Bijlage 1 - Strandpaviljoen Oranje Buiten ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
STRANDPAVILJOEN ORANJE BUITEN Ruimtelijke onderbouwing 28 maart 2023
1/37
DATUM KENMERK
28 maart 2023 20221473/68086/
PROJECT PROJECTLEIDER
Marina Kaap Hoorn - omgevingsvergunning Oranje Buiten drs. ing. J.M. van Riet
OPDRACHTGEVER Ooms Bouw & Ontwikkeling PROJECTNUMMER 20221473 AUTEUR
2/37
C. Serno, ing. B.J. de Groot en mr. N. Weijland
INHOUD 1.
2.
3.
4.
3/37
Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
5 5 5 7
Aanleiding Ligging projectgebied Geldende bestemmingsplannen Leeswijzer
Projectbeschrijving
8
2.1
8
Huidige situatie
Beleidskader
10
3.1
Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening)
10 10 11 11
3.2
Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 3.2.2 Provinciale verordening Noord-Holland 3.2.3 Economische Agenda Noord-Holland
14 14 14 15
3.3
Regionaal beleid 3.3.1 Regionale economische visie West-Friesland 3.3.2 Regionale horecavisie West-Friesland
16 16 16
3.4
Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Hoorn
17 17
Toetsing aan omgevingsaspecten
18
4.1
Verkeer en parkeren 4.1.1 Toetsingskader 4.1.2 Ontsluiting plangebied 4.1.3 Verkeersgeneratie 4.1.4 Verkeerstoedeling 4.1.5 Beoordeling verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid 4.1.6 Verkeersgeneratie autoverkeer op piekdagen 4.1.7 Parkeren 4.1.8 Conclusie
18 18 18 18 20 21 22 22 24
4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10
Geluid Bedrijven en milieuzonering Kabels en leidingen Externe veiligheid Luchtkwaliteit Bodemkwaliteit Water Ecologie Cultuurhistorie
24 24 25 25 27 29 29 32 34
5.
6.
4/37
4.11 Archeologie 4.12 M.e.r.-beoordeling
34 34
Uitvoerbaarheid
36
5.1 5.2
36 36
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Conclusie
37
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
Aan De Schelphoek in Hoorn is in de huidige situatie een beheerders- en horecavoorziening aanwezig. Deze staat bekend als Strandpaviljoen Oranje Buiten. De voorzieningen zijn vergund in 2013 met een tijdelijke vergunning voor 5 jaar omdat deze voorzieningen niet mogelijk zijn binnen het geldende bestemmingsplan ‘Schelphoek 2008’. De vergunning is na afloop van deze periode met 5 jaar verlengd en verloopt per 1 april 2023. Marina Kaap Hoorn wordt in de komende periode verder ontwikkeld. In de periode tot de herontwikkeling van het gebied is het niet meer mogelijk om de feitelijke situatie in stand te houden zonder nieuwe omgevingsvergunning welke deze feitelijke situatie mogelijk maakt. Een omgevingsvergunning ‘Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ en een omgevingsvergunning bouw moet worden verleend op basis van artikel 2.12 eerste lid onder a onder 3° Wet algemene bepalingen (Wabo). Bij deze omgevingsvergunning is een ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk. Deze ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin. Met de omgevingsvergunning geldt er een juridisch-planologisch kader waarmee de feitelijk aanwezige activiteiten kunnen worden voortgezet.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied ligt aan de Schelphoek 4 in Hoorn. In de omgeving zijn een jachthaven en verschillende bouwmateriaalen jachtbouwbedrijven aanwezig.
Figuur 1.2.1 Ligging projectgebied (bron: Cyclomedia 2023)
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Ter plaatse gelden de volgende bestemmingsplannen: ● ‘Schelphoek 2008’ (vastgesteld op 24 juni 2008); ● Paraplubestemmingsplan Archeologie (vastgesteld op 7 maart 2017); ● Paraplubestemmingsplan parkeren & laden en lossen (vastgesteld op 13 november 2018); ● Veegplan (vastgesteld 8 december 2020); en ● Veegplan 2 (vastgesteld 31 mei 2022).
5/37
Schelphoek 2008 Op basis van dit bestemmingsplan geldt ter plaatse de bestemming ‘Verkeers- en verblijfsdoeleinden’. Verder geldt er een dubbelbestemming ‘Aandachtszone industrielawaai’ en de aanduiding ‘parkeerterrein’. Zie figuur 1.2 voor een uitsnede van de verbeelding. De gronden binnen de bestemming ‘Verkeers- en verblijfsdoeleinden’ zijn aangewezen voor: wegen en straten, paden, een parkeerterrein ter plaatse van de aanduiding ‘parkeerterrein’, gebouwen ten behoeve van opslag, onderhoud en beheer en daarbij behorende groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, sloten en bermen, waterbouwkundige werken, waterhuishoudkundige voorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van opslag, onderhoud en beheer van de scouting. Er mogen maximaal twee gebouwen staan en de oppervlakte per gebouw mag ten hoogste 60 m2 bedragen. De toegestane bouwhoogte is 3,5 meter. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen ten behoeve van dammen en daarmee gelijk te stellen bouwwerken maximaal 2,5 hoog zijn. Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde en anders dan voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mogen niet een grotere bouwhoogte hebben dan 15 meter. De gronden en bouwwerken mogen niet worden gebruikt voor andere doelen dan voor die doelen die zijn toegestaan onder de bestemmingsomschrijving.
Verder mogen de gronden en bouwwerken tijdelijk, al dan niet periodiek, worden gebruikt als evenemententerrein. De gronden aangewezen met de dubbelbestemming ‘Aandachtszone industrielawaai’ zijn, naast de andere bestemmingen, aangewezen voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting vanwege het industrieterrein van geluidgevoelige gebouwen. Geluidgevoelige gebouwen mogen binnen deze gronden niet worden gebouwd.
Figuur 1.3.1 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Schelphoek 2008’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
6/37
Paraplubestemmingsplan Archeologie Op basis van dit bestemmingsplan geldt ter plaatse de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. De gronden met deze dubbelbestemming zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden in de waterbodem. Er zijn regels gesteld wanneer er bouwwerken worden gerealiseerd of werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden worden uitgevoerd die een grotere oppervlakte beslaan dan 500 m2. Paraplubestemmingsplan parkeren & laden en lossen In dit bestemmingsplan zijn regels opgenomen die stellen dat bij een omgevingsvergunning voor een activiteit waarbij een te verwachten behoefte aan het parkeren van gemotoriseerde en ongemotoriseerde voertuigen en/of laden en lossen een voorschrift verbonden die in voldoende mate verzekerd dat er voldoende parkeervoorzieningen en laad- en losvoorzieningen worden gerealiseerd en in stand gehouden. Van voldoende mate van parkeervoorzieningen is sprake als aan de parkeernormen van het vastgestelde (meest recente) parkeerbeleid ten tijde van de indiening van de aanvraag. Van voldoende mate van laad- en losvoorzieningen is voldaan als is voldaan aan de normen van de ASVV 2012 of meest recente versie ten tijde van de indiening van de aanvraag.
