1. Concept nota van uitgangspunten Eikstraatkwartier
Tekst van het document
de aansluiting van de bestaande woningen op het warmtenet. Uitgangspunt is levering warmte middentemperatuur 70 graden (Celsius) aan woning inclusief afleverset (exclusief overige aanpassingen in huis); 3.8 Keurmerk wonen Het Politiekeurmerk Veilig Wonen is een keurmerk voor woningen die in een bepaalde mate zijn beveiligd. Bij woningen die het keurmerk krijgen, zijn inbraakvertragers aangebracht. Ook zijn er in de woningen geen zwakke plekken die het een inbreker makkelijk maken om de woning binnen te komen. De ontwikkelaar vraagt het Politiekeurmerk Veilig Wonen aan en deelt het resultaat daarvan met de gemeente. Onderstaande link kan hiervoor worden gebruikt. HTTPS://WWW.POLITIEKEURMERK.NL/POLITIEKEURMERK-VEILIG-WONEN-VOOR-PROJECTONTWIKKELAARS/ 42
3.9 Milieu- en omgevingsonderzoeken De ontwikkelaar is verantwoordelijk voor het (laten) opstellen van een aantal omgevingsonderzoeken. Dit moet gedaan worden door een gekwalificeerd bureau. De onderzoeken worden waar nodig om advies voorgelegd aan een aantal andere instanties. Dit betreft onder andere de Omgevingsdienst Noord-Holland-Noord, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en de Veiligheidsregio. De volgende onderzoeken zijn in ieder geval aan de orde: 1. (Voorheen vormvrije) MER beoordeling 2. Ecologisch onderzoek 3. Aerius berekening stikstof 4. Externe veiligheid 5. Akoestisch onderzoek 6. Archeologisch onderzoek 7. Bodemonderzoek 8. Luchtkwaliteit 9. Bedrijven en milieuzonering 10. Bezonningsstudie 11. Windhinderonderzoek 12. Trillingsonderzoek 13. Watertoets
4
Duurzaamheid
Duurzame nieuwbouw vraagt om integraal werken, samen opzoek gaan naar gebiedsspecifieke kansen en uitdagingen, en zo vroeg mogelijk het goede gesprek voeren. Van ingebouwde nestkasten ter bevordering van onze biodiversiteit tot aan het aanbieden van deelmobiliteit, duurzame maatregelen zien wij graag zo vroeg mogelijk in het ontwerp. Want voor duurzaamheid geldt: hoe eerder, hoe beter, hoe makkelijker en goedkoper het eindresultaat. De initiatiefnemer stelt een duurzaamheidsvisie en duurzaamheidsplan op. Uitgangspunten en ambities staan in de Handreiking Duurzaamheid Bouwontwikkelingen en zijn ondergrens. Uitgangspunten en ambities zijn afkomstig uit vastgesteld beleid.
Handreiking Duurzaamheid Duurzaamheidsvisie De handreiking duurzaamheid is een leidraad met daarin belangrijke informatie op het gebied van duurzame nieuwbouw. Het bevat nationale en lokale wetgeving en beleid op het gebied van de Energietransitie; Circulaire (bouw) economie; Klimaatbestendigheid en groen en Duurzame mobiliteit.
Duurzaamheidsplan De gevraagde duurzaamheidsvisie is het document dat antwoord geeft op de vraag: hoe dragen de ontwikkelingen in Het gevraagde duurzaamheidsplan is een het gebied bij aan de duurzaamheidsopgaven waar Hoorn voor concretisering van de staat? De werkwijzer geeft weer waar de duurzaamheidsvisie. Het benoemt welke maatregelen worden genomen om de opstellers van een duurzaamheidsvisie visie te realiseren, van dromen naar aan moeten en kunnen denken. doen. De werkwijzer geeft weer waar de opstellers van een duurzaamheidsplan aan moeten en kunnen denken.
