Transcript Gemeenteraad Hoogeveen 04.12.2024
Tekst van het document
Maatwerk moet altijd menselijk zijn en mijn vraag is dan ook aan de wethouder van: hoe gaan we dat richting de uitvoering verder doen? Nou, dan de afvalcoach. De SP is altijd al bepleiter geweest voor de afvalcoach en we zien dan ook een grote rol weggelegd in de preventie, want de afvalcoach die helpt mensen om afval beter te scheiden en ze kunnen ook problemen wat sneller signaleren. Dat zorgt uiteindelijk voor minder afvalboetes en uiteindelijk ook lagere kosten. Dus je kunt eigenlijk zeggen dat die afvalcoach, wat misschien nu als kostenpost wordt gezien, op termijn ervoor gaat zorgen dat de afvalstoffenheffing omlaag kan, wanneer iedereen gewoon goed zijn of haar, hen afval gaat scheiden. Daarom komen we ook met een amendement. We stappen nu over op een soort diftar en de SP was daar in het begin best wel huiverig voor. We zijn al wel blij dat de mensen nou niet per kilo worden aangeslagen, maar per lediging. Per kilo aanslaan, dat zou voor de gemeente Hoogeveen echt nog wel drie stappen te ver zijn. Voorzitter, dit plan is een stap in de goede richting, maar we moeten wel blijven letten op de menselijke kant en zorgen dat het voor iedereen gaat werken. Want zo maken we Hoogeveen echt duurzamer. De voorzitter: Precies in de drie minuten, heer Pomper. De afvalcoach is een debatpunt, neem ik aan, dat scheelt u wat telefoontjes, het is een voorstel tot tekstwijziging.
Dan weet u een beetje hoe de rest van de raad er ook over denkt. We gaan verder met de heer Kleine van Forum voor Democratie. De heer Kleine: Dank u wel, voorzitter. Vanuit Forum een iets ander geluid op dit plan. Zonder nou een heel lang betoog erover te houden, dit is een invulling om te voldoen aan de nieuwe circulaire economie die vanuit
de Europese Unie, onder andere vanuit de Europese Unie, wordt opgelegd. In het stuk zelf is ook te lezen dat de tarieven, belastingtarieven … Nou, exorbitant, maar enorm verhoogd zijn, om ook die circulaire economie op gang te helpen. Dit is een kip-ei kwestie of hoe je het maar hoe je het maar wil noemen. Aan de ene kant is dit dus een voortborduren op die CO2 tax die straks in 2026 steeds verder doorgevoerd gaan worden. Er staat ook letterlijk in het stuk dat bij het verbranden van dat spul, dat daar CO2 bijkomt en dat daar dus een belasting op komt. Dit wordt dan verkocht. Dus zware industrie krijgt het straks hartstikke moeilijk met die CO2 bijdrage of tax en wat moet je dan doen als zware industrie niet meer kan produceren? Dan moet je de spullenboel die je nu hebt, gaan hergebruiken. Dat is de enige manier, namelijk, om nog tot een verkapt nieuwe productie te komen. Ja, dat is een wassen neus. Er zit, wat ik zeg, een langer verhaal achter waar ik nu niet op in zou gaan. Maar begrijp, als jullie hierin meegaan en jullie zijn al een enorm fan van dat circulaire, het is slechts de enige manier om toch door te gaan met iets van productie op het moment dat zware industrie helemaal niets meer mag produceren straks. Dus wij zijn tegen dit hele stuk. Wij zijn wel voor het amendement om in gesprek te gaan met vrijwilligers met betrekking tot het oud papier.
Ik moet wel zeggen: dit horen wij wel eens vaker met een beleidsplan wat uitgerold wordt of een voornemen van de gemeente om iets te gaan doen, dat er ondanks dat er wel gehamerd wordt om betrokkenen dan te informeren, dat het toch kennelijk in de praktijk wat lastiger is om dat dan te doen. Er zijn hier al wat meer onderwerpen geweest waarbij dan de betrokkenen niet geïnformeerd worden. En dan moet het dan weer via een amendement en die zullen we ook wel steunen. Maar dat wil ik dan toch nog even gezegd hebben, bij dezen. We hebben verder ook geen punten voor debat, voorzitter. De voorzitter: Uw standpunt is duidelijk en de verdere invulling ook. Er waren een aantal vragen gesteld aan de wethouder. Ik dacht welgeteld twee concrete vragen. Ik geef de wethouder gelegenheid om te antwoorden. Ga u gang, de heer Westendorp. Wethouder Westendorp: Dank u wel, voorzitter. Als u mij toestaat, wou ik toch ook een paar dingen zeggen nog over een en ander in het beleidsplan. Ik vind het allereerst goed om te horen en fijn om te horen, natuurlijk, dat veel fracties zich ook herkennen in de lijn die in het stuk staat. Dat gaat inderdaad over het milieu, meer grondstoffen eruit halen en hergebruiken. Dat gaat over de service aan onze inwoners en het gaat ook over de portemonnee van onze inwoners. Oftewel, de kosten beheersbaar houden.
Eigenlijk zeggen ook de meeste fracties: we kunnen niet doorgaan op de huidige weg, we moeten een nieuwe weg ingaan en daarmee denk ik ook dat er inderdaad belangrijk component zit om te zorgen dat we de kosten, ook in de toekomst, voor de inwoners, zoals de heer Sieders ook aangaf, niet verder gaan stijgen. Dat is een belangrijk onderdeel ook van dit plan, ook de financiële paragraaf. Wij geloven er ook in, als college, dat we dit in Hoogeveen ook kunnen gaan doen. Want hiervoor moet je ook beter je afval gaan scheiden en als je dan beter je afval scheidt, dan zal je ook minder restafval overhouden en dat leidt uiteindelijk ook tot minder kosten. Die 100 kilo, die wordt wel genoemd vanuit de doelstelling. Volgens mij is het vorige keer in de informatieronde ook gezegd, en ik hoorde een van de insprekers het ook nog zeggen vanavond: ja, we kunnen dat. Yes, we can, zou ik zo'n beetje zeggen. We hebben een proces daarbij doorlopen, een het al een aantal fracties zei het al, een proces van een werkbezoek, experts die daar hebben gesproken, opstellen van uitgangspuntennotitie, vaststellen hier in de raad, vervolgens uitwerking ook met onze afvalinzameling met Area. Dat proces is op zich goed verlopen, maar we hebben ook iets niet goed gedaan. Dat staat ook vanavond, denk ik, nadrukkelijk op de agenda. Daar kom ik zo nog even op terug.
Er zijn ook heel veel vragen nog door u gesteld. We hebben geprobeerd de afgelopen tijd die van zo goed mogelijk antwoord te voorzien. Ik denk dat u ook wel heeft gemerkt, als u die antwoorden op die vragen heeft gezien, dat het ook best wel complex is. Alles wat erachter wegkomt in de opbouw van tarieven en alles wat daarmee te maken heeft. Dan wou ik nog één ding zeggen. Het deel wat we niet goed hebben gedaan, is dat we geen overleg hebben gepleegd met de betrokken
vrijwilligersorganisaties die het oud papier ophalen. We hebben daar inmiddels ook een brief over gestuurd naar de betrokken organisaties, dat we dat niet goed hebben gedaan en volgens mij heeft de raad inmiddels een goed initiatief daarop genomen, namelijk dat zij, als u dat amendement uiteindelijk aanneemt, zegt tegen het college: ga opnieuw in overleg en kom bij ons met een voorstel terug. Wat ons, als college, betreft is dat een voorstel dat niet bij het oud papier belandt. Om het maar zo te zeggen. Maar goed, allereerst aan u en ik denk dat het goed is dat u daarbij het initiatief heeft genomen. Dan de vragen, voorzitter. Dat waren even een paar woorden ter inleiding. Volgens mij is er een vraag gesteld specifiek over nascheiding van het PMD en ik heb in elk geval een opmerking gehoord over communicatie. Maar die heb ik volgens mij net ook een beetje proberen te doen, mee te nemen, dat communicatie een belangrijk onderdeel is. En ik heb een vraag gehoord over de grote gezinnen. Als u nog een extra vraag heeft gehoord, dan hoor ik dat, denk ik, straks graag wel. De voorzitter: Het was wat meer maatwerk, onder andere grote gezinnen. Wethouder Westendorp: Klopt, ja. Die pakken we dan ook vast. Dan ga ik die vragen proberen te beantwoorden. Ik begin even met de specifieke de nascheiding PMD, want het gaat specifiek over nascheiding van de PMD fractie uit het restafval.
