CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Locatiekeuzeonderzoek Skatebaan

Gemeenteraad 11 juli 2023, gemeente HoornBij agendapunt: Skatepark Hoorn – Locatiekeuze en budget (2044765)18.116 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

We informeren inwoners over het bestaan van het groene net-

De gemeente stimuleert bewoners mee te laten denken en te werken aan de realisatie van het skatepark binnen het Julianapark middels een participatietraject dat wordt begeleid door De Wijde Blik. De gemeente zet op het realiseren van een passende voorziening. Het Julianapark is aangeduid als een park voor dagrecreatie, een skatepark past binnen de visie van het Julianapark. Het planvoornemen is in lijn met de gestelde doelen

Voor het gebruik openbaar groen heeft de gemeente het volgende beleid opgenomen: 1. Parken en grotere groengebieden zijn verschillend en bieden speci-

in de groenvisie. Vanuit gebiedsontwikkeling is het nog geen beleid dat er aanvullende eisen worden gesteld omtrent het vergroenen van de omgeving.

fieke gebruiksmogelijkheden. 

Er is verschil in gebruik van de verschillende parken en dit wordt breed gecommuniceerd. Groenorganisaties en bewoners worden uitgedaagd mee te denken en te werken aan realisatie.

De gemeente faciliteert stadslandbouw, ofwel door het tijdelijk beschikbaar stellen van braakliggende terreinen, dan wel door binnen bestaande grote groengebieden of parken ruimte te bieden

voor stadlandbouw en/of eetbaar groen. 2. Verschillende vormen van gebruik zijn mogelijk. 

Gewenst gebruik wordt gestimuleerd met passende voorzieningen.

Skatebaan locatie Julianapark

21

3

Milieuaspecten

3.1

Archeologie

3.1.1

Toetsingskader

De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving gaan naar de Omgevingswet die in naar verwachting per 1 juli 2023 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet een overgangsregeling opgenomen. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In de toelichting van het bestemmingsplan dient op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, vijfde lid, onder deel a Bro) een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het is met deze wet verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Gemeenten mogen het archeologiebeleid binnen wettelijke kaders vormgeven.

Zij moeten bij ruimtelijke plannen voldoende rekening houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. De provincie NoordHolland stimuleert en inspireert gemeenten over archeologisch erfgoed, in het bijzonder over de 10 archeologiegebieden die door de provincie zijn aangewezen. Dit zijn gebieden die een bovenregionale archeologische waarde vertegenwoordigen. Voorgenomen plangebied valt binnen gebied 6 ‘West-Friesland’ van de 10 archeologiegebieden die door de provincie is aangewezen. Het betreft West-Friesland (begrenzing buitenzijde WestFiguur 29: Archeologische beleidskaart – gemeente Hoorn

Skatebaan locatie Julianapark

22

friese Omringdijk). De Westfriese Omringdijk is in de middeleeuwen ontstaan vanuit een serie oudere dijken en polders, die uiteindelijk tezamen een van de meest indrukwekkende cultuurmonumenten van Noord-Holland zijn geworden. De dijk is 128 kilometer lang en omvat de huidige re-

3.1.3

Conclusie

Voorgenomen planlocaties A, B en C vallen binnen de paarse zone van de Archeologische beleidskaart van de gemeente Hoorn. Voor deze zone geldt dat voor alle grondroerende werkzaamheden een archeologisch on-

gio West-Friesland.

derzoek moet worden uitgevoerd. De archeologische beleidskaart is geüp-

3.1.2

mingsplan Archeologie’, onherroepelijk vastgesteld op 7 maart 2017 door

date in 2016 en verwerkt als paraplubestemmingsplan ‘Paraplubestem-

Onderzoek

In 2007 is door de gemeenteraad van Hoorn de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart vastgesteld. Deze kaart is vervaardigd door Stichting Cultureel Erfgoed Noord-Holland. In 2013 is een vernieuwde beleidskaart door de gemeenteraad vastgesteld. In 2016 is een update op de beleidskaart archeologie uitgevoerd, die is verwerkt in een paraplu-bestemmingsplan. De beleidskaart is gebaseerd op historische en bodemkundige bronnen en archeologisch onderzoek. Met de beleidskaart maakt de gemeente gebruik van het recht om af te wijken van de algemene vrijs tellingsgrens van 100 m2, die wordt bepaald door het rijksbeleid. Op veel locaties binnen de gemeente ligt de vrijstellingsgrens veel hoger. Komt de bodemverstoring voor een geplande ontwikkeling boven de genoemde vrijstellingsgrens uit, dan dient rekening te worden gehouden met archeologie.

de gemeente Hoorn. Voor alle drie de locaties geldt een archeologisch onderzoeksplicht aan de hand van het vastgestelde regels in het paraplubestemmingsplan Archeologie.

3.2

Welstandsnota

Om te voorkomen dat bouwwerken de openbare ruimte zouden ontsieren, zijn er ‘redelijke eisen van welstand’ opgesteld. Een vergunningaanvraag voor een bouwplan of renovatie wordt getoetst aan deze eisen. Dit welstandstoezicht wordt uitgevoerd door de gemeente en door een onafhankelijke Commissie voor Monumenten en Welstand. Het welstandsbeleid van Hoorn is opgesteld vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het belang van een aantrekkelijke bebouwde omgeving moet behartigen. De gevels van gebouwen en andere bouwwerken vormen samen met de

Aan de hand van de beleidskaart die is opgenomen in het paraplubestemmingsplan Archeologie die onherroepelijk is vastgesteld op 7 maart 2017, valt het plangebied gelegen binnen de zone paars (zie Figuur 28). Deze zone eist een archeologisch onderzoek betreffende alle grondroerende werkzaamheden. Dit includeert het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting en ingrijpende wijzigingen aan de bodemstructuur.

openbare ruimte de dagelijkse leefomgeving van de inwoners én bezoekers van Hoorn. Het welstandsbeleid geeft de gemeente de mogelijkheid om de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden die in een bepaald gebied aanwezig zijn, te benoemen en een rol te laten spelen bij de ontwikkeling en de beoordeling van bouwplannen. De nieuwe welstandsnota is een actualisering van de nota, die in 2017 van kracht werd. Met de actualisering is gestreefd naar duidelijkheid en toe-

gankelijkheid van welstandsbeoordeling. Door verfijning van de welstandscriteria en door verduidelijking in de gebiedstypering en -ambities, heeft de herziening van de nota geleid tot een verbeterd beleidsinstrument. De gemeente Hoorn heeft de welstandsnota verdeeld in gebiedsgericht welstandsbeleid. De welstandsnota categoriseert het plangebied binnen het welstandsgebied ‘binnenstad’ met het welstandsniveau ‘beschermd’. De binnenstad van Hoorn is een door het Rijk aangewezen beschermd stadsgezicht. Dit gebied wordt van algemeen belang geacht wegens de schoonheid, de onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang en de wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde. De welstandsbeoordeling in het beschermde gezicht is gericht op het handhaven, herstellen en versterken van de ruimtelijke karakteristiek en de samenhang van het gebied. Het is een bijzonder welstandsgebied waar extra inspanning ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit gewenst is bij nieuw- en verbouw en inrichting van de openbare ruimte. Doorwerking plangebied Het plangebied valt niet onder een van de recreatiegebieden opgenomen in de welstandsnota. Het gebied valt onder ‘binnenstad’, ‘beschermd’. Binnen het gebied ‘binnenstad’ is geen beleid opgenomen voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

3.3

Ecologie

De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wnb ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en ge-

Tabel 2:

bieden de uitvoering van het plan niet in de weg staan. De provincie is be-

afkorting

bestemming

omgevingsvergunning bouwen vanaf

omgevingsvergunning werkzaamheden vanaf

voegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen

W1

Waarde - Archeologie 1

0 m²

0 m² / 0,3 m diepte

voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepa-

Skatebaan locatie Julianapark

23

lingen) én voor Natura 2000-gebieden (de ge-biedenbeschermingsbepa-

verwachten dat dit een beperkte toename betreft. Gedurende de aanleg-

plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waar-

lingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen

fase kan er een tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van

door de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aan-

zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Daarnaast vindt beleidsmatige

het gebruik van mobiele werktuigen en transportbewegingen. Tijdens de

getast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet

gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland

gebruiksfase kan er een toename van stikstofemissie verwacht worden ten

noodzakelijk geacht.

(NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Ook in dit kader

gevolge van de verkeersbewegingen van bezoekers. Een AERIUS-bere-

zijn de provincies het bevoegd gezag.

kening is noodzakelijk.

Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming,

Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid.

heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers

De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebeid bescherming

Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedepu-

of struiken van een oppervlakte van minimaal tien hectare of een rijbeplan-

betrekking op de Europees beschermde Natura 2000- gebieden. De Vo-

teerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instand-

ting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom.

gelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd

houding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd

Met de voorgenomen ontwikkeling worden er geen (onderdelen van) hout-

als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van pro-

‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden

opstanden verwijderd.

jecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optre-

aan die tot dit netwerk behoren.

den, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Pro-

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstruc-

Soortenbescherming

jecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op

tuur (EHS) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikke-

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soorten-bescherming,

de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunning plichtig.

len natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregi-

betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren,

mes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimte-

(trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders,

Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat is

lijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Holland

enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten

aangewezen als een Natura 2000-gebied. De meest nabij gelegen Natura

bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Nederland en Ecologische verbin-

en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie

2000-gebieden zijn de ‘Eilandspolder’ gelegen op circa 12 km. En het

dingszones (EVZ).

categorieën:

‘Markermeer & Ijmeer’ is een aangewezen Natura 2000-gebied, het Juli-

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming)

anapark is gelegen aan het Markermeer. De start van het Natura 2000

De provincie heeft 24 gebieden opgedeeld, plangebied is gelegen binnen

Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wet natuurbescherming)

contour is niet direct aan de kustlijn. Locatie 1 is circa 170 meter gelegen

het gebiedsnummer 5 ‘West-Friesland’. Er is een aparte kaart opgesteld

Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wet natuurbescherming)

van het gebied, locatie 2 circa 120 meter en locatie 3 circa 200 meter.

voor diverse doelen binnen het gebied:

Voor dit gedeelte van het ‘Markermeer & Ijmeer’ geldt een Vogelrichtlijn.

1. Kwaliteitsverbetering op gerealiseerde natuur

Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor,

Gezien de afstand tot het plangebied(en) zijn effecten als gevolg van as-

2. Natuurnetwerk gerealiseerd

dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de

pecten licht, geluid en trillingen niet uitgesloten. Omdat het plangebied op

3. Niet verworven en niet ingericht

beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te wor-

circa 120 tot 200 meter afstand ligt van een Natura 2000-gebied zou er

4. Verworven en niet ingericht

den of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te

een gevolg kunnen zijn van de stikstofdepositie tijdens de aanlegfase.

werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alterna-

Omdat het gebruik betreft voor buitensport zal er geen stikstofdepositie

Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van het Natuurnetwerk

tieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvin-

plaatsvinden in de gebruiksfase. De ontwikkeling van de skatebaan kan

Nederland, of binnen een van de aanduidingen opgesteld voor het deelge-

den. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden

leiden tot een toename van het aantal verkeersbewegingen, maar te ver-

bied ‘West-Friesland’. Gezien de aard van de voorgenomen

op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van in-

wachten is dat gebruikers voornamelijk te voet of op de fiets komen is te

standhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend.

Skatebaan locatie Julianapark

24

Er is geen sprake van sloop van bestaande bebouwing, waardoor er geen

Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap ‘Holland Noorder-

reden is om aan te nemen dat het aspect flora en fauna (soortenbescher-

kwartier’. De doelen van het waterschap voor de periode van 2022-2027

ming) op dit moment een belemmering zou kunnen vormen voor de haal-

staan beschreven in het Waterplan HHNK en zijn gericht op voldoende,

baarheid van onderhavig planvoornemen. Er wordt in ieder geval gehan-

gezond en schoon water om van te leven, er te werken en te recreëren

deld volgens de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb).

voor mens, dier en natuur. Er is voort gebouwd op de regionale Deltavisie

3.3.1

(2012), het Waterprogramma 2016-2021 (WBP5) en het Collegepro-

Conclusie

gramma 2019-2023. Het WBP is een wettelijke verplichting die volgt uit de

In het plan dienen de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet te wor-

Waterwet (die straks opgaat in de Omgevingswet) en het Bestuursakkoord

den tegen de aanwezige natuurwaarden vanuit de Wet natuurbescher-

Water. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplan-

ming. Gezien het beoogde voornemen en de bijbehorende werkzaamhe-

nen, hanteert het waterschap een aantal uitgangspunten ten aanzien van

den adviseren wij om een QuickScan Flora en Fauna te laten uitvoeren.

het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt bij

Gezien het huidige gebruik van de gronden is de verwachting dat dit on-

het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Bij planontwikkelin-

derzoek geen conclusies zal leveren welke een belemmering kunnen vor-

gen wordt tevens de gemeente betrokken omdat deze meestal het beheer

men voor het initiatief.

over het lokale (opper)vlaktewater hebben. Een belangrijk aspect binnen

3.4

Waterparagraaf

3.4.1

Toetsingskader

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het waterbeleid in Nederland wordt van Europees niveau vertaald via rijks-, provinciaal en waterschaps-beleid, naar gemeentelijk beleid om samen de waterproblematiek in Nederland aan te pakken. Dit resulteert in de verplichting een watertoets uit (te) laten voeren. De voorschriften zijn vastgelegd in onder andere de Europese Kaderrichtlijn Water (22 december 2004) en zijn verder geïmplementeerd in het Rijksbeleid om te komen door samenwerking met de verschillende bevoegdheden te komen tot een duurzaam watersysteem. Naast dit beleidskader is het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022-2027 opgesteld als opvolger van het Provinciaal Milieu- en Waterplan. Het is onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het Nationaal Water Programma en de waterbeheerprogramma’s van

de waterschap Holland Noorderkwartier is de Westfriese Omringdijk, een 126 km lange dijk die is ontstaan door de koppeling van verschillende korte dijken in de regio West-Friesland. De omringdijk loopt via de steden

3.4.2

Conclusie

De realisatie van een nieuwe skatebaan van circa 45 meter bij 45 meter betreft een toename van het verhard oppervlak met circa 2.000 m 2. De huidige skatebaan heeft een oppervlakte van circa 1.200 m 2. Als het verhard oppervlak van de huidige baan wordt verwijderd zou er een toename van verhard oppervlak zijn van circa 800 m2. Als dit oppervlakte niet wordt verwijderd betreft voornemens initiatief een oppervlakte verharding toename van de circa 2.000m2. Ook kan de toevoeging van de skatebaan een verandering van het oppervlaktewater en grondwater met zich meebrengen door de toevoeging van het verhard oppervlak ten opzichte van de huidige situatie. Belangrijk om mee te nemen is dat voor locatie B er een dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ is opgenomen in het bestemmingsplan. Dit betreft een primaire waterkering, beschermingszone A (direct gelegen naast het waterstaatwerk). Er zijn eisen aan het gebruik van de waterkering en aan de ruimte eromheen gesteld. Deze eisen zijn vastgelegd in de

Enkhuizen, Hoorn, Alkmaar, Schagen, Medemblik en eindigt weer in Enk-

Keur. Ook zijn regels opgenomen in het bestemmingsplan ‘Binnenstad’.

huizen.