43
4.1 Werkwijze Duurzaamheidsvisie De initiatiefnemer (grondeigenaar) is verantwoordelijk voor het opstellen van de duurzaamheidsvisie, maar bij grote projecten met meerdere betrokkenen en belanghebbenden wordt deze samen opgesteld. Een duurzaamheidsvisie is een document dat antwoord geeft op de vraag hoe de ontwikkelingen in een gebied bijdragen aan de duurzaamheidsopgaven van Hoorn. Het is een analyse die kansen en uitdagingen in het gebied identificeert, ambitieniveaus bepaalt en aangeeft waar extra inspanningen nodig zijn. De duurzaamheidsvisie geeft per pijler antwoord op onderstaande vragen: • Hoe draagt dit project bij aan de duurzaamheidsopgaven van Hoorn? • Welke kansen liggen in of rondom dit gebied en krijgen dus extra aandacht? • Wat zijn de grote uitdagingen in dit gebied en krijgen dus extra aandacht? • Op welke manier kun je die grote uitdagingen potentieel het hoofd bieden (op hoofdlijnen)? • Welke dilemma’s brengt dit met zich mee? • Welk basisniveau en welke streefwaarde per opgave en hoe wordt dit gemeten? • Hoe worden de integrale afwegingen gemaakt tussen de opgaven? Het proces van het maken van een duurzaamheidsvisie begint met een analyse van kansen en uitdagingen in het gebied, vaak met behulp van tools zoals een SWOT-analyse. Vervolgens wordt per ambitie een basisniveau bepaald en worden extra inspanningen geïdentificeerd.
Diverse instrumenten kunnen helpen bij het maken van keuzes, afhankelijk van de projectomstandigheden. Hoe de duurzaamheidsvisie wordt opgesteld bepaalt de initiatiefnemer, de gemeente stelt hieraan geen vormeisen, zolang dit antwoord geeft op bovenstaande vragen. Dit kan aan de hand van de vier duurzaamheidspijlers. Zie Handreiking Duurzaamheid Bouwontwikkelingen. De gemeente laat zich graag verrassen door nieuwe innovatieve oplossingen. Voorbeeld inhoudsopgave Duurzaamheidsvisie: 1. Inleiding (korte beschrijving van het gebied) 2. Energietransitie a. Kansen in het gebied voor de energietransitie b. Uitdagingen in het gebied voor de energietransitie 3. Circulaire (bouw) economie a. Kansen in het gebied voor de circulaire (bouw) economie b. Uitdagingen in het gebied voor de circulaire (bouw) economie 4. Klimaatbestendigheid en groen a. Kansen in het gebied voor klimaatbestendigheid en groen b. Uitdagingen in het gebied voor klimaatbestendigheid en groen 5. Duurzame mobiliteit en luchtkwaliteit a. Kansen in het gebied voor duurzame mobiliteit en luchtkwaliteit b. Uitdagingen in het gebied voor duurzame mobiliteit en luchtkwaliteit 6. Conclusie en vervolgstappen 4.2 Werkwijze Duurzaamheidsplan De gemeente vraagt om een duurzaamheidsplan om de visie te concretiseren en te integreren in de plan- en ontwerpfase van projecten.
Zowel bij stedenbouwkundige plannen als bij kleinere bouwprojecten. Het duurzaamheidsplan kan worden opgesteld door de grondeigenaar/ontwikkelaar zelf of met hulp van experts, zoals adviesbureaus, waarbij de gemeente ondersteuning kan bieden.
44
Een duurzaamheidsplan is een praktische vertaling van de duurzaamheidsvisie, waarbij de focus ligt op concrete maatregelen om de visie te realiseren. Het plan beschrijft specifieke stappen en oplossingen, en vertaalt de visie naar meetbare en haalbare doelen. Het proces van het maken van een duurzaamheidsplan omvat het verder uitwerken van de duurzaamheidsvisie, waarbij verschillende methodieken zoals BREEAM, GPR, MPG en BENG kunnen helpen om samenhangende maatregelen te definiëren. In een duurzaamheidsplan wordt beschreven welke maatregelen worden genomen om de ambities uit de duurzaamheidsvisie te realiseren, gericht op de vier pijlers: Energietransitie, Circulaire economie, Klimaatbestendigheid en Groen en Duurzame mobiliteit. Het duurzaamheidsplan geeft per pijler antwoord op onderstaande vragen: 1. Welke maatregelen neem je om de kansen in dit gebied te benutten? 2. Welke maatregelen neem je om de uitdagingen in dit gebied het hoofd te bieden? 3. Welke prestatie levert dit op de verschillende duurzaamheidsthema’s, worden de streefwaardes uit de duurzaamheidsvisie gerealiseerd en zo nee waarom niet? Bijvoorbeeld: 1. Energietransitie: benoem het uiteindelijke energieplan. 2. Circulaire (bouw) economie: Hoeveel procent biobased materialen worden hier toegepast (% kg van het totaal)? 3.
