Bijlage 1 - Pleitnotitie (achter) Lageweg 11 te Blokker
Tekst van het document
Er is op de locatie sprake van een voorperceel (met de huidige woning Lageweg 11) en een achterperceel, een agrarische restkavel, waar voorheen een grote kas op stond. Het beeldkwaliteitsplan DE LINTEN beoogt het specifieke karakter van lintbebouwing te handhaven. Dat is ook het uitgangspunt van het plan: het karakter van de lintbebouwing aan de Lageweg blijft behouden, het achterterrein krijgt een nieuwe invulling. Daarmee blijft de karakteristieke deling van het perceel in stand. Een belangrijke pijler van de welstandsnota is het gebiedsgerichte welstandsbeleid. Het plan dient te voldoen aan de in de welstandsnota opgenomen uitgangspunten. Op basis van de welstandnota 2017 valt het perceel binnen het deelgebied lintbebouwing (deelgebied 2F Lageweg). Voor dit gebied is een bijzonder welstandsniveau van toepassing. Dit betekent dat de welstandscommissie initiatieven zorgvuldig beoordeelt. Dit beleid is in de huidige welstandsnota 2020
19
geconsolideerd. Het plan is door de welstandscommissie beoordeeld en akkoord bevonden. Het tegengaan van het splitsen van percelen is bedoeld om verdichting van het lint te voorkomen. Er komen met dit plan niet meer woningen in het lint te staan, de huidige ruimte tussen de woningen langs de Lageweg blijft in stand. Op p.49 van het bestemmingsplan wordt over het agrarische perceel gesproken als 'agrarische grond' gelegen ACHTER het lint van de Lageweg. In het bouwplan zijn geen bijgebouwen opgenomen en op basis van de omgevingsvergunning ook niet toegestaan. Alleen vergunningvrije bouwwerken zijn mogelijk, op de in de Barro mogelijk gemaakt locaties. De bouwmassa op het achtergebied sluit aan bij de contouren en bouwmassa’s van de omliggende woningen. Uiteraard is dit geen kopie van de bestaande woningen, die in een heel andere setting staan. Een gemetselde gevel, het gebruik van baksteen, keramische pannen en houten kozijnen, de afdekking met een (aan een schilddak gerelateerde) kap wordt als traditionele bouwstijl gezien. Bestaande zichtlijnen over de lengtesloten en de oprit van Lageweg 11 blijven in stand. Deze zijn karakteristiek voor de beleving van de lintbebouwing. Er vindt geen verdichting langs het lint aan de Lageweg plaats. Het karakter van de lintbebouwing blijft daarmee in stand.
Er wordt in het plan een nieuwe watergang gerealiseerd, en een damduiker in een bestaande waterloop. In ruimtelijk opzicht is een bescheiden dam wenselijker. De bestaande sloot wordt niet aangepast. Een brug zou constructief zeer zwaar moeten worden ingezet om aan de voorschriften te voldoen (ruime overspanning, duidelijk leuningen). Over een dergelijk smalle sloot is dit in ruimtelijk opzicht niet wenselijk, een dam is dan een bescheiden oplossing. De continuïteit van de watergang, evenals de zichtlijn over de watergang, is met deze oplossing niet in het geding. Op basis van bovenstaande zijn wij van mening dat beoogde ontwikkeling passend is binnen het beeldkwaliteitsplan DE LINTEN. Ad 3. De kavel Lageweg 11 is een voormalige agrarische kavel. Het perceel wordt al lang niet meer als volwaardig agrarisch bedrijf gebruikt. De woning Lageweg 11 is in het bestemmingsplan Kersenboogerd bestemd als burgerwoning. Het perceel daarachter heeft nog wel een agrarische bestemming, maar ruimtelijk is er sprake van een restkavel. Er is geen directe relatie met agrarische gronden in de omgeving. Hierdoor is er sprake van een ´restkavel´. De constatering dat het college zorgvuldig om wil gaan met groene gebieden is correct. Echter voor groengebieden waar geen duidelijke invulling voor is kan het college overwegen de functie te veranderen.
In dit geval heeft het college gemeend de functie te veranderen. Er is gekozen voor een plan dat aansluit op de stedelijke structuur van de Kersenboogerd, zonder het aanzicht van de Lageweg als historisch lint te veranderen. De invulling is zodanig dat slechts een beperkt deel van de kavel bebouwd mag worden. Dit is passend binnen de intenties van het beleid. Wij onderstrepen het belang van de waardevolle doorkijken langs het lint naar de achterliggende woonbebouwing. Bestaande zichtlijnen over de lengtesloten en de oprit van Lageweg 11 blijven in stand. Deze zijn karakteristiek voor de beleving van de lintbebouwing. De huidige transparantie van het lint blijft behouden: er zijn niet meer zichtlijnen vanaf de Lageweg naar achteren. In het geldende bestemmingsplan voor dit gebied zijn geen verdichtingmogelijkheden binnen dit deel van de woonwijk Kersenboogerd opgenomen. Bestemmingsplannen worden circulair geactualiseerd. In afwachting van het nieuwe Omgevingsplan is er het paraplubestemmingsplan “Veegplan” gemaakt, dat inmiddels onherroepelijk is geworden. In het Veegplan wordt het bestaande beleid verankerd. Onderdeel van het bestaand beleid is de Structuurvisie Hoorn (deze wordt reeds in de ruimtelijke onderbouwing genoemd). De Structuurvisie beschrijft het ‘volwassen worden’ van de stad: van groeikern naar beheer van de bestaande stad.
De laatste uitbreidingsplannen worden afgerond en de aandacht verschuift naar de bestaande stad. De toekomstige behoeften moeten daarbij worden opgevangen via de herstructurering en de inbreiding in de bestaande stad. De Kersenboogerd ligt buiten het beschermd stadsgezicht van Hoorn. Veranderingen binnen de wijk zijn daarom, uiteraard na een zorgvuldige afweging, denkbaar. Ad 4. Met betrekking tot de bezonning: er is sprake van een geringe toename van schaduwwerking op de achtererven van de woningen aan de Robert Stolzhof 82 t/m 85, maar dit is in een binnenstedelijk gebied aanvaardbaar. De plaatsing van de bomen zal zorgvuldig worden gekozen, waardoor schaduwwerking op belendende percelen zo veel mogelijk wordt voorkomen. Gezien het karakter van de weg, een buurtontsluiting, wordt gekozen voor kleine tot middelgrote bomen. Dit kan desgewenst in overleg met de bewoners van de aangrenzende percelen.
