CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Nota van Uitgangspunten Jan Willemszstraat 18

Algemene Raadscommissie - Raadzaal 11 oktober 2022, gemeente HoornBij agendapunt: Nota van uitgangspunten ontwikkeling Jan Willemszstraat 18 (Wethouder van der Ven & Assendelft)12.302 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarnaast moet de bevolkingsopbouw in goede verhouding zijn qua leeftijd en qua grootte van huishoudens. 4.13 Energie en duurzaam bouwen 4.13.1 Kader De afspraken over duurzaamheid worden nader vastgelegd in: • Nota van uitgangspunten, • Anterieure overeenkomst of realisatieovereenkomst, • Bestemmings- en stedenbouwkundige plannen. Er wordt ingezet op het bevorderen van verantwoordelijkheid bij ontwikkelaars en ontwikkelende bouwers voor de kwaliteit van hun eindproduct. Dit gebeurt door: • Aan het begin van het proces, door de vereiste prestaties op te nemen in de NvU. • Vervolgens in het bestek door bij oplevering inzichtelijk te maken dat de verlangde prestatie in de praktijk is behaald. • Uiteindelijk aan het einde van het proces door via meting en beoordeling (gecertificeerde) proeven te doen om zo de eindkwaliteit vast te leggen. De opleverkwaliteit moet dus tenminste gelijk zijn aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012 en aan de kwaliteit die bij aanvang van de bouw is overeengekomen. Voor zolang de ambities uit dit document nog niet in bestaand beleid is vertaald zal het programma Duurzame Stad ondersteunen bij het praktisch vertalen van de eisen en voorwaarden binnen geselecteerde projecten. Hierbij geldt dat voor de projecten het budget moet worden georganiseerd om zowel de specifieke maatregelen te onderzoeken als de uitvoering.

In de navolgende paragrafen wordt per duurzaamheidsthema ingegaan op de uitgangspunten die de gemeente hanteert. Bij de uitwerking van het initiatief moet worden aangetoond dat het initiatief voldoet aan de uitgangspunten en eisen die zijn gesteld en moet worden onderbouwd in hoeverre de gestelde ambities in het initiatief zijn verwerkt. 4.13.2 Energietransitie In het verlengde van paragraaf 3.6 gelden de volgende aanvullende ambities: - Wanneer mogelijk zal bij gronduitgifte zal de gemeente een hogere energie-ambitie vastleggen in de gemeentelijke bouwverordening. In de tabel hieronder staat de vast te leggen hogere ambitie (BENG+): BENG BENG+ BENG+ Meerlaags Grondgebonden Beng 1 (kWh/m2 .jr) Conform wettelijk grondslag

26

-

-

-

-

Beng 2 (kWh/m2 .jr) Beng 3 (% DE) 80% 70% BENG 1 blijkt maatwerk en niet voor elke woning hetzelfde. Door strengere eisen aan BENG 1 blijkt de patiowoning te worden uitgesloten. Voor vrijstaande en hoekwoningen is deze buitenproportioneel en voor meergezinswoning is de standaard eis BENG 2 te hoog. Daarom wordt bij voorkeur gekeken naar de totale CO2 prestatie. De gemeente Hoorn is aardgasvrij in 2040. Om dat te bereiken werkt de gemeente Hoorn aan collectieve duurzame warmte met een warmtenet en worden kleinschalige (buurt)warmteinitiatieven ondersteund. Binnen een bouwplan moet rekening gehouden worden met externe warmtelevering. Wanneer het woningbouwplan in de buurt ligt van potentiële uitbreidingslocaties van het warmtenet, dan moet de optie om aan te sluiten op het warmtenet in de ontwerpfase worden meegenomen. De keuze om aan te sluiten wordt gemaakt in de VO-fase (voorlopig ontwerp). De gemeente legt het contact met het betreffende initiatief voor verdere afstemming van o.a. de (reken)uitgangspunten (EOR). Programma Duurzame Stad zal ondersteunen bij het organiseren van een gesprek met de ontwikkelaar en de warmtenetpartner m.b.t. deze mogelijkheid. De ‘Woningmakers’ en HVC leggen hun planningen naast elkaar en bespreken waar kansen liggen om nieuwbouw aan te sluiten op het warmtenet.

