CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Pleitnotitie (achter) Lageweg 11 te Blokker

Gemeenteraad 15 juni 2021, gemeente HoornBij agendapunt: Afhandeling zienswijzen tegen woningbouwontwikkeling achter Lageweg 11 te Blokker16.824 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Pleitnotitie achter Lageweg 11 te Blokker Pleitnota n.a.v zienswijzen tegen het plan voor de bouw van een twee onder één kap woning op het perceel achter Lageweg 11 te Blokker.

Mei 2021.

1

Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1. Aanleiding 2. De aanvraag 3. Juridisch kader 3.1 Bestemmingsplan 3.2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) 3.3 College- en raadsbesluit 3.4 Publicatie en tervisielegging 4. Afweging 4.1 Ruimtelijke onderbouwing (rob) 4.2 Structuur van het lint 5. De zienswijzen 5.1 Zienswijze ARAG 5.2.1 Tegen de omgevingsvergunning 5.2.2 Tegen de ontwerp verklaring van geen bedenkingen 5.3 Zienswijze Univé 5.4 Zienswijze Univé 5.5 Zienswijze de heer …. 5.6 Zienswijze Omnius 5.7 Zienswijze DAS 5.8 Zienswijze de heer ……. 5.9 Zienswijze de heer ……. 6. Conclusie

Pagina 2 3 3 3 3 4 4 4 5 5 5 7 7 7 10 11 14 16 23 27 30 31 32

Bijlagen Bijlage 1: Verslag hoorzitting Bijlage 2: Reactie aanvrager op hoorzitting Bijlage 3: Originele geanonimiseerde zienswijzen

33 35 aparte bijlage

2

1. Aanleiding Op 26 juli 2019 is er een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor het bouwen van een 2^1 kap woning op de locatie gelegen achter Lageweg 11 te Blokker. Het plan is in strijd met het ter plaatse bestemmingsplan “Kersenboogerd”, omdat deze gronden de bestemming “Agrarisch- Onbebouwd” hebben waarbinnen geen woningen zijn toegestaan. Echter het college en de gemeenteraad hebben in beginsel besloten om toch mee te werken aan het plan door het voeren van een planologische procedure, namelijk een zogenaamde uitgebreide afwijkingsprocedure. In het kader van deze procedure zijn zienswijzen ingediend door omwonenden. Er is een hoorzitting gehouden om de indieners in de gelegenheid te stellen hun zienswijze mondeling toe te lichten. In deze pleitnota wordt door de gemeente gereageerd op deze zienswijzen. Deze pleitnota wordt voorgelegd aan het college en de raad. Zij zullen onder afweging van de zienswijzen dienen te besluiten of zij al dan niet definitief medewerking willen verlenen aan het plan door het verlenen van de benodigde omgevingsvergunning en het afgeven van de verklaring van geen bedenkingen.

2. De aanvraag De aanvraag voorziet in het bouwen van een 2^1 kap woning op het perceel gelegen achter Lageweg 11 te Blokker. Dit perceel wordt afgescheiden van het perceel Lageweg 11 door middel van een sloot. De bestaande weg Robert Stolzhof wordt doorgetrokken. De locatie Lageweg 11 maakt geen onderdeel uit van de aanvraag.

3. Juridisch kader

3.1 Bestemmingsplan Het plan is getoetst aan het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Kersenboogerd” (onherroepelijk geworden op 15 december 2009), waarin de gronden de bestemming “Agrarisch- Onbebouwd” hebben. Deze gronden zijn bestemd voor akkerbouw- en tuingronden. Op grond van de plankaart en de voorschriften mag op deze gronden een kas worden gebouwd. In de bij het bestemmingsplan behorende toelichting is in paragraaf 5.4 opgenomen dat de bestemming “Agrarisch- Onbebouwd” van toepassing is op enkele percelen achter het lint Lageweg. De bestemming “Agrarisch- Onbebouwd” staat geen woningen toe. Het plan is daarom in strijd met dit bestemmingsplan. Tevens zijn op de locatie de paraplubestemmingsplannen “Archeologie” en “Parkeren & laden en lossen” en “Veegplan” van toepassing.

3

In het paraplubestemmingsplan “Archeologie” (onherroepelijk geworden op 7 maart 2017) hebben de betreffende gronden de bestemming “Waarde Archeologie 5”. De voorschriften van deze bestemming zijn van toepassing ingeval het gaat om bouwwerken met een oppervlakte groter dan 10.000 m². Dit is niet aan de orde. Het plan is niet in strijd met dit bestemmingsplan. Ingevolge het paraplubestemmingsplan “Parkeren & laden en lossen” (onherroepelijk geworden op 13 november 2018) dient het plan te voldoen aan de voorwaarde dat er voldoende parkeergelegenheid op eigen erf dient te worden gerealiseerd. Dit is op het plan van toepassing, zodat de aanvraag niet in strijd is met dit bestemmingsplan. In het paraplubestemmingsplan “Veegplan” (onherroepelijk geworden op 8 december 2020) hebben de betreffende gronden de gebiedsaanduiding “overige zone - Blokker, Zwaag en Nieuwe Steen – Oost”. Het plan is niet in strijd met dit bestemmingsplan. Conclusie is dat het plan in strijd is met het bestemmingsplan “Kersenboogerd”. 3.2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Ingevolge artikel 2.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dient een afweging te worden gemaakt of met toepassing van artikel 2.12 Wabo kan worden afgeweken van het bestemmingsplan. Onderhavig plan valt onder de reikwijdte van lid 1, sub a, onder 3° van dat artikel.

In artikel 2.12, lid 1, aanhef en onder sub a, onder 3° Wabo is opgenomen dat de omgevingsvergunning slechts kan worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Er is een ruimtelijke onderbouwing (rob) aangeleverd waaruit blijkt dat het plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening, 3.3 Collegebesluit en raadsbesluit Het college van burgemeester en wethouders van Hoorn heeft in haar vergadering van 2 juni 2020 besloten om: 1. In beginsel medewerking te verlenen aan het plan door het voeren van de benodigde planologische procedure en de procedure hogere waarde wegverkeerslawaai. 2. Akkoord te gaan met de aangeleverde aanmeldnotitie waaruit blijkt dat het plan geen nadelige milieugevolgen heeft. 3. Indien geen zienswijzen worden ingediend de omgevingsvergunning te verlenen en de hogere waarde wegverkeerslawaai af te geven. 4. Indien er wel zienswijzen worden ingediend, betrokken te willen worden bij de afhandeling en weging van deze zienswijzen. 5. De gemeenteraad te vragen de benodigde verklaring van geen bedenkingen af te geven. De gemeenteraad van Hoorn heeft op 30 juni 2020 besloten om: 1. Een ontwerp verklaring van geen bedenkingen af te geven ten behoeve van de woningbouwontwikkeling op het achterste deel van het perceel Lageweg 11 te Hoorn. 2.

Indien er geen zienswijzen worden ingediend de definitieve verklaring van geen bedenkingen af te geven ten behoeve van de woningbouwontwikkeling op het achterste deel van het perceel Lageweg 11 te Hoorn. 3. Indien er wel zienswijzen worden ingediend, zij betrokken wil worden bij de afhandeling en weging van deze zienswijzen. 3.4 Publicatie en tervisielegging Op 19 september 2020 is in het Hoorns Nieuwsblad en op 18 september 2020 is in de Staatscourant gepubliceerd dat de ontwerp omgevingsvergunning en de ontwerp verklaring van geen bedenkingen vanaf 22 september 2020 tot en met 2 november 2020 ter inzage zouden worden gelegd. Dit is ook bekend gemaakt op de websites www.hoorn.nl en www.officielebekendmakingen.nl Gedurende de periode van tervisielegging kon een ieder een zienswijze indienen tegen de ontwerp omgevingsvergunning en tegen de ontwerp verklaring van geen bedenkingen.