20
Ad 5. Een akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting op de gevel van een woning hoeft alleen uitgevoerd te worden wanneer sprake is van een nieuwe woning en/of een nieuwe weg of wanneer er fysieke wijzigingen plaats vinden aan een bestaande weg. In deze situatie worden alleen de 2-onder-1-kap woningen op het perceel aan de Lageweg 11 nieuw gerealiseerd. Om die reden dient de geluidbelasting op de gevels van deze nieuwe woningen getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. De omliggende woningen worden binnen de Wet geluidhinder beschouwt als een bestaande situatie. Voor bestaande situaties hoeft de toetsing niet opnieuw plaats te vinden. Daarom zijn de bestaande woningen ook niet in het akoestisch onderzoek betrokken. Ad 6. De Veiligheidsregio is onze adviseur inzake veiligheid. De rob is voor advies naar de Veiligheidsregio toegestuurd. Het advies van de Veiligheidsregio geeft wat externe veiligheidsaspecten betreft geen aanleiding tot het treffen van maatregelen ten aanzien van de indeling van het plangebied of maatregelen bij gebouwen in het plangebied. Zie ook rob p.38. Ad 7. Uitgangspunt hierbij zijn de maatgevende tekeningen van de architect die bij de omgevingsvergunningaanvraag zijn gevoegd. De ruimtelijke onderbouwing vormt hierop een toelichting. De definitieve slootbreedte is in overleg met HHNK en gemeente bepaald.
Daarmee is de huidige breedte van de karakteristieke watergangen vastgelegd (op verzoek van de afdeling erfgoed gemeente Hoorn). Onderhoud kan vanaf de kant plaatsvinden vanaf de planlocatie. Ad 8. In de ontwerp omgevingsvergunning is bij Bouw als mededeling 9 opgenomen dat voor het slopen van meer dan 10 m3 en/of het verwijderen van asbest, tenminste vier weken voor aanvang van de sloopwerkzaamheden een melding voor (asbest)sloop moet worden ingediend. Dit wordt ook in de definitieve omgevingsvergunning opgenomen. Ad 9. De bedoelde groene haag is een aantal struiken achter de schuur die hier als opschot zijn ontstaan. De struiken zijn ruimtelijk van waarde. In het plan is groen langs het nieuwe ontsluitingspad voorzien en zullen vier nieuwe bomen worden geplant. Zie hiervoor het inrichtingsplan op pagina 11 rob. De weg zal in de toekomst openbaar zijn. De hoeveelheid groen in het openbaar gebied neemt hierdoor toe. Ad 10. Afwijken van het bouwbesluit is op dit punt mogelijk en leidt niet tot onoverkomelijke problemen voor het toekomstig gebruik van de kavel. Op het perceel zijn, buiten de aangevraagde omgevingsvergunning, alleen vergunningsvrije bouwwerken mogelijk. Deze kunnen aangebouwd of vrijstaand worden gerealiseerd. Ad 11. Er zijn meer plannen ingediend voor woningbouw op deze locatie.
Echter deze plannen voorzagen in een dichtere bebouwing van het terrein en een hogere massa. Deze plannen hadden meer impact op de percelen van de omwonenden. Stedenbouwkundig en ruimtelijke gezien waren deze ontwikkelingen niet gewenst. Het nu ingediende plan voor één twee-onder-een-kapwoning is tot stand gekomen na intensief overleg met het bureau stedenbouw en sluit goed aan bij de omgeving. Aan de omgevingsvergunningaanvraag is een goede ruimtelijke onderbouwing toegevoegd. Onderdeel van de afwegingen in de ruimtelijke onderbouwing is het effect van de ontwikkeling op de omliggende percelen, en het maatschappelijk draagvlak voor het plan. Het plan sluit aan op de ruimtelijke structuur ter plaatse, past binnen bestaand beleid en kent vanuit milieukundig oogpunt geen belemmeringen. Er is sprake van een geringe toename van schaduwwerking op de achtererven van enkele woningen, en in de huidige doodlopende straat gaan iets meer auto’s rijden. In een binnenstedelijk gebied is dit aanvaardbaar. Eind november
21
2019 is door de initiatiefnemer voor de omwonenden een informatiebijeenkomst georganiseerd, waarbij bewoners van dertien omliggende adressen aanwezig waren. De bewoners hebben vragen gesteld en hun zorg geuit over de ontsluiting vanaf de Robert Stolzhof (overlast, parkeren) en over het water (onderhoud, erfgoed, aanleg nieuwe sloot). De aanwezigen gaven in het algemeen aan de situatie liever bij het oude te laten en ontsluiting vanaf de Lageweg te prefereren. Door initiatiefnemers is er op gewezen dat het bestemmingsplan op dit moment agrarisch gebruik en de realisatie van een kas toestaat (met hieraan verbonden milieuhinder). Tijdens de informatieavond bleek dat de visies van de initiatiefnemer en de omwonenden ver uit elkaar liggen. Aanvrager heeft het plan niet aangepast naar aanleiding van de tijdens de informatiebijeenkomst gemaakte opmerkingen. Ambtelijk gezien is hier ook geen reden voor. De omwonenden zijn geïnformeerd over de mogelijkheid van het indienen van een zienswijze in het kader van de nog te voeren planologische procedure. De wijze waarop het plan past binnen het beeldkwaliteitsplan DE LINTEN is reeds nader toegelicht in deze pleitnota. Bezwaarmaker interpreteert het beeldkwaliteitsplan echter anders. Er is geen sprake van misleiding.
22
5.5 Zienswijze Omnius juristen tegen de ontwerp verklaring van geen bedenkingen en de ontwerp omgevingsvergunning. De zienswijze is ontvangen op 29 oktober 2020 en daarmee ontvankelijk. De zienswijze is ingediend door Omnius juristen namens hun cliënten die woonachtig zijn aan de Robert Stolzhof. Zienswijze 1. Het bouwplan past niet binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan "Kersenboogerd" aangezien op de betreffende locatie de bestemming "agrarisch onbebouwd" rust en derhalve geen woningen zijn toegestaan. Er is dus strijd met de huidige bestemming van het perceel. 2. Cliënten wonen reeds geruime tijd aan de Robert Stolzhof 80 en zijn dan ook op de hoogte van het feit dat de afgelopen jaren meermaals vergelijkbare plannen zijn ingediend welke stuk voor stuk zijn afgewezen. Voor cliënten is echter op geen enkele wijze duidelijk wat het (doorslaggevende) verschil is tussen de eerdere aanvragen waarbij de aanvragers met een afwijzing geconfronteerd werden en de huidige aanvraag die klaarblijkelijk voor de gemeente aanleiding geeft om hier geheel anders naar te kijken. 3. Ter illustratie merk ik nog op dat op het beoogde bouwterrein vroeger een grote glazen kas stond. Deze is op een gegeven moment ingestort als gevolg van een storm. Herbouwing van de kas bleek niet toegestaan, enkel een kleine kas was toegestaan. Deze is er echter nooit gekomen.
