Bijlage 1- Bestemmingsplan Stadsstrand toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Stadsstrand vastgesteld
bestemmingsplan Toelichting
Stadsstrand vastgesteld 15-08-2022
bestemmingsplan Stadsstrand
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Planbegrenzing 1.3 Leeswijzer
7 7 8 9
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Stadsstrand (Module 2) 2.2 Grote Waal en de Hulk (Module 3) 2.3 Omgevingsvergunning en wijzigingen 2.4 Drie bruggen
11 11 11 12 14
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
17 17 19 23
Hoofdstuk 4 Omgevingstoets 4.1 Bodem 4.2 Ecologie 4.3 Erfgoed 4.4 Externe veiligheid 4.5 Geluidhinder 4.6 Milieuhinder bedrijven 4.7 Verkeer en parkeren 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Water 4.10 Duurzaamheid 4.11 Milieueffectrapportage
27 27 27 31 32 33 35 36 40 41 46 46
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Inleiding 5.2 Bestemmingsplanprocedure 5.3 Toelichting op de bestemmingsplanregels
49 49 50 50
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid 6.3 Handhaving
53 53 54 54
3
bestemmingsplan Stadsstrand
4
bestemmingsplan Stadsstrand
Toelichting
5
bestemmingsplan Stadsstrand
6
bestemmingsplan Stadsstrand
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De Markeermeerdijken zijn een primaire waterkering gelegen tussen Hoorn en Amsterdam. De Markerkeerdijken zijn in beheer bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Omdat grote delen van de dijken niet voldoen aan de huidige veiligheidsnormen tegen overstromingen zoals vastgelegd in de Waterwet is versterking van de Markermeerdijken noodzakelijk. Er is een onherroepelijke vergunning voor het Projectplan Waterwet Markermeerdijken met bijbehorende Milieueffectrapportage, een omgevingsvergunning Wabo en een vergunning en ontheffing Wet natuurbescherming voor de dijkversterking van de Markermeerdijk tussen Hoorn en Amsterdam. Binnen de gemeente Hoorn is binnen dit project sprake van drie modules. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op module 2 (Strand Hoorn) en module 3 (Grote Waal en de Hulk). Met de dijkversterking ter hoogte van Hoorn wordt een oeverdijk (een dijk voor de bestaande Westfriese omringdijk) aangelegd. Deze nieuwe dijk krijgt twee functies: 1. 2.
Het betreft de nieuwe waterkerende dijk. Het is de basis voor de aanleg van het stadsstrand binnen de gemeente Hoorn.
De Alliantie Markermeerdijken maakt voor de gemeente Hoorn op de nieuwe oeverdijk een groot stadsstrand en nieuwe fiets- en wandelmogelijkheden. Op die manier kunnen inwoners en bezoekers nog meer genieten van de kust van Hoorn. De aanleg van het stadsstrand inclusief de bijbehorende voorzieningen is direct gekoppeld aan de aanleg van de oeverdijk. Met het Stadsstrand wil Hoorn een betere verbinding leggen tussen de stad en het water en meer bezoekers naar de stad trekken. Er komen verschillende functies en voorzieningen zodat diverse doelgroepen zich thuis zullen voelen in het recreatiegebied. De gemeenteraad heeft op 30 juni 2020 besloten het ontwerp Stadsstrand Hoorn Plan Variant 2 als uitgangspunt vast te stellen voor de realisatie van het stadsstrand en heeft op 3 november 2020 een Uitvoeringskrediet ter beschikking gesteld voor het Project Stadsstrand + fiets-/voetpad Westerdijk. In dit ontwerp zijn nieuwe ontwikkelingen en aanpassingen in het plan opgenomen. Een aantal ontwikkelingen zoals nader uitgewerkt in het onwerp Stadsstrand Hoorn Plan Variant 2 worden niet gedekt door het projectplan. Zie onderstaand figuur en Bijlage 1 voor een overzichtstekening.
7
bestemmingsplan Stadsstrand
Figuur 1. Overzichtstekening stadsstrand Hoorn.
Het nu voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op het planologisch verankeren van de vergunde delen uit het Projectplan Markermeerdijken en het planologisch mogelijk maken van de nieuwe ontwikkelingen (zie Hoofdstuk 2) in relatie tot Projectplan Markermeerdijken.
1.2
Planbegrenzing
De ligging van module 2 (oostelijk deel) met een lengte van circa 1.000 meter en module 3 (westelijk deel) met een lengte van circa 4.000 meter waarvan circa 1.500 meter binnen de gemeente Hoorn zijn in onderstaand figuur 1 weergegeven. De exacte begrenzing blijkt uit de verbeelding behorende bij het voorliggende bestemmingsplan.
8
bestemmingsplan Stadsstrand
Figuur 2. Ligging plangebied.
1.3
Leeswijzer
De toelichting van dit bestemmingsplan heeft zes hoofdstukken. In hoofdstuk twee is het planvoornemen beschreven. Hoofdstuk drie geeft een beschrijving van het van toepassing zijnde beleid. In hoofdstuk vier wordt verslag gedaan van het onderzoek naar de randvoorwaarden en belemmeringen die gelden vanuit de diverse planologische en milieukundige toetsingskaders. Hoofdstuk vijf is de juridische toelichting op het bestemmingsplan en hoofdstuk zes gaat in op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
9
bestemmingsplan Stadsstrand
10
bestemmingsplan Stadsstrand
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
Als één van de twee centrumsteden van Noord-Holland Noord (POV) heeft Hoorn een goede regionale uitgangspositie. Hoorn heeft zich in 2019 in de visie 'De toekomst van Hoorn: er is een wereld te winnen! ' voorgenomen om 'meer stad' te worden, een actieve, ontwikkelende houding aan te nemen en in te zetten op recreatie en toerisme. Dit project ondersteunt deze ambitie. Met de uitvoering wordt Hoorn nog aantrekkelijker om te wonen, werken en recreëren. Zoals in paragraaf 1.1 staat omschreven, wordt met de dijkversterking ter hoogte van Hoorn in de modules 2 en 3 een oeverdijk (een dijk voor de bestaande Westfriese omringdijk) aangelegd. Op deze nieuw aan te leggen oeverdijk is in module 2 een stadsstrand en in module 3 natuurontwikkeling voorzien inclusief nieuwe fiets- en wandelmogelijkheden. Onderstaand is nader ingegaan op de ontwikkeling per module. De toe te voegen oeverdijk voegt een nieuwe laag toe aan de historie van de dijk. De oeverdijk komt te liggen in een landschap met aan weerszijden natte natuur. De oeverdijk biedt in het noorden ruimte voor recreatie (module 2) en in het zuiden voor natuur (module 3). Het stadsstrand van Hoorn wordt door de gemeente Hoorn toegankelijk gemaakt door het realiseren van twee bruggen tussen de bestaande dijk en de oeverdijk. De inwoners van Hoorn en Scharwoude houden uitzicht over de Hoornse Hop.
Het wordt mogelijk een aantrekkelijk rondje te fietsen en te wandelen langs de Hoornse Hop vanuit de woonwijk Grote Waal en vanuit het centrum van Hoorn. In het deel ten zuiden van de Galgenbocht krijgt de natuur een kwaliteitsimpuls. Het gevarieerde tussenwater vergroot het leefgebied van diverse soorten en de zachte land-waterovergang is een meerwaarde voor het Markermeer als geheel. Ook in dit gebied is een brug voorzien. Een overzichtstekening van de totale ontwikkeling is als Bijlage 1 bijgevoegd.
