CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Concept nota van uitgangspunten Eikstraatkwartier

Algemene Raadscommissie - Raadzaal 26 maart 2024, gemeente HoornBij agendapunt: Meningvormende bespreking concept Nota van Uitgangspunten Ontwikkeling Eikstraatkwartier (Portefeuillehouder Assendelft)19.984 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota van uitgangspunten Ontwikkelingen Eikstraatkwartier (deelproject woonlocaties)

In samenhang met de ontwikkeling van twee deelprojecten schoollocaties

Colofon Deze nota is opgesteld ter definitieve vaststelling door het college van Burgemeester en Wethouders van Hoorn op <…...> nadat deze op <13 maart 2024> met de omwonenden uit de omgeving is besproken tijdens een openbare bijeenkomst en vervolgens op <26 maart 2024> in een meningvormende raad is besproken. Dit document is opgesteld door de projectgroep Ontwikkelingen Eikstraatkwartier. Initiatiefnemer: Gemeente Hoorn Projectmanager: M. Bakelaar

1

Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------2 1

INLEIDING -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

2

RUIMTELIJKE UITGANGSPUNTEN ---------------------------------------------------------------------------------------------19 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11 2.12 2.13 2.14

3

WERKWIJZE DUURZAAMHEIDSVISIE -------------------------------------------------------------------------------------------44 WERKWIJZE DUURZAAMHEIDSPLAN -------------------------------------------------------------------------------------------44 HANDREIKING DUURZAAMHEID BOUWONTWIKKELINGEN -------------------------------------------------------------------45

VERVOLG ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------45 5.1 5.2

6

KABELS EN LEIDINGEN, NUTSRUIMTEN ----------------------------------------------------------------------------------------40 RIOLERING ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------40 EIGENDOMSSITUATIE -----------------------------------------------------------------------------------------------------------41 WATEROPGAVE/GROEN -------------------------------------------------------------------------------------------------------41 AFVALINZAMELING -------------------------------------------------------------------------------------------------------------41 NOOD- EN HULPDIENSTEN -----------------------------------------------------------------------------------------------------41 LOKAAL WARMTE-INITIATIEF --------------------------------------------------------------------------------------------------42 KEURMERK WONEN ------------------------------------------------------------------------------------------------------------42 MILIEU- EN OMGEVINGSONDERZOEKEN ---------------------------------------------------------------------------------------43

DUURZAAMHEID ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------43 4.1 4.2 4.3

5

ALGEMEEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------19 PLEK IN DE STAD ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------19 STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN -----------------------------------------------------------------------------------21 WELSTAND ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------25 BEELDKWALITEIT ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------26 WONEN-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------27 MAATSCHAPPELIJK -------------------------------------------------------------------------------------------------------------30 SPELEN EN SPORT --------------------------------------------------------------------------------------------------------------30 ECONOMIE ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------31 VERKEER EN PARKEREN --------------------------------------------------------------------------------------------------------31 ERFGOED

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------34 TOERISME ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------39 SOCIALE VEILIGHEID ------------------------------------------------------------------------------------------------------------39 GEZONDHEID -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------39

TECHNISCHE UITGANGSPUNTEN ---------------------------------------------------------------------------------------------40 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

4

INLEIDING ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------4 INITIATIEF ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------4 COLLECTIEF PARTICULIER OPDRACHTGEVERSCHAP -----------------------------------------------------------------------------5 SAMENHANG MET ANDERE PROJECTEN -----------------------------------------------------------------------------------------5 LOCATIE --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------5 STRUCTUUR VAN DE WIJK --------------------------------------------------------------------------------------------------------8 BELEIDSKADER -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------8

PROCESBESCHRIJVING ----------------------------------------------------------------------------------------------------------45 COMMUNICATIE EN PARTICIPATIE ---------------------------------------------------------------------------------------------47

BIJLAGEN ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------49 2

3

1

Inleiding

1.1 Inleiding Een Nota van Uitgangspunten (NvU) wordt opgesteld voorafgaand aan de ruimtelijke procedure van een project. De NvU is bedoeld voor de ontwikkeling van een bouwplan op een locatie. In een NvU is een overzicht opgenomen van het vigerend beleid dat voor het project van toepassing is. Om medewerking te kunnen verlenen aan het project moet worden aangetoond dat het project rekening heeft gehouden met diverse beleidsstukken en dat het project in overeenstemming is met de uitgangspunten die hieruit volgen. Een NvU vormt de basis om tot een stedenbouwkundig plan te komen waarmee de gemeente bereid is planologisch medewerking te verlenen in afwijking van het voor de locatie geldende omgevingsplan. Indien in de fase van de totstandkoming van de NvU wordt geconstateerd dat afwijking van beleid op onderdelen wenselijk of noodzakelijk is, zal dit in de NvU worden gemotiveerd. De NvU wordt vastgesteld door het college. Dit na participatie met de omgeving en nadat de gemeenteraad hierover meningvormend heeft gesproken. Gezien de complexiteit van de ontwikkeling, zowel financieel als ruimtelijk, wil de gemeente de ontwikkeling samen met marktpartijen en de omgeving uitwerken. Een tenderprocedure voor partnerselectie is daarvoor een goed instrument binnen gebiedsontwikkeling. Deze NvU dient als basis in de tenderprocedure voor de partnerselectie voor het onderdeel woningbouw.

Los daarvan vindt in hetzelfde plangebied op twee van de drie deelgebieden ook een schoolontwikkeling plaats op initiatief van de schoolbesturen. Deze schoolontwikkelingen staan los van genoemde tenderprocedure, maken geen onderdeel uit van de planvorming, maar kennen wel een nadrukkelijk stedenbouwkundige samenhang. In deze NvU is gezocht naar een balans in voorkantsturing. Het is belangrijk om de ontwikkelende partij voldoende ruimte te geven om, samen met gemeente en omgeving, te komen tot een haalbaar en gedragen stedenbouwkundig plan. Daarnaast is het wenselijk om vanuit de gemeente en omgeving input te leveren over wat zij écht belangrijk vinden. Deze balans is zorgvuldig afgewogen, omdat elke aanscherping of versoepeling gevolgen kan hebben voor de haalbaarheid en het interne en externe draagvlak voor de gebiedsontwikkeling. 1.2 1.2.1

Initiatief Aanleiding

De aanleiding voor de totale gebiedsontwikkeling is tweeledig. Enerzijds hebben de Mariaschool en Montessorischool een locatiestudie gedaan naar de verschillende (dis)locaties. Clustering van locaties van beide basisscholen in de binnenstad en het Venenlaankwartier is wenselijk. Samenvoeging van de locaties in dit deel van het Venenlaankwartier werd het meest optimaal gevonden. Anderzijds komen drie locaties van de huidige Integraal Kind- en Expertise Centra in 2025 vrij. Hierdoor ontstaat ruimte om op deze locaties woningen te realiseren. De RAC-parkeerlocatie blijft als voorziening van de binnenstad noodzakelijk en moet een plek krijgen binnen de totale ontwikkeling. Het project waarvoor deze NvU is opgesteld gaat over de ontwikkeling van drie woningbouwlocaties en de RAC-parkeerlocatie. En dus niet over de initiatieven van de twee scholen (Mariaschool en Montessorischool) in het gebied. Voor de scholen worden de uitgangspunten niet in deze NvU beschreven maar vindt met de betreffende architecten en adviseurs een uitwerking plaats. De woningbouwlocaties en de scholen kennen een nadrukkelijke onderlinge samenhang. Omdat integraal is gekeken naar de totale ontwikkeling, is in deze NvU wél die samenhang tussen de locaties van de scholen, de woningen en de RAC-parkeerlocatie beschreven. 4

