Transcript gemeenteraad 5 juli 2022
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE HOOGEVEEN d.d. 5 juli 2022
1.
Opening vergadering en gespreksronde De voorzitter: Dames en heren, het is half acht. Ik open deze vergadering van uw raad. Ik heet u natuurlijk allen hartelijk welkom. Ook de mensen die luisteren en ook kijken via de stream en via de omroep radio Hoogeveen, lokale omroep Hoogeveen. Ook van harte welkom bij deze bijeenkomst, die in het teken staat van de jaarrekening 2021. Het is de zogenaamde verantwoordingsavond. Vroeger was het een verantwoordingsdag, maar het is nu een verantwoordingsavond geworden. Zoals u van ons gewend bent: voordat we beginnen even een moment van stilte. Dank u wel. Er zijn een aantal mensen niet aanwezig, maar dat is op zich. We hoeven dat niet vast te leggen, omdat het geen besluitvormend deel is vanavond. Het staat ook als een gesprek tussen de raad en het college over de jaarrekening. a.
Spreekrecht
De voorzitter: Dan meld ik dat er niemand zich gemeld heeft voor het spreekrecht zoals het op de agenda staat. b.
1e termijn gesprek raad en college resultaten begroting 2021
De voorzitter: En gaan we meteen door naar agendapunt 1.2. De eerste termijn van het gesprek over de resultaten van de begroting 2021. We hebben met de fractievoorzitters, en dat is hopelijk ook allemaal netjes aan u doorgegeven, nog een mail van de griffie daarover gehad. Dat wij vanavond in een eerste ronde, die zullen we zo beginnen, dat de fracties het woord krijgen. In ieder geval in de gelegenheid zijn om het woord te voeren. We hebben daarvoor afgesproken drie tot vijf minuten, waarin men ook aangeeft welke bespreekpunten men in de tweede termijn nog op tafel wil leggen. En ook als er nog politiek bestuurlijke vragen zijn ook deze in die ronde te stellen. En als dat achter de rug is, zullen we ook de reactie van het college daarop geven. En vervolgens zullen we een korte pauze hebben. En dan gaan we aan de tweede ronde beginnen met de bespreekpunten die dan nog zijn aangegeven, die overblijven om dan ter behandeling voorgelegd te krijgen. Dat zullen we dan op dat moment ook doen. Vooraf nog even. Ik vraag u ook heel nadrukkelijk u te focussen op het feit dat we hier over de jaarrekening 2021 spreken. Het is altijd de neiging om dan altijd te zeggen: hoe zit het dan nu en hoe gaat het volgend jaar? Maar die gelegenheid heeft u op 14 juli natuurlijk nog ruim als we het over de kadernota en de vooruitblik naar de begroting van volgend jaar kijken.
Dus dat is vanavond dan nog niet aan de orde. Dus ik vraag u ook heel scherp daar ook in uw verhaal op te letten. Dat het vooral over de verantwoording over dat jaar gaat en daarop te focussen. Dan is aan de orde de eerste termijn. En ik kijk. We hebben geen indeling gemaakt van fracties. Maar wie wil de aftrap doen? En dan zie ik de heer Van Dijk van de ChristenUnie. Krijgt hij het eerste het woord De heer Van Dijk: Goed. Dank voor het woord, voorzitter. Allereerst wil de ChristenUnie dank uitspreken naar het college en de ambtelijke organisatie voor het werk dat is verricht voor deze verantwoording, het jaarrekeningtraject en de beantwoording van onze vragen. En dat is behoorlijk wat werk. Dus daarvoor dank. Vandaag weiden we een volledige raadsvergadering aan het terugkijken op een jaar dat achter ons ligt, 2021. Zo geven we invulling aan onze controlerende rol als raad. En het helpt om ons, het helpt ons om het functioneren van de gemeente beter te begrijpen. Tegelijkertijd moeten we ook vaststellen dat gebeurtenissen uit het verleden geen garantie voor de toekomst bieden. In financieel opzicht was 2021 een
goed jaar. We hebben fors meer kunnen sparen dan begroot en het diepste punt van de gemeentelijke reserves lijkt achter ons te liggen. Het pad van pessimistisch realistisch begroten begint vruchten af te werpen. En we krijgen ook weer wat vet op de botten. En dat is hard nodig om in de toekomst verwachte, maar juist ook onverwachte schokken op te kunnen vangen. De ChristenUnie is dan ook blij met deze ontwikkeling. Alleen een financieel gezonde gemeente kan wat ons betreft een betrouwbare partner voor haar inwoners zijn. Vanuit financieel perspectief willen we ook de aandacht richten op de investeringen. We blijken telkens niet in staat om de geplande investeringen ook daadwerkelijk uit te geven. Tegelijkertijd, als voorbeeld noem ik hem hier maar, valt de investering in de Toldijk 1,2 miljoen lager uit dan begroot na een begrotingswijziging. Dit is mogelijk ten koste gegaan van andere investeringsruimte. En mijn vraag aan het college is dan ook: in hoeverre ziet u aanleiding om het investeringsbeleid aan te passen? Dan het sociaal domein, wat niet het allermooiste woord is om dit werk aan te duiden. Onze samenleving wordt gevormd door onderlinge verbanden. De gemeente heeft als taak om deze gemeenschappen te faciliteren en te ondersteunen.
Dat betekent concreet: als je ruimte wil geven aan mantelzorg, dan doe je er goed aan om de ruimte voor gezinnen, families en vriendengroepen te vergroten. Wie sociale cohesie wil versterken kijkt naar buurten en verenigingen. Maar als je buren gaat benaderen voor aankleedt hulp, kun je voor teleurstellingen komen te staan. De gemeente heeft daarom de schone taak om de kracht van de samenleving op te zoeken, maar hierin tegelijkertijd ook haar grenzen te onderkennen. We weten inmiddels dat de kosten en baten binnen het sociaal domein in evenwicht zijn. En we weten ook dat de grens qua bezuinigingen inmiddels is bereikt. Niet voor niets zijn de resterende miljoenentaakstellingen op het sociaal domein in de kaderbrief 2023 geschrapt. Tot onze teleurstelling wil ik. Excuus, tot onze geruststelling wil ik dat blijven benadrukken. Ja. We gebruiken wel de juiste woorden. Tot onze geruststelling. Na een periode van inkrimpen willen we als ChristenUnie ook weer hoopvol naar ons sociaal domein gaan kijken. Er gaan een hoop dingen goed en tegelijkertijd blijft er ook ruimte voor verbetering en verdieping. In het bijzonder wil ik de aanpak van eenzaamheid noemen. Een naar en eigentijds verschijnsel dat door de coronacrisis nog groter is geworden. Door de motie van de ChristenUnie neemt de gemeente Hoogeveen deel aan een landelijk actieprogramma, één tegen eenzaamheid.
Laten we daarmee ook vooral niet alleen kijken naar ouderen, maar juist ook naar jongeren die last hebben van eenzaamheid. Tenslotte. Het college geeft aan dat het lastig is om maatschappelijke effecten van allerlei beleidskeuzes van de gemeente weer te geven in een document als het jaarverslag. Daar hebben we begrip voor. Immers, niet alles is meetbaar. Toch willen we niet stilzitten op dit punt. We zijn dan ook blij dat het gebruiken van de indicatoren voor brede welvaart in de tweede helft van het jaar weer opgepakt kan worden met de raad. We moeten onszelf de vraag blijven stellen of we de juiste dingen doen en of deze het gewenste effect hebben. Niet alleen bij terugkijken, maar juist ook in alle bescheidenheid bij het naar de toekomst. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk wie als volgende. De heer van Rijn, SGP. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Bij de jaarrekening 2020 was de SGP matig positief. Maar nu bij 2021 draaien we die woorden om. Ze zijn positief, maar toch wel een beetje matig. Dus dat is denk ik alweer een beetje een stapje vooruit. De cijfers een beetje overziend. Het is gewoon goed. Goed verlopen. We zitten ook in de goeie richting. De schuldquote zit ver onder de maximum. De solvabiliteit kruipt dan weer de goede richting op. Het weerstandsvermogen is gewoon dik in orde.