2.1
Stadsstrand (Module 2)
Voor de dijk van de Grote Waal komt een oeverdijk te liggen. Dit is een nieuwe dijk die vóór de bestaande dijk wordt aangelegd. De Galgenbocht op de Westfriese Omringdijk is een geliefde plek om te genieten van het zicht op de historische binnenstad van Hoorn. De inrichting en beplanting van het gebied is 'dienend' aan de monumentale Westfriese Omringdijk. Door het gebruik van zachte glooiingen ontstaat een interessant gebied waar recreanten het jaar rond kunnen wandelen en fietsen. De glooiingen zorgen voor een afwisselend landschap met zicht op het Markermeer en de Westfriese Omringdijk. De hoogte van het landschap is niet hoger dan de hoogte die verplicht is voor waterveiligheid, op één uitkijkpunt bij de middelste strekdam na. Dit zorgt voor het behoud op het weidse uitzicht op het Hoornse Hop. Het stadsstrand van Hoorn wordt een plek om te spelen, wandelen, fietsen, zonnen, sporten, een kop koffie drinken, of te chillen na een duik in het Markermeer vanaf de zwemsteiger. Een gezellige plek om iets te eten en te drinken op het strand komt nabij de Galgenbocht in de vorm van een strandpaviljoen. Er is één weg voor fietsers en automobilisten die parkeren op het stadsstrand. De weg is zo ingericht dat de auto te gast is en daardoor snelheid zal minderen. Er is een apart pad voor voetgangers.
Om er voor te zorgen dat het zicht op geparkeerde auto’s beperkt blijft woren de parkeerplaatsen niet dwars op de rijbaan gesitueerd, maar gegroepeerd in ‘parkeerkoffers’. Door deze indeling en de glooiingen nabij de parkeerkoffers gaan de auto’s meer op in de omgeving en zijn ze minder zichtbaar. In totaal krijgt het stadsstrand 500 parkeerplaatsen.
2.2
Grote Waal en de Hulk (Module 3)
De genoemde oeverdijk zal doorlopen langs Grote Waal en De Hulk. Vanaf de Galgenbocht zuidwaarts is binnendijks het landje van Naber aanwezig. Dit gebied herbergt een aantal natuurwaarden maar is geen beschermd gebied. Vanaf de kruising met De Hulk ligt binnendijks het natuurgebied De Hulk, ook het buitendijks voorland behoort tot dit natuurgebied. Het buitendijkse voorland maakt onderdeel uit van het Nationaal Natuurnetwerk Nederland.
11
bestemmingsplan Stadsstrand
Binnen module 3 is het noordelijk deel een overgangsgebied tussen stadsstrand (M2) en natuurgebied de Hulk (zuidelijk deel M3). Hier hebben we altijd gesproken over 'recreatief uitloopgebied'. Ten zuiden van de fietsbrug bij de Hulk is het terrein afgesloten en is de functie primair 'natuur' Door de aanleg van de oeverdijk blijft de huidige dijk intact. Ten westen van het stadsstrand (voorbij de Galgenbocht), loopt de zandige oeverdijk door. Dit deel van de oeverdijk wordt deels ingericht als natuurgebied. De oeverdijk biedt hiermee een (potentieel) leefgebied voor beschermde soorten. Zo kunnen op de oeverdijk rietlanden worden ontwikkeld die geschikt leefgebied vormen voor noordse woelmuis, waterspitsmuis en ringslang. In het tussenwater ontstaan door de geleidelijke overgang van land naar water, goede condities voor de ontwikkeling van oever- en ondergedoken waterplanten, wat goed is voor de waterkwaliteit. Van waterplanten kunnen niet-broedvogels als foerageergebied profiteren en het tussenwater kan als kraamkamer voor vissen dienen.
2.3
Omgevingsvergunning en wijzigingen
In 2018 is er de omgevingsvergunning voor de versterking van de Markermeerdijke verleend (vastgesteld op 15 november 2018). De vergunde funcites zijn: dijkversterking, wandel- en fietsverbinding, parkeervoorzieningen, stadsstrand, inlaat Noord (duiker) en strekdammen. Bij de omgevingsvergunning is eveneens beoordeeld dat recreatief (uitgezonderd verblijfsrecreatie) gebruik van de gronden niet strijdig is met de huidige bestemming 'Markermeer'. Het voorliggende bestemmingsplan Stadsstrand Hoorn is primair bedoeld voor het planologisch verankeren van hetgeen is vastgelegd in het projectplan voor de dijkversterking (Projectplan Markermeerdijken, goedgekeurd door GS van Noord-Holland op 31 oktober 2018). Omdat het hier gaat om de verwerking van een onherroepelijk ruimtelijk besluit hoeven er, voor de onderdelen die onverkort in het bestemmingsplan voor het strand worden overgenomen, geen nieuwe onderzoeken te worden uitgevoerd. Het gaat immers om de consolidatie van een reeds genomen planologisch besluit. Echter, in dit bestemmingsplan worden, ten opzichte van het projectplan voor de dijkversterkingen, enkele kleine nieuwe wijzigingen mogelijk gemaakt.
Dit bestemmingsplan voorziet, naast het verwerken van het hiervoor genoemde besluit, in het planologisch kader voor de aanvullingen die de gemeente graag wil realiseren en die nog niet zijn vergund met bovengenoemde omgevingsvergunning of strijdig zijn met de huidige bestemmingen in het plangebied. Concreet gaat het hier om het realiseren van: Verkeer: meanderen wandelpad In het originele ontwerp is al het verkeer (voetganger, fiets en bestemmingsverkeer auto) over de lengte van de oeverdijk gecombineerd op 1 brede rechte rijbaan, de kortste weg van A naar B (meekoppelkans). Voor voetgangers is dit niet de ideale oplossing. Het delen van de weg is geen optimale wandel/recreatie beleving. Daarom is gekozen om het voetpad (rolstoeltoegangelijk) over de breedte van de oeverdijk te laten slingeren. Dit brengt de wandelaar zowel dicht bij het binnenwater als op andere punten dicht bij het strand, en dient ook als aansluiting op het strand. Het alternatief van drie aparte verkeersstroken op de kruin van de dijk is geen optie omdat er op die manier drie paralelle stroken wegdek gemaakt moeten worden. Dit zou een enorm ruimtebeslag veroorzaken, landschappelijk niet mooi inpasbaar en ook het oversteken van drie aparte verkeerstroken is onveilig.
Verkeer: parkeren aan binnen- en buitenzijde van de kruin In het originele ontwerp was het parkeren alleen op de binnenberm van het stadsstrand geschetst. In de verdere uitwerking is gekozen voor een lichtglooiend landschap dat ruimte biedt om parkeren in de “dalen” van het glooiende landschap te situeren om zodoende geparkeerde auto's zoveel mogelijk aan het zicht te ontrekken. De parkeerovalen in het middengebied zijn uitsluitend voor bijzonder drukke dagen bedoeld, en zijn het allergrootste deel van het jaar niet in gebruik als parkeerterrein. Door de inrichting zullen deze een groene uitstraling hebben (doorgroeibare straatverharding). Met de parkeerovalen kan de
12
bestemmingsplan Stadsstrand
parkeercapaciteit conform de wens van de Raad geconcentreerd worden bij de schouwburg en bij het toekomstige strandpaviljoen. Door de glooiingen van het landschap en eventuele lage beplanting om de parkeerovalen worden de auto's als het ware in het landschap verstopt. In totaal krijgt het stadsstrand 500 parkeerplaatsen verdeeld over zes ovalen. Er is één weg op het strand die in verbinding staat met de parkeerplaatsen. Het parkeren is als volgt opgelost: Nabij de schouwburg liggen drie ovalen voor permanent parkeren. Hier worden 250 parkeerplaatsen gerealiseerd; Bij de Galgenbocht, waar een paviljoen komt wordt één ovaal gerealiseerd voor 120 permanente parkeerplaatsen; In het tussengebied worden nog eens 130 parkeerplaatsen gerealiseerd over twee ovalen. Deze parkeerplaatsen worden alleen opengesteld bij topdagen. Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar paragraaf 4.7 Sport en spel: toevoegen speeltoestellen aan stadsstrand De vraag naar actieve buitenrecreatie blijft groeien. Door gebruik te maken van het glooiende landschap ontstaan er beschutte deelterreinen (ovalen) die doelgericht geschikt worden gemaakt voor recreatie. Deze plekken worden geschikt gemaakt voor balsporten en/of sporttoestellen. In beginsel vallen dergelijke functies onder de reeds toegestande functie recreatie maar zekerheidshalve wordt deze functie geregeld in het bestemmingsplan.