1.2.2

Omschrijving initiatief

In de Omgevingsvisie Hoorn is opgenomen dat de wijken Hoorn-Noord en het Venenlaankwartier de ambitie hebben uit te groeien tot bruisende stadswijken. Belangrijk voor de groei naar stadswijken is het intensiveren van de wijken door het benutten en versterken van de unieke ruimtelijke kwaliteit van de wijken, met haar historische karakter van linten en lanen als dragers. De opgave is het realiseren van een markante ontwikkeling met een representatieve uitstraling naar het openbaar gebied. Door het verbeteren van groen en verblijfsplekken worden de ruimtelijke kwaliteiten versterkt waardoor de doorwaadbaarheid en gebruiksmogelijkheden toenemen. De gemeente Hoorn maakt een ambitiesprong in het stedelijk gebied en realiseert stedelijke woonmilieus waarin wonen, werken en verblijven samenkomen en een duidelijke meerwaarde opleveren voor de stad. Kansen hiervoor liggen met name in verdichting in de stedelijke rand rondom de binnenstad. 1.3 Collectief Particulier Opdrachtgeverschap De gewenste samenhang van woningen, scholen, openbare (verblijfs-)ruimte en parkeren en inpassing in de bestaande omgeving, maken de totale ontwikkeling complex. Daarom is collectief particulier opdrachtgeverschap ongewenst. In een enkel geval kan ruimte geboden worden aan een initiatief van een individu wanneer dit aan de rand van deelgebieden eenvoudig inpasbaar is in de totale ontwikkeling.

1.4 Samenhang met andere projecten Op de locatie oude hockeyvelden aan de Nieuwe Steen in Hoorn wordt een IKEC (Integraal Kind- en Expertise Centrum) ontwikkeld. Dit is een onderwijsgebouw vergelijkbaar met de IKC’s, maar dan voor bijzonder onderwijs. Na oplevering van deze nieuwbouw komen de gebouwen De Eenhoorn aan de Abbingstraat 1A, de Eikstraat 36 en De Wissel aan de Wilhelminalaan vrij (voorzien in 2025). Afhankelijk van de planvorming van de Maria- en Montessorischool, kunnen deze scholen tijdens de bouw van hun eigen schoolgebouw(-en) tijdelijk gebruik maken van de beschikbaar gekomen gebouwen van het IKEC, inclusief gymzaal. De Montessorischool kan desgewenst tijdelijk gebruik maken van de locatie Eikstraat 36 en/of De Eenhoorn aan de Abbingstraat 1A. De Mariaschool kan tijdelijk haar intrek nemen in De Wissel aan de Wilhelminalaan. Daarna zijn de drie locaties beschikbaar voor herontwikkeling voor woningbouw (voorzien begin 2027). Afstemming tijdens de planvoorbereiding tussen de initiatiefnemers van de scholen enerzijds en de ontwikkelaar van de woningen anderzijds is essentieel. Dit loopt via de projectmanager van de gemeente. Ontwikkelingen moeten ruimtelijk passen en samenhang vertonen en ook voor de omgeving moet duidelijk zijn hoe verschillende initiatieven zich tot elkaar verhouden.

De afhankelijkheid van initiatiefnemers/ontwikkelaars en gemeente, van omgeving en gemeente en van de drie partijen gezamenlijk vergt continue samenwerking en respect voor elkaars belangen. 1.5 Locatie Deze Nota van Uitgangspunten betreft drie deellocaties binnen één plangebied: 1. Abbingstraat/Eikstraat Deze locatie is thans in gebruik door de Mariaschool en IKEC De Eenhoorn. 2. RAC Johan Messchaertstraat/Eikstraat Deze locatie is thans in gebruik door de Montessorischool, IKEC Eikstraat en voor parkeren voor de binnenstad (RAC-parkeerlocatie). 3. Wilhelminalaan Deze locatie is thans in gebruik door IKEC De Wissel.

5

1.5.1

Locatie Abbingstraat/Eikstraat

Op de locatie Eikstraat is momenteel de Mariaschool (PO-onderwijs) gevestigd. Op de locatie Eikstraat wordt een IKC (Integraal Kindcentrum) met een dubbele gymzaal ontwikkeld voor de Mariaschool. Het schoolbestuur is bouwheer en de aanbouw aan het monumentale pand is voorzien aan de achterzijde. Een schetsontwerp is begin 2024 beschikbaar. Het huidige schoolgebouw van de Mariaschool aan de Eikstraat is een gemeentelijk monument met uitzondering van de later aangebouwde oostvleugel en de achterzijde van het gebouw. Ook het schoolplein en de erfgrensafzetting behoren tot het gemeentelijke monument en dienen door de school geïntegreerd te worden in het ontwerp. Voor een nadere omschrijving wordt verwezen naar bijlage 6: redengevende omschrijving monument Eikstraat 3. Op de locatie is ook het gebouw van De Eenhoorn gevestigd. De Eenhoorn huisvest bijzonder onderwijs en wordt gesloopt zodra de nieuwbouw van een IKEC in de Nieuwe Steen is gerealiseerd (verwachting 2025). Deze ruimte kan benut worden voor woningbouw en eerst optioneel voor tijdelijke huisvesting van de Montessorischool. Een optionele gedachte is dat een deel van het plein van de Mariaschool mogelijk in de avonduren en het weekend gebruikt kan worden voor bezoekerparkeren van de nieuw te realiseren woningen.

6

1.5.2

Locatie RAC Johan Messchaertstraat/Eikstraat

Op de locatie RAC Johan Messchaertstraat/ Eikstraat is momenteel de Montessorischool gevestigd. Aan de zijde Johan Messchaertstraat wordt een Montessori kindcentrum (MKC) ontwikkeld. Het schoolbestuur is bouwheer en de aanbouw aan het monumentale pand is voorzien aan de achterzijde. Het schoolgebouw is gedeeltelijk een gemeentelijk monument. Het schoolgebouw aan de Johan Messchaertstraat 1 met bijbehorende erfafscheiding is van algemeen belang vanwege architectuur en cultuurhistorische waarde. Het is een gaaf bewaard voorbeeld van een openbare lagere school uit de tweede kwart van de 20 e eeuw en als karakteristiek werk uit het oeuvre van de Hoornse gemeentearchitect Jb. Faber. Het gebouw heeft ook stedenbouwkundige waarde omdat het deel uitmaakt van een rij van drie scholen aan de noordzijde van de Johan Messchaertstraat. Voor het overige wordt verwezen naar bijlage 5. Gemeentelijk monument Johan Messchaertstraat 1. Het gebouw van de IKEC aan de Eikstraat 36 huisvest bijzonder onderwijs en kan worden gesloopt zodra de nieuwbouw van een IKEC in de Nieuwe Steen is gerealiseerd (verwachting 2025) en de locatie niet meer gebruikt wordt als eventuele tijdelijke locatie voor de Montessorischool ten tijde van haar bouwwerkzaamheden. De vrijkomende ruimte kan benut worden voor woningbouw.

Verder voorziet de locatie op dit moment in betaald openbaar parkeerplekken voor 87 auto’s, waarvan er binnen de ontwikkeling ook 87 terug moeten komen.

