CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.1 - Integraal beeldkwaliteitsplan buitenruimte en architectuur centrumgebied Kersenboogerd - deel 1

Gemeenteraad 26 oktober 2021, gemeente HoornBij agendapunt: Ruimtelijke kaders en beeldkwaliteit centrumgebied Kersenboogerd (1848239)10.868 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD integraal beeldkwaliteitsplan buitenruimte en architectuur HOORN juli 2021

wUrck

architectuur stedenbouw landschap

Gijs Wolfs Remco Bangma Merel Boer Merve Yuksel In opdracht van:

juli 2021 20654 BKP Kersenboogerd Centrum

pagina 2/130

BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

inhoudsopgave

1. inleiding aanleiding visie op de opgave huidig beeld van kersenboogerd centrum 2. kansen voor de wijk identiteit mobiliteit klimaatadaptief openbaar-privé kansenkaart 3. maatregelen per buurt pergola/patio/prieel stijl/messing/groef/dorpel ekster/lijster/koolmees grutto/reiger/nachtegaal waterpoort/rondeel/bastion centrum

BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

leeswijzer

In de inleiding wordt de aanleiding voor het initiatief van de gemeente Hoorn en Intermaris om een beeldkwaliteitsplan voor Centrumgebied Kersenboogerd op te stellen beschreven. Daarna wordt een visie op de opgave geschetst en geven we een weergave van de huidige (fysieke) stand van zaken van de wijk. Het tweede hoofdstuk is het resultaat van een ontwerpend onderzoek naar maatregelen die in de wijk genomen kunnen worden op de thema’s identiteit, mobiliteit, klimaatadaptatie en de relatie tussen openbaar en privé. Om latere beslissingen op woon-, blok- en buurtniveau een ruimere context te geven is een kansenkaart opgesteld die de gewenste hoofdstructuur voor de wijk weergeeft. In het derde deel worden vervolgens voor zes buurten van Centrumgebied Kersenboogerd een samenhangende structuur per buurt beschreven en de gewenste beeldkwaliteit op het gebied van buitenruimte en architectuur. De beeldkwaliteit van de buitenruimte is feitelijk de eerste aanzet voor de in het vervolgtraject successievelijk op te stellen inrichtingsplannen door de gemeente Hoorn. De gezamenlijke beeldkwaliteit buitenruimte en architectuur vormen tevens een inspiratiebron voor bewoners om samen met Intermaris gedragen keuzes te maken op blok- en buurtniveau. En vanzelfsprekend vormt de beeldkwaliteit een basisdocument voor architectonische uitwerkingen.

In de voorgestelde maatregelen per buurt zit deels een herhaling ten opzichte van andere buurten. Waar nodig wordt de maatregel specifieker gemaakt voor betreffende buurt. Zo zijn er bijvoorbeeld circa 40 portieksituaties in het plangebied, daar ligt een generieke opgave hoe deze aan te pakken, maar de concrete uitwerking per buurtje (of blok) kan verschillen. Voor de verschillende professionals die in de wijk aan de slag gaan verdient het aanbeveling om ook kennis te nemen van de voorgestelde maatregelen voor de andere buurten dan waar het project zelf plaatsvindt om zich zo een meer algemeen beeld te vormen van de intenties van het beeldkwaliteitsplan. Zoals gebruikelijk wordt ook in dit beeldkwaliteitsplan veel gebruik gemaakt van referentiebeelden. In onderschrift of in tekst wordt zoveel mogelijk duidelijk gemaakt wat er met het beeld wordt geprobeerd duidelijk te maken. Ze moeten dus zeker niet opgevat worden als letterlijke voorbeelden. Met betrekking tot de buitenruimte beschrijft de beeldkwaliteit een aantal ambities met betrekking tot gebruikswaarde, groenkwaliteit en hoe om te gaan met de positie van auto’s, fietsers en voetgangers in een bijdetijdse, hoogwaardige woonomgeving. Deze ambities moeten in de later op te stellen inrichtingsplannen samenkomen in integrale, afgewogen ontwerpen per buurt. pagina 3/130

pagina 4/130

BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

1 INLEIDING

BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

pagina 5/130

aanleiding Centrumgebied Kersenboogerd is een mooi voorbeeld van de naoorlogse wijkgedachte maar met een menselijke schaal zoals die gepropageerd werd in de jaren ‘70 van de vorige eeuw. De wijk heeft een sterke ruimtelijke structuur en met dit Beeldkwaliteitsplan willen de gemeente Hoorn en Intermaris de bestaande kwaliteiten bij de aanstaande ontwikkelingen behouden, versterken en waar nodig aanvullen. Desalniettemin zijn er verbeteringen nodig in de woon- en leefkwaliteit. Er liggen duidelijke verbanden tussen het fysieke en het sociale domein. Wanneer er niet wordt ingegrepen, glijdt Centrumgebied Kersenboogerd af naar het niveau van een achterstandswijk. Bij wel ingrijpen heeft het gebied de potentie om uit te groeien tot een aantrekkelijk stedelijk milieu. Intermaris en gemeente Hoorn hebben gezamenlijk een Toekomstvisie voor het centrumgebied van de Kersenboogerd gemaakt. De maatregelen die in de toekomstvisie staan, zijn nodig om het Centrumgebied Kersenboogerd leefbaar te houden en weer toekomstbestendig te maken. Deze toekomstvisie is vastgesteld in de gemeenteraad in december 2019. Intermaris heeft een belangrijke inhoudelijke bijdrage geleverd en de besluitvorming rond de Toekomstvisie afgerond met de Raad van Commissarissen. Er is dus een breed draagvlak voor de aanpak. Ook de uitvoering van deze toekomstvisie in de komende 10 tot 15 jaar gebeurt gezamenlijk.

De aanpak hiervoor heeft de gemeenteraad in december 2020 vastgesteld. Doel is onder andere om meer woningdifferentiatie te krijgen (zoals aanvankelijk bedoeld), een groot aantal binnenterreinen af te sluiten en te betrekken bij de omliggende woongemeenschappen (zoals eveneens aanvankelijk bedoeld), de openbare ruimte weer de allure en gebruiksmogelijkheden te geven zoals bedoeld en te zorgen voor een compleet en waarschijnlijk compacter centrum (mogelijk ook door op en rond het station extra woningbouw te realiseren). Onderliggende gedachte voor deze doelstellingen is het versterken van de sociale cohesie in de wijk. Naast bovengenoemde grote ingrepen leveren ook de kleinere, subtielere interventies, zoals bijvoorbeeld het plaatsen van gevelbankjes, hier een belangrijke bijdrage aan. Gemeente Hoorn en Intermaris willen voor de herinrichting van de openbare ruimte, de verduurzaming van de woningvoorraad, inbreiding en verbeteren van oriëntaties (waaronder fietspaden, grachtengordel) richtlijnen voor ontwerpen hebben. Gezien de samenhangende opzet van het centrumgebied is gekozen voor een samenhangend beeldkwaliteitsplan, voor de openbare ruimte én de woningbouw. De beeldkwaliteit voor station- en winkelgebied valt buiten deze opgave. pagina 6/130

plangebied Centrumgebied Kersenboogerd BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

visie op de opgave De gemeente Hoorn en Intermaris staan voor een bijzondere opgave: de doorontwikkeling van Kersenboogerd Centrum tot een volwassen woonwijk. Dat betekent veerkrachtiger, robuuster en pluriformer. Voor zover we weten zijn nog geen voorbeelden bekend van een grootschalige, structurele en integrale aanpak van de zogeheten bloemkoolwijken in Nederland. Maar het is vanzelfsprekend dat na de grootschalige herstructureringsopgaven van de vooroorlogse en naoorlogse woonwijken in Nederland ook de wijken uit de 70’er en 80’er jaren aan de beurt zullen komen.

beeld van de Rondeelstraat uit het PvE

bestemmingsplan - grondgebruikkaart

de strengen uit het PvE BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

Het bijzondere aan de opgave is dat we een integrale beeldkwaliteit gaan opstellen zonder een stedenbouwkundig plan als onderlegger. In dit geval hebben we enkel de ‘Toekomstvisie Centrumgebied van de Kersenboogerd (2020-2035)’ als referentiekader. Maar er is hier nog iets anders aan de hand. Het stedenbouwkundig plan lígt er al, dat is immers vanaf ongeveer 1977 in planvoorbereiding geweest en vanaf 1981 tot realisatie gekomen. De ambitie is om alle bouw-, grootonderhoud- en renovatie-activiteiten die in de wijk plaats zullen vinden te spiegelen aan de oorspronkelijke intenties van dit plan. Alle nieuwe ingrepen zouden in het teken moeten staan van de versterking van die oorspronkelijke intenties en het met terugwerkende kracht corrigeren van weeffouten in de uiteindelijke realisatie. Tegelijkertijd is er behoefte aan meer differentiatie op buurtniveau. Zeker ook om een trots van bewoners op hun (vernieuwde) buurt te bewerkstelligen op een schaal tussen die van de straat en de wijk. Er moet dus uitdrukkelijk ook een níeuw beeld ontstaan. Bovendien moet er een actualisatieslag plaatsvinden om de wijk toekomstbestendig te maken. Enerzijds gaat dat over programmatische onderwerpen (bijvoorbeeld woningdifferentiatie, sociaal, maatschappelijk, cultureel en commercieel voorzieningenniveau). Dat regel je echter niet via een Beeldkwaliteitsplan.