Spelen en speeltoestellen worden overal toegestaan. Horeca: strandpaviljoen en foodtruck of iets vergelijkbaars De in 2015 geschetste plekken voor horeca zijn uitgewerkt als een locatie voor een strandpaviljoen (bij strekdam Galgenbocht) en een tijdelijke locatie bij de middelste strekdam voor kleinschalige horeca. Deze horeca dient als ondersteuning van het aantrekkelijk maken van het stadsstrand gedurende het hele jaar. Ook is er ruimte voor voor een foodtruck of iets vergelijkbaars die daar in het voor-, hoog en naseizoen kan staan. Met betrekking tot het strandpaviljoen is een kavelpaspoort opgesteld alsmede een aantal doorsnedes met betrekking tot de hoogte van het strandpaviljoen in relatie tot de omgeving. Deze stukken zijn als Bijlage 2 bijgevoegd. Steiger aan strekdam galgenbocht Aan de strekdam ter hoogte van de Galgenbocht kan een zwemsteiger worden gerealiseerd. Door een zwemsteiger in dit gebied ontstaat de mogelijkheid om te duiken en meteen in “diep” water te zwemmen. Vanaf het strand neemt de waterdiepte slechts heel langzaam toe, ideaal voor kinderen, maar daarmee minder geschikt voor zwemmen. Hoogte afwijking bij middelste strekdam Ter hoogte van de middels strekdam wordt op het verste punt vanaf de WFO een hoogteaccent gemaakt. In de omgevingsvergunning is een hoogteprofiel voor de oeverdijk opgenomen met een maximale hoogte van +2.3 NAP.
De wens is om een hoogteaccent aan te brengen met een hoogte van +5.0 NAP. Dit hoogteaccent is gesitueerd halverwege module 2. Het betreft hier een “uitkijkplatform” dat opgaat in het glooiende landschap. Door de afstand vanaf de dichtstbijzijnde bewoners (>200meter) verstoord dit niet het uitzicht, maar biedt wel een extra perspectief op de omgeving. Hiermee wordt de veelzijdigheid van het beleven van het strand versterkt. Naast het spectaculaire uitzicht vanaf de Galgenbocht op het historische stadscentrum van Hoorn, wordt hier een extra beleving toegevoegd zonder het weidse uitzicht structureel te verstoren. Sanitaire voorzieningen Om de zwemwater kwaliteit te handhaven en tegemoet te komen aan de behoefte aan openbare sanitaire voorzieningen op dagrecreatie terreinen is een toiletgebouw geplanned bij de middelste strekdam, dichtbij de tijdelijke horeca locatie. Dit gebouw wordt pragmatisch ingericht en met een zo effectief mogelijk (klein) ruimtebeslag. Aan het begin van het strand zijn horeca gelegenheden (geplanned) daarom is in het midden van het ongeveer 900 meter lange stadsstrand het openbare toilet gesitueerd. De toilet/strandvoorziening komt in een permanent gebouw met een oppervlak van 25m².
13
bestemmingsplan Stadsstrand
2.4
Drie bruggen
Naast de hiervoor genoemde kleine wijzigingen ziet het plan ook op de realisatie van drie bruggen. Via deze drie bruggen kan men straks vanaf de historische Westfriese Omringdijk naar het nieuwe Hoornse stadsstrand. In de bruggen komen de Westfriese Omringdijk en het stadsstrand samen. De bruggen zijn ontworpen als strandopgangen, en de vorm van de bruggen is geïnspireerd op de vorm van een historische dijk. Drie bruggen verbinden historische dijk met het stadsstrand Het toekomstige stadsstrand ligt tussen schouwburg Het Park en de Galgenbocht bij de Grote Waal en komt bovenop de zandige oeverdijk die voor de Hoornse kust is aangelegd. Er zijn straks vier toegangen vanaf de Westfriese Omringdijk (de huidige dijk) naar het stadsstrand. De eerste toegang is aan het begin van het stadsstrand, ten westen van de schouwburg. Daar kunnen voetgangers, fietsers, en automobilisten direct (zonder brug) het stadsstrand bereiken. De andere toegangen gaan via drie bruggen die het water overbruggen tussen de Westfriese Omringdijk en de oeverdijk met het stadsstrand. Ongeveer halverwege het stadsstrand komt een wandelbrug voor voetgangers, en bij het einde van het stadsstrand (vlakbij de Galgenbocht) komt een verkeersbrug voor voetgangers, fietsers, en automobilisten. Ten westen van het stadsstrand (voorbij de Galgenbocht), loopt de zandige oeverdijk door.
Dit deel van de oeverdijk (Module 3 zie paragraaf 2.2) wordt deels ingericht als natuurgebied. Ook het fietspad en wandelpad van het stadsstrand gaan verder over dit deel van de oeverdijk. Deze fiets- en wandelroute wordt met een brug vlakbij de T-splitsing van de Hulk verbonden met de Westfriese Omringdijk. Deze derde brug wordt als onderdeel van de recreatieve fietsroute van Hoorn naar Amsterdam aangelegd.
Figuur 3. De ligging van de drie te realiseren bruggen die de Westfriese Omringdijk verbinden met het toekomstige stadsstrand. © Kaartje Ney & Partners
De vormgeving van de drie bruggen is op elkaar afgestemd, zodat er een uniform beeld ontstaat. Hierbij geldt dat de wandelbrug en fietsbrug vrijwel identiek zijn, de verkeersbrug is zwaarder uitgevoerd (breder), zodat het geschikt is voor gemotoriseerd verkeer. Om de bruggen te realiseren wordt er op de oeverdijk een landhoofd gemaakt. Dijk en strand komen samen
14
bestemmingsplan Stadsstrand
Het klassieke dwarsprofiel van een dijk is als vertrekpunt genomen bij het ontwerp van de bruggen. Deze komt terug in de kuipvorm van de brug. De brug is ingericht als een duindoorgang, met aan weerszijde van het pad of de weg een zandbed begroeid met grassen. Ook de afrastering op de brug, gemaakt van houten palen en staaldraad, en de vlonders van het voetpad sluiten aan bij de beleving van het strand. De gebruiker gaat als het ware door een smalle duinpan naar het stadsstrand.
Figuur 4. Impressie ligging bruggen. Onderste brug betreft de wandelbrug en de bovenste brug is de verkeersbrug Galgenbocht. © Kaartje Ney & Partners
Hoewel de bruggen al wel als zodanig benoemd zijn in het projectplan Waterwet en de ruimtelijke onderbouwing behorende bij de verleende omgevingsvergunning maken deze geen deel uit van de verleende vergunningen. De bruggen worden in dit bestemmingsplan planologisch mogelijk gemaakt. In dit bestemmingsplan wordt in de hoofdstukken 3 en 4 dan ook alleen ingegaan op bovengenoemde wijzigingen in het plangebied welke ten tijde van de vastelling van de omgevingsvergunning voor de versterking van de Markermeerdijken nog geen onderdeel uitmaakten van het planvoornemen. In het kader van de reeds verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning Projectplan Markermeerdijken is in de daarvoor gevoerde procedure al ingegaan op deze aspecten.
