Transcript Gemeenteraad Hoogeveen 19.12.2024
Tekst van het document
Maar ik heb ook iets gehoord over versmallingen, wegwegversmallingen. De technische vraag is: is dat geen optie hier en daar? De voorzitter: Dank u wel. Dat zijn twee vragen. De eerste en de tweede. Helder. De eerste gaat over of het college mag handelen. Ga uw gang. Wethouder Wind: Dit komt goed, dat komt goed. Dat eerste stukje, dan gaat het echt, is het college antwoord op de vraag is: soms wel, want dan zijn er botsingen van kaders en dan moeten we naar uw raad toe en dat is waar hier sprake van is. De voorzitter: Ik zag ook de hand van mijnheer Bisschop.
Wethouder Bisschop: Het gaat evenwel om de wegversmallingen. Dat zijn de verkeersremmende maatregelen die genomen worden en die stammen wat ons betreft in ieder geval vanuit de opdracht van de raad om die buslijn te behouden. Die worden gewoon binnenkort uitgevoerd. Dus die wegversmallingen met de verkeersremmende maatregelen en de wegversmallingen kunnen ook invloed hebben op niet op de zichtlijnen, maar wel op de veiligheid op de weg. De zichtlijnen blijven hetzelfde, de bomen blijven staan, die lopen niet weg. De voorzitter: Is dat voldoende beantwoord, mijnheer Prakken? Nee. Dan gaat u toch nog een derde vraag stellen, waarschijnlijk. De heer Prakken: Nee, dit is een verduidelijkende vraag. Ja, ik ben geen verkeersdeskundige, daarom stellen we die vragen ook, maar als je zo'n wegversmalling hebt, dan is die zichtlijn vanuit die boom, die blijft natuurlijk hetzelfde, maar het verkeer wat erlangs raast dat zit verder de weg op. Dus in die zin, je kunt verder met de neus van de auto de weg op om te kijken of er wat aankomt. Dus dat die wegversmalling een oplossing is voor zicht. Of u dat een zichtlijn noemt. De voorzitter: Daar is een antwoord van de ambtenaar voor nodig. Ga uw gang. Ambtenaar de heer Hoorn: De wegversmalling die u noemt, met al dan niet een snelheidsremmer erin, die is versterkend aan het hele geheel.
Dus u heeft gelijk dat als je een wegversmalling plaats met een remmer erin gaat en de snelheid omlaag, dus er komt meer reactietijd om vanuit de uitrit te kunnen beoordelen: komt er verkeer aan en het verkeer komt wat meer midden op te rijden, waardoor die anders in de … Inderdaad anders in de zichtlijn terechtkomt. Dus het is, ja, dat. De voorzitter: Dank u wel en is dat dan weer een aanvullende vraag of een reactie? Ja, ik ben streng. Dat weet ik, maar ik wil ook de andere partijen de kans geven. Er staat nog meer op de agenda. De heer Prakken: Maar ik heb zolang moeten wachten, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Acht. Eén vraag nog of één reactie. Wat is het? De heer Prakken: Ik pleit natuurlijk niet voor vijftien wegversmallingen. Dat is ook niet nodig, want sommige bomen staan heel dicht bij elkaar. Maar zou dat een oplossing zijn? De voorzitter: Dat is ook de vraag aan de ambtenaar. Ga uw gang. Ambtenaar de heer Hoorn: In het ontwerp zoals nu voorligt, komen er vier. Eentje vrij kort na de Riegshoogtendijk op het stuk waar geen … Tenminste, zoals het nu voorligt, waar wat weinig bewoning is, maar wel om alvast die weg in te leiden om weggebruikers te laten weten van dit wordt er verwacht en de andere drie komen bij clusters van woningen te zitten, dus op de plekken waar ze eigenlijk ook horen.
Daar hebben we ook weer het OV bureau ingeschakeld van kunnen dat er niet meer worden, maar het OV bureau zei: drie à vier. Wij hebben voor vier gepleit, omdat we drie te weinig vonden, want je hebt een vrij lange ‘…’ te overbruggen, die wil je goed opknippen. Maar vier is wel de max. De voorzitter: Oké. Dan gaan we kijken naar andere partijen nog die willen. Ja, dat is mijnheer Klok van de VVD.
