CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Programma Stedelijk water en Riolering 2022-2027 gemeente Hoorn

Gemeenteraad 14 december 2021, gemeente HoornBij agendapunt: Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2027: Programma Stedelijk water en Riolering 2022-2027 (1905463)37.892 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Programma stedelijk water en riolering 2022-2027

Regio Westfriesland Deelrapport gemeente Hoorn 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding

4

1.1

Gezamenlijk optrekken met een nieuw PSWR

4

1.2

Van GRP naar omgevingsgericht programma

4

1.3

Anticiperen op klimaatverandering

5

1.4

Doelstelling en geldigheidsduur

5

1.5

Leeswijzer

5

Beeld van de huidige situatie

7

2.1

Kenmerken

7

2.2

Terugblik vorige planperiode

8

2.3

Aandachtspunten deze planperiode

9

3

Visie en ambitie

10

4

Strategie en verankering

15

4.1

Afspraken met betrekking tot de waterketen Westfriesland

15

4.2

Zorgplicht stedelijk afvalwater

15

4.3

Zorgplicht hemelwater

18

4.4

Zorgplicht grondwater

22

4.5

Oppervlaktewater

25

4.6

Bedrijfsvoering

28

Uitvoeringsagenda

34

5.1

Gezamenlijk programma

34

5.2

Gemeentelijk uitvoeringsprogramma

34

5.2.1

Planvorming en onderzoek

34

5.2.2

Cyclisch onderhoud

35

5.2.3

Vervangings- en verbeteringsmaatregelen

35

5.2.4

Facilitair

36

5

2

Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

6

Middelen

37

6.1

Personele middelen

37

6.2

Financiële middelen

38

6.2.1

Uitgangspunten

38

6.2.2

Uitgaven

39

6.2.3

Kostendekking

40

6.2.4

Effecten investeringen klimaatadaptatie en rentestijging

44

6.2.5

Risico’s

45

Bijlagen Bijlage A Begrippen en definities

46

Bijlage B Wetgeving

53

Bijlage C Ontwikkelingen

60

Bijlage D Evaluatie

62

Bijlage E Kostendekking

68

Colofon

86

3

Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

1

Inleiding

Maar weinig mensen beseffen hoe belangrijk riolering is. Weet u bijvoorbeeld dat riolering en de drinkwater- voorziening sinds de 19e eeuw voor de volksgezondheid meer hebben betekend dan de hele medische wetenschap daarna? Pas als het mis dreigt te gaan en er bijvoorbeeld stank‐ of wateroverlast optreedt, krijgt riolering aandacht. Verder gaat de inzameling en het transport van afvalwater vaak ongemerkt aan de inwoners voorbij. Toch worden dagelijks veel inspanningen verricht om deze kostbare infrastructuur goed te beheren. Bij het woord riool zijn we nog vaak geneigd te denken aan een buis onder de grond. Maar in toenemende mate spelen bovengrondse voorzieningen een rol om extreme buien op te kunnen vangen. En zoals iedereen wel merkt vanuit de berichtgeving komt deze laatste categorie steeds vaker voor als gevolg van klimaatverandering. We kunnen ons tegen het overtollige water proberen te wapenen met beton en kostbare buizen, maar dat is niet voldoende. De hoosbuien worden steeds heftiger en talrijker. We benutten de openbare ruimte om tijdelijk grote hoeveelheden regenwater op te vangen en gedoseerd af te voeren naar het oppervlaktewater, de ondergrond of een andere omgeving.

Omdat de onder- en bovengrondse infrastructuur steeds meer met elkaar verweven raken is het van belang om goede beleidsafwegingen bij inrichting en beheer van de openbare ruimte, bescherming van bodem en waterkwaliteit en de zorg voor het totale watersysteem. Met de komst van de nieuwe Omgevingswet staat de fysieke leefomgeving centraal. Met deze wet kunnen we vanuit een krachtige visie op de leefomgeving via juridische instrumenten en programma’s bijdragen aan de ambitie van regio Westfriesland om tot de top 10 van meest aantrekkelijke regio’s van Nederland te gaan behoren.

1.1

Gezamenlijk optrekken met een nieuw PSWR

De zeven gemeenten binnen de samenwerkingsregio Westfriesland (Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec), het hoogheemraadschap Hollands-Noorderkwartier (HHNK) en PWN Drinkwaterbedrijf Noord-Holland werken intensief samen op het gebied van stedelijk waterbeheer. Binnen deze samenwerking geven ze het rioleringsbeleid gezamenlijk vorm. In de Bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst Samenwerking Waterketen Westfriesland (2021-2030) is als doelstelling opgenomen om het beheer van de afvalwaterketen uit te voeren tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Hiermee worden kosten over de hele afvalwaterketen bedoeld, dus inclusief zuiveringskosten. Om deze doelstelling te kunnen behalen is besloten om het programma Stedelijk Water en Riolering (PSWR) gezamenlijk in de regio op te stellen. Het opstellen van gezamenlijk rioleringsbeleid vertaalt zich in het samenvoegen van bestaande en toekomstige beleidslijnen om te komen tot een eensluidende visie en gezamenlijke ambities en strategieën. Speerpunten hierbij zijn afstemmen en voorsorteren op de Omgevingswet, risicogestuurd beheer, verbeteren van het functioneren en op elkaar afstemmen van de middelen en maatregelen. Omdat de gemeenten in o.a. historisch, geografisch en organisatorisch opzicht van elkaar verschillen kent het PSWR daarnaast een gemeentespecifieke uitwerking.

Het gaat dan met name om de evaluatie, een beschrijving van de huidige situatie, de benodigde middelen en maatwerk met betrekking tot bepaalde strategieën. Het uitvoeringsprogramma is een combinatie van activiteiten die gezamenlijk en gemeentespecifiek worden opgepakt.

1.2

Van GRP naar omgevingsgericht programma

Na het van kracht worden van de Omgevingswet is het GRP niet langer een wettelijk verplichte planvorm, maar kunnen elementen hiervan opgaan in respectievelijk de omgevingsvisie, -plan en -programma. Hoewel de wettelijke verplichting tot het opstellen van een rioleringsplan komt te vervallen is besloten om wel een nieuw plan op te stellen. Het rioleringsplan is immers een effectief planinstrument gebleken om de rioleringszorg te borgen en activiteiten af te stemmen. De omgevingsvisie is een – verplicht door de gemeenteraad op te stellen – integrale visie met strategische beleidskeuzen voor de fysieke leefomgeving en voor de lange termijn. In een omgevingsplan dienen decentrale overheden al hun regels met betrekking tot de leefomgeving bijeen te brengen in één gebiedsdekkende regeling. Om zo goed mogelijk te kunnen aansluiten op de omgevingsvisie en op het omgevingsplan hebben we de traditionele opzet van het huidige rioleringsplan aangepast. Dit programma Stedelijk Water en Riolering (PSWR) bevat nu bouwstenen voor de omgevingsvisie, bouwstenen voor het omgevingsplan en een concreet maatregelenprogramma. 4

Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

In dit programma leggen we nog steeds vast hoe we ervoor zorgen dat we aan de zorgplichten voldoen, welke kosten ermee zijn gemoeid en welke inzet van financiële en personele middelen hiervoor nodig is. Dit vormt de beleidsmatige basis voor de rioolheffing.

