CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - BestemmingsplanBlauweBerg2019

Gemeenteraad 30 september 2025, gemeente HoornBij agendapunt: Locatieonderzoek vluchtelingenopvang (Portefeuillehouder Nieuwenburg)12.046 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Be st emming s plan De Blau we Berg 2 019

V ASTG EST EL D

Be st emming s plan De Blau we Berg 2 019

VASTG EST EL D

Inhoud

Toelichting + bijlage Regels + bijlage Verbeelding

24 september 2019 Projectnummer 801.00.07.00.00

Toelichting

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doel van het plan 1.3 Systematiek 1.4 Leeswijzer

4 4 4 5 5

Hoofdstuk 2 Ruimtelijke structuur 2.1 Historie Hoorn 2.2 Stedenbouwkundige structuur 2.3 Voorgenomen ontwikkeling

7 7 8 8

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie infrastructuur en ruimte 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Structuurvisie Noord-Holland 2040 3.2.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening (2017) 3.2.3 leidraad Landschap en Cultuurhistorie 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Hoorn 3.3.2 Groenbeleidsplan Hoorn 3.3.3 Bomenbeleidsplan

9 9 9 9 9 11 11 11 12 12 12 13 13

Hoofdstuk 4 Omgevingstoets 4.1 Algemeen 4.2 Geluidhinder 4.3 Externe veiligheid 4.4 Hinder van bedrijven 4.5 Bodem 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Ecologie 4.8 Water 4.9 Erfgoed 4.9.1 Archeologie 4.10 Cultuurhistorie 4.11 Duurzaamheid 4.12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.13 Kabels en leidingen

16 16 16 17 18 19 20 20 22 23 24 25 27 27 28

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Inleiding 5.2 Bestemmingsplanprocedure 5.4 Toelichting op de bestemmingen

29 29 30 32

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

36 36

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

2

6.2 Economische uitvoerbaarheid 6.3 Exploitatieplan 6.4 Handhaving

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

36 36 36

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Hoorn heeft voor het overgrote deel van haar grondgebied actuele bestemmingsplannen. Voor het gebied aan de Blauwe Berg geldt nog het bestemmingsplan 'De Blauwe Berg' dat is vastgesteld op 6 oktober 2009. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt dit bestemmingsplan geactualiseerd.

Figuur 1. Overzichtkaart plangebied

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

4

1.2 Doel van het plan Met het nieuwe bestemmingsplan heeft de gemeente voor de komende tien jaar een actueel juridisch instrument in handen voor het ruimtelijk beleid voor het plangebied. Karakter van het bestemmingsplan Het nieuwe bestemmingsplan is beherend. Dit houdt in dat de actuele situatie is vastgelegd. In belangrijke mate zijn de planologisch-juridisch regelingen uit de geldende bestemmingsplannen voortgezet. Voorliggend bestemmingsplan biedt de nieuwe planologisch-juridische basis voor de voortzetting van bestaande functies en bebouwing in het plangebied. Dit betekent dat het plan rechtszekerheid geeft over de planologische mogelijkheden en onmogelijkheden. Daarnaast wordt het plan geactualiseerd waar nodig aan de hand van het beleid dat momenteel van toepassing is. Dit betekent dat het plan in ieder geval een regeling bevat met betrekking tot het parkeren binnen het plangebied en de bescherming van archeologische waarden. Plangebied Het plangebied komt grotendeels overeen met het momenteel geldende bestemmingsplan 'De Blauwe Berg'. Uitzondering hierop vormt het plangebied van het op 20 december 2018 vastgestelde bestemmingsplan 'Missiehuis e.o.'. Dit plan wordt niet meegenomen in het voorliggende bestemmingsplan.

1.3 Systematiek Digitaal uitwisselbaar plan Het bestemmingsplan is zodanig vormgegeven dat er sprake is van een digitaal uitwisselbaar plan. Dit betekent dat: <0000>

aan alle verschillende objecten op de verbeelding IMRO2012-coderingen zijn toegekend;

<0000>

de digitale kaart is vertaald naar de standaardtechniek van uitwisseling GML;

<0000>

de toelichting en regels in digitale vorm aan de verbeelding zijn gekoppeld.

Gebruik van de IMRO2012-coderingen zorgt ervoor dat de bestemmingen in de verbeelding eenduidig worden geclassificeerd en dat, met behulp van een conversieprogramma, de verbeelding met regels ook door de ontvanger kan worden gelezen. Bij de vormgeving van de verbeelding is aangesloten bij het standaardrenvooi, zoals dat is opgenomen in de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012).

1.4 Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zes hoofdstukken. Na deze inleiding is in hoofdstuk twee ingegaan op de ruimtelijke structuur van het plangebied en de omgeving, en de voorgenomen ontwikkeling. In hoofdstuk drie komen de verschillende beleidskaders aan de orde op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk vier wordt verslag gedaan van het onderzoek naar de

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

5

randvoorwaarden en belemmeringen die gelden vanuit de diverse planologische en milieukundige toetsingskaders. Hoofdstuk vijf is de juridische toelichting op het bestemmingsplan. Hoofdstuk zes gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is daarbij ingegaan op het aspect handhaving.

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

6

Hoofdstuk 2 Ruimtelijke structuur 2.1 Historie Hoorn De stad Hoorn is omstreeks 1300 ontstaan aan de uitmonding van een afwateringsstroom, de Gouw, op een plek waar door de geografische situatie een natuurlijke haven was gevormd. Op de dan aanwezige zeedijk werden de oudste straten, het Oost en het West, aangelegd. Het Noord ontstond als verbindingsweg met het binnenland. Het knooppunt van deze wegen, de Rode Steen, vormde het hart van deze nederzetting. De plaats heeft stadsrechten sinds 1356. De omwalling van de stad met haar poorten kwam tot stand in de 17de eeuw. Pas in de eerste decennia van de vorige eeuw ontwikkelde de stad zich buiten de bolwerken. Economische activiteiten van de stad richtten zich op het water: visvangst en later vooral ook commerciële scheepvaart en aanverwante bedrijvigheid. Door de jaren heen heeft Hoorn periodes van ernstig verval en grote bloei gekend. De hedendaagse binnenstadstructuur is in de grootste bloeiperiode ontstaan vanaf de 16de eeuw tot en met het midden van de 17de eeuw. Door de toen aanwezige materialen, hun beperkingen en mogelijkheden, is de maat en schaal van de gebouwen ontstaan. Veelal is baksteen gebruikt en is de kap bedekt met pannen.

Figuur 2. Fragmenten van topografische kaarten van Hoorn e.o.

