Beantwoording technische vragen - Begroting 2024
Tekst van het document
Vragen Begroting 2024 Fractie Hart van Hoorn Vragen begroting 2024 8 oktober 2023 Financieel beeld: Vraag 1. Vorig jaar schreef u het volgende: “Het is onzeker of het rijk de tekorten vanaf 2026 compenseert. De provincie heeft aangegeven dat ze niet ingrijpen als het laatste begrotingsjaar niet sluitend is. De begroting 2023 is immers wel sluitend. Komende periode vragen we aan het rijk meer helderheid over structurele (deel)oplossingen vanaf 2026 en werken we verder aan een herstelplan. Het herstelplan moet ervoor zorgen dat de uitgaven en inkomsten structureel en reëel in evenwicht zijn. Wij maken een inventarisatie van mogelijke besparingen op kosten en vermeerdering van inkomsten. De uitkomsten van de inventarisatie worden aan de raad voorgelegd, zodat de raad daar een keuze uit kan maken. Dit gebeurt bij de cyclusdocumenten”. Kunt u ons een overzicht geven van onderwerpen die het college afgelopen jaar heeft geïnventariseerde in het kader van het herstelplan? Antwoord: De eerste maatregelen staan in de begroting 2024 vermeld. Dat zijn maatregelen waarvan, zoals staat geschreven, de impact en pijn nog beperkt zijn. Er zijn meer maatregelen geïnventariseerd, maar daar moet nog nader onderzoek op plaatsvinden. Onder andere moet onderzocht worden wat de maatschappelijke impact is van die maatregelen.
De verwachting is dat die maatregelen impact zullen hebben op onze burgers en instellingen, maar de tijd is te kort om daar op dit moment al een gewogen uitspraak over te kunnen doen. De noodzaak om op dit moment al de hele opdracht van beheersplan deel 2 op te leveren, is er niet. Dat komt voornamelijk door de oproep van de VNG om de tekorten vanaf 2025 in de begroting zichtbaar te maken. Dat laat onverlet dat we wel maatregelen inventariseren en onderzoeken. Wij willen dat zorgvuldig doen en de gemeenteraad daar bij betrekken. Zodat we samen de juiste keuzes kunnen maken. Uw verzoek komt dus te vroeg. U wordt echter in het vervolgproces betrokken. Wij zouden graag hier zo snel mogelijk kennis van willen nemen. De gemeenteraad moet er namelijk voor zorgen dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is, of dat dit in de eerstvolgende jaren tot stand wordt gebracht. Dat staat in artikel 189 van de Gemeentewet. Om dit te kunnen hebben wij het door u toegezegde herstelplan nodig om keuzes te kunnen maken. Deze liggen thans niet voor en bemoeilijkt dan ook de begroting 2024 goed te kunnen keuren. Antwoord: U hebt gelijk dat er in het betreffende artikel staat dat de begroting reëel en structureel in evenwicht moet zijn.
Er staat ook in datzelfde artikel (letterlijke tekst): “Hiervan kan hij (= de gemeenteraad) afwijken indien aannemelijk is dat het structureel en reëel evenwicht in de begroting in de eerstvolgende jaren tot stand zal worden gebracht.” In de begroting 2024 staan diverse teksten over het sluitend maken van de begroting. Daaruit kan de toezichthouder opmaken dat de gemeente serieus stappen wil maken om de begroting reëel en structureel sluitend te maken. Daarmee voldoen we aan de wet. Bovendien heeft de toezichthouder in een ambtelijk voorgesprek al aangegeven dat indien de begroting 2024 sluitend is, maar de andere jaren niet, er repressief toezicht volgt. Als laatste: de VNG heeft de gemeenten opgeroepen de jaren 2024 en 2025 reëel en structureel sluitend te presenteren, maar voor de jaren erna duidelijk de tekorten te laten zien: VNG adviseert financiële tekorten zichtbaar te maken | VNG.
1/29
Vraag 2. Onlangs is landelijk 1 miljard euro van de 3 miljard euro teruggedraaid. Heeft u dit effect ook al meegenomen in het meerjarenperspectief al begrijpen dat daarmee het financieel tekort niet zal zijn opgelost! Antwoord: De vraag is vervallen na mondeling toelichting tijdens de informatiesessie van 16 oktober. Vraag 3. In september vorig jaar was de inflatie gestegen naar 14,5%? Antwoord: U refereert aan de CPI index van het Centraal bureau voor Statistiek (CBS). Deze index voorspelde voor september 2022 een inflatie van 14,5%. In de begroting 2023 is niet gewerkt met dit cijfer, omdat Hoorn als uitgangspunt het geharmoniseerde consumenten prijsindex (hicp) van het Centraal Planbureau (CPB) volgt. Die kwam toen in september 2022 uit op 2,5% voor het jaar 2023. In voorgaande jaren ontliepen de voorspellingen op inflatie elkaar nooit veel. Afgelopen jaar wel omdat beide methoden anders omgaan met de component energie. Daarnaast hield het indexcijfer van het CBP rekening de doorwerking van het steunpakket van het Rijk in de miljoenennota. Het CPI voor september 2023 bedraagt 0,2%. In de begroting 2024 is het cijfer van het CPB aangehouden van 3,2%.
De budgetten voor beheer en onderhoud wegen en groenbeheer zijn met een prijsindex van 2,5% verhoogd. Een verschil van ruim 12%. U schrijft nu in de begroting ‘de stijgende prijzen, CAOverhogingen, inflatie, hogere bouwkosten en de rentestijging werken stevig door binnen alle beleidsvelden en projecten” de vraag die onze fractie heeft is of de begroting dan wel een reële weergave is van de verwachte uitgaven? Antwoord: Rekening houdend met de kennis van nu is dit een reële begroting. Er zijn echter veel onzekerheden. We moeten evenwel uitgaan van de cijfers en informatie die we nu hebben. Een voorbeeld van de onzekerheden is de inschatting van de cao-verhoging 2024. Op het moment van schrijven van de begroting 2024 leek een percentage van 5,1% redelijk. De inzet van de vakbonden is echter 8%, terwijl het eerste bod van de werkgevers uit komt op 4%. Nogal onzeker wat de factuur straks wordt voor de gemeente. Ook nu weer houdt u in de begroting 2024 rekening met een veel lagere inflatie percentages namelijk € 3,2%. In hoeverre zijn de begrote uitgaven realistisch en lopen we niet achter de feiten aan? Antwoord: Zie ons antwoord op de vorige vragen. Daarnaast geldt het volgende, dat ook is uitgelegd op de eerste informatiesessie over de begroting.
2/29
De grootste inkomstenbron van de gemeente is het gemeentefonds. Het gemeentefonds wordt geïndexeerd volgens de cijfers uit de Macro Economische Verkenningen en/of het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau. Dat betekent dat de algemene uitkering uit het gemeentefonds met deze indexcijfers wordt aangepast. Als de gemeente dan aan de uitgavenkant een (veel) hoger percentage gebruikt om de eigen uitgaven te indexeren, ontstaat er een gat. Ofwel: er zijn dan hogere uitgaven dan inkomsten. En dat betekent dat er bezuinigd moet worden want de uitgaven mogen niet hoger zijn dan de inkomsten. Bovendien moeten dan de belastingen ook met een hoger percentage worden verhoogd. Als laatste: met diverse stelposten is in de begroting rekening gehouden met stijgende kosten. Voor de rente is een stelpost opgenomen, voor gestegen bouwkosten en voor stijgende gas- en elektraprijzen. Zie daarvoor de door u al eerder aangehaalde begroting 2023. Hoe verhoudt de begroting zich ook met het besluit van het college om de huurindexatie voor de huurders van gemeentelijk maatschappelijk vastgoed voor 2023 aan te passen. Conform de huurovereenkomsten dient de huur jaarlijks met het Consumentenprijsindexcijfer (CPI) aangepast te worden. Voor 2023 bedraagt deze 14,5%. U zegt hiermee zelf dat de prijzen veel harder zijn gestegen dan uw eigen berekening van eerder 2,5% en nu weer 3,2%.
