CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1A Secondant2006_3-4_Graffiti te lijf_pagina 30

Gemeenteraad 24 september 2024, gemeente HoornBij agendapunt: Voorstel tot beheer en verwijdering van (aanstootgevende) graffiti28.458 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Aan de bezoekers is gevraagd of zij het afgelopen jaar slachtoffer zijn geweest van vervelende voorvallen of misdrijven in het gebied. Op het 1000 Centraal Station is het afgelopen jaar 5 procent

0

van de bezoekers slachtoffer geweest, in 2003 was nog 12 procent van de bezoekers slachtoffer van een vervelend voorval of misdrijf. De voorvallen lopen uiteen van diefstal of worden lastig­ gevallen tot fysiek geweld. In het Stadscentrum daalde het slachtofferschap van 14 procent naar op straat 6 vervuiling procent in oktober 2005. Ook hier zien we, net zoals bij de veiligheids­beleving, bij het winkel­ personeel de grootste verbetering. In juni 2003 rondhangende junks bedelaars was 19 procent van het winkelpersoneel de dronkenschap gebruik vanzes drugs in openbaar afgelopen maanden slachtoffer geweest, slapende zwervers dat is in oktober 2005 gedaald tot 7 procent. De uitkomsten voor het slachtofferschap worden bevestigd door de politiecijfers. Figuur 5 toont hier de gegevens voor het Stadscentrum. De gegevens oktvoor ’05 het Centraal Station zijn vooralsnog niet openbaar. We hebben hier drie delictvormen uitgelicht. Zowel bij diefstal uit auto, zakkenrollen als winkeldiefstal is het totaal aantal aangiften in 2005 lager dan in 2003. De aangiften wegens diefstal uit auto zijn zelfs meer dan gehalveerd.

hoe nu verder?

Uit de cijfers blijkt duidelijk dat de bezoekers op het Centraal Station en het Stadscentrum zich door de gezamenlijke aanpak veiliger voelen en minder overlast ervaren. Het is niet te verwachten dat de sterke verbetering die tot uitdrukking is gekomen in de trend zich voortzet. De vraag is diefstal meer hoeuit hetauto bereikte resultaat kan worden zakkenrollen gehandhaafd. Het toezichtmodel wordt verder gecontinueerd. De inzet van de overige extra maatregelen is afhankelijk van het beleid van het winkeldiefstal

10

jun ’03

mrt ’04

okt ’04

mrt ’05

vervuiling op het station rondhangende junks dronkenschap

okt ’05

secondant #3/4 | juli-augustus 2006 51

0

Figuur problemen, vaak jan4> ’03 Stadscentrum: jun ’03 okt ’03 jan ’04 jun ’04 okt ’04percentage jan ’05 jun ’05 ‘komt okt ’05 jan ’06 voor’ 70% 60 70% 50 60 40 50 30 40

vervuiling op straat

20

zwervers/bedelaars vervuiling op straat rondhangende jongeren en individuen rondhangende junks vervuiling op het station bedelaars rondhangende junks dronkenschap dronkenschap gebruik van drugs in openbaar slapende zwervers

30 10 20 0 10

jan ’03 jun ’03 okt ’03 jan ’04 jun ’04 okt ’04 jan ’05 jun ’05 okt ’05 jan ’06

0 jun ’03

mrt ’04

okt ’04

mrt ’05

okt ’05

70% 60

nieuwe Rotterdamse College van B & W. Hierbij 50 het gemeentebestuur rekening met de houdt stand van zaken in de betrokken gebieden. 4000 40 blijven monitoren van de ontwikkelingen in Het deze gebieden is noodzakelijk om te signaleren of er30 een mogelijk risico van terugval is, zodat de 3000 gemeente gezamenlijk met de andere partijen 20 maatregelen kan treffen. Hiervoor is het tijdig van belang om naast de feitelijke politiecijfers 10 informatie te verzamelen over de mening van ook 2000 de bezoekers van dergelijke gebieden. <<

vervuiling op straat

rondhangende junks bedelaars dronkenschap gebruik van drugs in openbaar slapende zwervers

diefstal uit auto zakkenrollen

0 jun ’03

mrt ’04

okt ’04

mrt ’05

okt ’05

1000 winkeldiefstal

Figuur 5> Stadscentrum: aantal aangiften 0 2003

2004

2005

4000

3000 2000 2004 2005

1862 2000 1600

diefstal uit auto zakkenrollen

1200 1000 winkeldiefstal 800 0 400

849 712 2004 507

2003

377

767 2005

Den Haag zegt winkeldieven de wacht aan Reportage Veiligheidsprijs Haaglanden 2005 Ondernemende winkeldieven en overlastgevers wordt met collectieve winkelverboden en andere maatregelen het vuur na aan de schenen gelegd in de Haagse binnenstad. De publiek-private samenwerking om de binnenstad te verschonen van activiteiten die het daglicht niet kunnen velen, is gelauwerd met de Veiligheidsprijs Haaglanden 2005.

secondant #3/4 | juli-augustus 2006 53 Koopavond in de Haagse binnenstad; de politie is aanwezig om het winkelgebied veilig te houden | foto: Inge van Mill.

korf en tevens voorzitter van de Raad Nederlandse Detailhandel kring Den Haag, en Ronald den Hertog, teamchef handhaving van het politie­ bureau aan de Jan Hendrikstraat – belichten voor secondant de achtergronden van dit winnende project.

binnenstad

Stadscentra zijn doorgaans dynamische gebieden, waar op een relatief klein oppervlak tal van activiteiten plaatsvinden. De Haagse binnenstad vormt in dit opzicht geen uitzondering, weet Vergroesen: “Nergens kom je in Nederland op een paar vierkante kilometers zoveel tegenstellingen tegen. Enerzijds vind je er het regeringscentrum en het Koninklijk Paleis, anderzijds tref je er ook kraakpanden en een prostitutiestraat aan. Daarnaast zijn er bijna tweeduizend onder­ nemingen gesitueerd. Op jaarbasis vinden er in het hart van de stad ruim zeshonderd evene­ menten plaats en wordt dit gebied door ruim dertig miljoen bezoekers aan gedaan.” Het moge duidelijk zijn dat het centrum van Den Haag niet alleen aantrekkelijk is voor dagjesmensen en winkelend publiek. Ook voor bezoekers met minder goede bedoelingen is het centrum een interessante plek. Teneinde het centrum goed toegankelijk te houden, is in het kader van het integrale veiligheidsbeleid een samenwerkings­ verband opgezet tussen het bedrijfsleven, de overheid en de politie.

door Janine Janssen De auteur is als senior onderzoeker verbonden aan de afdeling Analyse & Research van de politie Haaglanden. Winkeldieven, met name veelplegers onder hen, en overlastgevers moeten op hun tellen passen in de Haagse binnenstad. Een speciaal team ontwikkelde een integrale aanpak voor deze groep, die werd bekroond met de Veiligheidsprijs Haaglanden 2005. De prijs werd door het Regionaal Platform Criminaliteitsbeheersing Haaglanden voor de eerste keer uitgereikt. De teamleden zijn afkomstig uit het bedrijfsleven of werkzaam bij de overheid. Twee van hen – Sander Vergroesen, storemanager van de Bijen­

gaten

Op het gebied van veiligheid wordt in de regio Haaglanden veel belang gehecht aan publiekprivate samenwerking. De gezamenlijke betrokken­heid van bedrijven, burgers en andere partners, zoals de gemeente, de politie en het openbaar ministerie, moet de kans op gaten in de veiligheidspolitiek en de implementatie van het veiligheidsbeleid verkleinen. Tegen deze achter­ grond moeten ook eerdere activiteiten van Vergroesen worden gezien. Zo was hij eerder betrokken bij een samenwerkingsverband tussen onder andere de Bijenkorf en justitie om winkel­ dieven te ontmoedigen en was hij ook actief bij de uitvoering van een plan om de Haagse binnen­ stad schoon, veilig en goed bereikbaar te houden. Bij dit project waren onder meer bewoners,

0

54 special>> Veiligheid in de g4 2003 2004| juli-augustus 2006 2005

Figuur 1> Centrum Den Haag: fietsendiefstal, diefstal uit auto en winkeldiefstal (2004-2005)