Klimaatbestendigheid en groen: Komen er nestkastjes? Komen er groene gevels of daken? Wat is het percentage verhard oppervlak? Hoe wordt hemelwater afgekoppeld en hoe vindt waterberging plaats? 4. Duurzame mobiliteit: Komen er extra laadpalen? Wat is verder lopen: de fietsberging of de autogarage? Is er deelmobiliteit of MaaS (Mobility As A Service) beschikbaar? Klimaatbestendige parkeerplaatsen? 4.3 Handreiking Duurzaamheid Bouwontwikkelingen Om de duurzame gebiedsontwikkeling te realiseren heeft de gemeente dit overkoepelende document ontwikkeld in samenspraak met corporaties en ontwikkelaars. Het doel is om zo vroeg mogelijk in projecten het gesprek te voeren over de duurzaamheidsopgaven en maatregelen hoe het project hier invulling aan geeft. In bijlage 1 staan de uitgangspunten en ambities op het gebied van energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie. Marktpartijen hebben deze geëvalueerd en als haalbaar beschouwd.
5
Vervolg
5.1 Procesbeschrijving Na eerdere verkenningen in de tien voorliggende jaren nam het college begin 2023 een nieuwe aanloop in de ontwikkeling. Met deze nieuwe aanloop is een knip gemaakt tussen de schoolontwikkelingen en de ontwikkelingen voor woningbouw. Kennis uit het verleden wordt meegenomen en de samenhang tussen verschillende projecten in de drie deelgebieden is belangrijk. Begin 2023 is de omgeving schriftelijk geïnformeerd over de ontwikkelingen in het Eikstraatkwartier. In februari 2023 ontving de omgeving een brief over het besluit van het college om een nieuwe aanloop te nemen en hoe de ontwikkeling in elkaar zit. In juni 2023 werd in een brief aan de omgeving toegelicht welke stappen gezet worden en wat een Nota van Uitgangspunten is. Ook is de omgeving in die brief uitgenodigd voor een inloopbijeenkomst op 11 juli 2023. Hier ging de gemeente het gesprek aan met bewoners over wat zij belangrijk vinden in deze ontwikkeling. Na 45
het doorlopen van de eerste participatieronde op 11 juli 2023, met inbreng vanuit de omgeving over wat zij belangrijk vindt bij de ontwikkeling, is deze NvU afgerond. Dit document is vervolgens vrijgegeven door het college en beschikbaar gesteld aan de bewoners in de omgeving. Vervolgens vond hiervoor een tweede participatieronde plaats op <13 maart 2024>, waarin de gemeente de NvU en het vervolgproces heeft toegelicht. Ook is de NvU op <26 maart 2024> meningvormend voorgelegd aan de gemeenteraad. Na vaststelling van de NvU door het college wordt de gemeenteraad per raadsbrief geïnformeerd over de aanpassingen die het college na de tweede participatieronde en de meningvormende raad op het plan heeft gedaan. De NvU heeft een voorlopig karakter waaraan geen rechten kunnen worden ontleend. Voor het wijzigen of afwijken van het planologisch kader is namelijk instemming van de gemeenteraad nodig2. Met deze NvU wordt vervolgens het traject van partnerselectie gestart. De doorlooptijd van deze procedure en de globale vervolgstappen zijn opgenomen in paragraaf 4.3.4. Het college spant zich in voor het voeren van de noodzakelijke planologische procedure om het bouwplan mogelijk te maken.
Afhankelijk van de van toepassing zijnde procedure onder de Omgevingswet, moet de raad een besluit nemen of een bindend advies3 gegeven moet worden over de juridische procedure die de ontwikkeling mogelijk maakt. Zie ook paragraaf 1.7.5 voor meer informatie over het adviesrecht. Gronduitgifte In de tender voor partnerselectie gaat de gemeente op zoek naar een ontwikkelende partij die de drie deelgebieden voor woningen en RAC-parkeerlocatie kan realiseren. Uitgangspunt daarbij is dat de gemeente ervan uitgaat dat de ontwikkeling, zoals beschreven in deze NvU, na aftrek van door gemeente gemaakte en nog te maken kosten voor dit project, minimaal kostendekkend is. Daarnaast is een marktconformiteitstoets op de inschrijving(en) aan de orde zijn. De gemeente heeft daarbij voor ogen dat tijdens de partnerselectie partijen haar eigen kosten dragen, waarbij de gemeente uitgaat van inzet van mensuren en minimale onderzoekskosten. Beide partijen dragen het risico voor deze inzet. Procedure omgevingsrecht De Omgevingswet trad met ingang van 1 januari 2024 in werking. Vanaf 1 januari 2024 is er sprake van een tijdelijk omgevingsplan van rechtswege, dat bestaat uit alle ruimtelijke plannen (zoals bestemmingsplannen) en de bruidsschat. De gemeente werkt aan het omzetten van het tijdelijk omgevingsplan van rechtswege naar één omgevingsplan dat voldoet aan alle vereisten van de Omgevingswet.