1.3

Anticiperen op klimaatverandering

Het klimaat is aan het veranderen en dit leidt tot meer extremen. Het wordt natter, droger en warmer en dit brengt grote uitdagingen met zich mee voor de hemelwater- en grondwaterzorg. Het (hemel) watersysteem en de afvalwaterketen moeten de neerslag zo goed als mogelijk kunnen verwerken. Het besef groeit dat dit niet meer uitsluitend met grotere rioolbuizen is op te vangen. Een integrale aanpak is noodzakelijk, met name in samenwerking met de inrichting en het beheer van de bovengrond. Deze aanpak richt zich op afstemming binnen de waterketen, in de openbare ruimte (klimaatadaptatie) en op particulier terrein waarbij we de bewustwording en handelingsperspectief rondom klimaatadaptatie willen versterken. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) zijn doelstellingen opgenomen om vanaf 2020 klimaatrobuust te handelen en in 2050 een klimaatbestendige leefomgeving te hebben. De gemeenten in regio Westfriesland hebben in 2021 een gezamenlijke ambitie en strategie met betrekking tot ruimtelijke (klimaat)adaptatie vastgesteld. De ambitie die is gericht op het gelijkhouden van het beschermingsniveau (niveau B). Bij deze ambitie is ook een strategie geformuleerd, zie website Strategie Klimaatadaptatie Westfriesland 2050 (office.com). Om tot de keuze van het gewenste beschermingsniveau te komen is een klimaatstresstest uitgevoerd en de risicodialoog gevoerd.

De effecten van klimaatverandering zijn op het niveau van Westfriesland, de gemeenten en pilotwijken in beeld gebracht. De stresstest geeft weer waar effecten kunnen optreden in het klimaat van 2050. Daarnaast geven de kaarten weer waar bepaalde kwetsbare functies zich, bij een gelijkblijvende inrichting, bevinden. Zie website Stresstest (office.com).

1.4

Doelstelling en geldigheidsduur

Het PSWR is een beleidsplan waarmee we de gemeentelijke watertaken op hoofdlijnen invullen. We leggen vast wat we willen bereiken en wat de rolverdeling is tussen overheid en inwoners/bedrijven ten aanzien van afval-, hemel-, en grondwater. Het PSWR vervult vier hoofdfuncties: 1. Kader gemeentelijke zorgplichten overzicht beleidskeuzes en ambities ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater en bijdragen aan de zorgplichten oppervlaktewater en drinkwater.

2. Interne afstemming met andere vakdisciplines binnen de gemeentelijke organisatie en met onze waterpartners.

3. Externe afstemming met o.a. bewoners en bedrijven, ontwikkelaars en bouwbedrijven.

4. Continuïteit en voortgangsbewaking vanwege de relatief lange levensduur van stedelijke watervoorzieningen en kapitaalintensieve investeringen is een lange termijn aanpak essentieel (begroting, investeringen en evaluatie).

Als gemeente kunnen we zelf de geldigheidsduur van het programma vaststellen. De geldigheidsduur van dit Programma Stedelijk Water en Riolering is zes jaar: 2022 tot en met 2027. Evaluatie van de voortgang en eventuele tussentijdse bijstelling van het programma vindt plaats als zich grote veranderingen voordoen.

1.5

Leeswijzer

De opzet van voorliggend PSWR is als volgt: Hoofdstuk 2 geeft een beeld van de huidige situatie. Aandachtspunten die hieruit naar voren komen vormen samen met nieuwe ontwikkelingen het vertrekpunt voor het beleid. Hoofdstuk 3 beschrijft onze visie en ambities op de gemeentelijke watertaken binnen vier belangrijke thema’s vanuit de Omgevingswet: • • • 5

Beschermen van de gezondheid Beschermen van de leefomgeving Bijdragen aan een klimaatbestendige en waterrobuuste omgeving Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

•

Bijdragen aan de energietransitie en een circulaire economie

In hoofdstuk 4 staan onze strategische invulling van de beleidsvrijheid van de drie gemeentelijke watertaken en wijze van “sturing” centraal. Onze voorgenomen activiteiten en bijbehorende benodigde middelen om ze te kunnen uitvoeren zijn opgenomen in hoofdstukken 5 (uitvoeringsagenda) en 6 (middelen) van dit PSWR. Zaken die meer gerelateerd zijn aan beheer en onderhoud zijn opgenomen in de bijlagen. In de lichtgroene tekstblokken (hoofdstuk 3) hebben we bouwstenen opgenomen voor de Omgevingsvisie; in de lichtoranje tekstblokken (hoofdstuk 4) bouwstenen voor in het Omgevingsplan.

6

Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

2

Beeld van de huidige situatie

2.1

Kenmerken

Ons rioleringssysteem bestaat uit vrijvervalriolering en mechanische riolering. Bij vrijvervalriolering wordt het afvalwater getransporteerd door de zwaartekracht en omhoog gepompt als de leidingen te diep komen te liggen. Bij mechanische riolering wordt het afvalwater getransporteerd via een veelvoud aan kleine pompen door middel van overdruk (drukriolering) of onderdruk (vacuümriolering). In totaal is er in de gemeente Hoorn ca. 480 km aan leidingen, waarvan 95 % vrijverval en 5% mechanisch. Ter beperking van de vuillast op het oppervlaktewater hebben wij bij de meest vuilbelastende lozingspunten randvoorzieningen aangebracht. Deze voorzieningen bergen overtollig regenwater en laten het vuil bezinken voordat het overstort op het oppervlaktewater. De overige lozingspunten lozen overtollig regenwater direct op het oppervlaktewater op het moment dat het rioleringssysteem vol is. Het geloosde regenwater afkomstig van gescheiden en verbeterd gescheiden riolering is in het algemeen schoner dan het geloosde regenwater afkomstig van gemengde riolering. Als gevolg van afkoppelen van verhard oppervlak neemt de vuilbelasting van deze lozingspunten geleidelijk af. Tabel 1 Kenmerken riolering Hoorn

Systeem Vrijverval riolering

Drukriolering Persleidingen Gemalen

Drukriolering (pompunits) Randvoorzieningen Externe overstorten

HWA-uitlaten Drainage-uitlaten Infiltratievoorzieningen Bijzondere hemelwatervoorzieningen (bijv. wadi) Lamellenafscheiders Olieafscheiders: Kolken DT/IT riolering Meetpunten

Type Gemengd Vuilwater Hemelwater Overig

Hoofdgemalen Tunnelgemalen Oppervlaktewater- gemalen BBB met ledigingsgemaal en spoelpomp Met randvoorziening Zonder randvoorziening Hoge leiding Inclusief gecombineerde HWA- en drainage-uitlaten

Slibvangput voor lichte minerale vloeistoffen

Grondwater (Peilbuizen in beheer bij VVH bewaken grondwaterstand i.r.t. houten funderingen) Afvalwater Oppervlaktewater

Omvang 84 183 192 17 5 25 9 2 215 1 1 44 418 67 -

Eenheid km km km km km km st st st st st st st st st st st st

5 1 32927 58 73

st st st km st

-

st st

De toestand van de rioleringsobjecten monitoren wij frequent door middel van inspecties. Uit de inspectie- gegevens blijkt dat de meest voorkomende schadebeelden te maken hebben met instabiliteit veroorzaakt door chemische aantasting van de buiswand en scheuren in de omtrek van de buis bij geprefabriceerde inlaten. Daarnaast stromen riolen niet altijd goed meer af. Belangrijkste oorzaak van deze schades zijn onregelmatige zettingen van de ondergrond. Vervanging van het riool heeft de voorkeur wanneer de riolering verzakt ligt. Relinen passen wij alleen toe als de bovengrond niet opengebroken hoeft te worden. Er is sprake van zettingen, omdat in het verleden geen voorbelasting werd toegepast, maar de zettingen geven nauwelijks overlast. Bepaalde gebieden zijn wel gevoeliger voor verstoppingen, maar deze worden daarom vaker gereinigd. Welke investeringen in de riolering nodig zijn, gezien bijvoorbeeld de leeftijd en materialen van de buizen, hebben wij goed in beeld. 7

Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

140

Aanleg lengte riolering (km)

120

100

80 Drainage-/infiltratie riolering Hemelwater riolering

60

Vuilwater riolering Gemengde riolering

40

20

0

Figuur 1: Leeftijdsopbouw riolering gemeente Hoorn

Ons stedelijk watersysteem functioneert onder de meeste omstandigheden goed. Jaarlijks komen er tussen de 400 en 800 klachten bij ons binnen. Vaak zijn dit klachten over verstopte kolken, waarop actie wordt ondernomen om het op te lossen. In de afgelopen jaren is er een aantal keer wateroverlast geweest in de Gedempte Appelhaven. Daarbij stroomde water de woningen in. Ook andere lagergelegen delen van de stad zijn gevoelig voor wateroverlast bij hevige regen. Een oplossing daarvoor wordt gezocht. Binnen onze gemeente zijn er ook locaties waar vochtproblemen in kruipruimtes worden ervaren. We moeten soms ingrijpen wanneer problemen ontstaan door het niet meer functioneren van perceeldrainage bij bewoners. Infiltratie in de bodem is, gezien de hoge grondwaterstand en slechte bodem, niet overal in de gemeente Hoorn een oplossing.