Ook met dit in het achterhoofd is de huidige ommezwaai van de gemeente (Raad) niet te volgen. 4. Hier komt bij dat de woning in het verleden reeds 2 maal verkocht is en ook toen geen toestemming is gegeven om op de grond te bouwen. Cliënten zien derhalve geen enkele onderbouwde reden om nu wel in te stemmen met een wijziging van de bestemming van de betreffende grond / locatie. 5. Woningprobleem Hoorn Eén van de argumenten die de revue passeert is dat de meegaande houding van de gemeente (Raad) erin gelegen is dat er een woningprobleem in Hoorn aan de orde is. Cliënten stellen echter dat dit probleem ook al aan de orde was ten tijde van (in elk geval één van) de eerdere aanvragen. Ook hier wringt de huidige gang van zaken met het rechtszekerheidsbeginsel. Hier komt bij dat met het bouwen van welgeteld een twee onder een kap woning op geen enkele wijze een wezenlijke bijdrage wordt geleverd aan de oplossing van het woning probleem. Zo al een oplossing geleverd wordt staat de bereikte oplossing in geen enkele verhouding tot de overlast en vermindering van het woongenot waarmee cliënten en de overige buurtbewoners geconfronteerd worden. 6. Bestemmingsplan Kersenboogerd en aandacht voor het "lint" In het bestemmingsplan Kersenboogerd is aandacht voor de linten en is, omwille van het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit, een "Beeldkwaliteitsplan De Linten" vastgesteld.
In het bestemmingsplan is een regeling opgenomen die uitgaat van het behoud van het karakter van de linten. Hierbij verdient, conform het genoemde bestemmingsplan, het lint langs de Lageweg bijzondere aandacht. Dit gezien de open delen tussen de bebouwing en fruitboomgaarden aan het oostelijk deel van het lint het landelijk en oorspronkelijk karakter benadrukken. Het streven is dit landelijk beeld te versterken. Ook dient het gebied z'n groene status (inclusief sloten etc.) te behouden. Cliënten zien in het huidige plan op geen enkele wijze waarborgen voor de uitgangspunten zoals hiervoor genoemd en voortvloeiend uit het bestemmingsplan. Het huidige bouwplan kan gezien het ontbreken van deze waarborgen dan ook niet leiden tot een goede leefomgeving. 7. Veranderingen voor cliënten en andere omwonenden Wanneer de plannen doorgang vinden zoals beoogd heeft dit aanzienlijke consequenties voor de bewoners van Robert Stolzhof. Zo dient ontsluiting plaats te vinden naar de nieuwe woningen via deze wijk (via het lint is namelijk niet toegestaan). Dit brengt extra verkeer met zich mee over een toch al smalle doorgaande weg.
23
8. Daarbij zullen de geluidsnormen in verband met de bouwwerkzaamheden opgehoogd worden. Cliënten maken hiertegen bezwaar. 9. Er zullen meerdere parkeerplaatsen opgeheven worden ten faveure van parkeerplaatsen die op het terrein van de twee op een kap woningen komen te liggen. Dit terwijl de parkeerdichtheid al behoorlijk is hetgeen leidt tot een regelmatig tekort aan parkeerplaatsen. 10. Daarnaast is sprake van gemeentelijke regels om het dorpsgezicht aan de Lageweg te beschermen. Cliënten menen dat deze bescherming met de huidige plannen onvoldoende gewaarborgd wordt. 11. Tenslotte is volstrekt niet aannemelijk dat er binnen de gemeente geen alternatieven zijn die minder ingrijpend zijn voor de omwonenden, waarbij reeds bestaande regelgeving wel gewaarborgd wordt en sprake is van een afweging waarbij de realisatie van de bouwplannen in verhouding staat tot de overlast en vermindering van woongenot die veroorzaakt wordt. 12. Opvallend is ook dat het volledige perceel opgekocht lijkt te zijn door één persoon. Deze persoon heeft het vervolgens, toen bleek dat er weinig mogelijkheden waren om met de grond iets te doen, voor elkaar gekregen het perceel kadastraal te laten splitsen en het voorste gedeelte aan een collega verkocht. Op het achterste deel wil hij nu een twee onder een kap woning laten bouwen waar één van zijn kinderen in zou gaan wonen.
Het betreft hier een discutabele achtergrond die zeker meegenomen moet worden bij de beoordeling van de aanvraag. 13. Resumerend. Cliënten stellen dat na jarenlang weigeren van aanvragen nu toch instemming wordt verleend voor woningbouw op de Lageweg 11. Dit is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Er is immers niet gebleken dat het huidige bouwplan dusdanig afwijkt van eerdere plannen dat een bestemmingswijziging voor de hand zou liggen. Naast strijd met rechtszekerheid worden de uitgangspunten zoals verwoord in het bestemmingsplan "Kersenboorgerd" en overige gemeentelijke regelgeving onvoldoende gewaarborgd. Dit klemt met name ten aanzien van het behoud van "groen", het beschermd dorpsgezicht en de rol die het lint hier specifiek in speelt. Daarnaast staat de vermindering van woongenot voor de omwonenden in de vorm van extra verkeersdrukte, de aanwezigheid van bouwverkeer, vermindering van het uitzicht en het verlies van broodnodige parkeergelegenheid in de wijk niet in verhouding tot het te realiseren doel, namelijk het realiseren van slechts één twee onder een kap woning. Naar aanleiding van het voorgaande verzoek ik u met inachtneming van mijn zienswijze het ontwerpbesluit en de ontwerpverklaring niet vast te stellen en de gevraagde omgevingsvergunning niet te verlenen. Ik ga ervan uit dat u mij van de verdere procedure op de hoogte houdt.
