CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.2 Ontwerp bestemmingsplan Veegplan 2 Regels

Gemeenteraad 31 mei 2022, gemeente HoornBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Veegplan 217.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voor de gronden ter plaatse van Gravenstraat 21 is de bovenstaand genoemde bestemming van overeenkomstige toepassing.

46

bestemmingsplan Veegplan 2

16.2.6

Drieboomlaan 209, Hoorn

Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Hoorn-Noord en Wonen Venenlaankwartier ter plaatse van de aanduiding "overige zone Hoorn-Noord en Venenlaankwartier"

Artikel 18

Voor de gronden ter plaatse van Drieboomlaan 209 in Hoorn is de bovenstaand genoemde bestemming van overeenkomstige toepassing.

47

bestemmingsplan Veegplan 2

48

bestemmingsplan Veegplan 2

Artikel 17

Wonen - Lintbebouwing

17.1

Vervallen regeling(en)

17.1.1

Bestemming Wonen - Lintbebouwing

Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Blokker, Zwaag en Nieuwe Steen-Oost ter plaatse van de aanduiding "overige zone Blokker, Zwaag en Nieuwe Steen-Oost": Westerblokker 125

Wonen - Lintbebouwing

Artikel 26

De bestemming 'Wonen - Lintbebouwing' is vervallen. 17.1.2

Maximaal te bebouwen oppervlakte bouwwerken

In onderstaande bestemmingsplannen is de doorgehaalde tekst verwijderd: Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Alle geldende ruimtelijke plannen zoals genoemd in artikel 1 lid 1.4, diverse locaties

Wonen - Lintbebouwing

Verschilt per plan

a. Bouwwerken Voor het bouwen van bouwwerken geldt de volgende regel: de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken, hoofdgebouwen niet meegerekend, mag ten hoogste 50% van de oppervlakte van het erf bedragen. 17.2

Toegevoegde regeling(en)

17.2.1

Erkers en luifels

Aan de onderstaande bestemmingsplannen is, voor diverse locaties, de regeling voor erkers en luifels toegevoegd: Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Alle geldende ruimtelijke plannen zoals genoemd in artikel 1 lid 1.4,

Wonen - Lintbebouwing

Verschilt per plan

a. Bouwregels Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a.

de bouw van erkers en luifels voor de voorgevel van het hoofdgebouw zijn toegestaan, waarbij deze de bouwgrens of voorgevelrooilijn mogen overschrijden, en tevens wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: de breedte van een erker, buitenwerks gemeten, bedraagt ten hoogste 85% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw waarin deze wordt geplaatst; de bouwdiepte van een erker bedraagt ten hoogste 50% van de diepte van de voortuin, tot een

49

bestemmingsplan Veegplan 2

maximum van 1,50 m; de bouwhoogte van erkers bedraagt niet meer dan de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van het hoofdgebouw, vermeerderd met 0,30 m; een luifel aan een erker is toegestaan, mits deze ten minste 0,25 m uit de zijkant van het hoofdgebouw staat en niet dieper is dan de erker; de breedte van een niet aangebouwde luifel, buitenwerks gemeten, bedraagt ten hoogste 2 m; de bouwdiepte van een niet aangebouwde luifel bedraagt ten hoogste 1 m; een erker of luifel mag plat of met een kap worden afgedekt; een doorgetrokken dakvlak vanaf de kap van het hoofdgebouw is niet toegestaan. 17.2.2

Dorpsstraat 135

Aan het onderstaande bestemmingsplan is voor de locatie Dorpsstraat 135, de bestemming Wonen Lintbebouwing toegevoegd: Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Blokker, Zwaag en Nieuwe Steen-Oost ter plaatse van de aanduiding "overige zone - Blokker, Zwaag en Nieuwe Steen-Oost", locatie Dorpsstraat 135

Wonen - Lintbebouwing

Regeling is toegevoegd.

a. Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Lintbebouwing' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. 2.

woonhuizen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, een consumentverzorgende bedrijfsactiviteit of een bed & breakfast; bijbehorende bouwwerken,

met de daarbij behorende: 3. 4.

tuinen en erven; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

b. Bouwregels Bouwwerken Voor het bouwen van bouwwerken geldt de volgende regel: de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken, hoofdgebouwen niet meegerekend, mag ten hoogste 50% van de oppervlakte van het erf bedragen. Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen geldt de volgende regel: de totale frontbreedte van de gebouwen per bouwperceel mag ten hoogste de in de aanduiding ter plaatse van de aanduiding 'totale frontbreedte (m)' aangegeven totale frontbreedte bedragen. Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f.

als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd; per bouwvlak mag ten hoogste één hoofdgebouw worden gebouwd; de voorgevel van het hoofdgebouw dient in de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd; de frontbreedte van een hoofdgebouw mag ten hoogste de in de aanduiding 'maximale frontbreedte (m)' aangegeven frontbreedte bedragen; de goot- en bouwhoogte van een gebouw mag ten hoogste de in de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' aangegeven goot- en bouwhoogte bedragen;

50

bestemmingsplan Veegplan 2

g.

een hoofdgebouw dient te zijn voorzien van een kap met een dakhelling van ten minste 30° en ten hoogste 60°, waarbij de bestaande kapconstructie en kapvorm gehandhaafd dient te blijven;

Bijbehorende bouwwerken Het is verboden om op de grond staande bijbehorende bouwwerken of uitbreiding daarvan te bouwen voor zover deze niet vergunningvrij zijn op grond van de regeling zoals die is opgenomen in artikel 2 bjilage II Besluit omgevingsrecht dan wel diens rechtsopvolger, met dien verstande dat hetgeen onder artikel 3 (passend in bestemmingsplan) en 4a (bouwen bij een monument en in beschermd stadsgezicht) van dat Besluit valt, ook vergunningvrij kan zijn. Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van a. b. c. d.

de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

Specifieke gebruiksregels Onder met deze bestemming strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: 1. 2. 3.