2000 2004 2005

1862 1600

1200

800

849 712

767

507

400 377 0 fietsendiefstal

diefstal uit voertuigen

winkeldiefstal

ondernemers en de Kamer van Koophandel betrokken. In 2002 ging Den Hertog binnen de politie Haaglanden aan de slag met het Keurmerk Veilig Ondernemen. Door dit keurmerk konden min of meer losse en op zichzelf staande initia­ tieven als het ware aan elkaar worden geknoopt: de verschillende plannen van aanpak werden bijeengebracht en ter beoordeling voorgelegd aan een aan het keurmerk verbonden commissie. Tegen het einde van 2004 werd voor de gehele Haagse binnenstad het keurmerk verworven. Dit werd voor de duur van twee jaar verleend. Daarnaast was het de bedoeling dat een aantal ‘actiepunten’ zou worden opgepakt. Den Hertog en Vergroesen leggen uit: “Die actiepunten zijn eigenlijk zaken, waar nog een en ander verbeterd zou kunnen worden. Partners in de veiligheids­ zorg kunnen en moeten elkaar op deze aspecten aanspreken. Het is goed voorstelbaar dat niet altijd alle voorgenomen of wenselijke verbete­ ringen gerealiseerd worden. Daar kan je dan gezamenlijk over praten en op zoek gaan naar een oplossing. Het is ook belangrijk te weten dat de actiepuntenlijst in principe oneindig is. De samen­ leving verandert en dat heeft zijn weerslag op de criminaliteit en beleving van veiligheid. Zodra punten van de lijst als voldaan zijn afgevoerd, kan het dus zijn dat er nieuwe verbeterpunten in zicht komen.”

actiepunten

De Veiligheidsprijs werd in de wacht gesleept vanwege de inzet op een aantal specifieke actie­ pun­ten om veelplegers en overlastgevers in de

bron: politie haaglanden, 2006

binnen­stad het leven zuur te kunnen maken: het col­lec­tieve winkelverbod, het collectieve toe­ gangs­­verbod voor parkeergarages en de opzet van een collectieve briefing. Over het winkel­verbod merkt Vergroesen op: “Dit initiatief is mogelijk doordat partijen inderdaad goed samenwerken. Een ontzegging bij de een is ook bij de ander van kracht.” Den Hertog vult aan: “Dit collectieve winkelverbod is een goedkoop middel, maar in de praktijk zien we dat het wel zijn vruchten afwerpt. Het tweede actiepunt was gericht op de aanpak van autokrakers. Circa 40 procent van die aangiftes schreven we toe aan de activiteiten van veelplegers. Door van auto-inbraken een actiepunt te maken hebben we meegewerkt aan een daling van het aantal aangiften met meer

Een belangrijk middel in de strijd tegen de autokrakers is een collectief toegangsverbod voor parkeergarages dan duizend.” Een belangrijk middel in de strijd tegen de autokrakers is een collectief toegangs­ verbod voor parkeergarages. Reeds bekende delinquenten en veroorzakers van overlast kan de toegang tot deze gebouwen worden ontzegd. Een blik op het aantal aangiften in het verzorgings­ gebied van het bureau aan de Jan Hendrikstraat laat verbluffende cijfers zien: ten opzichte van 2004 daalde het aantal aan­gif­ten van fietsen­ diefstal met bijna 50 procent (van 712 naar 377). De aangiften van diefstallen uit auto’s daalde in

secondant #3/4 | juli-augustus 2006 55

dezelfde periode met ongeveer 75 procent (van 1862 naar 507) en die van winkel­diefstal liepen met circa 10 procent terug (van 849 naar 767). Een derde actiepunt had te maken met het opzetten van een collectieve briefing. Den Hertog en Vergroesen: “Alle betrokken partijen hebben behoefte aan het verbeteren van de onderlinge communicatie. In de praktijk komt het voor dat bijvoorbeeld de politie, de betrokken onder­ nemers of particuliere beveiligers beschikken over informatie die goed gebruikt zou kunnen worden voor het verbeteren van de aanpak. Maar in verband met de privacywetgeving kan lang niet altijd worden overgegaan tot uitwisseling van gegevens. Toen zijn we eens goed om ons heen gaan kijken en blijkbaar waren er toch nog mogelijkheden om alsnog een uitwisseling van gegevens met partners tot stand te brengen. Er bleken toch meer juridische mogelijkheden te zijn dan gedacht en we ontdekten dat in Rotterdam al ervaring was opgedaan met het opzetten van een collectieve briefing voor partners in de veiligheidszorg. Hier in Den Haag hebben we nu een werkgroep, waarin onder meer ondernemers zijn vertegenwoordigd,beveiligings­ bedrijven, het openbaar vervoer, het arrondisse­ mentsparket en de politie. Deze club onderzoekt verder de mogelijkheden en beperkingen van een collectieve briefing.” <<

collectieve briefing Op 24 april 2006 ondertekenden verschillende partijen, waaronder de gemeente Den Haag en het openbaar ministerie, een convenant om onderling informatie uit te wisselen over winkel­ dieven en overlastgevers in de Haagse binnen­ stad, meldt de site www.binnenstad-denhaag.nl Met behulp van een collectieve briefing wisselen particuliere beveiligingsbedrijven, medewerkers van het Haagse openbaarvervoersbedrijf HTM (Haagse Tram Maatschappij) en politieagenten van bureau Jan Hendrikstraat drie keer per week informatie uit over bijvoorbeeld opgepakte of vrijgekomen veelplegers in de binnenstad van Den Haag. De collectieve briefing is een actiepunt uit het Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad. Met de informatie wordt zorgvuldig omgegaan, meldt de website. De collectieve briefing voldoet aan de voorwaarden die het College Bescherming Persoonsgegevens stelt. Op dezelfde website is algemene informatie te vinden over het Keurmerk Veilig Ondernemen Binnenstad.

Missionarissen van de pu Reportage Regionale Platforms Criminaliteitsbeheersing in de G4

Bedrijfsleven

‘Overheid en bedrijfsleven samen sterk’ is het motto van de Regionale Platforms Criminaliteitsbeheersing. Veiligheidsmissionarissen, zo noemen ze zichzelf. Middelen zijn beperkt, een formele organisatie ontbreekt vaak. Overleg, voorlichting en betrokkenheid zijn de wapens in de strijd voor een veiliger ondernemersklimaat. Er zijn 24 RPC’s actief, waaronder de 4 in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag.

secondant #3/4 | juli-augustus 2006 57

ubliek-private veiligheid door Rik Weeda De auteur is werkzaam als freelancejournalist bij Klats+Poseidon in Delft.

Nu hebben we onze mensen van het RPC zelf betrokken bij de diverse projecten. Zo krijg je een directe terugkoppeling. We boeken meer resultaat. Daarbij speelt ook de externe voorzitter een rol. Deze heeft een relatief onafhankelijke Een veiliger ondernemersklimaat creëren in de regio is het positie en is als ondernemer gewend om snel en doelgericht voornaamste doel van de RPC’s. Bedrijfsleven en overheid te handelen.” Soms is een RPC het resultaat van een toe­ hebben de handen ineengeslagen om op lokaal, dus vallige samenloop van omstandigheden. Rob van Calsteren overzichtelijk niveau, de criminaliteit aan te pakken. van de politie Haaglanden: “Het Haaglandse RPC is in 2002 Inbraken op bedrijventerreinen, winkeldiefstal, bedreiging voortgekomen uit een initiatief van de algemeen directeur van de detailhandel: het is slechts een greep uit de feiten die van de Kamer van Koophandel en de korpschef van politie. bij velen de lol van het ondernemen danig hebben verpest Resultaat van een ‘schets op een bierviltje’ met het doel om en een gezond ondernemersklimaat bedreigen. De RPC’s zijn snel aan de slag te kunnen.” spin in het web, katalysators van maatregelen en activi­ teiten om de weerbaarheid van het bedrijfsleven tegen deze profileren bedreigingen van buitenaf te vergroten. Er is ongeveer vier keer per jaar een landelijk overleg tussen vertegenwoordigers van de RPC’s.

