Transcript Gemeenteraad Hoogeveen 19.12.2024
Tekst van het document
Wethouder Bisschop: Ik wil daar even aan toevoegen, het gaat hier ook om alles wat we in 2025 kunnen doen, gaan we ook doen. Daar is ook een planning gemaakt met de verenigingen. Alleen er zijn een paar uitzonderingen, die heb ik u net gegeven. De voorzitter: Akkoord. De heer Prakken. De heer Prakken: Een heel korte vraag, hoor. Het zal echt niet lang duren. Vraag aan de wethouder: is het dan eigenlijk niet een overbodige motie? De voorzitter: Ja, volgens mij was dat het advies vanuit de kant van het college. Dus met dien verstande, ik merk dat de indieners de motie gewoon willen laten zoals die is en dus ook in stemming willen brengen? Ja. Dat is het geval. Dan hebben we met elkaar dan daar voldoende over gewisseld, gelukkig. Voor de band is er enige nuance mondeling toegevoegd en gaan we over tot stemming. Dit amendement is met 24 stemmen voor … Motie, excuus, dank u wel. Aangenomen. 1.9 Sluiting besluitvormende vergadering De voorzitter: Rest mij nog één agendapunt. Het is een beetje bijzonder om dat zo halverwege de avond te doen, de sluiting, maar het is voor mij wel het laatste moment om nog iets tot u te kunnen zeggen. Ook omdat ik weet dat we hierna nog met een aantal blokken verder gaan. Maar ja, zo'n laatste vergadering van het jaar kunnen we natuurlijk niet voorbijgaan zonder gezegd te hebben dat ik u al een heel prettig kerstreces wens.
Tijd om ook een beetje op adem te komen na toch best wel een vol tweede helft van het politieke seizoen wat we met elkaar hebben gehad. Veel vergaderingen in de afgelopen periode. Dus ik zou zeggen: gebruik de tijd ook om wat tot rust te komen, tijd door te brengen met vrienden en familie, maar vooral rondom de kerst en de kerstgedachte. Misschien wel met hem of haar die wel wat extra aandacht kan gebruiken. Ik sluit de vergadering. Voor wie het nog niet wist. We blijven in de raadzaal vanwege het vervallen van het tweede blok.
2.
Debatronde (Raadzaal)
2.1 Opening debatronde
2.2 Spreekrecht 2.4 Sluiting debatronde en openbare vergadering 3.
Informerende ronde (Commissiekamer 1)
3.1 Opening informerende ronde De voorzitter: We kunnen beginnen, wat mij betreft. Ja. Hartelijk welkom allemaal weer in deze raadszaal. Ik kijk even de camera in voor de mensen die meekijken, ook belangrijk om dit te volgen, dus de mensen thuis welkom. Ook de mensen op de publieke tribune. Fijn dat we weer de raadsvergadering kunnen vervolgen. We noemen dit een informerend blok en dit onderwerp is vanavond de uitkomst van de zichtlijnenschouw Coevorderstraatweg. Het gaat om de verkeersveiligheid. U hebt een brief van het college gekregen daarover om de raad te informeren over de nodige context van de situatie aldaar. Het is informatie over de verkeersveiligheid, dit is mede naar aanleiding van een motie van SGP, SP, VVD en Gemeentebelangen en die motie is aangehouden na en met de toezegging van de wethouder om eind november 2024 het ambtelijk advies naar de raad te sturen. Dat proces heeft ietsjes langer geduurd, zoals u inmiddels hebt geconstateerd. U krijgt vanavond een toelichting op de stukken die door bureau Roelofs zijn opgesteld en het college heeft dit op 4 december ook aangekondigd. Vanavond worden de stukken openbaar, voor u als raad, dus ook voor iedereen. U kunt uw vragen straks kwijt aan wethouder Wind. Het is een informerend blok, dus u kunt informatieve vragen stellen en de politieke afweging komt natuurlijk veel later.
Ik wil voorstellen om de volgorde van het blok even kort toe te lichten. 3.2 Spreekrecht De voorzitter: We beginnen met een aantal insprekers. Dat zijn mevrouw Doldersum, mevrouw Stam en mijnheer Huisjes. Daarna krijgt wethouder Wind het woord om de situatie en de context nog wat nader toe te lichten, van het onderwerp. Daarna komen de ambtenaren Erik Koerts en René Hoorn aan bod, die zullen ook de presentatie nog goed toelichten. Dan kan wethouder Wind nog een korte toelichting geven op het vervolgproces en dan pas kunt u uw vragen stellen. Dat zijn er max drie in ieder geval per fractie. Dus dat is de volgorde. Dan wil ik vragen of mevrouw Doldersum naar voren wil komen. Hier is het spreekgestoelte. U mag een paar minuten, drie minuten de tijd nemen om de raad toe te spreken. Daarna mag u nog even blijven staan en dan kunt u kijken of er nog vragen vanuit de raad komen over uw bijdrage. Zo niet, dan kan de volgende spreker komen. Ik geef u het woord. U moet even het knopje indrukken. Inspreker mevrouw Doldersum: Jullie buigen het allemaal zo mooi, dus dat kan met deze vast ook. Geachte raad en college. Daar sta je dan op een plek waar je eigenlijk helemaal niet wil staan. Daarnaast krijg je dan de boodschap mee dat je maximaal drie minuten krijgt. Drie minuten om je betoog te houden over een onderwerp dat van levensbelang is.
Waar ga je het dan over hebben? Vertel je iets over de samenwerking met de wethouders en de afdeling verkeer? Wat er wel en niet goed is gegaan, in mijn ogen. Lekker mijn gal spuwen, omdat het oplucht, maar waarmee ik mijn doel niet bereik? Of vertel ik nogmaals wat er allemaal niet
deugt aan de Coevorderstraatweg, terwijl we inmiddels allemaal wel weten wat er niet deugt aan de Coevorderstraatweg. Ook hiermee bereik ik niet mijn primaire doel. Ik heb dan ook besloten om mijn primaire doel, waarover ik bijna zes jaar geleden contact heb opgenomen met de gemeente, nog een keer te herhalen. Het benodigde zicht creëren voor de kinderen, ouders, ooms, tantes, opa's en oma's die er wonen, onze bezoekers en de onschuldige weggebruikers om veilig over te steken van en naar hun huizen, de weg op te draaien en gebruik te maken van ons stukje Coevorderstraatweg. Alles begint bij zicht. Al rijdt iemand 30 kilometer per uur en ik zie hem niet, dan heb ik, maar ook degene die ik niet zie, een probleem. Na zicht komt pas de snelheid. Maar deze twee componenten zijn ook zeker aan elkaar verbonden, maar kunnen en mogen niet los van elkaar gezien worden, zoals de gemeente dat nu wel doet. Elke dag rijden wij op goed geluk de weg op. We rijden een klein stukje met de snoet van de auto de weg op, om zo net voorbij de bomen te kunnen kijken, om soms de auto weer snel in zijn achteruit te zetten of juist gas bij te geven, omdat de scooterrijder die stijf tegen de bomenrij aanrijdt, wel heel dichtbij was.
Dat zo iemand in mijn zijdeur belandt, daar moet je toch niet aan denken, terwijl het zo makkelijk voorkomen kan worden wanneer, zoals ik heb begrepen, ons college unaniem van haar standpunt afstapt of wanneer de raad hiertoe beslist. Een college dat uit zes à zeven mensen bestaat, beslist dus over een dermate levensbedreigend onderwerp en een raad wacht al een jaar lang met het nemen van haar beslissing, omdat het het college de ruimte wil geven om eventueel van haar unanieme standpunt af te stappen. Jullie allemaal kunnen dit verschil maken. Ik vraag het college dan ook om unaniem van dat standpunt af te stappen of de raad om te beslissen de bomen die het zicht ontnemen dat nodig is om veilig over te kunnen steken of de weg op te kunnen draaien, te laten kappen en uiteraard elders her te planten. Wanneer ook na vanavond die beslissing uitblijft, is mijn vraag aan jullie: wanneer dan wel? Want deze beslissing moet een keer genomen gaan worden en waarom wachten op een moment in de toekomst terwijl het nu ook kan? Ik weet dat het kappen van bomen een zeer gevoelige kwestie is, maar naar mijn mening mogen bomen nooit voor de veiligheid van mensen gaan. Provincies Drenthe, maar ook Gelderland delen deze mening. Waarom de gemeente Hoogeveen niet? De voorzitter: Kunt u gaan afronden, mevrouw? Inspreker mevrouw Doldersum: De laatste twee zinnen.