2.2

Terugblik vorige planperiode

Om indien nodig de koers te kunnen bijstellen of de aandacht te verleggen, blikken we terug op de afgelopen planperiode. Het resultaat van deze evaluatie is opgenomen in bijlage D. Samengevat ontstaat het volgende beeld: Krimp in formatie hebben we opgevangen door inhuur In de binnendienst is beschikbare formatie voor rioleringszorg ongeveer gelijk gebleven in de afgelopen periode en in de buitendienst is deze gekrompen. In 2016 was 12,0 fte beschikbaar voor de formatie rioleringszorg in onze gemeente Hoorn, onderverdeeld in 6,2 fte buitendienst- en 5,8 fte binnendienstmedewerkers. In 2020 was de tijdsbesteding 11,3 fte. Met name in de buitendienst was er een capaciteitstekort. Dit hebben we zo goed als mogelijk opgevangen door meer onderhoudswerkzaamheden door derden uit te laten voeren. Hierdoor heeft de afname in beschikbaar personeel er niet voor gezorgd dat we geplande activiteiten niet hebben uitgevoerd. Ruimtedruk en noodzakelijke afstemming met stakeholders zorgde voor vertraging bij rioolvervangingen Er is minder geïnvesteerd dan voor de afgelopen planperiode gepland was. Eerste oorzaak is de ondergrondse ruimtedruk. Met name in de bestaande stad is ruimtedruk een knelpunt gebleken bij de rioolvervanging. Dat komt onder andere door de nutsvoorzieningen die vaak over rioleringen heen liggen.

Door ingewikkelde gesprekken met nutspartijen is vertraging ontstaan van projecten. Ten tweede zorgde het goed vormgeven van participatietrajecten hier en daar voor vertraging. Goed meenemen van inwoners vergt veel tijd. Bijvoorbeeld in de Venenlaan is in 2016 het traject gestart, maar de werkzaamheden zijn nog niet begonnen. Ten derde het inpassen van ontwikkelingen vanuit energietransitie en klimaatadaptatie. Dat vraagt afstemming met de plannen en planning van rioolprojecten.

8

Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

Woningen zonder funderingen op staal vroegen om voorzichtige aanpak rioolvervanging. Bij rioolwerkzaamheden hebben we te maken met het feit dat in Hoorn tot in de jaren ’70 woningen zijn gebouwd op staal zonder palen, onder andere in Hoorn-Noord en in het Venenlaankwartier. Voorzichtigheid is geboden bij rioolvervanging en dat heeft soms vertraging opgeleverd in projecten. Gegevensbeheer is goed bijgehouden Het gegevensbeheer is bij de gemeente Hoorn goed op orde. We hebben een vaste gegevensbeheerder in dienst die hier zorg voor draagt. Daarnaast zijn de digitale systemen goed bijgehouden. De Westfriese samenwerking is goed verlopen De samenwerking in de regio Westfriesland is goed. De besparingsdoelstellingen zijn behaald en de samenwerkingsovereenkomsten zijn verlengd. Het is in de afgelopen planperiode echter toenemend merkbaar geworden dat een aantal gemeenten te maken hebben met personeelstekorten, met name aan de beheerkant. We hebben goede stappen gezet om het integrale beheer vorm te geven We hebben een integrale projectenkaart waarin alle projecten van de verschillende beheerdisciplines en de ruimtelijke ontwikkelprojecten staan. Dit platform werkt steeds beter. Uitvoering van deze projecten proberen we zoveel mogelijk te combineren. De projectenkaart willen we uitbreiden met de projecten van de nutsbedrijven.

2.3

Aandachtspunten deze planperiode

Vanuit de evaluatie en huidige ontwikkelingen zijn onderstaande aandachtspunten naar voren gekomen. In onze strategie voor de komende planperiode houden we daar zoveel als mogelijk rekening mee. •

Het BRP dateert uit 2011 en is aan herziening toe. Omdat er veel nieuwe bouwplannen zijn in Hoorn, zal het aantal woningen in bestaand gebied toenemen. Hier zal het stedelijk watersysteem op aangepast moeten worden. Hiernaast zal mogelijk ook rekening gehouden moeten worden met een grotere gewenste afvoercapaciteit in het kader van klimaatverandering.

•

We beschikken over een integrale projectenkaart waarin alle projecten van de verschillende beheerdisciplines en de ruimtelijke ontwikkelprojecten staan. Aandachtspunt voor de komende periode is om dit platform in te zetten voor meer interactie met en afstemming tussen externe partijen zoals nutsbedrijven en om de kaart uit te breiden met projecten die vanuit de klimaatadaptatie-opgave en de energietransitie volgen.

•

In het kader van klimaatadaptatie nemen we extra maatregelen, die boven op de kosten voor rioolvervanging komen. Dat verschilt wel per wijk (daar waar problemen zijn). Bij het opstellen van het kostendekkingsplan, brengen we het effect van extra kosten voor klimaatadaptatie op de rioolheffing in beeld.

9

Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

3

Visie en ambitie

Dit Programma Stedelijk Water en Riolering laat zien hoe we naast de invulling van onze zorgplichten stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater samen met onze waterpartners de komende jaren ook een bijdrage leveren aan het behalen van maatschappelijke doelen. Het gemeentelijke waterbeheer staat niet op zich, maar is continu in beweging door diverse uitdagingen en ontwikkelingen. De belangrijkste ontwikkelingen en de relatie met het PSWR zijn beschreven in Bijlage C. Met het uitvoeren van de watertaken die voortkomen uit de zorgplichten riolering beschermen we de fysieke leefomgeving. Bij rioolrenovatie, (her)ontwikkelingen of herinrichting van de openbare ruimte willen we kansen pakken om, bij voorkeur samen met inwoners, ook een bijdrage te kunnen leveren aan een klimaatbestendige en waterrobuuste omgeving, betere waterkwaliteit en ecologie (kaderrichtlijn water), de energietransitie, circulaire economie (levensduurverlenging/hergebruik materialen), versterking van de biodiversiteit en duurzame mobiliteit. De groen gekleurde blokken in dit hoofdstuk zijn bouwstenen voor de omgevingsvisie. Beschermen van de gezondheid Gezondheid staat en blijft op nummer één en is ook niet voor niets een verplicht te beschrijven onderdeel in de omgevingsvisie. De rioleringszorg blijft hier een grote bijdrage aan leveren.

We blijven ons huishoudelijk afvalwater binnen en buiten de bebouwde omgeving zo doelmatig en gecontroleerd mogelijk verwerken en de kans op ongewenste lozingen verkleinen. Bij voorkeur via voorzieningen die het huishoudelijk afvalwater zoveel als mogelijk ingesloten houden tot aan de RWZI waar het weer wordt gezuiverd. De lozing van medicijnresten, organische microverontreinigingen en microplastics op het oppervlaktewater vormen op de lange(re) termijn een bedreiging voor onze gezondheid. Om het risico te beperken grijpen we in op díe plaatsen waar dit het meest (kosten)efficiënt is. Bijvoorbeeld bij de rwzi, en/of bij ziekenhuizen, verzorgingscentra e.d. We voorkomen grondwaterverontreiniging en beschermen ons drinkwater door vervuilende activiteiten te weren of gecontroleerd te houden. Op eventuele locaties met grote bodemverontreinigingen zijn we voorzichtig met infiltratie van hemelwater om verspreiding te voorkomen. Bij de introductie van bovengrondse hemelwateropvangvoorzieningen waken we ervoor dat (zeker bij meervoudig ruimtegebruik) er geen nieuwe gezondheidsrisico’s ontstaan, bijvoorbeeld door foutaansluitingen of een voor muggen te aantrekkelijke omgeving. Door ruimtegebrek zullen we bovengrondse functies moeten combineren. Voor het combineren van water en groen zien we voldoende mogelijkheden.