7

1.5.3

Locatie Wilhelminalaan

Het gebouw van De Wissel aan de Wilhelminalaan huisvest bijzonder onderwijs en kan worden gesloopt zodra de nieuwbouw van een IKEC in de Nieuwe Steen is gerealiseerd (verwachting 2025) en de locatie niet meer gebruikt wordt als tijdelijke locatie voor de Mariaschool ten tijde van haar bouwwerkzaamheden. Dit geldt ook voor de aangrenzende gymzaal. De vrijkomende ruimte kan vervolgens volledig benut worden voor woningbouw met maatschappelijke/commerciële voorzieningen. 1.6 Structuur van de wijk Het gebied tussen de Draafsingel en de Liornestraat is één van de oudere uitbreidingswijken rondom het historisch centrum. De wijk bestaat voor een groot deel uit grondgebonden woningen uit de 19e eeuw aan de Draafsingel maar ook woningen uit de jaren ’30 en ’50 van de vorige eeuw verder in de wijk. Veel panden, met name aan de Draafsingel, hebben een monumentale status. Juist door het gebruik van laanbomen heeft het gebied een lommerrijk en groen karakter en biedt daarmee een aangenaam woonmilieu. Bijzonder is het grote aantal schoollocaties binnen het plangebied. De schoolgebouwen zijn uit dezelfde tijd als een groot deel van de woningbouw met het merendeel uit de jaren ’30 en ’50 en zorgen door de beperkte hoogte van één laag of één laag met kap voor een kleinschalig karakter.

Delen van de Mariaschool aan de Eikstraat en de Montessorischool aan de Johan Messchaertstraat hebben een gemeentelijke monumentale status. Het gebied heeft door de ligging aan het historisch centrum, de ruimtelijke opbouw en het relatief grote aantal monumentale panden een bijzonder, historisch en kleinschalig karakter. Door de relatief grote voortuinen, het vele groen rondom de schoollocaties en de laanbomen heeft het gebied daarnaast een zeer groen en lommerrijk karakter. Verder heeft het gebied een levendig karakter door de relatief vele voorzieningen in onderwijs, zorg, religie, kinderopvang maar ook werk aan huis. Dit maakt de wijk een prettige stadswijk en erg gewild als woon- en werkmilieu. 1.7 Beleidskader Deze paragraaf gaat in op diverse relevante beleidsstukken. Hier wordt aangegeven waar het initiatief bij de uitwerking van het plan rekening mee moet houden. Het beoogt geen uitputtende opsomming van beleid te geven, maar maakt de meest belangrijke beleidskaders inzichtelijk waar het initiatief in ieder geval aan wordt getoetst.

8

1.7.1

Ladder voor duurzame verstedelijking

WWW.WETTEN.NL

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) was de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ geïntroduceerd. Het doel is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en een goede ruimtelijke ordening bewerkstelligen, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. De behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling moest daarom worden afgewogen en gemotiveerd. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) per 1 januari 2024 is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ voortgezet. De omzetting van het de ladder naar het Besluit kwaliteit leefomgeving heeft zonder beleidsinhoudelijke wijziging plaatsgevonden. Wel is het instrument omgezet naar het nieuwe stelsel en is een deel van de jurisprudentie gecodificeerd. Artikel 5.129g Bkl schrijft voor dat voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden wordt met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling.

Als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied dient rekening te worden gehouden met de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Consequenties voor dit project: De ontwikkeling van het plangebied is een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in het Bkl, binnen het stedelijk gebied. In de ruimtelijke procedure zal het plan moeten worden voorzien van een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking door aan te tonen dat rekening is gehouden met de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling. 1.7.2

Omgevingsvisie NH2050

HTTPS://WWW.NOORDHOLLAND.NL/ONDERWERPEN/RUIMTELIJKE_INRICHTING/PROJECTEN/OMGEVINGSWET/OMGEVINGSVISIE

Met het op 28 november 2018 vaststellen van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 heeft de provincie voor ogen om balans te creëren tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving: 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio’s, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen, vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal.

Consequenties voor dit project: Hoewel alle 5 bewegingen onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, is vooral beweging 3 in het bijzonder relevant voor dit project. De beweging ‘Sterke kernen, sterke regio’s’ heeft als speerpunten: ontwikkelen op basis van eigen kracht en kwaliteiten, voorzieningenniveau en bereikbaarheid op peil houden, behoud en 9

ontwikkeling van krachtige identiteiten, principe van versterken complementariteit en regionale netwerken, mogelijkheden om te bouwen voegen zich naar de vraag op dat moment. De beweging ‘Sterke kernen, sterke regio’s’ beoogt handvatten te geven om de werkgelegenheid, het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid op peil te houden en om dorpen, steden en regio’s de krachtige identiteit die ze zo kenmerkt te laten behouden of te ontwikkelen. Of er mogelijkheden komen om te bouwen, hangt mede af van de vraag die er op dat moment is. 1.7.3

Omgevingsverordening NH2022

OMGEVINGSVERORDENING NOORD-HOLLAND 2022 | LOKALE WET- EN REGELGEVING (OVERHEID.NL) Op 1 januari 2024 is de Omgevingsverordening NH2022 (OVNH2022) in werking getreden. In de omgevingsverordening zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in NoordHolland. Hierin wordt een evenwichtige balans gezocht tussen economische groei en leefbaarheid. De OVNH2022 bevat ook regels over stedelijke ontwikkelingen. Een stedelijke ontwikkeling is een ontwikkeling als bedoeld in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het initiatief is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bkl en de OVNH2022. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken (artikel 6.13 OVNH2022) van de omgevingsverordening). In het Delegatiebesluit Omgevingsverordening NH2022 is bepaald dat Gedeputeerde Staten nadere regels stellen aan de afspraken. Consequenties voor dit project: De beoogde ontwikkeling moet in overeenstemming zijn met afspraken in de regio. 1.7.4

Omgevingsvisie Hoorn

HTTPS://WWW.RUIMTELIJKEPLANNEN.NL/DOCUMENTS/NL.IMRO.0405.OVHOORN-VA01/D_NL.IMRO.0405.OVHOORNVA01.PDF

Op 8 februari 2022 is de omgevingsvisie van de gemeente Hoorn vastgesteld door de gemeenteraad. Om Hoorn nog completer, krachtiger en leefbaarder te maken, investeren we in aantrekkelijkere nieuwe en bestaande stads- en woonwijken. Het is van belang om de juiste woningen op de juiste plek te bouwen en voor de juiste doelgroep. Ook de levendigheid en de sfeer zijn van belang: woningen gemengd met bedrijven en voldoende ruimtes voor ontmoeting. In stadse woonomgevingen staan woningen, bedrijven en voorzieningen dichter op en door - elkaar. Het is ook van belang dat we ervoor zorgen dat de sociale en maatschappelijke voorzieningen zoals bijvoorbeeld gezondheidscentra, scholen, culturele centra en buurthuizen, meegroeien met het aantal inwoners, werknemers, scholieren en bezoekers. Consequenties voor dit project: Het plangebied wordt aangemerkt als kleinstedelijk gebied en is benoemd als een gebied waar we aan de slag gaan met de woningbouwopgave. Tijdelijk omgevingsplan: onderdeel bestemmingsplan RUIMTELIJKEPLANNEN.NL Op de gronden van het initiatief vigeert vanaf 1 januari 2024 het tijdelijk omgevingsplan dat voor deze locatie bestaat uit de volgende bestemmingsplannen: 1. Bestemmingsplan Hoorn-Noord en het Venenlaankwartier De gronden zijn bestemd als ‘Maatschappelijk’. Het realiseren van woningen past niet binnen deze bestemming. 10

2. Paraplubestemmingsplan parkeren & laden en lossen In dit bestemmingsplan is bepaald dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, afhankelijk van de functie en de locatie, moeten voldoen aan de parkeernorm welke voortvloeit uit vigerend gemeentelijk parkeerbeleid. 3. Paraplubestemmingsplannen Veegplan, Veegplan 2 en Veegplan 3 De bestemmingsplannen Veegplan en Veegplan 2 kennen geen bijzonderheden voor het plangebied. In Q4 2023 is het paraplubestemmingsplan Veegplan 3 in procedure gebracht. Ook dit plan kent geen bijzonderheden voor het plangebied. Conclusie De beoogde ontwikkeling is in strijd met het tijdelijk omgevingsplan voor wat betreft het bestemmingsplan Hoorn-Noord en het Venenlaankwartier. Ook moet bij de verdere uitwerking met de regels van de andere bestemmingsplannen rekening worden gehouden.