15
bestemmingsplan Stadsstrand
16
bestemmingsplan Stadsstrand
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van andere overheden, is het Barro opgesteld. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De beoogde ontwikkeling zoals benoemd in Hoofdstuk 2, heeft geen raakvlakken met het beleid zoals benoemd in de NOVI. 3.1.2
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Sinds 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht. In de structuurvisie staan alle plannen voor ruimte en mobiliteit voor de komende decennia. Met de structuurvisie het het Rijk meer verantwoordelijkheid bij de lagere overheden. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Eén van de rijksdoelen tot 2028 is zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Primair draagt de versterking van de Markermeerdijken bij aan de opgave van waterveiligheid zoals omschreven in de SVIR. Dit project is onlosmakelijk verbonden met de dijkversterking. Het betekent bovendien een impuls voor de leefbaarheid, dankzij de functies die het toevoegt voor vrijetijdsbesteding. 3.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 07-12-2011), ook wel bekend onder de naam Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn de nationale belangen uit de SVIR voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In artikel 2.3.3 en 2.3.4 van het Barro zijn regels opgenomen met betrekking tot primaire waterkeringen. De gronden die behoren tot de waterkering hebben overeenkomstig artikel 2.3.3. lid 1 de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. De beoogde toevoegingen leiden niet tot belemmeringen voor de instandhouding of versterking van het zandige deel van het kustfundament of het onderhoud, de veiligheid of mogelijkheden voor versterking van de primaire waterkering. Uit het Barro blijkt dat voor het planvoornemen en het projectgebied voor het overige geen sprake is van specifieke aspecten van nationaal belang. Elke gemeente aan het IJsselmeer/ Markermeer heeft een zogenaamde 'Barro ruimte' van 5 hectare om land te maken in het IJsselmeer/ Markermeer. Als deze hectares zijn opgebruikt, is het niet meer mogelijk om ruimte in het IJssemeer/ Markermeer te gebruiken. Voor zover het landmaken ziet op waterstaatkundige werken, zoals ten behoeve van hoogwaterbescherming, worden deze hectares niet gezien als 'Barro ruimte'.
Het gehele stadsstrand Hoorn (oeverdijk) is primair bedoeld voor
17
bestemmingsplan Stadsstrand
hoogwaterbescherming. Het stadsstrand Hoorn wordt dan ook niet gerekend tot de 'Barro ruimte'. Het planvoornemen is niet in strijd met de regels uit het Barro. 3.1.4
Ladder voor duurzame verstedelijking
De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimte-gebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. De tekst uit het Bro luidt als volgt: ''De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied'. De horecaontwikkeling is te kwalificeren als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor de aanpassing van het bestemmingsplan is daarom een onderbouwing van de horecafunctie aan de Ladder noodzakelijk. Voor het planologisch mogelijk maken van de horecaontwikkeling is een ladderonderbouwing opgesteld. De ladderonderbouwing is als Bijlage 3 bijgevoegd. Op basis van een fair share verdeling tussen het centrum en de overige delen van Hoorn (75:25) is 780 1.630 m2 (4 tot 8 vkp) van de behoefte in 2031 aan gebieden buiten het centrum toe te wijzen.
Op grond van de substantiele eigen vraag naar horeca vanuit eigen bezoekers ligt het voor de hand om horeca toe te voegen aan het stadsstrand.
Figuur 5. Kwantitatieve marktruimte horeca in Hoorn 2031
Kwalitatief kunnen de volgende argumenten worden aangegeven: Bedrijven in de restaurantsector zijn ondergemiddeld vertegenwoordigd in Hoorn. Toevoeging van horeca bij het Stadsstrand verbeterd dit enigzins. Horeca kan goed worden gecombineerd met andere functies op het stadsstrand. Door de ligging nabij deze functies is er een directe vraag naar horeca. Horeca past bij de stedelijke levensstijl. Horeca zorgt voor levendigheid en ontmoeting; Door de trend van schaalvergroting vormt de toevoeging van een strandtent een kans voor het toevoegen van (een) grotere horecavestiging(en). Consumenten zijn in toenemende mate op zoek naar bijzondere concepten op verrassende locaties met een verhaal. De toevoeging van een horecavestiging in Hoorn zorgt voor werkgelegenheid en een versterking van de levendigheid en dynamiek in het gebied waardoor nieuwe investeringen kunnen worden uitgelokt. De verwachting is dat mogelijke negatieve ruimtelijk-economische effecten (zoals omzetverdringing bij bestaande horeca en kans op leegstand) beperkt zijn omdat: Er voldoende marktruimte is voor horeca in Hoorn. Op de locatie ontstaat voldoende eigen vraag naar horeca.
18
bestemmingsplan Stadsstrand
De horeca sluit aan op de bestaande horeca in Hoorn. De toevoeging van een mooi strandpaviljoen op een unieke buitenlocatie versterkt de horecastructuur in het gebied. Conclusie Laddertoets Uit de laddertoets blijkt samenvattend dat voor het strandpaviljoen in Hoorn op basis van de Ladder voldoende behoefte is aangetoond, zowel kwantitatief als kwalitatief. Daarmee past de ontwikkeling binnen de vereisten van de Ladder en is sprake van een zorgvuldige ruimtelijke ordening. 3.1.5
Rijksstructuurvisie Amsterdam-Almere-Markermeer (RRAAM)
Het mogelijk maken van de drievoudige ambitie op het gebied van verstedelijking, bereikbaarheid, natuur en recreatie in het gebied Amsterdam-Almere-Markermeer is van belang voor het bieden van ruimte aan de demografische en economische groei van Nederland in het algemeen en de noordelijke Randstad in het bijzonder. Voor het Markermeer-IJmeer is het toekomstperspectief een Toekomstbestendig Ecologisch Systeem (TBES), waardoor een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving ontstaat met aantrekkelijke natuur- en recreatiegebieden. Het ecologisch systeem van het Markermeer-IJmeer is vitaal, gevarieerd, robuust en biedt, door natuurinvesteringen, juridische ruimte om de gewenste ruimtelijke en recreatieve ontwikkelingen mogelijk te maken. De beoogde ontwikkeling van het gebied Amsterdam-Almere-Markermeer kan alleen tot stand komen met voldoende initiatieven van onderop, die elkaar versterken en die door overheden worden gefaciliteerd. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het project voorziet met de nieuwe voorzieningen voor vrijetijdsbesteding en de aandacht voor groen in de openbare ruimte in realisatie van ambities uit de RRAAM, die doelen op de natuurlijke en recreatieve ontwikkeling van het Markermeer. Het plan versterkt bovendien de identiteit van de Noordvleugel. Het past daarmee uitstekend binnen de uitgangspunten van het RRAAM.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Holland 2050
De provincie streeft in de in november 2018 vastgestelde Omgevingsvisie naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn, en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. De provincie staat voor een gezonde en veilige leefomgeving, goed voor mens, plant en dier, en daarmee ook goed voor het economisch vestigingsklimaat binnen de provincie. Dit evenwicht staat ten dienste van duurzame ontwikkeling, zodat toekomstige generaties ook profiteren van de keuzes die wij maken. De provincie wil met de omgevingsvisie bereiken dat iedereen die in Noord-Holland woont, werkt en op bezoek komt een prettige leefomgeving aantreft. Nu, maar ook in de toekomst. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. In samenhang bekeken zijn in dit kader randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met grote thema's als klimaatverandering, energietransitie, veranderende economieën, volkshuisvesting, bodemdaling en verminderde biodiversiteit. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Onder het credo 'Op weg naar een economisch duurzame toekomst' plaatst de provincie Noord-Holland vijf 'bewegingen'. Dit project past onder de beweging Dynamisch schiereiland.
Hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen
19
bestemmingsplan Stadsstrand
benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. Aangezien dit project een 'meekoppelkans' is van de versterking van de Westfriese Omringdijk, is het bij uitstek een invulling van het in de Omgevingsvisie genoemde ontwikkelprincipe "Bij nieuwe ontwikkelingen in de wateren (Noordzee, Waddenzee, IJsselmeer, Markermeer, IJmeer en Gooimeer) wordt aangesloten op de karakteristieken van de kustlijnen". Het planvoornemen past binnen de gestelde doelstellingen en ambities in de provinciale omgevingsvisie. 3.2.2
Omgevingsverordening NH2020
In november 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 in werking getreden. Hierin zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil ontwikkelingen als woningbouw en windenergie mogelijk maken en het waardevolle Noord-Hollandse landschap beschermen. Hierin wordt een evenwichtige balans gezocht tussen economische groei en leefbaarheid. De 21 provinciale verordeningen zijn samengevoegd tot één verordening. Hierdoor is het makkelijker geworden om te zien welke regels waar gelden. In deze verordening worden regels gegeven over onderwerpen in zowel het landelijke als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen Op basis van artikel 6.3 van de Omgevingsverordening kan een bestemmingsplan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Dit artikel vormt een aanvulling op het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking. Deze toetsing aan het provinciaal beleid is verwerkt in de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. In paragraaf 3.1.3 is getoetst aan de ladder.
Provinciaal monument Als onderdeel van het project stadsstrand Hoorn worden tussen de bestaande waterkering en de nieuwe waterkering (oeverdijk) drie bruggen gebouwd. De bruggen overspannen het water tussen de bestaande en de nieuwe dijk (tussenwater). Voor de bouw van deze drie bruggen is een omgevingsvergunning – monument benodigd, omdat ter hoogte van de bestaande dijk op het provinciaal monument wordt ingegrepen. In artikel 4.58 van de Omgevingsverordening is bepaald dat het, zonder omgevingsvergunning, verboden is om een beschermd monument te slopen, beschadigen, verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen. Een omgevingsvergunning wordt geweigerd, tenzij: a. b. c.
er sprake is van een groot openbaar belang; er geen reële alternatieven zijn, en wordt aangetoond dat de beschadiging van het monument zo minimaal mogelijk is (artikel 4.58 lid 2).
In de toelichting op de Omgevingsverordening is opgenomen wat er onder groot openbaar belang wordt verstaan. Onder groot openbaar belang wordt verstaan dat het belang een zekere maatschappelijke waarde vertegenwoordigt, het moet dus om een algemeen belang gaan en niet om een puur particulier of individueel belang. Verder kan een groot openbaar belang in het bereiken van beleidsdoelen gelegen zijn. In dat geval moet afgewogen worden hoe de aantasting van het te beschermen belang zich verhoudt tot de voorgestane ontwikkeling. Er geldt een motiveringsplicht. Als tweede voorwaarde aan vergunningverlening mogen er geen reële alternatieven zijn. Uit de toelichting op de Omgevingsverordening blijkt dat het hierbij zowel kan gaan om een alternatieve ontwikkeling als een alternatieve locatie voor de ontwikkeling. Het gebrek aan alternatieven moet gemotiveerd worden. Deze motiveringsplicht geldt ook voor het derde criterium (minimale schade aan het monument). Door de alliantie Markermeerdijken is een onderbouwing cultuurhistorie bruggen stadsstrand Hoorn opgesteld. In deze notitie is beschouwd in hoeverre voldaan wordt aan de criteria die in de
20
bestemmingsplan Stadsstrand
Omgevingsverordening NH2020 zijn opgenomen. In de onderbouwing wordt ingegaan op de uit te voeren werkzaamheden en de gevolgen hiervan voor het provinciale monument. Deze gevolgen (effecten) worden aansluitend getoetst aan de criteria die in de Omgevingsverordening zijn opgenomen. De notitie wordt afgesloten met een conclusie waarin de vergunbaarheid van het initiatief wordt bepaald. Onderstaand is de conclusie van het onderzoek weergegeven. De totale onderbouwing is als Bijlage 4 bijgevoegd. Met de bouw van de drie bruggen geeft de gemeente Hoorn invulling aan een belangrijk beleidsdoel om de kustzone van de stad te versterken en het recreatieve aanbod in de stad te verbreden/verruimen. In zoverre is er sprake van een openbaar belang (criterium 1). Specifiek voor de verkeersbrug geldt bovendien het veiligheidsbelang, omdat hulpdiensten bij een noodgeval via de brug snel op locatie aanwezig kunnen zijn. Verder zijn er voor de bruggen geen reële alternatieven die tot een mindere aantasting van het provinciale monument leiden (criterium 2). De verticale staalplaat, waarmee de brug op het dijklichaam wordt aangesloten, is de technisch haalbare ontwerpoplossing die het provinciaal monument zo min mogelijk aantast (criterium 3).
De aantasting van het provinciale monument wordt vanwege de kleinschaligheid (alleen ter hoogte van de drie bruggen) en tijdelijkheid (dijklichaam wordt grotendeels hersteld na uitvoering werkzaamheden) acceptabel geacht, omdat met het stadsstrand een belangrijk beleidsdoel van de gemeente Hoorn wordt verwezenlijkt. Gecombineerd met de dijkversterking wordt in de eindsituatie (oeverdijk, inclusief bruggen) de aantasting van het monument zo beperkt mogelijk gehouden. Er is sprake van een vergunbaar initiatief. 3.2.3
Leidraad landschap en cultuurhistorie
De Westfriese Omringdijk is een provinciaal monument. Vanwege de historische betekenis is cultuurhistorie een belangrijk element. De visie op de gewenste ruimtelijke kwaliteit is vastgelegd in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland (2018). De provincie beoogt met deze Leidraad om samen met bijvoorbeeld gemeenten, ontwikkelaars en initiatiefnemers te werken aan het behouden en versterken van de kwaliteit van het landschap en de cultuurhistorie. De provincie Noord-Holland is voor de Leidraad onderverdeeld in twintig landschappelijke eenheden (zogenaamde ensembles, waaronder West-Friesland Midden, Zeevang en Waterland) en tien provinciale structuren (waaronder de Westfriese Omringdijk). Van elk ensemble en elke structuur geeft de Leidraad 2018 eerst een beschrijving van de context, de ontstaansgeschiedenis en de dynamiek in het gebied. Vervolgens wordt een analyse gegeven van de drie belangrijkste provinciale kernwaarden: 1. 2. 3.
Landschappelijke karakteristiek (de landschapstypen en de kenmerken van het landschap). Openheid en ruimtebeleving (de beleving van de ruimte). Ruimtelijke dragers (driedimensionale structuren en lijnen, zoals bebouwingslinten en dijken).
Relatie met voorgenomen ontwikkeling Een groot deel van de Markermeerdijk vormt de grens van het voormalige Zuiderzeelandschap. Kernkwaliteiten van dit landschap zijn de openheid van het Markermeer en de kwaliteit van de Westfriese Omringdijk. Basis voor de inrichting van het stadsstrand is een 'integraal landschap' dat ondergeschikt is aan de monumentale Westfriese Omringdijk. De hoogte is over het algemeen gehouden aan de verplichte hoogte voor waterveiligheid, zodat het zicht op het Hoornse Hop ongelimiteerd is. Het uitkijkpunt ter hoogte van de Galgenbocht accentueert deze markante kaap extra en werkt versterkend voor de beleving van de dijk. De ontwikkeling is daarmee in lijn met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. 3.2.4
Erfgoedverordening Noord-Holland
De Westfriese Omringdijk is beschermd op grond van de Erfgoedverordening Noord-Holland (2017). De provinciale erfgoedverordening heeft betrekking op het dijklichaam, dat wil zeggen de kruin van de dijk inclusief de bestrating, de beide taluds en het tracé en op de omliggende braken en voorlanden. Kenmerken van de Westfriese Omringdijk en de Noorder IJ- en Zeedijken op basis van Erfgoedverordening zijn: 1.
de grilligheid van het dijktracé;
21
bestemmingsplan Stadsstrand
2. 3.
de oude braken (relicten van voormalige doorbraken); de buitendijkse voorlanden.