4

4. Afweging 4.1 Ruimtelijke onderbouwing (rob) Voor de onderbouwing wordt verwezen naar de rob van HzA stedenbouw en landschap van 1 september 2020. 4.2 Structuur van het lint Er zijn verschillende zienswijzen ingediend waarvan de strekking is dat door het plan de structuur van het lint wordt aangetast. Daarom wordt in deze paragraaf hier speciale aandacht aan gegeven. Maakt het perceel deel uit van het lint? De aanvraag heeft betrekking op de ontwikkeling op het perceel achter de Lageweg 11 te Blokker. Dit perceel wordt door een nieuwe kavelsloot afgescheiden van het voorperceel aan de Lageweg 11, welk perceel geen onderdeel uitmaakt van de aanvraag. De bestaande weg Robert Stolzhof wordt doorgetrokken. Het achterperceel is georiënteerd op de Robert Stolzhof en ligt achter de lintbebouwing van de Lageweg. Het betreft een vrij diepe kavel. Het voorperceel heeft in het bestemmingsplan de bestemming “Wonen- Lintbebouwing”. In de toelichting deel uitmakend van het bestemmingsplan (paragraaf 5.3) is opgenomen dat de bestemming “WonenLintbebouwing” is toegekend aan de eengezinswoningen aan het lint van de Lageweg en dat de veelal vrijstaande (burger) woningen in het lint in een min of meer vast patroon langs de weg zijn gesitueerd.

In de nota Beeldkwaliteitsplan De Linten (BKP) is vastgelegd dat het met betrekking tot de gronden met de bestemming “Wonen- Lintbebouwing” om een gebied van hoge waarde gaat, waar een consoliderend beleid moet worden gevoerd. Echter de gronden met de bestemming “Wonen Lintbebouwing” maken geen onderdeel uit van de aanvraag. Het perceel achter Lageweg 11. Om de ruimtelijke kwaliteiten van de linten te behouden, is op 17 juli 2002 door de gemeenteraad het "Beeldkwaliteitsplan De Linten (BKP)" vastgesteld. De uitgangspunten van het BKP zijn overgenomen in de gemeentelijke Welstandsnota Hoorn 2017. Het BKP is uitgewerkt in de stedenbouwkundige visie "Zicht op de linten”, die op 29 september 2004 in de raadscommissie Stadsontwikkeling en Leefomgeving is behandeld. Hoewel deze visie alleen betrekking had op de Dorpsstraat Zwaag zijn de uitgangspunten uit deze visie ten aanzien van de frontbreedte en de totale frontbreedte van de woningen en erfbebouwing ook van toepassing op de andere linten, zowel wat betreft ligging, vorm en detaillering van de bebouwing als wat betreft de inrichting van de openbare ruimte. De verschillende typen linten onderscheiden zich van elkaar door de mate van verdichting met vrijstaande en geschakelde bebouwing, verschil in profiel en mate van openheid van het achterliggende land.

Uitgangspunt is dat de linten vanuit de huidige en de gewenste context vragen om ontwikkeling van nieuwe kenmerken gerelateerd en/of beargumenteerd vanuit de bestaande waarden en eigenschappen. De volgende centrale stedenbouwkundige uitgangspunten zijn hierbij van belang: 1. behoud van continuïteit van het lint in de lengterichting (qua bebouwingsbeeld, maar ook functioneel); 2. bij nieuwbouw dient het primaat te liggen bij de karakteristiek van het lint; 3. de sfeer van de landelijke linten dient behouden te blijven en het contrast met de landelijke linten dien te worden benadrukt. Voor wat betreft de ontwikkeling van de kavel achter Lageweg 11 kan worden opgemerkt dat de continuïteit en ritmiek van het lint niet wordt aangetast. De nieuwe woningen komen ruim achterop het kavel te liggen waardoor de nieuwe woningen geen afbreuk doen aan het aangezicht van het lint. De nieuw te bouwen woningen sluiten aan op de Robert Stolzhof en worden daarop georiënteerd. De nieuwe woningen worden gescheiden van de lintbebouwing door het doortrekken van de bestaande sloot. Stedenbouwkundig onderscheiden de nieuwe woningen zich hierdoor op natuurlijke wijze van de woning in het lint. De voorgenomen ontwikkeling van woningen past daarom binnen de kaders van het BKP en Zicht op de linten.

5

Momenteel wordt het BKP geactualiseerd en zal daarna voor besluitvorming aan de gemeenteraad worden voorgelegd. De uitgangspunten van het oude en nieuwe BKP komen wat betreft woningbouwontwikkelingen aan de linten in grote lijnen overeen, namelijk: 1. achter het erf dienen reeds woningen aanwezig te zijn en de woningbouwontwikkeling op het achtererf sluit qua structuur en massa goed aan bij deze aanwezig woningbouw; 2. het voor- en achtererf dienen fysiek gescheiden te worden door bij voorkeur een aanleggen van een sloot, waarbij het voorste deel van het erf aansluit bij de structuur van het lint waarin het is gelegen; 3. de ontsluiting van de ontwikkeling vindt plaats via de infrastructuur van de achtergelegen woningen of het doortrekken of verlengen daarvan en dus niet via het lint; 4. het BKP maakt onderscheid tussen verstedelijkt lint en landelijk lint, waarbij bij landelijk lint de zichtlijnen naar het achtergelegen gebied belangrijker zijn dan bij verstedelijkt lint.

6

5. De zienswijzen 5.1 Zienswijze ARAG 5.1.1

Zienswijze ARAG tegen de ontwerp omgevingsvergunning

Deze zienswijze is ingediend op 19 oktober 2020 en daarmee ontvankelijk. De zienswijze is ingediend namens verschillende cliënten van de ARAG die aan de Robert Stolzhof woonachtig zijn. De zienswijze 1. Het grootste bezwaar betreft de wijze van ontsluiting van de twee nieuw te bouwen woningen. Deze sluiten aan op de lintbebouwing van de Lageweg. Zie pagina 22 en 23. Toch vindt de ontsluiting plaats via de Robert Stolzhof. Dit is onbegrijpelijk. Uit de stukken blijkt niet waarom deze keuze is gemaakt. 2. Uit de stukken blijkt dat de zichtlijnen vanaf de Lageweg belangrijk worden gevonden. Zie afbeelding 16 en 17 in de rob. Er wordt nergens iets gezegd over het feit dat de dam dwars door de zichtlijnen heen gaat. Een ontsluiting via de parallelweg van de Lageweg ligt meer voor de hand. 3. De Robert Stolzhof kan de extra verkeersbewegingen goed hebben. Echter geen extra verkeersbewegingen geniet de voorkeur. Dat is goed realiseerbaar. De bestaande brug over de watergang langs de parallelweg is hiervoor uitermate geschikt. Hierdoor worden extra verkeersbewegingen voorkomen wat de verkeersveiligheid ten goede komt. 4. Er is nergens vastgelegd dat het bouwverkeer de woonwijk moet mijden. Waarom kan voor bouwverkeer geen gebruik worden gemaakt van de eigen ontsluiting op de Provincialeweg en waarom kunnen toekomstige bewoners dit ook niet doen? 5.

Het realiseren van parkeren is onvoldoende geborgd in de voorschriften. 6. Het herplanten van bomen is onvoldoende geborgd in de voorschriften. 7. De aanleg en instandhouding van de sloten is niet gewaarborgd. Dit moet wel gebeuren omdat daarmee voorkomen wordt dat de toekomstige eigenaren en/of bewoners de sloten mogen dempen. 8. Wat zijn de gevolgen van de ontsluitingsweg over de sloot ter hoogte van de Robert Stolzhof 33? Waarom wordt gekozen voor een dam en niet voor een brug? Door een brug ontstaat meer openheid en het is goed voor de zichtlijnen en de waterstructuur. 9. De bewoner van Robert Stolzhof 33 is eigenaar van de helft van de sloot langs dit perceel. Daarom mag de omgevingsvergunning niet verleend worden, zonder dat het voor haar zeker is dat de ontwikkeling geen inbreuk maakt op het eigendomsrecht. 10. In de rob wordt geanticipeerd op de extra bouwmogelijkheden bij de nieuw te bouwen woningen (afbeeldingen 17 en 18). Echter de hierop aangegeven uitbouw is niet te zien op de definitieve ontwerptekeningen. Waaraan wordt meegewerkt? Dit is ook van belang voor de zichtlijnen. 11. In het akoestisch rapport wordt uitgegaan van het in stand houden van de woning Lageweg 11 die een deel van het geluid van de Provincialeweg zal tegenhouden. Maar in de rob wordt aangegeven dat deze woning mogelijk gesloopt gaat worden.

