Bijlage 2 - BestemmingsplanBlauweBerg2019
Tekst van het document
een omschrijving van de maatschappelijke en economische haalbaarheid (indien van toepassing, afhankelijk van bouwplan).
C o n c r e e t i n d i t b e s te m m i n g s p la n Begripsbepalingen en bijgebouwenregeling In de begripsbepalingen zijn de relevante begrippen overgenomen die in bijlage II van het Bor worden gebruikt, zoals achtererfgebied en bebouwingsgebied. Een eenduidig begrippenstelsel is belangrijk uit het oogpunt van helderheid richting de burger. Ook voor de toepassing door plantoetsers is een eenduidig begrippenkader van belang. Omdat in het Bor wordt verwezen naar de rooilijn, zoals deze in het bestemmingsplan is omschreven, is in de regels van dit bestemmingsplan een begripsbepaling opgenomen van voorgevelrooilijn. De bijgebouwenregeling in het bestemmingsplan komt grotendeels overeen met de regeling voor vergunningsvrij bouwen die is opgenomen in artikel 2, bijlage II Bor. Regeling andere bouwwerken Het vergunningsvrij bouwen voorziet in een gedifferentieerd aantal andere bouwwerken, bijvoorbeeld: <0000>
tuinmeubilair: tot 2,5 m;
<0000>
sport- of speeltoestellen: tot 2,5 m;
<0000>
erf- of perceelafscheidingen: 1 of 2 m;
<0000>
vlaggenmasten: tot 6 m.
In de woonbestemming van het bestemmingsplan zijn er specifiek voor perceel- en erfafscheidingen bouwmogelijkheden tot 1 en 2 m. Afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden ten aanzien van gebruik Gezien de tegenwoordige tijd waarin veel vastgoed van functie verandert, is er een wens om onder voorwaarden afwijkend gebruik toe te staan (in vrijkomende gebouwen). Denk hierbij bijvoorbeeld aan een vrijkomende school. Nu het Bor voorziet in vrij ruime mogelijkheden op dit punt, wil de gemeente geen binnenplanse afwijkingen of wijzigingsbevoegdheden meer mogelijk maken in het bestemmingsplan. Als er nieuwe invullingen komen die verder reiken dan de nieuwe kruimelgevallenregeling, is dat vaak
Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019
31
ingrijpender voor de omgeving. Een dergelijke aanvraag kan dan in de vorm van een buitenplanse afwijking (oftewel een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 2 Wabo) een postzegelbestemmingsplan worden vormgegeven. Veranderingen inverband met liberalisering beleid ten aanzien van mantelzorgwoningen Door de nieuwe wet- en regelgeving wordt het mogelijk om, vergunningsvrij, in een bijbehorend bouwwerk een mantelzorgwoning te hebben bij een hoofdgebouw. Dit is een tijdelijke situatie die voortduurt tot de noodzaak van mantelzorg eindigt. In geen geval wil de gemeente dat deze bijbehorende bouwwerken worden benut voor een zelfstandige permanente woning. Voor recreatief gebruik dient te worden voldaan aan de beleidsuitgangspunten voor een bed & breakfast (zie paragraaf 3.3). Dit betekent dat deze mogelijkheid bestaat voor de woningen binnen de woonbestemmingen voor grondgebonden woningen.
5.4 Toelichting op de bestemmingen Dit plan is gericht op het beheer en de ontwikkeling van het plangebied De Blauwe Berg. Hieronder worden de bestemmingen die in het plan zijn opgenomen kort besproken. Bedrijf - Nutsvoorziening Onder deze bestemming vallen de gebouwen ten behoeve van het openbare nut. Dit zijn in elk geval de rioolgemalen Hof van Holland en Blauwe Berg.
