Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing met onderzoeken Jan Willemszstraat 18
Tekst van het document
Jan Willemszstraat Goede ruimtelijke onderbouwing
Opdrachtgever
Pro6 Ontwikkeling VII BV
Gemeente Versie Datum Opsteller Projectnummer
Hoorn Versie 2 1 maart 2023 M. Schmeink 1256
DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding ....................................................................................................................... 3 Aanleiding en doel ........................................................................................................ 3 Ligging plangebied ........................................................................................................ 3 Geldende bestemmingsplannen ................................................................................... 4 Leeswijzer ..................................................................................................................... 5
2 2.1 2.2
Planbeschrijving ............................................................................................................ 6 Huidige situatie ............................................................................................................. 6 De ontwikkeling ............................................................................................................. 7
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Beleid .......................................................................................................................... 10 Inleiding ....................................................................................................................... 10 Rijksbeleid ................................................................................................................... 10 Provinciaal beleid ........................................................................................................ 11 Regionaal beleid ......................................................................................................... 13 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 15
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
Milieu- en omgevingsaspecten ................................................................................... 22 Algemeen .................................................................................................................... 22 Water........................................................................................................................... 22 Bodem ......................................................................................................................... 23 Archeologie ................................................................................................................. 24 Cultuurhistorie ............................................................................................................. 24 Natuur ......................................................................................................................... 24 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 26 Geluid wegverkeer ...................................................................................................... 28 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 28 Externe veiligheid ........................................................................................................
29 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................ 29 Bezonning ................................................................................................................... 30 Vormvrije m.e.r.-beoordeling....................................................................................... 30 Conclusie milieu- en omgevingsfactoren .................................................................... 30
5 5.1 5.2
Maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid ......................................................... 31 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 31 Financiële uitvoerbaarheid .......................................................................................... 32
Bijlagen Bijlage 1: Watertoets Bijlage 2: Bodemonderzoek Bijlage 3: Stikstofberekening Bijlage 4: Quickscan Natuurwetgeving Bijlage 5: Inventarisatie beschermde soorten Bijlage 6: Geluidsonderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 7: Bezonningsstudie Bijlage 8: Aanmeldnotitie m.e.r.
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
2/29
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
Pro6 Vastgoed heeft het voornemen om het bestaande voormalige schoolgebouw en latere kantoorgebouw aan de Jan Willemszstraat 18 (in de wijk Hoorn Noord) te vervangen door een appartementengebouw. Het huidige gebouw staat sinds enkele jaren leeg mede doordat de voormalige eigenaar, een jeugd hulpverleningsorganisatie, geen passende invulling meer kon geven aan deze locatie. Dit terwijl er op de woningmarkt een groot te kort is aan aanbod in alle segmenten. Omdat deze ontwikkeling niet geheel past binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan wordt middels een uitgebreide Wabo-procedure afgeweken van het bestemmingsplan. Ten behoeve van de Wabo-procedure dient een ruimtelijke onderbouwing opgesteld te worden zoals bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Voorliggend document vormt deze Goede ruimtelijke onderbouwing (Gro).
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen op het perceel kadastraal bekend gemeente Hoorn, sectie D, nummer 6083, groot: ca. 4.270 m². Op dit perceel is thans een voormalig schoolgebouw aanwezig dat als laatste in gebruik was bij een jeugd hulpverleningsorganisatie.
Afbeelding 1.1: luchtfoto met ligging plangebied (rood)
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
3/29
Planbeschrijving
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Ter plaatse van de projectlocatie gelden de volgende bestemmingsplannen: • Hoorn-Noord en Venenlaankwartier, vastgesteld op 23-05-2017 • Paraplubestemmingsplan parkeren & laden en lossen, vastgesteld op 13-11-2018 • Veegplan, vastgesteld op 08-12-2018 • Voorbereidingsbesluit hyperscale datacenters, vastgesteld op 16-02-2022 • Consolidatieplan Hoorn-Noord, Venenlaankwartier en Holenkwartier, 24-02-2022 • Veegplan 2, vastgesteld op 31-05-2022 Hieronder wordt per bestemmingsplan beschreven hoe het project zich ertoe verhoudt. 1.3.1 Hoorn-Noord en Venenlaankwartier, onherroepelijk vastgesteld op 23-05-2017 De projectlocatie is aangewezen met de bestemming ‘Maatschappelijk’. Binnen deze bestemming is het volgende gebruik toegestaan: a. maatschappelijke voorzieningen; b. bedrijfswoningen, uitsluitend op de gronden ter plaatse van de aanduiding “bedrijfswoning”; c. kantoren, uitsluitend op de gronden ter plaatse van de aanduiding “kantoor”, met de daarbij behorende: d. wegen en paden; e. water; f. nutsvoorzieningen; g. (gebouwde) parkeervoorzieningen; h. tuinen, erven en terreinen; i. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
afbeelding 3.1: uitsnede uit bestemmingsplan Hoorn-Noord en Venenlaankwartier. Projectlocatie binnen de rode lijn (bron: ruimtelijkeplannen).
Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage van een bouwvlak mag niet meer bedragen dan het aangegeven percentage ter plaatse van de aanduiding "maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)"; c. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte aangegeven ter plaatse van de aanduiding "maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%). Zoals op de verbeelding is te zien mag het bouwvlak voor 100% worden bebouwd en geldt een maximale bouwhoogte van 6 meter.
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
4/29
Planbeschrijving
Het bouwplan is in strijd met de volgende artikelen uit het vigerende bestemmingsplan: het bepaalde in artikel 11.1. Binnen de bestemming Maatschappelijk zijn geen woningen toegestaan. het bepaalde in artikel 11.2.1. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Het nieuwbouwplan blijft niet binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken. het bepaalde in artikel 11.2.1. c. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 meter. Het nieuwbouwplan kent een hoogte circa 9,5 meter 1.3.2 Paraplubestemmingsplan parkeren & laden en lossen, vastgesteld op 13-11-2018 Dit betreft een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het gehele grondgebied van de gemeente. Het plan is vastgesteld als vervanging van de parkeerregeling zoals die voorheen gold op basis van de Bouwverordening. In de regels van het paraplubestemmingsplan zijn voor parkeren en laden en lossen dynamische verwijzingen opgenomen naar de parkeernormennota c.q. de ASVV 2012 zodat er altijd sprake kan zijn van de meest actuele normen. 1.3.3 Paraplubestemmingsplan Archeologie Deze locatie heeft in het bestemmingsplan een dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 5’. Hier is een vrijstellingsgrens van 10.000 m² aan verbonden. Deze grens zal met de geplande ontwikkeling niet worden overschreden. Nader archeologisch onderzoek is niet nodig.
