilair en de verlichting vormen variërende accenten op de eenduidige vloer.
Meubilair
Het meubiliair van de binnenstad kent zijn eigen karakteristieke stijl, zoals de lantaarns en de hekjes van de Veemarkt. Het is vanzelfsprekend om vanaf het station richting de binnenstad hierbij aan te sluiten. Daarom wordt voor het singelgebied voorgesteld dezelfde familie aan meubilair toe te passen. Voor stationsgebied noord en Pelmolenpad is dit niet passend. Hier wordt een stijl voorgesteld die universeler is en zowel past bij klassieke als moderne architectuur. Bij stationsgebied noord dient deze bovendien nog aansluiting te zoeken bij de spoorse sfeer. Dat betekent dat familie van meubilair wordt gezocht die gelijktijdig eenvoudig is, een universele uitstraling heeft als een robuuste materialisering bevat.
Verlichting
Qua verlichting wordt een onderscheid gemaakt in functionele gebieden en sfeergebieden. Bij de functionele gebieden wordt verlichting bepaald door gebruikersgemak en helderheid in routes. In de sfeergebieden wordt meer maatwerk verricht om een bepaalde sfeer (comfort, speelsheid, spanning e.d.) te bereiken. Daarbij is manier van aanlichting relevanter dan type paal en armatuur. Zo kan in het singelgebied bijvoorbeeld de parkachtige sfeer versterkt worden door lage belichting en kan op de pleinen de intieme sfeer versterkt worden door belichting van bomen. De sferen worden nader geduid bij “Plekken”.
Verlichting Noord
Zuid
Pelmolenpad
functioneel
functioneel
functioneel
sfeer
sfeer
sfeer sport
Indicatieve verbeelding, voor het zuidgebouw zie voor de nadere uitwerking BKP blz 62 / 63 30
Stationsgebied zuid
Lantaarnpaal: binnenstad Hoorn
Hekwerk Veemarkt
Stationsgebied noord en Pelmolenpad
Sfeer: aanlichting bomen
Meubiliair: mix van hout en staal. Universele vormgeving
Sfeer: lage lichtpunten en aanlichting bomen
Functionele verlichting: masten en armatuur met zowel universele vormgeving (vb:Philips Metronomis)
31
Op het Stationsplein Noord is er ruimte voor 3 tot enbaar raamwerk worden 3.3waar Bebouwing 5 lagen om aan te sluiten op de laagbouw van ngewezen ruimte is Mix van dakvormen, plat, Museumstoomtram en tegelijkertijd een hoge dichtheid wolfseind, zadel, schild, rieerde en samengesteld piramidedak. Diverse klok de noordelijke rond de stationsentree te bereiken. Voor Grid ritmiek in gevel opbouw, Grid ritmiek in gevel opbouw, 3-2-1 raampatroon/ritmiek in de en trapgevels nadruk op de verticaliteit nadruk op de verticaliteit verdiepingen n een vervolgfase zal dit strook langs de singelstructuur is een hoogte van 4-6 Hoornse maat en schaal lagen stedenbouwkundig wenselijk. Dit voorziet de rijgen. Hierdoor wordt een singelstructuur op termijn van een monumentaal profiel In hoofdstukbereikt ‘Visie’ is globaal welke elijk straatbeeld en beschreven kroon gaat op passende wijze een directe relatie aan met elementen uit het Hoornse stadsbeelden worden wijze aangesloten bijbebouwing de midden gebruikt. Voor de zijn dit inde hethistorische binnenstad, de bestaande bebouwingen bijzonder: bouwing. Er ontstaat een en de hogere bebouwing aan de noordzijde. plint • pandsgewijze opbouw.
Dat betekent: het d met hogegebouw woonkwaliteit, Hoornse klassieke architectuur pandsgewijze opbouw staat op de grond, heeft hoofdzakelijk 2 een verticale geleding, heeft zijn eigen Hoogteaccenten als herkenningspunten eld en ervaring vanaf architectuur, ontsluiting en verdiepingshoogtes; Op specifieke locaties zijn hoogteaccenten mogelijk. dend is. • de pandsgewijze opbouw van de gevelwand Deze reageren op de context, de betekenis voor de
vrijheid in de kroon betekent dat samengestelde blokken niet als omgeving en de specifieke kwaliteiten van de plek. één architectonisch gebaar ontworpen zijn; nterpretatie van Hoorns • een natuurlijk roodbruine kleur- enEr wordt een bijdrage geleverd aan de uitstraling, materiaalpalet. Materialen die ooklevendigheid, op de lange economische kracht en herkenbaarheid pandsgewijze opbouw d termijn mooi verduurzamen; van stadsstructuren of strategische plekken, zoals verticaliteit in de plint en buurten dragen bij aan een • driedeling van de gevel in: een plint, eenhet OV-knooppunt. Tegelijkertijd wordt een unieke rond onde groei vanmiddendeel de stad. De beleving Elementen uit Hoornse architectuur en een dakafronding. De plint woonbeleving met uitzicht op het Markermeer en de n van de openbare ruimte wordt verhoudt zich tot de bouwhoogte; binnenstad • door De vrijheid in de kroon en vertaalt zich in kappen, toegevoegd. Zo is in Pelmolenpad-Prisma deel bepaald de gebouwen ruimte tot 8 lagen. In het Stationsgebied Noord is platte daken, set-backs of dakopbouwen. programma en haar gevels samen
. In de Hoornse binnenstad is dit goed tmiek in de gevelopbouw, de nadruk , er zijn aantrekkelijke plinten en er is ormen.