De rioolgemalen zijn bestemd voor ‘Bedrijf –
Nutsvoorziening’ en voorzien van een bouwvlak. Gemengd De bestemming 'Gemengd' is ingericht voor gebouwen met een combinatie van een hotel met binnenzwembad, bioscoop, congrescentrum, casino en restaurants. De bioscoop, het casino en het hotel zijn op de verbeelding specifiek aangeduid. Gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd. De bouwhoogte en het bebouwingspercentage zijn geregeld door middel van aanduidingen op de verbeelding die zijn gekoppeld aan een daarbij behorende planregel. Groen Deze bestemming betreft de wat grotere groenvoorzieningen. Dit zijn wijkparken, plantsoenen en speelvoorzieningen. Daarnaast vallen hieronder ook groenstroken en beplanting, waterlopen en waterpartijen, paden, sloten en bermen met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Maatschappelijk Deze bestemming ‘Maatschappelijk’ heeft betrekking op diverse functies in het plangebied die een maatschappelijke functie hebben. Het gaat om het Westfries Archief en het Clusius College. Het bouwvlak geeft aan waar gebouwen mogen worden gebouwd. De maximale bouwhoogte is op de verbeelding weergegeven. Sport De sportcomplexen, de ijsbaan, de indoorspeelhal Samcity en de BMX-baan zijn voorzien van de bestemming ‘Sport’. Gebouwen mogen alleen in het bouwvlak worden gebouwd. Het gaat daarbij om
Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019
32
gebouwen ten behoeve van sportvoorzieningen zoals, kleedruimten, sanitaire voorzieningen, kantines, onderhoud- en beheerruimten. De bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan die met een aanduiding op de verbeelding is aangegeven. Verkeer Deze bestemming heeft betrekking op de Westfriese Parkweg. De functie van deze weg is gericht op doorstroming, terwijl de verblijfsfunctie minder belangrijk is. Dit kan gevolgen hebben voor de inrichting van de verkeersruimte. Binnen de bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. Verkeer - Parkeerterrein Voor het parkeerterrein aan de noordzijde van het plangebied is de bestemming 'Verkeer - Parkeerterrein' opgenomen. De bestemming richt zich specifiek op het parkeerterrein. Verkeer – Verblijf Binnen deze bestemming vallen wegen en straten met hoofdzakelijk een functie voor verblijf, alsmede ter ontsluiting van de aanliggende of nabijgelegen gronden. In deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. Ook het kleine snippergroen zoals bermen en parkeervoorzieningen vallen onder deze bestemming, evenals bijbehorende bouwwerken. Water De in het plangebied aanwezige waterlopen en -partijen, met de daarbij behorende oevers en bouwwerken, vallen onder de bestemming 'Water'. Dit water heeft een structurele betekenis voor berging en afvoer van hemelwater.
Ook in deze bestemming mogen geen gebouwen en bouwwerken die niet ten dienste staan van de waterhuishouding worden gebouwd. Wonen De bestemming “Wonen” heeft betrekking op de eengezinswoningen in het plangebied. Naast de woonfunctie is ook kleinschalige bedrijvigheid in de vorm van een aan-huis-verbonden beroep of een consumentverzorgende bedrijfsactiviteit toegestaan. Voor de erfbebouwing is aansluiting gezocht bij de landelijke regelgeving. Binnen de bestemming zijn afwijkingsmogelijkheden opgenomen om incidenteel de bouwmogelijkheden te vergroten. Wonen - Woongebouw Deze bestemming heeft betrekking op de gestapelde woningen in het plangebied. De maximale bouwhoogte van de woongebouwen is op de verbeelding aangegeven. Leiding - Hoogspanning De
dubbelbestemming
'Leiding
-
Hoogspanning'
is
opgenomen
ter
bescherming
van
de
hoogspanningsleiding ter plaatse. Op basis van een vergunningsstelsel wordt ervoor gezorgd dat geen (bouw)werkzaamheden
worden
toegestaan
die
onevenredige
afbreuk
kunnen
doen
aan
de
hoogspanningsleiding. Voor de leiding geldt een belemmeringenstrook van 3 meter aan weerszijden van de leiding.
Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019
33
Leiding - Water De rioolpersleiding en de hoofdwatertransportleidingen worden beschermd door middel van de dubbelbestemming 'Leiding - Water'. Ook hier is een vergunningsstelsel hiertoe opgenomen. Voor de rioolpersleiding geldt een belemmeringenstrook van 3 meter aan weerszijden van de leiding. Voor de hoofdwatertransportleidingen geldt een belemmeringenstrook van 4 meter aan weerszijden van de leiding. Waarde – Archeologie (2 en 5) In het plan zijn twee bestemmingen voor de bescherming van archeologische waarden opgenomen. De dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie (2 en 5)’ voorzien in een vlakdekkende invulling van het archeologiebeleid. Deze bestemmingen zijn een aanvulling op de andere bestemmingen. Voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte die de van de bestemming afhankelijke drempelwaarde overschrijdt, moet een omgevingsvergunning voor het bouwen worden gevraagd. Hierbij moet een rapport over de archeologische waarde van de gronden worden overlegd. Op grond van dat rapport kan het bevoegd gezag voorwaarden aan de omgevingsvergunning verbinden. Voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, is een omgevingsvergunning vereist. De vergunning is niet vereist voor het normale onderhoud, gebruik en beheer.
Onder voorwaarden kan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden worden verleend. Waarde - Cultuurhistorie Deze bestemming is gericht op de cultuurhistorisch waardevolle elementen in het plangebied. Die elementen zijn beschreven in paragraaf 4.10 van deze plantoelichting. Deze bestemming is een aanvulling op de andere bestemmingen. Voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, is een omgevingsvergunning vereist. De vergunning is niet vereist voor het normale onderhoud, gebruik en beheer. Onder voorwaarden kan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden worden verleend. Overig In hoofdstuk 3 van de regels zijn de algemene regels van het plan opgenomen. Hierin staat de anti-dubbeltelregel vermeld. De anti-dubbeltelregel voorziet in het tegengaan van oneigenlijk gebruik van de bestemmingsregels. De algemene gebruiksregels bevatten algemene bepalingen voor het gebruik. Ook de algemene afwijkingsregels zijn in dit hoofdstuk ondergebracht. De algemene afwijkingsregels hebben betrekking op alle in het plan opgenomen bestemmingen. In hoofdstuk 4 van de regels is het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Deze zijn opgenomen in overeenstemming met de in het Bro voorgeschreven tekst.
Specifiek is het persoonsgebonden overgangsrecht wat betrekking heeft op de Berkhouterweg 16 in Hoorn. Het pand wordt door de huidige eigenaar gebruikt voor handel in en reparatie van personenauto’s en lichte bedrijfsauto’s (geen import van nieuwe) en de in- en verkoop van gebruikte auto’s’.
Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019
34
In de Basisregistratie personen is van dit gebruik, dat alleen mag worden voorgezet door de huidige eigenaar, een aantekening gemaakt. Indien het pand wijzigt van eigenaar, dient het gebruik handelsonderneming in im- en export van auto’s te zijn beëindigd. Doordat in de Basisregistratie personen allerlei gegevens zijn gekoppeld, is dit de meest aangewezen plek om het persoonsgebonden overgangsrecht te registreren.
Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019
35
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid Op basis van artikel 3.1.6, lid 1, sub f, Bro bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. Tevens is een paragraaf over handhaving van het plan toegevoegd.
6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In het kader van de te voeren planologische procedure wordt het voornemen het bestemmingsplan te herzien,
gepubliceerd
in
het
'Westfries
Weekblad'.
Aansluitend
wordt
het
ontwerp
van
het
bestemmingsplan voor zes weken ter inzage gelegd in het stadhuis van Hoorn. Het plan is dan ook raadpleegbaar op de website van de gemeente Hoorn (www.hoorn.nl) en op www.ruimtelijkeplannen.nl. Tijdens genoemde periode kan iedereen een zienswijze indienen over het bestemmingsplan.
6.2 Economische uitvoerbaarheid Het onderhavige plan is een beheerplan, waarmee geen grote kosten zijn gemoeid. Op basis daarvan mag het voorliggende bestemmingsplan economisch uitvoerbaar worden geacht.
