CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1b Regels

Gemeenteraad 9 april 2024, gemeente HoornBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Veegplan 322.607 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Artikel 30 30.1

Waarde - Beeldbepalend

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Beeldbepalend' aangezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de instandhouding van de beeldbepalende hoofdvorm en beeldbepalende elementen van bouwwerken. 30.2

Bouwregels

Voor de bouwwerken geldt dat de uitwendige hoofdvorm van het betreffende bouwwerk, onder meer bepaald door goothoogte, nokhoogte, nokrichting, dakhelling, bouwmassa en situering alsmede de architectonische vormgeving, zoals deze is ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, slechts gewijzigd mag worden mits aan de beeldbepalende waarden niet in onevenredige mate afbreuk zal worden gedaan en het daarin tot uitdrukking komende karakter van het bouwwerk niet wezenlijk wordt aangetast.

54

Veegplan 3

30.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bebouwing, met dien verstande dat nadere eisen mogen slechts worden gesteld voor het behoud van en ter voorkoming van de aantasting van de bebouwing. 30.4

Omgevingsvergunning voor het slopen

30.4.1

Sloopwerkzaamheden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen bouwwerken gedeeltelijk te slopen. 30.4.2

Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 30.4.1 is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden: a. b.

c. d. e.

van ondergeschikte betekenis, naar het oordeel van het bevoegd gezag, zodanig dat daarvoor geen sloopvergunning is vereist; voor zover het delen van een gebouw of bijbehorend bouwwerk betreft, die op zichzelf niet als beeldbepalend vallen aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de beeldbepalende uitwendige hoofdvorm en architectonische vormgeving plaatsvindt. voortvloeiende uit het normale onderhoud; die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; ter voldoening van een aanschrijving of een besluit van burgemeester en wethouders.

30.4.3 a.

b.

Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning voor het slopen kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de beeldbepalende hoofdvorm en beeldbepalende elementen van de bebouwing; Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsverguning als bedoeld in lid 30.4.1 wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de Commissie voor monumenten en welstand.

30.4.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat wordt afgeweken van de bestaande maatvoeringen van een gebouw, ter plaatse van de aanduiding 'beeldbepalend', en een andere bouwvorm wordt teruggebouwd, waarbij de aanduiding 'beeldbepalend' wordt verwijderd, mits: a.

b. c. d. e.

het bouwwerk teniet is gegaan door een calamiteit en herbouw in de oorspronkelijke staat redelijkerwijs niet verlangd kan worden of de bouwtechnische kwaliteit dusdanig slecht is dat hergebruik in alle redelijkheid niet mogelijk is; middels onderzoek wordt vastgesteld dat de waarden van het pand onvoldoende zijn om de beeldbepalende status te behouden; na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels voor gebouwen in de desbetreffende bestemming van overeenkomstige toepassing zijn; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; er naar wordt gestreefd historische bouwmaterialen te hergebruiken indien dit mogelijk is.

Artikel 31

Waarde - Beschermd stadsgezicht

31.1

Toegevoegde regeling(en)

31.1.1

Van toepassing verklaring

Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

55

Veegplan 3

Binnenstad op gronden ter plaatse Waarde - beschermd Stadsgezicht Artikel 29 van de aanduiding "overige zone Binnenstad" Voor de gronden gelegen binnen bovenstaand genoemd plan, is de bovenstaand genoemde bestemming van overeenkomstige toepassing.

Artikel 32 32.1

Waarde - Bouwhistorie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Bouwhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: het behoud en de bescherming van bouwhistorische waarden van de bouwwerken. 32.2

Bouwregels

In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en) is het verboden te bouwen, anders dan de bestaande bouwwerken. 32.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot: a. b. c.

de afmeting van bouwwerken; de situering van bouwwerken; de inrichting en het gebruik van gronden,

indien uit bouwhistorisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige bouwhistorische waarden aanwezig zijn. 32.4

Afwijken van de bouwregels

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid [bouwregels] indien: a.

b.

c.

d. e.