Daar is met name een samenstelling duidelijk verschil te merken in de mate waarin de RPC’s zich De verschillen in samenstelling binnen de G4 zijn klein. binnen en buiten de eigen regio profileren. Marco Rensma, Deelnemers zijn, conform het landelijke beleid zoals secretaris van het RPC Rotterdam-Rijnmond: “We zijn een neergelegd in de ‘Handreiking inrichting Regionaal platform waar de veiligheidsproblematiek wordt Platform Criminaliteitsbeheersing (december 2000)’: de neergelegd en besproken. Onze aanpak is projectmatig. Kamers van Koophandel, het openbaar ministerie, politie, Anders dan bij andere Kamers van Koophandel die hun de gemeente en ondernemersverenigingen zoals MKB “Wij zijn een soort katalysator binnen Nederland, VNO-NCW en lokale ondernemersverbanden. Vaak zijn een of twee medewerkers (meestal van de Kamer de publiek-private aanpak van de van Koophandel en de politie) deels vrijgemaakt om de RPCactiviteiten uit te voeren. Zij vormen een soort secretariaat criminaliteit.” of werkbureau van het RPC. “Iedere regio is vrij om naar eigen inzicht de werkzaamheden van het RPC in te richten veiligheidsactiviteiten hebben ondergebracht onder het en de werkwijze te kiezen”, vertelt Hans Papeveld van de RPC, worden in Rotterdam-Rijnmond de activiteiten niet politie Utrecht. “Wij hebben gekozen voor een projectmatige rechtstreeks onder de vlag van het RPC uitgevoerd. aanpak.

Dat is anders dan bijvoorbeeld in Groningen. We signaleren problemen. De activiteiten zelf worden door Daar heeft men een eigen organisatie.” de deelnemende organisaties uitgevoerd. Doen en denken zijn gescheiden. We helpen projecten opzetten maar laten bierviltje de uitvoering over aan de deelnemende organisaties.” Zijn collega Ronald de Korte (Kamer van Koophandel Utrecht) is al sinds begin jaren negentig betrokken bij het katalysator RPC. “Het eerste RPC Utrecht is destijds ‘ingeslapen’. Men zat Dit is overigens een beeld dat ook de andere RPC’s in de grote elkaar aan te kijken, er waren geen verplichtingen. In 2004 steden vertonen. Van Calsteren is er niet rouwig om. zijn we opnieuw begonnen. Eerst in een kleine groep, maar “Volgens de gestelde doelstellingen zijn we tevreden zoals die is inmiddels uitgegroeid tot achttien mensen. het gaat.” Papeveld: ‘Wij zijn een soort katalysator binnen de publiek-private aanpak van de criminaliteit. Drie keer per jaar overleggen we over de beste wijze waarop we de veilig­ heid in de gemeenten gezamenlijk kunnen verbeteren. In Amsterdam heeft het Platform Criminaliteitsbestrijding Daarbij werken we met projecten.

Bij ieder project bepalen Amsterdam-Amstelland (PCA), een bredere invalshoek om een we de wijze van financiering, een projectleider en wie veilig winkelklimaat te bevorderen dan alleen het stimuleren van meedoet.” Het RPC dus als aanjager en motor van verande­ het KVO| foto: Inge van Mill. ringen, en iedereen lijkt daar vrede mee te hebben. Maar er

58 special>> Veiligheid in de g4 | juli-augustus 2006

zijn rimpels op het water. Papeveld: “De activiteiten van het RPC zijn tijdrovend omdat de participerende organisaties vaak geen hiërarchische structuur hebben. Daardoor moet veel in overleg worden gedaan. Het gaat allemaal niet zo snel als je wel zou willen. In bestuurlijk Utrecht hebben we dertig gemeenten terwijl slechts twee burgemeesters zijn vertegenwoordigd in het RPC. De invloed van de participerende burgemeesters op de andere gemeenten is natuurlijk klein. Zelfs binnen een gemeente is afstemming nodig over zaken als budget en de uitvoering van de plannen. Betrokken partijen hebben commitment nodig van hun partners. Binnen het overleg tussen de verschil­lende RPC’s proberen we de zaken te versnellen. Een echte oplossing zou kunnen zijn het verruimen van het mandaat van de vertegenwoordigers van het RPC. Maar vrijblijvend zou ik de RPC’s niet willen noemen. We maken afspraken en houden elkaar aan het nakomen daarvan. We hebben alleen geen stok om mee te slaan.”

Mijn doel was ook om mijn functie per eind 2006 overbodig te maken. De deelnemende partijen moeten zelf de kar trekken.”

keurmerk

De resultaten van de RPC’s zijn sterk lokaal gekleurd, hoewel de nadruk duidelijk ligt op het stimuleren van het KVO. De Korte: “We hebben wat bereikt. Zowel het KVO als de ambte­lijke overlegstructuur krijgen een behoorlijke push. Daarmee weten we ook andere partijen te mobiliseren. De manier waarop de ondernemersvertegenwoordigers en vertegenwoordigers van gemeente en politie nu samen betrokken zijn bij veiligheid, is min of meer de vlees­ geworden PPS-gedachte.” Het RPC Rotterdam-Rijnmond is volgens Rensma als eerste in Nederland met Veilig Onder­ nemen aan de slag gegaan. “Nu zie je dat gemeenten dit zelf oppakken. Veel initiatieven van het RPC resulteren in lokale projecten. Er vindt een betere afstemming plaats tussen overheid en bedrijfsleven.” Rotterdam is een duidelijk werkwijze voorbeeld van eigen thema’s. Rensma noemt de stads­ Onno Peer is sinds april 2003 namens de Gemeente Amster­ mariniers. “Dat zijn superambtenaren die dwars door de dam betrokken bij de Amsterdamse versie van het RPC, het bestaande structuren problemen aanpakken zoals de PCA (Platform Criminaliteitsbestrijding Amsterdamveiligheid in bepaalde winkelcentra. Ze rapporteren direct Amstelland). Ook het PCA in Amsterdam heeft duidelijk aan de burgemeester en kunnen gemeentelijke diensten geen doel om een projectorganisatie in het leven te roepen. direct aanspreken.

Ook richten wij ons op het creëren van “We wilden zo min mogelijk bureaucratie creëren en recht een veiligheidsbewustzijn onder de ondernemers in de op ons doel afgaan. Dus geen organisatie en beperkte Rotterdamse haven. De veiligheidseisen die vanuit middelen. Die opzet is bewust gekozen, maar staat helaas nu nationale en internationale overheden worden gesteld aan onder druk. Er is een tendens om de activiteiten van het PCA de haven, zijn verwerkt in een ISPS Code, een internationaal te structureren en in een organisatievorm te gieten. voorschrift dat verplicht tot maatregelen voor de beveiliging De veiligheidsmanager wordt meer aangesproken op van schepen en havenvoorzieningen. De projectgroep van prestaties. Dat is mijns inziens geen heilzame weg. het RPC heeft in 2000 een gids opgesteld en uitgebracht die We hebben nu een situatie bereikt waarin we als PCA de beschrijft wat havenondernemers tegen de veiligheids­ vruchten kunnen plukken van onze activiteiten. Dat hebben risico’s kunnen doen. Deze gids is nu in een digitale versie we gedaan door de deelnemende partijen te mobiliseren in omgezet en is aangeboden aan het bedrijfsleven in de haven de strijd om meer veiligheid en niet door onszelf als PCA op Rotterdam is een duidelijk voorbeeld te werpen als organisatie ‘die het wel weer eventjes gaat regelen’. Ondernemers zitten daar niet op te wachten.

