CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Gemeenteraad Hoogeveen 19.10.2023

Raadsavond 19 oktober 2023, gemeente Hoogeveen33.558 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

vestigen, iets waar D66 sinds jaar en dag al voorstander voor is en voor elkaar probeert te krijgen. Een lichtpuntje zien we ook op het gebied van diversiteit en inclusiviteit, thema’s die wel in het coalitieakkoord staan maar in de kadernota nog volledig ontbraken. Nu lezen we wel dat de aandacht zal zijn voor lhbti’ers en voor diversiteit. Dit alleen aanstippen is echter niet voldoende. We kijken uit naar de concrete uitwerking. Hiervoor zijn in het verleden al initiatieven vanuit D66 en een groot deel van de raad geweest. Zo dienden wij in 2016 alle een motie in om een regenbooggemeente te worden. Deze motie is echter nog niet volledig uitgevoerd, maar wellicht gebeurt dit dan nu alsnog. We zien in de begroting en bijbehorend beleid veel aandacht voor kwetsbaren uit de samenleving. Natuurlijk heel goed en vanuit verwachte demografische ontwikkelingen is dat met name … Vanuit met name de vergrijzing is dat ook terecht maar het is wel goed om te bedenken dat de verplichte indicatoren uit de begroting daar op dit moment geen aanleiding voor geven. Demografische ontwikkelingen geven die aanleiding wel. Het Planbureau en het CBS verwachten dat de bevolking krimpt, de groep tot twintig jaar krimpt sterk en tegelijkertijd zal het aantal ouderen boven de 25 procent uitstijgen. De begroting speelt daarop in.

We vragen ons wel af of we niet alleen daarop moeten inspelen maar ook door middel van het aantrekken van nieuwe doelgroepen deze voorspelling kunnen beïnvloeden. Dus misschien moeten we dat zelfs wel verkennen als we kijken naar wat een oude populatie zal betekenen voor bijvoorbeeld zorg en wonen. In een eerdere bijdrage noemde ik dit al een wicked problem en dat is het nog steeds. Laten we de demografische uitdaging dan ook interdisciplinair aanvliegen om te komen tot een reactie op dit complexe vraagstuk. Wat we echt nog missen is aandacht voor de rijke schooldag. Helaas komt dit ook niet in de nota Jeugd te staan hebben we inmiddels begrepen, ondanks dat dit wel gesuggereerd wordt in de begroting, op pagina 16 voor de lezer. De rijke schooldag staat voor het samenbrengen van school, opvang, sportcultuur, muziek, natuur, huiswerkbegeleiding en gezonde voeding. Dit voor iedereen van nul tot achttien jaar. Het doel is een stevige bijdrage leveren aan de kansengelijkheid voor kinderen en jongeren in Hoogeveen. Zij kunnen zich op deze manier breed oriënteren en ontwikkelen, ontdekken waar ze voldoening uithalen en waar ze goed in zijn. Doordat school meer omvat dat school zoals we dat nu kennen, duurt de schooldag langer. Ouders krijgen ze ook meer mogelijkheden dan nu om te werken of om te studeren.

De rijke schooldag gaat dan ook niet alleen over onderwijs en gelijke kansen voor jongeren, maar ook over meedoen, over bestaanszekerheid, over participatie. Ook gaat het over het laten landen van onder andere sport en cultuur op momenten overdag tijdens school in plaats van pas erna. Wat zou dit betekenen voor deelname door jongeren aan sport en cultuur? Wat zou dit betekenen voor de spreiding van de bezetting van deze voorzieningen? Wij hopen dan ook dat de rijke schooldag kan worden omarmd voor een aantal complexe uitdagingen die in Hoogeveen spelen en met elkaar samenhangen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Rutgers. Ik kijk even of er vragen zijn aan de kant van de raad. Ik zie de heer Otten, CDA. De heer Otten: Ja dank u wel, voorzitter. U praat over aantrekken van nieuwe doelgroepen om ontwikkelingen op te vangen, hebben we het over de arbeidsmarkt en dergelijke, bedoelt u denk ik. Hoe ziet u daar de rol van de gemeente dan in en wat voor doelgroepen heeft u dan voor ogen? Mevrouw Rutgers: Dat is een hele mooie vraag en ook wel in het licht van de historie van Hoogeveen een terechte vraag denk ik, want in het verleden bleek altijd maar weer dat Hoogeveen denkt dat alle taken die zij doen, dat daar ook een kostenplaatje aan vastzit.

Terwijl wij denken vanuit D66 dat de gemeente heel duidelijk een faciliterende rol kan spelen in het signaleren van uitdagingen, in het bij elkaar brengen van initiatieven van partijen, van bedrijven. We zagen bijvoorbeeld in het verleden bij het ziekenhuis, er waren niet genoeg artsen te vinden maar er was ook alleen maar geprobeerd via reguliere vacatureteksten die mensen hiernaartoe te krijgen. Er is dus niet door de gemeente gezegd, hier willen wij ook inspringen want wij

hebben hier ook iets te doen op het gebied van bevolkingssamenstelling, dus wij gaan woningbouw, makelaars, de gemeente, het ziekenhuis, we gaan met zijn allen om tafel, we faciliteren die dialoog, hoe kunnen we nou op een nieuwe manier, andere manier mensen hiernaartoe krijgen? Ik wou bijna zeggen, zo gek krijgen om hiernaartoe te komen. Maar je wil wel, je kan ook in een faciliterende rol kijken of je mensen kan bewegen om hiernaartoe te komen, om zich hier te vestigen, om anders te werven, om dingen te bieden die we nu niet bieden. Dus ja, faciliteren en niet altijd denken het is niet beslist onze taak of daar hangt altijd direct een kostenplaatje aan vast. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Jansen. Mevrouw Jansen-Brandsema: Ja, dank u wel voorzitter. Ik ben eigenlijk heel blij dat u dat zegt, mevrouw Rutgers. Want bij de bijeenkomst Senioren aan zet vorige week is ook wel gebleken dat er een hele grote groep ouderen is en nog een grotere groep aankomt die eigenlijk heel vitaal zijn er voor de kwetsbare ouderen is inderdaad heel veel al aan voorzieningen aanwezig. Maar ik ben blij om te horen dat u andere mogelijkheden wilt onderzoeken.

En kunnen we dan ook als gemeente onderzoeken hoe we die vitale groep ouderen voor verschillende doellijnen binnen onze eigen gemeente kunnen motiveren, mede ook vanuit de motie onze ouderen tellen mee? Mevrouw Rutgers: Ja, ik weet niet meer de exacte tekst van uw motie onze ouderen tellen mee, maar wat ik wel weet is dat wij heel erg voor de rijke schooldag zijn en daar zien wij ook een relatie met bijvoorbeeld vitale ouderen. Want waarom zou je die niet inzetten als expert binnen het onderwijs of in de opvang? Of zou je niet jongeren en ouderen samen kunnen laten sporten of van cultuur kunnen genieten? Ik zie allerlei mogelijkheden juist om uitdagingen als eenzaamheid, participatie allerlei complexe uitdagingen, om die juist samen te brengen in iets wat de rijke schooldag mede kan faciliteren. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Weerd. De heer De Weerd: Voorzitter, dank u wel. U hebt het steeds over die rijke schooldag, komt u dan nog met een motie of amendement? Mevrouw Rutgers: Ja, dat is dan weer zo'n pijnlijke vraag. Want dat zou ik heel graag willen maar de besluitvorming is op 9 november en dan ben ik vanwege werk afwezig en niemand mag mij vervangen om te stemmen. Dus wie weet in de toekomst, maar niet op 9 november. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even of er nog anderen? Dat is niet het geval.