Reactie op de zienswijze Ad 1. Het perceel heeft een agrarische bestemming maar wordt nu niet als zodanig gebruikt. Woningen zijn in strijd met deze bestemming. Echter nu er een aanvraag is ingediend voor het realiseren van woningen op deze bestemming dient een afweging plaats te vinden of hieraan kan worden meegewerkt. Deze afwinging is te vinden in de aangeleverde rob: het plan voldoet een goede ruimtelijke ordening. Er is daarom een basis om mee te werken. Echter gelet op de strijd met het bestemmingsplan dient een planologische procedure te worden gevoerd voordat de benodigde omgevingsvergunning en verklaring van geen bedenkingen kunnen worden verleend. Dit is nu aan de orde. Ad 2. Elk initiatief dat bij de gemeente wordt ingediend wordt op haalbaarheid beoordeeld. De planlocatie ligt op een agrarische restkavel omringd door woongebied. Herontwikkeling naar woningbouw wordt op de locatie daarom niet zonder meer uitgesloten. De gemeente is in deze zin plantoetser en geen initiatiefnemer. Eerdere plannen voor de locatie zijn om ruimtelijke aspecten niet gehonoreerd. Het is aan initiatiefnemers om met de uitgangspunten van de gemeente akkoord te gaan. De uitgangspunten zijn dezelfde
24
gebleven. Voorliggend plan past binnen de door de gemeente gehanteerde ruimtelijke kwaliteitskaders voor de locatie. Ad 3. De kas is weliswaar op dit moment niet meer aanwezig, maar planologisch is het bouwwerk nog wel steeds herbouwbaar. Indien hiervoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd zal de gemeente deze op basis van het bestemmingsplan moeten verlenen. De ligging binnen woongebied stelt wel restricties aan het gebruik van de gronden en de installaties in de kas, maar maakt de realisatie van een kas niet onmogelijk. Ad 4. Er zijn meer plannen ingediend voor woningbouw op deze locatie. Echter deze plannen voorzagen in een dichtere bebouwing van het terrein en een hogere massa. Deze plannen hadden meer impact op de percelen van de omwonenden. Stedenbouwkundig en ruimtelijke gezien waren deze ontwikkelingen niet gewenst. Het nu ingediende plan voor één twee-onder-een-kapwoning is tot stand gekomen na intensief overleg met het bureau stedenbouw en sluit goed aan bij de omgeving. Aan de omgevingsvergunningaanvraag is een goede ruimtelijke onderbouwing toegevoegd. Ad 5. Het plan voorziet in een woningbouwontwikkeling op een braakliggend stuk terrein dat een agrarische bestemming heeft. Door dit plan krijgt de locatie een zinvolle invulling; er is behoefte aan woningen. De gemeente Hoorn streeft er naar iedereen een passende en betaalbare woning te leveren.
Hiervoor is een afwegingskader beschikbaar, die beleidsmatig is vastgelegd in de Woonvisie. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de planlocatie zijn beperkt (geen grote ontwikkeling, geen hoogbouw), er is daarom gekozen voor grondgebonden woningen. Dit past binnen het bestaande beleid. Ad 6. De planontwikkeling beoogd gemotiveerd af te wijken van het bestaande bestemmingsplan. De wetgeving voorziet hier in. Voor groengebieden waar geen duidelijke invulling voor is, kan het college overwegen de functie te veranderen. Er is gekozen voor een plan dat aansluit op de stedelijke structuur van de Kersenboogerd, zonder het aanzicht van de Lageweg als historisch lint te veranderen. De invulling is zodanig dat slechts een beperkt deel van de kavel bebouwd mag worden. Dit is passend binnen de intenties van het beleid. De rob motiveert waarom er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De ontwikkeling is vanuit beleidsmatig, ruimtelijk en milieukundig opzicht belicht en vormt een passende invulling voor de locatie. In de ruimtelijke onderbouwing is tevens nader toegelicht waarom het plan past binnen het beeldkwaliteitsplan De Linten. Zie ook hoofdstuk 4 van deze pleitnota. Ad 7. Op dit deel van de Robert Stolzhof rijdt alleen maar bestemmingsverkeer. De weg heeft een breedte die aansluit bij de functie van buurtontsluitingsweg en voldoet aan de hiervoor geldende standaarden.
Door de komst van de nieuwe woningen zal het aantal verkeersbewegingen toenemen, maar dit blijft binnen het toelaatbare en aanvaardbare gelet op het aantal woningen. Het plan heeft geen negatief effect op de doorstroming van het verkeer op de Robert Stolzhof. Ad 8. In wettelijk opzicht is het ophogen van de geluidsnormen niet mogelijk. In het akoestisch onderzoek zijn de geluidseffecten van het wegverkeerslawaai op de nieuwe gevels berekend. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek is woningbouw op de planlocatie mogelijk. Dit heeft geen effect op de geluidsniveaus op de bestaande gevels, of gehanteerde geluidsnormen. De planlocatie ligt binnen de geluidszone van de Provincialeweg. Uit onderzoek is gebleken dat de geluidsbelasting boven de voorkeurswaarde uitkomt maar de maximale ontheffingswaarde niet overschrijdt. Er dient een procedure hogere waarde wegverkeerslawaai te worden gevoerd.
25
Ad 9. Ten behoeve van de planontwikkeling gaan er geen bestaande parkeerplaatsen aan de Robert Stolzhof verloren. De ontsluitingsdam is zodanig gesitueerd dat de bestaande parkeerplaatsen kunnen blijven functioneren (rob p.11). Voor de nieuwe woningen zal parkeergelegenheid op het eigen perceel worden gerealiseerd. Dit is uitgangspunt in het gemeentelijk parkeerbeleid. Ad 10. Er is geen sprake van een beschermd dorpsgezicht langs de Lageweg. Wel is er sprake van karakteristieke lintbebouwing. Voor de wijze waarop de beoogde ontwikkeling recht doet aan het behoud van deze karakteristiek verwijzen wij kortheidshalve naar hoofdstuk 4 van deze pleitnota. Ad 11. Er is een aanvraag met rob voor de locatie ingediend, waaruit blijkt dat het plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. De afweging van alternatieve locaties of alternatieve plannen is niet aan de orde. Wij zijn van mening dat de beoogde ontwikkeling op deze locatie ruimtelijk passend is en past binnen de ambities zoals bijvoorbeeld zijn neergelegd in de woonvisie. Ad 12. Eigendomssituaties worden bij beoordeling van ruimtelijke initiatieven niet betrokken. Om misbruik van vergunningen te voorkomen wordt bij elk ruimtelijk initiatief rekening gehouden met de Wet Bibob. Toetsing aan de wet heeft geen onrechtmatigheden aangetoond. Ad 13. Zie reactie onder 1 t/m 12.