uit een bouwhistorisch onderzoek, dat voldoet aan de vereisten die zijn neergelegd in de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek van Stichting Bouwhistorie Nederland en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed blijkt dat de bouwhistorische waarde van het bouwwerk niet op onaanvaardbare wijze wordt verstoord; en uit het onderzoek als bedoeld in het voorgaande lid blijkt dat de bouwhistorische waarde wordt verstoord; mits aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften worden verbonden, waardoor de bouwhistorische waarde niet op onaanvaardbare wijze wordt verstoord: de verplichting tot het treffen van maatregelen waardoor bouwhistorische elementen in het gebouw kunnen worden behouden; en uit het onderzoek als bedoeld in onder a blijkt dat de bouwhistorische waarde wordt verstoord de verplichting tot het documenteren van het pand of de bouwkundige onderdelen die geheel of gedeeltelijk worden gesloopt, verwijderd of veranderd; Deze bouwhistorische documentatie dient te worden uitgevoerd op basis van de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek van Stichting Bouwhistorie Nederland en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en dient vooraf de worden goedgekeurd door het college van burgemeester en wethouders; wordt voldaan aan de bepalingen van andere daar voorkomende bestemmingen, al dan niet na gebruik van de bij die bestemmingen opgenomen afwijkingsbevoegdheden; in afwijking op

sub a t/m c geldt dat een bouwhistorisch onderzoek niet noodzakelijk is, indien naar oordeel van het bevoegd gezag de bouwhistorische waarde van het bouwwerk niet op onaanvaardbare wijze wordt verstoord.

56

Veegplan 3

32.5

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

32.5.1

Vergunningplicht

Het is op gronden ter plaatse van de aanduiding "overige zone - Binnenstad" verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de in dit bestemmingsplan als bouwhistorisch waardevol waardevol aangemerkte bebouwing geheel of gedeeltelijk te slopen, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen. 32.5.2

Uitzondering

Het in lid 32.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden: a.

b.

c. d. e. f. g.

voor zover het delen van een pand betreft, die op zichzelf niet als waardevol zijn aan te merken naar het oordeel van het bevoegd gezag, en door het verwijderen daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke waarden plaatsvindt. indien de aanvrager informatie overlegt waaruit, naar het oordeel van het bevoegd gezag, blijkt dat met de sloopactiviteiten de beeldbepalende c.q. kenmerkende elementen van bouwhistorisch waardevolle bebouwing niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord; die het normale onderhoud betreffen; die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; die ter voldoening van een aanschrijving of een besluit van het bevoegd gezag moeten worden uitgevoerd; die ingevolge het bepaalde van de Erfgoedwet 2016 vergunningplichtig zijn; die ingevolge de Erfgoedverordening van de gemeente Hoorn vergunningplichtig zijn.

32.5.3

Toelaatbaarheid

De in lid 32.5.1 genoemde vergunning zal uitsluitend worden verleend indien: a. b.

de bouwtechnische kwaliteit dusdanig slecht is dat hergebruik in alle redelijkheid niet mogelijk is; omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend voor: 1. een in plaats van het te slopen bouwwerk op te richten bouwwerk of 2. voor het verbouwen van het bouwwerk.

32.5.4

Bouwhistorisch rapport

Het bevoegd gezag kan, vanuit bouwhistorisch belang, een bouwhistorisch rapport eisen waarin bouwhistorische waarden worden gedocumenteerd. 32.5.5

Commissie

Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 32.5.1 wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de Commissie voor monumenten en welstand.

Artikel 33 33.1

Waarde - Cultuurhistorie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, naast de andere aangewezen bestemming, bestemd voor het behoud, herstel en de uitbouw van de in de bij dit bestemmingsplan cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing. 33.2

Bouwregels

Voor zover de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' betrekking heeft op gemeentelijke monumenten zoals aangegeven in de toelichting wordt de bestaande bouwvorm (goothoogte, bouwhoogte, dakhelling en dakvorm) van (gemeentelijke) monumenten gehandhaafd.

