Transcript Gemeenteraad Hoogeveen 21.12.2023
Tekst van het document
Dat is het amendement van de Partij van de Arbeid over preventie en handhaving. Ik meen ook dat de ChristenUnie daar ook al opmerkingen over had gemaakt, maar ik ga eerst het woord geven aan de Partij van de Arbeid. Mevrouw Schonewille. Mevrouw Schonewille: Ja dank u wel voorzitter. Ja er zijn ondertussen meerdere partijen die hebben aangegeven dit mede te willen indienen, maar het ligt nu natuurlijk nog niet voor besluiten, dus ik kan me voorstellen dat dat later wordt toegevoegd. De voorzitter: Maar u kunt het kort toelichten nu. Mevrouw Schonewille: Zeker kan ik dat. Zoals net al gezegd, wij vinden in het huidige kader wat voorligt eigenlijk onvoldoende dat daarin opgenomen is hoe we aan het werk gaan met preventie en handhaving. Nou is dat natuurlijk ook meer iets voor een uitvoeringsplan, maar vinden we wel dat dit expliciet bij je beleid moet worden opgenomen, om juist ook het belang daarvan aan te stippen. Ondertussen heb ik opgevraagd hoe
staat het er eigenlijk voor met ons preventie- en handhavingsplan. Nou blijkt dat er een preventie- en handhavingsplan alcohol is, wat tot 2023 geldt. U weet allen, dat is nog een paar dagen en dan houdt 2023 wel op. Ondertussen heb ik van de ambtenaar begrepen dat in februari waarschijnlijk de nieuwe versie richting de raad komt, maar dit gaat wel alleen over alcohol en eigenlijk zouden wij dat graag willen uitbreiden ook naar middelengebruik. Daar moeten we dan t.z.t. nog een motie voor indienen, dus alvast maar een oproep, laten we dat dan ook zeker doen. Los van of je het hier mee eens bent. Maar we denken dat het slim is om in dit stuk wat voorligt, daar alvast wel een verwijzing naar te doen en alvast te zeggen wij vinden dit van dusdanig belang dat we ook echt iets opnemen over preventie en handhaving. Want alleen een coffeeshop, prima, daar kun je van vinden wat je ervan wil vinden, maar preventie en handhaving is wel expliciet noodzakelijk daarbij. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Wie wil daarop reageren? Mijnheer Pomper van de SP. Dit is de tekst. De heer Pomper: Ook als mede-indiener ter aanvulling. Kijk, wij zijn wel voornemens om coffeeshops te gaan faciliteren. Ja dan moet je op zijn minst ook een goed preventiebeleid erop zetten. De voorzitter: Oké. Nog anderen die hierop willen reageren? Mijnheer Van Rijn van de SGP en dan mijnheer Feenstra.
De heer Van Rijn: Ik zou wel graag eens een vraag stellen. Hoe zien jullie die preventie werken? Wat is het doel daarvan? Wat is het oogmerk ervan? En uiteindelijk welk effect wil je ermee gaan behalen? Want ik zie het eigenlijk niet. De voorzitter: Aan wie stelt u die vraag? De heer Van Rijn: Aan de beide indieners. De voorzitter: Oké. Gaat uw gang, mevrouw Schonewille. Mevrouw Schonewille: Wat mij betreft moet de nadere uitwerking daarvan dus plaatsvinden in dat preventieen handhavingsplan. Maar als u het nu persoonlijk aan mij vraagt en dat geldt voor zowel alcohol als voor middelengebruik in het algemeen, zou ik graag willen zien dat we van jongs af aan, dus dat betekent kinderen op de basisschool, maar ook op de middelbare school, hun ouders daarbij meenemend en de rest van de maatschappij ook, meenemen in het stuk hoe zorg je ervoor dat je niet afhankelijk raakt van alle genotsmiddelen die er zijn. En dat geldt dus inderdaad voor alcohol, maar ook voor middelengebruik et cetera. En je hoeft echt niet van mij op de basisschool te vertellen je kunt straks als je 18 bent naar de coffeeshop en doe dat veilig. Ik snap wel dat dat niet zo werkt, maar er zijn experts die daar uitgebreid goed over na kunnen denken over hoe geef je dat vorm. Maar wat mij betreft zit het hem vooral op hoe zorgen we ervoor dat we er, dat we mensen niet afhankelijk maken van middelen.
De voorzitter: Is dat antwoord helder genoeg? Dan wil ik ... De heer Van Rijn: Even ter aanvulling nog even een, want ik begrijp dus … Oké, dus als die preventie echt honderd procent werkt, dan gaat er uiteindelijk niemand meer naar de coffeeshop. De voorzitter: Oké. Mevrouw Schonewille: Nee, want dat is vervolgens een vrije keuze die je te maken hebt, maar wel op basis van de juiste risico's die je geleerd hebt.
De voorzitter: Even een korte interventie doen. Dit punt even afstand. Want ik had ook gezegd dat de ChristenUnie een debatpunt over preventie had. De heer Pomper: Dit is een antwoord op een vraag. De voorzitter: Ja. Mag ik … Ik wil even mijn zin afmaken. Dus ik wil eigenlijk even ruimte geven ook aan de ChristenUnie om nog wat punten van debat erbij aan te sluiten en dan kom ik terug op die vraag. De heer Pomper: Ik zou graag … De heer Van Rijn die vroeg mij ook een vraag, stelde mij ook een vraag. De voorzitter: Oh, u wilt ook uw vraag … De heer Pomper: Ja natuurlijk. De voorzitter: Beantwoorden. Dan gaat u dat eerst doen en dan gaan we naar de ChristenUnie. De heer Pomper: Kijk, er zijn bij onze fractie ook meerdere initiatiefnemers geweest die ook een coffeeshop willen openen en die hebben ook allemaal hun ideeën over preventie in de coffeeshop. Kijk, natuurlijk moeten we op scholen, overal waar we dat kunnen doen, preventie doen, maar ook in de coffeeshop moet er preventie plaatsvinden. Dus het is niet zo dat je coffeeshop binnenloopt, je krijgt een zakje wiet mee en toedeledoki. Daar ook. De voorzitter: Die antwoorden zijn nu gegeven nu. Dan ga ik nu naar de ChristenUnie, want u had ook een debatpunt over preventie. De heer Van Dijk: Ja dank, voorzitter.
De ChristenUnie had al aangegeven in de bijdrage dat ze de inzet op preventie en handhaving miste in dit coffeeshopbeleid. En onze vraag aan de andere partijen hier aan tafel is dan ook, hoe ver zouden jullie willen gaan in de preventie? Wat zou het doel moeten zijn en hoe ver willen we dan dit ook verwerken in het coffeeshopbeleid? De voorzitter: Wie wil daarop reageren? Mevrouw Schonewille. Mevrouw Schonewille: Nou ja ik heb niet voor niets dit amendement opgesteld waarin we volgens mij kort refereren aan dat het noodzakelijk is om aan preventie en aan handhaving te doen en dat verder uit te werken inderdaad in die beleidsstukken die daar dan specifiek over gaan en ik zou dat graag in de breedte willen doen en ik ben heel nieuwsgierig hoe de heer Van Dijk, want die heeft volgens mij ook een sterke mening over hoe preventie eruit zou moeten zien. Ik ben heel benieuwd wat zijn voorstel daar ook in is, maar voor dit beleid zou ik zeggen is het voldoende om in ieder geval te benoemen dat we dit van wezenlijk belang vinden en vervolgens te verwijzen naar de juiste stukken die daarbij horen. De voorzitter: ChristenUnie vroeg ook naar andere partijen. Ik zie ook de hand van mevrouw Hooijer. Mevrouw Hooijer-Everts: Wat ons betreft is preventie en handhaving … Zonder preventie en handhaving zou er van ons betreft ook geen coffeeshop moeten komen.
