Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing met onderzoeken Jan Willemszstraat 18
Tekst van het document
Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. Watersysteem Het aangrenzende boezempeil (Noordhollandsch Kanaal is de boezem) bedraagt -0,50m N.A.P. met een maatgevend hoogwaterpeil van 0,00m N.A.P. Waterkwantiteit Er geldt op grond van de regels van de Keur een compensatieplicht vanaf een toename aan verharding van 800 m2. Die toename aan verharding heeft te maken met het versneld afvoeren van regenwater richting het watersysteem. In de huidige situatie bestaat het plangebied voor 2.970 m2 uit verharding. In de nieuwe situatie neemt de verharding af tot circa 2.785 m2. In het plan wordt circa 20% kavelgroen en circa 5 10% groen dak gerealiseerd. 1
Wateradvies, HHNK, nr. 00005757
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
22/29
Milieu- en omgevingsaspecten
Er is geen sprake van het dempen van water. Er is voor de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van noodzakelijke watercompensatie. Waterkwaliteit en riolering Uitgangspunt is dat een gescheiden rioolstelsel wordt aangelegd. De ambitie van het hoogheemraadschap is om 100% van het hemelwater van nieuwe oppervlakken te scheiden van het afvalwater. Toepassing van uitloogbare materialen, zoals koper, lood en zink zal zoveel mogelijk worden voorkomen. Betekenis voor het project Het hemelwater wordt gescheiden van het afvalwater aangeboden en deels geïnfiltreerd en/of gebufferd voordat dit vertraagd afgevoerd wordt naar het (gescheiden) gemeenteriool. Het gebruik van uitloogbare materialen, zoals zink, lood en koper wordt beperkt Ruimtelijke adaptatie HHNK adviseert om in het ontwerp van het plan het principe van ruimtelijke adaptatie op te nemen. Het plan biedt mogelijk kansen hiertoe. Zo zou kunnen worden gedacht aan het aanbrengen van 'groene daken', eventueel met meervoudig ruimtegebruik en waterberging capaciteit. Ook kan bij bijvoorbeeld de aanleg van de niet bebouwde gronden gebruik worden gemaakt van waterdoorlatende verharding met bijbehorende afvoer vertragende onderlaag of waterberging op straat en in verlaagde groenstroken. Betekenis voor het project In het relatief kleine plangebied neemt de verharding ten opzichte van de huidige situatie niet toe.
De parkeervakken in het plan worden waar mogelijk uitgevoerd met waterdoorlatende verharding. Er worden circa 16 nieuwe bomen geplant en er wordt 450m2 gevarieerd horizontaal groen aangeplant en circa 160m2 ingericht als onverharde privétuin. In het plan wordt ook circa 5 - 10% groendak toegepast. Regenwater wordt deels vertraagd afgevoerd en/of natuurlijk geïnfiltreerd middels infiltratiekoffers (mogelijk onder de verharding). In de binnentuin komt een voorziening voor het opvangen van regenwater voor later gebruik. Vergunningen en ontheffingen Voor werkzaamheden in, onder, langs, op, bij of aan oppervlaktewater, waterkeringen en wegen in het beheer van het hoogheemraadschap is een watervergunning van het hoogheemraadschap nodig.
4.3
Bodem
In het kader van een ruimtelijke procedure waarin een nieuwe functie mogelijk wordt gemaakt dient de bodemgesteldheid in kaart te worden gebracht. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bouwplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Betekenis voor het project Door Grondslag is verkennend bodemonderzoek2 uitgevoerd. De gestelde hypothese dat de bovengrond verdacht is op het voorkomen van bestrijdingsmiddelen, is bevestigd. In een mengmonster van de bovengrond zijn de meeste geanalyseerde bestrijdingsmiddelen licht verhoogd aangetoond. De gestelde hypothese dat ter plaatse van het ketelhuis een verontreinigingen met minerale olie en/of aromaten niet kan worden uitgesloten, is niet bevestigd. In de bodem is zowel visueel als analytisch geen olie aangetoond.
2
Verkennend bodemonderzoek, Grondslag, 23 november 2022
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
23/29
Milieu- en omgevingsaspecten
De gestelde hypothese dat de sloten op de onderzoekslocatie vermoedelijk zijn gedempt met gebiedseigen grond, is bevestigd. Er is geen noemenswaardige afwijkende bodemopbouw waargenomen in de verrichtte boorraaien. De gestelde hypothese dat er verder geen verhogingen boven de lokale achtergrondwaarden uit de bodemkwaliteitskaart worden verwacht, is bevestigd. Bij het verkennend onderzoek is in eerste instantie een sterke verhoging aan PCB gemeten in de bovengrond van boring 12. Echter blijkt uit het aanvullend onderzoek dat deze sterke verhoging niet reproduceerbaar is. Mogelijk is de verhoging in eerste instantie veroorzaakt door heterogeniteit in het monster van boring 12, bijvoorbeeld een deeltje bodemvreemd materiaal. Uiteindelijk zijn in zowel grond als grondwater hooguit lichte verhogingen gemeten. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft in voldoende mate de milieuhygiënische situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer. Er is derhalve geen aanleiding voor nader onderzoek. Tijdens het onderzoek zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een verontreiniging met asbest. De hypothese van een asbestonverdachte locatie wordt gehandhaafd.
4.4
Archeologie
Nieuwe ontwikkelingen kunnen archeologische waarden aantasten. In dat kader dienen dan ook de aanwezige of verwachte waarden te worden beschouwd. In de Monumentenwet 1988 is de bescherming van het archeologisch erfgoed geregeld, dit conform het Verdrag van Malta. Deze wet verplicht om bij ruimtelijke plannen, rekening te houden met de in de bodem aanwezige, dan wel te verachten archeologische waarden. Betekenis voor het project In het huidige bestemmingsplan is ter plaatse van het projectgebied een archeologisch beschermingsregime opgenomen waarbij voor bouwwerken groter dan 10.000 m2 een archeologisch rapport moet worden overlegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. Het plan blijft binnen de geschetste drempelwaarden. Er is geen archeologisch onderzoek nodig.
4.5
Cultuurhistorie
Op grond van de Modernisering Monumentenwet (MoMo) dient in een ruimtelijk plan een beschrijving te worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Betekenis voor het project Het zorggebouw zelf heeft geen specifieke cultuurhistorische waarden. Er is ook geen sprake van een aardkundig waardevol gebied. Het bouwplan leidt niet tot aantasting van cultuurhistorische waarden.
4.6
Natuur
In de natuurwetgeving worden gebiedsbescherming en soortenbescherming onderscheiden. Beide beschermingsregimes zijn van belang voor de ontwikkelingsmogelijkheden van een gebied. De soortenbescherming is geregeld in de Wet natuurbescherming. Hierin zijn verschillende beschermingsregimes voor soorten aangewezen.