1.3.4 Veegplan, vastgesteld op 08-12-2018 Dit veegplan beoogd om in aanloop naar de Omgevingswet de huidige bestemmingsplannen zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. Het plan heeft geen rechtstreekse gevolgen voor de bestemming Maatschappelijk ter plaatse van de projectlocatie. 1.3.5 Voorbereidingsbesluit hyperscale datacenters, vastgesteld op 16-02-2022 Dit voorbereidingsbesluit heeft tot doel om regels te stellen voor hyperscale datacenters en is niet relevant voor de bestaande en toekomstige bestemming van de projectlocatie. 1.3.6 Consolidatieplan Hoorn-Noord, Venenlaankwartier en Holenkwartier Het consolidatieplan dient vooral de leesbaarheid van de geldende plannen te vereenvoudigen. Het plan heeft geen rechtstreekse gevolgen voor de bestemming Maatschappelijk ter plaatse van de projectlocatie. 1.3.7 Veegplan 2, vastgesteld op 31-05-2022 Dit veegplan beoogd om in aanloop naar de Omgevingswet de huidige bestemmingsplannen zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. Het plan heeft geen rechtstreekse gevolgen voor de bestemming Maatschappelijk ter plaatse van de projectlocatie.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van deze Gro wordt een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het vigerende beleid, waarbij het beleid op verschillende bestuursniveaus aan bod komt. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten, waarna in hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid.
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
5/29
Planbeschrijving
2
Planbeschrijving
2.1
Huidige situatie
Het gebouw aan de Jan Willemszstraat, bestaande uit één bouwlaag met verschillende hoogteverschillen, is in gebruik geweest als school en later als kantoor. Het gebouw staat sinds enkele jaren leeg omdat er geen passende invulling kon worden gevonden voor deze locatie. Het gebouw en het omliggende terrein zijn daardoor niet meer in een goede staat van onderhoud. De locatie is gelegen in de wijk Hoorn-Noord. Eén van de belangrijkste kenmerken van Hoorn Noord zijn de karakteristieke linten of lanen, zoals de Koepoortsweg, Drieboomlaan en Tweeboomlaan. Deze linten zijn van cultuurhistorische waarde en bepalen voor een groot deel de ruimtelijke opzet van de wijk. Deze linten hebben een zeer kleinschalig karakter met veelal vrijstaande woningen met een kleine korrel. De grote achtertuinen van de Drieboomlaan grenzen aan de locatie van Jan Willemzsstraat 18. De gebieden tussen de lanen zijn in de loop van de tijd opgevuld met nieuwe bebouwing en kunnen, door tijdsbeeld, structuur en samenhangend architectuurbeeld gezien worden als stedenbouwkundige ensembles. De locatie maakt ruimtelijk gezien onderdeel van het ensemble tussen de Johannes Post-straat, Drieboomlaan, Loniusstraat en Jan Willemszstraat.
Afbeelding 2.1: Huidige situatie
In de loop van de tijd is de samenhang van het gebied voor een deel verloren gegaan door het bebouwen van het ‘kerkplein’ met vrijstaande en 2^1 kapwoningen. Daarbij zijn de achterzijdes
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
6/29
Planbeschrijving
naar het plein (in gebruik als parkeerterrein) gericht. De diepe achtertuinen van de bebouwing aan de Drieboomlaan en de Loniusstraat vormen de oostelijke-en zuidelijke begrenzing van het plangebied. Aan de noordzijde vormt de markante kerk van HH Engelbewaarders een accent.
Afbeelding 2.2: Huidige situatie.
De locatie grenst aan een woonbuurt met een eenduidig, seriematig en orthogonaal karakter met overwegend grondgebonden rijwoningen in twee lagen met kap. De locatie heeft zowel in structuur als in architectuur een grote diversiteit, waardoor het accent van de voormalige kerk minder prominent is.
2.2
De ontwikkeling
2.2.1 Het plan Zowel Hoorn-Noord als Venenlaankwartier kent een verscheidenheid aan type woningen. Het aandeel sociale woningbouw is relatief hoog. Hiermee wordt, in lijn met de woonvisie Hoorn 2020-2025, bij de herontwikkeling rekening gehouden, zodat de ontwikkeling bijdraagt aan een divers samengestelde groep bewoners in de wijk. De opzet van het bouwplan met veel groen en gelijkvloers wonen draagt bij aan de mogelijkheden voor bewoners van middelbare leeftijd en ouderen om langer zelfstandig te wonen. Doorstroom van deze doelgroepen naar de appartementen zorgt er ook voor dat die grondgebonden woningen weer beschikbaar komen voor jonge gezinnen. Het bestaande object is niet geschikt voor transformatie naar appartementen. In lijn met de stedenbouwkundige verkenning die in opdracht van de gemeente Hoorn door bureau Ursem op 19 december 2019 is opgesteld, heeft Pro6 Vastgoed een plan uitgewerkt dat uitgaat van de sloop van het bestaande gebouw en de nieuwbouw van uiteindelijk 29 appartementen. De nieuwe ontwikkeling krijgt een gemêleerd midden en duur programma met koopwoningen variërend van circa 60 tot 110 m². Dit resulteert in een plan met 29 woningen met als verdeling: Circa 8 woningen <85% NHG (dit aantal kan nog 7 of 9 worden); Circa 8 woningen tussen 85% NHG en NHG (dit aantal kan nog 7 of 9 worden); Circa 13 woningen in de vrije sector.
Het gaat dan om 16 woningen in het middeldure en 13 woningen in het vrije segment. De grens tussen het middeldure en vrije segment is de NHG-grens.
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
7/29
Planbeschrijving
De toenemende parkeerdruk wordt volledig op eigen terrein opgelost door de aanleg van minimaal 38 parkeerplaatsen. De opzet waarborgt belangrijke omgevingsaspecten zoals privacy, afstand tot de omliggende woningen, parkeeroplossingen en maximaal behoud van bestaande bomen. 2.2.2 Stedenbouwkundige opzet De bebouwing concentreert zich grotendeels binnen het reeds aanwezige bouwvlak. Zo blijft er voldoende afstand aanwezig tussen de nieuwbouw en de bestaande woningen zodat privacy over en weer kan worden gewaarborgd. Het appartementengebouw heeft een carrévorm waardoor een gezamenlijke beschutte binnentuin ontstaat. Het gebouw varieert in hoogte tussen 2 en 3 lagen. Aan de zuidzijde bevindt zich in de 3e laag een opengewerkte beuk om de massa te breken en extra zon- en daglicht in de binnentuin te creëren. De hoofdentree van het gebouw is voorzien in de westgevel (aan de Jan Willemszstraat). Deze entreepartij geeft een rechtstreekse toegang tot de binnentuin die hofjesachtig aandoet. Aan de oostzijde is een extra ontsluiting opgenomen welke dienst doet als vluchtweg maar ook als directe ontsluiting van het gebouw vanuit het achtergelegen parkeerterrein.
Afbeelding 2.2: Indicatieve schets nieuwbouw.