Het bevoegd gezag kan afwijken bij bijzondere omstandigheden of overwegende bezwaren of wanneer op een andere wijze voldoende parkeervoorzieningen en/of laad-/losvoorzieningen wordt voorzien. Hierbij mag er geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de bereikbaarheid en verkeersveiligheid in de omgeving, de parkeerdruk niet toenemen of worden vergroot en er geen sprake zijn van onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. Veegplan Dit veegplan voegt geen regels toe die gelden voor de gronden waar deze ruimtelijke onderbouwing op ziet. Veegplan 2 Dit veegplan voegt geen regels toe die gelden voor de gronden waar deze ruimtelijke onderbouwing op ziet.
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 4 wordt getoetst aan verschillende omgevingsaspecten. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 uitvoerbaarheid van het project beschreven. Hoofdstuk 6 bevat de conclusie.
7/37
2. PROJECTBESCHRIJVING 2.1
Huidige situatie
Het strandpaviljoen bestaat uit een aantal gebouwen en bouwwerken die samen een geheel vormen en ook kenmerken vertonen van de vaak wat willekeurig en organisch gegroeide paviljoens op zonnige vakantiebestemmingen. De combinatie van houten gebouwen, stalen containers, terrassen en een pagodetent bieden ruimte aan alle bij het paviljoen benodigde functies, zoals het restaurant, buiten terras, keuken en opslag. Door de verschillende elementen voor het totale gebouw juist ruimtelijk geleed/opgedeeld en heeft daardoor een kleinschalige uitstraling die past bij de functie en de plek behouden. Door plaatsing van zonnepanelen op het dak boven de containers wordt (deels) voorzien in de eigen energiebehoefte. De combinatie van lessenaarsdaken en deels platte afdekking van de diverse gebouwen leveren ook voor een bijpassend gevarieerd beeld op. Dit geldt ook voor diverse kleine aanbouwen en elementen zoals terrasschermen.
Figuur 2.1.1 Plattegrond bestaande situatie
8/37
Figuur 2.1.2 Zijaanzicht bestaande situatie
Figuur 2.1.3 Situatie op 24 maart 2022 (bron: Cyclomedia)
9/37
3. BELEIDSKADER 3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Als we alle wensen naast elkaar leggen, ontstaat het volgende beeld. We willen een land: ● dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; ● met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; ● waar het goed wonen en werken is.
Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; ● met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; ● waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; ● dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; ● waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; ● dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we ‘nationale belangen’. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenoemde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.
Toetsing Nationale belangen vanuit de omgevingsvisie vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling sluit hierbij aan op de doelen van de NOVI.
10/37
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Deze 14 nationale belangen zijn: 1. Rijksvaarwegen; 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur); 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 14. Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Toetsing en conclusie De locatie van het horecapaviljoen ligt in het Markermeergebied. Het Markermeer is onderdeel van het IJsselmeergebied en valt dus binnen de reikwijdte van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Verder worden er geen rijksbelangen geraakt. Binnen de gronden die liggen binnen het IJsselmeergebied mag op basis van artikel 2.12.2 Barro geen nieuwe bebouwing of landaanwinning mogelijk worden gemaakt in een bestemmingsplan.
Volgens artikel 1.1 tweede lid Barro wordt onder bestemmingsplan mede verstaan: ● wijzigings- of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet; ● inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26 van de wet; ● beheersverordening als bedoeld in artikel 3.38 van de wet; ● projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet. Verder wordt in artikel 1.1 vijfde lid Barro bepaalt dat een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan wordt afgeweken, voldoet aan dit besluit, tenzij in dit besluit anders is bepaald. Omdat het hier gaat om het vergunnen van een bestaande situatie is er geen sprake van nieuwe bebouwing of landaanwinning. Er is geen sprake van strijd met het Barro. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening) De ladder is als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, moet in de toelichting worden gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in de behoefte kan worden voorzien. Toetsing De ontwikkeling betreft het legaliseren van de bestaande horecavoorziening. Deze heeft in de huidige vorm een omvang van circa 600 m2 bvo. Volgens vaste jurisprudentie worden ontwikkelingen groter dan 500 m2 bvo aangemerkt als ‘stedelijke ontwikkeling’. Daar is in dit geval sprake van. Dit betekent dat de ontwikkeling getoetst moet worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. De ontwikkeling vindt plaats binnen het bestaand stedelijk gebied. Een motivering van de locatiekeuze is daarom niet nodig.
11/37
Behoefte Oranje Buiten functioneert in de huidige situatie al een aantal jaar als horecavoorziening. De exploitant wil de voorziening graag legaal voortzetten wanneer de huidige tijdelijke vergunning verloopt. Daarvoor is het noodzakelijk om het gebruik middels een permanente omgevingsvergunning te realiseren. De bedrijfsspecifieke behoefte blijkt uit het feit dat de horecavestiging al een aantal jaar bestaat, en ook goed functioneert. Per 1.000 inwoners is in Nederland in kernen met 50.000 tot 100.000 inwoners gemiddeld 220 m2 wvo voor horeca aanwezig (alle branches exclusief hotels). Voor de komende periode tot 2030 wordt verwacht dat het inwoneraantal in de gemeente Hoorn nog gaat toenemen. Volgens de provinciale bevolkingsprognose bedraagt het aantal inwoners in 2030 77.900. Dat betekent een toename van ongeveer 3.000 inwoners. Dit brengt ook een nieuwe behoefte aan voorzieningen, waaronder horeca, met zich mee. Ontwikkelingen in horecabranche De horeca is afhankelijk van de ontwikkelingen van de particuliere consumptie. Tot de Coronacrisis was sprake van een constante groei. De sector profiteerde van een stijging van het inkomende toerisme. Doordat de consument steeds vaker voor gemak kiest, is de ‘buiten-de-deur-consumptie’ hoger. Het structurele personeelstekort blijft wel een groot aandachtspunt.