4. a. b. c. d. e. f. g. 5. a. b. c. d. e. f. g. h.

het gebruik van een woonhuis voor meer dan één woning; het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, horecadoeleinden en/of bedrijfsdoeleinden anders dan in de vorm van een aan-huis-verbonden beroep, een consumentverzorgende bedrijfsactiviteit of een bed & breakfast; het gebruik van de gronden en bouwwerken voor een aan-huis-verbonden beroep of consumentverzorgende bedrijfsactiviteit zodanig dat het uiterlijk van de betreffende woning wordt aangetast; de maximale bedrijfsvloeroppervlakte (met inbegrip van bijbehorende bouwwerken) meer dan 20 m² bedraagt; de activiteit niet wordt uitgeoefend door in ieder geval één van de hoofdbewoner(s) van het woonhuis; er sprake is van detailhandels- en/of horeca-activiteiten; de activiteit een zodanige verkeersaantrekkende werking heeft dat verkeersoverlast of verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeervoorzieningen, noodzakelijk zijn, of; de activiteit voldoet aan de regels voor het parkeren en laden & lossen zoals opgenomen in artikel 31 lid 31.1; de activiteiten worden aangemerkt als inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 van het Besluit omgevingsrecht (meldingsplichtige- of vergunningsplichtige inrichtingen); het gebruik van een woonhuis voor bed & breakfast of andere vormen van logiesverstrekking, zodanig dat: aan meer dan 4 volwassenen

bedrijfsmatig nachtverblijf wordt aangeboden; de activiteit niet wordt uitgeoefend door (één van) de hoofdbewoner(s) van het woonhuis; het woonhuis niet door (één van) de hoofdbewoner(s) wordt bewoond en deze niet aanwezig is tijdens het nachtverblijf; er sprake is van een verblijf van meer dan 7 aaneengesloten nachten; het maximale vloeroppervlak meer bedraagt dan 40% van het totale vloeroppervlak van het hoofdgebouw inclusief aan- en uitbouwen, met een maximum van 50 m²; een vrijstaand bijbehorend bouwwerk wordt gebruikt als een bed & breakfast; de voorziening door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering functioneert als een zelfstandige woning; er niet geparkeerd wordt op eigen erf, tenzij in de onmiddellijke nabijheid voldoende parkeergelegenheid aanwezig is of;

51

bestemmingsplan Veegplan 2

i. j.

6.

de activiteit voldoet aan de regels voor het parkeren en laden & lossen zoals opgenomen in artikel 31 lid 31.1; het gebruik van gronden en bouwwerken waardoor een parkeerbehoefte ontstaat waarmee niet wordt voldaan aan de regels voor het parkeren en laden&lossen zoals opgenomen in artikel 31 lid 31.1, met uitzondering van het bestaande gebruik waarbij minimaal de bestaande parkeervoorzieningen dienen te worden gehandhaafd, indien niet is voldaan aan de regels voor het parkeren en laden&lossen zoals opgenomen in artikel 31, lid 31.1. het gebruik van bouwwerken voor het realiseren van een dakterras.

52

bestemmingsplan Veegplan 2

Artikel 18

Wonen - Stolpboerderij

18.1

Vervallen regeling(en)

18.1.1

Aanduiding "zorgwoning"

Bestemmingsplan

Bestemming

Risdam en Nieuwe Steen-West ter Wonen - Stolpboerderij plaatse van de aanduiding "overige zone - Risdam en Nieuwe Steen-West"

Regeling Artikel 19

a. Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Stolpboerderij' aangewezen gronden zijn bestemd voor: een zorgwoning, uitsluitend op de gronden ter plaatse van de aanduiding "zorgwoning"; b. Specifieke gebruiksregels Onder met deze bestemming strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: het gebruik van bijgebouwen voor bewoning, met uitzondering van het gebruik voor mantelzorg en een zorgwoning ter plaatse van de aanduiding "zorgwoning"; De aanduiding "zorgwoning"is vervallen. 18.1.2

Maximaal te bebouwen oppervlakte bouwwerken

In onderstaande bestemmingsplannen is de doorgehaalde tekst verwijderd: Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Alle geldende ruimtelijke plannen zoals genoemd in artikel 1 lid 1.4, diverse locaties

Wonen - Stolpboerderij

Verschilt per plan

a. Bouwwerken Voor het bouwen van bouwwerken geldt de volgende regel: de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken, hoofdgebouwen niet meegerekend, mag ten hoogste 50% van de oppervlakte van het erf bedragen.