Antwoord: Wij begrijpen uw vraag niet goed. In de huurovereenkomsten staat dat de huur wordt geïndexeerd met het CPI. Wij moeten die huurovereenkomsten respecteren. Omdat het college van mening was dat het indexcijfer exceptioneel en onvoorzien hoog was, is besloten voor maatschappelijk vastgoed eenmalig uit te gaan van het kerninflatiecijfer (=minder gevoelig voor energie) van 5,7%. De raad is hier op 22 mei per brief over geïnformeerd. Verder hebben wij geen eigen berekening gemaakt van 2,5% en 3,2%. Die berekeningen maakt het CPB en wij nemen die over. Vraag 4. In aansluiting op bovenstaande vragen lezen wij dat; “Tot en met 2026 zijn de onderhoudsbudgetten voor wegen voldoende om benodigd onderhoud uit te voeren”. Welk deel komt men vanaf 2027 tekort? Antwoord: U heeft deze tekst in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen gelezen. Daar staat enkele alinea’s verder het volgende: “Voor de langere termijn is afgesproken het niveau te blijven monitoren en daar waar nodig bij te sturen en bij te stellen. Door de leeftijd van de gemeente als voormalige groeikern wordt verwacht dat op de langere termijn de vervangingsbudgetten moeten groeien, los van eventuele correcties van prijsstijgingen.” En waarom is dit niet opgenomen in de meerjarenbegroting om het knelpunt hiervan zichtbaar te maken.
Kunnen we dan wel spreken over een realistische begroting? Antwoord: Zie ons antwoord hierboven. Vraag 5. Eens in de 10 jaar wordt er in de haven gebaggerd. De laatste keer was 2017. Is er in de meerjaren begroting financieel rekening gehouden met deze uitgaven en wel bedrag is dit? Antwoord: In de meerjarenbegroting is nog geen gehouden met een baggerwerk in 2027. Het 10-jaarlijkse baggerwerk gaat om een steeds terugkerende gebeurtenis. Er moet nog een baggerplan worden gemaakt met kostenraming waardoor nog geen realistisch bedrag kan worden gegeven. Daarbij bekijken wij ook of de “Tijdelijke subsidieregeling bevaarbaarheid jachthavens en vaargeulen IJsselmeergebied” kan worden gebruikt.
3/29
Vraag 6. Klopt het dat er geen structureel budget aanwezig is voor groot onderhoud en vervanging aan bomen en groen en is dit realistisch? Er zijn namelijk plekken in de stad waar het groen aan het einde van de technische levensduur is en waar geen groot onderhoud in de planning staat. Antwoord: Voor de planmatige vervanging van bomen en plantvakken is geen budget beschikbaar. In de begroting 2023 is voor deze bestuursperiode in totaal € 1,2 miljoen opgenomen voor extra onderhoud aan de openbare ruimte. Kunt u aangeven welke plekken dit zijn en wat er financieel voor nodig is dit te vervangen? Antwoord: Om de technische kwaliteit van het groen exact in beeld te brengen moeten we eerst het groen inspecteren. Na die inspectie kan ook het benodigde uitvoeringsbudget worden bepaald. Vraag 7. Inzicht bijdrage rijk (gemeentefonds) v.s. uitgaven gemeente Hoorn. De gemeente Hoorn ontvangt geld via het gemeentefonds. Dit is gebaseerd op de uitgaven die wij als gemeente zouden moeten maken per programma. Kunt u een overzicht geven van de inkomsten vanuit het Rijk op programmaniveau in relatie tot de uitgaven op programma niveau? Antwoord: Nee. Het gemeentefonds is ingedeeld in clusters. Deze clusters sluiten aan op de taakvelden van Iv3, de boekhoudregels van de gemeente. Onze producten kunnen we ook aan de taakvelden hangen.
Op die manier kunnen we onze begroting met de clusters vergelijken. Maar Hoorn heeft in haar begroting een eigen indeling via de beleidsvelden. Het is dus niet zo dat er een een-op-een vergelijking mogelijk is tussen de Hoornse begroting en de clusters in het gemeentefonds. Uw opmerking over de uitgaven ‘die wij als gemeente zouden moeten maken’ is overigens in dit kader een verkeerde. Het Rijk maakt deze overzichten in clusters om te beoordelen of de verdeling van het gemeentefonds nog aansluit op de uitgaven van de gemeenten. En niet om een gemeente te be- of veroordelen als er meer of minder wordt uitgegeven. We kunnen wel onze begroting aan de clusterindeling van het Rijk hangen. Zie bijlage. Heeft u al een benchmark uitgevoerd om de inkomsten en lasten van de gemeente Hoorn af te zetten tegen vergelijkebare gemeenten? Antwoord: Dit doen wij onregelmatig. Vraag daarbij is altijd: wat is een vergelijkbare gemeente? Wij horen daar graag suggesties voor. Je kunt namelijk kijken naar de fysieke gesteldheid (slechte bodem, veel water rondom), maar ook naar de sociale gesteldheid (zwak). Of naar het feit of de gemeente een sterke centrumfunctie heeft, of niet. Of een combinatie van die factoren. Allemaal factoren die het maken dat het lastig blijft om te vergelijken. U stelt zelf via vraag 26 wat de functie van indicatoren is. Het gaat immers om het verhaal er achter.
In dit kader: Inpublic maakt ook benchmarks. Zie 2022-03-Benchmark-Gemeentefinancien-Hoorn.pdf (itspublic.nl) Maar de informatie is niet duidelijk zonder context. Er moet een verhaal bij komen en dus blijft vergelijken heel erg lastig. Vraag 8. In begroting 2023 en 2024 wordt geen rekening gehouden met extra besparingen in het jeugddomein. Welke afspraken zijn er nu landelijk gemaakt en is er in de begroting rekening gehouden met een bezuiniging op de jeugdzorg en zo ja met welk bedrag? Antwoord: De landelijke afspraken kunt u vinden op deze website: Hervormingsagenda Jeugd 2023 - 2028 | Rapport | Rijksoverheid.nl. In de begroting wordt rekening gehouden met een bezuiniging op Jeugdzorg. Dat is voor 2025 € 1,7 miljoen, voor 2026 € 2,1 miljoen en de jaren erna € 1,6 miljoen.
4/29
Vraag 9. De salarissen stijgen van 55 miljoen naar 61,7 miljoen. Dat is meer dan de berekende coa stijging ad 5,2%. Waardoor komt deze stijging nog meer? Antwoord: Allereerst: het bedrag van € 55 miljoen is onjuist, omdat hierin de begrotingswijzigingen van 2023 nog niet waren verwerkt. Voor de juiste vergelijking moet hier € 57,8 miljoen staan. Daarnaast blijkt dat in het getal van € 61,7 miljoen een algemene stelpost voor overhead was meegerekend van € 0,9 miljoen. Deze hoort niet thuis in de loonsom. Hier moet dus een getal staan van € 60,8 miljoen. Excuus voor deze omissie, we passen dit aan in de definitieve versie van de begroting. Betekent dat sprake is van een stijging van € 3 miljoen (€ 60,8 -/- € 57,8 miljoen). Deze stijging wordt met name veroorzaakt door de Cao-ontwikkeling 2024. Daarnaast zijn er jaarlijks wijzigingen op basis van werkgeverslasten, pensioenpremies en functieherwaarderingen. Heeft dit te maken met het opwaarderen van het loon functiegebouw? Antwoord: Nee. Voor het opwaarderen van het loongebouw is een stelpost opgenomen van € 880.000 met effect vanaf 2023. Deze stelpost zit ook in 2024, dus dat geeft geen verschil. Het opwaarderen moet nog gebeuren, daar wordt aan gewerkt. Is het gelet op bovenstaande logisch om dan het percentage externe inhuur te laten op 18,5%.
Antwoord: Het feit dat de eigen salarislasten stijgen, wil niet zeggen dat het percentage inhuur verandert. Immers de tarieven voor externe inhuur stijgen ook door Cao en marktomstandigheden. Vaak nog sterker dan de ambtenaren-Cao. Verhoudingsgewijs is het percentage daarom gelijk gehouden op het niveau van 2023. Waarom gaat de gemeente het zelfde percentage inhuren als de lonen van ambtenaren stijgen? Antwoord: Zie het antwoord op de vorige vraag. Daarnaast: de krapte op de arbeidsmarkt is dusdanig groot dat een daling vooralsnog niet reëel is. De Auditcommissie heeft eerder ook aan de raad geadviseerd om de doelstelling van jaarlijkse vermindering van 2% externe inhuur tijdelijk buiten werking te stellen. Wat is hier het verband tussen? Antwoord: Zie voorgaande antwoorden. Vraag 10. In de begroting 2023 was het percentage overhead rond de 60%. In de begroting 2024 neemt deze toe naar 65,7%. Wat is hiervan de reden en met welke kosten neemt de overhead in 2024 toe en zijn de lasten structureel? Antwoord: Er worden in verhouding meer kosten toegerekend aan het taakveld ‘Overhead’. Dat komt onder andere doordat kosten voor automatisering steeds meer voor de hele organisatie gelden, dan voor specifieke processen als belastingheffing of persoonsbewijzen. Die kosten zijn generiek en kunnen dan niet toegerekend worden.