Deze woning maakt onderdeel uit van het historische lint van de Lageweg. Waarom wordt dit overwogen? Nu de sloop overwogen wordt, moet inzichtelijk worden gemaakt wat de gevolgen zijn voor de geluidsbelasting op de gevels van de nieuwe woningen. Reactie Ad 1. Zie ook hoofdstuk 4 van deze pleitnota. Het perceel Lageweg 11 maakt geen onderdeel uit van de aanvraag. De aanvraag voorziet in een ontwikkeling op het perceel achter Lageweg 11. Deze ontwikkeling sluit aan bij de bebouwing van de Robert Stolzhof die zich rond het perceel bevindt. De bestaande weg Robert Stolzhof wordt doorgetrokken. De keuze voor de ontsluiting wordt op verschillende plaatsen in de rob zowel ruimtelijk als functioneel onderbouwd. De ontsluitingswijze sluit aan op het DNA van de plek en ondersteunt de gewenste stedenbouwkundige structuur. Lageweg 11 is een (voormalige) agrarische kavel. Een deel van de agrarische bedrijfsbebouwing is nog aanwezig. Planologisch is het perceel reeds jaren in tweeën gedeeld. Op de

7

locatie is sprake van een woning aan de Lageweg, en een achterliggende agrarische restkavel (rob p.9). De agrarische restkavel wordt aan vier zijden ingesloten door woonbestemmingen (rob p.6). Het eigendom van percelen wordt bij de beoordeling van de ontwikkelingsmogelijkheden buiten beschouwing gelaten. De woning aan de Lageweg is los van het achterliggende agrarische perceel beschouwd. Karakteristiek voor de huidige lintbebouwing aan de Lageweg is de kleinschaligheid. Aansluiting op de Lageweg zou in ruimtelijk opzicht betekenen dat er een ‘verzamelerf’ ontstaat (of niet gewenst bebouwing in de tweede lijn), waardoor de kleinschaligheid van de huidige lintbebouwing verloren gaat. Er is bewust niet voor zo’n verzamelerf-oplossing gekozen. In het plan is de keuze gemaakt om de kleinschaligheid van de zone direct aan de Lageweg te ‘conserveren’, en op een verantwoorde wijze te scheiden van de rest van het perceel hierachter (rob p.10). Het achterperceel zoekt aansluiting bij de omliggende wijk door oriëntatie van de tuin op de achtertuinen van de omliggende woningen aan de Robert Stolzhof. Op deze wijze wordt een stedenbouwkundige structuur met doodlopende wegen aan weerszijden min of meer ‘afgehaakt’ (RO p.11). De planlocatie is voor het verkeer toegankelijk via de Robert Stolzhof. Dit is een 30 km/u weg.

De doodlopende straat wordt ten behoeve van de twee nieuwe woningen enkele tientallen meters doorgetrokken. De huidige verkeersintensiteit op de Robert Stolzhof is ca. 500 motorvoertuigen (mvt)/etmaal. Het extra verkeer ten opzichte van de huidige verkeersintensiteit is beperkt en acceptabel (rob p.35). De planlocatie is door de veiligheidsregio beoordeeld en de primaire ontsluiting via de Robert Stolzhof is als voldoende beschouwd (rob p.38). Ad 2. De bestaande zichtlijnen over de lengtesloten en de oprit van Lageweg 11 blijven in stand. Deze zijn karakteristiek voor de beleving van de lintbebouwing. De huidige transparantie van het lint blijft behouden: er zijn niet meer zichtlijnen vanaf de Lageweg naar achteren. In de zichtlijnen worden geen elementen boven het maaiveld toegevoegd. De ervaarbaarheid van het doorgaande karakter wordt door de duikerdam niet teniet gedaan. Op de zichtlijn heeft deze dam dan ook geen invloed. Ad 3. De erftoegangsweg vanuit het Robert Stolzhof wordt doorgetrokken naar de woningbouwontwikkeling. Hierdoor blijft de bestaande parkeercapaciteit behouden. Hiernaast wordt op terrein van de nieuwbouw parkeren op eigen terrein gerealiseerd waardoor de parkeerdruk niet toe neemt. De planlocatie is voor het verkeer toegankelijk via de Robert Stolzhof. Dit is een 30 km/u weg.

De doodlopende straat wordt ten behoeve van de twee nieuwe woningen enkele tientallen meters doorgetrokken. De huidige verkeersintensiteit op de Robert Stolzhof is ca. 500 mvt/etmaal. Het extra verkeer ten opzichte van de huidige verkeersintensiteit is beperkt en acceptabel (rob p.35). De planlocatie is door de veiligheidsregio beoordeeld en de primaire ontsluiting via de Robert Stolzhof is als voldoende beschouwd (rob p.38). Ad 4. Zie ook onder ad 1. Op grond van voorwaarde 3 in de omgevingsvergunning dient ten minste drie weken voor het starten van de bouw een bouwveiligheidsplan te worden ingediend. Dit plan hoeft dus niet al in dit stadium te worden ingediend. De keuze voor de ontsluiting van het perceel heeft zorgvuldig plaatsgevonden. In ruimtelijk opzicht is dit de meest passende ontsluiting voor de locatie. De overlast voor de omgeving is op basis van het aantal verkeersbewegingen beperkt. Ad 5. Het terreinontwerp maakt integraal onderdeel uit van de vergunningaanvraag. De tekening zijn gewaarmerkt. Afwijking is niet mogelijk. Dit geldt voor zowel het bouwplan als het terreininrichtingsplan. Initiatiefnemer heeft zich hieraan te houden. Ten behoeve van de planontwikkeling gaan er geen bestaande parkeerplaatsen aan de Robert Stolzhof verloren. De ontsluitingsdam is zodanig gesitueerd dat de bestaande parkeerplaatsen kunnen blijven functioneren (rob p.11).

Onderdeel van het plan is ruimte langs de weg voor het parkeren van (minimaal) twee auto’s ten behoeve van de nieuwe woningen, en de

8

realisatie van een groenstrook met vier bomen langs deze weg. Daarnaast heeft elke woning ruimte voor het parkeren van twee auto’s op eigen erf. Ad 6. Op de locatie is alleen sprake van een zwarte els in openbaar gebied. De bedoelde groene haag is een aantal struiken achter de schuur die hier als opschot zijn ontstaan. Der struiken zijn ruimtelijk nog dendroligsch van waarde. In het plan is groen langs het nieuwe ontsluitingspad voorzien en zullen vier nieuwe bomen worden geplant. Zie hiervoor het inrichtingsplan op pagina 10 rob. De weg zal in de toekomst openbaar zijn. De hoeveelheid groen in het openbaar gebied neemt hierdoor toe. Er is een kapvergunning nodig voor de kap van de zwarte els. Echter deze hoeft niet nu al te worden aangevraagd. Maar er is geen herplantplicht voor particulier bomen, tenzij de boom monumentaal is of heel bijzonder. Dat is hier niet het geval Ad 7. Uitgangspunt hierbij zijn de maatgevende tekeningen van de architect die bij de omgevingsvergunningaanvraag zijn gevoegd. De ruimtelijke onderbouwing vormt hierop een toelichting. De definitieve slootbreedte is in overleg met Hoogheemraadschap en de gemeente Hoorn bepaald. Daarmee is de huidige breedte van de karakteristieke watergangen vastgelegd (op verzoek van de afdeling erfgoed gemeente Hoorn).

De andere sloten in het plangebied voldoen aan de eisen in de Keur van het Hoogheemraadschap qua breedte en onderhoud. Initiatiefnemer staat op dit moment het onderhoud van de sloot vanaf zijn perceel toe. Initiatiefnemer heeft voorgesteld in de nieuwe situatie het onderhoud van de sloot bij hem en/of de nieuwe bewoners te leggen. Ad 8. Bestaande zichtlijnen over de lengtesloten en de oprit van Lageweg 11 blijven in stand. Deze zijn karakteristiek voor de beleving van de lintbebouwing. De huidige transparantie van het lint blijft behouden. Er zijn niet meer zichtlijnen vanaf de Lageweg naar achteren. In de zichtlijnen zijn geen elementen boven het maaiveld toegevoegd. De ervaarbaarheid van het doorgaande karakter wordt door de duikersdam niet teniet gedaan. Op de zichtlijn heeft deze dan ook geen invloed. De aanleg van de sloten maakt onderdeel uit van de gewaarmerkte tekeningen bij de omgevingsvergunningaanvraag. Hierover is overeenstemming met het hoogheemraadschap bereikt. Aanleg en instandhouding van sloten valt binnen de regels (‘keur’) van het hoogheemraadschap. In ruimtelijk opzicht is een bescheiden dam wenselijker. De bestaande sloot wordt niet aangepast. Een brug zou constructief zeer zwaar moeten worden ingezet om aan de voorschriften te voldoen (ruime overspanning, duidelijk leuningen). Over een dergelijk smalle sloot is dit in ruimtelijk opzicht niet wenselijk.