3.5

Het waterschap heeft een Keur opgesteld (Keur HHNK), in werking getreden op 27 september 2016. De regels in de Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren van grondwater en water uit sloten en andere watergangen. Iedereen die werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om waterlopen of dijken, heeft met de Keur te maken en moet een vergunning aanvragen. In sommige gevallen volstaat een melding. De uitzonderingen staan beschreven in de Algemene regels. Afhankelijk van de werkzaamheden in het oppervlaktewater kan een ver-

Cultuurhistorie

De omringdijk is beschermd als provinciaal monument. In het Beeldkwaliteitsplan zijn twee zones aangewezen die bepalend zijn bij het waarborgen van de openheid en de ruimtelijke relaties. Het betreft de ‘kwaliteitszone’: een zone rondom de dijk tot maximaal 200 meter van de dijk. Deze maat refereert aan de zone van 200 meter die, van oudsher, binnendijks werd vrijgehouden van bebouwing in verband met de stabiliteit van de dijk. Deze zone zorgt er nu voor dat de dijk vandaag de dag nog zo herkenbaar

gunning benodigd zijn. Inrichtingen van waterhuishoudingen voor nieuw(her/ver) bouwplannen worden door het bevoegd gezag getoetst en gekeurd. De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen.

de waterschappen.

Skatebaan locatie Julianapark

25

en vrij in het open landschap ligt. Ontwikkelingen die de openheid aantasten worden bij voorkeur niet in deze zone geplaatst. Als er toch ontwikkelingen plaatsvinden moeten deze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de dijk. De maat van deze zone wordt gemotiveerd vanuit de visuele beleving van openheid vanaf de dijk en vanaf het landschap naar de dijk toe. Door het markante profiel van de vaak steile hoge dijk vormt de Westfriese Omringdijk een belangrijke ruimtelijke drager in het land-

3.5.1

Conclusie

De dijk gelegen nabij Hoorn valt onder de kwaliteitszone en betreft het beschermd stadsgezicht. Dit is aangeduid met de dubbelbestemming ‘Waarde – Beschermd stadsgezicht bestemmingsplan’ binnen het bestemmingsplan ‘Binnenstad’ van de gemeente Hoorn. Er is een Beeldkwaliteitsplan opgesteld, voor het deelgebied Hoorn zijn specifieke eisen geformuleerd. Uit het beeldkwaliteitsplan blijkt dat het Julianapark gelegen is bui-

schap.

ten de omringdijk aanduiding. Om zicht vanuit Hoorn op het water vrij te

De bijzondere cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de

beperken, dit wordt gesteld in he beeldkwaliteitsplan.

Westfriese Omringdijk maken de dijkroute tot een aantrekkelijk onderdeel

3.6

Bodem

3.6.1

Toetsingskader

houden, is het aan te beleven grootschalige buitendijkse ontwikkelingen te

van het recreatieve netwerk. Daarnaast is de Westfriese Omringdijk een belangrijk verbindend element voor de ecologie en een schakel voor verschillende natuurgebieden die binnen- en buitendijks zijn ontwikkeld. Deze natuurgebieden hebben vaak ook een functie voor recreatie of waterberging.

Lievense Milieu B.V. I WSP heeft in opdracht van diverse gemeenten, waaronder de gemeente Hoorn, de bodemfunctieklassenkaart en de bodemkwaliteitskaart opgesteld. Op de bodemfunctieklassenkaart wordt de ligging van gebieden met de (toekomstige) bodemfuncties ‘Industrie’ en ‘Wonen’ aangegeven. In de bodemkwaliteitskaart zijn op basis van historie, gebruik en bodemkwaliteit kaarten opgesteld van diverse bodemlagen. Op de ontgravingskaarten zijn de verwachten kwaliteitsklassen weergegeven van de te ontgraven gronden. Voor voornemens plangebied zijn dit de resultaten van de diverse kaarten: Bodemkwaliteitskaart Hoorn 1. Bodemfunctieklassenkaart -> Wonen 2. Bodemkwaliteitszones – bovengrond 0,0 -0,5 m a. B3. Wonen na 1980 en industrie

In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald

b. Locatie 2 -> PFAS verbinding

dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet wor-

3. Bodemkwaliteitszones – tussenlaag 0,5 – 1,0 m

den met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen

a. T3. Wonen na 1980 en Industrie

dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de be-

b. Locatie 2 -> PFAS verbinding

oogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel

4. Bodemkwaliteitszones – ondergrond 1,0 – 2,0 m

saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat

a. 03. Wonen na 1980 en industrie

indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren).

Ontgravingskaart Hoorn 1. Ontgravingskaart – bovengrond 0,0 -0,5 m

Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden ge-

a. Landbouw en natuur 1

realiseerd. 3.6.2

2. Ontgravingskaart – tussenlaag 0,5 – 1,0 m a. Landbouw en natuur

Onderzoek

3. Ontgravingskaart – ondergrond 1,0 – 2,0 m

De realisatie van de skatebaan zal plaatsvinden in het Julianapark in de gemeente Hoorn. Voor de realisatie zijn drie mogelijke locaties aangewezen. Belangrijk is dat de nieuwe bestemming bij voorkeur op schone grond wordt gerealiseerd.

a. Landbouw natuur 1

De gemiddelden van PFAO en PFOS zijn lager dan de provinciale achtergrondwaarden

vastgesteld, maar boven de bepalingsgrens. Het gemiddelde van PFOA leidt tot een beperking bij het toepassen van grond in een oppervlaktewaterlichaam (neem contact op met de waterkwaliteitsbeheerder)

Figuur 30: De West-Friese Omringdijk

Skatebaan locatie Julianapark

26

Toepassingskaart

dat de luchtkwaliteit ‘niet in betekenende mate’ aangetast wordt. Daartoe

1. Toepassingskaart – bovengrond 0,0 – 0,5 m

is een algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Be-

a. Landbouw en natuur 2

sluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastge-

2. Toepassingskaart – tussenlaag 0,5 – 1,0 m a.

steld waarin de uitvoeringsregels vastgelegd zijn die betrekking hebben op

Landbouw en natuur 2

het begrip NIBM.