Parkeren wordt volledig op eigen terrein opgelost en is grotendeels voorzien op de plek waar dat in de bestaande situatie ook reeds het geval is (zie beleidsparagraaf 3.5.10). De bestaande bomen die bijdragen aan de privacy over en weer kunnen behouden blijven. Verder zijn voor extra privacy aanvullend bomen opgenomen tussen de parkeervakken. Deze bomen zorgen tevens voor de nodige privacy over en weer. Verder zijn voor extra privacy aanvullend bomen opgenomen tussen de parkeervakken. Voor de herontwikkeling van de Jan Willemszstraat 18 is een project specifiek beeldkwaliteitsplan akkoord bevonden door de welstandscommissie MOOI NOORD-HOLLAND. De planuitwerking is hieraan getoetst en (op hoofdlijnen) akkoord bevonden.
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
8/29
Planbeschrijving
Afbeelding 2.2: Indicatief bovenaanzicht met terrein
De galerij voor de ontsluiting van de appartementen aan de noord- en de oostzijde wordt op enkele plekken breder uitgevoerd zodat zonnige terrassen ontstaan waar bewoners elkaar, net als in de gezamenlijke binnentuin, kunnen ontmoeten. Aan de zuidzijde is een speelplaats voorzien. Afvalinzameling Afvalinzameling gebeurt bij gestapelde bouw door de restfracties in ondergrondse containers te laten plaatsvinden. Indicatief is er per 33 woningen 1 ondergrondse container nodig op maximaal 70 m loopafstand en gesitueerd langs een doorgaande route. Met inzamelaar HVC zijn hier afspraken over gemaakt.
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
9/29
Beleid
3
Beleid
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als Rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. De NOVI richt zich op vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten. De NOVI helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes: 1. 2. 3. 4.
Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.
Het voorliggende bestemmingsplan is in lijn met de ambities en doelstellingen zoals die volgen uit de NOVI. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De nationale belangen worden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) juridisch geborgd. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB's) die juridisch moeten doorwerken tot in bestemmingsplannen. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. Deze onderwerpen zijn niet aan de orde in het voorliggende bestemmingsplan. De uitbreiding van de ruimtelijke ordeningsregels Barro is op 1 oktober 2012 in werking getreden. Deze uitbreiding betreft rijksregels ten aanzien van de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening, de uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet, de veiligheid rond Rijksvaarwegen, de verstedelijking in het IJsselmeer, de bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en de toekomstige rivierverruiming van de Maastakken.
Deze uitbreiding van het Barro heeft voor wat betreft het voorliggende plan geen consequenties. Voorliggend bestemmingsplan is in overeenstemming met het Barro.
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
10/29
Beleid
3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onder een stedelijke ontwikkeling wordt op grond van artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Wat tot het bestaand stedelijk gebied moet worden gerekend, volgt uit artikel 1.1.1, eerste lid, onder h, van het Bro: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. In alle gevallen geldt dat de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling onderbouwd moet worden.
Daarbij wordt in het derde lid van voornoemd artikel de mogelijkheid geboden de toets aan de ladder door te schuiven naar het moment dat een uitwerkings- of wijzigingsplan wordt vastgesteld. In de motivering van het bestemmingsplan (lees GRO) wordt de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het licht geplaatst van een goede ruimtelijke ordening en wordt de behoefte aan die ontwikkeling met het oog op het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik onderbouwd. De behoefte wordt onderbouwd en afgewogen op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De aard en de omvang van de ontwikkeling zijn daarbij bepalend voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de resultaten ook zijn opgenomen in de beschrijving. Het gaat daarbij niet alleen om de kwantitatieve behoefte, maar ook om de kwalitatieve behoefte, zijnde de behoefte aan het specifieke karakter van de voorziene stedelijke ontwikkeling. De toename van programma en bouwmogelijkheden die mogelijk wordt gemaakt, is aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit betekent dat de behoefte aan de toevoeging van het programma onderbouwd dient te worden.
In paragrafen 3.3, 3.4.2, 3.4.3, 3.4.4, 3.5.2, 3.5.3 wordt ingegaan op de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte in relatie tot het woningbouwprogramma dat de omgevingsvergunning mogelijk maakt. Samenvattend is er in West-Friesland een behoefte aan harde plannen om de ambitie waar te maken van een jaarlijkse nieuwbouwproductie van minimaal 900 woningen. Kwalitatief sluit het programma aan bij de behoefte aan stedelijke inbreidingsprojecten. Het programma voorziet in een deel middeldure woningen (tot de NHG-grens) en een deel dure woningen in een woonbuurt die nu vooral bestaat uit sociale huurwoningen.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie NH2020 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid Met het op 28 november 2018 vaststellen van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 heeft de provincie voor ogen om een balans te creëren tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuur inclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving: 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend.
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
11/29
Beleid
2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio’s, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Betekenis voor het project Hoewel de 5 bewegingen onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, is vooral beweging 3 in het bijzonder relevant voor dit initiatief. De beweging ‘Sterke kernen, sterke regio’s’ heeft als speerpunten: ontwikkelen op basis van eigen kracht en kwaliteiten, voorzieningenniveau en bereikbaarheid op peil houden, behoud en ontwikkeling van krachtige identiteiten, principe van versterken complementariteit en regionale netwerken, mogelijkheden om te bouwen voegen zich naar de vraag op dat moment. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt.
De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op een binnenstedelijke transformatie waarbij een leegstaand gebouw wordt vervangen door een appartementengebouw en sluit aan op de ambities uit de omgevingsvisie. Het betreft een locatie die binnen 1.200 meter van een OV-knooppunt (station Hoorn) is gelegen. Daarmee voldoet de ontwikkeling aan het uitgangspunt dat woningbouw zo veel mogelijk moet worden geclusterd rond OV-knooppunten. 3.3.2 Provinciale Omgevingsverordening NH2020 Op 22 oktober 2020 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020. In deze verordening zijn regels opgenomen die de provinciale belangen beschermen. De verordening vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. In hoofdstuk 6 van de omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen. Dit zijn regels die door decentrale overheden in acht moeten worden genomen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De instructieregels zien onder meer op nieuwe stedelijke ontwikkelingen, bijzonder landschap, verblijfsrecreatie en detailhandel. Betekenis voor het project Voor de ontwikkeling ligt het accent bij artikel 6.3, een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. De essentie is dat bij woningbouwplannen sprake dient te zijn van regionale afstemming. Omdat onderhavig woningbouwplan regionaal wordt afgestemd in fase 2 en voorziet in appartementen die de doorstroom in de wijk en de omliggende buurten op gang kan brengen, wordt verwacht dat dit plan zal voldoen aan deze verordening. 3.3.3 Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 Op 31 maart 2020 is de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 vastgesteld door Provinciale Staten. De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland voor de komende vijf jaar. De Woonagenda volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord ‘Duurzaam doorpakken’. Vanuit het provinciaal én regionaal belang dat de woningmarkt goed functioneert en het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Noord-Holland, maakt deze agenda de inzet en bijdrage van de provincie daaraan concreet. De Woonagenda bestaat uit drie delen die samen de uitvoeringsagenda voor de komende vijf jaar bevat:
Actieagenda 2020-2025; De ambitie, doelstelling, rol en ruimtelijke uitgangspunten; Speerpunten provincie en richtinggevende principes voor het woonbeleid.