De stad Hoorn lag stevig verankerd in het West-Friese landschap. Via het Keern en de Koepoortsweg was er verbinding met respectievelijk de Zwaagdijk en de Westerblokker en zo met een uitgestrekt netwerk van dorpslinten. Het Keern kwam uit op het Kleine Noord via de in 1850 gesloopte Noorderpoort. Zoals in zoveel Europese steden is ook hier de spoorlijn, in het midden van de 19de eeuw, net buiten de in onbruik geraakte vestingwerken van de oude stad aangelegd. Ook de Noordersingel is in die tijd gedempt en heet

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

7

nu Noorderveemarkt. Met name vanaf de zeventiger jaren van de vorige eeuw heeft de stad een onstuimige groei doorgemaakt, vooral in noordelijke en oostelijke richting. Verreweg het grootse deel van de stad ligt nu dan ook ‘aan de andere kant’ van het spoor, met als gevolg dat veel functionele relaties tussen de stad en zijn centrum verlopen via een spoorwegovergang. De mooie heldere structuurlijn van het Keern is inmiddels verworden tot een brede, (deels) slingerende weg. De karakteristieke beslotenheid van de historische binnenstad omgeven door wallen met de spoorlijn is herkenbaar bewaard gebleven. Het oorspronkelijk beperkte aantal verbindingen van de stad met de omgeving is niet wezenlijk veranderd. De directe relatie tussen de stad en het open agrarisch gebied is echter niet meer aanwezig. In de loop der geschiedenis is het patroon van straten, havens (op een enkele demping na) en grachten niet wezenlijk gewijzigd. De stad Hoorn kent een door het Rijk aangewezen beschermd stadsgezicht. In de jaren zestig en zeventig zijn ten noorden en westen van de binnenstad van Hoorn nieuwe woon- en werkgebieden ontwikkeld. Tussen deze nieuwe uitbreidingsgebieden en de binnenstad is in de loop der jaren een overgangszone ontstaan die zich uitstrekt van de noordoostpunt van de binnenstad en de A7.

De Blauwe Berg maakt onderdeel uit van deze overgangszone en is met zijn ligging langs de A7 te typeren als een stadsrandgebied. In dit gebied is ruimte voor verschillende maatschappelijk voorzieningen, kantoren, sport- en recreatiefuncties en woninge. Met die inzet is het vigerende plan opgezet en zijn ontwikkelingen gerealiseerd.

2.2 Stedenbouwkundige structuur Kenmerkend voor het gebied is de parkachtige opzet, de aanwezige waterloop (de Wijzend) en de duidelijke randen van het gebied (woonlint aan het Keern, Bobeldijkerweg, rijksweg A7 en de Provincialeweg). De noordzijde van het plangebied (ten noorden van de Kleine Wijzend) heeft van oorsprong een open karakter. Inmiddels is de kunstijsbaan gebouwd en is er een nieuwe ontsluitingsstructuur aangelegd. De zuidzijde van het plangebied heeft een meer gesloten karakter. Dit deel bestaat uit een groenzone/ parkgebied en is een multifunctioneel gebied waarvan de ruimtelijke structuur samenvalt met de aanwezigheid van een aantal voorzieningenclusters. Samenvattend: het plangebied wordt begrensd en ontsloten door verschillende infrastructuurlijnen, zoals het spoor, de Keern, de Westfriese Parkweg en de A7. Het gebied kent een gemengd karakter doordat het zeer uiteenlopende functies herbergt. Kenmerkende locaties zijn vooral het Van der Valk Hotel, Optisport ijsbaan De Westfries, het Flamingo casino Hoorn, sportcomplex 'De Blauwe Berg' en het Clusius college. Het plangebied wordt daarnaast gekenmerkt door grote hoeveelheden groen en water.

2.3 Voorgenomen ontwikkeling De toekomstige inrichting van het gebied is overeenkomstig de huidige situatie. Het bestemmingsplan is hierdoor beherend van aard.

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

8

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie infrastructuur en ruimte

Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vervangt onder andere de Nota Ruimte. In de structuurvisie staan alle plannen voor ruimte en mobiliteit voor de komende decennia. Met de structuurvisie wordt een vereenvoudiging van de bestaande regelgeving nagestreefd, waarin meer verantwoordelijkheid bij de lagere overheden komt te liggen. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Het Rijk wil inzetten op topsectoren, zoals logistiek, water, hightech, creatieve industrie, chemie en voedsel en tuinbouw, waar de kracht van Nederland ligt ten opzichte van internationale concurrenten. De bereikbaarheid en mobiliteit van personen en goederen is daarbij van groot belang. Ontwikkelingen in leefbaarheid en veiligheid hangen sterk samen met bevolkingsgroei en -krimp. De veranderende behoeften op het gebied van wonen en werken leggen daarbij een extra druk op een markt waar de totale vraag afneemt: kwaliteit gaat voor kwantiteit. Voor elk van de in de SVIR opgenomen rijksdoelen worden in de nota specifieke nationale belangen benoemd. Het plan voldoet aan deze belangen.

3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Daarin staat dat er pas sprake kan zijn van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als herstructurering of transformatie van bestaand stedelijk gebied onvoldoende ruimte bieden om aan de ruimtevraag van het plan te voldoen. Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ is daarbij als volgt gedefinieerd: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Voorliggend plan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk en is hiermee in overeenstemming met de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

De borging van de uitspraken uit de SVIR heeft in juridische zin plaatsgevonden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit Besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn de verschillende nationale belangen vastgelegd die doorwerking moeten krijgen bij lagere overheden. Het gaat om de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen, project Mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, Ecologische Hoofdstructuur, erfgoederen van universele waarden, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Het project is niet strijdig met de nationale belangen. Aan de westzijde van het plangebied is de A7 gelegen. Op grond van artikel 2.7.2, eerste lid, van het Barro zijn reserveringsgebieden bij hoofdwegen aangewezen. In die reserveringsgebieden zijn op grond van artikel 2.7.4 Barro bepaalde belemmerende activiteiten niet toegestaan. Daarmee wordt voorkomen dat er

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

9

in afwijking van een geldend bestemmingsplan voorafgaand aan een geplande uitbreiding van een hoofdweg zonder overleg nieuwe omgevingsvergunningplichtige bouwwerken naast de hoofdweg worden gerealiseerd. Als reserveringsgebieden voor de mogelijke uitbreiding van een hoofdweg (of delen daarvan) zijn in artikel 3.1, eerste lid, van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) en in bijlage 16 bij het Rarro reserveringsgebieden voor genoemde hoofdwegen aangewezen. Een deel van de A7, langs het plangebied, maakt onderdeel uit van het reserveringsgebied hoofdweg A7.

Voor het reserveringsgebied is een regeling en een aanduiding in het plan opgenomen: “vrijwaringszone – weg” a.

Op de gronden ter plaatse van de aanduiding “vrijwaringszone – weg” mag, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, geen bebouwing worden gebouwd, met uitzondering van de met Rijksweg A7 verband houdende bouwwerken, zoals geluidswerende voorzieningen en ecologische voorzieningen;

b.

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a voor het bouwen van een bebouwing ter plaatse van de aanduiding “vrijwaringszone – weg”, mits door de bouw van deze bebouwing de verkeersbelangen niet onevenredig worden geschaad. Daartoe wordt vooraf advies ingewonnen bij de betreffende wegbeheerder.

c.

De in sub b bedoelde omgevingsvergunning wordt geacht te zijn verleend ten aanzien van bebouwing die bestaat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, dan wel mag worden opgericht krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning voor het bouwen.

d.