Dan dank ik mevrouw Rutgers voor haar bijdrage, beantwoording van de vragen gesteld door u raad en geef het woord aan de fractie van de ChristenUnie. Mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Dank u wel, voorzitter. De toekomst kunnen we niet voorspellen, wel enigszins inschatten met de programmabegroting. Uitdagingen zijn er zeker, zoals het college schrijft. Maar om dan te lezen, alleen samen halen we eruit wat erin zit voor de samenleving? Dat is ook te lezen als, laten we er alles uithalen. En dat kan niet want we weten dat niet alles maakbaar is, crisis na crisis overviel ons en zal ons nog blijven overvallen, denk ik, en elke keer is dan de vraag, zijn we voldoende voorbereid? Voor deze begroting is al veel werk verricht, ook met de kadernota. Ik herhaal wat ik toen zei, minder groei vraagt om kritisch te blijven, kijken wat echt nodig is voor Hoogeveen. Zuinig blijven op de ruimte en daar bewust samen keuzes in blijven maken. Denk aan wonen en economische groei. Voor de begroting hebben wij drie punten die we willen meegeven vanuit ChristenUnie en daar zal ik dan verder op ingaan. Het eerste is, als ChristenUnie willen

we gaan voor een stevige sociale basis, we staan voor een robuust financieel kader en we willen echt dat het duurzaam vooruit blijft gaan. De sociale basis, het college is onderweg met het coalitieakkoord, mantelzorg, armoedebestrijding, sociale kracht van vrijwilligers, die zijn heel belangrijk voor die sociale basis in Hoogeveen. Blijf wat ons betreft werken aan die sociale basis, het is een heel groot deel van onze begroting. We zijn op weg maar uitdagingen blijven daar zeker en beknibbel daar niet op. Eén voorbeeld, we zijn bijgepraat over het Herontwerp Sociaal Domein, vervolgens hebben we geluisterd naar SMW en anderen en het lijkt ons dat wat in beleid en organisatie goed is ontwikkeld nog wel vaak moet landen in de praktijk. Dus blijf alert op dat punt. De vrijwilligersorganisaties gaan ons ook na aan het hart. We stelden ook een technische vraag daarover. We roepen het college op steeds oplossingen te zoeken en te financieren waar het mogelijk is. Blijf het gesprek intensief en creatief voeren. Onlangs werden we ook bijgepraat door de nota Jeugd. Al vanaf 2014 willen we de meest kindvriendelijke gemeente zijn, dat is een lange weg om te blijven volhouden, elk jaar weer.

Vorig jaar hadden we een motie fysieke plekken voor jongeren en jongerenwerkers, die is aangenomen door u hele raad en tot onze teleurstelling moeten we constateren dat we daar eigenlijk in de begroting niet zoveel over vinden. We begrijpen inmiddels wel met een brief van het college dat er een integrale afweging komt met de nota Jeugd. Maar het mag wel wat een tempo hoger, wat onze fractie betreft. Dan de financiële koers, we lezen dat we rijker worden doordat onze spaarrekening voller wordt en dat we in de toekomst tegen een tekort aankijken. Dat is te verklaren vanuit het feit dat we nog kunnen draaien aan de knop van het spaartempo. Vorig jaar gaf ik al een laddertje mee aan wethouder Reneman, ik weet niet of hij zich dat nog herinnert, staat symbool voor trap op en trap af. En die ravijnjaren, het ravijn jaar 2026, wordt veel genoemd. Er is nog veel onzeker, ook al kunnen we ons misschien iets rijker rekenen met de septembercirculaire. Wat onze fractie betreft houden we de lijn vast zoals die nu in de begroting voorligt, we vragen wel aan het college om druk uit te blijven oefenen via het VNG en het rijk. U geeft aan financieel voorzichtig te willen blijven. Prima, maar we weten dat er nog grote prioriteringsvraagstukken op ons afkomen.

Ik noem De Tamboer, het zwembad, andere grote en kleine investeringen en we doen nu al veel in de planning voor 2024, brandweer en asfaltprogramma. Maar aan de andere kant, we varen ook wel in de mist en dat geeft ook wel een wat ongemakkelijk gevoel. En we willen vragen als raad, ik denk dat het heel belangrijk is dat we betrokken worden bij dat denkproces ten aanzien van de nieuwe kadernota voor 2025. Dan het derde en laatste punt. We willen doortrappen voor goede bereikbaarheid en duurzaamheid. En over veiligheid, dat kun je er ook bij betrekken, kunnen we breed spreken. Denk aan onveiligheid rond politieke bestuurders, het vraagstuk rond ondermijning en geweldsincidenten. We vragen nu aandacht voor veilige bereikbaarheid met de fiets. U wilt werken aan fietssnelwegen, lezen we, en doorfietsroutes. En wij zien graag een verkenning van dergelijke fietsroutes naar Meppel, Emmen, Coevorden en Assen. Dat is handig en dat is mooi voor scholieren en forenzen. Dat is een belangrijke taak voor de provincie, dat weten we, maar we willen wel graag van het college weten wat er op dat punt op ons afkomt. En tegelijkertijd zien we ook de onveiligheid van het fietsgebruik in onze gemeente. Fatbikes, e-bikes, je ziet ze in het straatbeeld, ongelukken zijn aan het toenemen. Ook in de Hoofdstraat en in winkelcentra word je soms bijna onder de voet gefietst. En dan val je bijna om.

Kortom, onveiligheid van wegen. Hoe kijken de andere fracties daarnaar? Daar zijn we wel nieuwsgierig naar, want wij overwegen een motie die ondersteunend is op de investeringen ten aanzien van verkeer en vervoer. Dan langzamerhand naar een afronding, nog terugkomen op het coalitieakkoord, we hebben aangedrongen op een verbinder van energieverbruik op bedrijventerreinen door het terugbrengen van reclameverlichting in de nachten. En we willen het college nogmaals aansporen om hier werk van te maken en hiermee aan de gang te gaan. En we willen dus ook vragen, wat gaat het college daarin doen? En als laatste kleine puntje, hoe staat het met de planvorming rond duurzaamheid van onze eigen gebouwen? Tot slot, we moeten luisteren, luisteren, luisteren. Dat gedrag wensen we het college toe, wensen we ons als raad toe. Luisteren naar onze inwoners om hoop te geven voor de toekomst. Luisteren omdat we alle inwoners recht willen doen. En luisteren omdat we altijd de vrede zoeken voor onze inwoners. Laten we die drie

waarden, hoop, inwoners recht doen en vrede zoeken, laten we dat de drijvende krachten blijven voor de toekomst. En dan hebben we een begroting die uitgaat van drie hele mooie waarden die echt richting geven. Voorlopig zijn we nu tevreden met de begroting en we wensen het college en ook ons als raad Gods zegen toe bij het waardevolle werk voor onze gemeente Hoogeveen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Pullen. Ik kijk of er vragen zijn. Ja, ik zie mevrouw Rutgers, D66. Ga uw gang. Mevrouw Rutgers: Ja, dank u wel. Tot enkele jaren geleden had de auto, stond die op nummer één in Hoogeveen en op een gegeven moment is de fiets op gelijkwaardig niveau komen te staan aan de auto. Zou u dan nu voor ogen hebben dat de fiets nog meer ruimte krijgt en dat we die op één zetten bij onze infrastructuur en regelgeving? Mevrouw Pullen-Muis: Ik weet vanuit mijn tijd en mijn lange tijd al binnen de ChristenUnie dat de fiets voor ons altijd al nummer één stond en dat nummer twee de auto is. Dus ik kan u helemaal volgen in die lijn. Dus als we dat zouden kunnen bereiken met elkaar, zou ik heel fijn vinden. De voorzitter: Dank u wel. Dan constateer ik dat er geen vragen meer zijn, wil ik mevrouw Pullen bedanken voor haar bijdrage en geef het woord aan de fractie van de SGP, de heer Van Rijn.

De heer Van Rijn: Ik heb dat voor de zekerheid maar even een klokje meegenomen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Rijn. Ga uw gang. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik wou mijn bijdrage even in drie blokjes doen. Het eerste is natuurlijk over de begroting en hoe wij daartegenaan kijken. Het tweede is het wereldgebeuren zoals dat nu speelt en daar ook betrekken, wat heeft dat voor gevolgen voor ons. En staat u mij toe aan het eind een persoonlijk woord aan u te spreken, want dit is de laatste vergadering voor u dat u de begrotingsbehandelingen voor de gemeente Hoogeveen gaat doen. En daar zou ik even wat aandacht aan willen besteden, als u mij dat toestaat natuurlijk. Voorzitter, natuurlijk is het goed dat er een begroting is, het zou toch van de zotten zijn als wij een zak geld geven en zeggen nou, zorg maar dat het voor elkaar komt. Nee, daar horen kaders bij, daar hoort een uitvoering bij en daar hoort budget bij. Dat is, ik zou zeggen de methode. Dus vandaar ook dat wij het nu over de programmabegroting hebben. Bij het doorlezen hiervan, voorzitter, is er toch een gevoel van onbehagen bij ons. En waar zit hem dat nou in? Ik ga daar proberen even wat uitleg aan te geven. De parameters, ze zien er goed uit, zonder meer, daar is niks van te zeggen.