Het combineren van wateropvang en spelen willen we liever niet, gelet op mogelijke gezondheidsrisico’s.

Beschermen van de fysieke leefomgeving en bijdragen aan omgevingskwaliteit Met de invulling van de wettelijke zorgplichten riolering beperken we de kans op (grond)wateroverlast, beschermen we de omgeving/het milieu én bevorderen we hiermee ook een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. In de wetenschap dat de weersextremen toenemen zullen we moeten accepteren dat hinder als gevolg van water op straat vaker voorkomt. Ook zal hierdoor de kans op waterschade toenemen. De ambitie is gericht op het gelijk houden van het huidige beschermingsniveau tegen wateroverlast. Inwoners en bedrijven zullen in 2050 ondanks klimaatverandering even vaak hinder of schade ervaren als nu. Ten behoeve van de oppervlaktewaterkwaliteit leiden we relatief schoon hemelwater zoveel als mogelijk en op een gecontroleerde wijze door de bodem voordat het wordt geloosd op oppervlaktewater. Relatief vuil regenwater afkomstig van industrieterreinen, marktpleinen e.d. blijven we op een kostenefficiënte manier naar de zuivering transporteren. De aanleg van hemelwaterriolering is bij nieuwbouw geen vanzelfsprekendheid meer, perceelseigenaren dienen bij een dergelijke keuze het hemelwater dan op eigen terrein te verwerken. Voor een aantrekkelijke regio sturen we samen met de waterbeheerder op een goede kwaliteit van ons stads- en dorpswater.

In beleid en uitvoering zorgen we ervoor dat het aantal riooloverstortingen niet

10

Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

toeneemt en door ons handelen de waterkwaliteit niet verslechtert. Gelet op klimaatverandering is dat nog een hele opgave, aangezien de geloosde hoeveelheden zullen toenemen bij meer langdurige of meer hevige neerslag en bij langdurige droogte de kans op botulisme en blauwalgen toeneemt. Door verhard oppervlak van de riolering te blijven afkoppelen in combinatie met rioolvervanging/reconstructies verlagen we de druk op het rioleringssysteem en hiermee de milieudruk. Op deze manier dragen we bij aan het behalen van de KRW-doelen (Europese Kaderrichtlijn Water). Het grondwaterpeil willen we zoveel als mogelijk laten fluctueren binnen een acceptabele bandbreedte . Locaties met een relatief hoge grondwaterstand achten we minder geschikt voor bebouwing. Op locaties met een relatief hoge grondwaterstand kunnen we het maaiveld verhogen, zodat we voldoende ontwateringsdiepte creëren voor nieuwbouw. Hiervoor verzamelen we praktijkmetingen. In gebieden met een risico op grondwateroverlast, verbeteren we de ontwatering in combinatie met grote reconstructies/herontwikkelingen.

11

Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

Bijdragen aan een klimaatbestendige en waterrobuuste omgeving Samen met gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk hebben we in Nederland in 2020 afspraken gemaakt om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn (Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018). Door samen te werken met andere partijen in de openbare ruimte en op particulier terrein kunnen we onze gemeente voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Sinds 2018 zijn we al gezamenlijk aan de slag om onze klimaatadaptatie ambities te verankeren in beleid en uitvoering (zie https://sway.office.com/QvKcDIvp3dgy2jPr). Bij de aanleg of vervanging van verhard oppervlak houden we rekening met extreme buien. We stellen voorwaarden om in (of in de directe nabijheid van) de nieuwe ontwikkeling bij voorkeur het hemelwater te infiltreren in de bodem en als dat niet gaat het oppervlaktewater te verruimen en hierop te lozen. Vooral in droogtegevoelige gebieden willen we het hemelwater zoveel mogelijk vasthouden om langdurig droge perioden te kunnen overbruggen en de vegetatie beter in stand te kunnen houden. Bij herinrichting van de openbare ruimte houden we rekening met het risico op wateroverlast. Voor straten met een risico op ernstige hinder willen we naast de normale verwerking ook (bovengrondse) wateropvang om zwaardere buien te kunnen opvangen en vertraagd af te voeren.

Kwetsbare infrastructuur zoals ontsluitingswegen en tunnels en straten met een hoog risico op waterschade beschermen we extra goed. Zo blijven belangrijke locaties als ziekenhuizen en hulpverleningsgebouwen goed bereikbaar, ook onder meer extreme weersomstandigheden. Van onze inwoners en ondernemers verwachten we dat ze meewerken om water zo duurzaam mogelijk te verwerken. We kunnen dit als overheden immers niet alleen, een groot deel van het verhard oppervlak ligt namelijk op particulier terrein.

12

Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

Bijdragen aan de energietransitie en een circulaire economie Door de energietransitie neemt de druk op de ondergrond toe, er komen immers leidingen bij voor warmtetransport. Bij rioolaanleg of rioolvervanging zullen we daarom meer dan voorheen rekening moeten houden met het ondergronds ruimtebeslag. We groeien door naar integraal programmeren en dragen bij aan het beter in beeld brengen van de ondergrond. We blijven doorgaan met het scheiden en ontvlechten van schone en vuile waterstromen. Met het verlengen van de levensduur van riolering door sleufloze technieken zoals relining of rioolreparaties nemen de kansen af voor het scheiden van waterstromen of een gecombineerde aanpak van boven- en ondergrond. We brengen daarom kansrijke locaties voor relinen en afkoppelen vroegtijdig in kaart ter bevordering van een planmatige aanpak. Met het oog op energie- en grondstoffenterugwinning en het beperken van de kans op wateroverlast, zorgen we met de gescheiden inzameling dat eventueel water op straat hygiënischer van kwaliteit is. Zo verlagen we het gezondheidsrisico van (opspattend) water op straat. We zetten de huidige koers van afvalwaterinzameling voort, maar houden oog voor meer doelmatige oplossingen. Hergebruik van materiaal zien we niet als doel, maar als middel om een bijdrage te kunnen leveren aan de circulaire economie.

Lange termijn doelen Bij het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken streven we, binnen de beschikbare middelen en mogelijkheden, de volgende doelen na: Algemeen • Beperken van kostenstijging rioleringszorg: • Beperken van de kwetsbaarheid van de organisatie: • Bijdragen aan klimaatadaptatie • Bijdragen aan de ambitie van regio Westfriesland om tot de top 10 van meest aantrekkelijke regio’s van Nederland te gaan behoren Stedelijk afvalwater • Doelmatige inzameling en transport van stedelijk afvalwater • Voorkomen van ongewenste emissies/gezondheidsrisico’s en beperken overlast voor de omgeving • Bijdragen aan een duurzame verwerking van afvalwater en een optimale inrichting van de waterketen Hemelwater • Doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater • Beperken van het risico op wateroverlast • Beperken van de milieubelasting op bodem en oppervlaktewater Grondwater • Voorkomen van structurele grondwaterover- en -onderlast, afgestemd op de functie van het gebied/object • Bijdragen aan de aanvulling van de grondwatervoorraad in droogtegevoelige gebieden Oppervlaktewater • Borgen bergings- en ontwateringsfunctie van het stedelijk oppervlaktewater Drinkwater • Bijdragen aan de bescherming van drinkwatervoorzieningen

13

Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

Bewaken van de voortgang Met het periodiek actualiseren van dit PSWR kunnen we tijdig bijsturen op nieuwe ontwikkelingen. Het is gebruikelijk dat dit plan om de ca. vijf jaar wordt geactualiseerd. Met de komst van de Omgevingswet is het denkbaar dat de planperiode meer afhankelijk gaat worden van andere programma’s om zo gezamenlijk het omgevingsprogramma te vormen. Voor de effectiviteit van ons beleid gebruiken we (naast theoretische berekeningen) de gemeten waterkwaliteit en het verloop van het aantal meldingen met betrekking tot (grond)wateroverlast, rioolinstortingen en stank. Met het periodiek uitvoeren van klimaatstresstesten (wateroverlast, hittestress, droogte) houden we een vinger aan de pols met betrekking tot de voortgang die we boeken met de aanpak van kwetsbare locaties. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier doet ditzelfde voor waterveiligheid.