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
12/29
Beleid
De actiepunten die uit deze drie onderdelen volgen, zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Maatwerkafspraken in regionale woonakkoorden; We bieden kennis, meedenkkracht en hulp; Versnellen woningbouwproductie; Samenwerking stimuleren; Verduurzaming wonen; Meer flexibiliteit in de woningmarkt; Stimuleren circulair bouwen; Leveren van informatie en monitoring.
Planspecifiek Binnen Noord-Holland Noord groeit de bevolking nog steeds. De groei is vergelijkbaar met het Nederlands gemiddelde. Hierdoor zijn er meer woningen benodigd. De beoogde ontwikkeling zal dan ook bijdragen aan het actiepunt 3: versnellen woningbouwproductie. Het realiseren van woningbouw is niet in strijd met de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025.
3.4
Regionaal beleid
3.4.1 Structuurschets West-Friesland De gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec vormen samen de bestuurlijke regio West-Friesland. De regio heeft de ambitie binnen enkele jaren tot de top 10 van meest aantrekkelijke regio’s van Nederland te behoren. Het gezamenlijk ‘zorgen voor woonruimte voor de Westfriese bevolking en vraaggericht bouwen voor mensen van buiten de regio. De ambities van voorliggend plan, prettige wonen in een aantrekkelijke omgeving, sluiten aan op regionale ambities uit de structuurschets West-Friesland en de regionale woonvisie West-Friesland. Onderhavig woningbouwplan richt zich hoofdzakelijk op doorstromers op de woningbouwmarkt, en draagt, in de bestaande wijk met een relatief hoog aandeel sociale woningen, bij aan de diversiteit in woningen en voldoet aan deze ambitie. 3.4.2 Regionale woonvisie West-Friesland 2017-2021 De regio heeft tot doel om de inwoners van Westfriesland naar wens en tevredenheid te laten wonen en een breed scala aan woonwensen binnen de regio te realiseren. Zo kan Westfriesland tot de 10 beste woonregio’s van Nederland behoren en ook huishoudens uit andere regio’s aantrekken.
De regio zet hiertoe in op: versnelling van de woningbouwopgave met een betaalbaar, aantrekkelijk en duurzaam woonaanbod voor iedere doelgroep; het op peil houden en uitbouwen van de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de bestaande voorraad; leefbaar en bereikbaar Westfriesland tot in de kern; onderscheidende en complementaire nieuwbouw producten; langer zelfstandig wonen bevorderen; werken met een flexibel kader dat de regio houvast biedt en ruimte laat voor marktinitiatieven. Het doel van Westfriesland sluit ook aan bij de ambities in Noord-Holland Noord (NHN). NHN wil zich verder ontwikkelen als krachtige regio met aantrekkelijke steden, hoogwaardige ovknooppunten, goede verbindingen, unieke landschappen, fijne woondorpen en een sterke economische structuur. De ambitie, zoals onder andere verwoord in de propositie “Wonen in Noord-Holland Noord” en in de Woondeal Noord-Holland Noord, is mede gericht op het vasthouden van huidige bewoners en het verleiden van huidige inwoners van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) om naar de regio NHN te gaan verhuizen. De kwalitatieve aanpak waar Westfriesland aan werkt, sluit hier goed op aan.
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
13/29
Beleid
Nieuwbouw Opgave 1: Ontwikkelingen in de kwantitatieve vraag volgen/opvoeren van de woningbouwproductie. De toenemende populariteit van Westfriesland, de inhaalvraag van de afgelopen jaren (+300) en het groeiende positieve saldo in de migratie maken het aannemelijk dat de behoefteprognoses in de nabije toekomst naar boven dienen te worden bijgesteld. Zeker als de samenstelling van de instroom in aanmerking wordt genomen (jongeren en jonge stellen). Op dit moment is er een verhuisstroom vanuit de MRA naar de regio. Mede door in te zetten op woonkwaliteit en bereikbaarheid verwacht Westfriesland meer nieuwe inwoners aan te trekken dan de verwachte groei van de woningbehoefte. Bovendien maakt de toenemende druk op de woningmarkt binnen de MRA het noodzakelijk om ook naar bredere woonoplossingen te zoeken binnen het daily urban system van de metropoolregio Amsterdam. De regio en de provincie zetten in op versnelling, zodat de gewenste productie gehaald kan worden. De provinciale bevolkingsprognose stelt als indicatieve woningbehoefte 7.150 woningen voor de periode 2019-2030. Hiervoor dienen de komende 5 jaar jaarlijks 800-900 woningen te worden gebouwd. De regio gaat jaarlijks minimaal 900 woningen opleveren. In de onderstaande tabel is weergegeven hoeveel woningen er in de plancapaciteit zitten.
Aantal woningen Harde plannen tot 2030 Zachte plannen tot 2030 (afwegingskader WF 2018) Zachte plannen tot 2040 (monitor plancapaciteit)
4.300 3.700 9.000
De regio heeft 8.000 woningen (hard en zacht) aan plannen tot 2030. Op papier is voldoende plancapaciteit aanwezig om te voldoen aan de woningbehoefte van 7.150 woningen en de jaarlijkse doelstelling van 900 woningen. Hierbij wordt rekening gehouden met vertraging en mogelijk planuitval. Harde plannen zijn plannen waarvan het bestemmingsplan is vastgesteld. Onduidelijk is wanneer zachte plannen hard gemaakt kunnen worden. Het is daarom belangrijk om een relatief grote hoeveelheid zachte plannen in de voorraad te hebben, voldoende zachte plannen op korte termijn tijd hard te maken en de plannen voortvarend tot uitvoer te brengen. Een deel van de woningen zijn in buitenstedelijk gebied gepland. Betekenis voor het project De beoogde ontwikkeling draagt bij aan de hiervoor aangetoonde woningbehoefte. Het betreft een binnenstedelijk inbreidingsplan. Het planvoornemen wordt nog regionaal afgestemd. 3.4.3 Woonakkoord 2020-2025 regio Westfriesland en Provincie Noord-Holland Tussen de regio Westfriesland en Provincie Noord-Holland is een woonakkoord gesloten. Het woonakkoord vervangt het Regionaal Actie Programma Wonen 2017-2020 en loopt tot 1 januari 2026. In het woonakkoord worden 10 opgaven onderscheiden: 1. 2. 3. 4.