3. Toepassingskaart – ondergrond 1,0 – 2,0 m a. Landbouw en natuur 2

Daarnaast moet worden aangetoond of sprake is van een goed leef- en

2 Het gehalte aan PFOA moet voldoen aan 1,7 µg/kg ds en de andere PFAS-verbindingen

verblijfsklimaat ter plaatse van voornemens plangebied. Hiervoor moeten

aan 1,5 µg/kg ds.

de achtergrondwaarden m.b.t. de luchtkwaliteit bekend zijn. Deze waarden kunnen achterhaald worden middels de NSL-monitoringstool en/of de

Aan de hand van de kaarten kan gesteld worden dat de gronden van het

kaarten van atlasleefomgeving.nl voor de gemiddelde hoeveelheid stik-

plangebied toepasbaar is. Er geldt een vrij grondverzet, mits de ontgra-

stofdioxide en fijnstof (PM10 en PM2,5).

vingslocatie én toepassingslocatie onderdeel uitmaken van de bodemkwa-

Tabel 3: Europese grenswaarden en WHO-advieswaarden – jaargemiddelde

liteitskaart.

concentratie (Bron: InfoMill.nl)

Stortlocatie Schellinkhouterdijk Uit onderzoek in het bodem archief van de gemeente Hoorn is gebleken dat gelegen naast Locatie C zich een vuilstortplaats bevindt. In het verleden is op deze locatie huisvuil, bedrijfs- en chemisch afval gestort. Om inzichtelijk te maken of locatie C vervuilde grond bevat is een verkennend bodemonderzoek conform VED-HE uitgevoerd. Uitgaande van de oppervlakte van locatie van ca. 3.500 m 2 zijn er 14 boringen verricht. Centraal op het terrein is 1 peilbuis geplaatst voor grondwateronderzoek. Aan de hand van de kaarten is te zien dat op locatie C zelf geen stortingen zijn gedaan, maar direct gelegen naast de locatie. Echter kan deze vervuiling zich verder verspreiden in de bodem en het grondwater. Uit het onderzoek is gebleken dat er bij één mengmonster sporen gevonden zijn van lood. Het mengmonster wordt gesplitst en de 2 potten worden apart geanalyseerd op lood. De uitkomsten van dit onderzoek zijn in een aparte rapportage opgenomen.

Figuur 31: Globale omlijning van de stortplaats gelegen naast locatie C.

In een lader stadium zal er een bodemtechnisch veldonderzoek uitgevoerd moeten worden en een funderingsadvies worden afgegeven, mocht de realisatie van het skatepark op Locatie C worden doorgezet. Dit onderzoek kan worden uitgevoerd zodra is gebleken dat de milieuhygiënisch kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie geen belemmering vormt voor een functiewijziging.

3.7

Luchtkwaliteit

In het kader van het bestemmingsplan moet onderzocht worden welke effecten het plan heeft op de luchtkwaliteit en of ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon en leefklimaat. De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Bij de start van nieuwe bouwprojecten moet onderzocht worden of het effect van een nieuw initiatief relevant is voor de luchtkwaliteit. Er is geen relevantie als aannemelijk kan worden gemaakt,

Skatebaan locatie Julianapark

Stof

EU-grenswaarde

WHO-advieswaarde (2021)

NO2

40 µg/m3

10 µg/m3

PM10

40 µg/m3

15 µg/m3

PM2,5

25 µg/m3

5 µg/m3

Op 22 september 2022 heeft de World Health Organization (WHO) nieuwe advieswaarden voor de luchtkwaliteit uitgebracht. De advieswaarden zijn flink naar beneden bijgesteld ten opzichte van de advieswaarden uit 2005. De advieswaarden zijn gezondheidskundige grenzen voor de concentratie van verontreinigende stoffen in de buitenlucht. Deze waarden staan los van de EU-richtlijn Luchtkwaliteit. Doorwerking plangebied Aan de hand van luchtkwaliteitskaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit van het plangebied geanalyseerd. De huidige concentraties zijn in beeld gebracht in figuren 10 tot en met 12. De NO2 concentratie ter plekke van de planlocatie is 10-12 μg/m3, dit valt boven de WHO-advieswaarde maar ruim onder de EU-grenswaarden. De fijnstof PM2,5 concentratie is 7-8 μg/m3, dit valt boven de WHO-advieswaarde maar ruim onder de EU-

27

geformuleerd. Doel is om bepaalde risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Deze bedoelde risico’s hangen vooral samen met:  activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen;  transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen;  transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. Ook zijn er onder meer landelijke regels voor de opslag en verkoop van vuurwerk. Verder wordt bij de plaatsing van windmolens ook de externe veiligheid in ogenschouw genomen. De risico's voor externe veiligheid komen tot uitdrukking via het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico kan op de kaart worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde plaatsgebonden risico. Via het plaatsgeFiguur 32: Luchtkwaliteit stikstofdioxide NO2 – 2020 (Bron: atlasleefomgeving.nl)

Figuur 33: Fijnstof PM10 – gemiddeld in 2020 (Bron: atlasleefomgeving.nl)

grenswaarden. Ook de fijnstof PM10 concentratie van 14-15 μg/m3 valt on-

bonden risico wordt een basisbeschermingsniveau gewaarborgd. Bij het groepsrisico wordt wel beoordeeld hoeveel personen zich, redelijkerwijs, feitelijk in de omgeving kunnen bevinden. Voor het groepsrisico geldt geen

der de WHO-advieswaarde maar ruim onder de EU-grenswaarden.

grenswaarde, maar een oriëntatiewaarde. Dit is een ijkwaarde waaraan

Geconcludeerd kan worden dat de achtergrondwaarden aan stikstof en

schreden worden, mits goed beargumenteerd door het bevoegd gezag.

fijnstof ruim onder de norm liggen. Wel zijn de meetwaarden voor NO 2 en PM2,5 hoger dan de gestelde WHO-advieswaarden. Er kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een goed verblijfsklimaat in het kader van de

veranderingen getoetst kunnen worden. Deze oriëntatiewaarde mag overSamen met de hoogte van groepsrisico moet andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Deze argu-

luchtkwaliteit door de drie mogelijke locaties van de skatebaan.

mentatie is een onderdeel van de verantwoording van het groepsrisico.

3.8

de regionale brandweer. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het

Externe veiligheid

Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. In de landelijke wet- en regel-

Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden lpgtankstations', etc.

geving zijn kwaliteitseisen en normen op het gebied van externe veiligheid Figuur 34: Fijnstof PM2,5 – gemiddeld in 2020 (Bron: atlasleefomgeving.nl)

Skatebaan locatie Julianapark

28

Doorwerking plangebied Met behulp van de risicokaart is een inventarisatie gemaakt van risicobronnen met gevaarlijke stoffen in de nabijheid van het plangebied. Het plangebied is niet gelegen langs een weg waar gevaarlijke stoffen over worden vervoerd. Rondom het plangebied zijn eveneens geen buisleidingen getroffen, het plangebied ligt ook niet binnen het explosieaandachtsgebied van het LPG station dat gelegen is op 600 meter ten noordoosten van het park. Dit aspect vormt geen belemmeringen voor het planinitiatief.

Skatebaan locatie Julianapark

29

4

Participatietraject

De parkbezoekers uiten gemengde gevoelens over de realisatie van een

catie als overwegend onvoldoende op de gestelde punten. Er wordt daar-

nieuwe skatebaan binnen het Julianapark. Enerzijds wordt er vanuit deze

naast specifiek gevreesd voor het verdwijnen en/of verkleinen van de

4.1

Aanleiding

mensen een duidelijke voorkeur uitgesproken over een van de mogelijke

speelweide gelegen op de locatie.