Een dam is dan een bescheiden oplossing. Ad 9. De dam komt in het openbaar gebied. Het eigendom van de bewoonster van Robert Stolzhof 33 wordt niet geschaad. Ad 10. Afbeelding 9 van de rob laat een impressie van het schetsontwerp zien. Daarbij wordt aangegeven dat in het definitieve ontwerp de aanbouwen zijn vervallen. Aangegeven wordt dat de in paragraaf 2.2 opgenomen tekeningen illustratief zijn. Voor de originele tekeningen wordt verwezen naar de omgevingsvergunningaanvraag. Bij het ingediende plan zijn geen bijgebouwen aangegeven. Alleen vergunningvrije bouwwerken zijn mogelijk, op de in de Barro mogelijk gemaakte locaties. Ad 11. De ontwikkeling van de Lageweg 11 valt buiten deze omgevingsvergunningaanvraag. De ruimtelijke aspecten van de beoogde ontwikkeling zijn als onder punten 1 en 2 nader beschouwd.

9

In het rekenmodel SRM II is rekening gehouden met de akoestische afscherming door de woning. Afwezigheid van een afschermende woning zou effecten hebben op de invoergegevens in het rekenmodel. Sloop is echter niet aan de orde.

5.1.2 Zienswijze ARAG tegen de ontwerpverklaring van geen bedenkingen Deze zienswijze dateert van 19 oktober 2020 en is daarmee ontvankelijk. De zienswijze is ingediend door verschillende cliënten van ARAG wonende aan de Robert Stolzhof. De zienswijze Cliënten zijn van mening dat de omgevingsvergunning niet verleend mag worden, wegens strijd met een goede ruimtelijke ordening en een onaanvaardbare aantasting van hun woon- en leefklimaat. In hun aan het college gerichte zienswijze motiveren cliënten onder andere waarom de voorgestelde wijze van ontsluiting van de ontwikkelingslocatie voor hen onacceptabel is. Ook geven zij aan dat de ontwikkeling indruist tegen de instandhouding van het historische lint langs de Lageweg, dat de bestaande zichtlijnen met de ontwikkeling tekort worden gedaan en dat het plan onvoldoende garanties biedt voor de aanwezige karakteristieke watergangen. Cliënten hebben het college daarom gevraagd om de omgevingsvergunningaanvraag af te wijzen. Door de volgens cliënten aanwezige strijd met een goede ruimtelijke ordening, verzoeken zij uw gemeenteraad om de vereiste verklaring van geen bedenkingen niet af te geven. Reactie Deze zienswijze komt overeen met de zienswijze onder 5.1.1 en kortheidshalve wordt voor de reactie verwezen naar 5.1.1.

10

5.2 Zienswijze Unive tegen de ontwerp verklaring van geen bedenkingen en de ontwerp omgevingsvergunning. De zienswijze is ingediend op 26 oktober 2020 en is daarmee ontvankelijk. De zienswijze is ingediend door Unive namens hun cliënt die aan de Robert Stolzhof woont. De zienswijze 1. Cliënt woont direct naast en op korte afstand van de beoogde locatie. Het perceel waarop de ontwikkeling betrekking heeft, grenst direct aan die van mijn cliënt. Het perceel van cliënt bevindt zich aan de oostzijde van beoogde locatie. Wanneer het plan doorgang vindt, wordt cliënt geconfronteerd met een aanmerkelijke inperking en aantasting van zijn woon- en leefomgeving. Cliënt geeft aan dat door dit ontwerpbesluit een op deze locatie te bouwen twee-onder-een-kap woning hem veel bezonning, privacy en uitzicht gaat ontnemen. 2. Voor de volledigheid wijst cliënt u op het volgende. In het vigerende bestemmingsplan 'Kersenboogerd' is de grond bestemd als 'Agrarisch - Onbebouwd'. Ter plaatse van de aanduiding 'kas' (aan de oostzijde van het perceel, op 4,5 m van de tuinen van de aangrenzende woningen), mag op basis van het geldende bestemmingsplan een kas worden gerealiseerd. Ondanks het feit dat het bestemmingsplan de bouw van een kas mogelijk maakt, is dit niet toegestaan op basis van milieuwetgeving. Voorgaande leidt ertoe dat naar mening van cliënt onvoldoende is gekeken naar zijn belangen. 3.

Cliënt stelt zich op het standpunt dat hij als omwonende onvoldoende is betrokken bij de ontwikkeling van het ontwerpbesluit. Cliënt geeft hier het volgende over aan: "Als omwonende ben ik nooit goed betrokken bij de ontwikkeling van deze kavel. De eigenaar van de kavel heeft alleen aangegeven dat ik als bewoner er belang bij heb dat er woningen komen op deze kavel, en dat hij deze ging ontwikkelen. Verder kon ik niet aanwezig zijn bij zowel de Commissievergadering als de Raadsvergadering voor het afgeven van ‘een verklaring van geen bedenkingen' voor het bouwen op deze kavel. Daardoor kon ik geen goed tegen geluid geven. Niet alle 32 bewoners mochten bij deze vergaderingen aanwezig zijn. Er mocht maar 1 persoon namens 32 bewoners een woordje doen van maximaal 1 minuut. Ik voel mij niet gehoord door de Gemeente Hoorn en de eigenaar van de kavel. Het had netter geweest als ik als bewoner betrokken werd bij het bouwen op deze kavel. Dan had ik er nu misschien anders ingestaan." Gelet op het voorgaande is cliënt dan ook van mening dat zijn belangen niet zijn betrokken bij de ontwikkeling van het ontwerpbesluit. 4. Uit het ontwerp besluit blijkt dat de nieuwe twee-onder-een-kap woning achter de lintbebouwing aan de Lageweg ligt en georiënteerd is op de (doorgetrokken) ontsluitingsweg van de Robert Stolzhof.

Vast staat dat de bestaande doodlopende weg (Robert Stolzhof) aan de westzijde van het perceel wordt doorgetrokken ter ontsluiting van de te realiseren nieuwbouw. Voor de ontsluitingsweg moet een zwarte els gekapt worden (afbeelding 3). 5. Het verlies van openbaar groen is in strijd met het gemeentelijk beleid. Bij het doornemen van het ontwerpbesluit is cliënt het volgende opgevallen. Bij het doortrekken van de doorlopende weg (Robert Stolzhof) wordt niet alleen een zwarte els verwijderd. Ook de bestaande groene haag aan het eind van de huidige Robert Stolzhof wordt weggenomen. Cliënt is van mening dat dit in strijd is met het huidig gemeentelijk beleid. In het verleden is door een omwonende een koopverzoek ingediend voor het onderhavige stuk grond. Dit verzoek is door het college afgewezen (productie 1). De reden voor de afwijzing was onder andere het beleid dat het college en raad af willen van bouwwerken en grijs in het woonbeeld. Verder werd het volgende aangegeven: "Bij uitgifte van deze strook is de kans aanwezig dat er schuttingen op de erfgrens komen te staan. Alles omsluiten is niet het stadsbeeld wat we willen. In het straatbeeld moet meer groen aanwezig zijn." Voorgenoemde argumenten spelen bij de beoordeling van het ontwerpbesluit blijkbaar geen rol meer.

Cliënt acht dit onjuist en stelt zich op het standpunt dat het gemeentelijk beleid voor groen betrokken moet worden bij de belangenafweging. 6. Voorts wordt door het doortrekken van de doorlopende weg (Robert Stolzhof) en het verwijderen van de zwarte els en groene haag een bescherm systeem (wal) verwijderd. Op dit moment zorgt de groene haag ervoor dat de woning van cliënt niet wordt verlicht door de rijverlichting van passerende auto's. Door het verwijderen van de groene haag zal cliënt geconfronteerd worden door rijverlichting in zijn woning. Cliënt verwacht hiervan aanzienlijk overlast te gaan ondervinden. Ook het eventuele overlast van rijverlichting dient meegewogen te worden bij de belangenafweging.

