Transcript gemeenteraad 5 juli 2022
Tekst van het document
Ik wil wel steeds benadrukken dat het effect van eventueel een OZB-verlaging op het inflatiecijfer in Hoogeveen er minimaal is. Uw sturingsmogelijkheden in deze zijn echt niet heel erg groot. Als het gaat om de bestrijding van de inflatie laat ik dat heel graag over aan de Nederlandse bank en de ECB. Die veel meer instrumenten hebben om dat te doen. En als die het niet lukt, dan maar aan het Rijk. Die ook nog wel in het btw-instrumentarium ook nog wel wat mogelijkheden heeft om wat te doen voor onze bevolking. En ik zie dat als veel effectvoller om het inflatiespook, om het zo maar zeggen, te bestrijden. Dat laat onverlet dat er misschien een soort moreel appel onder zit. Dat ontken ik verder niet. Maar uw moraliteit gaat dan wel gewoon geld kosten. En dat moet u zich wel realiseren. En het zou weinig effect hebben. Nou, meer sturen op de beleidsindicatoren. Ik denk dat dat gesprek moeten we echt met mekaar hebben. Ik vind zelf de brede welvaartsmonitor op strategisch niveau voor Hoogeveen aanknopingspunten geven om uw aandacht op te richten de komende vier jaar. Ik denk dat we dat ook met mekaar moeten doen op de één of andere manier. Dus dat de brede welvaartsmonitor in de
raad neerleggen en zeggen van: nou, dit zijn de parameters waarop Hoogeveen, of eigenlijk de regio, want dat is wat we nu weten, een beetje achterloopt ten aanzien van andere regio's. En dat je ook met mekaar op zoek gaat naar wat voor mogelijkheden er zijn om daar wat aan te doen. Ik denk dat daar wel voordeel uit te halen is, maar dat moeten we wel op een goeie manier gaan doen. Als het gaat om die beleidsindicatoren en het versmarten van de begroting. Mevrouw Rutgers van D66 begon daar ook al over. De fractievoorzitters hebben aan de auditcommissie gevraagd om Hoogeveen in control opnieuw te evalueren gegeven de nieuwe P&Ccyclus. En ik denk dat dat een goed moment is om het met mekaar erover te hebben over hoe we dat nou eigenlijk willen ten aanzien van die beleidsindicatoren en het smart maken van ons beleid. En ik heb daar een staande mening over. Ik denk dat je dat niet moet doen in je begrotingscyclus, maar dat je dat moet doen in een aparte beleidscycli. Bijvoorbeeld in een beleidscyclus over handhaving. En dan zit je op: zoveel handhavers heb ik. Ik wil die en die doelstellingen bereiken op het gebied van veiligheid. En daar wordt elk jaar verslag gedaan van hoe het ervoor staat met de ontwikkeling van de veiligheid. Iets soortgelijks kan je doen met verkeer. En op tal van terreinen gebeurt dat al wel.
Binnenkort, nou misschien niet binnenkort, maar over enige tijd komt er een nota volksgezondheid aan. Daarin staan ook allerlei parameters van de dingen die we willen berekenen, en die zijn allemaal helemaal, die we willen bereiken en die zijn allemaal heel smart uitgewerkt. En dan kan u op dat niveau met het college dan voor dat beleidsterrein die beleidsindicatoren volgen en daar het gesprek over aangaan. Maar het lijkt mij goed dat we dat ook nog bespreken met de auditcommissie en daar een voorstel voor doen bij de raad over hoe we dat, hoe we dat voor ons zien. Dan mevrouw van der Oort vroeg zich of de coronagelden de dorps- en wijkhuizen hebben bereikt. Het antwoord is ja. Want we hebben geen coronagelden meer over. En we hebben de afspraak dat we de coronagelden doorzetten, zoveel als noodzakelijk is, totdat de pot op is dan wel dat niemand het meer nodig heeft. U vroeg nog iets over de buurtgezinnen. In de technische vragen staat het antwoord dat wij de buurtgezinnen hebben uitgebreid. Maar volgens mij was uw vraag feitelijk of u vond dat het pilotlabel eraf zou moeten of niet. Dit is een vraag die ik graag laat aan mijn collega. Dan kom ik bij de heer. Ik wil ook wel antwoorden. Als ik zou mogen antwoorden, voorzitter, dan zou het ongeveer zoiets zijn. Ik neem aan dat er een proces is om een pilot te evalueren.
En dan wordt vanzelf duidelijk of we het label van de pilot afhalen of niet. De heer Bauer heeft daar nu alleen het onderwerp voor laaggeletterdheid neergelegd. Ik denk dat mijn collega daar wel op wil reageren. De heer Sieders heb ik beantwoord. En mevrouw Rutgers vraagt nog aandacht voor de rechtmatigheid van de inkoopprocedures. Ja, die aandacht die hebben wij ook. En het speelt ook als u de jaarrekening van de SWO ziet. Dan zal u zien dat daar een afkeuring plaats heeft gevonden op de rechtmatigheid vanwege de niet rechtmatige inkoopprocedures die daar gaande zijn. En dat is wel een, dat is wel een kwestie die we met mekaar te slechte hebben en die ook niet één, twee, drie geslecht kan worden. Er is in het verleden voor gekozen om toen deze onrechtmatigheden opkwamen om extra investeringen te doen ten aanzien van de kennis van medewerkers voor inkoopprocedures en aanbestedingsprocedures. Dat heeft bij lange na niet geleid tot het gewenste resultaat. Nu ligt het voorstel voor bij de directie van SWO om de inkoopfuncties te gaan centraliseren en de kennis en vaardigheden die op dat terrein nodig zijn en ook de bevoegdheden die te centraliseren. Nou, dat vereist weer een verandering van de organisatie. Dat kost ook weer wat tijd. Maar ik acht dat wel, eerlijk gezegd, wel wat kansrijker dan hoe dat in het verleden gegaan is.
Ik zie niet hoe je het anders zou moeten doen, eerlijk gezegd. Maar dat is wel een noot die we te kraken hebben met elkaar. Maar we kunnen gewoon niet aanvaarden dat we die onrechtmatigheden, dat we die in stand houden. En dat er dan zelfs nog nieuwe bijkomen als we dat zouden kunnen voorkomen. Voorzitter, dat wat betreft mijn deel. De voorzitter: Dank u wel. Er is wel wat overgebleven voor de rest van het college, denk ik. De heer Westendorp. De heer Westendorp: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal namens het college kort ingaan op een aantal onderwerpen rondom jeugd, de participatiewet en duurzaamheid. Laten we beginnen met het feit dat een aantal fracties vragen rondom de jeugd, jeugdzorg, en velen ook de specialistische hulp daarbij. En ik begin misschien wel met de opmerking die de heer van Dijk van de ChristenUnie heeft geplaatst. Dat eenzaamheid
ook onder jongeren echt een onderwerp is. Het programma richt zich inderdaad op ouderen, maar als je kijkt dat jongeren leiden ook echt onder eenzaamheid. Vooral in de coronacrisis hebben we dat ook gezien. Dat kinderen ondanks dat ze misschien thuiszitten. Mama werkt op zolder. Papa werkt beneden. Kunnen ze heel eenzaam op hun kamer zitten. Dus we zijn wat dat betreft ook blij dat de scholen juist ook extra middelen hebben gekregen vanuit het Rijk om activiteiten te in te richten, zodat ook de jongeren weer echt erbij horen. En wat dat betreft zien we dat ook terug in de specialistische jeugdhulp vraag. Waar mevrouw Van der Oord ook een vraag over heeft. Eetstoornissen, psychologische hulp, zelfs zelfmoordneigingen. Dat is toegenomen. En daarom hebben we juist op jeugdhulp regio ook een interventie proberen te plegen. En dat kunt u ook teruglezen deels in de jaarrekening. Dus als het gaat om de opmerking van eenzaamheid onder jongeren van de heer van Dijk. Ik denk dat we blijvend in gesprek moeten zijn ook met de scholen, maar ook vanuit ons centrum voor jeugd en gezin, om te weten wat er speelt bij onze jeugd. De heer Van der Meer had het ook al even over die wachtlijsten. De doelstellingen zijn gerealiseerd, had de heer Van der Meer het over.