In gebieden met veel initiatieven voor bodemenergie wil de gemeente voorkomen dat minder efficiënt gebruik gemaakt wordt van de ruimte om bodemenergie te winnen. In dit geval zal de gemeente bepalen of het aanwijzen van een interferentiegebied nodig of wenselijk is. Als er elektrisch verwarmd gaat worden met warmteoplossingen die een hoge piekvraag kennen (Infrarood-, weerstandverwarming en luchtwarmtepompen) dan betekent dit ook iets voor de vraag naar elektriciteit. De ontwikkelaar moet bij Liander navraag doen of de capaciteit voldoende is voor de aansluitingen in het gebied. Er wordt fysieke ruimte opgenomen in bestemmings- en/of stedenbouwkundig plan om duurzaam bouwen te stimuleren of te faciliteren. Bij de aanleg van een warmtenet wordt standaard een paragraaf ‘kabels en leidingen’ opgenomen in de plannen. Dit is nodig om ondergronds voldoende capaciteit te houden voor het elektriciteitsnetwerk. Alle nieuwbouwwoningen zijn geschikt voor het plaatsen van zonnepanelen, indien mogelijk in combinatie met een groen dak. De gemeente Hoorn ondersteunt geen verwarmingsoplossingen op basis van het verbranden van biomassa.

4.13.3 Mobiliteit De gemeenteraad heeft in 2019 het besluit genomen om meer stad te worden. Daarnaast is in het collegeakkoord afgesproken om in te zetten op een aantrekkelijke, economische, goed bereikbare, veilige en duurzame stad. De mobiliteitsvisie geeft daar invulling aan. Deze visie is op 7 juli 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Ambities a. Bij nieuwe woningen en woningen die een ingrijpende renovatie zullen ondergaan bestaat de ambitie om per 10 parkeervakken 1 oplaadpunt te realiseren; b. 15% van de parkeerplaatsen direct geschikt te maken om het elektrisch laden van auto’s mogelijk te maken; c. Zorgen voor relatief voldoende elektrische oplaadpunten voor fietsen; d. We zetten in op een kwaliteitsverbetering voor lopen, fiets en het OV. In wijken maken we bredere stoepen en voorkomen we obstakels; e. In de nieuwe wijken staat comfort voor langzaam verkeer voorop, zo staat de fiets dichterbij geparkeerd dan de auto. Ook zien we gebiedsontwikkelingsprojecten als vliegwiel voor innovaties, bijvoorbeeld voor deelvervoer. Dit kunnen auto’s zijn, maar ook elektrische (bak)fietsen; f. Er wordt prioriteit gelegd bij het reizen met een ander vervoermiddel dan de auto.

4.13.4 Circulaire Economie en Materiaalgebruik In het verlengde van paragraaf 3.6 gelden de volgende aanvullende ambities: - Bij de materiaalkeuze en het gebouwontwerp gaan voor maximaal waarde behoud van grondstoffen. - Maatregelen waarmee de MPG kan worden verlaagd zijn het toepassen van biobased materialen, zoals hout, isolatie met grassen en het gebruik van hergebruikte of gerecyclede

27

-

-

materialen, zoals beton, bakstenen, elektrische installaties en dergelijke. Onderhoudsvrije materialen kunnen hierin een rol spelen. Er wordt gestreefd naar het realiseren van een MPG van € 0,7/m2 BVO. Minimaal 20% van het gebruikte materiaal is gerecycled. Of de ontwikkelaar laat zien waar hij specifiek aandacht besteedt aan circulair bouwen. De milieubelasting van bouwmaterialen kan ook worden beperkt door compact te bouwen (beperk het aantal wanden, hoeken en materiaal-intensieve afwerkingen), flexibel te bouwen en het materiaalverlies te beperken. De detaillering zodanig uitvoeren dat vervanging en hergebruik van gebouwonderdelen mogelijk is en de te verwijderen materialen herbruikbaar zijn. Er wordt een materialenpaspoort opgesteld. Hierin worden ten minste de materialen die in een gebouw zitten en de kwaliteit en hoeveelheid van deze materialen vastgelegd. Het materialenpaspoort wordt binnen het project opgesteld door de gemeente, of een bureau dat in opdracht werkt van de gemeente, in samenspraak met ontwikkelaars en leveranciers. De kosten van het materialenpaspoort komen ten laste van het project.