11

Reactie Ad 1. Privacy, vermindering van zonlicht en uitzicht zijn aspecten die in het burenrecht (Burgerlijk Wetboek, boek 5, titel 4) zijn opgenomen. Niet is gebleken dat het plan in strijd is met de het burenrecht. De bestaande woningen zijn nu door de ruimte tussen de tuinen op enige afstand van elkaar gesitueerd. De twee-onder-een-kapwoning heeft een noord-zuid oriëntatie. De plattegronden en gevels van de woningen zijn zodanig vormgegeven dat geen hinderlijke ‘inkijk’ in omliggende woningen en tuinen ontstaat. Vanuit de woning is er geen inkijk bij de woningen aan de oost- en westzijde. De bestaande woningen aan de noordzijde liggen op enige afstand, waardoor ook hier geen inkijk ontstaat. De tuinen grenzen wel aan elkaar. De tuinen van de twee-onder-een-kapwoningen zijn zodanig groot dat er geen effect op de privacy van de omliggende woningen wordt verwacht. Voor gebruik van de tuinen wordt uitgegaan van een gezond burgerverstand, zoals dat ook in bestaande woonwijken aanwezig is. In de indeling van de woningen (plattegrond) is rekening gehouden met het voorkomen van inkijk in omliggende woningen. De nieuwe woningen zijn aan de zijkant toegankelijk. Hier is geen verblijfsruimte gesitueerd, waardoor rekening is gehouden met de privacy van belendende woningen.

Om de gevolgen van de planontwikkeling voor de zontoetreding in omliggende woningen te kunnen beoordelen is een bezonningsstudie uitgevoerd. Voor wat betreft lichtinval zullen gezien de locatie van de woningen en de weg die de zon aflegt, alleen de woningen Robert Stolzhof 82 t/m 85 in de winterperiode in de namiddag beperking van lichtinval in de achtertuin ervaren. In voor- en najaar betreft dit slechts het achterste deel van de kavel. In de zomer is er geen schaduwwerking op omliggende percelen. Dit is in stedelijk gebied acceptabel. Voor het perceel van bezwaarmaker worden op basis van de bezonningsstudie geen problemen verwacht. Ad 2. De kas is weliswaar op dit moment niet meer aanwezig, maar planologisch is het bouwwerk nog wel steeds herbouwbaar. Indien hiervoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd zal de gemeente deze op basis van het bestemmingsplan moeten verlenen. Een broeikas of kortweg kas is een structuur van meestal glas en metaal die gebruikt wordt voor het kweken van planten in een beschermde omgeving. Bij een volwaardig agrarisch bedrijf zijn hier meestal verlichting en verwarmingsinstallaties in geplaatst die tot overlast kunnen zorgen in woongebied. Het betreft hier echter geen volwaardig agrarisch bedrijf. Op basis van het bestemmingsplan is gebruik van de gronden als cultuurgrond (grasland, akkerbouw, tuinbouw) toegestaan.

Het Activiteitenbesluit stelt gelet op de ligging binnen woongebied restricties aan het gebruik van de gronden en de installaties in de kas, maar maakt de realisatie van een kas niet onmogelijk. Ad 3. Het betreft een particulier initiatief dat door de gemeente getoetst is. Eind november 2019 is door de initiatiefnemer voor de omwonenden een informatiebijeenkomst georganiseerd, waarbij bewoners van dertien omliggende adressen aanwezig waren. De bewoners hebben vragen gesteld en hun zorg geuit over de ontsluiting vanaf de Robert Stolzhof (overlast, parkeren) en over het water (onderhoud, erfgoed, aanleg nieuwe sloot). De aanwezigen gaven in het algemeen aan de situatie liever bij het oude te laten en ontsluiting vanaf de Lageweg te prefereren. Door initiatiefnemers is er op gewezen dat het bestemmingsplan op dit moment agrarisch gebruik en de realisatie van een kas toestaat. Tijdens de informatieavond bleek dat de visies van de initiatiefnemer en de omwonenden ver uit elkaar liggen. Aanvrager heeft het plan niet aangepast naar aanleiding van de tijdens de informatiebijeenkomst gemaakte opmerkingen. Omwonenden hebben een gezamenlijke inspraakreactie gegeven, die ook door belanghebbende is ondertekend. Van de ondertekenaar is een vertegenwoordiger in de gelegenheid gesteld de brief en het bezwaar toe te lichten.

De omwonenden zijn geïnformeerd over de mogelijkheid van het indienen van een zienswijze in het kader van de nog te voeren planologische procedure. Daarvan wordt nu gebruik gemaakt. Het college en de gemeenteraad nemen onder afweging van de ingediende zienswijzen een definitief besluit inzake het verlenen van de omgevingsvergunning en het afgeven van de verklaring van geen bedenkingen. Voorts is er de mogelijkheid van het indienen van beroep.

12

Ad 4 en ad 5. Op de locatie is alleen sprake van een zwarte els in openbaar gebied. De bedoelde groene haag is een aantal struiken achter de schuur die hier als opschot zijn ontstaan. Der struiken zijn ruimtelijk nog dendroligsch van waarde. In het plan is groen langs het nieuwe ontsluitingspad voorzien en zullen vier nieuwe bomen worden geplant. Zie hiervoor het inrichtingsplan op pagina 11 rob. De weg zal in de toekomst openbaar zijn. De hoeveelheid groen in het openbaar gebied neemt hierdoor toe. Ad 6. Het betreft stedelijk gebied waarin twee woningen worden toegevoegd. Er is geen sprake van lange gevellengtes. Er worden geen materialen gebruikt die bekend staan als sterk geluid weerkaatsend. Het autoverkeer neemt niet noemenswaardig toe. Een groot deel van de kavel blijft onbebouwd. Op basis hiervan is nader onderzoek naar de akoestische effecten van de ontwikkeling niet noodzakelijk. Aan het einde van de nieuwe straat is een groenvoorziening bedacht, met struiken en kleinere bomen. Dit zorgt er voor dat, in combinatie met de bebouwing op de kavel, dat bedoelde kavel geen hinder ondervindt van inschijnende koplampen. Het verhinderen van het (overmatig) inschijnen van koplampen van voertuigen valt onder het beheer van de openbare ruimte. Het is de verantwoordelijkheid van bewoners zelf om voor een afscherming te zorgen op het eigen terrein waar dat mogelijk is.

Wanneer er (onacceptabele) hinder ontstaat die de bewoner niet op eigen terrein kan oplossen met maatregelen, kan de oplossing worden gezocht in de weginrichting of openbaar groen. Verkeer op een openbare weg dat niet kan worden toegeschreven aan een specifieke Wm-inrichting behoort tot het normale verkeersbeeld.

13

5.3 Zienswijze Unive tegen de ontwerp verklaring van geen bedenkingen en de ontwerp omgevingsvergunning. De zienswijze is ingediend op 2 november 2020 en is daarmee ontvankelijk. De zienswijze is ingediend door Unive namens hun cliënt die aan de Robert Stolzhof woont. 1. Cliënt woont direct naast en op korte afstand van de beoogde locatie. Het perceel grenst direct aan dat van mijn cliënt. Het perceel van cliënt bevindt zich aan de westzijde van beoogde locatie. Wanneer het plan doorgang vindt, wordt cliënt geconfronteerd met een aanmerkelijke inperking en aantasting van zijn woon- en leefomgeving. Cliënt geeft aan dat door dit ontwerpbesluit een op deze locatie te bouwen twee-onder-een-kap woning hem veel bezonning, privacy en uitzicht gaat ontnemen. 2. In het vigerende bestemmingsplan 'Kersenboogerd' is de grond bestemd als 'Agrarisch - Onbebouwd'. Ter plaatse van de aanduiding 'kas' (aan de oostzijde van het perceel, op 4,5 m van de tuinen van de aangrenzende woningen), mag op basis van het geldende bestemmingsplan een kas worden gerealiseerd. Ondanks het feit dat het bestemmingsplan de bouw van een kas mogelijk maakt, is dit niet toegestaan op basis van milieuwetgeving. Voorgaande leidt ertoe dat naar mening van cliënt onvoldoende is gekeken naar zijn belangen. 3.