14

Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

4

Strategie en verankering

Om het wensbeeld zoals omschreven in de visie te bereiken stellen we per planperiode een uitvoeringsprogramma op en stellen we zo nodig de beleidskoers bij. Met de Omgevingswet ontstaat meer vrijheid in beleid (“ja mits” in plaats van “nee tenzij”). We staan hiermee voor de keuze om hetgeen we willen juridisch goed te verankeren of te werken op vertrouwensbasis. In algemene zin houden we vast aan de bestaande koers en de bijbehorende beleidskaders. Dit betekent dat we overwegend inzetten op reguleren en bijsturen/loslaten op punten waar we vinden dat het doelmatiger kan. De beleidsregels gaan we opnemen in het omgevingsplan. Waar van toepassing is dit weergegeven in de licht oranje gekleurde kaders. Samen met de waterverordening van het waterschap weet de gebruiker dan goed waar deze aan toe is bij een ruimtelijke ontwikkeling en bij het gebruik van de riolering.

4.1

Afspraken met betrekking tot de waterketen Westfriesland

In het kader van de samenwerkingsovereenkomst ten behoeve van de waterketen hebben we als de zeven Westfriese gemeenten afspraken gemaakt. Deze afspraken zijn als volgt: • • •

Opstellen gezamenlijk rioleringsbeleid; Gemeenten en waterschap leggen afspraken vast in afvalwaterakkoorden Gemeenten en waterschap verbeteren het functioneren van de afvalwaterketen zowel kwantitatief als kwalitatief door: – Rioolvreemd water te verminderen – VGS-stelsels waar mogelijk om te bouwen naar GS-stelsels – Beter zicht en grip op indirecte lozingen – Opsporen en herstellen foutaansluitingen – Doelgericht te meten en te monitoren – Verkenning optimalisatiemogelijkheden afvalwaterketen – Inventarisatie kansen hergebruik en terugwinning stoffen/energie • Partijen voeren de waterketentaken doelmatig uit door: – Te streven naar eenzelfde format voor de meerjarenplannen – Te zorgen voor inzicht in ligging en toestand van de aanwezige voorzieningen – Gezamenlijk in beeld te brengen hoe incidenten kunnen worden afgehandeld en dit vast te leggen in een calamiteitenplan Bij de strategische uitwerking van de zorgplichten is met deze afspraken rekening gehouden.

4.2

Zorgplicht stedelijk afvalwater

Inzameling en transport van huishoudelijk afvalwater binnen de bebouwde kom Binnen de regio Westfriesland zijn (vrijwel) alle percelen aangesloten op de riolering of voorzieningen met eenzelfde graad van milieubescherming. Dit betekent dat er geen ongezuiverde afvalwaterlozingen plaatsvinden. Duurzaamheid vinden we belangrijk, ook in ons waterbeheer. We gaan daarom door met het afkoppelen en scheiden van afval- en hemelwater (mits doelmatig) om zo het aanbod en de samenstelling van het afvalwater te optimaliseren voor verwerking in de energie- en grondstoffenfabriek van het waterschap en energiekosten te besparen op het transport van hemelwater. Tijdens hevige en/of langdurige neerslag kan afvalwater vermengd met regenwater overstorten op het oppervlaktewater. Via een netwerk van sensoren registreren we de overstortingsgebeurtenissen en houden we een vinger aan de pols. Samen met het waterschap zorgen we ervoor dat de effecten op het (water)milieu aanvaardbaar zijn. Hiertoe volgen we samen met onze waterpartners een immissiegerichte aanpak. Voor een verdere emissiereductie zetten we in op afkoppelen van verhard oppervlak. We volgen de ontwikkelingen met betrekking tot het zuiveren van medicijnresten om dit probleem zo doelmatig mogelijk te kunnen benaderen.

15

Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

Figuur 2: Dagelijks zijn rioolmedewerkers in de weer voor een probleemloos afvalwatertransport

Aandachtpunt is rioolvreemd water afkomstig uit sloten, drainage en binnensijpelend grondwater. Locaties waar we vermoeden dat oppervlaktewater via overstortdrempels het rioolstelsel instroomt en grondwater dat bijvoorbeeld via drainage en/of lekke verbindingen binnenkomt onderzoeken we nader. Inzamelen van afvalwater bij nieuwbouw Bij nieuwbouw leggen we in principe een gescheiden rioolstelsel aan voor de inzameling van afval- en hemelwater. Percelen bij nieuwbouw en grote gebiedsontwikkelingen worden altijd voorzien van gescheiden aansluitingen. Bij kleine (her)ontwikkelingen in gemengd gerioleerd gebied leggen we gescheiden riolering aan. We accepteren dat we als tijdelijke overbrugging soms moeten aansluiten op het bestaande (gemengde) systeem totdat op een later moment de gelegenheid zich aandient om het stelsel over te sluiten op nieuw aangelegde hemelwaterriolering. Omgaan met bedrijfsmatige lozingen Bedrijfsmatige lozingen zijn niet altijd goed in beeld of zorgen voor een ondoelmatige werking van het systeem, bijvoorbeeld als wasplaatsen lozen op drukriolering. Waar van toepassing, willen we als gemeente en waterschap het gesprek met bedrijven aangaan om alternatieve lozingsroutes af te wegen. Doelmatige verwerking 16

Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

Volgens de huidige wetgeving dient te worden aangesloten op riolering als wordt voldaan aan een afstandscriterium. Dit afstandscriterium staat soms een meer doelmatige verwerking van afvalwater in de weg, bijvoorbeeld als de beheer- en onderhoudskosten van het bestaande systeem erg hoog zijn en/of als er lokaal behoefte is aan water of er initiatieven bestaan om grondstoffen in het afvalwater terug te winnen en te hergebruiken. De Omgevingswet voorziet in deze behoefte en biedt meer vrijheden. Zo kunnen gemeenten en waterschap zonder tussenkomst van de provincie gezamenlijk afspraken maken en is er meer beleidsvrijheid voor decentrale verwerking. De ontheffing van de zorgplicht die de provincie nu nog moet afgeven als een gemeente stedelijk afvalwater in het buitengebied niet wil inzamelen komt met de Omgevingswet te vervallen. De provincie heeft in de Omgevingswet echter wel andere middelen ter beschikking om zo nodig invloed uit te oefenen op de keuzes die gemeenten hierover maken: algemene instructieregels in de omgevingsverordening en zelfs individuele instructies. Met het verdwijnen van de ontheffingsbevoegdheid buitengebied (GS) dient de gemeente vast te leggen waar de inzameling en verwerking van afvalwater wordt overgelaten aan de perceeleigenaar.

In samenspraak met het waterschap kan de gemeente bepalen of een particulier bijvoorbeeld een eigen afvalwaterzuivering mag installeren.