De richtlijnen van CROW zijn er niet voor niets. Hoeveel onschuldige mensen moeten er nog gewond raken of nog erger, verongelukken? Alsjeblieft, maak het verschil. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. Ik kijk rond in de raad. Wacht u even? Er is een vraag van mevrouw Hooijer. Ga uw gang. Mevrouw Hooijer-Everts: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja. Ik hoor u zeggen het gaat vooral van overzicht. Maar als ik het hele verhaal hoor, dan heb ik toch eigenlijk het idee dat het doel is echt veiligheid en dat heeft te maken met de combinatie van hard rijden en het zicht wat onttrokken wordt. Heb ik dat goed geconcludeerd? Inspreker mevrouw Doldersum: Klopt. Ja. Mevrouw Hooijer-Everts: Dank u wel. De voorzitter: Zijn er nog meer vragen uit de raad? Niet. Dan stel ik voor dat u uw volgende spreker ruimte geeft. Dank u wel. Dat is mevrouw Stam. Kunt u naar voren komen? Ga uw gang. Inspreker mevrouw Stam: Voorzitter, dank u. Geachte raad en college, dank voor de gelegenheid om in te spreken. De bewoners, waarvan ik er zelf een ben, ervaren de Coevorderstraatweg als verkeersonveilig.
Hoewel we inmiddels al diverse gesprekken, rapporten en overleggen achter de rug hebben, is er nog steeds geen concrete oplossing. Laten we het proces van de afgelopen tijd schetsen. In 2023 werd in de media bekend dat de gemeente besloot, op initiatief van het OV bureau, twee verkeersdrempels te verwijderen, zonder dat de bewoners daarbij betrokken waren. Na de nodige commotie van de bewoners en een oproep van SGP-raadslid de heer Van Rijn, heeft de gemeente bureau Roelofs gevraagd een verkeersveiligheidsanalyse uit te voeren. We dachten hiermee op weg te zijn naar een integrale aanpak. Een stap in de goede richting, zou je denken, maar het bleek niet meer dan een vage belofte. Voor ons als omwonenden waren de bevindingen van bureau Roelofs helder en zeer herkenbaar. Ik ga deze inhoudelijk niet herhalen, gelet op de tijd, en verwachten dat eenieder de inhoud kent. Het rapport is gebaseerd op de CROWrichtlijnen, helder, objectief en onmiskenbaar. De weg voldoet niet aan de geldende normen. Je zou denken dat dit voldoende feiten biedt voor een integrale oplossing, maar helaas, een gedegen oplossing wordt belemmerd door het standpunt van het college. Veiligheid is belangrijk, maar we kappen geen gezonde bomen. Hoe deze veiligheid dan gerealiseerd wordt, blijft vaag. Dit standpunt is nooit officieel vastgelegd.
Daarnaast pleit en eist de commissie BBV al jaren voor de ontwikkeling van een actueel bomen beheerplan en ook het IBOR is nog niet gereed. Deze documenten zouden allang op tafel moeten liggen. Wat we hier zien, is onduidelijk en inconsistent beleid. Op weg naar een oplossing. Om uit deze impasse te komen, hebben we de raad uitgenodigd voor een locatiebezoek op 4 maart 2024. Veel partijen waren aanwezig om de situatie ter plekke te bekijken. We waarderen het gebaar, maar wat we missen is de uitkomst en concrete actie. Op 16 april volgt een bewonersbijeenkomst, georganiseerd door de gemeente, waarbij de gemeente het doel stelde om bewoners te informeren. De gepresenteerde oplossing: het vervangen van twee drempels door drie busdrempels met een wegversmalling, zonder enige aanpassing van de bomenrij, werd met grote frustratie ontvangen. De insteek van de werkgroep: eerst zicht, dan snelheid, werd breed gedragen door de aanwezigen. Het resultaat van deze avond was een krachtige oproep: zet de gesprekken voort met de werkgroep en werk aan een integrale oplossing. Op 4 juni volgt een overleg tussen de werkgroep en de gemeente. De wethouder gaf aan dat dit het laatste gesprek zou zijn. Wat gebeurde er tijdens het overleg? De gemeente gaf aan dat bureau Roelofs nog geen vervolgopdracht had gegeven om te inventariseren welke bomen het zicht belemmeren.
Dit was de grootste teleurstelling van de dag. We hadden ons er al op ingesteld dat dit nou juist de basis zou zijn voor de integrale aanpak. Tijdens het overleg trachtte de werkgroep nogmaals om tot een integrale oplossing te komen door naast de drempels ook de andere factoren uit de verkeersveiligheidsanalyse te betrekken. Eindresultaat was een zestal afspraken waaronder het direct opstarten van de opdracht aan bureau Roelofs om te inventariseren welke bomen, aan beide zijden van de weg, het zicht belemmeren. De situatie nu: helaas constateren we dat we nu op 19 december, zes maanden later, nog steeds geen inventarisatie van de bomen hebben ontvangen. Deze inventarisatie is tot op heden nog niet openbaar gemaakt, terwijl deze gewoon, mij lijkt, objectieve feiten bevat. Dit ervaren we als gebrek aan eenzijdige communicatie. De voorzitter: Is dat uw laatste zin? Inspreker mevrouw Stam: Bijna, nog twee zinnen. Daarnaast horen we dat de inventarisatie zich slechts op één zijde van de weg richt, terwijl er expliciet is afgesproken om beide zijden van de weg in een analyse mee te nemen. Dit alles terwijl er wel overleggen plaatsvinden over locaties van de drempels, maar zonder cruciale informatie over de bomen. Dit kan niet anders dan een frustrerend gevoel van incomplete en niet integrale besluitvorming opwekken. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Het waren wel iets meer dan twee zinnen, maar goed. Misschien zijn er nog vragen vanuit de raad. Ik zie geen hand. Dan wil ik u bedanken, vanaf deze plaats, en dan mag u naar uw eigen plaats gaan en dan kan de heer Huisjes naar voren komen. Mijnheer Huisjes, wilt u nu hier komen om in te spreken? Inspreker de heer Huisjes: Dank u wel. Namens de werkgroep Coevorderstraatweg doe ik een oproep aan de raad en het college. Pak de Coevorderstraatweg integraal aan en niet ad hoc. Op dit moment wordt er veel gewerkt vanuit de hokjesgeest vanuit de portefeuillehouders en uit de wethouders afzonderlijk, maar het wordt niet integraal aangepakt. Wat nodig is, dat is een algehele visie die over het wonen gaat, het verkeer, het groen en met name de veiligheid. Ik heb het over het deel van de Coevorderstraatweg dat ligt tussen de Jan Knegtweg, Meerboomweg en Kromme Jakken. Het is slechts een deel, dat is ongeveer 1000 meter lang, de rest speelt niet mee. Aan beide zijden staan bomen, bomen dicht op elkaar en dichtbij op de weg. Wij praten aan beide kanten over circa 100 bomen. Het profiel, ik ga een beetje in op de inhoud, het profiel. De rijbaan is 5,5 meter breed, terwijl deze minimaal zes of liever nog zeven meter breed dient te zijn, als categorie weg. De obstakelvrije berm is maar een halve meter breed, terwijl deze minimaal 2,5 meter dient te zijn.
Daar komen dus ook die zichtproblemen uit. Het vrijliggende fietspad ligt op 4,5 meter uit de rijbaan. Het hoogteverschil tussen pijl rijbaan en fietspad is 80 centimeter, ofwel een verhouding van 0,8 op 4,5 meter. Hierdoor krijg je een stijgingspercentage, ofwel een helling, van circa 20 procent. Het is een veel te steile helling. Een acceptabele stijging zou wezen 1 op 14, dat wordt ook door de gemeentes altijd gehanteerd, dat is een stijging van circa zeven procent. Kortom, een veel te steile helling voor fietsers en dergelijke en daardoor zo gevaarlijk. Bij het verlenen van vergunningen voor uitritten, zijn er geen uitzichtshoeken toegepast. Het is klakkeloos, gewoon, verleend en even betaald. Dus geen gezicht, geen zicht en nog geen en daardoor gevaarlijk. De bomen, die heilige bomen, die staan op onderlinge afstand van zeven, acht meter, terwijl deze vanwege groei en gezondheid minimaal twaalf tot vijftien meter uit elkaar dienen te zijn om een gezonde boom te krijgen, want ze hebben een kroon van zeg maar twaalf tot vijftien, achttien meter. Bomen van de eerste orde. De conclusie is dat de weg niet voldoet aan de verkeerskundige eisen en de bomen niet aan de groei eisen van die gezonde bomen, wij kappen geen gezonde … Die aan gezonde bomen zouden moeten worden gesteld.