Anderzijds zijn er de thema’s klimaatadaptatie, energietransitie, natuurinclusiviteit en nieuwe mobiliteit. Die hebben wel degelijk invloed op het fysieke beeld van de wijk. Zowel op het beeld van de buitenruimte als op het beeld van de te renoveren en nieuw te bouwen woningen. Als je niet weet waar je naar toe wilt in de toekomst en welke maatregelen daarbij horen, kan een beeldkwaliteitsplan niets meer zijn dan ‘mooimakerij’. We moeten daarom goed inzicht krijgen in hoe Centrumgebied Kersenboogerd ooit bedoeld was, wat het nu is en wat het voor de nabije toekomst te wachten staat.

Alhoewel er integraal wensbeelden kunnen worden bedacht vanuit een beeld voor zowel de buitenruimte als de architectuur, zal er een verschil zijn in de wijze hoe iets wordt vastlegt. Bij woningen gaat dat meer over het formuleren van spelregels omdat de feitelijke ingrepen veelal nog onbekend zijn, terwijl je voor de buitenruimte inrichtingsprincipes kunt vastleggen op basis van een gewenst beeld, maar ook in directere samenhang met de geformuleerde maatregelen (zie ook vorige alinea). Vanwege de beoogde aanleg van een warmtenet in de wijk (start uitvoering 2022) is er de kans de beeldkwaliteit voor de openbare ruimte direct als uitgangspunt te nemen voor de op te stellen inrichtingsplannen voor de buitenruimte die, volgend het faseringsplan van het warmtenet, gerealiseerd kan worden. In de vorige paragraaf wordt gewag gemaakt van problematiek in het sociale domein. Er is een grotere concentratie sociale huurwoningen gerealiseerd dan aanvankelijk de bedoeling was. Intermaris is zich daar zeer van bewust en treft maatregelen om tot een meer gedifferentieerd aanbod van woningen in de wijk te komen. Eén van die maatregelen betreft het benutten van potentiële inbreidingslocaties. Op deze plekken zijn zowel de gemeente als Intermaris voornemens zowel koopwoningen als middendure en eventueel dure huurwoningen te (laten) realiseren.

In dit beeldkwaliteitsplan worden indicaties gegeven waar die locaties gerealiseerd zouden kunnen worden, mede in relatie tot de gewenste versterking van de ruimtelijke structuur per buurt. Verdichting helpt dus in eerste instantie de sociaaleconomische balans in de wijk te herstellen en zorgt voor een meer gemengde bevolkingssamenstelling. Daarnaast biedt inbreiding kansen voor de verbetering van de beeldkwaliteit van de bestaande buurten. Bovendien ligt er vanuit het gemeentelijk beleid de opgave om de openbaar vervoerskwaliteit van het treinstation Hoorn Kersenboogerd beter te benutten door meer woningen in het beïnvloedingsgebied van het station te realiseren. De planvorming daarvoor in de meest directe nabijheid van het station zal integraal moeten worden opgepakt door de Gemeente Hoorn, vastgoedeigenaren en NS/ProRail.

pagina 7/130

het huidige beeld van Centrumgebied Kersenboogerd De Kersenboogerd is de oostelijke uitbreidingswijk van Hoorn, ten oosten van de Binnenstad en Hoorn-Noord en ten zuiden van de Westerblokker. Aan de oostzijde wordt de wijk begrensd door de Zuiderdracht, ten westen en zuiden door de Provincialeweg. De wijk is gerealiseerd vanaf het begin van de 80’er jaren tot ongeveer 2003. Centrumgebied Kersenboogerd vormde de eerste fase van de ontwikkeling van de wijk en is goeddeels tussen 1981 en 1989 tot stand gekomen. bestemmingsplan jaren ‘70 Het bestemmingsplan voor de wijk is opgesteld in de tweede helft van de 70’er jaren. De ontwikkelingsvisie die aan de basis ligt van het bestemmingsplan is een duidelijke exponent van de Wijkgedachte, waarbij het idee was dat de wijk een zelfstandige eenheid vormde met een beperkte maat (maximaal ongeveer 20.000 inwoners) en een eigen centraal voorzieningenniveau. De verschillende buurten werden opgevat als ‘dorpen’ met een eigen identiteit en een overzichtelijke schaal. De wijk vormde bij wijze van spreken een ‘netwerk van dorpen’. Normaliter kregen alle buurten ook eigen buurtcentra, maar in de Kersenboogerd is gekozen voor één centraal, stedelijk wijkcentrum rond het station; en concentrische schillen met een tuinstedelijk en een landelijk karakter. Aan die drie stedelijke typologieën werden vervolgens drie verschillende dichtheden gekoppeld.

De concentrische opzet werd versterkt door de introductie van radiale structuren: de strengen. Deze zijn bedoeld als verbindende routes tussen de buurten en het centrum van de wijk en tussen Kersenboogerd als geheel en de aangrenzende stadswijken en de oude binnenstad. Men had een nadrukkelijker gemengd programma van wonen, werken en commerciële voorzieningen voor ogen dan uiteindelijk is gerealiseerd. In de oorspronkelijke opzet waren de strengen dus eigenlijk de locatiespecifieke uitwerking van de ‘buurtcentra’. structuurvisie Vanuit de Structuurvisie Hoorn 2010-2025 worden twee doelstellingen geformuleerd die een direct raakvlak met Centrumgebied Kersenboogerd hebben. Ten eerste is dat de ambitie om de kwaliteit van bereikbaarheid via het openbaar vervoer beter te benutten door een verdichting en kwaliteitsverbetering van de stationsomgeving. Daarnaast is in de structuurvisie de ambitie van het Megalint geformuleerd, waarbij de Provincialeweg en de spoorlijn Hoorn-Medemblik een brede gemengde groene zone beschrijven en het netwerk van langzaam verkeersroutes wordt versterkt. pagina 8/130

plangebied in het geheel van Kersenboogerd

ontwikkelingsmodel

Structuurvisie 2010-2025 BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

het huidige beeld van Centrumgebied Kersenboogerd realisatie van oorspronkelijke intenties De oorspronkelijke intenties voor Kersenboogerd zijn, zeker op structuurniveau, voor een belangrijk deel ook uitgevoerd. De leefbaarheidsproblematiek zoals die nu is ontstaan heeft in hoofdlijnen, gezien vanuit het perspectief van de fysieke ruimte, twee belangrijke oorzaken. Ten eerste is het aandeel sociale huurwoningen gedurende de ontwikkeling behoorlijk toegenomen. Dat veroorzaakte enerzijds een eenzijdige bewonerssamenstelling, anderzijds zijn die huurwoningen gerealiseerd in een decennium waar de bouwkwaliteit, door de economische crisis waarin Nederland verkeerde, onder grote druk stond. Ten tweede is het principe van de besloten binnengebieden losgelaten en ontstond, naast de relatieve helderheid van de openbare hoofdruimte, een parallelle wereld van kruip-door-sluip-door waarbij het beeld wordt bepaald door parkeervelden en achterkantsituaties. sferen & architectuur Het architectonisch beeld van het ‘stedelijke’ centrum (binnen de gracht) is duidelijk afwijkend van het tuinstedelijk woonmilieu (tussen singel en gracht). Het centrum bestaat grotendeels uit gestapelde woningen, met voor een beperkt aantal blokken een commerciële plint. Het beeld van de bebouwing is diverser dan in de andere buurten, vooral omdat het over een langere periode in kleinere stappen is gerealiseerd.

