CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen toelichting

Gemeenteraad 26 september 2023, gemeente HoornBij agendapunt: Bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen23.285 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In 2012 heeft Archeologie Erfgoed VVH een nieuwe Beleidskaart Archeologie van de gemeente Hoorn vervaardigd. Deze is vastgesteld op 12 maart 2013, samen met de Erfgoedverordening 2013 van de gemeente Hoorn (Corsaregistratienummer: 12.49690). Op basis van aanvullend bureauonderzoek, getoetste verwachtingen in het veld en kaartanalyse is een nieuwe kaart vervaardigd met andere vrijstellingsgrenzen dan de oude Beleidskaart Archeologie uit 2007. De herziene Monumentenwet verplicht gemeenten om 'rekening te houden met aanwezige of te verwachten archeologische waarden'. Het bestemmingsplan staat hierbij centraal. Hierin worden bouw- en aanlegvoorschriften opgenomen. Indien belangrijke archeologische waarden als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen niet in de bodem behouden kunnen blijven, dient de informatie te worden veiliggesteld d.m.v. een opgraving. De Monumentenwet gaat hierbij uit van een algemene vrijstelling voor ingrepen tot 100 m2, maar biedt de gemeente ook de nodige beleidsruimte om haar eigen afweging te maken. De gemeente Hoorn wil van deze mogelijkheid gebruik maken. Ter bescherming van de archeologische waarden kunnen burgemeester en wethouders, als daar op basis van een archeologisch onderzoek aanleiding toe bestaat, voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen.

Daarnaast is een omgevingsvergunning vereist voor werkzaamheden waarbij de grond wordt geroerd. De bescherming van archeologische waarden wordt geregeld via een dubbelbestemming. Voor het gehele plangebied geldt een lage archeologische verwachting. Dit is vertaald naar vrijstellingsgrenzen op de beleidskaart . Voor het plangebied geldt een vrijstellingsgrens van 10.000 m2 . Omdat er sprake zal zijn van bij grotere bodemingrepen is het van belang dat er een Quickscan wordt vervaardigd. In paragraaf 5.4.2 wordt nader ingegaan op het aspect archeologie en het uitgevoerde onderzoek. Uit het onderzoek blijkt de volgende conclusie: Er zijn bewoningshorizonten aangetroffen. Dat wil zeggen dat er aanwijzingen zijn dat dit gebied in de préhistorie mogelijk in cultuur is gebracht. Deze hypothese wordt ondersteund door enkele kleine vondsten en een hoefafdruk van een rundachtige. Er zijn echter géén bewoningssporen aangetroffen, noch is er aanleiding om te veronderstellen dat hier bewoning heeft plaatsgevonden in de préhistorie. Om deze reden is het gebied archeologisch vrijgegeven. 4.4.7

Mobiliteitsvisie Hoorn 2030

De Mobiliteitsvisie legt de denkkaders voor ontwikkelingen vast en geeft vorm aan de hoofdkeuzes voor de ontwikkeling van de infrastructuurnetwerken en het Hoornse denken over mobiliteit. Meer stad worden gaat niet zomaar. Goede mobiliteit is een belangrijke voorwaarde bij het meer stad worden. De gemeente Hoorn zet in op zeven punten.

34

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Vervoerwijze afhankelijk van het schaalniveau van de reis. Kwaliteit toevoegen voor lopen, fiets en OV. Autokwaliteit op peil houden. Een sterke stedelijke knoop rondom de binnenstad en het station. De wijken buiten de stedelijke knoop hebben een onderscheidende woonkwaliteit dankzij de nabijheid van zowel het stedelijke kerngebied als het groene landschap. Gebiedsontwikkeling als vliegwiel voor routekwaliteit en innovaties. Een veilige stad voor elke verplaatsing. Verduurzaming van de automobiliteit: laden en delen.

Om het gebied tot ontwikkeling te laten komen dient de verkeersontsluiting van het gebied te worden aangepast. Bij de uitwerking van de plannen is rekening gehouden met de kaders uit de Mobiliteitsvisie Hoorn 2030. In paragraaf 5.8 wordt hier nader op ingegaan. 4.4.8

Groenvisie Hoorn 2019 - 2029

De Groenvisie 2019-2029 is door de gemeente Hoorn vastgesteld in juni 2019. De gemeente Hoorn heeft in de Groenvisie het beleid op het gebied van groen en natuur vastgelegd. In de Groenvisie maakt de stad voor de komende 10 jaar keuzes voor het beheer, inrichting en gebruik van het groen. Groen is één van de belangrijkste stofferingen in de openbare ruimte. Een groene aankleding zorgt voor sfeer en beleving. Ook is groen van belang voor klimaatbestendigheid en een gezond leefklimaat in een steeds meer dichtbevolkte gemeente. Door inbreiding van woningen ontstaat meer druk op de groengebieden. De kwaliteit en kwantiteit van het groen wordt zo nog belangrijker voor de stedelijke leefbaarheid. Het groen in de openbare ruimte kan tenslotte bijdragen aan andere maatschappelijke doelen, zoals het verbeteren van de sociale cohesie. Binnen diverse pijlers zijn ambities gevormd. Het beleid is om in nieuwbouwwijken de kwaliteit en kwantiteit van het toekomstige groen te borgen. In Hoofdstuk 3 is gemotiveerd hoe groen een plek krijgt in het planvoornemen. 4.4.9

Bomenbeleidsplan

In 2009 is het Bodembeleidsplan opgesteld dat voor een deel steunt op het groenbeleidsplan. Het Bomenbeleidsplan draagt de titel “Ruimte voor bomen”, waarmee wordt benadrukt dat bomen in het toekomstige gemeentelijk beleid een meer prominente plaats krijgen in ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente wil dat Hoorn een groene stad is en blijft. Centraal in het bomenbeleidsplan staat het beschermen van het huidige en toekomstige bomenbestand en het scheppen van voorwaarden voor een optimale ontwikkeling en verzorging van bomen. Via het principe “niet kappen, tenzij…” wordt het gemeentelijke bomenbestand zoveel mogelijk beschermd. De bomenkaart vormt de onderlegger voor het bomenbeleidsplan. Hierop zijn belangrijke bestaande en gewenste boomstructuren vastgelegd. Deze boomstructuren zijn onderverdeeld in hoofdstructuur, secundaire structuur. De hoofdstructuur valt samen met de ontsluiting vanuit de wijken en de stad. De secundaire structuur bestaat uit een aantal lange routes door de wijken langs wegen, fietspaden en water. Langs deze routes staan beeldbepalende boomrijen. Hoorn zet zich in voor het handhaven en optimaliseren van deze boomstructuren. Geen van deze structuren zijn van toepassing op het plangebied. De overige bomen met betrekking tot dit bomenbeleidsplan, zijn de wijkbomen en de parkbomen.