53

bestemmingsplan Veegplan 2

54

bestemmingsplan Veegplan 2

Artikel 19 19.1

Wonen - Wooncentrum

Vervallen regeling(en)

Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Binnenstad ter plaatse van de aanduiding "overige zone Binnenstad": Achterom 1, 3, 5, 7, 9 De Driestal 1-15 Nieuwland 14, 16, 18 en Achterstraat 11a wordt Maatschappelijk - Zorg

Wonen - Wooncentrum

Artikel 26

Hoorn-Noord en Wonen - Wooncentrum Venenlaankwartier ter plaatse van de aanduiding "overige zone Hoorn-Noord en Venenlaankwartier": Koepoortsweg 35 wordt Maatschappelijk - Zorg

Artikel 19

Risdam en Nieuwe Steen-West ter Wonen - Wooncentrum plaatse van de aanduiding "overige zone - Risdam en Nieuwe Steen-West": Koopvaarder 10-65 wordt Wonen - Woongebouw Geldelozeweg 66 Scheerder 1 Paardenweide 224 - 228 wordt Maatschappelijk - Zorg

Artikel 20

Grote Waal ter plaatse van de aanduiding "overige zone - Grote Waal": Vijzelmolen 94a-f wordt Maatschappelijk - Zorg

Wonen - Wooncentrum

Artikel 18

Blokker, Zwaag en Nieuwe Steen-Oost ter plaatse van de aanduiding "overige zone Blokker, Zwaag en Nieuwe Steen-Oost": St. Jozephpark 1 St. Martinusstraat 13 wordt Maatschappelijk - Zorg

Wonen - Wooncentrum

Artikel 28

Kersenboogerd ter plaatse van de Wonen - Wooncentrum aanduiding "overige zone Kersenboogerd": Betsy Perk Roerdomp 2 wordt Maatschappelijk - Zorg

Artikel 21

De bestemming 'Wonen - Wooncentrum' is vervallen.

55

bestemmingsplan Veegplan 2

56

bestemmingsplan Veegplan 2

Artikel 20

Wonen - Woongebouw

20.1

Vervallen regeling(en)

20.1.1

Bestemming Wonen - Woongebouw

Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Kersenboogerd ter plaatse van de Wonen - Woongebouw aanduiding "overige zone Kersenboogerd": Roerdomp 32a-f Boedijnhof 129 (en A - T) Timpaan 1

Artikel 22

Risdam en Nieuwe Steen-West ter Wonen - Woongebouw plaatse van de aanduiding "overige zone - Risdam en Nieuwe Steen-West": Trekvaart 1-50

Artikel 21

De bestemming 'Wonen - Woongebouw' is vervallen. 20.2

Toegevoegde regeling

Aan de onderstaande bestemmingsplannen is, voor diverse locaties, de bestemming Wonen Woongebouw toegevoegd. Voor de locatie Meetketting 8-19 geldt al de bestemming Wonen - Woongebouw, maar daar is de vette tekst in de bestemmingsomschrijving onder b toegevoegd. Voor de gronden ter plaatse van Gravenstraat 21 en Westerdijk 3, 3A, 3B en 3C, Vollerswaal 1A is de onderstaand genoemde bestemming van overeenkomstige toepassing. Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Risdam en Nieuwe Steen-West ter Wonen - Woongebouw plaatse van de aanduiding "overige zone - Risdam en Nieuwe Steen-West": Koopvaarder 10-65

Bestemming is toegevoegd

Van Aalstweggebied ter plaatse Wonen - Woongebouw' van de aanduiding "overige zone Van Aalstweggebied", locatie het Keern

Bestemming is toegevoegd

Plandelen Dampten, Keern, De Wonen - Woongebouw Weel en Pelmolenpad ter plaatse van de aanduiding "overige zone Plandelen Dampten, Keern, De Weel en Pelmolenpad" Keern 33 en 35

Bestemming is toegevoegd

57

bestemmingsplan Veegplan 2

Bangert en Oosterpolder fase 3-oost en 4b ter plaatse van de aanduiding "overige zone Bangert en Oosterpolder fase 3-oost en 4b" Meetketting 8-19

Wonen - Woongebouw

Artikel 13

Bnnenstad ter plaatse van de aanduiding "overige zone Binnenstad" Gravenstraat 21 Westerdijk 3, 3A, 3B, 3C Vollerswaal 1A

Wonen - Woongebouw

Artikel 27

20.2.1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - Woongebouw’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

c.

woongebouwen; een zorgwooncentrum met ten hoogste 30 zorgwoningen op de eerste en hogere verdiepingen, uitsluitend op gronden ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van wonen zorgwooncentrum"; gebouwen ten behoeve van bergingen c.q. garageboxen,

met de daarbij behorende: d. e. f. g. h.

tuinen en erven; water; nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

20.2.2

Bouwregels

a. Woongebouwen Voor het bouwen van woongebouwen gelden de volgende regels: 1. 2. 3. 4.