Dus en zoals mevrouw het al verwoordde, in de coffeeshop moet preventie zijn dat degenen die daar komen, maar nog veel belangrijker is het eigenlijk al preventie altijd vooraf en dat is bij alcohol, drugs, tabak, maar ook over seksuele voorlich... Overal moet je als je … Je moet kinderen duidelijk maken wat gevaren zijn op heel veel gebieden en daar is alcohol en drugs, in dit geval softdrugs, maar alle drugs, ze moeten weten wat er kan gebeuren. We hebben in Noordscheschut
ook regelmatig in het verleden voorlichtingsavonden gehad over verslaving en dat is ook eetverslaving of wat dan ook en dan hadden we ervaringsdeskundigen, een moeder wiens kind overleden was aan drugs, een exverslaafde. En dat ze dat zien en horen. Dat was dan ... Dat vind ik ook preventie. En dan is het uiteindelijk, zoals mevrouw, k ben even de achternaam vergeten, Schonewille zegt, dan is het daarna een vrije keus als je dat doet. De voorzitter: Dus dat is het antwoord van Gemeentebelangen. Is er nog iemand anders die nog reageren wil op deze vraag van de ChristenUnie. Dan zag ik mijnheer Vos en dan CDA daarna. Gaat uw gang. De heer Vos: Dank u voorzitter. Ja. Nee op het gebied van handhaving, daar had ik het eigenlijk in mijn betoog ook al over, we hebben nu al niet de capaciteit van onze normale taken, dus ja het liefst natuurlijk in deze huidige situatie vinden we dat er al heel erg natuurlijk gehandhaafd moet worden op alles, dus dat ook de straatdealers gewoon keihard moeten worden aangepakt, maar dat wil men natuurlijk blijkbaar hier niet. En dat zal niet beter worden. Dat wordt alleen maar erger. Dus wees maar bereid voordat we heel veel kosten gaan maken aan extra handhaving en allemaal zaken. En op het gebied van als je gaat kijken van preventie, ik geloof niet dat dat kan.
Ik denk dat drugs heel erg heeft laten zien, de invloed van drugs op onze maatschappij, dat wij als personen, in tegenstelling wat de liberalen hier tegenover me denken, ja de PvdA is ook een liberale partij in mijn ogen, zeker op dit gebied, zeker cultureel gezien, die zien niet dat mensen dus blijkbaar, die hebben dus een bepaald idee van autonomie van mensen, dus ze denken dat mensen daarmee om kunnen gaan, maar we zien dagelijks dat mensen daar niet mee om kunnen gaan en dat is natuurlijk ook het idee van verslaving. De voorzitter: Maar wilt u dan reageren op de preventie, want ik … De heer Vos: Maar het gaat dus daarom dus ook in de preventie en dat … Je kan geen preventie ertegen doen, want mensen gaan het gewoon doen, dus je moet het gewoon verbieden. De voorzitter: Goed. Ik had nu mijnheer Feenstra van het CDA beloofd om te reageren op dit debatpunt over preventie. En dan wil ik kijken of er nou echt nog dingen zijn die er nog over gezegd moeten worden en anders … De heer Feenstra-Paas: Precies voorzitter. Ik ga er iets over zeggen. Kijk, ik heb hier toch wel het idee dat onze linkerhand niet meer weet wat de rechterhand gaat doen. Moeten we niet eerst een plan doen voor preventie? Als dat in de stijgers staat, dan kun je nog overwegen om te zeggen van nou weet je, we zijn allemaal zo zelfbewust, wij kunnen onze verantwoordelijkheid combineren met onze vrijheid.
Ik zou bijna zeggen, heb ik de twee V’s van de VVD, dus die verantwoordelijkheid en vrijheid met elkaar kunnen combineren en dan de keuzes te maken van hier kies ik voor. En ik vind echt dat wie gaat dan ook dat preventiebeleid uitvoeren? Gaat hier de, want ik moet zeggen dat de SP van die prachtige ideeën heeft dat de coffeeshophouder helemaal geen zakje wiet gaat geven, maar je eerst een folder doet met preventiebeleid. Dat vind ik hele erg interessante gedachten. Gaat de slager hier zijn eigen vlees keuren? De voorzitter: Oké. Ik wil eigenlijk langzamerhand naar een afronding van dit debatpunt, want anders blijven we heel lang over preventie. Ik geef nog twee partijen de kans om te reageren. Dan mag mijnheer Van Dijk terug reageren. En mevrouw Schonewille nog. Ja? Wie … Ik heb heel erg handen gezien. Ja. Mijnheer Van Hoorn en mijnheer Klok. Laten we die reageren.
De heer Van Hoorn: Nogmaals, ik wil toch wel weer even refereren aan de klankbordgroep. We zijn dus bij coffeeshops langs geweest en daar hebben wij preventie gezien van verschillende soorten coffeeshops. Niet alle coffeeshops doen dat op dezelfde manier, maar in alle coffeeshops was preventiemiddelen aanwezig. Het kan zijn een scherm waarin precies staat wat verslaving en wat de effecten zijn van wiet en wat de negatief effecten zijn van wiet. Stonden in al die coffeeshops was dat voorhanden. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Hoorn. En mijnheer Klok van de VVD. De heer Klok: Ja dank u wel voorzitter. Ik krijg toch in dit debat krijg ik een beetje moeite mee dat in één keer niemand meer hier in deze gemeente autonoom kan denken, behalve de heer Vos, bekruipt mij een beetje een gevoel. En daar heb ik wel moeite mee. Ik acht mezelf in staat om wel autonoom te kunnen denken en om wel zelf die keuze te maken. En ja, ik acht ook de inwoners van Hoogeveen autonoom genoeg om wel de juiste afweging te maken als er maar juist preventie is. Als we maar, als we onze inwoners maar op een juiste manier inlichten. En dat is wat wij pogen te doen met onder andere dit amendement. En je hebt gezien, wij hebben gezien van de klankbordgroep dat we dat allemaal gezien hebben in Groningen hoe dat te werk gaat.
En ik zou u van harte uitnodigen om ook eens een bezoek daar te brengen en dan kunt u zien hoe dat wordt gedaan. En dat gebeurt heel netjes en op een correcte en juiste manier. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik zo naar de afronding van dit debatpunt, dit amendement. Is er nog behoefte bij ChristenUnie, Partij van de Arbeid om daar nog een afsluitende opmerking over te maken? Mevrouw Schonewille: Ja dat kan kort hoor voorzitter. In die zin dat mijnheer Feenstra haalde net aan dat het dan alleen in coffeeshops zou plaatsvinden. Wat ons betreft dus expliciet niet. Ja of eigenlijk ook in de coffeeshops voorlichting. Maar juist de preventie ook aan de voorkant, buiten de coffeeshop, voordat je er al in komt, in de brede zin van het woord. Dus ik zou ook willen oproepen aan alle partijen die niet voor de coffeeshop zijn, want ik me kan voorstellen vanuit principiële kwesties, maar kan ik me wel voorstellen dat dit helpend kan zijn om in ieder geval als er dan beleid komt, dan meer passend beleid te krijgen. De voorzitter: ChristenUnie. De heer Van Dijk: Het doel van de ChristenUnie was om wat meer beeld en geluid te krijgen bij de ideeën van de andere partijen en wij nemen dit amendement in beraad in de fractie. De voorzitter: Oké. Dan is dit duidelijk en wil ik, stel ik voor dat we naar het amendement gaan van maximum bestel.
Ik constateer daarin dat de tekst was vijf jaar na vestiging van één coffeeshop vindt de evaluatie plaats van de opgedane ervaringen en wordt bepaald of er een maximum bestel wordt aangepast en die tekst wordt nu voorgesteld om dat twee jaar te doen in plaats van vijf. Dat is eigenlijk kortweg de samenvatting. En ik kijk even naar mevrouw Schonewille weer om dat kort toe te lichten. Mevrouw Schonewille: Ja dat wat voorligt moet iets gewijzigd worden, omdat de juridische kaders iets anders liggen, maar waar het inderdaad op neerkomt, is dat er nu in de tekst genoemd staat dat we na vijf jaar evalueren na de komst van de eerste coffeeshop wat de hoeveelheid van de shops moet zijn, of één passend is en we zouden dat graag na twee jaar willen hebben, omdat we denken dat je dan al een goede meting kan doen. Nou dat. De voorzitter: Oké. Dan de reactie van de ChristenUnie daarop.