Wijkbomen zijn de bomen dieper in de wijk vanaf de hoofd- en secundaire structuurwegen. Feitelijk zijn het bomen die op overige ruimtes in de wijk staan waar een boom kan groeien; in de bestrating, in plantsoen of op speelveldjes. De wijkbomen en parkbomen staan niet ingetekend op de bomenkaart. De parken zelf zijn wel aangegeven zonder dat hier een specifiek uitgangspunt voor is bepaald. Hoorn zet zich in om beeldbepalende boomrijen te behouden en te versterken. Voor extra bescherming van bestaande bomen gaat Hoorn een aantal instrumenten inzetten. Bij bouw- en aanlegwerkzaamheden moet

35

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

een Bomen Effect Analyse (BEA) gemaakt worden, voordat de werkzaamheden plaats vinden. Hiermee wordt inzichtelijk welke effecten de beoogde maatregelen hebben. In paragraaf 5.3 wordt ingegaan op de BEA. Conform het gemeentelijk Bomenbeleidsplan moet voor elke extra woning 1,3 boom worden geplant. Dit kan zowel binnen het plangebied worden opgelost, maar ook daar buiten. Wanneer het niet (geheel) binnen het plangebied mogelijk is kan door een financiële bijdrage deze verplichting worden geregeld door de gemeente door buiten het plangebied hieraan uitvoering te geven. De ruimte voor de bomencompensatie is in en rondom het plangebied aanwezig. Zoveel mogelijk bestaande bomen blijven behouden en er worden nieuwe bomen in en rondom het gebied toegevoegd. Er zal aan de norm worden voldaan. In de volgende fase van de planontwikkeling wordt dit verder uitgewerkt. 4.4.10

Visienota Integrale Kind Centra

De gemeente Hoorn heeft de ambitie om een IKEC in Hoorn te realiseren. De Visienota Integrale Kind Centra van de gemeente Hoorn omschrijft de visie op kind centra (onderwijs met opvang) in het algemeen, en voor het IKEC specifiek (met als extra component zorg). De kernpunten van de nota zijn: een beter aanbod voor de ontwikkeling van het jonge kind; een betere afstemming tussen onderwijs en zorg; het realiseren van een betere werk en zorgbalans; het scheppen van mogelijkheden tot lokaal maatwerk. Bij de totstandkoming van de visie Is een breed samengestelde werkgroep met vertegenwoordigers uit het onderwijsveld, kinderopvang/peuterspeelzaalwerk, welzijnswerk en de gemeente betrokken. Ook zijn Hoornse ouders gepeild over de komst van een IKEC. De visie omvat de kenmerken waaraan een IKEC in Hoorn dient te voldoen. De samenvoeging van de locaties voor het speciaal basisonderwijs in een nieuw te realiseren IKEC, is opgenomen in de visienota. Met de ontwikkeling van een IKEC in Hoorn willen de betrokken partijen komen tot: 1.

Een beter aanbod voor de ontwikkeling van het jonge kind Het aanbod aan voorschoolse voorzieningen in Hoorn is versnipperd. Er wordt peuterspeelzaalwerk en kinderopvang aangeboden. Daarnaast is er de Voor en Vroegschoolse Educatie (VVE) voor kinderen die het risico lopen op een taal en ontwikkelingsachterstand. Een verregaande samenwerking tussen het onderwijs, voorschoolse voorzieningen en het zorgveld kan een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van kinderen. Ervaringen uit het buitenland (Scandinavië ) en diverse andere Nederlandse gemeenten (o.a. Almere, Amsterdam en Helmond) laten zien dat hiermee goede resultaten worden geboekt. Hoewel er in Hoorn steeds meer wordt samengewerkt door het kinderopvangveld/peuterspeelzaalwerk en het onderwijs bij de totstandkoming van een doorgaande ontwikkellijn, bestaat er nog altijd een afstand tussen de verschillende beroepsgroepen. Hierdoor wordt de ontwikkeling van kinderen bemoeilijkt. Door vanuit een gezamenlijke pedagogische visie en binnen één organisatie met elkaar samen te werken kunnen activiteiten beter op elkaar worden afgestemd en kan daadwerkelijk effectief vorm worden gegeven aan een doorlopende ontwikkellijn voor kinderen van 0 tot 12 jaar. Daarnaast is een IKC een lerende organisatie. Omdat verschillende groepen professionals nauw met elkaar samenwerken, worden zij in staat gesteld om van elkaar te leren.

Dit levert een positieve bijdrage aan professionaliteit van de betrokken medewerkers.

2.

Betere afstemming onderwijs en zorg In Hoorn wordt er voor gekozen om zorgaspecten nadrukkelijk mee te nemen bij de IKEC ontwikkeling. Door de realisatie van IKEC wordt een voorziening gecreëerd die vormgeeft aan een verregaande samenwerking tussen speciale scholen en zorgvoorzieningen voor kinderen tussen 0-12 jaar in Hoorn. Binnen de IKEC setting wordt tot de nu toe verkokerde expertise gebundeld. Vanuit deze gebundelde

36

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

expertise wordt door een ondersteuningsteam begeleiding geboden aan ouders en kinderen enerzijds en professionals in onderwijs en kinderopvang anderzijds bij zorgvraagstukken. 3.

Het realiseren van een betere zorg/werkbalans Ouders hebben te maken met een versnipperd aanbod van voorzieningen voor kinderen. Dit zorgt voor een aanzienlijke administratieve last, reistijden en versnipperde contacten met pedagogisch medewerkers en leraren. Kinderen bevinden zich meerdere malen per dag in een andere sociale setting. Door verschillende voorzieningen onder te brengen in een IKEC vallen de afstemmingsproblemen voor de ouders weg en passen kinderen zich gemakkelijker aan. Dit levert een positieve bijdrage aan de werk/zorgbalans voor de ouders.

4.

De mogelijkheid tot lokaal maatwerk Een IKEC is geen statisch concept, maar kan worden aangepast aan lokale behoeften. Afhankelijk van de wijk en de aanwezige populatie kan het voorzieningenaanbod worden aangepast. Zo kan het IKEC op basis van de behoefte worden aangehaakt aan Hoornse activiteiten ten behoeve van gezondheid, zorg voor de jeugd, cultuur en sport. Het uitgangspunt bij de realisatie van het IKC is dat deze verbonden moet zijn met zijn directe omgeving. De behoeften van de betrokken kinderen en hun ouders zijn leidend.

Maatschappelijk draagvlak Uit een ouderpeiling onder Hoornse ouders is gebleken dat de helft van de respondenten graag wil dat er een IKEC in zijn of haar wijk komt. Een derde van de respondenten geeft aan hiervan gebruikt te willen maken. Onder de Hoornse onderwijsinstellingen, kinderopvang- en welzijnsorganisaties is er een breed draagvlak voor de totstandkoming van het IKC. Daarom zijn de betrokken organisaties (Stichting Talent, Stichting Penta, Stichting Leerzaam, SBO De Wissel, Smallsteps, SKH, Berend Botje, Kinderopvang 't Herdertje, Stichting Netwerk) en de gemeente Hoorn in gezamenlijkheid overgegaan tot het opstellen van een nota over een IKC in Hoorn. 4.4.11 Uitvoeringsplan Onderwijshuisvesting Hoorn Primair Onderwijs & (Voortgezet) Speciaal Onderwijs 2017 – 2024 Dit uitvoeringsplan is door de raad op 13 december 2016 vastgesteld. Het plan betreft de onderwijshuisvestingsopgaven voor het basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs, welke investeringen daarmee gemoeid zijn en hoe die gefinancierd gaan worden. De onderwijsbesturen hebben gezamenlijk de prioritering in projecten bepaald voor de eerste fase uit dit plan, welke prioritering door de raad met de vaststelling van dit plan is bekrachtigd. In de lijst met prioritering staat dat het IKEC in de eerste fase wordt gerealiseerd.