5.

gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw mag ten hoogste de aangegeven goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding "maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)" bedragen; de goothoogte van een hoofdgebouw mag ten hoogste de aangegeven bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding "maximum bouwhoogte (m)" bedragen; ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - terugliggende bouwlaag" zal, indien een vierde bouwlaag wordt gebouwd, de vierde bouwlaag ten minste 3,00 m terugliggend ten opzichte van de voorgevel van het gebouw worden gebouwd; het aantal wooneenheden bedraagt ten hoogste het aangegeven aantal ter plaatse van de aanduiding "maximum aantal wooneenheden".

b. Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bergingen c.q. garageboxen gelden de volgende regels: 1. 2. 3.

de oppervlakte van een berging c.q. garagebox mag niet meer bedragen dan 20 m² per woning; de bergingen c.q. garagebozen zullen in complexen worden gebouwd; de bouwhoogte van een berging c.q. garagebox mag niet meer bedragen dan 3 m.

c. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1.

2.

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw, dan wel het verlengde daarvan niet meer mag bedragen dan 2 m; de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 m.

58

bestemmingsplan Veegplan 2

20.2.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan: a.

b.

de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van een goede woonsituatie, de sociale veiligheid, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de zuidoriëntatie van bebouwing, dakhellingen, nokrichtingen en onderlinge oriëntatie van bebouwing ten behoeve van de gebruiksmogelijkheden van passieve en actieve zonne-energie.

20.2.4

Specifieke gebruiksregels

Onder met deze bestemming strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. b. c. d.

het gebruik van bergingen c.q. garageboxen voor bewoning; het gebruik van bergingen c.q. garageboxen voor de uitoefening van een bedrijf; het gebruik van bergingen c.q. garageboxen ten behoeve van detailhandel; het gebruik van gronden en bouwwerken waardoor een parkeerbehoefte ontstaat waarmee niet wordt voldaan aan de regels voor het parkeren en laden&lossen zoals opgenomen in Artikel 32, lid 31.1, met uitzondering van het bestaande gebruik waarbij minimaal de bestaande parkeervoorzieningen dienen te worden gehandhaafd, indien niet is voldaan aan de regels voor het parkeren en laden&lossen zoals opgenomen in Artikel 32, lid 31.1.

59

bestemmingsplan Veegplan 2

60

bestemmingsplan Veegplan 2

Artikel 21 21.1

Wonen - Woongebouw 1

Toegevoegde regeling

Voor de gronden ter plaatse van Noorderlicht is de onderstaand genoemde bestemming van overeenkomstige toepassing. Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Grote Waal er plaatse van de aanduiding "overige zone - Grote Waal" Noorderlicht

Wonen - Woongebouw 1

Artikel 20

61

bestemmingsplan Veegplan 2

62

bestemmingsplan Veegplan 2

Artikel 22

Wonen - Woonwagencentrum

Aan het onderstaande bestemmingsplan, bestemming 'Wonen - Woonwagencentrum' is de vette tekst toegevoegd: Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Risdam en Nieuwe Steen-West ter Wonen - WoonwagencentrumArtikel 22 plaatse van de aanduiding "overige zone - Risdam en Nieuwe Steen-West" 22.1

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Wonen - Woonwagencentrum’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

standplaatsen voor woonwagens; woonhuizen; aan- en uitbouwen, de bijgebouwen en de overkappingen bij woonwagens en/of woonhuizen,

met de daarbij behorende: d. e. f. g. h.

tuinen en erven; water; nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

22.2

21.2 Bouwregels

22.2.1

Bouwwerken

Voor het bouwen van bouwwerken geldt de volgende regel: de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken, hoofdgebouwen niet meegerekend, mag ten hoogste 50% van de oppervlakte van het erf bedragen. 22.2.2

Woonwagens

Voor het plaatsen van woonwagens gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f.

per standplaats mag ten hoogste één woonwagen worden geplaatst, dan wel het aangegeven aantal ter plaatse van de aanduiding "maximum aantal wooneenheden"; ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van wonen – brandcompartiment” is geen bebouwing toegestaan; een woonwagen zal binnen een bouwvlak worden geplaatst; de afstand van een woonwagen tot de zijdelingse perceelgrens zal ten minste 2,5 m bedragen; de frontbreedte van een woonwagen mag niet meer dan 8 m bedragen; de goot- en bouwhoogte van een woonwagen bedragen niet meer dan is aangegeven ter plaatsevan de aanduiding "maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)".

22.2.3

Woonhuizen

Voor het bouwen van woonhuizen gelden de volgende regels: a. b. c. d.

een woonhuis mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; per bouwvlak mag ten hoogste het aangegeven aantal woonhuizen ter plaatse van de aanduiding "maximum aantal wooneenheden" worden gebouwd; de goothoogte van een woning mag ten hoogste 3 m bedragen; de bouwhoogte van een woning mag ten hoogste 8 m bedragen.

63

bestemmingsplan Veegplan 2

22.2.4

Aan- en uitbouwen, de bijgebouwen en de overkappingen bij woonwagens en/of woonhuizen

Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, de bijgebouwen en de overkappingen bij woonwagens en/of woonhuizen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

de frontbreedte van een aan- of uitbouw mag niet meer dan 4 m bedragen; de afstand van de aan- en uitbouwen, de bijgebouwen en de overkappingen tot de zijdelingse perceelgrens zal ten minste 1,00 m bedragen; de goothoogte van een aan- of uitbouw of een aan de woonwagen gebouwde overkapping zal ten hoogste gelijk zijn aan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van de woonwagen; de goothoogte van een bijgebouw of een niet aan de woonwagen gebouwde overkapping mag niet meer dan 3 m bedragen; de bouwhoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouw en overkappingen mag niet meer dan 5 m bedragen.