Er is een nieuwe Notitie Overhead aangekondigd door de Commissie BBV. De gevolgen daarvan zullen invloed hebben op de waardering en omvang van overhead vanaf het begrotingsjaar 2025. Wij volgen die ontwikkelingen nauwlettend. Vraag 11. We zien dat de renteomslag zich negatief ontwikkeld van € 0,6 naar € 3.1 miljoen graag een toelichting. Antwoord: Wij gaan ervan uit dat u de informatie uit tabel 107 algemene dekkingsmiddelen bedoelt. Daar staat in het jaar 2024 voor de Treasury renteomslag € 0,581 miljoen die afloopt naar -€ 3,1 miljoen.
5/29
Het gaat hier om de rentekosten in totaal. Die nemen inderdaad toe, simpelweg doordat de rente op de kapitaalmarkt stijgt. Het is overigens een toename over de hele periode, dus niet het verschil tussen twee opeenvolgende jaren. In 2024 eindigt een deposito die Hoorn 10 jaar geleden heeft afgesloten. Daarmee vervalt er een jaarlijkse inkomst van bijna € 730.000. Verder is er in het meerjarenperspectief rekening gehouden met de komende investeringen die Hoorn doet. Die investeringen zijn omgeven voor onzekerheid: onder andere onze eigen besluitvorming, participatie, marktomstandigheden en Rijksbeleid zorgen er vrijwel zeker voor dat die investeringen zich niet precies in die jaren voordoen. Dit is echter het beste instrument dat we hebben. Gevolg van de investeringen is dat de boekwaarden van onze activa zullen stijgen. Daarvoor moeten we zeer waarschijnlijk lenen. Met die leningen houden we rekening en daarbij gaan we ook uit van de stand van de toekomstige rentes. Die zeer waarschijnlijk ook anders zijn als we werkelijk de geldlening moeten aantrekken. Al met al verwachten wij met de kennis van nu dat onze rentekosten met ongeveer € 2 miljoen zullen stijgen. Maar nogmaals: dat is een globale inschatting met de informatie die wij nu hebben. Ook wordt er in 2024 een langlopende lening aangegaan van € 45 miljoen.
Wat is hier de reden voor? Antwoord: Er zijn meerdere redenen, zie ook ons antwoord hierboven. Wij financieren onze lopende uitgaven met kortlopende geldleningen, omdat de uitgaven niet één op één lopen met onze inkomsten. Conform de regels mogen we drie kwartelen boven onze kasgeldlimiet lenen. U leest daar meer over in de paragraaf Financiering. Na die drie kwartalen moeten we volgens de wet de kortlopende geldleningen aflossen en een langlopende geldlening aantrekken. Onze geldbehoefte stijgt onder andere doordat we geld moeten aantrekken voor de grotere projecten. Dit speelt nu al voor het stadhuis en het stadsstrand. In 2024 verwachten we ook de eerste termijnen te moeten betalen voor bijvoorbeeld het IKEC. Vraag 12. Het Integraal Huisvestingsplan gaat over de jaren 2020-2025 en stamt uit mei 2020 en kent geen indexering. De conjuncturele ontwikkelingen (m.n. de bouwkosten en bijbehorende inflatie) zijn sinds 2020 zo extreem, dat het bestaande Integraal Huisvestingsplan aangepast moet worden om de verbetering én versnelling op de (ver)nieuwbouw te kunnen financieren. Er komt een herziening van het Integraal Huisvestingsplan 2024-2030, op wijkniveau. Dit gebeurt vanuit het perspectief van kinderopvang, zorg en beweging samen.
Zijn de financiële gevolgen nu in de begroting 2024 in beeld gebracht? Antwoord: In de kadernota 2023 is een inschatting gemaakt dat voor de actualisatie van het IHP in ieder geval € 550.000 extra structureel nodig is plus € 165.000 voor bouwrijp maken van gronden en inrichten van de openbare ruimte (zie ook antwoord volgende vraag). De daadwerkelijke financiële gevolgen van de herziening worden op dit moment doorgerekend, eventuele effecten zijn niet meegenomen in de begroting 2024. Klopt het dat de jaarlijkse storting gigantisch toe neemt € 1.081 miljoen? Antwoord: Wij kunnen uit het overzicht van de reserves niet concluderen dat de storting gigantisch stijgt. Er was door besluitvorming van de gemeenteraad al een structurele storting van € 0,37 miljoen. De storting stijgt in 2024 met ongeveer € 700.000 en dat komt door de besluitvorming van de gemeenteraad daarover bij de kadernota 2023. Voor de volledigheid is de storting hieronder uitgesplitst: Tabel 1 storting in reserve IHP (bedragen x € 1.000) Onderdeel bedrag raadsbesluit Jaarlijkse storting
366 13 december 2016 ‘Uitvoeringsplan Onderwijshuisvesting Hoorn Primair Onderwijs & (Voortgezet) Speciaal Onderwijs
Bouwrijp maken + inrichten openbare ruimte
165 Kadernota 2023, pagina 23 + 26
6/29
Onderdeel Storting (was een ruimtevrager) Totaal
bedrag raadsbesluit 550 Kadernota 2023, pagina 23 + 25/26 1.081
Kortheidshalve verwijzen wij naar de kadernota 2023 voor nadere informatie over deze posten. Waar is deze stijging op gebaseerd aangezien wij als Raad hier nog niet eerder over zijn geïnformeerd (eerst een plan dan het geld? Antwoord: U heeft als gemeenteraad zelf het besluit daarover genomen en u bent daar dus over geïnformeerd. Zie ons vorige antwoord. Vraag 13. Het Rijk heeft in 2022 een specifieke uitkering ter beschikking gesteld aan gemeenten voor de aanpak energiearmoede. De regeling loopt door tot en met 2024. Het restant budget van 2022 is overgeheveld naar 2023. Wat is er in 2023 uitgegeven en wat is er nog beschikbaar voor 2024? Antwoord: Het jaar 2023 is nog niet ten einde. Wij weten nog niet wat er overgeheveld wordt naar 2024. Vraag 14. Parkeerbelasting. Er staat in de begroting 2024: “In 2024 is een lagere opbrengst begroot ten opzichte van 2023. Dit komt doordat vanuit de oorspronkelijke business case voor de Poort van Hoorn rekening gehouden wordt met lagere opbrengsten parkeren door wegvallen van parkeerplaatsen op straat”. Hoe kan dit? Antwoord: Dit heeft u uit de analyse tussen 2023 en 2024 en het is een technisch verschil, er liggen geen (aparte) besluiten onder. Het besluit voor het bouwen van een parkeergarage is door de gemeenteraad genomen in de raadsvergadering van 4 april 2017. Bij dat raadsvoorstel zat een begrotingswijziging over de bouw.
Doordat er parkeerplaatsen zouden wegvallen (voor woningbouw) en de parkeergarage daarvoor in de plaats kwam, is de parkeerexploitatie toen aangepast. Dat is gebaseerd op de aanname dat de parkeergarage in 2021 in gebruik werd genomen. Dat betekent dat er per dat jaar in de begroting rekening mee is gehouden dat opbrengsten straatparkeren wegvielen en opbrengsten parkeren in garages zouden toenemen. Doordat de gemeenteraad nog steeds geen definitief besluit heeft genomen over de bouw van de parkeergarage, worden de bedragen in de begrotingswijziging die destijds is gemaakt steeds een jaartje opgeschoven. Dus het vervallen van het straatparkeren en de opbrengsten parkeren in garages verschuiven steeds een jaartje. De zin achter de door u genoemde zin in vraag 14 geeft ook duidelijk aan wat er gebeurt met dit technische verschil: “Dit wordt geactualiseerd bij het voorstel [dat eerder in de tekst wordt genoemd: een voorstel om de tarieven voor betaald parkeren aan te passen] in het eerste kwartaal 2024.” De afspraak was toch gemaakt dat er geen parkeerplekken zouden verdwijnen voordat extra parkeerplekken elders waren gerealiseerd? Antwoord: Ja. Wat zegt dit nu feitelijk over onze stad.
Komen er dan toch minder bezoekers nu er parkeerplaatsen wegvallen en klopt het dan toch dat er onvoldoende parkeerplekken zijn? of komen deze bezoekers volgens het college nu met de fiets? Antwoord: Nee. U trekt een verkeerde conclusie. Zie onze uitleg hierboven. Vraag 15. Met welk percentage stijgt de toeristenbelasting ten opzichte van 2023?