De daken zijn plat en spelen in het beeld geen rol. Daar waar woningen op de begane grond zijn gesitueerd hebben deze weinig relatie met de straat. De groenvoorziening in het centrum is karig te noemen, het beeld is overwegend stenig. In de tuinstedelijke buurten is een grotere architectonische samenhang binnen iedere buurt herkenbaar, maar varieert de kwaliteit van het beeld ook per buurt. De buurten ontlenen hun karakter aan een specifieke architectonische beeldtaal, zoals in Pergola, of juist door de volstrekte afwezigheid daarvan, zoals bijvoorbeeld in Grutto. De verschillen tussen ‘de eerste indruk van de buurt’ wordt ook verklaard door de kwaliteit van de openbare ruimte en straatprofielen: in Pergola was er in ieder geval de intentie om een centrale groene ader te realiseren, al is de relatie tussen de woning en dat groene profiel gebrekkig. In Grutto bestaan de straatprofielen in hoofdzaak uit stoep-straat-stoep en is in het beeld met name afhankelijk de afzonderlijk ingerichte (of juist verwaarloosde) voortuintjes. de strengen en drie sferen (stedelijk, tuinstedelijk en landelijk) BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

pagina 9/130

het huidige beeld van Centrumgebied Kersenboogerd

schetsen strengen in het PvE

stedelijk

tuinstedelijk

stedelijk gebied pagina 10/130

landelijk

tuinstedelijk gebied BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

het huidige beeld van Centrumgebied Kersenboogerd openbaar - privé In het algemeen kan gesteld worden dat er weinig interactie is tussen ‘binnen en buiten’. De woningen en openbare ruimte zijn niet ontworpen op een wijze waardoor ze op elkaar betrokken zijn. De gevelopeningen zijn vaak klein en de woningen naar binnen gekeerd. De in potentie verschillende architectonische identiteiten zijn in de praktijk in hoge mate gelijkvormig door gelijk kleurenen materialengebruik (rode baksteen en dakpan). De details zijn bovendien te weinig onderscheidend om de verschillen te communiceren. Het resultaat van dit alles is weinig eigen identiteit en veel eenvormigheid. groen & water In de opzet van de wijk is een heldere water- en groenstructuur te herkennen. De gracht en singel markeren de verschillende deelgebieden (stedelijk, tuinstedelijk en landelijk) en vormen concentrische structuren rondom het centrum. Het plantsoen- en parkgroen volgt dezelfde logica als die van de bebouwingsdichtheden: in het landelijk gebied zorgen de relatief grotere groenzones voor een duidelijke geleding tussen de verschillende buurten. In het tuinstedelijk milieu hebben de groenzones meer het karakter van buurtgroen. Het Willem Wiesepark vormt in de tuinstad een radiale verbinding tussen centrum en wijkpark.

De waterstructuur van gracht, singel en de twee dwarsverbindingen daartussen, bieden in potentie een sterke openbare ruimtekwaliteit. Het centrum daarentegen is overwegend verhard met hier en daar een solitaire boom of korte laanbeplantingen. Het Betje Wolffplein had hier een brandpunt moeten vormen als aantrekkelijk, levendig en groen stadsplein. De werkelijkheid is dat het plein wordt gedomineerd door het verkeer van de Rijnweg en de parkeerfunctie en de architectonische samenhang tussen de 4 pleinwanden niet uit de verf komt. water en groenstructuur

singel BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

In kwantitatieve zin levert de groenstructuur in potentie een goede bijdrage aan de wijk. In kwalitatieve zin is de relatie tussen de plantsoenen en de daaraan grenzende woningen en buurten echter vrij slecht. De randen zijn vaak dichtgegroeid met ondoordringbaar struweel en afgezoomd met parkeerplaatsen. Het groen blokkeert bij wijze van spreken het zicht op het groen.

gracht pagina 11/130

het huidige beeld van Centrumgebied Kersenboogerd mobiliteit & parkeren De hoeveelheid verharding in de wijk speelt een dominante factor in de kwaliteitsbeleving. De verkeersruimte voor auto’s is minimaal 4,5 meter breed, en kan steeds in 2 richtingen bereden worden. Het parkeren zou in principe grotendeels op de binnenterreinen moeten zijn ondergebracht maar de meeste auto’s staan in de praktijk op straat. Natuurlijk zien de materialen van de betonsteen klinkers er in de loop van de tijd nogal sleets uit maar dat is niet de essentie. Dat is eerder het gebrek aan precisie in de functionele indeling van het verkeersprofiel en te weinig regie op waar geparkeerd kan worden

stadsplein uit PvE

huidige situatie

portieken en bergingen

stadsplein

gebrekkige zichtlijnen

verweesde buitenterreinen

dichtgeslagen groen

geen helder onderscheid openbaar/privé

verlaagd binnengebied veroorzaakt wateroverlast

Zoals eerder beschreven ligt het probleem van de binnenterreinen voornamelijk in de te grote toegankelijkheid ervan. Er lopen, fietsen en rijden mensen die er in feite helemaal niet moeten zijn. Bij bewoners creëert dat een gevoel van onveiligheid, waardoor ze er hun auto liever niet parkeren en zichzelf verschansen achter dichte schuttingen. En dat beeld van lege parkeerplaatsen en schuttingen veroorzaakt weer een negatief beeld van de wijk bij mensen die er in feite helemaal niet doorheen hadden moeten komen. Het is natuurlijk niet alleen kommer en kwel. Zoals eerder benoemd schuilt er veel potentie in zowel de omvang van de plantsoenen en parken en met name ook in de (stads)landschappelijke kwaliteit van singels en grachten

pagina 12/130

BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

2 KANSEN VOOR DE WIJK

BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

pagina 13/130

identiteit De in het vorige hoofdstuk beschreven een eentonigheid in het architectonisch beeld maakt dat de meeste bewoners wel een beeld hebben van Centrumgebied Kersenboogerd als geheel, maar zich moeilijker kunnen identificeren met een buurt. En dat zou wel een schaal kunnen zijn waar mensen zich meer betrokken bij voelen. De basis voor een buurt als ‘ensemble’ wordt bepaald door de mate van stedenbouwkundige en architectonische samenhang, in combinatie met de geleding die ontstaat door de water- en groenstructuur. Op die wijze zijn in de tuinstedelijke zone binnen het plangebied vijf buurten te herkennen en in het centrum drie buurten. Qua omvang zijn ze onderling min of meer vergelijkbaar, ook in relatie tot de ‘dorpsgemeenschappen’ in het landelijk gebied aan de westzijde van het plangebied.

GRUTTO/REIGER

NACHTEGAAL

EKSTER/LIJSTER/ KOOLMEES

Het verschil in strategie tussen de tuinstad en het centrum zou in hoofdlijnen kunnen zijn dat in de tuinstad per buurt de eenheid in het architectonisch beeld wordt versterkt en de (groene) buitenruimte daar een specifieke bijdrage aan levert, terwijl in het centrum juist gezocht wordt naar harmonieuze ensembles van verschillende bouwdelen of -blokken met een eigen karakteristieke uitstraling.

BASTION WATERPOORT/ RONDEEL

DORPEL

CENTRUM STIJL/MESSING/ GROEF

PERGOLA/PATIO/PRIEEL

identiteit per buurt pagina 14/130

BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

mobiliteit langzaam verkeersstructuur De strengen zoals benoemd in het bestemmingsplan zijn misschien niet de gewenste stedelijke assen geworden met een gemengd programma zoals men dat voor ogen had; in functionele zin zijn ze voor met name langzaamverkeer wel belangrijke verbindingen tussen centrum en buurt of tussen de buurt en de andere stadsdelen van Hoorn. De verschillende routes zijn grotendeels ontworpen, of inmiddels aangepast, aan een situatie met een meer gelijkwaardige positie van auto’s en fietsers in het profiel. Het zijn geen echte fietsstraten, maar in het algemeen zijn er nog maar weinig parkeerplaatsen langs deze routes. Voor fietsers zijn ze om die reden comfortabeler en veiliger in het gebruik. In de uitwerking kunnen deze profieler consequenter worden doorgevoerd door bijvoorbeeld parkeerplaatsen die er nog zijn naar elders te verplaatsen. Bovendien is er de kans deze radiale structuur van routes naar het centrum fijnmaziger te maken en uit te breiden richting nieuwe bestemmingen zoals de Bangert en Oosterpolder. autoverkeer en parkeren Vrijwel overal in de wijk kunnen de woonstraten in twee richtingen worden bereden. De functionele breedte van de wegprofielen is in de regel circa 4,5 meter.