Voor een meer doelmatige verwerking van het afvalwater gaan we in regionaal verband de komende planperiode een gebiedsspecifiek doelmatigheidscriterium opstellen. Met dit criterium kunnen we een betere afweging maken bij vervanging van een bestaande voorziening of aanleg van een nieuwe voorziening. We kiezen ervoor om vooralsnog de huidige algemene regels met betrekking tot de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater vooralsnog ongewijzigd te laten. Op termijn voorzien we dat het afstands- en omvangscriterium mogelijk kan worden vervangen door een nieuw doelmatigheidscriterium en dat we het meer gebiedsspecifiek gaan benaderen. Op basis hiervan stellen we ten behoeve van het omgevingsplan een digitale kaart op met daarin opgenomen een onderscheid in te rioleren gebieden en ongerioleerde gebieden. Deze kaart vormt de basis voor een werkingsgebied van de lozingsregels voor huishoudelijk afvalwater. De bestuurders van de gemeenten met IBA's in Noorderkwartier en HHNK hebben in juli 2021 besloten dat de IBA’s omwille van het beheer en onderhoud in de komende jaren worden uitgefaseerd. Een mogelijke vervangingsstrategie voor de bestaande IBA's, in eigendom van de gemeente en in beheer bij het waterschap, is het gefaseerd vervangen door verbeterde septic tanks (het wettelijk minimum) en deze over te dragen aan de gebruiker (bewoners).

Duurzame afvalwaterketen We willen als maatschappij toewerken naar een circulaire economie. Ook de waterketen kan hier een rol inspelen. Zo worden bijvoorbeeld al reststoffen van drinkwaterproductie bijna volledig nuttig hergebruikt en wordt bij de afvalwaterzuivering ingezet op het terugwinnen van verschillende stoffen. Gezuiverd afvalwater kan bijvoorbeeld ook worden ingezet om droogte te voorkomen. Op het vlak van riolering zijn er mogelijkheden in o.a. hergebruik van materiaal van rioolbuizen en -putten en zand dat bij reiniging vrijkomt. De levering van drinkwater en het transporteren en zuiveren van afvalwater kost energie. Bij vervanging van onderdelen kijken we naar eventuele meer duurzame alternatieven die ook een robuuste werking garanderen. We volgen de ontwikkelingen op dit punt en benutten eventuele kansen die zich voordoen. Per zuiveringskring gaan we als waterpartners het energieverbruik in de schakels van de waterketen analyseren en de mogelijkheden onderzoeken om het energieverbruik te verminderen en het aanbod van afvalwater zo goed als mogelijk af te stemmen op de vraag, zowel kwantitatief als qua samenstelling. Problematiek WKO-lozingen Warmte-koude-opslag (WKO) installaties worden steeds vaker toegepast voor het verwarmen en koelen van woningen, kantoren en industrie.

Bij de aanleg en in veel gevallen ook bij het onderhoud aan een WKO wordt het spoelwater geloosd op de riolering. De frequentie van pieklozingen kan in de toekomst toenemen, wat het functioneren van het rioolstelstel kan verstoren. We missen nu een volledig beeld van de locaties van WKO’s en mogelijke negatieve effecten op de omgeving. In deze planperiode is dan ook een inventarisatie en onderzoek naar potentiële effecten gepland. Afhankelijk van de uitkomst van de inventarisatie en het onderzoek kunnen we besluiten om hier vanuit de verschillende bevoegde gezagen strakker op te gaan sturen met inzet van bijvoorbeeld een programma van eisen of juridische instrumenten.

17

Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

4.3

Zorgplicht hemelwater

Verwerking van hemelwater De aandacht voor het anders omgaan met hemelwater neemt toe. In plaats van het water zo snel mogelijk af te voeren willen we het vasthouden om lange perioden van droogte te overbruggen en tijdelijk bovengronds bergen om wateroverlast bij extreme neerslag te voorkomen. Het blijven verruimen van rioolbuizen is immers geen optie als gevolg van de beperkte ruimte in de ondergrond en de hoge kosten. We streven ernaar om het rioleringssysteem en de bijbehorende openbare ruimte zoveel mogelijk klimaatbestendig in te richten. We stemmen hierbij af met andere disciplines en maken een gezamenlijke afweging. Hierbij zoeken we meekoppelkansen en maken werk-met-werk. De werkzaamheden in de openbare ruimte betreffen het realiseren van (tijdelijke) waterberging, waarbij we streven naar het zichtbaar maken van water, het verhogen van de belevingswaarde en integratie van water met groen. Door praktijkervaringen (meldingen waarnemingen van bewoners) te monitoren verbeteren we het zicht op het daadwerkelijk functioneren van de voorzieningen. Ook stimuleren we oppervlakkige afvoer van regenwater, zodat eventuele gebreken direct zichtbaar zijn. We hanteren de voorkeursvolgorde vasthouden-bergen-afvoeren voor de omgang met hemelwater: • • •

Vasthouden: doorlatende goten, groene daken, infiltratie in terreinverlagingen in groen, enz. Bergen: overtollig hemelwater bergen we eerst in het stedelijk watersysteem; Afvoeren: pas bij volledige benutting van de berging voeren we het overtollige hemelwater af naar het regionale watersysteem. Als de afvoer naar het regionale watersysteem meer is dan in de huidige situatie, vindt afstemming met het waterschap plaats.

Beperken risico op wateroverlast Omdat de capaciteit van het rioleringssysteem vanuit economisch oogpunt beperkt is, kan het voorkomen dat in meer of mindere mate een vorm van overlast optreedt. Hierbij maken we onderscheid naar hinder, ernstige hinder en waterschade. DEFINITIE EN AANPAK van Hinder, Ernstige hinder, Waterschade

18

-

Hinder Hinder heeft de volgende kenmerken: – kortdurende periode van water op straat; – waarbij verkeer nog mogelijk is. – duur in de orde van 15-30 minuten

-

Ernstige hinder Ernstige hinder heeft één van de volgende kenmerken: – langer durende periodes van water op straat; – verkeer is niet meer overal mogelijk (ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels). – duur in de orde van grootte van 30-120 min.

-

Waterschade (Water)schade heeft één van de volgende kenmerken: – grote economische schade; – gezondheidsschade (ziekten of letsels die direct te relateren zijn aan water op straat); – materiële schade als gevolg van water in (winkel)panden.

Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

Figuur 3: Water op straat in de vorm van hinder (verkeer is nog net mogelijk)

De Westfriese gemeenten stelden in het voorjaar van 2021 de gezamenlijke ambitie voor klimaatadaptatie vast. Die komt neer op een gelijke bescherming ondanks een veranderend klimaat. Met dit ambitieniveau zetten we actief in op het meegroeien met de klimaatverandering. We richten ons op een beschermingsniveau dat vergelijkbaar is met dat van nu. In 2050 zullen we, ondanks de klimaatverandering die we nu verwachten, even vaak hinder of schade ervaren door wateroverlast, hitte, droogte en waterkwaliteit als nu. Zo bieden we onze inwoners, ondernemers en bezoekers een even goede bescherming als nu. We benutten klimaatadaptatie actief om waarde toe te voegen aan onze stedelijke leefomgeving, bijvoorbeeld door bovengrondse ‘groene’ maatregelen. Als gemeente zijn we aan zet en stimuleren bewoners, ondernemers en partners om mee te doen. Ook zetten we in op bewustwording via campagnes en eventuele (financiële) stimulering. We zetten in op integraal programmeren om zo per wijk het meest optimale plaatje te bereiken.

19

Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

Figuur 4: Met een combinatie van ondergrondse en bovengrondse infrastructuur houden we het beschermingsniveau tegen wateroverlast gelijk

Bij de nieuwe aanleg of vervanging van riolering moeten we ver vooruitkijken. De buizen gaan immers gemiddeld zo’n 60-80 jaar mee. Bij het ontwerp of de toetsing van riolering gaan we normaal gesproken uit van een bui die behoort bij een acceptabele frequentie van optreden van wateroverlast (hinder). Dit is een bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 2 jaar (bui 8 uit de kennisbank Riolering). Echter door klimaatverandering zal een dergelijke bui vaker gaan optreden. We staan dus voor de keuze om te kiezen voor een zwaardere toetsbui en/of het verwerken van hogere neerslagintensiteiten in de bovengrondse ruimte. In geval van een zwaardere toetsbui ligt het voor de hand om te kiezen voor bui 9 uit de kennisbank Riolering. Deze bui heeft nu een gemiddelde frequentie van voorkomen van eenmaal per 5 jaar, maar zal in de toekomst vaker gaan voorkomen. Alternatief is het kiezen voor te hanteren composietbuien. Dit is een nieuwe ontwikkeling die we eerst gaan verkennen. De keuze voor het wel of niet hanteren van een zwaardere toetsbui hangt af van de kwetsbaarheid en ruimtelijke herinrichtingsmogelijkheden. In het geval de meerkosten voor “een maatje meer” relatief laag zijn beschouwen we dit als een doelmatige oplossing om het beschermingsniveau gelijk te houden. Dit neemt niet weg dat we ook de bovengrond in beschouwing nemen.