7/29
Antwoord: De vraag is vervallen na mondelinge toelichting tijdens de informatiesessie van 16 oktober. Wij kunnen dit niet uit de begroting halen. En wat is de financiële mutatie ten opzichte van 2023 in geld en in percentage? Antwoord: De vraag is vervallen na mondelinge toelichting tijdens de informatiesessie van 16 oktober. Vraag 16. Wij lezen dat het college een buffer opbouwt op om de tekorten in 2027 op te vangen. Waar in de begroting is de buffer terug te vinden. Antwoord: De buffer voor de tekorten is na besluitvorming bij de begroting 2023 gestort in de Algemene reserve. Hoeveel miljoen voegen we de komende jaren toe aan deze buffer? Antwoord: Vooralsnog blijft het bij deze bedragen. Vraag 17. De subsidies waren in 2023 rond de 16,8 miljoen. Nu is het totaal bedrag opgelopen naar € 17,7. Dit is een stijging van bijna € 1 miljoen. Kunt u dit nader toelichting. Antwoord: Het bedrag in de begroting 2023 was exclusief het besluit van de gemeenteraad om de subsidies te indexeren voor 2023. Verder heeft de gemeenteraad besloten de subsidies structureel te compenseren met een prijsindex. Dus is de subsidie van 2023 geïndexeerd naar 2024. Dat verklaart het verschil. Met welk % zijn de subsidie bedragen geïndexeerd. Is het juist dat bepaalde instellingen een stijging hebben ontvangen ten opzichte van de begroting 2023 van meer dan 8%.
Antwoord: Dat staat in de financiële documenten die u ook heeft. Bij de begroting 2023 is eerst de index uit 2022 structureel gemaakt. Het amendement bij de kadernota 2022 zorgde er immers voor dat de subsidies 2022 incidenteel werden geïndexeerd en het college kreeg de opdracht te onderzoeken of het structureel kon worden gemaakt. Bij de begroting 2023 zelf is de subsidie geïndexeerd met 3,14%. Bij de kadernota 2023 is deze index verhoogd naar 3,78%. De index voor de subsidies bij de begroting 2024 is 4,8%. Wij weten niet welke instellingen u bedoelt. De structurele doorwerking van de subsidie 2022 plus de index 2023 plus de index 2024 kan neerkomen op ongeveer 8%. Wat is hier de reden van; Antwoord: De gemeenteraad bepaalt de indexering van de subsidies. Ook zijn bepaalde bedragen niet geïndexeerd. Wat is hier de reden van? Antwoord: Instellingen krijgen soms geld voor een specifiek doel. Als de opdracht daarvoor over twee jaren loopt, wordt er geen indexering toegepast. Welk deel van de subsidies is incidenteel en daarmee nog niet gekoppeld aan organisaties? Antwoord: Soms krijgen ‘organisaties’ een incidentele subsidie. De incidentele subsidie is dan juist wel gekoppeld. We begrijpen daarom uw vraag niet goed. Wellicht bedoelt u te vragen of er een deel van het totale subsidiebedrag nog niet gekoppeld is aan een organisatie. Dat is voor enkele onderdelen het geval.
U kunt dat teruglezen in het overzicht subsidies, vanaf pagina 119. Daar staan enkele subsidieplafonds die genoemd worden:
8/29
Tabel 2 vrij besteedbare bedragen subsidies (x € 1.000) Onderdeel
bedrag
Kunst en cultuur – algemeen
39
Strategische marketing - toeristische en culturele initiatieven
34
Sportactiviteiten
39
Op de pagina’s daarna leest u welke instellingen en organisaties een subsidie ontvangen. Vraag 18. Bestaande investeringen zijn investeringen die al voor het jaar 2024 beschikbaar zijn gesteld en zijn gestart. De nieuwe investeringen starten met uitvoering in 2024. Hoe kun je dit verschil zien in het overzicht en wat was het investeringsvolume in 2023? Antwoord: Boven het overzicht op bladzijde 232 staat het volgende: “In de volgende tabel staan de investeringen die gepland zijn voor 2024. Daarnaast komt nog een deel van de investeringen over uit 2023. Pas bij de jaarstukken 2023 weten we exact welke investeringen er voor welk bedrag worden doorgezet naar 2024.” Dat betekent dat de door u bedoelde investeringen die al eerder zijn gestart niet in dat overzicht staan. De oorzaak is dat we nog niet exact weten welke investeringen er voor welk bedrag doorgezet worden. De boekwaarde per 1 januari 2023 van de investeringen was € 34,7 miljoen. Dat was exclusief de investeringen die vanuit 2022 werden doorgeschoven naar 2023. In 2024 gaan we ruim 45 miljoen investeren. Welke deel hiervan dienen we als raad nog te accorderen Antwoord: De telling van het overzicht investeringen klopte helaas niet. Dat werd al in de eerste informatiesessie voor raadsleden over de begroting geconstateerd. Er is toegezegd dat dit wordt aangepast.
In de definitieve versie van de begroting staat het juiste bedrag: € 73 miljoen. De verhoging ten opzichte van 2023 komt vooral door investeringen voor het Westfries Museum (€ 13 miljoen) en het stadhuis (€ 23,7 miljoen). Daar komt dus nog het bedrag bij dat bij de jaarstukken 2023 overgeheveld wordt naar 2024 omdat het werk in 2023 nog niet klaar is gemaakt. Alle investeringen die zijn opgenomen in de lijst, zijn gebaseerd op besluiten van de gemeenteraad. Welk deel is nog niet aanbesteed dan wel gegund? Antwoord: Om dat inzichtelijk te maken, is meer tijd nodig. Elke investering moet immers individueel bekeken worden. Wij kunnen deze vraag daarom op dit moment niet beantwoorden. Waar staat nu de investering rondom de nieuwe skatebaan en voor welk bedrag? Antwoord: Het besluit over de skatebaan is op 26 september 2023 door de gemeenteraad genomen. Daarbij zat een begrotingswijziging. Die ziet u daarom niet terug in deze begroting. Er is door de gemeenteraad een bedrag van € 750.000 beschikbaar gesteld. De kapitaallasten (in totaal) zijn € 43.500. Hoe groot was het investeringsportfolio in 2023? Antwoord: Zie dezelfde vraag hier iets boven. En hoeveel is hiervan tot op heden gerealiseerd? Dit i.v.m. met de verwachte doorschuif en het planningsoptimisme.
9/29
Antwoord: De afgelopen twee jaren wordt ongeveer 40% van de geraamde uitgaven voor kredieten uitgegeven. Tot nu toe is dat ongeveer 25%. Bij de jaarrekening 2023 volgt een analyse met acties die vertaald worden in de kadernota 2024. In de begroting staat “Er wordt fors meer geïnvesteerd in 2024 dan in 2023. Dat komt voornamelijk door de ontwikkelingen rond de Poort van Hoorn € -26.100.000”. Waar gaat het hier over en wat wordt er in 2024 gerealiseerd? Antwoord: Wij vermoeden dat u de verklaring van het verschil tussen 2023 en 2024 bedoelt, op pagina 116. Dat is het verschil tussen de uitgaven van alle grondexploitaties samen van de gemeente in 2023 versus alle uitgaven van de alle grondexploitaties samen van de gemeente in 2024. Er zijn meerdere grondexploitaties die mogelijk gaan lopen in 2024, die nog niet liepen in 2023. Dat leidt tot hogere uitgaven in 2024. Het feit dat nieuwe exploitaties gaan lopen, wil niet zeggen dat er ook daadwerkelijk iets in 2024 wordt gerealiseerd. Grondexploitaties lopen immers per definitie meerdere jaren. Hoeveel geld is voor de realisatie van het poppodium alsmede voor het onderzoek in de begroting opgenomen alsmede voor het structureel beheer en onderhoud? Antwoord: Voor het onderzoek is in 2023 € 60.000 opgenomen. Voor het poppodium is € 500.000 per jaar opgenomen vanaf 2026. Zie pagina 12 begroting 2023.