oorn worden deze kwaliteiten op nterpreteerd met een pandsgewijze okopbouw. De stedelijke wanden verse korrel met varierende hoogtes. hoge stedelijke dichtheid behaald jkertijd een ‘Hoornse’ uitstraling. De n vormen de basis, de zogenaamde plint 4m ze sluit goed aan op de omgeving. rdeel van een compositie van panden 32 Aantrekkelijke plinten hoogten. Dit is de hoogte die vanaf
driedeling gebouwen
pandsgezijze opbouw
special hoeft niet een
ruimte tot maximaal 12-14 lagen. Op de kruising van hetgroene daken kappen, kap te hebben variatie tussen setbacks en kassen (van 1, 2 of 3 verdiepingen), Dampten met het Keern is daarnaast één hoger accent zonnepanelen geïntegreerd van 16-20 lagen denkbaar Windhinder voorkomen wanneer er vanuit Optimaleruimtelijke bezonning door setbacks studies ‘aantoonbare kwaliteit’ wordt geleverd. Deze aanvullende, in deze fase theoretische, schuifruimte is afhankelijk van de relatie tot het ontwerp van de rest hoofdzakelijk dwarskappen van stationsgebied, de kwaliteit het plintvan relateert zichtoren-ontwerp tot hoogte gebouwen over meerdere verdiepingen) (architectuur en getrapte vorm)(plint enevt.uitgangspunten die verticaliteit in de plint in een nader te ontwikkelen hoogbouwvisie worden ontwikkeld.
pandsgewijze opbouw
Een moderne interpretatie van een Hoorns straatbeeld
Gezonde leefomgeving
Een gezonde leefomgeving zo dichtbij het spoor is essentieel. Een goede bezonning, voorkomen van windhinder, trillingshinder en geluidsluwe ruimtes
plint 4m
Aantrekkelijke plinten
Windhind door setb
driedeling gebouwen
Uitwerking Hoornse maat en schaal Interpretatie van het Hoornse samengestelde bouwblok
Naar analogie met de samengestelde blokken uit de binnenstad hebben gebouwen in het stationsgebied een leesbaar formaat die aan elkaar zijn gekoppeld en soms onderbroken worden door een steeg of doorsteek. Dit blok is vaak aan één zijde open. De stedelijke structuur is in het Stationsgebied noord dichtbebouwd, dus blokken staan strak in de rooilijn. Er zijn wel duidelijk zichtbare sprongen in bouwhoogtes. De primaire oriëntatie is aan de (actieve) buitenkant met hoofdentrees aan de belangrijkste openbare ruimtes. De secundaire oriëntatie is gericht op minder prominente openbare ruimte maar kent eveneens actieve gevels met secundaire entrees. Het Pelmolenpad heeft een eigen interpretatie van het Hoornse bouwblok uit de binnenstad. In Pelmolenpad worden panden en rijtjes georganiseerd rondom groene binnenmilieus. Ook typologie en dakvorm variëren hierbij. De stedenbouwkundige structuur is hier wat losser dus verspringende rooilijnen zijn mogelijk.
Samengestelde blokken met mix grondgebonden en appartementen Samengestelde blokken Individuele blokken
Indicatieve verbeelding, voor het zuidgebouw zie voor de nadere uitwerking BKP blz 62 / 63 33
3.3 Bebouwing Uitwerking Hoornse maat en schaal Samengestelde blokken stationsgebied-noord
De samengestelde blokken in het stationsgebied noord hebben aaneengesloten straatwanden, die onderbroken zijn door straten, stegen en doorsteken. De blokken zijn soms aan één zijde open. Ze staan strak in de rooilijn en verspringen in bouwhoogtes (minstens één laag tussen naburige panden).
Samengestelde blokken Pelmolenpad
De samengestelde blokken in Pelmolenpad bestaan uit een mix van brede panden en rijtjes met groene binnengebieden. Elk blok kent minstens één rij en elke rij heeft drie tot zes panden. De gebouwen staan in een losse structuur en met verspringende rooilijnen. Het daklandschap varieërt met verschillende kappen en platte daken. De bouwhoogte verspringt met minstens één laag tussen naburige panden.
Individuele blokken
Deze samengestelde blokken worden afgewisseld met individuele blokken. Dit zijn zelfstandige gebouwen van fors formaat die een alzijdige oriëntatie hebben, met de hoofdentree aan de meest prominente openbare ruimte.