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
24/29
Milieu- en omgevingsaspecten
Betekenis voor het project Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd natuurgebied en ligt ook niet in de nabijheid van een beschermd natuurgebied. Op 1 km afstand ligt het Natura-2000 gebied Markermeer & IJmeer. Dit is geen stikstofdepositie gevoelige habitat. Het Natura-2000 gebied Eilandspolder ligt op 13 km afstand en op 10 km afstand ligt Polder Zeevang.
Afbeelding 4.1: Ligging projectlocatie ten opzichte van Natura2000 gebieden.
Vanwege de jurisprudentie met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof (PAS) is noodzakelijk om te kijken of de beoogde herontwikkeling kan leiden tot stikstofdepositie ter plaatse van één of meerdere Natura 2000-gebieden. Door van der Goes en Groot is een stikstofberekening uitgevoerd3. Hierbij is zowel de aanlegfase als de gebruiksfase in beeld gebracht. De maximale projectbijdrage van de aanleg en het gebruik van de gebouwen is 0,00 mol/ha/jaar op de meest dichtbijgelegen stikstofgevoelige habitattypen. De stikstofdepositie die uitvoering van de plannen zal veroorzaken vormt een zodanig gering percentage van de kritische depositiewaarde van de meest kritische ter plaatse voorkomende stikstofgevoelige habitattypen, dat er ecologisch gezien geen zichtbare of meetbare effecten zullen optreden en er zeker geen sprake is van significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden in gevaar zouden kunnen komen. Gezien de werkzaamheden betreft de hoogste bijdrage van het project de tijdelijke inzet en het tijdelijke effect van mobiele werktuigen. Deze tijdelijke effecten zijn vaak gemakkelijker op te vangen door de natuurlijke fluctuaties binnen het natuurgebied of eventueel herstelbeheer, dan effecten van permanente activiteiten.
In de gerealiseerde bebouwing wordt door het afzien van stookinstallaties in de bebouwing (vrijwel) geen stikstof meer geëmitteerd. De transitie van oude bebouwing met zekere uitstoot van stikstof naar de beoogde bebouwing in dit project draagt daarmee bij aan de gewenste permanente daling van stikstof op kwetsbare natuurgebieden. De AERIUS-berekening ten tijde van het toetsingsmoment is bepalend. Het toetsingsmoment in AERIUS voor een bedrijfswijziging is het moment van realisatie van de bedrijfswijziging. Effecten van een latere wijziging in AERIUS hebben hier geen effect op. Voor bedrijven is het van belang om de AERIUS-berekening te bewaren.
3
Stikstofbereking, van der Goes en Groot, 21 februari 2023
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
25/29
Milieu- en omgevingsaspecten
Soortenbescherming Door van der Goes en Groot is een Quickscan natuurwetgeving uitgevoerd4. Uit de Quickscan komt naar voren dat nader onderzoek naar vleermuizen en vogels nodig is. Dit vervolgonderzoek5 is ook als bijlage bij de GRO opgenomen. In het plangebied komen geen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels voor. In het plangebied kunnen wél broedvogels met nietjaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen duurt ruwweg van half maart tot half juli. Er werden langsvliegende, foeragerende en baltsende vleermuizen waargenomen. Ook werd een zomerverblijf en een kraamverblijf van Gewone dwergvleermuis gevonden en tevens een paarverblijf van Ruige dwergvleermuis waargenomen. De aanwezige vaste verblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuizen, en Ruige dwergvleermuizen zullen door sloop van de gebouwen vernield kunnen worden. Er is tijdelijke compensatie en permanente compensatie noodzakelijk. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt. Dit plan dient te worden ingediend in het kader van een WABO-procedure of in het kader van een ontheffingsaanvraag Wnb.
Wanneer voldoende compenserende en/of mitigerende maatregelen worden getroffen en een geldig belang uit de Habitatrichtlijn of Vogelrichtlijn aanwezig is, wordt door de provincie een verklaring van geen bedenkingen afgegeven (Wabo-procedure) of een ontheffing (ontheffingsaanvraag Wnb).
4.7
Verkeer en parkeren
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient inzicht te worden geven in de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van verkeer en parkeren. Betekenis voor het project Verkeer In de directe omgeving van het plangebied is sprake van een aantal bestaande wegen. De functie die zich in de toekomstige situatie gaan vestigen binnen het plangebied genereren een bepaalde hoeveelheid verkeer. Dit verkeer heeft invloed op de intensiteiten in en in de directe omgeving van het plangebied. Het CROW (een non-profit kennispartner voor overheden, aannemers en adviesbureaus) heeft landelijke richtlijnen opgesteld voor de verkeergeneratie van bepaalde type functies. Op basis van deze richtlijnen (rekentool “Verkeersgeneratie en parkeren”) moet voor het plangebied worden bepaald hoeveel verkeer er door het plangebied in de toekomstige situatie wordt gegenereerd. De eventuele toename van de verkeersgeneratie is afhankelijk van de invulling van de beoogde ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling van 29 appartementen kent op basis van CROW-kentallen een worst case verkeersgeneratie (uitgaande van dure appartementen en middeldure appartementen) van 181,6. Hierbij is uitgegaan van de ligging ‘sterk stedelijk, schil centrum’. Aantal woningen
Verkeersbewegingen per woning
Totaal
13 appartementen duur 16 appartementen middelduur
7,2 5,5
93,6 88 181,6
De verkeersgeneratie ten gevolge van de huidige bestemming kan hierbij in mindering worden gebracht. In de huidige situatie is ter plaatse van het plangebied sprake van een maatschappelijke bestemming. Volgens de begripsbepalingen van het bestemmingsplan vallen de volgende functies onder maatschappelijk:
4 5
Quickscan natuurwetgeving, van der Goes en Groot, 2 november 2021 Inventarisatie beschermde soorten, van der Goes en Groot, 21 oktober 2022
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
26/29
Milieu- en omgevingsaspecten
educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen, kinderopvang, buitenschoolse opvang en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. Dit gebouw kent, conform de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), een oppervlakte van 1.150 m2 en kent op basis van CROW-kentallen een verkeersgeneratie (uitgaande van bijvoorbeeld een kinderdagverblijf met een verkeersgeneratie van minimaal 24,2 verkeersbewegingen per 100 m2) van minimaal 278,3 verkeersbewegingen per etmaal. Resumerend is er sprake van een afname van de verkeersgeneratie ten gevolge van de beoogde ontwikkeling van 96,7 verkeersbewegingen per etmaal. De hoofdontsluiting van het project voor het autoverkeer gaat via de Jan Willemszstraat. De verwachting is dat deze weg voldoende capaciteit heeft om het autoverkeer hier op te vangen omdat er sprake is van een afname van het aantal verkeersbewegingen. Parkeren Op 1 juli 2018 zijn de stedenbouwkundige voorschriften uit de Bouwverordening 2010 vervallen. Tegenwoordig wordt het vastgestelde parkeerbeleid (Nota Parkeernormen Auto) als uitgangspunt gehanteerd voor het bepalen van de parkeerbehoefte bij aanvragen voor omgevingsvergunningen.