Het samenvoegen van de huidige vestigingen heeft tot doel het gespecialiseerd basisonderwijs met zorg en kinderopvang in de komende jaren op peil te houden en te verbeteren. Aan de wens tot samenvoeging van de vestigingen op één locatie liggen verschillende onderwijskundige, ruimtelijke en financiële argumenten ten grondslag. Om te komen tot een geschikte locatie is in een interactief proces met belanghebbenden een locatiestudie uitgevoerd. Uit het uitgevoerde locatieonderzoek dat ten grondslag heeft gelegen aan het besluit van de gemeenteraad blijkt dat de locatiekeuze, de footprint en het behorende buitenterrein is afgestemd op het aantal leerlingen. Gelet hierop kan geconcludeerd worden dat met het plan zal worden voorzien in een actuele behoefte. Het Integraal Huisvestingsplan voor Onderwijs wordt momenteel geherijkd. De constatering is dat de beoogde huisvestingsopgaven niet realiseerbaar zijn conform het bestaande Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) van mei 2020. In hoofdlijnen is het niet uitvoerbaar door de stijgende bouwkosten. Het is de verwachting om in het eerste kwartaal van 2023 een herzien Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2023-2030 ter besluitvorming aan de raad voor te leggen. Dit heeft verder geen gevolgen voor prioritering van de realisatie van het IKEC.

37

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

38

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

Hoofdstuk 5

Omgevingstoets

Om de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan te toetsen, is het noodzakelijk dat verschillende onderzoeken worden uitgevoerd.

5.1

Bodem

In het Bro is bepaald dat in de toelichting inzicht verkregen moet worden over de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat onder andere inzicht verkregen moet worden in de noodzakelijke financiële investering van een (mogelijk noodzakelijke) bodemsanering. Een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is dus feitelijk een onderdeel van de onderzoeksverplichting van het college en de gemeenteraad bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan. Hierbij moet worden opgemerkt dat ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening het bestemmen van gronden met een bodem van onvoldoende milieuhygiënische kwaliteit met een hiervoor gevoelige bestemming in beginsel moet worden voorkomen. Een bepaalde mate van bodemverontreiniging hoeft in veel gevallen niet direct een probleem op te leveren. In veel gevallen zal historisch onderzoek inzake de betreffende verdachte locatie kunnen uitwijzen of voldoende aanleiding is om ook bodemonderzoek te laten uitvoeren. Met een oriënterend bodemonderzoek en/of een nader bodemonderzoek kan worden vastgesteld of inderdaad sprake is van bodemverontreiniging, en zo ja, in welke mate en van welke omvang. Op basis van een nader onderzoek kan de provincie bepalen of er een noodzaak is tot gedeeltelijke of gehele sanering van de locatie en of beveiligingsmaatregelen moeten worden getroffen.

Daarbij zal ook de huidige en/of toekomstige bestemming en het gebruik van de locatie een rol spelen uit welke saneringsvarianten kan worden gekozen. Onderzoek In 2018 is door Landview een bodemonderzoek uitgevoerd en door de RUD Noord-Holland Noord beoordeeld (Bijlage 3). Uit het onderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit ter plaatse van het grootste deel van het werk valt in de klassen Altijd toepasbaar. Bij een aantal boringen (1 plaatselijk en 3 in de ondergrond) is sprake van kwaliteit industrie. Voor werken in deze kwaliteit geldt conform de CROW400 geen veiligheidsklasse. Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen gebruiksbeperkingen en zijn er geen onacceptabele risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogd gebruik. De omgevingsdienst Noord-Holland Noord heeft desgevraagd aangegeven dat het bodemonderzoek nog actueel is. Conclusie Het planvoornemen is wat betreft het aspect bodem uitvoerbaar.

5.2

Ecologie

In het kader van de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan is het van belang om aandacht te besteden aan beschermde natuurwaarden. De effecten op natuurwaarden dienen te worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van soortenbescherming en gebiedsbescherming. Dit is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Ten behoeve van de herontwikkeling is in 2018 een quickscan (Bijlage 4) uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten in het plangebied. De conclusie van dit onderzoek was dat de aanwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen van de IJsvogel en verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen niet kon worden uitgesloten. Om deze reden is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar bovengenoemde soort(groep)en (Bijlage 5). De conclusie is dat er geen beschermde soorten in het gebied aanwezig zijn, behoudens vleermuizen. De bomenrijen langs de watergangen vormen een vliegroute, daarnaast kan de aanwezigheid van vleermuizen in het clubgebouw niet worden uitgesloten. De afgelopen

39

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

twee jaar zijn in de omgeving van het plangebied een groot aantal vleermuiskasten opgehangen als mitigerende maatregel. In december 2021 is een ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd voor de sloop van het clubgebouw en mogelijke verstoring van de vliegroutes. In ieder geval wordt voorzien in 20 extra plaatsen voor vleermuiskasten ter compensatie van het te slopen hockeygebouw. De benodigde ontheffing is op 22 juni 2022 verleend (Bijlage 6). De bomenrijen blijven zoveel mogelijk behouden, een aantal bomen moet wel gekapt worden voor de plannen. Gekapte bomen worden gecompenseerd en er worden extra bomen aangeplant. De bomen langs de spoorlijn blijven daar waar mogelijk behouden of er worden nieuwe bomen aangeplant om de privacy van de bewoners aan de Saffier te beschermen. Er wordt gestreefd naar natuurinclusief bouwen. Mogelijk veroorzaakt het plan stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden in de omgeving. Door DGMR is onderzocht wat het effect is van het plan op deze natuurgebieden. Hierbij is uitgegaan van de totale planontwikkeling tijdens de bouw- gebruiksfase. In het onderzoek is beoordeeld of het project een significant effect heeft op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in de omgeving. In het onderzoek is een berekening gemaakt van de stikstofdepositie voor de gebruiks- en bouwfase. De berekening is gemaakt met AERIUS.

Uit de berekeningen volgt dat het plan zowel in de bouw- als in de gebruiksfase geen significant negatief effect veroorzaakt op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in de omgeving. De berekende stikstofdepositie voldoet voor beide situaties aan de grenswaarde van afgerond 0,00 mol/ha/jaar. Ook bij een combinatie van de gebruiks- en bouwfase ontstaat geen overschrijding van de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar. Op basis van de resultaten uit dit onderzoek concluderen wij daarom dat voor het plan significante negatieve effecten op een Natura 2000-gebied op voorhand zijn uit te sluiten. Het onderzoek stikstofdepositie inclusief de berekeningen met de AERIUS calculator is als Bijlage 7 bijgevoegd. Conclusie Het aspect ecologie staat uitvoering van het planvoornemen niet in de weg.