Wat bedoelen we dan? En is het geld wel voldoende? Allereerst moet u beredeneren dat natuurlijk er een aantal problemen zijn die gewoon eerder met een bepaalde hoeveelheid werden ingekocht. En in coronatijd hebben we gezien dat juist die psychologische stoornissen erg zijn toegenomen. Dus we hebben geprobeerd om juist daar onze inzet op te richten in de jeugdhulp regio en daar ook afspraken over te maken. En daarop is ook extra capaciteit ingevlogen. En mevrouw Van der Noord al richting u. Dat is best een moeilijk probleem, want het zijn hele specialistische functies die niet zo makkelijk te verkrijgen zijn. Het staat ook in de technische beantwoording. Dat je kan wel zeggen: we willen meer jeugd op dat vlak inkopen. Maar als de mensen er niet zijn, dan hebben we wel een probleem. En nog erger, de jeugd heeft nog meer een probleem, want die moeten uiteindelijk goed geholpen worden. Dus de doelstellingen zijn bereikt. Dat wil zeggen dat we wel degelijk afspraak hebben gemaakt met de betrokken zorginstellingen om te zorgen dat onze jeugd zo goed mogelijk geholpen kan worden. En daar hoort uiteindelijk dan ook een afrekening bij. Om maar even daarop verder te gaan. Dat heeft dus ook te maken met die crisiscases zoals mevrouw Van der Noord dus ook duidt. De jong Hoogeveen werd nog even specifiek gevraagd rondom de pilot jeugdprofessionals op school.
We zijn in gesprek met de scholen daarover. Ik denk dat het, nou, dat we echt wel positief kunnen zijn over deze ontwikkeling. Maar we willen dat graag, want u heeft het over een pilot en hoe maak je dat dan regulier? Ja, daar moet je eerst goeie afspraken ook met de scholen over maken of wij ook allebei dezelfde doelen voor ogen hebben en ook dezelfde resultaten zien. Het doel is uiteindelijk ondersteuning bieden op de plek waar het ook echt nodig is, in de omgeving van het kind, maar ook zorgen voor misschien wel meer rust in de klas. Dus daar maken we afspraken over met de scholen. Nou, wellicht kunnen we dan de pilot ook daadwerkelijk voortzetten. Mijn collega heeft al antwoord gegeven op de buur gezinnen, dus dat hoef ik dan niet meer te doen wat dat betreft. En dan wou ik tenslotte nog iets zeggen, of niet tenslotte, iets zeggen richting de heer Bauer over de ontwikkeling in de bijstand. De participatiewet, om het maar zo even te zeggen. Hij vraagt: is er sprake van een trend? Ja, dat hopen we, maar dat heeft ook echt te maken met de stand van de economie. En de heer Kramer van de VVD was al ontzettend trots op de ontwikkelingen die in Hoogeveen gaande zijn. En het is denk ik aan ons als college ook wel daadwerkelijk in gesprek te blijven met die ondernemers, zodat iedereen daadwerkelijk kan meedoen in die positieve ontwikkeling.
Want dat blijft natuurlijk wel een uitdaging. En laten we hopen dat die trend zich doorzet, maar daarover hebben we ook niet de garanties hoe dat precies in de toekomst zal gaan verlopen qua economische ontwikkeling. Dan nog even ingaan op twee punten rondom duurzaamheid. De heer Van der meer Vroeg daarnaar bij het college. Zijn wij in gesprek met de energiecoöperaties? Dat zijn wij wel degelijk. Rondom de beweging, rondom de Hollandse wieken. Een hele mooie ontwikkeling zien we daar. En die worden ook betrokken bij de ontwikkeling van de zone route. Nou, morgenavond, wellicht, kunt u deze vraag nogmaals stellen. Dan krijgt u nog specifieker antwoord. En u vroeg nog naar: hoe staat het met het warmtenet rondom Attero? Ik kan u vertellen: wij zijn in de fase dat we de verkenning aan het afronden zijn. En dan zullen we dan bepalen welke koers we in het vervolg moeten varen. Voorzitter, tot zover mijn reactie op de bijdragen van de fracties. De voorzitter: Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Tuit.
De heer Tuit: Voorzitter, dank u wel. Ik zal ook voor mijn portefeuilles de verschillende vragen van de fracties bij langsgaan. Eerst de ChristenUnie, die, ja, die eigenlijk het sociaal domein en het herontwerp ook de kracht van de samenleving noemde. U noemt dat eerst een teleurstelling, maar daar kwam gelukkig gelijk voor mij ook een geruststelling. Dus u pakt hem gelijk dat woord op. Kwam dat ook bij. En u lichte daar specifiek ook eenzaamheid uit. Nou, collega Westendorp heeft daarnet al het één en ander over gezegd, maar dat proberen wij ook als college. U leest het ook coalitieakkoord, ook mede door de corona effecten. De verwachting is toch dat we daar ook de komende jaren in allerlei doelgroepen jeugd, ouderen, maar eigenlijk generatie breed ook echt veel meer mee te maken krijgen dan dat we nu al gewend zijn. Dus die. Hoe triest dat ook is, maar die waarschuwing doe ik hier toch. Nou, de SGP noemde het sociaal domein ook. Dat gaat de goeie kant ook. Ook op langere termijn. Ja, dat klopt. Maar laten we ook eerlijk zijn. Ook wij als college hebben nog taakstellingen. Ik noem alleen al de taakstelling richting SWW van tweeënhalve ton die we nog hebben in te vullen. En dat zullen ook keuzes zijn die we met u als raad ook moeten gaan maken op inhoud.
En dus inderdaad, het lijkt een goeie kant op te gaan en dat heeft ook in alle eerlijkheid ermee te maken dat we in dat herontwerp van het sociale domein ook gezegd hebben van: die acht miljoen die we vanuit schone lei ingedacht hadden, dat is niet realistisch. En dan gaan we echt door die bodem zakken. Maar richting toekomst moeten wij nog, en we komen ook bij u terug in de raad. Nou, bijvoorbeeld die taakstelling SWW is al één van de eerste die eraan komt en die ook gewoon in de begroting staat richting toekomst. De VVD noemde werk en opleiding zijnde beste remedie om mee te tellen. Nou, daar zijn we het mee eens. En werk geeft zekerheid. Werk geeft ook ritme. En we zijn ook in gesprek al in een vrij vroeg stadium, ook in de kennismaking met al onze onderwijsinstellingen. En dat doen we ook samen met wethouder Zwiers om ook te kijken om het bedrijfsleven daarbij te betrekken. En dan zie je, en dat raad ik u allemaal aan, dat de Drentse onderwijs monitor daar, daar is net weer een nieuwe versie van. Nou, als u dat interessant vindt, leest die vooral. Waarbij echt ingezoomd wordt ook op onze situatie. Nou, één van die voorbeelden wat heel erg opvalt dan in Hoogeveen zijn nieuwe cijfers. Maar dat 55 procent van onze kinderen in onze gemeente richting vmbo gaan. Nou, laat dat nou. Het Alfa college spreken we binnenkort.
Maar dat zijn ook met die data ook gesprekken van: hoe kunnen we dat ook een gezicht en ook een aanpak geven die past bij onze gemeente? Nou, ik weet niet of de griffie dat kan regelen, dat de Drentse onderwijs monitor naar u toekomt. En anders doen wij dat. Maar in ieder geval gaan wij die toezegging doen. Want dat zijn data die wij ook de komende jaren voor onze aanpak willen gaan gebruiken. Het CDA. Nou, die noemde voor mijn portefeuille ook vooral ook de brede welvaart en pakte daar ook de langdurige ziekte en aandoeningen uit. Ja, dat zijn cijfers, daar schrik je van. Ik ben het ook helemaal eens met de analyse van de heer Kreuze. Ja, en dan zie je dat ook de sociale structuur, die hier natuurlijk al decennialang speelt in onze gemeente, dat dat een verklaring geeft. En dat mag nooit dat we daar niet mee verder gaan, maar wel dat we dat niet in via oplossen. Maar we willen wel, ik vind het hele interessante gedachte die het CDA ook neerlegt, vanuit die brede welvaart ook die motie die uw raad daarvoor heeft aangenomen om dat ook in het najaar met dit soort data, ja, samen die zoektocht ook te gaan vinden. En u was dat trouwens ook. Vorige week ook hadden wij hier de regio Zwolle. Een mooie conferentie met 22 gemeenten in onze Tamboer. Nou ja, als je dan de verhalen wordt van de directrices van Juliana van Stolberg en van villa kakelbont.