Deel plankaart bestemmingsplan ‘Hoorn Noord en Venenlaankwartier’ 1.7.5

Raadsbesluit adviesrecht onder de Omgevingswet.

AGENDA HOORN - GEMEENTERAAD DINSDAG 8 FEBRUARI 2022 15:00 - 22:30 - IBABS RIS (BESTUURLIJKEINFORMATIE.NL) agendapunt 10.1 Op grond van artikel 16.15 lid 1 van de Omgevingswet kan de raad gevallen aanwijzen waarin zij advies uitbrengt over de aanvraag. Het adviesrecht is een zogenaamd verzwaard adviesrecht. Dat wil zeggen dat het advies bindend is voor het college. Op 8 februari 2022 heeft de raad een besluit genomen over de gevallen waarin de raad gebruik wenst te maken van het bindend adviesrecht. Dat is het geval indien het college van burgemeester en wethouders het voornemen heeft om mee te werken aan een aanvraag van een omgevingsvergunning die in strijd is met het Omgevingsplan en die niet past in een door de gemeenteraad vastgesteld ruimtelijk kader dan wel die voorziet in een ingrijpende wijziging van de stedenbouwkundige of ruimtelijke structuur. Indien de gemeenteraad de ruimtelijke kaders heeft vastgesteld, is het college gehouden aan deze kaders. Aanvragen die in overeenstemming zijn met een eerder vastgesteld ruimtelijk kader hoeven niet voor advies te worden voorgelegd.

11

Een stedenbouwkundige structuur is de opbouw van en de manier waarop bebouwing, straten, pleinen, groen en andere openbare ruimten ten opzichte van elkaar zijn gesitueerd en zich tot elkaar verhouden. Een ingrijpende wijziging is bijvoorbeeld een grootschalige aanpassing van de weg- of groenstructuur en een wezenlijke wijziging in de bebouwingsstructuur. Hieronder wordt niet verstaan incidentele verschuivingen als gevolg van bijbehorende bouwwerken of kleinschalige aanpassingen in de stedenbouwkundige structuur, of het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen waarbij de massa van het gebouw niet wijzigt of van een tijdelijke ontwikkeling (van maximaal vijf jaren). Wanneer de aanvraag betrekking heeft op het verhogen van (delen van) een bestaand gebouw met twee bouwlagen of meer, is er sprake van een wijziging van de stedenbouwkundige structuur. Eén bouwlaag mag hierbij maximaal drie meter bedragen. Bij de toename in hoogte wordt altijd uitgegaan van het geldende planologisch kader. De bestaande feitelijke situatie is niet maatgevend. Consequenties voor dit project: Omdat er nog geen ruimtelijk kader is vastgesteld door de raad voor de ontwikkeling van de woningbouw op deze locaties, zal er over de aanvraag om omgevingsvergunning advies moeten worden ingewonnen bij de raad. Dit advies is bindend en het college dient dit advies over te nemen. 1.7.6

Raadsbesluit participatie onder de Omgevingswet

AGENDA HOORN - GEMEENTERAAD DINSDAG 8 FEBRUARI 2022 15:00 - 22:30 - IBABS RIS (BESTUURLIJKEINFORMATIE.NL) Op grond van artikel 16.55 van de Omgevingswet kan de raad gevallen aanwijzen waarbinnen het verplicht is om participatie te organiseren voor een ontwikkeling. Op 8 februari 2022 heeft de raad een besluit genomen over de gevallen waarin participatie verplicht is. Dat is het geval als het een aanvraag betreft voor een activiteit die niet in het omgevingsplan past en waarvoor de raad het adviesrecht van toepassing heeft verklaard. Ook in geval dat een project in strijd is met het omgevingsplan en waarvoor een NvU moet worden opgesteld, is participatie een verplicht onderdeel van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Voor overige gevallen is participatie niet wettelijk verplicht. De raad heeft echter wel besloten dat voor de aanvragen om omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) waarvoor geen bindend advies van de raad nodig is, de initiatiefnemer/ontwikkelaar op het belang van participatie wordt gewezen. Dit omdat alle belangen betrokken dienen te worden bij de afweging of kan worden afgeweken van het omgevingsplan en hierdoor een beter besluit kan worden genomen. Consequenties voor dit project: Omdat het adviesrecht van de raad van toepassing is, is er ook sprake van een verplichting tot participatie.

Dit zal een indieningsvereiste zijn bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor de woningen. Hier wordt al ruimschoots aandacht aan gegeven in het voortraject. In paragraaf 5.2 zal meer worden ingegaan op participatie met de omgeving. 1.7.7

Toekomst van de stad - Uitgangspunten voor ‘meer stad worden’

https://ris2.ibabs.eu/Agenda/Details/Hoorn/a45cac1c-08d8-49dc-bcc0-108af070ca39 agendapunt 8.3. De gemeenteraad heeft voor de stedelijke ontwikkeling van Hoorn ambities vastgesteld. De visie is het handvat voor de ontwikkeling om ‘meer stad te worden’. Op 6 juni 2019 heeft de gemeenteraad het volgende besloten: 1. Om een leefbare en vitale stad te blijven moet Hoorn 'meer stad worden'. 2. De gemeente Hoorn maakt een ambitiesprong in het stedelijk gebied en realiseert stedelijke woonmilieus waarin wonen, werken en verblijven samenkomen en die een duidelijke meerwaarde opleveren voor de stad. Kansen hiervoor liggen met name in verdichting in de stedelijke rand rondom de binnenstad.

12

3.

4. 5. 6.

7.

De gemeente Hoorn streeft naar het transformeren van bedrijventerreinen in of tegen het stedelijk gebied naar gebieden waarin wonen, werken en verblijven samenkomen, zodat deze gebieden aansluiten bij de rest van de stad en aantrekkelijk blijven voor inwoners, bedrijven en bezoekers. Onze ambitiesprong dragen we proactief uit en we zetten de gemeente Hoorn op de kaart als aantrekkelijke stad om te wonen, werken en te verblijven. Om onze ambities te realiseren maken we een slag van 'beheergemeente' naar 'ontwikkelingsgemeente'. De uitgangspunten zoals genoemd in dit voorstel (onder argumenten) leidend te laten zijn bij nieuwe ontwikkelingen in de stad en als leidraad te hanteren voor nog te ontwikkelen beleid zoals het economisch programma en de woonvisie. Woningbouwprojecten voor jongeren tot en met 28 jaar, bij voorkeur rondom stationsgebied(en) te (laten) realiseren, omdat dit een effectieve bijdrage levert om Hoorn, als kloppend hart van de regio, een vitale stad te laten blijven.

Vanwege de ligging én omvang van de locatie is het mogelijk om met dit initiatief optimaal invulling te geven aan de gemeentelijke ambitie ‘Hoorn meer stad’. Consequenties voor dit project: De ontwikkeling voor het Venenlaankwartier valt in het gebied ‘stedelijke rand’. Voor dit gebied zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5.

6. 7.

Waar kansen zich voordoen zetten we door verdichting in op stedelijke functies waaronder stedelijk wonen in combinatie met werken en recreëren in een aantrekkelijk verblijfsgebied. In dit gebied zetten we in op stedelijke woon- en werkmilieus. In de stedelijke rand ligt ook een grote verduurzamingsopgave die stedelijke vernieuwing kan versnellen en vice versa. We zetten in op gemengde wijken: uniforme samenstelling van wijken en buurten is niet gewenst, dit doorbreken we door hier, in overleg met eigenaren en buurtbewoners, meer in te variëren. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan onze ambitiesprong en leveren een meerwaarde op voor de stad. Voor het wonen in dit gebied zetten we in op jonge gezinnen, starters op de woningmarkt, senioren en woningzoekenden uit Hoorn en van buiten Hoorn die graag in een stedelijke setting willen wonen in de nabijheid van voorzieningen en OV-knooppunt, de historische binnenstad, het Markermeer en het stadsstrand. Het openbaar gebied is voor de mensen die hier wonen een verlengstuk van hun woning en voor bezoekers verhoogt het de aantrekkelijkheid. We zetten in op een goede kwaliteit en uitstraling. Aan doorstroming draagt de gemeente Hoorn samen met partners bij door meer in te zetten op middeldure huur en voldoende betaalbare woningen te realiseren.