In dit profiel wordt echter ook tegen de stoepband geparkeerd, omdat bewoners om eerdergenoemde redenen liever geen gebruik maken van de parkeervoorzieningen in de binnenhoven. Op straat veroorzaakt dit onoverzichtelijke en onveilige situaties. De intentie is om de veiligheid van de parkeervoorzieningen in de binnenhoven te verbeteren en de capaciteit daar te optimaliseren. Indien er geparkeerd wordt in de openbare ruimte moeten daar herkenbare parkeervakken voor worden aangelegd. Bovendien kan er per buurt kritisch gekeken worden naar de mogelijkheden om straten slechts in één richting toegankelijk te maken. Het functioneel profiel voor auto’s kan dan 1 meter smaller worden waardoor parkeren tegen de stoepband onmogelijk wordt, omdat de autogebruiker in dat geval beseft dat hij de hele straat blokkeert. Bovendien kan die gewonnen meter goed gebruikt worden voor de beoogde vergroening (c.q. ontharding) van de wijk. Vooral aan weerszijden van de gracht liggen kansen om met dit principe een hogere verblijfskwaliteit te realiseren; maar ook op andere situaties in de wijk liggen die kansen er. Per buurt zal gekeken moeten worden of en waar eenrichtingsverkeer toepasbaar is. Het mag bijvoorbeeld niet leiden tot te grote omrijdbewegingen of de verleiding om over een korter stuk even tegen de richting in te rijden. BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

Uiteraard zal de toegankelijkheid voor hulpdiensten moeten worden gewaarborgd als profielen versmald worden. Tegelijkertijd moet geconstateerd worden dat de huidige toegankelijkheid voor hulpdiensten door de ‘traditie’ van wildparkeren zeker ook niet gewaarborgd is. parkeernormen Door de ingesleten gewoonte van ‘informeel parkeren voor de deur’ wordt de parkeercapaciteit van de binnenhoven en de gemarkeerde parkeervakken in de openbare ruimte niet ten volle gebruikt. Hierdoor kan de indruk ontstaan dat er in de wijk een overcapaciteit aan parkeerplaatsen is gerealiseerd. Ook voor de Kersenboogerd gelden de parkeernormen zoals die door de stad zijn vastgesteld, waarbij een onderscheid wordt gemaakt naar ‘schil’, zijnde de zone binnen de gracht, en ‘rest bebouwde kom’. Het autobezit voor de schil is vastgesteld op 0.7 auto’s per huishouden. De parkeerdruk in het gebied is gemeten en vastgesteld op 50% tot 84%. Dit betekent dat er met de parkeernormen in de rubriek middenlaag (blauw in de tabel) wordt gerekend. Het autobezit voor de rest bebouwde kom is vastgesteld op 1.1 auto’s per huishouden. De parkeerdruk in het gebied is gemeten en vastgesteld op 50% tot 84%. Dit betekent dat er met de parkeernormen in de rubriek midden (oranje in de tabel) wordt gerekend.

Om de kwaliteit in de openbare ruimte te verbeteren is het van belang dat er beter gebruik wordt gemaakt van de capaciteit in de binnenhoven. Dat kan door het aanbod van parkeervoorzieningen in de straatprofielen bewust laag te houden. Het verschil tussen werkelijk autobezit (+bezoekersparkeren) en parkeernorm zou dan als reservering in de herinrichting van de buurten meegenomen kunnen worden. Een globaal rekenvoorbeeld: als op basis van autobezit een norm van 1,1 zou voldoen, maar de norm geeft 1,4 aan, dan zou voor het verschil (0,3) bepaald kunnen worden welk deel daarvan daadwerkelijk ook gerealiseerd wordt en welk deel een plek krijgt op de herinrichtingstekening voor de buitenruimte en pas gerealiseerd wordt als vanuit gemeten parkeerdruk blijkt dat deze nodig zijn in de lokale parkeerbehoefte. Uiteraard is dit maatwerk: de parkeerbalans moet per cluster op de feitelijke én toekomstige situatie op basis van de feitelijke woningdifferentiatie uitgewerkt worden. Per buurt kan bepaald worden hoeveel parkeerplaatsen in de openbare ruimte als reservering in het inrichtingsplan worden meegenomen. Voor inbreidingslocaties is er de wens vooral koopwoningen en middendure en dure huurwoningen te realiseren. In dat geval moet er van uit worden gegaan dat de parkeerbehoefte (exclusief bezoekersparkeren) op eigen terrein wordt opgelost.

Bovendien liggen er voor inbreidingslocaties nabij het station de kans om woonconcepten te realiseren die bij voorbaat uitgaan van het gebruik van deelauto’s.

pagina 15/130

klimaatadaptie De herinrichting van de openbare ruimte maakt het mogelijk de wijk veerkrachtiger te maken met betrekking tot de ontwikkeling van het klimaat. Het gaat daarbij zowel om het tegengaan van hittestress, als om het voorkomen van wateroverlast door piekbuien. Door de gemeente is in februari 2021 ambitieniveau B voor klimaatadaptatie vastgesteld. Met Ambitieniveau B wordt actief ingezet op het meegroeien met de klimaatverandering. Het richt zich op een beschermingsniveau dat vergelijkbaar is aan dat van nu. Hierbij zal er bij heftige regenbuien van 60mm/uur geen schade optreden. Ook wordt er ingezet op integrale vergroening, wat bijdraagt aan de kwaliteit van de openbare ruimte. De ambitie zal verder uitgewerkt en uitgevoerd worden door middel van de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie.

in de achtertuin en/of wadi’s in de binnenhoven. In het dichter bebouwde centrumgebied is minder ruimte om water in groene ruimtes vast te houden. Hier ligt ondergronds vasthouden in bergingsruimte onder de bestrating van parkeerterreinen meer voor de hand.

positieve rol spelen in de beleving van de openbare ruimte. Ook op de schaal van de voor- en achtertuin valt hier veel winst te behalen. Intermaris wil hiermee ook gericht, in samenspraak met bewoners, op blokniveau mee aan de slag.

meer groen, minder verharding Het verminderen van verharding en het vergroten van het areaal aan blokgroen heeft uiteraard prioriteit als het gaat om het vasthouden van hemelwater. Het vermindert niet alleen de belasting op de straat en het oppervlaktewater maar kan ook een

De maatregelen zoals op de volgende pagina voorgesteld zijn voorbeelden die nader zullen moeten worden uitgewerkt op inrichtingsniveau. De samenhang van verschillende maatregelen per buurt moeten immers passen binnen het door de gemeente gestelde ambitieniveau. Dus niet te niet te weinig maatregelen, maar ook niet te veel.

hittestress

risico wateroverlast

hittestress Het risico op hittestress komt in de Kersenboogerd voornamelijk voor bij de grotere parkeervoorzieningen in het centrum, de woonstraten en de grotere gebouwen met platte daken. De beste remedie tegen ongewenste hoge temperaturen is het creeren van schaduwvorming door bomen in straten en (parkeer)pleinen en het vergroenen van platte daken van gebouwen en bergingen. In de inrichting van straten kan rekening gehouden worden met de positie van parkeerplaatsen aan de dominante schaduwzijde van de straat. In smallere straten kan er voor gezorgd worden dat enkele bomenrijen zo geplaatst worden dat de schaduwvlakken zoveel mogelijk over de verharde oppervlakten vallen. hemelwater Met betrekking tot het hemelwater is er de wens om piekbuien vertraagd naar het oppervlaktewater af te voeren zonder dat er wateroverlast optreedt in de openbare ruimte. Vanwege de ondergrond wordt er de voorkeur aan gegeven hemelwater niet te infiltreren maar waar mogelijk via de straat naar gracht of singel af te voeren. Om het oppervlaktewater niet te zeer belasten met hoge kortdurende peilstijgingen wordt zoveel mogelijk water opgevangen in natuurlijke laagtes in de grotere groenzones (wadi’s). Indien vanuit bestaande peilhoogten van voordeurdorpels niet genoeg afschot richting oppervlaktewater kan worden gemaakt verloopt het transport via conventionele kolken en het hemelwaterriool.