34
Uitwerking Hoornse maat en schaal Rode baksteen en bakens
De beeldtaal bestaat uit rode baksteen. Als uitzondering op deze rode wereld zijn er accenten, deze wijken op belangrijke posities qua materiaalgebruik af. Dit zijn de bakens. De bakens staan op stedenbouwkundig markante plekken zoals op hoeken en in zichtlijnen. Ze kunnen zowel onderdeel uitmaken van de straatwanden als ook een vrijstaand alzijdig blok vormen. De primaire oriëntatie is aan de (actieve) buitenkant met hoofdentrees aan de belangrijkste openbare ruimtes.
bakens overwegend rode baksteen
Samenhangend kleur en materiaalgebruik in rode tinten.
Bakens 35
3.3 Bebouwing Uitwerking Rode stad met bakens In de gevel overheerst de rode en bruine baksteen. Niet alleen in de oude binnenstad. Ook in 19de eeuwse wijken en nieuwere delen. De herinterpretatie van het Hoornse palet betekent niet een keuze voor een historiserende stijl. Het is juist belangrijk een nieuwe hedendaagse interpretatie te vinden die voldoet aan de volgende kwaliteiten: • rode/roze/bruine baksteen; • accenten in de baksteengevel: lijsten, erkers, spekbanden, erkers, kapellen etc. verrijken de architectuur; • materialen zijn natuurlijk, robuust. Het zijn mooi verouderende natuurlijke materialen; • de detaillering is hoogwaardig en verfijnd; • volledig witte gevels (bijvoorbeeld als wit gestuct of geschilderd pand) vormen een kleine minderheid in het straat beeld.
Bestaand
Rode stad
Bakens
36
Nieuwe interpretatie
37
3.3 Bebouwing Klimaatbestendig bouwen •
•
•
• • •
De wijk wordt klimaatbestendig ingericht volgens de richtlijnen: Westfriesland klimaatbestendig Stresstest, strategie en uitvoeringsagenda Bij een bui van 60 mm in een uur mag geen schade ontstaan aan bestaande gebieden. Voor de nieuw te ontwikkelen gebieden mag bij een bij een bui van 70 mm in een uur geen schade onstaan en er wordt voldoende rekening gehouden met hitte en droogte Waterberging privaatterrein: Een groot deel van de neerslag van een hevige bui op het bebouwd deel van privaat terrein wordt verwerkt (geïnfiltreerd, opgevangen en/of vertraagd afgevoerd) op het terrein zelf of in extra (water) voorzieningen in of toegerekend aan het plangebied. Daken combineren waar mogelijk waterberging, groen en energieopwekking. Tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Groenblauwe structuren en de gebiedseigen biodiversiteit worden versterkt via het leidende principe dat bij het toepassen van klimaatadaptieve maatregelen ecologische oplossingen altijd de voorkeur hebben boven ‘puur technische’ oplossingen
regenwaterbufferring in openbare ruimte
regenwaterbuffering
waterdoorlatende bestrating b.v. bij parkeerplekken
combinatie van dakterras en groen dak
Energieneutraal bouwen • •
Technische ruimtes en nutsvoorzieningen worden in de architectuur geïntegreerd PV panelen op het dak en in de gevel zijn altijd integraal mee-ontworpen zonnepanelen geïntegreerd in dak zonnepanelen als gevelpaneel
38
gezonde en biodiverse leefomgeving
combinatie van zonnepanelen en groendak
Mobiliteitshubs In het stedenbouwkundig Plan Poort van Hoorn gaan we uit van een aantal bovengrondse mobiliteitshubs. Door de auto’s hier te parkeren kan de rest van het gebied autoluw worden ingericht met groene binnengebieden. Naast parkeren kan de plint ruimte bieden voor wijkvoorzieningen. • Naast de bakens zijn deze blokken vaak opvallend in hun maat en schaal en vragen daarom om een goede architectuur. De parkeergarages worden alzijdig ontworpen. • In het stationsgebied maken de parkeergarages onderdeel uit van een samengesteld bouwblok. De architectuur en materialisering volgt dezelfde regels als de overige bebouwing. • In Pelmolenpad/prisma zijn de mobiliteitshubs solitaire gebouwen met hun eigen identiteit en materialisering. • Het streven is om de plinten zoveel mogelijk te activeren met voorzieningen en/of maatschappelijke functies. • Bij voorkeur worden de daken afgedekt met een kap of sheddaken b.v. in combinatie met zonnepanelen. • Alternatief is een groendak met buurtfunctie of verblijfskwaliteit mogelijk. • De parkeergebouwen worden toekomstgericht ontworpen, zodat ze later bij minder parkeervraag getransformeerd kunnen worden tot woonwerkgebouwen of gemakkelijk te demonteren zijn. • Het gevelontwerp dient rekening te houden met de situatie ‘s nachts, zodat de verlichting niet storend werkt op de omgeving.