De heer Van Dijk: Dank voorzitter. Ik begrijp dat de indieners graag een zo breed mogelijke afweging willen maken hoe zo'n coffeeshop bevalt, niet na vijf jaar, maar na twee jaar, dat dat het doel is van dit amendement. Mijn oproep zou dan ook zijn, laten we de stem van de inwoner hierin verwerken. Laten we over twee jaar als de coffeeshop er is en we kunnen allemaal tellen, laten we dan kijken wat de inwoner ervan vindt, hoe die het bevalt dat er een coffeeshop in zijn of haar buurt is of meer in het algemeen, principieel, in de gemeente Hoogeveen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Dijk van de ChristenUnie. Wie wil daarop reageren? CDA, mijnheer Feenstra. Gaat uw gang. De heer Feenstra-Paas: Ja ik zit even te puzzelen. Dit zijn dezelfde partijen die ook het amendement voor twee coffeeshops hebben ingediend. Hoe verhouden deze twee amendementen zich tot elkaar? De voorzitter: U stelt dus de vraag aan een van die partijen. Wie wil daarop reageren? Mevrouw Schonewille van de Partij van de Arbeid. Mevrouw Schonewille: Die verhoudt zich een beetje als volgt. Daar hebben wij namelijk ook een beetje op lopen puzzelen, maar het zit hem vooral in het stuk dat juridisch gezien we kunnen vragen of kunnen zeggen we zouden graag twee coffeeshops willen hebben, daar hebben we alle argumenten voor, maar onze burgemeester gaat erover.
Dus stel dat de burgemeester vervolgens besluit, dat is mooi dat er twee zouden moeten komen, maar ik vind toch anders, dan zouden wij alsnog graag zien dat dat dus op tijd geëvalueerd wordt. De voorzitter: Is dat antwoord voldoende en helder genoeg, mijnheer Feenstra? Dan mijnheer Vos van Forum voor Democratie. De heer Vos: Ja dank u voorzitter. Ja nou dat merkt ik eigenlijk net ook al dacht ik op te merken in wat er net werd verteld. Het gaat er natuurlijk hier, het gaat er niet om dat het op een korte termijn, daar gaat het amendement helemaal niet over. Het gaat er gewoon om dat het op korte termijn eerder uitgebreid kan worden. Dat is natuurlijk het doel van het hele amendement. En de partijen zullen nu natuurlijk zeggen dat het niet waar is, maar over twee jaar, mocht dit aangenomen zijn, zullen ze ineens anders gedraaid zijn, want zo werkt het. We zitten hier nou eenmaal. We hebben het de hele dag al over glijdende schalen op het gebied van drugsgebruik, maar dat is dit natuurlijk ook, want zo werkt de politiek hier ook nog wel weer. De voorzitter: Zullen we dan vragen of dat ook een terechte constatering is van uw kant. Ik zie mevrouw Schonewille en dan mevrouw Rutgers van D66.
Mevrouw Schonewille: Ik verwacht dat de heer Vos dat een terechte constatering blijft vinden en dat het niet zoveel uitmaakt wat ik daarover zeg, maar voor de goede orde, voor alle mensen die wel kijken. Nee, wij zien dat iets anders. Wij zien namelijk en daar denkt de heer Vos ook anders over, maar wij zien risico's in het hebben van één coffeeshop. Die zijn al eerder aangehaald. We zien risico's in de kwaliteit daarvan, in wat dat betekent, dus we zouden dat graag tijdig willen evalueren. En als je dat vijf jaar lang laat doorsudderen, kan ik mij zo voorstellen dat je vijf jaar lang mogelijk met een situatie zit die je niet zou willen hebben. Dus we willen graag tijdig evalueren, werkt één coffeeshop ja of nee en dat kan natuurlijk ook een afweging zijn waarbij je zegt ja dat werkt niet. En als de heer Van Dijk zegt we willen daar graag inwoners bij betrekken, ja wie ben ik om daar wat van te vinden.
De voorzitter: Oké. Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Rutgers en daarna mag mevrouw Hooijer, want die had de hand ook opgestoken. Mevrouw Rutgers: Ja ik wil nog even inderdaad ingaan op dat punt van inwoners betrekken, want dat lijkt me heel goed en dat is ook iets wat we in Groningen echt gezien hebben, dat ook bij het vestigen van een coffeeshop, dat inwoners daar heel nauw bij betrokken zijn. Juist omdat net als met windmolens, maar toch … De heer Feenstra-Paas: Maar waarom doen jullie dat hier niet dan? De voorzitter: Nee mijnheer … De heer Feenstra-Paas: Je mag toch interrumperen met een debat? Mevrouw Rutgers: Nee hoor. De voorzitter: Nee, het gaat altijd via de voorzitter. De heer Feenstra-Paas: Sorry. Mevrouw Rutgers: Ja dat mag niet. Sorry. Ik heb de regels niet ... Ja ik heb ze wel verzonnen. Maar niet in mijn eentje. We hebben juist in Groningen gezien dat dat essentieel is om in elk stadium van voor de komst van een coffeeshop, als hij er is, maar ook bij een evaluatie om de inwoners te betrekken. En dat zou ik dus alleen maar willen aanmoedigen. Alleen ik denk om andere redenen dan u, namelijk om de relatie tussen een coffeeshop, de gemeente en inwoners om die heel goed te houden en niet om munitie te vinden om alsnog te zeggen we moeten een coffeeshop sluiten.
Maar als u mee was geweest in Groningen had u een heel mooi voorbeeld kunnen zien van hoe in Groningen daar gewerkt is aan draagvlak, aan een samenspel om tot zo goed mogelijke voorwaarden te komen voor inwoners en voor die coffeeshop. Die heeft zich daar volledig op aangepast. De voorzitter: Dat is helder wat u nu hebt. Ik heb mevrouw Hooijer beloofd en daarna gaat mijnheer Van Dijk nog weer reageren ook op zijn input. Gaat uw gang mevrouw Hooijer. Mevrouw Hooijer-Everts: Ja voorzitter, dank u wel. Ja wij zijn ook voor een evaluatie na twee jaar. Het kan zijn voor de wel of geen een tweede coffeeshop, maar het gaat er ons vooral om dat het gewoon belangrijk is dat je op korte termijn evalueert. Want inderdaad ook als het niet lukt of het escaleert, wil je dat ook op tijd met elkaar weten en inderdaad ook met de inwoners, want die participatie, dat vinden we ook belangrijk. En nee, mijnheer Vos, u moet eens ophouden met uw NIVEA. Dat betekent niet invullen voor een ander. Dat wat we dan over vijf jaar willen doen, u moet niet gaan zeggen wat wij gaan denken, want dat weten we zelf wel. De voorzitter: Oké. Dan ga ik naar mijnheer Van Dijk en daarna rond ik dit punt echt af, want we hebben nog veel meer debatpunten. Ik denk dat we toch wel voor twaalf uur weer ergens anders willen zijn. Gaat u gang mijnheer Van Dijk. De heer Van Dijk: Dank voorzitter.