De heer Klok: Dank u wel, voorzitter. Het college geeft aan dat er inderdaad geen opdracht is vanuit de raad om met deze bomen aan de gang te gaan. Alleen, wat mij dan bevreemdt, is dat het college neemt wel in Q4 van 2023 een besluit om de bomenkap niet te doen. Daarmee geeft het college toch een signaal af dat jullie wel met die bomen bezig zijn, dat signaal krijgen die inwoners dan toch ook? Weet je, wat is dan de reflectie van het college hierop, op deze zaak, op dat besluit van Q4 2023? Een andere vraag die ik heb, is: we hebben het nu over vijf rode bomen, tien gele bomen, maar ik vind dat we ook nog wat vergeten. We vergeten de veertien witte vlakken. Er zijn … Een aantal bomen konden niet geschouwd worden, dat bevreemdt mij ook, want waar gaan we het hier met elkaar over hebben? Komt daar nog een herschouw? Want ik zou u graag willen meenemen om dat te verduidelijken. Deze schouw is gedaan op 9 augustus en dan staat er: het hek van het schoolgebouw was dicht. Dat kan ik me voorstellen, want het is zomervakantie. Dus dan denk ik ook: jongens, kom op, dit keer konden we van tevoren dit al wel weten en juist dit gaat over veiligheid en we horen het de hele avond al, veiligheid van kinderen.
Dus waarom dan een schouw doen op 9 augustus als dat schoolhek dicht is? Dat bevreemdt mij ook en als laatste, ja, als het toch de precedentwerking is dat een straat hier veiliger van wordt, als het veiliger wonen is, als het een veiliger woonmilieu oplevert, dan is dat toch eigenlijk een hele mooie precedentwerking? Wat is dan uw schouw daarop? De voorzitter: Oké. Dat is helder. Dat zijn drie vragen van de VVD. Ik kijk naar de vinger van wethouder Wind. Ga uw gang. Wethouder Wind: Ten aanzien van de eerste vraag, het besluit geen bomen te kappen, is gewoon de bestendige lijn. Dus dat is niet zozeer een besluit geweest, dat is gewoon een bestendige lijn: er worden in Hoogeveen geen gezonde bomen gekapt. Dus daar is niet zozeer een besluit voor nodig. We hebben, heb ik net ook aangegeven, in dit proces zijn de bomen er wel in het gesprek gekomen en daar is ook deze zichtlijnenschouw uiteindelijk het resultaat van geweest. Dus de bestendige lijn is: gezonde bomen worden niet gekapt. De laatste vraag van de heer Klok … De voorzitter: Dat ging over de schouw. Mijnheer Klok. De heer Klok: De derde vraag was met betrekking tot de precedentwerking.
Als dat de weg veilig … Wethouder Wind: In een eerder moment dat we het hierover hebben gehad, is een beetje het perspectief gepresenteerd van dit is precies een discussie die we met elkaar moeten voeren rondom het integraal beleid openbare ruimte. Daar hadden we gehoopt nu bij u aan te leveren. Dat is in afrondende fase, maar dat is nog niet gereed. Dus daar zit een beetje, ik weet niet of het een mooie precedent was. Dan moet je het integraal bekijken, dan moet je naar alle aspecten kijken die erbij komen kijken en dat moet nog gebeuren. Maar we hebben wel gezegd: we trekken deze, willen we wel met u bespreken, omdat juist ook vanuit de raad de betrokkenheid is op dit dossier is. De voorzitter: Dan wacht ik nog op de antwoorden over of er nog een herschouw komt. Dat was de vraag. Ga uw gang. Ambtenaar de heer Hoorn: Dat van het schoolhek is een correcte constatering, inderdaad, ook een beetje een ongelukkige. Daar konden we de schouw niet goed doen. De andere witte vlakken die jullie op de tekening zagen, die had ik net even moeten verduidelijken, denk ik, die waren net niet goed te zien op het grote scherm. De andere witte vlakken, zeg maar de tekstballonnetjes die op de tekening stonden, dat waren eigenlijk voor het grootste deel opmerkingen over dat het eigen groen van bewoners af en toe ook in de weg staat.