Het bedrag staat op een stelpost, dus er moet eerst een raadsvoorstel gemaakt worden om het bedrag te kunnen gebruiken. Bedrijfsvoeringsparagraaf Vraag 19. We lezen dat “de opgaven vastgesteld zijn” en een vertaling krijgen in activiteiten. Graag ontvangen wij een overzicht van de vastgestelde opgaven inclusief bijbehorende activiteiten. Antwoord: Er is geen limitatieve opsomming van opgaven. Een opgave is een complexe uitdaging, die de samenleving raakt en vraagt om een wezenlijke verandering – in samenwerking met alle partijen die daarbij nodig zijn. Op dit moment is de duurzaamheidsopgave (incl. de energietransitie) een concreet voorbeeld. Deze opgave is door de raad vastgesteld met daaronder liggende programmaplannen en activiteiten. Vraag 20. We lezen: “In 2024 kijken we ook of de kernwaarden en – kwaliteiten nog goed genoeg aansluiten bij onze organisatie”. Wat zijn de kernwaarden en kwaliteiten waar naar wordt gerefereerd en al u verwijs naar de organisatie wat wordt hiermee bedoeld? Antwoord: De vraag is vervallen na mondeling toelichting tijdens de informatiesessie van 16 oktober. Vraag 21. Boven staan de doelen van de gemeente genoemd voor 2024. Waar staan we nu? Graag het cijfers toevoegen zodat we zien waar we vandaan komen.
Antwoord: • Inwoners en ondernemers geven ons in 2022/ 2023 een? We meten continu de klanttevredenheid van de dienstverlening op de verschillende kanalen: Tabel 3 overzicht klanttevredenheid (x € 1.000) Onderdeel
cijfer Q3 2023 cijfer Q2 2023 cijfer Q1 2023
cijfer 2022
cijfer 2021
Telefonie
7,5
7,6
7,5
7,4
7,5
Balie
8,4
8,5
8,1
8,1
8,4
Aanvraag online
8,0
7,8
8,3
7,5
7,4
10/29
Onderdeel
cijfer Q3 2023 cijfer Q2 2023 cijfer Q1 2023
cijfer 2022
cijfer 2021
Chatfunctie
8,9
9,0
8,9
8,9
8,8
Afhandeling
6,7
6,4
6,4
6,8
6,6
•
Bij de 20 beste werkgevers, waar staan we nu en welke bedrijven staan thans boven ons?
Dit is nog niet gemeten. Daar doen we pas de derde meting aan mee. •
Gemeentebestuur, welk cijfer was er in 2022/2023?
Dit is nog niet gemeten. We pakken dit in 2024 op in overleg met de griffie. Rechtmatigheid Vraag 22. Sinds dit jaar (2023) dient het college van B&W zelf verantwoording af te leggen op bv. naleving van de voorwaarden van subsidie, Europese bestedingen maar ook misbruik en oneigenlijk gebruik en lasten waarvoor geen voorafgaande dekking is opgenomen. Waar in de begroting is dit opgenomen. Antwoord: In de begroting wordt geen verantwoording afgelegd, dat gebeurt bij de jaarstukken. De rechtmatigheidsverantwoording wordt opgenomen in de jaarrekening, toelichting in de paragraaf bedrijfsvoering. In de begroting 2023 heeft wel een toelichting gestaan, omdat 2023 het eerste jaar is waarop het college zelf de verklaring op rechtmatigheid moet afgeven. Wonen Vraag 23. In de begroting staat dat er jaarlijks 500 woningen gebouwd gaan worden. Kunt een gedetailleerd overzicht geven van de woningen die in 2024 zijn gerealiseerd inclusief de verdeling 30/30/40. Onze fractie wil graag weten waar deze extra sociale huurwoningen gerealiseerd gaan worden. Antwoord: Sociale huur vormt in bijna alle ontwikkelingen een onderdeel van het plan. Het kan echter zo zijn dat de sociale huur in een ander jaar wordt gerealiseerd. Hieronder is zodoende aangegeven welke projecten worden gerealiseerd met daarbij het totaal aantal woningen in 2024.
In 2024 worden woningen gerealiseerd in de lopende projecten Holenkwartier (60 woningen), Bangert en Oosterpolder (100 woningen) en Rozenbuurt (100 woningen). Ook worden enkele kleinere ontwikkelingen opgeleverd, zoals de appartementen in Huesmolen-Zuid (30 woningen) en aan het Keern (32 woningen). Ook verwachten we dat de bouw in 2024 start van enkele nieuwe projecten, zoals Willemszhof (29 woningen), Koopvaarder 1 (26 woningen), Nieuwe Steen 6 (81 woningen) en Compagnie 1 (255 woningen). Ook zien we het aantal woonruimten (exclusief bijzondere woongebouwen) toenemen naar 34.666 (was 34.336), dit betreft een toename van 330 woningen. Ook daaruit blijkt dat het aantal van 500 niet wordt gerealiseerd. Welk aantal is nu juist? En graag een nadere verklaring. Antwoord: Deze aantallen heeft u uit het overzicht Kerngegevens. In dat overzicht staan de aantallen die we gebruiken bij de berekening van de algemene uitkering. De aantallen die daar staan, komen van het Rijk via de specificatieformulieren van de algemene uitkering. Die aantallen worden pas door het Rijk aangepast als het jaar voorbij is of als er een peildatum is verstreken. Het kan dus zijn dat er aantallen staan die (nog) niet kloppen met de aantallen die de gemeente zelf gebruikt. Wij zullen dit verduidelijken bij de kerngegevens en daar een toelichting bij schrijven.
Waar worden deze 500/330 woningen in 2024 gerealiseerd en hoeveel sociale huurwoningen maken hier onderdeel van uit?
11/29
Antwoord: Zie hier antwoord bij vraag 23 bovenaan. Vraag 24. Pagina 207: tijdelijke aanstelling adviseur seniorenhuisvesting en doorstroommakelaar. Kan dit niet beter gecontinueerd worden? Wat zijn de jaarlijkse kosten? Antwoord: U heeft in de kadernota 2023 op pagina 25 het volgende kunnen lezen: “De gemeenten in regio Westfriesland implementeren het woonakkoord, waarvan bewustwording, ondersteuning en begeleiding aan senioren bij het verhuisproces onderdeel uitmaakt. Een regionale doorstroommakelaar en beleidsadviseur seniorenhuisvesting worden tijdelijk voor drie jaar aangesteld om dit te realiseren. Na evaluatie wordt beoordeeld of de functies structureel moeten worden ingevuld.” De gemeenteraad heeft hiermee ingestemd. De kadernota is nog geen vier maanden geleden vastgesteld. Het gaat om twee personen, de kosten zijn afgerond € 198.000, waarvan naar schatting € 150.000 door de regio wordt betaald. Poort van Hoorn Bij de kadernota 2022 is het surplus uit de meicirculaire 2022 gebruikt om te storten in de reserve Poort van Hoorn om de nieuwe ontsluiting van de binnenstad mogelijk te maken. Het kruispunt Provincialeweg/Liornestraat is opgenomen in de Mobiliteitsvisie. Daarnaast is in de planstudie voor de nieuwe toegangsweg deze ook benoemd als knelpunt. Vraag 25.
Kunt u in een overzicht opnemen hoeveel geld is er tot op heden gereserveerd in de begroting voor de realisatie van; • De autotunnels onder het spoor • De fietstunnel tunnel onder de provinciale weg • Het aanpassing van het kruispunt provinciale weg/Liornestraat • De poort van Hoorn overall • en daarnaast een kolom hoeveel geld is er nodig (inschatting) om het te realiseren en een kolom met de reeds ontvangen / toegezegde subsidies vanuit het Rijk en provincie? Daarmee kunnen zien wat de opgave nog is voor de komende jaren. Antwoord: Per 1 januari 2023 zit er € 17.724.129 in de reserve Poort van Hoorn. Er wordt structureel € 1.060.520 gestort in de reserve Poort van Hoorn en er wordt structureel € 327.630 onttrokken aan de reserve Poort van Hoorn. Verder wordt er in 2023-2025 conform besluitvorming van de gemeenteraad in totaal € 14.000.000 gestort als buffer voor het stationsgebied en als buffer voor de cofinanciering ontsluiting binnenstad. Dit is onderdeel van de totale buffer van € 20,2 miljoen. Onttrekkingen voor de genoemde onderwerpen zijn nog niet opgenomen in de begroting omdat hier nog geen besluitvorming over heeft plaatsgevonden. Dit geldt ook voor storting in de reserve in de vorm van subsidies die relateren aan de genoemde onderwerpen. Verplichte indicatoren Besluit Begroting en Verantwoording Vraag 26. De opgenomen indicatoren bespreken we nooit met elkaar.