Het plan dient bij te dragen aan deze gestelde ambities voor de ‘stedelijke rand’. 1.7.8

Woonvisie Hoorn 2020-2025

HTTPS://RIS2.IBABS.EU/AGENDA/DETAILS/HOORN/F327748F-D0A1-4929-B5CA-801E8551DB6B

Vanuit de Woonvisie, vastgesteld door de gemeenteraad op 20 oktober 2020, wordt ingezet op de groei van de stad, te streven naar een gemengde bevolking naar leeftijd en sociaaleconomische status per wijk, te werken aan een duurzamer woningvoorraad en in te zetten op meer sociale huurwoningen en een betere doorstroming in de sociale- en middencategorie. In de woonvisie staat dat we een verdeling van 30% goedkoop, 30% middelduur en 40% duur (in een mix van huur en koop) nastreven per wijk. Er zijn vier opgaven geformuleerd:

13

1.

2.

3.

4.

Versnelling en ontwikkeling. We zetten in op groei van de stad. We stimuleren onze partners om de bouwproductie hoog te houden om zo aan te sluiten op de gezamenlijke ambities. Daarmee trekken we nieuwe inwoners (jongeren en hoger opgeleiden) aan. Er ontstaan gemengde wijken voor de lange termijn. Wonen, zorg en welzijn. De wijken gaan bestaan uit een gemengde bevolking naar leeftijd en sociaaleconomische status. Mensen kunnen elkaar ontmoeten en naar eigen vermogen meedoen. Om de vergrijzing op te vangen gaan we aan de slag met passende woonvormen en voorzieningen en bewustwording onder de doelgroep rond de aanpassing van de woning met betrekking tot het langer zelfstandig wonen. Om personeelstekorten in de zorg te bestrijden, werken we samen om studenten in de zorg te faciliteren. Duurzaam wonen. We werken aan een duurzamere woningvoorraad en richten ons op thema’s als energieneutraliteit, circulair bouwen en alternatieven voor het gas. Sociale huurmarkt, woonwagenbewoners en buitenlandse werknemers. Meer sociale huurwoningen en betere doorstroming in de sociale- en middencategorie moeten zorgen voor voldoende aanbod. Woonwagenbewoners van Hoorn kunnen leven in een woonvorm die past bij hun culturele identiteit. Omdat de beroepsbevolking krimpt, is de gemeente ook steeds meer afhankelijk van buitenlandse werknemers.

Consequenties voor dit project: Gelet op de grote behoefte aan woningen sluit de beoogde ontwikkeling goed aan bij de doelstellingen van de Woonvisie. Verderop in de Nota van Uitgangspunten wordt meer gedetailleerd ingegaan op het woonprogramma. 1.7.9

Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Hoorn

GEMEENTEBLAD 2023, 223816 | OVERHEID.NL > OFFICIËLE BEKENDMAKINGEN (OFFICIELEBEKENDMAKINGEN.NL) Op 13 april 2023 is de Verordening doelgroepen sociale/middeldure huur en sociale koop Gemeente Hoorn 2023 vastgesteld. Deze verordening vervangt de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Hoorn uit 2019. In de verordening staan regels over sociale huur- en koopwoningen en middeldure huurwoningen waaronder inkomensgrenzen, huurprijs-en koopprijsgrenzen, instandhoudingstermijnen en zelfbewoningsplicht. De instandhoudingstermijn voor sociale huurwoningen is minimaal 25 jaar na de eerste ingebruikname en moet gedurende deze periode beschikbaar blijven voor de doelgroep. Voor geliberaliseerde woningen in de middenhuur is deze termijn 15 jaar. De instandhoudingstermijn voor sociale koopwoningen is gesplitst in het lage en het hoge segment. Voor het lage segment geldt een termijn van tien jaar. Voor het hoge segment geldt een termijn van vijf jaar. Zelfbewoningsplicht De gemeente legt voor alle nieuwbouw koopwoningen een zelfbewoningsplicht op. Hiermee beoogt de gemeente dat alleen de koper of huurder de woning uitsluitend kan gebruiken om die zelf (met zijn eventuele gezinsleden) te bewonen en die woning met de daartoe behorende grond niet aan derden te zullen (onder)verhuren.

Consequenties voor dit project: Aan de sociale koop- en huurwoningen en middeldure huurwoningen zijn voorwaarden verbonden met betrekking tot inkomensgrenzen, huurprijs- en koopprijsgrenzen en instandhoudingstermijnen.

14

1.7.10

Regionale afstemming

Na vaststelling van de Nota van Uitgangspunten en de uitwerking van een concreet bouwplan met bijbehorend programma, moet het woningbouwinitiatief regionaal worden afgestemd. De regio Westfriesland heeft daarvoor het ‘Afwegingskader Wonen Westfriesland 2021’ opgesteld1. Onderdeel van het afwegingskader is het ‘Westfries vooruitdenken’ waar ieder plan aan getoetst moet worden. Om de regio een kwaliteitsimpuls te geven hebben gemeenten in de regio afgesproken dat zij zich ervoor inspannen om minimaal vier van de acht ambities te realiseren van het Westfries vooruitdenken. Deze ambities luiden als volgt: 1. Het plan levert een positieve bijdrage aan betaalbaar wonen. 2. Het plan voorziet in woningen in de vrije huursector voor middeninkomens. 3. Het plan levert een bijdrage aan het langer zelfstandig wonen. 4. Het plan is circulair en energieneutraal. 5. Het plan draagt bij aan klimaatadaptatie, een gezonde leefomgeving en verbetering van de natuur en het landschap. 6. Nieuwe woningbouw wordt zoveel mogelijk gerealiseerd in de nabijheid van een OV-knooppunt. 7. Het plan draagt bij aan de versnelling van de woningbouwproductie in Westfriesland. 8. Het plan draagt bij aan de aantrekkingskracht van de regio door het bieden van een aantrekkelijke onderscheidende woonomgeving.

In geval van binnenstedelijke projecten worden voor plannen met meer dan elf woningen deze plannen conform het ingevulde afwegingskader ter kennisname gestuurd naar de werkgroep wonen en de VVRE. Met deze kennisgeving wordt voldaan aan de eisen die worden gesteld aan regionale afstemming op grond van provinciaal beleid. Voor deze locatie geldt dat er sprake is van een binnenstedelijk project. Het initiatief moet aan minimaal 4 van de 8 ambities voldoen. 1.7.11

Woondeal 2.0 Noord-Holland Noord

WOONDEAL NOORD-HOLLAND NOORD - PROVINCIE NOORD-HOLLAND De woondeal is gesloten tussen gemeenten in Noord-Holland Noord, de provincie Noord-Holland en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Bouwende partijen en woningcorporaties hebben een steunverklaring afgegeven. In de Woondeal NHN 2.0 ligt de focus op de woningbouwopgave, maar is waar nodig, met het oog op de woningbouwdoelen, de verbinding gelegd met de bredere opgaven zoals mobiliteit. Het gaat niet alleen om het bouwen van woningen, maar om via woningbouw de samenleving te versterken, rekening houdend met opgaven zoals klimaat, klimaatadaptatie en circulariteit, werkgelegenheid, bereikbaarheid, energie, natuurinclusiviteit, voorzieningen, etcetera. Realisatie van de woningbouwopgave is alleen mogelijk indien de woningen goed bereikbaar zijn, de economie en werkgelegenheid een grote impuls krijgen, aanvullende voorzieningen gerealiseerd worden en alle aspecten van brede welvaart worden meegenomen. In de woondeal is afgesproken dat we in de regio Westfriesland streven naar 30% sociale huur in de bestaande voorraad en dat we in de nieuwbouw 65% betaalbaar realiseren. Betaalbaar is sociale huur, middeldure huur en sociale en betaalbare koop tot € 355.000 (dit is de NHG-norm van 2022). Consequenties voor dit project: De programmering dient aan te sluiten bij de woondeal.