Dat ben ik net vergeten toe te lichten, maar die toelichting staat wel in de schouw. Dus dat hebben wij
ook, veelvuldig wil ik niet zeggen, maar meermaals geconstateerd dat ook eigen begroeiing in de weg staat bij het zicht. De voorzitter: Dan begrijp ik dat het nog niet voldoende is voor de VVD, want er komt nog een aanvullende vraag. De heer Klok: Op twee verschillende dingen een vervolgvraag. Allereerst met betrekking tot die bestendige lijn is eigenlijk mijn vervolgvraag. Ja, het is wellicht de bestendige lijn, zoals het college schetst, van het college dat we geen gezonde bomenkap doen. Maar u communiceert het wel actief naar de bewoners dat we niet aan die gezonde bomenkap doen. Dus dan is het toch logisch dat de bewoners hiermee hun eigen denkwereld vormen dat die bomenkap wel onderdeel is van die afweging daar op die Coevorderstraatweg? Ik kan me heel goed voorstellen, en ik ben benieuwd hoe u zich dat eventueel zou voorstellen als u aan zo’n weg woont en er wordt meermaals over bomen gepraat, dat het college en ook wij, de raad, hiermee bezig zijn. Dus dat is de vraag een, de verduidelijkende vraag. Het tweede is ook richting het college van, ja, dank voor de duiding, alsnog, van de witte vlakken, maar er zitten ook wel een aantal witte vlakken die wellicht wel een politieke lading dragen. Bijvoorbeeld, er zijn een aantal uitritten die niet helemaal goed geschouwd kunnen worden.
Hoe gaan we daar dan mee om als raad en als college? Wordt daar nog een keer een herschouw gedaan of is het dan maar gewoon die bomen niet of ja hoe kijkt het college daarnaar? Dank u wel. De voorzitter: Het college, de heer Wind. Wethouder Wind: Voorzitter, die laatste denk ik dat het onderdeel moet worden van het gesprek tussen raad en college. Deze schouw is uitgevoerd, dat heeft dit resultaat opgeleverd en ik denk dat het goed is om met elkaar die schouw tot ons te nemen. Nou, vanavond kunnen we de verdieping op die schouw maken en uiteindelijk gaan we in het volgend jaar daar met elkaar ook verder op doorspreken, dan ook meer op inhoud en op welk vervolg heeft dit? De eerste vraag zat op … De heer Klok: Op het feit dat we wel de hele tijd met bomen communiceren naar de inwoner. Wethouder Wind: Helder. Wat het college gedaan heeft, is de bestendige lijn van het college uitdragen. Gezonde bomen worden niet gekapt. Daarvoor was het onderwerp bomen al onderdeel van het gesprek en wat het college heeft gedaan, is ook met uw raad gedeeld, gezonde bomen worden niet gekapt. Dus ik zit even te zoeken wat precies de vraag is, want … De voorzitter: Dat weet ik niet. Maar u wilt weer de vraag, want dan hebt u inmiddels de zes al gesteld. Is dat echt een belangrijke korte vraag? Met een kort antwoord graag.