hoogwaardig gevelontwerp
parkeergarages met groene gevels
parkeergarage met kapontwerp
overkapping met zonnepanelen
parkeergarge met voorzieningen in plint 39
BEELDKWALITEIT STATIONSGEBIED
J.C.K. Klinkenberg: Oude Hoofdpoort (1852-1924) 40
41
impressie ter illustratie
4. Beeldkwaliteit stationsgebied 4.1 Landschap stationsgebied
Groene lijnen
Door het stationsgebied lopen alle benoemde landschapsstructuren. De ruimte op sommige plekken is beperkt, maar waar het kan, wordt het bestaande groen zoveel mogelijk versterkt en aangeheeld. Bij de singel wordt het parkachtig karakter benadrukt door diverse boomsoorten en kort gras, bijvoorbeeld esdoorns, iepen, beuken, linden, wilgen en kastanjebomen. Daarnaast een mix van vaste planten. Dit wordt nog nader uitgewerkt in een inrichtingsplan. Bij de lanen en de linten vindt het versterken en doorzetten van bomenlijnen plaats door bestaande boomsoorten te gebruiken. Bij de lopers is de continuïteit juist van belang en wordt dus een dominante soort gekozen of, als deze er al is, versterkt. De Veemarkt is erg karakteristiek met de Lindebomen. Deze bomenrijen wordt doorgetrokken ten noorden van de singel. In de straat wordt een mix van bomen voorgesteld voor de verijking van het straatbeeld en de ecologie.
plantsoen (zie “plekken”) lint - bestaande mix aanvullen laanboom 1 - bestaande mix aanvullen lopers - dominante boomsoort aanvullen straatbomen - nieuwe mix van soorten bomensingel
Indicatieve verbeelding, voor het zuidgebouw zie voor de nadere uitwerking BKP blz 62 / 63 42
Singel Afwisseling van boomgroepen en solitaire bomen. Mix van vaste planten
Lanen en Linten
Lopers
Straten
Versterken en doorzetten van bomenlijnen. Bestaande boomsoorten gebruiken
Doorzetten van dominante boomsoort, zoals lindes vanuit Veemarkt over singel richting stationsgebied noord
Kleine boomgroepen en solitaire bomen. Mengen van soorten
!552
2ÿ6326 ÿ5 7557ÿ5
01234563784ÿ3 5562ÿ82ÿ ÿÿ5
43
4.1 Landschap stationsgebied
Water in alle vezels In het stationsgebied is beperkt plek voor open water naast de bestaande singels. Toch is het belangrijk het water hier zoveel mogelijk ruimte te bieden, omdat het een essentieel onderdeel is van de Hoornse identiteit. Daarnaast moet de openbare ruimte ook klimaatadaptief ontworpen worden. Het water kan zichtbaar worden gemaakt op de volgende manieren. • Polderdaken • Wadi tpv van Dedemstraat of Singel • Gescheiden rioolstelsel/hemelwaterafvoer • Open afvoer in de openbare ruimte, bijvoorbeeld door diepe goten of kunstuitingen • Waterelementen zoals fonteinen, vijvers en bedriegertjes Bestaand water Mogelijk nieuw water of wadi Verdiepte goten in profiel, waterbuffering
Indicatieve verbeelding, voor het zuidgebouw zie voor de nadere uitwerking BKP blz 62 / 63 44
125
!ÿ"57525
Spoorsingel: steil profiel met beplanting 01234563784ÿ3 5562ÿ51ÿ ÿÿ5
Westersingel /Hoge Vest
Zichtbaar maken van waterafhandeling 01234563784ÿ3 5562ÿ51ÿ ÿÿ5 45
4.2 Openbare ruimte stationsgebied
Fijnmazig netwerk In het fijnmazige netwerk worden verschillende plekken gemaakt met een eigen sfeer. In deze paragraaf wordt per plek benoemd wat het specifieke karakter en functie is van de betreffende plekken en waarin deze afwijken van de algemene uitgangspunten.
46
Buurtplein
Stoomtrampromenade
Stationsplein noord
Stationsplein zuid
Singel
Indicatieve verbeelding, voor het zuidgebouw zie voor de nadere uitwerking BKP blz 62 / 63 47
4.2 Openbare ruimte stationsgebied Singel Sfeer: • parkachtig • royaal • lommerrijk • rustgevend • verwelkomend Functie: • verblijven • wandelen • spelen • sporten bijvoorbeeld calisthenics Kenmerkende inrichtingselementen: • gazon, intensief gemaaid • onderbeplanting/bloemen • waterelement • paden halfverharding, met uitzondering van de rode lopers • sfeerverlichting, met uitzondering van de doorgaande routes, rode lopers • hekjes Veemarkt worden doorgezet over de singel
5 4
2 1
6
1 2 3 4 5 6
Vloerbasis - binnenstad Halfverharding Intensief gemaaid gras Onderbeplanting/bloemen Hekken Veemarkt, rijksmonument Verharding Veemarkt
Indicatieve verbeelding, voor het zuidgebouw zie voor de nadere uitwerking BKP blz 62 / 63 48
3
4
Solide, natuurlijke halfverharding
Sfeerverlichting: lage lichtpunten en aanlichting bomen
Combinatie van boomgroepen, solitaire bomen, vaste planten en gras 49
4.2 Openbare ruimte stationsgebied Traverse Traverse als podium met het station als adres Het verkleinen van de afstand tussen het station en de binnenstad is één van de belangrijkste ontwerpopgaven van het plan. De traverse draagt hieraan bij. Het doel van de traverse is een inclusieve loopbrug die een verbinding tussen stad en station maakt. Dit betekent dat de traverse voor iedereen comfortabel en goed te bereiken is. In deze fase is de traverse op zijn principes onderzocht. In een vervolgfase volgen nadere studies en uitwerkingen. Denk aan de techniek, veiligheid, vormgeving, toegankelijkheid, traphellingen, liftposities, positie voor de OVCP (poortjes) en eventuele overkappingen. De ruimtelijke ambitie is om de traverse als een ‘podium’ te benaderen welke een reeks aan plekken en bestemming in de stad verbindt. Het slecht de barrieres van het spoor en verbindt als belangrijkste schakelstuk noord en zuid. De traverse is ook uniek doordat het zowel een interwijkse verbinding is als een adres voor het station huisvest. Dit betekent dat het zowel een overstap als een verblijfskwaliteit moet hebben. Het station krijgt een duidelijk adres aan de traverse.