Om te komen tot doelmatige verbetermaatregelen actualiseren we ons systeemoverzicht stedelijk water (SSW) en zoeken daarbij de samenwerking binnen de regio op. Bij nieuwe rioleringssystemen is er meer flexibiliteit. Deze ontwerpen we op een maatgevende bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 5 jaar (bui 9 uit de kennisbank Riolering) en toetsen we eventueel ook aan zwaardere buien. Bij deze ontwerpbelasting moet de waakhoogte minimaal 30 cm bedragen tenzij er een meer doelmatige oplossing is. We benutten het beschikbare ruimtelijk instrumentarium zo goed mogelijk en hanteren de beschikbare richtlijnen, normen en eisen om de nieuwbouw klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Omgaan met (sterk) vervuilde oppervlakken Hemelwater afkomstig van daken is relatief schoon en lozen we, waar mogelijk, direct in de bodem, of op oppervlaktewater. Afstromend wegwater afkomstig van sterk vervuilde oppervlakken zoals bedrijven- of industrieterreinen met veel op- en overslag of bijvoorbeeld marktpleinen/busbanen e.d. transporteren we bij voorkeur naar de rwzi. Om te voorkomen dat relatief veel schoon regenwater van verbeterd gescheiden stelsels naar de rwzi wordt getransporteerd optimaliseren we deze rioleringssystemen, bijvoorbeeld via een (tijdelijke) afschakeling van pompen of wellicht op termijn via sturing op waterkwaliteit.

Dit is en blijft telkens maatwerk, waarin we als gemeente en waterschap samen optrekken.

20

Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

Volgens de huidige Algemene Rijksregels mag afvloeiend hemelwater alleen in een vuilwaterriool worden geloosd als het lozen op of in de bodem, in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, die geen vuilwaterriool is, of op een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is*. We kiezen ervoor om de huidige algemene regels met betrekking tot het lozen van afvloeiend hemelwater ongewijzigd te laten. Lozing van hemelwater op drukriolering vinden we niet acceptabel, hiervoor treden we handhavend op. *Dit is niet van toepassing op het lozen van afvloeiend hemelwater dat al plaatsvond voordat het Activiteitenbesluit milieubeheer of het Besluit lozen buiten inrichtingen op de lozing van toepassing werd.

Hemelwaterbeleid bij (her)ontwikkelingen Om ervoor te zorgen dat de leefomgeving klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht sturen we, net als het waterschap, op infiltratie en waterberging bij nieuwe ontwikkelingen. Bij herontwikkelingen is soms sprake van sloop en herbouw of het bebouwen van braakliggende terreinen. Hierdoor bestaat er in veel gevallen netto geen toename van het verhard oppervlak en is er voor de ontwikkelende partij niet direct een opgave. Juist bij dergelijke ontwikkelingen kunnen we kansen pakken om een bijdrage te leveren aan o.a. het tegengaan van verdroging en het oplossen van eventuele wateroverlast. Per situatie beoordelen we de kansrijkheid en gaan desgewenst het overleg met de ontwikkelende partij aan. Voor directe lozing op oppervlaktewater geldt, met betrekking tot watercompensatie, het beleid van het hoogheemraadschap. Voor herinrichtingsprojecten biedt dit programma water en riolering, samen met andere programma’s zoals groen en verhardingen houvast. Voor (her)ontwikkelingen willen we onderscheid maken tussen geen verplichting (bijvoorbeeld een kleine aanbouw), een kleine verplichting en een grote verplichting.

Kleine verplichting Binnen de bebouwde omgeving bestaat bij kleine (her)ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de (ver)bouw van een luxe villa minder flexibiliteit om duurzaam om te gaan met hemelwater dan bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Om deze reden willen we bij kleine (her)ontwikkelingen een eis van bijvoorbeeld 10-15 mm waterberging op basis van iedere op de gemeentelijke riolering afwaterende m2 verharding (inclusief daken) binnen het plangebied gaan eisen. Vanuit praktische overwegingen stellen we een ondergrens (van bijvoorbeeld 50 m 2) aan het in beschouwing te nemen oppervlak. Geringe aanpassingen leiden hierdoor niet direct tot een eis. Grote verplichting Een grote (her)ontwikkeling biedt voldoende ruimte om het plangebied op een meer duurzame wijze te kunnen ontwikkelen. Voor een dergelijke ontwikkeling willen we een eis van bijvoorbeeld 60-80 mm waterberging op basis van iedere op de gemeentelijke riolering afwaterende m2 verharding (inclusief daken) binnen het plangebied gaan eisen. Aanvullende verplichting In het geval een plangebied groter is dan bijvoorbeeld 1 ha willen we via een maatwerkoplossing komen tot een inspanning die ook een bijdrage levert aan biodiversiteit, het tegengaan van hittestress en verdroging.

21

Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

We willen hierbij te werk gaan volgens onderstaand denkraam. Bij een herinrichting programmeren we verbetermaatregelen en toetsen we periodiek of we ons daar ook aan hebben gehouden. Bij een (her)ontwikkeling verwijzen we bij een directe lozing op oppervlaktewater naar de bestaande beleidsregels van HHNK (keur) en bij een lozing van hemelwater op de gemeentelijke riolering naar beleidsregels die we nader gaan uitwerken.

Afkoppelen verhard oppervlak / scheiden van waterstromen Om het rioleringssysteem te ontlasten, het aanbod van afvalwater op de rioolwaterzuiveringsinstallatie te optimaliseren en langdurige perioden van droogte te kunnen overbruggen gaan we door met het scheiden van waterstromen, afkoppelen van verhard oppervlak en bijdragen aan vergroening, mits doelmatig. De ambitie is om regenwater te kunnen oogsten op momenten dat dat nodig is. Het afkoppelen van verhard oppervlak zal niet altijd mogelijk of doelmatig zijn, zeker in dicht bebouwd (centrum)gebied. Ook zijn er andere ontwikkelingen als de energietransitie of bijvoorbeeld de mogelijke aanleg van glasvezelkabels. Deze ontwikkelingen bieden wellicht kansen (werk met werk maken), maar kunnen ook de resterende ondergrondse ruimte verder beperken. Dit vereist een integrale aanpak. Vooralsnog gaan we uit van een kansgerichte benadering. Mocht op de langere termijn blijken dat het noodzakelijk is om af te koppelen om daarmee het risico op wateroverlast te verkleinen, kan een gebiedsgerichte afkoppelverplichting een mogelijk volgende stap zijn.

4.4

Zorgplicht grondwater

Omgaan met grondwateroverlast In de regio Westfriesland zijn er, uitzonderingen daargelaten, geen grote structurele knelpunten bekend met betrekking tot grondwateroverlast. In onze gemeente Hoorn, zijn er incidenteel klachten van water in de kruipruimte. Sinds medio jaren ‘70 passen wij in de gemeente Hoorn standaard perceel drainage toe en sinds de jaren ‘80 leggen wij een apart drainage riool aan: er worden dan drie stelsels aangelegd. Er is dus wel sprake van perceeldrainage maar het is de vraag of deze overal nog voldoende goed werkt. De infiltratiemogelijkheden in onze gemeente zijn beperkt, vanwege de hoge grondwaterstand en slechte bodem. Gemeente Hoorn heeft vanuit bouwtoezicht een grondwatermeetnet in beheer. We nemen maatregelen als grondwateroverlast structureel en nadelig is. Per locatie wordt door de gemeente een afweging gemaakt op basis van het karakter van de overlast, de mogelijke gevolgen en de doelmatigheidscriteria. Uitgesloten situaties daarbij zijn situaties waarbij het de bouwkundige of waterhuishoudkundige verantwoordelijkheid 22

Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

betreft van de eigenaar (bijvoorbeeld kelders en kruipruimtes) en gebeurtenissen van regionale en boven regionale oorsprong (bijvoorbeeld hoge waterstanden in watergangen);

Definities structureel nadelige grondwateroverlast en doelmatige maatregelen Structurele grondwateroverlast is: • • • •

Wederkerend te zijn en gemeld (tenminste jaarlijks geregistreerd); én gedurende langere tijd voor te komen (tenminste 1 maand continu); én niet tijdelijk te zijn (tenminste 2 jaar); én stabiel of toenemend te zijn.