26
5.6 Zienswijze DAS tegen de ontwerp omgevingsvergunning. De zienswijze is ontvangen op 30 oktober 2020 en daarmee ontvankelijk. DAS heeft deze zienswijze ingediend namens cliënten die woonachtig zijn aan de Robert Stolzhof. De zienswijze 1. Strijd met het evenredigheidsbeginsel De voorgenomen twee-onder-een-kapwoning staat haaks en loodrecht ten opzichte van de woning en de tuin van cliënten en bovendien op korte afstand ervan. Waar cliënten zich straks ook bevinden op hun perceel, er is alleen nog maar zicht op de zijkant van de beoogde woning. De situering van de woning heeft dan ook verstrekkende gevolgen voor het uitzicht van cliënten, die straks in het geheel verdwenen is. 2. In de ruimtelijke onderbouwing wordt aangegeven dat ten opzichte van de huidige planologische situatie, met een langgerekte kas op de kavel, de ruimtelijke kwaliteit verbetert. In het geval van cliënten is daar echter geen sprake van. Bovendien mag de kas op grond van artikel 4.2.1 sub b van het bestemmingsplan Kersenboogerd maar 6 meter hoog bedragen, terwijl de woning tot 9,5 meter hoog mag worden. Dat is bijna 40 procent hoger. Tenslotte wordt zicht op een kas. dat landelijk aandoet en aan de zijkant vaak transparant is uitgevoerd, als veel fijner ervaren dan zicht op een stenen muur van 9,5 meter hoog. 3.
Verder bevindt de voordeur van de dichtstbijzijnde woning zich aan de lange kant en is deze derhalve direct gericht op het perceel van cliënten. Dit levert een forse schending van de privacy op. Immers, bij het komen en gaan van- en naar de voordeur kan er ieder keer in de tuin en in de woning van cliënten worden gekeken. Bovendien is er straks inkijk vanaf de zijtuin. Lekker buiten zitten aan het water is er dan niet meer bij. In de ruimtelijke onderbouwing wordt op dit punt aangegeven dat 'alle omwonenden nu bij elkaar in de tuin kunnen kijken door het ‘open landschap ’ en in de nieuwe situatie de ‘inkijk ’ wordt doorbroken door de twee-onder-een kapwoning en er alleen ‘inkijk ’ zijn vanuit de tuin van een van de nieuwe woningen Dit achten cliënten veel te makkelijk gezegd. De bewuste kavel is meer dan 30 meter breed. Het is waar dat cliënten de achtertuin en de woning van de buren aan de overzijde konden zien, maar over zo’n grote afstand speelt het privacyaspect geen rol meer. Terwijl in de beoogde situatie cliënten te maken krijgen met inkijk vanuit de zijtuin op slechts enkele meters afstand van het eigen perceel. 4. Voorts is er sprake van een achteruitgang van de bezonning.
Het plangebied bevindt zich ten zuidwesten van het perceel van cliënten, dus op de voor de bezonning meest ongunstige locatie De bezonningsstudie die is verricht geeft ook met zoveel woorden aan dat onder andere de woning aan de Robert Stolzhof 82 in de namiddag een beperking van de lichtinval (bezonning) zal ervaren. In de ruimtelijke onderbouwing wordt geconcludeerd dat er sprake is van een geringe schaduwwerking die aanvaardbaar is. Cliënten wijzen er echter op dat de afname in bezonning zich ieder dag weer voordoet, maanden achtereen. Bovendien zijn de zonuren in de namiddag het meest kostbaar, nu cliënten na hun werk niet langer meer van de zon zullen kunnen genieten. 5. Bij de bovengenoemde aspecten uitzicht, privacy en bezonning is ook nog relevant dat het toestaan van woonbebouwing de weg vrijmaakt voor de vergunningvrije bouwmogelijkheden op grond van artikel 2 en 3 bijlage II Besluit Omgevingsrecht. Nu de tussenliggende sloot hoogstwaarschijnlijk niet te beschouwen is als openbaar vaarwater zal het achtererfgebied tot aan de sloot nabij het perceel van cliënten doorlopen. Hierdoor kunnen vergunningvrije bouwwerken op slechts enkele meters afstand van het perceel van cliënten (aan de overzijde van de sloot) worden opgericht, met een hoogte bijna net zo hoog als de agrarische kas in de huidige planologische situatie.
Nu het kunnen oprichten van vergunningvrij bouwwerken een direct gevolg is van de ontwikkeling die u nu voornemens bent toe te staat, dient dit in de ruimtelijke afweging te worden betrokken. 6. Strijd met Beeldkwaliteitsplan ‘De Linten’ In paragraaf 5.4 van de ruimtelijke onderbouwing wordt aangegeven dat het plan voldoet aan het Beeldkwaliteitsplan ‘De Linten’ omdat de woning aan de zuidzijde wordt gesitueerd waardoor er een zeer lange, open, achtertuin aanwezig blijft, die de oorspronkelijke kavelrichting accentueert. Cliënten stellen echter dat het doorzicht naar achteren juist niet behouden blijft. Door het splitsen van de kavel en het vervolgens aanleggen van de extra sloot, een verharding en een groenstrook over nagenoeg de gehele breedte van het perceel, komt de nadruk niet langer op de lengterichting van het perceel te liggen, maarj uist op de breedte ervan. De
27
oorspronkelijke kavelrichting wordt niet langer geaccentueerd, wat strijdig is met het Beeldkwaliteitsplan. Het plan is daarmee stedenbouwkundig gezien onaanvaardbaar. 7. PFAS is ten onrechte niet onderzocht In paragraaf 5.3 van de ruimtelijke onderbouwing wordt aangegeven dat de planlocatie niet op PFAS is onderzocht. Gelet op de locatie en het historisch gebruik van de gronden zou een meetwaarde hoger dan de achtergrondwaarde niet te verwachten zijn. Clienten zien liever niet dat het bevoegd gezag aannames doet op dit vlak, nu het bekend is dat PFAS dat vrijkomt, gezondheidsschade kan opleveren. Dat de grond ten behoeve van de ontwikkeling niet van de bouwlocatie zal worden verwijderd maakt geen verschil, nu de grond op de bouwlocatie zelf wel wordt verplaatst, en PFAS-deeltjes zich gemakkelijk door de lucht kunnen voortbewegen. Cliënten zien dan ook graag dit onderzoek alsnog worden uitgevoerd. Mocht het bevoegd gezag hiertoe niet willen overgaan, dan kan de omgevingsvergunning niet worden afgegeven. Als er PFAS wordt aangetroffen, zal dit vervolgens moeten worden getoetst aan het meest recente Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Reactie op de zienswijze Ad 1. Privacy, vermindering van zonlicht en uitzicht zijn aspecten die in het burenrecht (Burgerlijk Wetboek, boek 5, titel 4) zijn opgenomen.