Twee basisscholen uit ons centrumgebied. Ja, dan krijgen die data ook een verhaal en een gezicht. Dus wat dat betreft vind ik de aanpak die u voorstelt, pakt dat op rondom die brede welvaart, en heel interessante. De SP vroeg nog naar het gemeentefonds en de middelen die daaruit vrij zijn gekomen rondom mensen met een psychische beperking. Nou, toevallig. Toeval bestaat niet altijd, maar nu wel. Hebben we daar vanochtend ook in het college over besloten en hebben we ook SWW, die heeft ook een project ingediend, en hebben we besloten om ruim 140 duizend euro aan SWW te besteden vanuit die rijksmiddelen om daar ook handen en voeten aan te geven. Dus, nou dat is vers van de pers. Maar dat is een antwoord op uw vraag. Nou, de effecten van corona in relatie tot de jeugd GGZ noemt u ook, of de GGZ. En de heer Van der Meer van GroenLinks noemde dat ook in zijn vragen. Ja, dat is helaas ook een landelijke trend, waarin wij niet in Drenthe uniek zijn. Dat de wachtlijsten van de GGZ oplopen. Het vorige college heeft op 30 mei ingestemd met het voorstel om dat ook in een taskforce voor Drenthe om wat we kunnen doen om dat om te buigen om dat ook te doen. Dus het heeft onze volle aandacht en we hebben daar ook over de gesprekken met de GGZ. Maar helaas zou ik erbij willen zeggen is het een landelijk probleem waar wij ook in
Drenthe mee te maken hebben. Dan de PvdA. Die zegt van: kunt u, het college, iets duiden over de aanpak van de laaggeletterdheid? Ja, dat kunnen wij. Ja, wij willen graag ook door en proberen ook te verbeteren van dat wat in gang is gezet. Het taalhuis wat hier goed functioneert. Nou, dat proberen we te verbeteren en te professionaliseren. Er zijn ook veel taal vrijwilligers die ook vanuit vrijwilligerswerk ook mensen helpen om in die laaggeletterdheid, ja, om daar, ja, wil ik zeggen een stijgende lijn in te maken. En dat komt denk ik ook terug, maar dat hebben we niet afgestemd. Maar ik kan me niet anders voorstellen. Ook in de armoedeconferentie, omdat laaggeletterdheid ook altijd een heel groot, ja, verband heeft met armoede. Dus daarin zullen wij ook in de armoedeconferentie ook met uw raad daar ook weer aandacht aan besteden. En dan is er nog één vraag voor mijn portefeuille van D66. Nou, ook die kan ik geruststellend beantwoorden. Ja, natuurlijk. Onderwijs zien wij als één van de belangrijkste speerpunten van dit collegeperiode. Uw rijke schooldag staat ook in het coalitieakkoord en we willen ook graag niet alleen die rijke schooldag, maar ook zeker die, maar ook de data van die Drentse onderwijs monitor ook bij de kop pakken om, ja, op onderwijsgebied de komende vier jaar een stijgende lijn te zien in Hoogeveen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.
Ik geef het woord aan de heer Zwiers. De heer Zwiers: Ja, dank je wel, voorzitter. Ik zal het kort houden, want er waren immers niet zo heel veel vragen over de onderdelen van mijn portefeuille. Maar ik wil toch wel graag even ingaan op wat er gezegd is over de brede welvaart. Wij hebben een regiodeal in onze regio met zes andere gemeenten. En in die regiodeal zijn we een aantal jaren geleden gestart met te investeren in de pijlers economie. Ik weet niet wat er nu gebeurt, maar. De voorzitter: Nee, er is een verslag van de vorige raadsvergadering die even geraadpleegd wordt. Maar het geluid stond aan bij één van onze raadsleden. Maar gaat u rustig door. De heer Zwiers: Ik dacht dat we gehackt werden, maar goed. Uiteindelijk hebben we een pijler economie, werk zeg maar. We hebben een pijler wonen en een pijler zorg en welzijn. En de resultaten daarvan, net als mijn collega Tuit al aangaf, ja, dat zie je niet zomaar. Daar zullen we met elkaar langjarig voor moeten investeren om die brede welvaart op een hoger plan te krijgen. Als het gaat om de economische ontwikkelingen. Ja, dat. De heer Kramer zei: heel mooi, Trots op dat we, dat de bedrijvigheid toeneemt. Maar het zijn vooral bedrijven die nu nog aan het bouwen zijn. En we hopen dat in 2022-2023 zich dat ook vertaald in werkgelegenheid die we hier nodig hebben.
En dan kun je zeggen: ja, maar er is al zoveel gebrek aan personeel. Maar we hebben ook nog mensen die niet aan het werk zijn. En ik kan u niet beloven dat we die mensen allemaal aan het werk krijgen. Maar ik denk dat er wel weer mogelijkheden bijkomen voor passend werk voor mensen die nu nog een te grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben. De IT-hub werd nog even aangeroerd. Is één van die regiodeal projecten waar we met elkaar de schouders onder hebben gezet. De eerste successen of het eerste succes heb ik in inmiddels binnen. Ik zal u daar ook wel op enig moment deelgenoot van maken. Maar dat betekent dat we als doel hebben in ieder geval om talent in deze regio te behouden. En ik denk dat dat ons kan gaan lukken met de steun van al die onderwijsinstanties, met de ondernemers en de overheid die daarin faciliteert. Er is veel belangstelling voor. Ook voor de Greenwise Campus in Emmen en de IQ Boulevard in Hardenberg. Zo kunnen wij met elkaar werken vanuit die regiodeal aan het fundament voor onze regio. Niet alleen op economie, maar ook op wonen en op zorg. Daar gaan we volle bak als college mee door. Ik heb hier, ook nieuw voor mij moet ik zeggen, een onderzoek stand van zaken de Dutch testzone. In college nog niet eens gedeeld, maar ik heb hem ook nog maar heel kort. Ik denk dat. Of dit document dat geeft een indruk van de stand van zaken binnen de regio Dutch testzone.
Ik denk dat het goed. Het zal ook jaarlijks worden gemaakt. En ik denk dat het goed is dat ik ook deze informatie met het college, maar ook zeker met u, ga delen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Bisschop.
De heer Bisschop: Dank u wel, voorzitter. Ik heb mijn aantekeningen drie keer doorgelezen en volgens mij zijn er geen punten voor de portefeuilles die mij raken, zeg maar. Dus dank u wel voor het woord geven, maar ik geef het direct weer terug. De voorzitter: Ja, dank u wel. Maar het was even de check. En ik sluit mij vanuit mijn portefeuille aan bij de heer Bisschop. Want ik heb ook gecheckt, maar ik zie ook niet dat er nog vragen voor de portefeuille van de voorzitter van het college zijn. Daarmee hebben we de beantwoording in de eerste ronde gehad. Ik check nog even. We hebben net even een samenvatting gemaakt van de bespreekpunten die neergelegd zijn. Een deel is ook al uitvoerig ook door het college toegelicht. Leidt dat er nog toe dat fracties zeggen van: ja, nou die was voldoende. Dat hoef ik niet nog eens een keer in het gremium van de raad te bespreken. Of wil iedereen vasthouden aan zijn punten? De heer Bauer: Ik weet niet of het wel genoteerd was, de spreekbeurt net, want ik hoorde het niet. Maar in ieder geval, wij zijn wel tevreden met het antwoord van het college. De voorzitter: Ja, nee. Het was genoteerd als een spreekpunt aanpak laaggeletterdheid. Dus dan haal ik die nu van de lijst van bespreekpunten af. Kijken of dat voor anderen ook geldt. De heer Kreuze.
De heer Kreuze: Voorzitter, ik wil graag nog even de pauze, de gelegenheid, grijpen om even antwoorden te bestuderen en dan kom ik aan het begin van het volgende blok wel met wat er nog overblijft. c. 2.
Schorsing gespreksronde
Pauze De voorzitter: Is goed. Gaan we dat doen. En de rest van de bespreekpunten die blijft staan. Dank u wel. Dan gaan wij pauzeren tot vijf over negen, zoals de vergadering.
3.
Heropening gespreksronde a.