De dijken zijn daarmee beeldbepalend in het open polderlandschap. Handhaving van een brede open zone aan weerszijden van het dijklichaam is dan ook gewenst, zo staat beschreven in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (2010). Relatie met voorgenomen ontwikkeling De huidige cultuurhistorisch waardevolle dijk blijft in stand; de continuïteit van het dijkprofiel en het behoud van het oorspronkelijke dijktracé zijn niet in het geding. De voorzieningen op het stadsstrand hebben een beperkte invloed op de openheid en tasten het uitzicht zo min mogelijk aan. Basis voor de inrichting van het stadsstrand is een 'integraal landschap' dat ondergeschikt is aan de monumentale Westfriese Omringdijk. De ontwikkeling is daarmee in lijn met de Erfgoedverordening. 3.2.5
Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk
Het beeldkwaliteitsplan 'Westfriese Omringdijk' (2019) van de provincie Noord-Holland beoogt het versterken van zowel de ruimtelijke als de cultuurhistorische kwaliteit van de omringdijk. Op lokaal niveau wordt verdere invulling gegeven aan dit beeldkwaliteitsplan. Door de gaafheid van de dijk is de cultuurhistorische waarde hoog. Deze waarde is in het Beeldkwaliteitsplan als volgt gedefinieerd: Leesbaarheid De dijk is nog steeds herkenbaar als ringdijk in het landschap. Door de grote samenhang met de omgeving vertelt de dijk de ontstaansgeschiedenis van dit landschap; de strijd tegen het water is nog altijd voelbaar, zeker waar weidse vergezichten zijn over het open water van IJsselmeer en Markermeer. De dijk ligt op veel plaatsen nog vrij in het landschap, doordat er van oudsher 200 meter vrije ruimte binnendijks gereserveerd werd. Samengevat, zijn de aanbevelingen voor ruimtelijke ontwikkelingen op dit deeltraject: Water tegen de dijk zoveel mogelijk behouden. Wanneer nieuw voorland nodig is, blijft dit bij voorkeur kleinschalig en smal, in elk geval laag en extensief ingericht. Voorlanden en vooroevers worden open gehouden. Binnendijkse natte natuur wordt versterkt danwel behouden. Herkenbaarheid dijk behouden: weg op de kruin handhaven en noordse steen aan de waterzijde terug laten komen.
Bij dijkversterking kansen voor realisatie van pleisterplekken en rustplaatsen, nieuwe uitzichtpunten. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Het hoogteprofiel van de oeverdijk heeft een maximale hoogte van +2.3 NAP. De wens is om een hoogteaccent aan te brengen met een hoogte van +5.0 NAP. Dit hoogteaccent is gesitueerd halverwege module 2 ter hoogte van de nieuwe voetgangersbrug en wordt een uitkijkpunt. Het uitkijkpunt versterkt de leesbaarheid van de ringdijk voor bezoekers ter plekke. Dit punt wijkt af van het profiel, maar geeft invulling aan de laatste aanbeveling zoals hierboven gesteld (creatie van een nieuw uitzichtpunt) en is daarom in overeenstemming met het Beeldkwaliteitplan. Waar men nu nog uitkijkt over de dijk en het water wordt in de toekomst een stadsstrand en parkeerterrein toegevoegd. Door het parkeerterrein zo veel mogelijk te maskeren door deze zo laag mogelijk en zo dicht mogelijk tegen de oude dijk te realiseren, door lichte glooiingen aan te brengen en aan te kleden met beplanting, kan het zicht op het parkeerterrein tot een minimum beperkt worden. De beeldkwaliteit is daarom niet in het geding.
22
bestemmingsplan Stadsstrand
3.2.6
Kader Ruimtelijke Kwaliteit Dijkversterking Hoorn-Amsterdam (KRK)
Het Kader Ruimtelijke Kwaliteit (KRK) Dijkversterking Hoorn-Amsterdam is in gezamenlijkheid opgesteld door Provincie Noord-Holland, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en Rijkswaterstaat (Hoogwaterbeschermingsprogramma). Het KRK is opgesteld om de kwaliteiten van het gebied te borgen, en om deze kwaliteiten een volwaardige plek te geven in de planvorming. Het KRK formuleert uitgangspunten en principe-oplossingen voor de dijkversterking die recht doen aan de kwaliteiten van het gebied en tegelijkertijd de kansen benut. Daarnaast formuleert het KRK uitgangspunten voor de uitwerking van het Projectplan voor de dijk, vooral met betrekking tot de ruimtelijke vormgeving en inpassing van de versterkingsmaatregelen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het KRK is gebruikt om te komen tot een ontwerp dat recht doet aan de ruimtelijke kwaliteiten van het betrokken gebied.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Hoorn 2010-2025
Hoorn werkt aan een nieuwe Omgevingsvisie. Tot die is vastgesteld, is de Structuurvisie Hoorn (2012) leidend. De structuurvisie is een integraal beleidsdocument en vertaalt de verschillende maatschappelijke (sociale en economische) opgaven in ruimtelijk beleid. De structuurvisie geeft aan dat Hoorn transformeert van groeikern naar volwassen stad. Dut houdt o.a. in dat Hoorn 'gemeenschappelijker' en ondernemender wordt, met een compleet pakket aan voorzieningen, een sterkere profilering en initiatieven die de economie verbreden. Over de kustzone zegt de structuurvisie dat deze een belangrijke kwaliteitsdrager van de stad is. Daarom wil Hoorn haar unieke positie aan het Blauwe Hart versterken in samenhang met de ontwikkeling van het IJsselmeer en Markermeer. Dit leidt tot meer verbinding tussen de stad en het water. Dit kan bijdragen aan: een aantrekkelijke stedelijke kustontwikkeling met kansen voor recreatie, toerisme, leisure, strand, voorzieningen en bebouwing; een goede bereikbaarheid van Hoorn over het water; natuurontwikkeling en de ecologische versterking van de kustzone en de waterveiligheid en -kwaliteit. Relatie met voorgenomen ontwikkeling 'Hoorn wil haar unieke positie aan het blauwe hart versterken in samenhang met de ontwikkeling van het IJsselmeer en het Markermeer' aldus de Structuurvisie, die kansen ziet voor stedelijke kustontwikkeling met ruimte voor o.a.
recreatie, leisure, strand en voorzieningen. Een recreatievoorziening zoals voorgenomen past kortom in de kaders van de Structuurvisie en de ambitie een volwassen stad te worden. Met de bouw van de drie bruggen geeft de gemeente Hoorn invulling aan een belangrijk beleidsdoel om de kustzone van de stad te versterken en het recreatieve aanbod in de stad en de regio Westfriesland te verbreden/verruimen. Voor de wijk Grote Waal Oost is het stadsstrand in de structuurvisie expliciet benoemd als toekomstige kwaliteit. De sector recreatie en toerisme staat in de Structuurvisie omschreven als één van de belangrijkste economische clusters. Het planvoornemen versterkt de (water-)recreatie in Hoorn.