Ontwikkelingen in de kwantitatieve vraag volgen/opvoeren van de woningbouwproductie Ruimte voor nieuwe, duurzame en betaalbare plannen Diversiteit vergroten o.a. door complementair bouwen Bestaande woningvoorraad verduurzamen en voorbereid laten zijn op een aardgasvrije gebouwde omgeving 5. Stedelijke vernieuwing inzetten 6. Langer zelfstandig thuiswonen bevorderen 7. Klimaatadaptieve beheersmaatregelen treffen 8. Niet-vitale recreatieparken transformeren 9. Voldoende woonvoorzieningen voor buitenlandse werknemers, in balans met de omgeving 10. Innovatie stimuleren Per opgave zijn samenwerkingsafspraken en acties opgesteld.
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
14/29
Beleid
Betekenis voor het project Onderhavige ontwikkeling sluit met name aan bij opgave 1, 2 en 5. Het betreft een ontwikkeling die bijdraagt aan de kwantitatieve vraag aan woningen in de regio. Daarnaast worden er duurzame en betaalbare woningen gerealiseerd. Omdat het een binnenstedelijke locatie betreft is er sprake van stedelijke vernieuwing. De ontwikkeling is in lijn met de afspraken die gemaakt zijn in het Woonakkoord 2020-2025. 3.4.4 Afwegingskader wonen Westfriesland 2021 Het Woonakkoord is grotendeels een procesdocument. Naast concrete afspraken over de ambities en nieuwbouwprogrammering 2020-2025 is een afwegingskader vastgelegd. In het regionaal 'Afwegingskader wonen Westfriesland 2021' is vastgelegd dat nieuwe plannen worden getoetst aan het afwegingskader. Daarin zijn de minimumvereisten vastgelegd waaraan elk plan moet voldoen (Westfriese basis). Aan de hand van de stappen in deze basis kan worden beoordeeld of een nieuwbouwplan wel of niet kan worden gerealiseerd. Hierin is onder meer van belang dat een plan moet passen in de vastgelegde woningbouwbehoefte. Daarnaast zijn er een aantal vereisten waar minstens voor de helft aan voldaan moet worden (Westfries vooruitdenken). Betekenis voor het project Het programma past binnen de kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte en wordt binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd.
Het planvoornemen voldoet aan het afwegingskader en past daarmee in de provinciale omgevingsverordening.
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1 Omgevingsvisie Hoorn Op 14 februari 2022 is de Omgevingsvisie Hoorn gewijzigd vastgesteld. De Omgevingsvisie beschrijft de gewenste toekomst van de fysieke leefomgeving in Hoorn. De Omgevingsvisie is de zogenoemde ‘stip op de horizon’ bij het uitwerken van plannen en ideeën in Hoorn. Het centrale doel van de Omgevingsvisie is een stad die op langere termijn vitaal en leefbaar is, welk doel bereikt wordt door de volgende opgaven in samenhang te realiseren: a. het aantrekkelijk maken van bestaande en nieuwe wijken, met een ambitie om 10.000 tot 12.000 nieuwe woningen te realiseren binnen de bestaande stad; b. het voortbouwen op economische en toeristische kansen, met een ambitie om 3.200 nieuwe banen te creëren; c. het verbeteren van bereikbaarheid via weg, spoor en water; d. het werken aan een socialere, gezondere en veiligere omgeving; e. het verder verduurzamen en vergroenen. De Omgevingsvisie is een verplicht instrument onder de Omgevingswet, die waarschijnlijk op 1 januari 2024 ingaat. Deze wet bundelt 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Het doel is dat hierdoor meer snelheid, flexibiliteit en samenhang komt in de ruimtelijke ontwikkeling. De Omgevingsvisie is een belangrijke stap bij de invoering van de wet in de gemeente Hoorn. De Omgevingsvisie Hoorn vervangt de Structuurvisie Hoorn uit 2013.
Betekenis voor het project Voor de komende jaren ligt er een flinke opdracht om nieuwe woningen te bouwen in Hoorn. Daarvoor is binnen de stadsgrenzen nog maar weinig ruimte. Door herontwikkeling van een bestaande locatie ontstaat er geen nieuw ruimtebeslag. Hoorn heeft de ambitie om ‘woonmogelijkheden voor iedereen’ te realiseren. Het beoogde plan voor de herontwikkeling aan de Jan Willemzstraat kent een programma van 29 duurzame nieuwbouwappartementen met een grootte variërend van circa 60 tot 110m2. De toenemende parkeerdruk wordt in het plan volledig op eigen terrein opgelost en de opzet waarborgt belangrijke omgevingsaspecten zoals privacy, afstand tot de omliggende woningen, parkeeroplossingen en maximaal behoud van bestaande bomen. In het plan zijn in het kader van duurzaamheid en vergroening een 15-tal nieuwe bomen beoogd en worden de mogelijkheden van natuurlijk infiltreren van hemelwater onderzocht.
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
15/29
Beleid
Ook ontstaat er op het perceel ruimte voor een speelplaats die bijdraagt aan een socialere gezondere omgeving. Daarmee past de herontwikkeling van de Jan Willemszstraat binnen de ambities zoals geformuleerd in de omgevingsvisie. 3.5.2 Woonvisie 2020 - 2050 Vanuit de Woonvisie, vastgesteld door de gemeenteraad op 20 oktober 2020, wordt ingezet op de groei van de stad, te streven naar een gemengde bevolking naar leeftijd en sociaaleconomische status per wijk, te werken aan een duurzamer woningvoorraad en in te zetten op meer sociale huurwoningen en een betere doorstroming in de sociale- en midden categorie. Er zijn vier opgaven geformuleerd: 1. Versnelling en ontwikkeling. We zetten in op groei van de stad. We stimuleren onze partners om de bouwproductie hoog te houden om zo aan te sluiten op de gezamenlijke ambities. Daarmee trekken we nieuwe inwoners (jongeren en hoger opgeleiden) aan. Er ontstaan gemengde wijken voor de lange termijn. 2. Wonen, zorg en welzijn. De wijken gaan bestaan uit een gemengde bevolking naar leeftijd en sociaaleconomische status. Mensen kunnen elkaar ontmoeten en naar eigen vermogen meedoen. Om de vergrijzing op te vangen gaan we aan de slag met passende woonvormen en voorzieningen en bewustwording onder de doelgroep rond de aanpassing van de woning met betrekking tot het langer zelfstandig wonen.