Welke informatie kun je nu halen uit deze tabellen? Antwoord: De vraag is vervallen na mondeling toelichting tijdens de informatiesessie van 16 oktober. Hoe weten we nu of we het goed doen. Deze cijfers zeggen zo niks. Op welke wijze kunnen we hier als raad meer mee gaan doen? Antwoord: De vraag is vervallen na mondeling toelichting tijdens de informatiesessie van 16 oktober. Verder lijkt de koppeling in het boekwerk niet te werken.
12/29
Antwoord: De koppeling is aangepast. Dank voor het opmerken. Wij bekijken alle koppelingen nog eens om te zien of alles werkt. De meeste koppelingen verwijzen overigens naar een ander tekstgedeelte in de begroting zelf. De betreffende koppeling was er eentje naar een externe website. Vraag 27. Als voorbeeld zien we onder de prestaties het volgende opgenomen “We voeren het regionaal uitvoeringsprogramma Voortijdig Schoolverlaten 2021-2024 ‘Jij telt mee’ uit. Dat is gericht is het terugdringen van schooluitval in de regio Westfriesland volgens de taakstelling van het ministerie van OC&W. Er is specifieke inzet voor jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld door doelgroepgerichte projecten zoals Back-On-Track en maatwerkarrangementen.” Zijn dit nu echt de prestaties waar je als gemeente op wilt sturen of wil je juist zien met hoeveel dringen we nu schooluitval terug? Antwoord: Het VSV programma is een gedeelde verantwoordelijkheid van schoolbesturen en gemeente. Dat programma is feitelijk ook breder dan alleen VSV’ers, aangezien ook de PRO VSO jongeren onderdeel uitmaken van dit programma (tellen niet mee in de VSV Cijfers). De projecten die daar gerealiseerd worden richten zich op twee facetten: preventief en curatief.
Plat gezegd kunnen we de 2e meten, maar is het 1e deel meer hypothese gebaseerd en door de vele externe invloeden niet altijd direct kwantificeerbaar. Op welke wijze kunnen we de prestaties concreter maken? Antwoord: Dat hebben we juist gerealiseerd door bijv. projecten als back-on-track en maatwerkarrangementen uit te kristalliseren. Voor back-on-track kun je simpelweg zien welk deel van de jongeren haar weg terug vindt naar het onderwijs (18 kandidaten, 12 terug naar school, we kennen de kosten en de opbrengsten) alsmede bij de maatwerkarrangementen. Deze prestaties zijn kwantificeerbaar. Veiligheid Vraag 28. Wij lezen “We maken een raadsvoorstel voor de financiering van structureel cameratoezicht aan de voorkant van station Hoorn. Maar ook voor aanvullend budget om het huidige niveau van cameratoezicht structureel op peil te houden”. Is er in de begroting al rekening gehouden met deze hogere lasten om het cameratoezicht op peil te houden? Antwoord: Er staat dat er een raadsvoorstel wordt gemaakt voor een aanvullend budget. Er is in de begroting dus geen rekening mee gehouden. Neemt u hierin ook de achterkant mee (zijde van het transferium)? Antwoord: Nee, er is vanuit handhaving van de openbare orde geen aanleiding toe. Vraag 29. Actualiseren Actieplan Meld Geweld. Dit wordt gedaan aan de hand van de wijkteamscan/kwaliteitskader VNG gebiedsteams.
Wat houdt deze in en is hier in de begroting al financieel rekening mee gehouden en voor welk bedrag? Antwoord: Het actieplan meld geweld is een lokale aanpak voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Deze is in 2021 vastgesteld door de Raad, en wordt voor het komende jaar opnieuw tegen het licht gehouden en geactualiseerd. Dit betekent dat er punten van aandacht worden toegevoegd, aan de hand van de scan
13/29
die is uitgevoerd bij 1.Hoorn waarin de manier waarop 1.Hoorn werkt aan veiligheid is getest. Het plan is budgetneutraal. Vraag 30. Via het gemeentefonds is geld ontvangen voor de inburgering van asielzoekers, specifiek Oekraïners. Welke definitie hanteren wij nu voor de gevluchte Oekraïners? Antwoord: Via het gemeentefonds (meicirculaire 2023) heeft Hoorn geld ontvangen voor het stimuleren van taalonderwijs voor volwassen Oekraïense ontheemden. Oekraïense ontheemden zijn personen op wie de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van toepassing is. Zij mogen in Nederland verblijven en hebben recht op opvang, medische zorg en onderwijs voor kinderen. Dit geld is overigens niet bedoeld voor asielzoekers. Dit is namelijk een andere doelgroep. Zijn er naast deze groep ook andere asielzoekers opgevangen in Hoorn? Antwoord: In 2023 zijn er geen asielzoekers in Hoorn opgevangen. Voor 2024 is dit nog niet bekend. Daarnaast huisvest Hoorn jaarlijks statushouders volgens de wettelijke taakstelling huisvesting statushouders. Vraag 31: Pagina 204: incidentele lasten en baten punt 1: extra inzet illegale huisvesting arbeidsmigranten . Stopt na 2025? Waarom kiest het college ervoor hiermee te stoppen? Antwoord: Het feit dat er incidenteel geld is geregeld wil niet zeggen dat het college er voor kiest om hiermee te stoppen.
In de toelichting bij deze aanmelding van de kadernota 2023 staat het volgende: “Sinds 2022 wordt extra capaciteit ingehuurd om de vele meldingen van illegale huisvesting arbeidsmigranten aan te kunnen pakken. Voor de controles is een extern inspecteur aangetrokken. Er is voor 2023 en 2024 € 50.000 per jaar nodig. Voor deze kosten is geen structurele dekking. Er wordt onderzocht waar deze taak op structurele basis belegd moet worden en hoe de kosten worden gedekt.” Daarmee geeft uw college aan dat het college deze controles wil blijven doen, maar dat onderzocht moet worden hoe dit betaald kan worden. Daarom is dat alleen voor de jaren 2023 en 2024 opgenomen. Bomenfonds en bomennorm! Vraag 32. In de begroting 2024 lezen wij: “We werken met een bomenfonds en bomennorm. Wanneer bomen niet binnen het plangebied kunnen worden gerealiseerd, komt er een gelijkwaardige oplossing ergens anders.” De wethouder zou nog terugkomen op de eerdere discussie hierover in de commissie/Raad en onze artikel 36 vragen en antwoorden. We hebben tot op heden hier niets over voorbij zien komen. Wanneer denkt de wethouder ons hier nader over te informeren? Antwoord: Via de brief van 11 juli heeft wethouder Bennis aangegeven dat er vertraging is bij de uitwerking van het bomenfonds en dat eind 2023 een uitgewerkt voorstel wordt aangeboden aan de Raad.
Waar is het geld gebleven wat sinds het ontstaan van het bomenfonds hieraan is toegevoegd? Antwoord: In de brief van 11 juli over de vertraging van de uitwerking bomenfonds en bomennorm is ook aangegeven dat nog gewerkt wordt aan de inventarisatie van eventuele dotaties en compensaties vanuit het fonds. Wegen en wandelpaden Vraag 33. Blz. 44: prestaties in 2024 punt 3: wordt er bij reconstructie prov. Weg t.h.v. spoorwegviaduct meteen een veilige en betere oversteek gerealiseerd voor o.a. rollator/rolstoel/kinderwagengebruikers.
14/29
Antwoord: Nee, dit wordt niet meegenomen in de reconstructie aangezien de kruispunten bij Lepelaar en Rijnweg buiten de te reconstrueren weggedeelten liggen. Alleen de hellingen van/naar de onderdoorgang onder het spoor worden gereconstrueerd. Bij de reconstructie van het fietspad langs de Provincialeweg richting Willemsweg zijn de aansluitingen tussen voet- en fietspad rolstoelvriendelijk gemaakt. Aanpassingen van de oversteken bij Lepelaar en de Rijnweg is niet nodig. De fiets- en voetangersoversteken zijn hier met verkeerslichten geregeld en 24 uur per dag te gebruiken. Op beide kruispunten is er genoeg oversteektijd en ontruimingstijd. Daarnaast kan er met de middenberm gefaseerd overgestoken worden. Vraag 34. In de begroting staat nu: “we verbeteren de verkeersveiligheid op 2 extra punten in de gemeente”. Kunt u aangeven welke dit zijn? Antwoord: Dit gaat om het kruispunt Maasweg – IJsselweg en de nieuw te realiseren rotonde bij de Rozenbuurt. Vraag 35. We treffen maatregelen om doorgaand verkeer door de binnenstad te weren. Kunt u aangeven welke dit zijn en of onze ondernemers hierbij betrokken zijn? Antwoord: U heeft eerder besloten om maatregelen te nemen tegen doorgaand verkeer door het havengebied. Wij onderzoeken welke maatregelen effectief kunnen zijn. Begin 2024 wordt er een voorstel gepresenteerd aan de gemeenteraad.