57

Veegplan 3

33.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken, bij een omgevingsvergunning afwijken van: het bepaalde in lid 33.2 voor het bouwen van een afwijkende karakteristieke hoofdvorm, indien het pand redelijkerwijs niet handhaafbaar is en/of is gesloopt, met dien verstande dat sprake dient te zijn van een passende bouwvorm, waarbij uitgegaan dient te worden van de bestaande karakteristieke hoofdvorm waarbij tevens is voldaan aan het gestelde in het geldende Bouwbesluit. 33.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 33.4.1

Vergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen: a. b. c. d. e. f. g.

het aanleggen, verbreden, verlagen, verhogen, verleggen of verharden van oevers, wegen en paden; het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het wijzigen van de profielindeling van oevers, wegen en paden; het dempen of wijzigen van watergangen; het wijzigen van de aanleg van de begraafplaats of wijzigen of verwijderen van cultuurhistorisch waardevolle grafstenen; het verwijderen c.q. wijzigen van karakteristieke hekwerken en hekpijlers, gevelstoepen en stoeppalen en aan de gevel bevestigde luiken en/of ornamenten/versieringen; het verwijderen of kappen van cultuurhistorisch waardevolle bomen, boomgaarden en/of boomsingels.

33.4.2

Uitzondering

Het in lid 33.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b.

het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

33.4.3

Toelaatbaarheid

De in lid 33.4.1 genoemde vergunning zal uitsluitend worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van de in artikel 1, lid 1.7 bedoelde waarden. 33.4.4

Commissie

Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 33.4.1 wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de Commissie voor monumenten en welstand. 33.5

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

33.5.1

Vergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de in dit bestemmingsplan cultuurhistorisch waardevol aangemerkte bebouwing geheel of gedeeltelijk te slopen, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen. 33.5.2

Uitzondering

Het in lid 33.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden: a.

voor zover het delen van een pand betreft, die op zichzelf niet als waardevol zijn aan te merken naar het oordeel van het bevoegd gezag, en door het verwijderen daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke waarden plaatsvindt.

58

Veegplan 3

b.

c. d. e. f. g.

indien de aanvrager informatie overlegt waaruit, naar het oordeel van het bevoegd gezag, blijkt dat met de sloopactiviteiten de beeldbepalende c.q. kenmerkende elementen van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord; die het normale onderhoud betreffen; die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; die ter voldoening van een aanschrijving of een besluit van het bevoegd gezag moeten worden uitgevoerd; die ingevolge het bepaalde van de Erfgoedwet 2016 vergunningplichtig zijn; die ingevolge de Erfgoedverordening van de gemeente Hoorn vergunningplichtig zijn.

33.5.3

Toelaatbaarheid

De in lid 33.5.1 genoemde vergunning zal uitsluitend worden verleend indien: a. b.

de bouwtechnische kwaliteit dusdanig slecht is dat hergebruik in alle redelijkheid niet mogelijk is; omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend voor: 1. een in plaats van het te slopen bouwwerk op te richten bouwwerk of 2. voor het verbouwen van het bouwwerk.

33.5.4

Bouwhistorisch- en/of een cultuurhistorisch rapport

Het bevoegd gezag kan, vanuit bouwhistorisch of cultureel-historisch belang, een bouwhistorisch- en/of een cultuurhistorisch rapport eisen waarin bouwhistorische- en/of een cultuurhistorische waarden worden gedocumenteerd. 33.5.5

Commissie

Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 33.5.5 wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de Commissie voor monumenten en welstand.

Artikel 34 34.1

Waterstaat - Waterkering

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Waterstaat - Waterkering’ aangewezen gronden zijn, naast de andere voor deze gronden aangewezen bestemming tevens bestemd voor: a.

waterkerende werken ten behoeve van de waterstaat, waaronder kaden en dijken, waarbij de instandhouding van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden worden nagestreefd;

met de daarbij behorende: b.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 34.2

Bouwregels

34.2.1

Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 34.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: a. 34.3

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van de waterkering, bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 34.2.1 en toestaan dat gebouwen worden gebouwd. Burgemeester en wethouders kunnen de aanvraag voor de omgevingsvergunning voorleggen aan de

59

Veegplan 3

waterbeheerder, met het verzoek de aanvraag te voorzien van een deskundigenadvies. 34.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 34.4.1

Vergunningplicht

Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a. b.

het aanbrengen van beplanting; het afgraven of ophogen van gronden.

