CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Strandpaviljoen Oranje Buiten ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 26 september 2023, gemeente HoornBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen Oranje Buiten17.609 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op allen bovengenoemde zones en bodemlagen is de bodemkwaliteit getypeerd als geschikt voor de functies wonen en industrie, de beoogde horeca functie is uitvoerbaar voor het aspect bodem. Daarbij worden er geen werkzaamheden in de bodem verricht waardoor (aanvullend) bodemonderzoek niet noodzakelijk is. Zodoende geeft het aspect bodem geen belemmeringen.

4.8 Water Toetsingskader Het bevoegd gezag voor het waterbeheer van het Markermeer is het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat lJsselmeergebied. Het plangebied grenst aan de primaire waterkering van het Markermeer, de uitlaat van het gemaal Oosterpolder ligt in het plangebied. Voor het beheer van de waterkering en het gemaal is het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier verantwoordelijk. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het projectgebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europees: ● Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: ● Nationaal Waterplan (NW) ● Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) ● Waterwet Provinciaal: ● Omgevingsplan ● Omgevingsvisie ● Omgevingsverordening

29/37

Waterschapsbeleid Het waterplan 2022-2027 van Hollands Noorderkwartier is gericht op het beheren van water en het beschermen van het land tegen overstromingen in het noordelijk deel van de provincie Noord-Holland. Hieronder vind je een samenvatting van de belangrijkste elementen van het waterplan: 1. Waterveiligheid: Hollands Noorderkwartier wil de waterveiligheid blijven verbeteren door het versterken van waterkeringen en het verbeteren van het peilbeheer. Ook wordt er ingezet op preventie en communicatie om de bewoners van het gebied beter voor te bereiden op mogelijke overstromingen. 2. Klimaatverandering: Het hoogheemraadschap wil zich beter voorbereiden op de effecten van klimaatverandering, zoals hevige regenval en langdurige droogte. Hiervoor worden maatregelen genomen zoals het vergroten van de waterbergingscapaciteit en het verminderen van verhard oppervlak. 3. Waterkwaliteit: Het hoogheemraadschap streeft naar een goede waterkwaliteit in de sloten, plassen en kanalen in het gebied. Er wordt bijvoorbeeld ingezet op het verminderen van de hoeveelheid nutriënten en medicijnresten in het water. 4. Waterketen: Hollands Noorderkwartier wil de waterketen efficiënter maken door het terugwinnen van grondstoffen en energie uit afvalwater. Ook wordt er gekeken naar mogelijkheden om het gebruik van drinkwater te verminderen door bijvoorbeeld het hergebruik van grijs water. 5.

Participatie en samenwerking: Het hoogheemraadschap wil samenwerken met andere partijen zoals gemeenten, bedrijven en bewoners om het waterbeheer in het gebied te verbeteren. Hierbij wordt ingezet op participatie en betrokkenheid van de inwoners. Kortom, het waterplan 2022-2027 van Hollands Noorderkwartier is gericht op het duurzaam beheren van water in het gebied en het beschermen van het land tegen overstromingen en andere effecten van klimaatverandering. Toetsing Huidige situatie Binnen het plangebied zijn geen watergangen aanwezig. Ten noordwesten is een primaire watergang gelegen. Ten zuiden ligt het Markermeer. De locatie ligt verder in de beschermingszone A van de primaire waterkering van het Hoogheemraadschap. Voor het Markermeer is ook een beschermingszone opgenomen, zie onderstaande figuren. Binnen deze beschermingszone gelden beperkingen voor bouwen en aanleggen om te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast. Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Verder bevinden zich tevens geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied.

Figuur 4-3 uitsnede legger HHNK (hhnk.nl, 2022)

30/37

Figuur 4-4 uitsnede legger HHNK (hhnk.nl, 2022)

Het plangebied is in de huidige situatie aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel, bestaande uit een gemengd stelsel.

Toekomstige situatie Voor de plannen van het beheerdersgebouw/horecavoorziening is een vergunning (kenmerk RWS SCV- 2012 3056 d.d. 18 juli 2012) verleend door Rijkswaterstaat. Tevens passen deze plannen binnen de keurontheffing van HHNK. Bij een toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m2 (in stedelijk gebied) is compensatie door aanleg van waterberging nodig. Er is geen toename van meer dan 500 m2 het verhard oppervlak. Watercompensatie is dan ook niet aan de orde. Hiernaast zijn geen watergangen of keringen nabij het projectgebied aanwezig. De permanente vergunning van het horecapaviljoen heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater. Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de ‘Keur’. Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd.

Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de ‘Keur’. Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Conclusie De permanente vergunning van het bestaande horecapaviljoen heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Voor de plannen van het beheerdersgebouw/horecavoorziening is een vergunning (kenmerk RWS SCV- 2012 3056 d.d. 18 juli 2012) verleend door Rijkswaterstaat. Tevens passen deze plannen binnen de keurontheffing van HHNK.

31/37

4.9 Ecologie Toetsingskader Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: ● Natura-2000 gebieden; ● Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een ruimtelijk plan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: ● alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; ● het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en ● de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Er geldt geen externe werking voor ingrepen buiten het NNN. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: ● soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; ● soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; ● overige soorten.

De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn.

32/37

Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van de ruimtelijke onderbouwing moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Toetsing Er worden geen fysieke wijzigingen aan de buitenzijde van het gebouw en het bijhorende terrein uitgevoerd. Het pand bestaat al. Hierdoor zijn negatieve effecten op mogelijk aanwezige beschermde soorten uitgesloten. Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde natura-2000 gebied betreft het Markermeer & IJmeer. Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden.

Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het plangebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. In de nabijheid liggen geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden (het Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer is niet gevoelig voor stikstofdepositie). Er is een stikstofberekening uitgevoerd met het wettelijk voorgeschreven rekenmodel Aerius (versie 2022). Bij de berekening is (worst case) uitgegaan van de gemiddelde verkeersgeneratie per weekdagetmaal in de twee drukste maanden van het jaar (387 mvt/etmaal licht verkeer en 8 mvt/etmaal middelzwaar vrachtverkeer. De werkelijke gemiddelde verkeersgeneratie ligt aanzienlijk lager. Daarnaast is rekening gehouden met het verbruik van propaangas, waarbij (worst case) ook het verbruik van het sanitairgebouw van de jachthaven is meegenomen. Oranje Buiten is aangesloten op een propaantank. 1 liter propaan is gelijk aan 0,73 m³ aardgasequivalent. In 2022 is door Oranje Buiten plus het sanitairgebouw van de jachthaven 12.800 liter propaan gas verbruikt, wat overeenkomt met 9.344 m³ aardgas. Uitgaande van 8,9 nm² rookgas per kuub aardgas is dit 83.162 Nm3 rookgas, met een emissieconcentratie van 70 mg NOx/Nm3 rookgas is de uitstoot 5,8 kg NOx per jaar.

Uit de berekening volgt dat er geen stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. De berekening is bijgevoegd als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing. Conclusie Vanwege de afwezigheid van effecten op ecologie, geeft het aspect ecologie geen belemmeringen.

33/37

4.10

Cultuurhistorie

Toetsingskader Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van ruimtelijke plannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Toetsing en conclusie In het projectgebied komen geen specifieke cultuurhistorische waarden voor. Het aspect cultuurhistorie geeft geen belemmeringen.

4.11

Archeologie

Toetsingskader Erfgoedwet Sinds 1 juli 2016 is de Wet op de archeologische monumentenzorg vervangen door de Erfgoedwet. De uitgangspunten uit het 'Verdrag van Malta' blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. Toetsing en conclusie Ter plaatse geldt een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Dit houdt in dat bij werkzaamheden bij een gebied van minimaal 500 m2 een archeologisch onderzoek nodig is.

Het voornemen is om het bestaande horecapaviljoen te legaliseren met een permanente vergunning. Er worden geen werkzaamheden uitgevoerd in de grond die meer beslaan dan 500 m2. Archeologisch onderzoek is om deze reden niet noodzakelijk. Het aspect archeologie vormt geen belemmering.

4.12

M.e.r.-beoordeling

Toetsingskader In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet worden beoordeeld of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D van het Besluit m.e.r. is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. In onderdeel D van het Besluit m.e.r. is de activiteit 'stedelijk ontwikkelingsproject' opgenomen met een drempelwaarde van 100 hectare of 2000 of meer woningen. Of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject is mede afhankelijk van de aard en omvang van het project en het gebied waarin de ontwikkeling plaatsvindt.

34/37

Toetsing en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat. De beoogde ontwikkeling betreft de legalisatie van een horecavestiging en blijft daarmee (ruim) onder de drempelwaarde. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' en dat een m.e.r.-beoordelingsbesluit niet nodig is. Hiertoe is een m.e.r.-beoordelingsnotitie opgemaakt en bijgevoegd als bijlage.

35/37

5. UITVOERBAARHEID 5.1

Economische uitvoerbaarheid

Ingevolge het Bro heeft de gemeente de onderzoeksverplichting om de financieel-economische uitvoerbaarheid van het plan te toetsen (artikel 3.1.6 lid 1 sub f Bro). De verantwoordelijkheid en het risico van de exploitatie ligt volledig bij de initiatiefnemer. Het vaststellen van een exploitatieplan is gezien het voorgaande niet noodzakelijk en de economische uitvoerbaarheid is voldoende gewaarborgd.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg In het kader van deze procedure wordt deze ruimtelijke onderbouwing voorgelegd aan de vooroverlegpartners. Eventuele reacties worden hier verwerkt.

36/37

6. CONCLUSIE In de huidige situatie staat er aan de Schelphoek in Hoorn het horecapaviljoen Oranje Buiten. Met een permanente omgevingsvergunning zal deze legaal kunnen blijven voortbestaan. Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn die dit tegenhouden. Met de vergunning wordt er bijgedragen aan de lokale economie. Daarnaast is er geen sprake van strijdigheid met nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid en zijn er geen belemmeringen vanuit de verschillende omgevingsaspecten. Geconcludeerd kan worden dat het toestaan van deze functies in overeenstemming is met relevante wet- en regelgeving en dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

37/37

Beste Dorus Sneijders, Naar aanleiding van de brief die wij van jullie ontvangen hebben op 23 maart 2023 met verzoek om aanvullende gegevens voor zaaknummer: 1065828 KDV Binnenweg 5 en het digitale overleg op donderdag 30 maart 2023 is het volgende besproken: Voor de aanvraag voor het wijzigen van het gebruik is verder geen aanvulling noodzakelijk. Deze kan als zodanig afgehandeld worden. Een omgevingsvergunning voor bouw (incl. hekwerk) en brandveilig gebruik zal in een vervolgaanvraag worden aangevraagd nadat deze gebruikswijziging is vergund. De brief met aanvullende gegevens zal worden meegenomen bij deze vervolgaanvraag.

BIJLAGE 1

STRANDPAVILJOEN ORANJE BUITEN Aanmeldnotitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling 27 maart 2023

1/24

DATUM KENMERK PROJECT PROJECTLEIDER

27 maart 2023 Marina Kaap Hoorn - omgevingsvergunning Oranje Buiten drs.ing. J.M. van Riet

OPDRACHTGEVER Ooms Bouw & Ontwikkeling PROJECTNUMMER 20221473 AUTEUR

2/24

Buddy de Groot

INHOUD 1.

2.

3.