5.3

Bomeneffectanalyse

Omdat in het plangebied bomen staan die het behouden waard zijn is het doel om deze bomen op te nemen in het nieuwe ontwerp en duurzaam te behouden. De in 2020 uitgevoerde BEA (Bijlage 8) geeft antwoord op de vraag of de aanwezige bomen duurzaam behouden kunnen blijven in het perspectief van de voorgenomen planvorming, stelt randvoorwaarden en biedt alternatieven conform de Richtlijn Bomen Effect Analyse van de Bomenstichting. Uit de BEA blijkt dat de solitaire bomen en bomen in de rijen behoudenswaardig zijn. Daarnaast is ook het grootste deel van het bosplantsoen behoudenswaardig mits deze bomen niet vrij worden gezet. Onderstaande afbeelding geeft weer welke bomen behoudenswaardig zijn. De bebouwing is zo gepositioneerd dat zo min mogelijk (behoudenswaardige) bomen gekapt moeten worden. De bomen die desondanks toch gekapt moeten worden, worden gecompenseerd door nieuwe bomen in het plangebied.

40

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

Figuur 17. Behoudenswaardige bomen

Volgens het Hoornse beleid moet er 1,3 boom per woning worden geplant. De te kappen bomen worden gecompenseerd. De aanplant van bomen vindt plaats binnen het plangebied, maar ook aan de randen net buiten het plangebied, zoals bijvoorbeeld langs het spoor en langs de Blokmergouw. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde eisen. In onderstaande inrichtingstekening zijn de te behouden bomen (donkergroen) en de nieuw te plaatsen plaatsen bomen (lichtgroen) weergegeven.

41

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

Figuur pm. Te behouden en nieuw te plaatsen bomen

42

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

5.4

Erfgoed

De Monumentenwet 1988 is op 1 juli 2016 overgegaan in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet het wettelijke fundament voor de cultuurhistorie in Nederland. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die in 2023 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016-2021. Het betreft dan: 1. 2. 3.

Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie Bescherming van stads- en dorpsgezichten

Zaken zoals het certificeringsstelsel en de aanwijzing van archeologische rijksmonumenten blijven in de Erfgoedwet. In de toelichting van een bestemmingsplan moet voortaan het volgende worden opgenomen: Een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Hierdoor dienen cultuurhistorische waarden dus uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. 5.4.1

Cultuurhistorie

Het plangebied Voormalig Hockeyterrein Nieuwe Steen ligt in de Banne van Zwaag (figuur 18). De zuidelijke en oostelijke begrenzing van het plangebied betreft de oude bannegrens, hier gevormd door de Groene Wijzend in het zuiden (grens tussen Banne Hoorn en Zwaag) en de Wijzend in het oosten (grens tussen Banne Zwaag en Westerblokker). Beide watergangen hebben hoge cultuurhistorische waarden en mogen niet worden aangetast (zie figuur 19 en 20). In de planvorming is rekening gehouden met de watergangen.

43

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

Figuur 18. Globale ligging plangebied (blauwe stippellijn) op de kaart van het ambacht Drechterland van Govert Oostwoudt uit 1723. De Middelkogge, waar de banne Zwaag deel van uitmaakt is roze geaccentueerd.

44

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

Figuur 19. Ligging plangebied op landgebruik van de kadastrale Minuut uit 1823 (bron: HISGIS). Het grootste deel van het plangebied is in gebruik als weiland. De Groene Wijzend en de Wijzend die de zuid- en oostgrens vormen zijn aanwezig

Figuur 20. Plangebied voormalige hockeyvelden op de cultuurhistorische inventarisatiekaart

45

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

5.4.2

Archeologie

Het plangebied ligt ten westen van de Holenweg, een middeleeuwse binnenwaterkerende dijk. Voor het gehele plangebied geldt een lage archeologische verwachting. Dit is vertaald naar vrijstellingsgrenzen op de beleidskaart (figuur 21). Voor het plangebied geldt een vrijstellingsgrens van 10.000 m2 .

Figuur 21. Plangebied voormalige hockeyvelden op de beleidskaart archeologie

Door archeologie West Friesland is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het totale plangebied. Naar aanleiding van het onderzoek is het volledige plangebied vrijgegeven voor verder archeologisch onderzoek en de huidige dubbelbestemming kan voor het plangebied worden opgeheven. Het vrijgavedocument is als Bijlage 9 bijgevoegd. Conclusie Het planvoornemen is wat betreft het aspect erfgoed uitvoerbaar.

5.5

Externe veiligheid

De overheid heeft de afgelopen jaren veiligheidsnormen vastgelegd die in acht moeten worden genomen en waarmee zowel op het gebied van milieu als op het gebied van de ruimtelijke ordening rekening moet worden gehouden. Onderdeel van het veiligheidsbeleid is dat de afwegingen, ten aanzien van risico’s op ongevallen die doden en gewonden tot gevolg kunnen hebben, duidelijk zichtbaar moeten worden gemaakt en niet langer onbewust of impliciet plaatsvinden. Toetsing Landelijk is de zogenoemde professionele risicokaart ontwikkeld. Hierop is onder andere informatie over risico’s van ongevallen met gevaarlijke stoffen opgenomen. Om na te gaan of bij het planvoornemen ook aandachtspunten op het vlak van externe veiligheid aanwezig zijn, zijn door bureau DGMR de relevante

46

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

externe veiligheidsrisico's en consequenties voor de beoogde ontwikkeling beschouwd (Bijlage 10). Onderzoek Uit de inventarisatie van de risicobronnen die rondom het plangebied liggen, volgt dat het transport van gevaarlijke stoffen over de provinciale weg de enige relevante risicobron is. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van deze risicobron. Er wordt voldaan aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. Het groepsrisico vanwege de provinciale weg is lager dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico wijzigt niet ten gevolge van de planontwikkeling. Volgens het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) artikel 8 lid 2 onder b mag een uitgebreide toelichting in de ruimtelijke onderbouwing achterwege blijven, omdat het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatie-waarde en met minder dan 10% toeneemt. Het bevoegd gezag hoeft niet nader in te gaan op de dichtheid van personen en de omvang van het groepsrisico, maatregelen ter beperking van het groepsrisico en mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager risico. Wel moet ingegaan worden op de mogelijkheden tot voorbereiding van de bestrijding en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen. Daarbij moet de veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om advies te geven.

De voorgenomen ontwikkeling past bij de gemeentelijke visie dat het groepsrisico niet toeneemt als gevolg van het plan. De mate van verantwoording staat, voor een gelijkblijvend groepsrisico dat kleiner is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, niet beschreven in de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Hoorn. Bestrijdbaarheid Bij bestrijdbaarheid gaat het om de mogelijkheden tot voorbereiding van de bestrijding en beperking van de omvang van een calamiteit. Om de gevolgen zoveel mogelijk te beperken, is het van belang dat de hulpverleningsdiensten niet worden belemmerd in de uitvoering van hun hulpverlenende taken. Om de bestrijdbaarheid goed te kunnen beoordelen, is gekeken naar: 1. 2.

Bereikbaarheid van het plangebied en de risicobronnen; Bluswatervoorzieningen binnen het plangebied.

1.