aansluiting op busstation en Dijklander aanlanden bij perenboomplein
aansluiting op MST boulevard
ingang station
zowel verblijf als reizen
zitten in de zon stationsplein zuid
routes naar Kleine Noord en Veemarkt zicht op Noorderkerk
Indicatieve verbeelding, voor het zuidgebouw zie voor de nadere uitwerking BKP blz 62 / 63 50
Automatische fietsliften
Liften
Toegankelijkheid
+
Verblijfskwaliteit
Interwijkverbinding
Aantrekkelijke inrichting
+
Overzichtelijk reizen
Comfortabel wachten
Stationsfuncties
51
4.2 Openbare ruimte stationsgebied Stationsplein zuid Sfeer: • actief • beweging • overzichtelijk • verwelkomend • open Functie: • aankomen en oriënteren • ontmoeten • wachten • spelen
7
1
Kenmerkende inrichtingselementen: • vloer ‘plus’: met Hoorns palet een afwijkend tapijt, door patroon of verband • borders • waterelement • borders met bloemen en solitaire bomen • zitranden (natuursteen/beton)
5 2 3 6
1 2 3 4 5 6 7
Vloerbasis binnenstad Vloer ‘plus’: stationsplein zuid Vloer rode loper Borders met bloemen en bomen Waterelement Ingang fietsenstalling Extra volume (transparant)
Indicatieve verbeelding, voor het zuidgebouw zie voor de nadere uitwerking BKP blz 62 / 63 52
4
53
4.2 Openbare ruimte stationsgebied Stationsplein noord Sfeer: • dynamisch • beweging • overzichtelijk • verwelkomend • afgebakend 11
Functie: • aankomen en oriënteren • ontmoeten • wachten • verblijven • commercie Kenmerkende inrichtingselementen: • pocketpark met afwijkend padensysteem (bijv. stelcon) • forse groenvakken, water met bloemen en gras • solitaire bomen • rijbomen lindes • zitbanken • verharding als richtingsduiding • aanduidingen voor bijvoorbeeld parkeervoorziening en fietsenstalling als onderdeel van de architectuur meeontwerpen
54
5
2
1
6 8 3
10 9
Vloerbasis Vloer rode loper 3 Paden Stationsplein noord 4 Groen met bloemen 5 Lindes 6 Actieve plinten 7 Trappartij 8 Hellingbaan 9 Lift duidelijk in zicht 10 Comfortabele trappen 11 Fietsenstalling 12 Entree parkeergarage 13 Extra volume (transparant) 1 2
4
7 13
12
55
4.2 Openbare ruimte stationsgebied Stoomtrampromenade Sfeer: • ontspannen • ontdekken • robuust • karakter spoor
1 2 3
Functie: • museaal • recreatie • thuiskomen • verblijven • plintfuncties Kenmerkende inrichtingselementen: • stelconplaten • informele groenvakken • relicten: rails en bielzen • stalen rooster • clusters van kleine bomen
2
4
5
1 2 3 4 5
Vloerbasis Stelconplaten Spoorlijnen Extensief groen met bomen Basis vloer loopt door in het Stoomtrammuseum
Indicatieve verbeelding, voor het zuidgebouw zie voor de nadere uitwerking BKP blz 62 / 63 56
Roosters en goten: modern met verfijnde detaillering 57
4.2 Openbare ruimte stationsgebied Buurtplein stationsgebied Sfeer: • intiem en beschut • karakter spoor Functie: • buurtgebonden • thuiskomen Kenmerkende inrichtingselementen: • Stelconplaten • informele groenvakken met diverse bomen • clusters van kleine bomen
2 3
5 4
1
Stelconplaten Vloerbasis - Rode klinkerverharding vloer 3 Intensief gemaaid gras 4 Extensief groen met bomen 5 Delftse stoep
1 2
58
Groenvakken in verharding en zitelementen als ontworpen onderdelen van de openbare ruimte 59
4.3 Bebouwing stationsgebied Hoornse schaal en maat Stationsgebied noord vormt de overgang tussen binnenstad en de omgeving van het Dijklander ziekenhuis, dat bestaat uit grootschalige individuele gebouwen. Daarom hebben de gebouwen in stationsgebied noord een tussenschaal die zowel aansluit bij de binnenstad als bij de bebouwing ten noorden van het station: pandsgewijs, maar niet zo kleinschalig als de binnenstad. • De pandsgewijze opbouw van de gevelwand betekent dat samengestelde blokken niet als één architectonisch gebaar ontworpen zijn. • Pandsgewijze opbouw. Dat betekent: het gebouw staat op de grond, heeft hoofdzakelijk een verticale geleding, heeft zijn eigen architectuur en bij voorkeur zijn eigen ontsluiting • Driedeling van de gevel in: een plint, een middendeel en een dakafronding. De plint verhoudt zich tot de bouwhoogte. • Gebouwen zijn overhoeks ontworpen. Zijgevels aan de openbare ruimte hebben openingen. Er is geen onderscheid tussen voor- en zijgevels. Beide hebben een interactie met de straat. • Er is een grote diversiteit in het daklandschap met duidelijk zichtbare hoogteverschillen tussen de bovenste bouwlagen (min. 1 bouwlaag tussen naburige panden) • Uitkragende geveldelen zijn in vorm en uitstraling ondergeschikt aan de hoofdmassa en zijn licht en rank vormgeven.