23
bestemmingsplan Stadsstrand
3.3.2
Omgevingsvisie Hoorn
Op 8 februari 2022 is de Omgevingsvisie Hoorn vastgesteld. De Omgevingsvisie beschrijft de keuzes die Hoorn vandaag moet maken, om in 2040 als stad nog sterker, mooier en duurzamer te zijn. Een belangrijke keuze in de visie om ‘Meer stad’ te worden. De Omgevingsvisie is de zogenoemde ‘stip op de horizon’ bij het uitwerken plannen en ideeën. Een Omgevingsvisie gaat over de ruimte om ons heen, bijvoorbeeld over landschap, natuur, water, milieu, verkeer en vervoer, wonen, economie en cultureel erfgoed. Het maken van keuzes over onze omgeving. Deze keuzes gaan over wat we waardevol vinden en willen beschermen. De keuzes gaan ook over wat voor nieuwe ontwikkelingen we willen en waar deze moeten komen. In de Omgevingsvisie zijn daarom eerst de kwaliteiten van de gemeente beschreven en vervolgens is met heldere keuzes en duidelijke kaartbeelden aangegeven met welke plannen en ideeën Hoorn tot 2040 aan de slag gaat. Op deze manier weet iedereen hoe de gemeente Hoorn zich tot 2040 zal ontwikkelen. Een van de Hoornse opgaven is 'Voortbouwen op economische en toeristische kansen'. De binnenstad verandert langzaam naar een ‘huiskamer’ van de stad. Behalve winkels is er ook ruimte voor andere functies, zoals horeca, ambacht, kunst en cultuur, kantoren, evenementen en wonen. Verder wordt de verbinding van de binnenstad met andere delen van de stad versterkt.
De gemeente Hoorn wil de economische kansen benutten die zich voordoen in de schil rondom de binnenstad. Hier wordt vooral gericht toeristen die zorgen voor een verantwoorde ontwikkeling van de stad (dus geen massatoerisme). Dit komt op gang als we de aantrekkingskracht van de stad vergroten. Onderdeel hiervan is het versterken van de inrichting van het Waterfront en het maken van nieuwe recreatieve voorzieningen, zoals het stadsstrand. Doordat dit gebied op een goede manier verbonden wordt aan de historische binnenstad, draagt het sterk bij aan de aantrekkelijkheid van Hoorn als stad. De visie van Hoorn op dit punt is dat Hoorn naast wonen, werken en leren ook aantrekkelijk om te bezoeken als toerist. Hierbij moet gedacht worden aan alle mensen die op de kwaliteiten van Hoorn afkomen, zoals de fanatieke zeilers die rusten in de haven, cultuurliefhebbers in de binnenstad en feestvierders aan het stadsstrand. Het stadsstrand is een belangrijke nieuwe kwaliteit van Hoorn. Hier is ruimte voor recreatie, sport, evenementen en paviljoens voor horeca en cultuur en past hiermee binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Hoorn. 3.3.3
Hoornse Hoogte, Visie op stedelijke groei en hoogbouw
Op 8 februari 2022 heeft de raad de Visie Hoornse Hoogte vastgesteld. Met deze visie wil de gemeente Hoorn een richting geven aan de groei van de stad. Het gaat erom die groei concreet te maken. Waar (op welke plekken in de stad), wat (met welke bebouwing en openbare ruimte) en hoe (in welk ontwerp- en besluitvormingsproces). De visie Hoornse Hoogte ziet vooral op (zoek)gebieden waar de gemeente Hoorn wonen, werken en voorzieningen wil toevoegen om de groei van de stad te kunnen opvangen. Het gaat hierbij vooral om het intensiveren van de gebouwde omgeving. Het planvoornemen ziet, naast de realisatie van de drie bruggen niet op de realisatie van gebouwen en hoogbouw en daarmee is de visie Hoornse Hoogte niet van toepassing op het planvoornemen. 3.3.4
Beleidskaart Archeologie Hoorn
In 2012 heeft Archeologie Erfgoed VVH een nieuwe Beleidskaart Archeologie van de gemeente Hoorn vervaardigd. Deze is vastgesteld op 12 maart 2013, samen met de Erfgoedverordening 2013 van de gemeente Hoorn.
24
bestemmingsplan Stadsstrand
De Monumentenwet verplicht gemeenten om 'rekening te houden met aanwezige of te verwachten archeologische waarden'. Het bestemmingsplan staat hierbij centraal. Hierin worden bouw- en aanlegvoorschriften opgenomen. Indien belangrijke archeologische waarden als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen niet in de bodem behouden kunnen blijven, dient de informatie te worden veiliggesteld d.m.v. een opgraving. De Monumentenwet gaat hierbij uit van een algemene vrijstelling voor ingrepen tot 100 m2 , maar biedt de gemeente ook de nodige beleidsruimte om haar eigen afweging te maken. De gemeente Hoorn wil van deze mogelijkheid gebruik maken. Ter bescherming van de archeologische waarden kunnen burgemeester en wethouders, als daar op basis van een archeologisch onderzoek aanleiding toe bestaat, voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen. Daarnaast is een omgevingsvergunning vereist voor werkzaamheden waarbij de grond wordt geroerd. De bescherming van archeologische waarden wordt geregeld via een dubbelbestemming. Deze geldt voor die locaties die op basis van de Beleidskaart Archeologie ee n hoge archeologische waarde of een hoge archeologische verwachting hebben. Het bestemmingsplangebied kent op de Beleidskaart Archeologie de dubbelbestemmingen WaardeArcheologie 1, 3 en 5. Deze dubbelbestemmingen zijn in dit bestemmingsplan overgenomen.
In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op het aspect erfgoed.
25
bestemmingsplan Stadsstrand
26
bestemmingsplan Stadsstrand
Hoofdstuk 4
Omgevingstoets
In het kader van de verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning voor de versterking van de Markermeerdijken (vastgesteld op 15 november 2018) zijn de op deze vergunning betrekking hebbende omgevingsaspecten al onderzocht voor het betreffende plangebied. In dit hoofdstuk wordt dan ook alleen ingegaan op de toevoegingen in het plangebied welke ten tijde van de vastelling van de omgevingsvergunning voor de versterking van de Markermeerdijken nog geen onderdeel uitmaakten van het planvoornemen (zie Hoofdstuk 2 Planbeschrijving).
4.1
Bodem
Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in de toelichting op een bestemmingsplan inzicht verkregen moet worden over de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat er onder andere inzicht verkregen moet worden in de noodzakelijke financiële investering van een (mogelijk noodzakelijke) bodemsanering. Een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is dus feitelijk een onderdeel van de onderzoeksverplichting van B en W en de gemeenteraad bij de voorbereiding van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden opgemerkt dat ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening het bestemmen van gronden met een bodem van onvoldoende milieuhygiënische kwaliteit met een hiervoor gevoelige bestemming in beginsel moet worden voorkomen. Een bepaalde mate van bodemverontreiniging hoeft in veel gevallen niet direct een probleem op te leveren. In veel gevallen zal historisch onderzoek inzake de betreffende verdachte locatie kunnen uitwijzen of er voldoende aanleiding is om ook bodemonderzoek te laten uitvoeren. Met een oriënterend bodemonderzoek en/of een nader bodemonderzoek kan worden vastgesteld of inderdaad sprake is van bodemverontreiniging, en zo ja, in welke mate en van welke omvang.
Op basis van een nader onderzoek kan de provincie bepalen of er een noodzaak is tot gedeeltelijke of gehele sanering van de locatie en of er beveiligingsmaatregelen moeten worden getroffen. Daarbij zal ook de huidige en/of toekomstige bestemming en het gebruik van de locatie een rol spelen uit welke saneringsvarianten kan worden gekozen. Onderzoek In oktober 2019 is gestart met het opspuiten van de eerste laag van de oeverdijk. In april 2020 is begonnen met de tweede laag. Voor het opspuiten is gebruik gemaakt van schoon aangevoerde grond. Omdat hiermee een nieuw stuk land gevormd wordt is het niet mogelijk om terug te vallen op historisch onderzoek. Echter geeft de ligging van het plangebied en het feit dat het niet eerder voor een vervuilende activiteit is gebruikt, hier ook geen aanleiding toe. Omdat regelgeving eist dat er alleen met schone grond gewerkt mag worden kan er van uit gegaan worden dat er geen sprake is van bodemvervuiling. Conclusie Het initiatief is uitvoerbaar wat betreft het aspect bodem.