4.13.5 Klimaatadaptatie en Biodiversiteit In het verlengde van paragraaf 3.6 gelden de volgende aanvullende ambities: - De tuinen, parkeerplaatsen en het gebied worden alleen wanneer noodzakelijk verhard. Het overige wordt groen ingericht. Hierdoor kan voldoende water worden afgevoerd en het is goed voor de biodiversiteit. Groenstructuren en verschillende soorten groen zijn van belang. Dit vermindert hittestress en draagt bij aan een gezonde leefomgeving. Voor privé tuinen kunnen deze voorwaarden niet dwingend worden opgelegd, daar kan wel voorlichting worden gegeven. - In de plannen wordt 5% kavelgroen en 20% groen dak gerealiseerd. - Waar mogelijk wordt waterdoorlatende verharding toegepast. - Zorgen voor een voorziening voor het opvangen van regenwater voor later gebruik.

28

5.Technische voorwaarden 5.1 Kabels en leidingen Voor de aanleg van kabels, leidingen en andere nutsvoorzieningen moet de ontwikkelaar in overleg treden met de nutsbedrijven. De volledige coördinatie met de nutsbedrijven ligt bij de ontwikkelaar. Schakelkasten, trafohuisjes, CAI-kasten, brandkranen en dergelijke moeten binnen de plangrenzen opgenomen worden. De kosten van het verleggen van kabels en leidingen zijn voor rekening van de ontwikkelaar. Dit geldt zowel binnen de plangrenzen als ook in de openbare ruimte. 5.2 Energie en duurzaam bouwen Zie 4.13. 5.3 Afvalinzameling Voor de huisafvalinzameling wordt verwezen naar de LIOR versie 5 maart 2020. Uitgangspunt is de plaatsing van een ondergrondse container. Als alternatief zijn rolcontainers, die inpandig moeten worden opgeslagen, bespreekbaar. Ontwikkelaar stemt met HVC af over de definitieve locatie en bereikbaarheid van de ondergrondse afval- of rolcontainers. 5.4 Keurmerk wonen Het Politiekeurmerk Veilig Wonen is een keurmerk voor woningen die in een bepaalde mate zijn beveiligd. Bij woningen die het keurmerk krijgen, zijn inbraakvertragers aangebracht en hebben geen zwakke plekken die het een inbreker makkelijk maken om de woning binnen te komen. De ontwikkelaar zal het Politiekeurmerk Veilig Wonen aanvragen en het resultaat daarvan delen met de gemeente. Onderstaande link kan hiervoor worden gebruikt.

https://www.politiekeurmerk.nl/politiekeurmerk-veiligwonen-voor-projectontwikkelaars 5.5 Bereikbaarheid Cluster Mobiliteit legt het plan voor aan de Adviesgroep Verkeer van de gemeente Hoorn. In deze adviesgroep zitten onder andere de nood- en hulpdiensten die een reactie / advies op het plan zullen geven. Ook wordt de vraag voorgelegd wat zij vinden van het verzoek van omwonenden om eenrichtingsverkeer in te voeren. Hun reactie/advies wordt teruggekoppeld naar de projectontwikkelaar en omwonenden. 5.6 Milieuonderzoeken en andere onderzoeken De ontwikkelaar is verantwoordelijk voor het (laten) opstellen van een aantal omgevingsonderzoeken. Echter het aanleveren van de benodigde onderzoeken maakt onderdeel uit van fase 2 van de IOK (artikel 5, lid 4). Dit dient plaats te vinden door een technisch gekwalificeerd bureau. De onderzoeken worden waar nodig om advies voorgelegd aan een aantal andere overheden. Dit betreft onder andere de Omgevingsdienst Noord-Holland-Noord, het HHNK en de Veiligheidsregio. De onderstaande onderzoeken zijn in ieder geval aan de orde: a. Luchtkwaliteit b. Flora en fauna c. Geluid d. Externe veiligheid e. Ladderonderbouwing f. Beeldkwaliteitsplan g. Bodemkwaliteit h. Wateronderzoek/ watertoets i. Aerius berekening stikstofdepositie j. Bezonning k. Aanmeldnotitie vormvrije MER beoordeling l. Bedrijf en milieuzonering.