In geval van nieuwe ontwikkelingen, zoals hier het toevoegen van woningen, geldt dat er moet worden voorzien in 'voldoende parkeergelegenheid' op basis van de geldende parkeernormen in de benoemde nota.
Afbeelding 4.2: Uitsnede uit de parkeernota van Hoorn.
Op basis van de parkeernormen ziet de parkeerbehoefte er als volgt uit:
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
27/29
Milieu- en omgevingsaspecten
Het plan ligt binnen het vergunning parkeren gebied en de parkeernormennota gaat ervan uit dat parkeren op eigen terrein opgelost wordt. Volgens de parkeerberekening moeten op eigen terrein minimaal 38 pp worden gerealiseerd. Omdat het parkeren (voor bewoners en hun bezoekers) op eigen terrein geregeld moet worden, komen deze bewoners niet in aanmerking voor een parkeervergunning en kunnen bezoekers ook niet parkeren in het vergunning gebied. Maatvoering (breedte rijbaan, voetpaden, parkeervakken, etc.) moet voldoen aan de uitgangpunten zoals omschreven in de LIOR van de gemeente Hoorn, Parkeernormennota van de gemeente Hoorn of aan de NEN2443 (gedeelte eigen terrein). Indien huidige parkeercapaciteit in de openbare ruimte door deze ontwikkeling komt te vervallen moet deze in de directe omgeving gecompenseerd worden zodat de huidige parkeerdruk niet toeneemt.
4.8
Geluid wegverkeer
Op grond van de Wet geluidhinder dient de geluidbelasting afkomstig van geluidgezoneerde wegen op de nieuwe woningen te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden. Indien er sprake is van hogere waarden, dient er te worden getoetst aan het geluidbeleid bij het verlenen van hogere waarden. Het plan bevindt zich op circa 60 m van de doorgaande Johannes Poststraat en ligt daarmee binnen de geluidszone van deze weg. Onderzoek naar de geluidsbelasting en toetsing aan de eisen uit de Wet Geluidhinder is nodig. Betekenis voor het project Door M+P is onderzoek6 uitgevoerd naar geluidbelasting vanwege wegverkeer. De hoogst berekende geluidsbelasting bedraagt 47 dB Lden (na aftrek volgens art 103 Wgh). De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeer in een stedelijke situatie is 48 dB Lden. Wij concluderen dat deze waarde niet wordt overschreden en er geen sprake is van een verhoogde geluidsbelasting. Dat heeft tevens tot gevolg dat er geen extra eisen zijn voor de geluidswering van de gevel.
4.9
Luchtkwaliteit
Op basis van wetgeving die bekend staat onder de naam 'Wet luchtkwaliteit' kunnen ruimtelijkeconomische initiatieven worden uitgevoerd als aan één of meer voorwaarden wordt voldaan: grenswaarden niet worden overschreden; de luchtkwaliteit per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft; het initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit; het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De Wet Luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Onder kleine projecten worden projecten verstaan die de luchtkwaliteit 'niet in betekende mate' verslechteren. Deze projecten worden niet meer beoordeeld op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Draagt een klein project niet of nauwelijks bij aan luchtverontreiniging, dan is er geen belemmering voor. Het ministerie VROM heeft de definitie van 'in betekenende mate' vastgelegd in het Besluit NIBM. Projecten die de concentratie NOx, SO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling.
Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in de regeling NIBM omgezet in getalsmatige grenzen, bijvoorbeeld: woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen; kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen. 6
Onderzoek geluidbelasting wegverkeer, M+P, 7 oktober 2022
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
28/29
Milieu- en omgevingsaspecten
Betekenis voor het project De ontwikkeling van het plangebied bevat de realisatie van minder dan 1.500 woningen. Op basis van deze gegevens kan worden geconcludeerd dat onderzoek naar luchtkwaliteit voor de ontwikkeling die met het voorliggende bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt niet nodig is en dat de ontwikkeling niet bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Uit de informatie die beschikbaar is via de Monitoringstool NSL blijkt dat de jaargemiddelde concentraties fijn stof en stikstofdioxide in 2017, 2020 en 2025 langs wegen in de nabijheid van het plangebied onder de 35 µg/m³ liggen. Ter plaatse van het gehele plangebied zal dan ook worden voldaan aan de grenswaarden omdat de concentraties luchtverontreinigende stoffen afnemen naarmate een locatie verder van de weg ligt. Met betrekking tot luchtkwaliteit is in het plangebied sprake van een goed woon- en leefklimaat.
4.10
Externe veiligheid
Bij een locatiekeuze moet rekening worden gehouden met risico’s die veroorzaakt kunnen worden door bedrijven in de omgeving of door de nabijheid van transportroutes van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, door leidingen en over water. Het betreft risico’s zoals ontploffingen of vrijkomen van giftige gassen. Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wet ruimtelijke ordening getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en groepsrisico. De locaties van risicobronnen en risicocontouren zijn terug te vinden op www.risicokaart.nl. Het aspect Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Volgens de risicokaart zijn in de directe omgeving geen risicovolle objecten waar te nemen. Er vindt in of nabij het gebied geen transport van gevaarlijke stoffen plaats. Het bouwplan is niet gesitueerd in de buurt van externe veiligheidsbronnen. De afstand tot het spoor is 230 meter. Op het spoor vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Op de risicokaart van de provincie Noord-Holland blijkt dat binnen en nabij het plangebied geen risicovolle inrichtingen zijn gelegen waarvan een plaatsgebonden risicocontour zijn gesitueerd in het plangebied. De planlocatie ligt niet in het invloedsgebied/toetsingszone van een EV relevante risicobron. Een nader onderzoek naar externe veiligheid is dan ook niet noodzakelijk.
Externe veiligheid vormt geen belemmering voor het afgeven van de omgevingsvergunning.
4.11
Bedrijven en milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: woonfuncties nabij bestaande en opvolgende bedrijvigheid zijn alleen mogelijk als ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd bestaande bedrijven worden niet onevenredig geschaad in hun bedrijfsvoering. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. Betekenis voor het project De omgeving van het projectgebied kent overwegend woonfuncties met her en der enkele maatschappelijke- en bedrijfsfuncties. In de directe nabijheid van de projectlocatie is een uitvaartcentrum gevestigd. Deze functie is zonder richtafstand te combineren met de toekomstige woningen.