4.2
Ecologie
4.2.1
Toetsingskader
Wet natuurbescherming Onderdeel van de Wet natuurbescherming (Wnb) is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (artikel 3.1-3.4 Wnb); dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern
27
bestemmingsplan Stadsstrand
en Bonn (artikel 3.5-3.9 Wnb); nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (artikel 3.10-3.11 Wnb). Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde 'lijst met vrijstellingen' opstellen (artikel 3.11 Wnb). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. Ook de bescherming van specifieke natuurgebieden is in de Wnb geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. 4.2.2
Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand
In 2018 zijn de benodigde natuuronderzoeken afgerond met betrekking tot de inmiddels verleende omgevingsvergunning. Ten opzichte van de verleende omgevingsvergunning zijn de plannen voor het stadsstrand verder uitgewerkt. In deze nadere uitwerking zijn parkeerplaatsen, een zwemsteiger, paviljoen, standplaats voor een foodstruck of iets vergelijkbaars, uitkijkpunt, speelterrein, fiets- en wandelpaden, toegangsweg en verlichting opgenomen, die in eerdere ontwerpen nog niet waren voorzien. De aanleg en gebruik van deze voorzieningen zijn nog niet getoetst aan de Wnb. Bij het realiseren van deze recreatievoorzieningen op Stadsstrand Hoorn kan er sprake zijn van ongewenst extra geluid, trillingen en verlichting gedurende de werkzaamheden. Door dit voornemen zal de recreatiedruk vermoedelijk toenemen met mogelijk verstoring van de huidige beschermde natuurwaarden als gevolg. In opdracht van de Alliantie Markeermeerdijken is een actualisatie quickscan uitgevoerd. In deze actualisatie worden de effecten van het voornemen op de nabijgelegen beschermde natuurgebieden (N2000 en NNN) en op de soorten van de Wnb beschreven. Tevens zijn de juridische consequenties in beeld gebracht en wordt geadviseerd over de (mogelijk) benodigde vervolgstappen (ontheffingsaanvraag/mitigatie/compensatie).
Onderstaand zijn de ecologische effecten op de gebied- en soortbescherming van dit huidige voornemen samengevat. De volledige quickscan is als Bijlage 5 bijgevoegd. Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied ligt (deels) in het Natura 2000-gebied 'Markermeer & IJmeer'. Het voornemen is het realiseren van recreatieve voorzieningen op de oeverdijk. Momenteel wordt deze oeverdijk nog aangelegd en heeft het plangebied nog geen natuurwaarden. De negatieve effecten voor de aanleg van de oeverdijk voor de instandhoudingsdoelstellingen van vogel- en habitatrichtlijnsoorten is als niet significant beoordeeld. Daarom kan worden aangenomen dat de bijkomende verstoring tijdens de werkzaamheden voor de inrichting van het Stadsstrand Hoorn niet significant van aard zullen zijn. Vervolgstappen in het kader van de Wnb zijn niet nodig. Vanwege de partiële vrijstelling op vergunningsplicht zijn geen berekeningen nodig voor tijdelijke (voornamelijk) stikstofoxiden emissies tijdens de werkzaamheden (in aanlegfase). Voor de potentiële
28
bestemmingsplan Stadsstrand
permanente ecologische effecten (in beheerfase) is een Wnb-vergunning nodig indien uit de berekeningen volgt dat er sprake is van een meetbare projectbijdrage (>0,005 mol/ha/jr.). In 2018 zijn voor het project Versterking van de Markermeerdijken de effecten voor de realisatie van 500 parkeerplaatsen berekend en beoordeeld. Voor het huidige voornemen zijn geen bijkomende verkeersbewegingen verwacht en daarom zijn nadere vervolgstappen in het kader van de Wnb niet nodig. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het NNN, waardoor ruimtebeslag van het voornemen in NNN-gebieden op voorhand is uitgesloten. Voor de aanleg van de oeverdijk is in 2018 een NNN 'Nee, tenzij toets' uitgevoerd met de juridische beoordeling dat er voldaan wordt aan de voorwaarden van de Provinciale Ruimtelijke Verordening (artikel 19, lid 13, onderdeel a). De werkzaamheden voor het huidige voornemen zijn kleiner in omvang dan de aanleg van de oeverdijk. Een nadere procedure in de vorm van een 'Nee, tenzij-toets' is niet noodzakelijk waardoor belemmeringen vanuit provinciaal natuurbeleid niet aan de orde zijn. Soortenbescherming In de onderstaande tabel (zie ook de tabel in Bijlage 5) zijn de bevindingen en conclusies ten aanzien van de beschermde soorten samengevat.
Mits de (pro-actieve) maatregelen in acht worden genomen leidt het aspect soortenbescherming niet tot een beperking van de uitvoerbaarheid van het plan.
Figuur 6. bevindingen en conclusies ten aanzien van de beschermde soorten stadsstrand
29
bestemmingsplan Stadsstrand
4.2.3
Quickscan natuur bruggen
In 2018 zijn de benodigde natuuronderzoeken afgerond met betrekking tot de inmiddels verleende omgevingsvergunning. Ten tijde van het onderzoek in 2018 was enkel bekend dat er twee bruggen zouden komen ter hoogte van Stadsstrand Hoorn. Inmiddels is dit plan uitgebreid met een derde brug bij de Hulk met fietsopgang op de oude dijk en is er een gedetailleerd ontwerp van de bruggen beschikbaar. Bij het realiseren van de drie bruggen kan tijdens de werkzaamheden geluid en trillingen vrijkomen (door heiwerkzaamheden) wat mogelijk kan resulteren in verstoring van de aanwezige natuurwaarden. Daarom is een quickscan uitgevoerd die de mogelijke effecten van het voornemen op de nabijgelegen beschermde natuurgebieden (N2000 en NNN) en de huidige beschermde natuurwaarden in en rondom het plangebied. Het beschrijft daarbij de juridische consequenties en geeft advies over de (mogelijk) benodigde vervolgstappen (ontheffingsaanvraag/mitigatie/compensatie). Onderstaand zijn de ecologische effecten op de gebied- en soortbescherming van dit huidige voornemen samengevat. De volledige quickscan is als Bijlage 6 bijgevoegd. Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied is onderdeel van het grotere project 'Versterking van de Markermeerdijken'.
Hiervoor is in 2018 een passende beoordeling uitgevoerd en daarin is geconcludeerd dat er geen significant negatieve effecten te verwachten zijn op de omliggende N2000-gebieden. Bijkomende significant negatieve effecten van het huidige voornemen op de N2000-gebieden wordt niet verwacht vanwege de kleinschaligheid van dit initiatief. Vervolgstappen in het kader van Wnb gebiedsbescherming zijn niet nodig. Gezien de tijdelijke aard en schaal van de werkzaamheden tot Natura 2000-gebieden, is het depositie effect van het voornemen op deze Natura 2000-gebieden naar alle verwachting nihil. Momenteel geldt de partiele vrijstelling op de vergunningsplicht (art. 2.9a Wnb), waardoor verdere vervolgstappen niet nodig zijn. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied is onderdeel van het grotere project 'Versterking van de Markermeerdijken'. Hiervoor is in 2018 een 'Nee, tenzij-toets' uitgevoerd en daarin is geconcludeerd dat het initiatief past binnen de Provinciale Ruimtelijke Verordening (artikel 19, lid 3, onderdeel a). Bijkomende effecten vanwege het huidige voornemen (aanleg van drie bruggen) worden niet verwacht. Er is geen sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden en er zijn geen belemmeringen vanuit provinciaal natuurbeleid aan de orde.