Hiervoor geldt een overgangsperiode tot 2032. Initiatieven kunnen vanaf 1 januari 2024 in beginsel mogelijk worden gemaakt met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) of een wijziging van het omgevingsplan. Het is onder meer afhankelijk van het functioneren van het digitaal stelsel (DSO) of een wijziging van het omgevingsplan al mogelijk is kort na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ook geldt dat de structuur van het omgevingsplan nog in opbouw is. Om deze redenen verdient het de voorkeur om initiatieven vlak na inwerkingtreding zoveel mogelijk via een BOPA mogelijk te maken. Voor een BOPA geldt standaard een reguliere vergunningprocedure waarbij de gemeente binnen 8 weken een omgevingsvergunning moet verlenen. De beslistermijn kan eenmalig met zes weken worden verlengd. In 2 Hetzij doordat een wijziging van het omgevingsplan een bevoegdheid is van de gemeenteraad, hetzij doordat bij een buitenplanse
omgevingsplanactiviteit in aangewezen gevallen sprake is van bindend adviesrecht van de gemeenteraad. 3 Raadsbesluit 8 februari 2022: Dit is nodig ingeval het college van burgemeester en wethouders voornemens is mee te werken aan een aanvraag om omgevingsvergunning die in strijd is met het omgevingsplan en die niet past in een door de gemeenteraad vastgesteld ruimtelijk kader danwel die voorziet in een ingrijpende wijziging van de stedenbouwkundige of ruimtelijke structuur.
46
bepaalde gevallen kan het college van burgemeester en wethouders besluiten om de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren met een beslistermijn van 26 weken. Dit geldt wanneer milieu een rol speelt of als het een plan betreft dat een aantasting van de fysieke leefomgeving tot gevolg heeft en waar naar verwachting veel weerstand tegen is. Ook kan de aanvrager verzoeken de uitgebreide procedure toe te passen. Om te kunnen voldoen aan deze termijnen, dienen alle onderzoeken en onderbouwingen zoveel mogelijk te zijn afgerond voordat de aanvraag wordt ingediend. De beslistermijn van 26 weken kan eenmalig met zes weken worden verlengd. 5.2
Communicatie en participatie
Risico’s en kansen Aan dit project zijn risico’s verbonden, die van directe invloed kunnen zijn op de voortgang en resultaten van het project. Deze liggen met name bij de initiatiefnemer/ontwikkelaar, maar de gemeente is medeverantwoordelijk om dit project tot stand te brengen en daarmee problemen op te lossen. De volgende risico’s kunnen onder meer worden benoemd: ➢ De economische uitvoerbaarheid van het project. ➢ Bezwaren van omwonenden. ➢ Bindend advies/besluit van de gemeenteraad. ➢ Aantonen regionale behoefte aantal en type woningen. ➢ Onderzoeksresultaten van een aantal omgevingsonderzoeken (b.v. archeologie, luchtkwaliteit, akoestisch onderzoek en externe veiligheid). Een deel van deze risico's kan ook omgezet worden in kansen door in een transparant proces met ontwikkelaar en omgeving te komen tot een ontwikkeling die past in de kwaliteiten van het woongebied, zoals omschreven in deze NvU. Met oog voor de belangen van alle partijen (o.a. ontwikkelaar, gemeente en omgeving) vindt de planvorming plaats. Communicatie en participatie De projectmanager is het eerste aanspreekpunt over het plan voor de initiatiefnemer/ontwikkelaar. De initiatiefnemer/ontwikkelaar en projectmanager zorgen in overleg voor het delen van de juiste informatie met alle betrokkenen binnen de gemeente, maar ook naar derden zoals stakeholders in de omgeving, omwonenden en externe adviseurs.