5.7 Riolering Riolering moet aangelegd worden conform de LIOR.

29

6 Vervolg 6.1 Procesbeschrijving De voorbereiding en realisatie van dit project wordt conform het projectmatig werken uitgevoerd. Dit houdt in dat er een gemeentelijke projectmanager is aangesteld, een projectteam is gevormd en conform een vaste werkwijze, zoals opgenomen in de intentieovereenkomst (maar ook hierna) naar een concreet bouwplan wordt gewerkt. Projectorganisatie: - projectmanager - projectteam: adviseurs van Communicatie, RO, Wonen, Verkeer, Stedenbouw en Grondzaken - incidentele ondersteuning adviseurs van het ingenieursbureau, Erfgoed, Omgevingsdienst, Veiligheidsregio, GGD, HHNK - ontwikkelaar - architect Proces Met een NvU worden de uitgangspunten voor de planontwikkeling benoemd. Het concept van de NvU is gedeeld met de ontwikkelaar die in de gelegenheid is gesteld om hier op te reageren. Het definitieve concept is vervolgens ook gedeeld met de ontwikkelaar. Vervolgens is de concept NvU aan het college aangeboden ten behoeve van het vrijgeven voor participatie en voor meningsvorming door de gemeenteraad. De NvU maakt onderdeel uit van een participatieproces dat wordt georganiseerd door de ontwikkelaar. Na deze participatieronde wordt de NvU meningsvormend naar de gemeenteraad gestuurd. Nadat participatie heeft plaatsgevonden wordt de NvU, al dan niet aangepast, aan het college aangeboden ter definitieve vaststelling. De NvU heeft een voorlopig karakter.

Op basis van de NvU wordt de plankostenscan geüpdatet. Op basis van het bedrag uit de plankostenscan en de werkzaamheden opgenomen in de IOK wordt het tweede door de ontwikkelaar te betalen bedrag bepaald door Grondzaken. Vervolgens worden in de 2e fase van de IOK door de ontwikkelaar de benodigde onderzoeken gedaan die een afbreukrisico vormen voor het bouwplan. Welke onderzoeken dit betreft en door wie ze worden uitgevoerd is vastgelegd in de IOK en opgenomen in paragraaf 5.6 van deze nota. Op basis van de nota van uitgangspunten, de onderzoeken en de participatie kan het bouwplan door de ontwikkelaar worden uitgewerkt. Het gemeentelijke projectteam zal de ontwikkelaar hierin begeleiden. Wanneer het bouwplan is uitgewerkt tot een voorlopig ontwerpbouwplan, dat ruimtelijk passend en economisch uitvoerbaar wordt gevonden kan de anterieure overeenkomst worden opgesteld. In de anterieure overeenkomst worden alle vervolg afspraken vastgelegd waaronder: - Het (stedenbouwkundig)plan op basis waarvan het bestemmingsplan/omgevingsplan wordt gemaakt. - Overige uitgangspunten ten behoeve van bestemmingsplan/omgevingsplan, zoals parkeernormen, woningbouw categorieën, m2 overige functies, etc. - Afspraken omtrent opstellen ruimtelijke procedure (indien van toepassing aanpassing onder de Omgevingswet). - Afspraken omtrent inrichting en oplevering openbare ruimte (indien van toepassing).

- Totale kostenverhaal, waaronder resterende plankosten en planschade. - Wijze afstemming buurt. - Planning. - Garanties/zekerheidsstelling. - Indien nodig fasering. - Indien nodig gronduitgifte/aankoop. De voorbereiding van de planologische procedure kost de gemeente de nodige tijd en geld. Denk hierbij onder andere aan opstellen en controleren van het concept omgevingsplan, het laten uitvoeren en

30

controleren van diverse onderzoeken en het verplichte overleg met verschillende instanties. De gemeente Hoorn sluit daarom de anterieure overeenkomst, voordat de gemeente start met de (vervolg) werkzaamheden. Het sluiten van de anterieure overeenkomst is de bevoegdheid van het college. Het college zal zich inspannen voor het voeren van de noodzakelijke planologische procedure om het bouwplan mogelijk te maken. De raad zal uiteindelijk bij het verzoek tot vaststelling van het bestemmingsplan/omgevingsplan hierover nog moeten besluiten. De totale procedure zoals opgenomen in de Nota Kostenverhaal is hieronder schematisch weergegeven: De voorgestelde werkwijze lijdt tot het volgende proces: Oriëntatiefase