Bereikbaarheid

Het plangebied en de risicobronnen zijn beoordeeld op de bereikbaarheid voor de hulpdiensten. Om te bepalen of de hulpdiensten tijdens calamiteit voldoende snel kunnen optreden, is de opkomsttijd beoordeeld. Om te bepalen of het plangebied en de risicobron kunnen worden benaderd, is de tweezijdige bereikbaarheid beoordeeld. Hieruit blijkt het volgende: De landelijke norm voor de opkomsttijd bedraagt 8 minuten. De opkomsttijd voor deze locatie bedraagt 7 minuten en voldoet daarmee ruim aan de norm. Omdat er sprake is van een speciaalonderwijsfunctie, geldt over het algemeen dat veel personen (de schoolgaande kinderen) niet goed zelfredzaam zijn. Geadviseerd wordt daarom een goede BHV-organisatie, die ook zicht heeft op scenario's buiten het eigen gebouw. Daarnaast wordt geadviseerd om vluchtwegen en verzamelplaatsen van de risicobron af (dus van de weg af) te situeren. Het plangebied is tweezijdig bereikbaar. Naast de voorkeursroute moet een willekeurig adres vanaf een doorgaande verkeersader, in principe via een tweede onafhankelijke route bereikbaar zijn. Hier is sprake van. Dit levert dan ook geen direct knelpunt op. 2.

Bluswatervoorzieningen

Het plangebied is beoordeeld op de aanwezigheid en de beschikbaarheid van bluswatervoorzieningen. Om te bepalen of de brandweer snel kan beschikken over voldoende bluswater, is de beschikbaarheid van zowel primaire (brandkranen) als secundaire (open water) bluswatervoorzieningen beoordeeld. Hieruit blijkt het volgende: Op dit moment zijn er nog geen brandkranen in het plangebied.

47

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

Er is open water rondom het plangebied. Dit open water kan dienen als bluswatervoorziening voor de brandweer als er een opstelplaats gecreëerd wordt voor de brandweerauto. Over dit aspect volgt nog nadere afstemming met de veiligheidsregio Noord-Holland Noord en bij de civiele inrichting van het plangebied wordt rekening gehouden met de gestelde eisen in het kader van de bluswatervoorzieningen. Het aspect externe veiligheid zal geen strijd met de geldende wetgeving opleveren. Zelfredzaamheid Bij zelfredzaamheid gaat het om de mogelijkheden voor personen in het invloedsgebied van een risicobron, om zichzelf in veiligheid te brengen. Belangrijk aspect hierbij is, dat zij zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar zonder daadwerkelijke hulp van de hulpverleningsdiensten, bijvoorbeeld door te vluchten of te schuilen. Het is noodzakelijk dat mensen zich bewust zijn van de risico’s en handelingsperspectieven. De mate van zelfredzaamheid in het rampgebied is bepalend voor de omvang van de hulpverlening tijdens een ramp of een zwaar ongeval. Om de zelfredzaamheid van de aanwezige personen te beoordelen, is gekeken naar de volgende aspecten: 1. 2.

zelfredzaam vermogen; mogelijkheden tot vluchten of schuilen

1.

Zelfredzaam vermogen

Het voorgenomen ruimtelijke besluit heeft deels betrekking op een doelgroep die moet worden beoordeeld als verminderd zelfredzaam (kinderen tot 12 jaar). Deze doelgroep wordt beoordeeld als een verminderd zelfredzame groep die niet in staat is om zelfstandig van een risicobron te vluchten. 2.

Mogelijkheden tot vluchten of schuilen

In geval van een calamiteit dient er van de risicobron af gevlucht te worden. De voorgenomen ontwikkeling maakt het voldoende mogelijk van de risicobron af te vluchten. Aangezien het deels gaat om (speciaal) onderwijs is niet met zekerheid te stellen dat alle aanwezigen van zichzelf voldoende zelfredzaam zijn. Het is daarom van groot belang dat de BHV organisatie op orde is. Gezien de externe risico's is het daarbij van extra belang dat de BHV ook zicht heeft op de mogelijkheid van scenario's die zich buiten de eigen gebouwen voordoen. Geadviseerd wordt om binnen de (overkoepelende) organisatie voor de doelgroep van verminderd zelfredzame personen een ontruimingsplan op te stellen met een goede BHV-organisatie, die ook zicht heeft op scenario's buiten het eigen gebouw. Daarnaast wordt geadviseerd om vluchtwegen en verzamelplaatsen van de risicobron af (dus van de weg af) te situeren. Conclusie Externe veiligheid is onder genoemde voorwaarden geen belemmering voor het plan. Het bevoegd gezag kan daarom de (resterende) externe veiligheidsrisico's accepteren en de verantwoording nemen voor het groepsrisico. De veiligheidsregio Noord-Holland Noord is nauw betrokken bij de verdere uitwerking van de veiligheidsopgaven in het plangebied. Wat betreft externe veiligheid is het planvoornemen uitvoerbaar.

5.6

Milieuhinder geluid wegverkeer

De Wet geluidhinder (Wgh) heeft als belangrijkste doel het bestrijden en voorkomen van geluidshinder. Op grond van de wet zijn verschillende vormen van geluidshinder te onderscheiden die directe raakvlakken hebben met de ruimtelijke ordening. De Wgh bepaalt dat de geluidsbelasting op gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan een in de wet bepaalde norm die als voorkeursgrenswaarde wordt aangeduid. Voor wegverkeer bedraagt deze waarde 48 dB, voor het spoor 55 dB. Overschrijdingen, in binnenstedelijk gebied tot een maximale ontheffingswaarde van 63 dB bij wegverkeerslawaai en 68 dB voor spoorweglawaai, zijn middels het doorlopen van een procedure hogere

48

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

waarde mogelijk waarbij - voor zover mogelijk - maatregelen (bron, overdracht, ontvanger) dienen te worden getroffen. Voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is het van belang dat de binnenwaarde als gevolg van de te verwachten geluidshinder acceptabel is. In het Bouwbesluit is opgenomen dat nieuwe woningen geïsoleerd moeten worden tot een binnenwaarde van 33 dB. Onderzoek Het plangebied Nieuwe Steen valt binnen de geluidszone van de volgende wegen: Blokmergouw Nieuwe Steen/Beurtschip Zwaagmergouw Voor dit bestemmingsplan is akoestisch onderzoek naar geluidshinder als gevolg van weginfrastructuur relevant. In het kader van het voorliggende planvoornemen is de te verwachten geluidshinder vanwege wegverkeerslawaai voor het totale planvoornemen door bureau DGMR onderzocht. De onderzoeksrapportage is als Bijlage 11 bijgevoegd. Dit rapport is aangepast n.a.v. ingediende zienswijzen en opgenomen in Bijlage 22. De actualisatie van het onderzoek heeft niet tot wijzigingen in de uitkomst geleid. Uit de resultaten van het onderzoek volgt dat de geluidsbelasting die ontstaat vanwege het wegverkeer op de Nieuwe Steen, hoger is dan de voorkeurswaarde van 48 dB op het nieuw te bouwen IKEC aan de Nieuwe Steen. Er is sprake van een overschrijding van 1 dB.

Daarnaast wordt als gevolg van het wegverkeer op de Blokmergouw de wettelijke voorkeurswaarde op de nieuw te bouwen appartementen aan de noordelijke grens van het plangebied overschreden. Er is sprake van een overschrijding tot 8 dB. Aan de maximale ontheffingswaarde (63 dB) wordt wel voldaan. De gemeente gaat hogere waarden vaststellen overeenkomstig onderstaande tabel.

Figuur 22. Vast te stellen hogere grenswaarde wegverkeer.