6.3 Exploitatieplan De Grondexploitatiewet stelt als onderdeel van de Wro een gegarandeerd kostenverhaal als eis aan bestemmingsplannen.
Een
zogenaamd
exploitatieplan
maakt
verplicht
deel
uit
van
het
bestemmingsplanproces, tenzij het kostenverhaal op een andere wijze is gegarandeerd. Binnen dit bestemmingsplan worden bij recht geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die voor de gemeente kosten met zich meebrengen, waarvan het totaalbedrag van de exploitatiebijdragen meer dan € 10.000,00 bedraagt. Op basis van artikel 6.2.1a van het Bro kan daarom worden gesteld dat het kostenverhaal voor het bestemmingsplan anderszins verzekerd is. Een exploitatieplan op grond van de Grondexploitatiewet is dan ook niet noodzakelijk.
6.4 Handhaving Het beleid en de doelstellingen van het bestemmingsplan kunnen alleen worden gerealiseerd wanneer het bestemmingsplan ook daadwerkelijk gehandhaafd wordt. Dit houdt in ieder geval in dat het plangebied regelmatig
wordt
gecontroleerd
op
illegale
bouwwerken
en
gebruiksvormen
en
er
tijdens
bouwwerkzaamheden gecontroleerd wordt dat er gebouwd wordt overeenkomstig de verleende vergunning(en). De gemeente zal hiervoor zorg dragen. Deze werkzaamheden passen binnen het handhavingsbeleid van de gemeente en kunnen binnen de bestaande structuren worden uitgevoerd. De handhaving is gediend met een goed en duidelijk bestemmingsplan. Dit voorkomt immers misverstanden en interpretatiekwesties. Om deze reden is in dit plan gekozen voor gerichte bestemmingen én een duidelijke formulering van de regels. Bovendien bevat de toelichting een heldere beschrijving van het plan en van de regels. De regelingen in het bestemmingsplan zijn mede met het oog op een goede
Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019
36
handhaving gemaakt. De regelingen sluiten aan op andere nieuwe bestemmingsplannen in de gemeente. Gemeente, bouwbedrijven en opdrachtgevers hebben in het kader van de handhaving ieder hun eigen verantwoordelijkheid. Zo heeft de gemeente, naast de toezichthoudende taak, eveneens de taak om alle betrokken partijen van de juiste bestemmingsplaninformatie te voorzien en om een ieder aan te sporen het bestemmingsplan op een juiste manier uit te voeren. Particulieren en bouwbedrijven dienen de gemaakte afspraken en omgevingsvergunningen voor het bouwen na te komen en ook de opdrachtgevers dienen zich aan de spelregels te houden. Wat betreft het toezicht en de controle op de regelingen en vergunningen in relatie tot waterstaatkundige zaken, zoals de schouw op sloten, geldt dat hier de verantwoordelijkheid primair bij het Hoogheemraadschap Hollandsnoorderkwartier ligt.
Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019
37
Bijlage bij toelichting
Bijlage 1. Advies RUD
Onderwerp:
Aan:
Advies nieuw conserverend bestemmingsplan Blauwe Berg zonder missiehuis Gemeente Hoorn Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling
Datum advies: Kenmerk RUD NHN:
RUD17.227558
Kenmerk gemeente: Contactpersoon: Doorkiesnummer:
088-1021731
E-mail Bijlagen:
@rudnhn.nl 1
Paraaf afdelingsmanager:
Samenvatting Advies bestemmingsplan Lucht
Geluid
Externe veiligheid
In de ruimtelijke onderbouwing een paragraaf luchtkwaliteit opnemen. Het plan zal waarschijnlijk niet voor (nieuwe) overschrijdingen van de grenswaarden zorgen en niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (conserverend plan). In de ruimtelijke onderbouwing een paragraaf geluid opnemen. Hierin dienen industrielawaai en wegverkeerslawaai te worden beschouwd. Zie bijgevoegd intern advies externe veiligheid. Veiligheidsregio Noord-Holland Noord moet in de gelegenheid te worden gesteld
Bodem
Milieueffectrapportage
1.