Dan zou ik de woorden NIVEA ook nog wel graag willen gebruiken, want collega Rutgers van D66 schuift me nu een intentie in de schoenen waar ik me niet in herken, namelijk dat zo'n evaluatie munitie zou zijn om een coffeeshop te sluiten. Dat roept dan bij mij de vraag op, verwacht u zelf kennelijk dat inwoners zo'n coffeeshop negatief zullen evalueren en wat zegt dat dan vervolgens. Punt. Ik ben nog steeds wel benieuwd naar of we elkaar hier ook met andere partijen kunnen vinden om het amendement
zo te wijzigen dat we dus de stem van de inwoners ook betrekken in het amendement. Dat is een vraag waar ik op dit moment nog niet echt een antwoord op heb. De voorzitter: Aan wie stelt u die vraag? De heer Van Dijk: Aan iedereen. De voorzitter: Aan iedereen. Dan gaan we nu naar mijnheer Pomper, want die heeft al een paar keer de hand naar boven gestoken. De heer Pomper: Ja, want u heeft het wel vaker van de stem van de inwoner. Maar hoe wilt u dat doen? De voorzitter: Kunt u dat nog een keer herhalen? Want er sprak iemand anders in mijn oren en dan is dat heel lastig om … De heer Pomper: Ik ben … Ik vraag mij af hoe u de stem van de inwoner dan wilt aanhoren. Hoe gaat u dat doen? De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Van Dijk, want u wordt een vraag gesteld. De heer Van Dijk: Ja dank voorzitter. Mevrouw Rutgers: Punt van orde als het mag. De voorzitter: Wat … Laat hij eerst even antwoorden, dan kom ik bij het punt van orde. Ja jammer. Het is wel goed. Gaat uw gang. De heer Van Dijk: Ja dank voorzitter. Ja volgens mij zijn wij als gemeente ontzettend bedreven in het horen van de stem van de inwoner door allerlei mooie participatietrajecten waar we als raad ook een uitgebreid traject voor hebben gehad. Dus hoe je technisch de stem van de inwoner hoort in zo’n proces, dat lijkt me niet zo ingewikkeld. De voorzitter: Dan ga ik langzaam aan naar afronding.
Ik heb de hand van mijnheer Feenstra een paar keer gezien. En mijnheer Klok. Dus die geef ik nog ruimte. Gaat uw gang. Wie van de twee? De heer Feenstra-Paas: Dank u wel voorzitter. Ik begin meteen, voordat er weer iemand anders. Nee, kijk, ik heb hier toch wel even naar D66 zitten luisteren met van bestaat dit echt. Want je houdt een groot pleidooi voor inwonersparticipatie, belangrijk dossier, belangrijk draagvlak en wat hebben jullie nu gezegd over dit thema. Geen inwonersparticipatie. Geen overleg. Nee, we doen het als raad, wij vertegenwoordigen de inwoners. Dus hoe moet ik dit rijmen? De voorzitter: De vraag mag beantwoorden worden door D66. En dan gaan we naar mijnheer Klok. Mevrouw Rutgers: Dat valt heel goed te rijmen, want daar is de Omgevingswet. Bijvoorbeeld als straks die coffeeshop zich ergens wil vestigen, dan speelt het draagvlakverhaal. Dan ga je natuurlijk kijken wat vinden inwoners ervan, kan de buurt daarin mee, wat moeten we in regelen om dit op een zo goed mogelijke manier te doen of moeten we ervoor kiezen om dat hier niet toe te staan. Dus dat zit niet bij het vaststellen van beleid, maar dat zit bij de uitvoering wat ons betreft. En dan absoluut participatie.
De voorzitter: De laatste reactie nog aan mijnheer Klok van de VVD en dan … De heer Van Rijn: Voorzitter, ik wil graag wel even een punt van orde maken. De voorzitter: Iedereen probeert punten van orde te maken … De heer Van Rijn: Ja maar ik vind het … De voorzitter: En ik heb mijn punt van orde. Ik kom bij uw punt van orde. Ga nu eerst mijnheer Klok van de VVD en dan mag ik bij uw punt van orde komen. De heer Klok: Dank u wel voorzitter. Ja het … Mijn ... Nu gaan we wel weer een heel stuk terug, maar ik wilde nog reageren op de heer Vos dat wij denken dan na twee jaar dat wij willen uitbreiden. Nee dat is niet zo, want wij refereren de hele tijd naar die experts en die experts zeggen de hele tijd twee en daar zullen we naar blijven refereren, ook na twee jaar. En nogmaals, ik word er wel een beetje gek van dat de heer Vos de hele tijd voor ons gaat denken. Wij zijn autonoom genoeg om dat zelf te doen. Dank u wel. De voorzitter: Goed. Dat pak ik de orde van de vergadering. De vraag ik even de ruimte van, geef ik ruimte aan mijnheer Van Rijn wat zijn punt van orde is en dan wil ik daarna voorstellen om naar het volgende agenda… debatpunt te gaan. De heer Van Rijn: Voorzitter, mijn punt van orde is, wij krijgen een vraag aan alle fracties en u geeft drie, vier personen en zegt we gaan weer verder. Toen straks was het idem dito. Dat is geen manier van debat.
Als hij het aan alle fracties, moeten alle fracties de gelegenheid krijgen om daar even op te reageren. Dat is gewoon mijn punt van orde, want ik vind het maar een hele vreemde manier van debat. De voorzitter: U geeft een terecht punt aan dat ik blijkbaar u vergeten ben, dus daarvoor mijn verontschuldiging. Dat is geen punt. Ik heb nu geconstateerd dat u nog niet gereageerd hebt en volgens mij dan wel iedereen. En Gemeentebelangen of GroenLinks ook niet. En dan doen we die drie nog als laatste en dan wil ik echt verder naar het volgende debatpunt. Gaat uw gang mijnheer Van Rijn. De heer Van Rijn: Mijnheer Van Dijk is het hè. Die vroeg namelijk van hoe denken de andere fracties over als we gaan evalueren dat we daar de inwoners bij betrekken. Op zichzelf is dat altijd een goed plan, maar voor mij moest er helemaal geen coffeeshop komen om te kunnen evalueren. Maar goed, als die er dan toch is, dan vind ik dat wel een goed plan. De voorzitter: Oké. Dat is uw antwoord. Dan kijk ik naar GroenLinks. Mijnheer Van Hoorn, gaat uw gang. De heer Van Hoorn: Ja wij zijn voor burgerparticipatie, dus als we gaan evalueren, vind ik het verstandig om daar de burger bij te betrekken. De voorzitter: Oké. Dan mijnheer Vos van Forum voor Democratie als laatste. De heer Vos: Dank u voorzitter. Ja.
Nee, want ik wil nog even reageren op wat net door mevrouw Rutgers van D66 werd gezegd, hoe zij die burgerparticipatie indeelt, dat heet manufacturing consent. Dat betekent niet dat je naar de bevolking luistert, maar het betekent uiteindelijk dat je je eigen ideeën wil pushen op de bevolking en mensen mee wil nemen met die ideeën. Dus zo creëer je dus een soort vals soort democratische invloed zogenaamd, maar uiteindelijk duw je gewoon je eigen beleid door. En dat is ook de reden waarom er straks bij
de evaluatie door moet blijven gaan en dat we niet van te voren al met een referendum hebben dat besloten, want anders hadden mensen het nu ook kunnen afwijzen als ze het niet zouden willen. Het is gewoon een politiek trucje dit. De voorzitter: Volgens mij hebben we nu alle partijen gehoord en ik heb ook inmiddels geconstateerd dat we over het debatpunt participatie ook al het een ander hebben uitgewisseld, dus ik wil voorstellen om dat punt ook nu te laten vervallen, omdat daar best wel al meningen over zijn gedeeld. En wil ik naar een ander debatpunt. Dat is niet een amendement, maar dat is wat ingebracht is door onder andere het CDA, die het over de ligging had van de vestigingsplaats, moet ik zeggen van de coffeeshop, coffeeshops, naast de bakker. En de ChristenUnie, die had het over 300 meter, maar dat moet eigenlijk naar 500 meter. Kunnen jullie allebei toelichten? Mijnheer Van Dijk als eerst en dan het CDA. Gaat uw gang. De heer Van Dijk: Dank voorzitter. De fractie van de ChristenUnie heeft in de bijdrage er ook al iets over gezegd. In het huidige beleid wordt voorgesteld een afstandscriterium van 300 meter ten opzichte van scholen en andere gevoelige plaatsen zoals bijvoorbeeld daklozenopvang.