Voor het IKEC zijn, in het kader van de aangevraagde omgevingsvergunning, ontwerp hogere waarden verleend door het college van burgemeester en wethouders. Dit besluit ligt nu samen met de ontwerp omgevingsvergunning voor het IKEC ter visie. Voor de appartementen is inmiddels ook een ontwerp besluit hogere waarden vastgesteld door het college. Dit besluit zal samen met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage worden gelegd. Conclusie Door het vaststellen van een hogere grenswaarde kan worden geconcludeerd dat er vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen zijn voor het IKEC.

49

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

5.7

Uitstraling IKEC op de omgeving

Op grond van de Wet milieubeheer zijn bedrijven en instellingen verplicht te voldoen aan de eisen van een AMvB, dan wel een milieuvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrijf, waarbij rekening gehouden dient te worden met de omliggende woonbebouwing. Door middel van de milieuwet- en regelgeving wordt (milieu)hinder in woongebieden zoveel mogelijk voorkomen. Uit de publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wordt de richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten gehanteerd. Per bedrijfstype zijn voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de minimale afstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en hinder-gevoelige objecten, zoals woningen, om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. De grootste afstand is bepalend. De genoemde maten zijn richtinggevend, maar met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken. Er dient te worden aangetoond dat het plan buiten de invloedssfeer van bedrijvigheid in de nabije omgeving valt. Tevens dient te worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor de nabijgelegen functies. Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de leefkwaliteit.

Dit zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van milieugevoelige functies krijgen en dat nieuwe milieugevoelige functies op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. De beoogde ontwikkeling omvat onder andere de realisatie van woningen, welke als milieugevoelig kunnen worden aangemerkt. In de omgeving van de beoogde ontwikkeling is daarnaast sprake van de aanwezigheid van een aantal bedrijven. Daarnaast biedt het nieuwe bestemmingsplan ook mogelijkheden voor de realisatie van overige functies, zoals maatschappelijke voorzieningen en commerciële functies. Er moet sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. In en rondom het plangebied bevinden zich diverse bedrijven. Door bureau DGMR is beoordeeld of de beoogde milieugevoelige functies op een passende afstand tot deze bedrijfsactiviteiten zijn gelegen en er sprake is van een inpasbare situatie. In eerste aanleg wordt dit beoordeeld aan de hand van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Daarnaast wordt ook de inpasbaarheid van de beoogde overige functies binnen het plan beoordeeld. Het onderzoek is als Bijlage 12 bijgevoegd. Dit rapport is aangepast n.a.v. ingediende zienswijzen en opgenomen in Bijlage 23. De actualisatie van het onderzoek heeft niet tot wijzigingen in de uitkomst geleid.

Onderzoek Uit de resultaten blijkt dat met de berekende langtijdgemiddelde geluidsniveaus met het beoogde plan niet voldaan kan worden aan de grenswaarden uit stap 2 van het toetsingskader uit de VNG-publicatie. De waarden voor het maximale geluidsniveau en het equivalente geluidsniveau als gevolg van de verkeersaantrekkende werking, voldoen wel aan de grenswaarden van stap 2. Afweging woon- en leefklimaat Uit een aanvullende analyse blijkt dat bron- en overdrachtsmaatregelen voor de nieuwe woningen op diverse bezwaren stuiten. De gemeente Hoorn vindt het daarom op basis van de uitkomsten van het onderzoek aanvaardbaar om de nieuwe woningen op basis van de grenswaarden uit stap 3 van de VNG-publicatie te beoordelen. In hoofdstuk 5 van het onderzoek is een afweging van maatregelen en onderbouwing opgenomen, waarom de berekende geluidsniveaus voor de nieuw te bouwen woningen als aanvaardbaar kunnen worden beschouwd. Met deze planinvulling is naar inzicht van de gemeente Hoorn,

50

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

zowel voor de bestaande als nieuwe woningen, sprake van een goed woon- en leefklimaat. Vervolg Met een onderzoek bouwfysica moet vastgesteld worden welke gevelmaatregelen nodig zijn om aan de eisen uit het Bouwbesluit te voldoen. Bij het uitwerken van het ontwerp van de nieuwe woningen moet worden afgewogen of de nieuwe woningen (deels) worden voorzien van dove gevels, of gesloten balkonbalustrades worden gerealiseerd. Ook moet de gemeente op basis van de definitieve uitwerking van het gebouw nog een akoestisch onderzoek uitvoeren, voor de melding Activiteitenbesluit van het IKEC. Conclusie Er wordt in voldoende mate aangetoond dat er sprake is van een acceptabel akoestisch woon- en leefklimaat. Ter plaatse van de bestaande woningen wordt voldaan aan stap 2 uit de VNG-publicatie en ter plaatse van de nieuwe woningen wordt voldaan aan stap 3 uit de VNG-publicatie. Met het treffen van maatregelen en de opgenomen argumentatie in het onderzoek vormt bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. Bij de inrichting van de schoolpleinen wordt rekening gehouden met de buren en wordt gekozen voor een 'zachte' inrichting en een goede verdeling van de speeltoestellen, waardoor er minder overlast zal zijn voor bewoners.

5.8

Verkeer en parkeren

Voor een ruimtelijk plan geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten worden onderbouwd. De nadruk ligt daarbij op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). Verkeer Het autoverkeer van en naar het plangebied moet voldoende kunnen worden afgewikkeld op de bestaande infrastructuur in de omgeving. Uit onderzoek uit 2019 en 2021 is naar voren gekomen dat de rotonde Zwaagmergouw – Nieuwe Steen – Postiljon en de voorrangskruising Blokmergouw – Nieuwe Steen – Beurtschip mogelijk voor 2030 door de autonome groei van het autoverkeer in Hoorn 'vastlopen'. Onlangs heeft adviesbureau Goudappel Coffeng een herijking uitgevoerd van de onderzoeken uit 2019 en 2021. Uit dit onderzoek blijkt dat de verkeersafwikkeling van genoemde kruisingen tot 2030 voldoende is. Allen bij de kruising Blokmergouw/zwaagmergouw dient bij de stoplichten een van de opstelstroken verlengd te worden. Deze verlenging wordt tijdig (voor 2030) uitgevoerd, zodat er geen onnodige congestie ontstaat rondom deze kruising. Deze herijking is als Bijlage 13 bijgevoegd. Autoparkeren Op 28 juni 2018 heeft de gemeenteraad de parkeernormennota Hoorn vastgesteld. Deze is per 1 juli 2018 in werking getreden.