1

AFWEGINGSKADER WONEN WESTFRIESLAND 2021 | LOKALE WET- EN REGELGEVING (OVERHEID.NL)

15

1.7.12

Detailhandelsnota 2020-2025

AGENDA HOORN - GEMEENTERAAD DINSDAG 20 APRIL 2021 19:00 - 23:00 - IBABS RIS (BESTUURLIJKEINFORMATIE.NL) agendapunt 9.2 Op 21 april 2021 heeft de raad de Detailhandelsnota 2020-2025 Gemeente Hoorn (verder: detailhandelsnota) vastgesteld. In de detailhandelsnota staan de uitgangspunten verwoord voor een toekomstbestendig detailhandelsbeleid. Vestiging van solitaire winkels op locaties is ongewenst. Consequenties voor dit project: Detailhandel is niet beoogd in het plangebied, ondanks dat de Omgevingsvisie deze ruimte biedt. 1.7.13

Hoornse Hoogte, Intensiverings- en Hoogbouwvisie Hoorn 2021

AGENDA HOORN - GEMEENTERAAD DINSDAG 8 FEBRUARI 2022 15:00 - 22:30 - IBABS RIS (BESTUURLIJKEINFORMATIE.NL) agendapunt 9.2 Op 8 februari 2022 is de Hoornse Hoogte, Intensiverings- en Hoogbouwvisie Hoorn 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. Met deze visie wil de gemeente Hoorn een richting geven aan de groei van de stad. Het gaat erom die groei concreet te maken. Waar (op welke plekken in de stad), wat (met welke bebouwing en openbare ruimte) en hoe (in welk ontwerp- en besluitvormingsproces). Boven 8 bouwlagen of boven een Floor Space Index (FSI) van 2,5 (zie omschrijving in de Hoogbouwvisie) is er sprake van hoogbouw en is het opstellen van een Hoogbouw Effect Rapportage (HER) verplicht. Het plangebied ligt binnen het gebied dat is benoemd als ‘Klein stedelijk’. Bij veranderingen, bijvoorbeeld als een of meer panden vernieuwd moeten worden, kunnen deze gebieden iets dichter bebouwd worden, met een menging van gezinswoningen en appartementen van 3 5 woonlagen in een vriendelijke woonsfeer. Accenten tot 8 lagen kunnen eventueel worden toegestaan. Het plangebied ligt specifiek voor de Eikstraat zelf ook binnen de structuur van oude linten, waarbij bescherming en eventueel verbeteren van de bestaande kwaliteiten belangrijker is dan het toevoegen van aantallen. Consequenties voor dit project: In deze NvU is opgenomen dat de maximale FSI voor kleinstedelijk wonen 1,5 is.

Hoogteaccenten tot 8 bouwlagen liggen gezien de kleinschaligheid in de wijk en de plek in de stad niet direct voor de hand en zijn alleen mogelijk indien stedenbouwbouwkundig goed onderbouwd. Doelstelling daarbij is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Binnen dit project is geen hoogbouw voorzien. Zie ook onder 2 (ruimtelijke uitgangspunten). 1.7.14

Mobiliteitsvisie Hoorn 2030

AGENDA HOORN - GEMEENTERAAD DINSDAG 6 JULI 2021 19:00 - 23:00 - IBABS RIS (BESTUURLIJKEINFORMATIE.NL) agendapunt 8.4 De Mobiliteitsvisie legt de denkkaders voor ontwikkelingen vast en geeft vorm aan de hoofdkeuzes voor de ontwikkeling van de infrastructuurnetwerken en het Hoornse denken over mobiliteit. Meer stad worden gaat niet zomaar. Mobiliteit is een belangrijke voorwaarde bij het meer stad worden. We zetten daarom in op zeven punten. 1. Vervoerwijze afhankelijk van het schaalniveau van de reis. 2. Kwaliteit toevoegen voor lopen, fiets en OV. Autokwaliteit op peil houden. 3. Een sterke stedelijke knoop rondom de binnenstad en het station. 4. De wijken buiten de stedelijke knoop hebben een onderscheidende woonkwaliteit dankzij de nabijheid van zowel het stedelijke kerngebied als het groene landschap. 5. Gebiedsontwikkeling als vliegwiel voor routekwaliteit en innovaties. 6. Een veilige stad voor elke verplaatsing. 7. Verduurzaming van de automobiliteit: laden en delen. Consequenties voor dit project: 16

Bij de uitwerking van het plan dient rekening te worden gehouden met de kaders uit de Mobiliteitsvisie Hoorn 2030. 1.7.15

Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) gemeente Hoorn, februari 2023

LIOR versie Februari 2023 (1676475).pdf Voor een duurzame, integrale inrichting van de openbare ruimte is de LIOR van toepassing. Hierin staan de algemene richtlijnen en uitgangspunten voor de inrichting en kwaliteit van de Hoornse openbare ruimte. Bij nieuwe ontwikkelingen in de gemeente ontwikkelt een initiatiefnemer/ontwikkelaar niet alleen privaat terrein, maar ook vaak de openbare ruimte. Nadat de openbare ruimte gereed is, neemt de gemeente deze over in beheer en eigendom. Daarom is het belangrijk dat de gemeente vooraf kan aangeven welk kwaliteitsniveau zij wenst. Om in heel het projectproces inzicht te hebben in de wensen van de gemeente ten aanzien van de te ontwikkelen openbare ruimte, levert deze LIOR een substantiële bijdrage. Consequenties voor dit project: Bij de uitwerking van het plan dient rekening te worden gehouden met de LIOR. De actuele versie van de LIOR die geldt ten tijde van het maken van afspraken in een anterieure overeenkomst, is leidend voor het project. Voor zover de wens voor de inrichting van de openbare ruimte afwijkt van de in de LIOR vastgestelde richtlijnen, worden de wensen vooraf door de initiatiefnemer/ontwikkelaar verzameld in een overzichtelijk document; bijvoorbeeld een ontwerpnotitie. Bij het overleg van wens naar vastgestelde beslissing worden de juiste (interne) stakeholder(s) van de gemeente meegenomen.