En ons voorstel zou zijn om dat op te hogen in lijn met andere gemeentes naar 500 meter om zo in ieder geval de fysieke drempel wat hoger te maken voor die plekken waar je echt drugs, en dat is wat ons betreft uit alle hoeken van de Hoogeveense samenleving, maar ook voor de partijen die daar wat anders in zitten, om daar die drempel toch even wat hoger te houden, juist voor die plekken waar je geen drugs wil. De voorzitter: Ik wilde eerst even nog het CDA de korte toelichting en dan pakken we die twee onderwerpen gewoon in de reactie mee. De heer Feenstra-Paas: Ja. Wij zijn dit punt heel erg eens met de ChristenUnie en volgens mij is het wettelijk minimumaantal 350 en die 300, zoals het in deze nota staat. En ik zou ook graag van de burgemeester willen horen van als ik zie inderdaad de lijst criteria waaraan voldaan moet worden en ik kijk even op mijn duim, dan zie ik eigenlijk maar twee plaatsen in aanmerking komen. Dat is Hollandscheveld. Ja West-Hollandscheveld, dus let goed op, en het centrum. Dus kloppen die vingers? De voorzitter: Dan denk ik dat het belangrijk is dat we eerst even luisteren naar het antwoord van het college voor we het gesprek en het debat hierover voeren. Mijnheer Loohuis, kunt u daarop reageren? De heer Loohuis: Zoals in de stukken staat, gaat het om horeca 2-gebieden en die vallen samen met de gebieden die de heer Feenstra aangeeft.
De voorzitter: Dat is helder. Dan zie ik de hand van mijnheer Klok. Wilt u reageren op de twee situaties? De heer Klok: Ja, dank u wel voorzitter. Dat klopt inderdaad. Ik vind het mooi dat we het in ieder geval over aantal meters hebben, want zoals jullie allemaal wellicht weten, is 300 meter is nu nul meter. Ik heb zelf op de middel… nog tien jaar geleden, of nou iets langer geleden inmiddels weer, tien jaar, tien jaar, tien jaar geleden zat ik op de middelbare school en toen was de afstand tot softdrugs nul meter, want ze kwamen gewoon op het schoolplein en het was aan de orde van de dag zoals we dat hier ook wel eens in dit huis zeggen. En daarnaast ben ik wel, ik zat ook een beetje te kijken van waar kan dan een coffeeshop komen, waar niet. Ik verzoek het college om een kaart aan te leveren wat dan de mogelijke kaart, wat dan de mogelijke plekken zijn en met cirkeltjes om die scholen heen van 300 of 350 meter of 500 meter, zodat we daar ook in de komende tijd een juiste afweging in kunnen maken. Dank u wel.
De voorzitter: Dan is denk ik handig dat we eerst even naar het antwoord luisteren van de heer Loohuis op het verzoek van de VVD. Is dat mogelijk nu? Dan doen we dat direct namelijk. De heer Loohuis: Dat is zeker mogelijk. We gaan alle verloven intrekken. Maar dat is absoluut aan te leveren. Dus dat gaat gebeuren. De voorzitter: Hierbij dus de toezegging van het kaartje. Dat heb ik gehoord. Dan, wie zal ik eens … Mijnheer Van Hoorn van GroenLinks, gaat uw gang. De heer Van Hoorn: Ik wil me graag aansluiten bij wat de heer Klok zei. Inderdaad als het college een kaartje kan aanleveren waarin dat precies aangegeven staat, gaan we daarnaar kijken. De voorzitter: Mijnheer Van Rijn van SGP. De heer Van Rijn: Ik kan me haast geen plaats in Hoogeveen voorstellen waar een coffeeshop goed zou zijn. Maar goed, als ze er dan toch moeten komen, dan vind ik het heel belangrijk, zoals ze zeggen, dat die afstanden tot scholen tot wat voor andere zeg maar openbare gelegenheden, dat daar wel ruimschoots aandacht voor is, zodat het niet uit nog meer uitlokking toetrekt. De voorzitter: Mevrouw Rutgers van D66.
Mevrouw Rutgers: Ja dat is wel mooi dat er nu gesproken wordt over dat er één komt en waar dan, maar wat je misschien nog in overweging zou kunnen nemen, is stel dat je die cirkel nog verder vergroot dan het wettelijke minimum, dan kom je op een gegeven moment misschien niet in het centrum uit, maar op bijvoorbeeld industrieterreinen en dat heeft een heleboel andere nadelige gevolgen. Dus hoe groter je die cirkel maakt, daarmee verplaats je niet alleen letterlijk het probleem, maar ook in praktisch opzicht het probleem, want bijvoorbeeld in het centrum heb je nog handhaving wat hier toch al rondloopt rond de horeca en dat heb je op een industrieterrein niet. Je hebt in het centrum plekken waar mensen verblijven. Maar als je op een industrieterrein zit, dan stapt iedereen zo weer in de auto. Dus je moet ook dat even meenemen in bepalen van wat is nou een goede straal van waar zo'n coffeeshop zich zou kunnen mogen vestigen en volgens mij is daarom dat kaartje ook wel een mooie, want dan kunnen we dat meteen ook zien van wat voor effect zou dat hebben en dat kan dus een positief effect zijn, zodat het verder bij scholen vandaan komt, maar het kan ook negatieve effecten hebben dat mensen eerder bijvoorbeeld in de auto gaan stappen met dingen die ze gekocht hebben. De voorzitter: U gaat in op de afstand.
Dus ik denk dat het rechtvaardig is om even mijnheer Van Dijk van de ChristenUnie het woord te geven op dat punt, want dat is het punt wat hij inbracht. De heer Van Dijk: Dank voorzitter. Dat je goed moet nadenken voordat je zo'n criterium opstelt, daar zijn wij het ook wel mee eens. Maar volgens mij zitten we gebonden aan die horeca 2-gebieden en daarmee vervallen de industrieterreinen zo gezegd. De voorzitter: Heb ik mevrouw Schonewille gezien en mijnheer Pomper. Mevrouw Schonewille: Ja ik kijk ook wel uit naar … Dank u wel voorzitter. Ik kijk wel uit naar dat kaartje, want inderdaad als ik de criteria in mijn hoofd neem en ik ben niet zo heel goed in het meten, dat heb ik ook niet gedaan hier in de stad, maar volgens mij zijn er dan nog best veel plekken die in die zin afvallen. Er blijft al niet
zo heel veel over om in te openen. Dus ik ben wel nieuwsgierig wat er in dat kaartje voorbij gaat komen. Desalniettemin, ja weet je, wij vinden 300 meter prima, maar stel dat 500 meter ook nog mogelijkheden biedt, maar dat wel ervoor zorgt dat het verder van scholen vandaan is, daar zouden wij niet wakker van liggen zeg maar. De voorzitter: Dan mijnheer Pomper van de SP. De heer Pomper: Ja eigenlijk weinig meer aan toe te voegen. Maar de heer Feenstra, die refereert ook telkens aan de bakkers. En dan vraag ik me af, ziet u een synergie ontstaan? De voorzitter: Is dat een vraag aan mijnheer Feenstra? Dus dan mag die nu beantwoord hebben. De heer Feenstra-Paas: Nu weet je dat ik wel de opvatting heb dat we niet bij brood alleen moeten leven, maar dat het wel een belangrijk onderdeel is van onze basisbehoefte. En kijk en ik denk eerlijk gezegd dat de drugsproblematiek vaak ook een complexe problematiek, daar speelt ook armoede, daar speelt vaak huiselijk geweld en onder invloed van drugs worden die dingen alleen maar slechter. De voorzitter: Dat is het antwoord van het CDA. Dan ga ik naar mevrouw Hooijer, want dat heb ik beloofd. En dan mag u, mijnheer Klok. Mevrouw Hooijer-Everts: Ja als het wettelijk 350 meter moet zijn, dan moet dat zeker het minimum zijn.