advies te verstrekken ten aanzien van rampenbestrijding en zelfredzaamheid. De uitvraag wordt door RUDNHN verzorgd in het geval van een concrete procedure. Zolang het bestemmingsplan conserverend is, vormt de bodemkwaliteit geen belemmering. Gemiddeld genomen is de bodem in het bestemmingsplangebied geschikt voor de aanwezige functies Er kan echter op basis van de beschikbare informatie niet worden gegarandeerd dat plaatselijk de bodem altijd geschikt is. Bij bouwactiviteiten/ontwikkelingen binnen het gebied moet daarom altijd een extra toets op bodemgeschiktheid worden gedaan. Beoordeeld moet worden of er een milieueffectrapportage noodzakelijk is (wat waarschijnlijk niet noodzakelijk is, omdat het een conserverend plan betreft).
Inleiding
Op 21 september 2017 is om een advies gevraagd met betrekking tot het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor de Blauwe Berg in Hoorn, exclusief het missiehuis. Gevraagd wordt om milieuadvies te geven over de milieuaspecten; bodem, geluid (wegverkeerslawaai), luchtkwaliteit en extern veiligheid. Tevens wordt gevraagd milieueffectrapportage. Bij de totstandkoming van het advies zijn de volgende stukken betrokken:
tekeningen zonder project- en tekeningnummer en datum, op de tekening is de begrenzing van het gebied aangegeven.
Het bestemmingsplan is conserverend, behoudens bestaande mogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan worden er geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt.
2.
Milieuadvies
2.1 Luchtkwaliteit Met wet- en regelgeving wil de overheid een goede luchtkwaliteit bewerkstelligen en de burgers beschermen tegen de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. Verontreiniging is afkomstig van verschillende bronnen, zoals het gemotoriseerde verkeer, industriële en agrarische inrichtingen en achtergrondconcentraties van verontreinigende stoffen. De mate van blootstelling aan luchtverontreiniging moet worden meegenomen in de afweging of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en moet afgewogen worden of het aanvaardbaar is om een bepaald project op een bepaalde plaats te realiseren.
RUD17.227558
2
2.1.2 Beoordeling In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen moet bij nieuwbouwplannen het aspect luchtkwaliteit worden beschouwd (hoofdstuk 5.2 van de Wet milieubeheer). Gezien het grotendeels conserverend karakter van het plan van een wijziging van de luchtkwaliteit niet te verwachten. Het plan zal waarschijnlijk niet voor (nieuwe) overschrijdingen van de grenswaarden zorgen en niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (conserverend plan). Ook is het niet opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of het Regionaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit regio Noordvleugel (RSL-NV). Dit dient echter wel te worden onderbouwd/aangetoond. 2.2 Geluid 2.2.1 Inleiding Geluidhinder kan leiden tot lichamelijke en/of psychische klachten. Een belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging zijn onder andere de Wet geluidhinder (Wgh), de Wet milieubeheer (Wm) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deze wetten bieden onder andere geluidsgevoelige objecten (zoals woningen, ziekenhuizen, scholen en kinderdagverblijven) bescherming tegen geluidhinder van bedrijven en bijbehorend verkeer op de openbare weg. 2.2.2 Beoordeling Voor wat betreft het conserverende deel van het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek niet noodzakelijk.