De gemeente wil dit niet inzien, de gemeente doet niets aan het profiel van de weg, terwijl de motorvoertuigen breder worden en de bomen dikker. De gemeente, ofwel het bestuur, blijft vasthouden aan het besluit: wij kappen geen gezonde bomen. Ik heb duidelijk gemaakt dat hier geen sprake is van gezonde bomen. Beide standpunten zijn onzes inziens niet houdbaar en op termijn moet je ermee aan de aan de aan de gang, wat ook al door mijn voorganger genoemd is. Dat gaat over communicatie en inspraak. Communicatie is je verdiepen in die andere partij, maar dat gebeurt niet. De gemeente praat niet met bewoners, maar over bewoners. Er wordt niet gevraagd van wat is het probleem, wat zouden we daaraan kunnen doen? Nee, dit mag wel en dit mag niet. De problemen worden niet serieus genomen, met als gevolg dat de afstand tot de overheid steeds groter wordt en dat vind ik persoonlijk een van de ergste dingen die er gebeurt. Je moet vertrouwen in die overheid blijven houden. De voorzitter: Mijnheer Huisjes. Inspreker de heer Huisjes: Bent u zo streng? De voorzitter: Nou, ik wil niet te streng zijn, dus ik wil u nog wel even iets meer tijd geven. Maar hoeveel tijd hebt u nog nodig? Een paar regels, oké. Nou, dan geven we die regels … Het zullen er vast wel drie zijn of vier. Inspreker de heer Huisjes: Het zijn er meer, ik denk dat dat ook wel nodig is.
De voorzitter: Gaat uw gang, dan rondt u het af nu, wat mij betreft.
Inspreker de heer Huisjes: Inspraak en participatie zijn veel genoemde termen. In de praktijk wordt er afstandelijk mee omgegaan. Ik zal het wat inkorten. Eerder hebben we verwezen naar de provincie Gelderland en ook Drenthe. Bij deze provincies wordt wel degelijk rekening gehouden met de afweging verkeersveiligheid en beheer bomen. Dus nogmaals roepen we het bestuur en de raad op om deze waardevolle lessen ook in de praktijk in te passen. Dus integraal en niet ad hoc. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Huisjes. Wilt u nog even blijven staan, want misschien zijn er nog vragen. Ik zie een hand van mijnheer Meesters en van mevrouw Hooijer. Eerst mijnheer Meesters. Ga uw gang. De heer Meesters: Mijnheer Huisjes, dank u wel voor uw betoog ik. U refereert nu aan de integrale aanpak in plaats van ad hoc. Ik ben even benieuwd, hoe ervaart u dat, zeg maar, en waarin zegt u van dit is ad hoc en wat zou in uw ogen daarin anders moeten? Kunt u dat iets nader toelichten? Inspreker de heer Huisjes: Nou, integraal is dat alle onderdelen, wonen, verkeer, recreatie bij elkaar pakt. Vanuit dat perspectief ga je iets benaderen. Je gaat een probleemanalyse doen en vanuit die probleemanalyse heb je een doelstelling en je komt met oplossen en met varianten. Dan krijg je alles goed in beeld om daaraan te werken. Ik constateer, we hebben daaraan meegedaan, dat is achterwege gebleven.
Dat is niet volledig … Dat is niet gebeurd. Dus dan krijg je, omdat je die inventarisatie niet goed doet, krijg je ook daardoor verkeerde oplossingen. Als je de inventarisatie niet doet en je bent nu alweer bezig om die, zonder te kijken of de weg goed is, op termijn, de breedte van de weg voldoet aan de eisen, die voldoet niet. Normaal zou je bij brandveiligheid of wat ook, zeg je van, dat moeten we in orde maken. Daar wordt blijkbaar niet aan gewerkt. Dat is visieontwikkeling. Die bomen, die zogenaamd gezond zijn, dat heb ik al geconcludeerd, die zijn niet gezond, die staan te dicht op elkaar. Daar wordt gewoon aan voorbijgegaan, want dat is niet belangrijk. Het openbaar vervoer, die bus, die busdrempel, dat is blijkbaar belangrijk en de rest doet gewoon niet mee. Dat is mijn ervaring. Dus integraal en ad hoc, ik weet niet of dat duidelijk genoeg is, maar … De voorzitter: Is het antwoord duidelijk genoeg? Dat is zijn vraag. Mijnheer Meesters. De heer Meesters: Ik was even benieuwd naar waar waarin ziet u echt het ad hoc beleid, zeg maar? Dus ik probeer eigenlijk een beetje een voorbeeld te krijgen van goh, wat had u verwacht? Niet wat had u verwacht, maar wat is er gebeurd waarvan u zegt van ja, dat is een typisch voorbeeld van ad hoc, in plaats van dat brede ‘…’. Inspreker de heer Huisjes: Het duidelijkste is die bus, die drempels die aangelegd zijn.
Dat is niet op basis van onderzoek, niet op basis van gegevens en regels. Dat is er eigenlijk een beetje ingelegd zo van nou, daar staan wat huizen, daar zal zich wel het grootste probleem voor doen en wij leggen ze daar maar neer. Met als gevolg dat het niet werkt en dan moet men daar weer op terugkomen. De voorzitter: Dan geef ik het woord aan mevrouw Hooijer, als dit voldoende is. Mevrouw Hooijer-Everts: Ja, voorzitter, dank u wel. Het ging deels ook hier over de integrale aanpak. Het was me wel duidelijk hoe u dat bedoelde, maar op de informatieavond in De Cirkel, waar ik ook bij aanwezig was. Toen waren er echt nog meerdere partijen aanwezig. Bureau Roelofs, het OV, twee wethouders, diverse ambtenaren, het OV bureau. Toen is er, dacht ik ook, dat we uit elkaar gegaan zijn, dat er ook gezegd werd: we gaan met meerdere partijen hier verder in gesprek met de bewoners. Hebt u daar dan niets van gemerkt?
Inspreker de heer Huisjes: Dat vind ik een heel goede vraag, die u stelt. Je hebt partijen, maar het onderwerp is die weg, dat is de ruimtelijke ordening, zeg maar, is zijn algemeenheid. Dat gaat niet om hoeveel partijen die daarbij betrekt, het moet gewoon goed opgezet worden. Het moet gewoon … Hoe zeg je dat. Een bestemmingsplan was dat vroeger, maar het is nou ruimtelijke plannen. Dat moet je goed in zijn totaliteit onderzoeken, vertalen, doelstellingen goed bekijken en dat maakt niet uit wie erbij zitten, want dat kan allemaal. Dat zorgt niet voor een integrale benadering. Dat is meer een inventarisatie van wensen wat je zou willen, maar het gaat om de doelstelling die je nastreeft en dat moet je tegen elkaar afwegen. De voorzitter: Dank u wel voor dat antwoord. Volgens mij komt er nog een vraag aan van mevrouw Bisschop. Ik moet altijd nadenken, maar het komt goed deze keer. Mevrouw Bisschop: Dank u wel, voorzitter. Wij vragen ons af of in dit participatietraject ook duidelijk is aangegeven, richting u, waarover u zou mee kunnen praten. Inspreker de heer Huisjes: Zo duidelijk aangegeven, dat kan ik niet. Ik kan wel ongeveer mijn gevoelens vertellen. Ik had hoge verwachting ervan. Ik heb ook een keer eerder meegedaan in een inspraak met het zwarte dijkje en uiteindelijk, inspraak is in mijn beleving wat anders dan participatie.
In participatie neem je de bewoners mee tot aan het eind. Wat er nu gebeurt is, dat onderzoeksrapport is gekomen en we zouden dat ook krijgen en vervolgens is dat teruggenomen. Het lijkt er net op dat, het lijkt er dan op, dan ga je suggereren wat dat is. Dan denk je van, het zijn onwelwillende punten geweest die het college niet beviel. Dus we gaan dat eerst samen even afdekken en dan gaan we weer naar buiten. Dus dat wekt dan dat wantrouwen op en dat is eigenlijk een van de meest vervelende dingen die in dit proces gebeurd is. De voorzitter: Zijn nog andere aanvullende vragen vanuit de raad? Volgens mij zie ik geen hand. Dan wil ik u bedanken en alle drie insprekers bedanken voor dit moment. 3.3 Verkeersveiligheid Coevorderstraatweg De voorzitter: Dan gaan we naar de volgende stap in deze informerende ronde. Dat betekent dat we nu het woord geven aan het college waarin wethouder Wind gaat toelichten wat de context nog is rond dit moment. Wethouder Wind: Ja, voorzitter, dank. Meer inleidend, de inhoudelijke mensen vanuit onze organisatie nemen uw raadsleden straks mee op de inhoud. Maar het is wel even goed om terug te gaan naar waar dit begon. Dit begon eerst met een terugbrengen van deze weg van 80 naar 60 kilometer per uur.