Ik vraag me wel af, hebben we het dan over hemelsbreed of loopafstand? Want dat is natuurlijk ook nog wel weer een verschil. En ik sluit me helemaal aan bij mevrouw Rutgers. Je moet ook uitkijken waar je dan terechtkomt. En als we het over scholen hebben en het is eigenlijk alleen voor mensen die 18 jaar en ouder zijn, dus je praat dan over voortgezet onderwijs en mbo, dat het daar niet te dichtbij is. Ik zou geen voorstander zijn dat het vlak bij een basisschool is, dat is het niet. Maar als ik het centrum bijvoorbeeld, dan heb je wel daarachter heb je bijvoorbeeld een basisschool. S el dat je hem in de Hoofdstraat zou lokaliseren, die basisschool ziet dat niet. Die kinderen mogen ook niet van het schoolplein af. Dan zou dat geen probleem hoeven te zijn. Dus daarom ben ik het er wel mee eens om dat op die manier ook niet te groot gaat maken, die meters, om nog wel locaties over te houden dan, die toch wel op een plek zitten waar inderdaad ook handhaving wel langskomt en waar er zicht op is en niet op een loze plaats. De voorzitter: Ik had mijnheer Klok beloofd, maar is dat een antwoord op mevrouw Hooijer? Dan geef ik het woord aan de heer Van Dijk. De heer Van Dijk: Ja dank voorzitter. Ja dat vind ik toch wel een interessante volgorde. Dat we dan eerst gaan kijken waar een coffeeshop kan en dat we daar een afstandscriterium bij gaan zoeken in plaats van andersom.
Dat lijkt me niet helemaal de bedoeling. De voorzitter: U wilt er nog op reageren, mevrouw Hooijer? Mevrouw Hooijer-Everts: Gaat het u echt om meters of gaat het er nou om dat kinderen niet in de verleiding komen om ergens naartoe te gaan? Want dat is mijn achterliggende gedachte, niet de meters, maar de inhoud. De voorzitter: Dan mijnheer Klok van de VVD of wilt je nog … U wilt er nog weer op reageren? Gaat u gang. Nog even kort.
De heer Van Dijk: Nee, dat kinderen er niet mee in aanraking komen, is natuurlijk ook onze doelstelling, maar volgens mij is dat een-op-een met elkaar verbonden. En een glas water wat hier op 20 centimeter afstand staat of op twee meter, bij de een kan ik makkelijker bij dan de ander, dus die kun je moeilijk los zien van elkaar lijkt me. De voorzitter: Dat is de laatste opmerking van uw kant, mevrouw Hooijer. Dan ga ik echt naar de VVD. Mevrouw Hooijer-Everts: Als u er nou een muurtje tussen zet, kunt u er niet meer bij, terwijl hij heel dichtbij staat. De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Klok van de VVD. De heer Klok: Ja, dank u wel voorzitter. Ja het is alweer een poosje geleden, maar ik kom ook even terug op de bakker. Het CDA kon ons zeker vinden in de discussie over blurring. Daar willen we het graag zeker over hebben, maar deze combinatie vinden we ook ver wat vergezocht. De voorzitter: Oké. Dan probeer ik af te ronden, dit debatpunt. Maar ik heb uw hand gezien, mijnheer Vos van Forum. Wilt u daar nog een korte toelichting of reactie op geven? De heer Vos: Ja dank u voorzitter. Wij wilden ook nog even reageren natuurlijk. Voor ons is deze discussie helemaal niet relevant. We willen gewoon niet dat er een coffeeshop komt.
Zoals mevrouw Rutgers van D66 net ook al opmerkte, van de partijen hier die ook tegen zijn, doen nu net ineens alsof het al het besluit al genomen is, terwijl dat nog moet gaan gebeuren. Dus wacht eerst dat maar eens af. En waarom ga je nu al je punten opgeven en ingeven naar de andere mensen, terwijl het besluit nog helemaal niet genomen is. Dus wat zijn … Waar zijn jullie dan mee bezig? Ik snap het echt niet. De voorzitter: Wilt u daar nog een antwoord op, mijnheer Vos van Forum? De heer Vos: Ja dat mag. De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Van Dijk. De heer Van Dijk: Kunt u uw vraag even wat concreter maken, want ik begrijp hem niet helemaal. De heer Vos: Mijn opmerking ging erover dat dus het besluit nog niet genomen is. Het is straks ook nog aan de burgemeester om het vast te stellen. Waarom moet er nu al bepaald worden dat we onze fundamentele punten opgeven en dat we al zeggen van ja maar al komt hij er, dus dan schuif je dus de morele discussie al op. Maar dat is toch niet de bedoeling? Je moet toch gewoon bij je standpunt blijven en zeggen wij willen dit gewoon niet en we doen, nu doen we een beroep op de burgemeester dat het tegengehouden wordt. En dat is ons standpunt. En de rest, dat komt later allemaal wel als je dat, mocht je dat zo willen doen. De voorzitter: Mijnheer Van Dijk van de ChristenUnie, afrondend. De heer Van Dijk: Ja dank voorzitter.
De ChristenUnie heeft een ontzettend fundamenteel standpunt op dit gebied, maar in tegenstelling tot Forum voor Democratie zijn wij er wel in geïnteresseerd om daadwerkelijk impact te maken, dat we onze overtuiging kunnen vertalen in daadwerkelijk beleid. Ja dan zijn wij best bereid om te kijken hoe we dat handen en voeten kunnen geven, ook al zijn we in de basis tegen een coffeeshop.
De voorzitter: Ik rond dit punt af omdat we ... Nee, ik wil echt afronden want we gaan naar een van de laatste debatpunten en wij zijn al twee uur bezig al met al. Dat is natuurlijk prima om daar ook echt, omdat het toch wel een belangrijk onderwerp is, om daar met elkaar over te discussiëren. Er zijn twee opmerkingen gemaakt door Gemeentebelangen. Die vroeg aan de rest van de partijen en met name de partijen die tegen dit voorstel zijn of zij betere oplossingen hebben. Dus dat was de vraag en die wou ik eigenlijk combineren met de vraag van de SGP tegelijk, want u stelt dat we met dit coffeeshopbeleid jeugdzorg importeren, ondermijning importeren, dus dat zijn eigenlijk wel twee vragen van ja wat, er zit een soort gedachte onder van nou ja wat doet dit nou eigenlijk. Dus ik wilde even vragen van jullie beiden om daarop te reageren en dan mag Gemeentebelangen als eerste en dan mijnheer Van Rijn en dan gaan we kijken hoe de andere partijen daarop reageren. Gaat uw gang, mevrouw Hooijer. Mevrouw Hooijer-Everts: Ja zoals we al gezegd hebben, er wordt softdrugs gebruikt en onze jeugd en maar ook ouderen, die komen daar wel aan en dat is dus via de straatdealers of ergens dat iemand illegaal dat in huis heeft. En volgens mij, mijnheer Van Rijn, heb je dan ook al te maken met ondermijning en criminaliteit als het daarop aankomt.
Dus jullie willen geen coffeeshop, maar wat is dan wel een oplossing om dit tegen te gaan? Dat is de vraag De voorzitter: Dan is die vraag eerst even aan de orde en dan kijken we naar het vervolg. De heer Van Rijn: Daar wil ik graag even op reageren, voorzitter. Want u zegt ja het wordt nu toch al illegaal gedaan en er is al criminaliteit en zo, maar dat moest eigenlijk helemaal niet plaatsvinden, dat moest gewoon, dat is gewoon een gebrek aan handhaving in dit land. Maar dan je zeggen omdat dat er zo is, dan gaan wij dit doen en dan wordt het ietsjes minder erg. Nee dat kan niet. Maar u vraagt ook heeft u een ander alternatief. Nou ik heb een heel mooi alternatief. Als we nou in plaats van een coffeeshop daar een mooi kerkgebouw neerzetten waar het heilig evangelie van God verkondigd wordt, hoe mensen zalig kunnen worden en hebben ze echte invulling in hun hart en hebben ze helemaal geen behoefte meer aan softdrugs. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Zijn er andere oplossingen bij andere partijen? Ik zie de vinger van Forum, mijnheer Vos. En dan CDA. De heer Vos: Ja dank u voorzitter. Nee, er werd natuurlijk net al een beetje wat gelachen aan de heer Van Rijn, maar hij maakt hier een heel goed punt. Uiteindelijk gaat het erom dat we gewoon een cultuur hebben, waar we niet meer naar het hogere hunkeren en daar ook gaan mensen die dalen af naar het lagere.