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3

4 4 4

Plaats en kenmerken van het project

5

2.1 2.2

5 9

3/24

Plaats van het project Kenmerken van het project

Kenmerken van de milieueffecten

12

3.1

Verkeer en parkeren 3.1.1 Toetsingskader 3.1.2 Beoordeling effecten 3.1.3 Conclusie

12 12 12 15

3.2

Geluid 3.2.1 3.2.2 3.2.3

Toetsingskader Beoordeling effecten Conclusie

15 15 15 15

3.3

Luchtkwaliteit 3.3.1 Toetsingskader 3.3.2 Beoordeling effecten 3.3.3 Conclusie

16 16 16 16

3.4

Externe veiligheid 3.4.1 Toetsingskader 3.4.2 Beoordeling effecten 3.4.3 Conclusie

17 17 17 18

3.5

Bodem 3.5.1 3.5.2

Toetsingskader Beoordeling effecten en conclusie

18 18 19

Water 3.6.1 3.6.2 3.6.3

toetsingskader Beoordeling effecten Conclusie

20 20 20 21

3.7

Ecologie 3.7.1 Beoordeling effecten 3.7.2 Conclusie

22 22 23

3.8

Cultuurhistorie en archeologie 3.8.1 Toetsingskader 3.8.2 Archeologie 3.8.3 Cultuurhistorie 3.8.4 Conclusie

23 23 23 23 23

Mitigerende maatregelen en conclusie

24

3.6

4.

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in? Leeswijzer

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

Aan De Schelphoek in Hoorn is in de huidige situatie een beheerders- en horecavoorziening aanwezig. Deze staat bekend als Strandpaviljoen Oranje Buiten. De voorzieningen zijn vergund in 2013 met een tijdelijke vergunning voor 5 jaar omdat deze voorzieningen niet mogelijk zijn binnen het geldende bestemmingsplan ‘Schelphoek 2008’. De vergunning is na afloop van deze periode met 5 jaar verlengd en verloopt per 1 april 2023. Marina Kaap Hoorn wordt in de komende periode verder ontwikkeld. In de periode tot de herontwikkeling van het gebied is het niet meer mogelijk om de feitelijke situatie in stand te houden zonder nieuwe omgevingsvergunning welke deze feitelijke situatie mogelijk maakt. In het Besluit milieueffectrapporten (Besluit m.e.r.) is vastgelegd wanneer een milieueffectrapport (MER) of een milieueffectbeoordeling (m.e.r.-beoordeling) moet worden opgesteld bij projecten, plannen en besluiten. Voor uw aanvraag is het volgende onderdeel van belang: Besluit milieueffectrapportage categorie D (sectie D 11.2) De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

Bij overschrijding van de volgende drempelwaarden dient een m.e.r.-beoordeling te worden opgesteld, voor kleinere hoeveelheden is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig: In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: ● een oppervlakte van 100 hectare of meer; ● een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of; ● een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. In onderhavig geval is er dus sprake van een vormvrije m.e.r-beoordeling.

1.2

Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in?

In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: ● de plaats van het project; ● de omvang van het project; ● de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

1.3

Leeswijzer

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: ● beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; ● licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; ● geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling.

4/24

2. PLAATS EN KENMERKEN VAN HET PROJECT 2.1

Plaats van het project

Het projectgebied ligt aan de Schelphoek 4 in Hoorn. Het projectgebied is gelegen aan het Markermeer met een jachthaven. Ten westen ligt het Julianapark. Noordelijk en noordoostelijk zijn verschillende vormen van bedrijvigheid, met name bouwmarkten en jachthaven gerelateerde werkplaatsen en winkels.

Figuur 2-1 Ligging projectgebied (cyclomedia 2023)

Beschermde gebieden – Milieugevoelige gebieden Het projectgebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000, zie figuur 2-2. Het projectgebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zie figuur 2-3. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied gelegen op een afstand van circa 10 m en betreft het gebied Het Markermeer en IJmeer. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura-2000 gebied betreft de Eilandpolder, op een afstand van circa 14km. Het dichtstbijzijnde natuurgebied behorende tot het NNN ligt op een afstand van circa 1,4 km. Ten slotte is het gebied niet gelegen in of nabij een stiltegebied of waterwin- grondwaterbeschermingsgebied, zie figuur 2-4.

5/24

Figuur 2-2 Projectgebied (rode stip) en Natura-2000 gebieden (aerius.nl)

6/24

Figuur 2-3 Projectgebied (rode stip) en NNN. (Atlas leefomgeving)

7/24

Figuur 2-4 Grondwaterbeschermingskaart rondom bronnen voor drinkwater (atlas leefomgeving)

8/24

2.2

Kenmerken van het project

Huidige situatie Het strandpaviljoen bestaat uit een aantal gebouwen en bouwwerken. De combinatie van houten gebouwen, stalen containers, terrassen en een pagodetent bieden ruimte aan alle bij het paviljoen benodigde functies, zoals het restaurant, buiten terras, keuken en opslag. Door plaatsing van zonnepanelen op het dak boven de containers wordt (deels) voorzien in de eigen energiebehoefte. Onderstaande figuren geven de beoogde situatie weer.

Figuur 2-5 Plattegrond bestaande situatie

9/24

Figuur 2-6 Situatie op 24 maart 2022 (Cyclomedia)

Planologische regeling Ter plaatse gelden de volgende bestemmingsplannen: ● ‘Schelphoek 2008’ (vastgesteld op 24 juni 2008); ● Paraplubestemmingsplan Archeologie (vastgesteld op 7 maart 2017); ● Paraplubestemmingsplan parkeren & laden en lossen (vastgesteld op 13 november 2018); ● Veegplan (vastgesteld 8 december 2020); ● Veegplan 2 (vastgesteld 31 mei 2022).). Schelphoek 2008 Op basis van dit bestemmingsplan geldt ter plaatse de bestemming ‘Verkeers- en verblijfsdoeleinden’. Verder geldt er een dubbelbestemming ‘Aandachtszone industrielawaai’ en de aanduiding ‘parkeerterrein’. Zie figuur 2-7 voor een uitsnede van de verbeelding. De gronden binnen de bestemming ‘Verkeers- en verblijfsdoeleinden’ zijn aangewezen voor: wegen en straten, paden, een parkeerterrein ter plaatse van de aanduiding ‘parkeerterrein’, gebouwen ten behoeve van opslag, onderhoud en beheer en daarbij behorende groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, sloten en bermen, waterbouwkundige werken, waterhuishoudkundige voorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van opslag, onderhoud en beheer van de scouting. Er mogen maximaal twee gebouwen staan en de oppervlakte per gebouw mag ten hoogste 60 m2 bedragen. De toegestane bouwhoogte is 3,5 meter.