Er zijn een heel aantal gemeentes die, niet geheel toevalligerwijs, ook relatief dicht bij een aanbieder zitten die ook nascheiding installaties heeft, die kiezen voor nascheiding. Het college heeft natuurlijk ook daar onderzoek naar gedaan, dat mag u ook van ons verwachten. Wat zijn nou de voordelen van nascheiding, wat zijn de nadelen van nascheiding? U kunt daar al van alles over lezen, ook op landelijke websites. En we hebben ook niet getracht om dat allemaal opnieuw te gaan onderzoeken. Eigenlijk, als je kijkt op de korte termijn, is financieel gezien er niet heel veel verschil. Beter gezegd: op de korte termijn heeft nascheiding misschien, op dit moment, als je iemand zou vragen voor een aanbod, nog wel een lagere prijs dan zonder nascheiding. Echter, er zit een groot onderdeel in nascheiding dat u niet moet vergeten. Dat is namelijk de kant van de kosten van het milieu en ook het bewustzijn van omgaan met afval. Want als je dit, zeg maar, zegt van: we gaan hier nascheiden, dan verdwijnt het bewustzijn als het gaat om de PMD fractie, als het gaat om afvalscheiding. Maar ik heb een vraag daaronder gehoord, vanuit het CDA, en die zegt: we hebben nog meer informatie nodig.
Ja, we kunnen natuurlijk netjes al die landelijke onderzoeken onder elkaar zetten, maar ik denk dat het goed is dat u nog iets specifieker richting het college bent, wat u nog meer nodig heeft, dan op dit moment, om tot een overweging te komen. Het collegestandpunt is dat op korte termijn nascheiding niet de te prefereren route is, juist vanuit het milieubewustzijn en ook vanuit het milieubewustzijn van onze inwoners. Dan over het stukje maatwerk: hoe regel je dat nou? Hoe gaan we dat doen, was de vraag vanuit de SP, en waarom kiezen we voor maatwerk voor grote gezinnen? Vorige keer heeft het college tijdens de informatiesessie daar ook al wat over gezegd. Namelijk, dat is een bestaande lijn die we voortzetten. In het vorige inzamelbeleid was er eigenlijk ook al ondersteuning voor grote gezinnen, maar we willen ook grote gezinnen niet onevenredig belasten, zwaar belasten, bij het variabele, in te gaan van het variabele tarief. En het tweede is: hoe regel je dat nou? Dat regel je op twee manieren, wil ik tegen de heer Pomper zeggen. U krijgt nog als raad namelijk als uitwerking van dit beleidsplan straks een verordening en dan moet u die voorstellen, dat zijn allemaal regels als uitwerking van dit beleidsplan. Daar kunt u inderdaad ook kijken hoe dat maatwerk dan wordt vastgelegd in een regel.
Het andere deel, dat is het meest belangrijke deel, ik denk dat de PvdA daar ook al over begon, gaat over communicatie. Want uiteindelijk kun je wel zeggen van nou ja, deze groep willen we daarmee helpen en deze groep daarmee helpen, maar dan moet die specifieke incontinentie container, luiercontainer wel worden aangevraagd. Dus daar zit ook een heel groot effect in. Als je dat goed wil doen, moet je ook goed communiceren naar onze inwoners. Dat waren, volgens mij, de vragen aan het college en ik hoop dat ik ze bij deze afdoende heb beantwoord.
De voorzitter: Ja, dank u wel, de heer Westendorp. Ik kijk even rond of de vragen voldoende beantwoord zijn. Ik zie de heer Prakken, die wil een vraag stellen naar aanleiding van het beantwoorden van uw vragen. De heer Prakken: Ja, dat is een algemene opmerking en ik steek de hand in eigen boezem, zoals dat heet. Want onder andere ons eigen amendement, daar zou ik graag het commentaar van het college op willen hebben en er staan nog meer amendementen. En voor zover dat nog niet gegeven is, is het, denk ik, goed dat het college aangeeft hoe zij daarover denken. De voorzitter: De amendementen, die komen zo aan de orde, die worden ingeleid. Ik zal ze een voor een benoemen en het college is uitgenodigd om mee te doen aan het debat. Dus wat dat betreft kunnen ze het amendement ook of het tekstvoorstel van commentaar voorzien, indien gewenst. Maar uw punt is helder. De amendementen en de motie, die komen vast nog wel aan bod. Ik denk niet dat dat vergeten wordt. Gaan we beginnen aan het debat en ik stel voor dat we eerst maar eens langs de amendementen gaan, want die zijn eigenlijk allemaal ingebracht als debatpunt. Dat doen we op volgorde van binnenkomst. De VVD heeft twee amendementen ingebracht en de eerste was: verbreding van het afvalbeleid maatschappelijke en commerciële organisaties. De heer Klok, wilt u dat toelichten? De heer Klok: Jazeker, voorzitter, dank u wel.
En de n is met een streepje op de e, dus én commerciële organisaties. Dat is eigenlijk ook gelijk wat waar het amendement voor oproept. We hebben in het verleden, ik geloof twee jaar, drie jaar geleden, is er een motie ingediend van hoe kunnen we nou kijken of we bij maatschappelijke organisaties beter afval kunnen scheiden? Want vaak was daar nog geen basis voor. Dat is nu uitgewerkt, dat komt nu ook terug in het afvalbeleid. En wat we eigenlijk zijn vergeten, in onze optiek, is de makkelijke connectie maken naar commerciële organisaties. Want in dit geval verschillenen die organisaties niets van elkaar of bijna niets van elkaar. Wij zijn ervan overtuigd dat de opgaven voor die maatschappelijke organisaties en die commerciële organisaties even groot zijn en dat de kennis omtrent het afval scheiden nog zeker beter kan bij beide organisaties. Dus dit amendement roept op: laten we dit door voor maatschappelijke organisaties doen, maar ook voor commerciële organisaties en het gaat puur om het informeren van deze organisaties. Dank u wel. De voorzitter: Ik kijk even rond of er vanuit het college een beantwoording behoeft. Dan houden we de normale route aan, met dit soort zaken. Wethouder Westendorp: Dank u wel, voorzitter.
Wij hebben natuurlijk ook het amendement bekeken en ik denk dat de heer Klok terecht zegt dat als je iets wil bereiken in de samenleving, dat je breder moet kijken dan alleen de huishoudens. Formeel gaat de gemeente alleen maar over inzameling bij die huishoudens, maar hier gaat het niet over de inzameling. Hier gaat het echt over communicatie en dit amendement past wel in de lijn zoals het college het ook ziet, namelijk in de lijn van geef het door, afval is grondstof en het belang van die circulaire economie. Het college vindt dit amendement haalbaar, uitvoerbaar en ook wel verstandig, gezien de weg die we met elkaar willen doorlopen. Tot zover. De voorzitter: Ik kijk even bij de andere fracties langs of er nog behoefte is om vragen te stellen aan de heer Klok of dat het punt allemaal duidelijk is. We hebben nog twee weken de tijd om uiteindelijk voor of tegen te zijn. Dus geen … De heer Sieders, Gemeentebelangen. De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. Ik had even een kleine vraag hierover, want dit is een soort van wijziging van beleid wat misschien toch ook wel een financiële consequentie heeft. Dus dat er misschien juist
meer geld naar communicatie en alles moet. Heeft de VVD ook daarover nagedacht en wat zal de impact daarvan zijn? De voorzitter: De heer Klok. De heer Klok: Dank u wel, voorzitter. Natuurlijk, alles wat je doet kost geld, voor niets komt de zon op. Maar wij zijn ervan overtuigd dat dit een beheersbaar bedrag is en er is nu al een soort organisatie, Afval Goed Geregeld, en die faciliteert dit al. Dit is iets waar wij dus gaan aansluiten als gemeente met betrekking tot die maatschappelijke organisaties. Dus als je deze communicatie al doet, als je die al optuigt, is het heel makkelijk om hier ook de commerciële organisaties bij aan te sluiten. Dus ja, het zal ongetwijfeld wel tijd, energie en wellicht wel wat geld kosten, maar dat is zeker klein geld met waar we de rest van de avond over praten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk rond en ik zie dat dit voldoende is om over dit tekstvoorstel. Dan gaan we naar het tweede tekstvoorstel, dat is ook een tekstvoorstel, een amendement van de VVD: luiers apart inzamelen wanneer dit verwerkt kan worden. De heer Klok, wederom. De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter. Hopelijk gaat dit net zo makkelijk als het vorige amendement. Maar ik ben er bang voor. Ja, voorzitter, op vele verjaardagen waar ik kom, moet ik uitleggen dat scheiden wel degelijk zin heeft. Die wordt echt wel anders verwerkt.