De gemeente Hoorn is een participatietraject gestart parallel aan het locatieonderzoek voor de realisatie van een nieuwe skatebaan binnen het Julianapark. Het doel van het participatietraject is het opstellen van een programma van eisen voor de aanleg van het nieuwe skatepark, evenals het meedenken van de burgers over de drie locaties van het skatepark. Het participatietraject is uitgevoerd door De Wijde Blik, het traject heeft plaatsgevonden in de periode van januari 2023 tot en met april 2023. Het volledige rapport inclusief de verschillende deelrapportages is opgenomen in

nieuwe locaties. Anderzijds wordt er met onbegrip gereageerd en zien mensen geen belang in een nieuwe baan dan wel het verhuizen van de lo-

Locatie C

catie.

De skate-community ervaart locatie C het best bereikbaar van de drie gestelde locaties. Ze verwachten door de locatie ook niet tot overlast te zijn

De (sport)verenigingen gelegen binnen het park uiten hun ongenoegen en

van parkbezoekers en omwonenden. De locatie naast het parkeerterrein

zijn beiden tegen de locaties gelegen in hun nabije omgeving (locaties A

wordt positief zowel negatief ervaren. De Julianapark belanghebbenden

en B). Mochten er stappen genomen worden voor de realisatie van locatie

beoordelen deze locatie overwegend positief op alle gestelde punten.

B dreigt HVV ‘Hollandia’ juridische stappen te ondernemen.

de bijlage.

Locatie A

4.2

en denken hier weinig overlast tot anderen te zijn. Tevens wordt de plek

Deze locatie wordt door de skate-community ervaren als een ruimte plek

Traject

Tijdens het traject zijn gesprekken gevoerd met de (toekomstige) gebruikers en andere belanghebbenden van het Julianapark. De Wijde Blik heeft diverse stakeholdergesprekken uitgevoerd met de belangrijkste partijen uit de direct omgeving. Daarnaast zijn er werkgroep sessies gehouden met de gebruikers van de huidige skatebaan (Werkgroep Skaterpark). Ook is er een online peiling uitgezet om inzichten te vergaren over het gebruik van de huidige skatevoorzieningen en gebruikers van het Julianapark. Dit is uitgevoerd om de wensen in kaart te brengen en mogelijk nieuwe ideeën op te halen voor het nieuwe skatepark en de beoogde locaties.

4.3

Uitkomsten

als goed bereikbaar ervaren. Wel verwachten ze hinder te gaan ervaren van bladerval door de omliggende bomen. Waar de locatie als een goede plek wordt ervaren voor weinig overlast door de ‘weggestopte’ locatie wordt de ligging wel gezien als een mogelijk sociaal onveilige plek. De belanghebbende van het Julianapark beoordelen de locatie A als onvol-

4.4

Conclusie

Bij alle doelgroepen wordt locatie C als favoriet aangehaald. De (sport)verenigingen binnen het park uiten geen negativiteit uit naar locatie C, waarbij ze zich wel vel tegen de locaties A en B hebben geuit. Uit de peiling is het opvallen dat ‘slechts’ 25% van de Julianapark-belanghebbenden aangeeft geen van de drie beoogde locaties in het Julianapark geschikt te vinden, ten opzichte van 51% uit dezelfde groep die juist expliciet voor locatie C gaat. Dit wordt als relatief laag gezien ten opzicht ven de commotie die is

doende op alle gestelde punten in de enquête.

ontstaan op de sociale media platformen.

WSV ervaart de locatie als ongeschikt door de ligging, voornamelijk op het

Meermaals wordt door deelnemers verzocht geen groen op te offeren voor

gebied van geluidsoverlast op de booteigenaren die overnachten in de jachthaven. Tevens gebruikt WSV dit stuk van het park voor jaarlijkse eve-

een nieuw skatepark en wijzen op de huidige invulling van de locaties A en C.

nementen. Locatie B

Algemeen De skate-community is blij dat een nieuw skatepark in het Julianapark gerealiseerd kan worden. De huidige baan is aan vernieuwing toe volgens de huidige gebruikers en kijken uit naar een nieuw park met een egale ondergrond waar nieuwe obstakels in elkaar overvloeien kunnen worden gerealiseerd.

Skatebaan locatie Julianapark

De skate-community ervaart locatie B als een sfeervolle en open plek. Door de ligging verwachten ze tot weinig overlast te zijn voor de bewoners. De ligging naast het water wordt voornamelijk als negatief ervaren. Ook is er aangekaart dat dit zich bevind binnen een honden-gebied wat hinder kan veroorzaken. De Julianapark belanghebbenden ervaren de lo-

30

5

Programma van eisen

Aan het begin van het traject heeft de gemeente een aantal eisen en wensen opgesteld: 

Een skatebaan met een oppervlak van ca. 2.000 m2.

Bereikbaar te voet, met de fiets, met de auto en OV.

Aanwezige parkeergelegenheid.

Veiligheid en toezicht (sociale controle).

Minimale afstand van woningen 80 meter ten behoeve van voorkomen overlast.

Verbinding met andere sportmogelijkheden nabij.

Voorzieningen zoals zitplekken/ supermarkt nabij.

Een skatebaan gemaakt van spuitbeton.

Aandacht voor duurzaamheid

Aandacht voor behoud van groen en het zo min mogelijk aantasten van het aanwezige groen.

nes (skaten, inlineskaten, steppen en BMX-en). Eisen en wensen ten behoeve van de sport 

De baan moet van spuitbeton worden gemaakt.

De obstakels van de verschillende sporten en niveaus van beoefening van de sport(en) moeten elkaar niet hinderen.

werkgroep-overleggen), door interviews met belanghebbenden (WSV en

een bepaalde ‘flow’. 

bieden. 

naar voren gekomen waarbinnen de gestelde eisen en wensen kunnen worden ondergebracht:  Algemene eisen en wensen Eisen en wensen ten behoeve van de sport

Eisen en wensen voor het waarborgen van veiligheid

Eisen en wensen betreffende randfaciliteiten

Eisen en wensen van de baan en de benodigde onderhoud

Algemene eisen en wensen 

Het skatepark moet aanzetten tot beweging om de gezondheid van burgers te verbeteren

Het skatepark moet de sociale binding in en rond het Julianapark versterken

In het skatepark moet bestaand groen (beplanting) een onderdeel vormen van de nieuwe situatie.

Skatebaan locatie Julianapark

In het skatepark moeten de verschillende rolsporten laagdrempelig beoefend kunnen worden om kennis makers met de sport een ruimte te

Hollandia) en door middel van een enquête. Hieruit zijn diverse thema’s

De structuur en overgang tussen obstakels in het skatepark moeten ‘soepel’ en overzichtelijk zijn. De baan zal moeten beschikken over

Gedurende de loop van het traject zijn er diverse eisen en wensen geuit, door de gemeente, door de skate-community (aan de hand van twee

Een baan dat geschikt is voor diverse leeftijdsgroepen en sportdiscipli-

Het skatepark moet minimaal de volgende basisobstakels bevatten; 

Handrail;

Bank;

Miniramp;

Curb;

Wembley gap;

Hip;

(Flat)rail;

Quarterpipe;

Piramide;

Roll in;

Box.

Flyout

Tussen de obstakels in moet ruimte aanwezig zijn om snelheid te kunnen maken.

In het skatepark moeten de obstakels door de verschillende disciplines gebruikt kunnen worden, zonder elkaar te hinderen.

Figuur 35: Basisobstakels die moeten voorkomen in het skatepark aan de hand van de wensen van de skate-community.

31

Het skatepark moet uitdaging bieden voor verschillende vaardigheidsniveaus.