De heer Klok: Ja, kijk, bijvoorbeeld de informatieavond die we hadden, daar was ik bij. Daar was u ook bij en daar communiceerde u actief over die bomen. Dus dan schept u toch, in ieder geval bij mij had u de verwachting geschept dat we iets met die bomen gaan doen of niet dat we er iets mee gaan doen, maar wel dat het onderwerp van gesprek is. Maar wat was uw gevoel daarbij dan? Heb ik dat dan verkeerd geïnterpreteerd? De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Wind. Wethouder Wind: Ik zal het kort proberen. De bomen zijn vanaf het moment dat de gesprekken met de werkgroep Coevorderstraatweg zijn gestart, onderdeel geweest van het gesprek. Wat het college heeft
gedaan, is het standpunt van het college op dat punt uitdragen. Ze waren onderdeel van gesprek, het college deelt het standpunt van het college op dat onderwerp, dus daarmee blijven ze onderwerp van gesprek en uiteindelijk hebben we ook met elkaar gezegd: we gaan een zichtlijnenschouw doen en dan met uw raad ook kijken: wat betekent die zichtlijnenschouw? Korter kan ik niet. De voorzitter: Dat was het punt. Ik ga even kijken, want er zijn misschien nog meer partijen die nog willen reageren en er was nog een aanvullende vraag. Vindt mevrouw Hooijer het goed als we even deze partijen aan boord laten komen? Is dat een aanvullende vraag van de herschouw? Nou, dan doen we dat aanvullend en dan gaan we naar de SP. Nou, dan doen we dat zo straks erachteraan. Ga uw gang, mevrouw Hooijer. Mevrouw Hooijer-Everts: Aan de ene kant hoor ik net de wethouder zeggen: daar moeten we het met de raad en college over hebben. Dat dat vind ik een heel goed idee en hoe sneller beter. Daar heb ik ook nog een vraag over.
Maar bij die herschouw vroegen wij ons even af: als het zicht belemmerd wordt door die bosjes, komt dat dan doordat die mensen toch al niets zagen door die bomen en dat ze van pure ellende daar maar bosjes neergezet hebben? Maar goed, als wij daar in een later gesprek over terugkomen, dan heb ik daar geen vragen over, maar mijn volgende vraag is dan: hoeveel tijd hebben we nu nog voordat we hier in gesprek over kunnen en tot besluitvorming kunnen overgaan? Komt er dan nog een heel project wat we moeten doen dat we nog een halfjaar of een jaar verder zijn of is dat nou echt binnenkort, want anders kunnen we natuurlijk ook nu zeggen van we gaan het vanavond besluiten, dat we het best vinden dat de bomen gekapt kunnen worden. De voorzitter: U vraagt naar tijdsperiode en u vraagt naar druk, kunt u meer, een korte periode. Dat is de wens, hoor ik haar zeggen. Klopt dat? Wethouder Wind: Ja, stap één is, heb ik in mijn inleiding ook aangegeven, stap één is echt het gesprek met de werkgroep Coevorderstraatweg in januari. Als die geweest is, komen wij tot een afronding, komen we richting uw raad. Dus dat zal februari, maart zijn. De voorzitter: Helder. Dan gaan we naar de SGP. Ga uw gang, mijnheer Van Rijn. Drie vragen, korte vragen. De heer Van Rijn: Eerst nog even een aanvullende vraag op de vraag van mijnheer Klok en van mevrouw Hooijer over die inritten waar geen schouw uitkwam.
Ik heb dat gewoon eens even aandachtig bekeken en ik vond het heel vreemd. Want bewoners die niet de weg op kunnen rijden omdat die bomenrij dat belemmert, die gaan op hun eigen terrein dus beplanting doen dat het zicht nog slechter wordt. Dat klopt helemaal niet. Het enige wat je kunt, want ik heb op zo'n inrit gekeken, wat je kunt beoordelen, dat je zegt van oké, als je hiervandaan vanaf de woning naar de weg komt, dan heb je je eigen struiken staan, daar kun je niet zo goed achter de bomen langs kijken. Dat is waar, maar dat heeft niets te maken met het zicht wat je nodig hebt om de weg op te rijden. Het heeft wel iets met elkaar te maken. De voorzitter: Maar wat is uw vraag dan, mijnheer Van Rijn? De heer Van Rijn: Mijn vraag hierbij is: doen we daar dan nu helemaal niets mee? Zeggen we daar gewoon van: nou ja, die struiken staan daar, we kunnen daar niets mee of gaan we zeggen: nee, hier staan struiken, hier leggen we wel die zichtdriehoek eventjes op de tekening om te weten welke bomen daar wel weg moeten. Dat is een aanvullende vraag, voorzitter. De voorzitter: Een aanvullende. Nou, ik zie hem als vraag een, dus ik wil graag het antwoord van de ambtenaar.