Het is geen grap, moet ik dan elke keer uitleggen. Maar hoe moeten we uitleggen, als dit gaat gebeuren, dan krijg ik dan krijg ik ongetwijfeld de vraag: waarom moeten we nu luiers apart inzamelen? Het komt toch wel op de grote bult. En enige wat mij dan te valt te zeggen, voorzitter, is: dat klopt, daar heeft u gelijk in. Het komt op diezelfde bult. Het college gaf bij het begin van het opstellen van het beleid aan: afvalbeleid is altijd kiezen tussen drie: prijs, service en klimaat en milieu. Oftewel, wat betaalt u, hoe wordt dit opgehaald en wat heeft dit voor impact op klimaat en milieu? In dit specifieke geval gaat de prijs omhoog, de service wordt slechter en het heeft een negatieve impact op klimaat en milieu. Daarnaast, voorzitter, het is toch een stap terug in de tijd? We moeten weer met onze ontlasting over straat en in deze een container of cel gooien. Dit is toch niet meer van deze tijd? Het voelt ook niet goed. We vragen van inwoners die het minst goed te been zijn, om hun incontinentiemateriaal of luiers naar gemeenschappelijke punten te brengen. Nou ja. Baby's kunnen niet lopen en het is al een zo’n heel drukke tijd voor deze ouders, komt dit er ook nog bij. En ouderen die gebruikmaken van incontinentiemateriaal, zijn vaak al slecht ter been.
Wie moet dit afval dan voor hen wegbrengen? Zijzelf of degene die hen verzorgen? Het is toch mensonterend dat we onze ouderen met zakken incontinentiemateriaal over straat laten lopen? Voorzitter, ik vind dit oprecht een slecht idee en ik vind dat onze inwoners beter verdienen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, heer Klok, voor dit betoog. Ik kijk even naar de kant van het college of daar een reactie, behoefte is aan een reactie. De heer Westendorp. Wethouder Westendorp: Ja, dank u wel, voorzitter. Laten we allereerst vooropstellen, dit is een van de suggesties die vanuit de raad is gekomen om nader uit te werken. Het college doet dan ook uiteindelijk een voorstel aan de raad om te komen tot de aparte inzameling. Dus dat is aan u om daar uiteindelijk een besluit over te nemen, laten we dat zeggen, maar ik denk dat het wel goed is om nog even iets meer te duiden, zoals de heer Klok het ook aangeeft, kijkt het college daar wel wat anders tegenaan. Laten we zo zeggen: allereerst zien we gewoon vanuit de cijfers dat deze stroom een groot deel uitmaakt van ons restafval. Op dit moment zelfs 12,8 kilo in die grote container, u kent dat plaatje wel, wat dat betreft, om uiteindelijk naar die 100 kilo te gaan. Dus het is een groot deel van die van die fractie in die restafvalcontainer, over alle inwoners. Gemiddeld genomen is dat 12,8 kilo.
Het college zegt juist, doordat we de mogelijkheid bieden om deze extra stroom
apart in te zamelen, kunnen we juist die 12,8 nu al uit die grijze container krijgen. Het klopt, daar zijn we ook heel open over, dat er nog geen verwerkingsketen is, maar dat komt er wel aan. Daar is de industrie druk over in gesprek. Dus eigenlijk door nu al apart te gaan inzamelen, zorg je ervoor dat je klaar bent voor de toekomst en daarbij zorg je er ook nog een keer voor dat er eigenlijk mensen met incontinentie-problemen en gezinnen met kinderen in de luiers, niet onevenredig veel belast worden door het invoeren van het variabel tarief. Want als ik op de verjaardagen kom, de heer Klok, dan hoor ik heel vaak: dit is wel een stroom waar je relatief snel vanaf wil, Dus als je de optie hebt om je container wel of niet minder vaak bij de weg te zetten, dan komt het juist goed uit dat je dat ook daadwerkelijk op een apart punt kunt verzamelen. En let wel, in Emmen is het onlangs ingevoerd, in De Wolden is het onlangs ingevoerd en daar komen juist positieve verhalen vandaan van inwoners die zeggen ja, dit is wel iets wat wij goed vinden. De keuze is uiteindelijk aan u, begrijp me goed, maar dit amendement is daarom haalbaar en uitvoerbaar. Is het verstandig? Dat achten wij van niet. De voorzitter: Ik kijk even rond. Mevrouw Schonewille, Partij van de Arbeid, die wil het debat openen hierover. Mevrouw Schonewille: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja.
De heer Klok heeft het erover dat het niet helpend is aan de achterkant, omdat je toch nog niet kan scheiden en hij noemt zelfs dat dit geen goede service is en mensonterend. Ik kom op dezelfde verjaardagen als de heer Westendorp, alhoewel ik hem daar nog nooit gezien heb. Maar dat is wel een beetje de strekking die ik op verjaardagen ook hoor. Wanneer je namelijk jonge kinderen hebt en dus heel veel luiers, is het wel helpend dat je je spullen ergens heen kan brengen, zonder dat dit meteen bij je restafval komt. Nogmaals, het is niet gedwongen, dus ik vind de woorden mensonterend echt wel heel erg vergezocht. Eigen keus hierin lijkt me best wel een heel liberaal gedachtegoed en daarmee dus eigenlijk ook een prima VVD standpunt. Dus ik denk dat de VVD misschien ook naar andere verjaardagen zou moeten gaan. De voorzitter: De heer Pomper, SP. De heer Pomper: Dank u, voorzitter. Allereerst even een nuancering, ook naar de heer Klok toe. Hij heeft het over oudjes die met incontinentiemateriaal over straat lopen. Dat het schrijnend is. Nou, ik laat even het oordeel in het midden, maar ik wil ook graag even benadrukken dat het niet alleen oudere mensen zijn die gebruikmaken van incontinentiemateriaal. En ook niet alleen baby's. Het zijn jammer genoeg ook jongere mensen, mensen van gemiddelde leeftijd, mensen die hier kunnen zitten, zouden het kunnen gebruiken.
Het is niet altijd even zichtbaar. En ja, er wordt naast mij gelachen, maar het is best wel een serieus probleem. Ik ken mensen die het gebruiken, die zijn net zo oud als ik en die schamen zich er eigenlijk nu al voor dat ze dat materiaal gebruiken. Vandaar ook mijn appel naar de wethouder voor het maatwerk hierin, waarvoor ook mijn hartelijke dank voor de beantwoording. Dat wou ik gewoon even als nuance meegeven. Dan het standpunt zelf, kijk, ik begrijp best wel goed dat je nu zegt van ja, het is misschien goedkoper om het gelijk maar te verbranden en de wethouder legt ook al uit van: er is een keten op komst. Sterker nog, die keten is eigenlijk al werkzaam. Er is al een bedrijf in Nederland bezig om, dat klinkt heel stom, poep in plastic om te zetten. En ze zeggen nu dat ze nog een veel te kleine capaciteit hebben, maar dat zij ook gestuurd moeten worden door de markt van vraag en aanbod. En daar komt de VVD eigenlijk wel een beetje bij kijken, de marktwerking is nog niet zo ver dat de bedrijven het allemaal omarmen, omdat het aanbod op dit moment nog te laag is. Maar zodra dat aanbod ook stijgt, zullen er ook veel meer bedrijven mogelijk in kunnen stappen om daar uiteindelijk ook weer een product uit te halen. Dus wij zullen niet met dit amendement instemmen. De voorzitter: De heer Klok wil daarop reageren.