Eisen en wensen voor het waarborgen van veiligheid 

De elementen/obstakels in het skatepark mogen geen scherpe of loszittende onderdelen bevatten.

Er moet kleurcontrast worden aangebracht bij skateobstakels met hoogteverschillen.

Het skatepark moet voldoen aan de NEN-EN 14974 veiligheidseisen.

Een afscheiding van de baan dient te worden gerealiseerd, indien mogelijk geïntegreerd met het skatepark.

Kosten 

Het ontwerp van het skatepark moet kostenefficiënt zijn.

Randfaciliteiten 

Voldoende bankjes ten behoeve van zitten, zo mogelijk geïntegreerd in het ontwerp.

Vuilnisbakken nabij de zitbankjes.

Centraal watertappunt.

Opties tot verlichting van de baan (evt. met tijdklok), om het gebruik van de baan door de seizoenen heen mogelijk te maken.

Opties voor zon-/windbescherming.

Graffitimuur (ruimte voor kunst, zodat dit niet op de nieuwe baan c.q. op de obstakels wordt uitgevoerd).

Onderhoud 

Een baan met zo min mogelijk onderhoud (jaarlijks impregneren van het beton voor het behoud van de toplaag om een langere levensduur

te creëren van de baan). Vandalisme-bestendig (hufterproof)

Skatebaan locatie Julianapark

32

6

Multicriteria analyse

Veiligheid

Aan de hand van de gestelde eisen en wensen is een Multicriteria-analyse uitgevoerd. De uitgangspunten uit het plan van eisen zijn onderverdeeld in 5 hoofdthema’s die vervolgens zijn onderverdeeld in sub thema’s. 

Criteria onderstaande beoordelings- en wegingsstappen: 1. Beoordelen op 18 criteria (ongewogen score criterium); 2. Wegingsfactoren criteria (gewogen score criterium);

5. Eindscores.

Beoordelen criteria

hand van het plan van eisen. In totaal zijn er 18 criteria per zoeklocatie beoordeeld. Elke locatie is door adviseurs/specialisten van BRO getoetst aan de hand van de gestelde criteria. Hoofdthema’s en bijbehorende sub thema’s:  Bereikbaarheid o

Routing naar het (boven) lokale wegennet

o

Afstand tot OV-halte

o

Nabijheid van fiets- en wandelpaden

Skatebaan locatie Julianapark

o

Toegankelijkheid voor hulpdiensten

elk thema berekend. Vervolgens zijn de (ongewogen) deelscores gedeeld

o

Zichtbaarheid v.a. openbare weg

door de som van de wegingsfactoren die horen bij de criteria van het desbetreffende thema.

o

Benodigde oppervlakte van het skatepark

Een (ongewogen) deelscore van 6,20 bij het thema Ruimtelijke eisen leidt

o

Parkeergelegenheid / ruimte voor fietsenstalling

tot een ongewogen themascore van 0,33. De som van de wegingsfactoren

Geluidbelasting voor omwonenden

bedraagt 15, waardoor de ongewogen themascore (6,20 / 15) = 0,41 is. Vervolgens is op de ongewogen scores van de thema’s wederom een wegingsfactor toegekend. Per locatie is aan de hand van de weging per thema een score toebedeeld

o

Belemmeringen vanuit bestaand gebruik

aan elke locatie. De locatie met de hoogst behaalde waarde is vanuit de

o

Nabijheid van andere sportmogelijkheden

Multi criteria analyse de meest geschikte locatie voor een nieuwe skate-

o

Nabijheid van nutsvoorzieningen (zoals watertap punt en ver-

baan.

lichting)

maken dan ook geen onderdeel uit van deze analyse.

catoren opgesteld. De hoofdthema’s en indicatoren zijn opgesteld aan de

van de criteria per thema op te tellen, zijn (ongewogen) deelscores voor

o Mogelijke negatieve effecten op ecologie Omgevingsfactoren

participatie traject, punten die naar voren gekomen zijn uit de participatie

zijn beoordeeld. Aan de hand van deze hoofdthema’s is een set van indi-

Per criterium is een gewogen score berekend. Door de gewogen scores

Sociale controle door omwonenden en bezoekers

o Indelingsmogelijkheden (vorm en grootte) Milieubelasting in relatie tot omgeving

De beoordeling op hoofdthema’s en bijbehorende criteria staat los van het

Er is een beoordelingskader opgesteld, waarbij in totaal 5 hoofdthema’s

Kans op overlast hangjongeren

o

o

3. Score’s thema’s (ongewogen score thema); 4. Wegingsfactoren thema’s (gewogen score thema);

o

o Aanwezigheid verlichting Ruimtelijke eisen

De eindscores van de locaties zijn tot stand gekomen aan de hand van

Scores thema’s

o

Kwaliteit ondergrond en beperkingen vanuit bodemkwaliteit

SWOT

o

Openbare toegankelijkheid

Per locatie is vervolgens een SWOT (sterkte – zwakte analyse) opgesteld. Diverse punten zijn aangehaald die een locatie sterk of zwak maakt, ook is

Wegingsfactor criteria

er gekeken naar de mogelijke kansen op de locatie en welke bedreigingen

Binnen een thema wegen verschillende criteria zwaarder ten opzichte van

zich voordoen.

andere criteria. Daarom is ervoor gekozen om aan elk criterium een wegingsfactor toe te kennen. De wegingsfactoren variëren van 1 tot 4. Hoe hoger de wegingsfactor, des te belangrijker het criterium is binnen het thema. Door de ongewogen score te vermenigvuldigen met de wegingsfactor, krijgt elk criterium een gewogen score. Een ongewogen score van 2 met wegingsfactor 2 levert hierdoor een gewogen score van (2 * 2) = 4 op.

33

6.1

Locatie A Sterk   

Locatie is ver gelegen van woningen en/of andere gevoelige functies. De locatie is gelegen aan de achterzijde van de voetbalvelden van de voetbalclub ‘Hollandia’, sport binnen het park is op deze manier geclusterd. Door de aanwezigheid van bomen rondom de locatie is er natuurlijke schaduwval op de skatebaan dat verkoeling kan brengen in de zomermaanden voor de skaters.

Zwak     

Kans  

De locatie is dusdanig omringd door groen dat aantasting op het beschermd stadsgezicht aanzienlijk klein is. De relatief afgezonderde locatie zorgt er voor dat bezoekers van het park geen overlast zullen ervaren van de aanwezige skatebaan.

Bedreiging     

Skatebaan locatie Julianapark

De locatie beschikt over de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie 1’, archeologisch onderzoek is benodigd. De locatie is gelegen binnen het beschermd stadsgezicht, een schriftelijke vergunning van B&W is nodig voor het aanbrengen van oppervlakte verharding. De locatie is omringd door bomen, kans op bladerval op de skatebaan is hier aannemelijk. Het oppervlak van de locatie bedraagt circa 2.100 m2, er is dus beperking in vrijheid van invulling en vorm om een baan te realiseren van 2.000 m 2. De locatie is minder goed bereikbaar over een geasfalteerd fiets/wandel pad.

De locatie is omringd door meerdere oude bomen, ontgravingen kunnen schade opleveren aan de wortels van de bomen. De locatie is gelegen op een afgelegen stuk van het park, met weinig tot geen sociale controle. De locatie is lastig te bereiken voor eventueel benodigde hulpdiensten. Door de afgelegen locatie en relatief lastig bereikbare ligging zal het bouwverkeer overlast en/of schade kunnen opleveren aan het Julianapark. Door de beperkte ruimte zijn zitmogelijkheden en de stalling van fietsen moeilijker te realiseren zonder afbreuk aan de omgeving.