Ambtenaar de heer Hoorn: De percelen waarbij we dat hebben geconstateerd, dus dat er echt begroeiing, eigen begroeiing van bewoners op het erf stond die het zicht belemmerden, dat betrof niet begroeiing die al bij een boom stond die het zicht belemmerde. Dus dat betrof enkel begroeiing van bewoners die het zicht op de weg belemmeren. Groen op het eigen perceel dus. Dat is wat ik bedoel. De voorzitter: Vraag twee, mijnheer Van Rijn. De heer Van Rijn: Nee, nou ga ik mijn eerste vraag stellen, mevrouw de voorzitter. Het gaat eerst even nog over de spiegels, dat is vaker aan de orde geweest. Er heeft bij de Kromme Jakken ook al eens een spiegel gehangen aan de boom. Als je spiegels wil hebben om zicht op de weg te moeten rijden, die kun je niet tussen de bomen hangen, want dan zie je alleen maar de boom die ernaast staat. Dus die moeten op een bepaalde manier gesitueerd worden dat zij dus echt ook zicht en ja, door die bolling kunnen ze iets anders, onder een andere hoek. Maar als ze zoveel spiegels daar op gaan hangen, dan kunnen we, denk ik, wel een contract afsluiten dat ze gewoon jaarlijks gewoon zoveel spiegels daar weer moeten vervangen. Want dat zware verkeer dat elkaar passeren moet, vooral dat hoge, die rammen zo in no-time al die spiegels er weer af.
De voorzitter: Mijnheer Van Rijn, wat is uw vraag? De heer Van Rijn: Waarom het college nu nog met zo'n voorstel komt, terwijl je al van tevoren weet: dat gaat niet werken. De voorzitter: Wie wil antwoord geven? De heer Wind, ga uw gang. Wethouder Wind: Het college komt niet met een voorstel, het college schetst het dilemma dat er speelt. De voorzitter: Oké, helder. Dan is uw derde vraag, mijnheer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ik hoorde net de wethouder zeggen: ja, wij hebben die opdracht nodig, omdat er kaders botsen. Ik zou toch graag willen weten welke kaders botsen er dan eigenlijk? De voorzitter: Is daar een verklaring aan te geven, mijnheer Wind? Wethouder Wind: Ja, voorzitter, dat is de opdracht om de buslijn te behouden, de opdracht om de weg verkeersveilig te houden en dan ook nog eens de lijn om geen gezonde bomen te kappen. Dat komt bij elkaar, dat is ingewikkeld, dus daar heeft het college echt iets vanuit de raad nodig. De voorzitter: Helder. Dan ga ik naar de SP, want die heeft ook nog een vraag. De heer Van Rijn: Voorzitter, ik heb hierna nog een vraag, maar ik wil hier even nog een vervolgvraag op hebben. Ik snap dat niet, als daar bomen gekapt worden, heeft dat niets te maken met de bus die erlangs moet rijden. Dat heeft niets te maken met busdrempels. Alhoewel, je kon de afstand van de busdrempel wat anders doen.
Maar dat is toch geen botsend kader? Ik begrijp dat niet helemaal. De voorzitter: Kunt u begrip toevoegen, mijnheer Wind? Hij begrijpt het niet. Wethouder Wind: De kern is: de bestendige lijn is: gezonde bomen worden niet gekapt. Hier is sprake van gezonde bomen, de bestendige lijn is ze worden niet gekapt. Daar heeft u het dilemma. Daar heeft u dat punt waar het college een uitspraak van uw raad voor nodig heeft.