Uit gegevens van CBS (kwartaalmonitor horeca, vierde kwartaal, 2022) blijkt dat de omzet van de horeca tot en met 2019 ieder kwartaal is toegenomen. In 2022 lag de omzet van de horeca 53 procent hoger dan 2021, en zit inmiddels weer op het niveau van boven 2019. De forse groei komt onder meer door de coronamaatregelen in 2021 en de grote prijsstijgingen. De omzet van de eet- en drinkgelegenheden lag in het vierde kwartaal 1,4% hoger dan het kwartaal ervoor.
Figuur 3.1.2.1 Omzetontwikkeling horeca (bron: CBS, 2022) Beleid De gemeente Hoorn zet met haar Omgevingsvisie onder andere in op het beter benutten van economische en toeristische kansen. De gemeente richt zich vooral op toeristen die zorgen voor een verantwoorde ontwikkeling van de stad (dus geen massatoerisme). Dit komt op gang als de aantrekkingskracht van de stad vergroot wordt. De kenmerkende binnenstad van Hoorn met de vele oude elementen en de prachtige ligging aan het Markermeer zorgt voor veel kansen op het gebied van toerisme. Die kansen moeten beter benut worden. Ook het gebied Schelphoek, met Marina Kaap Hoorn, is kansrijk voor verdere toeristische ontwikkeling. Denk daarbij aan durfsport, horeca, verblijfsrecreatie en overige voorzieningen. Marina Kaap Hoorn en de omgeving rondom de Marina Kaap Hoorn hanteert de gemeente een ‘ja-mits-benadering’ voor toeristische en recreatieve ontwikkelingen. Denk bijvoorbeeld aan uitbreiding jachthaven, horeca en durfsporten.
12/37
Conclusie De ontwikkeling betreft de legalisering van een bestaande horecagelegenheid. Er is enkel sprake van een planologische toevoeging, in de praktijk is de horeca al aanwezig en in gebruik. De behoefte aan behoud van de horecavoorziening blijkt uit het voorgaande. De marktwerking voor horeca is jaren goed geweest, en de verwachting op basis van de trends is dat dat ook weer zo zal zijn als voor de coronapandemie. Het draagvlak voor horeca blijft ook de komende jaren aanwezig, als gevolg van de verwachte bevolkingsgroei. Horeca is een belangrijk onderdeel in een goede mix aan voorzieningen in een recreatief gebied, en sluit aan bij de doelstellingen van de gemeente om economische en toeristische mogelijkheden te benutten. De locatie Marina Kaap Hoorn aan het Markermeer past hier goed bij. Geconcludeerd wordt dat er behoefte is aan het behoud van de huidige horecavoorziening. De ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking.
13/37
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De Omgevingsvisie van Noord-Holland is gericht op het ontwikkelen van een duurzame, leefbare en concurrerende provincie. Het document bevat een visie op de ontwikkeling van de provincie op het gebied van ruimte, wonen, mobiliteit, economie, energie, klimaat, landschap, water en cultuurhistorie. Belangrijke doelen in de visie zijn onder andere het versterken van de stedelijke regio's, het beschermen van de kwetsbare natuur en het stimuleren van duurzame energie. Daarnaast wordt ingezet op het verbinden van stad en platteland, het verbeteren van de bereikbaarheid en het versterken van de regionale economie. Om deze doelen te bereiken, worden verschillende uitgangspunten gehanteerd. Zo wordt gestreefd naar een flexibele en adaptieve aanpak waarbij rekening wordt gehouden met onzekerheden en veranderende omstandigheden. Ook wordt ingezet op het betrekken van bewoners, bedrijven en andere belanghebbenden bij de ontwikkeling van de provincie en het vinden van oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. De Omgevingsvisie van Noord-Holland heeft als doel om richting te geven aan de ontwikkeling van de provincie voor de komende decennia en fungeert als kader voor de verdere uitwerking van het omgevingsbeleid in de provincie.
Regionale economie In de Omgevingsvisie van Noord-Holland wordt ook ingezet op het versterken van de regionale economie. Er wordt gestreefd naar een economisch gezonde en vitale provincie, waarin ruimte is voor innovatie, ondernemerschap en werkgelegenheid. Wat betreft horeca en evenementen wordt in de Omgevingsvisie benadrukt dat deze belangrijk zijn voor de aantrekkelijkheid en levendigheid van steden en dorpen. Er wordt ingezet op het stimuleren van de kwaliteit van horeca en evenementen, onder meer door het bieden van ruimte voor vernieuwende concepten en het stimuleren van duurzaamheid. Tegelijkertijd wordt er ook aandacht besteed aan het voorkomen van overlast en het beschermen van de leefbaarheid voor omwonenden. Er wordt gestreefd naar een kwalitatief hoogwaardig horeca-aanbod dat aansluit bij de wensen van de bezoekers en bijdraagt aan de beleving van de stad of het dorp waarin het zich bevindt. Toetsing Er is geen strijd met de omgevingsvisie van Noord-Holland. Het permanent vergunnen van het horecapaviljoen zoals Oranjebuiten versterkt de regionale economie. Er wordt ruimte geboden aan ondernemerschap en werkgelegenheid in de regio. Bovendien draagt de aanwezigheid van een horecagelegenheid bij aan de aantrekkelijkheid en levendigheid van de omgeving, en kan het bijdragen aan een positief imago van de regio als geheel.
Daarnaast is het horecapaviljoen vernieuwend en draagt het bij van aan duurzame initiatieven zoals zonnepanelen wat past binnen het uitgangspunt van innovatie uit de omgevingsvisie. Het concept is in lijn met de omgevingsvisie van Noord-Holland. 3.2.2 Provinciale verordening Noord-Holland De provinciale staten van Noord-Holland hebben regels omtrent de fysieke leefomgeving vastgesteld op 15 juni 2022 in de omgevingsverordening. Deze verordening gaat over: a. de fysieke leefomgeving; en b. activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn de beleidsuitgangspunten uit de Omgevingsvisie NH2050 juridisch vastgelegd. Daarnaast bevat de omgevingsverordening regels die bindend zijn en doorwerken in gemeentelijke plannen. Voor de beoogde ontwikkeling zijn onderstaande artikelen relevant.