34.4.2

Uitzondering

Het bepaalde in lid 34.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b.

het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.

34.4.3

Toetsingscriteria

Indien de omgevingsvergunning gevolgen kan hebben voor de waterhuishouding, wordt de aanvraag voor de omgevingsvergunning voorgelegd aan de waterbeheerder, met het verzoek de aanvraag te voorzien van een deskundigenadvies. 34.4.4

Voorwaarden

De in lid 34.4.1 genoemde vergunning zal uitsluitend worden verleend indien er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de waterkering.

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Voor de gronden gelegen binnen dit plan, zijn de in hoofdstuk 3 Algemene regels opgenomen regels van de geldende ruimtelijke plannen zoals genoemd in artikel 1, lid 1.4 van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen die onderdeel uitmaken van hoofdstuk 3.

Artikel 35

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 36

Algemene bouwregels

36.1 Doorvaarthoogte en -breedte van bruggen en duikers en hoogte van beschoeiingen (gewijzigd) Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Alle geldende ruimtelijke plannen zoals genoemd in artikel 1 lid 1.4, diverse locaties

Alle bestemmingen op basis waarvan water aanwezig is en/of kan worden aangelegd.

Verschilt per plan

Aan de bouwregels worden, met inachtneming van voorgaande, de volgende regels gewijzigd: Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

de bouwhoogte van beschoeiingen mag maximaal 0,30 m boven het polderpeil bedragen boven de

60

Veegplan 3

b. c.

36.2

waterlijn bedragen; de doorvaartbreedte van bruggen en duikers ter plaatse van de vaarroute zoals aangegeven op de kaart in Bijlage 3 bij deze regels dient minimaal 2,50 m te bedragen; de doorvaarthoogte van bruggen en duikers ter plaatse van de doorvaartbreedte de vaarroute zoals aangegeven op de kaart in Bijlage 3 bij deze regels dient minimaal 1,10 1,20 m te bedragen. Locatiespecifiek kan de doorvaarthoogte afwijken als onderdeel van de vaarroute, waarbij minimaal 1,50 m wordt gehanteerd. In alle gevallen wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijke doorvaarthoogte ten behoeve van schaatsers, waarbij ook deze 1,50 m het doel is. Ondergeschikte bouwdelen en duurzaamheid

Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Alle geldende ruimtelijke plannen zoals genoemd in artikel 1 lid 1.4, diverse locaties

Alle bestemmingen op basis waarvan water aanwezig is en/of kan worden aangelegd.

Verschilt per plan

Aan de bouwregels worden, met inachtneming van voorgaande, de volgende regels gewijzigd: Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingvlakken, worden duurzaamheidsmaatregelen als gevelisolatie buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 0,15 m wordt overschreden en de overschrijding plaatsvindt op eigen terrein. Dit geldt niet voor voorgevels of daken. 36.3

Datacenters

Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Alle geldende ruimtelijke plannen zoals genoemd in artikel 1 lid 1.4, diverse locaties

Alle bestemmingen op basis waarvan water aanwezig is en/of kan worden aangelegd.

Verschilt per plan

Aan de bouwregels worden, met inachtneming van voorgaande, de volgende regels gewijzigd: Het bouwen van een nieuw of de uitbreiding van een bestaand datacenter met een bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m2 en een elektrisch aansluitvermogen van meer dan 5 MVA is niet toegestaan.

Artikel 37 37.1

Algemene gebruiksregels

Datacenters

Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Alle geldende ruimtelijke plannen zoals genoemd in artikel 1 lid 1.4, diverse locaties

Alle bestemmingen op basis waarvan water aanwezig is en/of kan worden aangelegd.

Verschilt per plan

Aan de gebruiksregels worden, met inachtneming van voorgaande, de volgende regels gewijzigd: Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a.

de vestiging van een nieuw of de uitbreiding van een bestaand datacenter met een bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m2 en een elektrisch aansluitvermogen van meer dan 5 MVA.