2e termijn gesprek raad en college resultaten begroting 2021
De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Ik vraag even aan de fractie van het CDA, want die heeft van tevoren aangekondigd dat zij nog even de pauze zouden gebruiken om nog even te inventariseren rond de bespreekpunten. De heer Kreuze. De heer Kreuze: Ja, voorzitter. Dank u wel. Ja, u had vakkundig onze zes vragen al naar vijf teruggebracht, dus dat is al één minder. En we hebben ons even beraden op het antwoord, zeg maar, wat van het college kwam. En we zijn blij dat zij ook onderkennen dat we aan die, dat was onze eerste punt, dat we aan al die risico's, zeg maar, aandacht moeten besteden. Het was eigenlijk wel een beetje teleurstellend, omdat wij met ons boerenverstand drie risico's hadden kunnen noemen waarvan nu gezegd werd: die vinden we niet terug. Dus wij hopen ook dat daar energie in gestopt wordt, want dat is belangrijk voor onze afweging. Dus die hoeven we nu niet te bespreken, wat ons betreft. En het derde punt of uw vijfde punt op het lijstje ging over dat, zeg maar, het inflatiespook en de lasten van de burger. Nou, de wethouder heeft daarbij een prachtig woord gebruikt wat ons erg aanspreekt, het woord appel. Nou, dat appel willen we ook blijven doen en dat is ook vooral dan voor, zeg maar, 2023 de begroting aan de orde. Dus dan kunnen we ook wel dan nog eens op terugkomen. Dus dan blijven er drie punten over.
Dat van het voorspellend vermogen in lijn met ook wat de heer Sieders zei. Hoe gaan we met structureel en niet structureel om. Het tweede punt was het sturen op indicatoren. En het derde punt is dan de afwijkingen in de brede welvaart monitor, de regionale brede
welvaart monitor. Die drie blijven wat ons betreft over om daar met de raad even over van gedachten te wisselen. Bespreken heet het geloof ik vandaag? Dus niet debatteren maar bespreken. De voorzitter: Ja, dank u wel. Dan hebben we vijf punten over. De drie die u noemde en de SWO en de subsidies van de heer Van Rijn. De heer Van Rijn, SWO. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Bij het doorlezen van de jaarrekening 2021 kwamen we dus tegen op pagina 21 dat er dus een lening aan de SWO was. Dat die ook verhoogd is geworden. En ik kwam dat vaker tegen, dus ik ben met vorige jaarrekeningen inderdaad kwam ik hem ook tegen. Wij hadden even een vraag, durft te vragen, dus wij vroegen: kan er even uitleg bij komen? Nou, daar hebben ze dan toegezegd, schriftelijk. Maar die schriftelijke beantwoording, ja, die riep bij ons nog wel behoorlijk wat vragen op. Daar zullen we ook schriftelijk op terugkomen. Maar daar gaat het nu even niet op. Het gaat alleen over het eerste antwoord. Daar wil ik even wat toelichten en daar komt gewoon effe een beetje een feitenrelaas bij van voorgaande jaren. We lezen in de antwoorden van het college dus op pagina 121 over onze vraag over de SWO. Bij de start van de SWO heeft de Wolden Hoogeveen activa ingebracht. Hiervoor is door de Wolden Hoogeveen voor dezelfde omvang een geldlening verstrekt.
Nou, als je dit leest denk je: oké, ik ga even het raadsvoorstel erbij pakken waar dit allemaal in besproken is. Nou, dat was even zoeken. Maar, goed. Het raadsvoorstel hebben we gevonden. Raadsvoorstel 13 juni februari 2014. En ik zie gewoon bij de financiële gevolgen die daar in het raadsvoorstel staan niets van toepassing, omdat het realiseren van een GR in eigen beheer plaatsvindt. Dus, ik dacht: ja, dat is al een beetje vreemd. Kijk, een lening verstrekken van. De eerste lening was 2,7 miljoen. Dat zou toch financiële gevolgen moeten hebben. Maar in het raadsbesluit staat gewoon: dat is niet van toepassing. Dus, goed. Dus, ik denk: weet je wat? Ik ga even de jaarrekening 2015 even erbij opzoeken en dan gaan we eens even kijken wat daarvoor is. Nou, wat schetst mijn verbazing? 2015-2016 was niets te vinden over een lening aan de SWO. Pas in 2017 kwam ik dat tegen. 2,7 miljoen. 2018, drie miljoen. 2019, 3,3 miljoen. 2020, 3,7 miljoen. En nu dus in 2021 3,9 miljoen. Met deze toename van 1,2 miljoen van deze lening van 2017 tot en met 2021 dacht ik: ja, dat moet toch ergens geregeld zijn die toenames. Dat kan toch niet zomaar uit de lucht vallen. Dus ik denk: weet je wat? Ik ga de betreffende begrotingen daar eens even bij opslaan. Want ja, waar het ergens zo ietsjes geregen moet zo zijn. Maar ook daar kon ik over al die dingen niks vinden. Dan nog iets.
Het college zegt dan in die beantwoording over, ik had de vraag gesteld: hoe wordt dat ingelost. Nou, de beantwoording van gelezen. De afschrijvingen van de activa is de basis voor de aflossingen van de leningen. Maar de leningen, die nemen alleen maar toe. Ik heb dat net gezien. Dat was in die in die jaren is dat toegenomen met 1,2 miljoen. Dus ja, ik loop hier een beetje vast. Ik kon er niet goed mee overweg. Maar gaat het alleen als voorbeeld gebruiken. Hoe complex is dit, en wat ons betreft ook problematisch, dat dit soort constructies om als raad te doorgronden hoe dit precies in elkaar steekt. Dat is niet direct kritiek, maar het is wel gewoon even, het is gewoon feitelijk vastgesteld hoe ik dat hier allemaal constateer. Nou, wij willen daar, zeg maar, deze casus juist ook eventjes op de tafel leggen, want het is maar één. Maar er zijn wel meerdere dingen. Dat ook deze casus, dat daaruit blijkt dat toch die samenwerking met die SWO niet zo’n heel goed plan is en dat het bij de start is voorgesteld. Ik citeer nog één zin uit hetzelfde raadsbesluit uit 2014. De samenvoeging wordt pragmatisch ingevuld. De vorm past bij datgene wat we willen bereiken, en dan komt het, en leidt tot een efficiënt bestuurbare en toekomstbestendige ambtelijke organisatie.
Ja, als we dan nu gewoon even wat er allemaal de afgelopen jaren gebeurd is hiernaast leggen, dan moeten we gewoon constateren: dat hebben we dus gewoon lang en breed niet gehaald. Dus mijn vraag aan het college en de fracties: wordt het nu niet eens tijd om op een goede waardige manier in overleg met de Wolden deze samenwerking te beëindigen? Dat was op dit punt. Voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Ik zit even te zoeken van hoe we hier meningen kunnen destilleren, want het is een stelling met een onderbouwing van een casus. Ik bedoel: dat zal ik niet ontkennen. Het is een vraag met een toekomst die misschien met deze onderbouwing op een ander moment, maar niet de aanleiding van een jaarrekening zou kunnen gelden. En ik probeer ook even in de huid van, dat is altijd gevaarlijk, maar van de raadsleden te
kruipen om te denken van: ja, waar moeten ze nou precies op reageren. Moeten ze reageren op uw vraag van: is het tijd om aan de SWO een einde te maken? Dus ik zoek even naar: waar moeten we over discussiëren? De heer Sieders. De heer Sieders: Ja, even voor mij een verhelderende vraag hierover. Waar zijn we mee bezig? Met een jaarrekening 2021 en een verantwoording ervan? Of zijn we nu bezig met, nou, wat we volgens mij over een paar weken gaan doen over de nieuwe begrotingen? Want volgens mij is het niet een vraag die hier op dit moment thuishoort. De voorzitter: Dat was mijn portee van mijn verhaal ook van: wat wilt u nou direct vragen? Want als de vraag is: gaan we praten over de beëindiging van de SWO en alle consequenties daarvan? Dan zou ik willen zeggen: maak er een apart onderwerp van, maar niet naar aanleiding van deze jaarrekening. De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Voorzitter, ik heb het ook gezegd. Het komt voort uit wat ik uit de jaarrekening van 2021 haal. Met andere woorden, je kan ook het hele spul omdraaien. Als wij deze SWO eerder beëindigd hadden, dan zouden wij dus deze hele moeilijke materie die ik nou allemaal uit moet spitten uit allerlei soorten jaarrekeningen en begrotingen, dan zouden we het dus niet gehad hebben.