Dat van eigen thema’s geeft geen blijvende betrokkenheid. Daarom ook kun je de vorderingen die we hebben geboekt niet te veel op het conto en vertegenwoordigers vanuit de overheid.” In Utrecht zie zetten van bijvoorbeeld de veiligheidsmanager alleen.” je de criminaliteit op de bedrijventerreinen en de winkel­ diefstal dalen. Als voorbeelden noemen Papeveld en In Amsterdam hebben volgens Peer de ondernemers het De Korte het collectief cameratoezicht in een aantal Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) goed opgepakt door industriegebieden en winkelcentra. Ook wordt in de landelijk een aantal procesbegeleiders aan te stellen. “Nu Utrechtse binnenstad een proef gehouden met collectieve moeten de lokale partijen de komende periode zelf een winkelontzegging op basis van ‘face check’. Daarbij worden doorslaggevende rol gaan spelen bij het initiëren van zoveel foto’s van daders in een database opgeslagen en via een mogelijk trajecten in Amsterdam. We doen dat onder andere glasvezelnetwerk verspreid. door het KVO een aantrekkelijk startpakket mee te geven.

secondant #3/4 | juli-augustus 2006 59

scorekaart

De Amsterdamse PCA publiceert zijn activiteiten in het ‘Actieprogramma 2006’, met tien thema’s, waaronder de gebiedsgerichte aanpak volgens de methodiek van het KVO, het tegenhouden van interne winkelcriminaliteit en het vergroten van aangiftebereidheid. Die actiepunten komen onder meer voort uit de Scorekaart veilig Ondernemen in Amsterdam. Dit is een veiligheidsmonitor waarin iedere twee jaar de belangrijkste conclusies op het gebied van veilig ondernemen in de regio Amsterdam-Amstelland worden samengevat. Peer: “Onze focus is duidelijk breder dan alleen het stimuleren van het KVO. We opereren wel parallel aan het nationale beleid zoals geformuleerd in het nationale Actieprogramma Veilig Ondernemen.” Wel zijn heel veel aspecten die te maken hebben met veiligheid onder te brengen bij het KVO, aldus Peer. “Zo hebben we geïnspireerd door RPC Twente een starterspakket ont­ wikkeld voor ondernemers. Zij hebben hier direct voordeel van. In winkelgebieden waar men met KVO begint, willen we meteen een collectieve winkelontzegging invoeren. Ondernemers die deelnemen, krijgen een sticker die ze op hun ruiten kunnen plakken. Ook krijgen ze desgewenst begeleiding bij het beveiligen van hun zaak. Dit zijn tastbare voordelen die de veiligheid vergroten. We werken nu ook aan een starterspakket voor bedrijventerreinen.

Om dat voor elkaar te krijgen, tuigen we nu een mooi staaltje van privaat-publieke samenwerking op.”

nemer die last heeft van interne criminaliteit in welke vorm dan ook.”

voortouw

Tevredenheid over de resultaten overheerst. De veiligheid lijkt in de vier grote steden te zijn toegenomen. Peer: “Juist door onze RPC-aanpak hebben we resultaten geboekt. Kijk naar het KVO. Dat is procesmatig eigenlijk een RPC in het klein. Daar gebeurt wat er moet gebeuren. Ondernemers

Maar gelijktijdig erkennen de betrokkenen dat een toegenomen veiligheid niet een-op-een toe te wijzen is aan het RPC werken in nauwe samenwerking met politie, brandweer en lokale overheid zelf aan hun veiligheid.” Maar gelijktijdig erkennen de betrokkenen dat een toegenomen veiligheid niet een-op-een toe te wijzen is aan het RPC. Papeveld: “Maar we hebben wel effect op de ontwikkelingen. Zeker als je ziet dat alle bedrijven die bezig zijn met collectieve beveiliging elkaar op de hoogte houden. Alle ambtenaren die met veiligheid te maken hebben, komen bij elkaar. Hetzelfde geldt voor de wijkagenten die een industriegebied in hun portefeuille hebben. Zo kun je zeggen dat het RPC het voortouw heeft genomen in de realisatie van concrete projecten.” <<

voorlichting

In Haaglanden ligt het accent juist meer op het KVO en de KVU (Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan, een regeling om samenwerking te bevorderen, min of meer conform de methodiek van KVO). Van Calsteren: “Dat is nu goeddeels gelukt. Er draaien op dit moment veel KVO-projecten. We hebben daar inhoudelijk niet zoveel werk meer aan. Wel blijven we bezig met voorlichting. We houden zicht op wat er draait en wat de vorderingen zijn. Nu richten we onze aandacht meer op de veiligheidszorg als aspect van onder­ nemen in de algemene zin. Zo hebben we vorig jaar de regionale RPC-veiligheidsprijs ingesteld voor projecten op het gebied van de publiek-private samenwerking tussen ondernemers en overheid. Die prijs kennen we eens in de twee jaar toe. Ze genereert publiciteit en daardoor impulsen om de veiligheid nog meer op de bedrijfsagenda te krijgen. Ook hebben we een fraudeconsulent/vertrouwensman in het leven geroepen. Nuttig als je bedenkt dat 40 procent van de criminele schade in de detailhandel wordt veroorzaakt door eigen personeel. Deze vertrouwensman geeft op verzoek deskundig, anoniem en gratis advies aan de onder­

onderzoek effectiviteit RPC’s Begin juli publiceerde het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (het onderzoeksbureau van het ministerie van Justitie) een onderzoek naar de effectiviteit van de RPC’s.

Illustratie: Hans Sprangers

60 special>> Veiligheid in de g4 | juli-augustus 2006

Een klap voor geweld Preventiemaatregelen die helpen

Om effectieve maatregelen ter voorkoming van geweld op het spoor te komen, is een imposante berg van binnen- en buitenlandse evaluatieonderzoeken naar effectieve geweldspreventie geslecht. De researchsynthese van het Wetenschappelijk Onderzoeken Documentatiecentrum heeft interventies tegen geweld binnenstebuiten gekeerd, zodat voortaan met bewezen effectieve maatregelen geweld een slag kan worden toegebracht.

secondant #3/4 | juli-augustus 2006 61

door Laura T.J. Nijssen en Leontien M. van der Knaap De auteurs zijn werkzaam bij het Weten­schap­pelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum.

men­teel onderzoeksdesign. Dit type design is belangrijk om verschillen die een interventie teweeg heeft gebracht ook daadwerkelijk toe te kunnen schrijven aan deze interventie en niet aan het toeval of aan andere omstandigheden. In oktober 2002 is het beleidsprogramma Naar een Wanneer bijvoorbeeld geweld in een buurt veiliger samenleving van start gegaan met als doel afneemt nadat er nieuwe straatverlichting is een afname van de criminaliteit en een veiliger geplaatst, hoe weten we dan of die vernieuwde gevoel bij burgers te bewerkstelligen. Hoewel de straatverlichting ook daadwerkelijk heeft geleid vermogenscriminaliteit in de opeen­volgende jaren tot de afname in geweld? Misschien liggen er de gewenste afname liet zien, was men minder andere oorzaken aan de afname van geweld ten positief over de ontwikkeling van de gewelds­ grondslag. Dit kan worden getoetst door een criminaliteit. Bij een tussentijdse evaluatie besloot controlebuurt aan te wijzen die in zoveel mogelijk het kabinet dan ook dat de aanpak van gewelds­ opzichten lijkt op de interventiebuurt, met als criminaliteit moest worden geïntensiveerd.

In de in 2005 verschenen beleids­verkennende notitie Wanneer bijvoorbeeld geweld Van afzijdigheid naar betrokkenheid, wordt in een buurt afneemt nadat uitgebreid ingegaan op de aard, omvang, ontwikkeling, oorzaken en risico­factoren van er nieuwe straatverlichting is geweld. Effecten van preventie­projecten blijken vaak niet onderzocht; een researchsynthese naar geplaatst, hoe weten we dan of de effecten van preventie­maatregelen tegen die vernieuwde straatverlichting geweld moest een oplossing bieden. In een dergelijk onderzoek worden relevante evaluatie­ ook daadwerkelijk heeft geleid studies verzameld die kritisch worden geëvalueerd om tot een oordeel te komen over de vraag welke tot de afname in geweld? programma’s werken. Deze methode levert de meest volledige en betrouw­bare informatie op over enige verschil dat de straatverlichting zich in deze ‘wat wel of niet werkt op een bepaald terrein’. buurt nog in de oude staat bevindt. De verschillen Het Actieplan tegen geweld, dat in november 2005 die na het plaatsen van nieuwe straatverlichting naar de Tweede Kamer is gestuurd, kondigt de ontstaan, zijn nu met meer zekerheid toe te uitvoering van deze researchsynthese aan. De schrijven aan de interventie. In de praktijk van het nadruk ligt daarbij op geweld in het publieke en beleidsonderzoek is het vaak onmogelijk om semipublieke domein.