14/37
6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen In artikel 6.3a is bepaald dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling alleen is toegestaan als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Bij het bepalen of sprake is van een stedelijke ontwikkeling maakt de verordening gebruik van het begrip 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening. Zoals beschreven in paragraaf 3.1 is met onderhavig project geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Artikel 6.3a en de overige in de verordening opgenomen artikelen zijn derhalve niet van toepassing op dit project. Met dit project is dan ook geen sprake die de provinciale belangen in de weg staan. 6.62 klimaatadaptatie 1. De toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrij-
ving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s van klimaatverandering. 2. In de beschrijving wordt in ieder geval betrokken het risico op: a. wateroverlast; b. overstroming; c. hitte; en d. droogte. 3. De beschrijving omschrijft tevens de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de in het tweede lid omschreven risico’s te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het waterschap in wiens beheergebied de ontwikkeling plaatsvindt. Toetsing Het gaat hier om het vergunnen van een bestaande situatie. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Verder wordt er met het vergunnen van de bestaande situatie geen nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Er is dan ook geen strijd met de regels van de omgevingsverordening. 3.2.3 Economische Agenda Noord-Holland In de Economische Agenda Noord-Holland ligt de focus op het versterken van de economie en het creëren van meer werkgelegenheid in de regio. Naast het versterken van de economie en het creëren van meer werkgelegenheid, richt de Economische Agenda Noord-Holland zich ook op het stimuleren van innovatie, duurzaamheid en het versterken van de internationale concurrentiepositie van de regio.
Toetsing Hoewel deze agenda niet specifiek gericht is op horeca, kan het permanent vergunnen van het horecapaviljoen wel bijdragen aan het blijvend versterken van de economie en het in stand houden van werkgelegenheid in de regio. Er is geen strijd met de Economische Agenda van Noord-Holland.
15/37
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regionale economische visie West-Friesland De regionale economische visie van West-Friesland richt zich op de economische ontwikkeling van de regio. Er wordt gestreefd naar een economisch sterke, duurzame en innovatieve regio waar het goed wonen, werken en recreëren is. Hierbij wordt ingezet op het versterken van de speerpunten van de regio, zoals de agribusiness, de maakindustrie, de logistiek en de recreatiesector. Ook wordt er aandacht besteed aan het aantrekken van bedrijven en talent naar de regio, het stimuleren van samenwerking tussen ondernemers en het versterken van de regionale infrastructuur. Hierbij gelden een aantal speerpunten: • Het creëren van een aantrekkelijke en gastvrije omgeving voor ondernemers en bezoekers. • Het versterken van de horeca en toeristische sector door bijvoorbeeld het verbeteren van de bereikbaarheid en het aanbod van voorzieningen. • Het stimuleren van duurzaamheid en innovatie binnen de horecasector, bijvoorbeeld door het verminderen van de CO2-uitstoot en het bevorderen van circulariteit. • Het ondersteunen van horecaondernemers bij het verbeteren van hun bedrijfsvoering en het aantrekken van meer bezoekers. • Het samenwerken met andere partijen zoals toeristische organisaties en overheden om de horecasector te versterken en te verbeteren.
Toetsing In de omgeving Hoorn is er regionaal beleid met betrekking tot de economie en horeca. Dit regionale beleid is gericht op het versterken van de lokale economie en het stimuleren van horeca-initiatieven. Het permanent vergunnen van het horecapaviljoen past binnen deze beleidskaders en kan dus worden gezien als een positieve bijdrage aan de lokale economie. Het vergunnen van het horecapaviljoen is in lijn met de regionale economische visie. 3.3.2 Regionale horecavisie West-Friesland De regionale horecavisie richt zich op de ontwikkeling van de horecasector in West-Friesland. Hierbij wordt gestreefd naar een aantrekkelijk en divers horeca-aanbod, dat past bij de behoeften van de inwoners en bezoekers van de regio. Het beleidsstuk beschrijft onder andere hoe de kwaliteit en diversiteit van het horeca-aanbod kan worden verbeterd, hoe overlast en veiligheidsproblemen kunnen worden aangepakt en hoe de samenwerking tussen horecaondernemers en de gemeenten kan worden versterkt. Daarbij dient rekening te worden gehouden met een passend karakter in de omgeving en er moet worden voldaan aan wettelijke regels en richtlijnen op het gebied van hygiëne, veiligheid en leeftijdscontrole. Ook wordt er aandacht besteed aan het stimuleren van innovatie en duurzaamheid in de horecasector.
Het doel van de Horecavisie WestFriesland is om de horeca in de regio te versterken en bij te dragen aan een aantrekkelijk leef- en vestigingsklimaat. Toetsing en conclusie In de visie zijn passages opgenomen over het stimuleren van economische ontwikkelingen en het creëren van levendige centra met aantrekkelijke horecavoorzieningen. Het legaliseren van het horecapaviljoen draagt bij aan en past binnen deze visie. Het vergunnen van het bestaande horecapaviljoen is in lijn met de regionale horecavisie van West-Friesland.
16/37
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie Hoorn De Omgevingsvisie van Hoorn is gericht op het creëren van een duurzame, leefbare en aantrekkelijke stad. De visie bevat verschillende beleidsdoelen en maatregelen op het gebied van onder meer duurzaamheid, economie, mobiliteit, natuur en cultuurhistorie. Een belangrijk uitgangspunt in de visie is het versterken van de economie en het stimuleren van ondernemerschap in de stad. Hierbij wordt ingezet op het versterken van de positie van Hoorn als centrumgemeente in de regio, het faciliteren van innovatieve en duurzame bedrijvigheid, en het bevorderen van werkgelegenheid. Daarnaast wordt in de Omgevingsvisie aandacht besteed aan het behouden en versterken van de groene en blauwe kwaliteiten van de stad, zoals parken, groenstructuren, watergangen en natuurwaarden. Hierbij wordt ingezet op het versterken van de ecologische verbindingen en het vergroten van de biodiversiteit in de stad. Ook mobiliteit is een belangrijk thema in de Omgevingsvisie van Hoorn. Hierbij wordt ingezet op het verminderen van autoverkeer en het bevorderen van duurzame vervoerswijzen, zoals fietsen en openbaar vervoer. Tot slot wordt in de visie aandacht besteed aan het behouden en versterken van de cultuurhistorische waarde van de stad, en het bevorderen van een gevarieerd en hoogwaardig cultureel aanbod.
Versterken economie In de Omgevingsvisie van Hoorn wordt het versterken van de economie als een belangrijk beleidsdoel genoemd. Er wordt ingezet op het stimuleren van innovatieve en duurzame bedrijvigheid en het bevorderen van werkgelegenheid in de stad. Ook wordt er gestreefd naar het behouden en versterken van de positie van Hoorn als centrumgemeente in de regio. Horeca In de Omgevingsvisie is ook aandacht besteed aan het stimuleren van horeca, terrassen en evenementen. Er wordt gestreefd naar een gevarieerd en hoogwaardig aanbod van horeca in de stad, waarbij de terrassen en evenementen een belangrijke rol spelen in het creëren van een levendige en aantrekkelijke stad. Hierbij is aandacht besteed aan het voorkomen van overlast en het waarborgen van de veiligheid en leefbaarheid voor de omwonenden en het aantal horecazaken in een bepaald gebied. Er dient daarnaast rekening gehouden te worden met geluidsoverlast en het voorkomen van overmatige alcoholconsumptie en de openingstijden van horecagelegenheden. Toetsing en conclusie In de omgevingsvisie van Hoorn wordt benadrukt dat het versterken van de economie en het bevorderen van werkgelegenheid belangrijke beleidsdoelen zijn. Het permanent vergunnen van het horecapaviljoen draagt bij aan het versterken van de lokale economie door het creëren van werkgelegenheid en het aantrekken van toeristen en bezoekers naar de stad.