Cliënt stelt zich op het standpunt dat hij als omwonende onvoldoende is betrokken bij de ontwikkeling van het ontwerpbesluit. Cliënt zal aanvullende informatie op een later tijdstip toezenden. Gelet op het voorgaande is cliënt dan ook van mening dat zijn belangen niet zijn betrokken bij de ontwikkeling van het ontwerpbesluit. 4. Er is een uitgebreid onderzoek ingesteld naar geldende wet- en regelgeving ten behoeve van de beoogde herontwikkeling van de Lageweg 11. Daarbij is ook gekeken naar de eventuele maatregelen die moeten worden getroffen om het woongenot van de beoogde woningeigenaren te waarborgen. Echter, uit het plan en de bijbehorende bijlagen wordt nergens aandacht besteed aan de akoestische impact die de komst van de woningen, bijbehorende bewoners en voertuigen met zich meebrengt voor de omwonenden. Een project van een dergelijk formaat zal een bepaalde geluidsweerkaatsing hebben, die van invloed is op het woongenot van cliënt. Dit geldt ook voor de voertuigen die verkeersbewegingen maken langs de woning van mijn cliënt. Er is in onvoldoende mate rekening gehouden met de impact die de komst van woningen zal hebben op de geluidsbelasting voor mijn client. Reactie Ad 1. Privacy, vermindering van zonlicht en uitzicht zijn aspecten die in het burenrecht (Burgerlijk Wetboek, boek 5, titel 4) zijn opgenomen.

Niet is gebleken dat het plan in strijd is met de het burenrecht. De bestaande woningen zijn nu door de ruimte tussen de tuinen op enige afstand van elkaar gesitueerd. De twee-onder-een-kapwoning heeft een noord-zuid oriëntatie. De plattegronden en gevels van de woningen zijn zodanig vormgegeven dat geen hinderlijke ‘inkijk’ in omliggende woningen en tuinen ontstaat. Vanuit de woning is er geen inkijk bij de woningen aan de oost- en westzijde. De bestaande woningen aan de noordzijde liggen op enige afstand, waardoor ook hier geen inkijk ontstaat. De tuinen grenzen wel aan elkaar. De tuinen van de twee-onder-een-kapwoningen zijn zodanig groot dat er geen effect op de privacy van de omliggende woningen wordt verwacht. Voor gebruik van de tuinen wordt uitgegaan van een gezond burgerverstand, zoals dat ook in bestaande woonwijken aanwezig is. In de indeling van de woningen (plattegrond) is rekening gehouden met het voorkomen van inkijk in omliggende woningen. De nieuwe woningen zijn aan de zijkant toegankelijk. Hier is geen verblijfsruimte gesitueerd, waardoor rekening is gehouden met de privacy van belendende woningen. Om de gevolgen van de planontwikkeling voor de zontoetreding in omliggende woningen te kunnen beoordelen is een bezonningsstudie uitgevoerd.

Voor wat betreft lichtinval zullen gezien de locatie van de woningen en de weg die de zon aflegt, alleen de woningen Robert Stolzhof 82 t/m 85 in de winterperiode in de namiddag beperking van lichtinval in de achtertuin ervaren. In voor- en najaar betreft dit slechts het achterste deel van de kavel. In de zomer is er geen schaduwwerking op omliggende percelen. Dit is in stedelijk gebied acceptabel. Voor het perceel van bezwaarmaker worden op basis van de bezonningsstudie geen problemen verwacht.

14

Ad 2. De kas is weliswaar op dit moment niet meer aanwezig, maar planologisch gezien is het bouwwerk nog wel herbouwbaar. Indien hiervoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd zal de gemeente deze op basis van het bestemmingsplan moeten verlenen. Een broeikas of kortweg kas is eens structuur van meestal glas en metaal die gebruikt wordt voor het kweken van planten in een beschermde omgeving. Bij een volwaardig agrarisch bedrijf zijn hier meestal verlichting en verwarmingsinstallaties in geplaatst die tot overlast kunnen zorgen in woongebied. Het betreft hier echter geen volwaardig agrarisch bedrijf. Op basis van het bestemmingsplan is gebruik van de gronden als cultuurgrond (grasland, akkerbouw, tuinbouw) toegestaan. Kasgebouwen op korte afstand van woningen zijn niet altijd mogelijk vanwege geluid- en lichtuitstraling. Dit kan ofwel omdat er niet kan worden voldaan aan de voorschriften uit het Activiteitenbesluit, ofwel omdat er niet kan worden voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Als een aanvraag voor een omgevingsvergunning voldoet aan de bestemmingsplanregels, kan het Activiteitenbesluit evengoed voor beperkingen zorgen. De ligging binnen woongebied stelt dus restricties aan het gebruik van de gronden en de installaties in de kas, maar maakt de realisatie van een kas niet onmogelijk. Ad 3. Het betreft een particulier initiatief die door de gemeente getoetst is.

Eind november 2019 is door de initiatiefnemer voor de omwonenden een informatiebijeenkomst georganiseerd, waarbij bewoners van dertien omliggende adressen aanwezig waren. De bewoners hebben vragen gesteld en hun zorg geuit over de ontsluiting vanaf de Robert Stolzhof (overlast, parkeren) en over het water (onderhoud, erfgoed, aanleg nieuwe sloot). De aanwezigen gaven in het algemeen aan de situatie liever bij het oude te laten en ontsluiting vanaf de Lageweg te prefereren. Door initiatiefnemers is er op gewezen dat het bestemmingsplan op dit moment agrarisch gebruik en de realisatie van een kas toestaat. Tijdens de informatieavond bleek dat de visies van de initiatiefnemer en de omwonenden ver uit elkaar liggen. Aanvrager heeft het plan niet aangepast naar aanleiding van de tijdens de informatiebijeenkomst gemaakte opmerkingen. Ambtelijk gezien is hier ook geen reden voor. Omwonenden hebben een gezamenlijke inspraakreactie gegeven, die ook door belanghebbende is ondertekent. Van de ondertekenaar is een vertegenwoordiger in de gelegenheid gesteld de brief en het bezwaar toe te lichten. De omwonenden zijn geïnformeerd over de mogelijkheid van het indienen van een zienswijze in het kader van de nog te voeren planologische procedure. Daarvan wordt nu gebruik gemaakt.

Het college en de gemeenteraad nemen onder afweging van de ingediende zienswijzen een definitief besluit inzake het verlenen van de omgevingsvergunning en het afgeven van de verklaring van geen bedenkingen. Voorts is er de mogelijkheid van het indienen van beroep. Daarmee heeft bezwaarmaker voldoende mogelijkheden zijn mening te laten horen. Ad 4. Het betreft stedelijk gebied waarin twee woningen worden toegevoegd. Er is geen sprake van lange gevellengtes. Er worden geen materialen gebruikt die bekend staan als sterk geluid weerkaatsend. Het autoverkeer neemt niet noemenswaardig toe. Een groot deel van de kavel blijft onbebouwd. Op basis hiervan is nader onderzoek naar de akoestische effecten van de ontwikkeling niet noodzakelijk. Aan het einde van de nieuwe straat is een groenvoorziening bedacht, met struiken en kleinere bomen. Dit zorgt er voor dat, in combinatie met de bebouwing op de kavel, dat bedoelde kavel geen hinder ondervindt van inschijnende koplampen. Het verhinderen van het (overmatig) inschijnen van koplampen van voertuigen valt onder het beheer van de openbare ruimte. Het is de verantwoordelijkheid voor de bewoner zelf om voor afscherming te zorgen op het eigen terrein waar mogelijk. Wanneer er (onacceptabele) hinder ontstaat die de bewoner niet op eigen terrein kan oplossen met maatregelen kan de oplossing worden gezocht in de weginrichting of openbaar groen.

Verkeer op een openbare weg dat niet kan worden toegeschreven aan een specifieke Wm-inrichting behoort tot het normale verkeersbeeld.

15

5.4 Zienswijze van de heer … , bewoner van de Robert Stolzhof. De zienswijze richt zich tegen de ontwerp verklaring van geen bedenkingen en de ontwerp omgevingsvergunning. De zienswijze is ontvangen op 28 oktober 2020 is daarmee ontvankelijk. Indiener is een bewoner van de Robert Stolzhof. Zienswijze 1. Er kan alleen een omgevingsvergunning worden verleend als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Ik ben van mening dat hier geen sprake van is. Daarnaast ben ik van mening dat de verklaring van geen bedenkingen geweigerd moet worden in het belang van een goede ruimtelijke ordening. 2. In het beeldkwaliteitsplan DE LINTEN van juni 2002 wordt dit perceel door het college aangewezen als consolidatiegebied. Hoofdstuk 4.1 van het beeldkwaliteitsplan bestempeld dit oostelijk deel als: Juist de entree van Hoorn is de representatieve waarde van de Lageweg van groot belang. Het landelijk beeld dat oorspronkelijke linten vertonen dient men te respecteren. Hierdoor is de Lageweg 11 aangewezen als Consolidatiegebied. In consolidatiegebieden zijn de reeds aanwezige landschappelijke stedenbouwkundige en/of architectonische eigenschapen van een zodanige kwaliteit dat het beleid vooral gericht moet zijn op handhaven (consolideren) van de bestaande kwaliteiten.