Vanzelfsprekend worden bewoners en ondernemers betrokken. De eerste positieve gesprekken zijn al gevoerd bij de verschillende binnenstadstafels. Het weren van doorgaand verkeer is inmiddels ook onderdeel van de actieagenda binnenstad. Vraag 36. Blz. 13 beheersmaatregelen: verwijderen van 5 verkeersinstallaties. Op welke plekken bent u voornemens deze verkeersinstallaties weg te halen?? Antwoord: Er zijn vijf verkeerslichteninstallaties die verkeerskundig gezien niet nodig zijn. Dit gaat om de volgende locaties: • Zwaagmergouw – Dorpsstraat • Liornestraat – Drieboomlaan • De Strip – Bangert • De Strip – Dorpsstraat • Geregelde oversteekplaats De Weel Overige Vraag 37. Pagina 81: Prestaties punt 1 bullit 3: wandelprogramma Kersenboogerd, Risdam en Grote Waal. Gaat er gestopt worden in de Bangert en Oosterpolder? Niets voor Hoorn Noord/Centrum? Antwoord: Deze vraag kon in de vakantieperiode niet beantwoord worden. Daarom wordt dit antwoord nagestuurd. Vraag 38. Pagina 229: proeftuin buurtgezinnen. Waar wordt dit geld precies aan besteed? Lijkt meer op vrijwilligerswerk. Antwoord: De kosten die gemaakt worden, zijn voor de coördinatie-uren (15 uur per week) en werkzaamheden voor hosting lokale pagina's/accounts, database, website, intranet, Facebook en Instagram, promotie, interne en externe communicatie, scholing en coaching, etc. De coördinator voert o.a.
gesprekken met vraag- en steungezinnen, matcht deze met elkaar en koppelt hen en evalueert na twee en vervolgens elke zes
15/29
maanden. Vraag- en steungezin gaan een duurzame verbintenis met elkaar aan, zo lang als wenselijk is. De coördinator blijft beschikbaar voor vragen en problemen. Na twee jaar stopt de begeleiding van buurtgezinnen en kunnen beide gezinnen met een stevige basis verder. Er kan altijd nog wel om begeleiding worden gevraagd.
16/29
Fractie ChristenUnie De ChristenUnie heeft de onderstaande vragen bij de begroting van 2024: Vraag 1. In de begroting zien we dat het percentage 18,5% van de personeelskosten ingeleend personeel is. We hebben hierbij de volgende vragen: a. Wat zijn gemiddeld de extra kosten van een ingeleende medewerker versus een medewerker in eigen dienst? Antwoord: Dit is sterk afhankelijk van de inhuurconstructie. Bij uitzend- en op payrollbasis is er een omrekenfactor van gemiddeld 2 op het CAO-uurloon. Bij ZZP- en detacheringscontracten is het uurloon niet gebaseerd op de gemeentelijke CAO, maar vindt er vaak een opslag plaats van 10 tot 20% op het uurloon voor extra kosten. b. Hoeveel nieuwe medewerkers komen gemiddeld bij de gemeente per jaar in dienst via de eigen werving en hoeveel komen binnen via een externe partij? Antwoord: De instroom nieuwe medewerkers is de afgelopen 5 jaar gemiddeld 75 per jaar. Het merendeel via eigen werving; slechts een klein deel (10-15%) stroomt in via een externe partij. c.
Wat is het uitstroompercentage binnen de gemeente Hoorn? Antwoord: Het uitstroompercentage over 2022 is 11,4%. Landelijk is dat 8,2%. In 2022 was de vrijwillige uitstroom in Hoorn hoger dan voorgaande jaren. Deze stijging lijkt vooralsnog incidenteel.
d. Is de capaciteit op het gebied HR en recruitment binnen de gemeente op orde? Antwoord: De huidige capaciteit binnen HR is op zich voldoende, maar gezien de krapte op de huidige arbeidsmarkt én de wens om een beter rendement te halen uit onze wervings- en selectieproces, is extra ondersteuning op het gebied van recruitment noodzakelijk. HR neemt dit mee in een HR-visie voor de komende jaren.
Vraag 2. Een aantal jaren geleden hebben we als raad de keuze gemaakt om betaald parkeren op zondag af te schaffen. Wat zijn de opbrengsten als we beslissen om betaald parkeren op zondag weer in te voeren? Antwoord: We monitoren nu geen geparkeerde auto’s, dus we weten niet hoeveel automobilisten er gebruik maken van het gratis parkeren. En dus niet welke inkomsten we derven. Het voorstel om betaald parkeren op zondag af te schaffen, is van 2015. Toen is besloten het vrij parkeren op zon- en feestdagen te continueren in plaats van het heffen van parkeerbelasting op deze dagen. De opbrengst destijds voor parkeren op zon- en feestdagen is bij dat raadsvoorstel geschat op € 30.000. Nogmaals: we monitoren niet op zondag dus we weten de mogelijke opbrengst niet. Vraag 3. In 2021 zijn er extra gelden vanuit het rijk ontvangen om dak en thuisloosheid aan te pakken. Hiervoor zijn zeven maatregelen uitgevoerd. Zijn deze maatregelen inmiddels uitgevoerd. Klopt het dat we in 2024 geen budget zien voor de uitvoering van de maatregelen? Wat zijn de kosten voor de uitvoeringsmaatregelen die hiervoor benodigd zijn? Antwoord: De Blokhuisgelden zijn in de reserve MO/BW/OGGz gestort. Uitgaven ten laste van deze gelden lopen dus via de reserve.
De maatregelen Aanvullende prestatieafspraken gemeenten, woningcorporaties en zorgorganisaties en het haalbaarheidsonderzoek passende huisvesting voor zorgmijdende inwoners (‘prikkelarme woningen’) zijn nog niet afgerond. De andere maatregelen wel. Als er maatregelen van 2023 doorschuiven naar
17/29
2024 dan wordt bij de jaarrekening voorgesteld om het budget hiervoor via een resultaatbestemming over te hevelen. Op dit moment is de verwachting dat er een resultaatbestemming wordt opgenomen in de Jaarstukken 2023, de hoogte hiervan is nu nog niet aan te geven. Het is een budgettair neutrale overheveling vanwege de verrekening met de reserve MO/BW/OGGz. Voor 2024 zijn nog geen maatregelen gepland, daar wordt nog over nagedacht. Het geld dat er voor beschikbaar is gesteld, zit in de reserve en wordt alleen aan dit doel besteed.
18/29
Fractie Sociaal Hoorn Vraag 1. Kan je nog eens duiden wat de reserve van de Poort van Hoorn, de subsidie van Ca 40 miljoen, de onderdoorgang, de garage en de woningbouwontwikkeling op de lange termijn doen voor de gemeentelijke begroting. En wat hebben we nu gereserveerd voor de Poort van Hoorn inclusief onderdoorgang en verwachte opbrengsten. Antwoord: De Reserve Poort van Hoorn wordt jaarlijks gevuld vanuit een deel van de parkeeropbrengsten. Daarnaast vindt, verspreid over enkele jaren, een incidentele storting plaats van circa € 20 miljoen. Zie ook het antwoord van vraag 25 Hart van Hoorn. De Reserve Poort van Hoorn kan hiermee worden ingezet ter dekking van de kapitaallasten van investeringen in de Poort van Hoorn, met name de Parkeergarage en de Traverse. Aan de incidentele stortingen is destijds de voorwaarde verbonden, dat de Reserve Poort van Hoorn ook ingezet kan worden om (een deel van) de investering van de Binnenstadstoegang te dekken. Eén van de beslispunten in het raadsvoorstel over de variantkeuze voor de Binnenstadstoegang afgelopen maand betrof de opdracht aan het college om een financieringsvoorstel uit te werken en dit uiterlijk bij de kadernota in 2024 aan de raad voor te leggen.