De gronden ter plaatse van de aanduiding “vrijwaringszone – weg” mogen niet worden gebruikt als stortplaats voor afvalstoffen en als waterbergingsgebied als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet.

De ruime die wordt gereserveerd betreft 1 rijstrook voor beide rijrichtingen, 34 meter vanaf asfalt kantlijn. Het project is niet strijdig met de nationale belangen.

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

10

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Structuurvisie Noord-Holland 2040

Op 21 juni 2010 is door provinciale staten van Noord-Holland de Structuurvisie Noord-Holland 2040 “Kwaliteit door veelzijdigheid” vastgesteld. Op 28 september 2015 is deze geactualiseerd. In de structuurvisie geeft de provincie aan welke provinciale belangen een rol spelen bij de ruimtelijke ordening in Noord-Holland. Daarmee is het een leidraad voor de manier waarop de ruimte in Noord-Holland de komende dertig jaar moet worden ontwikkeld. In het bijbehorende uitvoeringsprogramma is dit uitgewerkt in concrete activiteiten om de visie te realiseren en via de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) is de doorwerking naar gemeentelijke bestemmingsplannen geregeld. Uitgangspunt voor 2040 is “Kwaliteit door veelzijdigheid”. Noord-Holland moet aantrekkelijk blijven in wat het is: een diverse, internationaal concurrerende regio, in contact met het water en uitgaande van de kracht van het landschap. Gelet op voorgaande doelstelling heeft de provincie een aantal provinciale belangen aangewezen. De drie hoofdbelangen vormen gezamenlijk de ruimtelijke hoofddoelstelling van de provincie.

Figuur 3. Hoofddoelstelling ruimtelijk beleid (bron: provincie Noord-Holland)

De structuurvisie is uitsluitend bindend voor de provincie zelf en niet voor gemeenten en burgers. Om de provinciale belangen uit de structuurvisie door te laten werken, heeft de provincie de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie opgesteld. Hierin wordt een aantal algemene regels vastgesteld omtrent de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen over onderwerpen in zowel het landelijk als het bestaand stedelijk gebied van Noord-Holland.

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

11

3.2.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening (2017)

Om de provinciale belangen, die in de structuurvisie zijn gedefinieerd, door te laten werken, heeft de provincie parallel aan de structuurvisie de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) vastgesteld. In de verordening zijn verschillende regels opgenomen. Er zijn regels voor het gehele provinciale gebied, regels voor uitsluitend het bestaand stedelijk gebied en regels voor uitsluitend het gebied daarbuiten. Afhankelijk van de ligging van het plangebied zijn de regels uit de verordening al dan niet van toepassing. Voor de beoordeling van nieuwe ontwikkelingen sluit de PRV aan bij de eerder besproken ladder voor duurzame verstedelijking uit het Bro. Voor zover op grond van deze regelgeving sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, kan de PRV aanvullende regels stellen. Ook wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling te klein is om te worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling op grond van de landelijke regelgeving, kunnen aanvullende voorwaarden op grond van de PRV worden gesteld. Deze voorwaarden zijn met name van belang wanneer buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gebouwd. Het gehele plangebied kan tot het bestaand stedelijk gebied worden gerekend. Dit betekent dat er in principe nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk zijn. Dit bestemmingsplan legt echter alleen de actuele situatie vast en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk.

Het planvoornemen is dan ook niet in strijd met de PRV.

3.2.3 leidraad Landschap en Cultuurhistorie

De visie op de gewenste ruimtelijke kwaliteit is vastgelegd in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland. Deze vernieuwde Leidraad is een uitwerking van het in 2006 vastgestelde Beleidskader Landschap en Cultuurhistorie, dat werd gebruikt als leidraad voor ruimtelijke plannen als bestemmingsplannen, beeldkwaliteitsplannen en structuurplannen. Daarnaast bood het handreikingen aan gemeenten om landschap en cultuurhistorie als uitgangspunt te gebruiken bij planvorming. De provincie Noord-Holland heeft 10 archeologische gebieden van provinciaal belang gedefinieerd. Het plangebied ligt in een dergelijk gebied: West-Friesland. Als in gebieden van provinciaal belang het maatschappelijk belang dusdanig groot is dat waardevolle archeologische vindplaatsen aangetast moeten worden, vraagt de provincie aan te geven op welke wijze archeologische waarden door compenserende maatregelen in het plan zijn ondergebracht. Bovendien vraagt de provincie de aanwezige waarden te benutten bij de inrichting van een gebied. Het archeologiebeleid van de provincie Noord-Holland is primair gericht op het behouden van de archeologische waarden in de bodem.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Hoorn

Op 10 juli 2012 is de Structuurvisie Hoorn vastgesteld. De structuurvisie is een uitwerking van de Stadsvisie uit 2005. De Structuurvisie onderscheidt acht belangrijke maatschappelijke opgaven: 1.

Bouwen en transformeren voor de vergrijzing.

2.

Vasthouden van jonge gezinnen.

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

12

3.

Ontwikkelen van aantrekkelijke stad in een complete regio.

4.

Bestaande woningvoorraad aantrekkelijk houden.

5.

Balans wonen en werken.

6.

Economie verbreden.

7.

Compleet pakket aan voorzieningen bieden.

8.

Branding en profilering van Hoorn verbeteren.

In de structuurvisie wordt aangegeven dat Hoorn een andere fase in gaat: van groeikern naar volwassen stad. De laatste uitbreidingsplannen worden afgerond en de aandacht verschuift naar de bestaande stad. De toekomstige behoeften moeten daarbij worden opgevangen via de herstructurering en de inbreiding in de bestaande stad.

3.3.2 Groenbeleidsplan Hoorn

In deze beleidsnotitie uit 2004 wordt de Hoornse groenstructuur tegen het licht gehouden en bezien op functionaliteit, kwaliteit en beheer. In het plan wordt de hoofdgroenstructuur aangegeven en staan beleidsuitgangspunten geformuleerd voor het groenbeheer.

3.3.3 Bomenbeleidsplan

In 2009 is het Bodembeleidsplan opgesteld dat voor een deel steunt op het groenbeleidsplan. Het Bomenbeleidsplan draagt de titel “Ruimte voor bomen”, waarmee wordt benadrukt dat bomen in het toekomstige gemeentelijk beleid een meer prominente plaats krijgen in ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente wil dat Hoorn een groene stad is en blijft. Centraal in het bomenbeleidsplan staat het beschermen van het huidige en toekomstige bomenbestand en het scheppen van voorwaarden voor een optimale ontwikkeling en verzorging van bomen. Via het principe “niet kappen, tenzij…” wordt het gemeentelijke bomenbestand zoveel mogelijk beschermd. De bomenkaart vormt de onderlegger voor het bomenbeleidsplan. De belangrijke huidige en gewenste boomstructuren zijn hierin vastgelegd op een kaart.