Maar ik heb vanavond geen woord meer gehoord dat wij juist een goede algemene reserve hebben, dat is nog steeds van incidentele voordelen. Dat is niet een structureel vast fundament dat wij dat hebben. Het is incidenteel. En wat mij nou een beetje verbaasd, het lijkt erop dat wij nu zeggen van jongens, we hebben onze algemene reserve goed, het weerstandsvermogen gaat de goede gaat op. Dat wij dat incidentele gaan verzilveren door onze investeringen omhoog te zetten. Want voorzitter, ik heb even de begroting van 2023 ernaast gelegd en toen stonden er voor 2024 nog geen 10 miljoen aan investeringen op. En nu ruim 28 miljoen. Oké, de brandweerkazerne 11 miljoen, tel daarbij op, zit je op 21 miljoen. Maar het scheelt nu dus ruim 7 miljoen ten opzichte van de begroting 23 die wij toen gedacht hadden nu te zullen investeren. Dat vinden wij fors. En waar zit hem dat nou in? Ook daar wil ik even aandacht aan geven. Het lijkt wel als wij een soort stedencompetitie hebben. Want kijk, Emmen heeft dit en Meppel doet dat en als we dat nu niet doen dan vissen we naast de boot en weet ik het allemaal. En daar gaan we gewoon investeringen voor geven. Dat is een verkeerde keuze die we dan gaan maken. Wij moeten investeringen doen die verantwoord zijn en die nuttig en nodig zijn, want

ook op de investeringen zien wij een heleboel investeringen dat wij zeggen nou, dat is nou echt niet zo actueel dat dat nu dit direct moet gebeuren, dat kan best even na die jaren van 27 plaatsvinden, want daar blijft Hoogeveen evengoed prima op door draaien. Ik heb er niet zoveel tijd voor, anders zou ik het even toelichten. Daar gaat dus over de investeringen en ik wil toch een wel gemeende waarschuwing geven. En dat is niet om even oude koeien uit de sloot te halen, maar dit doet mij haast alweer een beetje overeenkomst geven van de jaren 2017, 2018, we hadden een behoorlijke goede portemonnee en er werd maar geïnvesteerd in allerlei dingen die eigenlijk ook niet echt nuttig en nodig waren. Tenminste in ons ogen. Anderen dachten daar weer anders over. Dus, en wat was het? Eind 2019, ik hoef dat niet te herhalen, het is vandaag ook al gezegd dus daar laten we het bij. Dan wil ik het toch even over het wereldgebeuren hebben, voorzitter. Want je zou maar in Israël wonen en een terroristisch organisatie begint daar raketten te schieten. Je weet je geen raad, je weet niet waar je je bergen moet. Je zal maar in Oekraïne wonen en daar is een of andere machtswellustige agressor die daar ook maar gewoon met grof geweld tekeer gaat. En wat is er dan nodig? Ja, als het alarm afgaat dan heb je een schuilplaats nodig, een schuilplaats die ertoe doet.

En daar wil ik even uit het praktijkboek van de SGP iets uit citeren, psalm 91 het eerste vers. Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen. Voorzitter, deze schuilplaats, dat is een wezenlijke schuilplaats, die kan niemand tenietdoen. Maar dan zou je zeggen, ja maar wat heeft dat nou voor bestuurlijk Hoogeveen eigenlijk te maken, want daar gaat het hier eigenlijk in deze vergadering over. Dat is toch meer als dat we denken eigenlijk, want die die in die schuilplaats zijn, die is hun grootste geluk om Gods wil te doen. En als wij als bestuurlijk, landelijk, plaatselijk, als wij ons naar Gods wil gaan voegen, dan heeft deze zelfde almachtige God gezegd, hij zegt beproef me er nou eens in, handel nou eens naar mijn geboden die heilzaam en goed zijn. Hij zegt beproef het, neem die handschoen voor mij nou eens op, zegt hij. En wat gaat er dan gebeuren? Hij zegt dan zal ik mijn zegen van de hemel afgieten. Wat betekent dat zo'n beetje concreet voor de gemeente? Nou, dan zou ik zeggen als we dan 25 procent minder fte hebben, dan krijgen we hetzelfde werk klaar met betere kwaliteit. Dat is de zegen van God.

En dan voorzitter, ik zie dat mijn tijd om is, wil ik toch even een woord persoonlijk aan u richten, want het is de laatste keer dat u dus hier in de begrotingsbehandeling bent en ik dacht ja, mensen waar ze raketten op schieten die hebben zo'n schuilplaats nodig maar ik wens u en uw vrouw en uw gezin dat u ook in die schuilplaats mag zijn. Want let op, de jaren komen, ik hoop dat u lang en gezond mag leven maar we weten het, de gebreken komen en dan? Ja dan is het ook nodig dat wij een schuilplaats hebben, een bestendige schuilplaats die tot in eeuwigheid is. En dan wil ik nog ook even het college de zegen van God toewensen in het uitvoeren van de programmabegroting en dat geldt ook de raadsleden, want wij zullen daar natuurlijk onze taken evengoed, controlerende taak, kaders stellen, dat en dat en daar. Alhoewel, daar hapert het nog weleens aan op begraven. Maar goed, daar is aandacht voor. Ik wens ook de organisatie, de medewerkers van de griffie en laat ik het maar eens heel breed zeggen, voorzitter, ik wens alle mensen in Hoogeveen dat ze die schuilplaats mogen hebben voor hun eigen hart. En ik sluit af met een gedicht, dat komt ook uit de boek der psalmen, het is een berijmde vorm, het is een kort gedicht. In de grootste smarten blijven onze harten in God gerust. 'k Zal Hem nooit vergeten, mij een helper heten, al mijn hoop en lust. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter: Dank u wel, Van Rijn. Ik kijk in eerste instantie of er vragen. Ik zie de heer De Weerd, mevrouw Pullen. De heer De Weerd. De heer De Weerd: Dank u wel, voorzitter. In het begin van uw betoog gaf aan dat u onbehagen heeft in begroting en dat u aangeeft dat het college vooral geen investeringen moet doen die niet verantwoord en nuttig zijn. Kunt u aangeven wat volgens de SGP nuttige en verantwoorde investeringen zijn die het college juist wel moet doen?

De heer Van Rijn: Die wensenlijst kan ik best weleens een keer op tafel leggen. Nee, maar het gaat mij daar gewoon om, de noodzakelijke dingen, als we nog zien in het wegenonderhoud, wat we nog zien in het groen, we hebben het telkens over bouwen, maar er is geen capaciteit om de goede ontwikkelingen, we hebben een aanjaagteam. Maar er gebeurt eigenlijk allemaal maar net niks. Maar we gaan wel ondertussen een heleboel capaciteit zetten voor dat, voor dat. Om één ding even te noemen, want dat stoort ons wel een beetje erg, we hebben in het najaar geloof ik een informatie bij Het Podium en er wordt gezegd, als we nou dat en nou ja goed, dat was een investering van 365 maar dat kon in de stenen, dat hoefde de gemeente nog geen geld te kosten. En in één keer gaat het van, luister eens even jongens, als we dit nu niet doen dan verliezen we mooiigheid, weet ik veel wat, Meppel en Emmen en we plussen er zo maar even 1,2 miljoen uit. Prima joh, we hebben toch geld genoeg. Kijk, dat soort investeringen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Het CDA had ook wel een soortgelijke vraag over de investeringen. Ik wil hem iets anders formuleren. Vindt u dat wij in vergelijking met 2023 nu naar 24 teveel gaan investeren? Dat is mijn eerste vraag.