De onderzijde van uitkragende geveldelen dient net zo hoogwaardig afwerkt te worden als de gevel.
60
Baken Samengesteld blok Individueel blok Bestaande gebouwen Parkeergebouw
TI ma
E
x. 3
ma
0m
x. 3
ma
0m
x. 3
Baken
Gebouw in straatwand
Samengesteld blok
0m
Individueel blok
m
FU
.3
min
.
min
ma
•
• •
. min
0m
x. 3
x. 3
• •
3m
0m
ma
type: appartementen afmeting: maximaal 30 meter en stationsgebied aan de singelzijde maximaal 25m gebouw bestaat uit meerdere panden, die in architectuur, uitstraling en bouwhoogte van elkaar verschillen. Bij voorkeur met een eigen entree en ontsluiting. overhoeks ontworpen, zijgevel is ook een voorgevel accentbebouwing tot 8 lagen krijgt een setback van 2,40 m op max 15-20 meter hoogte, zodat het lage volume het straatbeeld bepaalt.
5m
m
• • • •
m
.3
min
• 0m
x. 3
x. 3
0m
ma
• •
stationsgebied
x
xm . 30 axm .3 0
x. 2
ma
• type: appartementen • afmeting: maximaal 30 meter • hoogteverschil van min. 1 bouwlaag tussen naburige panden
ma
x
ma
ma x ma . 30m x. 3 0m
FU
3m
IE
ma
mma m axax. x.3 .3035m 0m m
x
type: appartementen afmeting: maximaal 30 meter stationsgebied gebouwen hebben een markante verschijning vanaf grotere afstand materialisering is afwijkend van het Hoornse palet. Contrast zonder te detoneren m .3 min plint: verhoogde plint met sterke relatie met openbare ruimte voor het overige dezelfde ma kenmerken als hoekgebouw in x. 3 0m 5m x. 2 samengesteld ma blok accentbebouwing tot 8 lagen ma x. 3 0m van 2,40 meter krijgt een setback op max 15-20 meter hoogte, zodat het lage volume het straatbeeld bepaalt.
ma
• type: appartementen • afmeting: maximaal 30 x 30 meter • alzijdige oriëntatie, uitstraling en architectuur • plint: verhoogte plint met sterke relatie met openbare ruimte • accentbebouwing tot 8 lagen krijgt een setback van 2,40 meter op max 15-20 meter hoogte, zodat het lage x volume het straatbeeld bepaalt. x
x
x
m
0m
x. 3
x. 3
0m
stationsgebied
I
NC T
I
m m m .332055 aaxaxx. . mm m
.3
min
NC T
0m
x. 3
x
NC T
ma
ma
x. 3
0m
5m
x. 2
ma
61
FU
4.3 Bebouwing zuidgebouw Zuidgebouw In het voorliggende plan wordt de continuïteit van de singelstrook hersteld. De groene structuur wordt ruimtelijk begeleid door een reeks van gebouwen en pleinen. Het zuidblok speelt in de singelstrook een belangrijke rol. Het markeert de sprong over de sporen via de passerelle, het vormt de wand (en levendige plint) van het stationsplein en is een belangrijk baken, ter oriëntatie als je de singel doorkruist vanuit het centrum. De diepte van het blok is te verklaren vanuit de betekenis die de gevel heeft voor het stationsplein. De gebouwen in het stationsgebied hebben een tussenschaal die zowel aansluit bij de binnenstad als bij de bebouwing ten noorden van het station: pandsgewijs, maar niet zo kleinschalig als de binnenstad. • De pandsgewijze opbouw van de gevelwand betekent dat samengestelde blokken niet als één architectonisch gebaar ontworpen zijn. • Pandsgewijze opbouw. Dat betekent: het gebouw staat op de grond, heeft hoofdzakelijk een verticale geleding, heeft zijn eigen architectuur. • Driedeling van de gevel in: een plint, een middendeel en een dakafronding. De plint verhoudt zich tot de bouwhoogte. • Gebouwen zijn overhoeks ontworpen. Zijgevels aan de openbare ruimte hebben openingen. Er is geen onderscheid tussen voor- en zijgevels. Beide hebben een interactie met de straat.
• Er is een grote diversiteit in het daklandschap met duidelijk zichtbare hoogteverschillen tussen de bovenste bouwlagen.