Andere niet-woonfuncties liggen op een grotere afstand en worden in hun bedrijfsuitoefening al beperkt door aangrenzende bestaande woningen.
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
29/29
Milieu- en omgevingsaspecten
4.12
Bezonning
Naarmate de breedte of hoogte van een gebouw groter is, kan het negatieve effect op de bezonning van de omgeving toenemen. Een smalle toren belemmert de bezonning van de omgeving voor een kortere tijd dan een wand van diezelfde hoogte, of zelfs een wand van minder hoogte. Hoogbouwinitiatieven dienen daarom te worden onderworpen aan een bezonningsonderzoek. Betekenis voor het project Ten behoeve van de ontwikkeling is een bezonningsstudie uitgevoerd7. Daartoe is een 3D-model opgesteld waarop de bezonning en schaduwwerking zijn geprojecteerd. Dit gebeurt op 4 momenten in het jaar: gemiddelde dagen 21 maart en 23 september, de langste dag 21 juni en de kortste dag 22 december. Ook is voor deze 4 dagen in het jaar gekeken naar verschillende momenten op de dag: 9 uur, 12 uur, 16 uur en 19 uur. De bezonningsstudie maakt inzichtelijk wat de gevolgen zijn voor de bezonning en schaduw in de toekomstige situatie. Gelet op de effecten op de bezonning van gebouwen in de omgeving is het plan ruimtelijk aanvaardbaar.
4.13
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
In Nederland is het verplicht om de effecten op het milieu volwaardig onderdeel te laten zijn van de voorbereiding en de besluitvorming over ruimtelijke plannen. Daarvoor is in de Wet milieubeheer de methodiek van de milieueffectrapportage (m.e.r.) opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling is niet direct m.e.r. beoordelingsplichtig op basis van het onderdeel ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Echter, omdat de voorgenomen ontwikkeling wel valt onder de noemer van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling verplicht. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is in feite een beknopte opsomming van de beoordeling van de ontwikkeling op verschillende milieuaspecten. Het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer zijn per 7 juli 2017 gewijzigd. Gemeenten zijn thans verplicht om een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (Mer). Uit de bij deze GRO opgenomen Aanmeldnotitie m.e.r. 8 volgt dat de kenmerken van de activiteit en de mogelijke gevolgen voor het milieu geen aanleiding geven voor het opstellen van een milieueffectrapportage.
4.14
Conclusie milieu- en omgevingsfactoren
Uit bovenstaande paragrafen kan worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen bestaan voor de woningbouwontwikkeling in het plangebied.
7 8
Bezonningsstudie Aanmeldnotitie m.e.r., DNS Planvorming, 7 december 2022
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
30/29
Maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid
5
Maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 3.7 Wabo, gelezen in samenhang met artikel 3.10 Wabo, kan worden vastgesteld dat op de voorbereiding van een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 3, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is. De beslistermijn is 26 weken en kan door het bevoegd gezag eenmaal met 6 weken worden verlengd. Omdat de omgevingsvergunning de bouw van meer dan 11 woningen mogelijk maakt, is de Crisis- en Herstelwet (Chw) van toepassing met als gevolg dat de bestuurlijke versnellingen van toepassing zijn zoals opgenomen in afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Chw. 5.1.1 Participatie Op dinsdag 24 mei 2022 heeft een informatiebijeenkomst/inloopavond plaatsgevonden in het bestaande gebouw aan de Jan Willemszstraat 18 te Hoorn. Tijdens deze bijeenkomst zijn 43 van de ongeveer 200 genodigde huishoudens op een interactieve wijze geïnformeerd en hebben de belanghebbenden een goed beeld kunnen krijgen van het plan en de bijkomende procedure. Er is gewerkt met een zogenaamd ‘postermodel’ waarbij de omwonenden persoonlijk en op maat geïnformeerd zijn over het beoogde programma, de massa, bezonning, zichtlijnen, planning en procedures.
Tijdens de bijeenkomstavond en in de weken daarna hebben alle belanghebbenden hun aandachtspunten / wensen en reacties op het plan kunnen geven middels een gedeeld formulier. Van deze gelegenheid hebben 32 huishoudens gebruik gemaakt en gezamenlijk zijn 122 punten benoemd. Van alle 122 punten is een overzicht gemaakt daaruit volgen samengevat 20 onderwerpen; parkeren, hoogte, veiligheid/omgeving, groen -nieuw - bestaand- privacy, speeltuin, éénrichtingsverkeer, afval, steeg, afstand, entree, maatschappelijk, riool, technisch ontwerp, hemelwater, koffie, verkoop, openbare tuin, VVE, wijkvisie, bezonning. Op 22 juli zijn de belanghebbenden middels een schrijven geïnformeerd over de ontvangen reacties, de opkomst, en het vervolg van het participatietraject. Op 14 september 2022 zijn de circa 200 huishoudens opnieuw uitgenodigd voor een tweede bijeenkomstavond. Tijdens deze bijeenkomst, gehouden op 27 september 2022 zijn de omwonenden op een interactieve wijze geïnformeerd over de aanpassingen in het ontwerp en de beantwoording van hun individuele wensen en vragen hieromtrent onder andere door gebruik van een actie- / afsprakenkaart. Tijdens de tweede bijeenkomstavond hebben alle belanghebbenden wederom hun aandachtspunten / wensen en reacties op het plan kunnen geven middels een gedeeld formulier.
Naast alle positieve reacties, zijn er ook een tweetal nieuwe vragen gesteld die de actiekaart nog onvoldoende beantwoordt. Op 30 september 2022 zijn alle bezoekers van de eerste en tweede inloopavond per mailbericht bedankt voor hen aanwezigheid en geïnformeerd over de twee nieuwe vragen met de beantwoording daarvan en heeft iedereen een digitale kopie gekregen van de tijdens de bijeenkomst getoonde documenten. In de weken daarna zijn geen verdere reacties en vragen ontvangen, hiermee is het participatietraject afgerond (d.d. 13-12-2022).
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
31/29
Maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid
5.1.2 3.1.1 overleg Ten behoeve van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is de ruimtelijke onderbouwing toegezonden aan de overlegpartners. Reacties per overlegpartner: Opmerkingen ……………….. Gemeentelijke reactie hierop. …………………
5.2
Financiële uitvoerbaarheid
Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient er in het kader van het ruimtelijk besluit een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is de definitie van bouwplan gegeven, waarbij het onderhavige plan als bouwplan kan worden aangemerkt. Met het tweede lid van artikel 6.12 Wro kan worden afgeweken van de plicht een exploitatieplan vast te stellen, mits het verhaal van kosten anderszins is verzekerd. De kosten voor het bouwplan alsmede de plankosten worden gedragen door de ontwikkelaar van het plan. Hetzelfde geldt voor eventuele kosten als gevolg van planschade. Hiervoor wordt een overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente gesloten. De ambtelijke kosten voor de realisatie van het plan zijn voor de gemeente anderszins verzekerd in deze overeenkomst. Om deze reden is een exploitatieplan niet nodig. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gewaarborgd.