Op dit terrein zou, wat gebruik te maken van een zuiver experimenteel betreft preventiemaat­regelen tegen geweld, nog onderzoeksdesign en zal er altijd een invloed veel winst zijn te behalen. De aangekondigde blijven uitgaan van onverwachte factoren. researchsynthese is in 2005 uitgevoerd door het Toch is het streven naar een zo goed mogelijk Wetenschappelijk Onderzoek- en onderzoeksdesign een vereiste om harde Documentatiecentrum van het ministerie van conclusies te kunnen trekken. Justitie. Over de uitkomsten van het onderzoek viel al te lezen in het artikel ‘De beste vuisten tegen buitenlandse programma’s geweld’ in secondant (april, 2006). Hieronder Voor dit onderzoek kwamen niet alleen Neder­ passeren de resultaten van het onderzoek wat landse preventiemaatregelen in aanmerking, uitvoeriger de revue. Een belang­rijke vraag is maar ook buitenlandse. De reden om ook buiten­ welke werkwijze een uitspraak over effectieve landse preventieprogramma’s op te nemen preventiemaatregelen mogelijk heeft gemaakt. behoeft een korte toelichting. Natuurlijk zijn in Nederland ook tal van interventies aanwezig die mechanismen zich specifiek richten op de preventie van geweld. De researchsynthese is uitgevoerd volgens de Deze programma’s zijn echter vaak niet werkwijze die de Campbell Collaboration hoog in geëvalueerd. Hierom is besloten om ook in het het vaandel heeft.

Deze internationale nonbuitenland te zoeken naar effectieve preventie­ profitorganisatie wil informatie over de effecten programma’s. Een tweede – niet onbelangrijke – van interventies op het sociale, gedragsmatige en reden is dat we kunnen leren van effectieve maat­ onderwijsterrein voor zoveel mogelijk mensen regelen uit het buitenland. Bij het zoeken naar beschikbaar stellen. Daarbij weegt voor de programma’s in het buitenland is rekening organisatie het belang zwaar van effectevaluaties gehouden met de context waarin de maatregel waarin gebruik is gemaakt van een (quasi-)experi­ wordt aangeboden. Is deze context vergelijkbaar

62 special>> Veiligheid in de g4 | juli-augustus 2006

onderzoek

met de Nederlandse context? Een programma ter preventie van dodelijk geweld dat wordt aan­ geboden in Brazilië aan jongeren uit jeugdbendes is minder vergelijkbaar met de Nederlandse context dan een programma dat zich richt op uitgaansgeweld in België en wordt aangeboden aan middelbare scholieren. In eerste instantie zijn er 454 mogelijk relevante publicaties gevonden, waarvan er 48 voldeden aan de gestelde criteria. Deze 48 studies zijn uiteindelijk beoordeeld op hun kwaliteit en uitkomsten.

effectiviteit

De preventiemaatregelen, die in de 48 studies worden getoetst, zijn beoordeeld als effectief wanneer meerdere kwalitatief goede studies positieve effecten op geweld rapporteren. Dit geldt ook wanneer een of meer kwalitatief (redelijk) goede studies positieve effecten rapporteren en deze conclusie wordt bevestigd in meta-analyses of overzichtstudies van derden. Maatregelen zijn beoordeeld als mogelijk effectief wanneer een of meer kwalitatief (redelijk) goede studies positieve effecten op geweld rapporteren, maar onderbouwing hiervan in andere overzichtstudies of meta-analyses niet voorhanden of te weinig eenduidig is.

Naast het volgen van de werkwijze van de Campbell Collaboration is in de researchsynthese een beroep gedaan op de uitgangspunten van de methode die Ray Pawson en Nick Tilley beschrijven in hun boek Realistic Evaluation (1997). Hierbij wordt uitgegaan van een model dat de context, het mechanisme en de uitkomst van de interventie onder de loep neemt. Mechanismen zijn de ‘motoren achter gedrag’, die vaak niet direct zichtbaar zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het streven van mensen om toe te geven aan groepsdruk. Als van deze kennis van het menselijk gedrag handig gebruik wordt gemaakt bij het uitvoeren van een interventie, kan dit streven naar groepsdruk er best wel eens voor zorgen dat de interventie ook de gewenste resultaten boekt. <<

van deze 36 maatregelen. 9 maatregelen bleken effectief in de preventie van geweld, 6 maatregelen zijn mogelijk effectief, 4 maatrege­len zijn mogelijk niet effectief en 1 maatregel is niet effectief ter preventie van geweld. Van de overige 16 maat­ regelen kan op basis van de bestudeerde publicaties niet worden gezegd of ze effectief zijn of niet.

enkele resultaten

In de researchsynthese is een onderscheid gemaakt tussen persoonsgerichte preventie­ maatregelen, contextgerichte preventiemaat­ regelen en persoons- en contextgerichte preventiemaatregelen. Persoonsgerichte preventiemaatregelen zijn erop gericht de dader rechtstreeks te beïnvloeden met als doel hem of haar te weerhouden van gewelddadig gedrag. Dergelijke preventieprogramma’s worden vaak aangeboden op scholen. Vooral de basisschool en de laagste klassen van de middelbare school lijken een geschikte context om persoonsgerichte preventieprogramma’s aan te bieden. Er wordt in Het is te rooskleurig om hier dergelijke programma’s doorgaans uitgegaan van de veronderstelling dat prosociaal gedrag gemak­ een beeld te schetsen van een kelijker op jonge leeftijd kan worden ontwikkeld. Naast het ontwikkelen van prosociaal gedrag zijn ruim pakket aan effectieve er programma’s die zich specifiek richten op het programma’s ter preventie van tegengaan van risico’s om antisociaal gedrag te gaan vertonen. Het effectieve programma geweld ‘Responding in Peaceful and Positive Ways’ (RIPP) is Het is te rooskleurig om hier een beeld te schetsen hier een voorbeeld van. RIPP is ontwikkeld om in te van een ruim pakket aan effectieve programma’s zetten in een periode dat er veel verande­ringen ter preventie van geweld.

Veel preventiemaat­ optreden in het leven van jongeren, namelijk vlak regelen worden niet op hun effecten onderzocht en na de overgang van de basisschool naar de als een maatregel wel is geëvalueerd, blijkt soms middelbare school. Deze overgang gaat gepaard dat deze evaluatie een te zwak onderzoeks­design met een groot aantal ontwikkelings­psychologische heeft waardoor geen uitspraken kunnen worden veranderingen zoals de puberteit, veranderingen gedaan over de effectiviteit van de onderzochte in inlevingsvermogen, verande­ringen in de relaties preventiemaatregel. De 48 studies die in dit tussen jongens en meisjes en een verschuiving van onderzoek zijn betrokken, evalueerden de effecten de aandacht die zich richt op de ouders naar van 36 preventiemaatregelen. Het was mogelijk leeftijdsgenoten. In deze ontwikkelingsfase is om uitspraken te doen over de effecti­viteit van 20 volgens de makers van het programma extra

secondant #3/4 | juli-augustus 2006 63

www

ondersteuning nodig om te voorkomen dat kinderen het verkeerde pad kiezen. De mechanismen die aan veel van de persoons­ gerichte preventieprogramma’s ten grondslag liggen zijn gebaseerd op het idee dat gedrags­ verandering – het kiezen voor niet gewelddadig gedrag – bewerkstelligd kan worden door het veranderen van het denkproces, normen en kennis en het aanleren van vaardigheden. Door tevens de sociale normen in een groep te verande­ren zou dit niet-gewelddadige gedrag steun moeten krijgen van de groep. Hierdoor is het gemakkelijker om dit gedrag te blijven vertonen. Contextgerichte preventiemaatregelen zijn erop gericht via een ingreep of ingrepen in de delict­ situatie delicten te voorkomen. Dit type maat­regel wordt onder meer geïmplementeerd in winkels, banken, woonwijken, hoofdstraten en winkelstraten van steden en op bedrijven­ter­rei­ nen. Een voorbeeld van een effectieve preventie­ maatregel is verbeterde straat­verlichting. Door betere straatverlichting is de kans dat een dader gezien wordt groter en daarmee de kans dat hij of zij herkend wordt, dat de politie gewaarschuwd wordt, dat de dader gepakt wordt of dat hij of zij gestoord wordt. Volgens een andere benadering zou verbeterde straatverlichting ervoor zorgen dat mensen meer gebruik gaan maken van de straat. Het aantal mensen op straat neemt toe en daar gaat een afschrikkende werking van uit.