De heer Klok: Ja, dank u wel, op alles wat is gezegd en dan met het laatste beginnen: de werking van vraag en aanbod. Nou, in dit geval is er genoeg aanbod, maar te weinig vraag vanuit de markt. Dus die vlieger gaat helaas niet op, daar is het college ook schriftelijk op teruggekomen dat dat in dit geval zo is. Ik probeer een beetje van achter weer naar voren te gaan. Maar ook wat u aangeeft over mensen van mijn leeftijd, van uw leeftijd, dat het eigenlijk in elke leeftijd voorkomt. Ja, dat is inderdaad het geval en dat is ook zeker waar wij oog voor hebben en daarom juist meer: die mensen, die schamen zich al, wat helemaal niet nodig is, maar dat is wel wat er gebeurt. En dan laten we deze inwoners ook nog met dat spul over straat lopen en dan … Weet je, dat vinden wij gewoon niet gepast, dat voelt niet goed. En natuurlijk wat mevrouw Schonewille ook zei van ja, maar het is een liberaal, het is een keuze. Ja, maar we doen het toch als gemeente juist voor alle inwoners? We willen toch juist dat dit gaat gebeuren dan en nu is het zo van ja, niet iedereen hoeft het te doen. Dat voelt niet goed. Daarbij lopen we ook voorbij aan het feit dat het wel een investering vraagt vanuit ons als gemeente. Het vraagt een investering vanuit alle inwoners en uiteindelijk zal het afvalbeleid, komt dat terug in het afvalbeleid, het tarief van het afvalbeleid. Dat vinden wij niet goed.
Daarnaast hoor ik ook: in Emmen en De Wolden gebeurt het nu, ja, maar in Midden-Drenthe is juist weer een andere stroming, daar gaat ze juist weer wat terug. Daar schalen ze juist weer af. Maar goed, die discussie wil ik niet voeren, een beetje gemeentes vergelijking met elkaar. Maar zo zijn er natuurlijk voorbeelden die voor pleiten en voorbeelden die tegen pleiten. Dan geeft ook het college aan: op dit moment is het een groot deel van het restafval. Ja, maar het is op dit moment restafval en het blijft ook nog restafval. Ik zou willen oproepen: laten we kijken wanneer het aanbod het aankan, laten we dan kijken om dit ook te gaan implementeren in onze gemeente. Dus zodra de markt zegt: wij kunnen het aan, laten we dan kijken of we dit kunnen doen. En de markt gaat dat niet op dag één zeggen voor dag twee. Daar ben ik van overtuigd. De voorzitter: Ik wou nu mevrouw Schonewille even het woord geven, want zij werd geciteerd in nieuw reactie. Dus dan zij daar weer op reageren. Mevrouw Schonewille: Ja, dank u wel, voorzitter. Een gedeelte van de woorden van de heer Klok, die begrijpen we ook wel, in die zin dat wij in onze fractie hier ook nog niet helemaal over uit zijn.
Want ook wij vragen ons heus wel, los van dat we het ook een keuze aan de mensen zelf vinden, maar vragen we ons heus wel af hoeveel mensen gaan hier dan daadwerkelijk uiteindelijk gebruik van maken en levert dat ook voldoende op? Dus ik ben wel benieuwd of de wethouder enige prognose heeft of verwachting heeft in hoeveel mensen hier dan daadwerkelijk gebruik van gaan maken? Is hier ook daadwerkelijk, niet alleen in de markt, maar is hier ook vanuit onze inwoners echt vraag naar? De voorzitter: Ik hoor een concrete vraag aan de wethouder. Is die te beantwoorden? Wethouder Westendorp: Ik kom daar even schriftelijk op terug, voorzitter. De voorzitter: Heel goed. Dan ga ik even verder met de heer Van Dijk. Die wou zich ook even mengen in de discussie. De heer Van Dijk: Ja, dank, voorzitter. Dat wil ik dolgraag. Het is wat mij betreft duidelijk wat de VVD niet wil, namelijk aparte luier inzameling, maar het is me nog niet helemaal duidelijk wat de VVD wel wil. Dan zijn er volgens mij twee sporen en dan hoor ik graag even welke u in dit geval dan voorstaat. Dat is enerzijds een extra container neerzetten bij mensen, een extra kliko. Dus dan gaan ze van drie naar vier kliko's. De andere is dat mensen die nu incontinentiemateriaal produceren, zal ik maar zeggen, dus vaker een container aan de weg moeten gaan zetten en dus meer moeten gaan betalen. Is dat wat de VVD wil?
De voorzitter: De heer Klok, u mag antwoorden. De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter. In theorie gaat er niets veranderen aan de huidige situatie van nu. Men kan nog steeds twaalf keer dat restafval aanbieden aan de weg. Ja, ik ben het eens met de heer Van Dijk van dan zullen er uiteindelijk, door het gedifferentieerde tarief, hogere kosten komen. Ik zou graag met de heer Van Dijk willen kijken: hoe gaan we dat dan oplossen? Kunnen we daar tot een oplossing komen dat er wellicht een gemeentelijke regeling is waarin we daar bijvoorbeeld drie containers, als u wat gespecificeerd in de materie zit, negen is de basis, dat we die drie containers per jaar kunnen vergoeden. Daar zou ik graag met de heer Van Dijk naar willen kijken, om dat op die manier op te lossen. De voorzitter: Mooi aanbod om ook met elkaar in gesprek te gaan. Ga verder met de heer Prakken. Ook naar aanleiding nog van deze discussie of heeft u een nieuw punt? De heer Prakken: Ja, over luiers. Eigenlijk heeft de heer Van Dijk zo ongeveer het punt gemaakt wat ik wel had willen maken. Maar dan grijp ik even terug op de woorden van de heer Klok die zegt: ja, prijs omhoog, Ja, de prijs gaat omhoog voor degene die het aangaat. Ik heb net even gekeken, een snelle Google actie, als je kinderen in luiers hebt, kost dat per kind 380 euro per jaar en daar kunnen nog een paar tientjes bij voor extra afval.
Ik denk niet dat dat de bedoeling is. En mijnheer Klok die vraagt van: ja, wat voor oplossing kunnen wij daar dan voor verzinnen? Nou, volgens mij staat die oplossing in het beleid wat voor ons ligt. De voorzitter: De heer Klok mag daarop reageren. De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter. Dat is dus niet het geval, want dit gaat als ons als gemeenschap meer geld kosten, dus dit komt sowieso al terug. Het apart inzamelen van luiers gaat sowieso al meer kosten, dus dit komt al terug in het tarief. En ja, ik ben het met de ChristenUnie eens en met D66 eens: hoe moeten we dan kijken hoe we dat dan gaan vergoeden, dat die basis toch hetzelfde blijft voor deze inwoners? Ik wil de uitnodiging doen naar beide heren om hier op korte termijn te kijken en dan op deze manier het amendement te verbeteren om zo tot een juist besluit te kunnen komen. De voorzitter: Dat is een mooi aanbod, maar de heer Prakken wil daar nog even op reageren. De heer Prakken: Ja, de oplossing is investeren in de toekomst. De kip en het ei is al genoemd. Wij gaan het ei leveren en dan komt de kip, die komt uit de markt. De voorzitter: De heer Kleine, die heb ik nog niet gehoord, maar die heeft zijn handen ook opgestoken. Dus die kan ook een mooie bijdrage leveren. De heer Kleine: Dank u, voorzitter, dat is afwachten. Ik heb een vraag, als het nog mag, aan de wethouder.
De voorzitter: Zeker, de wethouder is onderdeel van de discussie. De heer Kleine: Mooi, want er is me één ding nog niet duidelijk. Er staat hier dat de capaciteit voor separate verwerking van die luier en incontinentiemateriaal is nog ontoereikend. Toch gaan we het doen. Als dus dat materiaal nog niet in die verwerkingsketen terecht gaat komen, waar gaat het heen en waarom willen jullie dan toch dit gaan invoeren? De voorzitter: De heer Westendorp.
Wethouder Westendorp: Voorzitter, dank u wel. Volgens mij heeft de heer Klok heel duidelijk uitgelegd waar de stroom naartoe gaat. Uiteindelijk is dat nu restafval, maar door apart in te zamelen, heb je de stroom wel apart die je uiteindelijk kan verwerken, als de verwerkingscapaciteit daar ook voor aanwezig is. Waarom willen we dat doen? Ja, we willen eigenlijk deze stroom er nu al, op de toekomst gezien, willen we die eruit gaan halen, zodat het klaar is voor de toekomst. De voorzitter: De heer Kleine had nog een vervolgvraag. De heer Kleine: Ja, dank u, helder. Dan heb ik het toch goed begrepen, dus dan is het nu … Het plan wat jullie nu hebben staan, is we gaan dat afval of die luier en incontinentiemateriaal gaan we apart scheiden en brengen we dan apart op die hoop met restafval. Dat is nu het plan. De voorzitter: Ik zie de wethouder knikken. Wethouder Westendorp: Voorzitter, ja, dat is het tijdelijke plan. Dat is de opmaat naar de toekomst. De voorzitter: We gaan nou even naar de heer Sieders, die wil ook graag het woord en daarna de heer De Weerd. De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. Luiers apart inzamelen en vooral, wanneer gaan we dat doen? Dit amendement stelt eigenlijk voor van zolang het financieel niet toereikend is, laten we dat gewoon niet doen, laten we het bij het oude houden. We hebben meerdere sprekers vanavond ook hier gehoord.