22.2.5

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. 1. 2.

b.

c.

22.3

de bouwhoogte van een erf- of perceelafscheiding, mag niet meer bedragen dan: 1 m, of niet hoger dan 2 m, en op een erf of perceel waarop al een woonwagen/woonhuis staat waarmee de erf- of perceelafscheiding in functionele relatie staat, achter de voorgevelrooilijn of het verlengde daarvan, en op meer dan 1 m van openbaar toegankelijk gebied, tenzij geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; in afwijking van het bepaalde onder a mogen erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel van de woonwagen/woonhuis over het gedeelte tussen de woonwagen/woonhuis en de bijbehorende bouwwerken ten hoogste 2 m bedragen, indien een bijbehorend bouwwerk vóór de voorgevel van de woonwagen/woonhuis is gesitueerd; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan: a.

b.

22.4

de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van een goede woonsituatie, de sociale veiligheid, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de zuidoriëntatie van bebouwing, dakhellingen, nokrichtingen en onderlinge oriëntatie van bebouwing ten behoeve van de gebruiksmogelijkheden van passieve en actieve zonne-energie. Specifieke gebruiksregels

Onder met deze bestemming strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a.

b.

het gebruik van gronden en bouwwerken waardoor een parkeerbehoefte ontstaat waarmee niet wordt voldaan aan de regels voor het parkeren en laden&lossen zoals opgenomen in Artikel 32, lid 31.1, met uitzondering van het bestaande gebruik waarbij minimaal de bestaande parkeervoorzieningen dienen te worden gehandhaafd, indien niet is voldaan aan de regels voor het parkeren en laden&lossen zoals opgenomen in Artikel 32, lid 31.1 ; het gebruik van gronden ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van wonen – brandcompartiment” voor sloopwerkzaamheden, de opslag van goederen en voor het parkeren.

64

bestemmingsplan Veegplan 2

Artikel 23

Leiding - Gas

Aan het onderstaande bestemmingsplan is de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' toegevoegd: Bestemmingsplan

Bestemming

Blokker, Zwaag en Nieuwe Steen-Oost ter plaatse van de aanduiding "overige zone Blokker, Zwaag en Nieuwe Steen-Oost"

DiversRegeling is toegevoegd.

23.1

Regeling

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Leiding - Gas’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor stroken ten behoeve van: a.

hoofdgastransportleidingen, met een met belemmerde strook ter breedte van 4 meter aan weerszijden van de hartlijn,

met de daarbij behorende: b. 23.2 a.

b.

23.3

bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere aangewezen bestemmingen mogen op of in deze gronden geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, anders dan ten behoeve van de dubbelbestemming. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: 1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2 m. Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan, bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. 1. 2.

het bepaalde in lid 22.2. en toestaan dat de in de basisbestemming genoemde gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits: de veiligheid van de leiding niet wordt geschaad en geen kwetsbare objecten worden toegelaten; vooraf advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

23.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden a.

1. 2. 3. 4. 5.

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen: ontginnen, bodemverlagen of afgraven, ophogen of egaliseren; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond.

b.

Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: 1. het normale onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan.

c.

De in sub a genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien: 1. door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te

65

bestemmingsplan Veegplan 2

2.

verwachten gevolgen geen aantasting van de belangen van de in lid 23.1, sub a genoemde leiding ontstaat of kan ontstaan; vooraf advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

66

bestemmingsplan Veegplan 2

Artikel 24 24.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. 24.2

Bouwregels

24.2.1

Algemeen

Voor alle bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m² moet, alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. b.

de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.

24.2.2

Advies archeoloog

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in lid 24.2.1 winnen zij advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of de door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 24.2.3

Voorwaarden

Indien uit het in lid 24.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

24.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 24.3.1

Vergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen: a.

b. c. d.

het ontgronden, afgraven (waaronder het verwijderen van funderingen en graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; het uitvoeren van overige grondbewerkingen; het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen.

24.3.2

Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 24.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:

67

bestemmingsplan Veegplan 2

a. b. c. d. e.

het normale onderhoud betreffen; onderhoud aan de watergangen betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; niet dieper gaan dan 0,30 m beneden het maaiveld en een kleinere oppervlakte dan 100 m2 beslaan.

24.3.3

Toetsingscriteria

De in lid 24.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. 24.3.4

Archeologisch rapport

Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. b.

de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.

24.3.5

Voorwaarden

Indien uit het in lid 24.3.4 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingenop basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd 'Programma van Eisen'; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

68

bestemmingsplan Veegplan 2

Artikel 25 25.1

Waarde - Archeologie 5

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 5 'aangewezen gronden zijn,behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden in de bodem. 25.2

Bouwregels

25.2.1

Algemeen

Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 10.000 m² moet, alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. b.

de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.