En ik hoor u ook iets over een stedencompetitie noemen, zo van nou wij moeten ook meegaan in de vaart der grote steden van Drenthe en Nederland. Waar blijkt dat volgens u uit? De heer Van Rijn: De eerste vraag, ik heb het CDA horen noemen ook over de … Ik vind, want er wordt genoemd het college heeft optie 1 of optie 2 genoemd en dat als wij dan de ravijnjaren dat we dan toch een sluitende begroting hebben dan wijzigen onze parameters. Ik vind gewoon, je weet dat er iets aan staat te komen, het is allemaal onzeker, doe al die andere investeringen nu niet, hou het gewoon bij het echt het noodzakelijke waar Hoogeveen mee gebaat is. En uw tweede vraag, wilt u even herhalen? De voorzitter: Mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Ik ga nog even terug naar uw antwoord nu, dan hebben we dat meteen afgewerkt. Wat is nou het concrete wat u dan zegt van nou dat investeren we te veel? Ik hoor u iets over Het Podium zeggen. Maar zijn meer dingen. Dat wil ik dan eerst even … De heer Van Rijn: Ja, Hoofdstraat-Zuid is nog helemaal niet zo dringend, ik fiets daar eroverheen en ik spreek die winkeliers en die zeggen niet dat hun omzetten nou de helft minder is als aan de andere kant of zo. Wat maakt het uit als we nog even twee, drie jaar wachten? Het ligt nog een spic en span bij, er is niks mis mee.

Dat soort investeringen denk ik, wees nou verstandig, laten we eerst even afwachten wat gaat er ons nou precies gebeuren in de jaren en dan weten wij wat we wel of niet kunnen. De voorzitter: Tweede vraag, mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Ja de tweede vraag was, ik hoorde iets over de stedencompetitie. Wij moeten meegaan in de vaart van andere grote steden. Heeft u daar voorbeelden van of een bewijs? De heer Van Rijn: Ik had het eigenlijk al genoemd, eerst was Het Podium met 365 tevreden, konden ze net een beetje doen wat ze wilden. Maar in één keer, dan hebben ze een informatieavond en dan hoor je, ja maar als we dat nu niet doen jongens, dan verliest het en dan gaat het naar Emmen of gaat het naar Meppel. Kijk, dat noem ik een soort competitie, lijkt het wel, die je graag wil aangaan met, want wij moeten dan toch nog wel even laten zien dat wij dat ook kunnen.

De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk of er nog andere vragen zijn. Ja, de heer Van der Heide De heer Van der Heide: Ja mijnheer Van Rijn, u begon uw betoog met de wereld die in brand staat op dit moment, met Oekraïne en met Israël. Dat ben ik volkomen met u eens. En u noemt speciaal de Israëliërs en de Oekraine. Maar hoe staat u tegenover de mensen in de Gazastrook, de Palestijnen die op dit moment ook een lijdensweg doormaken? De heer Van Rijn: Fijn … De voorzitter: Voordat de heer Van Rijn daarover gaat antwoorden, de heer Van Rijn legde, daar heb ik echt op gelet, even die relatie met Hoogeveen. Daar kun je iets van denken of daar heb je misschien wel een mening over, dat mag. Maar ik zou niet hier de discussie over de wereldproblematiek willen starten. U stelde een directe vraag, ik sta kort antwoord toe, maar dan ook geen discussie daarover. De heer Van der Heide: Dat begrijp ik. Ik wil niet discussiëren maar ik wou graag wel een aanvulling van de heer Van Rijn horen. De heer Van Rijn: Voorzitter, ik dank de heer Van der Heide voor deze, want ik had ook willen zeggen, je zult maar in Gaza wonen. En daar zit een terroristische organisatie die moet aangepakt worden en je zit daar als onschuldige burger, dat is net, dat is precies hetzelfde ervaren die mensen als die mensen die in Israël zitten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.

Dank u wel voor uw bijdrage en zeker het persoonlijke woord richting onze schuilplaats, zal ik het maar even noemen. Ik dank u daarvoor. Dan geef ik het woord aan de fractie van GroenLinks, de heer van Hoorn. Ga uw gang. De heer Van Hoorn: Dank u wel, voorzitter. Ik ben een positief ingesteld mens en wil in mijn bijdrage ook voornamelijk stilstaan bij alle het positieve dat wij terugzien in de begroting. De begroting is een boekwerk van grote lappen tekst en van vele cijfertjes, dat maakt wellicht dat je als een raadslid voornamelijk ook alleen maar kijkt naar de cijfertjes en hier het grote geheel een beetje mist. Als ik kijk naar de begroting, dan kijk ik voornamelijk naar mensen, dan denk ik aan mensen. Wat voor invloed hebben de cijfers die erin staan op de mensen in Hoogeveen? Als GroenLinks zijn we dan ook blij met dat we in Hoogeveen nog meer gaan inzetten op duurzaamheid. Dat wij samen met onze inwoners en ondernemers ervoor gaan zorgen dat Hoogeveen in toenemende mate een duurzame gemeente wordt en blijft. De ambities zijn groot en er zal nog heel veel moeten gaan gebeuren willen we de afgesproken doelstellingen gaan halen. We gaan onze inwoners en ondernemers dan ook helpen bij hun eigen duurzaamheidsvragen waarbij we hen adviseren en informeren over duurzaamheidsmaatregelen die ze kunnen nemen en financieringmaatregelen die daarvoor beschikbaar zijn.

We zijn ook zeer blij met dat we in Hoogeveen meer gaan inzetten op seculaire economie en een circulaire leefomgeving krijgen. De tijd van bewuster omgaan met hoe en wat we consumeren en dat tegengaan van verspillen en onnodige vervuiling liggen achter ons, de tijd van circulaire economie is nu. De klimaatadaptieve maatregelen die wij als Hoogeveen willen gaan nemen om met de gevolgen van klimaatverandering in onze leefomgeving om te kunnen gaan zien we dan ook als een absoluut pluspunt. Naast alle investeringen in stenen, zoals een brandweerkazerne en Hoofdstraat-Zuid en de plannen voor een nieuw zwembad, zijn we ook blij dat de gemeente gaat investeren in groen zoals de vergroening in de wijk Krakeel. Het is wetenschappelijk bewezen dat mensen gelukkiger en gezonder zijn in een groene leefomgeving. Daarom mag wat ons betreft in de versteende gemeente als Hoogeveen er nog wel een tandje bij qua investeringen in vergroening in de wijken. We zijn benieuwd wat de andere fracties en het college hier

dan ook van vinden. Vinden zij ook dat er meer investeringen moeten zijn voor vergroening in wijken en dorpen? Een onderwerp waar we tijdens de kadernota ook nadrukkelijk aandacht voor vroegen was de financiële middelen die de gemeente beschikbaar stelde voor de bibliotheek, dat we die graag verhoogd zagen worden aangezien de bibliotheek steeds mee maatschappelijke taken krijgt van de overheid en daarvoor ook extra financiële ondersteuning zou moeten krijgen. De extra financiële middelen zijn dan nu ook in de begroting opgenomen en daar zijn we zeer tevreden mee. Inclusie is een onderwerp dat bij GroenLinks ook in ons hart zit. Voor het eerst kunnen we dan in de programmabegroting, zoals ook al eerder benoemd door de heer Van Eck, dat we in het programma lezen dat er meer aandacht gaat zijn voor lhbtiq en diversiteit. Met het toevoegen van lhbtiq-doelgroep aan de Agenda Lokale Inclusie laten we als Hoogeveen zien dat we mensen niet uitsluiten om hoe zijn geboren of wie ze liefhebben. Het is een stap waarmee we als Hoogeveen aangeven dat we alle vormen van uitsluiting van de lhbti-doelgroep en andere groepen in onze samenleving zullen bestrijden.