Dus als je dat gewoon ziet zeg je: oké, dat gaat wel de goeie richting op. Er blijven toch wel altijd nog wel zorgen, punten. Er is net ook al aangehaald op het sociaal domein. Gelukkig, het gaat daar de goeie kant op. We hebben gezien hoe de tekorten vanwege, zeg maar, het herontwerp van het sociale domein. Hoe dat, zeg maar, dus nu weer in de financiën verrekend is. Ja, dat is een zure pil. Maar het is niet anders zoals het is. Dus. Maar ondanks dat ziet het lange termijnperspectief er denk ik wel gunstig uit. We willen dan ook het college bedanken voor het werk. Het is
jammer dat de twee wethouders er niet bij zijn, die de vorige keer er wel bij zaten en die daar toch ook echt veel werk aan. Met deze of van deze kant ook die twee wethouders dank voor hun inzet natuurlijk. Maar ook en vooral, dat wil ik nog wel even zeggen. Dat zijn natuurlijk de ambtelijke organisatie, die ondanks onderbezetting dit toch wel, ja, pittige werk toch wel het voor mekaar hebben gekregen. En ja, en het resultaat dat ligt nu vanavond voor. En dan gaat het college gaat daar verantwoording over afleggen, voor zover als dat mogelijk is natuurlijk. Voorzitter, wij hadden twee punten om straks te bespreken. Het eerste punt, dat hadden wij ook al aangegeven, gaat over de SWO. Ik wil even een klein cijfermatig feitenrelaas vanaf het begin tot 2021 weergeven. En aan de hand daarvan wil ik een vraag stellen aan het college en aan de andere fracties. Ons tweede punt, dat gaat over. In deze jaarrekening was het ook weer sprokkelen om te ontdekken hoeveel subsidies nou de gemeente Hoogeveen overal aan uitgaf. Daar heb ik de vorige keer ook al een punt van gemaakt. Dus ik wou graag ook straks in de bespreking de subsidies aan de orde brengen. En dan met name van: hoe is dat de afgelopen jaren gegaan? En wat kunnen we daaraan doen? Ja, we gaan dus ook niet vooruitkijken. Maar wat kunnen we de volgende keer beter doen? Laat ik het zo maar even noemen.
Dan heb ik nog één vraag aan het college. Wij konden nog niet ontdekken in deze jaarrekening hoe ver als wij opgeschoten zijn om het hoge voorzieningenniveau van de gemeente Hoogeveen terug te dringen. Ik zou daar graag wel een duidelijk antwoord op hebben. De vorige keer was het vijftigduizend euro ofzo. Op de hele begroting is dat eigenlijk niet zo heel veel. Maar we zouden nu toch graag. Of misschien dat het college: nou, dat is nu niet helemaal gelukt. Maar let op: het staat eraan te komen. Dank u wel, voorzitter. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kleine, Forum voor Democratie. De heer Kleine: Ja. We zitten hier om het jaarwerk van 2021 te bespreken. Nou, toen was Forum natuurlijk nog niet in de raad. Gezien het aantal bladzijden van zo'n rapport denk ik wel dat het voor de ambtenaren een hele klus is geweest om überhaupt tot zoveel data te komen en ook in samenspraak met Deloitte tot een rapportage te maken. Dus allereerst ook daar wel respect voor, eerlijk gezegd. Ja, de eerste opmerking eigenlijk die we hadden. Die sluit ook een beetje aan bij de opmerking die we ook hadden over het SWOjaarrekening. Dat er nu wordt gesproken over een positief resultaat van twaalf miljoen. Maar dat is ook weer ten opzichte van de gewijzigde begroting gedurende 2021. En als we dan sec kijken. Ik bedoel dat is gewoon een manier waarschijnlijk om de jaarrekening te presenteren.
Alleen wat je dan in mijn beleving een beetje ziet is dat je spreekt dan over een positief resultaat, terwijl hier toch gewoon 180 miljoen euro aan lasten op de samenleving drukt. En die lasten worden dan. Tenminste, voor zover we dat ook konden zien hoor, want we zijn echt niet in detail. En het was voor ons onmogelijk om tot in detail te analyseren waar het dan in zit enzovoorts. Maar op topniveau zagen we 125 miljoen euro bijdragen van het Rijk en een verhoging van 25% van de WOZ. En als we dan ervan uit mogen gaan dat dit twaalf miljoen resultaat is vroegen we ons dan af waarom dan toch die verhoging van de WOZ. Of de OZB moet ik geloof ik zeggen. Waarom die dan toch nodig was geacht in 2021. Ja, en verder kun je het hebben, denk ik, over politieke keuzes. Waar je wel of niet je geld aan uit zou willen geven. Maar volgens mij is dat meer voor een ander debat op een ander moment. Dus dat was eigenlijk specifiek even de vraag voor het college. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even. De heer Kramer van de VVD. De heer Kramer: Ja. Dank u, voorzitter. Vandaag ligt het huidige nieuwe college verantwoording af over het beleid in 2021. Een beleid uitgevoerd door het zakencollege, waarin te zien is dat er actie is genomen op het financiële wanbeleid van de jaren daarvoor. Een duidelijk beleid dat strak blijft zitten op de budgetten.
En vanuit de VVD verdient dat een groot compliment. Verantwoording volgt uit meerdere verantwoordelijkheden die wij hier in deze zaal dragen. Wij als fractie, als raad, maar ook het college draagt een belangrijke
verantwoordelijkheid. En met een veelheid aan fracties zien we ook een verscheidenheid aan meningen over de vraag: wanneer is iets goed gegaan en wat mag iets kosten en waar onze prioriteiten moeten liggen. De jaarrekening sluit af met een positief resultaat van 12,1 miljoen. Dat klinkt als muziek in de oren, maar toch willen we vanuit de VVD hier een winstwaarschuwing op geven. We zien in deze jaarrekening veel meevallers en in mindere mate tegenvallers. Hetzelfde geldt natuurlijk voor de incidentele gelden, waardoor we op een positief saldo uitkomen. Als we de meevallers weglaten, zijn wij dan als gemeente nog steeds op de goede weg ingeslagen? De incidentele gelden zorgen er niet voor dat we als gemeente een structurele sluitende begroting krijgen. Voorzitter, al jaren zijn we als VVD kritisch op de kostenontwikkeling binnen SWO en 2021 was financieel gezien een gunstig jaar. De VVD vraagt zich echter wel af of dit ook zo was geweest als de formatie in orde was. Als de formatie namelijk in orde was geweest, hadden we ook dit jaar weer een explosieve stijging van de kosten gehad. Vanuit de VVD zijn wij benieuwd wat de wijzigingen van de governance Hoogeveen heeft opgeleverd en wat het ons eventueel nog meer gaat opleveren. Wellicht dat de wethouder hier al een kleine toelichting op wil geven.