61

Veegplan 3

Artikel 38 38.1

Algemene aanduidingsregels

Geluidzone - industrie

Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Schelphoek 2008

Bedrijventerrein

Artikel 5

Voor de gronden gelegen binnen bovenstaand genoemd plan, is de bovenstaand genoemde aanduiding van overeenkomstige toepassing. 38.2

Geluidzone - industrie vervallen

Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Blokker, Zwaag en Nieuwe Steen-Oost op gronden ter plaatse van de aanduiding "overige zone Blokker, Zwaag en Nieuwe Steen-Oost"

Artikel 36 (Algemene aanduidingsregels)

Aan de aanduidingsregels worden, met inachtneming van voorgaande, de volgende regels toegevoegd: Geluidzone - industrie vervallen Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie vervallen' geldt de aanduiding 'geluidzone industrie' niet meer. 38.3

Overige zone - botensteiger

Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Stadsstrand op gronden ter plaatse van de aanduiding "overige zone - Stadsstrand"

Algemene aanduidingsregels (nieuw)

Hoornse Hop op gronden ter plaatse van de aanduiding "overige zone - Hoornse Hop"

Algemene aanduidingsregels (nieuw)

Aan de aanduidingsregels worden, met inachtneming van voorgaande, de volgende regels toegevoegd: Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - botensteiger' is een botensteiger toegestaan.

a. b.

Bouwregels Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: 1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2 m; 2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de recreatie zijn niet toegestaan, met uitzondering van een botensteiger ter plaatse van 'overige zone - botensteiger'; 3. fuiken zijn niet toegestaan. Specifieke gebruiksregels

Onder met deze bestemming strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen:

62

Veegplan 3

het gebruik van de botensteiger ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie botensteiger' voor: 1. meer dan 10 boten; 2. boten met een lengte van meer dan 10 m; 3. afmering van boten anders bedoeld dat dagpassage van recreatievaartuigen; 4. afmering van boten op een andere wijze dan zijdelings afmeren; 5. afmering buiten het vaarseizoen, van 1 november tot 1 april; 6. overnachtingen op afgemeerde boten; 7. het realiseren van ondersteunende faciliteiten. 38.4

Overige zone - waarde beeldbepalend vervallen

Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Binnenstad op gronden ter plaatse van de aanduiding "overige zone Binnenstad"

Artikel 36 (Algemene aanduidingsregels)

Aan de aanduidingsregels worden, met inachtneming van voorgaande, de volgende regels toegevoegd: Overige zone - waarde beeldbepalend vervallen Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - waarde beeldbepalend vervallen' geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Beeldbepalend' niet meer.

38.5

Overige zone - wro-zone gerechtelijke uitspraak vervallen

Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Binnenstad op gronden ter plaatse van de aanduiding "overige zone Binnenstad"

Artikel 34 (Algemene aanduidingsregels)

Aan de aanduidingsregels worden, met inachtneming van voorgaande, de volgende regels toegevoegd: Overige zone - wro-zone gerechtelijke uitspraak vervallen Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - wro-zone gerechtelijke uitspraak vervallen' geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Beeldbepalend' niet meer. In het bestemmingsplan is de "wro-zone - gerechtelijke uitspraak" verwijderd en vervalt daarmee heel het artikel Algemene aanduidingsregels: Artikel 34 Algemene aanduidingsregels Ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone – gerechtelijke uitspraak’ is de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State met zaaknummer 200909225/1/R1 en zoals is opgenomen in Bijlage 2 en op http://raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken_in_uitspraken/zoekresultaat/?verdict_id=52410, van toepassing. 38.6

Vrijwaringszone - dijk

38.6.1 a.

b.