We zijn dan ook benieuwd naar het concrete beleid waar het college mee gaat komen om zeven jaar na de motie die mevrouw Rutgers al benoemde aangenomen was in de raad van Hoogeveen om een regenbooggemeente te worden eindelijk invulling aan te geven. We staan altijd klaar om hierin het college te ondersteunen en op welke mee dan ook. Vandaar dat wij dan ook samen met PvdA en de SP de motie regenbooggemeente hebben ingediend, maar daarover komt later meer. Na een bezoek aan de voedselbank van vorige week is des meer duidelijk geworden dat we in Hoogeveen meer moeten doen om de bestaanszekerheid van onze inwoners te waarborgen. Daarom kijken we reikhalzend uit naar de nota armoedebestrijding die we volgende maand gaan behandelen. Capaciteitstekort mag geen, en hoezeer ook een gegeven, niet het argument zijn om plannen op te schorten of uit te stellen. Dan vragen we om heldere en duidelijke prioritering en inzet op die onderwerpen die onze inwoners direct raken. Waar de rijksoverheid nalaat om onze inwoners te ondersteunen in hun bestaanszekerheid zouden wij dat als gemeente moeten doen en om daar waar nodig zorg te dragen voor onze inwoners. De heer Van Rijn was mij al voor maar ook ik wil graag afsluiten met de heer Loohuis toe te spreken over zijn laatste begroting.

Ik had dan nog wel de vraag of de heer Loohuis nu hij met pensioen gaat niet gaat missen al deze mooie lange raadsvergaderingen over begrotingen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er vragen aan de heer Van Hoorn op zijn bijdrage? Ja, ik zie de heer Kleine van Forum. De heer Kleine: Ja dank u wel, voorzitter. Misschien dat het straks bij het indienen van de motie nog wel even aan bod komt, maar u stelt in uw betoog dat u niemand uitsluit op basis van, ik parafraseer en corrigeer als ik u verkeerd citeer of parafraseer, op basis van geslacht en op hoe iemand wel of niet geboren is. En dat laatste weet ik zeker dat u dat heeft gezegd. Maar is dat niet precies wat u dan met uw gender- lhbtiq+-ideologie, wat u bestrijdt? Is dat niet een tegenstelling in uw bewering, namelijk dat aan de ene kant zegt het maakt ons niet uit hoe iemand geboren is en dat u aan de andere kant pleit voor beleid dat erop gericht is om dat juist te veranderen? De heer Van Hoorn: Ik heb het beleid dat u bedoelt, dat ik pleit voor het veranderen van geslacht dat heb ik niet terug kunnen vinden in mijn motie. Kunt u dat nader de aandrukken? De heer Kleine: Jazeker.

Het zit hem vast in het faciliteren van die lhbtiq+-ideologie en we hebben voorheen als een keer een debat daarover gevoerd, dat zou dan vanaf jonge jeugd gaan, vanaf groep één geloof ik langzaam opbouwen naar groep vier, groep vijf, groep zes. Waarin snapt u dan niet dat u dan een ideologie aan het opdringen bent bij jonge jeugd? Waar zit bij u dan de onduidelijkheid bij mijn vraag?

De heer Van Hoorn: Mijn onduidelijkheid zit, ik heb het een mijn motie, ik heb het in mijn inbreng, bijdrage, over gehad over dat wij geen mensen uitsluiten om hoe ze zijn geboren en om wie ze liefhebben. En u heeft het over een ideologie van lhbti dat wij, en over groep één, twee en drie, en daar heb ik het niet over gehad. Dus daarom vind ik uw vraag zo vreemd. De voorzitter: De heer Kleine. De heer Kleine: Ja, dank u voorzitter. Bent u het dan ook met mij eens dat we kunnen ophouden met die lhbtiq+-ideologie op basisscholen en middelbaar voortgezet onderwijs? De heer Van Hoorn: Nogmaals, ik zie het niet als een ideologie en ik heb het over mensen in mijn bijdrage en niet over een ideologie. U heeft het over een ideologie. Ik heb het over de personen die bij die doelgroepen horen. U kunt misschien die doelgroep ontkennen, dat die er is, maar daarin heeft u het gewoon fout. De voorzitter: Ik denk dat dat nu even, want het was inderdaad even een mening over hoe men erin zit als het gaat over deze doelgroepen, dat dat nu helder is. Zijn de andere vragen nog? De heer Vos. De heer Vos: Nou dan misschien een algemenere vraag over de hele Agenda Inclusie die wordt genoemd. Zijn er uiteindelijk niet gewoon ook op het gebied van lgbt gewoon andere visies? Dus je hebt er ook bijvoorbeeld een christelijke traditionele visie op.

Met het uitvoeren in overheidsbeleid van die bepaalde lgbt-ideologie, sluit u daarmee niet de traditionele visie uit die daar eigenlijk fundamenteel anders naar kijkt? De heer Van Hoorn: Ik sluit niemand uit, ook niet de traditionele visie. Iedereen mag meepraten, zeker weten ook de mensen die hier in de raad zitten. Iedereen mag meepraten in Nederland over welke onderwerp dan ook. Ik sluit niemand uit daarin. De voorzitter: De heer Vos. De heer Vos: Nee maar, mij gaat het erom als wij specifiek beleid dus gaan maken voor de ene groep, dan wordt één groep boven de andere groep gesteld. Want er wordt geen specifiek beleid gemaakt voor de meer traditionele visie. Dus er wordt gezegd van ja, wij kiezen ervoor om een soort progressief of liberaal wereldbeeld uit te stralen als overheid. Dat staat precies tegenovergesteld aan de traditionelere kijk op de zaken. Maar dan sluit u dus, als u dus dat voor dat progressief-liberaal wereldbeeld kiest, dan sluit u dus de traditionele kant uit. En is het niet de taak, en dan meer de grote, is het niet de taak als overheid om hier gewoon neutraal in te blijven? De voorzitter: De heer Van Hoorn geeft antwoord en daarna ronden we dit punt af. De heer Van Hoorn: Ik zie het als een taak van de overheid om minderheden te beschermen.

Dat is inderdaad het wereldbeeld dat ik ook aanhou, dat je minderheden moet beschermen en in de Agenda Lokale Inclusie zitten meerdere doelgroepen, niet alleen de lhbti, er zitten ook mensen met een handicap, ouderen, mensen die blind zijn, mensen die zich niet goed kunnen voortbewegen. Er zitten meerdere doelgroepen in en ik vind dat kwetsbare inwoners en groepen die onder druk staan, dat je niet moet beschermen. De voorzitter: Dank u wel. Andere vragen nog? Het is bijzonder dat de heer Van Hoorn in zijn bijdrage een vraag aan de voorzitter stelt maar als ik dan heel kort daar een antwoord op mag geven, ik ga vooral de mensen missen. Misschien is dat ook, sluit aan bij hoe u begon. Dank u wel. Dank u voor de bijdrage, mijnheer

Van Hoorn. Ik constateer dat wij de ronde van de beschouwingen en de visies op deze begroting afgerond hebben. Dan liggen we iets voor op schema, dat is op zich niet zo erg. Ik hebben inmiddels begrepen dat ook het eten in ieder geval er gereed is. We hebben altijd de traditionele afspraak dat u even de collegeleden even de ruimte geeft om toch een beetje gelegaliseerd voor te dringen zodat zij snel naar de B en W-kamer kunnen om zich voor te bereiden op de tweede ronde. Ja, is voor de heer Wind even nieuw maar ik zie dat hij het daar helemaal mee eens is. Ik stel voor dat wij schorsen en dat wij om kwart voor zeven verder gaan. Ik schors de vergadering. 2.4 Schorsing debatronde 3.

Pauze

4.

Debatronde 4.1 Heropening debatronde De voorzitter: Dames en heren, we gaan beginnen. Als ook de fractie van de VVD klaar is, de fractie van Forum is gearriveerd, het college is ook weer compleet, dan kunnen we met een gerust hart beginnen. Ik heropen de vergadering aan de orde is de reactie van het college. Dat zal in de in de reeds bekende volgorde gaan en daarna zullen we aan u vragen of er nog vragen of reacties van uw kant zijn op de inbreng van de het college in zijn totaliteit. Ik geef eerst het woord aan de wethouder Reneman. 4.2 Reactie college op- en gesprekken over de visies De heer Reneman: Dank u wel, voorzitter. Laten we niet vergeten waar we vandaan komen, zei Gemeentebelangen. Hoe kort is het geleden dat we langs de financiële afgrond liepen, zei de Partij van de Arbeid. Dat was drie jaar geleden dat ik hier een begroting indiende die een crisisbegroting heette en drie jaar later hebben we een normale begroting. Als u mij gezegd had drie jaar geleden dat we er hier zo voor zouden staan had ik u echt voor gek verklaard. En dat doet wel de vraag oproepen hoe dat nou eigenlijk zo heeft kunnen gebeuren. En dames en heren, dat is leiding geweest. Leiding van u, leiding van het college, onze samenleving die daar begrip voor had en met ons meeging.