Toch willen we bij deze wel de complimenten uitdelen aan ons ambtelijk apparaat voor het harde werken wat zij in de afgelopen jaren hebben gedaan. Positief is de VVD over de ontwikkeling aangaande het aantrekken van bedrijven. Hoogveen leeft. En meer en meer komen er uitbreidingen van lokale bedrijven als nieuwe nationale en internationale bedrijven naar onze mooie gemeente. Dit biedt perspectief voor de werkgelegenheid en dus indirect kansen om het vlies op sociaal domein terug te dringen. Werk en opleiding zijn de beste remedie tegen armoede en schulden. Werk moet lonen en dat kan op verschillende manieren. Je moet niet op inkomen achteruitgaan als je van uitkering naar betaald werk gaat. Maar het belangrijkste, voorzitter, is dat je meedoet en meetelt via werk. Kijkend naar de grondexploitatie zijn wij als VVD wel benieuwd wat de vooruitzichten zijn op de verkoop van de overige beschikbare kavels en wat hiervan de gevolgen zijn voor de ontwikkeling. Vanuit de VVD zijn we hier positief over gestemd en zien dit ook zeker met vertrouwen tegemoet. We zijn er nog niet als gemeente en kijkend naar de toekomst liggen er nog grote uitdagingen in het verschiet. Ook de komende jaren staat in het teken van een beleidsarme begroting met daarin de juiste keuzes. Vanuit de VVD willen we graag zien dat er meer grip komt op de baten en lasten. Er moet meer binnenkomen dan er uitgaat.
Hoogeveen heeft een sterk gezamenlijk bestuur nodig, waarin de gemeenteraad een belangrijke rol heeft. Samenwerken is hier één van en vanuit de VVD gaan we hier graag mee aan de slag. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. Allereerst dank voor alle toelichtingen en antwoorden die al gegeven zijn in de technische vragenronde of tijdens de informatiebijeenkomsten. Dit heeft geholpen om een beetje gevoel te krijgen bij en de inhoud te doorzien van de zeer lijvige documentatie van de jaarrekening 2021. Eerlijk gezegd was het als nieuwkomer ondanks dat nog een hele kluif. Dat laatste is ook deels de verklaring voor de vele vragen die we hebben gesteld. Het is goed te constateren dat dit jaar 2021 financieel gezien met een positief resultaat eindigt. Tegelijkertijd is het wat GroenLinks betreft duidelijk dat je op basis van dit resultaat niet de vlag in top hijst, maar ook de komende jaren financieel gezien nog best kritisch mag zijn en voorzichtigheid geboden is. Zeker als de huidige voordelen zoals vermeld in de aanbiedingsbrief incidenteel zijn en niet meewerken aan een structureel sluitende begroting voor de toekomst. Op een aantal zaken zou ik nog iets willen inzoomen. In de eerste plaats is dat het accountantsrapport.
Naast de genoemde verbeteringen zijn er ook een aantal verbeterpunten geadviseerd. We zijn blij met de snelle reactie van het college en de toezeggingen in de reactiebrief. Ook wat ons betreft twee belangrijke aanbevelingen. In de eerste plaats is dat de spin in het web en in de tweede plaats is dat het proces van de jaarrekening dat op een later moment zou moeten beginnen. Een vraag die daar nog wel bij leeft is of de spin in het web niet eerder geworven kan worden en echt afhankelijk is van de werving van een hoofd financiële dienst. En de tweede vraag, en dat is meer een verduidelijkingsvraag, is of het controle en audit team wat nu verantwoordelijk is
voor de jaarrekening onderdeel is van diezelfde financiële diensten of dat dat een onafhankelijke dienst binnen de gemeente is en een onafhankelijke controlefunctie heeft. In de tweede plaats is dit de SWO. Er is al iets gezegd over de financiële situatie. En de situatie wat ons betreft, daar waar het gaat om het verloop van vacatures en daaruit ontstane werkdruk zijn net zo zorgelijk. Dit ook in samenhang met de door de accountant genoemde disbalans tussen de ambitie en capaciteit. We hopen dan ook van harte dat er snel goede en structurele invulling van de vacatures kan plaatsvinden en achterstanden die noodgedwongen zijn ontstaan kunnen worden ingelopen. Wat dat betreft, en dan sluit ik aan bij wat andere partijen ook al gezegd hebben, een extra compliment voor de medewerkers die met heel veel inspanning gezorgd hebben dat de continuïteit zoveel mogelijk is gegarandeerd. In de derde plaats betreft het de situatie rondom de GKB. Tijdens de behandeling van de jaarrekeningen van de GR’en hebben we hier al uitvoerig over gesproken met elkaar, maar ik wil hier toch graag blijvende aandacht voor vragen. Omdat wat ons betreft die situatie niet alleen zorgelijk is voor medewerkers en de organisatie van de GKB, maar vooral ook voor al die mensen die afhankelijk zijn van die schuldhulpverlening en hoe dat in de toekomst georganiseerd en geregeld moet gaan worden.
Tot slot toch nog een opmerking over de duurzaamheid. In het verantwoordingsdocument wordt iets gezegd over transitievisie warmte, de waterstofwijk en de RES. Dat mag wat ons betreft nog wel een tandje ambitieuzer. Hoever is het inmiddels met de verduurzaming van de gebouwen in gemeentelijk eigendom. In hoeverre is het college bereid mee te denken in initiatieven van kleine energiecoöperaties in wijken en dorpen die dan in eigendom zijn van de bewoners? En is er al iets meer te zeggen over het eventuele gebruik van restwarmte van Attero? Tot slot, voorzitter. Op grond van de beantwoording van de schriftelijke vragen nog een aantal vragen ter verduidelijking die, en dat laat ik aan het college over, ook wat mij betreft naar de tweede termijn mogen. De eerste sluit aan bij de vraag die de ChristenUnie al heeft gesteld met betrekking tot de investeringen. In de beantwoording wordt aangegeven dat dit een puzzel gaat opleveren voor raad en college en dat er een accumulatie dreigt van investeringsvolume dat vervolgens niet weggezet kan worden. Dit wordt onder andere veroorzaakt door personeelsgebrek en processen. Ook net al aangehaald bij de SWO. De eerste zal minder beïnvloedbaar zijn, want je moet maar afwachten of je al die vacatures vervuld krijgt.
Maar wat kan er gedaan worden aan procesversnelling? De tweede vraag betreft de wachtlijstproblematiek jeugdzorg zoals op pagina zestien van de jaarstukken is weergegeven. Landelijk gezien is de wachtlijst op het gebied van jeugdzorg en jeugd GGZ heel erg fors. Ook in Hoogeveen speelt dit. In de beantwoording wordt aangegeven dat het geld wel grote deels is ingezet, maar de doelstellingen niet helemaal zijn gerealiseerd. Wat moet er nog van die doelstellingen gerealiseerd worden en is het geld daarvoor voldoende of bestaat het risico dat hierdoor nieuwe tekorten ontstaan? Tot slot de achterstanden in de facturering. In een aantal gevallen is er sprake van achterstanden in facturatie. We hebben het voorbeeld genoemd bij de technische vragenronde van de energiemaatschappij over de besparingsteruggave en de kosten voor energie die nog niet gefactureerd zijn. Maar ook bij jeugdzorg gebeurt het vaker dat je facturen achteraf krijgt en mogelijk pas betaalt in het volgende jaar. En de vraag die we daarbij hebben is of dat niet meer gescheiden kan worden. Ik snap dat er sprake moet zijn van een prestatieverklaring alvorens een factuur betaald wordt, maar het zou toch niet zo moeten zijn dat we nog jaren later te kampen krijgen met uitgaven op jeugdzorg of andere onderdelen die al veel eerder gefactureerd hadden kunnen worden.