Ook draagt het bij aan het behoud en versterken van de positie van Hoorn als centrumgemeente in de regio. Daarnaast wordt in de Omgevingsvisie gestreefd naar het stimuleren van horeca, terrassen en evenementen als onderdeel van het creëren van een levendige en aantrekkelijke stad. Het permanent vergunnen draagt bij aan het versterken van het horeca-aanbod in de stad en het creëren van meer mogelijkheden voor terrassen en evenementen. Het vergunnen is in lijn met de omgevingsvisie van Hoorn.
17/37
4. TOETSING AAN OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Verkeer en parkeren 4.1.1 Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling of verkeersveiligheid. Voor het berekenen van de parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling wordt gebruik gemaakt van de parkeernormen uit de ‘Parkeernormennota Hoorn, 2018’. De beoogde ontwikkeling is gelegen in het gebied ‘rest bebouwde kom’. Omdat er vanuit CROW publicatie 381 geen kencijfers voor de verkeersgeneratie beschikbaar zijn voor deze specifieke ontwikkeling is de verkeersgeneratie bepaald aan de hand van ervaringscijfers van de ondernemer. 4.1.2 Ontsluiting plangebied Gemotoriseerd verkeer De beoogde ontwikkeling wordt ontsloten op de Schelphoek. Ten hoogte van het plangebied is de Schelphoek ingericht als een ontsluitingsweg bedrijventerrein. Ter plaatse geldt een maximumsnelheid van 15 km/u. De Schelphoek leidt in oostelijke richting via de Protonweg over bedrijventerrein Hoorn 80 naar het kruispunt Kernweg – Electronweg – Protonweg.
De Protonweg is eveneens ingericht als ontsluitingsweg bedrijventerrein. Er geldt een snelheidsregime van 50 km/u. De Kernweg is ingericht als gebiedsontsluitingswegen met een maximumsnelheid van 50 km/u. In noordelijke richting leidt de Kernweg naar de aansluiting op de Provincialeweg. De Provincialeweg is ingericht als een gebiedsontsluitingsweg met een maximale snelheid van 70 km/u. In oostelijke richting loopt de weg buiten de bebouwde kom over in de N506 en leidt naar Stede Broec, terwijl de Provincialeweg in westelijke richting door de kern Hoorn leidt naar de aansluiting op de A7, tussen Winschoten en Purmerend. Langzaam verkeer Op de Schelphoek zijn geen voorzieningen aanwezig voor het langzaam verkeer, waardoor zij de rijbaan moeten delen met het gemotoriseerde verkeer. De snelheid op de Schelphoek is echter dermate laag dat de verkeersveiligheid van het langzaam verkeer geborgd blijft. Het langzaam verkeer zal bovendien eerder gebruik maken van het parallel aan de Schelphoek gelegen fietspad over de Schellinkhouterdijk die onderdeel uitmaakt van het fietspadenstelsel in de omgeving. Openbaar vervoer In het omliggende gebied zijn geen OV-haltes aanwezig op loopafstand van het plangebied. De dichtstbijzijnde bushalte ligt op circa 700 m afstand. Wel is Oranje-Buiten bereikbaar met de watertaxi, waarmee de binnenstad bereikt kan worden.
4.1.3 Verkeersgeneratie Geen CROW-kencijfers beschikbaar De ontwikkeling betreft een horecaonderneming ingericht als strandpaviljoen. De verkeersgeneratie daarvan is deels seizoensgebonden. Voor horecaondernemingen zijn geen CROW-kencijfers beschikbaar. Daarom wordt de verkeersgeneratie van het plangebied bepaald aan de hand van bedrijfs- en ervaringsgegevens van de ondernemer. Maatgevende situatie treedt op tijdens juli en augustus Oranje Buiten is geopend in de periode van 1 maart t/m 1 oktober tussen 10:00 en 22:00 uur en van 1 oktober t/m 23 december tussen 12:00 en 21:00 uur.
18/37
Voor het bepalen van de maatgevende verkeersgeneratie is vanuit het oogpunt van verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid gekeken naar de bezoekersaantallen gedurende de drukste periode. Voor Oranje Buiten zijn dit de maanden juli (20.976 bezoekers) en augustus (21.023 bezoekers). In deze twee maanden wordt totaal 40% van de bezoekers op jaarbasis ontvangen. Gedurende deze maanden trekt Oranje Buiten gemiddeld ((20.976 + 21.023) / 62 =) 677 bezoekers per weekdag, of (677 x 7 =) 4.742 bezoekers per week. Verkeersgeneratie bezoekers Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling is de verkeersgeneratie gedurende een gemiddelde werkdag maatgevend. In tabel 1 is op basis van de geschatte procentuele verdeling van het aantal bezoekers over de week berekent hoeveel bezoekers het plangebied aantrekt gedurende een gemiddelde werkdag. Tabel 1 Procentuele verdeling van de bezoekers per week
Weekdag
Verdeling bezoekers over de week (%)
Maandag
10%
Dinsdag
10%
Woensdag
13%
Donderdag
12%
Vrijdag Zaterdag
15% 20%
Zondag
20%
Gemiddelde werkdag
12%
Op basis van de bovenstaande tabel trekt het plangebied gedurende een gemiddelde werkdag (4.742 x 12% =) 569 bezoekers. Niet alle bezoekers komen echter met de auto naar het plangebied. Op basis van ervaringscijfers van de ondernemer omtrent de voertuigverdeling van bezoekers is in tabel 2 de verkeersgeneratie van het plangebied bepaald gedurende een gemiddelde weekdag en werkdag. Tabel 2 Berekening geschatte verkeersgeneratie bezoekers plangebied
Gemiddeld aantal bezoekers
Gemiddelde weekdag 677 bezoekers
Gemiddelde werkdag 569 bezoekers
Percentage bezoekers met de auto
57%
65%
Aantal bezoekers met de auto
387 bezoekers
370 bezoekers
Gemiddelde bezetting per auto Aantal auto’s per dag
2,0 per auto 193,5 auto’s
1,5 per auto 246,6 auto’s
Voertuigbewegingen per dag
387 mvt/etmaal
493 mvt/etmaal
Uit de bovenstaande tabel blijkt dat de verkeersgeneratie van de bezoekers van het plangebied gedurende een gemiddelde weekdag 387 mvt/etmaal bedraagt en 493 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. Verkeersgeneratie bevoorradend verkeer Er dient ook rekening te worden gehouden met bevoorrading van de horeca. Op basis van ervaringscijfers van de ontwikkelaar is in tabel 3 het bevoorradend verkeer per dag bepaald. Bevoorrading vindt plaats per bestelbus en middelzware vrachtwagen. Er komen geen zware vrachtwagens. Circa driemaal per jaar wordt een touringcar ontvangen (groepsvervoer).