Meer mensen betekent immers een grotere kans om betrapt te worden, meer natuurlijke surveil­lance en meer informele sociale controle. Bij een contextgerichte benadering is het aan te bevelen om per situatie te zoeken naar specifieke mogelijk­ heden om de delictsituatie te veranderen. Dit kunnen voor iedere situatie andere maatregelen zijn. Bij de implementatie van het effectieve ‘Hot Spots policing’ zijn maar liefst 28 typen interventies ingevoerd op verschillende plaatsen. Naast de persoons- en contextgerichte preventie­ maatregelen worden programma’s onderschei­den die deze twee maatregelen combineren en zich richten op het beïnvloeden van de potentiële dader en op het beïnvloeden van de delictsituatie. De contexten waarin deze programma’s worden aangeboden zijn zeer divers. Het kan gaan om

Het onderzoek Geweld verslagen? Een studie naar de preventie van geweld in het publieke en semi-publieke domein (L.M. van der Knaap, L. T.J. Nijssen en S. Bogaerts, WODC, 2006) is te downloaden van de website van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie­centrum: www.wodc.nl Programmabeschrijvingen en plannen van aanpak van de effectieve preventieprogramma’s beschreven in de Nederlandse context, zijn vanaf oktober 2006 op te vragen bij het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid. Informatie over de veelbelovende preventieprogramma’s is in oktober ook beschikbaar op de website van het CCV: www.hetccv.nl Het Actieplan tegen geweld is te downloaden van dezelfde website.

scholen die zich richten op jongeren en hun ouders, zodat de jongeren de kans krijgen nietgewelddadig gedrag te vertonen en dit gedrag thuis ook wordt gestimuleerd. Sommige maat­ regelen richten zich op buurten, dit zijn dan vaak wijken waarin veel geweld wordt gepleegd. Het mogelijk effectieve Amerikaanse programma ‘Children at Risk’ (CAR) is gebaseerd op het idee dat specifieke problemen ook zodanig moeten worden aangepakt. Er wordt een casemanager aangesteld voor gezinsproblemen, een naschool­se activiteit tegen het op straat hangen, educatie­training om jongeren te helpen hun school af te maken en de buurtpolitie controleert de jongeren op weg naar school. Een voorbeeld van een effectieve maatregel die zich op daders en op de context richt, is ‘Preventie van dating violence’. Dit gebeurt door naast een programma voor potentiële daders slachtoffers weerbaarder te maken, waardoor de dader minder kans ziet om een delict te plegen. Het is immers voor een dader aantrekkelijker om een slachtoffer te kiezen dat zich niet zal verwerven.

toekomst

In een brief aan de Tweede Kamer heeft minister Donner laten weten dat hij van plan is een aantal effectieve en mogelijk effectieve preventie­ maatregelen in Nederland over te nemen. Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) bekijkt naar aanleiding hiervan welke effectieve programma’s in Nederland kunnen worden geïmplementeerd. Het ministerie van Justitie laat tevens een hand­leiding schrijven over hoe een preventiemaat­regel op een juiste manier kan worden geëvalu­eerd. Zodoende zou in de toekomst meer aandacht moeten worden besteed aan de evaluatie van de effecten van preventiemaat­regelen. Tot slot zal er nog een studie worden uitgevoerd naar programma’s die nog niet zijn geëvalueerd maar wel veelbelovend zouden kunnen zijn. Ook hier wordt weer gekeken naar maatregelen uit binnen- en buitenland. <<

64 special>> Veiligheid in de g4 | juli-augustus 2006

gevloerd op de werkvloer Overheid en bedrijfsleven pakken samen agressieve klanten aan

In het Plan van aanpak geweld van het publiek, gericht tegen het bedrijfsleven hebben overheid en bedrijfsleven zes projecten geformuleerd om het geweld op de werkvloer te beteugelen. Preventie, repressie en curatie gaan hand in hand. Heldere grenzen trekken gaat gepaard met verbetering van het sanctiearsenaal. Tot de preventieve maatregelen behoren ook de gratis training via internet van het personeel in de omgang met agressieve klanten en het ontsluiten van best practices. En waar het toch nog misgaat, biedt het Hoofdbedrijfschap Detailhandel gratis, 24 uur per dag, 7 dagen per week slachtofferhulp. Het plan van aanpak vloeit voort uit het Actieplan tegen geweld, waarover in dit derde voortgangsverslag bericht wordt.. door Ivoline van Erpecum De auteur is als beleidsmedewerker werkzaam bij het ministerie van Justitie.

Wat de precieze omvang van het geweld tegen werknemers is, valt niet met zekerheid vast te stellen. Deels komt dit doordat lang niet altijd aangifte wordt gedaan. Tijdgebrek, onvoldoende Conducteurs die zwartrijders beboeten, vertrouwen in het recht en angst voor represailles ambulance­personeel dat te traag zou komen zijn daar mede debet aan. Slachtofferenquêtes aansnellen, medewerkers van de Sociale Dienst kunnen in theorie meer inzicht bieden in de die besluiten een uitkering te verlagen, verplegers omvang van het probleem, ware het niet dat de die een psychisch labiele patiënt in bedwang vele deelstudies die de afgelopen jaren op dit moeten houden, winkeliers die een klant niet terrein zijn verricht, verschillende definities van terwille zijn, agenten die de openbare orde geweld hanteren, waardoor van een optelsom van moeten handhaven, al deze mensen die gewoon de onderzoeksresultaten geen sprake kan zijn. hun werk proberen te doen, hebben regelmatig te De een beperkt zich bijvoorbeeld tot (dreigen met) kampen met agressie en geweld. Vooral werk­ Vooral werknemers die met veel nemers die met veel klanten contact hebben, zoals in de horeca, de detailhandel en in de klanten contact hebben, zoals publieke dienstverlening, lopen een grotere kans slachtoffer te worden van geweld.

Hun risico op in de horeca, de detailhandel en slachtofferschap neemt bovendien toe, wanneer in de publieke dienstverlening, uit de aard van hun werk de emoties van de klant hoog kunnen oplopen, bijvoorbeeld doordat ze lopen een grotere kans slacht­ boetes uitdelen, ingrijpen in de persoonlijke offer te worden van geweld leefsituatie of levensreddend moeten optreden.

secondant #3/4 | juli-augustus 2006 65

Een koppel agenten hand­ haaft de openbare orde. In hun dagelijkse werk kan de politie met het aan­spreken van burgers op hun gedrag, in sommige gevallen met agressie te maken krijgen | foto: Inge van Mill.

fysiek geweld, terwijl de ander ook verbaal geweld als vloeken en schelden in het onderzoek betrekt, terwijl een derde bovendien seksueel of psychisch geweld in de enquête opneemt. Waar dit toe leidt, illustreren de schaarse slachtoffer­ enquêtes die de volle breedte van geweld tegen werknemers in kaart beogen te brengen. Zo meldt de in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken uitgevoerde evaluatie van de Arbowet dat 26,6 procent van de werknemers in 2003 te maken kreeg met intimidatie door het publiek en 8,8 procent met fysiek geweld. De Monitor Criminaliteit Bedrijfsleven noemt daarentegen in hetzelfde jaar een slachtofferpercentage van 2 procent (bouwbedrijven) tot 10 procent (horeca) voor bedreiging en geweld.

eigenbelang

Wat de precieze omvang van geweld tegen werknemers ook moge zijn, duidelijk is dat het in meerdere opzichten de slachtoffers schade toebrengt. Voorop staat natuurlijk het emotionele leed dat berokkend wordt. Eventueel is er ook

sprake van fysiek letsel. Er is materiële schade mee gemoeid; de Monitor Criminaliteit Bedrijfs­ leven raamt de totale directe en indirecte schade in 2004 op bijna 12 miljoen euro. Daarenboven kan het ervaren geweld negatieve consequenties hebben voor het functioneren op het werk. Het kan ertoe leiden dat risicovolle situaties voortaan vermeden worden en dat het ziekte­ verzuim toeneemt. Alleen al uit welbegrepen eigenbelang zal de werkgever daarom geweld tegen zijn personeel zo veel mogelijk willen voorkomen. Hij wordt daar nog eens extra toe aangespoord door de Arbowet, die hem verplicht zijn personeel te beschermen tegen agressie en geweld, onder meer door een risico-inventarisatie en -evaluatie op te stellen, een plan van aanpak te formuleren en uit te voeren en, bij bedrijven met meer dan vijftien werknemers, een preventie­ medewerker aan te stellen. Met deze maatregelen is geweld echter nog niet uit de werkende wereld verbannen. Net als in andere geledingen in de samenleving weer­