En in hoeverre worden dan de hulpverleningsorganisaties daarop aangespoord om daar meer werk van te maken en op tijd te zijn met hun verantwoording? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kreuze, CDA. De heer Kreuze: Voorzitter, dank u wel. Ja. Verantwoordingsdag of -avond, zoals u net al zei, is een belangrijk ijkpunt in het politieke jaar. Heeft het college gedaan wat ze voorgenomen heeft? En ja, wij kunnen als college of als raad, zeg maar, het verleden niet veranderen, maar we kunnen wel controleren en we kunnen wel trends en ontwikkelingen zien. Dat helpt het college. Dat helpt de organisatie. En het helpt ook de raad om beter te voorspellen. Ja, en waarom is beter voorspellen van groot belang? Dat is een goeie vraag, want dan kun je ook tijdig ingrijpen. Dan kun je ook tijdig vooruitzien en dan kun je ook maatregelen nemen. Bijvoorbeeld als het gaat om de tarieven en de kosten die wij aan onze inwoners voor bepaalde zaken in
rekening brengen. En we hebben dus echt invloed op de financiën van onze inwoners. En dat is ook in het betoog van de coalitie nadrukkelijk naar voren gekomen. Dat de middeninkomens onder het vergrootglas bij hun lagen. Dat spreekt ons als CDA erg aan, want er waard een spook rond in Nederland in 2022. Namelijk het inflatiespook. En daarom is wat ons betreft de verantwoordingsdag van groot belang. Ook voor wat nog komen gaat. Het college legt verantwoording af over de periode 2021. Een bijzonder jaar. Het de bestuurlijke jaar 2021 is namelijk het eerste jaar waarin het, zeg maar, interim college de touwtjes in handen heeft gekregen. Een jaar waarin voorlopig eenmalig een uniek moment plaatsvond. Namelijk, we hebben gewerkt met een raadsakkoord. In het jaar 2021 begint dan eigenlijk ook op donderdag 2 juli 2020, waarbij dat raadsakkoord wordt gestart en waarbij er drie doelstellingen worden meegegeven aan dat akkoord voor de komende periode, de dan nog komende periode. Inmiddels de achter ons liggende periode. Die drie doelstellingen zijn voor ons ook een goed punt om deze jaarrekening nu mee te evalueren. Wat waren die drie doelstellingen? Eén, verbetering onderlinge verhoudingen in de raad. Twee, oplossen van grote financiële problemen. Drie, beter bestuur met een betere koers. Ik loop die alle drie even kort bij langs en dan heb ik nog een aantal bespreekpunten.
Iets meer dan de rest, maar dat zullen we zien wat daar, zeg maar, van komt. Punt één was dus het verbeteren van onderlinge verhoudingen. Wij lezen in het document input college voor verantwoordingsdag op pagina drie: het gemeentebestuur kwam tot rust. Er kwam een breed gevoelde gezamenlijke verantwoordelijkheid om Hoogeveen er weer bovenop te helpen en het vertrouwen tussen raad en college werd hersteld. Dus, check de box. Wij zeggen: vinkje, dat is gelukt. Fijn. Mooi. Bedankt. Punt twee. Oplossen van de grote financiële problemen. U weet nog wel dat wij toen ongeveer een eigen vermogen hadden van iets minder dan een één miljoen en dat wij met een begroting, de heer Kleine zei het al, van negatief 174 duizend euro zaten. Later werd het 39 duizend euro plus, zeg maar. We gingen weg op een nulresultaat. Op zich, zeg maar, begrijpelijk op dat moment. 2020 op 26 november bespraken wij dat en wij stelden toen al de volgende zin aan de orde. Voor de liefhebbers, luister naar 26 november 35 minuten 28 seconden. De letterlijke tekst: wij nemen u mee naar het voorjaar 2020. De jaarrekening 2021 valt op de mat op basis van pessimistisch realistisch begroten. We zien een voordeel van 3,5 miljoen en Hoogeveen is weer boven Jan. De letterlijke tekst. Helaas is dat niet gelukt. Of juist wel. Fijn. Het is niet gelukt, want we hebben drieënhalf keer beter gewerkt in 2021.
Namelijk 12 miljoen 126 duizend. Dus goed voorspellen is een kunst en dat is ook heel belangrijk. Wij zien dat het overschot van 12 miljoen zorgt voor mooie ratio’s. Het werd al eerder gezegd. Een eigen vermogen van 25 miljoen 799 duizend. Dat is niet gek. De gemeenteraad gaat nog veel verder in haar voorspellingen. De solvabiliteitsratio staat bijna op achttien procent, zeventien ook heel fijn. En de weerstandsratio is 1,76. Ruim voldoende. Dus we kunnen zeggen: check de box. Vink, goed gelukt. Dus de tweede doelstelling: goed gelukt. Dan drie, als laatste. Het bestuur. En zoals we al eerder in dit huis zeiden: prijs niet de wind, maar prijs de koers. En hoe kunnen we nou beoordelen of er sprake was van goed bestuur voor onszelf? Koersvast besturen. Dan moet je toch verder kijken dan het resultaat onderaan de streep. Verder dan die 12 miljoen. We hebben vijf punten bedacht om dat er eens naast te leggen. En ik loop die vijf even heel snel met u langs. Eén, laat het college zelfreflectie zien. Dan is het transparant over wat niet en wat niet volledig goed verlopen is. Vinkje, hartstikke goed. We zien ook in het document, wat ik net al noemde, input voor de verantwoordingsdag. Daar heel veel transparantie over. Dat waarderen we enorm. Ik denk dat dit college dat ook gaat volhouden en we zijn ook heel blij met dit college dat ze dat gaan doen. Het tweede punt.
Is er sprake van goede sturing op financiële resultaten of is het resultaat het college overkomen? Daar hebben we wat meer zorgen over, want we hebben toch het idee dat dat het college grotendeels is overkomen. In ieder geval in onze berekeningen. Zo'n beetje een dikke negentig procent is incidenteel. En collega Kramer zei daarnet ook al wat van. Dat hij daar een vraag over had. Dus we zijn benieuwd. Drie. Worden de lasten in redelijkheid bij de bewoners neergelegd? Nou, ja. We zijn dus opgeschoten in de rangschikking van de Drentse gemeenten. We zijn nu de derde in de hoogte. Dat was nooit onze bedoeling, dus daar hebben we ook een kruisje bij staan. Vier. Zien wij verbeteringen in de beleidsindicatoren? Werd al door collega Van Dijk wat over gezegd. Heel fijn dat dat zo ondersteunt wordt, die brede welvaart. Maar in eerste instantie de verplichte beleidsindicatoren. En ook daar zien wij een heleboel beleidsindicatoren die of stabiel blijven of achteruitgaan. Een aantal die ook niet ingevuld kunnen worden. Dus dat is wel heel jammer en in die zin vinden we dat ook een beetje minder. En als laatste. Ja, daar komt hij dan toch. Hoe doen wij het
volgens de monitor brede welvaart? Het college schrijft daarover dat ze dat allemaal niet kunnen bijhouden, maar geen zorgen. Dat wordt al voor je gedaan. Het CBS heeft keurig een regionale brede welvaart monitor. Daar kun je prima in zien waar je staat. En daarin doen wij het nog niet zo heel goed. Dat kunnen we stellen. En we kunnen in onze vragen hebben wij een aantal punten die, zeg maar, zwaarwegend zijn, omdat ze zo slecht scoren op de Nederlandse schaal dat wij daar toch met de raad en het college het graag nog over willen hebben. Om lering te trekken uit het verleden. Om lering te trekken uit de jaarrekening 2021. Voorzitter, dat waren onze, zeg maar. Onze beschouwing heet dat geloof ik. Nee, dat is niet het goede woord. We mochten terugblikken en we hebben dus een zestal vragen hierin verwerkt. Zal ik die even noemen? De voorzitter: Dat lijkt me goed. Dan kunnen ze of meegenomen worden of het zijn bespreek punten. Misschien dat u zelf even kunt aangeven wat vragen zijn of bespreekpunten. Dan noteren we dat. Het lijkt me goed dat dat in één keer. De heer Kreuze: Ja, ik wil. Ik heb dat, zeg maar, niet helemaal gekwalificeerd of dat voor het college of voor de raad is. Ik denk dat het voor beide, voor onszelf als raad het goed is om over te hebben. En ik ben ook wel benieuwd wat het college ervan vindt. Zorgpunt één is een technische vraag op pagina 105.