25.2.2

Advies archeoloog

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in lid 25.2.1 winnen zij advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of de door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. In sommige gevallen volstaat een archeologische quickscan als duidelijk is dat de geplande ingrepen geen onevenredige afbreuk doen aan de aanwezige archeologische waarden. 25.2.3

Voorwaarden

Indien uit het in lid 25.2.1 genoemde rapport of de in lid 25.2.2 genoemde quickscan blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

25.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 25.3.1

Vergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen: a.

b. c. d.

het ontgronden, afgraven (waaronder het verwijderen van funderingen en graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; het uitvoeren van overige grondbewerkingen; het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen.

69

bestemmingsplan Veegplan 2

25.3.2

Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 25.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. b. c. d.

het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; niet dieper gaan dan 0,40 m beneden het maaiveld en een kleinere oppervlakte dan 10.000 m2 beslaan.

25.3.3

Toetsingscriteria

De in lid 25.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. 25.3.4

Archeologisch rapport

Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. b.

de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.

25.3.5

Voorwaarden

Indien uit het in lid 25.3.4 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

70

bestemmingsplan Veegplan 2

Artikel 26

Waarde - Beeldbepalend

De voor 'Waarde - Beeldbepalend' aangezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de instandhouding van de beeldbepalende hoofdvorm en beeldbepalende elementen van bouwwerken. 26.1

Bouwregels

Voor de bouwwerken geldt dat de uitwendige hoofdvorm van het betreffende bouwwerk, onder meer bepaald door goothoogte, nokhoogte, nokrichting, dakhelling, bouwmassa en situering alsmede de architectonische vormgeving, zoals deze is ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, slechts gewijzigd mag worden mits aan de cultuurhistorische waarden niet in onevenredige mate afbreuk zal worden gedaan en het daarin tot uitdrukking komende karakter van het bouwwerk niet wezenlijk wordt aangetast. 26.2

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bebouwing, met dien verstande dat nadere eisen mogen slechts worden gesteld voor het behoud van en ter voorkoming van de aantasting van de bebouwing. 26.3

Omgevingsvergunning voor het slopen

26.3.1

Sloopwerkzaamheden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen bouwwerken gedeeltelijk te slopen. 26.3.2

Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 26.3.1 is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden: a. b. c. d.

van ondergeschikte betekenis, indien door burgemeester en wethouders schriftelijk is medegedeeld, dat daarvoor geen sloopvergunning is vereist; voortvloeiende uit het normale onderhoud; die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; ter voldoening van een aanschrijving of een besluit van burgemeester en wethouders.

26.3.3 a. 1. 2.

b.

Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning voor het slopen kan slechts worden verleend, indien: geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de beeldbepalende hoofdvorm en beeldbepalende elementen van de bebouwing; het delen van een gebouw of bijbehorend bouwwerk betreft, die op zichzelf niet als beeldbepalend vallen aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de beeldbepalende uitwendige hoofdvorm en architectonische vormgeving plaatsvindt. Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om de omgevingsvergunning voor het slopen te verlenen op basis van het gestelde in sub a, wordt de Commissie voor Welstand en Monumenten om advies gevraagd.

26.3.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat wordt afgeweken van de bestaande maatvoeringen van een gebouw, ter plaatse van de aanduiding 'beeldbepalend', en een andere bouwvorm wordt teruggebouwd, waarbij de aanduiding 'beeldbepalend' wordt verwijderd, mits: a.

b.

het bouwwerk teniet is gegaan door een calamiteit en herbouw in de oorspronkelijke staat redelijkerwijs niet verlangd kan worden of de bouwtechnische kwaliteit dusdanig slecht is dat hergebruik in alle redelijkheid niet mogelijk is; middels onderzoek wordt vastgesteld dat de waarden van het pand onvoldoende zijn om de

71

bestemmingsplan Veegplan 2

c. d. e.

beeldbepalende status te behouden; na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels voor gebouwen in de desbetreffende bestemming van overeenkomstige toepassing zijn; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; er naar wordt gestreefd historische bouwmaterialen te hergebruiken indien dit mogelijk is.

72

bestemmingsplan Veegplan 2

Artikel 27 27.1

Waarde - Beschermd stadsgezicht

Toegevoegde regeling

Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Binnenstad op gronden ter plaatse van de aanduiding "overige zone - Binnenstad"

Waarde - Beschermd artikel 29 Stadsgezicht

Voor de gronden gelegen binnen bovenstaand genoemd plan, is de bovenstaand genoemde bestemming van overeenkomstige toepassing.

73

bestemmingsplan Veegplan 2

74

bestemmingsplan Veegplan 2

Artikel 28 28.1

Waarde - Bouwhistorie

Toegevoegde regeling

Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Binnenstad op gronden ter plaatse van de aanduiding "overige zone - Binnenstad" Achterom 87 Gravenstraat 21

Waarde - Bouwhistorie

artikel 36 Veegplan

Blokker, Zwaag en Nieuwe Steen-Oost op gronden ter plaatse van de aanduiding "overige zone - Blokker, Zwaag en Nieuwe Steen-Oost" Dorpsstraat 131

Waarde - Bouwhistorie

artikel 36 Veegplan

Voor de gronden gelegen binnen bovenstaand genoemd plan, is de bovenstaand genoemde bestemming van overeenkomstige toepassing. Aan onderstaande bestemmingsplan is een omgevingsvergunningstelsel toegevoegd voor het slopen van een bouwwerk: Bestemmingsplan

Bestemming

Regeling

Binnenstad op gronden ter plaatse Waarde - Bouwhistorieartikel 36 Veegplan van de aanduiding "overige zone Binnenstad" 28.2

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

28.2.1

Vergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de in dit bestemmingsplan als bouwhistorisch waardevol waardevol aangemerkte bebouwing geheel of gedeeltelijk te slopen, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen. 28.2.2

Uitzondering

Het in lid 28.2.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b. c. d. e.

het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; ter voldoening van een aanschrijving of een besluit van het bevoegd gezag moeten worden uitgevoerd; ingevolge het bepaalde van de Erfgoedwet 2016 vergunningplichtig zijn; ingevolge de Erfgoedverordening van de gemeente Hoorn vergunningplichtig zijn.