En je hoort toch ook wel dat er ook wel een vraag is om toch iets apart in te zamelen. Hoe wij ten eerste tegen dit amendement aankijken, als Gemeentebelangen, is ook eigenlijk hetzelfde hoe we tegen het afvalbeleid aankijken. We hebben gezegd van oké, we willen best wel meegaan met het ledigen of betalen per lediging, omdat het uiteindelijk voor onze inwoners goedkoop moet zijn. Dat je beloond wordt omdat we met minder afval toegaan. In dit stukje, over het apart inzamelen van de luiers, zien we op dit moment echt geen enkel financieel gewin voor Hoogeveners. Dat raakt dus eigenlijk ook niet de doelstelling die wij hiermee hebben. Ik heb wel een voorstel hierin, of een voorstel, misschien een toevoeging: misschien is het wel een idee dat we inderdaad zeggen, zolang het financieel niet uit kan om dit zo uit te voeren, dus die aparte inzamelplekken te creëren en het te verwerken, misschien kunnen we gezamenlijk ertoe komen dat we misschien op de gratis gedeelte van de Area één extra container neerzetten en dat we dan zeggen van nou, we bieden in ieder geval de mogelijkheid voor de inwoners die dat willen om het apart weg te brengen. De voorzitter: Ik ga het nu even onderbreken, want we gaan ... We hebben het over het amendement. De heer Sieders: Dat heeft invloed op dit amendement, want dat amendement zou kunnen worden gewijzigd tot datgene wat ik nu voorstel.
De voorzitter: We zijn het even aan het verkennen, we komen nou al in oplossingensferen. Dat gaat maar … Anders zitten we hier vanavond om twaalf uur nog. Houd het een beetje kort, want ik wil eigenlijk iedereen ook het woord geven. Maar als je met de heer Klok in overleg wil om dat in het amendement te brengen, dan zou ik zeggen: stel dat voor. Ga uw gang, de heer Sieders. De heer Sieders: Prima, dus dat zullen we dan even overleggen als de heer Klok daarvoor openstaat en anderen. Daarnaast, voor ons is het wel zo, zolang het in deze mate financieel totaal niet aantrekkelijk is, hoeft het voor ons, als het echt zo volledig doorgaat, nog niet. En daarnaast, over het gesprek van hoe je dan de
anderen kan compenseren als we dit niet doorzetten, denk ik wel dat we alleen verder moeten kijken dan kinderen met luiers. Er zijn genoeg mensen die een groot genoeg inkomen hebben, die hun containers net zo vaak kunnen blijven aanbieden, moeten we die dan gaan ontlasten op dit gebied? De voorzitter: De heer De Weerd, CDA. De heer De Weerd: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik zit hier een beetje te klapperen met de oren, wat hier gebeurt, want als je het voorstel van de VVD leest, er wordt heel kritisch op gereageerd, is toch helemaal niet zo'n gek voorstel, als je dat in eerste instantie zo beoordeelt? Je wilt toch niet met drie zakken luiers over straat, elke dag, en dan 800 meter lopen en wat voor reden je dan ook hebt om luiers te hebben, incontinentie of niet, maakt allemaal niet uit. Je wilt toch niet dat over straat of achterin de auto dat je met vijf kilo luiers loopt? En dan ook nog het feit dat het niet uit kan, schaamte dat het niet uit kan. Ja, dan moet je je wel inderdaad afvragen of dit de tijd is om separaat luiers in te gaan zamelen. Daar moeten wij nog eens even goed over nadenken of we dat gedeelte in het plan, zoals het nu is, willen steunen of dat we dit amendement veel interessanter vinden. Dank u wel.
De voorzitter: Ten slotte, de heer Klok, ik denk dat de samenvatting is dat u nog wat werk aan de winkel hebt, maar dat er zowel mensen zijn die met u mee willen denken, maar ook frequente tegenstanders, zeg maar. De heer Klok: Ja, dank u wel. Tot slot, voorzitter, dan. 800 meter valt mee, kan ik zeggen, richting de heer De Weerd, want zestien zuilen komen er in Hoogeveen in het plan. Dus het zal verder zijn dan 800 meter gemiddeld gezien. Ik kan nog tegen Forum zeggen, ja, het is dus echt zo, die bult komt dus gewoon weer bij het restafval op. Dat is ook precies de reden waarom we dit amendement indienen. Het gaat ook om het feit van, we gaan best wel veel veranderen in dit afvalbeleid en er komen ook nog een aantal amendementen aan die ook oproepen om nog meer dingen te veranderen. Veranderingen voor inwoners is gewoon lastig. Dus laten we ons concentreren op de veranderingen waar we echt impact kunnen hebben. En dat is bij dit zeker niet. We hebben hier geen impact, het heeft zelfs een negatieve impact op de service, het heeft een negatieve impact op de prijs en het heeft geen positieve impact op klimaat en milieu. Dus wat ons betreft ons betreft: niet doen. Ik neem de uitnodiging van Gemeentebelangen, CDA en Forum heeft ons volgens mij ook uitgenodigd, om met ons vieren aan tafel te gaan en het amendement nog beter te maken dan dat die al is. Dank u wel.
De voorzitter: De heer Van Dijk ook. Gaan we verder met het volgende amendement. Dat is het amendement waar de primaire inbrenger D66 is, de heer Prakken. Ik wou hem vragen om het amendement verder toe te lichten. De Ja-Ja sticker. De heer Prakken: U overvalt mij lichtelijk, maar ik ben er helemaal klaar voor. De Ja-Ja sticker, dat staat nu gemeld in het beleid dat die niet ingevoerd gaat worden in de gemeente Hoogeveen. Ons lijkt het wel een goed idee om dat wel te doen. Waarom lijkt ons dat wel een goed idee? Nou, dat sluit aan bij de basisgedachte van het beleid, namelijk zo veel mogelijk scheiden en zo veel mogelijk vermindering van afval, voor vooral ook restafval. Het wordt al vrij succesvol ingevoerd, in het amendement staat 60, maar ik kwam later nog tegen dat het zelfs 70 gemeenten zijn waar de Ja-Ja sticker al succesvol is ingevoerd. Dus ja, dat lijkt ons een goed idee en ik hoor graag wat anderen ervan vinden De voorzitter: Ik kijk nog even naar de andere indieners of er nog een aanvulling op nodig is. Niet, dan geef ik … Oh, de heer Pomper, SP, die wil nog een aanvulling geven.
De heer Pomper: Er zal ongetwijfeld wel weer gezegd worden van ja, dat gaat natuurlijk ook weer geld kosten, want hoe gaan we dat allemaal aanpakken? Ja-Ja stickertjes moeten verspreid worden. Nou, de mensen die zo’n Ja-Ja sticker willen hebben die zouden dat gewoon ook op kunnen halen. Dus voor de kosten hoeven we het in ieder geval niet te doen. De voorzitter: Nou kijk ik even richting college voor hun argumentaties. Wethouder Westendorp: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk is dit amendement een gevolg van een eerder aangenomen motie in deze gemeenteraad. De gemeenteraad heeft namelijk op 11 november 2021 een oproep gedaan aan het college en die oproep luidde: onderzoek de invoering van de Ja-Ja sticker. Neem dit mee in het nieuwe afvalbeleidsplan. Bij dit onderzoek ook mee te nemen wat de gevolgen zijn voor de oudpapier inzamelaars en dan met een advies te komen. Nou, u ziet in het beleidsvoorstel terug hoe we dat hebben onderzocht. Dat het effect heeft op de oud-papier inzameling, dat moge ook duidelijk zijn. 70 kilogram per huishouding minder aan oud papier, gemiddeld genomen. Dat zou dan gaan over 1700 ton dan in Hoogeveen minder oud papier. Wij hebben gezegd in het beleidsplan: wij volgen op dit moment min of meer de landelijke lijn, omdat er nog drie scenario's voor opt-in boven de markt hangen.