Niet is gebleken dat het plan in strijd is met de het burenrecht. De bestaande woningen zijn nu door de ruimte tussen de tuinen op enige afstand van elkaar gesitueerd. De twee-onder-een-kapwoning heeft een noord-zuid oriëntatie. De plattegronden en gevels van de woningen zijn zodanig vormgegeven dat geen hinderlijke ‘inkijk’ in omliggende woningen en tuinen ontstaat. Vanuit de woning is er geen inkijk bij de woningen aan de oost- en westzijde. De bestaande woningen aan de noordzijde liggen op enige afstand, waardoor ook hier geen inkijk ontstaat. De tuinen grenzen wel aan elkaar. De tuinen van de twee-onder-een-kapwoningen zijn zodanig groot dat er geen effect op de privacy van de omliggende woningen wordt verwacht. Voor gebruik van de tuinen wordt uitgegaan van een gezond burgerverstand, zoals dat ook in bestaande woonwijken aanwezig is. In de indeling van de woningen (plattegrond) is rekening gehouden met het voorkomen van inkijk in omliggende woningen. De nieuwe woningen zijn aan de zijkant toegankelijk. Hier is geen verblijfsruimte gesitueerd, waardoor rekening is gehouden met de privacy van belendende woningen. Ad 2. Op de restkavel is de realisatie van een grote kas mogelijk. De kas is weliswaar op dit moment niet meer aanwezig, maar planologisch nog wel steeds herbouwbaar.
Indien hiervoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd zal de gemeente deze op basis van het bestemmingsplan moeten verlenen. Van een recht op (blijvend vrij) uitzicht is daarmee geen sprake. De kas mag een hoogte van 6 m hebben, en gesitueerd op 3 m uit de slootkant. De ligging binnen woongebied stelt wel restricties aan het gebruik van de gronden en de installaties in de kas, maar maakt de realisatie van een kas niet onmogelijk. De nieuwe woningen zijn weliswaar hoger (vanwege de kap tot 9,5 m), maar zullen op grotere afstand van de sloot komen te staan: De kas heeft een diepte van 45 m, en zal voor wandvorming zorgen. De beoogde woningen hebben een diepte van 11,5 m. Vanuit de tuinen van belendende percelen is langs de woning te kijken. In de indeling van de woningen (plattegrond) is zo veel mogelijk rekening gehouden met het voorkomen van inkijk in omliggende woningen. De leefruimte is aan de achterzijde van de woning gesitueerd, aan de voorzijde is een studieruimte aanwezig. De ruimtes krijgen licht vanuit raampartijen in de noord- en zuidgevel. De nieuwe woningen zijn aan de zijkant toegankelijk. In de zijgevel van de woningen zitten in de zijgevel slechts enkele kleine ramen. Gelet op het voorgaande wordt dan ook gesteld dat een deugdelijke belangenafweging heeft plaatsgevonden en dat het plan voldoet aaneen goede ruimtelijke ordening. Ad 3. Zie onder ad 1. Ad 4.
Er is een bezonningsstudie uitgevoerd. Voor wat betreft lichtinval zullen gezien de locatie van de woningen en de weg die de zon aflegt, alleen de woningen Robert Stolzhof 82 t/m 85 in de winterperiode in de
28
namiddag beperking van lichtinval in de achtertuin ervaren. In voor- en najaar betreft dit slechts het achterste deel van de kavel. In de zomer is er geen schaduwwerking op omliggende percelen. Dit is in stedelijk gebied acceptabel. Ad 5. In de vergunningaanvraag is er bewust voor gekozen om geen bijgebouwen op te nemen, zodat bewoners niet voor onverwachte situaties komen te staan waarbij aan bijvoorbeeld garages nog vergunningvrije bouwwerken worden toegevoegd. Op het perceel zijn naast de woning zoals opgenomen in de vergunningaanvraag alleen vergunningvrije bouwwerken mogelijk. Ad 6. Bestaande zichtlijnen over de lengtesloten en de oprit van Lageweg 11 blijven in stand. Deze zijn karakteristiek voor de beleving van de lintbebouwing. De huidige transparantie van het lint blijft behouden. In de nieuwe situatie krijgen voor- en achterkavel een eigen invulling, gescheiden door een sloot. De woningen houden een oriëntatie in de lengterichting van de kavel. Het ruimtelijke beeld langs de Lageweg verandert niet. Het plan past daardoor binnen het beeldkwaliteitsplan DE LINTEN. Zie ook hoofdstuk 4 van de pleitnota. Ad 7. PFAS is geen van nature aanwezige stof in grond. Gezien het historisch gebruik van de kavel is de aanwezigheid van PFAS in de grond niet te verwachten. De kavel is nooit bebouwd geweest, nog opgehoogd met industriële gronden.
Door bedrijven als bijvoorbeeld SWECO zijn signaleringskaarten gemaakt met mogelijk verdachte locaties. Op basis van deze kaarten is er een lage verdachtheid. Voor de omgevingsvergunning moet een bodemonderzoek conform de NEN5740 worden uitgevoerd. Hierbij hoort ook een vooronderzoek conform de NEN5725 waar gekeken wordt naar mogelijk te verwachten stoffen. Mochten er verdenkingen zijn dat deze stof aanwezig is, dan dient dit onderzocht te worden. Meestal wordt volstaan met het standaard analysepakket. In dit geval onderschrijf ik dus ook dat PFAS op de locatie niet als een verdachte stof c.q. als een verdenking van verhoogde concentraties wordt aangemerkt. Daarom is een onderzoek van PFAS niet noodzakelijk.
29
5.7 Zienswijze van de heer …... Het betreft een bezwaarschrift tegen de voorgenomen bebouwing achter Lageweg 11 te Blokker. Omdat indiener zelf aangeeft dat zijn schrijven zich richt tegen een voornemen, wordt het schrijven aangemerkt als een zienswijze in het kader van de planologische procedure. De zienswijze is ingediend op 29 oktober 2020 en daarmee ontvankelijk. Indiener is woonachtig aan de Robert Stolzhof. Het is niet duidelijk of de zienswijze zich richt tegen de ontwerp omgevingsvergunning of tegen de ontwerp verklaring van geen bedenkingen. Zienswijze 1. Het perceel heeft een agrarische bestemming. Eerdere verzoeken om bebouwing zijn afgewezen vanwege de agrarische bestemming. 2. Het bouwen van twee woningen is onvoldoende grond om de agrarische bestemming te wijzigen, omdat zo de bewoners van de 22 omliggende woningen aan het perceel ernstig worden benadeeld. Reactie op de zienswijze Ad 1. Elk initiatief dat bij de gemeente wordt ingediend wordt op haalbaarheid beoordeeld. De planlocatie ligt op een agrarische restkavel omringd door woongebied. De kavel is planologisch losgekoppeld van de woning aan de Lageweg 11. Agrarisch gebruik door derden is op termijn lastig vanwege onverhuurbaarheid, afstand tot omliggende agrarische percelen en eventuele milieuhinder die dit zou veroorzaken. Functieverandering voor dit perceel is op termijn daarom niet uit te sluiten.