Daarin blijkt toch wel uit de beantwoording dat niet alle risico's zijn opgenomen. En, ja. Bespreekpunt één is dan: de raad moet toch eigenlijk wel honderd procent ervan uitgaan dat alle risico's nu in de jaarrekening staan. Zeker nu dat wij zo, zeg maar, enthousiast zijn over die 1,76. Die risicoratio. Die weerstandsratio, sorry. Dat is één. Twee, naar aanleiding van sturing. Ja. We hebben natuurlijk een winst of verlies die vele malen hoger is dan de afwijking die je zou willen. De laatste monitor of de laatste gemeenteraad, daar hebben we ontzettend veel verschillen mee keurig toegelicht op pagina vijf in de jaarrekening. Maar mijn vraag aan de raad en ook aan het college is van: moeten wij niet meer investeren in ons voorspellend vermogen? Het zou maar zo kunnen dat we op basis van dit soort voorspellingen beslissingen nemen die suboptimaal zijn. De heer Kleine zei het ook al van: waarom moest die OZB eigenlijk zo omhoog, om eens een element te noemen daaruit. Bespreekpunt drie is. Ja, we hebben dus. We leren lessen uit zo’n jaarrekening, hè. Dus ik zei wel: mooie solvabiliteit, mooie weerstandsratio’s. Maar ik noemde ook dat inflatiespook en ook het feit dat onze burgers. De CPI staat over de tien procent, dat is de consumentenindex. Dat is gewoon, zeg maar, raakt elke portemonnee.
Dus moeten wij al niet op basis van deze lessen kijken naar wat wij kunnen doen aan die portemonnee van de burgers. Dat is drie. Vier. Ja, ik zei al van: er zijn 35 beleidsindicatoren. Daar zijn er maar dertien van verbeterd. Dat vinden wij jammer. En vooral als de indicatoren als jongeren met jeugdzorg, werkloze jongeren, banen per duizend inwoners, woonlasten per huishouden, allemaal verslechteren, dan zeggen wij: beste college, beste raad, moeten wij niet meer sturen op die beleidsindicatoren? Dat is vier. Dan blader ik even verder. Zit nog wat tekst allemaal tussen. Vijf. Je ziet dus in die monitor brede welvaart, uitermate interessant om je daarin te verdiepen, dat wij op een aantal punten heel slecht scoren. We doen het ook op een aantal punten heel goed, zeker ook. Oh, ja. Wij doen het, het beste bij de indicatoren hier en nu op kwaliteit zwemwater en binnenwater. Ja, staan we op de eerste plaats van Nederland. Dat is weer mooi. Maar wij staan op plaats 349 van 355 gemeentes als het gaat om personen met een langdurige ziekte of aandoening. Daar zou ik wel de vraag bij willen stellen van: moet het college niet onderzoek doen waarom dat zo is? Waarom hebben wij dat zo hoog? En wat moeten we daar in ons beleid mee? Dus wat kunnen wij leren uit onze jaarrekening? En hetzelfde doe ik dan bij de brede monitor voor de toekomstige monitor elementen.
Is wel makkelijker voor het college, denk ik, ook wel. Daar scoren wij 334 van de 355 gemeentes op het aanwezig zijn van hoogopgeleiden. En we hebben natuurlijk de IT-hub aanstaande, maar ik ben wel heel benieuwd, dat is misschien meer voor het college dan voor de raad, wat daaraan gaat gebeuren. Ik heb de bespreekpunten ook al naar de griffie gestuurd. Misschien is het handig om dat door te sturen nu naar, zeg maar, de collegeleden. Dan is mijn verhaal wat makkelijker, denk ik, te bevatten. Had ik misschien moeten zeggen voordat jullie het op gingen schrijven. Sorry. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van der Oord, SP.
Mevrouw Van der Oord: Dank u wel, voorzitter. Nou, ik zal eerst maar eens even beginnen mij aan te sluiten bij de fracties die het ambtelijk apparaat en het oude college wil bedanken voor dit indrukwekkende jaarverslag. Jaarrekening moet ik zeggen. Zeker als je bedenkt dat in de coronatijd en de komst van de Oekraïners in Hoogeveen er toch heel veel wordt verwacht van een niet op sterkte zijn de SWO. Dus namens de SP wil ik graag onze erkentelijkheid overbrengen voor het feit dat wij toch hier een indrukwekkende jaarrekening voor hebben liggen. Uiteraard ben je bij eerste indruk positief. Andere fracties gaven het ook al aan. Want je wordt er blij van dat er iets meer staat dan dat er van tevoren was bedacht. Maar ook wij zien natuurlijk dat dit voor een deel, voor een groot deel, wordt veroorzaakt door incidentele gelden en extra corona steunmiddelen. Ik zal niet te veel uitweiden, aangezien er al veel gezegd is dus door anderen. Ik zal het beperken. De vier vragen die ik heb, voor zover de voorzitter me niet op mijn vingers gaat kijken omdat ik me dan wellicht niet geheel aan het doel van deze bijeenkomst hou, maar ik ga toch proberen.
Als het gaat om de ondersteuning van kwetsbare groepen in verband met Covid 19 is er een eenmalig bedrag van 155 duizend euro beschikbaar gesteld in het gemeentefonds voor extra begeleiding en ondersteuning van mensen die psychisch kwetsbaar zijn en mensen met een verstandelijke beperking. Graag zouden wij toch willen weten dat het geld wat in 21 is binnengekomen inmiddels is ingezet om deze extra ondersteuning en begeleiding aan deze groepen te bieden. Dan de compensatie wijk- en buurthuizen en dorpshuizen ook. Kon Covid 19 gelden, een bedrag van 29 duizend, ter compensatie van extra uitgaven gevolgen van Covid 19. Het is niet geoormerkt en toegevoegd aan de algemene uitkering, maar toch willen wij ook graag horen in hoeverre deze gelden inmiddels de wijk-, buurt- en dorpshuizen hebben bereikt. In de verantwoording van de uitgaven in de sociale pijler werd aangegeven dat vanuit jong Hoogeveen is gestart met het versterken van de basis thuisschool buurt op basis van een 2019 opgestelde visie. Een pilot met inzet van jeugdprofessionals bij Prico en Ren vier is met een jaar verlengd naar het schooljaar 2021-2022. Schoolbesturen betalen in dat jaar voor vijftig procent mee. Daarnaast is de inzet van buurtgezinnen verruimd. De vraag bleek in 2021 groter dan buurtgezinnen kon coördineren.
Graag zouden wij weten in hoeverre, als de vraag groter blijkt dan buurtgezinnen aankon, of we dan mogen concluderen dat dit, ja, een voortzetting behoeft in de komende tijd en of het wellicht verstandig is om het niet langer een pilot te noemen. Maar ik twijfel nu of ik twee dingen door mekaar haal. Ik hoop dat de wethouder in ieder geval een antwoord kan geven. De laatste vraag is: de effecten van corona zijn erg fors geweest voor de jeugdigen. De geestelijke nood is toegenomen. Druk op specialistische GGZ was dusdanig groot dat het reguliere werk in de knel is gekomen. Nou, dat horen we via de media haast wekelijks. Vanuit het Rijk zijn extra middelen ontvangen om de crisisketen vlot te trekken, de problematiek rond de wachtlijsten in de GGZ aan te pakken en de reguliere zorg weer op orde te brengen. Dat doet bij ons wel de vraag opkomen. Wij zouden graag willen weten hoe het college denkt stappen hierin te kunnen ondernemen, want wij hebben zo onze twijfels erbij of wij als gemeente daar daadwerkelijk iets in kunnen betekenen. Tot zo ver, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Er zitten allemaal linken met 2021, dus dat klopt wel. Die heeft u goed geciteerd uit de jaarrekening. En één, zou ik bijna zeggen, is een technische vraag, maar daar komen we zo nog wel even op terug. De heer Sieders. Nee, ik had eerst de heer Bauer. Die had zich eerder gemeld.