Dat is gewoon heel simpel. Zo werkt een samenleving en dat zien we nu overal, dus je moet en daar cultureel meer op inzetten, maar ook gewoon qua straf. Je moet kei- en keihard gaan straffen en je moet gewoon handhaven. Het ding dat wij dan kunnen doen, is handhaven. Het liefst zouden wij ook moeten kunnen straffen, maar dat is helaas niet aan ons, dus landelijk moet ook veel hardere straffen in gaan zetten ertegen en dan is het zo opgelost. De voorzitter: Uw oplossing is helder. Tenminste vanuit uw perspectief. Dan luister ik naar het CDA. Mijnheer Van … Mijnheer Feenstra. De heer Feenstra-Paas: Ik ben het natuurlijk met de vorige sprekers eens, maar ik heb een wat andere insteek. Ik zou willen dat we niet gebruik van drugs zouden gaan aanmoedigen, dat mensen die daarvoor kiezen om die te ondersteunen en te bevestigen in de goede keuze, dat we mensen die willen experimenteren, aanmoedigen om dat gedrag uit te stellen. En ik hoop ook dat zodra er problemen ontstaan bij gebruik en problemen
ontstaan in gezinnen, dat dat vroegtijdig gesignaleerd wordt en dat er dan ook maatregelen worden getroffen. En natuurlijk, repressie, dat is een belangrijk onderdeel, maar zal het niet oplossen. En ja, ik accepteer dat het kwaad is er altijd, dus je zult ook moeten zorgen hoe je daarmee omgaat. En dat betekent ook dat je moet corrigeren. Maar nog beter is dat er een cultuur onder ons staat dat we dit niet nodig hebben. De voorzitter: Dank u wel. Dan heeft mevrouw Hooijer hierom gevraagd, dus het is misschien goed om daar eerst even op te reageren en dan gaan we dan naar de andere partijen. Gaat uw gang mevrouw Hooijer. Mevrouw Hooijer-Everts: Ja u zegt dan moeten we er een kerk neerzetten, maar er zijn kerken genoeg in Hoogeveen en ook volgens mij een aantal die al behoorlijk leeglopen. Dus het is niet zo dat dat een oplossing kan zijn, want die kerken zijn er al. De voorzitter: Oké. Dan had ik mijnheer Pomper eerst beloofd en dan gaan we reageren naar de andere twee partijen. Gaat uw gang. De heer Pomper: Op zich wat mijnheer Feenstra zegt, dat is wel een heel interessant punt. Dat is natuurlijk ook inherent aan een gezonde levensstijl. Dat geldt met meerdere zaken. Kijk, wij hebben ook best wel veel snackbars in Hoogeveen. Er is ook een discussie gaande over een KFC. Kijk, ik pak het ook inderdaad in een breder perspectief.
Bij een gezond levensstijl mag je best wel eens een keer zondigen om een biertje te drinken, een pilletje te slikken of een jointje te roken. Zo, althans zo zie ik dat voor mij. De voorzitter: Dan mijnheer Van Rijn en dan mijnheer Van Dijk. De heer Van Rijn: Voorzitter, u had even wat debatpunten van ons samengevoegd, maar ik zou toch zeker eentje hier onder de aandacht willen brengen van als wij een coffeeshop in Hoogeveen gaan realiseren, dan importeren wij een toename van jeugdzorg. Met name de GGZ en dat zit hem daarin, we hebben het vanavond gehoord van de insprekers, als je dit spul gebruikt dan beschadig je je hersenen. Ga je daar nog alcohol bij drinken, dan gaat het dubbel op zo hard. En we willen allemaal jeugdzorg willen we allemaal onder controle krijgen en alles en aan de ene kant gaan we goede dingen doen en een andere kant gaan we zorgen dat jeugdzorg weer overspoeld gaat worden. Je kunt zo even googelen en je krijgt de mooiste rapporten van allerlei jeugdzorgwerkers hoe dat precies werkt als je een coffeeshop hebt. Dus wij hadden graag een informatieronde willen hebben. Dat was de expert aan tafel geweest. De voorzitter: Maar dat is een ander punt. Daar gaan we het nu niet over hebben. De heer Van Rijn: Nee, nee, maar goed … De voorzitter: U … Ik ga nu … De heer Van Rijn: Dan was dat wel even duidelijker geweest. De voorzitter: Ja.
Ik zal luisteren in ieder geval naar nu wat mevrouw Schonewille nog wil inbrengen en dan mijnheer Van Dijk en dan mijnheer Van Hoorn. Mevrouw Schonewille: Dank u wel voorzitter. Ik zou hier graag twee punten over willen maken. Allereerste en dat weten de mensen hier aan tafel, ben ik professional binnen de jeugdzorg en ken ik eigenlijk de meeste onderzoeken vrij goed. Ik heb nog geen enkel onderzoek gelezen waarbij er een causaal verband is tussen het toestaan van een coffeeshop, let wel het toestaan van de coffeeshop en een verhoging van je
jeugdzorggebruik. Kijk, wat we wel weten en dat zien we natuurlijk, is dat er problemen kunnen ontstaan bij de afhankelijkheid van middelen, in de brede zin hè. Dus afhankelijkheid van middelen aan bijvoorbeeld alcohol, harddrugs, softdrugs, et cetera. Datzelfde geldt ook voor probleem ten aanzien van eten et cetera. Daar zei de heer Feenstra net al iets nuttigs over. Je zou moeten zorgen dat je je zorgbeleid, je maatschappelijke beleid, goed op orde hebt, dat je problemen vroegtijdig aanpakt. Daar zit een preventiestuk in, maar dat is breder dan dat. Dus ja natuurlijk moeten we maatschappelijk goed inzetten, natuurlijk moeten we preventie doen, natuurlijk moeten we voorkomen dat er afhankelijkheid van middelen ontstaat, dat ben ik met u eens. Maar daar zijn die andere punten voor nodig en echt dat kunt u van me aannemen, er is geen causaal verband aangetoond voor alsnog moet ik daarbij zeggen, tussen het toestaan van de coffeeshop waar we het hier feitelijk over hebben, het toestaan van een coffeeshop en de verhoging van jeugdzorggebruik. De voorzitter: Bedankt mevrouw Schonewille. Ik ga eerst mevrouw Rutgers en dan mijnheer Van Hoorn. U wilt niet … U wilt niet? De heer Van Rijn: Voorzitter, ik wil gewoon even hierop reageren … De voorzitter: Ja, dat … De heer Van Rijn: Zij spreekt mij aan.
De voorzitter: Ja, u mag zo reageren, maar ik wil even checken of … Dat is niet meer nodig? Mevrouw Rutgers: Nee hoor. Mevrouw Schonewille, die verwoordt het uitstekend. De voorzitter: Oké. Dan is dat helder voor mij. Goed. Dan mag mijnheer Van Rijn daarop reageren. De heer Van Rijn: Ik heb een expert gesproken en die heeft met name op jeugdzorg, GGD, dat er heel veel van die jeugdigen die blowen en als ze dat gedaan hebben dan zijn ze, kunnen ze de hele wereld aan en het is uitgewerkt, dan worden ze zo depressief dat een groot gedeelte allemaal zelfmoordneigingen daardoor krijgen. En dat is een wezenlijk groot probleem. Ik kan eventjes zijn naam en zijn stukken even opzoeken, dat ik het even stuur, dan kunnen we het allemaal lezen. Ik zit het hier niet te verzinnen. Dat is gewoon werkelijkheid. De voorzitter: Mijnheer Van Rijn belooft iets, dat wil mevrouw Schonewille ontvangen? Mevrouw Schonewille: Ik wilde eigenlijk reageren in die zin dat ik het probleem wat de heer Van Rijn aansnijdt, dat onderkennen we. Volgens mij is dat voor iedereen hier aan tafel zo. We weten allemaal dat er veel jongeren zijn waar sprake is van suïcidaliteit of een gedachte daaraan, waarbij er problemen zijn op het gebied van GGZ, et cetera.