Nou, dan hebben we gezegd: eigenlijk moet daar eerst een min of meer een kogel door de kerk. De voorzitter: Mijnheer Westendorp, ik wil u ook vragen om een beetje to the point te komen. Wethouder Westendorp: Ja, een beetje to the point. Dat is de opmerking die ook zit in het beleidsplan en de keuze is uiteindelijk aan u, om daar een andere keuze in te maken. Ik denk dat het wel goed is op te merken, zeg maar, een aantal fracties hebben het over extra communicatie. Als je dit goed wil implementeren, dan moet je dit ook gewoon goed gaan communiceren. Dat geldt ook voor andere dingen. Dus het voorstel van het college is dan: we hebben een budget van communicatie, gaan we ook wat uitbreiden. Alle extra communicatie moet je gewoon taakstellend meenemen en als dat niet lukt, dan moeten we dat ook gewoon eerlijk terugmelden aan de raad. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, heer Westendorp. Gaan we verder met de heer Sieders, Gemeentebelangen. Die mag dit stukje openen. De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. Nou, we hebben de insprekers gehoord vanavond. De inzameling van oud papier is al met de helft terug of gereduceerd. Ik denk niet dat dit überhaupt in het belang is om vrijwilligers te helpen.
We hebben juist met zijn allen eigenlijk gezegd nou, hoe dit OPK is aangepakt, dat vinden we niet wijs, vooral ook omdat dit al deze vrijwilligers en deze organisaties hoogstwaarschijnlijk hard zal gaan raken. De mensen die dit eigenlijk voorstellen, die raken deze organisaties nog veel harder en we hebben het elke keer over, wat hier ook eerder is gezegd, het reduceren van reststoffen. En wat de heer De Weerd ook heel mooi verwoordde is van ja, we hebben reststoffen en we hebben eigenlijk opnieuw herbruikbare grondstoffen. Papier is een herbruikbare grondstof. Daarom zullen wij hier ook gewoon tegenstemmen. De voorzitter: Ik zie de heer Pomper die staat te springen om daar een reactie op te geven. De heer Pomper: Dank u, voorzitter. Even reageren op het laatste. Papier is een herbruikbare grondstof, maar niet tot het einde. Uiteindelijk blijft er eens een keer een pulp over wat niet hergebruikt kan worden. Maar goed, dat is een heel technisch verhaal. Ja, natuurlijk, we zijn ons ook bewust dat dit impact heeft op de vrijwilligersorganisaties. Dat is natuurlijk ook wel spijtig, maar we zitten hier ook in een dilemma, want er
worden nu nog steeds heel veel bossen gekapt om papier, oud papier mee te creëren. Dat is eigenlijk best wel paradoxaal. Nee, we willen natuurlijk enerzijds de vrijwilligersorganisaties hier niet mee belasten, maar dat moet ook niet betekenen dat het beleid uiteindelijk in de weg moet staan. We moeten wel keuzes maken en dit betekent overigens nog niet dat iedereen gelijk maar geen Ja-Ja sticker haalt. Er zullen ongetwijfeld heel veel mensen nog steeds reclame willen halen, maar dat zijn wel mensen die daar zich wat meer bewust van zijn. En ja, ook met dat gesprek met de vrijwilligersorganisaties, zullen we ook moeten bekijken van goh, als dit een scenario is dat er minder inkomsten zijn, zijn er ook andere mogelijkheden voor de organisaties? Ik weet het zelf niet, dat zal uit een gesprek moeten blijken. De voorzitter: Mevrouw Schonewille, Partij van de Arbeid. Mevrouw Schonewille: Ja, los van de discussie over moeten we oud papier nu wel of niet voor de vrijwilligersorganisaties in de benen houden. Als we puur kijken naar dit voorstel, wij zijn op zich wel voor zo’n Ja-Ja sticker, maar niet met het stuk waar de heer Pomper het net over had dat onze inwoners dan de sticker hier moeten op komen halen.
Eigenlijk voelen wij wel wat voor, wat de wethouder aangaf hierover, namelijk, je moet dan wel zorgen dat je communicatie goed is, dat je dat klip-en-klaar doet en dat je iedereen een sticker opstuurt, bij wijze van. Dan faciliteren we daar ook gewoon goed die communicatie in, dat iedereen weet waar het over gaat en dan kan iedereen er zelf voor kiezen om hem wel of niet op te hangen. Maar dan doen we dat, volgens mij, wel goed. De voorzitter: De heer De Weerd, CDA. De heer De Weerd: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zit een beetje hardop te denken als het gaat om die Ja-Ja sticker. Stel je voor, je komt ergens nieuw wonen, bijvoorbeeld in het mooi Pesse om een voorbeeld te geven, en je komt daar net nieuw en jij bent aan het verhuizen en je hebt allerlei dozen en die kun je dat op dat moment, dan mis je dus, als je geen Ja-Ja sticker hebt, want dat is dan het alternatief, dan mis je bijvoorbeeld het buurtkrantje waarin heel nadrukkelijk is dat oud papier wordt opgehaald. Weet je niet, bijvoorbeeld, wanneer het aan de weg moet worden gezet. Dat is natuurlijk een zonde kans. Dus wij denken dat de Ja-Ja sticker eigenlijk een oplossing is voor een niet-bestaand probleem. Ook een beetje betuttelend en als je kijkt hoe het nu is, is het gewoon prima. Dus ik vermoed dat wij dit amendement niet gaan steunen. De voorzitter: Ik kijk nog even naar de andere niet-indieners.
Dat is onder andere de VVD en Forum voor Democratie. Hebt u van uw kant nog op- of aanmerkingen of een inbreng in de debatronde? De heer Kleine: Nou, een hele korte, wij zullen ook niet meestemmen met dit amendement. Daar laat ik het bij. De voorzitter: De heer Klok nog. De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij zijn ook overwegend tegen. Wij gaan ook mee in de argumentatie dat het wel een betutteling is op wat we nu hebben. Wij vinden ook van natuurlijk, we gaan iedereen een Ja-Ja sticker sturen in dit voorstel, maar dan alsnog zullen een aantal inwoners het missen. En dan mis je toch een bepaald aantal belangrijke informatie die de gemeente wel faciliteert met bijvoorbeeld de Hoogeveense krant, als die langskomt. Dat is een ander topic. De voorzitter: De heer Westendorp.
Wethouder Westendorp: Die beredenering klopt niet helemaal van de heer Klok. Het gaat echt specifiek over ongeadresseerd reclamewerk. Dus de huis-aan-huisbladen vallen daar niet onder. Die komen gewoon in de brievenbus bij een Ja-Ja sticker. De heer Klok: Oké, dat is fijn. De voorzitter: Zeer to the point, de heer Westendorp. De heer Klok: Dan staat dat argument niet meer overeind, maar dan blijf ik het bij betutteling houden. De voorzitter: Ik wou eigenlijk de heer Prakken even het laatste woord geven op dit onderwerp, anders komen we heel laat vanavond thuis. Dus de primaire indiener het laatste woord. Volgens mij is er nog wel wat werk te doen. De heer Prakken: Ja, dat lijkt er wel op. Wat hoor ik hier toch conservatieve gedachtes hier aan tafel. Oud papier in de benen houden. Ja, misschien moeten we de Nee-Nee sticker wel verbieden. Dat is gelukkig niet geuit, maar daar komt het dan wel op neer. Betutteling om vrijwillig een sticker op de brievenbus te plakken. Wat is daar betutteling aan? Ik snap de heren niet, maar ik zal proberen ze te overtuigen. De voorzitter: Dank u wel, de heer Prakken. Gaan we verder met amendement 4, dat is een amendement waar de SP als indiener op staat. Dat gaat over de inzet afvalcoach bij handhaving. Ik wou de heer Pomper vragen om het toe te lichten. De heer Pomper: Ja, dank u, voorzitter. Eigenlijk heb ik het ook al in mijn debat toegelicht.