En de leiding die wij hier hebben gehad met elkaar is samen en die is wat diffuser en niet zo zichtbaar, maar als je het goed afpelt zijn wij een van de weinige gemeenten die op de ravijnjaren afstormt zonder dat ze nou meteen heel erg zenuwachtig wordt. Wij denken, misschien redden we het wel door gewoon iets minder te sparen en dan hoeven we ook niet te bezuinigen en dan kunnen we het ravijnjaar prima hebben en natuurlijk zijn we hartstikke blij als het rijk eindelijk eens een keer over de brug komt, maar echt nodig hebben we het niet. En dames en heren, andere gemeenten die in hetzelfde schuitje zitten als wij met net zo weinig mogelijkheden om leiding te geven, die lukt dat niet. En ons lukt dat wel. En het leiderschap in Nederland is best een moeilijke aangelegenheid, maar het is zo diffuus als ik het nu zeg. En daar kunnen we elkaar op aankijken en we kunnen elkaars hand vasthouden, dat hebben we dan toch maar mooi geklaard. Ik ben blij met deze begroting en ik ben blij dat u er ook blij mee bent, want dat is heel erg belangrijk. Waar zit mijn grootste zorg? Dat heeft het CDA ook al aangegeven. Dat zit hem bij de capaciteit, bij onze ambtelijke ondersteuning. De arbeidsmarkt is dusdanig dat misschien niet meer schaarste in geld het grootste probleem is, maar schaarste in mensen.

En het CDA wijst erop dat je dan misschien moet kiezen, niet omdat je te weinig geld hebt, maar misschien omdat je te weinig mensen hebt. En daar zit wel een probleem want bij die arbeidsmarkt en de manier waarop we mensen kunnen werven, daar heb je vaak niet te kiezen. Soms heb je prioriteiten en dan heb je daar de mensen niet voor. En een van de voorbeelden die ik daarvoor kan aandragen heeft te maken met de verduurzaming van onze gebouwen. Wij hebben met het

vastgoed ontzettend veel problemen om managing klaar te spelen en het verzoek van de ChristenUnie bijvoorbeeld om planvorming over de duurzaamheid, hoe staat het daar nou mee voor? Nou wij hebben anderhalf jaar geleden zijn wij die planvorming ingegaan, maar die krijgen we niet veel verder vanwege capaciteitsproblemen. En we hebben ons al eerder voorgenomen om over die verduurzaming u een keer een brief te sturen over welke tijdsplanning we dan aan zitten te kijken, want we hadden met u afgesproken dat we dat al vorig jaar zouden doen over de volle breedte. Op sommige terreinen gaat het overigens goed met de verduurzaming, als je kijkt naar de verduurzaming van sport en de investeringen daar, dat loopt wel. Maar op andere terreinen, bijvoorbeeld bij wijken en dorpshuizen gaat het gewoon minder goed. En wij delen die zorg heel erg. En wat hebben we nou gedaan in de aanloop naar de begroting? We hebben alles wat we gedaan hebben en voorgesteld in deze begroting, hebben we twee keer getoetst. Eén keer, geld komt pas in de begroting als er een goed plan van aanpak onder ligt, dus goede plannen leiden tot geld en als er geen goed plan onder ligt, komt het niet tot geld. En twee is, we hebben nog een extra toets gedaan op de uitvoerbaarheid van deze begroting, zoals we dat ook hadden toegezegd bij de kadernota, of het uitvoerbaar is. Dat is wat we aan de voorkant kunnen doen.

Aan de achterkant, als er mensen wegvallen of de vacatures niet opgevuld kunnen worden, ja dan heb je gewoon te maken met moeilijkheden met de uitvoering. En ik vind het inderdaad ook zorgelijk en ik vind het als een van de grootste belemmeringen bij de uitvoering van deze begroting. Dat zie ik ook. De Partij van de Arbeid heeft aangekondigd dat er een motie komt over d’Olde Bieb. Wij hebben zelf een maand of zes geleden al gevraagd om na te denken, aan onze ambtelijke organisatie, over de toekomst van de d’Olde Bieb. Daar zitten nu mensen in, daar zitten partijen in en dat is een onwenselijke situatie omdat daar geen formele grondslag voor is. We hebben ook al als college uitgesproken dat we de gedoogsituatie zoals die is zolang in stand houden totdat we geen zekerheid hebben over de toekomst. Maar ook daarvoor geldt dat we de menskracht nog niet hebben om dat soort toekomstscenario's voort te zetten, of dat soort toekomstscenario’s op tafel te leggen. We zien ook dat in die wijk een buurtfunctie noodzakelijk is, dat zit ook volgens mij in de motie. En ja, we zijn ermee bezig alleen de voortgang die we daarbij boeken die zou ik wel willen dat die wat meer was. Maar goed, daar moeten we wel de handjes voor hebben. Het CDA zei nog wij vinden het niet zo prettig dat Het Podium als investering zo in de begroting is geland.

Er is nog een informatieavond geweest, maar wij vinden het in retrospectief het ook niet zo fijn dat er niet eerst een behandeling is geweest in de gemeenteraad over een investering van die omvang. En we hebben het ook gedaan bij de brandweerkazerne en bij andere investeringen doen we het ook, Hoofdstraat-Zuid hebben we het ook bijvoorbeeld weer niet gedaan. En misschien moeten we een keer met elkaar ook heel goed en helder afspreken dat bij dit soort grote investeringen dat we die altijd eigenlijk van tevoren in de raad bespreken. Dus dat hebben wij ons ook wel aangetrokken, ook toen wij terug aan het kijken waren op hoe het hier gegaan is. De SP vraagt aandacht voor de motiemarkt. Die zat vroeger in Hoogeveen in Control, hadden jullie met elkaar een motiemarkt. Dus het HABBV is ervoor in de plaats gekomen. Dit is echt aan de raad om daar een ei over te leggen of ze de motiemarkt willen of niet. Voor het college kan dat gewoon prima ingepast worden en dan zullen wij ons voegen naar wat u beslist. De ChristenUnie vraagt nog om betrokkenheid van de raad bij de aanloop naar de kadernota en het gaat dan over de grote investeringen die op ons afkomen. Daar hebben we al eerder met elkaar gewisseld dat we dat doen en dat proces zijn we nu ook aan het uitlijnen. En voor uw begrip, gemeenteraad, wij zijn al bezig met de aanvliegroute naar de kadernota. Dat is nu al gaande.

De ChristenUnie roept ook ons op om goed in gesprek te gaan met het rijk over de gemeentelijke financiën. Dat is een permanent gesprek, dat voeren we overigens als VNG-gemeente binnen de VNG en ook in de communicatie tussen de VNG en het ministerie van Binnenlandse Zaken is dit het hoofdthema. Daar hebben we het de hele tijd over. Tot slot, ik ben blij dat u het met ons eens bent dat we een niet-sluitende begroting presenteren, ik denk dat we dat ook ontspannen tegemoet kunnen treden. En de manier waarop we er nu mee omgaan en ook hoe u erop reageert, dat laat ook gewoon zien hoe rustig het

eigenlijk geworden is in de begroting van Hoogeveen. En dat hebben we toch aan elkaar te danken. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, de heer Reneman. Ik geef het woord aan wethouder Westendorp. De heer Westendorp: Ja, dank u wel voorzitter. Ik wou namens het college ingaan op een paar thema's en een paar punten die door de raad en de fracties naar voren zijn gebracht. Allereerst komt er wel bij verschillende raadsfracties het thema armoedebestrijding, bestaanszekerheid terug naar voren. Afgelopen vrijdag heeft ook een gedeelte van u raad een werkbezoek gebracht aan de voedselbank. Hebben we hier ook verteld over, dat het college bezig is met een aanpak armoedebestrijding. Begrijp me goed, wij hadden dat ook het liefst eerder af gehad maar we hebben u ook toegelicht waar we staan en we waar we naar op weg zijn, behandeling in deze raad voorzien in december. Dan komen we ook terug op het Kindpakket, er zijn fracties die vragen daarnaar, dus u kunt daar op dat moment ook op reageren en wat u ervan vindt. En in de nota Jeugd verwijzen we ook juist naar de aanpak armoedebestrijding vanwege de specifieke aandacht ook voor kinderen in armoede die opgroeien in armoede. Eigenlijk kwam dat vrijdag ook wel naar voren, als het gaat om samenwerking met vrijwilligers. Verschillende fracties beginnen daar ook specifiek over.