Indien toch een waterpasserende bestrating wordt toegepast (bijvoorbeeld om hittestress te reduceren) wordt de ondergrond gedraineerd. Het hemelwater van de daken wordt bij voorkeur zichtbaar afgevoerd tussen de gevel en de straat. Hemelwaterafvoeren aan de achterzijde worden zoveel als mogelijk aangesloten op kratjes pagina 16/130

BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

klimaatadaptie

ondergrondse berging

watertransporterende rijbaan

wadi

waterpasserende bestrating BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

kaart met klimaatadaptieve maatregelen pagina 17/130

openbaar-privé binnentuinen De openbaarheid van de binnengebieden heeft er voor gezorgd dat niemand zich er werkelijk om bekommert. In de komende ontwikkelingen wordt de openbaarheid beperkt door toegangen via brandgangen of open portieken af te sluiten. Wat blijft is een duidelijk herkenbare toegang voor autoverkeer dat in de binnenhoven van een parkeerplaats gebruik maakt. Op sommige plekken wil Intermaris in samenspraak met bewoners grotere gemeenschappelijke binnentuinen inrichten. Deze tuinen zijn alleen toegankelijk voor de aangrenzende bewoners. Ze kunnen ook een belangrijke kwaliteit zijn voor nieuwe bewoners van potentiële inbreidingslocaties. Het gemeenschappelijk gebruik van zo’n tuin versterkt de sociale cohesie tussen bestaande en nieuwe inwoners van het blok. Het beeldkwaliteitsplan geeft inrichtsmogelijkheden aan, maar de bewoners maken zelf de uiteindelijke keuzes, onder regie Intermaris. Ook in de binnengebieden waar nog geparkeerd wordt kan op kleinere schaal een verblijfskwaliteit gegeven worden aan plekken waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten. Als de binnenterrein immers minder toegankelijk worden gemaakt ligt het voor bewoners meer voor de hand dat ze hun woning bereiken via de achtertuin of via een portiek met een toegang vanuit zowel de straat- als de achterzijde.

Vooral in de buurt van die portieken kan het interessant zijn om gemeenschappelijke ‘voortuinen’ te maken in de binnengebieden. Vergroening van de binnengebieden geldt in pricipe voor alle situaties, of er nu wel of niet geparkeerd wordt. Ook de erfafscheidingen kunnen onderdeel van die vergroeningsopgave zijn. Met betrekking tot de keuze van boomsoorten en beplanting in de op te stellen inrichtingsplannen dient rekenschap te worden gegeven van de grondsoort en de eisen die de voorgestelde beplanting daaraan stelt. Waar nodig zal bodemverbetering plaats moeten vinden. Dit geldt overigens ook voor beplantingskeuzes in de gehele openbare ruimte. voortuinen Op veel plekken in de wijk wordt het straatbeeld bepaald door slecht onderhouden voortuinen. Er is er een groot verschil in situaties aan weerszijden van de straat, waarbij voortuinen op het noordoosten veelal ongebruikt of dichtgetegeld zijn en de kleine bezonde tuinen aan de overzijde die door veel bewoners pagina 18/130

wel degelijk gebruikt worden als verblijfstuin, met als gevolg een kakafonie aan erfafscheidingen die voor wat privacy moeten zorgen. De maatregelen die hier kunnen worden genomen zullen ook hier deels via lokale initiatieven van bewoners en corporatie tot stand worden gebracht. Bij maatregelen als gemeenschappelijke groene erfafscheidingen kunnen die, afhankelijk van de mogelijkheden in het straatprofiel, op eigen erf of juist aan de openbare zijde van de kavelgrens worden aangebracht. straatwonen Daarnaast komen er een aantal situaties voor in de wijk, waarbij door specifieke ontsluitingsoplossingen van begane grondwoningen, de voortuinen uberhaupt niet gebruikt kunnen worden omdat ze via de woning niet toegankelijk zijn. Hier is een directere relatie tussen woning en straat gewenst door ingrepen aan de gevel of, als alternatief, een inrichting van deze voortuinzones in functie van het beeld en gebruik vanuit de openbare ruimte. Op andere plekken liggen kansen om de relatie tussen de woning en de straat te verbeteren. Het kan dan, naast de toegankelijkheid van de voortuin, ook gaan om zichtrelaties of, op de ontwikkeling van de woningplattegrond. Doelstelling daarbij is het creëren van wat meer reuring en het vergroten van de wederzijdse betrokkenheid van buurtbewoners.

materialisering Beschikbare budgetten voor de opwaardering van de buitenruimte kunnen maar één keer worden uitgegeven. Alhoewel de bestaande bestrating vrij sleets oogt is het de vraag of dat nu allemaal vervangen wordt door een nieuwe betonnen elementenverharding (ervan uitgaande dat budgetten niet toereikend zijn voor overal gebakken materiaal). Prioriteit in de verbetering van de openbare ruimte ligt bij een verbetering van de functionaliteit van de straatprofielen, de vermindering van het verhard oppervlak en een nieuwe groenkwaliteit. Klinkers in de rijbanen en parkeervakken en de betonnen banden worden vooralsnog zoveel mogelijk hergebruikt.

wél gebakken klinkers aan te brengen. De nieuwe klinkers kunnen afgestemd worden op de kleur en formaat van de aangrenzende bebouwing; dus veelal een rood-bruine gebakken klinker in waalformaat. verlichting Voor de openbare verlichting maken we zoveel mogelijk gebruik van hergebruik van de bestaande armaturen en lichtmasten. In verband met het aanpassen van straatprofielen zal verlichting soms opnieuw gepositioneerd worden. Nieuwe openbare verlichting kan worden ingezet om specifieke plekken te verbijzonderen, bijvoorbeeld de buurtparken. sociaal welzijn Ingrepen in de fysieke ruimte kunnen een positieve bijdrage leveren aan urgente sociale thema’s in de wijk, bijvoorbeeld: • Ontmoeten: het bevorderen van contactmomenten met buren en spontane ontmoetingen om zo eenzaamheid tegen te gaan en het leefplezier te vergroten.

Tussenruimtes tussen openbaar en privé spelen hier een belangrijke rol; • Gezondheid: het bevorderen wandelen en fietsen boven autoverplaatsingen, aantrekkelijke groene plekken die uitnodigen tot bewegen en vaker en/of langer verblijven in de buitenruimte; • Toegankelijkheid: maatregelen treffen voor de grotere groep ouderen met een mobiliteitsbeperking en voor mensen met een beperking, zoals brede stoepen, makkelijke opgangen, zitmogelijkheden in de schaduw op korte afstanden, openbaar toilet, enzovoort; • Eigenaarschap: bewoners medezeggenschap geven op ontwerpkeuzes, met name bij het inrichten van ruimtes die (nu nog) van niemand zijn.

Wel is het wenselijk om qua beeld meer samenhang te zoeken tussen het beeld van de bebouwing en dat van de straat. Zodat bebouwing en openbare ruimte zich meer als een ensemble toont. Daarom wordt voorgesteld in de voetpaden langs de woningen BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

openbaar-privé

ontmoeten

brede paden

gemeenschappelijke binnentuinen BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

samen moestuinieren

aantrekkelijke groene plekken pagina 19/130

kansenkaart Om beslissingen op woon-, blok- en buurtniveau een ruimere context te geven is bijgaande kansenkaart opgesteld. • Het oorspronkelijke thema van de strengen wordt verder uitgewerkt en uitgebreid als langzaam verkeersnetwerk en als radiale structuur met het station en het kernwinkelgebied als centrum; • De spoorzone tussen de singels wordt een representatieve ‘oprijlaan’ voor de trein aan weerszijden van het station; • Radiale groenstructuren tussen singel en gracht worden versterkt; • Het verbeteren van de beleefbaarheid van de water- en groenstructuur vanuit woning, straat en buurt; • Het structuurbeeld vormt de basis voor specifieke identiteiten per buurt. Vliegwiel voor het versterken van deze structuur zijn: • De voorgenomen aanleg van een warmtenet vanaf 2022 en de daarmee gepaard gaande herinrichting van de openbare ruimte; • De prioriteitslocaties voor verschillende interventies in de woningvoorraad van Intermaris; • De mogelijke realisatie van inbreidingsprojecten door de Gemeente Hoorn en Intermaris; • De voornemens van ProRail voor vervanging/verbreding van perrons en outillage; • Last but not least: het besef bij zowel de woningcorporatie als de gemeente dat de verbeteringen van beeld van zowel openbare ruimte als de woningvoorraad één van de belangrijke bouwstenen is voor de verbetering van de leefbaarheid in de wijk.