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

13

Figuur 4. Uitsnede Bomenbeleidskaart met inidicatieve ligging plangebied. (Bron: Bomenbeleidsplan, 2009)

In figuur 4 is de structuur ter plaatse van het plangebied weergegeven. Het plangebied is grontendeels omgeven door de hoofdstructuur. De randen van het sportcomplex 'De Blauwe Berg' staan aangemerkt als parkgroen. Het gebied tussen het sportcomplex en het Clusius College maakt onderdeel uit van de secundaire structuur. Het noordelijke gedeelte van het plangebied is aangeduid als gebied dat nog in ontwikkeling is, waarmee aangegeven wordt dat ten tijde van het opstellen van het beleidsplan nog geen eenduidige groenstructuur kon worden toegekend. Het voorliggend bestemmingsplan heeft een behoudend karakter maar biedt voldoende mogelijkheden om de bestaande groenstructuren te versterken.

3.3.4 Beleid verblijfsruimte toeristen

De gemeente Hoorn richt zich op het stimuleren van toerisme. Een belangrijk onderdeel daarvan is de beschikbaarheid van voldoende verblijfsruimten voor toeristen om aan deze vraag te voldoen. Attracties, horeca en detailhandel zijn voor een deel afhankelijk van het verblijfstoerisme. Daarbij stimuleert toerisme het voorzieningenniveau en draagt het, zowel direct als indirect, bij aan werkgelegenheid. De gemeente wil ook consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten in woningen stimuleren. Onderdeel hiervan is het bieden van de mogelijkheid aan bewoners om verblijfsruimten aan toeristen te kunnen bieden. In de notitie worden de voorwaarden bepaald die gesteld worden aan pensions en bed & breakfasts om de belangen van bewoners te waarborgen. Ten aanzien van pensions kan geen algemeen geldend beleid worden ontwikkeld, omdat de situaties te veel verschillen en dit juist te beperkend zou werken. De beoordeling of een pension wel of niet passend is op een bepaalde locatie, wordt per geval afgewogen en waar nodig worden hier voorwaarden aan verbonden.

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

14

In tegenstelling tot een pension, is de impact van een bed & breakfast beperkt. Een bed & breakfast is daarom aanvaardbaar binnen de bestemming ‘Wonen’. De impact van een bed & breakfast is relatief gering en ondergeschikt aan wonen. De woonfunctie blijft dus de hoofdfunctie. Mits die behouden blijft en eventuele overlast voor de omgeving wordt beperkt, kan medewerking worden verleend aan de vestiging van een bed & breakfast. In de beleidsnotitie zijn de geldende voorwaarden bepaald, die als uitgangspunt zijn genomen in het voorliggende bestemmingsplan.

3.3.5 Notitie levensloopgeschikt wonen

Er is een toename vraag naar levensloopgeschikte woningen. Belangrijke oorzaken hiervan zijn de wens en de noodzaak om zelfstandig te blijven wonen in combinatie met de vergrijzing. Aangezien er minder nieuwbouw wordt gerealiseerd dan in het verleden, zal nieuw aanbod van levensloopgeschikte woningen vooral moeten worden gecreëerd binnen bestaande bebouwing. Voor bestemmingsplannen betekent dit dat deze moeten voorzien in het mogelijk maken van zowel de bouw van levensloopgeschikte woningen als de verbouw en aanpassing van bestaande woningen. Naast het fysieke domein is ook het sociale domein van belang, waarbij het gaat om zorgvoorzieningen die het de ouder wordende bewoner mogelijk maken om lang in een woning te blijven woning. De notitie Levensloopgeschikt wonen streeft een integrale benadering tussen het fysieke en het sociale domein na. De notitie geeft als aanbeveling dat in meer conserverende bestemmingsplannen, zoals het voorliggende, voldoende flexibiliteitsbepalingen opgenomen dienen te worden, waarbij wel rekening gehouden wordt met het bieden van voldoende rechtszekerheid. In te actualiseren bestemmingsplannen en via afwijkingsprocedures van het bestemmingsplan wordt de binnenplanse afwijkingsregel voor extra bouwoppervlak ten behoeve van de huisvesting voor minder validen, tevens open gesteld voor levensloopgeschikt wonen.

(Het gaat hier om het realiseren van 30 m² extra aan- en uitbouwen ten behoeve van het realiseren van een compleet woonprogramma in de eerste bouwlaag). Voor grotere uitbreidingen kan door middel van maatwerk medewerking worden verleend via een reguliere afwijkingsprocedure. De gemeente streeft er tevens naar dat nieuwbouwwoningen voldoen aan het Woonkeur. Ook moeten projectontwikkelaars en woningbouwcorporaties uitgedaagd worden om zich meer te richten op de bouw van levensloopbestendige woningen. Over het algemeen willen mensen die prettig in hun huis wonen, daar tot op hoge leeftijd volhouden. De maatregelen die gericht zijn op levensloopgeschikt wonen kunnen daarom op zich op een groot maatschappelijk draagvlak rekenen. De keerzijde ervan is dat te royale uitbreidingsmogelijkheden van woningen ten koste gaan van het woon- en leefklimaat van de directe omgeving. Dit kan ondervangen worden door te werken met het sluiten van een burenakkoord. Op 18 februari 2014 is de beleidsnotitie Levensloopgeschikt wonen vastgesteld door het college.

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

15

Hoofdstuk 4 Omgevingstoets 4.1 Algemeen

Om de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan te toetsen, is het noodzakelijk dat verschillende onderzoeken worden uitgevoerd. Er is daarom onderzoek gedaan naar de volgende aspecten: geluidhinder, externe veiligheid, hinder van bedrijven, bodem, luchtkwaliteit, ecologie, water, archeologie en cultuurhistorie, duurzaamheid en kabels en leidingen.

4.2 Geluidhinder De Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat de geluidbelasting op gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan de in de wet bepaalde norm. De regelgeving voor het geluid wordt gefaseerd herzien. Dit is allereerst gedaan voor de rijksinfrastructuur. In hoofdstuk 11 Wet milieubeheer staan regels over de geluidproductieplafonds voor hoofdspoorwegen en rijkswegen. Dit onderdeel heeft geen betrekking op de bouw van geluidsgevoelige objecten langs wegen en spoorwegen met geluidproductieplafonds. Daarop blijven voor de beoordeling van geluidhinder voorlopig de regels van de Wet geluidhinder van toepassing. Ook op decentraal beheerde wegen en spoorwegen blijft de Wet geluidhinder van toepassing. Dit betekent voor het plangebied dat de geluidproductieplafonds voor de Rijksweg A7 en de spoorlijn Amsterdam-Enkhuizen van toepassing zijn. Voor de stoomtramlijn Hoorn-Medemblik gelden deze niet en is de Wgh van toepassing. Industrielawaai Op grond van de Wgh dient bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan onder meer aandacht aan industrielawaai te worden besteed. Dit is met name het geval als een bestemmingsplan de mogelijkheid van de vestiging van een inrichting als bedoeld in artikel 41 Wgh insluit.