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
32/29
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
33/29
Bijlagen
34/42
Bijlage 1
Watertoets
35/42
Bijlage 2
Bodem
Bijlage 3
Stikstofberekening
Bijlage 4
Quickscan Natuurwetgeving
Bijlage 5
Inventarisatie beschermde soorten
Bijlage 6
Geluidsonderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 7
Bezonningsstudie
Bijlage 8
Aanmeldnotitie m.e.r.
Aanmeldnotie m.e.r. Jan Willemszstraat Hoorn
gemeente
Hoorn
opdrachtgever opstellers projectnummer versie datum
Pro6 Vastgoedontwikkeling M. Schmeink Concept 2 14 december 2022
DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl
Inhoudsopgave
1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding ......................................................................................................................... 3 Jan Willemszstraat ........................................................................................................ 3 Aanleiding aanmeldnotitie ............................................................................................. 3 Activiteiten in relatie tot het Besluit m.e.r. ..................................................................... 3 M.e.r.-beoordeling ......................................................................................................... 4
2 2.1 2.2
Locatie en kenmerken van het project .......................................................................... 5 Locatie........................................................................................................................... 5 Kenmerken van het project ........................................................................................... 6
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12 3.13
Kenmerken van het potentiële effect ............................................................................ 7 Algemeen ...................................................................................................................... 7 Verkeer.......................................................................................................................... 7 Geluid ............................................................................................................................ 8 Luchtkwaliteit................................................................................................................. 9 Natuur ........................................................................................................................... 9 Bodem ......................................................................................................................... 10 Water........................................................................................................................... 11 Externe veiligheid ........................................................................................................ 11 Geur, stof en gevaar ...................................................................................................
11 Cultuurhistorie en archeologie .................................................................................... 11 Bezonning ................................................................................................................... 11 Sloop- en aanlegwerkzaamheden .............................................................................. 12 Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen .................................................................... 12
4
Conclusie .................................................................................................................... 13
DNS Planvorming BV
2
1
Inleiding
1.1
Jan Willemszstraat
Aan de Jan Willemszstraat te Hoorn bestaat het voornemen om een bestaand leegstaand gebouw met een voormalige maatschappelijke functie te vervangen door een appartementengebouw voor in totaal 29 appartementen. De ontwikkeling past niet in het ter plaatse geldende bestemmingsplan.
1.2
Aanleiding aanmeldnotitie
Op grond van de Wet milieubeheer is voor projecten die mogelijk grote gevolgen hebben voor het milieu, een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. In dit geval gaat het om m.e.r.-plichtige activiteiten waarvoor een milieueffectrapportage (MER) opgesteld dient te worden. De m.e.r.-procedure is bedoeld om de belangrijk milieugevolgen van het project mee te wegen bij de besluitvorming. In het besluit m.e.r. is opgenomen voor welke projecten het doorlopen van een m.e.r.-procedure verplicht is. Indien een m.e.r.-procedure niet verplicht is, volstaat een vormvrije m.e.r.beoordeling. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is van toepassing op alle ruimtelijke ontwikkelingen die genoemd worden in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., maar die onder de drempelwaarden blijven. Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In het gewijzigde Besluit m.e.r. is de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Door het college van de gemeente Hoorn dient een afzonderlijk besluit genomen te worden of een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat. In voorliggende aanmeldnotitie wordt gemotiveerd dat geen sprake is van aanzienlijke milieugevolgen, waardoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat.
1.3
Activiteiten in relatie tot het Besluit m.e.r.
Een m.e.r. is verplicht bij bestemmingsplannen (en uitgebreide Wabo’s) indien de activiteiten in het plan mogelijk tot significante gevolgen leiden voor Natura 2000-gebieden, zodat een passende beoordeling nodig is en/of het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor volgens de Wet milieubeheer een besluit m.e.r.(-beoordeling) verplicht is. Uit het uitgevoerde natuuronderzoek en onderzoek naar stikstofdepositie blijkt dat ten gevolge van het project geen negatieve effecten optreden op relevante waarden van Natura 2000‐gebieden en zeker geen significant negatieve effecten. In het Besluit milieueffectrapportage zijn m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten en indicatieve drempelwaarden opgenomen. Op de D-lijst onder categorie D 11.2 geldt voor het onderdeel ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een drempelwaarde van 100 hectare en van 2.000 woningen. De onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op het realiseren van circa 29 woningen. Het plangebied is ongeveer 4.270 m2 groot. Het blijft daarmee ruim onder de drempelwaarden. De voorgenomen ontwikkeling is ook niet direct m.e.r.-beoordelingsplichtig. De drempelwaarden zijn indicatief.
Daarom moet vervolgens worden gekeken naar de kenmerken van de ontwikkeling, de plaats van de ontwikkeling en de kenmerken van mogelijke effecten. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die
DNS Planvorming BV
3
voorkomen op de D-lijst van het nieuwe Besluit milieueffectrapportage die beneden de drempelwaarden vallen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden:
belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.
De vormvrije m.e.r.-beoordeling is dus altijd nodig als een besluit of plan wordt voorbereid over activiteiten die voorkomen op de D-lijst en die onder de drempelwaarden liggen.
1.4
M.e.r.-beoordeling
Naar aanleiding van het gestelde hierboven moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Op grond van artikel 7.16 van de Wet milieubeheer moet worden ingegaan op de volgende aspecten: een beschrijving van de activiteit, met in het bijzonder: o een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en, voor zover relevant, van sloopwerken; o een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn; een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben; een beschrijving, voor zover er informatie over deze gevolgen beschikbaar is, van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van: o indien van toepassing, de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; o het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit.
DNS Planvorming BV
4
2
Locatie en kenmerken van het project
2.1
Locatie
De projectlocatie is gelegen in de wijk Hoorn-Noord. Het plangebied maakt ruimtelijk gezien onderdeel uit van het ensemble tussen de Johannes Poststraat, Drieboomlaan, Loniusstraat en Jan Willemszstraat. De locatie grenst aan een woonbuurt met een eenduidig, seriematig en orthogonaal karakter met overwegend grondgebonden rijwoningen in twee lagen met kap.