Sorry, de heer Sieders. De heer Bauer, PvdA. De heer Bauer: Dank u wel, voorzitter. Eerst gelijk even de opmerking. Ik ga me houden aan de maximale drie tot vijf minuten. Ik maak hier geen extra technische vragen avond van. En ik hou me aan de maximale twee gesprekspunten. Om te beginnen wou ik even dankzeggen naar het college. De heer Sieders: Voorzitter, mag ik een vraag stellen? Ik was niet bekend met twee gesprekspunten. Waar komen die vandaan? De voorzitter: Nee, dat is ook. Het is ook niet in die zin afgesproken. Het is al gezegd: we zouden een beperking bekijken. Daar is geen getal bij genoemd.
De heer Bauer: Die had ik meegekregen. Om te beginnen wil de PvdA dank uitspreken naar het zakencollege. Die hebben in 2021 en een lastig jaar hard gewerkt voor onze gemeente. Het zakencollege heeft soms zware en impopulaire beslissingen moeten nemen. Allemaal om het financiële belang van onze gemeente op orde te krijgen. De werkwijze van het zakencollege heeft ook resultaten opgeleverd, zoals te zien is in de stukken. Maar dit is ook zeker gevoeld door de inwoners van onze gemeente. Dit in combinatie met de gevolgen van de coronacrisis heeft een lastige situatie gecreëerd. Ook hier is goed mee omgegaan. Ook willen wij dank uitspreken, net zoals de andere partijen, voor het ambtelijke apparaat. En ik wil eigenlijk gewoon kort eerst een paar positieve dingen opnoemen voordat wij ons enige gesprekspunt opnoemen. Namelijk, wij lezen terug dat vooral tijdens de coronacrisis jong Hoogeveen onder druk is komen te staan. Maar wij lezen ook verheugd dat de noodzaak voor extra investeringen hierdoor ook erkend wordt. Tevens lezen wij dat het percentage inwoners dat bijstand nodig is met zeven en een half procent bijna is gedaald. Wij hopen dat deze trend zich voortzet, maar we moeten ook waakzaam blijven dat individuen en families die hulp nodig zijn deze ook blijven houden. Even kijken. Ik ben het even kwijt.
Verder willen wij benoemen voorstander te zijn van deelname aan het project van Gogh in Drenthe. En we kijken ook uit naar hoe dat verder verloopt. En we lezen over de moeders van Hoogeveen, die ook heel veel ouders in Hoogeveen hebben kunnen helpen. Dit is iets waar wij als gemeente heel trots op mogen zijn. Dat deze mensen hier zijn en toch met kleine mogelijkheden dit allemaal doen. We zijn blij dat de bezuinigingen beschreven op bladzijde 59 op de dorpshuizen niet langer aan de orde is. Dit is, zoals iedereen weet, een belangrijk punt voor de PvdA. En verder wordt er ook gesproken over compensatie voor buurt- en dorpshuizen, Covid 19, en hoe deze in 2022 beschikbaar worden. Dit is ook een mooi gebaar richting de dorps- en buurthuizen. Er wordt verder gesproken over een nieuwe eland voor de smederijen, zodat deze prioriteit en aanpak kunnen bepalen. En dit is ook een mooie ontwikkeling. De smederij is een belangrijke bewonersgroep die alle hulp en waardering verdienen. En ons ene gesprekspunt is: graag zouden wij als PvdA de aanpak laag geletterdheid willen bespreken, te lezen op bladzijde 18. Veel activiteiten konden niet doorgaan vanwege de covidcrisis. En de dreiging van Covid is weliswaar kleiner, maar nog niet helemaal geweken. Welke lessen hebben we hieruit geleerd? Dat is ook tegelijkertijd een vraag voor het college. Tot zover, voorzitter. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. De heer Sieders, Gemeentebelangen. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. Dank aan het college en de ambtelijke organisatie voor wat er is opgeleverd. Ook dank aan de ambtelijke organisatie voor de beantwoording van de technische vragen over de jaarrekening. De verantwoordingsdag. De dag dat we terugblikken om onze controlerende taak uit te voeren. Maar dit jaar ook een verantwoordingsdag over 2021. Een jaar waar het vorige college aan het roer stond en waar het huidige college verantwoording over mag afleggen. Zoals meerdere hebben gezegd: we kunnen hele positieve ontwikkelingen zien in het kader van de solvabiliteit, het weerstandsvermogen, eigen vermogen. Een positief eindsaldo van 12,1 miljoen. Maar toch ook wel aansluitend bij het CDA. Voorspellen, want waar de incidentele meevallers de begroting een hele mooie kleur geven kunnen we dat nog niet echt zien van de tegenvallers. In welke mate zijn die incidenteel. Ons gesprekspunt zal dan ook zijn van: nou, kunnen we dit voorkomen? En vooral de tegenvallers in deze zin. En de meevallers, om daar ook beter op in te spelen, is natuurlijk ook goed. Dat was het, voor de eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Rutgers, D66. Mevrouw Rutgers: Dank u wel, voorzitter. Ja, het is al vaak gezegd, maar over deze jaarrekening van 2021 is gelukkig veel positiefs te melden.
En dat is ook weleens anders geweest. Schone lei, het zakencollege en een hogere rijksbijdrage hebben hun vruchten afgeworpen. We zijn met een positief saldo geëindigd en er is een betere stand van het eigen vermogen dan verwacht. We zijn blij dat het college pessimistisch en realistisch wil blijven begroten conform de afspraken uit de schone Lei. We vinden het een goede ontwikkeling dat het college de aanbeveling van de accountant overneemt om een coördinator aan te stellen die het proces van de totstandkoming van de jaarrekening gaat trekken en begeleiden. Dit zal waarschijnlijk het samenspel met de
accountant ten goede komen. We zijn blij dat de Covid steungelden voor de culturele instellingen en verenigingen uit 2021 worden bestemd voor 2022. Op het gebied van onderwijshuisvesting vinden wij het positief dat de afspraken die tussen gemeenten en scholen gemaakt zijn nagekomen kunnen worden. Ook op het gebied van duurzaamheid zijn er stappen gezet, vooral op het gebied van de energietransitie. Een ander belangrijk punt is natuurlijk wonen. En hierover lezen we dat er met name gekeken wordt naar locaties op loop- en fietsafstand van het ov. Een duurzaam vertrekpunt. Er is zoals gezegd veel gebeurd en er gebeurt veel op het gebied van onderwijs, duurzaamheid en wonen. Wij hopen dat het nieuwe college dit vasthoudt en tot uitdrukking gaat brengen in beleid en begroting. Uiteraard zijn er ook een paar kritische punten te maken met betrekking tot de jaarrekening. En de Europese aanbestedingsregels zijn niet helemaal goed gevolgd met als gevolg een rechtmatigheidsfout van ruim zeven ton. En de jaarrekening is al iets smarter dan in het verleden, maar hierop zijn nog wel stappen te zetten, zodat het stuk voor het liefst alle Hoogeveeners leesbaar wordt. En als laatste kritische punt. We kunnen nog niet opgelucht ademhalen, want er zijn nog steeds wel zorgen over de financiën. De stroom vanuit Den Haag de komende jaren kunnen we nog niet overzien.