De categorieën van inrichtingen bedoeld in artikel 41 Wgh zijn nader aangewezen in artikel 2.1, lid 3 van het Besluit omgevingsrecht. Voorheen waren de betreffende inrichtingen aangewezen in het Besluit Categorie A-inrichtingen. In dit bestemmingsplan speelt industrielawaai geen rol. Wegverkeerslawaai De Rijksweg A7 is infrastructuur op nationaal niveau met geluidproductieplafonds. Deze zijn opgenomen in het geluidregister. De geluidproductie van deze autosnelweg is in de navolgende figuur weergegeven. Een deel van het plangebied valt binnen de geluidcontour van 60 dB. In de Wgh is voor de overige wegen aangegeven wanneer een weg zoneplichtig is. Elke weg heeft in principe een zone, behoudens wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied en wegen waarvoor een maximum snelheid geldt van 30 km/uur. Indien binnen een geluidzone nieuwe geluidgevoelige objecten, zoals woningen, worden gerealiseerd, moet door middel van akoestisch onderzoek worden vastgesteld of aan de grenswaarden uit de Wgh wordt voldaan.

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

16

Het bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen en dus ook niet in nieuwe geluidsgevoelige objecten. Aanvullend onderzoek naar wegverkeerslawaai is dan ook niet noodzakelijk. Railverkeerslawaai Het spoortraject Amsterdam-Enkhuizen is infrastructuur op nationaal niveau met geluidproductieplafonds. Deze zijn opgenomen in het geluidregister. Het bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen en dus ook niet in nieuwe geluidsgevoelige objecten. Vanuit het oogpunt van spoorweglawaai is er geen belemmering voor de uitvoering van het plan. Het bestemmingsplan is behoudend van aard. Er vinden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaats waarbij geluidgevoelige functies zijn betrokken. Het bestemmingsplan mag uit oogpunt van geluidhinder uitvoerbaar worden geacht.

4.3 Externe veiligheid De overheid heeft de afgelopen jaren veiligheidsnormen vastgelegd die in acht moeten worden genomen en waarmee zowel op het gebied van milieu als op het gebied van de ruimtelijke ordening rekening moet worden gehouden. Onderdeel van het veiligheidsbeleid is dat de afwegingen, ten aanzien van risico’s op ongevallen die doden en gewonden tot gevolg kunnen hebben, duidelijk zichtbaar moeten worden gemaakt en niet langer onbewust of impliciet plaatsvinden. Landelijk is de zogenoemde professionele risicokaart ontwikkeld. Hierop is onder andere informatie over risico’s van ongevallen met gevaarlijke stoffen opgenomen. In de hiernavolgende figuur is een fragment van deze risicokaart weergegeven. Het plangebied ligt volgens deze kaart niet binnen een invloedsgebied van een inrichting.

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

17

Figuur 5. Uitsnede risicokaart

Van de risicokaart van de provincie Noord-Holland valt af te leiden dat nabij en op zekere afstand van het plangebied enkele risicobronnen zijn. Als risicobronnen staan op de risicokaart aangemerkt: <0000>

Snelweg A7* en Provincialeweg N506: over de A7 en de aansluiting van de Provincialeweg N506 op de A7 vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De A7 noch de Provincialeweg generen een PR 10-6 risicocontour naast de weg. Het plangebied ligt wel in het invloedsgebied van de Provincialeweg wat betreft het groepsrisico. Dit invloedsgebied voor het groepsrisico bedraagt 48 m. Gezien de ligging van het plangebied aan de rand van het invloedsgebied en de lage dichtheid aan personen in dit gedeelte van het plangebied, heeft de vaststelling van dit bestemmingsplan geen gevolgen voor de hoogte van het groepsrisico. De Veiligheidsregio Noord-Holland Noord wordt in gelegenheid gesteld advies te verstrekken ten aanzien van rampenbestrijding en zelfredzaamheid.

<0000>

LPG-station Borst Leekerlanden: aan de Kleine Wijzend 2 ligt een benzineservicestation. De risicobronnen hiervan zijn het vulpunt, het reservoir en de afleverinstallatie. Hiervoor geldt een 10-6-plaatsgebonden risicocontour van respectievelijk 35, 25 en 15 m. Binnen deze contour worden geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Het invloedsgebied voor het groepsrisico bedraagt 150 m. De contour valt buiten het plangebied en leidt niet tot een toename van het groepsrisico.

Dit bestemmingsplan is een beherend bestemmingsplan. Er zijn geen belemmeringen in het kader van externe veiligheid voor het onderhavige bestemmingsplan. * De weg is onderdeel van het Basisnet Weg. Voor de A7 geldt geen risicozone.

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

18

4.4 Hinder van bedrijven Uit de geactualiseerde publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wordt de richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten gehanteerd. Per bedrijfstype zijn voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de minimale afstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf of voorziening en hindergevoelige objecten, zoals woningen, om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. De grootste afstand is bepalend. De genoemde maten zijn richtinggevend bij de vormgeving van een bestemmingsplan, maar met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken. In deze onderbouwing dient te worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor de nabijgelegen functies. Het voorliggende plan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk waarbij om een afweging in het kader van de milieuzonering wordt gevraagd. In het voorgaande plan is de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de aanwezige bedrijven reeds afgewogen. Hierdoor kan worden aangenomen dat de bestaande situatie in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Omdat er daarnaast geen nieuwe bedrijfsactiviteiten en woningbouwprojecten worden mogelijk gemaakt, kan enerzijds worden uitgesloten dat er geen vergunningen zijn die mogelijk op grond van geldende milieuwetgeving niet kunnen worden verleend en kan anderzijds worden uitgesloten dat bedrijfsactiviteiten worden beperkt door de aanleg van woningen. Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat het plan niet wordt beperkt door bezwaren vanuit het perspectief van milieuhinder van bedrijven.

4.5 Bodem In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in de toelichting op een bestemmingsplan inzicht verkregen moet worden over de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat er onder meer inzicht verkregen moet worden in de noodzakelijke financiële investering van een (mogelijk noodzakelijke) bodemsanering bij nieuwe ontwikkelingen. Een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is een onderdeel van de onderzoeksverplichting bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dat een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt. Hierbij wordt opgemerkt dat ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening het bestemmen van gronden met een bodem van onvoldoende milieuhygiënische kwaliteit met een hiervoor gevoelige bestemming in beginsel moet worden voorkomen. Een bepaalde mate van bodemverontreiniging hoeft in veel gevallen niet direct een probleem op te leveren. In veel gevallen zal historisch onderzoek van de betreffende verdachte locatie uitwijzen of er voldoende aanleiding is om ook bodemonderzoek te laten uitvoeren. Met een oriënterend bodemonderzoek en/of een nader bodemonderzoek kan worden vastgesteld of inderdaad sprake is van bodemverontreiniging, en zo ja, in welke mate en van welke omvang.