Hoofdstuk 4.3 Beleidsaccenten tot in relatie tot de Westandnota staat vermeld: Consolidatiegebieden kunnen worden benoemd tot bijzondere welstandsgebieden met criteria m.b.t. respect voor en waar nodig behoud van de bestaande context. Dit beeldkwaliteitsplan is daarom een goede basis voor de in het kader van de Woningwetwijziging te maken Welstandsnota, aangezien hierin voor de zes behandelde linten reeds een gedegen analyse en beleidsvertaling is gemaakt, met uitgebreide beoordelingscriteria. Door het afgeven van de verklaring van geen bedenkingen gaat u tegen uw eigen beleid ter bescherming van consolidatiegebieden in. Hoofdstuk 5.3 geeft de eisen aan ten aanzien van bebouwing aan het lint. Het ingediende plan wijkt hier op vele punten van af: Kavelsplitsing ten behoeve van nieuwbouw is niet toegestaan. Bij het ingediende plan gebeurt dit wel. Bijgebouwen dienen achter de hoofdbebouwing geplaatst te worden. Bij het ingediende plan zijn geen bijgebouwen aangegeven, ook geen bergingen. De bouwmassa en gebouwvorm moet overeen komen met de omliggende woningen. Het ingediende plan wijkt hier in af. Alleen de contouren lijken op de omliggende woningen van het Robert Stolzhof. De kenmerkende kleuren en de hoekige vormen van de kozijnen van het onder architectuur aangelegde Robert Stolzhof zijn niet in het ingediende plan opgenomen.

Het dak van de nieuw te bouwen woningen wordt vervaardigd van Koramic Datura vlakke donkere dakpannen. De woningen waaraan gerefereerd wordt, hebben allen gebolde dakpannen in de kleur Hollands Rood. Hierdoor kan geen sprake meer zijn van een overeenkomst met omliggende woningen. Omdat er sprake is van gewenst landschappelijk karakter gaat de voorkeur uit naar architectonische individuele eenheden met een uitstraling van een traditionele bouwstijl. Het ingediende plan behelst een twee onder een kap woning die aansluit op de modernere omliggende woningen. Hierdoor wordt niet aan dit punt voldaan. Bestaande oriëntatie mogelijkheden en zichtassen zullen in stand worden gehouden. Door het opsplitsen van het perceel en de bouw van de woningen zal de huidige zichtas worden onderbroken. De herkenbaarheid van de Linten wordt versterkt door de aanwezige watergangen te behouden en te overbruggen in plaats van te dempen. In het aanvraagformulier wordt aangegeven dat er een dam voorzien van doorrijbeveiliging en duiker zal worden toegepast. Dit is in strijd met het beeldkwaliteitsplan. 3. Het bestemmingsplan Kersenboogerd verwijst in hoofdstuk 1.3 expliciet naar het beeldkwaliteitsplan de Linten.

Tevens wordt hierin aangegeven: Om resterende gebieden in de stad te behouden, heeft het college van burgemeester en wethouders in 2006 aangegeven met de nieuwe stedelijke invullingen groene gebieden zeer selectief te zijn. Hoofdstuk 2 artikel 2 Stedenbouwkundige kenmerken wijdt een gehele pagina aan het belang van de linten en het aangezicht hiervan en is overgenomen in de Welstandsnota Hoorn. Enkele passages uit hoofdstuk 2.2 waaraan de aanvraag niet voldoet treft u hieronder: Het oostelijk deel van de Lageweg is in het Beeldkwaliteitplan getypeerd als landelijk lint en benoemd tot consolidatiegebied. In dit lintdeel heeft het

16

4.

5.

6.

7.

zicht op het landschap aan de zuidzijde een belangrijke waarde. Behoud van de doorkijken naar de achterliggende woongebieden is één van de belangrijke uitgangspunten. Het bestemmingsplan gaat uit van een beschermend beleid van zowel de essentiële stedenbouwkundige kenmerken als de kenmerken van de bebouwing en de openbare ruimte zelf, met name in het oostelijk deel van het lint van de Lageweg, maar ook in de tuin stedelijke woongebieden. Er worden in het woongebied geen parken, buurtgroen en/of volkstuinen opgeofferd om woningen te bouwen. Om die reden, maar ook ten behoeve van de leefbaarheid, is het uitgangs- punt dat er in principe geen verdere verdichting met woningbouw binnen de wijk Kersenboogerd zelf wordt toegestaan. Hoofdstuk 5 artikel 3 Woonbestemmingen heeft een alinea gewijd aan privacy van reeds aanwezige bebouwing. Nadere eisen ten aanzien van de bebouwingsbepalingen is een mogelijkheid opgenomen om nadere eisen te stellen. De nadere-eisenregeling biedt de mogelijkheid aan het college van burgemeester en wethouders om in concrete situaties in het kader van het verlenen van een bouwvergunning sturend op te treden door het opnemen van nadere eisen in de bouwvergunning. De eisen kunnen worden gesteld ten behoeve van het behoud van een goede woonsituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Er kan gedacht worden aan de bezonning en privacy en de toegankelijkheid van de aangrenzende gronden. In het huidige plan is onvoldoende tot geen rekening gehouden met de privacy van de omwonenden. De nieuw aan te leggen toegangsweg heeft een ligging haaks op het perceel van Robert Stolzhof 83-85. Door deze ligging zal dit in de schemeruren resulteren in het verblindend inschijnen in de woning van voertuigverlichting. Deze overlast hadden de bewoners nooit kunnen voorzien en geeft een belemmering van hun privacy. In de huidige situatie bedraagt de kleinste afstand tussen de woningen kavel 34 meter en 50 meter tussen de gevels. Met deze afstanden kan met niet spreken over inkijk zoals wordt gesuggereerd in de aanvraag maar spreekt men over vrij uitzicht. De aanvrager stelt dat door het plaatsen van een woning in het midden van dit vrije uitzicht het zichtbeeld wordt onderbroken en daardoor de privacy er op voorruit gaat. Na plaatsing van de nieuwe twee onder één kap woning zal deze afstand verkleinen tot 10 meter en zal er dus meer inkijk tot gevolg hebben. De afstanden tussen de tuinen zal verkleinen naar 3,6 meter (de breedte van de sloot). Dit zal een verslechtering van de privacy tot gevolg hebben. De bezonningsstudie geeft alleen de studie voor de te plaatsen twee onder één kap woning. In het plan worden ook bomen aangebracht op het nieuw te ontwikkelen perceel.

Welke boomsoort wordt niet aangegeven. Indien dit een boom is welke een grote hoge kruin heeft, zal dit extra schaduw creëren op de aangelegen reeds bestaande percelen. Akoestisch onderzoek Uit het akoestisch onderzoek, dat in het kader van de realisatie van de woningen is uitgevoerd, blijkt dat, als gevolg van het verkeer op de N506, een hogere geluidsbelasting optreed dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB zoals aangegeven in de Wet geluidhinder. De hoogste geluidbelasting bedraagt voor beide woningen 55 dB. In het onderzoek wordt de verhoging van de geluidsbelasting voor de omliggende reeds bestaande woningen niet meegenomen. Indien de twee onder één kap woningen gerealiseerd worden, zal dit als gevolg van weerkaatsing ook verhogen. De gevolgen van deze verhoging op de gevel en inpandig van de reeds bestaande woningen zijn niet inzichtelijk gemaakt. Hierdoor is niet vast te stellen of deze binnen de wettelijke norm van 48dB en 33dB blijft. Aanmeldnotitie vormvriie M.E.R.-beoordeling In de aanmeldnotitie vormvrije M.E.R.-beoordeling wordt voor hulpverlening en zelfredzaamheid aangegeven dat de kavel vanaf de oostzijde en westzijde goed te bereikbaar is. Omdat deze percelen door een bescheiden sloot van de planlocatie wordt gescheiden. Hetzelfde document geeft eerder aan dat aan de zuidzijde een sloot van 6 meter breed zal worden gegraven.