Om personeelstekorten in de zorg te bestrijden, werken we samen om studenten in de zorg te faciliteren. 3. Duurzaam wonen. We werken aan een duurzamere woningvoorraad en richten ons op thema’s als energieneutraliteit, circulair bouwen en alternatieven voor het gas. 4. Sociale huurmarkt, woonwagenbewoners en buitenlandse werknemers. Meer sociale huurwoningen en betere doorstroming in de sociale- en midden categorie moeten zorgen voor voldoende aanbod. Woonwagenbewoners van Hoorn kunnen leven in een woonvorm die past bij hun culturele identiteit. Omdat de beroepsbevolking krimpt, is de gemeente ook steeds meer afhankelijk van buitenlandse werknemers. Betekenis voor het project De gemeente werkt toe naar een verdeling per wijk van 30 procent goedkoop, 30 procent middelduur en 40 procent duur, in een mix van koop en huur. Hoorn-Noord en het Venenlaankwartier kennen een diversiteit aan woningtypen. Het aandeel sociale woningbouw is relatief hoog. Het bouwplan voorziet in programma met middeldure en dure woningen waarmee de diversiteit van de woningvoorraad toe neemt en de mogelijkheid bestaat voor wijkbewoners om door te stromen. De opzet van het bouwplan met veel groen en gelijkvloers wonen draagt bij aan de mogelijkheden voor buurtbewoners van middelbare leeftijd en ouderen om langer zelfstandig te wonen.
Doorstroom naar de appartementen van deze doelgroepen vanuit hun huidige grondgebonden woningen zorgt er ook voor dat die grondgebonden woningen weer beschikbaar komen voor jonge gezinnen. 3.5.3 Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur Op 6 juni 2019 heeft de raad de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Hoorn vastgesteld. De huidige doelgroepenverordening is hierdoor niet van toepassing op deze ontwikkeling, omdat er alleen sprake is van middeldure en dure koop. De Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur zal naar verwachting in 2022 worden aangepast, waarbij onder andere de koopprijsgrenzen worden geactualiseerd. Er worden in de nieuwe doelgroepenverordening over meer categorieën woningen voorwaarden vastgelegd. Zoals het er nu naar uitziet niet alleen voor goedkope koopwoningen, maar ook voor middeldure koopwoningen tot de NHG-grens van €355.000 (prijspeil 2022). Mogelijk wordt de doelgroepenverordening eerst aangepast op prijsgrenzen (met name verhoging van goedkope koop) en later op andere aspecten. De doelgroepenverordening staat echter niet op zichzelf en is alleen van kracht wanneer hier in het bestemmingsplan naar verwezen wordt. Dat is op voorliggende locatie niet het geval. Daarmee is ook de nieuwe doelgroepenverordening niet van toepassing op deze ontwikkeling.
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
16/29
Beleid
3.5.4 Toekomst van de stad – Uitgangspunten voor ‘meer stad worden’ De gemeenteraad heeft voor de stedelijke ontwikkeling van Hoorn ambities vastgesteld. De visie is het handvat voor de ontwikkeling om ‘meer stad te worden’. Op 6 juni 2019 heeft de gemeenteraad het volgende besloten: 1. Om leefbare en vitale stad te blijven moet Hoorn 'meer stad worden'. 2. De gemeente Hoorn maakt een ambitiesprong in het stedelijk gebied en realiseert stedelijke woonmilieus waarin wonen, werken en verblijven samenkomen en die een duidelijke meerwaarde opleveren voor de stad. Kansen hiervoor liggen met name in verdichting in de stedelijke rand rondom de binnenstad. 3. De gemeente Hoorn streeft naar het transformeren van bedrijventerreinen in of tegen het stedelijk gebied naar gebieden waarin wonen, werken en verblijven samenkomen, zodat deze gebieden aansluiten bij de rest van de stad en aantrekkelijk blijven voor inwoners, bedrijven en bezoekers. 4. Onze ambitiesprong dragen we proactief uit en we zetten de gemeente Hoorn op de kaart als aantrekkelijke stad om te wonen, werken en te verblijven. 5. Om onze ambities te realiseren maken we een slag van 'beheergemeente' naar 'ontwikkelingsgemeente'. 6.
De uitgangspunten zoals genoemd in het voorstel behorende bij het besluit (onder argumenten) leidend te laten zijn bij nieuwe ontwikkelingen in de stad en als leidraad te hanteren voor nog te ontwikkelen beleid zoals het economisch programma en de woonvisie. 7. Woningbouwprojecten voor jongeren tot en met 28 jaar, bij voorkeur en rondom stationsgebied(en) te (laten) realiseren, omdat dit een effectieve bijdrage levert om Hoorn, als kloppend hart van de regio, een vitale stad te laten blijven. Vanwege de ligging én omvang van de locatie is het mogelijk om met dit initiatief optimaal invulling te geven aan de gemeentelijke ambitie ‘Hoorn meer stad’. De uitgangspunten van het ‘Meer stad worden’ zijn nader uitgewerkt in onder meer de Woonvisie, de Mobiliteitsvisie en de Omgevingsvisie”. De locatie ligt in de wijk Hoorn-Noord/Venenlaankwartier en maakt deel uit van de schil rond de binnenstad. Het citaat onder het kopje ‘Omgevingsvisie’ geeft nadere duiding voor dit project. 3.5.5 Bomenbeleidsplan Conform het gemeentelijk bomenbeleidsplan moet voor elke extra woning 1,3 boom worden geplant. Dit kan zowel binnen het plangebied worden opgelost, maar ook daarbuiten.
Wanneer het niet (geheel) binnen het plangebied mogelijk is, kan "vergroening" in de omgeving of op een andere passende wijze worden ingevuld in het plangebied (waarbij goedkeuring nodig is van de gemeente) en indien dit niet mogelijk is kan door een financiële bijdrage deze verplichting worden geregeld door de gemeente door buiten het plangebied hieraan uitvoering te geven. Hiervoor dient een afkoopsom van € 500 per boom in de overeenkomst op te worden genomen. Betekenis voor het project Dit betekend een aanplant of compensatie van 38 bomen. In het relatief kleine plangebied zijn minimaal 11 volwassen bomen aanwezig die behouden zullen blijven. Tijdens de buurtparticipatie zijn afspraken gemaakt over gezamenlijke afstemming voor de aanplant van ca. 10 bomen in het kader van privacy over en weer. In het totale plangebied worden circa 16 bomen aangeplant, en wordt ter compensatie ook circa 450m2 horizontaal groen aangeplant en circa 165m2 onverharde privétuin ingericht. 3.5.6 Energie en duurzaam bouwen Hoorn wil in 2030 een CO2-reductie behalen van 49% ten opzichte van het CO2-niveau in 1990. Doel is om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Om in 2040 energieneutraal te zijn zullen alle partijen alle zeilen bij moeten zetten. Op dit moment wordt 4% van de energievraag duurzaam gerealiseerd binnen Hoorn.