Deze nota is onderdeel geworden van het paraplubestemmingsplan 'Parkeren & laden en lossen', die per 18 november 2018 onherroepelijk geworden is. Met dit bestemmingsplan wordt geregeld welke parkeernorm en/of normen van toepassing zijn bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied wordt conform dit parkeernormenbeleid aangemerkt als Rest bebouwde kom. Bureau Goudappel Coffeng heeft op 5 januari 2021 een rapportage opgesteld over de verkeersafwikkeling en parkeervraag van de beoogde totale ontwikkeling Nieuwe Steen. De rapportage is als Bijlage 14 bijgevoegd. Dit rapport is een actualisatie van de in 2019 uitgevoerde eerste verkenning. Na deze eerste verkenning is gemeente verder gegaan met de planvorming. Nu de plannen dusdanig concreet worden/zijn is het onderzoek geactualiseerd op basis van de nieuwe uitgangspunten. In het plangebied moeten minimaal 167 parkeerplaatsen worden gerealiseerd om op het piekmoment aan de parkeervraag te kunnen voldoen. Omdat er dubbelgebruik tussen bewoners, bezoekers en personeel

51

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

van het IKEC is toegepast zal de parkeerdruk in de toekomst mogelijk hoog zijn. In de meest ideale situatie zijn er meer parkeerplaatsen dan deze 167. Door de aanleg van een half verdiepte parkeergarage voor bewoners is er ruimte ontstaan voor extra parkeerplaatsen. Uitgangspunt is om in totaal circa 190 parkeerplaatsen aan te leggen, zodat er ook op piekmoment voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn. In het inrichtingsplan zijn 182 parkeerplaatsen opgenomen. Dit zijn 42 parkeerplaatsen in de parkeerkoffer bij de entree, 80 parkeerplaatsen op het maaiveld bij de woongebouwen en 60 parkeerplaatsen in de halfverdiepte parkeergarage. Onder de woongebouwen wordt een halfverdiepte parkeergarage gerealiseerd om een deel van de parkeeropgave op te vangen. Hiermee kan het aantal parkeerplaatsen in de openbare ruimte verminderd worden. Op het terrein van het IKEC zijn 75 parkeerplaatsen voor het brengen en halen van kinderen en 36 minibus parkeerplaatsen ingepast. De 75 parkeerplaatsen worden in de avonduren beschikbaar gesteld voor de sporthal. Overdag zijn deze parkeerplaatsen gereserveerd voor de school. Het halen en brengen van de grote hoeveelheid leerlingen kan op die manier zorgvuldig plaatsvinden, zonder overlast voor andere weggebruikers en omwonenden. Als de auto's weg zijn wordt het terrein gebruikt voor buitenspelen van de leerlingen.

De terreinen worden ontworpen op dit dubbelgebruik. Nadat het IKEC in gebruik is genomen zal er een evaluatie plaatsvinden van het parkeren op het terrein van het IKEC. Daarbij zal beoordeeld worden of er daadwerkelijk 75 parkeerplaatsen voor het halen en brengen van kinderen nodig zijn, of dat er nog ruimte is om het terrein open te stellen voor openbaar parkeren. Opheffen bestaande parkeerplaatsen In het plangebied liggen nu 78 parkeerplaatsen die horen bij de voormalige hockeyvelden. Deze worden dagelijks gebruikt door personeel van omliggende kantoren, zoals het gemeentehuis en de Omring. Deze parkeerplaatsen worden niet teruggebracht in het plangebied. Om te voorkomen dat deze parkeervraag toch naar het plangebied verschuift, dient het parkeervraagstuk rondom het gemeentehuis opgelost te worden. Op dit moment vindt er een uitgebreide analyse plaats van deze parkeerbehoefte en wordt een voorstel voorbereid hoeveel en waar (extra) parkeerplaatsen buiten het plangebied kunnen worden aangelegd. Dit valt buiten de scope van dit project, Ten behoeve van het beoogde programma wordt een half verdiepte stallingsgarage voor 60 parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarnaast worden in het openbaar gebied circa 130 openbare parkeerplaatsen aangelegd, voor bewoners, bezoekers en medewerkers van het IKEC.

Fietsparkeren In de appartementsgebouwen zal voor de bewoners inpandig een fietsparkeerberging gemaakt moeten worden. Deze zal moeten voldoen aan de toegankelijkheidseisen om het gebruik optimaal te maken. Ten behoeve van de bezoekers zullen in de openbare ruimte voldoende fietsstalplaatsen worden gecreëerd in de nabijheid van de entrees van de appartementcomplexen. In de LIOR staat het standaard type fietsenrek. Fietsparkeren voor het IKEC zal geheel op eigen terrein worden opgelost. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren is geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

5.9

Luchtkwaliteit

De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet Milieubeheer hoofdstuk 5, titel 2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit, waarin ter bescherming van mens en milieu onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht (o.a. fijn stof en stikstofdioxide) zijn vastgesteld.

52

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

De wet stelt bij een (dreigende) grenswaardenoverschrijding aanvullende eisen en beperkingen voor ruimtelijke plannen die "in betekenende mate" (IBM) leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast moet uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening afgewogen worden of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij speelt de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol, ook als het plan "niet in betekenende mate" (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Onderzoek Door bureau DGMR is onderzoek uitgevoerd (Bijlage 16) naar de luchtkwaliteit ten gevolge van het wegverkeer ter plaatse van de nieuwe ontwikkelingen. Uit de berekeningen volgt dat de concentraties ruim voldoen aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Dit rapport is aangepast n.a.v. ingediende zienswijzen en opgenomen in Bijlage 24. De actualisatie van het onderzoek heeft niet tot wijzigingen in de uitkomst geleid. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen vormt voor het wijzigen van het bestemmingsplan.

5.10 Water Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan in kwestie gevolgen heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Het doel van de watertoets is het waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Door middel van de watertoets wordt in een vroegtijdig stadium aandacht besteed aan het wateraspect. Generiek beleid Op Rijksniveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw. De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport 'Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw' (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt.

In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes(drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. Waterwet en Omgevingswet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteembenadering'. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water,

53

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de Waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in één aparte watervergunning. Naar verwachting treedt op 1 januari 2023 de Omgevingswet (Ow) in werking. De Waterwet wordt integraal opgenomen in deze wet. Inhoudelijk zullen er -vooralsnog- geen wijzigingen optreden in het waterbeleid en/of waterbeheer. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet wordt elke zes jaar een Nationaal Waterplan vastgesteld. Het Nationaal Waterplan is het rijksplan voor het waterbeleid in Nederland. Op 22 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050.

Met dit Nationaal Waterplan zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Waterprogramma 2016-2021 Op 16 december 2015 is het Waterprogramma 2016-2021 vastgesteld door het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. In het Waterprogramma 2016 – 2021 wordt antwoord gegeven op de vragen: Hoe wordt in de toekomst gezorgd voor veilige dijken, droge voeten en voldoende schoon en gezond water in Hollands Noorderkwartier? Welke benadering wordt daarvoor gekozen? Welke kosten en inzet gaan daarmee gepaard? Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) presenteert in het Waterprogramma het beleid, de maatregelen, de programma's en de projecten die ze in de periode 2016 – 2021 gaan uitvoeren. Het Hoogheemraadschap bouwt voort op de regionale Deltavisie en verankert de landelijke Deltabeslissingen. Met het Waterprogramma wordt richting gegeven aan het waterbeheer tussen 2016 en 2021. Dat is nodig, want de klimaatverandering en de veranderende maatschappij dwingen tot aanscherping en heroverweging van onze keuzes.

Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Veranderende patronen in communicatie en participatie in de maatschappij vragen grotere betrokkenheid en intensievere dialoog met de partners en belanghebbenden. Bovendien zijn er steeds meer partijen betrokken bij het waterbeheer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Keur Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier In 2016 is de Keur Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier' vastgesteld door Het hoogheemraadschap. De regels in de keur zijn onder te verdelen in twee categorieën: gebodsbepalingen en verbodsbepalingen. Met de geboden worden derden verplicht het aan hen toegewezen onderhoud aan waterstaatswerken uit te voeren. De verboden zijn er om te voorkomen dat wijzigingen worden aangebracht in waterstaatswerken, waardoor ze niet (goed) meer functioneren. Zo is het bijvoorbeeld verboden om zonder toestemming van het Hoogheemraadschap een steiger in het water aan te leggen of een sloot te dempen. De regels uit de keur zijn vastgelegd in het keurdocument. De legger uit dit keurdocument bepaalt waar de

54

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

geboden en verboden uit de keur van toepassing zijn. Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. In dit kader is op 5 juli 2022 de digitale watertoets ingevuld. Hieruit is gebleken dat de normale procedure gevolgd kan worden. Dit betekent dat het Hoogheemraadschap in overleg met de gemeente zal bekijken hoe in het plan rekening kan worden gehouden de waterhuishoudkundige belangen. De maatregelen die mogelijk genomen moeten worden zijn verwerkt in voorliggende waterparagraaf. Planspecifiek Watercompensatie gehele plangebied In de toekomstige situatie is er sprake van circa 15.000 m² aan verharding, bestaande uit parkeerplaatsen, wegen, paden, speelpleinen en bebouwing. Daarmee is er sprake van een toename van circa 9300 m² aan verharding. De verharding wordt gecompenseerd door het vergroten van het wateroppervlak met 975 m². Daarmee wordt voldaan aan de eis dat 11% van het extra verhard oppervlak wordt gecompenseerd door extra oppervlakte water.

Figuur 23. Watercompensatie binnen plangebied

Het terrein wordt ingericht met een school, speelpleinen, vier woongebouwen, voldoende parkeerplaatsen voor de aanwezige functies, wandelpaden en groen in de vorm van gazon, begroeiing, bomen en bijvoorbeeld wadi's. In de huidige voorstellen wordt voor een deel van de parkeerplaatsen rekening gehouden met halfverharding. Deze is in bovenstaande berekening wel voor 100% meegerekend. Afhankelijk van de retentiemaatregelen kan deze in het bergingsplan en in de uiteindelijke watertoets voor het hele plangebied (bestemmingsplan) nog leiden tot een andere berekening van percentage verharding (en daarmee positiever).

55

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

Figuur 24. Inrichtingsvoorstellen

Met betrekking tot het onderdeel daken voor het IKEC in bovenstaand figuur moet worden opgemerkt dat bij het IKEC geen gebruik wordt gemaakt van een extensief groen dak maar van waterretentie via dakopvang en retentie via een regenwateropslag. De regenwateropslag wordt gebruikt voor de toiletgroepen in het gebouw en tuinbesproeiing. Overtollig water voert vertraagd af naar het oppervlaktewater. Het hemelwater wordt zoveel mogelijk opgevangen in de groenzones, tussen de rijbaan, onder parkeerplaatsen of regentonnen waarna het vertraagd afgevoerd wordt naar het aanwezige oppervlaktewater. Het vuilwater wordt afgevoerd via een aan te leggen rioolstelsel, welke wordt

56

bestemmingsplan oude hockeyvelden Nieuwe Steen

aangesloten op het HHNK-gemaal langs de Blokmergouw. De uitgangspunten voor het ontwerp van de openbare ruimte en de bebouwing zijn: In het plangebied treedt bij hevige neerslag (1/100 jaar, bij 70mm in een uur) geen schade op in en aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Bij hevige neerslag (1/250 jaar, 90mm in een uur) blijven vitale en kwetsbare infrastructuur en voorzieningen functioneren en bereikbaar (hoofdwegen, drinkwater en energie). Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden en hergebruikt in het plangebied. Op het terrein wordt een groot deel van de neerslag (range 40-70 mm) van een hevige bui op het bebouwd deel van het terrein zelf verwerkt (geïnfiltreerd, opgevangen en/of vertraagd afgevoerd). Minimaal 40 mm zal vertraagd worden afgevoerd naar de sloten, 30 mm mag rechtstreeks naar de sloten. De voorzieningen voeren de eerste 24 uur vertraagd af (niet extra naar riolering of watersysteem) en zijn in maximaal 60 uur weer beschikbaar. In het gebied is natuurlijke en oppervlakkige afwatering zoveel mogelijk aanwezig. Bij een waterdiepte van 10-15 cm op de rijbaan door extreme regen en/of overstromingen mag geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven wegen begaanbaar. In particuliere gebouwen wordt het regenwater volledig tot 70 mm vertraagd geborgd (op/in het gebouw of op/onder eigen terrein).

Afvloeiingscoëfficiënt en waterretentie Om te voldoen aan de gestelde eisen ten aanzien van de afvloeiingscoëfficient wordt een bergingsplan opgesteld. Retentie vindt plaats op en onder het maaiveld, door de groene inrichting van het gebied: veel gazon, beplanting en bomen, wadi's of greppels en bijvoorbeeld het aanbrengen van retentieboxen onder de bestrating. Aan de ontwikkelaar van de woongebouwen zal de eis worden opgelegd dat er retentie plaatsvindt op of in/onder de woongebouwen. Het is de wens een grijswatersysteem toe te passen waarmee toiletten en wasmachines met regenwater gevoed worden. Retentie kan bijvoorbeeld plaatsvinden door in het terrein een regenwater buffertank aan te brengen waarin het water bij hevige regenval wordt opgeslagen en bij droog weer wordt leeggetapt. De combinatie met grijswater is dus een goede retentievoorziening. De retentie zal voldoen aan bovengenoemde uitgangspunten. Watergangen De watergangen worden tenminste zes meter breed op de waterlijn. Ook bestaande, te handhaven watergangen binnen of langs het plangebied krijgen een breedte van ten minst zes meter op de waterlijn. De watergangen krijgen een waterdiepte van tenminste één meter.

Bruggen of dammen met duikers krijgen tenminste 1,10 meter doorvaarthoogte, 0,9 meter waterdiepte en hebben een doorvaartbreedte van 2,5 meter en bij scherpe bochten van watergangen worden deze draaicirkels ten minste acht meter. Om de +/- 200 meter zal een laad-/losplaats voor uitkomend slootvuil en maaisel gerealiseerd worden. In het plan zijn nog geen specifieke laad-/losplaatsen aangewezen. Echter is er wel voldoende ruimte om minimaal twee plaatsen te realiseren. In overleg zullen deze locaties nog worden aangewezen. Er worden geen doodlopende watergangen gegraven. Het water wordt na aanleg als stedelijk water beschouwd en komt daarmee in aanmerking voor overname van het onderhoud door het hoogheemraadschap samen met de gemeente Hoorn. In stedelijk gebied wordt onderhoud zoveel mogelijk varend gedaan, vandaar de benoemde afmetingen. De watergangen worden vrijwel allemaal natuurvriendelijk ingericht tenzij het niet anders kan. De natuurvriendelijke oevers worden ingericht conform de Richtlijnen natuurvriendelijke inrichting van het HHNK en in overleg met het HHNK. Dit komt de waterkwaliteit en biodiversiteit ten goede. Waterkeringen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=4b1402a1-1118-4c20-a40e-466329570a34