Wij denken dat de inzet van de afvalcoach onlosmakelijk verbonden is met de handhaving. Zoals het nu in het voorliggende plan staat, wordt bij het kopje handhaving eigenlijk niet gesproken over de inzet van de afvalcoach. En natuurlijk moet de eerste stap zijn, wanneer iemand een container verkeerd aanbiedt, verkeerd alles sorteert, dat er niet gelijk een boete op wordt gehangen, maar dat de afvalcoach in gesprek gaat met degene om ook echt te voorkomen dat het gaat gebeuren. Met als bijvangst dat naar aanleiding van zo'n gesprek ook een inwoner beter gaat nadenken over scheiding. Het levert uiteindelijk alleen maar geld op. Ik wil hier nog even kijken naar het amendement. De laatste twee regels van het tekstvoorstel mogen wat mij betreft geschrapt worden. Dat heb ik ook even overlegd met de heer Westendorp. We hebben telefonisch nog even contact hierover gehad. Ik had een net iets andere strekking eigenlijk voor ogen. Een beetje ongelukkig op papier gekomen. Vandaar de laatste twee zinnen vanaf de afvalcoach signaleert, mogen uit het amendement verwijderd worden. Dan moet het hele amendement verder zijn eer wel doen. De voorzitter: Ik ga eerst naar het college voor hun visie daarop. De heer Westendorp. Wethouder Westendorp: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik kan het kort houden. Dit amendement maakt explicieter, zoals het college ook de rol van de afvalcoach ziet.
Dus we kunnen het amendement uitvoerbaar, haalbaar en verstandig verklaren. De voorzitter: Ik kijk even rond of er vanuit de niet indienende partijen nog … De heer Van Hoorn, GroenLinks. De heer Van Hoorn: Ja, dank u wel. Het is eigenlijk zoals de wethouder al zegt: in het beleid zelf staat de afvalcoach te vaag uitgelegd wat dat nou precies, wat die precies doet. Zoals de SP, wat de wethouder ook zegt, is dit concreter. Zullen we hem ook wel steunen.
De voorzitter: De heer Sieders, Gemeentebelangen. De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. Ik had even een verduidelijkende vraag over dit stukje, over het stukje van deze biedt inwoners die overtreding begaan. Is dat gewoon ook dan op vrijwillige basis? Moet ik het zo zien dat we gaan zeggen nou, u heeft het niet goed gedaan, dus u kunt gebruikmaken van of is het gewoon ja, je hebt het niet goed gedaan, dus we gaan nu verplicht een afvalcoach bij je neerzetten op dit moment. Hoe moet ik hem lezen? De voorzitter: De heer Pomper voor de beantwoording. De heer Pomper: Zoals de staat. Hij biedt het aan of zij of hen. Maar dat is, kijk, ik ben geen coach daarin, maar ik kan me goed voorstellen dat ik dan op aanwijzing van Area even aanklop bij iemand en zeg van goh, Area heeft gezien dit en dat, zus of zo en wellicht kunt u dit en dat doen, want daarmee voorkomt u ook een boete. Ik kan er een heel lang verhaal over maken, maar ik denk dat u dat zelf natuurlijk ook wel goed in kunt vullen. De voorzitter: Mevrouw Schonewille, Partij van de Arbeid. Mevrouw Schonewille: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik hoor een aantal heren noemen: dit amendement verduidelijkt eigenlijk de rol van de afvalcoach. Maar hoor ik daarmee stiekem de wethouder ook zeggen dat dit eigenlijk ietwat overbodig is? De voorzitter: Dat is een vraag aan de heer Westendorp.
Wethouder Westendorp: Laten we het zo zeggen dat, zoals ik net ook al aangaf, het amendement is in lijn zoals wij de rol van de afvalcoach zien. Dus u kunt zeggen: het amendement is overbodig. Maar ja, ik heb ook gezegd: het maakt het iets explicieter. Dus het oordeel is aan de raad of dat nodig is in het beleidsplan of niet. De voorzitter: Ik zou ook even aan de heer Pomper dat willen vragen, waarom u het zo expliciet wil hebben? De heer Pomper: Niet alleen explicieter. Er staat verder niet in het plan dat er een koppeling is tussen de handhaving en de afvalcoach. De voorzitter: De heer Prakken, D66. De heer Prakken: Ik heb enige ervaring met of iets wel of niet overbodig of ondersteunend is. Ik ondersteun in ieder geval de SP hierin. De voorzitter: De heer De Weerd, CDA. De heer De Weerd: Dank u wel, voorzitter. ‘…’ ook in lijn met de heer Sieders zegt: ik zie hem gewoon niet. Want hier staat de afvalcoach biedt inwoners die overtredingen begaan persoonlijke begeleiding en uitleg om herhaling te voorkomen. Zodat we hem concreet maken. Stel je voor, je doet iets niet goed, je hebt het afval niet goed gescheiden en dan staat er iemand met zo'n geel hesje voor de deur die zegt foei, dat heb je niet goed gedaan. Kan ik met jou praten? Dat gaat toch niet werken? Wij zijn, denk ik … We moeten er nog eens even goed over nadenken. Maar ik zie hem niet. Dank u wel.
De voorzitter: De heer Pomper, laat de heer De Weerd het zien.
De heer Pomper: Mijnheer De Weerd, wat stelt u dan voor? De heer De Weerd: Nou ja, goed, dan komen we bij het punt van de heer Sieders, een debatpunt over de afvalcoach. Dan moeten we het er met elkaar nog eens even goed over hebben wat die afvalcoach precies gaat doen. Ik weet dat in de vorige bijdrage de heer Van Dijk daar ook wel kritisch over is geweest rondom theedrinken en dergelijke. Wat gaat zo'n afvalcoach dan doen? Dus dat zou dan een bruggetje zijn. Ik vind dat we daar sowieso even over na moeten denken of we dat echt als raad willen, een afvalcoach. Maar goed, dat komt straks. De voorzitter: Dat komt zo aan de orde. Gaan we even verder met mevrouw Schonewille en daarna de heer Schipper. Mevrouw Schonewille: Ik wilde eigenlijk vooral een punt maken over dat we het nu heel erg hebben over hoe de afvalcoach precies zijn of haar werk moet gaan invullen. Maar volgens mij gaan we er niet over hoe diegene dat precies gaat doen en kan je iets van kaders neerzetten. Daar zouden we het over kunnen hebben. Maar hoe en welke tekst deze afvalcoach gaat gebruiken aan de voordeur, dat lijkt me niet aan ons. De voorzitter: Ik hoor een tegenstem bij de heer Pomper. De heer Schipper, SGP. De heer Schipper: Ik kan me dat van de SP heel goed voorstellen.
Ik denk aan de andere kant dat we ook heel goed moet nadenken: communicatie en de voorlichting aan de voorkant is mijns inziens nog net zo belangrijk. Als we dat niet doen, dan kunnen we dit wel in gaan stellen, maar dan werkt het niet. De voorlichting, communicatie is het allerbelangrijkste. De voorzitter: Ik zou de heer Pomper op dit punt nog even het laatste woord willen geven. De heer Pomper: Ja, eigenlijk wordt het haast een verlengstuk van het debat wat we nog moeten gaan voeren. Maar de afvalcoach en de inzet van de afvalcoach staat al in het plan. Kijk, ik maak ook de koppeling. Wij hebben nu heel hard, we hebben een afvalcoach en we gaan handhaven en ik mis hierin van wanneer mensen de fout in gaan, dat ze ook gecoacht worden om die fout niet meer te gaan maken. Dat is eigenlijk ook het allergrootste belang. Misschien dat we hier gelijk al het verlengstuk ook van het debat aan kunnen hangen. Ik ben ook benieuwd van: zien de mensen hier aan tafel ook de meerwaarde van die afvalcoach in het kader van preventie, van voorlichting? De voorzitter: Ik zie nergens antwoord, dus dan wou ik … U heeft twee weken tijd om dat antwoord te krijgen en het amendement breder te maken. Dus succes, zou ik zeggen. Dan gaan we verder met amendement 5, oud papier, nieuw beleid. Dat is eigenlijk al een breed gedragen amendement. Ik denk niet dat daar nog over gedebatteerd hoeft te worden.