Hoorn, Kersenboogerd Kansenkaart Bomen Strengen Strengen Fietsroutes versterken Fietsroutescontinuïteit continuiteit versterken Route Routemegalint mega lint Connectie connectieaan aanhet hetmegalint mega lint Openbaar Openbaargroen groen Kwaliteitsdrager Kwaliteitsdragerontwikkelingen voor ontwikkelingen Zoekgebied uitbereiding Zoekgebiedpotentiële potentiele uitbereiding Plangrens Plangrens

pagina 20/130

BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

CENTRUM

WATERPOORT

GRUTTO

EKSTER

3 MAATREGELEN PER BUURT STIJL

PERGOLA

pagina 22/130

BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

PERGOLA

PERGOLA/PATIO/PRIEEL

BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

pagina 23/130

PERGOLA

bestaande situatie

bestaande situatie pergola bestaande situatie Pergola pagina 24/130

BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

maatregelen • Parkeren primair oplossen in de binnenhoven van de bouwblokken en in de openbare ruimte reguleren in parkeervakken; • Brandgangen afsluiten, kruip-doorsluip-door routes eruit halen; • Portieken afsluiten d.m.v. hekwerken, nieuwbouw portieken of een nieuw portiek gecombineerd met een inbreiding; • Streng versterken door in te richten als centrale groen as door de buurt voor fietsers en voetgangers, autoverkeer van de streng halen; • Zorgen voor een meer diverse sociaaleconomische samenstelling van de wijk middels inbreiding(en); • Inbreidingen op plekken waar het de structuur versterkt; • Relatie tussen de woning en openbare ruimte versterken; • Straten vergroenen en waar het kan eruit halen of eenrichtingsverkeer introduceren; • Parken versterken, park van gevel tot gevel; • Vergroenen van de Geulweg door anders organiseren van het parkeren.

FIETSROUTE ‘HET MEGALINT’

VERBINDEN STRENG MET HET CENTRUM

2

G N D RE TA ST NS EN E D NN IN BI RB DE VE ET M BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

AA

N

KE

IE RT

EN RO G VE R POTENTIELE INBREIDINGS LOCATIE

GROENE ENTREE

FIETSROUTE ‘HET MEGALINT’

N

TE

RA

ST

N BUURTPARK

RUIMTE VOOR COLLECTIEVE VOORZIENINGEN IN DE HOVEN

EN WOONSTRATEN

N

PA

K

G

RO

4

1

PO

EN

E

FI

ET

SS

TR

U

PARKEREN IN DE HOVEN

O

VERGROENEN WO

CT

U

U

R

VERGROENEN GEULWEG

VERBINDING MET MUNTPARK

1 aanduiding

straatprofiel

3

parkeren collectieve voorziening

structuurkaart Pergola ingrepen om de structuur te versterken pagina 25/130

PERGOLA

structuur van de buurt

PERGOLA

mobiliteit en parkeren probleem Parkeren wordt op dit moment als een probleem ervaren. Het beeld heerst dat er een overmaat aan parkeerplaatsen is en dat het opheffen van parkeerplaatsen dus een kwaliteitsverbetering is. Het werkelijke probleem is dat men niet parkeert op de daarvoor bestemde locaties. Er wordt veel op de straat geparkeerd, nabij de woning en zichtbaar vanuit de woning. De binnenhoven (die zijn ingericht als parkeerhoven) zijn daarentegen nagenoeg leeg. Bewoners parkeren daar liever niet omdat ze het als onveilig ervaren. aanpak Voor Centrumgebied Kersenboogerd kiezen we voor een ander parkeerbeleid: parkeren vindt alleen nog plaats in daarvoor aangewezen vakken. Deze worden verbeterd en we zorgen ervoor dat er voldoende zijn. De straatprofielen waar niet geparkeerd mag worden zullen zo worden ingericht dat men niet meer illegaal op de rijbaan kan parkeren. Voor deze buurt kiezen we ervoor om het parkeren zoveel als mogelijk te concentreren en realiseren in de parkeerhoven. Parkeerdruk op straat wordt verplaatst naar de hoven. Deze worden opnieuw ingericht zodat ze efficiënter kunnen worden gebruikt. Het gevoel van onveiligheid wordt aangepakt door de parkeerhoven meer af te sluiten; alle toegangen behalve de inrit voor de auto’s worden afgesloten met poorten of bebouwing. In de grote parkeerhoven kan nabij portieken e.d.

ook nog aan een collectieve invulling worden gedacht. Voor de potentiële inbreidingslocaties wordt de parkeerbehoefte (met uitzondering van bezoekersparkeren) op eigen terrein opgelost. strategie Voor het parkeren wordt ingezet op een strategie die gericht is op het realiseren van een parkeerdruk waardoor bewoners de parkeerhoven gaan gebruiken. Buiten de parkeerhoven worden in eerste instantie zo min mogelijk parkeerplaatsen gerealiseerd. Voor de op te stellen inrichtingsplannen wordt in samenspraak met de gemeente een getal bepaald tussen de geldende norm en de feitelijke parkeerbehoefte die volgt uit parkeertellingen. In de inrichtingstekeningen worden de plekken waar op termijn kan worden doorgegroeid naar de geldende norm wel al aangewezen. Mocht de situatie zich voordoen dan kan ‘groen’ relatief eenvoudig worden ingeruild voor ‘grijs’. Deze strategie zal vooraf goed aan bewoners moeten worden uitgelegd. pagina 26/130

langsparkeren

parkeren potentiële inbreidingen op eigen terrein

parkeerkoffer

verkeersstructuur met rijrichting

parkeren in hof

ingang parkeerhoven

parkeren Pergola BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

problematiek De brede straten in de buurt zorgen voor een door (informeel) parkeren gedomineerd straatbeeld, waar weinig ruimte is voor groen. De buurt is hierdoor erg versteend. Het aanwezige groen bestaat vooral uit gras en bomen en heeft weinig gebruiks- of ecologische waarde. Daarnaast worden de bezonde voortuinen gebruikt als verblijfplaats en om hier voldoende privacy te organiseren wordt een ratjetoe aan erfafscheidingen geplaatst waardoor het straatbeeld ‘verrommelt’. aanpak Door het functionele straatprofiel te versmallen is er geen mogelijkheid meer voor wildparkeren. De ruimte die vrijkomt wordt gedeeltelijk ingezet als verbreding van de groenstrook. Deze wordt extensief beheerd, de verlaagde ligging maakt de opvang van een deel van het hemelwater mogelijk en in de toekomst is hier eventueel ruimte voor uitbreiding van het parkeren. Een ander deel van de ‘overruimte’ wordt ingezet om de bezonde voortuinen af te zomen met een haag die een meer groen en uniform beeld geeft aan de straat.

bloemrijke grasstrook BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

haag als erfafscheiding pagina 27/130

PERGOLA

profiel 1: woonstraat

PERGOLA

profiel 2: Geulweg problematiek Het beeld van de Geulweg wordt gedomineerd door de schuin geparkeerde auto’s en hoge struiken en bomen in de middenberm. Hierdoor is er geen relatie tussen beide zijdes van de straat en het beeld oogt donker en somber. Het middengroen heeft weinig tot geen verblijfswaarde en zorgt voor een benauwend straatbeeld. aanpak Door het schuinparkeren te vervangen door langsparkeren aan de woonzijde van de straat verdwijnt al een van de twee scheidende factoren en ontstaat een fijner gevoel in de straat. Dit combineren we met het anders indelen van de middenberm. Deze wordt aanmerkelijk breder zodat er veel mogelijkheden ontstaan voor aangename verblijfsplekken, spelen, wandelen en vergroening. Er ontstaat zo een mooie route tussen singel en gracht. Het bestaande groen wordt aangepakt. De dichte struiken uit de berm worden weggehaald. Daarnaast worden de takken uit de bomen uitgedund. Hierdoor komt er meer licht tot aan de grond. Dit zorgt ervoor dat er meer kans is dat de wel gewenste onderbegroeiing beter kan gedijen.