Gevolgd door een brief van het OV bureau dat zij de buslijn niet meer over dit tracé zouden willen laten rijden gezien de verkeersremmende maatregelen en de dienstregeling. Op basis daarvan heeft uw raad middels een motie het college opgeroepen om alles in het werk te stellen om die buslijn te behouden en ook de weg in het scenario zoals die nu ligt, te behouden. En als we kijken naar de opdracht die uw raad daarin heeft geformuleerd, dan constateert het college dat de buslijn behouden is en dat ook de weg op de 60 kilometer per uur, die het nu is, behouden is gebleven. Maar in het proces na de brief van het OV bureau tot het komen van een oplossing, is in samenwerking met de werkgroep Coevorderstraatweg het dossier van de bomen ook op tafel gekomen. Wat het college constateert, en we hebben die zichtlijnenschouw, waar u straks in wordt meegenomen, wel gedaan, maar het college heeft geen concrete opdracht van uw raad hoe om te gaan met dit punt. We hebben een opdracht om de buslijn te behouden en de weg op 60 kilometer per uur te behouden. Aan die opdracht hebben wij voldaan, alleen we zien nu dat ook rondom die bomen er een opdracht van uw raad nodig is. Vanavond is het doel informeren over wat de zichtlijnenschouw heeft opgeleverd. We gaan in januari met de
werkgroep Coevorderstraatweg om tafel om daarna ook weer bij uw raad terug te komen specifiek op dit thema. Dat even als inleiding, voorzitter, op de inhoud die nu volgt. De voorzitter: Dank u wel voor de context en voor het gelopen proces tot nu toe. Dan geven we nu gelegenheid aan de ambtenaren, dat zijn Erik Koerts en René Hoorn. Ik weet niet of ze allebei hier vooraan in de zaal komen staan. Dat lijkt me goed. Dan kunt u uw toelichting geven op de zichtlijnenschouw van rapport Roelofs. U bent gereed? Ambtenaar de heer Koerts: Wij zijn er klaar voor. De voorzitter: Dan zou ik zeggen: pak het woord. Ambtenaar de heer Koerts: Voor wie mij nog niet kent, ik ben Erik Koerts, hoofd van de afdeling openbare ruimte en mobiliteit. Ik neem jullie even mee, want het is, denk ik, wel goed om even de tijdlijn te schetsen. Mevrouw Stam, de inspreker die ging er ook even vlotjes doorheen. Maar ik denk wel dat het goed is om even te kijken, de context, waar komt het nu vandaan en wat hebben we eigenlijk allemaal gedaan in het afgelopen jaar? Het lijkt misschien wel niet veel, maar op de achtergrond zijn we, denk ik, constant wel op een goede manier in gesprek geweest. In het eerste kwartaal van 2022 zijn de drempels aangelegd. En … Oh, natuurlijk, sorry, ik heb de neiging om er gewoon mee weg te lopen. Hebben we drempels aangelegd, en zijn er plateaus aangelegd om de snelheid te beperken.
Dus we weten dat daar hard wordt gereden en dit waren de maatregelen om snelheid te beperken. Het klopt ook wat mevrouw Doldersum aangaf, dat zij eigenlijk al langere tijd bezig was om van joh, hoe zit het met die bomen, want ik heb geen zicht. Dat is hierin niet meegenomen. Welke keuzes daarin gemaakt zijn, destijds, laat ik even in het midden. Ik weet dat niet, daar kan ik geen antwoord op geven. In Q2 was het inderdaad zo dat het OV bureau op de lijn kwam. En die gaf aan van joh, moet je eens luisteren, wij zitten met onmogelijke kosten als het gaat om onze aanrijtijden. Als de drempels en de plateaus niet worden verwijderd, dan laten wij de lijn 27 rijden over de 37 en dan gaan wij niet meer door de dorpen heen. Dat was voor de gemeente, voor ons, eigenlijk onbestaanbaar. Dat is ook besproken met u en u gaf ook, in Q4 was dat vervolgens, de opdracht mee, tussentijds hebben we allerlei gesprekken gevoerd met het OV bureau et cetera, gaf u de opdracht aan het college: behoud lijn 27, maar start ook een participatietraject op. Ook dat is de opdracht geweest. We hebben volgens in oktober dit eerste gesprek gehad. Het was een werkbezoek ter plaatse bij mevrouw Doldersum thuis. Goede koffie ook. Het OV bureau was erbij en ook de plaatselijke belangenverenigingen waren erbij. Nou, daar is het een en ander uitgesproken.
Daar hebben we ook de situatie ter plaatse natuurlijk bekeken. Ook daarin aangegeven van goh, we nemen een extern verkeerskundig bureau of een externe verkeerskundig adviseur in de arm om te kijken van sta ons bij en adviseer ons hierover. Dat was in december. Daar is tussentijds, in december, is het tweede gesprek geweest en de rapportage van Roelofs, zoals die dan bekend is, ook bij uw raad, die is toen besproken. Ook hebben we vanaf dat moment duidelijk aangegeven goh, we kappen geen gezonde bomen. Dat is en was het uitvoeringsbeleid als het gaat om hoe gaan we met onze bomen om? Daar komt bij, de heer Huisjes gaf aan dat de bomen ongezond zijn. Dat zijn ze niet. Wij inspecteren onze bomen een keer in de vier, vijf, zes jaar en dan wordt gekeken op de levensvatbaarheid van de bomen. En niet zo heel lang geleden zijn deze bomen nog geïnspecteerd en de bomen zijn gezond. In Q1 zijn we al, zijn we nu in dit jaar beland, hebben we een derde gesprek gehad. Toen is ook de eerste keer, toen is ook op tafel gelegd van hé, moeten we niet met versmallingen gaan werken en met busdrempels? Dat was ook bespreekbaar voor het OV bureau, want dat was natuurlijk wel belangrijk. Het OV bureau, daar hebben we natuurlijk ook het een en ander mee te organiseren. Die gaven aan van nee, als het op die manier wordt aangelegd, dan zijn wij tevreden.
Als in ieder geval die hoge drempels er maar uitgaan en je brengt daar busdrempels voor terug. Nou, dat is wat ons
betreft een prima oplossing. Dus vanaf daar zijn we verder gegaan. In maart bent u dit jaar ook op bezoek geweest. In april, klopt het, hebben we een bewonersavond, een bewogen bewonersavond georganiseerd. In juni hebben we het afrondende gesprek gehad met de werkgroep. En nou, de afspraken die zijn ook aangegeven door mevrouw Stam net, we zouden starten met de werkzaamheden in Q4, zoals nu. We zijn met de voorbereidingen bezig. We zijn ook met de projectleider, ook bij de aanwonenden zijn we in gesprek over waar. We hebben toen ook gezegd van waar leggen we nou exact die versmallingen en die busdrempels neer? Want dat wilden we ook gewoon in goed overleg doen met aanwonenden. Dat gesprek is ook gestart, ook met de aannemer Roelofs en dus ook met de projectleiders. Het hele, ook OV bureau is hierin meegenomen. Dus in die zin hebben we het allemaal aardig goed uitgelijnd. Het klopt, we hebben ook gezegd de zichtlijnenschouw, daar gaat René Hoorn zo iets over vertellen. Mijnheer Huisjes gaf aan van hé, maar er is afgesproken dat we ook de fietspadzijde zouden doen. Dat is niet de afspraak. We hebben gezegd van nee, we gaan maatwerk toepassen daar waar het nodig is. Er zijn overgangen van mensen die wat lastig ter been zijn, of moeilijk ter been zijn. Daarvan hebben we gezegd: we gaan ter plaatse kijken waar daar overgang is, welk maatwerk we daar kunnen gaan toepassen.