Dit is in ieder geval de juiste discipline van de afdeling(en) beheer (en de afdeling realisatie). In overleg met de contactpersoon wordt de wens wel of niet in het project opgenomen. In gesprek over de LIOR kan ook naar voren komen dat er werk met werk gemaakt kan worden of kan worden meegelift op geplande ontwikkelingen. Dit vergemakkelijkt en verduurzaamt het project. 1.7.16

Bomenbeleidsplan

Bomenbeleidsplan gemeente Hoorn.pdf (wur.nl) Om een kwalitatief hoge nieuwe leefomgeving te kunnen ontwikkelen geldt een bomennorm en moet conform het gemeentelijk bomenbeleidsplan voor elke extra woning 1,3 boom worden geplant. In beginsel moet dit binnen het plangebied worden geplant, in verband met een evenwichtige spreiding van bomen. Als dat niet (geheel) past binnen het plangebied, kan door middel van een financiële vergoeding per niet gerealiseerde boom worden afgeweken van de bomennorm door ontwikkelaar, zodat door de gemeente buiten het plangebied hieraan uitvoering kan geven. Als richtlijn geldt dat in de LIOR (van februari 2023) de vergoeding € 500,- bedraagt per niet geplante boom. Consequenties voor dit project: Bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan voor het gehele gebied zal rekening moeten worden gehouden met deze norm. Wanneer in het plangebied geen volledige invulling kan worden gegeven aan de bomennorm, wordt dit onderbouwd door de ontwikkelaar en is een financiële vergoeding nodig. 1.7.17

Wijkvisie

WIJKVISIE HOORN-NOORD VENENLAANKWARTIER HOORN - IBABS RIS (BESTUURLIJKEINFORMATIE.NL) Voor de wijken Hoorn-Noord en het Venenlaankwartier is in februari 2017 een wijkvisie afgerond. De gemeente Hoorn wenst de unieke ruimtelijke kwaliteiten van de wijken als stadswijken verder uit te bouwen. Voor toekomstbestendige wijken zijn over zes thema’s een aantal doelstellingen geformuleerd. In de wijkvisie staat dat ontwikkelmogelijkheden ontstaan als locaties vrijkomen, zoals waarschijnlijk enkele onderwijslocaties. Invulling hiervan is gericht op de woonvraag die zich voordoet in de wijken, mede gericht om het langer zelfstandig wonen beter mogelijk te maken én hierdoor de doorstroming van wonen te bevorderen. De 17

doelstelling die over de ontwikkellocaties is geformuleerd is dat nieuwe ontwikkellocaties een passende invulling krijgen met meerwaarde voor de wijken. Consequenties voor het project Voor de ontwikkeling van de woningen is het belang dat een passende invulling wordt gekozen met meerwaarde voor de wijken. 1.7.18

Vaarroutes

Het plangebied ligt niet aan één van de bestaande of gewenste vaarroutes waardoor dit onderwerp buiten beschouwing blijft. 1.7.19

Handreiking Duurzaamheid Bouwontwikkelingen

In de Handreiking Duurzaamheid Bouwontwikkelingen, staan uitgangspunten en ambities op het gebied van Energietransitie, Circulaire economie, Klimaatbestendigheid en Groen en Duurzame mobiliteit. Marktpartijen hebben deze geëvalueerd en als haalbaar beschouwd. Deze handreiking is samengesteld uit vastgesteld beleid en is opgenomen als bijlage 1 bij deze NvU. Consequenties voor dit project: Ontwikkelaar stelt een duurzaamheidsvisie en duurzaamheidsplan op. Dit kan in samenwerking met de gemeente Hoorn. Zie hoofdstuk 4 voor toelichting duurzaamheidsvisie en duurzaamheidsplan. Deze documenten worden onderdeel van de Anterieure Overeenkomst. 1.7.20

Overig beleid

Overig beleid waar rekening mee dient te worden gehouden, betreft onder meer: • • • • •

• • • •

Meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein Meekomen, rondkomen en vooruitkomen 2019-2023 HTTPS://RIS2.IBABS.EU/AGENDA/DETAILS/HOORN/EFA3067C-C6D0-4A44-B888-B93528C007C6 (strategisch) Integraal huisvestingsplan onderwijsvoorzieningen 2024 – 2027 AGENDA HOORN - GEMEENTERAAD DINSDAG 6 FEBRUARI 2024 20:00 - 23:00 - IBABS RIS (BESTUURLIJKEINFORMATIE.NL) Algemene verordening Ondergrondse Infrastructuur Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Hoorn 2014 (overheid.nl) Groenvisie 2019-2029

Groenvisie gemeente Hoorn Beleidsplan openbare verlichting 2014-2024 DOCUMENT HOORN - BIJLAGE 1. BELEIDSPLAN OPENBARE VERLICHTING 2014 - 2024 - IBABS RIS (BESTUURLIJKEINFORMATIE.NL) Welstandsnota 2020 WELSTANDSNOTA 2020 (OVERHEID.NL) FIETSPARKEERKENCIJFERS 2019 - FIETSBERAAD Speelplekonderzoek 2016 Hoorn-Noord en het Venenlaankwartier, gemeente Hoorn en Intermaris: Speelplekonderzoek Hoorn-noord en het Venenlaankwartier 2016 (2).pdf Visie "Samen voor Resultaat" Hoorn-Noord en het Venenlaankwartier 2017-2037 (4 april 2017) programmaplan versie 01 - februari 2017 def.pdf De structuurvisie Hoorn is voor de wijken Hoorn-Noord en het Venenlaankwartier doorvertaald in deze wijkvisie.

18

2 2.1

Ruimtelijke uitgangspunten Algemeen

Ontwikkelingen Als gevolg van beleid op het gebied van onderwijs vinden veel verschuivingen plaats. Door samenvoegen en verplaatsen van onderwijsinstellingen komen een groot deel van de locaties in de wijk te vervallen. Bijzonder is dat daardoor binnen één wijk drie relatief grote locaties vrijkomen voor herontwikkeling. Momenteel zijn er drie locaties in gebruik door speciaal basisonderwijs. Deze worden gebundeld in het nieuw te bouwen IKEC aan de Nieuwe Steen. De locaties aan de Abbingstraat, Eikstraat en Wilhelminalaan komen hierdoor vrij. In het regulier basisonderwijs worden hoofdlocaties en dislocaties samengevoegd tot twee IKC’s. De Schoolbesturen hebben gekozen voor herontwikkeling op de bestaande locaties aan de Eikstraat (Mariaschool) en de Johan Messchaertstraat (Montessorischool). Beide monumentale delen van de bestaande scholen worden opgenomen in de nieuwbouw. Zie ook hoofdstuk 1. 2.1.1

Woonmilieu

Hoorn heeft een grote opgave in de ontwikkeling van woningbouw. Met name (klein-) stedelijke woonmilieus rondom het historisch centrum en bij OV-knooppunten zijn daarbij in beeld omdat deze milieus aansluiten bij de vraag. In het kader van de leefbaarheid is het essentieel dat gebieden rondom de stations worden ontworpen op gebruik van openbaar vervoer, fiets en wandelen, zodat een gezonde leefwijze gestimuleerd wordt en auto’s het straatbeeld niet domineren. Het gebruik van slimme parkeeroplossingen en het stimuleren van andere mobiliteiten kunnen helpen om aan deze doelstelling te voldoen. Met het gebruik van de Amsterdamse bouwbrief is het mogelijk om in te zetten op ruime en goede en complete inpandige fietsenbergingen voor bewoners. Dit kan fietsgebruik stimuleren en door een aantrekkelijke uitstraling kunnen deze voorzieningen een bijdrage leveren aan de levendigheid van de plinten. In de vastgestelde ruimtelijke visies zijn dan ook de vrijkomende locaties in beeld voor de ontwikkeling van kleinstedelijke woonmilieus. Hierbij ligt de nadruk op het ontwikkelen van levendige stadswijken met een mix van werken en wonen, waarmee het karakter van het gebied wordt versterkt. In het beleidsstuk Hoornse Hoogte, Intensiverings- en Hoogbouwvisie Hoorn 2021 is vastgelegd dat bij dit milieu maximale bouwhoogtes behoren van 3 -5 bouwlagen en accenten tot 8 bouwlagen.