Intentiefase

Voorbereidingsfase

Realisatiefase

Bouwinitiatief

Nota Van Uitgangspunten *

Anterieure overeenkomst *

HIP

Betaalmoment 2

Betaalmoment 3

Intentie Overeenkomst *

Onderzoeken

Overige onderzoeken

Inwerkingtreding bestemmingsplan en verlenen omgevingsvergunning*

Plan uitwerking Betaalmoment 1 Voorlopig ontwerp

Start nieuw best. plan Planologische procedure **

Betaalmoment 4 Start bouw

* = besluitvorming college ** = besluitvorming college en gemeenteraad 6.2 Planologische procedure Omdat het plan in strijd is met het geldende bestemmingsplan dient een planologische procedure gevoerd te worden, waarbij kan worden gekozen voor een bestemmingsplan procedure of een uitgebreide afwijkingsprocedure op grond van de Wabo. Ontwikkelaar heeft gekozen voor een uitgebreide afwijkingsprocedure. Omdat naar alle waarschijnlijk per 1 januari 2023 de Omgevingswet in werking treedt en de Wabo hiermee komt te vervallen, dient de aanvraag om omgevingsvergunning op grond waarvan de uitgebreide afwijkingsprocedure kan worden gevoerd voor 1 januari 2023 te zijn ingediend. Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegd gezag om de vergunning af te geven. Het opvragen van een verklaring van geen bedenkingen maakt onderdeel uit van de uitgebreide afwijkingsprocedure tenzij het plan valt onder die categorieën van gevallen waarvan de gemeenteraad heeft aangegeven dat daarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is (raadsbesluit 2011), namelijk indien: 1. Het projecten betreft waarvoor reeds een stedenbouwkundige visie of daarmee vergelijkbaar ruimtelijk kader door de gemeenteraad is vastgesteld. 2.

Het projecten betreft die een herontwikkeling van een bestaande locatie inhouden maar waarbij geen aanpassing van de ruimtelijke dan wel stedenbouwkundige structuur plaatsvindt.

31

6.3 Communicatie en participatie 6.3.1 Communicatie en participatie De projectmanager is het eerste aanspreekpunt over het plan voor de ontwikkelaar. De ontwikkelaar en projectmanager zorgen in overleg met elkaar voor het delen van de juiste informatie naar alle betrokken, zoals de projectgroep leden, maar ook de derden belanghebbenden zoals omwonenden en externe adviseurs. Voorafgaand aan deze NvU heeft een participatietraject met direct omwonenden plaatsgevonden. Dit traject, maar ook nog toekomstige vormen van participatie zijn door de ontwikkelaar van het plan vastgelegd in een Participatieplan. Het overleg met omwonenden worden conform het Participatieplan in de verdere fasen van de planontwikkeling uitgevoerd. Het Participatieplan is als bijlage B bij deze NvU gevoegd. De wijze waarop het participatieproces heeft plaatsgevonden en op welke wijze de reacties zijn verwerkt en wel of niet zijn meegenomen in de planontwikkeling is van belang bij de advisering en besluitvorming op het plan door de gemeenteraad. 6.3.2 Participatiebijeenkomst Op dinsdag 24 mei 2022 heeft een informatiebijeenkomst/inloopavond plaatsgevonden in het bestaande gebouw aan de Jan Willemszstraat 18 te Hoorn. Tijdens deze bijeenkomst zijn 43 van de ca.

200 genodigde huishoudens op een interactieve wijze geïnformeerd en hebben de belanghebbenden een goed beeld kunnen krijgen van het plan en de bijkomende procedure. Er is gewerkt met een zogenaamd ‘postermodel’ waarbij de omwonende persoonlijk en op maat geïnformeerd zijn over het beoogde programma, de massa, bezonning, zichtlijnen, planning en procedures. Tijdens de bijeenkomstavond en in de weken daarna hebben alle belanghebbenden hun aandachtspunten / wensen en reacties op het plan kunnen geven middels een gedeeld formulier. Van deze gelegenheid hebben 32 huishoudens gebruik gemaakt en gezamenlijk 122 punten benoemd. De meest genoemde en belangrijkste onderwerpen vanuit omwonenden waren: parkeren, hoogte, bezonning, veiligheid, groen, ontmoeting en spelen en afval. Pro6Vastgoed en gemeente hebben dit als volgt verwerkt in het plan: • Parkeren. De omgeving is bang voor meer parkeerdruk in de buurt. In de omgeving zijn parkeer regulerende maatregelen van kracht (vergunning parkeren). Het is voor de ontwikkeling verplicht om parkeren op eigen terrein op te lossen voor bewoners en bezoekers. Er wordt voldaan aan de norm en de nieuwe bewoners krijgen geen vergunning om in de omgeving te parkeren. Door deze maatregel wordt de buurt niet extra belast met parkeren. Naast parkeren is door omwonenden geopperd om eenrichtingsverkeer toe te passen.