uitdunnen van begroeiing pagina 28/130

plekken om te verblijven BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

problematiek Het profiel langs de singel bestaat uit een brede rijweg met langsparkeren. Tegelijkertijd zou dit een belangrijke noordzuidgerichte fietsroute kunnen zijn in overeenstemming met de ambities van het ‘megalint’ in de structuurvisie. De parkeerdruk in de buurt maakt het echter niet mogelijk de parkeerplaatsen in dit profiel naar elders te verplaatsen. aanpak Het verkeersprofiel wordt min of meer gehandhaafd maar door een markering in het midden van de rijloper wordt een meer gelijkwaardiger positie voor fietsers en auto’s gecreëerd. Tegelijk ontmoedigt een indeling in 2 richtingen het wildparkeren tegen de band langs de oever. Aan de zijde van de woningen wordt ruimte gemaakt voor een haag zodat de representatieve waarde van het singelprofiel voor de wijk recht wordt gedaan. Het gazon tussen de bomen wordt vervangen door bloemrijk grasland. Daarnaast wordt de singel natuurlijker vormgegeven door het aanplanten van oeverbeplanting, zoals gele lis of grote kattenstaart. Dit zorgt voor meer variatie in het beeld langs de singel en bevordering van de biodiversiteit.

bloemrijke grasstrook BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

oeverbeplanting pagina 29/130

PERGOLA

profiel 3: singel

PERGOLA

profiel 4: streng problematiek Er is weinig tot geen interactie tussen de woningen en de fietslaan. Het aanwezige groen bestaat vooral uit gras en bomen en heeft weinig tot geen gebruikswaarde. aanpak Tussen de woning en de openbare ruimte wordt een nieuwe tussenruimte gemaakt die de relatie tussen woning en openbare ruimte versterkt. Verderop in dit hoofdstuk worden daarvoor diverse opties voorgesteld. Het gazon wordt (deels) vervangen door een rijker assortiment van vaste planten en kruiden- en bloemenmengsels. Door verschillende soorten beplanting toe te voegen met een hogere biodiversiteitswaarde zal de route ook voor vogels en insecten een nieuwe koppeling tussen singel en gracht vormen.

bloemrijke grasstrook pagina 30/130

toegankelijke wandelpaden BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

problematiek Het buurtparkje komt over als een klein en donker plantsoen. Er is weinig variatie in het groen en er is veel schaduw. Vanuit de woningen is geen zicht op het park door het dichte groen. Dit dichte groen zorgt er ook voor dat minder wenselijke praktijken kunnen plaatsvinden uit het zicht; het belemmert de sociale controle. In de huidige vorm functioneert het dus ook niet als een buurtparkje. Variatie in groen Ruimte maken voor zon d.m.v. snoei Zichtlijnen openen

Verbreden van wandelpad

aanpak Door het groene profiel van Pergola en het buurtparkje als één geheel op te vatten ontstaat een ruimer, opener beeld en is de centrale plek beter gekoppeld aan de centrale langzaam verkeersroute. Het bestaande groen wordt uitgedund om meer zicht en zonlicht te krijgen in het park. Er wordt variatie gebracht in de beplanting en de wandelpaden breder gemaakt waardoor er beter kan worden verbleven. De trottoirs voor de woningen gaan naadloos over in een wandelpad door het buurtparkje. Dit maakt het buurtparkje meer openbaar en aantrekkelijker om een rondje door te lopen. In het buurtparkje is voldoende ruimte om met plaatselijke verlagingen hemelwater van de straten op te kunnen vangen. Om te zorgen dat een wadi geen modderpoel wordt is kunnen er verschillende beplantingen aangebracht worden. Zoals de Amelanchier lamarckii en de Eupatorium maculatum.

Waterbergende voorziening

voorbeelduitwerking buurtpark Pergola BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

Eupatorium maculatum

Amelanchier lamarckii

beplanting geschikt voor wadi

heester geschikt voor wadi

uitdunnen van begroeiing

functionele wandelpaden pagina 31/130

PERGOLA

maatregelen buurtpark

PERGOLA

maatregelen op blokniveau maatregelen • Eén centraal afsluitbaar portiek realiseren i.p.v. 3 openbare trapopgangen. Trapopgangen aan de uiteinden van de galerij gebruiken als brandtrap; • Binnenhof primair inrichten voor parkeren; • Hof afsluiten middels nieuw portiek, afsluitbare poorten in de brandgangen en een ‘open poort’ t.p.v. de ingang voor auto’s; • Ruimte voor collectieve functies (spelen, buurtbarbecue, etc.); • Relatie tussen de tuinen en de hof versterken door een ‘hagenproject’, schuttingen vervangen door lagere hagen; • De hof en achtertuinen een rol laten spelen in klimaatadaptatie door waterberging onder vlonders en parkeervakken; • Relatie tussen wonen en openbare ruimte (aan de streng) versterken door aanpakken van de plint; • Bergingen reorganiseren in het nieuwe portiekvolume, rijen bergingen aan de openbare ruimte voorkomen; • Erfafscheidingen vergroenen; • Hekwerken van de galerijen vernieuwen; • Daken voorzien van nieuwe dakpannen en PV-panelen.

blok 32 als casus voor de ingrepen op blokniveau in Pergola pagina 32/130

BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

problematiek De beneden-bovenwoningen in Pergola-Patio hebben meerdere trapopgangen die niet afsluitbaar zijn en zich hebben bewezen als ideale hangplek. Voor bewoners ontstaat er daardoor een gevoel van onveiligheid. Daarnaast zijn de portieken allemaal weinig welkom en is het niet duidelijk waar de entrees zich bevinden. De meeste blokken van beneden-bovenwoningen bestaan uit twee rijen, met op de buitenste koppen een trapopgang met de briefkasten en in de oksel tussen de twee blokken nog een tweede trapopgang.

anoniem en openbaar portiek

accent aan het eind van Pergola

aanpak De trapopgangen op de koppen worden afgesloten en zullen enkel nog dienstdoen als vluchttrap. De deur is enkel van binnenuit te openen middels een panieksluiting. De portiek in de oksel wordt vervangen door een nieuw volume waarin alle woningen hun adres en postkast krijgen, tevens zullen de bergingen van de woningen hierin worden geconcentreerd. Het nieuwe volume sluit tevens de parkeerhof af van de openbare weg. Aan de parkeerhofzijde en eventueel op de verdieping is plek voor een collectieve invulling voor de bewoners. Indien gewenst kan dit nieuwe volume ook ruimte bieden aan enkele extra woningen.

een sterk gearticuleerde entree

warm en eenvoudig interieur

zorgvuldig en rijk gedetailleerd

benutten van het dak

architectuur Inspiratiebron voor de architectuur van de nieuwe portieken is de bestaande architectuur van deze buurt. Enerzijds zijn dat de grote gebaren, dakvlakken, doorgetrokken gootlijnen en dubbelhoge colonnade, anderzijds de details zoals die te vinden zijn in de hoekaccenten en huidige portieken op de kop. De nieuwe portiekvolumes, tezamen met het groot onderhoud aan de woningen (onder andere nieuwe hekwerken en nieuwe dakpannen) zorgen voor een verrijking van het beeld van de wijk. De materialen sluiten nauw aan bij het huidige materialenpalet, ze zoeken niet naar contrast maar naar verrijking van het palet. De entree biedt doorzicht dwars door het volume heen naar de parkeerhof en is van binnen warm en eenvoudig afgewerkt. Bewoner komen binnen in een royale hal met veel hoogte.