28.2.3

Toelaatbaarheid

De in lid 28.2.1 genoemde vergunning zal uitsluitend worden verleend indien: a. b. c.

de bouwtechnische kwaliteit dusdanig slecht is dat hergebruik in alle redelijkheid niet mogelijk is; of het delen van een pand betreft, die op zichzelf niet als waardevol zijn aan te merken, en door het verwijderen daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke waarden plaatsvindt. de aanvrager informatie overlegt waaruit, naar het oordeel van het bevoegd gezag, blijkt dat met de sloopactiviteiten de beeldbepalende c.q. kenmerkende elementen van bouwhistorisch waardevolle

75

bestemmingsplan Veegplan 2

d. 1. 2.

bebouwing niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord; omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend voor: een in plaats van het te slopen bouwwerk op te richten bouwwerk of voor het verbouwen van het bouwwerk.

28.2.4

Bouwhistorisch rapport

Het bevoegd gezag kan, vanuit bouwhistorisch belang, een bouwhistorisch rapport eisen waarin bouwhistorische waarden worden gedocumenteerd. 28.2.5

Commissie

Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 28.2.5 wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de Commissie voor monumenten en welstand.

76

bestemmingsplan Veegplan 2

Artikel 29 29.1

Waarde - Cultuurhistorie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, naast de andere aangewezen bestemming, bestemd voor het behoud, herstel en de uitbouw van de in de bij dit bestemmingsplan cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing. 29.2

Bouwregels

Voor zover de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' betrekking heeft op gemeentelijke monumenten zoals aangegeven in de toelichting wordt de bestaande bouwvorm (goothoogte, bouwhoogte, dakhelling en dakvorm) van (gemeentelijke) monumenten gehandhaafd. 29.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken, bij een omgevingsvergunning afwijken van: het bepaalde in lid 29.2 voor het bouwen van een afwijkende karakteristieke hoofdvorm, indien het pand redelijkerwijs niet handhaafbaar is en/of is gesloopt, met dien verstande dat sprake dient te zijn van een passende bouwvorm, waarbij uitgegaan dient te worden van de bestaande karakteristieke hoofdvorm waarbij tevens is voldaan aan het gestelde in het geldende Bouwbesluit. 29.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 29.4.1

Vergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen: a. b. c. d. e. f. g.

het aanleggen, verbreden, verlagen, verhogen, verleggen of verharden van oevers, wegen en paden; het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het wijzigen van de profielindeling van oevers, wegen en paden; het dempen of wijzigen van watergangen; het wijzigen van de aanleg van de begraafplaats of wijzigen of verwijderen van cultuurhistorisch waardevolle grafstenen; het verwijderen c.q. wijzigen van karakteristieke hekwerken en hekpijlers, gevelstoepen en stoeppalen en aan de gevel bevestigde luiken en/of ornamenten/versieringen; het verwijderen of kappen van cultuurhistorisch waardevolle bomen, boomgaarden en/of boomsingels.

29.4.2

Uitzondering

Het in lid 29.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b.

het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

29.4.3

Toelaatbaarheid

De in lid 29.4.1 genoemde vergunning zal uitsluitend worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van de in artikel 1, lid 1.8 bedoelde waarden. 29.4.4

Commissie

Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 29.4.1 wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de Commissie voor monumenten en welstand.

77

bestemmingsplan Veegplan 2

29.5

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

29.5.1

Vergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de in dit bestemmingsplan cultuurhistorisch waardevol aangemerkte bebouwing geheel of gedeeltelijk te slopen, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen. 29.5.2

Uitzondering

Het in lid 29.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b. c. d. e.

het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; ter voldoening van een aanschrijving of een besluit van het bevoegd gezag moeten worden uitgevoerd; ingevolge het bepaalde van de Erfgoedwet 2016 vergunningplichtig zijn; ingevolge de Erfgoedverordening van de gemeente Hoorn vergunningplichtig zijn.

29.5.3

Toelaatbaarheid

De in lid 29.5.1 genoemde vergunning zal uitsluitend worden verleend indien: a. b. c.

d. 1. 2.

de bouwtechnische kwaliteit dusdanig slecht is dat hergebruik in alle redelijkheid niet mogelijk is; of het delen van een pand betreft, die op zichzelf niet als waardevol zijn aan te merken, en door het verwijderen daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke waarden plaatsvindt. de aanvrager informatie overlegt waaruit, naar het oordeel van het bevoegd gezag, blijkt dat met de sloopactiviteiten de beeldbepalende c.q. kenmerkende elementen van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord; omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend voor: een in plaats van het te slopen bouwwerk op te richten bouwwerk of voor het verbouwen van het bouwwerk

29.5.4

Bouwhistorisch- en/of een cultuurhistorisch rapport

Het bevoegd gezag kan, vanuit bouwhistorisch of cultureel-historisch belang, een bouwhistorisch- en/of een cultuurhistorisch rapport eisen waarin bouwhistorische- en/of een cultuurhistorische waarden worden gedocumenteerd. 29.5.5

Commissie

Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 29.5.5 wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de Commissie voor monumenten en welstand.