De gemeente heeft altijd positief gestaan tegen herontwikkeling van het perceel naar woningbouw. De gemeente is in deze zin plantoetser en geen initiatiefnemer. Eerdere plannen voor de locatie zijn om ruimtelijke aspecten niet gehonoreerd. Deze waren veel te massaal en niet passend in de omgeving. Het is aan initiatiefnemers om met de uitgangspunten van de gemeente akkoord te gaan. De uitgangspunten zijn dezelfde gebleven. Voorliggend plan past binnen de door de gemeente gehanteerde ruimtelijke kwaliteitskaders voor de locatie. Ad.2. Het betreft een ontwikkeling in stedelijk gebied. De kans dat ontwikkelingen een impact op meer bewoners hebben dan de enkele initiatiefnemer is daarbij altijd groot. Het plan is na een zorgvuldige afweging van belangen tot stand gekomen. Wij zijn van mening dat de beoogde ontwikkeling wel effect heeft op omliggende percelen, maar dat dit effect zodanig is dat dit niet tot onoverkomelijke bezwaren kan leiden. Privacy, vermindering van zonlicht en uitzicht zijn aspecten die in het burenrecht (Burgerlijk Wetboek, boek 5, titel 4) zijn opgenomen. Niet is gebleken dat het plan in strijd is met de het burenrecht.
30
5.8 Zienswijze van de heer ……. In de aanhef wordt aangegeven dat het een bezwaarschrift betreft. Echter gelet op het identificatienummer in de aanhef blijkt dat het schrijven zich richt tegen het voornemen om medewerking te verlenen aan het plan voor achter de Lageweg 11 te Blokker en daarom wordt het bezwaarschrift aangemerkt als een zienswijze in het kader van de planologische procedure. De zienswijze is ontvangen op 2 november 2020 en daarmee ontvankelijk. Niet duidelijk is of de zienswijze zich richt tegen de ontwerp omgevingsvergunning of tegen de ontwerp verklaring van geen bedenkingen. Zienswijze 1. Wij zijn 3 jaar geleden komen wonen op de Robert Stolzhof 78 met als extra reden/motivering dat er aan de achterzijde van ons perceel een agrarisch stuk grond aanwezig is. Naar we vernomen hebben zijn er meerdere kopers geweest die plannen hadden, maar bij allen zijn de voorgenomen plannen door de gemeente afgewezen. De huidige koper heeft ons toentertijd ook geïnformeerd dat hij een nieuw huis aan de lintbebouwing wilde bouwen en daarachter een grote tuin/agrarisch groen creëren. Daar waren wij heel content mee. 2. De voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan zoals nu voorgesteld, klopt in mijn zienswijze niet met het beleid wat gemeente Hoorn heeft opgesteld.
Namelijk dat historische lintbebouwingen onderdeel zijn van het beleidsplan waarbij het aangezicht van de gemeente Hoorn een historische herkenbaarheid heeft. Daarbij past het niet om de huidige bestemming van dit perceel te wijzigingen van een huis aan lintbebouwing met agrarische bestemming naar een perceel wat in twee stukken wordt opgedeeld. Waarbij dus ook de historische oorspronkelijke plaatsing aan de Lageweg te Blokker gewijzigd wordt. Een splitsing van dit perceel waarbij het nieuwe stuk grond bij de wijk Kersenboogerd-Zuid getrokken wordt en de bebouwing van 2 huizen (twee-onder-één-kap) is een totale wijziging van het originele perceel wat bij de historische lintbebouwing van de gemeente Hoorn toebehoort. Tegelijkertijd wordt hiermee het wonen binnen een agrarische bestemming gewijzigd. Reactie op de zienswijze Ad 1. Het betreft een agrarische restkavel waarop zondermeer een kas van 7 x 45 m mag worden gebouwd met een hoogte van 6 m. In de bestaande situatie is er daarom geen sprake van aanwezig blijvend vrij uitzicht. De gemeente beoogde niet met het afwijzen van eerdere initiatieven het onmogelijk maken van herontwikkeling van de kavel: eerdere initiatieven werden simpelweg niet passend voor de locatie beoordeeld. Ad 2. In goed overleg met de afdeling stedenbouw van de gemeente zijn de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van de locatie bepaald.
Er heeft een zorgvuldige ruimtelijke afweging plaatsgevonden. Er is op de locatie sprake van een voorperceel (met de huidige woning Lageweg 11) en een achterperceel, met een groot stuk braakliggende grond, waar voorheen een kas op stond. De bestaande ontwikkeling sluit ruimtelijk gezien aan op de Kersenboogerd. Maar er blijft een grote open ruimte aanwezig in dit gebied (de tuin van de nieuwe woningen is ca. 35 m diep). De karakteristieke lengterichting van de kavel blijft daarmee in stand. De instandhouding van het historische lint langs de Lageweg is o.a. verankerd in het Beeldkwaliteitsplan De Linten. Het Beeldkwaliteitsplan beoogt het specifieke karakter van lintbebouwing te handhaven. Dat is ook het uitgangspunt van het plan: het karakter van de lintbebouwing aan de Lageweg blijft behouden, het achterterrein krijgt een nieuwe invulling. Bestaande zichtlijnen over de lengtesloten en de oprit van Lageweg 11 blijven bestaan. Deze zijn karakteristiek voor de beleving van de lintbebouwing. De huidige transparantie van het lint blijft behouden.
31
6. Conclusie Onder afweging van de ingediende zienswijzen is de conclusie dat er geen zwaarwegende belemmeringen zijn die aanleiding vormen om niet verder te gaan met de procedure.
32
Bijlage 1 Verslag hoorzitting bouwplan achter Lageweg 11. Tijdstip Vorm
: woensdag 16 december 2020 vanaf 14.00 uur : digitaal overleg
Aanwezig: De heer Helling De heer …. De heer ….. De heer…… De heer ……. De heer …….. Mevrouw ….. De heer De Vries
: wethouder ruimtelijke ordening : aanvrager : architect van het plan : indiener zienswijze : indiener zienswijze : namens dhr. en mw. ……… : indiener zienswijze : medewerker ruimtelijke ordening Hoorn (verslag).