voortzetting van het volume BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

nieuw volume als accent

nieuw volume meer bescheiden pagina 33/130

PERGOLA

portieken

PERGOLA

plint problematiek De woningen aan Pergola kennen een hoge mate van repetitie die ook zeer bepalend is voor het beeld van de openbare ruimte. De woningen hebben echter weinig relatie met de openbare ruimte en zijn in zichzelf gekeerd. De combinatie van het enigszins sacrale beeld van de colonnades, de groene tussenruimte en het gebrek aan zichtrelaties binnen-buiten zorgt ervoor dat de bewoners het gevoel hebben dat er te weinig leven is op straat. Onder de colonnade bevindt zich een ruimte waarvan het niet duidelijk is waartoe deze behoort. De materialisatie suggereert een openbaar karakter, de positie onder de colonnade voelt echter niet als zodanig aan. Het gevolg is dat deze ruimte eigenlijk van niemand lijkt te zijn en zeker niet door de bewoners wordt benut.

anoniem en openbaar portiek

accent aan het eind van Pergola

aanpak De relatie tussen de private woning en de openbare ruimte kan op diverse manieren worden versterkt. Afhankelijk van de oriëntatie van de gevel en/of de achtergelegen woningplattegrond kan bepaald worden welke ingreep het meest passend is. Dit betekent dat er langs de streng meerdere oplossingen kunnen worden toegepast. Om aan te sluiten bij de repeterende architectuur zal de ingreep per blok worden bepaald. De kern van de architectuur van de woningen aan de streng kunnen we samenvatten in: repeterende colonnade, een nagenoeg ononderbroken daklijn en grote dakvlakken. De ingreep op de begane grond dienen op zodanige wijze plaats te vinden dat deze kern niet wordt aangetast.

• • • •

horizontaal dakvlakken beeldbepalend repeterende colonnade doorlopende daklijn

In alle opties wordt de ruimte onder de colonnade meer bij de woningen betrokken. Er wordt dus een heldere keuze gemaakt dat deze ruimte niet (meer) tot het openbaar gebied behoort.

verschillende ingrepen binnen een bouwblok pagina 34/130

aanpak van de plint per bouwblok BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

ingreep optie 1: erker Tussen de kolommen van de colonnade wordt als het ware een doosje geschoven. Deze erker heeft ramen van vloer tot plafond en voegt extra oppervlakte aan de woning toe. Door de royale en uit de schaduw van de colonnade geschoven gevelopeningen openen de woningen zich meer richting de openbare ruimte. De extra oppervlakte kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor een eethoek of als compacte thuiswerkplek. Daarmee wordt er ook echt geleefd aan deze kant van de woning.

vanuit de erker stap je zo de groene streng op

accent aan het eind van Pergola

een repetitie van witte doosjes

vanaf je veranda genieten van de zon

erker onder de colonnade schuiven

een veranda onder de colonnade en gevelopeningen vergroten

BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

ingreep optie 2: veranda De ruimte tussen de kolommen wordt bouwkundig ingevuld met een veranda. De veranda is bereikbaar door een dubbele openslaande deur vanuit de woonruimte. De veranda blijft in de diepte beperkt tot de huidige diepte van de ruimte onder de galerij.

pagina 35/130

PERGOLA

plint

PERGOLA

plint ingreep optie 3: voortuin De grond onder de colonnade en een klein stukje ervoor worden uitgegeven als voortuinen. De erfafscheiding tussen de bewoners onder de colonnade is gebouwd, de overige erfafscheidingen hebben een groen karakter, een robuuste blokhaag. ingreep optie 3: Delftse stoep De ruimte onder de colonnade wordt een overgangsruimte tussen de private woning en de openbare ruimte. Door bestratingsmateriaal wordt duidelijk gemaakt dat deze ruimte niet tot het openbaar gebied behoor. De gevelopeningen kunnen op de nieuwe situatie worden aangepast zodat meer interactie binnen-buiten ontstaat.

pagina 36/130

bouwkundig erfafscheiding onder de colonnade met meerwaarde

gevelopening en zitelement dragen bij aan de interactie binnen-buiten

een compacte voortuin

leven en wonen aan de streng

voortuinen die enigszins door de colonnade heen steken

een Delftse stoep en bankje realiseren tussen de woningen BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

problematiek Op veel plekken in deze buurt treffen we voortuinen aan die niet of nauwelijks gebruikt worden en er daarom rommelig en versleten bij liggen. Daarnaast is er bij de gestapelde woningen de merkwaardige situatie dat voortuinen niet direct vanuit de eigen woning toegankelijk zijn maar enkel via de portiek. Dit komt het gebruik en onderhoud niet ten goede.

uniforme groene erfafscheiding basisingreep: een compacte uniforme blokhaag om de voortuinen af te schermen zorgt voor een rustiger en groen beeld.

blokhaag tegen de gevel optie #1: private voortuin opheffen, ca. 1 meter blokhaag tussen stoep en gevel als afstandhouder tussen privé en openbaar.

pui die direct toegang geeft tot de voortuin optie #2: private voortuin toegankelijk maken en daarmee meer uitnodigen tot gebruik, uniform met groen afschermen.

aanpak Om deze situaties te verbeteren zijn enkele mogelijke ingrepen ontwikkeld die afhankelijk van de specifieke locatie ingezet kunnen worden. De basisingreep is een compacte, uniforme, haag die wordt geplaatst tussen de voortuin en het trottoir. Op plekken waar een voortuin door afmeting of oriëntatie niet gebruikt wordt en waar de toekomstige verwachting ook is dat deze niet zal worden gebruikt kan gekozen worden om de voortuin in zijn geheel op te heffen. Een gedeelte kan dan toegevoegd worden aan het trottoir en een gedeelte zal worden benut om een blokhaag te positioneren die fungeert als afstandhouder tussen publiek en privé. Een andere optie is om de voortuin bereikbaar te maken vanuit de woningen door de gevelopeningen op de begane grond uit te zagen tot de vloer. Hierdoor ontstaat een situatie waarbij het gebruik een stuk vanzelfsprekender wordt en de kans op verrommeling minder aanwezig is. Deze voortuinen zullen allemaal met één uniforme groene haag worden afgeschermd.

een repetitie van witte doosjes optie #3: een erker toevoegen die het woonprogramma meer betrekt op de openbare ruimte, een kleine blokhaag als afstandhouder tussen privé en openbaar.

BKP CENTRUMGEBIED KERSENBOOGERD

een muurbankje optie #4: verkleinen of helemaal opheffen van de voortuinen de woningen collectief voorzien van een ‘muurbankje’ om gebruik en sociale interactie te stimuleren.

Delftse stoep optie #5: voortuinen opheffen en vervangen door een compacte Delftse stoepzone die door bewoners kan worden toegeëigend.

De meest ingrijpende optie is een erker realiseren in plaats van een voortuin. Hiermee wordt extra oppervlak aan de woning toegevoegd en een woonruimte met meer directe betrokkenheid op de straat gerealiseerd. De voortuinen kunnen ook verkleind worden tot een compacte voortuin afgezoomd door een haag of een Delftse stoep. In beide opties kan de ingreep worden ingezet om meer sociale interactie en gevoel van eigenaarschap te stimuleren.

pagina 37/130

PERGOLA

voortuinen

PERGOLA

inbreiding Pergola/Patio/Prieel Voor zowel de appartementen als de grondgebonden woningen geldt dat ze weliswaar passen binnen het beeld van de hele buurt, maar dat ze ook duidelijk een nieuwe kwaliteit laten zien, monotonie doorbreken en frisse nieuwe blikvangers zijn in de wijk. Potentiële inbreidingen sluiten in architectuurtaal aan op de bestaande architectuur maar zijn in materialisering rijker en meer divers. De bestaande architectuur heeft een aantal identiteitsbepalende kenmerken die onderscheidend zijn voor Pergola/Patio/Prieel ten opzichte van andere buurten in de tuinstedelijke schil. De woningen in deze buurt, zowel gestapelde als grondgebonden woningen, kennen een sterke horizontale belijning. Dit wordt met name gerealiseerd door lange ononderbroken dakgoten en grote dakvlakken. Op enkele specifieke punten wordt dit regime doorbroken om een hoekaccent te maken die is ingegeven vanuit de stedenbouwkundige situatie. spelregels architectuur • Gevels grenzend aan de openbare ruimte worden behandeld als voorgevels.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=a0b71871-5c8c-4763-b0da-ba6d99eda8f6