Om de overige 96% van de energievraag duurzaam te realiseren vóór 2040 is een enorme versnelling nodig. Daarom wordt gewerkt aan het besparen van energie, projecten om duurzame energie op te wekken en aardgasvrije warmte. De optimale mix aan oplossingen maakt het mogelijk om extra druk op bestaande en nieuwe infrastructuren te beperken. De elektrische infrastructuur is er een die nu al onder druk staat en daarom zal de
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
17/29
Beleid
gemeente bij uitgifte van grond vooraf een capaciteitscheck doen bij Liander. De kaders voor de energietransitie zijn hieronder weergegeven. Uitgangspunten en wettelijke eisen - Alle nieuwe gebouwen moeten voldoen aan Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG123), zoals beschreven in de NTA 8800. (zie: https://www.rvo.nl/). - Ook worden de plannen getoetst op het risico op temperatuuroverschrijding in het gebouw (zie: https://www.rvo.nl/). - De hoeveelheid hernieuwbare energie (BENG3) bestaat uit: opbrengst van zonnepanelen, stadsverwarming, warmte- en koudeopslag. (NEN 7125, zie www.nenconnect.nl). - Warmtepompen kunnen geluid maken. Hier zijn normen voor. De hoeveelheid geluid op de erfgrens mag in de nacht maximaal 40 dB zijn, en overdag 45 dB. Deze eisen gelden voor nieuwbouw en bestaande woningen. - Voor de toepassing van bodemenergie is vaak een vergunning nodig: o Een klein (<70 kW) gesloten systeem moet bij de gemeente worden gemeld via www.omgevingsloket.nl. o Voor een gesloten systeem groter dan 70 kW moet een vergunning worden aangevraagd bij de gemeente. o Voor een open systeem is een vergunning van de provincie nodig. Betekenis voor het project De wettelijke grondslag geldt voor Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG) 1 en 2. Het project heeft een BENG 3 score, waarbij circa 70% hernieuwbare energie wordt behaald via warmtepompen en pv panelen.
Dit is een hogere energie ambitie dan wettelijk voorgeschreven. (de haalbaarheid hiervan hangt mede samen met de capaciteit van de nutsaansluiting)
Circulaire Economie en Materiaalgebruik Landelijk is bepaald dat Nederland in 2050 circulair moet zijn. De gemeente Hoorn neemt deel aan het interbestuurlijke overleg Verkeer en Vervoer, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken (VVRE). Hier wordt gewerkt aan een gezamenlijke circulaire strategie en bijbehorende actieagenda. De strategie is in ontwikkeling en om die reden vooralsnog gebaseerd op het landelijk beleid. Uitgangspunten en wettelijke eisen: - Bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning is het verplicht om een Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) in te vullen. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden gebruikt. - Per 1 juli 2021 zijn de eisen voor nieuwe woningen aangescherpt van 1,0 naar 0,8. De wettelijke eisen zullen stapsgewijs verder worden aangescherpt, waarbij de Rijksoverheid de norm in 2030 wil terugbrengen naar 0,5. Betekenis voor het project Beleidsmatig geldt een MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) van 0,80 ct/BVO. Het project heeft een MPG van < 0,80 ct/BVO. Klimaatadaptatie en Biodiversiteit De stresstest klimaatbestendig West-Friesland maakt inzichtelijk waar effecten van klimaatverandering zijn op gebied van droogte, hitte, wateroverlast, bodemdaling en waterkwaliteit. Deze effecten leiden op termijn mogelijk tot grote negatieve gevolgen voor de leefbaarheid.
Maatregelen zijn nodig om veilig en comfortabel te kunnen blijven wonen, werken en recreëren. Hoofdpunten van het vastgestelde Ambitieniveau (B) voor klimaat adaptief handelen zijn: - meegroeien met de klimaatverandering, - beschermingsniveau is vergelijkbaar met de situatie van nu. - we benutten klimaatadaptatie actief om waarde toe te voegen aan onze stedelijke leefomgeving.
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
18/29
Beleid
Uitgangspunten In strategie B wordt ingezet op een beschermingsniveau waarbij bij heftige regenbuien geen schade optreedt aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Ook zijn er afspraken gemaakt over hitte, droogte en wateroverlast. Per onderdeel worden de uitgangspunten benoemd: Hitte: -
Tenminste 40% schaduw in het plangebied op de hoogste zonnestand (21 juni) voor verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer verplaatst en minimaal 30% schaduw op buurtniveau. Koele en schaduwrijke verblijfsplekken van minimaal 200m2 zijn op loopafstand (300 meter) aanwezig en openbaar toegankelijk. 50% van alle horizontale en verticale oppervlakten wordt warmte werend of verkoelend ingericht. De koeling van de gebouwen leidt niet tot opwarming van de (verblijfs)ruimten in de directe omgeving. Vitale en kwetsbare functies en groenvoorzieningen in de openbare ruimte moeten bestand zijn tegen hitte.
Droogte: - De grondwaterpeilen in het plangebied en de omgeving en de zoetwaterbeschikbaarheid in de bodem zijn sturend in de functiekeuze, systeemkeuze en inrichting in het plangebied. - De inrichting van het plangebied is infiltratieneutraal bij uitbreidingslocaties en infiltratiepositief bij herontwikkeling. - Bij het ontwerp en de inrichting wordt ingezet op drinkwaterbesparing, regenwaterbenutting en verbetering van de waterkwaliteit. - Vitale en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen langdurige droogte. Wateroverlast: - In het plangebied treedt bij hevige neerslag (1/100 jaar, bij 70mm in een uur) geen schade op in en aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Bij hevige neerslag (1/250 jaar, 90mm in een uur) blijven vitale en kwetsbare infrastructuur en voorzieningen functioneren en bereikbaar (hoofdwegen, drinkwater en energie). - Op privaat terrein wordt een groot deel van de neerslag (range 40-70 mm) van een hevige bui op het bebouwd deel van het privaat terrein zelf verwerkt (geïnfiltreerd, opgevangen en/of vertraagd afgevoerd) of in extra watervoorzieningen in of toegerekend aan het plangebied. De voorzieningen voeren de eerste 24 uur vertraagd af (niet extra naar riolering of watersysteem) en zijn in maximaal 60 uur weer beschikbaar.
De verwerking van de neerslag op het overige deel van het private terrein is de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar, zoals geregeld via de Waterwet. - De ontwikkeling gebeurt waterneutraal en leidt niet tot extra aanvoer/afvoer van water. Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden en hergebruikt in het plangebied. - In het gebied is natuurlijke en oppervlakkige afwatering zoveel mogelijk aanwezig. - Bij een waterdiepte van 20 cm op de rijbaan door extreme regen en/of overstromingen mag geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven wegen begaanbaar. Betekenis voor het project In het relatief kleine plangebied neemt de verharding ten opzichte van de huidige situatie niet toe. Tevens worden de bestaande volwassen bomen maximaal behouden. De parkeervakken in het plan worden waar mogelijk uitgevoerd met waterdoorlatende verharding. Er worden circa 16 nieuwe bomen geplant, er wordt circa 450m2 gevarieerd horizontaal groen aangeplant en circa 160m2 ingericht als onverharde privétuin. In het plan wordt ook circa 5 - 10% groendak toegepast. Regenwater wordt deels vertraagd afgevoerd en/of natuurlijk geïnfiltreerd middels infiltratiekoffers (mogelijk onder de verharding). In de binnentuin komt een voorziening voor het opvangen van regenwater voor later gebruik.
