CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Wolfsbos, deelplan Leeuweriklaan 33-35, 2020 ontwerp 1

Raadsavond 7 oktober 2021, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Leeuweriklaan 33-35 (Oosterkerk)21.828 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.

Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk.

24

Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Floraen faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring. Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming.

Welke soorten zijn beschermd? De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming

25

Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet is het toegestaan de onderstaande soorten opzettelijk te doden, en te vangen en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: -

de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer.

26

Lijst met soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt als gevolg van handelingen die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Op basis van door PS vastgestelde verordeningen d.d. 4 maart 2019.

27

Bijlage 3. Fotobijlage. Impressie van het plangebied en de directe omgeving.

28

29

Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: Internet: https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ https://www.regelink.net/kenniscentrum/beschermde-soorten-wet-natuurbescherming/ http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol (vleermuisprotocol) https://calculator.aerius.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl https://pdokviewer.pdok.nl/

30

Bijlage 2

Externe veiligheid A

Wolfsbos, deelplan Leeuweriklaan 33-35, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8008004-ON01 70

30 maart 2021

Onderzoek Externe Veiligheid en verantwoording groepsrisico Bestemmingsplan Leeuweriklaan 33-35 Hoogeveen

Bron: CycloMedia

Opsteller Telefoon Datum Organisatie Zaaknummer Versie Collegiale toets

: : : : : : :

26 februari 2020 RUD Drenthe, team advies Z2019-00012424 Definitief (27-02-2020)

Bestemmingsplan Leeuweriklaan 33-35, Hoogeveen

1

Bestemmingsplan Leeuweriklaan 33-35, Hoogeveen

2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ...................................................................................................................... 5

1.1

Plangebied............................................................................................................... 5

2.

Wettelijk kader ........................................................................................................... 7

2.1

Plaatsgebonden risico ............................................................................................ 7

2.2

Groepsrisico ............................................................................................................ 7

2.3

Verantwoordingsplicht groepsrisico .................................................................... 7

3.

Beleidskader ............................................................................................................... 9

3.1

Risicovolle inrichtingen ......................................................................................... 9

3.2

Buisleidingen .......................................................................................................... 9

3.3

Transport gevaarlijke stoffen ................................................................................ 9

3.4

Overige risicobronnen ........................................................................................... 9

4.

Ruimtelijke inventarisatie ....................................................................................... 10

4.1

Kwetsbaar of beperkt kwetsbaar ........................................................................ 10

4.2

Risicovolle activiteiten ......................................................................................... 10

4.3

LPG-tankstation .................................................................................................... 10

4.3.1

Plaatsgebonden risico ...................................................................................... 11

4.3.2

Explosieaandachtsgebied ................................................................................. 11

4.4

Hoge druk aardgastransportleidingen ............................................................... 12

4.5

Vervoer gevaarlijke stoffen ................................................................................. 13

5.

Risicoanalyse (QRA) ................................................................................................ 14

5.1

LPG-tankstation .................................................................................................... 14

5.1.1

Rekenmethodiek ............................................................................................... 14

5.1.2

Invoergegevens ................................................................................................. 14

5.1.3

Bevolkingsgegevens ......................................................................................... 14

5.1.4

Invloedsgebied LPG-tankstation ..................................................................... 14

5.1.5

Analyseresultaat ............................................................................................... 15

6.

Verantwoording groepsrisico ................................................................................. 17

6.1

LPG-tankstation .................................................................................................... 17

6.2

Overige risicobronnen ......................................................................................... 18

6.3

Verantwoording groepsrisico [door gemeente Hoogeveen] ............................ 18

6.3.1

Aanvaardbaarheid groepsrisico en restrisico ................................................ 19

6.4

Conclusie onderzoek en advies externe veiligheid ............................................ 19

Bestemmingsplan Leeuweriklaan 33-35, Hoogeveen

3

Bestemmingsplan Leeuweriklaan 33-35, Hoogeveen

4

1.

Inleiding

Gemeente Hoogeveen heeft een verzoek in behadeling voor de wijziging van het bestemmingsplan Leeuweriklaan 33 in Hoogveen. Het plan omvat het slopen van de gebouwen met uitzondering van de klokkentoren van de kerk. De kerk wordt op ongeveer dezelfde locatie herbouwd zij het in iets kleinere vorm. Naast de kerk wordt een gastenverblijf geprojecteerd met de functie zorg met een zogenaamd bedgebied. De locatie krijgt ten aanzien van het gastenverblijf de bestemming maatschappelijk met de aanduiding 24 uurszorg. Het plan heeft betrekking op de realisatie van ongeveer 20 eenpersoonskamers. Voor het aantal personeel is uitgegaan van 10 overdag en 2 personen ’s nachts. Tevens woont het beheerdersechtpaar op de locatie. De kerk heeft een bijeenkomstfunctie waarbinnen volgens de BAG populatieservice overdag circa 200 personen en ’s nachts circa 150 personen aanwezig zijn. Omdat er geen nieuwe gegevens beschikbaar zijn, wordt voor de nieuwe situatie eveneens van dit bezoekersaantal uitgegaan. Ten behoeve van de beoordeling van het aspect Externe Veiligheid heeft de RUD Drenthe een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd.

Dit onderzoek bestaat uit de volgende onderdelen:  inventarisatie van de risicobronnen in en de nabijheid van het plangebied;  analyse van de invloed van de risicobronnen op de veiligheid;  toetsing van de veiligheidssituatie aan de geldende veiligheidsnormen;  uitvoering van een kwantitatieve risicoanalyse;  beoordeling van de noodzaak voor een verantwoording van het groepsrisico. Voor dit bestemmingsplan is om een integraal milieuadvies gevraagd, waarvan dit advies externe veiligheid een onderdeel is.

1.1

Plangebied

Het plangebied waar de opnieuw te bouwen kerk en het gastenverblijf is geprojecteerd ligt in de woonwijk Wolfsbos in Hoogeveen. In noordelijke richting van het plangebied ligt op circa 100 meter vanaf de kerk een LPG-tankstation. In westelijke richting ligt een hoge druk aardgastransportleiding van Gasunie. Ten zuiden van de woonwijk Wolfsbos ligt de rijksweg A37, een route waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In de figuur hierna is de ligging van het plangebied ten opzichte van de risicobronnen getoond. In de omgeving zijn verder geen risicobronnen die voor de ruimtelijke ontwikkeling relevant zijn.

Bestemmingsplan Leeuweriklaan 33-35, Hoogeveen

5

2.

Wettelijk kader

Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgelegd.

2.1

Plaatsgebonden risico

Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats (onbeschermd) aanwezig is. Het plaatsgebonden risico kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde plaatsgebonden risico. Voor het PR10-6 per jaar geldt een grenswaarde. Deze grenswaarde geldt voor kwetsbare objecten en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Het afwijken van de richtwaarde moet worden gemotiveerd.

2.2

Groepsrisico

Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het groepsrisico is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1%-letaliteitsgrens, de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.

2.3

Verantwoordingsplicht groepsrisico

In de wet- en regelgeving is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Aandacht aan de verantwoording moet worden gegeven wanneer het groepsrisico binnen het invloedsgebied wijzigt of wanneer het groepsrisico (significant) toeneemt. Bij de verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Het bevoegd gezag heeft hierbij aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico bepaald door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten zoals mogelijke bronmaatregelen, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Onderstaand figuur geeft de onderdelen van de verantwoordingsplicht weer.

Figuur 2.

Verplichte onderdelen verantwoordingsplicht

Bestemmingsplan Leeuweriklaan 33-35, Hoogeveen

7

De Veiligheidsregio Drenthe (VRD) dient in verband met het groepsrisico in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen over de bereikbaarheid, bestrijdbaarheid van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de relevante risicobronnen. Het advies dient onderdeel uit te maken van de verantwoording van het groepsrisico. Het bevoegd gezag moet zich uitspreken over de aanvaardbaarheid van het restrisico.

Bestemmingsplan Leeuweriklaan 33-35, Hoogeveen

8

3.

Beleidskader

Om de externe veiligheidsrisico’s te beheersen heeft de rijksoverheid een aantal A.M.v.B.’s en regelingen opgesteld die leidend zijn voor externe veiligheidstaken van gemeenten. Het gaat daarbij om wet- en regelgeving, waarin risiconormen zijn gesteld voor inrichtingen, transport van gevaarlijke stoffen en voor het transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen.

3.1

Risicovolle inrichtingen

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) bevat veiligheidsnormen voor bedrijven die een risico vormen voor personen die zich buiten het bedrijfsterrein bevinden. Het Bevi verplicht gemeenten rekening te houden met externe veiligheid als ze een aanvraag voor een omgevingsvergunning verlenen of een bestemmingsplan opstellen.

3.2

Buisleidingen

Voor het transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn de normen voor externe veiligheid in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vastgelegd. Het Bevb hanteert dezelfde definities en normen voor externe veiligheid als het Bevi. Het Bevb verplicht om bij onder andere het vaststellen van een bestemmingsplan rekening te houden met de externe veiligheidsaspecten. Tevens geldt een belemmeringenstrook van 4 of 5 meter aan weerszijde van de leiding die vrij moet blijven van bebouwing. De uitwerking van de normen zijn uitgewerkt in de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb).

3.3

Transport gevaarlijke stoffen

Voor het transport van gevaarlijke stoffen via weg, water en spoor zijn de normen voor externe veiligheid in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vastgelegd. Ook het Bevt is hanteert dezelfde normen als het Bevi. Voor de risicobeoordeling moeten de in de Regeling Basisnet opgenomen transportaantallen worden gehanteerd. Het Bevt verplicht om bij onder andere het vaststellen van een bestemmingsplan rekening te houden met de externe veiligheidsaspecten. De uitwerking van de normen zijn uitgewerkt in de Regeling externe veiligheid transportroutes (Revt).

3.4

Overige risicobronnen

Onder overige risicobronnen worden bedrijven verstaan waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn die niet onder het Bevi vallen. Dit zijn bijvoorbeeld propaantanks, gasdrukmeet- en regelstations en CNG-installaties etc. Deze risicobronnen worden over het algemeen getoetst aan het Activiteitenbesluit.

Bestemmingsplan Leeuweriklaan 33-35, Hoogeveen

9

5.

Risicoanalyse (QRA)

Voor het LPG-tankstation is ten behoeve van de beoordeling van het groepsrisico een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) uitgevoerd, waarvan de uitkomsten in dit hoofdstuk worden beschreven.

5.1

LPG-tankstation

Op grond van het Bevi dient voor deze ruimtelijke ontwikkeling het plaatsgebonden risico te worden getoetst en het groepsrisico te worden beoordeeld. Het invloedsgebied van het LPG-tankstation ligt gedeeltelijk over het plangebied. Het plaatsgebonden risico wordt voor LPG-tankstations niet berekend. 5.1.1

Rekenmethodiek

Het groepsrisico wordt berekend met het rekenprogramma Safeti-NL versie 6.54 en wordt uitgevoerd conform de rekenmethodiek Bevi, versie 3.3. In de QRA is de hoogte van het groepsrisico berekend. 5.1.2

Invoergegevens

Het groepsrisico is voor zowel de bestaande als voor de nieuwe situatie berekend. Het weerstation voor deze locatie is Eelde. In de QRA zijn de meest relevante scenario’s alsmede de verladingsactiviteit van LPG doorgerekend. In het model zijn 1 ondergrondse LPG-tank, de LPG-pomp van de tankwagen, de LPG-tankwagen met hitte werende coating en het leidingwerk als relevante LOC’s ingevoerd. 5.1.3

Bevolkingsgegevens

Voor de berekening van het groepsrisico is binnen de 1% letaliteitszone (circa 360 meter)de bebouwing met het aantal personen met behulp van de BAG populatieservice in de dag- en nachtperiode geïnventariseerd. De bevolkingsgegevens zijn met behulp van de BAG populatieservice op 24 februari 2020 opgevraagd. De populatie binnen het invloedsgebied voor de huidige situatie wordt in hoofdzaak gevormd door de populatie van de woonwijk. Het aantal personen dat binnen het plangebied in het gastenverblijf en het kerkgebouw aanwezig kan zijn is handmatig in het model ingevoerd en vervangt de BAG populatiegegevens van deze twee objecten. Het aantal aanwezigen dat in het nieuwe kerkgebouw overdag aanwezig kan zijn is op 200 personen geschat en voor de avond/nachtperiode op 150 personen. In het gastverblijf is een bedgebied aanwezig voor 20 cliënten, waarbij het aantal personeelsleden overdag op 10 personen is geschat en voor de nachtperiode 2. Tevens verblijft het beheerdersechtpaar binnen het plangebied. 5.1.4

Invloedsgebied LPG-tankstation

Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling binnen het invloedsgebied van een risicobron plaatsvindt, moet het groepsrisico worden beoordeeld en worden verantwoord. De planlocatie Leeuweriklaan 33 ligt binnen het invloedsgebied (1% letaliteit) van het LPG-tankstations. In de afbeelding hieronder is de ligging van het invloedsgebied weergegeven.

Bestemmingsplan Leeuweriklaan 33-35, Hoogeveen

14

Figuur 7.

Invloedsgebied LPG

5.1.5

Analyseresultaat

Het berekende groepsrisico voor de bestaande situatie wordt met de grafiek in figuur 8 weergegeven. Hieruit blijkt dat het maximaal aantal slachtoffers voor de bestaande situatie 250 personen bedraagt. Uit deze berekening blijkt overigens dat het groepsrisico voor de huidige situatie de oriëntatiewaarde niet overschrijdt.

Figuur 8.

Grafiek fN-curve LPG-tankstation (bestaande situatie)

Het berekende maximale aantal slachtoffers inclusief de nieuwe ruimtelijke situatie bedraagt volgens de berekening 300 personen, zie hiervoor de grafiek in figuur 9. In deze grafiek is te zien dat ook in de nieuwe situatie de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. Het maximaal aantal slachtoffers neemt met 50 personen toe.

Bestemmingsplan Leeuweriklaan 33-35, Hoogeveen

15

Figuur 9.

Grafiek fN-curve LPG-tankstation (nieuwe situatie)

Conlusie LPG-tankstation Buizerdlaan De ruimtelijke ontwikkeling waarbij een nieuw gastenverblijf met totaal 32 personen (cliënten en personeel) en 200 personen die in het nieuwe kerkgebouw kunnen verblijven levert een maximaal aantal slachtoffers van 300 personen op. Ten opzichte van de bestaande situatie is dit een toename van 50 slachtoffers. Ook in de nieuwe situatie wordt de oriëntatiewaarde niet overschreden. Het ruimtelijk plan ligt buiten de contouren van het plaatsgebonden 10-6. De ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de grens- en richtwaarde van het plaatsgebonden risico 10-6 per jaar. Het gastenverblijf dat een zeer kwetsbaar gebouw is ligt gedeeltelijk binnen het explosieaandachtsgebied (160 meter) van het LPG-tankstation.

Bestemmingsplan Leeuweriklaan 33-35, Hoogeveen

16

6.

Verantwoording groepsrisico

In de toelichting van het bestemmingsplan dient het groepsrisico te worden verantwoord. Ten behoeve van de verantwoording van het groepsrisico dient de gemeente Hoogeveen de VRD in staat te stellen om te kunnen adviseren over de mogelijkheden voor rampenbestrijding en te adviseren over de mate van zelfredzaamheid van de bevolking binnen het plangebied. Het plangebied bestaat uit een projectie van een kerkgebouw en een gastenverblijf met 24 uurszorg. Het kerkgebouw is op grond van het Bevi een beperkt kwetsbaar object en het gastenverblijf met 24 uurszorg is een kwetsbaar object. Op grond van de Circulaire effectafstanden LPG-tankstations wordt het gastenverblijf met de zorgfunctie als een zeer kwetsbaar gebouw aangemerkt. De huidige maatschappelijke bestemming heeft een bijeenkomstfunctie ten behoeve van een kerkgebouw. Het nieuwe bestemmingsplan krijgt eveneens een maatschappelijke bestemming met een bijeenkomstfunctie voor de nieuw te bouwen kerk en een zorgfunctie met 24 uurszorg voor het gastenverblijf.

6.1

LPG-tankstation

Plaatsgebonden risico Ten noorden van het plangebied bevindt zich een risicovolle inrichting, namelijk het BP-tankstation met een LPG-installatie. Deze inrichting valt onder het Bevi. De ruimtelijke ontwikkeling ligt buiten de plaatsgebonden risico contour van het tankstation. Het ruimtelijk plan voldoet hiermee aan de grens- en richtwaarde van het plaatsgebonden risico 10-6 per jaar. Groepsrisico Op grond van artikel 13 van het Bevi moet het groepsrisico worden verantwoord. De wettelijk verplichte onderdelen van de verantwoording zijn: a. de aanwezige dichtheid van personen in het invloedsgebied van het LPG-tankstation op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld; b. de hoogte van het groepsrisico en de bijdrage ten gevolge van de vaststelling van het ruimtelijk plan; c. indien mogelijk, de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die worden toegepast door degene die de inrichting drijft, die dat risico mede veroorzaakt en de voorschriften die voor de risicobron in de omgevingsvergunning zijn opgenomen; d. nut en noodzaak van de voorgenomen ontwikkeling ; e. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval in de inrichting waarop het besluit betrekking heeft en f.

de mogelijkheden van personen die zich in het invloedsgebied van het LPG-tankstation bevinden om zich in veiligheid te brengen indien zich in die inrichting een ramp of zwaar ongeval voordoet. Ad a.

Het invloedsgebied van het LPG-tankstation bedraagt 150 meter vanaf het LPG-vulpunt en 150 meter vanaf het LPG-reservoir. Binnen het invloedsgebied wordt een nieuw kerkgebouw met bijeenkomstfunctie van maximaal 200 personen overdag en ’s avonds/’s nachts 150 personen en een gastenverblijf met 24 uurszorg met maximaal 32 personen overdag en ’s avonds/’s nachts 24 personen geprojecteerd.

Ad b.

Het aantal slachtoffers voor de huidige situatie bedraagt maximaal 250 personen. Door de toevoeging van de populatie als gevolg van het ruimtelijk plan neemt het groepsrisico toe en bedraagt maximaal 300 slachtoffers. Het groepsrisico overschrijdt in beide situaties de oriëntatiewaarde niet. De hoogte van het groepsrisico voor de nieuwe situatie is in de grafiek in de afbeelding hierna weergegeven.

Bestemmingsplan Leeuweriklaan 33-35, Hoogeveen

17

Figuur 10. Grafiek fN-curve LPG-tankstation (nieuwe situatie)

Ad c.

In de omgevingsvergunning van het LPG-tankstation is in de vergunning het tijdstip waarop de bevoorrading van LPG mag plaatsvinden vastgelegd. De bevoorrading van LPG mag alleen overdag plaatsvinden. Omdat het tankstation in een woonwijk is gesitueerd, is de bevoorrading overdag gunstiger voor het groepsrisico voor woningen wordt er namelijk vanuit gegaan dat binnen een woonwijk 50% van de populatie overdag aanwezig is en ’s nachts 100%. Verder dient het tankstation te voldoen aan de voorschriften die landelijk in de PGS16 zijn vastgelegd. De PGS16 is een BBT document en wordt genoemd in de Activiteitenregeling. Vanwege het ruimtelijk plan zijn er geen redenen aanwezig aanvullende maatregelen in de vergunning van het LPG-tankstation op te nemen om het groepsrisico verder te beperken.

Ad d.

Het bestemmingsplan heeft betrekking op een nieuwe ontwikkeling die het mogelijk moet maken dat binnen het invloedsgebied en tevens binnen het explosieaandachtsgebied een zeer kwetsbaar gebouw kan worden gevestigd. Een dergelijke vestiging is alleen mogelijk als er maatregelen worden getroffen, waardoor wordt voorkomen dat er binnen het gebouw slachtoffers kunnen vallen als gevolg van een Bleve bij het LPG-tankstation. Door gemeente aan te vullen: aangeven nut en noodzaak op deze locatie! Ten aanzien van de aspecten bereikbaarheid en bestrijdbaarheid (ad e.) en het aspect zelfredzaamheid (ad f.) dient de VRD nog om advies te worden gevraagd. Het door de VRD gegeven advies dient in de verantwoording van het groepsrisico door de gemeente zelf te worden bijgevoegd en te worden verantwoord. Vast staat dat de cliënten die in het gastenverblijf kunnen verblijven niet zelfredzaam zijn. Er wordt van uit gegaan dat de bewoners zich niet zelfstandig binnen een voldoende kort tijdsbestek in veiligheid kunnen brengen.

6.2

Overige risicobronnen

De overige risicobronnen, zoals de hoge druk aardgastransportleiding en het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rijksweg A37 zijn voor deze ruimtelijke ontwikkeling niet relevant. In de omgeving van de planlocatie zijn verder geen risicobronnen aanwezig die relevant zijn voor de ruimtelijke ontwikkeling.

6.3

Verantwoording groepsrisico [door gemeente Hoogeveen]

Het bevoegd gezag moet hier aangeven hoe met de in het advies van de VRD voorgestelde maatregelen in het plan wordt omgegaan. Als specifiek wordt afgeweken van het advies van de VRD, moet dit worden gemotiveerd. Tevens dienen in de verantwoording de punten 6.1. van dit hoofdstuk in de verantwoording worden meegenomen.

Bestemmingsplan Leeuweriklaan 33-35, Hoogeveen

18

6.3.1

Aanvaardbaarheid groepsrisico en restrisico

Het bevoegd gezag moet hier een uitspraak doen over de aanvaardbaarheid van het groepsrisico en het restrisico. Voorbeeld: Het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van Hoogeveen hebben kennis genomen van de inhoud van deze rapportage en acht het groepsrisico, ondanks dat zo’n 20 bewoners niet zelfredzaam zijn, aanvaardbaar en accepteert het restrisico.

6.4

Conclusie onderzoek en advies externe veiligheid

Het ruimtelijk plan is relevant voor externe veiligheid vanwege de aanwezigheid van het BPtankstation met een LPG-installatie. De overige risicobronnen, zoals de hoge druk aardgastransportleiding en het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A37, zijn voor deze ruimtelijke ontwikkeling niet relevant. In de omgeving zijn verder geen andere risicobronnen aanwezig die van invloed zijn op het plangebied. De nieuwe kerk wordt aangemerkt als een beperkt kwetsbaar object. Voor beperkt kwetsbare objecten dient op grond van het Bevi te worden getoetst aan de richtwaarde van het plaatsgebonden risico 10-6 per jaar. En voor kwetsbare objecten, in dit geval een zeer kwetsbaar gebouw moet worden getoetst aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico 10 -6 per jaar. Het ruimtelijk plan voldoet aan de grens- en richtwaarde van het plaatsgebonden risico 10-6 per jaar. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van het LPG-tankstation en moet daarom het groepsrisico worden verantwoord. Het groepsrisico is berekend en neemt ten gevolge van de ruimtelijke ontwikkeling Leeuweriklaan 33-35 ten opzichte van de huidige situatie toe met 50 tot maximaal 300 slachtoffers. De oriëntatiewaarde wordt echter niet overschreden. Het zeer kwetsbare gebouw, zijnde het gastenverblijf met 24 uurszorg is binnen het invloedsgebied en het explosieaandachtsgebied geprojecteerd.

Van uit externe veiligheid beoordeeld is een dergelijke ontwikkeling ongewenst, tenzij er aan het gebouw of in het overdrachtsgebied zodanige maatregelen worden getroffen waarmee wordt voorkomen dat binnen het gebouw slachtoffers kunnen ontstaan als gevolg van een calamiteit bij het LPG-tankstation. Met name wordt hier gedacht aan een optredende Bleve tijdens het lossen van de LPG-tankwagen. Deze maatregelen moeten dan in de regels van het bestemmingsplan worden verankerd.

Bestemmingsplan Leeuweriklaan 33-35, Hoogeveen

19

Bijlage 3

Externe veiligheid B

Wolfsbos, deelplan Leeuweriklaan 33-35, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8008004-ON01 90

30 maart 2021

Gemeente Hoogeveen t.a.v. het College van burgemeester en wethouders Postbus 20000 7900 PA HOOGEVEEN

Veiligheidsregio Drenthe Postbus 402 9400 AK ASSEN brandweeradvies@vrd.nl www.vrd.nl

ons kenmerk U200659

uw kenmerk

datum 23 maart 2020

inlichten bij

telefoonnummer

email

onderwerp Adviesaanvraag externe veiligheid Leeuweriklaan 33-35 te Hoogeveen Geacht college, Op 20 maart jl. stuurde u het verzoek om een advies uit te brengen op bovengenoemd bestemmingsplan. In deze brief vindt u mijn advies. Wij adviseren de volgende maatregelen Situeer het kerkgebouw links van het zorggebouw zodat het kerkgebouw het zorggebouw als het ware beschermd. Het zorggebouw richting Leeuweriklaan, het kerkgebouw richting Buizerdlaan.

Tot slot Heeft u nog vragen over deze brief, dan kunt u contact met mij opnemen. De contactgegevens vindt u bovenaan deze brief.

De afstand tot aan het gebouw maakt dat de invloed van een incident met diesel of benzine waarbij een vloeistofbrand ontstaat niet relevant is. Blijft over: de effecten van een Blêve (exploderend brandend gas). Blêve: De tankwagen wordt aangestraald, waardoor de tank wordt verwarmd, de integriteit van de tankwand-constructie begeeft het en een warme BLEVE ontstaat. Door de aanwezigheid van vuur / brand / hitte zal de brandbare vloeistof ontsteken en een grote vuurbal met grote hittestraling tot gevolg hebben, met uitstraling naar de omgeving. Scenario’s Een scenario wat denkbaar zou kunnen zijn, is dat bij het insteken van de LPG tankwagen op de Meester Cramerweg deze wordt aangereden door een personenauto, die daardoor in brand komt te staan en zo de LPG tankwagen aanstraalt. Doordat LPG tankwagens zijn voorzien van een hitte werende bekleding zullen effecten van een Blêve zich niet direct voltrekken maar is de verwachting dat tussen aanrijding en Blêve een uur bestrijdingstijd en ontvluchtingstijd aanwezig is. De kans op een dergelijk scenario is erg klein. Zelfredzaamheid De personen in het zorggebouw zijn niet zelfredzaam. Hierdoor is men niet in staat, wanneer men bij een dergelijk scenario snel wordt gewaarschuwd, te vluchten tot buiten de letaliteitsgrens. Schuilen is dan ook het beste. Wat in deze goed zou zijn is dat het kerkgebouw het zorggebouw zou beschermen.

Hiervoor zal het kerkgebouw links van het zorggebouw moeten worden gesitueerd wat volgens ons ook de bedoeling is.

Bestrijdbaarheid /beheersbaarheid Bij een dergelijk scenario is het zaak hulpdiensten snel te alarmeren waardoor er nog kans is om de autobrand te bestrijden. Na alarmering heeft de brandweer nog zo’n 14 minuten nodig om ter plaatse te komen en in totaal zo’n 20 minuten om te beginnen met de bestrijding. Tijdige alarmering is hierbij dus cruciaal. In dit scenario zijn de mensen in het invloedsgebied aangewezen op hun eigen zelfredzaamheid (waarbij schuilen de beste optie is). Wij kunnen geen aanvullende maatregelen bedenken die de bestrijdbaarheid zou kunnen verbeteren. Maatregelen Gelet op het scenario zou het aan te bevelen zijn om het kerkgebouw links van het zorggebouw te situeren. Hierdoor “beschermd” het kerkgebouw de minder zelfredzamen in het zorggebouw. Verder kunnen wij, kijkend naar het scenario, geen extra aanvullende maatregelen bedenken die of de zelfredzaamheid of de bestrijdbaarheid zouden kunnen verbeteren.

Samenvatting Kijkend naar het aspect Externe Veiligheid kunnen we constateren dat er scenario’s denkbaar zijn waar gevaarlijke stoffen bij getrokken zijn en welke invloed hebben op de nieuwe ontwikkeling. Met beschreven maatregelen kunnen we of de kans op voorkomen van een dergelijk scenario verkleinen of de zelfredzaamheid van de personen vergroten of de bestrijdbaarheid optimaliseren. We hopen hiermee de gemeente tools in handen te hebben gegeven om een afweging te maken bij deze nieuwe ontwikkeling

Bijlage 4

Watertoets

Wolfsbos, deelplan Leeuweriklaan 33-35, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8008004-ON01 97

30 maart 2021

datum 15-4-2020 dossiercode 20200415-59-23035 Geachte

,

U heeft een watertoets uitgevoerd op de website www.dewatertoets.nl. Op basis van deze digitale toets kunt u de korte procedurevolgen. Het waterschap gaat akkoord met uw plan, mits u voldoet aan de uitgangspunten uit de standaard waterparagraaf, zoals hieronder is beschreven. Binnen de procedure voor het bestemmingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning kunt u deze standaard waterparagraaf toevoegen aan de toelichting van het bestemmingsplan. Wij verzoeken u op de punten waar dat wordt gevraagd de tekst te specificeren voor uw plan.

STANDAARD WATERPARAGRAAF KORTE PROCEDURE In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht ruimtelijke plannen te toetsen op water , de zogenaamde watertoets. De watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Deze waterparagraaf heeft betrekking op Nieuwbouw Gastenhuis Hoogeveen. Relevant beleid Het beleid van het waterschap Drents Overijsselse Delta staat beschreven in het waterbeheerplan 2016-2021. Specifiek voor het stedelijke gebied heeft het waterschap het beleid geformuleerd in Water Raakt! . Daarnaast is de Keur een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. U kunt de genoemde documenten raadplegen op onze site www.wdodelta.nl. Invloed op de waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het bestemmingsplan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1500 m2. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte.

Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater. Voorkeursbeleid hemelwater (Onderstaande tekst graag specificeren wat van toepassing is voor uw plan. Daarbij vragen wij u om het verbreed gemeentelijke rioleringsplan (vGRP) van de gemeente te raadplegen en rekening te houden met het hemelwaterbeleid van de gemeente. Wij vragen u om dit te beschrijven in deze waterparagraaf.) Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi s heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater.

De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Watervergunning (of melding) op grond van de Keur Het wateradvies dat is afgegeven in het kader van de watertoets is geen watervergunning of melding. Gaat u werkzaamheden verrichten in de beschermingszone van een waterstaatswerk (dus: een dijk of een watergang)? Wordt hemelwater afgevoerd op oppervlaktewater of wordt er

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10630122/1