19/37
Tabel 3 Berekening bevoorradend verkeer per dag
Leverancier
Hoeveelheid vracht
Vracht per dag
Bakkerij Otten
6 keer per week
0,86 bestelbus
Groothandel Veldboer
2 keer per week
0,29 middelzware vrachtwagen
Groothandel VHC
6 keer per week
0,86 middelzware vrachtwagen
Groenteboer
6 keer per week
0,86 bestelbus
Groothandel Verstrade
4 keer per week
0,57 bestelbus
InBev (bier)
2 keer per maand
0,06 middelzware vrachtwagen
Afvalverwerking
2 keer per week
0,29 middelzware vrachtwagen
Vet-ophaaldienst (vetput)
2 keer per maand
0,06 middelzware vrachtwagen
Gastank
1 keer per maand
0,03 middelzware vrachtwagen
Totaal
3,88 vrachtwagens
Gemiddeld komen er per dag circa 4 bestelbussen/vrachtwagens naar het plangebied. Rekening houdende met 2 voertuigbewegingen per bestelbus/vrachtwagen voor aan- en afrijden leidt dit tot een verkeersgeneratie van (4 x 2 =) 8 voertuigbewegingen per etmaal. Totale verkeersgeneratie In totaal bedraagt de geschatte verkeersgeneratie van het plangebied dan ook (387 + 8 =) 395 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde weekdag en (493 + 8 =) 501 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. Verkeersomvang tijdens drukste uur op werkdagen Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling is de geschatte verkeersgeneratie gedurende het drukste uur op een werkdag maatgevend. Op basis van ervaringscijfers van de ontwikkelaar wordt aangehouden dat gedurende het drukst uur op werkdagen circa 12,5% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld1, wat neerkomt op een verkeersgeneratie van (501 x 12,5% =) 63 mvt/uur. 4.1.4 Verkeerstoedeling Voor het bepalen van de toedeling van het verkeer over het omliggende wegennet is gebruik gemaakt van de navigatietool van Google Maps. Vanaf het plangebied zal het gegenereerde verkeer volledig worden ontsloten over de Schelphoek, om vervolgens vanaf het kruispunt Schellinkhouterdijk – Protonweg – Schelphoek te worden ontsloten via de Protonweg.
Op de Protonweg wordt het gegenereerde verkeer verder in oostelijke richting ontsloten tot aan het kruispunt Kernweg – Electronweg – Protonweg, vanaf waar het gegenereerde verkeer volledig in noordelijke richting wordt ontsloten over de Kernweg naar de aansluiting op de Provincialeweg. Op de Provincialeweg zal 60% (38 mvt/uur) worden ontsloten in westelijke richting, terwijl de overige 40% (25 mvt/uur) richting het oosten wordt ontsloten. In figuur 1 is de beoogde verkeerstoedeling weergegeven.
1
25% van het bezoek arriveert op werkdagen tussen 17 en 18 uur. Omdat het alleen om de aankomst gaat is dat maar 12,5% van de etmaalintensiteit. Het vertrek vindt immers op een later tijdstip plaats.
20/37
br
Figuur 1 De toedeling van het gegenereerde verkeer
4.1.5 Beoordeling verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid De grootste verkeersomvang ten gevolge van de ontwikkeling wordt afgewikkeld over de Schelphoek en de Protonweg. Daar bedraagt de omvang van het verkeer van Oranje Buiten op het drukste uur 63 mvt/uur. Doordat de Schelphoek een doodlopende straat betreft zal het verkeer op deze weg bestaan uit hetgeen dat gegenereerd wordt door de aangelegen functies. Op basis van de aangelegen functies is de verkeersintensiteit op de Schelphoek dermate laag dat de weg de verkeersgeneratie van het plangebied probleemloos kan verwerken. Ook de Protonweg kan dit verkeer zonder problemen vlot en veilig verwerken. De verkeersgeneratie van Oranje Buiten is dermate laag dat dit niet zal leiden tot knelpunten in de verkeersdoorstroming en verkeersveiligheid op de omliggende wegen. Doordat het langzaam verkeer voornamelijk gescheiden van het gemotoriseerde verkeer wordt afgewikkeld over de Schellinkhouterdijk, is de verkeersveiligheid van het verkeer voldoende gewaarborgd. Een aandachtspunt van beperkte omvang is het kruispunt Schellinkhouterdijk – Protonweg – Schelphoek, waar het autoverkeer de dijk met daarop een solitair fietspad kruist. Door middel van wegmarkering en bebording is de voorrangsregeling op het kruispunt duidelijk herkenbaar gemarkeerd.
Hooguit zou het autoverkeer nog iets beter op het kruisende fietsverkeer kunnen worden geattendeerd door het voorrangsbord te voorzien van een oranje/geel achtergrondschild en een onderbord dat aangeeft dat fietsverkeer van twee kanten komt.
21/37
4.1.6 Verkeersgeneratie autoverkeer op piekdagen De omvang van het bezoek op de drukste 10 à 15 dagen omvat 1.000 tot 1.400 gasten. Het betreft voornamelijk zondagen met mooi weer. Het drukste uur ligt dan tussen 14:00 en 15:00 uur. Dan arriveert naar schatting 45% van de gasten van die dag. Het vertrek vindt gespreid plaats. Op piekdagen komt circa 35% van het bezoek per auto. De gemiddelde autobezetting bedraagt dan circa 3,5 persoon per auto. Dit leidt voor het drukste uur op een piek dag tot maximaal 63 mvt/uur [(1.400 x 45%) x (35% / 3,5)]. Als gevolg van een lager autogebruik (samenhangend met zomers weer en een hogere autobezetting) wijkt de verkeersomvang ten gevolge van het plangebied tijdens het drukste uur niet wezenlijk af van het drukste uur op werkdagen. Daarnaast zal gedurende de piekdagen de verkeersgeneratie van het omliggende bedrijventerrein aanzienlijk lager liggen, aangezien er niet gewerkt wordt bij de omliggende bedrijven gedurende het weekend. Hieruit wordt geconcludeerd dat de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid ook gedurende piekdagen gewaarborgd blijft. 4.1.7 Parkeren Gemeentelijke parkeernormen De parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling wordt bepaald aan de hand van de parkeernormen uit de ‘Parkeernormennota Hoorn, 2019’. Hierbinnen is de beoogde ontwikkeling gelegen in ‘rest bebouwde kom’ en in de buurt ‘Hoorn 80’.