Op basis van een nader onderzoek kan de provincie bepalen of er een noodzaak is tot gedeeltelijke of gehele sanering van de locatie en of er veiligheidsmaatregelen moeten

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

19

worden getroffen. Ook de huidige en/of toekomstige bestemming en het gebruik van de locatie spelen een rol bij de keuze van de saneringsvarianten. Vanuit

de

Regionale

Uitvoeringsdienst

Noord-Holland Noord zijn gegevens

verstrekt

over de

bodemkwaliteit in het plangebied (bijlage 1 Advies RUD). Uit dit advies blijkt dat er voor het grootste gedeelte van het gebied sprake is van maximaal lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater. Gemiddeld genomen is de bodem in het bestemmingsplangebied geschikt voor de aanwezige functies, wonen met/zonder tuin, infrastrcutuur (wegen en parkereerplaatsen), openbaar groen en recreatie (sportvelden en park) en bedrijvigheid (ijsbaan, hotel, bioscoop, casino). Er kan op basis van de beschikbare informatie niet worden gegarandeerd dat plaatselijk de bodem altijd geschikt is voor de huidige en/of gewenste functie. Bij bouwactivtiten/ontwikkelingen binnen het gebied moet daarom altijd een extra toets op bodemgeschiktheid worden gedaan. De kwaliteit van de bodem staat de uitvoering van dit beherend bestemmingsplan niet in de weg.

4.6 Luchtkwaliteit Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Projecten die ‘niet in betekenende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in het 'Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)'. Het plan is beherend voor wat betreft de aanwezige functies en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, wijzigingen van de luchtkwaliteit zijn dan ook niet te verwachten. Het plan zal waarschijnlijk niet voor (nieuwe) overschrijdingen van de grenswaarden en niet in betekende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Het plan mag ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar worden geacht.

4.7 Ecologie Wet- en regelgeving In het kader van de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan is het van belang om aandacht te besteden aan beschermde natuurwaarden. De effecten op natuurwaarden dienen te worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van soortenbescherming en gebiedsbescherming. Dit is vastgelegd in de Wet natuurbescherming, de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de Provinciale Ruimtelijke Verordening.

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

20

Onderzoek Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld ten behoeve van het planologisch-juridisch vastleggen van de bestaande situatie in het plangebied. Aanzienlijke veranderingen in de bestaande situatie worden met dit bestemmingsplan niet voorzien. Er vinden door dit bestemmingsplan geen bouw- of sloopwerkzaamheden, werkzaamheden aan beplanting of aan watergangen plaats die gevolgen zouden kunnen hebben voor beschermde soorten. Gebiedsbescherming Ongeveer 600 meter ten zuiden van het plangebied ligt het Markermeer & IJmeer, dat is aangemerkt als Natura 2000 gebied en onderdeel uitmaakt van NatuurNetwerk Nederland. Ten aanzien van het behoudende

karakter

van

het

voorliggende

bestemmingsplan

zijn

negatieve

effecten

op

de

instandhoudingsdoelstellingen voor de soorten en habitats op voorhand uit te sluiten. Er is geen sprake van externe werking.

Figuur 6. Uitsnede plangebied ten opzichte van NNN

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

21

Figuur 7. Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000 gebied

Conclusie Dit bestemmingsplan mag wat betreft ecologie uitvoerbaar worden geacht. De algemene zorgplicht is voor het overige op alle handelingen van toepassing. De planregels in het nieuwe bestemmingsplan maken geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk.

4.8 Water Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan in kwestie gevolgen heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Het doel van de watertoets is het waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Door middel van de watertoets wordt in een vroegtijdig stadium aandacht besteed aan het wateraspect. Waterwet De Waterwet, die per 22 december 2009 van kracht is geworden, heeft gezorgd voor een ingrijpende bundeling van deze wetgeving. Daarnaast heeft het Nationaal Waterplan (NWP), waarvan de eerste versie tegelijk met de Waterwet is verschenen, een formele rol in de ruimtelijke ordening. Het tweede Nationaal Waterplan is tevens een structuurvisie op basis van de Waterwet en de Wet ruimtelijke ordening en is opgesteld voor de planperiode 2016-2021.

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

22

Watervisie 2021 Het regionale waterbeleid tot 2040 en de prioriteiten van de provincie op het gebied van waterveiligheid en schoon en voldoende (drink)water in de periode 2016-2021 is samengevat in de Watervisie 2021. In de Watervisie 2021 staan de ecologische doelen voor niet-natuurlijk oppervlaktewater. Deze doelen zijn afgestemd met de waterbeheerders. Ook staan in de Watervisie 2021 maatregelen om de kwaliteit van het grondwater in de bodem van Noord-Holland te verbeteren. Klimaatadaptatie Klimaatverandering maakt het nog urgenter om voldoende groen in de stad te hebben. Door de klimaatverandering zijn er meer en langere periodes van droogte, pieken in regenbuien en ook tijden van uitzonderlijke kou in de winter. Daarnaast leidt de toenemende betegeling van tuinen er toe dat regenwater niet makkelijk weg kan en draagt de toenemende verstening bij aan het hitte-eilandeffect; het fenomeen dat de temperatuur in een stedelijk gebied gemiddeld hoger is dan in het omliggende landelijk gebied. Bij de inrichting van de openbare ruimte, tuinen en ver-/nieuwbouw van gebouwen is het van belang om rekening te houden met klimaatverandering. Dit kan bijvoorbeeld door groene daken en gevels en bij de plant van bomen te kiezen voor soorten die het goed doen onder de extreme omstandigheden; bomen die zowel tegen hitte als tegen vorst kunnen.

Daarnaast moet voldoende ruimte worden geboden aan (de afvoer van) regenwater. Het bestemmingsplan staat groen- en watervoorzieningen algemeen toe. Binnen de regels van het bestemmingsplan zijn klimaatadaptieve maatregelen daarom mogelijk. Onderzoek Vooropgesteld dient te worden dat dit bestemmingsplan een beherend plan is. Dit bestemmingsplan legt enkel de huidige planologisch-juridisch toegelaten situatie in het plangebied opnieuw vast. De gevolgen van dit bestemmingsplan op de waterhuishouding zullen dan ook gering zijn. Het aanbrengen van veranderingen in het heersende watersysteem wordt met dit bestemmingsplan niet beoogd; uitgangspunt is de bestaande aan- en afvoer van regen- en afvalwater te handhaven. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Bij concrete ontwikkelingen en het gebruik maken van de mogelijkheden om binnen- en buitenplans af te wijken van het bestemmingsplan dient wateradvies bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier te worden aangevraagd. Dit bestemmingsplan wordt aan het Hoogheemraadschap voorgelegd in het kader van het reguliere overleg van de bestemmingsplanprocedure. Conclusie De gemeente volgt de wettelijk gestelde eisen die door Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier aan het wateraspect in het plangebied worden gesteld. Er bestaan voor het aspect water geen belemmeringen ten aanzien van dit bestemmingsplan.

4.9 Erfgoed De Monumentenwet 1988 is op 1 juli 2016 overgegaan in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet het wettelijke fundament voor de cultuurhistorie in Nederland. In de Erfgoedwet is

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

23

vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen.

4.9.1 Archeologie

In 2012 heeft Archeologie Erfgoed VVH een nieuwe Beleidskaart Archeologie van de gemeente Hoorn vervaardigd. Deze is vastgesteld op 12 maart 2013, samen met de Erfgoedverordening 2013 van de gemeente Hoorn (Corsaregistratienummer: 12.49690). Op basis van aanvullend bureauonderzoek, getoetste verwachtingen in het veld en kaartanalyse is een nieuwe kaart vervaardigd met andere vrijstellingsgrenzen dan de oude Beleidskaart Archeologie uit 2007.