Nadelige gevolgen zijn: • • •

gezondheidsklachten door vocht in de woning; óf schade aan gebouwen of infrastructuur; aantasting van de primaire functie op basis van het bestemmingsplan.

Doelmatige maatregelen zijn: • maatregelen dienen effectief te zijn (met de maatregelen worden de problemen voorkomen of aanzienlijk beperkt); • én maatregelen dienen efficiënt te zijn (geen alternatieven op de probleemlocatie die goedkoper of effectiever zijn); • én de kosten van de maatregelen dienen in verhouding te staan tot de nadelige gevolgen.

Van de perceeleigenaren verwachten we dat deze bij eventuele grondwaterproblemen de vereiste (waterhuishoudkundige en/of bouwkundige) maatregelen nemen op eigen terrein. Dit wordt getoetst bij de aanvraag van de omgevingsvergunning en/of op basis van een locatiebezoek. Indien gewenst geven we als gemeente voorlichting over door de perceeleigenaar te nemen maatregelen of verrichten we nader onderzoek. Als er sprake is van structureel nadelige gevolgen vanwege de grondwaterstand nemen we als gemeente (op termijn) maatregelen om de afvoer van het overtollige grondwater te verbeteren. Grondwatermaatregelen voeren we wanneer mogelijk uit in combinatie met afkoppelen, rioolvervanging of herinrichting van de openbare ruimte. Het grondwaterpeil willen we zoveel als mogelijk op natuurlijke wijze laten blijven fluctueren. We hanteren hiertoe onderstaande voorkeursvolgorde: We hanteren de voorkeursvolgorde ophogen-bergen-afvoeren voor het uitvoeren van maatregelen om de gewenste waterstanden te realiseren en om grondwater over- en onderlast tegen te gaan: 1. Ophogen van het maaiveld. 2. Realiseren van extra oppervlaktewater voor af- en aanvoer van water in de wijk. 3. Aanleggen van een drainagesysteem met eventuele grondverbetering.

Voorkomen grondwateroverlast Om grondwateroverlast te voorkomen doorlopen we als gemeente en het hoogheemraadschap bij planologische wijzigingen een watertoetsprocedure. Hierbij beoordelen we de waterhuishoudkundige randvoorwaarden en effecten van nieuwe ontwikkelingen. Door middel van de watertoetsprocedure voorkomen we in de bestemmingsfase dat ‘natte’ gebieden bebouwd gaan worden en/of dat onvoldoende ontwateringsmaatregelen worden genomen.

23

Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

Met het in werking treden van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' de term watertoets. De gemeente moet de opvattingen van de waterbeheerder betrekken bij het omgevingsplan. Dit geldt in het algemeen voor alle waterbelangen. Bijvoorbeeld watercompensatie in verband met toenemende verharding en ontmoedigen bouwen in verband met waterwinning. Er gelden geen regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. Als gemeente zijn we vrij om hier zelf invulling aan te geven. Vooralsnog zien we geen aanleiding om de huidige procesgang te wijzigen. Ontwatering De bodemgesteldheid en waterdoorlatendheid kunnen lokaal en regionaal sterk verschillen. Om wateroverlast door hoge grondwaterstanden te voorkomen geven we daarom gebiedsspecifiek invulling aan de ontwateringsnormen. Bij nieuwbouwsituaties creëren we op deze wijze een ontwateringsdiepte die het risico op grondwater over- of onderlast minimaliseert. Onderstaande ontwateringsdiepten (zie Tabel 2) beschouwen we als een inspanningsplicht. We kunnen als gemeente dan ook niet verantwoordelijk worden gesteld voor het handhaven van de genoemde waarden. Door bij nieuwbouwsituaties een grotere ontwatering te hanteren, bijvoorbeeld door kruipruimteloos bouwen, beperken we het risico op grondwateroverlast verder.

Tabel 2: Ontwateringsdiepten Functie

Minimaal benodigde ontwatering t.o.v. maaiveld (gebaseerd op Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand in meters)

Woningen

0,7

Tuinen / groenvoorzieningen

0,5

Hoofdwegen (primaire ontsluitingswegen en

1,0

toegangswegen) Secundaire wegen en woonstraten

0,7

Voorkomen van grondwaterverontreiniging We voorkomen grondwaterverontreiniging door vervuilende activiteiten te weren. Op eventuele locaties met grote bodemverontreinigingen zijn we voorzichtig met infiltratie van hemelwater om verspreiding te voorkomen. De bescherming van het grondwater is opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020. Deze bescherming is geregeld door grondwaterbeschermingsgebieden aan te wijzen. In voorkomende gevallen verwijzen we naar deze verordening. Monitoren Vanwege het beperkt aantal meldingen is overwegend sprake van een piepsysteem. Bij veel meldingen treffen we doelmatige maatregelen en plaatsen zonodig peilbuizen. Binnen de regio streven we ernaar om de eventuele meetgegevens onderling te delen en op uniforme (centrale) wijze te ontsluiten. Tegengaan verdroging Droogte en wateroverlast in het stedelijk gebied pakken we binnen de regio Westfriesland in samenhang op. We verkleinen de kwetsbaarheden voor klimaatverandering door specifieke aandacht te geven aan waterberging, waterafvoer, waterkwaliteit, stijgend grondwater, droogteschade aan stedelijk groen, paalrot en bodemdaling. Bij de 24

Onze referentie: D10042471:18 - Datum: 29 oktober 2021

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2022-2027

inrichting van groen met een ont- of afwaterende functie hebben we oog voor een klimaatbestendige inrichting. Het groen moet bij voorkeur bestand zijn tegen zowel kortdurende vernatting als langdurige droogte.

4.5

Oppervlaktewater

Goed rioolgebruik We verwachten van onze inwoners dat ze zelf een bijdrage leveren aan het verlagen van de beheer- en onderhoudskosten door het riool goed te gebruiken, oftewel het riool alleen gebruiken waarvoor het is bedoeld. Ook verwachten we dat onze inwoners hun riolering op eigen terrein in goede staat onderhouden. Via verschillende media-kanalen informeren we onze inwoners over hun eigen verantwoordelijkheid met betrekking tot een goed gebruik van het riool en het voorkomen van foutaansluitingen. Door verkeerde aansluitingen kan er continu vuilwater in het oppervlaktewater stromen. Dit is uiteraard ongewenst. Indirecte lozingen Een indirecte lozing is een lozing die niet direct op het oppervlaktewater uitkomt, maar wordt geloosd via bedrijfsriolering en/of een ander tussenliggend (zuiverings)werk van een derde. Vaak verloopt de route via bedrijfsriolering-gemeentelijke riolering-transportstelsel HHNK-zuivering HHNK. Indirecte lozingen kunnen zowel kwantitatief als kwalitatief schade veroorzaken. Het betreft onvoldoende gezuiverde lozingen (via overstorten of RWZI), of lozingen die het functioneren van riolen, gemalen of de RWZI verstoren. Om wateroverlast te voorkomen zijn overstortingen vanuit het rioolstelsel soms onvermijdbaar, maar dit leidt overwegend niet tot directe volksgezondheids- of milieuproblemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=fee49b42-d461-43a2-a071-f69600c802ac