De gemeentelijke parkeernormen zijn gebaseerd op de normen uit CROW publicatie 317, waarbij per wijk een bandbreedte is toegepast op de te hanteren norm op basis van het autobezit en de parkeerdruk in de buurt. Op basis van de karakteristieken van het gebied wordt binnen de bandbreedte uitgegaan van middenhoog. De beoogde ontwikkeling betreft een horecagelegenheid met een totale brutovloeroppervlakte van 440 m². Binnen het gemeentelijke parkeernormenbeleid wordt aangesloten bij de normen behorende bij ‘café/bar/cafetaria’. Voor deze functie geldt een parkeernorm van 6,5 parkeerplaatsen per 100 m² bvo. Voor de beoogde ontwikkeling leidt dit tot een parkeerbehoefte van (440 x 6,5 / 100 =) 28,6 parkeerplaatsen. Afgerond komt dit neer op een parkeerbehoefte van 29 parkeerplaatsen. Parkeerbehoefte op basis van ervaringscijfers Alhoewel de parkeerbehoefte conform de gemeentelijke parkeernormen 29 parkeerplaatsen bedraagt, blijkt uit ervaringscijfers vanuit de ontwikkelaar dat de werkelijke parkeerbehoefte van het plangebied doorgaans hoger is. In tabel 4 is een overzicht opgesteld van de geschatte parkeerbehoefte gedurende het drukste moment weergegeven per dag op basis van de ervaringscijfers van de eigenaar. Het gaat hier om de gezamenlijke parkeerbehoefte van Oranje Buiten, de jachthaven (met 143 ligplaatsen) en activiteitencentrum Outdoor Hoorn.
De parkeerbehoefte van de elders op Marina Kaap Hoorn gelegen horecaonderneming Van Ree – Baai en Clean to Anywhere (C2A) wordt niet op de parkeerplaatsen rond Oranje Buiten opgevangen, maar op het veld bij De Baai. Daarbij kan worden opgemerkt dat C2A nauwelijks een parkeerbehoefte kent (slechts enkele auto’s). Tabel 4 De geschatte gemiddelde parkeerbehoefte per weekmoment
Maatgevende moment
Parkeerbehoefte
Gemiddelde werkdag Gemiddelde zaterdag
18:00 – 20:00 uur 16:00 – 20:00 uur
85 pp 135 pp
Gemiddelde zondag Piekdag
15:00 – 19:00 uur 14:00 – 19:00 uur
200 pp 250 pp
Gedurende een gemiddelde week is de zondag de maatgevende dag, wanneer gedurende het drukste moment het plangebied een parkeerbehoefte heeft van 200 parkeerplaatsen. Dit is dus inclusief de parkeerbehoefte van de jachthaven en Outdoor Hoorn. Daarnaast zijn er circa 10 à 15 piekdagen gedurende het gehele jaar wanneer de parkeerbehoefte stijgt naar 250 parkeerplaatsen.
22/37
Parkeeraanbod
Figuur 2 Parkeeraanbod rond Oranje Buiten
In figuur 2 is het parkeeraanbod in het omliggende gebied weergegeven. Totaal zijn zonder meer 300 parkeerplaatsen beschikbaar. De parkeerbehoefte van het plangebied wordt echter voornamelijk opgevangen op het (rood omkaderde) naastgelegen halfverharde parkeerterrein. Hier is een capaciteit van circa 155 parkeerplaatsen2. Op werkdagen en zaterdagen volstaat deze capaciteit. Op zondagen (soms) en op piekdagen (altijd) is de parkeerbehoefte op de drukste momenten groter. Aanvullende parkeerruimte wordt dan gevonden op de parkeerplaatsen bij BMN (blauw omkaderd) en in de bermen van Schelphoek en langs het pad naar Van Ree - Baai (geel omkaderd). Voor het opvangen van het fietsparkeren zijn circa 300 stallingsplaatsen gerealiseerd op eigen terrein. Dit volstaat. De ondernemer heeft nog niet lang geleden stallingsvoorzieningen bijgeplaatst om het parkeren beter te reguleren. 2
Aan de noord(west)zijde van het terrein wordt een gedeelte van het terrein ingezet als opslagplaats voor boten (oranje omkaderd). De beschikbare capaciteit op het terrein kan worden vergroot door de opslagplaats van de boten verder naar het westen te verplaatsen, in het verlengde van de helling. In de huidige situatie zijn op de beoogde locatie 13 parkeerplaatsen aanwezig die opgeheven zouden moeten worden om de benodigde ruimte vrij te maken voor de opslag van de boten. Het veld waar de boten in de huidige situatie opgeslagen staan kan dan vervolgens gebruikt worden om een parkeerstraat in te richten. In totaal zou het verplaatsen van de boten dus (36 -13 =) 23 extra parkeervakken opleveren ten opzichte van de huidige situatie.
23/37
4.1.8 Conclusie De verkeersgeneratie van het plangebied bedraagt 501 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. De capaciteit van de omliggende wegen volstaat ruimschoots om de verkeersgeneratie van het plangebied probleemloos af te wikkelen. Ook de verkeersveiligheid op de omliggende wegen is gewaarborgd door middel van het overwegend gescheiden afwikkelen van het langzame en gemotoriseerde verkeer. Alleen op het kruispunt Schellinkhouterdijk – Protonweg – Schelphoek komen fietsers in aanraking met het gemotoriseerd verkeer, maar ook op dit kruispunt is de verkeersveiligheid geborgd door middel van een heldere inrichting. Wel kan de verkeersveiligheid verder verbeterd worden door waarschuwingsborden te plaatsen, om automobilisten te wijzen op het feit dat fietsers van twee kanten kunnen komen. Gedurende een gemiddelde week bedraagt de maatgevende parkeerbehoefte van het plangebied inclusief de jachthaven en Outdoor Hoorn 200 parkeerplaatsen. Op het naastgelegen terrein liggen voldoende parkeerplaatsen om de parkeerbehoefte op te vangen, maar de capaciteit van het terrein kan verder worden verhoogd door de opslagplaatsen voor de boten te verplaatsen. Gedurende drukkere zondagen en piekdagen kan de aanvullende parkeerbehoefte opgevangen worden in het omliggende gebied. Het aspect verkeer en parkeren staat daarmee de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
4.2 Geluid Toetsingskader Bij de ontwikkeling van geluidsgevoelige objecten moet er getoetst worden aan de Wet geluidhinder. Toetsing en conclusie Binnen het plangebied wordt horeca mogelijk gemaakt. Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) is deze functie geen geluidsgevoelige functie en dient derhalve geen akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het aspect geluid vormt geen belemmering.