Later we ook even duidelijk zijn, het college wil geen bal toespelen aan vrijwilligers. Daar zijn we absoluut niet mee bezig. De gemeente is gewoon verantwoordelijk voor het uitvoeren van de wet. Wat we wel zoeken is continu ook de samenwerking met mensen die zich in willen zetten voor de naasten. En dat doen ze vanuit hun hart, dat doen ze vanuit hun betrokkenheid op de samenleving en niet omdat wij iets van hun moeten of willen vragen. Wat daarvoor nodig is, is dat je dus continu ook de vinger aan de pols houdt en goed in gesprek bent met die vrijwilligersorganisaties, wat ze precies nodig hebben. En soms is dat geld en dan moet je creatief zijn en innovatief zijn en soms is het ook gewoon goed in gesprek blijven. En daar zijn we wel mee bezig en ik hoor ook echt de zorgen als het gaat om de vrijwilligers, wat kan je wel aan, wat kun je niet aan? Dat kwam vrijdag ook weer naar voren toen we op gesprek waren bij de voedselbank, of in gesprek waren met de voedselbank, over nadenken wat vrijwilligersorganisaties nodig hebben. En ik denk dat we vooral goed in gesprek moeten blijven met die vrijwilligersorganisaties want ze vertegenwoordigen ook echt de smeerolie van de samenleving, betrokkenheid op elkaar en dat willen we echt graag behouden en ook blijven waarderen. Het tweede wat bij meerdere fracties terug is gekomen is het thema duurzaamheid.

Meerdere fracties herkennen dat ook in de begroting, dat het thema tevoorschijn komt als het gaat om verduurzaming van sportaccommodaties of anderzijds werken aan de energietransitie. Dat is fijn dat u dat leest en ik denk dat er ook fracties zijn die zeggen ja, wordt nou ook hier en daar nog concreter dan wat er staat. En ik moet zeggen, de fractie van de ChristenUnie vraagt ook specifiek, gaat u nou wat doen aan het terugdringen van noem het maar verlichting op bedrijventerrein in de nacht. Ik wil u wel toezeggen dat wij daar echt werk van moeten maken, we zijn er al mee bezig in het project toekomstbestendige bedrijventreinen, dat doe ik ook samen met mijn collega Wind, maar ik denk dat wij daar ook gewoon over moeten rapporteren wat we daar precies op doen zodat u dat ook zichtbaar kunt laten zijn. Maar we hebben daar aandacht voor en we willen dat ook met onze ondernemers oppakken. Dan nog twee specifieke punten, voorzitter. Dat is allereerst de aandacht voor medewerkers in de sociale werkvoorziening. De SP brengt dat punt naar voren. Ik snap ook de zorg die daar leeft want er zijn nog steeds lopende cao-onderhandelingen. Het is voor die mensen die daar werken nog steeds niet duidelijk wat er nou precies gaat gebeuren.

Ik weet dat die onderhandelingen lopen en ik hoop ook dat er echt binnenkort een punt wordt gezegd, tegelijkertijd wil ik u ook wijzen op het feit dat wij hier simpelweg niet over gaan. Als het gaat om een cao, helemaal over deze cao, dit is een standaard-cao, dus je mag hier niet van afwijken. Ook niet ten positieve. Dus wat u nu vraagt aan ons aan het college in de motie die voorligt is eigenlijk onuitvoerbaar. Wat ik wel wil zeggen is, we snappen heel goed die zorg die ook bij u leeft, wanneer komt er nou duidelijkheid voor deze mensen en wanneer kunnen zij ook een stapje vooruit in hun

loonsituatie? Dan ten aanzien van de energievoorziening in Nijstad-Oost, mijn collega zal zo nog iets zeggen als het gaat om woningbouw versnellen. Misschien is het wel goed om op te merken dat mijn collega Reneman, ik en toen ook nog toenmalig collega Zwiers het hier in juni al over hebben gehad als het gaat om Nijstad-Oost. En dat heeft te maken met meerdere omstandigheden dan alleen maar het waterstof wat wordt geduid, dat heeft te maken met het feit dat er van allerlei dingen gebeuren om te zorgen dat de woningbouw wordt gerealiseerd. Maar even heel goed ingaan op wat er naar voren is gebracht. Volgens mij zei de CDA het heel goed, college wilt u meerdere alternatieven dan waterstof onderzoeken? Naast waterstof onderzoeken. Ik denk dat het goed is dat ik kan zeggen dat het college daar eigenlijk in juni al mee is begonnen om daar gewoon breed op te oriënteren hoe dat nou moet met die woningbouwversnelling daar en niet alleen kijkt dan naar de energievoorziening, naar de duurzame energievoorziening, maar ook kijk bijvoorbeeld naar zogenaamde erfjes die daar lopen en misschien ook nog wel andere zaken.

Het bestemmingsplan, hoe zit dat precies in elkaar en hoe kunnen we daar meters maken? Ik heb het ook met collega Reneman erover gehad, wij willen hier terug bij u komen bij de herziening van de grondexploitatie, dus elk jaar ligt dat ook voor bij de gemeenteraad en als de gemeenteraad daarover besluit dan zullen we hier ook helderheid moeten verschaffen als het gaat om de versnelling in Nijstad-Oost. Andere projecten, daar zal mijn collega straks wat over zeggen. Maar eigenlijk als u dat zo bekijkt, wilt u meer kijken dan alleen naar waterstof of naast waterstof, ja dan zijn we daar op dit moment mee bezig en dat maakt een motie die voorligt eigenlijk overbodig. Maar goed, het oordeel daarover is natuurlijk aan u als raad. Voorzitter, dat waren de twee thema's en de twee punten die ik wou toelichten. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan wethouder Wind. De heer Wind: Dank, voorzitter. Voorzitter, vanuit mijn portefeuille een reactie vanuit het college op een aantal door u raad ingebrachte punten. Ik denk dat de hoofdmoot, als we kijken naar de inbreng vanuit de raad die mijn portefeuille raakt, zit op het verhaal rondom wonen. Daar hebben we werk te verzetten.

Dat weet u ook allen, dat onderschrijft u ook allen en er is volgens mij een brede behoefte bij u raad om nog eens goed te kijken, wat doet nou precies het versnellingsteam en wat gebeurt er ook breder, dat kwam vanuit de fractie van het CDA, rondom ruimtelijke ontwikkeling? Wij zullen zorgen dat u voor het eind van het jaar daarover geïnformeerd wordt, dat u een breder beeld krijgt hoe dat verloopt, wat daar speelt. Maar als we dan kijken naar het versnellen van woningbouw, en volgens mij was het de fractie van de VVD, maar hou me ten goede, gaf een van uw fracties aan, dat gaat ook over iets wat je samen doet, want de gemeente bouwt geen woningen. Dat doen we inderdaad samen. Dat doen we samen met woningbouwcorporaties, doen we met ontwikkelaars, en dat gaat niet altijd even makkelijk. Dat heeft voor een deel ook te maken met simpelweg het middel geld. We zien het rondom de uitdaging rond flexwonen, als je kijkt rondom flexwonen wat er nu speelt is dat de financiering gewoon dik dieprode cijfers draait. Dus we zijn samen met de woningbouwcorporaties aan kijken hoe kunnen we dat nou naar zwarte cijfers toe draaien. En dat kunnen we niet alleen. Vanmiddag is het ministerie van BZK hier geweest, specifiek over het thema wonen, en ook dit soort uitdagingen die wij zien heb ik bij hen onder de aandacht gebracht.