62
architectonisch accent mogelijk kopgevel ontwerp met respect voor privacy bestaande woningen
voorbeelduitwerking
Samengesteld blok
Variatie in hoogte en kappen
Rijke architectuur
Geluidscherm
• •
• hoogteverschil van min. 1 bouwlaag tussen naburige panden • alle panden hebben een kap met minimaal 20 en maximaal 70 graden dakhelling • er is diversiteit in kapvormen met variatie in kaprichtingen (zie voorbeelduitwerking)
•
• Het geluidscherm tussen de nieuwbouw en de bestaande bouw sluit bij voorkeur aan op het bestaande appartementen complex, waardoor een deel van het bestaande scherm kan komen te vervallen. • De detaillering is hoogwaardig en zo transparant mogelijk ontworpen
•
fmeting: maximaal 25 meter a gebouw bestaat uit meerdere panden, die in architectuur, uitstraling en bouwhoogte van elkaar verschillen overhoeks ontworpen, zijgevel is ook een voorgevel
• • •
De pandgewijze architectuur heeft een rijke uitstraling met een hoogwaardige detaillering De architectuur is niet historiserend maar eigentijds plint: verhoogde plint met sterke relatie met openbare ruimte Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de privacy van de bestaande woningen
63
2. KLEUR EN MATERIAAL ALGEMEEN BEELDKWALITEIT NIEUWBOUW 2. KLEUR EN MATERIAAL
2. KLEUR EN MATERIAAL
De kleuren worden gekozen uit onderstaand schema.
Hout wordt alleen behandeld of verduurzaamd gebruikt in naturel of grijs/zwart tinten. De toegepaste materialen worden gekozen uit onderstaande Ander materialen als stucwerk, vezelplaat, keramiek worden lijst. Ze zijn hoogwaardig, duurzaam, modern en tijdloos. toegepast in grijstinten van licht antraciet of zwart en gebruikt in De kleuren worden gekozen uit onderstaand schema. Hout wordt alleen behandeld oftotverduurzaamd creëren een modern contrast. naturel of grijs/zwart tinten. Baksteen, beton en staal sluiten aan bij het industriële karakter De kleuren worden gekozen uitgekozen onderstaand schema. Hout wordt alleen behandeld verduurzaamd gebruiktworden in van de bestaande Kozijnen zijnals bij voorkeur vanof hout, aluminium of staal in De toegepaste materialen worden uit gebouwen. onderstaande Ander materialen stucwerk, vezelplaat, keramiek kleuren. Kunststof kozijnen zijn alleen naturel ofterughoudende grijs/zwart tinten. lijst. Ze zijn hoogwaardig, duurzaam, modern en tijdloos. toegepast in grijstinten van licht tot antraciet of zwart en toegestaan in donkere grijstinten of zwart.
4.3 Bebouwing stationsgebied
De toegepaste materialen worden gekozen uit onderstaande
Ander materialen als contrast. stucwerk, vezelplaat, keramiek worden creëren een modern
lijst. beton Ze zijnen hoogwaardig, duurzaam, modern en tijdloos. Baksteen, staal sluiten aan bij het industriële karakter KLEUREN: van de bestaande gebouwen.
toegepast in grijstinten van licht tot antraciet of zwart en creëren een modern contrast.
Baksteen, beton en staal sluiten aan bij het industriële karakter
Het Hoornse palet, zoals beschreven in paragraaf van de bestaande gebouwen. ‘Samenhangende beeldkwaliteit -Gebouwen’ bestaat uit rode-bruine-roze baksteen. Daarnaast zijn er de bakens in wit/zeer lichte kleuren. In het stationsgebied kan dit palet worden aangevuld met KLEUREN: zwart staal. Hiermee wordtKLEUREN: de spoorse sfeer benadrukt.
Kozijnen zijn bij voorkeur van hout, aluminium of staal in terughoudende kleuren. Kunststof kozijnen zijn alleen Kozijnen zijn bij voorkeur van hout, aluminium of staal in toegestaan in donkere zwart.zijn alleen terughoudende kleuren.grijstinten Kunststofof kozijnen
71
Baksteen in rood/bruin tinten
Kozijnen zijn bij voorkeur van hout, aluminium of staal in terughoudende kleuren. Kunststof kozijnen zijn alleen toegestaan in donkere grijstinten of zwart.
MATERIALEN: Hout wordt alleen behandeld of verduurzaamd gebruikt in naturel of grijs/zwart tinten. Ander materialen als stucwerk, vezelplaat, keramiek worden toegepast in grijstinten van licht tot antraciet of zwart en creëren een modern contrast.
BEELDKWALITEIT NIEUWBOUW ALGEMEEN 2. KLEUR EN MATERIAAL
Vezelcementplaat, keramiek
Metaal
Vezelcementplaat, keramiek
Metaal
Behandeld of verduurzaamd hout
71
De toegepaste materialen worden gekozen uit onderstaande lijst. Ze zijn hoogwaardig, duurzaam, modern en tijdloos.
KLEUREN:
Baksteen, beton en staal sluiten aan bij het industriële karakter van de bestaande gebouwen.