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen ten behoeve van dammen en daarmee gelijk te stellen bouwwerken maximaal 2,5 hoog zijn. Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde en anders dan voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mogen niet een grotere bouwhoogte hebben dan 15 meter. De gronden en bouwwerken mogen niet worden gebruikt voor andere doelen dan voor die doelen die zijn toegestaan onder de bestemmingsomschrijving. Verder mogen de gronden en bouwwerken tijdelijk, al dan niet periodiek, worden

10/24

gebruikt als evenemententerrein. De gronden aangewezen met de dubbelbestemming ‘Aandachtszone industrielawaai’ zijn, naast de andere bestemmingen, aangewezen voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting vanwege het industrieterrein van geluidgevoelige gebouwen. Geluidgevoelige gebouwen mogen binnen deze gronden niet worden gebouwd.

Figuur 2-7 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Schelphoek 2008' (ruimtelijkplannen.nl)

Cumulatie met andere projecten Voor zover bekend zijn er in de buurt van het projectgebied geen andere plannen en projecten.

11/24

3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN 3.1

Verkeer en parkeren

3.1.1 Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer is er geen specifieke wetgeving van toepassing. In algemene zin is het bij nieuwe ontwikkelingen van belang om aan te tonen dat het verkeer op een goede en veilige wijze kan worden afgewikkeld. Beoordelingscriteria Bij de beoordeling van de effecten op het gebied van verkeer zijn de volgende criteria van belang: ● gevolgen voor de verkeersafwikkeling: de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling en de capaciteit van de ontsluitende wegen en kruispunten; ● gevolgen voor de verkeersveiligheid: de vormgeving en weginrichting versus de te verwachten verkeersintensiteiten; ● parkeerbehoefte en gevolgen voor de parkeerdruk in de omgeving: de parkeerbehoefte van de beoogde functie en de wijze waarop daarin wordt voorzien. 3.1.2 Beoordeling effecten Huidige ontsluiting Projectgebied De beoogde ontwikkeling wordt ontsloten op de Schelphoek. Ten hoogte van het projectgebied is de Schelphoek ingericht als een ontsluitingsweg bedrijventerrein. Ter plaatse geldt een maximumsnelheid van 15 km/u. De Schelphoek leidt in oostelijke richting via de Protonweg over bedrijventerrein Hoorn 80 naar het kruispunt Kernweg – Electronweg – Protonweg. De Protonweg is eveneens ingericht als ontsluitingsweg bedrijventerrein. Er geldt een snelheidsregime van 50 km/u.

De Kernweg is ingericht als gebiedsontsluitingswegen met een maximumsnelheid van 50 km/u. In noordelijke richting leidt de Kernweg naar de aansluiting op de Provincialeweg. De Provincialeweg is ingericht als een gebiedsontsluitingsweg met een maximale snelheid van 70 km/u. In oostelijke richting loopt de weg buiten de bebouwde kom over in de N506 en leidt naar Stede Broec, terwijl de Provincialeweg in westelijke richting door de kern Hoorn leidt naar de aansluiting op de A7, tussen Winschoten en Purmerend. Op de Schelphoek zijn geen voorzieningen aanwezig voor het langzaam verkeer, waardoor zij de rijbaan moeten delen met het gemotoriseerde verkeer. De snelheid op de Schelphoek is echter dermate laag dat de verkeersveiligheid van het langzaam verkeer geborgd blijft. Het langzaam verkeer zal bovendien eerder gebruik maken van het parallel aan de Schelphoek gelegen fietspad over de Schellinkhouterdijk die onderdeel uitmaakt van het fietspadenstelsel in de omgeving. In het omliggende gebied zijn geen OV-haltes aanwezig op loopafstand van het projectgebied. De dichtstbijzijnde bushalte ligt op circa 700 m afstand. Verkeersgeneratie De ontwikkeling betreft een horecaonderneming ingericht als strandpaviljoen. De verkeersgeneratie daarvan is deels seizoensgebonden. Voor horecaondernemingen zijn geen CROW-kencijfers beschikbaar.

Daarom wordt de verkeersgeneratie van het Projectgebied bepaald aan de hand van bedrijfs- en ervaringsgegevens van de ondernemer. Het projectgebied trekt gedurende een gemiddelde werkdag 569 bezoekers. Gemiddeld komen er per dag circa 4 bestelbussen/vrachtwagens naar het projectgebied. In totaal bedraagt de geschatte verkeersgeneratie van het projectgebied dan ook (387 + 8 =) 395 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde weekdag en (493 + 8 =) 501 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. De omvang van het bezoek op de drukste 10 à 15 dagen omvat 1.000 tot 1.400 gasten. Het betreft voornamelijk zondagen met mooi weer. Het drukste uur ligt dan tussen 14:00 en 15:00 uur. Dan arriveert naar schatting 45% van de gasten van die dag. Het vertrek vindt gespreid plaats. Op piekdagen komt circa 35% van het bezoek per auto. De gemiddelde autobezetting bedraagt dan circa 3,5 persoon per auto. Dit leidt voor het drukste uur op een piek dag tot maximaal 63 mvt/uur

12/24

[(1.400 x 45%) x (35% / 3,5)]. Als gevolg van een lager autogebruik (samenhangend met zomers weer en een hogere autobezetting) wijkt de verkeersomvang tijdens het drukste uur niet wezenlijk af van het drukste uur op werkdagen. Verkeerstoedeling Vanaf het projectgebied zal het gegenereerde verkeer volledig worden ontsloten over de Schelphoek, om vervolgens vanaf het kruispunt Schellinkhouterdijk – Protonweg – Schelphoek te worden ontsloten via de Protonweg. Op de Protonweg wordt het gegenereerde verkeer verder in oostelijke richting ontsloten tot aan het kruispunt Kernweg – Electronweg – Protonweg, vanaf waar het gegenereerde verkeer volledig in noordelijke richting wordt ontsloten over de Kernweg naar de aansluiting op de Provincialeweg. Op de Provincialeweg zal 60% (38 mvt/uur) worden ontsloten in westelijke richting, terwijl de overige 40% (25 mvt/uur) richting het oosten wordt ontsloten. In figuur 3-1 is de beoogde verkeerstoedeling weergegeven.