En dan zeg ik op mijn beurt: is het dit ons waard dat we zo moeilijk bezig zijn? De voorzitter: Ik kijk even rond of er behoefte is om, want ik zie ook mensen echt vragen van: ik krijg er geen vat op. En ik als voorzitter, dat geef ik eerlijk toe, het komt niet vaak voor, maar zoek ook even naar waar ik dan de discussie over moet beginnen. De Heer Kreuze. De heer Kreuze: Ja, voorzitter. De heer van Rijn knoopt twee dingen aan mekaar die niet per definitie bij mekaar horen. Want als de SWO niet SWO was maar gewoon onderdeel van de gemeente, dan hadden ze ook hun, zeg maar, investeringen moeten financieren. Een balans is altijd een evenwicht. Je hebt investeringen en daar staat financiering tegenover. In dit geval wordt er gefinancierd bij de gemeente Hoogeveen of bij de Wolden. En er wordt een netto-rente voor gerekend. Niet heel veel, maar goed. Uiteindelijk, zeg maar, is dat een beetje loten om oud-ijzer. Want ik denk dat zij hun grasmaaiers, busjes, weet ik wat allemaal, ook ergens gefinancierd moeten krijgen. Dus wat het CDA betreft hebben wij bij de SVO-begroting ook vragen gesteld van: kan het niet afgelost worden? Want er was liquiditeit over bij de SVO. Dat kon toen niet of wilden we niet met zijn allen. Dus dat is in die zin wat ons betreft achterhaald. En ik heb verder ook niet behoefte om nu te discussiëren over wel en niet doorgaan van de SWO.
De voorzitter: Ik zag de heer Van der Meer nog. De heer Van der Meer: Nee, daar sluit ik bij aan. Dat zou ook mijn een opmerking geweest zijn. De voorzitter: Ik zie geen andere reacties. Ja, ik stel voor dat. Ik weet niet of het nog een. Want het is ook een vraag, een opmerking, die ik ook van de kant van het college nog misschien een keer beantwoord zou kunnen zien. Maar het discussiepunt van: moeten we nu over de SWO in de toekomst praten hoort niet bij dit onderwerp. Dat is de conclusie die de raad trekt. Daar moet ik het even mee doen. Dan gaan we naar de subsidies. De heer Kreuze: Zeker, voorzitter. Zo heb ik dat al aangegeven in de eerste termijn. Om te weten wat de gemeente aan subsidies verstrekt. Daar moet je echt gewoon. Ik heb dat maar sprokkelen genoemd in de jaarrekening. Dit moet je hier weghalen en dat moet je daar weghalen. Echt overzicht, dan moet je dat zelf allemaal bij mekaar gaan schrijven om te zeggen: ik krijg een totaaloverzicht. Dus ik heb hier al eens eerder een punt van gemaakt. Dus mijn vraag nu aan het college is: zouden we voor de toekomstige jaarrekening, gelet op dat dit nog in deze jaarrekening zit, niet beter zijn dat we hier een paragraaf van in de jaarrekening en
in de begroting gaan opnemen? Het is natuurlijk wel een beetje vooruitblikken, maar het is wel naar aanleiding van deze, ja, regeling dat ik dat weer geconstateerd heb. Dat is de eerste vraag. En ook: wij weten niet precies altijd de hoe en de waarom en het doel van al dat subsidie verstrekken. Dus, ja. Ik mag het misschien niet zeggen, voorzitter, omdat het natuurlijk wel de toekomst is. Maar we zouden daar toch een kerntakendiscussie over willen. Dank u wel. De voorzitter: Ik wil in eerste instantie, want u stelt nu weer een vraag aan het college. En misschien kan dat verhelderd werken. Zodat we kijken. Daarna kijken we even of we het nog hier plenair moeten behandelen. De heer Reneman: Ja, voorzitter. Eerst iets over hoe het subsidie instrumentarium werkt in relatie tot de begroting. De raad stelt geld beschikbaar aan het college om doelstellingen te bereiken en vervolgens kan het college daarvoor subsidiemaatregelen inzetten of niet. Het is eigenlijk een instrumentarium dat ligt bij het college. Het college begrijpt de wens van de heer Van Rijn om met elkaar te praten over het subsidie instrumentarium an sich en hoe we dat inzetten. Heel goed. Wij hebben in het constituerend beraad hebben we ook een portefeuille subsidies gemaakt. Ik mag die portefeuille hebben.
En wij willen ook een nota subsidieverstrekking of een kadernota subsidieverstrekking aan de raad aanbieden om met elkaar te bespreken over welke voorwaarden we hebben. En daar zou ook een wens zoals die de heer van Rijn, niet alleen deze keer maar ook een aantal andere keren, heeft geuit om eens een keer goed een overzicht te hebben van subsidies, zodat de raad daar ook een oordeel over kan vellen. Waar we de subsidies aan verstrekken. Waarom we dat doen en op grond van welke regeling dat is en welke doelstelling dat is. Zou daar onderdeel van kunnen zijn. Ik weet nog niet of dat daar naartoe gaat, maar we moeten het ook met mekaar hebben over hoe we subsidie termijnen met elkaar vaststellen. We moeten het erover hebben welke last we bij burgers neerleggen als ze aan een subsidie willen voldoen. Kunnen we niet ook gewoon in sommige gevallen blind subsidies vertrekken. Ook dat soort zaken moeten we eens een keer met mekaar bespreken over hoe de raad daarin staat. Nou, dat is het voornemen dat we hebben. Ik durf daar nog geen termijnen aan te koppelen. Ik moet eerst ook nog eens even nagaan of er überhaupt een ambtenaar rondloopt die mij daarbij kan helpen. Dus dat duurt nog even. Maar ik denk dat we hier nog wel met mekaar over komen te spreken. De voorzitter: Ik denk dat dat wel weer breed ook hier inderdaad gedeeld wordt, want ik zag een aantal mensen knikken.
Is het dan voldoende dat daar in de toekomst over gesproken wordt? De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, dat is een blij verrast antwoord, voorzitter. Dat is eigenlijk ook het doel wat ik voor ogen had, ja. Dat wij gewoon beter inzicht hebben in de subsidieverstrekking en welk doel het dient, enzovoort. Dus ik heb gehoord dat dat in het werk komt. Nou, prima. Mooi. De voorzitter: Ik stel voor dat we dan. De heer Kreuze nog, sorry. De heer Keuze: Ja, dank u wel. Een kleine aanvulling. Wij steunen de SGP in hun wens om dat inzicht te krijgen. Fijn dat de wethouder daar een toezegging in doet. Maar hij doet ook een kleine disclaimer door te zeggen van: ja, als ik een ambtenaar kan vinden. Kijk, als het in een jaarrekening nog begrotingscyclus is, is het vrij hard. Dus ik zou wel graag van het college dan horen wat de planning laten we zeggen op maand niveau is, of op kwartaal niveau zou ik al helemaal blij mee zijn. De voorzitter: De heer Reneman. De heer Reneman: Daar kom ik op terug, schriftelijk. De voorzitter: Mag ik dan constateren dat op zich die toezegging die en de uitleg die de wethouder gegeven heeft niet meer hier plenair hoeft te worden behandeld tenzij iemand zegt: ik ben daarop tegen. Ik hoef dat
niet te hebben. Want dan zou het een debat kunnen zijn. Ik denk dat iedereen alleen maar beamend zal gaan knikken dat het een goeie oplossing is. Dus ik wil het daarbij, die constatering, laten. Dus dank voor de inbreng en het is duidelijk dat er een toezegging is gedaan om dat met uw raad te bespreken naar aanleiding van de opmerking van de heer Van Rijn. Dan ga ik naar het voorspellend vermogen van het CDA en Gemeente Belangen. Die hadden beide dat ingebracht. De heer Kreuze: Voorzitter. Ja, dank u wel. De wethouder ging daar ook al even op in, in het kader van: is het ons overkomen. Coronagelden werden genoemd. Nu Oekraïne baten. Dat is natuurlijk allemaal geld wat een doel heeft, wat geoormerkt is. Dus we zijn wel benieuwd hoe je daar dan heel veel kunt overhouden, maar dat zien we wel bij een volgende rapportage. Wat mij wel, zeg maar deed, fronsen van, ik schrik niet gauw, maar in ieder geval dat de wethouder zei dat wij structureel niet goed in evenwicht zijn. Dat is dan toch nog wel een, zeg maar. Nou, ja. Laten we het toch maar zo noemen. Een lelijke constatering. En dat brengt ons bij dat voorspellend vermogen. De wethouder zei: ja, wij kunnen ook niet helemaal inzien wat het Rijk in december in de circulaire zet. Nou, daar wil ik wel in meegaan. Maar er waren 22 posten op bladzijde 7 van de jaarrekening die het rare, zeg maar, de hick-up veroorzaakte.