Het woonmilieu kleinstedelijk heeft een maximale FSI van 1,5 waarbij het wenselijk is om het parkeren niet in het zicht te realiseren. Gedacht kan worden aan ontwikkelingen met hogere dichtheden met intensieve laagbouw en appartementen met levendigheid in de plinten met voorzieningen. In dit kader is ook de opgave gesteld om beide schoollocaties compact en intensief te ontwikkelen met efficiënt ruimtegebruik, passend in een kleinstedelijk woonmilieu. Beide scholen worden zo compact mogelijk vormgegeven en ook in meerdere lagen ontwikkeld om op die manier zowel ruimtelijk aan te sluiten maar ook zoveel mogelijk kansen te creëren voor woningbouw. Er ligt daarbij wel een opgave om de ontwikkelingen ruimtelijk op elkaar af te stemmen. 2.2 Plek in de stad De plek in de stad, direct gelegen aan het historische centrum en op loopafstand van het OV-knooppunt is van groot belang voor het bepalen van de typologie van kleinstedelijk woonmilieu en levendige stadswijk. Met name de randen van het gebied zijn bepalend voor de structuur, de ontwikkelmogelijkheden en uitgangspunten voor de wijk en de ontwikkellocaties. De plek binnen de wijk zorgt vervolgens op kleinere schaal voor specifieke ruimtelijke uitgangspunten en kansen.

19

De plek in de stad is van belang voor de typologie van de wijk. Het biedt daarmee een bijzonder woonmilieu met een voor Hoorn belangrijk aanvullend woningbouwprogramma. Bijzonder aan het milieu is ook de combinatie van wonen en werken met mogelijkheden voor voorzieningen zoals een buurtkamer, maatschappelijke voorzieningen en zorg in de plint van woongebouwen. Daarnaast is het van belang voor de maat en schaal van de bebouwing. In het historisch centrum wordt het karakter bepaald door bebouwingswanden met individuele panden direct gelegen aan straat. Door deze opzet heeft de binnenstad een grote dichtheid maar met een kleinschalig karakter, op pandniveau. In de wijk, direct gelegen aan het centrum wordt de sfeer meer bepaald door aaneengesloten herenhuizen en vrijstaande, 2^1 kap- en rijwoningen. Daarmee heeft de wijk een iets grotere maat en schaal, op pandniveau en blokniveau. De bebouwing volgt net als in de binnenstad de wegenstructuur maar door groene voortuinen heeft de wijk een groener karakter. Zowel in de binnenstad als in de wijk zijn de kappen beeldbepalend. De opgave is de ontwikkelingen passend binnen deze context te realiseren. 2.2.1

Randen

De locaties zijn gelegen in een gebied dat wordt omsloten door de spoorlijn Hoorn-Enkhuizen aan de noordzijde, de Liornestraat aan de Oostzijde, de J.D. Pollstraat en Johan Messchaertstraat aan de zuidzijde en de Draafsingel aan de westzijde. Met name de spoorlijn zorgt voor een grote barrière naar de noordzijde, waarbij de overwegen aan de Liornestraat en Koepoortsweg de enige verbindingen zijn naar de noordzijde van het plangebied. Daarnaast zorgt de geluidsbelasting van het spoor voor ruimtelijke beperkingen. Deze zijde is daarentegen belangrijk in het stedenbouwkundige beeld, zowel vanuit de trein maar ook vanuit de tegenoverliggende wijk aan de Commandeur Ravenstraat en de spoorwegovergangen van de Koepoortsweg en de Liornestraat. De locaties van de Abbingstraat/Eikstraat en de Wilhelminalaan zijn bepalend voor de ruimtelijke uitstraling aan deze zijde. Belangrijk is dat deze zijde passend is binnen de structuur en ruimtelijke opbouw van de wijk. De ontwikkeling van de Eikstaete aan de westzijde van het plangebied is een eerste stap in de ontwikkeling langs de spoorzone. Het gebouw zorgt door maat en schaal, ruimtelijke opbouw en gevelcompositie voor een wandvorming langs de spoorzone. Het voortzetten van deze vorm zorgt ervoor dat de barrière van het spoor wordt benadrukt en ruimtelijk versterkt, dit vraagt aandacht.

Door deze zijde veel meer ruimtelijk te laten aansluiten bij de kleinschaligheid, sfeer en karakter van de wijk ontstaat meer een ruimtelijke verbinding met de wijk aan de overzijde van het spoor. Dit principe is bepalend voor de ruimtelijke opbouw van de spoorzone. Aan de andere kant kan aaneengesloten bebouwing zorgen voor een geluidsluw binnenmilieu. Een groot pluspunt aan de binnenzijde is de ligging aan de zonzijde. Dit biedt ruimtelijke kansen voor de ontwikkeling. De spoorzone, waar twee deelgebieden aan grenzen, is hiermee een belangrijke opgave voor de uitwerking. De Liornestraat is één van de drukke toegangswegen naar het historisch centrum, zowel voor de auto- als fietsverkeer. Met name de locatie aan de Wilhelminalaan is belangrijk voor de begeleiding van deze route. De maat en schaal van de bebouwing in de directe omgeving biedt aanleiding voor een hoogteaccent op deze plek, mits stedenbouwkundig goed onderbouwd. Veel meer zal gezocht moeten worden in een architectonisch accent (levendigheid, transparantie en uitnodigend). Aan de zuidzijde van het gebied gaat de Liornestraat over in de J.D. Pollstraat en de Johan Messchaertstraat. De sfeer wordt bepaald door een architectonisch ensemble van de panden van de oude Mulo, Montessorischool, kinderdagverblijf (KDV) en OSG. De ontwikkellocatie van de RAC/Johan Messchaertstraat/Eikstraat is van belang voor deze zijde.

Ontwikkelingen zullen een bijdrage moeten leveren aan het in stand houden en versterken van dit karakter. Vanuit de binnenstad is het pand van de OSG beeldbepalend. Vanuit de andere richting is door een bocht in de weg het pand van het KDV beeldbepalend. Door de aanwezigheid van het kerkplein van het Octaaf ‘opent’ de locatie van de RAC/Johan Messchaertstraat/Eikstraat zich. Op dit moment wordt dit beeld bepaald door een grote parkeerplaats (RAC). Op deze beeldbepalende plek ligt een grote 20

ruimtelijk opgave. Het betrekken van de locaties van het kinderdagverblijf (KDV) en het Octaaf bieden ruimtelijke kansen om meer ruimtelijke eenheid in het gebied te laten ontstaan, waarbij het kerkplein veel meer onderdeel gaat uitmaken van de stedenbouwkundige structuur als ontmoetingsruimte in de wijk. Ook deze beeldbepalende plek leent zich voor een architectonisch accent, waarbij de nadruk ligt op levendigheid, transparantie en een uitnodigend karakter. 2.2.2

Ontwikkellocaties op wijkniveau

Een belangrijk beeldmerk in de wijk is de Eikstraat, waarvan het lommerrijke karakter wordt bepaald door laanbeplanting begeleid door kleinschalige woningbouw met groene voortuinen. De Wilhelminalaan kan ruimtelijk en functioneel gezien worden als een verlengde van de Eikstraat maar heeft dit karakter niet. Hier ligt ruimtelijk een kans. Deze straat is samen met de Eikstraat belangrijk als doorgaande fietsroute. Alle ontwikkellocaties grenzen aan deze beide straten. Belangrijk is dat de ontwikkelingen een bijdrage leveren aan het behoud, ontwikkelen en versterken van deze belangrijke structuren. Van belang is daarbij de maat en schaal van de bebouwing, groene voortuinen en de voorzijde gericht naar de straat. Levendigheid van plinten met voorzieningen, woonfuncties en werkplekken zijn van belang. Twee ontwikkellocaties grenzen aan de Abbingstraat (locatie Abbingstraat/Eikstraat en Wilhelminalaan) en zijn bepalend in de zichtlijnen van de straat en bepalen de ‘koppen’ van de straat. Belangrijk is dat aan beide zijden aansluiting gevonden wordt bij de maat en schaal van de bestaande bebouwing. Levendigheid en transparantie van de bebouwing leveren een bijdrage aan het karakter van de straat. Daarnaast zijn deze ‘koppen’ belangrijk voor de beleving vanuit de trein en van de Commandeur Ravenstraat (accent).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=9d91fd82-9c7a-4702-92a3-1a22bc9c2aae