De heer Helling heet een iedereen welkom en legt het doel en de spelregels van de hoorzitting uit. Hij geeft aan dat de gemeente in beginsel mee wil werken aan het plan omdat dit past binnen het gemeentelijk beleid voor kavelsplitsing en een woningbouwontwikkeling. De kavel is namelijk diep genoeg, het lint wordt niet verdicht, de ontwikkeling sluit goed aan bij de achtergelegen woonwijk en kan via deze woonwijk ontsloten worden. Bovendien betreft het een binnenstedelijke ontwikkeling. De heer ….. vindt dat de locatie krap is met weinig parkeergelegenheid. Door de ontwikkeling zal de druk op de parkeerplaatsen nog groter worden. Mevrouw ……… geeft aan dat de nu aanwezige woning aan de Lageweg 11 is verkocht en zal worden gesloopt. Er zal hier waarschijnlijk nieuwbouw gaan plaatsvinden waardoor mogelijk verdichting van het lint zal gaan plaatsvinden. Zij woont hier pal naast en is hier tegen. Verder is de ontsluitingsweg hier 5 meter breed en dit is niet toereikend voor openbaar parkeren en toegang voor hulpverleners. Zij is eigenaar van de helft van de sloot waarover de ontsluiting van de nieuwe woningen komt. Om deze nieuwe ontsluiting aan te leggen zal gebruik moeten worden gemaakt van haar grond. De heer ……..vraagt zich af waarom het lint diep genoeg wordt bevonden.
Wat zijn hiervoor de criteria? De gemeente merkt het lint aan als consolidatiegebied maar staat nu wel een ontwikkeling toe. Wat heeft het dan voor zin om dit aan te merken als consolidatiegebied? Tevens zijn er tegenstrijdigheden in de stukken die ter visie hebben gelegen. Wat zijn de juiste tekeningen? In de aanvraag is vermeld dat het bestemmingsplan niet wordt gewijzigd maar dit is wel zo getuigen de procedure die nu wordt gevoerd. De sloot dient een diepte te hebben van 6 meter maar de tekeningen geven een breedte van 3.2 meter aan. Dit verschil kan van een grote impact hebben voor de omwonenden. Wat zij de juiste maten? De heer ……. merkt op dat eerdere plannen voor deze locatie niet zijn doorgegaan en nu wil de gemeente wel meewerken aan dit plan. Dit leidt tot rechtsongelijkheid. Bij de beoordeling van het plan dient een goede afweging plaats te vinden tussen de belangen van de omgeving, zoals woongenot, en die van de aanvrager. Er heeft geen goede afweging plaatsgevonden. Mevrouw ……… vult aan dat zij het jammer vindt dat plannen voor een speeltuin en voor 5 bejaardenwoningen op deze locatie niet zijn doorgegaan. Zij heeft twijfels of de aanvrager hier wel zelf gaat wonen. Hij onderhoudt zijn eigendom Lageweg 11 slecht en dit belooft niet veel goeds voor de nieuwe locatie. De heer …… geeft aan dat hij nu aan de Koepoortsweg woont maar het hier te druk vindt.
Hij wil rustiger gaan wonen. De heer ….. benadrukt dat Lageweg 11 geen onderdeel uitmaakt van deze aanvraag. Indiener er plannen voor Lageweg 11 komen zullen deze op zich moeten worden beoordeeld.
33
De heer …… vindt het jammer dat er weinig omwonenden aanwezig mochten zijn bij de behandeling van het plan in de Commissie en de gemeenteraad. Hierdoor heeft het bestuur niet een compleet beeld gekregen van de weerstand vanuit de omgeving. De heer Helling geeft aan dat er ook technische vragen zijn gesteld tijdens de behandeling van het plan in de Commissie en de Raad. Hierop kan dan niet gelijk worden gereageerd. De ingediende zienswijzen zijn duidelijk en zullen wederom worden voorgelegd aan het college, de Commissie en de Raad en zijn dienen dan te besluit of zij al dan niet verder gaan met het plan. De heer De Vries vult hier nog op aan dat de behandeling van het plan in de Commissie en de Raad nog enige tijd op zich kan laten wachten, gelet op de feestdagen en de volle agenda van de raad. Dan zal een besluit worden genomen op de aanvraag. Tegen dit besluit kan beroep worden aangetekend. De heer Helling sluit de hoorzitting om 14.30 uur.
34
Bijlage 2 Reactie van de aanvrager op de hoorzitting. Door de aanvrager is onderstaande reactie gegeven op hetgeen in de hoorzitting ter sprake is gekomen:
-
-
-
-
-
Breedte van de weg / ruimte voor parkeren: Bestaande weg en parkeerplaatsen worden niet aangepast. Volgens beschikbare kaarten op PDOK (BGT kaart) is er naast #34 een strook langsparkeren. Deze blijft behouden. De totale maat voor het wegprofiel inclusief parkeren is dan 7m. (zie ook onderstaande uitsnede. Toegang tot perceel over haar grond. Uit kadastrale kaart is de volledige 7m breed gemeentegrond, hier wordt de toegang op aangesloten en dus niet over haar perceel. Onderhoud van de sloot. Op dit moment wordt al het onderhoud aan de sloot gedaan vanaf de kant van het perceel van de initiatiefnemer, daarin komt hij dus nu al tegemoet. Ook is hierover afgesproken dat dit na de ontwikkeling zal blijven. Haar opmerking dat het erf nu een rommelig geheel is met slecht onderhoud pleit er alleen maar voor dat een ontwikkeling op deze locatie een verbetering is t.o.v. de huidige braakliggende situatie. De initiatiefnemer wil een knappe ontwikkeling doen en dat zal ook gelden voor de toekomstige bewoners (ongeacht wie dat is). (discussie over wie er op de locatie komt te wonen vind ik niet relevant) Bij de watertoets zou gesuggereerd worden dat er geen sprake is van een afwijking van het bestemmingsplan. In de watertoets wordt de vraag gesteld of er sprake is van een algehele herziening van het bestemmingsplan, dit is niet aan de orde.
Breedte van de sloten / verschillen tussen de documenten. De tekeningen die onderdeel zijn van de aanvraag (tekening BA-90 Terrein d.d. 06-02-2020) zijn hierin leidend, de beelden in de Ruimtelijk onderbouwing zijn alleen ter illustratie van het plan. De verschillende maten van de sloten (zoals afgestemd met erfgoed) zijn in tekening BA-90 aangegeven. Eventueel kan de nieuwe sloot en de sloot achter op de kavel verbreed worden, die hebben geen historische waarde. Maar dit voegt weinig toe voor nummer 84.
35