Figuur 3-1 Verkeerstoedeling van het gegenereerde verkeer

De grootste verkeersomvang ten gevolge van de ontwikkeling wordt afgewikkeld over de Schelphoek en de Protonweg. Daar bedraagt de omvang van het verkeer van Oranje Buiten op het drukste uur 63 mvt/uur. Doordat de Schelphoek een doodlopende straat betreft zal het verkeer op deze weg bestaan uit hetgeen dat gegenereerd wordt door de aangelegen functies. Op basis van de aangelegen functies is de verkeersintensiteit op de Schelphoek dermate laag dat de weg de verkeersgeneratie van het projectgebied probleemloos kan verwerken. Ook de Protonweg kan dit verkeer zonder problemen vlot en veilig verwerken. De verkeersgeneratie van Oranje Buiten is dermate laag dat dit niet zal leiden tot knelpunten in de verkeersdoorstroming en verkeersveiligheid op de omliggende wegen. Doordat het langzaam verkeer voornamelijk gescheiden van het gemotoriseerde verkeer wordt afgewikkeld over de Schellinkhouterdijk, is de verkeersveiligheid van het verkeer voldoende gewaarborgd. Een aandachtspunt van beperkte omvang is het kruispunt Schellinkhouterdijk – Protonweg – Schelphoek, waar het autoverkeer de dijk met daarop een solitair fietspad kruist. Door middel van wegmarkering en bebording is de voorrangsregeling op het kruispunt duidelijk herkenbaar gemarkeerd.

Hooguit zou het autoverkeer nog iets beter op het kruisende fietsverkeer kunnen worden geattendeerd door het voorrangsbord te voorzien van een oranje/geel achtergrondschild en een onderbord dat aangeeft dat fietsverkeer van twee kanten komt.

13/24

Parkeren Alhoewel de parkeerbehoefte conform de gemeentelijke parkeernormen 29 parkeerplaatsen bedraagt, blijkt uit ervaringscijfers vanuit de ontwikkelaar dat de werkelijke parkeerbehoefte van het projectgebied doorgaans hoger is. In tabel 4 is een overzicht opgesteld van de geschatte parkeerbehoefte gedurende het drukste moment weergegeven per dag op basis van de ervaringscijfers van de eigenaar. Het gaat hier om de gezamenlijke parkeerbehoefte van Oranje Buiten, de jachthaven(met 143 ligplaatsen) en activiteitencentrum Outdoor Hoorn. De parkeerbehoefte van de elders op Marina Kaap Hoorn gelegen horecaonderneming De Baai en Clean to Anywhere (C2A) wordt niet op de parkeerplaatsen rond Oranje Buiten opgevangen, maar op het veld bij De Baai. Daarbij kan worden opgemerkt dat C2A nauwelijks een parkeerbehoefte kent (slechts enkele auto’s). Tabel 3-1 De geschatte gemiddelde parkeerbehoefte per weekmoment

Gedurende een gemiddelde week is de zondag de maatgevende dag, wanneer gedurende het drukste moment het projectgebied een parkeerbehoefte heeft van 200 parkeerplaatsen. Dit is dus inclusief de parkeerbehoefte van de jachthaven en Outdoor Hoorn. Daarnaast zijn er circa 10 à 15 piekdagen gedurende het gehele jaar wanneer de parkeerbehoefte stijgt naar 250 parkeerplaatsen.

Figuur 3-2 Parkeeraanbod rond Oranje Buiten

Totaal zijn zonder meer 300 parkeerplaatsen beschikbaar, zie bovenstaand figuur. De parkeerbehoefte van het projectgebied wordt echter voornamelijk opgevangen op het (rood omkaderde) naastgelegen halfverharde parkeerterrein. Hier is een capaciteit van circa 155 parkeerplaatsen. Op werkdagen en zaterdagen volstaat deze capaciteit. Op zondagen (soms) en op piekdagen (altijd) is de parkeerbehoefte op de drukste momenten groter. Aanvullende parkeerruimte wordt dan gevonden op de parkeerplaatsen van BMN Bouwmaterialen (blauw omkaderd) en in de bermen van Schelphoek en langs het pad naar De Baai (geel omkaderd).

14/24

Voor het opvangen van het fietsparkeren zijn circa 300 stallingsplaatsen gerealiseerd op eigen terrein. Dit volstaat. De ondernemer heeft nog niet lang geleden stallingsvoorzieningen bijgeplaatst om het parkeren beter te reguleren. 3.1.3 Conclusie De verkeersgeneratie van het Projectgebied bedraagt 501 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. De capaciteit van de omliggende wegen volstaat ruimschoots om de verkeersgeneratie van het projectgebied probleemloos af te wikkelen. Ook de verkeersveiligheid op de omliggende wegen is gewaarborgd door middel van het overwegend gescheiden afwikkelen van het langzame en gemotoriseerde verkeer. Alleen op het kruispunt Schellinkhouterdijk – Protonweg – Schelphoek komen fietsers in aanraking met het gemotoriseerd verkeer, maar ook op dit kruispunt is de verkeersveiligheid geborgd door middel van een heldere inrichting. Wel kan de verkeersveiligheid verder verbeterd worden door waarschuwingsborden te plaatsen, om automobilisten te wijzen op het feit dat fietsers van twee kanten kunnen komen. Gedurende een gemiddelde week bedraagt de maatgevende parkeerbehoefte van het projectgebied inclusief de jachthaven en Outdoor Hoorn 200 parkeerplaatsen.