Hiervoor zijn door de gemeente oplossingen uitgewerkt en die worden tijdens de bijeenkomst van september aan de omwonenden voorgelegd. • Hoogte, bezonning. In de eerste schetsen is een appartementencomplex van vier lagen gepresenteerd. Omwonenden vonden dit te hoog, ondanks de getoonde bezonningsstudie. Pro6Vastgoed heeft het ontwerp aangepast naar drie lagen. • Veiligheid. Omwonenden hebben ervaring met een ander project in de omgeving waar veel overlast was van bouwverkeer en slechte communicatie vanuit de omgeving. Pro6Vastgoed legt de bouwer straks op een BLVC-plan op te stellen ((bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie). Verder wordt in de omgevingsvergunning als voorwaarde opgenomen dat een bouwveiligheidsplan ruim voor het starten van de bouw ter goedkeuring bij de gemeente moet worden ingediend. • Groen, ontmoeting en spelen. De omgeving wenst bestaande bomen te behouden en voldoende groen toe te voegen. Pro6Vastgoed heeft de opdracht om bestaande bomen te respecteren en extra bomen te planten (1,3 per appartement). Daarnaast wordt een groene ontmoetings- / speelplek gerealiseerd voor de omgeving, zoals aangedragen door omwonenden. • Afval. Omwonenden vragen om een goede oplossing voor afvalinzameling. Pro6Vastgoed lost dit in overleg met HVC op in inpandige containers of ondergrondse containers.

Ontwikkelaars en gemeente gaan in overleg met de omgeving om genoemde maatregelen terug te koppelen.

32

Op 22 juli zijn de belanghebbende middels een schrijven geïnformeerd over de ontvangen reacties, de opkomst, en het vervolg van het participatietraject. Tijdens een volgende inloopavond, naar verwachting in september 2022 worden bewoners geïnformeerd over het aangepaste plan. Er wordt teruggekoppeld of en hoe de opmerkingen zijn verwerkt en waarom wel of niet. Ook is door Pro6Vastgoed met stakeholders uit de omgeving gesproken, te weten de fysiotherapeut, sportschool en het uitvaartcentrum. Een kort verslag van deze gesprekken is opgenomen in bijlage C. 6.4 Risico en kansen De eenmaligheid van dit project, de uitgangspunten die geformuleerd zijn en de afhankelijkheden en beperkingen, introduceert onzekerheid en maakt het project gevoelig voor risico’s. Aan dit project zijn risico’s verbonden die van directe invloed kunnen zijn op de voortgang en resultaten van het project. De risico’s liggen met name bij de ontwikkelaar, maar de gemeente is mede verantwoordelijk om dit project tot stand te brengen en daarmee problemen op te lossen.

De volgende risico’s kunnen worden benoemd: • de economische uitvoerbaarheid van het project, waaronder de stijgende bouwkosten • mogelijke bezwaren van omwonenden; • de benodigde vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan door de gemeenteraad; • aantonen regionale behoefte aantal en type woningen; • onderzoeksresultaten van een aantal omgevingsonderzoeken • onzekerheden ten aanzien van duurzaam en klimaat adaptief bouwen en de bijbehorende kosten daarvan. 6.5 Indicatieve planning Periode 2021 2021 2022-02-28 2022-04-19 2022-04 2022-04 2022-05 2022-05 Q2 – Q3 Q3 Q4 Q4 Q4 Q4 Q4 – Q1 2023 2023 2023 – 2024 2024 – 2025

Wat Start initiatieffase 1e Schetsontwerp gereed en reactie gemeente Interne projectstartup => Besluit projectopdracht en besluit college op intentieovereenkomst (IOK) <= Informeren raad en omgeving over initiatief en voornemen ondertekenen IOK Ondertekening IOK en start fase I IOK Projectstartup met ontwikkelaar en uitwerking participatieplan en planning Participatiebijeenkomst omgeving door ontwikkelaar Opstellen nota van uitgangspunten (NvU) door gemeente Participatiebijeenkomst omgeving en meningvormende raad over NvU Akkoord op NvU door ontwikkelaar en start fase II IOK Herijking plankostenscan door gemeente Opzetten stedenbouwkundig plan en uitvoeren onderzoeken door ontwikkelaar Participatie omgeving en raad over bouwplan Opstellen anterieure overeenkomst, besluitvorming en ondertekening Planologische procedures Realisatie Evaluatie en afronding project

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=f592b220-ab42-44f7-9551-bd71c9725b90