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
19/29
Beleid
3.5.7 Leidraad Inrichting openbare ruimte gemeente Hoorn (LIOR) Voor de aansluiting op het openbare gebied gelden de regels uit de LIOR, versie februari 2022. 3.5.8 Groenvisie In de huidige situatie is al de nodige bebouwing op het perceel aanwezig. Het bestemmingsplan staat dit ook toe. Het plan voorziet in de sloop van de huidige bebouwing en de nieuwbouw van een appartementengebouw. Ten opzichte van de huidige situatie wordt de oppervlakte aan bebouwing niet vergroot. Wel zal de nieuwbouw met de inrichting van het omliggende terrein moeten voldoen aan de uitgangspunten zoals verwoord in de Groenvisie. In ieder geval is er binnen de ontwikkeling aandacht voor behoud en realisatie van groen en voor de aanleg van een ontmoetingsplek en/of speelvoorziening met natuurlijk spelen in een groene omgeving. Bij de uitwerking van het plan zijn de pijlers uit de groenvisie leidend. 3.5.9 Mobiliteitsvisie Hoorn 2030 De Mobiliteitsvisie legt de denkkaders voor ontwikkelingen vast en geeft vorm aan de hoofdkeuzes voor de ontwikkeling van de infrastructuurnetwerken en het Hoornse denken over mobiliteit. Meer stad worden gaat niet zomaar. Mobiliteit is een belangrijke voorwaarde bij het meer stad worden. Er wordt daarom ingezet op zeven punten. 1. Vervoerwijze afhankelijk van het schaalniveau van de reis. 2. Kwaliteit toevoegen voor lopen, fiets en OV. Autokwaliteit op peil houden. 3.
Een sterke stedelijke knoop rondom de binnenstad en het station. 4. De wijken buiten de stedelijke knoop hebben een onderscheidende woonkwaliteit dankzij de nabijheid van zowel het stedelijke kerngebied als het groene landschap. 5. Gebiedsontwikkeling als vliegwiel voor routekwaliteit en innovaties. 6. Een veilige stad voor elke verplaatsing. 7. Verduurzaming van de automobiliteit: laden en delen. Bij de uitwerking van het plan dient rekening te worden gehouden met de kaders uit de Mobiliteitsvisie Hoorn 2030. 3.5.10 Hoornse Hoogte, Visie op stedelijke groei en hoogbouw Op 8 februari 2022 is de visie 'Hoornse hoogte, visie op stedelijke groei en hoogbouw vastgesteld. Met deze visie wil de gemeente Hoorn richting geven aan de groei van de stad. In eerdere besluiten (Meer Stad Worden, Woonvisie) heeft de gemeenteraad al besloten om meer woningen en arbeidsplaatsen binnen de bestaande stad te willen stimuleren. Deze visie geeft aan wat dat concreet betekent voor de bouwopgave: Waar (op welke plekken in de stad), wat (met welke bebouwing en openbare ruimte) en hoe zijn we erover in gesprek (besluitvormingsproces). De visie heeft een directe relatie met de omgevingsvisie, waarin de gemeente integraal toekomstige ontwikkelingen in beeld brengt. Ook waar het bijvoorbeeld gaat over mobiliteit, klimaatadaptatie en toerisme.
In de visie is de inbreng van zoveel mogelijk inwoners en ondernemers meegewogen. Deze inbreng is opgehaald tijdens gespreksavonden, via enquêtes en op scholen. Ook is er de mogelijkheid geboden om te reageren op een concept visie. De rode lijn is: er is veel behoefte aan woningen, maar bouwen in de stad moet wel passen bij de omgeving. Hoorn is een unieke stad en dat wil iedereen graag zo houden. Hoornse hoogte maakt onderscheid tussen vier verschillende gebieden: Binnenstad en langs de oude dorpslinten, het gemengd stedelijk gebied van de Provincialeweg en stations, klein stedelijke wijken rond binnenstad en stationsgebied, en de Groene woonbuurt. De groei van de stad vangt Hoorn zoveel mogelijk op in intensiveringsgebieden. Plekken in de stad waar, bijvoorbeeld door het vertrek van bedrijven, of in combinatie met bedrijven, ruimte ontstaat in de stad voor wonen, werken en voorzieningen. Betekenis voor het project Het plangebied ligt in een gebied dat wordt aangeduid als ‘klein stedelijk' binnen de 1.200 cirkel rondom een OV knooppunt.
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
20/29
Beleid
In klein stedelijke gebied kan bij transformatie een kleinstedelijke bebouwing komen. Het gaat hier om een mix van grondgebonden woningen en appartementen in 3 – 5 bouwlagen, met eventueel accenten tot 8 lagen. Waar dichter gebouwd wordt zal meer en kwalitatieve openbare ruimte moeten worden toegevoegd (ook in het kader van leefbaarheid, duurzaamheid en klimaatadaptatie). Betekenis voor het project In paragraaf 2.2. is de stedenbouwkundige inpassing van het project beschreven.
In een klein stedelijk gebied is parkeren op eigen terrein toegestaan indien de floor space index niet groter is dan 1,5 en het parkeren niet zichtbaar is vanaf de straat. Betekenis voor het project De floor space index van het project is 0,75. Parkeren uit het zicht op eigen terrein is daarmee toegestaan op de projectlocatie.
Goede ruimtelijke onderbouwing Jan Willemszstraat
21/29
4
Milieu- en omgevingsaspecten
4.1
Algemeen
Diverse milieuaspecten vormen belangrijke input bij de ontwikkeling van het plangebied. In dat verband dient bij de afweging van het al dan niet toelaten van bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen te worden onderzocht welke milieuaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. Tevens is het van belang milieubelastende functies ruimtelijk te scheiden van milieugevoelige functies.
4.2
Water
De watertoets is een verplicht onderdeel van een ruimtelijke procedure. Het is verplicht in beeld te brengen wat de effecten van de voorgenomen activiteit op de waterhuishouding zijn. Het gaat hier zowel om de waterkwaliteit als waterkwantiteit. Het streven is er zoveel mogelijk op gericht om water (regen-, afval- en oppervlaktewater) op een goede manier in te passen in het ontwerp. Betekenis voor het project Het plangebied maakt onderdeel uit van het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Voor het plan is advies aangevraagd bij HHNK in het kader van de watertoets via www.dewatertoets.nl1. Er geldt een normale procedure. Het plangebied maakt onderdeel uit van het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). HHNK heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer.