CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Raadsavond 6 april 2023

Raadsavond 6 april 2023, gemeente Hoogeveen23.783 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De gemeente heeft een toekomstvisie, uw toekomstvisie, Hoogeveen met een aansprekend woonmilieu met behoud van open groene ruimtes. Zij heeft als streven bestaande buurten en wijken aantrekkelijk te houden. Ze wil een goede woongemeente zijn waar iedereen zich thuisvoelt. Maar door deze bouwplannen voelt het niet meer zo. Aan ons leef- en woonklimaat van de Anjerstraat wordt geknaagd. De herstructurering van oude wijken wordt beschouwd als een autonoom proces die zich geleidelijk over jaren zal voltrekken. U spreekt dan in zo'n geval over maatwerk. Nou, we willen echt niet zoveel woningen, bijna een verdubbeling, op het perceel van de oude school. Deze inbreiding is voor ons, de bewoners, echt geen maatwerk. We begrijpen wel dat er binnen de gemeente behoefte is voor het realiseren van huurwoningen. Daar heeft u net ook volledig over gesproken. Maar de gemeente houdt ook een beetje overmaat aan om te voldoen aan haar programmering woningbouw. Zij doen dit omdat niet alle bouwplannen tot ontwikkeling kunnen komen. Dat is begrijpelijk maar de gemeente zet daarom te ruim in en men gokt ongeveer op 1600 woningen terwijl er maar 1100 nodig zijn. Wij noemen dat overplanning, overvraging. Conclusie, er is geen sprake van maatwerk bij de oude Anjerstraat. Gezien de overmaat kan van het aantal geplande woningen zeer zeker een groot gedeelte af.

Ik begrijp wel, en wij begrijpen dat allemaal als bewoners, dat de betrokkenheid voor iedereen anders is. Maar ik verzoek u toch nog eens kritisch naar onze bezwaren te kijken en ik hoop dat wij samen tot overeen kunnen komen. Dank u voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Steenbergen. U hebt zich keurig gehouden aan uw bijdrage dus dat is fijn. Mevrouw Steenbergen-Moes: Ik heb heel, heel snel gepraat. Dat is lastig. De voorzitter: Ja. Nee, maar dat, vanaf deze kant zeker een compliment. Ik kijk ook even in de raad zelf rond. Zijn er nog aanvullende vragen, verduidelijkende vragen? Dan mag ik concluderen dat uw boodschap helder is overgekomen. Tenminste, er zijn geen vragen meer nodig dus ik dank u voor uw bijdrage. Mevrouw Steenbergen-Moes: Ik hoop dat u als raadsleden allemaal uw best wil doen voor uw burgers. Hoogeveen, waar iedereen zich thuisvoelt, denk daaraan. De voorzitter: Dank u wel.

2.3 Vaststelling bestemmingsplan Zuid, deelplan Anjerstraat De voorzitter: We gaan nu over tot de debatronde ten aanzien van dit bestemmingsplan Zuid, deel Anjerstraat. Wethouder Bisschop zal namens het college de reactie geven vanuit het college op de vragen die in het debat naar voren komen vanuit de raad. En in de debatronde, de eerste ronde, geven we gelegenheid om eerst een voorlopig standpunt aan te geven over dit bestemmingsplan. En of u eventuele debatpunten hebt dus dan gaan we die verzamelen. En dan gaan we kijken of aan het eind van de avond ook, of eind van dit debatblok ook zover kunnen komen dat er na de tweede ronde, of het ook door kan gaan naar besluiten. Maar die conclusie die ga ik nog niet trekken nu want dat kan nog niet op dit moment. Ik denk dat het goed is om eerst vooral te luisteren naar uw mening. Aan wie kan ik het woord geven? Mijnheer Van der Meulen van Gemeentebelangen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel, voorzitter. Om maar weer te beginnen met bouwen, bouwen, bouwen. Het is een hele avond vol met woonzorgen en woonzaken. VVD gaf het net al aan. Een van de dingen is, zoals nou het plan eruitziet, zien we wel mogelijkheden voor de buurt. We zijn wel benieuwd naar, doen we ook recht aan de behoefte van de insprekers? Achttien mensen hebben de zienswijze getekend en mijnheer Schonewille heeft ook ingesproken. Er zijn verschillende zienswijzen.

De reactienota, dat zijn straks wat vragen denk ik voor de wethouder, geven een aantal dingen wel heel helder aan. Daar zijn we nog wel benieuwd naar. Dus het gaat voor ons vooral op de behoefte samen afstemmen. Voor de rest zijn de zaken hartstikke helder zoals ze voorliggen maar we zijn wel benieuwd naar een aantal dingen waar straks de wethouder een antwoord op zou kunnen geven. We hebben geen debatpunten. De voorzitter: Dan concludeer ik dus dat u een reactie wilt hebben van de wethouder op de reactienota nog die wij ontvangen hebben. De heer Van der Meulen: Ja, misschien is het dan een aantal technische vragen maar is gewoon even benieuwd naar aanleiding ook van de inspreker, mijnheer Schonewille. De voorzitter: ja, dus ook een reactie op de insprekers, dat wilt u graag ook horen. Oké. Dan kijk ik naar mijnheer Pomper en daarna mijnheer Otten. Gaat uw gang. De heer Pomper: Ja, dank u, voorzitter. Ja, we hebben natuurlijk ook de insprekers aangehoord. We begrijpen de zorgen ook. We filteren een aantal zaken eruit, daar kom ik zo even op terug. Maar de SP wil zich wel distantiëren van de meningen over de sociale woningbouw. We vinden dat ook best wel denigrerend wat er in de brieven wordt geschreven. Mensen in de sociale woningbouw hoeven niet per se mensen met een bepaalde achterstand te zijn.

Ik woon zelf ook in een sociale woningbouwwoning, doe ik bewust, en ik zit hier ook gewoon in de gemeenteraad. Nou, dat is ook mijn goed recht gelukkig. Dus dat gezegd hebbende, ik merk wel op dat er gewoon twee of drie zaken eigenlijk spelen. Dat is de informatievoorziening en dan de terugkoppeling van informatie, daar hebben we ook al vaker debatten over gevoerd. Ja, dat blijft een dingetje. Concreet, dat is ook twee vragen voor de wethouder. Het aantal parkeerplaatsen, is dat nog mogelijk om daar wat mee te doen, een aantal parkeerplaatsen erbij te creëren? En een van de insprekers die had het ook over de positionering van de woning, als het nou net iets anders neergezet zou worden dan zouden wij daar ook wat beter mee kunnen leven. Is dat ook mogelijk? We hebben verder geen debatpunten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Pomper. Dus ik heb twee vragen genoteerd voor het college en ik ga ervan uit dat ze dat zelf ook doen. Ik kijk naar mijnheer Otten en daarna mijnheer Van der Meer want die had zich ook opgegeven.

De heer Otten: Dank u wel, voorzitter. Naar het college toe heb ik toch wel één vraag over die communicatie. Hoe was dat nou eigenlijk allemaal precies gegaan? En verder hebben wij dit stuk in de fractie uitgebreid besproken. Ik kan me best voorstellen dat die inwoners van de Anjerstraat het beeld hadden van de woningen van de Sneeuwbesstraat als dat eerst voorgehouden wordt. Een totaal ander bouwplannetje dan dit geworden is. Waarom en hoe hebben wij begrepen dat de projectenontwikkelaar daar afgehaakt is? Het moet ook allemaal haalbaar wezen. Het mixen van huur en woning, huur en koop door elkaar heen, nou ja, dat is op zich natuurlijk helemaal niet … Daar zijn we helemaal, hebben wij in principe helemaal geen moeite mee. We zien in Krakeel dat dat heel goed functioneert naast elkaar. Ik heb de Anjerstraat twee keer rondgereden daar dat blokje en ik heb de kaart erbij gehad. En ja, volgens ons past het er wel redelijk fatsoenlijk op zeg maar. Dus tuurlijk want uw woonomgeving verandert maar ik denk dat het aantasten van het woongenot op lange, dat het toch ook wel weer iets is van gewenning. En ik snap best dat je daar in het begin niet erg gelukkig mee bent maar op termijn dan denk ik dat wij dat, die buurten samen goed met elkaar uit de voeten kunnen. Dus ik had die vraag over de communicatie, daar wou ik graag nog wel even verheldering over. De voorzitter: Ja.

En mag ik concluderen dat uw voorlopig standpunt dus in beginsel positief is? De heer Otten: In beginsel positief is. De voorzitter: Ja, laat ik het zo maar formuleren, lekker veilig. Dank u wel, mijnheer Otten van het CDA. Dan ga ik naar GroenLinks en dan naar de ChristenUnie. Gaat uw gang, mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. Ja, ook wij hebben geen debatpunten maar de vragen die opkomen die sluiten wel aan bij wat gezegd is. Als er nu gedeeld wordt door de bewoners dat de berichtgeving over het besluit uiteindelijk in het Torentje gelezen moet worden dan denk ik, dan is daar wel iets misgegaan als het gaat om het juist informeren van de bewoners. Hetzelfde geldt wat mij betreft ook wel, als er in 2021 participatierondes zijn geweest of inspreekrondes en er wordt in ‘23 een besluit genomen, dan was het wellicht handig geweest om tussentijd nog eens even contact te leggen met die bewoners om nog eens even met ze in gesprek te gaan. Dus mijn vraag aan het college is wel van, daar waar we nu een zwaar punt hebben gemaakt hè, participatie van bewoners is belangrijk en daar gaan we voor. Is hier nog iets te repareren? Kunt u nog een keer het gesprek aangaan met die bewoners? Zodat in ieder geval hen nog wel een keer de mond gegund worden en ze ook serieus genomen worden in de vragen die ze stellen.

Een tweede vraag aan het college is de opmerking die gemaakt is door een van de insprekers met betrekking tot de goede woonomgeving. En ook daar hebben wij wel een vraag bij. Als we kijken naar het plan dan zien we één klein minuscuul groenstrook je, daar zou je niet van kunnen zeggen dat dat nou zo'n groene en goede leefomgeving is wat mij betreft. Dus ook daar wil ik graag een toelichting op. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Meer van GroenLinks. En dan de ChristenUnie en daarna de SGP. Gaat uw gang, mijnheer Meesters. De heer Meesters: Dank u wel, voorzitter. Nou goed, veel collega's hebben al het een ander gezegd over de informatievoorziening. Nou goed, van onze fractie was ook de vraag of het college daarop kon reflecteren. Verder, ja, het plan voldoet wel aan de kaders die wij als raad daarvoor hebben gesteld. En dat is natuurlijk ook wel een belangrijk punt want wij hebben natuurlijk voor alle plannen wel onze eigen kaders en daar voldoet het eigenlijk wel aan. Ook als ik denk aan de parkeervoorzieningen, 1.9 hoor ik net genoemd worden, dat is natuurlijk wel een vrij ruime norm. Er wordt vaak ook gedifferentieerd. Sociale huurwoningen, dat zijn vaak niet de woningen waar drie auto's voor de deur staan dus dat zal ook de parkeernorm drukken. Dus wat onze fractie betreft zijn er geen grote bezwaren tegen dit plan en ik heb ook geen punten voor debat.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Meesters. Dan zou ik daarna de SGP en dan D66. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Ja, wij vonden op zichzelf dit toch heus een acceptabel plan, er zijn woningen nodig. Maar goed, als wij dan achteraf horen dat dus de communicatie, het is hier overal aan tafel, daar zijn we dan gewoon echt gewoon diep teleurgesteld over. Dit is al niet de eerste keer dat wij elk keer achteraf horen bij juist met zoiets wat zo belangrijk is, om met de buurt participatie te hebben. En dan is het niet zomaar één dingetje, nee, maar dat is echt significant. Dus wij willen daar ook echt een goed antwoord van ons college op hebben van, hoe zit dit nu precies? Waarom gebeurt het nou telkens op deze manier die wij onwenselijk vinden? We hebben ook gehoord dat een van de insprekers, de heer Schonewille, een ander voorstel gedaan heeft. Is er nog mogelijkheid voor om daar ook nog serieuze aandacht aan te geven? Zodat ze zeggen van, ja, als je het zo uitdoet dan zouden we er wel zeg maar mee in kunnen stemmen. Dus ook daar nog even aandacht voor vragen. Ja, en wij waren eigenlijk gewoon voornemens om voor te zijn, voorzitter, maar we wachten nog wel even die beantwoording af. Dus in beginsel voor. De voorzitter: Ja. In beginsel bent u voor. Ik heb niet iedereen gevraagd maar het is helder. Dank, mijnheer Van Rijn.

Dan zou ik naar D66, mevrouw Rutgers, willen gaan. Mevrouw Rutgers: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ook wij willen graag van het college een reactie op de communicatie, dat daar zo’n ander perspectief is vanuit de gemeente op hoe een en ander verlopen is als dat de buurtbewoners aangeven. Verder zijn we wel positief over het voornemen om op die plek woningen te bouwen dus ons voorlopig standpunt is dat we hier voor zijn. En nou, net als dat we de communicatie betreuren, betreuren wij het ook wel wat de SP ook al aangaf, dat in de brief van de inwoners ook gesproken wordt op een manier over huurders van sociale woningen, nou, waar ik geen voorstander van ben. Dat punt wou ik wel even gemaakt hebben. Het lijkt ons juist goed dat sociale woningbouw en koopwoningen gemixt zijn in een buurt, dat draagt volgens mij alleen maar bij aan de dynamiek en saamhorigheid. Dat is het punt wat ik nog even wilde maken. Dank u wel. De voorzitter: Dan is in beginsel uw standpunt duidelijk en ook u hebt met name een vraag naar het college over de communicatie. Dan ga ik naar de Partij van de Arbeid en daarna mijnheer Klok van de VVD. Gaat uw gang. De heer Dekker: Dank u wel, voorzitter. Ja, heel veel woorden zijn al gesproken vanavond. Woonzorgvisie hebben we vastgesteld, nou ja, daar is een onderdeel inbreiding.

We zijn niet bij alle plannen altijd gelukkig geweest met de wijze waarop we gingen inbreiden maar dit vonden we in eerste instantie wel een goede aanzet en het plan leek ons wel redelijk. Ja, best wel speciaal, vroeger zat ik daar op school, toen lag het terrein een hele poos braak. Nu liggen er dan bouwplannen en daar heb je het dan samen over in de raad. Ja, als wij zo zien wat nu voorligt vinden wij het niet een gek plan. Wat ik net al zei, wij vinden het wel er redelijk goed uitzien. Waar wij wel van schrikken is de reactie van hoe de buurt zich meegenomen voelt. En daar willen wij, heeft de rest ook al gezegd, graag een reactie op van het college. Waarschijnlijk is het wel in orde als je kijkt naar regels hoe je het moet doen met burgers en met inwoners. Maar ja, ik kan me ook voorstellen dat je bij dit soort processen wat meer doet dan wat strikt noodzakelijk is. En dat als je ook merkt dat er wat weerstand is, dat je toch wat andere manieren nog van overleg gaat voeren om die weerstand weg te nemen. Over dat parkeren is al aangehaald. Wij denken dat misschien met die extra parkeerplaatsen de parkeerdruk nog wel wat kan worden opgelost.

Verder wat de heer Van Rijn ook zegt, nog graag even reactie van de wethouder of, want de heer Schonewille zei als ik hem goed begreep dat die wel met twaalf zou kunnen leven maar niet met veertien, wat daar de reactie van het college op is? Is die veertien hartstikke hard of is daar nog

over te praten. En verder zijn wij op zich positief en hebben wij geen debat maar toch nog even met de opmerking die ik net meegaf. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Dekker van Partij van de Arbeid. Dan gaan we volgens mij als laatste naar de VVD, mijnheer Klok, wat is uw bijdrage? De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter. De woningopgave is groot en elk, en alles wat groot is heeft vaak een grote impact. Daarom moet dit zorgvuldig gebeuren en in samenspraak met de bewoners van die buurt. Hoe dit is gegaan, en nou, je proeft het gevoel hier ook in de zaal, hebben wij onze vraagtekens bij. Hier willen wij graag duiding van, van het college. Al met al vinden wij wel dat die woningbouwopgave groot is en dus dat er ook wat moet gebeuren. Daarom staan wij positief tegenover bouwontwikkelingen op deze locatie maar we betreuren de gang van zaken en horen daar graag een reflectie op van het college. Onze eerste gedachte is dat wij hier positief over gaan besluiten maar hopen nog wel dat er iets gelijmd kan worden met de bewoners om te kijken naar een passende oplossing. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we volgens mij voor de eerste ronde nu duidelijk dat er best wel een aantal vragen richting het college en de heer Bisschop gaan. Dus ik geef daar zo gelegenheid voor en dan gaan we daarna kijken of er toch nog debatpunten zijn. Tot nu toe hoor ik geen debatpunten.

Voor de mensen in de publieke tribune, wij bespreken altijd in de raad op een gegeven moment op basis van een aantal debatpunten, gaan we nog even het gesprek met elkaar hier voeren. Maar dat wachten we dus nog even af. Maar ik geef nu even het woord aan het college om de vragen te beantwoorden, met name over communicatie en participatie. En de duiding van het college van, ja, ook de reacties die met de insprekers zeg maar binnen zijn gekomen. Gaat uw gang, mijnheer Bisschop. De heer Bisschop: Dank u wel, voorzitter. Allereerst, er was een vraag van, reactie van of een vraag van de heer Van der Meulen van Gemeentebelangen om even een reactie te geven op de insprekers die zijn gedaan. De heer Schonewille begon zijn betoog met, er zijn drie zienswijzen ingediend. Dat klopt, dat hebben we ook geconstateerd, dat hebt u ook als raad kunnen constateren in de bijgevoegde stukken. Het is natuurlijk wel zo dat één zienswijze door 21 gezinnen, achttien uit de Anjerstraat en drie uit de Boekweitlaan, die er om de hoek zit zeg maar, die rij woningen, dat die mensen daar wonen. Dus het mag wel zijn dat het gewoon aardig wat inwoners zijn die daar hebben op ondertekend. Het gaat om één zienswijze en drie in totaal. Eén zienswijze die door 21 mensen is ondertekend waarin een aantal zorgen zijn geuit.

En die zorgen die zijn geuit over punt één, de communicatie, kom ik zo op terug, punt twee, het parkeren en punt drie, het gevoel dat door de bebouwing zoals die nu voorligt als plan, dat die bebouwing dat toch ernstig belet in uitzicht of ‘…’ woongenot. Dus die zaken die wil ik graag even behandelen en onze mening over geven. Nou, we hebben in een reactie nota ook aangegeven dat vanaf 2018 wij met deze planvorming bezig zijn. Dat we in eerste instantie daar de drie gebieden tussen de Sneeuwbesstraat, Anjerstraat en Jasmijnstraat, dat die aangemerkt werden voor woningbouw. En dat die woningbouw eigenlijk op dezelfde trend zou zijn als de Sneeuwbesstraat zoals die een aantal jaren geleden is gerealiseerd. De projectontwikkelaar op dat project die wilde ook de andere twee stukken grond bebouwen maar die heeft dat weer teruggegeven aan de gemeente. Vervolgens heeft de gemeente de woningbouwcorporaties in Hoogeveen benaderd om te kijken van, goh, wat kunnen we doen in een stuk prestatieafspraken die we hebben met de woningbouwcorporaties voor het bouwen van sociale woningbouw in Hoogeveen, om daar wat te realiseren. Nou, die plannen zijn uiteindelijk in ‘22 of ‘21 en ‘22 gepresenteerd en die plannen zijn natuurlijk ontwikkeld. En ik kan me best wel bij een eerste communicatieronde daarover, kan ik me best wel voorstellen dat dat dan heel rauw op het dak valt.

Dat in eerste instantie men het heeft over vijf, zes woningen, koopwoningen, en dat het dan uiteindelijk zestien

woningen worden in het eerste plan, dat je daarvan schrikt. Dat je dan in één keer een heel blok voor je neus krijgt en dat je denkt van, goh, wat is dit? Nou, dus ook die inspraakavond zijn er zaken genoteerd, zijn er zaken genoteerd door de woningbouwcorporatie. En dus in november is er weer een nieuwe inspraakavond geweest en daar is tegemoetgekomen aan een aantal zaken die de bewoners ook mee hebben gegeven. Met name het parkeren. Parkeren hebben we getracht op te lossen in het plan door twee woningen van de zestien totaal af te doen en daarvoor totaal 29 parkeerplaatsen. Dus 21 vanuit de opgave die wij vanuit de woningbouw hebben, dus anderhalf eenheid is de parkeernorm, en de overige acht die we extra willen toevoegen. Omdat wij ook zien, ook als gemeente, dat daar best wel een behoorlijk parkeerprobleem is omdat het natuurlijk een jaren 60, 70 ontwikkelde wijk is waar natuurlijk een hele andere verkeerssituatie, parkeersituatie was dan hedendaags. Vandaar dus ook het inleveren van twee woningen, van zestien naar veertien en het extra realiseren van acht parkeerplaatsen. Daarbij is ook de ruimte gekomen voor een groenstrook. En het is een wat, ik ga even kijken, mijnheer Van der Meer zei, een minuscuul groenstrookje. Ja, die is wel toegevoegd.

Daarnaast moeten we ook niet vergeten, in de omgeving zit natuurlijk ook het Zuiderpark dat daar ook een heel grote groenvoorziening is. En het groen in de buurt van de Anjerstraat ook dus dat wil ik wel even meegeven. Even kijken, dan gaat het over naast parkeren, moet ik even kijken, het verlies van veiligheid door toename van het verkeer in de straat. De inrichting van de straat is het niet dat er heel hard gereden kan worden, de inrichting van de straat levert wel een aantal problemen op ten aanzien van vuilophaal of wat dan ook. Het manoeuvreren van de vuilniswagen, heb ik ook ergens in de zienswijze gezien, dat is al lastig nu en dat zal ook in de toekomst zal dat lastig blijven. Maar dat is puur de inrichting zoals het nu ook is en zoals het ook was dus dat verandert eigenlijk aan de situatie niet zoveel. Ja, even kijken wat ik verder nog … De communicatie. De communicatie is door inspraakavonden gedaan. Ik heb net ook even ambtelijk even heel snel gecheckt via de app want ik weet dat er na de laatste bijeenkomst, inspraakbijeenkomst in november, dat er een conceptbrief is gemaakt. Die heb ik ook gezien, dat is vanuit de wooncorporatie is dat gemaakt. Ik kan niet met zekerheid, ook op de reacties die nu ook door de insprekers zijn gegeven, of die brief daadwerkelijk verstuurd is.

Dat wordt uitgezocht en daar zullen we ook op een ander moment nog voor de besluitvorming reageren, ook richting de inwoners van de Anjerstraat zullen we dat in die periode gaan doen. Volgens mij heb ik dan alles gehad. De voorzitter: Ja. Ik concludeer dat u heel wat antwoorden al gegeven hebt maar heel veel vragen, u heeft een aantal dingen ook gebundeld. Met name communicatie en participatie, dat zijn de belangrijkste punten, plus de veiligheid. Maar ik zie nog twee handen van mijnheer Van Rijn en van mijnheer Pomper. Dus ik ga mijnheer Van Rijn vragen of hij nog misschien toch nog een antwoord mist? De heer Van Rijn: Nou, ik heb die vraag al gesteld maar was dacht ik nog mijnheer Pomper ook, mijnheer Schonewille die gaf nog aan, als de bouw anders ingericht met vooraan laag en achteraan hoog, dat zou wel ten koste van twee woningen gaan, maar dan zou misschien de buurt … Is dat nog een serieuze overweging om daar ook serieus aandacht aan te geven? Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Bisschop, kunt u daar eerst op reageren? De heer Bisschop: Jazeker, daar wil ik wel even op reageren. Kijk, de planvorming, kijk, anders wordt het eigenlijk een beetje onderhandelbaar van hoeveel woningen er gebouwd worden. Wij hebben natuurlijk met zijn allen een woningbouwopgave, dat hebben we ook geconstateerd, ook op sociale woningbouw.

En we hebben prestatieafspraken met de wooncorporaties dus wij zullen daar ook, zeker dit project zal daarin meetellen om die prestatieafspraken gestand te houden. Dus ja, we hebben daar een uitdaging in en ik vind niet dat het een onderhandelbaar iets moet zijn, of het nou twaalf, tien of zestien woningen moet zijn. Dat

hebben we nu al gedaan door het inleveren van de parkeerplaatsen. Ik denk niet dat we dat verder moeten gaan onderhandelen. De voorzitter: Dat antwoord is denk ik duidelijk. Dan ga ik naar mijnheer Pomper. Ja, en dan mijnheer … De heer Pomper: Ja, dank u, voorzitter. Even in zijn algemeenheid, dat is nog een hele tijd geleden hebben we met een vorig college ook afspraken gemaakt over hoe indieners van zienswijzen ook van communicatie voorzien zouden worden. Ik kan het nergens ook terugvinden op ons raadsinformatiesysteem, sowieso ook een heel slecht zoeksysteem. Maar wat is daar verder mee gebeurd? Want er lagen een aantal afspraken over van, zo gaan we dat doen en de mensen worden geïnformeerd. Maar het lijkt kennelijk alsnog niet te gebeuren dus ik zou daar toch graag wel wat actie in willen zien. De voorzitter: Ik heb gehoord dat de wethouder heeft gezegd dat die dat al zou uitzoeken, dus die toezegging heeft die al gedaan in de zin van dat die tussen nu en de besluitvorming daar nog op terug zal komen van wat er al gebeurd is. Ik zie de vinger nog van mijnheer Bisschop, die mag daarop reageren. En dan gaan weer hiernaar terug. De heer Bisschop: Dat is een terechte opmerking van de heer Pomper. Daar hebben we ook afspraken over gemaakt en die afspraken die zijn ook nagekomen.

Kijk, er zijn twee dingen hè, dus even, er is op een inspraakavond zijn door bewoners een aantal dingen nog aangeven in november. De bewoners hebben aangegeven hier ook bij het inspreken van, goh, er is geen terugkoppeling geweest na november. Ik weet zelf, die brief heb ik ook in concept gezien, als wethouder dat er een brief vanuit de wooncorporaties is gemaakt. Alleen ik weet niet, en dat wil ik checken en dat ga ik ook teruggeven aan de inwoners, of die brief ook überhaupt doorgestuurd is ook naar de inwoners die op de inspraakavond zijn geweest, die dus allemaal een emailadres hebben achtergelaten. Dat is één. Twee is de reactienota. De reactienota hebben we met zijn allen afgesproken dat na het indienen van de zienswijze dat daar een reactienota komt en dat de mensen ook inzage krijgen in de reactienota. En dat er ook een brief gestuurd wordt naar de indieners van de reactienota. Wat ik, en dat heb ik ook net even ambtelijk gecheckt dus ik … Want dat wilde ik gewoon even zeker weten. Er is een brief gestuurd dat er gepubliceerd is op de website de reactienota en daar kunnen mensen dat nazien. Dat is er wel gebeurd. De reactienota zelf is op de website dan twee weken voor de raadsavond te zien. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bisschop. Dan ga ik naar mijnheer Van der Meer en daarna naar mijnheer Van der Meulen, die had ook nog een vraag.

De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. Ja, ik heb toch nog wel een reactie op de laatste opmerking van de wethouder in de zin van, er is een brief gestuurd waardoor je op de website kunt vinden wat de zienswijze is van de gemeente. Dat is volgens mij niet de manier waarop je communicatie met je inwoners, en zeker niet over dit soort plannen zou moeten voeren. En ik heb ook opgeroepen in mijn eerste vraag van, goh, zou er nog iets te repareren zijn in een gesprek met de bewoners? En het antwoord daarop is, nee, er wordt een brief gestuurd met, nadat er gecheckt is bij Domesta. Dus nogmaals mijn vraag of het college, de wethouder die handreiking wil doen naar de bewoners om ze niet af te doen met de verwijzing naar een website of een brief maar ook daadwerkelijk met ze in gesprek te gaan. De voorzitter: Uw vraag is duidelijk denk ik. Wat is het antwoord van de wethouder hierop? De heer Bisschop: Nou, dat is een terechte opmerking en ik denk dat iedereen, als je een brief krijgt met de verwijzing naar een website, dat ook krijgt. Maar dat is wel de procedure zoals we dat op dit moment met

elkaar hebben afgesproken. Als dat anders moet worden, ja, prima, dan zullen we dat anders moeten inrichten. Maar dat is op dit moment niet het verhaal zoals we dat doen en ook niet wat we hebben afgesproken. Dit is de lijn zoals we dat gewoon in het verleden met elkaar besproken hebben. De voorzitter: Dat is het antwoord van het college. Dan ga ik naar mijnheer Van der Meulen, nog een aanvullende vraag naar het college? De heer Van der Meulen: Ja, met een klein appel. Ja, daarop doorbordurend ook, ik merk dat de wethouder wel willens en wetens dingen gaat onderzoeken en ook terug gaat koppelen aan ons en aan de inwoners. Het punt daarbij is, als je daar ook goed wil kijken naar die behoefte dan van die insprekers van vanavond. Er zijn een aantal zaken die we natuurlijk op papier nou hebben neergezet maar als de weerstand is, zoals mijnheer Dekker ook zegt, dan doe je even wat meer om die behoefte die daaronder ligt aandacht te geven en daar samen in te overleggen. En een van die voorbeelden is dus bijvoorbeeld te kijken naar de parkeerplekken in de buurt, als het gaat om de ontmoetingsplekken die er allemaal zijn, er zijn iets van drie kerken daar dacht ik, ontmoetingscentra, er is een winkelcentrum. Dus ook daar, als het gaat over de veiligheid, zit daar ook misschien een mogelijkheid om een veilige oversteek te maken richting de Nije Nering.

Wat die behoefte dan ook is, maar dat is aan de insprekers. Dus dat is het appel, ga in gesprek en luister naar elkaars behoefte. De voorzitter: U wilt nog een reactie daarvan van de wethouder op uw appel? De heer Van der Meulen: Ja, dit is een appel dus ja. De voorzitter: Ja, oké. Nee, dan ga ik daar nog … De heer Van der Meulen: Als hij ja zegt dan is het prima toch? De voorzitter: Ja, nee, is goed. Als hij, ik hoop, misschien zegt die ook wel nee, we moeten even afwachten. Wat is het antwoord? De heer Bisschop: Dank u wel, voorzitter. Mijn antwoord is, we gaan graag met de bewoners in gesprek. En ik denk dat we daar ook als raad en als college daarvoor zitten, om ook met de bewoners daarover in gesprek te gaan. Dus ja, dat appel pak ik graag op. De voorzitter: Dan denk ik dat de vragen naar het college afgerond zijn. Ik kan ook concluderen volgens mij dat er geen debatpunten zijn dus dat we geen tweede ronde nodig hebben. Dat betekent ook dat als er nog amendementen of iets dergelijks nog naar de besluitvormende ronde gaan, dat die de komende tijd beschikbaar komen. Maar vooralsnog hoor ik dat de grondhouding in ieder geval positief is en dan gaan we over twee weken definitief het besluit nemen. Op 20 april. Dank u wel, griffier.

2.4 Sluiting debatronde De voorzitter: Ik sluit hierbij de debatronde en we hebben denk ik hoeveel minuten pauze? Een kwartier pauze dus dat betekent dat om twintig over negen de bel weer gaat en dan bent u … Dan gaan we verder met de informerende ronde. Dank u wel. 3.

Pauze

4. Informerende ronde (Raadzaal) 4.1 Opening informerende ronde De voorzitter: Dames en heren, collega-raadsleden, ik wil graag het blok informeren over het beleidskader participatie Drentse Zonneroute A37 openen. Daarvoor heet ik weer welkom onze kijkers en luisteraars, u als raadslid en collegeleden maar ook een speciaal welkom voor de raadsleden uit Coevorden en Emmen die mogelijk digitaal meekijken of meeluisteren vanavond. Omdat dit niet alleen een raadsvoorstel is wat in Hoogeveen zal moeten worden besproken maar ook in de raden van Emmen en Coevorden. Zoals gezegd, het onderwerp is informeren over beleidskader participatie Drentse Zonneroute A37. 4.2 Spreekrecht De voorzitter: Er zijn vanavond geen insprekers, wel zal er een presentatie worden gegeven. 4.3 Beleidskader Participatie Drentse Zonneroute A37 De voorzitter: En vanavond zijn ook voor verdere duiding en ondersteuning aanwezig de heer Stigter van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de heer Olivier, beleidsambtenaar duurzaamheid Hoogeveen en ook lid van het kernteam A37. Zoals u weet is op 9 maart dit onderwerp al eerder in debat geweest en vanuit de raad is toen aangegeven dat er onvoldoende informatie was om een standpunt in te kunnen nemen. En de wethouder Westendorp heeft toen een aantal toezeggingen gedaan en die zal ik even kort noemen.

Dat is de raad een memo toe te sturen waarin wordt uitgelegd hoe het streven naar 50 procent lokaal eigendom met een minimaal aandeel van 20 procent te bieden in de ontwikkeling en toekomstige exploitatie is gekomen en de redenatie hierachter. En als tweede, waarbij gemeenten ervan uitgaan dat 5 procent van de jaarlijkse brutowinst van het niet-gerealiseerde percentage lokaal eigendom wordt afgedragen aan het Omgevingsfonds van het eerste productiejaar. Daarbij geldt dat lokaal eigendom het zwaarste criterium zal worden bij de aanbesteding. Op 22 maart jongstleden heeft u hier een brief al van het college ontvangen, deze is ook toegevoegd aan de stukken. En als tweede, een informatiebijeenkomst te organiseren met de raden Coevorden en Emmen, en dat is eigenlijk wat vanavond aan de orde is. Aan de raad is gevraagd om aan te geven welke informatie ze nog wilden ontvangen. En daar is door de VVD, het CDA en GroenLinks gebruik van gemaakt door diverse vragen door te geven die vanavond voor zover mogelijk worden beantwoord. Zoals gezegd laat de raad zich vanavond informeren en de bedoeling is dat tijdens de raadsvergadering van 20 april hierover wordt besloten. Het verloop van de informerende ronde is dat we beginnen met een presentatie van het beleidskader, dat zal door de heer Stigter worden verzorgd.

Daarbij, daarna beantwoording van de vragen aan het college en ook de mogelijkheid tot het stellen van vragen behoort tot natuurlijk tot de mogelijkheden. Bij het raadsvoorstel zijn een aantal stukken gevoegd die ik korts even zal noemen. Dat is het beleidskader participatie Drentse Zonneroute, twee bijlages erbij, de presentatie van de A37 26 september aan de raden, een brief van het college, dat is het beleidskader participatie Drentse Zonneroute, dat is de brief van 22 maart, en beantwoording van technische vragen van het CDA van 3 maart 2023. Ik geef even het woord aan wethouder Westendorp om te vragen of er nog verdere toelichting nodig is en om de spreker die de presentatie gaat verzorgen even te introduceren. De heer Westendorp: Ja, dank u wel, voorzitter en volgens mij ook dank voor uw duidelijke inleiding en duidelijke opzet van de informatieavond. Nou, ik hoop dat het in de informatiebehoefte van de raad goed voorziet en ik denk dat het goed is inderdaad om de heer Stigter, Swim, even te introduceren. Hij zal achter het spreekgestoelte plaatsnemen en daarna weer deze kant oplopen om eventueel nog andere vragen te

beantwoorden. Maar het leek me wel een goede plek om vandaar de presenteren in plaats vanaf hier. Maar de heer Stigter is lid van het kernteam Zonneroute A37 en dat is een samenwerking van verschillende partijen, de gemeenten natuurlijk, de provincie maar ook het Rijk is daarin vertegenwoordigd want we doen dit samen. En hij zal de presentatie verzorgen. De voorzitter: Voordat u begint, mijnheer Stigter, ik zie nog even een handje van de heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, want het was voor mij even niet duidelijk maar ik geloof dat ik het uit de woorden van de wethouder, mijnheer Stigter die gaat een presentatie maar als we daar vragen over hebben dan moeten we aan het college vragen. Maar ik begreep dus dat … Oké. Nee, dat is duidelijk. De voorzitter: Dat wou ik net nog even zeggen voorafgaand aan de presentatie dat u de vragen bewaart voor de wethouder. Ja? Mijnheer Stigter, gaat uw gang. De heer Stigter: Ja, bedankt. Een kleine aanvulling, de gemeente en de provincie hebben een opdracht gegeven aan Siegbert Van der Velde om het beleidskader mede te schrijven, heeft het Rijk bij geholpen. Hij zou hier de presentatie geven maar hij heeft mij een half uur geleden gebeld dat hij ziek was. Ik weet uiteraard wat erin staat maar ik ga jullie meenemen maar het is niet mijn presentatie.

Ik heb de neiging om veel te praten en snel te praten, dus ik hoop dat ik dat niet ga doen maar ik leid u wel door de presentatie heen. En nou zou die het moeten doen. O, nou staat de tekst, een donkere tekst toch in een donker plaatje, dat is bij ons niet zo dus ik hoop dat u dat kan lezen. Wat belangrijk is om mee te beginnen, financiële participatie is een term die komt voort uit het Klimaatakkoord. En het Klimaatakkoord is, zoals de term al zegt, een akkoord en geen wet en daardoor dus geen juridisch instrumentarium om financiële participatie te borgen, niet in vergunningen en ook niet in onze gronduitgifte. En daarom hebben de drie gemeenteraden van de gemeenten allemaal het beleidskader voorgelegd gekregen wat wij ambtelijk hebben voorbereid. In het Klimaatakkoord staat ook dat financiële participatie het resultaat is van een onderhandeling tussen de ontwikkelaar, een commercieel bedrijf, met de omgeving. Dat vraagt dus ondernemerschap en investerings kracht maar ook risico durven nemen door de omgeving en niet van de voorbereidende partijen. Het beleidskader wat we hier hebben gemaakt is nieuw, dat is nog nergens anders in Nederland op deze manier gedaan, en baanbrekend. Het is wat mij betreft een heel goed stuk en biedt een uitstekende kans om het lokaal eigendom straks goed te borgen in de procedure die het Rijk gaat doen in de uitgifte van de gronden.

Ja, dit plaatje is bij ons anders maar ik hoop dat u iets kunt lezen. De rol van het beleidskader is dat we spelregels opschrijven of dat jullie spelregels straks vaststellen waar de ontwikkelaar zich straks aan heeft te houden. De ontwikkelaar gaan wij straks selecteren in een tender. Dat is iets anders dan een aanbesteding maar het gaat via een tenderprocedure, krijgt die beschikking over grond. Dus we geven hem geen opdracht, we geven hem grond in gebruik voor 25 of 30 jaar. Het beleidskader helpt daarbij om de omgeving vast nu in positie te brengen, dat de energiecoöperaties met elkaar gaan samenwerken, dat de energiecoöperaties in de onderlinge gemeenten en binnen de gemeenten geen concurrent van elkaar worden maar dat de energiecoöperaties straks in de onderhandeling met de ontwikkelaar ook niet tegen elkaar uitgespeeld kunnen worden. We zijn dus aan het voorbereiden dat de omgeving maximaal en gezamenlijk is georganiseerd op het moment dat de commerciële partij de onderhandelingen begint. Dus dat is een van de rollen die het kader vervult. Er blijven financiële risico's maar die zijn dus kleiner omdat we die concurrentiekracht van de omgeving vast van tevoren organiseren. Wat we ook zorgen of waar het kader ook voor zorgt, is dat iedereen kan meedoen en kan meeprofiteren die in de begrenzing van het kaartje wat bij het kader hoort woont.

Er zullen mensen zijn die meer geld hebben en meer kunnen investeren en andere rendementen krijgen maar in principe is er een rechtvaardige verdeling en gaan er niet straks zes of acht mensen rijk worden van dit project en hebben de

anderen het nakijken. Het zorgt voor een evenredige verdeling van de opbrengsten van het zonnepark van de Zonneroute in de omgeving. Ik wou zeggen de volgende maar dat moet ik zelf doen. Kijk, dit is beter. Er zijn een hoop vragen gesteld over de ondergrens, hoe wij daar gekomen zijn. In het Klimaatakkoord staat een ambitie en streven voor 2030 over 50 procent maar je ziet dat 50 procent lokaal eigendom eigenlijk al zijn eigen leven is gaan leiden en eigenlijk al als de norm wordt gesteld. We hebben hier te maken met een groot zonnepark en als je daar 20 procent van neemt beslaat het nog altijd 34 hectare. Dat vraagt bij 20 procent lokaal eigendom om een risicodragende investering van de omgeving, de totale omgeving van de Zonneroute dus niet alleen Hoogeveen, van 5 miljoen euro. Wij denken dat dat al een behoorlijke opgave is voor de omgeving om dat bij elkaar te brengen. Dus wij hebben gezegd, we willen een reële ondergrens vaststellen want we willen niet dat wij met helemaal niks komen te zitten. Maar goed, de ondergrens is een ondergrens en niet het maximum wat we vragen. We streven nog steeds naar 50 procent. Maar aan de ene kant denken we dat die draagkracht en het risico daarvoor te groot is, aan de andere kant moeten we de marktpartijen uitdagen want die moeten toch commercieel bouwen.

Die heeft heel veel natuurlijk ervaring neemt die mee, maar die neemt ook de risico's van het beheer en het onderhoud straks met zich mee. Dus het samenwerken met Rijkswaterstaat, het werken langs de weg, allerlei complexe materie. De markt moet hier nog steeds wel in willen investeren in dit project want als we dit project niet door kunnen laten gaan hebben we andere ruimte nodig om de RES-opgave te halen. En dit is een uitstekend project omdat dit meervoudig ruimtegebruik is, zon langs de snelweg. Dus we hebben de kracht van een commerciële ontwikkelaar nodig die zo optimaal mogelijk samenwerkt met de omgeving. Dus we hebben een ondergrens gesteld die de markt niet direct afschrikt dus vandaar is de 20 procent. Wat volgens mij al door de voorzitter werd ingeleid is dat er een gunningscriterium komt waarbij degene die het hoogste percentage lokaal eigendom biedt de tender wint. Dus er zit wel degelijk een prikkel in om meer dan 20 procent te bieden. Alle biedingen die onder de 20 procent zijn worden terzijde gelegd en zijn niet geldig. De rest ga ik wat sneller doorheen. Om de omgeving te organiseren hebben we bedacht om daar een koepel voor te organiseren. Daarom zijn we al in een vroeg stadium in gesprek gegaan met de energiecoöperaties van de drie gemeenten. De gemeenten zitten daarbij aan tafel, ook de provincie en de Drentse KEI als koepel van de energiecoöperaties.

En daar hebben we dus over financieringsmodellen gesproken, over die ontwikkelkosten die nodig zijn, die 5 miljoen die ik net noemde bij 20 procent en 12 miljoen bij 50 procent. Zij zijn er ook voor om de investeerders in de regio te mobiliseren, dus dat zijn de leden van de energiecoöperaties, daar zullen zij voor de boer op gaan. Dat was een uitdrukkelijke wens van de energiecoöperaties zelf om dat ter hand te nemen. Dus dat gaan zij vanaf nu, of als het beleidskader is vastgesteld, mee starten. Daar zijn ze natuurlijk al mee gestart. Als de financieringslasten van de koepel, dus alle investeringssommen zijn terugbetaald, komt er geld bij de koepel, volgens mij is dat het volgende plaatje. Nee, deze. Dus dan is de koepel en dan krijgen de subkoepels in elke gemeente de eigen rendementen naargelang het aantal leden terugbetaald. Dus alle winst zeg maar komt vervolgens in al de subkoepels terecht en die verdelen het vervolgens aan de gemeente. Ga ik even een stukje terug. Dus dat staat daar, opbrengst en aftrek financieringslasten wordt gelijk verdeeld onder de koepels. Waarom hebben we daarvoor gekozen? Nou, het is een groot en complex project. We willen eigenlijk geen onderlinge concurrentie tussen de mensen in de omgeving, we willen dat iedereen gelijk mee kan doen.

Dus er komt een structuur waarin de koepel het risico draagt en de exploitatie BV samen met de ontwikkelaar opricht, dus aandelen verwerft in een gezamenlijke ontwikkel BV. En vervolgens gaan de geldstromen vervolgens naar die subkoepels die dat verdelen aan de leden die zij allemaal in hun eigen gemeente hebben. Daarbij kan iedereen aansluiten. Er zijn mensen die risicodragend mee investeren maar er zijn ook … Maar de koepel beslist uiteindelijk, het bestuur van de koepel beslist hoe die dingen worden, hoe de opbrengsten vervolgens worden geïnvesteerd. Dat kan dus een rendement zijn op inleg maar het kan ook zijn dat er gezamenlijk een buurthuis wordt gefinancierd. De koepel beslist uiteindelijk hoe het geld terechtkomt. Daarvoor worden statuten gemaakt, die zijn er nu nog niet. Er zijn veel vragen gesteld over, hoe gaat dat

precies eruitzien en wie zitten daar allemaal in? Dat weten we niet. Dat gaat de koepel nu het komende jaar, dus nog voordat we de tender uitschrijven, op papier zetten. En de gemeente en de provincie en de Drentse KEI helpen daar dus aan mee. Er zijn een aantal vragen gesteld over het gebied. Waarom precies dit gebied? Alle inwoners van de gemeente, dus ongeacht waar ze wonen, kunnen mee investeren. Maar we hebben gezegd, de opbrengsten landen in een bepaald gebied op een bepaalde afstand van de Drentse Zonneroute. Daarvoor is dat kaartje bijgevoegd. Vervolgens is het altijd lastig, waar woon je dan precies? Dus we hebben ergens een arbitraire grens getrokken en dat hebben we op basis van postcodegebieden gedaan. Dat pakt in elke gemeente net wat anders uit dus het ziet er vrij grillig uit maar dat leek ons de meeste redelijke manier om dat te doen. En zo is het gebied ook niet al te groot want je moet je voorstellen dat als er opbrengsten zijn die over een groter gebied moeten worden verdeeld, er steeds minder geld overblijft om daadwerkelijk ook maatschappelijke investeringen te kunnen doen. Dus zo is dat tot stand gekomen. Dan is er het Omgevingsfonds, daar hebben we het nog niet over gehad. In principe wordt de omgeving gevraagd om het hele aandeel wat zij krijgen aangeboden tijdens de tender, dus 20 procent of 35 procent of 40 procent van de aandelen te verwerven.

Maar het kan natuurlijk zijn dat de omgeving het toch niet lukt om die 5 miljoen of 6 miljoen op te brengen. Maar de ontwikkelaar heeft wel in zijn aanbod gedaan dat die zoveel van zijn winst of zijn exploitatiewinst kan afstaan. Dan hebben we gezegd, het stuk wat het niet lukt aan de omgeving om dat op te brengen, storten we in een gebiedsfonds en ook dat zal worden beheerd door de koepel. Dat bedrag is vastgesteld op 5 procent, staat dat hier ook al in, van de brutowinst. En dat is weer een ander getal, 5 procent. Maar 5 procent, dat staat waarschijnlijk hier, ja, is als je het vergelijkt in Nederland aan de hoge grens voor de afdracht normaal gesproken in een Omgevingsfonds terechtkomt. De brancheorganisatie Holland Solar rekent 50 cent per megawattuur, dat komt ongeveer uit op 1 procent van de winst van het totale project. Wij hebben gekozen voor 5 procent over het deel wat die zelf nog exploiteert en de omgeving niet. Dus dat kan je niet vergelijken met de ontwikkelwinsten van 10 tot 15 procent die worden gemaakt. Normaal gesproken belandt 1 procent in een Omgevingsfonds en hier kiezen we voor 5 procent. Dat is aan de bovenkant. Er is één zonnepark in Nederland wat ook ongeveer met deze winst in het Omgevingsfonds krijgt. Dat is volgens mij het laatste plaatje wat ik heb te vertellen. Dat is de naleving. Het beleidskader is dus randvoorwaardelijk.

Straks schrijft het Rijk een tender uit, dat doet het Rijksvastgoedbedrijf. En het Rijksvastgoedbedrijf zal erop toezien dat de ontwikkelaar een privaatrechtelijke overeenkomst sluit met de gemeente, waarin de gemeente en ontwikkelaar afspreken dat ze zich houden aan de spelregels die we in het beleidskader hebben gesteld. Als de ontwikkelaar die overeenkomst met de gemeente niet kan overleggen, krijgt die van het Rijk geen contract om de grond te exploiteren. Dus dat is een harde voorwaarde op het naleven, in een privaatrechtelijke overeenkomst zullen ook andere afspraken die de gemeente maakt over procesparticipatie terechtkomen. Dus zo gaan we dat borgen dat de ontwikkelaar gehouden is om zijn bod ook gestand te doen. En daar is dit beleidskader dus voor nodig omdat wij een kader nodig hebben om naar te verwijzen om de ontwikkelaar aan te houden om het lokaal eigendom te realiseren. Dit is het laatste plaatje. Ik krijg een veelbetekenende blik van de voorzitter. Oké. Ja, nee, maar dit plaatje heeft mijn collega van het Rijksvastgoedbedrijf op het laatste moment toegevoegd dus dit was niet het laatste plaatje. De raden stellen dus de kaders voor het lokaal eigendom. Omdat het instrumentarium ontbreekt vragen we dus aan jullie om als Rijk en of als kernteam om dat voor ons te doen. De energiecoöperaties gaan nu de omgeving mobiliseren.

We maken straks afspraken met de ontwikkelaar op de naleving, zowel in de contracten van het Rijksvastgoedbedrijf als de privaatrechtelijke overeenkomst van de gemeente. En de koepel heeft straks dus ook nog een rol in een eventueel Omgevingsfonds. Dus dat hebben we straks allemaal met dit kader geregeld. Dan ben ik klaar, ga ik daar zitten en dan mogen jullie vragen stellen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Stigter. Voordat we de mogelijkheid openzetten om voor iedereen vragen te stellen wou ik eerst even de partijen die de vragen ingediend hebben, de VVD, CDA en GroenLinks, de

gelegenheid geven om te beoordelen of de vragen in voldoende mate beantwoord zijn die ze vooraf gesteld hebben. En ik zie de heer Westendorp ook met de vinger omhoog, misschien wil hij iets nog iets toevoegen. De heer Westendorp: Ja, voorzitter, er zijn ook een aantal wat meer politiek getinte vragen gesteld door het CDA. Ik denk dat het wel goed is, die hebben we niet in de presentatie gedaan door de heer Stigter. Maar ik denk dat het goed is, voordat u wellicht, dat de heer De Weerd vraagt van, hoe zit het met die en die vraag, dat ik die nog even probeer te beantwoorden. Vindt u dat goed? De voorzitter: Prima. Gaat uw gang. De heer Westendorp: Kort. Ja? Heel kort. Het CDA vraagt met name ook van, nou, hoe worden wij nou op de hoogte gehouden hè van het verloop van het proces? Nou, een logische vraag. Uiteindelijk, dat is volgens mij net ook al geduid, het is niet zo dat er nu al morgen een Zonneroute ligt hè, daar gaat een heel proces worden opgestart hierna. Maar uiteindelijk moet het leiden tot een overeenkomst. En het college stelt dan ook voor om u goed op de hoogte te houden van al die stappen die worden gezet.

Er zijn ook fracties die vragen stellen over, hoe gaat het dan straks met die coöperaties, hoe wordt dat gevormd? Ik denk dat het goed is dat uw college, het college u ook gewoon informeert over de voortgang van de vorming van de coöperaties en hoe dat precies verloopt. Dus eigenlijk zegt het college gewoon toe om in het verloop van het proces u gewoon op de hoogte te houden van de stappen die binnen het project worden gezet. Dat is ook gewoon een politieke vraag en ik denk dat het niet meer dan logisch is om die wens die ik ook wel proef, om u daar goed van op de hoogte te houden. Verder zei het CDA nog, klopt het nou dat die provincie 12 miljoen euro heeft gedoneerd aan dit proces? Nou, dat is niet helemaal correct. Misschien wel goed om te duiden wat de provincie doet. Zij stelt middelen beschikbaar als een soort financieringsvorm aan de energiecoöperaties. Dus eigenlijk kan de energiecoöperatie zeggen, ik wil een lening bij de provincie, dat heet dan de Drentse Energie Organisatie, de DEO, tegen natuurlijk een hopelijk gunstig tarief om ja, eigenlijk aan vreemd vermogen te komen. Maar ja, dan moet de coöperatie dat wel willen betrekken van de DEO natuurlijk, tenzij ze ergens anders een gunstigere lening kunnen krijgen.

Dus de provincie heeft niet geld toegezegd als het gaat om financiering aan het project maar wel zelf geld, investeringsgeld maar meer via een lening aan de coöperaties. En zij ondersteunen, net zoals wij dat gaan doen hè, dat kunt u ook lezen in het voorstel, wel de energiecoöperaties ook met kennis en kunde. Onder andere via het PLED, dat is een soort koepelorganisatie voor alle energiecoöperaties dan weer. En ten slotte vraagt de CDA nog heel expliciet aan het college, ja, hoe gaat dat nou met die participatiegraad van die coöperaties. De VVD vroeg daar ook nog naar, hoe organiseer je die omwonenden? Nou, wij snappen ook die zorg want het is best wel een omvangrijk project, dat is net nogmaals toegelicht. Nou, eigenlijk zit het tussen twee niveaus hè, iedereen kan mee investeren in het project. Letterlijk elke onderneming, elke inwoner mag meedoen vanuit de gemeente. Maar als het gaat om die vorming van de coöperaties dan kunnen dat omwonenden zijn maar dat kan ook bijvoorbeeld een sportvereniging zijn. Als een voetbalclub besluit om lid te worden zeg maar van de coöperatie, dan kan dat gewoon. Dus ook daar zit een kans om de organisatiegraad en de participatiegraad zo hoog mogelijk te krijgen.

En wij hebben als college ook gezegd, dat kunt u ook lezen in het raadsvoorstel, we gaan dat met kennis, kunde en ook middelen ondersteuning zodat die coöperaties ook gevormd kunnen worden, kunnen groeien. En het gaat met name ook over publiciteit, communicatie, om zoveel mogelijk omwonend mee te kunnen laten profiteren van dit project. Dat nog even als aanvulling op de presentatie want dat waren vragen expliciet gericht aan het college. Dat wou ik de heer Stigter niet aandoen om die te beantwoorden. De voorzitter: Heel goed. Ik kijk even naar de heer De Weerd of die nog aanvullende vragen heeft aan het college, aan de heer Westendorp.

De heer De Weerd: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben wel, we hadden iets meer vragen maar er zijn ook een aantal technische vragen denk ik, misschien dat u die schriftelijk wil beantwoorden? We hadden net bijvoorbeeld een vraag over de Omgevingsfonds, hoe het bestuur daarvan wordt gekozen en wat wij als raad daarin als rol hebben? Verder vroeg ik mij nog af, als het gaat om die lening die die provincie verstrekt van 12 miljoen, wat voor voorwaarden zitten er dan aan die leningen? Is het bijvoorbeeld een renteloze lening om zoveel mogelijk obstakels weg te nemen bij coöperaties? En … De voorzitter: De heer Westendorp. O. De heer De Weerd: Ja, even kijken. Misschien dat er straks nog wat vragen zijn daar kom ik straks op terug. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Oké, mijnheer Westendorp, kunt u deze vraag nog beantwoorden voordat we even de VVD en ook GroenLinks even het woord geven? De heer Westendorp: Ja, dat kunnen wij en de heer De Weerd heeft terecht, dat kunnen we ook nog wel even bekrachtigen wat het antwoord is. Maar als het gaat over Omgevingsfonds, om heel eerlijk te zijn is dat nu nog niet bekend want dat moeten we allemaal nog opzetten de komende tijd, ook met die coöperaties. Dus dat is juist het proces van de komende driekwart jaar zeg maar om daar goede afspraken over te maken, hoe dat bestuur eruitziet en hoe we dat allemaal moeten regelen.