Afbeelding: weergave plangebied op de luchtfoto
Het gebied maakt onderdeel uit van het bestaande stedelijke gebied van Hoorn en ligt niet in een kwetsbaar gebied en/of een gebied met beschermde status zoals stiltegebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en aardkundige monumenten. Het gebied ligt ook niet in Natura-2000 gebied of een NNN-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied betreft het Markermeer op ongeveer 900 m afstand. De bestaande bebouwing heeft geen monumentale status. De monumentale waarde van het gebouw van het uitvaarcentrum aan de Johannes Poststraat wordt niet beïnvloed door de nieuwbouw. Binnen het plangebied liggen geen archeologische monumenten. Het plangebied is in de indicatieve kaart archeologische waarden niet gekarteerd. Wel geldt binnen het plangebied volgens het geldende bestemmingsplan een archeologische dubbelbestemming. Hierbinnen geldt dat voor grond- en bouwwerkzaamheden van meer dan 10.000 m2 een archeologisch onderzoek is vereist. Het bouwplan blijft ruim onder deze drempel.
DNS Planvorming BV
5
2.2
Kenmerken van het project
Het project bestaat uit de sloop van het bestaande gebouw en de nieuwbouw van een appartementengebouw voor in totaal 29 woningen. De te verwachten milieueffecten van het woningbouwplan hangen samen met de verkeersaantrekkende werking en parkeren en tijdelijke hinder tijdens de bouwfase. De realisatie van maximaal 29 woningen leidt niet tot een nadelig effect op de luchtkwaliteit en tevens niet tot een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van nabijgelegen natuurgebieden. Er wordt geen negatief effect verwacht op de waterhuishouding en de kwaliteit van de bodem aangezien geen sprake is van lozing of bodembedreigende activiteiten. Daarnaast zorgt de realisatie van het plan niet voor negatieve geluidseffecten op de omgeving. Er is tevens onderzocht of de realisatie van de woningbouw een negatief effect heeft op de omliggende inrichtingen. Hiervan kan geconcludeerd worden dat de omliggende inrichtingen zo ver van de projectlocatie af zijn gelegen dat deze niet belemmerd worden in hun bedrijfsvoering.
DNS Planvorming BV
6
3
Kenmerken van het potentiële effect
3.1
Algemeen
De impact van de voorgenomen ontwikkeling wordt in kaart gebracht door de beoogde ontwikkeling te vergelijken met de referentiesituatie. In de komende paragrafen worden de mogelijk relevante milieueffecten behandeld. Het gaat hierbij om de effecten op het milieu die het plan met zich meebrengt. De onderzoeken waarnaar in deze Aanmeldnotitie wordt verwezen maken allen deel uit van de Goede Ruimtelijke Onderbouwing voor de Jan Willemszstraat en zijn daarin als bijlage opgenomen.
3.2
Verkeer
In de directe omgeving van het plangebied is sprake van een aantal bestaande wegen. De functie die zich in de toekomstige situatie gaan vestigen binnen het plangebied genereren een bepaalde hoeveelheid verkeer. Dit verkeer heeft invloed op de intensiteiten in en in de directe omgeving van het plangebied. Het CROW (een non-profit kennispartner voor overheden, aannemers en adviesbureaus) heeft landelijke richtlijnen opgesteld voor de verkeergeneratie van bepaalde type functies. Op basis van deze richtlijnen (rekentool “Verkeersgeneratie en parkeren”) moet voor het plangebied worden bepaald hoeveel verkeer er door het plangebied in de toekomstige situatie wordt gegenereerd. De eventuele toename van de verkeersgeneratie is afhankelijk van de invulling van de beoogde ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling van 29 appartementen kent op basis van CROW-kentallen een worst case verkeersgeneratie (uitgaande van dure appartementen en middeldure appartementen) van 181,6. Hierbij is uitgegaan van de ligging ‘sterk stedelijk, schil centrum’. Aantal woningen
Verkeersbewegingen per woning
Totaal
13 appartementen duur 16 appartementen middelduur
7,2 5,5
93,6 88 181,6
De verkeersgeneratie ten gevolge van de huidige bestemming kan hierbij in mindering worden gebracht. In de huidige situatie is ter plaatse van het plangebied sprake van een maatschappelijke bestemming. Volgens de begripsbepalingen van het bestemmingsplan vallen de volgende functies onder maatschappelijk: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen, kinderopvang, buitenschoolse opvang en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. Dit gebouw kent, conform de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), een oppervlakte van 1.150 m2 en kent op basis van CROW-kentallen een verkeersgeneratie (uitgaande van bijvoorbeeld een kinderdagverblijf met een verkeersgeneratie van minimaal 24,2 verkeersbewegingen per 100 m2) van minimaal 278,3 verkeersbewegingen per etmaal.
DNS Planvorming BV
7
Resumerend is er sprake van een afname van de verkeersgeneratie ten gevolge van de beoogde ontwikkeling van 96,7 verkeersbewegingen per etmaal. De hoofdontsluiting van het project voor het autoverkeer gaat via de Jan Willemszstraat. De verwachting is dat deze weg voldoende capaciteit heeft om het autoverkeer hier op te vangen omdat er sprake is van een afname van het aantal verkeersbewegingen. De verkeerssituatie leidt niet tot significante negatieve milieugevolgen.
3.3
Geluid
De projectlocatie is gelegen in het stedelijk gebied van Hoorn. Het plan bevindt zich op circa 60 m van de doorgaande Johannes Poststraat en ligt daarmee binnen de geluidszon van deze weg. De overige wegen in de nabijheid van het plangebied hebben een rijsnelheid van 30 km/u en zijn niet gezoneerd, daarbij hebben ze een lage verkeersintensiteit. In de buurt zijn verder geen wettelijke geluidbronnen (gezoneerde spoorwegen en/of industrie) aanwezig. Ook het project zelf voorziet niet in een geluidbron. Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek1 volgt dat de geluidbelasting ter plaatse van de gevels van de beoogde woningen voldoet aan de voorkeursgrenswaarde. Er treden ter plaatse van de gevels van de beoogde woningen geluidbelastingen op tot ten hoogste 47 dB (inclusief aftrek conform artikel 103 Wgh). De bedrijvigheid rond de planlocatie ligt in het algemeen op voldoende afstand. Aangrenzend aan de projectlocatie is een uitvaartcentrum gevestigd. Voor een uitvaartcentrum geldt op basis van de VNG-richtlijn ‘Bedrijven en milieuzonering’ geen richtafstand. Voor overige niet-woonfuncties in de nabijheid van de projectlocatie geldt dat de bedrijfsvoering van deze functies reeds wordt beperkt door bestaande woningen die dichterbij deze functies zijn gelegen. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Belangrijke nadelige milieugevolgen als gevolg van geluid zijn uitgesloten.
1
Onderzoek geluidbelasting wegverkeer, M+P, 7 oktober 2022
DNS Planvorming BV
8
3.4
Luchtkwaliteit
3.4.1 Algemeen Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing) en locaties waartoe leden van het publiek gewoonlijk geen toegang hebben. Op 15 november 2007 is dit deel van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm.