Verder hebben we nog een aantal fietsoversteken nog bekeken. Die worden nog aangepakt, het komend voorjaar, ergens nog voor de zomer. Dus in die zin, is het integraal? Nou, we doen er wel veel. Als je kijkt, zeg maar, als het gaat om verkeersveiligheid overgangen. We hebben eigenlijk alles wel in beeld. Dan zijn we nu eigenlijk bij Q4 2024 waarin we de oplevering van de schouw hebben en we zijn dus inderdaad bezig met de voorbereiding van de werkzaamheden in overleg met de aanwonenden. Nou ja, het heeft iets langer geduurd, want we waren even zoekende naar een projectleider. Die hebben we dus, die is dus al in gesprek geweest. Voorbereidingen zijn gestart. En, nou, ik wil ervan af wezen, maar ik denk dat we ergens januari, dat het, als de weersomstandigheden goed blijven, dan gaan we januari aan de slag. De voorzitter: Dat is uw bijdrage tot nu toe? Dan mag ik u gelegenheid geven om het vervolg op te pakken. Ambtenaar de heer Hoorn: Mijn naam is René Hoorn, ik ben beleidsadviseur verkeer bij de SWO en ik heb samen met adviesbureau Roelofs deze zichtlijnenschouw gehouden die nou voorligt. Misschien een klein misverstandje uit de weg helpen, het is geen rapportage geworden, het is een oplevering van deze tekening geworden. Ik geef even een korte toelichting wat jullie hier zien. Om te beginnen, de zichtlijnenschouw die is gehouden, fysiek.
Dus we hebben met een gemiddelde personenauto alle uitritten geïnventariseerd aan de Coevorderstraatweg. Dat wil zeggen, vanuit de positie zoals een bewoner het ook zou doen. Het CROW, het kennisinstituut, die hanteert zogeheten zichtlijnen. Die zijn alleen lastig, in dit geval, om die op tekening te kunnen beoordelen. Je zou kunnen zeggen, draai een tekening van dat gebied uit, leg daar een zichtlijnen driehoek, als het ware, op en ga dan kijken welke bomen in de weg staan. Adviesbureau Roelofs heeft ook geadviseerd van doe dat niet, ga dit gewoon fysiek doen, dus ga echt met een auto kijken: hoe ervaart een inwoner dit en welke boom staat dan in de weg? Dat is misschien ietwat subjectief, maar het is tegelijkertijd ook objectief omdat je je verplaatst in de positie van een inwoner. Dat is even een korte inleiding. We hebben twee categorieën bomen, eigenlijk drie, groen, oranje, rood. Groene bomen, spreekt voor zich, staan niet in de weg, althans, belemmeren niet de zichtlijnen. We hebben een categorie oranje en een categorie rood. Bewust deze twee categorieën gehanteerd, omdat oranje gemarkeerde bomen, misschien is het mogelijk om een klein beetje in te zoomen op regel twee, daar gebeurt het meeste en misschien op het stukje waar de verschillende kleuren een beetje in beeld komen. Ik weet niet of dat mogelijk is, het is misschien nu slecht te zien.
Nou, ik zal ondertussen gewoon doorgaan. De oranje bomen zijn zichtbelemmerend, maar niet dermate zichtbelemmerend dat ze zo in de weg staan dat er niets te zien is, waarmee we aan hebben willen geven: deze bomen kunnen wel hinder veroorzaken, maar zijn niet van die orde van grote dat ze echt het zicht volledig belemmeren. Dat doen de rode bomen wel. We zijn dus in totaal op vijftien bomen uitgekomen die zichtbelemmerend zijn waarvan vijf stuks ernstig zichtbelemmerend en dan in die mate dat ze echt het zicht
op de weg ontnemen. Met andere woorden, echt verkeersonveilige situaties. Heel veel meer toelichting kan ik op deze tekening niet geven. Dat dat is ook hoe wij de zichtlijnenschouw hebben gedaan. Dan kom je op het punt: wat doe je er dan mee? Er zijn eigenlijk twee opties: of de kap van bomen, een andere optie is nog het plaatsen van verkeersspiegels. Dat is ook ooit aan bod gekomen om tegenover uitritten waar het zicht heel slecht is, om daar gewoon spiegels te plaatsen. Daar kleven een aantal nadelen aan. Die som ik even kort op, zodat jullie context hebben bij de wat negatieve eigenschappen van die spiegels. Ze vervormen wat, ze zijn wat bol van vorm en ze vervormen het beeld een beetje, dus je kunt daardoor slechter snelheid van verkeer inschatten. Weggebruikers gaan zich heel sterk focussen op die spiegels en gaan wat minder om zich heen kijken. Wat er gebeurt. Nou ja, goed in koude periodes beslaan ze, er kleven wat nadelen aan. Het enige voordeel wat je hier wel hebt, is dat je ze voor uitritten plaatst waar vaste bewoners wonen en die gaan op een gegeven moment wel wennen aan het gebruik van die spiegels. Doorgaans, we krijgen vrij veel verzoeken uit het buitengebied voor het plaatsen van spiegels, ook bij kruisingen. Daar doen we dat niet om voorgenoemde redenen. De enige pre waarom je het hier eventueel wel zou kunnen doen, is dat je een vaste groep gebruikers hebt.
Kijk, een inwoner die zo'n spiegel twintig, dertig keer gebruikt, die zal echt weten hoe die hem af moet lezen en moet zien. Dus dat zou iets kunnen zijn om te doen. Dat is mijn toelichting. De voorzitter: Dank u wel. Dan maken we de volgende stap nog naar de wethouder om daar nog kort iets op aan te vullen, ook vanuit de rol en positie vanuit het college. Het lijkt me goed om dat nog even goed neer te zetten, dat dat duidelijk is voor de raad en dan kan de raad vragen stellen. Wethouder Wind: Ja, dank, voorzitter. Voorzitter, het gaat mij ook vooral om hoe vanuit hier verder. Er is straks alle gelegenheid tot het stellen van vragen. Wij gaan in januari met de werkgroep Coevorderstraatweg om tafel. Dan gaan we dit ook verder doorspreken met hen en we hebben in het college ook gezegd: uiteindelijk gaan we ook terug naar uw raad. Ik gaf in mijn inleiding aan: er ligt op dit moment geen opdracht vanuit de raad richting het college op dit punt. We weten wel dat de raad op dit onderwerp zeer betrokken is. Dus we komen terug naar uw raad, maar we hebben eerst een stap te zetten, het overleg met de werkgroep Coevorderstraatweg dit bespreken en vanuit daar komen we dus terug bij uw raad. De voorzitter: Goed, dan is dat, denk ik, duidelijk. Wilt u bij de wethouders zitten, is dat handig? Dan kunt u daar uw plaats weer innemen. Dan ga ik kijken naar de vragen.
Ik zie al verschillende handen, dus wie was de eerste? Dat weet ik niet. Ja, nou, dan gaan we eerst daar beginnen en dan gaan we zo een beetje de wave maken. We gaan naar het CDA, naar mevrouw Bisschop. Ga uw gang. Mevrouw Bisschop: Dank u wel, voorzitter. Ik heb van u begrepen dat ik drie vragen mocht stellen. Dat klopt, hè? Mijn eerste vraag is voor de wethouder. Ik moet eerlijk zeggen dat mijn mond openviel en ik denk ook dat het non-verbaal wel af te lezen is geweest, dat ik echt opkijk van uw opmerking: wij hebben geen opdracht van de raad om naar de bomen te kijken. Ik heb daar echt een compleet andere beleving bij gehad. U hebt steeds voorgehouden: we kijken ook naar de bomen, we gaan Roelofs inschakelen en nu krijgen we deze opmerking. Dus ik wil heel graag hier wat verduidelijking van u op hebben hoe dit nou zit. Dat is mijn eerste vraag. Dan hoorde ik dat al van een inspreker, maar ik hoorde het net ook van mijnheer Koerts, is het volgens mij, dat de bomen aan het fietspad niet meegenomen zijn in het onderzoek. Als je het al een onderzoek kan noemen. Ik wil heel graag weten waarom, wat is daar de reden van? En mijn derde vraag, ik blader even door, ik heb steeds de indruk gehad dat we een rapportage zouden krijgen en wat schetst onze verbazing toen wij die foto kregen.