Maar nogmaals, dat moet je op een bepaalde wijze aanpakken, moet je maatschappelijk beleid goed voor op orde hebben en er is geen, nogmaals, causaal verband aangetoond tussen het toestaan van de coffeeshop en die problemen. Neemt niet weg dat je die problemen wel moet aanpakken en dat je ervoor moet zorgen dat als je dus een coffeeshop toestaat, dat je ook je preventie op orde hebt et cetera, maar het toestaan van een coffeeshop alleen zorgt niet causaal direct voor die problemen. Die problemen zijn er wel, dat erkennen we, maar dat hangt niet samen direct met het toestaan van de coffeeshop, want ik denk dat dat een belangrijk punt is wat ik wel wil maken. We staan … We hebben het hier over het toestaan van de coffeeshop, niet over gemeente Hoogeveen coffeeshop. Gemeente Hoogeveen gaat geen coffeeshop openen. Net als dat we niet, de heer van de SP haalde het net al aan, we
openen zelf ook geen snackbar en ook van een snackbar kun je zeggen dat levert negatieve gevolgen voor je gezondheid op wanneer je daar elke dag naartoe gaat. Dat levert grote problemen op in onze maatschappij, met mensen die aan obesitas leiden, et cetera. Maar die openen we ook niet zelf. Die staan we ook toe, omdat we zeggen nou af en toe moet dat misschien kunnen. En daarnaast hebben we inderdaad heel veel beleid erop om mensen steeds gezonder te maken. Zo zie ik dat ook voor me met dit. We staan het toe dat het komt en we hebben er beleid op om mensen te wijzen op hoe gaan we niet aan die afhankelijkheid komen, hoe zorg je ervoor dat je gezond en fit blijft, maar wel met het idee om zelf vervolgens de keuze te maken of je wel of niet heen gaat. En daar zou ik het voor nu voor dit punt bij willen laten denk ik. De voorzitter: Ja. Dank u wel voor uw betoog. Ik denk, kijk eerst naar mijnheer Van Rijn of dit voldoende beantwoord is. En ik wil omwille van de tijd, het is half twaalf, we zijn twee uur bezig, ik wil eigenlijk naar een afronding toe. Zijn er nog dringende debatpunten? Ik zie twee handen. Dus ik zie mijnheer van Forum voor Democratie en mijnheer Feenstra. Geef ik daar nog de gelegenheid voor en rond we dan dit debat af. Gaat uw gang mijnheer Vos. De heer Vos: Ja dank u voorzitter.
Ja ik wilde nog op mevrouw Schonewille reageren, want als zij een beroep doet op haar eigen expertise, kan ik dat ook op mijn expertise doen. Ik ben ook psycholoog en er zijn genoeg psychologische theorieën die laten zien dat institutionalisering vanuit de overheid leidt tot normalisatie. Wanneer je dus weet dus dat er mensen zijn die al vatbaarder zijn voor bepaalde dingen, dus mensen die dus in de jeugdzorg zijn, wanneer je dus iets normaliseert, dus uit de taboesfeer trekt, dan gaan mensen dat eerder gebruiken. Want dat hoort dan eenmaal bij de gemeengoedcultuur, die door de overheid wordt uitgedragen. Dat is ook gewoon wetenschappelijk bewezen, dus dat is gewoon, zo werkt het gewoon. Dan kunt u zeggen van ja ik zie niet het letterlijke verband, maar psychologisch gezien is dat gewoon het verband zo. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Vos. En dan sluit ik … Als laatste krijgt mijnheer Feenstra nog het woord en dan wil ik naar een afronding toe. Gaat uw gang mijnheer Van … Mijnheer Feenstra. De heer Feenstra-Paas: Dank u wel voorzitter. Ik heb wel even een vraag over de financiële gevolgen, burgemeester. Ik begrijp dat u heel druk bent. Ja ik kan ook tegen de tafelpoot gaan praten, maar ... De voorzitter: De burgemeester gaat even luisteren. De heer Loohuis: Nee excuses, want ik zat even iets te overleggen. Sorry. De heer Feenstra-Paas: Ja dat dacht ik al.
De voorzitter: Opnieuw, mijnheer Feenstra. De heer Feenstra-Paas: Daarom sprak ik u ook even met naam en toenaam aan en niet mijn tafelpoot. Maar dat ging over wat in het raadsvoorstel staat over de financiële gevolgen. En we hadden op tafel liggen het amendement over handhaving en preventie. Dat kost geld, want hoe je het wendt of keert, er worden een aantal aanvullende maatregelen op het gebied van veiligheid getroffen. En hoe kan er dan gezegd worden dat er geen financiële consequenties aan dit voorstel zijn verbonden? De voorzitter: Dat is de vraag aan de burgemeester. Dus als we dat als laatste antwoord krijgen, dan sluiten we dit debat zo. Gaat uw gang.
De heer Loohuis: Als je de stelling, want daar wordt op gereageerd via dit amendement, gezegd hebt we volgen de landelijke richtlijnen, dan zijn dit de landelijke richtlijnen en die passen in deze lijn. Als je zegt en ik kan me daar wel iets bij voorstellen, zonder dat ik daar nu meteen een eindoordeel over geef, dat je zegt het moet wel even goed voor elkaar zijn. Je moet wel er zeker van zijn dat als je dit gaat doen, dat je vervolgens ook op een goede manier handhaaft en je wil dat echt strakker inzetten daar waar we nu over praten, dan gaat het geld kosten. De voorzitter: Dank u wel voor uw antwoord. 4.4 Sluiting debatronde en vergadering De voorzitter: Ik wil naar een afsluiting. Ik vraag nog even of u wilt blijven zitten allemaal in deze zaal. Wij sluiten dit debat af, maar burgemeester Loohuis gaat op mijn plaats zitten en ik dank u voor uw medewerking voor het debat. De heer Loohuis: Dames en heren, het is al laat, dus laten we snel deze vergadering ook beëindigen. Maar ik wil toch aan een vaste traditie niet op het laatst nog een einde maken en dat is het is de laatste vergadering van uw raad in dit jaar. Dat betekent nu dat we een aantal dagen krijgen dat wij misschien wel met politiek in gedachten bezig zijn, maar niet in de praktijk dagelijks hier vergaderen.
En ik hoop ook dat u die tijd gebruikt om over heel veel dingen na te denken, maar vooral met uw geliefden en degene die u naast staan om die bij elkaar te brengen en met elkaar daar leuke dagen door te brengen. Het is altijd zo dat je dat als je een kerstboodschap moet brengen, dan denk je natuurlijk altijd aan verschillende dingen, vooral aan vrede op aarde. En nou ja, dat zullen we dan maar niet gaan nastreven en er zijn genoeg voorbeelden van in de wereld dat dat niet zo best is op dit moment, maar ik denk dan meteen aan wat ik altijd bij naturalisatiebijeenkomsten doe waar mensen hun Nederlandse nationaliteit krijgen en ik mij altijd verbaas over het feit dat wij als mensen elkaar het leven heel erg zuur maken, dat we verschillende meningen hebben, dat we anders denken, dat we anders in het leven staan, dat is allemaal niet zo erg, dat mag, maar als ik vraag en over de hele wereld hetzelfde, of je nou iemand uit Azië vraagt, iemand uit Afrika vraagt, iemand uit de Noordpool of op de Noordpool vraagt of in Nederland vraagt of in Oekraïne vraagt, het is overal hetzelfde als je tegen mensen zegt geef me nou eens aan wat u in dit leven zo wilt, wat u nog aantrekkelijk vindt, waar gaat u voor? Dan zegt iedereen, iedereen, maar drie dingen. Dat is ik hoop dat ik een goede gezondheid heb, ik hoop dat ik gelukkig kan zijn en dat ik een dak boven mijn hoofd heb.
En toch slagen we erin om elkaar het leven heel erg zuur te maken. Het i geen fijne gedachte, maar ik denk dat we daar allemaal wel iets aan kunnen doen, ook al is het maar op hele kleine schaal, in onze straat, in ons dorp, in onze stad, in onze gemeente. De grote wereldproblemen lossen we niet op, maar het begint eigenlijk klein bij onszelf. Ik wens u hele fijne, zalige gezegende kerstdagen en een heel goed begin van 2024. Veel gezondheid, ‘…’ en ik hoop dat we elkaar in goede gezondheid in 2024 elkaar weer zien, met goede discussies, met verschillende meningen, maar wel met respect voor elkaar. Dank u wel.