34

6.2

Locatie B

Sterk    

Locatie is ver gelegen van woningen en/of andere gevoelige functies. Overlast voor omwonenden is hiermee uitgesloten. Locatie is gelegen binnen het zicht van het clubhuis van voetbalvereniging ‘Hollandia’, enige sociale controle is hiermee gewaarborgd. De locatie is middels bestaande wegen makkelijk te bereiken voor hulpdiensten. De locatie is makkelijk bereikbaar voor bouwverkeer, hierdoor zal de bouw relatief beperkte overlast geven op de rest van het park.

Kans 

Door de skatebaan te realiseren nabij de voetbalclub en speeltuin ontstaat er een clustering van speel- en sportvoorzieningen binnen het Julianapark, hierdoor kan synergie ontstaan.

Zwak    

Bedreiging 

 

Skatebaan locatie Julianapark

De locatie beschikt over de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie 1’, archeologisch onderzoek is benodigd. De locatie is gelegen binnen het beschermd stadsgezicht, een schriftelijke vergunning van B&W is nodige voor het aanbrengen van oppervlakteverharding. Locatie is direct gelegen aan het Markermeer, de skatebaan is hierdoor blootgesteld aan eventuele overstromingen en gevoelig voor windhinder. Locatie is gelegen naast een bestaande speelplaats voor jonge kinderen, gevaar dat jonge kinderen de skatebaan betreden (tenzij de speeltoestellen worden verplaatst, elders binnen het park).

Locatie is gelegen binnen de aanduiding ‘waterstaat – waterkering’. Het is verboden zonder of in afwijking van vergunning van B&W werkzaamheden uit te voeren die bestaan uit het afgraven en ophogen van gronden. Op de locatie zijn meerdere bomen gesitueerd welke verwijderd zullen moeten worden voor het realiseren van de skatebaan, de gemeente beschikt over een bomenbeleidsplan waarbij geldt ‘niet kappen tenzij..’. Er geldt een kapverbod voor alle bomen binnen de bebouwde kom van Hoorn. Op de locatie zijn in de huidige situatie meerdere speeltoestellen gesitueerd die zullen moeten worden verplaatst voor het realiseren van de skatebaan. ‘Hollandia’ dreigt juridische stappen te ondernemen mocht er worden gekozen voor locatie B.

35

6.3

Locatie C Sterk      

Locatie is goed bereikbaar met OV, fiets en auto. Locatie is gelegen aan een parkeervoorziening. Locatie is niet gelegen in de nabijheid van woningen en/of andere gevoelige functies. De locatie is middels bestaande wegen makkelijk te bereiken voor hulpdiensten. Locatie beschikt over enige verlichting aanwezig op het parkeerterrein gelegen aan de planlocatie. De gehele locatie heeft een oppervlak van circa 3.500m 2, de locatie biedt hierdoor inrichtingsvrijheden voor een baan van 2.000m2.

Kans   

Skatebaan locatie Julianapark

De planlocatie is gelegen nabij een bestaand verlicht parkeerterrein, hiervan kan gebruik worden gemaakt door toevoeging van extra armaturen op de lichtmasten. Het nabijgelegen parkeerterrein biedt mogelijkheden voor gebruikers van buiten de stad om gemakkelijk het skatepark te bezoeken. De locatie is goed te bereiken via het wegennetwerk, de bouw van de skatebaan zal op deze manier geen overlast brengen of schade aanbrengen aan de rest van het Julianapark. De gebruikers van het parkeerterrein kunnen bijdragen aan de sociale controle.

Zwak     

Locatie is gelegen nabij kleinschalige bebossing, bladerval kan gemakkelijk op de baan vallen. Locatie is gelegen nabij het Markermeer en is deels onbeschut, hierdoor kan wind worden ervaren op de planlocatie. De locatie beschikt over de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie 1’, archeologisch onderzoek is benodigd. Parkerende automobilisten zouden de plek als onveilig kunnen ervaren door de aanwezigheid van jongeren. Vliegende skateboards van de skatebaan kunnen schade veroorzaken aan geparkeerde auto’s. Dit vraagt om een aangepast hekwerk.

Bedreiging  

 

Locatie is gelegen naast een oude vuilstortplaats, de grond is mogelijk vervuild. De vervuilde grond kan zorgen voor nodige sanering van de bodem voordat er werkzaamheden mogen plaatsvinden c.q. de skatebaan in gebruik mag worden genomen, wat vertraging en hoge kosten met zich mee kan brengen. Het grondwater op de locatie kan mogelijk vervuild zijn door naastgelegen vuilstortplaats. Sanering is dan noodzakelijk. De bodem onder de locatie kan mogelijk te zwak zijn voor het dragen van de skatebaan, dit doordat de locatie in het verleden is opgehoogd.

36

6.4

Conclusie Multicriteria analyse

Door de scores van de drie locaties met elkaar te vergelijken, kan een conclusie worden getrokken. Deze conclusie geeft de beoordeling van de locatie op de verschillende eisen aan, dit is geen aanbeveling of advies. Op het gebied van bereikbaarheid is te zien dat locatie C een beoordeling van 3 heeft, locatie B een beoordeling van 1,9 en locatie A een beoordeling van 1,1. De locatie met de beste score voor bereikbaarheid is dus locatie C, gevolgd door B en de laagste beoordeling is voor locatie A. Op het gebied van veiligheid scoort locatie A 3.4, locatie B 5.8 en locatie C 8.8. De ruimtelijke eisen worden voor locatie A beoordeeld op 2, locatie B heeft een beoordeling van 4 en locatie C heeft een score van 6. Deze twee eisen laten hetzelfde beeld zien als bereikbaarheid, waar locatie C het hoogst scoort, gevolgd door locatie B en locatie A het laagst scoort. Milieubelasting in relatie tot de omgeving wordt voor locatie A beoordeeld op 5,4 , voor locatie B op 7,8 en locatie C op 4,8. Hier is te zien dat locatie B het hoogst wordt beoordeeld, gevolgd door locatie A en locatie C het laagst wordt beoordeeld. Omgevingsfactoren worden voor locatie A op 3,5 beoordeeld, voor locatie B op 4,7 en locatie C op 3,8. Hier scoort locatie B het hoogst, gevolgd door locatie C en locatie A scoort het laagst. Door de beoordeling te vermenigvuldigen met de weging, wordt de score berekend.

Deze scores opgeteld bepalen de eindscore van de locatie. Locatie C heeft een eindscore van 26,42, locatie B van 24,11 en locatie A van 15,47. Hieruit is te concluderen dat de score van locatie C het hoogst is, gevolgd door locatie B en de score van locatie A het laagst.