Is dit nou alles? Dus ik heb eigenlijk twee subvragen: waarom is het zo beperkt gebleven en waarom heeft u er zo ingewikkeld over gedaan om dit aan ons te verstrekken? Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Bisschop. Dan gaan we kijken wat de wethouder daarop als antwoorden heeft van deze drie vragen. Wethouder Wind: Ja, een deel zal ik voor mijn rekening nemen, voorzitter, en een deel ook mijn buurmannen. Als ik het heb over de opdracht van de raad, dat zit meer in het startpunt van dit proces. Het startpunt van dit proces is de brief van het OV bureau geweest met de mededeling: met de aanpassing van de Coevorderstraatweg zien wij geen mogelijkheid in onze planning om buslijn 27 daar te laten rijden en als dat niet aangepast wordt, dan gaan wij de buslijn over de 37 laten rijden en betekent dat dat een aantal dorpen niet meer voorzien wordt van deze buslijn. Daarop heeft uw raad gezegd: college, doe uw uiterste best om de buslijn voor onze dorpen te behouden. In die opdracht zaten de bomen niet meegenomen. En u heeft gelijk, we hebben wel in dat hele proces, omdat het vanuit de werkgroep ook benoemd werd, de bomen wel constant in beeld gehad, maar er ligt onderaan de streep geen opdracht richting het college hoe daarmee om te gaan. Dus er ligt eigenlijk een concrete vraag vanuit het college: geef ons als college een opdracht hoe hiermee om te gaan. Dan was nog de vraag, de rapportage, dat beeld is gaan ontstaan. Wat we feitelijk hebben gedaan in de zichtlijnenschouw en de zichtlijnenschouw vat zich samen in de kaart die u net heeft gezien.
We hebben in de brief, die het college eind november gestuurd heeft, aangegeven dat wij op basis van politiek-bestuurlijke dilemma's, die zitten op hè, nou hebben we dit hier liggen, nou zijn er verschillende opties. Die wilden we eerst met u bespreken. Tegelijkertijd wil ik wel meegeven, wat we wel hebben gedaan is onzes inziens ook voor een deel versnellen. Want we zouden u in december een korte brief te doen komen over een proces dat gaat lopen. We praten nu gelukkig al over de inhoud, dus die stap hebben we gemaakt. We hebben eerder met u nu vanavond hier de inhoud besproken terwijl in het eerdere proces er pas een procesbrief in de raad zou liggen in december met daarin de ‘…’: hoe gaat het nou het vervolg lopen. Volgens mij was de tweede wat meer inhoud. Dan kijk ik ook even naar de heer Koerts. De voorzitter: Ja, dat ging over de fietspaden, volgens mij. Dat was de tweede vraag van het CDA. Er gaat even iets niet goed in verband met de kaartjes. Dan moet het juiste kaartje erin en dan kan iedereen ziet wie nu spreekt. Ga uw gang. Ambtenaar de heer Koerts: Nee, er is geen onderzoek gedaan naar de fietspadzijde, omdat daar de afspraak gemaakt was, werd dat wij daar maatwerk zouden toepassen, bij die fietsopgangen waar het nodig was. Dat betreft een twee, drietal situaties. Dat is de afspraak die gemaakt is. Dat is ook de enige reden waarom we dat niet gedaan hebben.
De voorzitter: Dat is een antwoord op de vraag. Ik kijk naar mevrouw Bisschop. Wilt u daar nog een aanvullende vraag op stellen? Mevrouw Bisschop: Ja, met wie is die afspraak precies gemaakt? Want ik hoorde net van een inspreker die zich daar ook over verbaasde. Ambtenaar de heer Koerts: Ja, dat verbaast mij dan eerlijk gezegd een beetje, maar we hebben, volgens mij, in het gezamenlijk afsluitend overleg is er zo over gesproken dat dit de afspraken zijn. Dit zijn afspraken die ook vastgesteld zijn in het verslag en die ook zijn gedeeld met iedereen. De voorzitter: Dan ga ik naar de volgende partij. Ik zie de PvdA. De heer De Goede: Ja, dank u, voorzitter. Nog twee vragen: gezien de gevoeligheid van dit onderwerp, waarom is de schouw niet uitgevoerd door een onafhankelijke partij? Dit is geen motie van wantrouwen
tegenover de ambtenaren, hoor. Dat beslist niet. Maar dan denk ik van ja, misschien was dat wel handiger geweest. En als ik kijk naar het plaatje wat uiteindelijk, de foto die dan is gekomen, waarom is die niet eerder gedeeld ook met de werkgroep? De voorzitter: Zijn de vragen helder? Wie wil antwoorden? De wethouder? Ja. Ga uw gang. Wethouder Wind: Om bij de laatste te beginnen, verwijs ik even terug naar de brief die het college in november naar uw raad gestuurd heeft. Daarin heb ik gezegd: we hebben eerst met uw raad wat te delen, daarna met de Coevorderstraatweg, vanwege die politiek-bestuurlijke dilemma's. De eerste vraag was onafhankelijke partij, juist, want Roelofs is nadrukkelijk betrokken geweest, is intensief betrokken geweest bij deze zichtlijnenschouw en wij beschouwen Roelofs als een onafhankelijke partij die op basis van hun kennis en expertise hier een analyse op heeft toegepast. De voorzitter: En de andere vraag, is die dan voor de … Ik zie de ambtenaar. Er was nog een opmerking van de heer De Goede. Niet? Nee. De heer De Goede: Nee, voorzitter, alleen de uitvoering van de schouw die is toch gebeurd door ambtenaren? Niet, oké. De voorzitter: Wat is uw antwoord daarop? Ja, oké, dat is helder. Goed. Wethouder Wind: Het antwoord is nee, voordat er verwarring ontstaat. De uitvoering van de zichtlijnenschouw, daar is Roelofs intensief bij betrokken geweest.
Dus Roelofs is onderdeel geweest van de zichtlijnenschouw. Dus voordat daar verwarring over gaat ontstaan, een samenwerking tussen onze organisatie en Roelofs heeft de zichtlijnenschouw gedaan. De heer De Goede: Oké, duidelijk. Dank u. De voorzitter: Goed, dan ga ik naar … Mevrouw Bisschop: Voorzitter, ik heb nog een verduidelijkende vraag, als dat mag. De voorzitter: Oké, is dat nog naar aanleiding van uw eigen vraag? Mevrouw Bisschop: Neem van die van de heer De Goede. De voorzitter: Oké, vul die aan, dat is prima. Dan gaan daarna naar Gemeentebelangen. Mevrouw Bisschop: Ik hoor de wethouder volgens mij al twee keer zeggen dat er politiek-bestuurlijke dilemma's waren om eerder de informatie te delen. Kunt u dat uitleggen, want ik begrijp dat op dit moment niet. De voorzitter: Wat is uw antwoord daarop, mijnheer Wind? Wethouder Wind: Dat klinkt als een aanzoek: wat is daarop uw antwoord? Maar ik ga het proberen toe te lichten. Waar zitten die politiek-bestuurlijke dilemma's op? Die zitten op één, de beleidslijn we kappen geen gezonde bomen. Tegelijkertijd ligt daar een zichtlijnenschouw die wel daadwerkelijk iets laat zien waar we wat mee moeten, gekoppeld met de oplossing van spiegels en niet te vergeten, die heb ik tot nu toe nog niet
genoemd, maar het risico precedentwerking, want we hebben veel wegen in onze gemeente die bomen naast zich hebben. Ook dat is gewoon iets wat we eerst met uw raad moeten bespreken. Dus dat is het politiek bestuurlijke dilemma, het beeld dat ik u graag wil meegeven. De voorzitter: Ik zie een knikkend hoofd. Is dat nog een aanvullende vraag, mijnheer De Goede? De heer De Goede: Ja, nog een aanvullende vraag. Ik denk, ik snap de precedent werking, hoor, maar ik denk niet dat het daar anders van wordt als deze kaart ‘…’. De voorzitter: Dat is een constatering, volgens mij. Goed. Dan gaan we naar Gemeentebelangen. Mevrouw Hooijer-Everts: Ja, ik moet eens even kijken wat voor vragen er nog overblijven. Maar, ik heb ook een paar aanvullingen daarop, eigenlijk. Op zich ben ik het eens met dat we een standpunt innemen dat je niet kapt in gezonde bomen, want dat vind ik een prima uitgangspunt. Maar dat wij daar dan als raad over gaan beslissen van wanneer er wel gekapt moet worden en uw mond kan wel openvallen, maar dit is al eerder gezegd dat daar de raad over gaat. Dat is niet de eerste keer. Misschien was het bij een bijeenkomst waar niet iedereen aanwezig was, maar voor mij was het echt niet de eerste keer dat we hoorden dat de raad er over zou gaan.