Figuur 8. Uitsnede beleidskaart Archeologie (Bron: gemeente Hoorn)

Het plangebied ligt ten westen van het Keern, een middeleeuwse binnenwaterkerende dijk. Voor het overgrote deel van het plangebied geldt een lage archeologische verwachting voor alle perioden. Een uitzondering wordt gevormd door een huisplaats uit de zeventiende eeuw (mogelijk ouder). De huisplaats ligt ten zuiden van de Kleine Wijzend. Deze locatie heeft een hoge archeologische waarde en een deel van het bewoningslint langs het Keern ligt binnen het plangebied.

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

24

Het bestemmingsplangebied 'Blauwe Berg' kent op de Beleidskaart Archeologie de volgende dubbelbestemmingen: <0000>

Waarde-Archeologie 2: dit betreft de historische lintbebouwing langs het Keern en de losse huisplaats ten westen van het Keern. Voor deze terreinen geldt dat bij voorgenomen bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm –Mv rekening gehouden dient te worden met de aanwezige archeologische waarden;

<0000>

Waarde-Archeologie 5: dit betreft het overige deel van het plangebied. Hier moet archeologisch belang betrokken worden bij bodemingrepen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 40 cm –Mv. In deze gebieden heeft nog geen uitgebreid archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Alleen bij grotere bodem ingrepen is het van belang dat er een Quickscan wordt vervaardigd.

De bescherming van archeologische waarden wordt ook in dit bestemmingsplan geregeld via een dubbelbestemming. Voor het onderhavige plan zijn twee dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2 en 5’ opgenomen. De dubbelbestemming is toegekend op basis van het bureauonderzoek en de beleidskaart archeologie. Door middel van de (betreffende) dubbelbestemming wordt een beschermende regeling voor deze gebieden getroffen. De dubbelbestemming omvat een toevoeging op de basisbestemmingen in de vorm van bouwregels en een omgevingsvergunningsstelsel voor het uitvoeren van graafwerkzaamheden. Archeologisch veldonderzoek dient plaats te vinden voordat de feitelijke grondwerkzaamheden worden uitgevoerd. Met deze planologische regeling mag worden geconcludeerd dat het plan ten aanzien van het aspect archeologie uitvoerbaar is. Met betrekking tot de archeologie mag dit plan uitvoerbaar worden geacht.

4.10 Cultuurhistorie De Modernisering Monumentenwet (MoMo) heeft tot een wijziging van artikel 3.1.6., lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geleid, waardoor ieder bestemmingsplan vanaf 1 januari 2012 tevens een beschrijving dient te bevatten van de wijze waarop rekening wordt gehouden met cultuurhistorische waarden in het plangebied. In de toelichting van een bestemmingsplan dient een beschrijving opgenomen te zijn van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Hierbij dient ook de historische (steden)bouwkunde en historische geografie te worden meegenomen in de belangenafweging. Aangegeven dient te worden welke conclusies aan de geanalyseerde waarden worden verbonden en op welke wijze deze worden geborgd in het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

25

Figuur 9. Cultuurhistorische beleidskaart (bron: gemeente Hoorn)

Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door het Keern, een eeuwenoude toegangsweg richting Hoorn. Deze voormalige binnendijk, die in oorsprong dateert uit de twaalfde eeuw, is niet opgenomen in het plangebied, maar de achter de woningen gelegen landerijen die van oorsprong achter de bebouwing van het Keern lagen vormen een groot deel van het plangebied. De gronden binnen het plangebied waren vooral weilanden waar het vee liep van de boerenbedrijven aan het Keern. De volgende onderdelen zijn cultuurhistorisch waardevol: <0000>

De historische waterloop die achter de erven van de bebouwing aan het Keern loopt. Deze ligt op de grens van het plangebied en dient inclusief walkanten beschermd te worden.

<0000>

Daarnaast heeft de Kleine Wijzend cultuurhistorische waarde. Hoewel de oorsprong niet helemaal duidelijk is, is de Kleine Wijzend wel op de kadastrale minuut van 1823 aangegeven.

De op het Keern uitkomende Bobeldijkerweg (een Middeleeuwse binnendijk), ligt aan de grens van het plangebied en heeft door omlegging en recente verbreding veel van zijn oorspronkelijke karakter verloren. Van belang is behoud van de aan de zuidkant binnen het plangebied gelegen water inclusief groen talud en kades als waardevolle historische structuur te behouden. Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie mag het plan uitvoerbaar worden geacht.

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

26

4.11 Duurzaamheid De gemeente Hoorn heeft een duurzame, toekomstbestendige ontwikkeling hoog in het vaandel staan. Het gemeentebestuur heeft uitgesproken in 2040 klimaatneutraal te willen zijn. Ten aanzien van bestaand gebied worden geen regels opgenomen ten aanzien van duurzaamheid. Er wordt vooral gestreefd naar een vrijwillige en gezamenlijke inzet. De bestaande bouw is verantwoordelijk voor een groot deel van het totale energiegebruik van Hoorn. De gemeente voert met allerlei belanghebbenden (huurders, particuliere bezitters van woningen en bedrijven, corporaties) gesprekken om te komen tot gezamenlijke oplossingen. Te denken valt hierbij aan ondersteuning in de vorm van subsidies (ook het eenvoudiger aanvragen daarvan), waar mogelijk het soepeler verkrijgen van vergunningen en gezamenlijke aanschaf van duurzame artikelen; denk aan isolatiemateriaal en dergelijke. Door de alsmaar stijgende prijzen van energie zijn de investeringen in duurzame oplossingen steeds sneller terugverdiend. Naast veel aandacht voor energiegebruik is er ook aandacht voor andere duurzame strategieën, zoals het optimaal benutten van de beschikbare ruimte. Daarnaast wordt voor zover mogelijk gestreefd naar gecombineerde ontwikkelingen. Het bestemmingsplan is een instrument waarin enkele duurzame energie aspecten geregeld kunnen worden.

Zo kunnen in de planregels en/of op de verbeelding randvoorwaarden voor passieve en actieve zonne-energie als zuid-oriëntatie van bebouwing, dakhellingen, nokrichtingen en onderlinge oriëntatie van bebouwing ter vermijding van schaduwwerking worden vastgelegd. Opwekken van duurzame energie is in kleinschalige (niet milieuhinderlijke) vorm toegestaan. De plaatsing van zonnecollectoren en fotovoltaïsche cellen is mogelijk. Kleinschalige vormen van opwekking van duurzame energie zijn toegestaan. De plaatsing van windturbines is binnen de regels van het bestemmingsplan niet mogelijk. De plaatsing van kleine (gebouwgebonden) windmolens is mogelijk als vaststaat dat deze geen hinder voor de omgeving opleveren. Met dit planvoornemen worden geen nieuw ontwikkelingen mogelijk gemaakt.