En in 2021 hadden we te maken met veel incidentele meevallers. Maar goed, als we doorgaan op de ingeslagen weg, dan komen we er wel. We kijken uit naar de eerste pessimistische realistische begroting van het nieuwe college. En we gaan daarover binnenkort graag in gesprek. Over de jaarrekening hebben wij geen punten voor bespreking. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we de eerste ronde van de fracties gehad. Er zijn een aantal. Er liggen een aantal vragen die richting het college, opmerkingen ook richting het college, zijn gesteld. En die zullen we zo ter beantwoording ook aan de collegeleden voorleggen. Die zullen daarop reageren. Ik heb even meegeschreven met betrekking tot de bespreekpunten, die wij in de tweede ronde straks met elkaar op tafel willen leggen, die aangegeven zijn. Ik heb genoteerd de SWO en het verhaal van de subsidies zoals ze in de jaarrekening staan. Hoe ze daarmee gegaan zijn en er leerpunten uit te halen. Dat is de vraag, maar meteen ook een bespreek punt wat ingediend is. Dan van de kant van het CDA zijn er zes, maar ik probeer er even vijf van te maken, misschien wel vier. Maar dan moet de heer Kreuze maar even kritisch meeluisteren. De vraag is van: moet niet in de jaarrekening alle risico’s zijn? Zal ook even afhangen van de beantwoording van het college.
Maar dat wil ook het CDA aan de rest van de raad als uitgangspunt nog eens een keer voorleggen. Het voorspellend vermogen. En dan koppel ik hem meteen even ook aan de vraag van de heer Sieders, die daar ook over gesproken heeft. Moet er niet meer geïnvesteerd worden op basis van dit soort cijfers van jaarrekening naar voorspellend vermogen? Er is gesproken over: als je kijkt naar de discussie die in de jaarrekening bij de begroting, maar in de jaarrekening terug zijn gekomen, of je dan niet voorzichtiger moet zijn en hoe je omgaat met de lasten voor de burger. Een deel zit er natuurlijk in de toekomst. En daar zullen we zeker ook volgende week nog over te spreken komen. Dat was een punt wat opgebracht is. Indicatoren. Moeten we daar niet meer op sturen? Er is een aanzet gemaakt, zo zei de heer Kreuze, maar moeten we daar toch niet meer aandacht voor hebben? En dat was ook beter geweest als dat al in de jaarrekening 2021 was gebeurd. Zijn stelling wilde die ook nog even voorleggen aan de raad. En het onderzoek naar de afwijkingen. Er zitten een aantal afwijkingen. Voorbeelden zijn genoemd. Zeker in het sociaal domein. De index op de. Hoe moest ik het? Hoe heet het ook alweer, het onderzoek? Ik ben het even kwijt, de heer Kreuze. Monitor brede welvaart. Ik heb hem. Zodra ik erover begin te praten is die er weer. De monitor regionale welvaart.
En tegelijkertijd was daar ook bij aangegeven: hoe kun je dat wat in het verleden is opgebouwd. Is geconstateerd. En is daar niet te weinig aan gedaan. Die wil ik even samenkoppelen in één, in één punt. En dan hebben we nog het punt van de PvdA als het gaat om de aanpak laag geletterdheid. Volgens mij heb ik zo de onderwerpen aan de orde gehad die in ieder geval voor bespreking in de tweede termijn aangegeven zijn. De heer Kleine. De heer Kleiner: Ja, graag nog ook expliciet even ingaan op de keuze waarom ondanks dan die 12 miljoen toch gekozen is voor die verhoging van de OZB. De voorzitter: Helder. Ik had het meer geïnterpreteerd als een vraag die het college zou moeten beantwoorden, dus er zijn nog veel vragen daarnaast gesteld. Die gaat het college beantwoorden, dus dat
hoeft dan niet terug te komen, lijkt mij. Tenzij dat onbevredigend is en dan horen we dat wel. Ja? Is het zo een goede samenvatting? Dan geef ik het woord aan de heer Reneman als eerste namens het college. De heer Reneman: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal eerst wat algemene opmerkingen maken en dan zal ik de vragen die de fracties en de opmerking die de fracties hebben gemaakt zal ik één voor één aflopen. Om te beginnen dank ook voor het begrip dat u heeft voor de inzet die gepleegd is zodat u hier kan zitten. Voor een ambtelijke organisatie die zoveel menskracht mist is het geen sinecure om hier te komen met elkaar. Ook nu weer was het, het controle proces met de accountant was niet helemaal vlekkeloos. Dat ging meer met horten en stoten. En het feit dat we hier zitten, ook weer voor 15 juli, wat vorig jaar weer niet lukte of niet lukte, nu wel, dat is gewoon mooi. Het is ook goed dat we dat ook steeds uitzeggen dat we het niet normaal vinden dat het zo gaat en dat het echt een inspanning is van velen. Ik dank ook iedereen die complimenten heeft gegeven aan het zakencollege. Ik denk dat ik namens mijn voormalige collega spreek dat we die in dankbaarheid aanvaarden. Iets over het resultaat van die 12,1 miljoen. Een aantal van u heeft er ook al op gewezen. Is het ons overkomen? Tot op hele hoge hoogte, ja.
Want het is een samenloop van heel veel geld dat vanuit het Rijk op de gemeente afkomt en het tot stilstand komen van de samenleving in coronatijd. En die samenhang, die samenkomst van dingen, die maakt gewoon dat we zo ontzettend veel geld over hadden. Dat hadden we nooit kunnen verwachten. Niemand. Dit is een hele bijzondere omstandigheid. En nu hebben we ook weer een Oekraïne crisis, die ook weer voor ons een hele bijzondere omstandigheid maakt voor de gemeente en de opvang die we daarvoor moeten regelen. En dat gaat u ook weer merken in de jaarrekening voor dit jaar. Dat dat ook weer financiële gevolgen heeft die echt heel impactvol zijn. En het is mooi dat we geld overhouden. We kunnen echt geld gebruiken voor onze spaarpot. Een aantal van u heeft ook aangegeven: ja, we zijn er eigenlijk nog niet, want structureel is de begroting nog niet goed op orde. Dat is ook zo. We hebben veel incidenteel geld. Dat hebben we ook nodig voor als het tegen gaat vallen, om dat ook te kunnen opvangen. Ik zal er zo nog wat meer over vertellen. Maar het is een positief resultaat van 12,1 miljoen. Maar het is ook wel weer niet zo goed als het lijkt. Het is belangrijk om dat voor ogen te hebben. En ik heb bij velen van u gehoord dat u dat ook heeft. De heer van Dijk vraagt naar: moeten ons investeringsbeleid herzien? Dat denk ik niet nu.
Er zijn ook weer die bijzondere omstandigheden die ik net schetste. Die maken ook dat de investeringsplanningen ook weer lastig zijn om die gestand te doen. En voor een deel is het ook dat we veel duidelijker moeten maken dat we sommige investeringen wel bewust doorschuiven, omdat we moeten sparen. Dat geldt bijvoorbeeld in de investeringen die we doen voor het onderwijs. We moeten soms een aantal jaren besparen om een grote aanpak van een schoolgebouw mogelijk te maken. En ik denk dat we daar wat preciezer in moeten zijn. Mocht het zich nou voortzetten deze gang der dingen, ja, dan moet je wel tot de slotsom komen dat je misschien minder investeringsvolume aankan dan dat je denkt dat je aan kan. En dan moet je wel je beleid op dat terrein wijzigen. Maar ik denk niet dat dat nu moet. De heer van Rijn die vroeg van: hoe staat het nou met het terugdringen van het voorzieningenniveau in Hoogeveen? Het vorige college heeft bij de kaderbrief voor dit jaar geschreven van: als wij niet de begroting nu op orde krijgen. We kunnen bijna niet meer bezuinigen. We kunnen eigenlijk ook bijna niet meer de lasten voor onze burgers verhogen. Dan zouden we moeten ingrijpen op het voorzieningenniveau van Hoogeveen. Die situatie heeft zich niet voorgedaan. Wij kunnen de begroting sluitend krijgen met de parameters die we nu hebben.