En het lijkt me ook goed om als raad het daarover te hebben en wat mij betreft zo snel mogelijk, maar zoals we dat anders ook doen, eerst informeren. Nou, dat hebben we op verschillende manieren gedaan, op locatie en noem maar op en nu dus hier in de raadszaal. Normaal gesproken volgt er dan een debatronde en daarna besluiten. Dus wat mij betreft komt dat ook zo spoedig mogelijk daarop. Dus het is niet nieuw, maar het klinkt heel logisch, waarom hebben we dat niet eerder gedaan? Maar ik denk dat het uitgangspunt dat je niet zomaar kapt in bomen prima is, maar, al eerder gezegd, veiligheid staat voorop. Als we het dan hebben over de verkeersspiegels. Nou, als die bomen zo'n groeien en die auto's worden steeds breder, die klappen alleen maar weg. Dus dat zal zeker geen oplossing zijn. Dan nog even. De voorzitter: Hebt u een vraag dan? Mevrouw Hooijer-Everts: Jazeker. Ik kom tot een vraag. Dat doen meerdere mensen wel eens op deze manier, ik denk, laat ik dat ook een keer doen. Als we het hebben over de inventarisatie: er is wel gezegd tegen aanwonenden, dat staat ook op papier, dat er een inventarisatie zou komen bij de uitritten, maar ook bij de oversteekplaatsen en oversteken doe je altijd van de ene kant naar de andere kant. Dus je kunt zeggen ja, dan hebben ze dat niet goed gelezen, maar oversteken doe je niet alleen maar van de ene naar de andere kant.
Dus ik neem toch aan dat ze dan begrepen hebben dat aan beide kanten die inventarisatie gedaan wordt. De voorzitter: Wat is uw vraag dan precies? Wilt u hem iets preciseren? Mevrouw Hooijer-Everts: Nou, dat ze zeggen: dat hebben wij ook niet beloofd. Dat lijkt me dat dat wel beloofd is. En dan heb ik nog een vraag over dat er werd gesproken door mijnheer Koerts over het maatwerk en fietspaden. Maar toen had hij het op een gegeven moment ook over het aantal oversteken die dan heel steil zijn. Bedoelt u dat met maatwerk? Dat daar gekeken wordt? De voorzitter: Graag via de voorzitter, maar dat komt straks wel. Er zijn twee vragen, volgens mij, van Gemeentebelangen. De eerste kan de wethouder beantwoorden, de tweede volgens mij de ambtenaar. Klopt dat? Ja. Goed, dan geef ik het woord aan de wethouder Wind. Nee, allebei. Nou, dan gaan we naar de ambtenaar die ons daarin meeneemt in de antwoorden. Ga uw gang.
Ambtenaar de heer Hoorn: Ja, ik kan in ieder geval even reageren op het punt van het oversteken. Er is bewust gekozen om de uitritten van de woningen te doen, omdat daar het verkeer de weg op rijdt, dus niet zozeer oversteekt, maar zicht op de weg wil hebben om de weg op te kunnen rijden. En de fietsoversteken, daar hebben we het ook wel in de werkgroep over gehad, daar kun je hetzelfde gaan ervaren, dus daar kun je ook problemen met zicht op de weg gaan ervaren. Maar de vraag is of je dat op gaat lossen met die taluden allemaal op te hogen, omdat je daar het ook niet .... Het zou ook niet erg zijn als fietsers daar afstappen om met de fiets aan de hand over te gaan steken. Is dat antwoord op mijn vraag of niet? De voorzitter: Dan kijken we even naar mevrouw Hooijer of ze ook tevreden is. Dat weet ik niet. Mevrouw Hooijer-Everts: U vraagt aan mij van is het erg dat ze afstappen? Nou, dat is helemaal niet erg, dat is meer dan nodig. Ik heb het zelf op de fiets geprobeerd en ik heb ook met de auto geprobeerd de weg op te komen en daar kun je niet even uitstappen en dan weer instappen, want tegen die tijd is er dan alweer een auto. Maar goed. Er wordt geschetst, en de aanvragers zelf mogen nu niets vragen, ‘…’ dat hebben wij ook niet beloofd, maar zo is het bij de mensen wel overgekomen dat aan beide kanten geïnventariseerd zou worden, die inventarisatie. Dus ja.
Dat blijft dan toch een punt. De voorzitter: Goed, dan gaan we naar de volgende vragen, volgens mij. Ik zie nu weer verschillende handen. Ik ga gewoon het rijtje nog steeds af, dus ik begin hier zo en dan gaan we zo rond dus. Ga uw gang, mijnheer Meesters. De heer Meesters: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik heb ook toch nog een aantal vragen. Met name even de zichtlijnenschouw, noem ik het maar eventjes, doe is op een toch wat subjectieve wijze vastgesteld. Mijn vraag eigenlijk daarbij is van ja, hoe wordt op deze manier zeker gesteld dat dat de zichtlijnenschouw daarin ook gewoon echt voldoet aan CROW normen? En ook waarom blijf je dan in het subjectieve? Juist in zo'n verhaal als dit, lijkt me een objectief verhaal duidelijk. Ik moet ook zeggen dat zelfs bij het beschouwen van de kaart, ik ben daar diverse keren verschillende opritten afgekomen, dat het mij verbaasde hoe weinig bomen eigenlijk daar als zichtbelemmerend zijn aangemerkt. Dus dat is vraag één. Vraag twee, er werd ook even gesproken over spiegels aan de bomen. Nou goed. Ik ben even benieuwd: is dit voorstel of deze suggestie ook gedeeld met bewoners? Is daar van hun een reactie op gekomen en zo ja, wat was hun oordeel daarover? En de derde vraag heeft wat meer een procesmatige kant, dat gaat, wat mij betreft, over de communicatie met de inwoners.
Want zoals ik de insprekers hier hoor, heeft verwachtingsmanagement toch wel een stukje problemen opgeleverd. Want verwachten we nou een rapport? Verwachten we een plaatje met een paar ingekleurde bomen? Wanneer wordt er gecommuniceerd met inwoners, moesten ze steeds informatie halen of is informatie ook actief naar ze gebracht? Nou, ik zou daar graag even een reflectie over willen vanuit het college hoe gekeken wordt naar het contact met de inwoners en het verwachtingsmanagement. De voorzitter: Drie vragen, mijnheer Wind, geef ik u eerst het woord en daarna eventueel aanvullend de ambtenaren. Wethouder Wind: Ja, voorzitter, ik denk dat die laatste voornamelijk, dat is echt een vraag ook richting het college. Uw vraag is eigenlijk: hoe kijkt u er op terug? Mijn beeld is geweest dat we aardig in beeld hadden wat we, nadat we elkaar in juni hadden getroffen en een lijn hadden te pakken, samen met de werkgroep, hoe we verder zouden gaan, namelijk het worden busdrempels en we gaan een zichtlijnenschouw doen. Dat we vanuit daar goed op weg waren. Ik merk ook dat er verschillende beelden zijn ontstaan. Dus dat is ook een van de punten die we met de werkgroep willen gaan bespreken zodra we elkaar in januari gaan treffen. De inhoud, ja, maar ook even dit stukje communicatie. Wat de ervaring geweest is, mijn beeld is anders, maar dat bespreek
ik ook graag met hen over hoe of wat. Dus dat als eerste reflectie op dat punt en de andere twee zijn echt technisch inhoudelijk en dan verwijs ik naar mijn buren. De voorzitter: Dat was over de subjectieve en de objectieve waarneming en het feit of de spiegels ook met de bewoners werd besproken. Ga uw gang. Ambtenaar de heer Hoorn: Het klopt dat het inderdaad een vrij subjectieve waarneming is geweest. Dat had ik ook in de presentatie wel kort aangehaald. Dat komt ook omdat het bijna niet, het klinkt een beetje vreemd misschien, maar het is bijna niet objectief te beoordelen als in … Nou, het voorbeeld wat ik net schetste: als je een tekening op tafel legt en je legt daar een zichtlijndriehoek op, dat zou een beeld kunnen geven, maar dat is gewoon niet hoe de werkelijkheid in elkaar steekt en dat is niet hoe je gewoon op een objectieve manier een zichtlijnenschouw kunt doen. Dus we hebben het echt op deze manier moeten doen, omdat de bomen ook niet allemaal op een gelijke manier uit elkaar staan, niet op een gelijke afstand uit de rijbaan staan. Daarom is het niet op een 2D-manier, noem ik het maar, alleen maar van bovenaf te beoordelen. Dat zou je wel een keer kunnen doen op een kruisingsvlak waar de bomen wat verder uit een kruising staan, daar zou je wat makkelijker wel met een zichtlijnendriehoek kunnen werken.