Dan slaan we die over. Dan gaan we naar de motie tussenevaluatie afvalinzamelbeleid. Die is ingebracht door de VVD en de SGP. Ik wou de primaire inbrenger het woord geven, de heer Klok. De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik kan hier kort en, hopelijk, krachtig zijn. In het huidige voorstel staat dat er een evaluatie plaatsvindt in 2030. Dat lijkt ons met, alle veranderingen die we gaan doen, te laat. Voor ons zou het beter zijn om tussentijds te kunnen bijsturen. Hopelijk is het niet nodig, hopelijk staat het beleid. Maar in ieder geval willen we die mogelijkheid wel hebben na een goede tussenevaluatie. Dank u wel. De voorzitter: De heer Schipper nog wat aan toe te voegen?
De heer Schipper: Nee, het was kort en krachtig. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Westendorp. Wethouder Westendorp: Ja, dank u wel, voorzitter. De keuze voor 2030 is in lijn met zoals we dat met u afspreken, om een keer in de zoveel tijd met u te evalueren. Volgens de ‘…’ systematiek gebeurt dat ongeveer één keer in de vier jaar, maar tussentijds komen we wel degelijk bij u terug, in de P&C cyclus met informatie. Wat ik wel begrijp vanuit deze motie, voorzitter, is dat er toch gevoel wil zijn bij in elk geval de fractie van de VVD en de SGP van ja, gaat het allemaal wel zoals we dan bedenken dat het gaat. Dat zit er natuurlijk een beetje in en hoe kun je dat dan volgen? Maar, voorzitter, als u dan besluit, als raad, om dit aan te nemen, dan heeft het college wel echt een duidelijke suggestie, namelijk 2027 is echt te vroeg om dat goed met elkaar te bekijken. Dan zijn we net een jaar op weg, nadat we het nieuwe beleid hebben ingevoerd. En in het begin, u weet ook, dat geeft altijd wat opstartuitdagingen. Dus ik kan me voorstellen, het college kan zich voorstellen, zou u met deze motie verder willen, neem dan 2028 als uitgangspunt. Dan hebben we ook meer zicht op het nieuwe contract als het gaat om restafval. Weten we ook wat meer over de ketenafspraken binnen de PMD en ik hoop, en ik geloof ook wel, dat we dan ook meer zicht hebben op de recyclebaarheid van luiers.
De voorzitter: Ik kijk even naar de niet-indienende partijen. Volgens mij was de heer Van Hoorn, GroenLinks, als eerste. De heer Van Hoorn: Ja, ik wilde eigenlijk gewoon een beetje hetzelfde zeggen als wat de wethouder ook zegt. Het lijkt me veel te vroeg om na een jaar alles al te evalueren. Ik vraag me ook af, als de VVD en de SGP, bij die evaluatie is het dan ook de bedoeling, er staat ook bijstellen van beleid. Hoe ziet u dat dan voor zich? Als u ziet ‘…’ bijvoorbeeld tot dit beleid zijn gekomen, hoe ziet hij dan die bijstelling, wanneer dat in zou moeten gaan? De voorzitter: Een rechtstreekse vraag aan de heer Klok, om te beantwoorden. De heer Klok: Dank u wel, voorzitter. Ons leek het verstandig om wel een evaluatiemoment in te plannen, omdat er best wel veel gaat veranderen en omdat afvalbeleid veel impact heeft op onze inwoners. Kijk maar naar achter hoeveel vrijwilligersorganisaties hierbij betrokken zijn en het heeft betrekking op elke inwoner. Dus om dan bij te sturen, om nou gelijk de conclusie te trekken, moeten we dan bijsturen in 2027 of 2028, wat het college suggereert, dan zou ik zeggen van: wie weet, hopelijk niet. Hopelijk maken we nu de juiste keuzes en is het niet nodig. Reagerend op het college, als dat mag, voorzitter. Wij gaan met de SGP in overleg om 2027 dan 2028 te maken. Want het college horende, lijkt mij dat een juiste overweging.
De voorzitter: Ik zie de heer Schipper knikken en de heer Van Dijk had zijn hand opgestoken. Die wil ook reageren. De heer Van Dijk: Dank, voorzitter. Twee jaar geleden was ik vanuit mijn rol in auditcommissie medeauteur van de Hoogeveense aanpak voor beleid begroten en verantwoord ook wel de HABBV genoemd. Daarin is dit, volgens mij, al uitstekend geregeld. Namelijk, we stellen hier een beleidsplan vast. Daarop volgt straks van het college een uitvoeringsnota die ze in principe jaarlijks naar ons verantwoorden en bijstellen, de uitvoeringsnota van het jaar daarop. Dus wat de fractie van de ChristenUnie betreft, is dit allang geregeld. De voorzitter: De heer Klok wil daarop reageren.
De heer Klok: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk, in alle gevallen ben ik het ook met de heer Van Dijk eens. Maar nogmaals, het is … In bijna alle gevallen en met bijna alle gevallen waar u auteur van bent, ben ik het eigenlijk in bijna alle gevallen mee eens. Maar volgens mij, ook als je ziet wat het hier doet in de samenleving, bij ons in de raad, hoe druk we ermee zijn, is dit wel een heel belangrijk beleidsstuk. Daarom vinden wij het wel recht doen om hier een tussenevaluatie in te plannen. Ik zeg ook niet dat we dat niet bij elk beleidsstuk maar moeten doen, maar juist wel bij dit afvalinzamelbeleid. De voorzitter: Uw punt is helder. Gaan we verder met de heer Pomper, de SP. De heer Pomper: Dank u, voorzitter. Ja, de SP zou dan ook wel opteren om dat in 2028 te doen en de SP luistert natuurlijk ook wel goed in het debat. Om even terug te komen op het amendement van luiers en apart inzamelen, als u dat misschien ook in het amendement nog kunt verwerken van we gaan er in 2028 verder naar kijken, wellicht dat de SP dan nog dit amendement kan ondersteunen. De voorzitter: Nou, mooi met terugwerkende kracht nog weer ruimte voor positieve beïnvloeding. Mevrouw Schonewille. Nee. U had uw hand omhoog. Mevrouw Schonewille: Ik had inderdaad mijn hand omhoog, maar het is ondertussen al geweest. De voorzitter: Dan gaan we verder met de heer Sieders, Gemeentebelangen.
De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. Zoals die hier erin staat, evaluatie 2027 zeiden wij zelf ook van, dat is echt te vroeg. Daarnaast, aansluitend bij de woorden van de heer Van Dijk. Volgens ons is het ook al wel geregeld in onze jaarlijkse cyclussen die we hebben. Dus ja, ik neem dit wel even weer mee terug naar de fractie, maar in eerste instantie zijn wij hier geen voorstander van. De voorzitter: Volgens mij genoeg op dit onderwerp. Dan gaan we over naar de overgebleven debatpunten. Overigens hebben we deze amendementen en moties uitgebreid behandeld. Dat betekent dat we 19 december een korte slag kunnen maken, is een beetje de bedoeling daarmee. Dus dat gaat wel lukken dan, hè? Gaan we verder met de overgebleven debatpunten. Dat is van Gemeentebelangen, de financiële prikkel vooraf of achteraf. Dat is de afvalcoach, niet wat die gaat doen, maar het aantal uren. De grote gezinnen ook nog, of is de beantwoording van de wethouder daarin voldoende geweest? Ja, dat was voldoende. Dan gaan we naar het CDA. Die had alsnog als debatpunt nascheiding, voorscheiding. Is dat nog een debatpunt of is daar ook de beantwoording van de wethouder voldoende geweest? De heer De Weerd: Nou, voorzitter, daar zou ik het nog wel even over willen hebben. De voorzitter: Dan blijft dat als debatpunt staan. Dan hebben we, volgens mij, ze mij gehad als debatpunten.
Dan gaan we bij de heer De Weerd beginnen voor de nascheiding bronscheiding discussie. De heer De Weerd: Ja, voorzitter, we hebben natuurlijk ook wel gehoord een kritische noot van de ChristenUnie en ook de wethouder die zich daartoe verhoudt. En maar toch zien wij dat echt een aantal gemeenten, ook in Friesland en recentelijk ook Tynaarlo, die overgestapt zijn van de systematiek van bronscheiding naar nascheiding. Toevallig net vanavond nog een persbericht uit Tynaarlo, een wethouder die ook Attero is geweest om uitleg te geven waarom het college van Tynaarlo gekozen heeft voor nascheiding. Ik heb zelf ook nog even, namens de CDA-fractie, rondvraag gedaan bij verschillende gemeentes die werken met nascheiding en die gemeentes geven aan dat het voor de inwoner ook voordeliger is en qua recyclebaarheid