Er dient echter wel aandacht (onderbouwing) aan de aspecten industrielawaai en wegverkeerslawaai te worden besteed. 2.3 Externe veiligheid Zie bijgevoegd intern advies externe veiligheid van J. van Hooren aan H. Neuvel d.d. 28 september 2017. Het plan bevindt zich binnen een invloedsgebied van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Veiligheidsregio Noord-Holland Noord moet in de gelegenheid te worden gesteld advies te verstrekken ten aanzien van rampenbestrijding en zelfredzaamheid. De uitvraag wordt door RUDNHN verzorgd in het geval van een concrete procedure. 2.4 Bodem 2.4.1 Inleiding In de planvorming moet rekening worden gehouden met de bodemkwaliteit in relatie tot toegelaten functies. In de toelichting van een bestemmingsplan, ruimtelijke onderbouwing, e.d. moeten de overwegingen hierover zijn opgenomen. Als blijkt dat de bodemkwaliteit niet direct geschikt is voor de gewenste bestemming dan moet hiervoor een nadere afweging worden gemaakt. Relevant is om in breder verband integraal naar het onderdeel bodem te kijken. In toenemende mate is bij het opstellen van een bestemmingsplan van belang na te gaan of de kansen van de ondergrond worden benut. Dit bijvoorbeeld voor bodemenergie of ondergronds bouwen. De verschillende gebruiksfuncties moeten zo goed mogelijk op elkaar worden afgestemd.
2.4.2 Beoordeling Van het bestemmingsplangebied zijn diverse gegevens beschikbaar in het bodeminformatiesysteem (BIS) van de RUD NHN.
RUD17.227558
3
Uit de bodemonderzoeken blijkt dat er voor het grootste deel van het gebied sprake is van maximaal lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater. Er hebben in het gebied enkele saneringen plaatsgevonden. Dit betreft het gedeelte waar in het verleden het terrein van Rijkswaterstaat heeft gelegen en het gedeelte waar een voormalige puinstort aanwezig was. Plaatselijk is in 2007 een sterke verontreiniging met PAK gemeten, maar dit betreft geen ernstig geval van bodemverontreiniging. In 2008 zijn plaatselijk matige verontreinigingen met lood en zink in de ondergrond gemeten. In 2012 is asbestonderzoek uitgevoerd naar aanleiding van het aantreffen van stukjes asbest op het maaiveld. Zintuiglijk aanwezig asbest is verwijderd. In de grond is geen sprake van sterke verontreinigingen met asbest. De locatie ligt in zone B3/O3 van de regionale bodemkwaliteitskaart. De gemiddelde kwaliteit van de bodem is hier AW2000 (= schoon). Deze kwaliteit is geschikt voor de aanwezige en beoogde functies. In het historisch bodembestand zijn binnen de bestemmingsplanlocatie enkele vermeldingen van (voormalige) mogelijk bodembedreigende activiteiten opgenomen. Dit betreft vermeldingen van onder andere: voormalige ondergrondse benzinetank; voormalige puinstort; voormalige depots op terrein Rijkswaterstaat.
Deze activiteiten zijn niet meer aanwezig in het gebied en de deelgebieden zijn gesaneerd. Gemiddeld genomen is de bodem in het bestemmingsplangebied geschikt voor de aanwezige functies wonen met/zonder tuin, infrastructuur (wegen en parkeerplaatsen), openbaar groen en recreatie (sportvelden en park) en bedrijvigheid (ijsbaan, hotel, bioscoop, casino). Er kan echter op basis van de beschikbare informatie niet worden gegarandeerd dat plaatselijk de bodem altijd geschikt is voor de huidige en/of gewenste functie. Bij bouwactiviteiten/ontwikkelingen binnen het gebied moet daarom altijd een extra toets op bodemgeschiktheid worden gedaan. Aan de hand daarvan kan het nodig zijn dat er een bodemonderzoek wordt uitgevoerd. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met ARBO en mogelijk benodigd onderzoek om de veiligheidsklasse voor grondwerkzaamheden te kunnen bepalen. 2.5 Milieueffectrapportage 2.5.1 Inleiding Bij een project moet getoetst worden of deze belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. De milieueffectrapportage is dient ervoor om het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Of een bepaalde activiteit in een bepaalde omvang belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben is afhankelijk van het soort activiteit, de omvang daarvan en het type procedure.
Deze staan beschreven in de bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). 2.2 Beoordeling Beoordeeld moet worden of er een milieueffectrapportage noodzakelijk is (wat waarschijnlijk niet noodzakelijk is, omdat het een conserverend plan betreft).
Bijlage: intern advies externe veiligheid van september 2017
RUD17.227558
aan
d.d. 28
4