In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. 3.4.2 Betekenis voor het project Op www.nsl-monitoring.nl is te zien dat er ter plaatse van de Jan Willemszstraat geen meetpunten zijn gelegen. Bij de meest nabij gelegen meetpunten blijven de concentraties stikstofdioxide NO2, fijnstof PM10 en fijnstof PM2,5 allen ruim onder de grenswaarden. De grenswaarde voor toetsing voor stikstofdioxide NO2 is 40 µg/m3, voor fijnstof PM10 is 40 µg/m3 en voor fijnstof PM2,5 is 25 µg/m3 de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie. Als gevolg van de ontwikkeling neemt het aantal verkeersbewegingen ter plaatse van de projectlocatie en de directe omgeving daarvan af. Als gevolg van de ontwikkeling is er dus ook geen toename van concentraties fijnstof en/of stikstofdioxide. De concentraties zullen ook na realisatie van het project ruim voldoen aan de grenswaarden en een goed woon- en leefklimaat kan voor de te realiseren woningen gewaarborgd worden. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn voor het aspect luchtkwaliteit zijn uitgesloten.
3.5
Natuur
Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op ca. 1000 m afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, het Markermeer & IJmeer. Overige Natura 2000-gebieden liggen op nog grotere afstand. Gezien de aard van de werkzaamheden en de ligging ten opzichte van de betrokken Natura 2000-gebieden zijn negatieve effecten als verstoring, geluid en licht op voorhand uit te sluiten. Om vast te stellen of het project kan leiden tot verhoogde depositie van stikstof in Natura2000gebied is een stikstofberekening2 gemaakt met behulp van het rekenprogramma AERIUS. Markermeer & IJmeer is geen stikstofdepositie gevoelige habitat. Het Natura-2000 gebied Eilandspolder ligt op 13 km afstand en op 10 km afstand ligt Polder Zeevang. De maximale projectbijdrage van de aanleg en het gebruik van de gebouwen is 0,00 mol/ha/jaar op de meest dichtbijgelegen stikstofgevoelige habitattypen. De stikstofdepositie die uitvoering van de plannen zal veroorzaken vormt een zodanig gering percentage van de kritische depositiewaarde van de meest kritische ter plaatse voorkomende stikstofgevoelige habitattypen, dat er ecologisch gezien geen zichtbare of meetbare effecten zullen optreden en er zeker geen sprake 2
Stikstofbereking, van der Goes en Groot, 2 december 2022
DNS Planvorming BV
9
is van significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden in gevaar zouden kunnen komen. Gezien de werkzaamheden betreft de hoogste bijdrage van het project de tijdelijke inzet en het tijdelijke effect van mobiele werktuigen. Deze tijdelijke effecten zijn vaak gemakkelijker op te vangen door de natuurlijke fluctuaties binnen het natuurgebied of eventueel herstelbeheer, dan effecten van permanente activiteiten. In de gerealiseerde bebouwing wordt door het afzien van stookinstallaties in de bebouwing (vrijwel) geen stikstof meer geëmitteerd. De transitie van oude bebouwing met zekere uitstoot van stikstof naar de beoogde bebouwing in dit project draagt daarmee bij aan de gewenste permanente daling van stikstof op kwetsbare natuurgebieden. Soortenbescherming Door van der Goes en Groot is een Quickscan natuurwetgeving uitgevoerd3. Uit de quickscan komt naar voren dat nader onderzoek naar vleermuizen en vogels nodig is. Dit vervolgonderzoek4 is ook als bijlage bij de GRO opgenomen. In het plangebied komen geen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels voor. In het plangebied kunnen wél broedvogels met nietjaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden.
Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen duurt ruwweg van half maart tot half juli. Er werden langsvliegende, foeragerende en baltsende vleermuizen waargenomen. Ook werd een zomerverblijf en een kraamverblijf van Gewone dwergvleermuis gevonden en tevens een paarverblijf van Ruige dwergvleermuis waargenomen. De aanwezige vaste verblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuizen, en Ruige dwergvleermuizen zullen door sloop van de gebouwen vernield kunnen worden. Er is tijdelijke compensatie en permanente compensatie noodzakelijk. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘activiteitenplan’ Aan de hand van een op te stellen ‘Activiteitenplan Jan Willemszstraat’ wordt ontheffing aangevraagd als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet natuurbescherming. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn voor het aspect natuur uitgesloten.
3.6
Bodem
Door Grondslag is verkennend bodemonderzoek5 uitgevoerd. In een mengmonster van de bovengrond zijn de meeste geanalyseerde bestrijdingsmiddelen licht verhoogd aangetoond. In de bodem is zowel visueel als analytisch geen olie aangetoond. Er is geen noemenswaardige afwijkende bodemopbouw waargenomen in de verrichtte boorraaien. In zowel grond als grondwater zijn hooguit lichte verhogingen PCB gemeten. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft in voldoende mate de milieuhygiënische situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer. Er is derhalve geen aanleiding voor nader onderzoek. Tijdens het onderzoek zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een verontreiniging met asbest. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn voor het aspect bodem uitgesloten.
3
Quickscan natuurwetgeving, van der Goes en Groot, 2 november 2021 Inventarisatie beschermde soorten, van der Goes en Groot, 21 oktober 2022 5 Verkennend bodemonderzoek, Grondslag, 23 november 2022 4
DNS Planvorming BV
10
3.7
Water
In de huidige situatie bestaat het plangebied voor 2.970 m2 uit verharding. In de nieuwe situatie neemt de verharding af tot circa 2.785 m2. In het plan wordt circa 25% kavelgroen en 20% groen dak gerealiseerd. Er vinden geen activiteiten plaats die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (rwzi). Er wordt een gescheiden stelsel aangelegd. Daarnaast wordt het advies opgevolgd om met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk te voorkomen. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn voor het aspect water uitgesloten.
3.8
Externe veiligheid
Het bouwplan is niet gesitueerd in de buurt van externe veiligheidsbronnen. De afstand tot het spoor is 230 meter. Op het spoor vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Op de risicokaart van de provincie Noord-Holland blijkt dat binnen en nabij het plangebied geen risicovolle inrichtingen zijn gelegen waarvan een plaatsgebonden risicocontour zijn gesitueerd in het plangebied. De planlocatie ligt niet in het invloedsgebied/toetsingszone van een EV relevante risicobron. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn voor het aspect externe veiligheid uitgesloten.
3.9
Geur, stof en gevaar
In de directe nabijheid van het plangebied bevinden zich geen (geurrelevante)bedrijven. Tijdens de bouw zal sprake zijn van tijdelijke effecten (verkeer, stof, geluid, licht, trillingen). Deze effecten verdwijnen na de bouwfase. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn voor de aspecten geur, stof en gevaar uitgesloten.