Dit financieringsvoorstel wordt zo opgesteld, dat alle beoogde investeringen (ramingen) in de Poort van Hoorn, inclusief de Binnenstadstoegang, in beeld worden gebracht met de bijbehorende kapitaallasten. Hierbij wordt geschetst • wat er mogelijk is vanuit de opbouw binnen de Reserve Poort van Hoorn, • waarover al besluitvorming heeft plaatsgevonden, en • wat er benodigd is om alles te kunnen financieren. De Rijkssubsidie voor de Binnenstadstoegang is € 40,6 miljoen inclusief BTW. Exclusief BTW resteert circa € 33 miljoen. Dit draagt bij aan de dekking van de kapitaallasten en wordt dus in het genoemde financieringsvoorstel betrokken. Voor het stationsgebied wordt daarnaast met de ontwikkelpartners NS, ProRail en Provincie Noord-Holland gewerkt aan een voorstel voor aanvullende subsidie, met name voor de spoorse maatregelen. Het resultaat op deze aanvraag speelt uiteraard ook mee in de benodigde gemeentelijke financiering, maar is op dit moment nog niet duidelijk. Zoals eerder geschreven volgt bij de kadernota 2024 een voorstel waarin alle investeringen zitten inclusief een voorstel voor de dekking van de bijbehorende kapitaallasten. Vraag 2.
Wat hebben we nu gereserveerd voor het IHP po minus het IKEC? Wat zijn de jaarlijkse reserveringen en wat zijn de verwachte jaarlijkse kosten? Is dit inclusief gymzalen of sportzalen? Antwoord: In de bijlagen staan overzichten van de reserves en voorzieningen. Zie vanaf pagina 222. In de reserve Toekomstplan huisvesting PO zit per 1 januari 2024 naar verwachting € 2,032 miljoen. Dat is naar verwachting, omdat we niet precies weten wat er uiteindelijk in werkelijkheid in 2023 gestort wordt en onttrokken. Met de kennis van dit moment zit dit bedrag er per 1 januari in. Jaarlijks groeit de reserve met zo’n € 1 miljoen. Die storting is gebaseerd op raadsbesluiten. Eerder in de beantwoording stond een overzicht van de storting (vraag 12 van Hart voor Hoorn). Die is als volgt, dit is dus een herhaling van een eerder antwoord: Tabel 4 storting in reserve IHP (bedragen x € 1.000) Onderdeel
bedrag raadsbesluit
Jaarlijkse storting
366 13 december 2016 ‘Uitvoeringsplan Onderwijshuisvesting Hoorn Primair Onderwijs & (Voortgezet) Speciaal Onderwijs
Bouwrijp maken + inrichten openbare ruimte
165 Kadernota 2023, pagina 23 + 26
19/29
Onderdeel Storting (was een ruimtevrager) Totaal
bedrag raadsbesluit 550 Kadernota 2023, pagina 23 + 25/26 1.081
Daarnaast zijn er twee structurele reeksen in de begroting opgenomen die te maken hebben met het IHP. Die lopen als volgt: Tabel 5 structurele reeksen in begroting voor IHP-uitgaven (bedragen x € 1.000) Onderdeel
2024
2025
2026
2027
Herijking integraal huisvestingsplan PO
125
250
375
500
IKC ontwikkeling Risdam-Noord
145
144
144
143
Totaal
270
394
519
643
Beide waren eerst ruimtevragers. De eerste is het bedrag dat al bij de begroting 2022 is opgenomen. Die reeks stijgt ieder jaar met € 125.000 tot het destijds afgesproken bedrag van € 750.000. De tweede is het gevolg van een amendement in de gemeenteraad voor de bouw van een IKC in de Risdam-Noord. De kapitaallasten van die investering staan in de reeks. Vraag 3. Welke besluiten nemen we nu bij het vaststellen van de begroting? Kan je dat morgen toelichten Antwoord: De begroting 2024 vast te stellen, waarvan de belangrijkste besluiten zijn: 1. Het begrotingssaldo 2024-2027 vast te stellen en daarbij akkoord te gaan met: a. noodzakelijke bijstellingen, waaronder - het verhogen van de stelpost bouwkosten met € 100.000 vanaf 2025 - de OZB, leges en tarieven trendmatig te verhogen met 3,2%. Uitleg besluit: In de begroting moeten enkele budgetten in de begroting 2024 worden aangepast. Deze zijn uitgelegd vanaf pagina 12 van de begroting. Ook de trendmatige verhoging van de leges en tarieven wordt formeel nog vastgesteld. Bij de kadernota 2023 is dat voorstel al gedaan met de ruimte om het percentage bij het vaststellen van de begroting aan te passen. Die aanpassing vindt niet plaats. Financieel is dat nu verwerkt. b.
verwerken van de maatregelen beheersplan (fase 1) waarmee het begrotingstekort structureel wordt teruggedrongen met € 1,35 miljoen Uitleg besluit: Afspraak bij de kadernota 2023 was dat het college voorstellen aan de gemeenteraad zou doen voor een bedrag van € 3 miljoen voor deel 1 van de beheersmaatregelen om de begroting weer reëel en structureel in evenwicht te brengen. Er is nu een pakket maatregelen voorgelegd waarvan de impact en pijn nog beperkt zijn. De opbrengst loopt van € 2,9 miljoen in 2024 naar het genoemde bedrag van € 1,35 miljoen in 2027. De maatregelen zijn toegelicht vanaf pagina 13. c.
verwerken van het aanvullende dekkingsplan in 2025 door het inzetten van de begrotingsruimte 2024 en vrijval behoedzaamheidsreserve 2025. Uitleg besluit: Na het verwerken van de cijfers (exclusief de gevolgen van de septembercirculaire) bleek er in 2024 geld over te zijn, maar in 2025 juist te kort. Conform de oproep van de VNG om beide eerste jaren reëel en structureel sluitend te maken, is voor de volgende oplossing gekozen. In 2024 wordt een incidentele storting in de algemene reserve gedaan van € 1 miljoen. Dit bedrag wordt in 2025 weer uit de algemene reserve gehaald. Daarmee is een zogenaamde kasschuif gedaan: geld dat over is uit het ene jaar wordt naar het andere jaar overgeheveld. Wij
20/29
doen dit mede, omdat het Rijk bij de meicirculaire 2022 heeft geadviseerd aan de gemeenten om te sparen voor later. Toen zijn immers de accressen van het gemeentefonds flink gestegen en hielden gemeenten geld over in de jaren 2023 en 2024. 2. Het college een bestuursopdracht te geven om bezuinigingsmogelijkheden in kaart te brengen waarmee het begrotingstekort structureel met € 10 miljoen kan worden teruggebracht vanaf 2026. En daarbij de volgende kaders mee te geven: a. de ambities uit het coalitieakkoord worden zoveel mogelijk ontzien; b. alle mogelijkheden tot uitgavenverlaging en inkomstenverhoging worden betrokken, inclusief onbenutte belastingcapaciteit; c. zowel wettelijke als niet wettelijke taken worden betrokken; d. beleidskeuzes gaan gepaard met gevolgen voor organisatie en bedrijfsvoering; e. verbonden partijen, gemeenschappelijke regelingen en gesubsidieerde instellingen worden niet uitgesloten Uitleg besluit: Het college stelt voor om bij het zoeken naar beheersmaatregelen deze kaders aan te houden. Feitelijk wordt geen mogelijkheid uitgesloten, hooguit moet er een heel goed verhaal liggen als er ergens geen beheersmaatregel voor komt. Het gevolg van de maatregel voor organisatie, bedrijfsvoering en de stad moet zoveel mogelijk in beeld worden gebracht. 3.
Het renteomslagpercentage 2024 vast te stellen op 0,8% Uitleg besluit: Deze stijging is bij de kadernota 2022 al voorspeld. De gemeenteraad moet het percentage vaststellen. 4. Het investeringsplafond 2024 voor vervangingsinvesteringen en de voorgestelde invulling daarvan vast te stellen (kapitaallasten € 515.000) Uitleg besluit: Het investeringsplafond is een gefixeerd kapitaallastenbedrag in de begroting. Die staat structureel al geraamd, maar de gemeenteraad besluit over de invulling daarvan. Idealiter gebeurt dat bij de kadernota, maar dat is er door drukte niet van gekomen. Bovendien wordt het kapitaallastenbedrag (investeringsplafond) jaarlijks geïndexeerd met het indexcijfer Overheidsinvesteringen. Ook dat moet worden vastgesteld. 5. Nieuwe voorstellen die een structureel beroep doen op het begrotingsresultaat zonder dekking pas bestuurlijk af te wegen bij de Kadernota 2024. Uitleg besluit: Er worden wel voorstellen voorgelegd aan de gemeenteraad, waar geen dekking voor is. Voorstel is dan meestal dat de extra kosten ten laste van het begrotingsresultaat worden gebracht. Door dit besluit worden die voorstellen opgespaard en komen integraal aan de orde bij de kadernota 2024. 6. De bijbehorende begrotingswijzigingen vast te stellen.