66 special>> Veiligheid in de g4 | juli-augustus 2006

spiegelt de werkvloer de verruwing van de omgangs­vormen. Het kabinet wil dit tij keren met de uitvoering van de ruim honderd maatregelen uit het Actieplan tegen geweld, dat in november vorig jaar aan de Tweede Kamer is gepresenteerd. Een van de twintig projecten uit dit actieplan is gericht op het terugdringen van geweld in het bedrijfsleven en tegen risicoberoepen in de publieke sector, waarvan de maatregelen moeten leiden tot een afname van het geweld met 20 procent tot 25 procent in 2008. De verwezenlijking van deze doelstelling is een gezamenlijke kracht­s­ inspanning van de ministeries van Justitie, Economische Zaken, en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, VNO-NCW, MKB-Nederland en het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD). Er is een plan van aanpak opgesteld dat onder auspiciën van het Nationaal Platform Crimina­ liteitsbeheersing wordt uitgevoerd.

overheid niet adequaat optreden, ontbreekt de stok achter de deur en zullen preventieve maat­ regelen weinig zoden aan de dijk zetten. Het effect van preventieve maatregelen wordt immers mede bepaald door de dreiging van opsporing, vervolging en berechting. En waar er toch slachtoffers vallen, moet er goede opvang beschikbaar zijn om de gevolgen van het geweld zo beperkt mogelijk te houden.

quickscan

Het Plan van aanpak van geweld van het publiek, gericht tegen het bedrijfsleven is gebaseerd op de uitkomsten van een quickscan van recente publicaties over de aard van geweld op de werkvloer, succesvolle preventieve maatregelen en de knelpunten in de aanpak. De quickscan heeft een aantal aanbevelingen opgeleverd. Deels hebben deze betrekking op het stellen van grenzen aan onaanvaardbaar gedrag. Daarnaast Net als in andere geledingen in zijn aanvullende maatregelen denkbaar. Zo is een de samenleving weerspiegelt de van de aanbevelingen gericht op het toepassen van effectief gebleken maatregelen tegen werkvloer de verruwing van de agressie en geweld. Waar deze best practices ontbreken, kunnen wellicht veelbelovende omgangsvormen maatregelen uitkomst bieden, mits ze vervolgens Uitgangspunt van het plan van aanpak is dat goed worden geëvalueerd. Vaak is voor de aanpak agressie en geweld tegen werknemers alleen via van agressie en geweld ook samenwerking met een gezamenlijke inzet van publieke en private anderen nodig. Het verdient dan aanbeveling om partijen bestreden kunnen worden. Preventie, zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande repressie en curatie dienen hand in hand te gaan.

initiatieven, zoals het Actieplan Veilig Wanneer bedrijven geen preventieve maat­ Ondernemen, de Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan regelen treffen tegen agressie en geweld, blijft het of de convenanten die met de politie en het lokale voor politie, justitie en de overheid dweilen met bestuur worden afgesloten. de kraan open. Wanneer politie, justitie en de

secondant #3/4 | juli-augustus 2006 67

actieplan

Met het opstellen van een actieplan is de achtste aanbeveling inmiddels gerealiseerd. Dit actieplan bevat zes projecten. Het eerste project beoogt heldere grenzen te stellen voor gedrag dat onacceptabel is. Elk van de publieke en private partijen zal een voorlichtingstraject uitstippelen waarin de boodschap ‘Trek de grens!’ wordt verkondigd. Ook worden een modelgedragscode en modelgedragsregels beschikbaar gesteld. De aanbevelingen die betrekking hebben op het toepassen van best practices en het evalueren van veelbelovende maatregelen, zijn samengevoegd in een tweede project. MKB-Nederland en VNONCW hebben zich verplicht een overzicht samen te stellen van bestaande maatregelen en instrumenten ter preventie van geweld. Dit overzicht zal Justitie aanvullen door onder­ zoek te laten doen naar wetenschappelijk gevalideerde preventieve maatregelen die werkgevers kunnen toepassen. Bovendien zal Justitie een eenvoudig evaluatie-instrument laten ontwikkelen. Voor (beginnende) medewerkers in de detail­ handel wordt in het derde project een gratis internettraining ontwikkeld door het HBD, zodat zij leren de-escalerend op te treden tegen agres­ sieve klanten. VNO-NCW en MKB-Nederland zullen nagaan of deze gratis internettraining ook door andere branches gebruikt kan worden.

In het vierde project wordt invulling gegeven aan de aanbeveling om zo veel mogelijk aan te sluiten bij reeds bestaande initiatieven. Dit krijgt vorm door een module ‘agressie en geweld’ op te nemen in

het handboek Keurmerk Veilig Ondernemen voor winkelcentra. Het vijfde project beoogt een verbeterde inzet van civiele, strafrechtelijke en bestuurlijke interventies door de overheid.

Wanneer politie, justitie en de overheid niet adequaat optreden, ontbreekt de stok achter de deur en zullen preventieve maatregelen weinig zoden aan de dijk zetten Het laatste project voorziet in bijstand voor slachtoffers van geweld. Het HBD stelt deze hulp 24 uur per dag, 7 dagen per week gratis beschikbaar voor de detailhandel. Binnen twee uur na een melding via het alarmnummer zijn professionele hulpverleners bij het slachtoffer om emotionele en praktische steun te bieden. Desgewenst wordt het slachtoffer bovendien de volgende dag begeleid naar zijn werk. <<

68 special>> Veiligheid in de g4 | juli-augustus 2006

Column

Over de schutting Enige tijd geleden interviewde ik de voorzitter van een belangrijk advies­ orgaan van de regering over het strategische beleid dat de centrale overheid zou kunnen voeren ten aanzien van criminaliteitspreventie. In dat interview verbaasde hij zich erover dat criminaliteitspreventie onderdeel vormde van het ministerie van Justitie en van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijks­ relaties. Volgens hem hebben vrijwel alle departementen een taak bij de preventie van criminaliteit en zou het ministerie van Algemene Zaken als departement leiding moeten geven aan de ontwikkeling van strategisch beleid op dat terrein. In elk geval zou er een raad voor de criminaliteits­ preventie moeten komen, die alle inspanningen kan coördineren en afstemmen en ondersteuning kan geven aan de uitvoering van preventie. Boeiende gedachten. Het eerste – ieders betrokkenheid – kan ik volmondig beamen. Van het tweede vraag ik me af of het – als aan andere voorwaarden wordt voldaan – nodig is. De laatste paar jaar zijn er diverse bewegingen geweest om samen­ werkings­verbanden, want daar gaat het hier voornamelijk over, te creëren om criminaliteitspreventie in goede banen te leiden, zowel op (centraal) beleidsniveau als op (centraal) uit­ voerend niveau.

Daarbij kan men denken aan het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing (NPC) en de regionale platforms (RPC) om de publiek-private samenwerking te bevorderen. Het keurmerk veilig ondernemen (KVO) is daar een voor­ beeld van. Ook een goed voorbeeld van het gezamenlijk de schouders eronder zetten is het belangrijke gemeenschap­ pelijke initiatief van acht departemen­ ten om via het Actieplan tegen geweld

het slachtofferschap van geweld fors te verminderen. In de beleidsuitvoering heeft het twee jaar geleden opgerichte Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) een samenwerking­ bevorderende rol, een makelaars­ functie en een kennis­bevorderende rol. Tenslotte heeft op lokaal niveau de veiligheids­coördinator zijn intrede gedaan. De lijnen zijn gelegd en de strategische posities ingenomen. Nu komt het erop aan invulling te geven aan beleid en uitvoering. Laat het misverstand niet ontstaan dat er in het veld niet veel gebeurt om criminaliteit te voorkomen. Integendeel. De vraag is alleen of het altijd in samenhang plaatsvindt. Of effectieve initiatieven ook door anderen worden overgenomen. Kortom, of men wel eens over de schutting bij een ander kijkt. Bij anderen in de keuken kijken heeft ook het voordeel dat de specifieke mogelijk­heden of onmogelijkheden van de ander aan het licht komen. Criminaliteitspreventie is een terrein dat alleen maar in samenwerking betreden kan worden en soms om onorthodoxe methodieken vraagt. Het doel heiligt praktisch alle middelen als deze maar effect sorteren. Teveel wordt gehoord: Ja, dat werkt bij de buurman maar niet bij mij,want mijn situatie is totaal verschillend.