4.12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd. Het aantal situaties waarvoor een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht moet worden uitgevoerd, is verminderd. Er zijn nu meer situaties waar eerst beoordeeld moet worden of een m.e.r. moet worden uitgevoerd. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst van het Besluit die beneden de drempelwaarden vallen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen zijn. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Wanneer deze beoordeling aan de orde is, dient deze te worden aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie waarbij door middel van de in bijlage III bij Richtlijn 2011/92/EU opgenomen punten wordt toegelicht wat er precies gaat gebeuren.

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

27

Het onderhavige bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen. Het bestemmingsplan geeft geen aanleiding voor een vervolgonderzoek in het kader van een m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling. Nu deze beoordeling niet aan de orde is, hoeft deze ook niet te worden aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie.

4.13 Kabels en leidingen Het is van belang dat de ligging van kabelverbindingen planologisch wordt veiliggesteld. Ook dient het tracé van een kabelverbinding gevrijwaard te blijven van (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen en activiteiten die van negatieve invloed kunnen zijn op de functionaliteit van de kabelverbinding. Planologisch relevante leidingen zijn voorzien van een dubbelbestemming. Zo is voor de 50kV-kabelverbinding een dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanning’ opgenomen, zodat de kabel planologisch is beschermd en ontwikkelingen slechts na afweging mogelijk zijn. Tevens is een water- en rioolleiding in het plangebied aanwezig. Hiervoor is de dubbelbestemming 'Leiding - Water' opgenomen. De overige kabels en leidingen worden beschermd via de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken.

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

28

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Inleiding Wet ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening Op 1 juli 2008 zijn de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld op grond van de Wro en het Bro. Op grond van artikel 3.1.3 van het Bro moet een bestemmingsplan worden uitgewerkt in: <0000>

een beschrijving van de bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven;

<0000>

bestemmingen die bij of krachtens wet kunnen worden voorgeschreven;

<0000>

regels die bij of krachtens wet kunnen worden voorgeschreven;

<0000>

voor zover nodig uitwerkings-, wijzigings- en afwijkingsregels.

Ook moet op grond van artikel 3.1.6 van het Bro een bestemmingsplan samengaan met een toelichting waarin ten minste zijn opgenomen: 1.

een onderbouwing van de in het bestemmingsplan gemaakte keuze van bestemmingen;

2.

de resultaten van de (noodzakelijke) voor het bestemmingsplan uitgevoerde onderzoeken;

3.

de resultaten van het overleg en de inspraak op grond van artikel 3.1.1 van het Bro.

Op grond van artikel 1.2.1 van het Bro (in werking getreden op 1 januari 2010) moet het bestemmingsplan digitaal beschikbaar gesteld worden. Om dit mogelijk te maken moet het bestemmingsplan worden uitgewerkt in een zogenoemde GML. In de GML is er een koppeling tussen de kaart, regels en toelichting (het bestemmingsplan) gemaakt. Deze koppeling van de kaart, regels en toelichting is de zogenoemde verbeelding van het bestemmingsplan. Hiervoor moet het bestemmingsplan worden opgesteld overeenkomstig de RO-standaarden: <0000>

Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012).

<0000>

Standaard toegankelijkheid ruimtelijke instrumenten (STRI2012).

<0000>

Praktijkrichtlijn bestemmingsplannen 2012 (PRBP2012).

Dit bestemmingsplan is zo opgesteld dat het digitaal beschikbaar gesteld kan worden. Dit betekent dat: <0000>

alle verschillende onderdelen van de kaart een zogenoemde IMRO2012- code hebben;

<0000>

de digitale kaart is opgesteld volgens de standaardtechniek voor uitwisseling GML;

<0000>

de regels overeenkomstig de SVBP2012 zijn opgesteld;

<0000>

de toelichting en regels digitaal aan de kaart zijn gekoppeld.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wabo is een deel van de Wro opgenomen in de Wabo.

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

29

Op grond van de Wabo en het Bor is de omgevingsvergunning ingevoerd. In de omgevingsvergunning worden verschillende vergunningtrajecten (zoals bouwvergunning, milieuvergunning etc.) gebundeld. In artikel 2.1 van de Wabo is een algemeen gebruiksverbod opgenomen. Op grond hiervan is voor een gebruik dat op grond van een bestemmingsplan niet is toegestaan een omgevingsvergunning noodzakelijk. Door de inwerkingtreding van de Wabo en het Bor is een aantal begrippen op grond van de Wro vervallen. Deze begrippen worden ook in de SVBP2012 gebruikt. In september 2010 zijn er door Geonovum, als beheerder van de ROstandaarden, werkafspraken voor de SVBP2012 uitgegeven. Op basis van deze afspraken is er in bestemmingsplannen geen sprake meer van ontheffingen maar van afwijkingen. De in het overgangsrecht opgenomen bouwvergunning is vervangen door een omgevingsvergunning voor het bouwen.

5.2 Bestemmingsplanprocedure In de Wro en het Bro zijn wettelijke regels voor de bestemmingsplanprocedure vastgelegd. Hierin zijn de volgende fasen onderscheiden: Voorbereidingsfase Voor het opstellen van een nieuw bestemmingsplan verricht de gemeente onderzoek naar de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen, naar de bestaande toestand en naar mogelijke en wenselijke ontwikkelingen binnen een gemeente. Het concept wordt voor overleg gezonden aan de in artikel 3.1.1 van het Bro genoemde instanties. Ontwerpfase Na aankondiging in de Staatscourant en in één of meer plaatselijke dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, wordt het ontwerpbestemmingsplan zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kan een ieder zienswijzen over het ontwerp naar voren brengen. Vaststellingsfase Na afloop van de termijn van de terinzagelegging stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan al dan niet gewijzigd vast. Beroepsfase Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en legt het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage. Gedurende de periode van 6 weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

5.3 Afstemming op het Besluit Quickwins Invoering van het Besluit Quickwins (BQw) heeft onder andere tot aanpassing van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) geleid. In bijlage II van het Bor is het vergunningsvrij bouwen geregeld (artikel 2 en 3). Daarnaast is in artikel 4 van bijlage II de kruimellijst opgenomen. Met lid 9 van dit artikel kunnen

Bestemmingsplan De Blauwe Berg 2019 - 24-9-2019

30

functieveranderingen met een omgevingsvergunning op basis van de reguliere procedure (korte procedure) worden gerealiseerd. Met de invoering van het BQw zijn deze mogelijkheden verruimd. Hierna is aangegeven hoe met de aanpassing van het Bor wordt omgegaan en hoe het voorliggend bestemmingsplan hierop is afgestemd. Nieuwe aanvragen voor een omgevingsvergunning op grond van artikel 4, bijlage II Bor worden vanaf 1 november 2014 individueel afgewogen. De aanvragen moeten in ieder geval zijn voorzien van: <0000>

een omschrijving van het planvoornemen en kaart op schaal;

<0000>

een onderbouwing van nut en noodzaak;

<0000>

alle

relevante

omgevingsaspecten

moeten

zijn

onderzocht.

Hoewel

het

kan

gaan

om

functieveranderingen binnen een bestaand gebouw, moet toch in alle gevallen aandacht worden besteed aan ruimtelijke kwaliteit omdat ook de uitstraling van het erf relevant is. <0000>

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=3778772e-2f18-40e5-9e17-2b0019d6121f