Gelukkig een hick-up de goeie kant op. Maar die 22 posten, daarvan was drie miljoen van het gemeentefonds. Maar dan hebben we nog 21 andere posten over. En daar zit ook bij ruim acht ton hogere kosten jeugdhulp. Ja, dat zijn wel dingen waar we zo lang al aan het draaien zijn met het herontwerp en alles wat ervoor gebeurd is om dat te dempen. Ook omdat we onze jongeren niet in jeugdhulp willen hebben zitten. Dus dat roept wel vragen op van: nou ja, uiteindelijk, zeg maar, nog een stapje verder dan misschien voorspellend vermogen, maar ook wel grip op de zaak, zeg maar. En dan wou ik wel weten of mijn collega's daar ook wat aan willen doen. De voorzitter: Ik kijk nog even naar de toevoeging van de heer Sieders en dan ga ik eerst even naar de heer Reneman om daar even op te reageren. De heer Sieders. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, ik kan mij eigenlijk grotendeels aansluiten bij de woorden van de heer Kreuze, want ook wij lopen tegen het punt aan. Nou, zoals coronagelden, Oekraïnecrisis. Dat zijn gelden die we krijgen omdat daar een doel achter zit, dus dat zal dan uitgegeven moeten worden aan dat doel. Dus wat dat betreft zouden wij op onze eigen begroting natuurlijk geen rare standen moeten kunnen veroorzaken, zou je normaal denken. Maar ja, daar zullen we uitleg over krijgen. Nou, ja. Ik denk dat we even de wethouder moeten horen op dit punt eerst.
De voorzitter: Gaan we doen. De heer Reneman. De heer Reneman: Ja, voorzitter. Sta mij toe dan om iets meer uit te leggen over hoezeer het Rijk achter al die veranderingen die er zitten in de begroting zitten hoe dat dan werkt. Want coronagelden, dat heeft u gelijk in. Die krijgen wij binnen en daar hebben we een bepaalde bestemming voor. Daar kunnen we wat aan overhouden of niet. Maar dat is niet waar dit over gaat. Dit gaat erover dat de begroting van het Rijk met honderden miljarden is vergroot en wij gewoon trap opgaan. En dat betekent dat wij in allerlei parameters krijgen we ineens een enorme klap geld krijgen wij binnen. Niemand kon voorspellen dat het Rijk op deze manier zou reageren op een coronapandemie en op deze manier geld zou gaan uitgeven. En we gaan dan gewoon trap op. Ook de voorbeelden die nu aangehaald worden over de jeugdhulp bijvoorbeeld, daar zitten ook weer wettelijke en ministeriële en landelijke ontwikkelingen onder die we ook weer slecht kunnen voorspellen. Het maakt. Laten we in de jeugdzorg gewoon een voorbeeld geven. Op het moment dat er een eigen bijdrage ingevoerd kan worden, gaat het enorm veel betekenen voor de manier waarop wij daarmee omgaan. Wij kunnen niet voorspellen wanneer dat gaat gebeuren. Maar als die komt, en we krijgen daar van onze boven gestelde de ruimte voor, heeft dat meteen ook implicaties voor onze begroting.
Nou, dit en het op zoek gaan naar voorspelbaarheid. Ik begrijp dat heel goed. Ik denk alleen dat u toch nog samen met het college desnoods ook even moet verdiepen in waar die onvoorspelbaarheid en de manier waarop de rijksfinanciën zijn georganiseerd en het geld op ons afkomt. Waar die onvoorspelbaarheid vandaan komt.
Want te makkelijk wordt nu gedacht dat het ons niet overkomt. En voor een belangrijk belang deel is dat wel echt zo. En daar komt bij dat ik blijf erbij dat het streven naar voorspelbaarheid dat zou mooi zijn. Belangrijker is om je te wapenen tegen dit soort fluctuaties. Dat is, denk ik, toch de belangrijkere strategische inzet. Die is nog belangrijker dan te proberen om uit te rekenen hoe groot je pot ongeveer moet zijn om je tegen dit soort fluctuaties te wapenen. Dus dat is meer een strategische kant. Maar echt, het is meer buiten onze handen dan dat het op het eerste gezicht lijkt. De voorzitter: Misschien is het dan wel goed dat we even een ronde maken in de zin van dat uw raad even een reactie geeft op het feit van: zou het wenselijk zijn om die verdieping op onvoorspelbaarheid nog eens een keer wat dieper met elkaar te bespreken dan op basis van wat hier voorligt. Dus op het postenniveau, rijksmiddelen, et cetera. Om te kijken: zijn er wel mogelijkheden voor voorspelbaarheid of zijn ze er niet. Om die exercitie te doen. Dat is wat de wethouder zegt. De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, voorzitter. Ik had even een vraag aan het CDA, aan de heer Kruize. Want ja, voorspelbaarheid zou natuurlijk heel mooi zijn. Want ja, alles wat je van tevoren weet, daar kun je op anticiperen, enzovoort.
Maar heeft meneer Kreuze zelf ook een idee en zegt van: misschien als we het op die manier kunnen doen of op die manier, dan is er toch wel enigszins een voorspelbaarheid. Ook al kan je het nooit helemaal honderd procent. Ik zou daar graag wat willen horen, ja. Dank u wel. De voorzitter: Een vraag aan de heer Kreuze. Ja, voorzitter. Kijk, die 22 posten. Er zijn ook posten bij zoals gebouw gebonden kosten Tamboerpodium vallen lager uit of onderhoudskosten beheerlasten buurthuizen tweeënhalve ton lager. Dat zijn volgens mij wel posten die je, zeg maar, kunt zien aankomen. Dus ik zou dan wel graag, heel graag, een onderscheid maken van wat zien we aankomen en wat zien we niet aankomen. En dat dan ook meenemen in die tussentijdse rapportages. Want ik kan ook de toekomst niet voorspellen, anders zat ik wel bij een beursfonds, denk ik. Dus niet hier in de raad. Goed. Maar het is wel zo dat ik dan heel graag oproep om structureel incidenteel, zowel qua baten als qua lasten, in die gemeenteraad of misschien nog meer rapportages, maar goed dat hangt van de serieuze financiële ontwikkelingen af, maar in ieder geval in die gemeenteraad goed zichtbaar te maken. Want nu hebben we. Dat zie je ook in de technische vragen. Met dank aan de ambtelijke staf om daar nog eens in te duiken de afgelopen dagen en daar mij apart een paar keer over te bellen, ook in de avonduren.
Dat wordt erg gewaardeerd. Maar in ieder geval, dat ik merk daarbij, dat daar wel moeite bestaat om dat ook in de tussentijdse rapportage te houden. Dus tussentijdse rapportages moeten we ook structureel incidenteel goed uit elkaar trekken. Is dat voldoende antwoord voor de heer Van Rijn? Anders dan doen we nog. De heer Van Rijn: Nee, ik begrijp het goed. Alles staat of valt met alles goed op de rit hebben en geregistreerd en inzichten daarin. Dus ik ben het er helemaal mee eens. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even naar de anderen van de raad die daar nog op willen reageren. De heer Sieders nog. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. Evenals kleine aanvulling daarop, ook naar aanleiding van wat de wethouder heeft gezegd. Het gaat mij in die maten er ook om dat bijvoorbeeld negatieve maar ook positieve afwijkingen die nu niet te verklaren zijn op basis van veranderingen in juridisch oogpunt, dat we dat ook gewoon netjes wel kunnen voorspellen. Want uiteraard zullen er in de loop van een boekjaar zullen er veranderingen zijn op juridisch oogpunt. Eigen bijdrages, wat dan ook. Wat een impact heeft op onze eigen begroting. Maar zoals het stukje van de dorpshuizen. Dat zijn allemaal dingen wat geen verandering teweeg heeft gebracht en wat wij misschien hadden kunnen voorspellen. Het gaat mij om die punten vooral. De voorzitter: De heer Van Dijk.