Mocht dat wellicht bij overname van enkele effectieve praktijken uit het buitenland gelden, men maakt mij niet wijs dat in ons land de verschillen tussen noord en zuid en oost en west zo sterk zijn dat die overal een andere aanpak recht­vaar­ digen zonder direct tot een eenheids­ worst te komen. Samenwerkingsverbanden als de RPC’s kunnen ook een belangrijke rol spelen bij de preventie van andere vormen

van criminaliteit en de ontschotting bevorderen. Het vergt uiteraard wel een aangepaste samenstelling. Een soort regionale raad voor de preventie van algemene criminaliteit. Het NPC zou als landelijke raad kunnen functioneren. Krijgt de geïnterviewde voorzitter dan toch nog gelijk? <<

SECondant

secondant #3/4 | juli-augustus 2006 69

Buitenlandse berichten

vicieuze cirkel In Nederland staan ze bekend als veelplegers; zij grossieren in het verzamelen van processen-verbaal tijdens hun criminele loopbaan. In de volksmond heten ze draaideur­ criminelen, vanwege de vicieuze cirkel waarin ze zijn beland: zij plegen door­ gaans relatief lichte delicten, zoals winkeldiefstal of autokraak, waarvoor een korte vrijheidsstraf staat, waarna zij snel weer op straat staan en een nieuw delict plegen waarvoor zij weer (kort) worden opgesloten enzovoorts. Politie, justitie en hulpverlening zien er vaak geen gat meer in. Vooral de vier grote steden hebben ermee te maken, daar ligt het aantal veelplegers 30 procent hoger dan het landelijk gemiddelde, aldus een factsheet van het ministerie van Justitie over de aanpak van veelplegers uit 2004, zie www.justitie.nl

samen een dadergerichte aanpak, die preventieve en repressieve elementen in zich verenigt. Naar de eerste ervaringen met de programma’s is nu een evaluatie verricht: Early Findings from the Prolific and Other Priority Offenders Evaluation (Paul Dawson, Home Office Development and Practice Report, 2005), die voor Nederland interessante lessen kan bevatten. Ons land kent immers ook een (intensieve) persoonsgerichte aanpak voor actieve daders, als voortvloeisel van het programma Naar een veiliger samenleving.

De evaluatie laat weer eens zien dat centrale overheden over de implemen­ tatie op lokaal niveau van preventie­ programma’s lichtvaardig kunnen denken. De praktijk is vaak weer­ barstiger. Te onzent kennen we vooral problemen met achterblijvende In Groot-Brittannië wordt de term instroom in dadergerichte program­ prolific offenders gebruikt; daders die ma’s; dat bleek uit een evaluatie van ‘overvloedig’ delicten plegen. De term hardekernprojecten (Kiezen voor een laat niets aan duidelijkheid te wensen kans, W.M. Kleiman en G.J. Terlouw, over. Ook uit Brits onderzoek blijkt dat 1997) en ook nu weer met achter­ een klein deel van de daders verant­ blijvende instroom van (jeugdige) woordelijk moet worden gehouden veelplegers in gereserveerde plaatsen voor een groot deel van de gepleegde in justitiële jeugdinrchtingen (Getallen criminaliteit. Geschat wordt dat zo’n 10 of gevallen?, J. Jakobs, N. Arts en procent van de actieve daders samen H. Ferwerda, 2005). In Groot-Brittannië tekent voor de helft van de totale moesten lokale samenwerkings­ criminaliteit (zie de website van de verbanden aan de slag zonder speciale Britse overheid crimereduction.gov.uk). (aanvullende) middelen om de Op deze groep richt zich het Prolific and uitvoering van het programma te other Priority Offenders-programma bekostigen.

Er rezen vragen op een (PPO), dat vanaf september 2004 aantal gebieden – hoe samen te werken landelijk werd ingevoerd. met andere instanties, hoe de afzonder­ Drie programmaonderdelen – wervend lijke programma-onderdelen zich tot aangeduid met: (1) Prevent en Deter elkaar verhouden, wie hoofdverant­ (P&D, lees: voorkomen dat jongeren woordelijke is voor de uitvoering en afglijden naar een criminele loopbaan) welke rol de rechtbank binnen het (2) Catch and Convict (C&C, boeven programma heeft. De voorbereidings­ vangen en veroordelen); (3) Rehabili­ tijd die het Home Office bood om het tate and Resettle (R&R, resocialisatie en programma op de rails te zetten, werd huisvesting van daders) – vormen als kortstondig ervaren. Politie en

reclassering namen volop deel in de programma’s, maar júíst de instanties die gezien de achtergrond van de daders (maatschappelijke problemen, zoals slechte bemiddelbaarheid voor de arbeidsmarkt) veel hadden kunnen betekenen, lieten het afweten. Winst van het programma was dat betrokken organisaties onderling vaker infor­ matie uitwisselden. Ook bood het programma aanknopingspunten voor een positieve en proactieve (op een toekomstperspectief gerichte) omgang met problematische daders. De effectiviteit van het programma werd beoordeeld aan aantallen delicten van de deelnemers, voorzover die uitmond­ den in een veroordeling. In het halfjaar voorafgaand aan het programma werden voor de gehele groep PPOklanten 22 484 veroor­de­lingen geteld tegenover 20 188 in de eerste zes maanden ná instroom in het program­ ma. Dat betekent een daling van 10 procent. Een “veelbelovend resultaat”, aldus het Home Office –waarbij moet worden bedacht dat de gemeten periode kort is en een controlegroep (een groep daders die níét deelneemt aan het programma) ontbreekt, waardoor de resultaten niet in een breder perspectief kunnen worden gezien. Nu maar hopen dat een evaluatie van de Nederlandse veel­ plegeraanpak goede resultaten laat zien in het doorbreken van de vicieuze cirkel waarin veelplegers zich bevinden. << Alfred Hakkert

70 special>> Veiligheid in de g4 | juli-augustus 2006

CCV-nieuws

Vergelijk uw veiligheidsplan met collega-gemeenten Wilt u weten welke onderwerpen andere gemeenten in hun lokale veiligheidsplannen hebben opgenomen? Wilt u uw veilig­heids­aanpak vergelijken met andere gemeenten met een soortgelijke problematiek? Dit is binnenkort allemaal mogelijk op de website van het Centrum voor Criminaliteits­preventie en Veiligheid (CCV). In een gemeentelijk veiligheidsplan legt een gemeente haar veiligheids­ ambities voor een bepaalde periode neer. Bij het opstellen van het plan, kan het nuttig zijn om eens een kijkje te nemen in de keuken van een collegagemeente. Welke veiligheidsthema’s nemen andere gemeenten bijvoorbeeld op in hun plannen en op welke manier pakken zij die problemen aan? Waarom zelf het wiel uitvinden, als een collegagemeente al ervaring heeft opgedaan met een oplossing voor problematiek die ook in uw gemeente speelt. Het CCV stelt op dit moment al een groot aantal gemeentelijke veilig­ heidsplannen beschikbaar via zijn website. Uit onderzoek blijkt dat deze plannen veelvuldig worden geraad­ pleegd. Om bezoekers tegemoet te komen in de vraag naar voorbeeld­ plannen is een instrument ontwikkeld waarmee gemeenten heel gericht kunnen zoeken binnen de beschikbare veiligheidsplannen. Het gaat om een gebruiksvriendelijke zoekmachine waarmee de plannen kunnen worden geselecteerd op verschillende criteria zoals: gemeente­

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=720ca5e5-6b77-4bad-9460-27c1a1d0dbdd