Bouwregels

Op of in deze gronden mogen, in afwijking van het bepaalde in de aldaar voorkomende bestemming(en), geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. Deze regel is niet van toepassing op bestaande gebouwen en overkappingen. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen de aanduidingsgrenzen gelden de

63

Veegplan 3

volgende regels: 1. op of in deze gronden mogen, in afwijking van het bepaalde in de aldaar voorkomende bestemming(en), geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde anders dan ten behoeve van deze aanduiding worden gebouwd. Deze regel is niet van toepassing op bestaande bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde; 2. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van deze aanduiding, mag niet meer dan 5 m bedragen. 38.6.2

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen, ten behoeve van de belangen van de waterkering, nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van bebouwing. 38.6.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 38.6.1 onder a en b voor het bouwen overeenkomstig de aldaar voorkomende bestemming(en), mits: a. b.

geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de werking van de waterkering; vooraf een positief advies is ontvangen van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

38.6.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op: a.

het wijzigen of verwijderen van de aanduiding 'Vrijwaringszone - dijk', indien het onherroepelijke tracé van de vrijwaringszone wijzigt.

38.6.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van en werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

b.

c.

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanbrengen van beplanting; 2. het afgraven of ophogen van gronden. De onder a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft: 1. die het normale onderhoud tot doel hebben; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. Indien de omgevingsvergunning gevolgen kan hebben voor de waterhuishouding, wordt de aanvraag voor de omgevingsvergunning voorgelegd aan de waterbeheerder, met het verzoek de aanvraag te voorzien van een deskundigenadvies.

Artikel 39 39.1 a.

Overige regels

Parkeren en laden & lossen Bij de verlening van: 1. een omgevingsvergunning voor het bouwen; en/of 2. een omgevingsvergunning voor een gebruiksverandering; en/of 3. een omgevingsvergunning voor het afwijken; dient, indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van: een te verwachten behoefte aan het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen en/of andere voertuigen krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning in voldoende mate verzekerd te zijn dat voldoende parkeervoorzieningen zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort en dat deze parkeervoorzieningen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden; een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze

64

Veegplan 3

behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort en dat deze laad- en losvoorzieningen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden. b.

Bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid, dient, indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van: 1. een te verwachten behoefte aan het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen en/of andere voertuigen krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning in voldoende mate verzekerd te zijn dat voldoende parkeervoorzieningen zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort en dat deze parkeervoorzieningen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden; 2. een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort en dat deze laad- en losvoorzieningen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden.

c.

Van voldoende mate van parkeervoorzieningen zoals bedoeld in sub a en/of sub b is sprake indien is voldaan aan de parkeernormen zoals opgenomen in het beleid 'Parkeernormennota Hoorn' zoals vastgesteld op 28 juni 2018 dan wel het vastgestelde parkeerbeleid zoals dat geldt op het tijdstip van indiening van de aanvraag als bedoeld in sub a en/of sub b voor het bouwen en/of voor een gebruiksverandering en/of afwijking of het uitwerken of het wijzigen.

d.

Van voldoende mate van laad- en losvoorzieningen voor het laden en lossen van goederen zoals bedoeld in sub a en/of sub b is sprake indien is voldaan aan de normen zoals opgenomen in het ASVV 2012 (uitgave van het CROW), dan wel het geldende ASVV 2012 (uitgave van het CROW) zoals dat geldt op het tijdstip van indiening van de aanvraag als bedoeld in sub a en/of sub b voor het bouwen en/of voor een gebruiksverandering en/of afwijking of het uitwerken of het wijzigen.

e.

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in sub a en/of sub b: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2. voor zover op andere wijze in de benodigde parkeervoorzieningen en/of laad-en losvoorzieningen wordt voorzien.

f.

De afwijking als bedoeld in sub e kan uitsluitend worden toegepast, indien er door de aanvrager en naar oordeel van het bevoegd gezag is aangetoond dat: 1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en verkeersveiligheid in de omgeving; en 2. de parkeerdruk op de omgeving niet toeneemt; en 3. de parkeerdruk op de omgeving niet wordt vergroot; en 4. geen sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat.

Hoofdstuk 4 Artikel 40 40.1 a.

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

65

Veegplan 3

2.

b. c.

40.2 a. b.

c. d.

na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

Artikel 41

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: “Regels van het Veegplan 3”.

66

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=06b8bb6c-4d0b-43bf-9d93-d1b55c87e7e3