3.10
Cultuurhistorie en archeologie
Cultuurhistorie Zoals beschreven in hoofdstuk 2 zijn in het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig. Het bouwplan heeft geen negatieve invloed op het monumentale uitvaartcentrum aan de Johannes Poststraat. Archeologie Zoals aangegeven in hoofdstuk 2 geldt voor het plangebied een archeologische verwachtingswaarde. Hierbinnen geldt dat voor grond- en bouwwerkzaamheden van meer dan 10.000 m2 of een archeologisch onderzoek is vereist. Het is lastig om in de huidige situatie archeologisch onderzoek uit te voeren vanwege de bestaande bebouwing.
3.11
Bezonning
Bezonning Alleen in de vroege ochtend gedurende de winter zal enige sprake zijn van schaduw ter plaatse van de percelen ten noorden van de nieuwbouw. Het eerste gebouw ten noorden van de locatie betreft een niet-woongebouw waarin een fysiotherapiepraktijk is gevestigd. Het onderdeel bezonning heeft geen significante invloed op de leef- en verblijfsomstandigheden in en rond het plangebied.
DNS Planvorming BV
11
3.12
Sloop- en aanlegwerkzaamheden
Gelet op de tijdelijkheid van sloop- en aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Om het geluidseffect van de werkzaamheden te beperken zijn voldoende mogelijkheden om de ontsluiting van het bouwverkeer op ruime afstand van woningen te leggen. Indien noodzakelijk zullen geluidsreducerende maatregelen worden getroffen om geluidsoverlast tijdens sloop- en aanlegwerkzaamheden te beperken.
3.13
Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen
Voor het bouwplan worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal.
DNS Planvorming BV
12
4
Conclusie
De activiteit die mogelijk worden gemaakt met voorliggende ontwikkeling (woningbouw), gelet op de kenmerken en de plaats van de activiteiten en de kenmerken van de potentiële effecten, niet zodanig van invloed op het milieu dat een milieueffectrapportage moet worden doorlopen. Het voorstel is om het college van burgemeester en wethouders van Hoorn op basis van deze notitie te laten besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is.
DNS Planvorming BV
13
HERONTWIKKELING
HOORN, JAN WILLEMSZSTRAAT 18 BEZONNINGSSTUDIE – 26 JANUARI 2023 VERGELIJKING TUSSEN BESTAAND OBJECT EN TOEKOMSTIGE SITUATIE
ADRES LENGTEGRAAD BREEDTEGRAAD UTC
TOETSINGSDATA:
Jan Willemszstraat 18, 1624 CH Hoorn 5.0603814125061035 52.64749526977539 wintertijd +1 [v.a. 30 okt] – zomertijd +2 [v.a. 27 mrt]
21 maart; 21 juni; 23 september; 22 december;
09.00; 12.00; 16.00; 19.00 09.00; 12.00; 16.00; 19.00 09.00; 12.00; 16.00; 19.00 09.00; 12.00; 16.00; 19.00
Bezonningsstudie Deze bezonningsstudie is bedoeld om de effecten van de beoogde bebouwing binnen de planlocatie inzichtelijk te maken. Daartoe is een 3D-model opgesteld waarop de bezonning en schaduwwerking zijn geprojecteerd. Dit gebeurt op 4 momenten in het jaar: gemiddelde dagen 21 maart en 23 september, de langste dag 21 juni en de kortste dag 22 december. Ook is voor deze 4 dagen in het jaar gekeken naar verschillende momenten op de dag: 9 uur, 12 uur, 16 uur en 19 uur. Naarmate de breedte of hoogte van een gebouw groter is, kan het negatieve effect op de bezonning van de omgeving toenemen. Een smalle toren belemmert de bezonning van de omgeving voor een kortere tijd dan een wand van diezelfde hoogte, of zelfs een wand van mindere hoogte. Hoogbouwinitiatieven dienen daarom te worden onderworpen aan een bezonningsonderzoek. In de nieuwe situatie zou door de toename van de bouwhoogte voor de omliggende woonbebouwing schade kunnen ontstaan als gevolg van schaduwwerking. Om inzichtelijk te krijgen in hoeverre de in de huidige situatie maximaal* toegestane massa afwijkt van de toekomstige situatie zijn deze twee met elkaar vergeleken. Op deze manier wordt zichtbaar in hoeverre de schaduwvorming op de omgeving toe- en/of afneemt gedurende het jaar. Er is derhalve deze bezonningsstudie uitgevoerd door Pro6 Vastgoed.
MAXIMAAL TOEGESTANE SITUATIE | Jan Willemszstraat
IMPRESSIE NIEUWE SITUATIE | Jan Willemszstraat
21 MAART
|
BEZONNINGSSTUDIE
|
LENTE
09:00u
Massa binnen huidig bouwvlak
09:00u
Nieuw
12:00u
Massa binnen huidig bouwvlak
12:00u
Nieuw
21 MAART
|
BEZONNINGSSTUDIE
|
LENTE
16:00u
Massa binnen huidig bouwvlak
16:00u
Nieuw
19:00u
Massa binnen huidig bouwvlak
19:00u
Nieuw
21 JUNI
|
BEZONNINGSSTUDIE
|
ZOMER
09:00u
Massa binnen huidig bouwvlak
09:00u
Nieuw
12:00u
Massa binnen huidig bouwvlak
12:00u
Nieuw
21 JUNI
|
BEZONNINGSSTUDIE
|
ZOMER
16:00u
Massa binnen huidig bouwvlak
16:00u
Nieuw
19:00u
Massa binnen huidig bouwvlak
19:00u
Nieuw
23 SEPTEMBER
|
BEZONNINGSSTUDIE
|
HERFT
09:00u
Massa binnen huidig bouwvlak
09:00u
Nieuw
12:00u
Massa binnen huidig bouwvlak
12:00u
Nieuw
23 SEPTEMBER
|
BEZONNINGSSTUDIE
|
HERFT
16:00u
Massa binnen huidig bouwvlak
16:00u
Nieuw
19:00u
Massa binnen huidig bouwvlak
19:00u
Nieuw
22 DECEMBER
|
BEZONNINGSSTUDIE
|
WINTER
09:00u
Massa binnen huidig bouwvlak
09:00u
Nieuw
12:00u
Massa binnen huidig bouwvlak
12:00u
Nieuw
22 DECEMBER
|
BEZONNINGSSTUDIE
|
WINTER
16:00u
Massa binnen huidig bouwvlak
16:00u
Nieuw
19:00u
Massa binnen huidig bouwvlak
19:00u
Nieuw
Conclusie
De bezonningsstudie maakt inzichtelijk wat de gevolgen zijn voor de bezonning en schaduw in de toekomstige situatie. Op basis van bovenstaande bezonningsstudie kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen schaduwhinder tot gevolg heeft.