De voorzitter: Dit is het antwoord van het college. Dan gaan we naar de SP een laatste ronde doen we nog, dan kunnen we altijd nog een paar restvragen ontvangen. U hebt er drie gehad, meer zelfs, vier. Ga uw gang. Ja. Ga uw gang, mijnheer Baalman van de SP, want dan hebben alle partijen de kans gehad. Daarna gaan we kijken wat er nog over is. De heer Baalman: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil het even niet hebben over die bomen, want daar komen we, denk ik, toch vanavond niet helemaal uit. Maar ik hoor van de ambtenaren: er komen vier verkeersvernauwingen, versmallingen. Mijn vraag is daarover van: is dit besproken met de aanwonenden, wat vinden ze daarvan en wordt de weg daardoor veiliger? De voorzitter: Twee vragen. Ga uw gang, mijnheer. Ik ben elke keer zijn naam kwijt. Dat is echt heel erg. Mijnheer Hoorn. Sorry, excuus. Ambtenaar de heer Hoorn: Geeft niet. De wegversmallingen, die zijn inderdaad besproken met de bewoners, met de werkgroep. De werkgroep die spreekt namens de bewoners en de locaties van de remmers worden ook in overleg met hen geplaatst. Uit mijn hoofd is dat zelfs al gebeurd, is er in gezamenlijk overleg, dus met de bewoners, bepaald waar die remmers ook geplaatst gaan worden, zodat dat ook allemaal in overeenstemming met elkaar is.
De voorzitter: Hebt u nog een aanvullende vraag, mijnheer Baalman? De heer Baalman: Ja, de laatste vraag die ik eigenlijk stelde, wordt de weg daardoor veiliger? Dat is mij nog steeds niet duidelijk, want we hebben het nog steeds over die bomen die wel of niet weg moeten. We hebben het over wegversmallingen en ja, op die vier plekjes zal het wat veiliger worden, maar de rest van de weg dan? Want het is natuurlijk niet een weg van 100 meter. De voorzitter: Wat is daar het antwoord op? Ambtenaar de heer Hoorn: Met die met die versmallingen en remmers gaan we de snelheid reduceren. Dus daar wordt het per definitie veiliger van. Dus de snelheid op de weg gaat omlaag, waardoor ook niet per se het zicht ook beter wordt, maar ook de oprijtijd de weg op wordt beter. De snelheid gaat omlaag en het is in overeenstemming met het OV bureau gebeurt, dus we hebben met nadruk nu met het OV bureau naar een goede oplossing proberen te zoeken en daar is deze oplossing uitgekomen, waar ook het OV bureau prima mee kan leven. We zijn er dus van overtuigd ook dat daarmee de verkeersveiligheid omhoog gaat. De voorzitter: Dank u wel. Dan constateer ik voor nu dat we al heel veel vragen hebben kunnen stellen aan het college en de ambtenaren. Ik weet dat het CDA nog een aanvullende vraag had. Ik ga even inventariseren wie nog één aanvullende vraag heeft. Mijnheer Van Rijn, mijnheer Meesters.
Dat is het? Oké. Dan ga ik naar het CDA, mevrouw Bisschop. Mevrouw Bisschop: Ik heb in het begin aangegeven dat het voor het CDA nu in elk geval pas duidelijk is geworden dat u een opdracht van de raad wenst. Dan wil ik daar graag wat meer duidelijkheid over hebben. Ik hoorde iets over een gesprek eerst met de bewonersgroep en dan zouden we in februari, maart verder kunnen. Maar dan hecht ik er toch waarde aan om nu eerst wat meer te weten over waar die opdracht van de raad dan over moet gaan. Waarom ben ik daar nu wat door in verwarring? Ik hoor iets over een integraal beleid wat eerst klaar moet zijn, wat nog niet klaar is, ik hoor iets over bomen versus precedent, maar ik hoor eigenlijk heel weinig van onze beleving over bomen versus veiligheid. Ik wil toch ook nog even benadrukken
waarom wij wel verrast zijn door het feit dat wij een opdracht moeten geven, als raad. Want ik hoor het u nu ook weer zeggen … Nee, ik hoorde u nu eigenlijk voor de eerste keer zeggen, zo moet ik het zeggen, dat wij als raad een dilemma hebben. Ik heb al die maanden alleen maar gehoord dat het college met een dilemma zit, want er ligt een bestendige beleidslijn, geen gezonde bomen. Ik heb het vanavond tig keer gehoord, heb ik u horen zeggen. Dus ik hecht nu waarde aan: waar moeten wij als raad een opdracht over geven? Gaat het over die bestendige beleidslijn en bomen of gaat het over deze specifieke situatie? Wat vraagt u van ons? Ja, en ik moet eerlijk bekennen dat, als we het dan alweer hebben over februari, maart, dat dat voor het CDA wel wat traag werkt, als we nu al zo lang bezig zijn. Dus ik hoor ook graag of er mogelijkheden zijn om dit wat sneller nu te gaan oppakken. De voorzitter: Ik heb de oproep gehoord van het CDA. Kunt u daarop reageren, mijnheer Wind en daar misschien een toezegging of duidelijkheid in geven? Wethouder Wind: Dat is precies waar ik naartoe zou willen werken, voorzitter, want volgens mij is het praktisch. Ik heb even gecheckt. Er is een datum gevonden met de werkgroep Coevorderstraatweg om met hen om tafel te gaan. Dat is de laatste week van januari.
Ik denk dat het praktisch is ook om met het tijdschema daarna snel bij uw raad terug te komen om met de woordvoerders op dit onderwerp in de eerste dan wel tweede week februari een overleg te plannen. Dan kan ik een terugkoppeling geven van het gesprek dat wij hebben gehad met de werkgroep Coevorderstraatweg en dan kunnen we op die manier ook het tempo in het proces houden. Ik kijk even of dat een werkafspraak is, dus dat betekent laatste week januari, uit mijn hoofd 30 januari, spreken wij met de werkgroep Coevorderstraatweg. Zorgen we ervoor dat we hetzij de eerste week februari, hetzij de tweede week februari, met de woordvoerders op dit thema van alle fracties de koppen bij elkaar gaan steken. Geef ik een terugkoppeling en gaan we dan ook het vervolgproces inrichten. Het is, wat het college betreft, we zijn nu zoekende in deze situatie, want we kunnen niet wachten op het IBOR. Als dat helpt bij het wat concreter krijgen van het beeld. De voorzitter: Is dat voldoende voor de beeldvorming? Mevrouw Bisschop: Nee, dit is mij nog niet helemaal helder, want dan komt de raad pas weer, zeg maar, in stelling toch weer in februari.
Dus waar moeten we het als raad nu over hebben? Over deze concrete situatie, willen wij hier bomen kappen met het oog op de verkeersveiligheid of gaan we het gewoon hebben over die bestendige gedragslijn, want als we het daarover hebben, daar kunnen we het natuurlijk rustig eerder over hebben. Wethouder Wind: Het eerste, concreet deze situatie. De voorzitter: Oké, goed. Dan wordt dit de duidelijkheid en dan was er nog een vraag van mijnheer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja. Ik zou iets nog willen vervolgvragen, maar dat ga ik dus maar niet doen. We hebben nog een toezegging van het college om in december te horen wat er gebeuren gaat en de planning wanneer het gebeuren gaat. Krijgen wij die nog in december? De voorzitter: Ja of nee. Wethouder Wind: Het proces hebben we nu toegelicht en het is duidelijk dat daar het politiek bestuurlijk dilemma ligt wat we met uw raad willen bespreken. Het proces is nu 30 januari het gesprek met de werkgroep
Coevorderstraatweg in de eerste dan wel tweede week februari wederom om tafel met de woordvoerders vanuit uw fracties. De voorzitter: Dat is een herhaling van zonet. Maar wat wilt u precies dan nog weten, mijnheer Van Rijn? De heer Van Rijn: Voorzitter, ik weet niet hoe dit college met toezeggingen omgaat. De eerste toezegging was al, nou ja, laat ik het met heel voorzichtige woorden zeggen, heel vreemd. Nu hebben we de volgende toezegging en het college ‘…’ wat wij vanavond horen, zou dan de toezegging geweest zijn en de rest gaan we dan weer in februari. Nee, de toezegging is uitdrukkelijk, ik weet niet of de griffie dat nog even op het scherm kan zetten wat de toezegging was, maar er staat gewoon wat er gebeuren moet en wanneer het gebeurt, dat zouden wij in december van het college gekregen hebben en ja het is nog december. Ze hebben nog wel even een paar dagen. De voorzitter: Dan geef ik als laatste nu een reactie op de heer Van Rijn. Het woord aan de heer Wind. Wethouder Wind: Voorzitter, het college verkeert in de veronderstelling dat we een afspraak hebben gemaakt dat we in december het vervolgproces zouden gaan schetsen. Dat hebben we nu gedaan en u merkt, zodra wij het gesprek met de werkgroep Coevorderstraatweg hebben gehad, gaan we daar ook het tempo op zetten door de werkafspraak die we zojuist hebben afgesproken.