Want er worden waanzinnig interessante plannen bedacht in Den Haag, prachtige regelingen, maar niet per se van toepassing op steden die kleiner zijn dan Amsterdam of Den Haag. Je ziet dat daar echt nog een slag geslagen moet worden in Den Haag om te zorgen dat regelingen ook toepasbaar zijn voor andere delen dan de Randstad. Dat heb ik bij hen onder de aandacht gebracht, ook op het thema flexwonen, en ik verwacht ook dat in de loop van dit jaar we daarover terug geïnformeerd worden want we hebben die lijn nu kort. Dus we houden het ook kort om te horen hoe dat gaat en wat zij voor ons, maar niet alleen voor ons, voornamelijk voor inwoners van Hoogeveen die op zoek zijn naar een woning kunnen betekenen. En een specifiek voorbeeld wil ik toch wel even benoemen want ik vermoed zomaar dat u raad net zo onaangenaam verrast was als het college over het

bericht rondom de zestig woningen op de oude timmerfabriek, daar zetten wij ook actie op. Want binnen nu en twee weken zit ik met de projectontwikkelaar om tafel om te kijken waar zit dit nou op? Waarom zegt hij, ik zie het niet meer zitten, ik trek mij terug? Ik wil weten waarom, ik wil kijken hoe kunnen we dat gladstrijken? Wat is daar voor ons te doen? Want daar hebben wij ook een verantwoordelijkheid om te zorgen dat dit soort projecten goed van de grond komen. Dan nog even heel specifiek twee punten, kwam vanuit de fractie van D66 waar het gaat om aantrekken van nieuwe doelgroepen. Volgens mij staat die specifiek benoemd ook in de door u raad vastgestelde woonzorgvisie, dus daar gaan wij mee aan de slag. En een ander punt, en die is wel essentieel, de toezegging die nog openstaat rondom de actualisatie van de hoogbouwvisie, is dat nou nodig of niet? U kunt vanuit het college op korte termijn een brief richting raad verwachten waarin we daarop ingaan. Die had al afgerond moeten zijn, ik heb hem wel opgepakt maar op korte termijn een brief richting raad op dat onderwerp.

En om toch nog wel even voorzitter, die wil ik toch niet laten lopen, complimenten voor de fractievoorzitter van de VVD dat hij parafraseert op basis van een uitspraak van een wethouder voor de Partij van de Arbeid in Amsterdam die zei ooit in geouwehoer kun je niet wonen, het zijn nu in projecten kun je niet wonen. Dus ik zie dat de verbinding tussen partijen ook hier in Hoogeveen heel mooi vorm aan het krijgen is. Dan voorzitter een niet eenvoudig onderwerp, altijd gevoelig, begraven. Er kwam een suggestie vanuit de fractie van het CDA om te kijken of rondom het begraafbeleid we een voorbeeld kunnen nemen aan het project dat we gelopen hebben rondom het afvalstoffenbeleid. En ik wil die suggestie namens college graag overnemen. We komen ook voor het eind van dit jaar met een brief richting u raad. Eén op het proces, hoe gaat dat dan precies landen. En in breder opzicht ook, hoe zit dat met kostendekkendheid? En kostendekkendheid in de breedste zin des woords, niet sec op het begraafbeleid, maar in de breedste zin des woords en dus ook daarbij het proces om te komen tot wat wordt dan het nieuwe begraafbeleid en in ook in die volgordelijkheid. Het is eerst vaststellen van beleid en daarna de tariefstelling. Dus daar komen we met een brief richting u raad nog voor het eind van dit jaar. Dat is overigens vrij makkelijk zeggen als het al bijna november is.

Dan nog twee punten, voorzitter, die ik even wil benoemen. Fage werd genoemd vanuit de fractie van de VVD, state of the art als je ziet wat zij in relatief korte termijn hebben gedaan om van een dikke nee naar we willen het doen op basis van elektrificatie. Dat is inderdaad state of the art en wij staan ook naast hen. We gaan samen met hen dit traject aan, omdat wij nog steeds hopen en eraan werken om hen hier gevestigd te krijgen. En tot slot voorzitter, ik ben blij met de steun vanuit u raad op het investeren op Hoofdstraat-Zuid. Ben ik blij mee omdat het ook een opdracht vanuit uw raad richting ons college was om dat te realiseren. En ik ben hier niet vanavond om iedereen gerust te stellen, maar in dit specifieke geval wil ik dat wel doen want de fractie van GroenLinks had het over alleen maar stenen. Ter geruststelling, rondom Hoofdstraat-Zuid gaat ook echt wat rondom groen gebeuren. Voorzitter, dat wat mij betreft. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Ik geef het woord aan wethouder Tuit. De heer Tuit: Goed voorzitter, dank u wel. Ik zal ook vanuit mijn portefeuilles de vragen of opmerkingen van de fracties beantwoorden. Het CDA had een vraag over Het Podium, of de huidige vorm in een stichting waarbij De Tamboer en Het Podium natuurlijk samen Stichting Cultuurhuis vormen, of dat wenselijk is.

Wij kunnen u een toezegging doen dat we daar gewoon de voors en tegens, van wat zijn nou de voors en tegens van zo'n vorm, speelt al heel lang natuurlijk maar gezien deze investeringen waar wethouder Reneman het ook over had, kunnen wij dat op papier voor u zetten. Dus dat gaan wij ook doen, wat de verschillende vooren nadelen zijn van die diverse vormen van zo’n organisatie-invulling. Ik voel ook in de breedte rondom Het Podium, het is nooit een insteek van dit college om een concurrentiestrijd aan te gaan met welke gemeente dan ook, ook buiten Drenthe maar het is wel waar dat wij in de driehoek Groningen-Drachten-Zwolle spreken over het poppodium van Drenthe. En ik denk dat dat ook past bij een plek als Hoogeveen, dat we ook ambitie

tonen, maar wel ambitie vanuit realisme. En de investering die Het Podium doet, en daar ben ik blij mee ook namens het college, wordt ook breed ondersteund en u heeft die brief ook onlangs ontvangen door Binnenstad Hoogeveen en ook Ondernemend Hoogeveen en die pakken niet alleen deze investering op rondom Het Podium maar kijken ook breder naar de waarde van cultuur en wat het ook doet voor onze ondernemers en onze inwoners. En dan heb ik nog niet eens over talentherkenning en sociale gelijkheid. Dan de SP, die kondigde aan van dierenwelzijn. U heeft dat vorig jaar ook onder de aandacht gebracht en dat u daar schriftelijke vragen over wil stellen. Ik geef u daarin mee dat op eind mei volgend jaar loopt ons contract ook af. Dus er nadert ook een heel natuurlijk momentum, het contract wat wij, dat is ook een trouwens een verplichting, hebben als gemeente rondom het ophalen van zwerfdieren. Er komt een heel natuurlijk momentum aan dus wij zien uw schriftelijke vragen rondom dat belangrijke thema ook met belangstelling tegemoet. Dan de Partij van de Arbeid, die zegt ook het is belangrijk om te blijven investeren, en dat hebben trouwens ook meerdere partijen benadrukt, in het sociale hart, in het sociale gezicht van Hoogeveen.

Ja, ik denk dat wij, ik refereer alleen maar aan eerder dit jaar waar we ook best trots op mogen zijn dat we toen ook door de VNG eigenlijk geroemd werden door onze aanpak op Optimaal Leven, dus mensen met een moeilijke plek in de in de samenleving maar die toch gezien worden, die dat ook zelf zo ervaren. En dat doen we samen met De Wolden en het mooie is dat onze zorgverzekeraar, ik heb daar laatste ook aan gerefereerd die ook zeg ja, met deze aanpak die willen wij zien in heel Drenthe. Dus daarmee is Hoogeveen ook een voorbeeld voor Drenthe. En ik word altijd zelf warm, vergeeft u mij als Hollandschevelder, maar hoe dat ook gaat in Hollandscheveld rondom de domeinoverstijgende samenwerkingen. Laatst waar we op Elim en ook Elim met vanuit EVA, die denken ook na om bij die, hoe kun je nou vanuit, het CDA refereerde er ook aan, hoe kun je ervoor zorgen dat die kracht die in die samenleving zit van mensen die gewoon in een dorp, in een wijk wonen? We kijken ook naar Krakeel en je kunt het ook lezen met een beetje hulp van professionals en we doen dat al gewoon. En ook dat voorbeeld wordt nu landelijk opgepakt door ons ministerie van VWS. Ja, terecht aandacht ook voor de Duikelaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13478082/2