4.3 Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ● ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; ● rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de vergunningverlening de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze uitgave is een lijst opgenomen met allerhande activiteiten en bijbehorende richtafstanden die gehanteerd worden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Naarmate de milieubelasting van de activiteiten groter is, wordt uitgegaan van een grotere richtafstand. In geval van een omgevingstype 'gemengd gebied' mag de richtafstand met één stap worden verkleind. Toetsing Het vergunnen van het bestaande horecapaviljoen maakt geen milieugevoelige objecten mogelijk en dient daardoor niet getoetst te worden aan de invloedssferen van het bedrijventerrein ten noord(oosten). Wel is er sprake van een bedrijfsvoering waarbij geluidoverlast kan plaats vinden aan milieugevoelige objecten in de omgeving.
De bedrijfsvoering van het paviljoen kan worden getypeerd als Café’s bar’s. Hierbij is sprake van een milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 meter voor geluid binnen een rustige woonwijk. De dichtstbijzijnde woningen liggen op een afstand van circa 300 meter. Ter plaatse van deze woningen is sprake van een goed woon- en leefmilieu.
24/37
Conclusie Het horecapaviljoen is gelegen binnen de invloedsferen van het bedrijventerrein ten noorden en noordoosten. Echter worden er geen gevoelige objecten gerealiseerd binnen het gebied. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. De effecten van het horecapaviljoen zijn beperkt tot 10m voor geluid en reiken niet tot de dichtbij gelegen woningen. Ter plaatse van de dichtstbijzijnde woningen is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect bedrijven en milieuzonering geeft geen belemmeringen.
4.4 Kabels en leidingen Toetsingskader Rond planologisch relevante leidingen dient rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden (belemmeringenzones). Onderzoek en conclusie Binnen het projectgebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen geeft geen belemmeringen.
4.5 Externe veiligheid Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: ● bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; ● vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen.
Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een ruimtelijke onderbouwing moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het Bevt vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties.
Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6-waarde
25/37
als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6-contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Er geldt een oriënterende waarde voor het groepsrisico en onder voorwaarden een verantwoordingsplicht tot 200 m binnen de transportroute. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het PR en de hoogte van het GR als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Toetsing De beoogde ontwikkeling maakt het gebruik van een propaantank mogelijk. Dit object moet voldoen aan de eisen van het Activiteitenbesluit.
De voorschriften van het opslaan van propaan zijn van toepassing als de opslagtanks elk een inhoud van maximaal 13 kubieke meter hebben; niet meer dan twee opslagtanks aanwezig zijn; propaan uitsluitend in de gasfase wordt onttrokken (behalve bij het leegmaken van een opslagtank voor verplaatsing). Voor propaantanks die niet onder het Activiteitenbesluit vallen worden de externe veiligheidsafstanden in de omgevingsvergunning vastgelegd. De veiligheidsafstand voor de propaantank is maximaal 50 meter voor (beperkt) kwetsbare objecten in de omgeving. De dichtstbijzijnde kwetsbare objecten betreffen woningen op een afstand van circa 200 meter. Negatieve effecten als gevolg van de propaantank op nabij gelegen kwetsbare objecten kunnen zodoende worden uitgesloten. Overeenkomstig de risicokaart waarin relevante risicobronnen worden getoond, zijn in de nabije omgeving van het plangebied enkele risicobronnen gelegen. Het plangebied ligt in de buurt van de A7 waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Er is geen sprake van vervoer van gevaarlijke stoffen via het water, spoor of de buisleidingen in de nabije omgeving. Op 230 m afstand is een LPG installatie gelegen, zie onderstaand figuur. Het projectgebied ligt buiten het invloedsgebied (150 m) van de LPG installatie. Het projectgebied ligt op 3 km afstand van de A7. Deze route vervoert de stoffen LF1, LF2 en LT2.
Het maatgevende invloedsgebied is 880 m. Het invloedsgebied van de A7 reikt niet tot het plangebied. Conclusie Het aspect externe veiligheid geeft geen belemmeringen.
26/37
Figuur 4.5.1 Uitsnede risicokaart (atlas leefomgeving 2023)
4.6 Luchtkwaliteit Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.5 weergegeven. Tabel 4.5 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof Toetsing van stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m³ 25 µg/m³
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht.
27/37
Besluit niet in betekenende mate In het Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: a. een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); b. een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij een ruimtelijke ontwikkeling uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Toetsing De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op het legaliseren van een paviljoen en leidt tot een toename van verkeer van 387 mvt/etmaal voor lichtverkeer en 3,88 mvt/etmaal voor vrachtverkeer (weekdaggemiddelde). Uit de NIBM-tool blijkt dat deze verkeerstoename zorgt voor een toename van het gehalte stikstof in de lucht van 0,25µg/m³ en van fijn stof van 0,06 µg/m³ . Beide toenames blijven beneden de 1,2 µg/m³.
Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Tabel 4-5 Gevolgen op luchtkwaliteit middels NIBM-tool
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de CIMLK kaart (https://www.cimlk.nl/kaart). De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Lageweg, direct ten oosten van het plangebied. Uit de kaart blijkt dat in 2022 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2022; 12,93 µg/m³ voor NO2, 14,4 µg/m³ voor PM10 en 7,3 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen. Hierdoor is er ter plaatste van het projectgebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Uit bovenstaande volgt dat er ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect luchtkwaliteit geeft geen belemmeringen.
28/37
4.7 Bodemkwaliteit Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Toetsing en conclusie Beoogd is om het bestaande horecapaviljoen permanent te vergunnen. Beoogd is om het bestaande horecapaviljoen permanent te vergunnen. Voor de regio is er een bodemkwaliteitskaart opgesteld door Lievense CSO. In de bodemkwaliteitskaart zijn op basis van historie, gebruik en bodemkwaliteit in totaal 6 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte, 5 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2,0 meter diepte onderscheiden en ook 2 bodemkwaliteitszones voor de PFAS-verbindingen PFOA en PFOS (bodemlagen 0-0,5 m-mv en 0,5-1,0 m-mv.).