De voorzitter: Dan ga ik naar mijnheer Meesters, die had nog een vraag en dan proberen we af te ronden. De heer Meesters: Ja. In de presentatie die gegeven is door onze medewerkers, werd gesproken over werkzaamheden Q4. Ik ben even benieuwd. Betekent dat dat nu dit kwartaal, dit laatste kwartaal of misschien het begin van het komende kwartaal, of er nu al acties gaan plaatsvinden aan de Coevorderstraatweg? Zo ja, zou ik graag even geïnformeerd willen worden over welke concrete maatregelen worden dan nu al genomen, zodat ik even een helder beeld heb wat er in ieder geval vast gebeurt. De voorzitter: Ik zie een knikkend hoofd en beweging bij een andere ambtenaar. De heer Koerts, ga uw gang. Ambtenaar de heer Koerts: Zoals ik aangaf zijn de voorbereidingen in gang. Er is deze week de opdracht ook formeel verleend aan aannemer Roelofs. Laten we afspreken dat wij de planning met jullie delen wanneer de werkzaamheden echt gaan starten. Ik verwacht in januari, maar ik weet niet of … Maar weet je, dat moet ik even afchecken bij de projectleider. En welke werkzaamheden, we hebben gezegd: we gaan de werkzaamheden getrapt doen, dus we beginnen met de aanleg van de versmallingen en de busdrempels. Dat is afgestemd met de bewoners.
Dan gaan we in het voorjaar inventariseren van hé, bij welke opgangen moeten we, waar gaan we maatwerk toepassen? Natuurlijk gaan we dan in gesprek met de bewoners wat voor maatwerk hebben we het dan over en wanneer gaan we dat uitvoeren? Daarnaast hebben we nog een aantal aanpassingen als het gaat om fietsoversteken en dat proberen we allemaal voor de zomer te organiseren. Nogmaals, de opdracht is verstrekt. Een exacte planning kunnen wij zo snel mogelijk delen als ik die ook krijg van de van de projectleider. De voorzitter: Dan lijkt me het goed, als ik tenminste een advies zou kunnen geven vanuit mijn rol, dat er wat hier allemaal gezegd is, dat daar toch even een korte toezegging op papier aan de raad wordt gedaan, zeg maar. Om de planning even goed te delen. Zou dat mogelijk zijn? Ik zie nog een vinger van de heer Bisschop.
Wethouder Bisschop: Nou, goed. Dat is nog even een toezegging van mij vanuit het college. Het lijkt me dan het beste om dat even te doen, zodat wij via een raadsbrief de planning gaan delen, zo snel mogelijk na het kerstreces. Want dan hebben we wel duidelijkheid over hoe die planning in ieder geval globaal en op de eerste werkzaamheden zal zijn. Ja? De voorzitter: Oké. Mag ik dan nu concluderen dat we dit informerende blok kunnen afsluiten? Of is het nog dringende ... 3.4 Sluiting informerende ronde en openbare vergadering De voorzitter: Nee. Dan bedank ik uw bijdrage en ook uw inzet allemaal bij dit debat. We gaan nu pauzeren tot de volgende ronde en dat is een besloten ronde, zoals u weet. We beginnen daarmee, een tijd, is er een … Over een kwartier, dus dan zijn we om twintig over tien uur weer in de raadzaal terug. Dank u wel. 4.
Pauze
5.
Besloten informerende ronde (Raadzaal)