De heer Van Dijk: Ja, dank voor het woord, voorzitter. Hoewel wij het geluid van de collega’s wel begrijpen, dat het een wat ongemakkelijk gevoel geeft dat er zo’n grote afwijking nog in december aan de raad wordt gepresenteerd, zien wij ook wel dat dit toch wel voor een niet onderschat deel wordt veroorzaakt door externe factoren. En voor de wat kleinere posten geldt dan ook altijd weer de afweging: meer control op de cijfers betekent ook meer personele inzet. Dan is wat ons betreft de balans zoals die nu is keurig in orde. De voorzitter: Andere reacties? Mevrouw Van der Oord. Mevrouw Van der Oord: Ja, ik schat dat wij het waarschijnlijk niet zo kunnen verwoorden als de heer Van Dijk zojuist gedaan heeft, maar ik kan mij daar wel in vinden. Ik vraag me ook af of er daadwerkelijk hier een discussie over moet gaan plaatsvinden, want dat was uw vraag. Of dat dan niet de auditcommissie daarvoor het aangewezen gremium is om die discussie te voeren. Want laten we wel zijn. Wij zijn hier met zijn allen in de raad niet allemaal zo financieel onderlegd. Daarom zitten enkele van ons ook zeer zeker niet in de auditcommissie. Dus het lijkt mij dat dit onderwerp op een ander moment zou moeten worden aangekaart. De voorzitter: Oké, dank u wel. Zijn er andere reacties? Ja, de heer Kleine. Sorry. Nee, de heer Kleine wijst naar de heer Kreuze. Ja, dank u wel. U zit net even uit mijn blikveld.
Dank u wel. De heer Kreuze. De heer Kreuze: Bedankt. Fijn dat de heer Kleine het nog een beetje in de gaten houdt dat ik aan het woord kom. Nee, ik wou even steun betuigen met de heer Sieders. Want ik noemde net structureel incidenteel. Het is denk ik ook heel goed om onderscheid te maken tussen beïnvloedbaar en niet beïnvloedbaar. Ik vind twaalf miljoen in balans met de personele bezetting. Ik zou niet graag mijn klanten zulke grote afwijkingen toewensen. Maar, goed. Nogmaals, dan is ook niet beïnvloedbaar interessant om mee te nemen in die tussentijdse rapportages en die tijdig te doen zodat je ook tijdig bijstuurt, want dan zitten we denk ik op een goede koers. De voorzitter: Het voorstel van mevrouw Van der Oord zou ik aan u willen voorleggen. Om inderdaad, en dat sluit een beetje aan ook bij het verhaal van de heer Reneman net als collegelid. Om deze exercitie wel te doen en dan inderdaad met elkaar te verkennen van: waar zit nou de beïnvloedbaarheid of niet erin. En wat is bij ons en wat ligt bij externe, om dat eens een keer scherp te doen. Maar dat via de auditcommissie dan zijn vorm te laten krijgen. De heer Reneman. De heer Reneman: Ja, ik wil daar wel een poging toe wagen. Maar ik roep ook op tot echt voorzichtigheid. Kijk, laten we beheer en onderhoud van ons eigen gemeentelijk vastgoed nemen.
En de voorspelbaarheid van de begroting die wij nodig hebben voor het beheer en onderhoud van het gemeentelijk vastgoed. Nou, je zou toch zeggen: als je iets moet kunnen voorspellen is dat het. Wij doen elke vier jaar doen we een inspectie op ons gemeentelijk vastgoed. En wat is er nodig voor dat beheer en onderhoud om het beheer en onderhoud en dat je geen kapitaalvernietiging hebt. Nou, een vrij eenvoudige vraag. Nou, de afgelopen jaren is die inspectie is geschrapt in het kader van de bezuiniging die we gehad hebben. Dus nu is voor het eerst ligt er een inspectie weer op tafel. Die inspectie die wijst uit dat de begroting voor B&O-vastgoed omhoog zou moeten als je gewoon rechtstreeks de inspectie volgt. Vervolgens heeft het college gevraagd aan onze ambtenaren: ga nou eens na van welke investeringen zouden wij kunnen doen om toch de B&O-kosten naar beneden te brengen. Ik weet echt nog niet. Ik weet op dit moment oprecht nog niet wat daaruit gaat komen voor de begroting van 2023. Ik weet het niet. En dat is een vier jarige prognose van het gemeentelijk vastgoed. Dat moeten ze eerst doen. En het zou best eens zo kunnen zijn dat dat in de marge zit van acht ton erbij of twee ton erbij. Dat is een beetje. Dat zou het kunnen zijn.
Dus ik vind het prima om al die begrotingsposten met de raad door te nemen om te laten zien van hoe moeilijk voorspelbaar het is of hoe riskant dat is, enzovoorts. Ik vind dat prima. Maar dat is wel ontzettend veel werk. En nogmaals, waarom? Want de hoofdlijn blijft: zorg ervoor dat we goed gesteld staan voor fluctuaties die we niet goed kunnen overzien. Dat blijft de hoofdlijn. En ik vind het prima om het te doen, want ik merk dat er een zekere informatiebehoefte is op dat terrein. Nou, die, vind ik,
moet ik accommoderen vanuit het college. Dus als we dat via de auditcommissie doen, dan zal ik dat ook opgaan. Maar ik vind ook, en daar wil ik op wijzen, dat het beslag dat dat legt op ons als organisatie, om dat per post te doen en dat heel verrijkend te doen, ook heel erg groot zal zijn. Dus ik vind dat toch. Die balans moeten we wel gaan zoeken dan met elkaar. De voorzitter: De heer Kreuze. De heer Kreuze: Voorzitter. Ja, ik hoor heel goed wat de wethouder zegt. Dat stelt mij ook gerust. En pagina zeven geeft ook aan dat wij qua vermogen, zeg maar, groeien 2026 naar 53 miljoen. Ik wil het college dan wel heel graag, en misschien ook aan de collega’s van de raad, meegeven dat we wel moeten zeggen van: wat is dan genoeg? Wat is dan in relatie tot ons risicoprofiel het gewenste eigen vermogen, algemene reserve, weerstandsvermogen? Want we draaien wel aan knoppen. We verhogen lasten, om eens wat te noemen. Terwijl we misschien al wel genoeg hebben. Dus dat is wel een oproep die ik dan bij deze ook doe. En die zullen we zeker over een weekje herhalen. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, ik sluit wel aan bij de opmerking die mevrouw Van der Oord maakt in de zin van: is dit nou niet een onderwerp voor de auditcommissie.
Maar dan ook wel met de toevoeging dat het wat mij betreft niet nodig is om post voor post toegelicht te krijgen, maar meer een algemene duiding van beïnvloedbaar of minder beïnvloedbaar of niet beïnvloedbaar. Dat zou mij in ieder geval helpen. Maar dat hoeft echt niet op het detailniveau zoals geschetst. De voorzitter: De heer Klok. De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter. Ook dat lijkt mij iets voor de auditcommissie om dat te bepalen. Dank u wel. De voorzitter: De heer Reneman. De heer Reneman: Ik ben het met de laatste opmerking van het CDA helemaal eens. Wij moeten natuurlijk met de ontwikkeling die nu in de begroting zit en de algemene reserves die we aan het opbouwen zijn een uitspraak gaan doen van: wanneer zijn we eigenlijk klaar met het opbouwen van de pot. En dat daarbij ook hoort dat we een goed risicomanagement gaan hebben. Dat is ook echt zo. Dat heb ik ook al bij de vorige termijn heb ik dat ook al gezegd. Dat vind ik zelf ook. En dat is de weg om te gaan. Dan weten we hoeveel we moeten hebben. En als we daar allemaal een goed gevoel bij hebben, dan zijn we er ook klaar mee. Dat is ook wat het is. Maar de weg daar naartoe is via de risico’s en die goed geïnventariseerd te hebben. Maar ook, en daar blijf ik bij, nu in ogenschouw nemen: wat omhoog kan gaan met dit soort fluctuaties, kan ook weer naar beneden gaan met dit soort fluctuaties.