Maar daarvoor is wel een vastgesteld beleidskader nodig want dan pas ga je die uitwerking ook daadwerkelijk in. Maar ik heb u net al toegezegd dat we u zeker wel willen informeren over hoe dat precies gaat plaatsvinden. Naar mijn idee verstrekt de DEO, maar dat is even uit mijn hoofd maar ik wil dat nog wel even checken, geen renteloze leningen. Wat ze wel doen, zo heb ik dat net ook gezegd volgens mij, is een aantrekkelijk rentepercentage. Maar ja, goed, uiteindelijk moet er vaak over een lening wel een rente worden betaald. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. Ga ik even naar de heer Van der Meer van GroenLinks. Die had ook vooraf vragen gesteld en de vraag is, zijn ze in voldoende mate beantwoord of zijn er nog aanvullende vragen richting het college? De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. Met dank aan de heer Stigter voor de heldere toelichting in de presentatie want die heeft, nou ja, het grootste deel van de vragen beantwoord. Dus wat ons betreft is wat dat betreft ook geen belemmering om naar besluitvorming te gaan.

Eén vraag had ik nog over die ik gesteld had en dat was, met name ging die over de invloed die je zou kunnen hebben op de tender door een deel van die tender ook de mogelijkheid of de verplichting op te nemen om regionale ondernemers mee te laten doen in de realisatie van dat zonnepark zodat je ook een economische impuls krijgt voor deze regio. De voorzitter: De heer Westendorp of de heer Olivier. De heer Westendorp: Ja, de heer Olivier zal deze vraag proberen te beantwoorden. De voorzitter: De heer Olivier. De heer Olivier: Ja, dank u wel, voorzitter. In de tender kan je niet afdwingen dat het vanuit een lokale partij wordt gerealiseerd.

De voorzitter: Kort en krachtig antwoord. Dan gaan we nu naar de VVD, die had ook vooraf wat aanvullende vragen gesteld. De heer Strijker die dezelfde vraag als ik aan de heer Van der Meer heeft gesteld. De heer Strijker: Ja, dank u wel, voorzitter. Dank u voor de presentatie en de eerste vraag is denk ik meer voor de wethouder. Want wij begrijpen uit de stukken dat er één tot, nou, eigenlijk oneindig veel coöperaties onder de koepel Hoogeveen gestart kunnen worden. Hoe kijkt de gemeente daartegenaan en hoe gaat voorkomen worden dat er een wildgroei aan coöperaties en dus een zware belasting op het ambtelijke apparaat komt? De voorzitter: De heer Westendorp. De heer Westendorp: Ja, ik snap uw vraag alleen ik denk dat het wel principieel onjuist is om nu al te zeggen dat je een bepaalde beperking erop wil zetten. Volgens mij gaat het juist om de kracht van de inwoners die zichzelf moeten organiseren. Dus als je nu zegt, ja, er moeten maar zoveel zijn, dat is niet helemaal de bedoeling om die kracht uit de samenleving denk ik ook goed te benutten. Maar ik snap uw vraag. Wat wij daarover hebben bedacht in het proces is dat die kwartiermaker zeg maar ook echt aan de gang gaat. En bijvoorbeeld als een sportvereniging zich aanmeldt, dat je dan slimme verbanden legt met andere sportverenigingen zodat ze niet allemaal hun eigen coöperatie hoeven op te richten.

Tenslotte gaat het niet om het besturen zeg maar, maar juist om de effectiviteit. Dus om heel eerlijk te zijn denken wij niet aan een maximum maar over maximale ondersteuning om die coöperaties zo slim mogelijk te ondersteunen en te vormen. De heer Strijker: Helder, dank u wel. Dan de tweede vraag, dat ging over in de technisch beantwoording aan het CDA, de stukken die zijn toegevoegd, daar werd ook een indicatie gegeven van het meegebrachte kapitaal wat door de participanten meegebracht zou moeten worden. Die berekening was voor ons niet helemaal duidelijk. En nu in de beantwoording werd 6 miljoen genoemd voor 50 procent en nu zag ik in de presentatie een getal van 12 miljoen genoemd worden dus zou daar meer duidelijkheid over gegeven kunnen worden? De voorzitter: De heer Westendorp. De heer Westendorp: Ja, de heer Olivier gaat dat doen. De voorzitter: O, de heer Olivier. De heer Olivier: Ja, dank u wel, voorzitter. Hoe dat zit is, je gaat eigenlijk op het begin dat straks de A37 getenderd wordt, en op het moment dat die ook wordt verleend, dan richt je een project BV op. Dan ga je eigenlijk het project met elkaar vormgeven en dan ga je eigenlijk alle afspraken ook maken. Daar moet je in eerste instantie op het moment dat je 50 procent lokaal eigendom realiseert, stop je daar 6 miljoen euro in. Dat is een schatting hè dus dat is van wat we denken dat het gaat kosten.

Op het moment dat je vervolgens tot een financial close komt, dus dat betekent dat je eigenlijk de gehele financiering van het project rond hebt en je aan de slag gaat. Dus alle afspraken ook contractueel zijn vastgelegd met betrekking tot, nou ja, ook subsidies geregeld zijn, aanschaf van de zonnepanelen, et cetera. Eigenlijk alles is rond dus het project gaat gerealiseerd worden, dan zou je bij op het moment dat je 90 procent vreemd vermogen aantrekt, wat gangbaar is bij duurzame energieprojecten, dan zou je nog een keer 6 miljoen inleggen. Dus zo kom je op een totaal van 12 miljoen maar dus wel met de kanttekening dat je 54 miljoen aan vreemd vermogen inlegt. De voorzitter: De heer Klok, heeft deze vraag nog relatie met de ingediende vragen? Anders wil ik de andere partijen ook even de mogelijkheid geven om vragen te gaan stellen. Dan stelt u hem maar.

De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter. Die vraag gaat over de statuten en vanuit de presentatie wordt ook duidelijk van, ja, over de statuten is eigenlijk nog veel onduidelijk en moet er nog veel ingevuld gaan worden. Maar dan eigenlijk is de vraag van, hoe komen wij dat wij als raad straks ongelukkig zijn met de statuten die opgenomen zijn? Dank je wel. De voorzitter: Wie neemt het woord? De heer Westendorp: Ik zal de vraag proberen te beantwoorden, voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Westendorp: Ik snap de vraag. Ik vind het wel jammer dat u er nou al een oordeel over geeft van dat de inwoners niet zozeer iets kunnen ontwikkelen. Maar begrijp me goed, het beleidskader zijn de randvoorwaarden waaronder de statuten tot stand moeten komen. Dus u kunt in feite met het vaststellen van het beleidskader de inrichting van de statuten vormgeven. Dus dat is zeg maar de kaders die u meegeeft aan de coöperatie en de inrichting van de statuten. Hoe dat het er exact uit komt te zien, dat weten we nu nog niet maar dit beleidskader is de input voor het opstellen van de statuten. Dus ik zou als raad kunt u gewoon controleren of die beleidskaders zeg maar voldoende zijn verwerkt hè, dat heb ik u net een beetje … Maar ik zou er ook op vertrouwen dat de coöperaties in staat zijn om gewoon de beleidskaders goed te vertalen in nieuwe statuten.

Maar dat is een proces wat we gaan doorlopen. De voorzitter: Goed, dank u wel, voor de beantwoording tot zover. Ik ga nu even inventariseren of er nog vragen zijn vanuit diverse raadsleden om te stellen. De heer Van Rijn had al vanaf begin af aan de hand omhoog. Ik heb het gezien dus u mag beginnen, daarna komt de heer Van der Meulen en daarna de heer Pomper en dan kijken we weer verder. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Ja, het gaat even over die minimaal 20 procent. Dat is een vaste voorwaarde, dat staat in het kader. Een ontwikkelaar die ziet wel kans om dit hele project te gaan doen, hij doet ook zijn uiterste best, maar die 20 procent wordt niet gehaald. Gaat dan gewoon het hele project niet door? Is het zo hard die min 20 procent? En dan over dat Omgevingsfonds want het ging een beetje te snel in die presentatie. Ik hoorde van, als coöperaties niet helemaal dat geld bij dan kon er van geld gestort worden in dat Omgevingsfonds. Mag daar nog even ietsjes uitgebreider even aandacht voor zijn waar dat precies dienst voor doet? Dank u wel. De voorzitter: De heer Stigter. De heer Stigter: Ja, dank u wel. Het is als volgt, ik vind het een beetje gek om deze kant op te praten terwijl u naast mij zit. Maar dat is geloof ik hoe het werkt. Eerst even over de 20 procent.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12666060/2