78

bestemmingsplan Veegplan 2

Hoofdstuk 3 Artikel 30

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

79

bestemmingsplan Veegplan 2

80

bestemmingsplan Veegplan 2

Artikel 31 31.1

Algemene bouwregels

Bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde (toegevoegd)

Regeling Alle geldende ruimtelijke plannen zoals genoemd in artikel 1 lid 1.4

Alle bestemmingen

Divers

In de bouwregels worden, met inachtneming van voorgaande, de volgende regel toegevoegd of gewijzigd: a.

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.

31.2 Doorvaarthoogte en -breedte van bruggen en duikers en hoogte van beschoeiingen (toegevoegd) Bestemmingsplan

Bestemmingen

Regeling

Alle geldende ruimtelijke plannen zoals genoemd in artikel 1 lid 1.4

Alle bestemmingen op basis waarvan water aanwezig is en/of kan worden aangelegd.

Divers

Aan de bouwregels worden, met inachtneming van voorgaande, de volgende regels toegevoegd: a. 1. 2. 3.

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: de bouwhoogte van beschoeiingen mag maximaal 0,30 m boven het polderpeil bedragen; de doorvaartbreedte van bruggen en duikers ter plaatse van de vaarroute zoals aangegeven op de kaart in Bijlage 3 bij deze regels dient minimaal 2,50 m te bedragen; de doorvaarthoogte van bruggen en duikers ter plaatse van de vaarroute zoals aangegeven op de kaart in Bijlage 3 bij deze regels dient minimaal 1,10 m te bedragen.

81

bestemmingsplan Veegplan 2

82

bestemmingsplan Veegplan 2

Artikel 32 32.1

Overige regels

Parkeren en laden & lossen

a. 1. 2. 3.

Bij de verlening van: een omgevingsvergunning voor het bouwen; en/of een omgevingsvergunning voor een gebruiksverandering; en/of een omgevingsvergunning voor het afwijken; dient, indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van: een te verwachten behoefte aan het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen en/of andere voertuigen krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning in voldoende mate verzekerd te zijn dat voldoende parkeervoorzieningen zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort en dat deze parkeervoorzieningen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden; een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort en dat deze laad- en losvoorzieningen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden.

b.

Bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid, dient, indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van: een te verwachten behoefte aan het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen en/of andere voertuigen krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning in voldoende mate verzekerd te zijn dat voldoende parkeervoorzieningen zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort en dat deze parkeervoorzieningen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden; een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort en dat deze laad- en losvoorzieningen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden.

1.

2.

c.

d.

e. 1. 2. f. 1. 2. 3. 4.

Van voldoende mate van parkeervoorzieningen zoals bedoeld in sub a en/of sub b is sprake indien is voldaan aan de parkeernormen zoals opgenomen in het beleid 'Parkeernormennota Hoorn' zoals vastgesteld op 28 juni 2018 dan wel het vastgestelde parkeerbeleid zoals dat geldt op het tijdstip van indiening van de aanvraag als bedoeld in sub a en/of sub b voor het bouwen en/of voor een gebruiksverandering en/of afwijking of het uitwerken of het wijzigen. Van voldoende mate van laad- en losvoorzieningen voor het laden en lossen van goederen zoals bedoeld in sub a en/of sub b is sprake indien is voldaan aan de normen zoals opgenomen in het ASVV 2012 (uitgave van het CROW), dan wel het geldende ASVV 2012 (uitgave van het CROW) zoals dat geldt op het tijdstip van indiening van de aanvraag als bedoeld in sub a en/of sub b voor het bouwen en/of voor een gebruiksverandering en/of afwijking of het uitwerken of het wijzigen. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in sub a en/of sub b: indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of voor zover op andere wijze in de benodigde parkeervoorzieningen en/of laad-en losvoorzieningen wordt voorzien.

De afwijking als bedoeld in sub e kan uitsluitend worden toegepast, indien er door de aanvrager en naar oordeel van het bevoegd gezag is aangetoond dat: geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en verkeersveiligheid in de omgeving; en de parkeerdruk op de omgeving niet toeneemt; en de parkeerdruk op de omgeving niet wordt vergroot; en geen sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat.

83

bestemmingsplan Veegplan 2

84

bestemmingsplan Veegplan 2

Hoofdstuk 4 Artikel 33 33.1 a.

1. 2.

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

b.

Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.

c.

Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

33.2 a. b.

c. d.

Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

85

bestemmingsplan Veegplan 2

86

bestemmingsplan Veegplan 2

Artikel 34

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: “Regels van het Veegplan 2”. Aldus vastgesteld bij raadsbesluit van ......

87

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=a5bf8fc2-b4be-4eb5-b114-828fae35e517