En daar zit een groot risico. De voorzitter: Ja, de heer Sieders. De heer Sieders: Ik wil nog even een opmerking maken. De meeste die zeggen: dat is aan de auditcommissie. De auditcommissie kan een voorstel doen aan de raad. De auditcommissie bepaald niet. Dat wil ik even meegeven. De voorzitter: Nee, maar dat zou wel goed zijn. Het zijn wel de deskundigen, zeg maar, die daar bij elkaar zitten. Die dan kunnen bepalen of het wel of niet zinvol is om de hele raad daarbij te betrekken. Met de algemene oproep om vooral niet de hele begroting bij de kop te pakken en post voor post te analyseren, maar het op hoofdlijn te doen. Dan denk ik dat we de afspraak hebben dat we het via de auditcommissie dan de
discussie daarover voeren dan wel begeleiden. Want dat zou ook nog even een vraag zijn. Wanneer doe je het wel en wanneer doe je het niet. Is dit voldoende? De heer Kreuze. De heer Kreuze: Voorzitter, ik wil toch nog een principieel punt daarvan maken. Want de auditcommissie is een besloten vergadering en wij hebben hier een publiek verantwoordingsdag. Dus ik wil wel de collega’s oproepen om niet alles naar de auditcommissie te schuiven. Er wordt publiek verantwoording gedaan. Ik heb de wethouder goede dingen horen zeggen. Daar is het CDA heel blij mee. Dus laten we vooral op die voet ook verder gaan. En de auditcommissie doet haar ding. De voorzitter: Het was een suggestie die hier gedaan werd, maar het kan natuurlijk altijd in een wat andere bijeenkomst die dan met de hele raad gehouden wordt, dan wel met de specialisten, als daar behoefte, aan is in de openbaarheid. De heer Reneman, afsluitend. De heer Reneman: Mag ik dan een voorstel doen? Als het niet via de auditcommissie kan, is het dan een idee dat wij vanuit het college, dat ik in het bijzonder, de financiële woordvoerders een keer bij elkaar roep om deze kwestie te bespreken. Dat we ook de ins en outs van de wens die er is om de informatie te hebben ook door onze ambtenaren een keer kunnen laten belichten. En dat we ook eens kunnen kijken hoever we kunnen komen.
Dan houden we het bij de raad door een informele bijeenkomst en daar komt vanzelf wel iets uit. Dat wil ik best op mij nemen. Als dat de manier is om het op te lossen, dan doe ik dat graag. De voorzitter: Ik hoor geen boegeroep of anderszins. Dus ik ga ervan uit dat die suggestie wordt overgenomen. En dat sluit dit punt van de bespreking af. En dan gaan we nog naar de indicatoren. De heer Kreuze. De heer Kreuze: Ja, voorzitter. Dank u wel. Wij hebben sinds 29 december 2018 een regeling verplichte beleidsindicatoren. Dat zijn er 39. Voor zover mijn tellen goed lukt hebben we ze niet allemaal in het document zitten. Er zitten er ook een paar in de SWO-jaarrekening. Bedankt college dat ik daar nog even op gewezen werd, want dat is dus inderdaad altijd het geval. Het is verdeeld over twee jaarrekeningen. Maar er zijn er ook een paar niet opgenomen. Dat vind ik wel erg jammer. Waarbij cijfers afwezig zijn. Ik noem verkeersongevallen, klanttevredenheid en klachten. Ik zou toch echt willen oproepen, en ik hoop dat de rest van de raad het met mij eens is, dat dat ook opgenomen wordt. Want het zijn op zich geen lelijke dingen. Het tweede waartoe ik oproep is dat die beleidsindicatoren niet een appendix, een wormvormig aanhangsel, van die paragrafen zijn, maar dat het onderdeel wordt van de beleidsevaluatie. Namelijk: waarom staan wij waar wij staan. En wat daarmee gebeurt.
Dat zijn mijn twee oproepen in dit kader. Ik hoop dat de collega’s dat kunnen ondersteunen. De voorzitter: Ik kijk wie daarop wil reageren. Ja, de heer Kramer. De heer Kramer: Ja, vanuit de VVD kunnen wij gewoon aansluiten met de woorden van het CDA, de heer Kreuze. De voorzitter: De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, voorzitter. Ook wij willen dat graag ondersteunen, want dat is wel een goed punt. De voorzitter: De heer Sieders. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. Ook wij ondersteunen deze punten wel. We willen ook nog aandacht vragen voor wat wij als raad zijnde ook als belangrijke indicatoren zelf vinden daarnaast. De voorzitter: De heer Kleine.
De heer Kleine: Ook steunen. De voorzitter: De heer Van der Meer ook? Ja. Andere nog? Niet. Constateer ik dat de oproep van de heer Kreuze door de raad wordt ondersteund. En dat er ook gevraagd wordt om niet alleen, zeg maar. Nee, dat er gevraagd wordt om de voorbeelden die de heer Kreuze noemde, om die beleidsindicatoren in ieder geval in te vullen. En bij de beleidsvoorstellen die gehouden worden deze indicatoren ook te betrekken. Ja? Dan sluit ik dat ook af en ga ik over naar de afwijkingen van, dan noemen we het maar even het onderzoek, de monitor brede welvaart. De heer Kreuze. De heer Kreuze: Ja, voorzitter. Dank u wel. Ja, wij hebben al eerder dat opgeroepen. De raad was ook unaniem enthousiast over die brede welvaart monitor. Je ziet het in het bedrijfsleven. Je ziet het in de regiodeal. Afgelopen vrijdag was inderdaad, zeg maar, een sprekend voorbeeld met de beide dames. De drie dames moet ik zeggen. Die daar een presentatie over gaven. Dank ook college voor de reactie. Ja, weetje. Als je dan die indicatoren doorbladerd, en ik raad u aan om dat eens te doen, want het is wel interessant om te zien waar je dan staat als Hoogeveen. Dat geldt ook voor de financiële benchmark van BDO waar we 43ste van de 56 middelgrote gemeenten staan. Ook niet geweldig.
Maar hier werd ik toch echt getroffen door het feit dat personen met één of meer langdurige ziekten of aandoeningen, dat scoort 40,8 procent. Daarmee staan wij in de laatste vijf van Nederland, zeg maar. En terecht zegt wethouder Tuit van: dat zit in de sociale structuur. Dus ik ben ook heel blij dat dit college met jong Hoogeveen verdergaat. We proberen iets aan die sociale structuur te doen. Maar ik zou, en daar vraag ik de collega’s steun voor, het college willen oproepen om dit punt nu eens echt te adresseren en te zeggen: waar komt het nu van? Wat voor ziektes? Waar zit het? Welke regio’s van onze stad is het? Dus ik zou echt nog wel een verdieping daarop willen hebben om te zien van: waar komt dat nu van? Zit het in het grondwater? Of waardoor hebben wij in Hoogeveen zoveel, zeg maar, personen met één of meer langdurige ziekten of aandoeningen? De voorzitter: Een oproep aan de raad om dit te ondersteunen. Ik kijk even voor reacties. Het is oorverdovend stil. Moet ik concluderen dat u dit ondersteunt daarmee? Ja, het wordt ondersteunt. De heer Van Rijn. U ondersteunt het niet? De heer Van Rijn: Nou, voorzitter. Dit ondersteunen wij, want dit is echt een zorgpunt. Maar om daar nou echt achter te komen. Ja, dan zou je haast gesprekken met huisartsen en, weet ik veel, met mensen van de zorg moeten spreken. Het laat onverlet dat we er wel wat aan doen moeten.
Dat we wel proberen moeten om erachter te komen. Om daar in ieder geval een beetje tegengas aan te kunnen geven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het was nog een keer een extra onderstreping van het feit dat de raad, zeg maar, hier breder en dieper op wil ingaan. Ik kijk ook even naar het college of daar behoefte is om op te reageren. De heer Reneman. De heer Reneman: Ja, voorzitter. Wij mogen niet alles naar de auditcommissie sturen, maar de fractievoorzitters hebben aan de auditcommissie gevraagd om Hoogeveen in control nog een keer tegen het licht te houden. Ik denk dat het heel goed is om de discussie die er is over beleidsindicatoren en de manier waarop we daarmee willen omgaan, maar ook: wat haal je op uit een brede welvaart monitor, om daar in procesmatige zin echt afspraken over te maken met de gemeenteraad. Mij staat voor om bijvoorbeeld met de gemeenteraad af te spreken, bijvoorbeeld een indicator die de heer Kreuze nu naar boven haalt, om dan een beleidsterrein te vinden waarin die indicator een belangrijke rol speelt. En welk beleidsterrein dat dan precies is, dat weet ik nu even één, twee, drie niet. Maar dan kan je ook mensen en middelen vrijmaken om nader onderzoek te doen naar bepaalde dingen die opvallen binnen die brede welvaart monitor.