Op het naastgelegen terrein liggen voldoende parkeerplaatsen om de parkeerbehoefte op te vangen, maar de capaciteit van het terrein kan verder worden verhoogd door de opslagplaatsen voor de boten te verplaatsen. Gedurende drukkere zondagen en piekdagen kan de aanvullende parkeerbehoefte opgevangen worden in het omliggende gebied. De beoogde ontwikkeling heeft geen negatief effect omtrent verkeer en parkeren.

3.2

Geluid

3.2.1 Toetsingskader Het aspect 'geluid' gaat over geluidhinder op geluidsgevoelige objecten als gevolg van verkeer en industrie. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidszones van toepassing. Als er geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet de geluidsbelasting op de gevels hiervan worden bepaald en getoetst worden aan de normen. 3.2.2 Beoordeling effecten Industrielawaai Het projectgebied bevindt zich in een aandachtszone industrielawaai. Deze aanduiding is bestemd om het tegengaan van een te hoge geluidbelasting vanwege het industrieterrein van geluidgevoelige gebouwen. Daardoor is er een bebouwingsbepaling waarbinnen staat dat een op de grond van de basisbestemming toelaatbaar geluidgevoelig gebouw niet mag worden gebouwd. Binnen het projectgebied wordt horeca mogelijk gemaakt. Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) is deze functie geen geluidsgevoelige functie en dient derhalve geen akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. VNG bedrijfsactiviteiten Het beoogde paviljoen kan worden getypeerd als cafés, bars of restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d1. Deze bedrijfsactiviteiten zijn gekenmerkt als milieucategorie 1.

Hierbij geldt een richtafstand van 10 m voor geluid binnen een rustige woonwijk. De dichtstbijzijnde geluidsgevoelige objecten zijn gelegen op een afstand van 300 m in de woonwijk Hoorn-Noord en Venenlaankwartier. 3.2.3 Conclusie Met de beoogde ontwikkeling worden geen geluidsgevoelige objecten mogelijk gemaakt. Bij de beoogde bedrijfsactiviteiten is er sprake van een richtafstand van 10 m voor geluid, er liggen geen geluidgevoelige objecten binnen deze richtafstand. Hiermee worden geen negatieve effecten verwacht vanuit het aspect geluid.

1 SBI 561 en 563 van bijlage 1 richtafstanden, VNG Bedrijven en Milieuzonering (VNG 2009)

15/24

3.3

Luchtkwaliteit

3.3.1 Toetsingskader Voor luchtkwaliteit is de Wet milieubeheer hoofdstuk luchtkwaliteitseisen leidend. Hierin is onder andere opgenomen dat een ontwikkeling doorgang kan vinden indien wordt voldaan aan de grenswaarden, of indien een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen. Beoordelingscriteria Bij de beoordeling van de effecten op het gebied van luchtkwaliteit zijn de volgende criteria van belang: ● Gevolgen voor de concentraties luchtverontreinigende stoffen in relatie tot de wettelijke grenswaarden luchtkwaliteit (NO2, PM10,PM2,5) uit de Wet milieubeheer; ● Gevolgen voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende gevoelige functies. In de Wet luchtkwaliteit zijn normen gesteld voor de concentraties voor met name NO2, PM10 en PM2.5. 3.3.2 Beoordeling effecten In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de CIMLK kaart (https://www.cimlk.nl/kaart). De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Lageweg, direct ten oosten van het projectgebied. Uit de kaart blijkt dat in 2022 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen.

De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2022; 12,93 μg/m³ voor NO2, 14,4 μg/m³ voor PM10 en 7,3 μg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen. Hierdoor is er ter plaatste van het projectgebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op het legaliseren van een paviljoen en leidt tot een toename van verkeer van 395 mvt/etmaal voor lichtverkeer en 4 mvt/etmaal voor vrachtverkeer (weekdaggemiddelde). Uit de NIBM-tool blijkt dat deze verkeerstoename zorgt voor een toename van het gehalte stikstof in de lucht van 0,30 μg/m³ en van fijn stof 0,06 μg/m³. Beide toenames blijven beneden de 1,2 μg/m³. Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Tabel 3-2 Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gebold van een plan op luchtkwaliteit.

3.3.3 Conclusie De luchtkwaliteit ter plaatse is van goede kwaliteit. De beoogde ontwikkeling heeft geen significant effect op de luchtkwaliteit ter plaatse. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.

16/24

3.4

Externe veiligheid

3.4.1 Toetsingskader Voor de beoordeling van externe veiligheid zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. Voor het GR geldt een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) bevat de regels rondom transportroutes (over de weg, het spoor en het water) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) de regels met betrekking tot risicorelevante buisleidingen.

Beoordelingscriteria Bij de beoordeling van de effecten op het gebied van externe veiligheid zijn de volgende criteria van belang: ● gevolgen voor de risicosituatie (plaatsgebonden risico en groepsrisico) van omliggende risicobronnen; ● gevolgen van de beoogde activiteiten voor de risicosituatie ter plaatse van omliggende kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. 3.4.2 Beoordeling effecten De beoogde ontwikkeling maakt het gebruik van een propaantank mogelijk. Dit object moet voldoen aan de eisen van het Activiteitenbesluit. De voorschriften van het opslaan van propaan zijn van toepassing als de opslagtanks elk een inhoud van maximaal 13 kubieke meter hebben; niet meer dan twee opslagtanks aanwezig zijn; propaan uitsluitend in de gasfase wordt onttrokken (behalve bij het leegmaken van een opslagtank voor verplaatsing). Voor propaantanks die niet onder het Activiteitenbesluit vallen worden de externe veiligheidsafstanden in de omgevingsvergunning vastgelegd. De veiligheidsafstand voor de propaantank is maximaal 50 meter voor (beperkt) kwetsbare objecten in de omgeving. De dichtstbijzijnde kwetsbare objecten betreffen woningen op een afstand van circa 200 meter. Negatieve effecten als gevolg van de propaantank op nabij gelegen kwetsbare objecten kunnen zodoende worden uitgesloten.