Skatebaan locatie Julianapark

37

7

Conclusie

De gemeente Hoorn is voornemens een nieuw skatepark binnen het Julianapark te realiseren. BRO is gevraagd een beleidsanalyse en multicriteria analyse uit te voeren. Op voorhand zijn er drie locaties aangewezen die de mogelijkheid bieden voor de situering van het nieuwe skatepark. Uit de beleidsanalyse en multicriteria-analyse, alsmede uit de gesprekken met belanghebbenden en gebruikers, blijkt dat locatie C is te beschouwen als de meest wenselijke locatie voor het realiseren van een

De gemeente Hoorn heeft een groenvisie opgesteld voor het recreatieve gebruik van de openbare ruimte. De gemeente heeft daarbij specifieke

Milieutechnisch Bomenbeleid

functies toegekend aan de grote groengebieden binnen de stad. Het Juli-

De gemeente Hoorn voert een streng bomenbeleid waar de gemeente het

anapark is hierin voorzien met de functie ‘dagrecreatie’. Het Julianapark is

motto hanteert “niet kappen, tenzij..”. Gezien de situering binnen het park

door deze functieaanduiding zeer geschikt voor het situeren van een

is het van belang een locatie te kiezen die ruimte biedt voor de realisatie

nieuwe skatebaan.

van het skatepark zonder de noodzaak om bomen te kappen. Op locatie A en B zijn diverse bomen gelegen welke schade kunnen oplopen bij de rea-

Locaties en vigerende bestemmingen

lisatie van een skatebaan, voor de realisatie van locatie B zullen diverse

De locaties zijn allen gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Binnenstad’

bomen gekapt moeten worden.

en vallen alle onder het paraplubestemmingsplan ‘Archeologie’. Archeologie en welstand

nieuwe skatebaan in het Julianapark.

Beleid De realisatie van een nieuwe skatebaan binnen het Julianapark is getoetst aan de hand van het vigerend beleid. Gezien de omvang is er geen ruimtelijk rijksbeleid van toepassing op de voorgenomen ontwikkeling. Wel zal het skatepark moeten voldoen aan de Europese gestelde norm NEN 1474, specifiek voor skatetoestellen. Aan de hand van het provinciaal beleid ‘Omgevingsvisie NH2050’ wordt Hoorn gezien als een van de krachtige centrumsteden van de provincie. Het planvoornemen voorziet in het versterken van de centrumstad door het creëren van een voorziening in de ruimtelijke ordening voor een uiteenlopende doelgroep, die een aantrekkende werking kan hebben op jongeren uit de gehele regio. Tevens is getoetst aan de gemeentelijke beleidsstukken. De omgevingsvisie Hoorn duidt het Julianapark aan als een bijzondere blauw-groene omgeving. Het planvoornemen speelt in op de opgave ‘aantrekkelijke stadsen woonwijken’ en ‘werken aan socialere, gezondere en veiligere omgeving’. Een goed werkende voorziening is een belangrijk onderdeel van een aantrekkelijke stad. Het planvoornemen ontwikkelt dan ook een voorziening waar mensen kunnen bewegen en kan dienen als sociale ontmoetingsplek.

Skatebaan locatie Julianapark

Locatie A

De drie locaties zijn allen gelegen binnen de ‘Waarde – Archeologie 1’ aan

Locatie A heeft een oppervlak van ca. 2.100 m2 en draagt de enkelbe-

de hand van de beleidskaart opgesteld door de gemeente. Voor alle drie

stemming ‘Groen’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Beschermd stads-

de locaties geldt een archeologisch onderzoeksplicht. De locaties zijn niet

gezicht’ en ‘Waarde – Archeologie 1’.

opgenomen binnen het welstandsgebied ‘Binnenstad’, hier worden geen belemmeringen verwacht.

Locatie B Locatie B heeft een oppervlak van ca. 3.300 m2 en draagt de enkelbe-

Ecologie

stemming ‘Groen’ en de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’,

In het plan dienen de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet te wor-

tevens ‘Waarde – Beschermd stadsgezicht’. De helft van de locatie heeft

den tegen de aanwezige natuurwaarden vanuit de Wet natuurbescher-

daarbij de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’.

ming. Gezien het beoogde voornemen en de bijbehorende werkzaamheden adviseren wij om een QuickScan Flora en Fauna te laten uitvoeren

Locatie C

voor de gekozen locatie.

Locatie C heeft een oppervlak van ca. 3.400 m2. En beschikt over de enkelbestemming ‘Groen’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie

Water

1’.

Het toevoegen van verhard oppervlak kan invloed hebben op het oppervlaktewater en grondwater, het uitvoeren van een watertoets is daarom

Aan de hand van deze gegevens bied locatie C de meeste vrijheid aan op-

noodzakelijk. Belangrijk om mee te nemen is dat voor locatie B er een

pervlak voor het realiseren van een skatebaan van ca. 2.000 m2. Tevens

dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ is opgenomen in het be-

is op locatie C geen dubbelbestemming ‘Waarde – Beschermd stadsge-

stemmingsplan. Dit betreft een primaire waterkering, beschermingszone A

zicht’ van kracht. Aan de hand van het bestemmingsplan is Locatie C de

(direct gelegen naast het waterstaatwerk).

locatie met de minste beperkende regelgeving.

38

Cultuurhistorie

Tabel 4: Noodzakelijke onderzoeken per locatie

Om zicht vanuit Hoorn op het water vrij te houden is het aan te beleven grootschalige buitendijkse ontwikkelingen te beperken, dit wordt gesteld

Aspecten

Noodzakelijke onderzoeken per locatie Locatie A

Locatie B

Locatie C

Ja

Ja

Nee

Ja

Ja

Verkennend bodemonderzoek reeds uitgevoerd. Vervolgonderzoek benodigd.

Archeologie

Ja

Ja

Ja

Ecologie Flora en Fauna

Ja

Ja

Ja

Water

Ja

Ja, extra risico ‘waterkering’

Ja

Cultuurhistorie

Nee

Ja

Nee

C een vuilstortplaats gesitueerd. Aan de hand van bodem onderzoek is

Luchtkwaliteit

Nee

Nee

Nee

gesteld dat er een mogelijke kans is op lood vervuiling, verder onderzoek

Externe veiligheid

Nee

Nee

Nee

in het beeldkwaliteitsplan. Er zal onderbouwd moeten worden dat de realisatie van het skatepark niet zorgt voor zicht beperking op de stad. Dit is voornamelijk van belang voor locatie B gezien de situering aan de waterlijn. Bodem Aan de hand van kaarten is gesteld dat de gronden van de locaties toepasbaar zijn voor het realiseren van een skatebaan. Wel is naast locatie

van het sample wordt uitgevoerd.

Bomen Bodem

‘Hollandia’ dreigt met juridische stappen wanneer locatie B wordt voortgezet.

Luchtkwaliteit Geconcludeerd kan worden dat de achtergrondwaarden aan stikstof en fijnstof ruim onder de norm liggen. Er kan gesteld worden dat er sprake is van een goed verblijfsklimaat in het kader van de luchtkwaliteit door de drie mogelijke locaties van de skatebaan. Externe veiligheid Rondom de drie locaties zijn geen risicobronnen aanwezig. Er worden geen belemmering verwacht betreffende dit aspect. Participatie traject De enquête is 695 keer volledig ingevuld, waarvan grotendeels van de participanten bestaat uit parkbezoekers. De skate-community staat positief tegenover een nieuwe locatie en ontwikkeling, met de voorkeur voor locatie C. De parkbezoekers hebben een gemengde mening, enerzijds vindt men het flauwekul dat het huidige park vernieuwd moet worden dan wel verhuisd, anderzijds wordt er een duidelijke voorkeur uitgesproken over de locatie C. De sportverenigingen zijn beide tegen locaties A en B , HVV

Skatebaan locatie Julianapark

39

Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Skatebaan locatie Julianapark

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=44aaa68e-ce83-4e77-9c03-8820dccddc82