Hierdoor is de bereikbaarheid van het zuiden niet bescheiden en kan niet worden gebruikt als vluchtweg. Aangeleverde overzichtstekening In de aangeleverde overzichtstekening zijn alle sloten weergegeven met een breedte kleiner dan drie meter. In de aanmeldnotitie hoofdstuk 4.3 Archeologie en cultuurhistorie wordt aangeven: Oorspronkelijke kavelsloten houden hun huidige uitstraling. Deze liggen aan weerszijden van de nieuwe woningen. De achtererfsloot en de nieuwe

17

kavelsloot aan de achterzijde van de kavel Lageweg 11 zullen wel de door het hoogheemraadschap gewenste minimum breedte van 6 m krijgen. Hierdoor is het niet duidelijk: • Wat zijn de juiste afmetingen van de nieuw te graven sloten? • Wat is de indeling van het terrein? • Wat zijn de exacte gevolgen voor de zichtlijnen vanaf de Lage weg? • Wat zijn de directe gevolgen voor de omwonenden? Door het ontbreken van deze essentiële gegevens, kunt u als raad geen gedegen beslissing nemen. 8. Verkennend bodemonderzoek Op de daken van de te slopen schuren is volgens het verkennend bodemonderzoek asbest geconstateerd. In de aanmeldnotitie wordt alleen aangegeven dat deze zullen worden gesloopt. Over de gevaren van het aanwezige asbest wordt niet gesproken. Aangezien het dak van de te slopen schuur een oppervlakte heeft van meer dan 35 vierkante meter, dient dit door eengecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf te gebeuren in combinatie met een ingediend sloopplan. Uit de aangeleverde stukken blijkt niet dat er een sloopplan is ingediend. 9. Aansluiting Robert Stolzhof Het te ontwikkelen perceel wordt volgens de aanvraag ontsloten aan het Robert Stolzhof waar zich nu een stuk groen bevind. Op 18 juni 2020 hebben de aangrenzende bewoners getracht dit stuk grond te kopen.

Deze aanvraag is door de gemeente op 5 augustus 2020 definitief afgewezen met als onderbouwing: De college en de raad willen af van bouwwerken en grijs in het woonbeeld. Bij uitgifte van deze strook is de kans aanwezig dat er schuttingen op de erfgrens komen te staan. Alles omsluiten is niet het stadsbeeld wat we willen. In het straatbeeld moet meer groen aanwezig zijn. Het stedenbouwkundige karakter van de straat, het behoud van het groenbeeld, dat is een zwaarwegend punt in de afwijzing. De volgens de aanvraag te realiseren ontsluiting zal niet aan deze wens van het college en de raad kunnen voldoen. Daarom is een ontsluiting op deze locatie niet mogelijk en is het afgeven van een verklaring tot geen bedenkingen in strijd met het gelijkheidsbeginsel. 10. Bouwbesluit van 2020 Afdeling 4.5 artikel 4.30 lid 1 het bouwbesluit van 2020 verwijst naar een op te nemen berging bij een te bouwen woonfunctie. Een te bouwen woonfunctie, anders dan een woonfunctie waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers worden geboden, heeft een afsluitbare bergruimte om fietsen of scootmobielen beschermd tegen weer en wind te kunnen opbergen. In het ingediende plan is geen berging opgenomen en voldoet daarom niet aan het bouwbesluit. 11. Algemene Wet Bestuursrecht In artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht is het evenredigheidsbeginsel aangegeven.

Hierin wordt aangegeven dat De nadelige gevolgen vaneen besluit mogen echter voor één of meer belanghebbenden niet onevenredig zijn in de verhouding met de tot het besluit te dienen doelen. Door de aanvraag goed te keuren, stelt u het financiële belang van één persoon boven dat van de meer dan 20 omwonenden en is dan in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Zoals de wethouder zelf in de commissievergadering van 16 juni 2020 heeft aangegeven wordt door de realisatie van een twee onder één kap woning het in de aanvraag genoemde woningtekort niet opgelost. Dit is dan ook geen zwaarwegend argument en weegt niet op tegen de nadelige gevolgen van het besluit voor de omwonenden. De afgelopen jaren is het perceel Lageweg 11 vaak van eigenaar gewisseld. Al deze eigenaren hebben plannen ingediend om woningen op het perceel te realiseren. Al deze verzoeken zijn door het college in een vroeg stadium afgewezen. Het college maakt niet duidelijk waarom deze aanvraag wel tot een verklaring van geen bedenkingen is gekomen en is dan ook in strijd met Vertrouwensbeginsel en Rechtszekerheidsbeginsel zoals genoemd in de Algemene wet bestuursrecht. In het raadsvoorstel van juni 2020 wordt in hoofdstuk 1 aangegeven dat de belangen van de omwonenden worden gewogen.

In hoofdstuk 6 van de aanvraag (Maatschappelijk draagvlak) wordt aangegeven dat er niets is gedaan met de door de bewoners gemaakte opmerkingen. Buiten de bijeenkomst op 27 november 2019 is er geen overleg of communicatie met de omwonenden geweest. Hieruit blijkt dat het belang van de omwonenden in zijn geheel niet is meegenomen. Ook hier overschrijdt de raad het Vertrouwensbeginsel zoals genoemd in de Algemene wet bestuursrecht. In de informatiebrief van 23 juni 2020 aan de leden van de raad geeft wethouder Helling zelf het belang van het Beeldkwaliteitsplan De Linten aan. Hij wijst de raad er zelfs op dat er een geactualiseerd BKR komt waarbij de uitgangspunten voor wat betreft woningbouwontwikkeling aan de

18

Linten in grote lijnen overeen komt, namelijk tweedelijns bebouwing wordt niet toegestaan. Toch wordt hier zonder onderbouwing van afgeweken. Een uitzondering die de wethouder aangeeft is het opsplitsen van het voor- en achtererf. Wat de wethouder niet vermeldt is dat in hoofdstuk 5.3 van het BKR staat vermeldt kavelsplitsing ten behoeve van nieuwbouw niet is toegestaan. Door dit niet te vermelden heeft de wethouder de raad niet volledig geïnformeerd en schendt hierbij het zorgvuldigheidsbeginsel zoals genoemd in de Algemene wet bestuursrecht. Conclusie De aanvraag is in strijd met: • Meerdere artikelen in het beleidsplan de Linten; • Meerdere artikelen in het bestemmingsplan de Kersenboogaard; • Het bouwbesluit 2020; • Het gelijkheidsbeginsel zoals genoemd in de Awb. • Het evenredigheidsbeginsel zoals genoemd in de Awb. • Het vertrouwensbeginsel zoals genoemd in de Awb. • Het zorgvuldigheidsbeginsel zoals genoemd in de Awb. De aanvraag bevat meerdere tegenstrijdigheden in de aangeleverde documenten. - Niet alle benodigde documenten zoals een asbest sloopplan zijn ingediend bij de aanvraag. - De directe en toekomstige gevolgen van de nieuwbouw voorde omwonenden zijn niet volledig in kaart gebracht. - Tekeningen en omschrijving komen niet overeen met elkaar waardoor niet duidelijk is wat de aanvraag behelst.

- Hulpverlening voor bewoners van nieuw te bouwen woningen kan niet gegarandeerd worden omdat deze niet van meerdere zijden te bereiken dan wel te verlaten is. - Door het afgeven van de verklaring van geen bedenkingen gaat u tegen uw eigen beleid ter bescherming van consolidatiegebieden in. - De nieuw aan te leggen ontsluiting met het Robert Stolzhof kan niet op de aangegeven locatie gerealiseerd worden omdat het college en de raad op deze locatie het groen wil behouden. Reactie Ad 1. De bij de omgevingsvergunning gevoegde ruimtelijke onderbouwing toont aan dat, na zorgvuldig onderzoek, er geen zwaarwegende redenen zijn om vanuit beleidsmatig, ruimtelijk, milieutechnisch of maatschappelijk opzicht de vergunning niet te verlenen. In de ruimtelijke onderbouwing zijn de bovengenoemde aspecten zorgvuldig onderzocht en afgewogen. Er is daarom sprake van een goede ruimtelijke ordening. Ad 2. Zie ook hoofdstuk 4. Het Beeldkwalitetsplan De Linten is een beleidsdocument uit 2002 dat is verankerd in actueel beleid, zoals geldend bestemmingsplan, omgevingsvisie en welstandsnota. In goed overleg met de afdeling stedenbouw van de gemeente zijn de randvoorwaarden voor de ontwikkeling. van de locatie bepaald. Er heeft een zorgvuldige ruimtelijke afweging plaatsgevonden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=d40e30da-a8c7-467b-a008-0280a59fc61a