Figuur 3-3 Propaantank in projectgebied

17/24

Overeenkomstig de risicokaart waarin relevante risicobronnen worden getoond, zijn in de nabije omgeving van het projectgebied enkele risicobronnen gelegen. Het projectgebied ligt in de buurt van de A7 waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Er is een LPG installatie nabij gelegen. Voor de rest is er geen sprake van vervoer van gevaarlijke stoffen via het water, spoor of buisleidingen in de nabije omgeving. Op 230 m afstand is een LPG installatie gelegen, zie onderstaand figuur. Het projectgebied ligt buiten het invloedsgebied (150 m) van de LPG installatie.

Figuur 3-4 Uitsnede risicokaart (atlas leefomgeving 2023)

Het projectgebied ligt op 3 km afstand van de A7. Deze route vervoert de stoffen LF1, LF2 en LT2. Het maatgevende invloedsgebied is 880 m. Het invloedsgebied van de A7 reikt niet tot het projectgebied. 3.4.3 Conclusie De propaantank ligt op voldoende afstand van de dichtstbijzijnde kwetsbare objecten. Het projectgebied is niet gelegen in het invloedgebied van de nabij gelegen LPG installatie of het invloedsgebied van de A7. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.

3.5

Bodem

3.5.1 Toetsingskader De overheid streeft naar duurzaam gebruik van de bodem. Dit door middel van het schoonmaken van ernstig verontreinigde grond (saneren), licht verontreinigde grond blijvend te beheren en schone grond schoon te houden. Deze algemene landelijke doelstellingen zijn vastgelegd in het Nationaal Milieubeleidsplan. In diverse wet- en regelgeving zijn deze doelstellingen nader uitgewerkt. Bij een functiewijzigingen dient te worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor de beoogde functie. Daarnaast geeft de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB) invulling aan het bodembeschermingsbeleid met betrekking tot bedrijfsmatige activiteiten. Beoordelingscriteria Bij de beoordeling van de effecten op het gebied van bodem zijn de volgende criteria van belang: ● huidige bodemkwaliteit en geschiktheid voor de beoogde functies(s); ● effect van de beoogde ontwikkeling op de bodemkwaliteit;

18/24

●

analyse van plangebied m.b.t. niet-gesprongen-explosieven en beoogde functie(s).

3.5.2 Beoordeling effecten en conclusie Beoogd is om het bestaande horecapaviljoen permanent te vergunnen. Voor de regio is er een bodemkwaliteitskaart beschikbaar opgesteld door Lievense CSO2. In de bodemkwaliteitskaart zijn op basis van historie, gebruik en bodemkwaliteit in totaal 6 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte, 5 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2,0 meter diepte onderscheiden en ook 2 bodemkwaliteitszones voor de PFAS-verbindingen PFOA en PFOS (bodemlagen 0-0,5 m-mv en 0,5-1,0 m-mv.). 3.5.3 Conclusie Op allen bovengenoemde zones en bodemlagen is de bodemkwaliteit getypeerd als geschikt voor de functies wonen en industrie, de beoogde horeca functie is uitvoerbaar voor het aspect bodem. Daarbij worden er geen werkzaamheden in de bodem verricht waardoor (aanvullend) bodemonderzoek niet noodzakelijk is. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten

2 Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart, Lievense CSO, November 2020, 15M1207.RAP001

19/24

3.6

Water

3.6.1 toetsingskader Het toetsingskader voor water wordt met name gevormd door de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de uitwerking daarvan en de Waterwet en onderliggende uitvoeringsregels. De provincie en het waterschap hebben dit uitgewerkt in regionaal beleid en uitvoeringsplannen. Het projectgebied ligt binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Ook grenst het gebied aan het beheergebied van Rijkswaterstaat, zij is verantwoordelijk voor het Markermeer. Beoordelingscriteria Bij de beoordeling van de effecten op het gebied van water zijn de volgende criteria van belang: ● Effecten op de waterhuishouding: waterkwantiteit, waterkwaliteit; ● Effecten op de waterkeringen en waterveiligheid; ● Effecten op waterketen; 3.6.2 Beoordeling effecten Huidige situatie Binnen het projectgebied zijn geen watergangen aanwezig. Ten Noordwesten is een primaire watergang gelegen. Ten zuiden ligt het Markermeer. Voor het Markermeer is een beschermingszone opgenomen, zie onderstaand figuur. Binnen deze beschermingszone gelden beperkingen voor bouwen en aanleggen om te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel van de kades en/of de veiligheid wordt aangetast. Binnen het projectgebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water.

Verder bevinden zich tevens geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het projectgebied.

Figuur 3-5 Uitsnede legger HHNK (hhnk.nl, 2022)

Het projectgebied is niet gelegen binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering of het Markermeer. De locatie ligt verder in de beschermingszone A van de primaire waterkering van het Hoogheemraadschap, zie onderstaand figuur. Het projectgebied is in de huidige situatie aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel, bestaande uit een gemengd stelsel.

20/24

Figuur 3-6 uitsnede legger HHNK (hhnk.nl, 2022)

Toekomstige situatie Voor de plannen van het beheerdersgebouw/horecavoorziening is een vergunning (kenmerk RWS SCV- 2012 3056 d.d. 18 juli 2012) verleend door Rijkswaterstaat. Tevens passen deze plannen binnen de keurontheffing van HHNK. Bij een toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m2 (in stedelijk gebied) is compensatie door aanleg van waterberging nodig. Er is geen toename van meer dan 500m2 verhard oppervlak. Watercompensatie is dan ook niet aan de orde. Hiernaast zijn geen watergangen of keringen binnen het projectgebied aanwezig. De permanente vergunning van het horecapaviljoen heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater. 3.6.3 Conclusie De permanente vergunning van het bestaande horecapaviljoen heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Voor de plannen van het beheerdersgebouw/horecavoorziening is een vergunning (kenmerk RWS SCV- 2012 3056 d.d. 18 juli 2012) verleend door Rijkswaterstaat. Tevens passen deze plannen binnen de keurontheffing van HHNK. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling op het waterhuishoudkundigsysteem kunnen zodoende worden uitgesloten.