Kozijnen zijn bij voorkeur van hout, aluminium of staal in terughoudende kleuren. Kunststof kozijnen zijn alleen toegestaan in donkere grijstinten of zwart.
Baksteen, beton en staal sluiten aan bij het industriële karakter van de bestaande gebouwen. De toegepaste materialen worden gekozen uit onderstaande lijst. Ze zijn hoogwaardig, duurzaam, modern en tijdloos. De kleuren worden gekozen uit onderstaand schema.
Kozijnen zijn bij voorkeur van hout, aluminium of staal in terughoudende kleuren. Kunststof kozijnen zijn alleen toegestaan in donkere grijstinten of zwart.
Hout wordt alleen behandeld of verduurzaamd gebruikt in naturel of grijs/zwart tinten. Ander materialen als stucwerk, vezelplaat, keramiek worden toegepast in grijstinten van licht tot antraciet of zwart en creëren een modern contrast.
Lichtgrijs beton, licht stucwerk, licht of gekeimd metselwerk, lichte natuursteen
BEELDKWALITEIT NIEUWBOUW ALGEMEEN 2. KLEUR EN MATERIAAL Beton, natuursteen
Beton, natuursteen
Stucwerk
Vezelcementplaat, keramiek
Stucwerk
Vezelcementplaat, keramiek
Metaal
Metaal
Behande hout B
h
Zwart en staal(-kleur) 64
Behandeld of verduurzaamd hout
Hout wordt alleen behandeld of verduurzaamd gebruikt in naturel of grijs/zwart tinten. Ander materialen als stucwerk, vezelplaat, keramiek worden toegepast in grijstinten van licht tot antraciet of zwart en creëren een modern contrast.
MATERIALEN: MATERIALEN:
Baksteen in rood/bruin tinten
De kleuren worden gekozen uit onderstaand schema.
Stucwerk
De toegepaste materialen worden gekozen uit onderstaande lijst. Ze zijn hoogwaardig, duurzaam, modern en tijdloos.
Stucwerk
Beton, natuursteen
De kleuren worden gekozen uit onderstaand schema.
Baksteen, beton en staal sluiten aan bij het industriële karakter van de bestaande gebouwen.
Beton, natuursteen
Rood, roze, bruin palet van gevelsteen
Baksteen in rood/bruin tinten
KLEUREN:
BEELDKWALITEIT NIEUWBOUW ALGEMEEN 2. KLEUR EN MATERIAAL
Baksteen in rood/bruin tinten
71
toegestaan in donkere grijstinten of zwart.
MATERIALEN:
KLEUREN:
MATERIALEN:
Materiaal en kleur
rode steen met zwarte/stalen of witte accenten
lichte natuursteen
rode en roze steen
bruine baksteen
spekbanden
rode en bruine steen, witte randen
rode baksteeen en wit gekeimd metselwerk 65
4.3 Bebouwing stationsgebied Daklandschap en bouwhoogtes
Het daklandschap is een cruciaal onderdeel voor de beeldtaal van Poort van Hoorn. Het dak is bovendien een plek waar veel ruimteclaims op worden gelegd vanuit het wonen, klimaatadaptatie, energieopwekking etc. In het stationgebied noord wordt het dak intensief benut en daarom wordt vanuit beeldkwaliteit een bepaalde vrijheid aan de dakafronding gegeven. • Het voldoet aan de voorgeschreven bouwhoogte waarbij de basis 4-8 lagen is, met accenten tot 12 lagen (zie spelregelkaart). • Afronding mag via kap of plat dak. De kap is herkenbaar als bovenste deel van de driedeling in de gevel. • Platte daken worden groen en klimaatadaptief ingericht. • Om diversiteit in het daklandschap te maken is er minstens 1 verdieping of minimaal 3 meter verschil in bouwhoogte tussen naburige panden. • Set-backs worden ingezet om bebouwing minder massaal te maken en lichttoetreding te vergroten. In stationsgebied zuid heeft de bebouwing een kap. • Er is diversiteit in kapvormen en kaprichtingen • Aansluiten bij opbouw binnenstad met kappen met verschillen in goothoogte. • Kappen hebben een dakhelling van minimaal 20 en maximaal 70 graden.
66
hoogtes stationsgebied noord min. 4 en max. 8 lagen hoogteaccent max. 12 lagen bestaand kappen (indicatief)
Stationsgebied Fijnmazige parcellering (A1) zuid
Stationsgebied noord
groen daklandschap
gevarieërd kappenlandschap
Bestaande rooilijnen respecteren (A5)
Panden staan met de gevel op de grond (A12)
aansluiten bij schaal binnenstad
Plaatsing op het perceel a1.
a2. a3. a4. a5.
Fijnmazige parcellering. eventuele open ruimtes tussen de panden behouden dan wel herstellen; bebouwing is georiënteerd op het openbaar gebied c.q. de straten; bebouwing sluit aan op het (maaiveld-)niveau opbouw van de aansluiten openbare bij ruimte. binnenstad, met kappen met bebouwing die grenst aan het openbaar verschillen in goothoogte gebied heeft een representatieve gevel; bestaande rooilijnen respecteren.