Maar langs deze weg, waar zo'n diversiteit aan dikte van stammen, verschillende afstanden tussen bomen, is het niet op zo'n manier te doen en moet je het wel echt gaan waarnemen. En dan snap ik het punt dat het interpretabel is: hoe ga je het dan interpreteren? Wie heeft het geïnterpreteerd? Is het wel goed gezien? Ja, goed, dat is een stuk vertrouwen van degene die die schouw heeft uitgevoerd. Dat die waarnemingen kloppen, dat die in die zin dus wel objectief zijn. De voorzitter: En de spiegels? Ambtenaar de heer Hoorn: De spiegels. De vraag was of dat inderdaad met de werkgroep ... De spiegels zijn wel eens, als ik het goed heb, die zijn wel eens ter sprake gekomen. Toen heb ik vanuit mijn vak expertise daar negatief op geadviseerd. Toen heb ik daar nog niet de kanttekening bij geplaatst die ik net wel in de presentatie gaf dat er ook wel wat voordelen aan kunnen zitten voor als je dat bij een uitrit plaatst waar vaste bewoners continu met dezelfde situatie te maken hebben, zou je het, moet ik daar wel iets van terugkomen, van dat standpunt. Normaliter doen we het niet, uitgangspunt doen we niet, in dit geval zou het een optie kunnen zijn. Ja. De voorzitter: Is dat nog een aanvullende vraag, mijnheer Meesters? De heer Meesters: Ja, ik vroeg me even af, want hij kwam net weer even ter tafel, de spiegels.
Dus ik was even benieuwd, het idee, is dat ook ergens een keer gedeeld met de bewoners en wat was hun reactie daarop, als dat gedeeld is? De voorzitter: Mijnheer Wind. Wethouder Wind: Voorzitter, dat is precies waar we het gesprek van januari ook voor gaan gebruiken. Ambtenaar de heer Hoorn: Oké, ja, goed. Dan kijk ik naar mijnheer Vos, die had ook de hand opgeschoven. We gaan gewoon het rijtje af. Ga uw gang, mijnheer Vos. De heer Vos: Ja, dank u, voorzitter. Er is, denk ik, ook al heel veel gezegd natuurlijk over het proces en ook het proces eigenlijk hiervoor ten aanzien van de positie ook met het college met het OV bureau over de drempels.
Daar hadden wij toentertijd ook al best wel kritiek op hoe dat liep. Ja, mijn grote vraag gaat eigenlijk heel erg over dat hele proces waar we nu zitten. We zijn nu al heel erg lang bezig met elkaar, hiermee. Waarom moet dit allemaal zo lang duren, waarom moet er weer een onderzoeksbureau tussen zitten, waarom moet er weer … Ineens wordt er nu verscholen achter het hele feit dat er dan geen opdracht zou liggen hier in de raad. Dat werd net ook al eventjes gezegd. Maar tegelijkertijd heeft natuurlijk het college een meerderheid achter zich. Dus waarom moet dat überhaupt weer terug naar de raad? Dus dan een beetje verschuilen onder dat dualisme, vind ik niet chic. De voorzitter: Maar u wilt weten … De heer Vos: De vraag zit hem eigenlijk meer in van waarom moet het allemaal zo lang duren? Waarom heeft de wethouder niet bijvoorbeeld zelf besloten om gewoon een keer bij al die mensen langs te gaan, gewoon een keer daar te kijken en zelf te aanschouwen wat er is en met die mensen te spreken? Want volgens mij, een betere objectieve maatstaf van wat die mensen ervan vinden in combinatie dat de wethouders zelf ook kan kijken, heb je niet. Waarom moet al dat gedoe er allemaal omheen, dat is het toch zo opgelost? De voorzitter: Uw punt is duidelijk. Ik kijk naar wethouder Wind. Wethouder Wind: Een afvaardiging van het college is gewoon op bezoek geweest, dus dat is gebeurd.
Mensen vanuit onze organisatie zijn op bezoek geweest en we hebben gewoon bepaalde stappen te doorlopen en uiteindelijk hebben we ook met uw raad afgesproken dat we uiteindelijk terugkomen bij uw raad. Daar heb ik ook het proces hierna geschetst. Uiteindelijk is er echt een uitspraak van uw raad nodig op dit vlak. Dat is waar wij hier voor vanavond voor het eerst voor bij elkaar zijn en hoe het proces er in ‘25 uit gaat zien. De voorzitter: Helder. Is dat echt een aanvullende? De heer Meesters: Nou, ik wil even reageren op een opmerking van de heer Vos, want ik wil die niet ongezegd laten. Er wordt hier even de insinuatie gewekt dat het college sowieso een meerderheid heeft, want daar zitten coalitiepartijen achter. Dat bestrijd ik. Er zijn diverse coalitiepartijen kritisch op de uitvoering en op dit verhaal en er wordt hier mogelijk een suggestie gewekt dat wij als coalitiepartijen sowieso wel steun geven aan het college en ik vind dat een onjuiste weergave van de zaken, dus ik wil die even bestrijden als statement. De voorzitter: Uw punt is duidelijk, denk ik, en ik ga geen debat voeren op dit punt nu, want het is een informerende ronde. Laten we daar helder over zijn. Dus ik kijk verder naar de hand van GroenLinks. De heer Van Hoorn. De heer Van Hoorn: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde de wethouder zonet zeggen dat die bang is voor precedentwerking op dit onderwerp.
Is het college het dan met mij eens dat ze bang zijn voor als ze meer zichtschouwingen doen bij andere wegen, dat er dan vele bomen, gezonde bomen in rood en oranje zouden scoren? Klopt dat? Wethouder Wind: Ja, gecombineerd met het feit dat een zichtlijnenschouw buitengewoon intensief is. Dus als je zegt: we gaan het hier … De precedentwerking zit erin dat je het niet alleen aan de Coevorderstraatweg moet gaan doen, maar breed in de gemeente moet gaan doen. Dat is buitengewoon intensief en dan kom je inderdaad ook op het vlak dat er het risico bestaat dat er andere bomen in een soortgelijke situatie staan, met alle gevolgen van dien. Ook daarom is een uitspraak vanuit uw raad nodig.
De voorzitter: Wilt u daar nog op reageren of hebt u een aanvullende vraag? Ja, oké. Maar dan wil ik horen wat de vraag dan is, want daar gaat het vooral om. De heer Van Hoorn: Dat ga ik doen. Mijn vraag daarom nog is dan dus eigenlijk vindt college ook dat de precedent werking bij deze manier van dat we zo'n schouwing doen, dat dat eigenlijk al te veel precedentwerking zou zijn en dat het niet overal zou moeten waar dit aan de orde komt of dat dit controverse oplevert. De voorzitter: Ja of nee, college? Oké, dat is helder.
De heer Van Hoorn: Dan herhaal ik hem. Het komt een beetje op mij over alsof de wethouder zegt dat er, als er een controverse is, dat we dan zo’n beschouwing, dat dat heel intensief is en dat we juist daarvoor geen precedent moeten hebben. Of klopt dat niet? De voorzitter: Ga uw gang, mijnheer Wind. Wethouder Wind: Niet per se, maar ook wat het daarna met zich meebrengt en daarom zeggen we: dan hebben we echt iets vanuit uw raad nodig, een uitspraak vanuit uw raad nodig. De voorzitter: Oké, goed, helder. Dan kijk ik naar D66, mijnheer Prakken, ga uw gang. U hebt uw hand ook al een paar keer opgestoken. U zal wel denken. We doen geen voorkeursbehandeling, we gaan nu het rijtje af. De heer Prakken: Ja, en ik heb nog vragen over ook. De voorzitter: U mag er drie, dat weet u. De heer Prakken: Ja, en ik heb slechts twee, wat wil u nog meer? Ja. Ik heb een vraag voor het college, voor de wethouder, en een technische vraag. De eerste vraag voor het college is: heeft een college altijd een concrete opdracht van de raad nodig om te handelen? Dat is een. Die mag eerst wel beantwoord worden. De voorzitter: Volgens mij kunt u beter uw twee vragen achter elkaar stellen. Dat is makkelijker. Ga uw gang. De heer Prakken: De technische vraag. Als er zichtbelemmerende bomen zijn, dan zijn er twee opties, horen wij. Namelijk de boom verwijderen of iets met spiegels doen.