De gemeenteraad heeft vastgesteld dat als bindend advies van de gemeenteraad nodig is, participatie verplicht is. Er is een participatietraject opgestart met omwonenden. Op initiatief van een aantal omwonenden stelde de omgeving in 2022 een participatieplan op. Deze is opgenomen in de bijlage 7 en geeft de betrokkenheid aan van de omgeving. Het participatieplan is niet door de gemeente vastgesteld, maar dient door de initiatiefnemer/ontwikkelaar wel als input te worden meegenomen bij de uitwerking van zijn eigen participatieplan. Met een buurtwerkgroep voert de gemeente overleg over de wijze waarop omwonenden worden betrokken (proces en vorm). De buurtwerkgroep stelde vervolgens drie deelwerkgroepen samen voor de drie ontwikkellocaties. Naast de betrokkenheid vanuit deze omwonenden voerde de projectmanager met een aantal stakeholders apart overleg. Stakeholders zijn voor de gemeente omwonenden, bedrijven of organisaties met een specifiek belang, anders dan het algemene belang van alle omwonenden. Een overzicht van stakeholders met hun belangen is, geanonimiseerd, opgenomen in de bijlage 8 stakeholders. Het vervolg van dit traject, maar ook nog toekomstige vormen van participatie moeten door de initiatiefnemer/ontwikkelaar van het plan vastgelegd worden in een plan van aanpak over participatie en 47
communicatie. Het overleg met omwonenden wordt volgens het plan van aanpak in de verdere fasen van de planontwikkeling uitgevoerd. De wijze waarop het participatieproces heeft plaatsgevonden en op welke wijze de reacties zijn verwerkt en wel of niet zijn meegenomen in de planontwikkeling is van belang bij de uiteindelijke advisering en besluitvorming op het plan door de gemeenteraad. Participatiebijeenkomst Naast de eerdergenoemde brieven aan de hele omgeving is met de buurtwerkgroep en de drie deelwerkgroepen op 11 april 2023 bijgepraat. Onderwerpen waren de nieuwe aanloop van de ontwikkeling door de gemeente, de status van de ontwikkeling van woningen en scholen en de beoogde start van de partnerselectie. De betrokkenen hebben, op uitnodiging van de gemeente, met elkaar een notitie opgesteld als input vanuit de omgeving voor deze NvU. Deze notitie is, zoals afgesproken met de omgeving, opgenomen als onderdeel van bijlage 9 en voorzien van een reactie vanuit de gemeente. Met betrokkenen is besproken een inloopbijeenkomst te houden voor de zomer van 2023 om aandachtspunten op te halen uit de omgeving, aanvullend aan het participatieplan en de notitie. De resultaten van deze eerste participatieronde van 11 juli 2023 zijn verwerkt in de bijlage 10 Opbrengst participatiebijeenkomst 11 juli 2023’ en voorzien van een reactie vanuit de gemeente.
Op initiatief vanuit de omgeving vond op 13 december een bijeenkomst plaats waarin de buurtwerkgroep haar bevindingen presenteerde aan de omgeving. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 9, als aanvulling op de eerder aangeleverde uitgangspunten. De concept NvU is door het college beschikbaar gesteld aan de omgeving. Aanvullend vond hiervoor vervolgens op <13 maart 2024> een 2e participatieronde plaats om te horen of de inbreng uit de omgeving goed is verwerkt. Met de omgeving is gecommuniceerd dat de NvU de basis vormt voor de partnerselectie en dat de beoogde partner (ontwikkelaar) het vervolg van de participatie opneemt in haar participatieplan. Indicatieve planning Omschrijving
Planning
Bestuursorgaan
Nota van Uitgangspunten concept en vrijgeven voor participatie en meningvormende raad
Begin 2024
College
Nota van Uitgangspunten definitief vaststellen Start partnerselectie en uitwerking planvorming
April 2024 2024 - 2025
College
Planontwikkeling en uitvoeren onderzoeken
2025
Start voorbereiding ruimtelijke procedure
2025
Ruimtelijke procedure starten
2026
College en gemeenteraad
Omgevingsvergunning
2026
College
Eventuele beroepsprocedure Start bouw (bij geen beroepsfase)
2027 - 2030
48
6
BIJLAGEN 1. Handreiking Duurzaamheid bouwontwikkelingen. 2. Archeologische quickscan 05-07-2023 RAC-parkeerlocatie. 3. Archeologische quickscan 05-07-2023 Abbingstraat/Eikstraat. 4. Archeologisch advies 27-06-2023 Wilhelminalaan 1 en 5. 5. Informatie gemeentelijk monument Johan Messchaertstraat 1. 6. Redengevende omschrijving monument Eikstraat 3, Mariaschool. 7. Participatieplan omgeving Eikstraatkwartier. 8. Overzicht stakeholders ontwikkeling Eikstraatkwartier, anoniem. 9. 2023-12-16 Uitgangspunten buurt mede op basis van beleidsdocumenten. 10. Opbrengst inloopbijeenkomst 11 juli 2023, anoniem.
49