21/24

3.7

Ecologie

Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dieren plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: ● Natura-2000 gebieden; ● Natuurnetwerk Nederland (NNN) Natura-2000 gebieden Natura 2000 richt zich op het behoud en de ontwikkeling van natuurgebieden in heel Europa. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Voor Nederland gaat het om ruim 160 gebieden. Alle Natura 2000-gebieden liggen binnen het Nationaal Na-tuurnetwerk. Een groot deel van de Natura 2000-gebieden is inmiddels definitief aangewezen. Dat gebeurt in de vorm van een aanwijzingsbesluit. In het aanwijzingsbesluit staat welke doelen Nederland nastreeft voor een bepaald gebied, bijvoorbeeld welke planten en dieren bescherming verdienen. Vervolgens komt er in nauw overleg met betrokken partijen een beheerplan, waarin onder andere staat beschreven welke maatregelen nodig zijn om de doelen te behalen.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) In de Wet natuurbescherming is ook geregeld dat de provincies ter bescherming van bijzondere soorten een landelijk samenhangend stelsel van natuurgebieden moet begrenzen én beschermen, het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Verdere uitwerking hiervan is opgenomen onder de provinciale verordening. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: ● soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; ● Soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; ● overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen en de voorwaarden waaronder Gedeputeerde Staten hiervan ontheffing of Provinciale Staten hiervan vrijstelling kunnen verlenen. Beoordelingscriteria Bij de beoordeling van de effecten op het gebied van natuur zijn de volgende criteria van belang: ● gebiedsbescherming: aantasting of verstoring van Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland; ● soortenbescherming: aantasting of verstoring van bestaande natuurwaarden. 3.7.1 Beoordeling effecten Er worden geen fysieke wijzigingen aan de buitenzijde van het gebouw en het bijhorende terrein uitgevoerd. Het pand bestaat al. Hierdoor zijn negatieve effecten op mogelijk aanwezige beschermde soorten uitgesloten. Het projectgebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000.

Het projectgebied maakt ook geen deel uit van het natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde natura-2000 gebied betreft het Markermeer & IJmeer. Het projectgebied ligt buiten beschermde natuurgebieden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het projectgebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. In de nabijheid liggen geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden (het Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer is niet gevoelig voor stikstofdepositie). Er is een stikstofberekening uitgevoerd met het wettelijk voorgeschreven rekenmodel Aerius (versie

22/24

2022). Bij de berekening is (worst case) uitgegaan van de gemiddelde verkeersgeneratie per weekdagetmaal in de twee drukste maanden van het jaar (387 mvt/etmaal licht verkeer en 8 mvt/etmaal middelzwaar vrachtverkeer. De werkelijke gemiddelde verkeersgeneratie ligt aanzienlijk lager. Daarnaast is rekening gehouden met het verbruik van propaangas, waarbij (worstcase) ook het verbruik van het sanitairgebouw van de jachthaven is meegenomen. Oranje Buiten is aangesloten op een propaantank. 1 liter propaan is gelijk aan 0,73 m³ aardgasequivalent. In 2022 is door Oranje Buiten plus het sanitairgebouw van de jachthaven 12.800 liter propaan gas verbruikt, wat overeenkomt met 9.344 m³ aardgas. Uitgaande van 8,9 nm² rookgas per kuub aardgas is dit 83.162 Nm3 rookgas, met een emissieconcentratie van 70 mg NOx/Nm3 rookgas is de uitstoot 5,8 kg NOx per jaar. Uit de berekening volgt dat er geen stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. De berekening is bijgevoegd als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing. 3.7.2 Conclusie Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling omtrent ecologie kunnen zodoende worden uitgesloten.

3.8

Cultuurhistorie en archeologie

3.8.1 Toetsingskader Op grond van de in het bestemmingsplan opgenomen dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie Waardevol Verwachtingsgebied 3' zijn de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden. Op en in de gronden waar deze dubbelbestemming geldt mag zonder archeologisch onderzoek gebouwd worden indien de maximale oppervlakte van de ontwikkeling 10.000 m². Erfgoedverordening gemeente Soest 2017 De bescherming van archeologische waarden was voorheen in de erfgoedverordening (2014) geborgd. Deze verordening is met het inwerkingtreden van de erfgoedverordening Soest 2017 komen te vervallen. De huidige verordening ziet in beginsel niet meer toe op archeologie. De archeologische waarden worden nu uitsluitend geborgd in bestemmingsplannen en de afwijkvergunning op basis van de Wabo. 3.8.2 Archeologie Ter plaatse geldt een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Dit houdt in dat bij werkzaamheden bij een gebied van minimaal 500 m2 een archeologisch onderzoek nodig is. Het voornemen is om het bestaande horecapaviljoen te legaliseren met een permanente vergunning. Er worden geen werkzaamheden uitgevoerd in de grond die meer beslaan dan 500 m2. Archeologisch onderzoek is om deze reden niet noodzakelijk.

Het aspect archeologie vormt geen belemmering 3.8.3 Cultuurhistorie Er zijn in en nabij het projectgebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Negatieve effecten op deze waarden zijn dan ook uitgesloten. 3.8.4 Conclusie Beoogde ontwikkeling heeft geen negatieve effecten voor archeologie en cultuurhistorie.

23/24

4. MITIGERENDE MAATREGELEN EN CONCLUSIE Uit de informatie in deze merbeoordeling blijkt dat het projectgebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Verder leiden de aard en omvang van het project niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk.

24/24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=739bcc95-1ccb-4de3-a88a-b277c7abf24c