Dus wij zijn er niet meer op uit om het voorzieningenniveau verder terug te dringen. We zijn er eigenlijk op uit om het voorzieningenniveau dat we nu hebben binnen de begrotingsparameters die we hebben op orde te houden. Dat is eigenlijk wat we nu aan het doen zijn. Dus dat u dat niet terugziet is eigenlijk een goed resultaat, want dat betekent dat we er iets beter voorstaan. Dan vroeg de heer Kleine van: hoe zit het eigenlijk met dat positieve resultaat en de OZB-verhoging? Ja, dat is een politieke kwestie en ik verwijs ook echt terug naar de vorige raad. Want het verhogen van de OZB en daarmee het sluitend maken van de begroting was in die tijd zeker nodig, gegeven wat wij wisten. Ik vind ook dat je nu de OZB niet moet verlagen. Dat is een discussie die we ook nog kunnen voeren 14 juli als het hebben in de kaderbrief, want daar staat hij weer expliciet op de agenda voor de begroting van volgend jaar. De achtergrond daarvan is dat wij structureel nog niet goed in evenwicht zijn en dus ook structureel middelen moeten hebben. Dus ik ben niet voor een verlaging van de OZB. En het is ook niet de keuze van het college om die niet te verlagen. We hebben de OZB-verhoging die
toentertijd door de raad is besloten hebben wij gewoon in de begroting doorgevoerd en daar houden we ook aan vast. En het is ook: als de raad dat anders wil, zullen wij dat ook weer anders doen. Maar dat is echt iets aan de raad. Nou, ook de heer Kramer van de VVD waarschuwt ook weer over die 12 miljoen. Van: als je nou kijk naar het structurele evenwicht, ziet het er dan nog steeds zo goed uit? Heb ik net ook al wat over gezegd. Dat vinden wij niet. De heer Kramer wijst ook naar de explosieve kostenstijging in de SWO van: zou het SWOresultaat nou wel zo goed zijn geweest als we niet zoveel onder uitputting hadden gehad? Nou, het korte antwoord daarop is nee. In financiële zin hadden we niet zo'n goed resultaat gehad. Maar of het ook een explosieve stijging is, dat vraag ik me heel erg af. Want de kostenontwikkeling in de SWO is voor een heel belangrijk deel onvermijdelijke kosten in de zin van loonkosten die ontwikkelen en prijsstijgingen. En er zitten een paar dingen in de begroting van de SWO nu die we daarbovenop hebben gezet. En die zitten met name in de uitbreiding van de ICT-capaciteit en de ICT-investeringen, die voor ons ook voor een belangrijk deel toch weer ook onvermijdelijk zijn, omdat we anders achterblijven en niet de service kunnen verlenen en ook de interne processen niet op orde kunnen brengen zoals we dat willen.
Nou, de vraag was van: kan er nog een tipje van de sluier worden opgelicht over de nieuwe governancestructuur? Nou, niet heel erg veel. Behalve dan dat voor ons daar niet geldwinning of het efficiënter maken of het besparen op de SWO-topprioriteit één is. Sterker nog, dat is eigenlijk niet ons doel. Ons doel is om de kwaliteit van de dienstverlening en de interne procesgangen te verbeteren. Zodanig dat ook wij hier in deze raad met meer comfort kunnen werken. Dat is eigenlijk het hoofddoel van wat wij hebben met de organisatieverandering. Dus dat hoeft ook niet noodzakelijkerwijs te leiden tot extra geld of iets dergelijks. Dat is niet aan de orde. Kan natuurlijk weer anders zijn op het moment dat de begroting weer uit het lood gaat raken. Dan hebben we meer problemen. Nou, GroenLinks vraagt zich af of we moeten wachten op een nieuwe teamleider financiën voor de spin in het web. Het antwoord is: ja. We hadden eigenlijk een spin in het web, maar omdat we met interim werken zitten daar te weinig bestendiging. En er wordt nu geworven voor een nieuwe vaste kracht. En we hopen dat daarmee ook veel rust komt in het spel tussen de accountant en de ambtelijke organisatie. Komt er een aparte plek voor control? Nou, wij moeten met elkaar een control statuut vaststellen. Dat zal ook hier in de raad gebeuren.
En dan komt die vraag ook weer op tafel van: hoe we dat gaan doen? Daar kan je verschillende modellen voor kiezen. Nu zijn wij in afwachting van wat de positie van de directie wordt op dat terrein. En daarna wil ik het met de raad bespreken voordat we het in het SWO-bestuur bespreken. Dus ik wil u in positie hebben dat u daar ook nog uw oordeel over kan vellen, omdat u in schone lei ook heeft de opdracht gegeven aan dit college of het vorige college, maar daarmee ook aan dit college. Om daar onderzoek naar te doen, naar de positionering van de controller van Hoogeveen binnen SWO. En of dat een aparte dienst wordt, dat is dan komt dat dan aan de orde. Nou, snelle en goeie invulling van vacatures. Daar zijn we natuurlijk allemaal voor. En dat zit dus. Het is ook wel een beetje vissen in een hele lege vijver op het moment. En ik weet ook niet of ons aas in alle gevallen zo ontzettend aantrekkelijk is. De verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed. Ja, dat is bij ons wel op een halt gezet. Dat heeft te maken met de algemene bezuinigingen die er zijn geweest op het beheer en onderhoud en de investeringen in het vastgoed. Er is onlangs een nieuwe inspectie gedaan van het gemeentelijk vastgoed. Daar komen ook vragen naar boven om nieuwe investeringen te doen. En er zullen ongetwijfeld ook duurzaamheidsvraagstukken weer naar boven komen.
Maar gegeven de feitelijke financiële situatie en het geld dat we hebben voor het vastgoed is toch vraag één: hoe kunnen we ervoor zorgen dat we beheer en onderhoud van het vastgoed op orde hebben zodat het niet instort, zal ik maar zeggen. En dat we geen kapitaalvernietiging hebben. Al te veel ambities om daar ook nog iets te doen voor de verduurzaming, die zijn financieel gewoon niet aan de orde. En waar we werk met werk kunnen maken natuurlijk wel. Maar dat is natuurlijk makkelijk. Nou, GroenLinks vraagt ook nog: kunnen partijen, zorgpartijen, ook niet gewoon sneller verantwoorden? Nou, bij de eerste jaarrekeningen na de decentralisaties hebben we zelf de controles uitgevoerd op de zorgpartijen in heel veel gevallen, omdat de zorgpartijen zelf niet in staat waren om de verantwoording op tijd af te maken. En GR is gewend om te werken in het ritme van een gemeente, maar die zorgpartijen moeten daar ook wel enorm aan wennen. En dat zijn ook vaak gewoon bedrijven. Die hebben gewoon andere ritmes daarin. Nou, we doen in contracten maken we natuurlijk afspraken over wanneer die verantwoording moet komen, enzovoorts. Maar in veel gevallen, in sommige gevallen, lukt dat gewoon nog steeds niet goed. Het gaat wel zo goed dat we altijd klaar zijn voor de 15de. En dat is al echt heel wat. Ik
bedoel: het gaat echt veel beter dan het ging in 2016 en 2017. Ja, dan de heer Kreuze. Die vraagt: ja, hoe zit het nou eigenlijk met die voorspelbaarheid van de begroting? Moeten we daar niet in investeren? Ik denk dat we moeten echt wel aanvaarden hoe uitzonderlijk de bewegingen van het Rijk zijn met het geld op dit moment. Ik heb dat echt nog nooit meegemaakt. In zulke hoeveelheden dat geld naar ons toe komt. En dat het. Aan het begin van het jaar denk je: nou, het zal ongeveer zoveel zijn. En dan aan het eind van het jaar blijkt het over vier gewoon dertig miljoen meer te zijn. En dat zijn, dat zijn hele uitzonderlijke omstandigheden. En het voorspellen van die bewegingen op Rijksniveau, die zijn gewoon niet te doen. Dat kan echt gewoon niemand. En daar komt nog bij dat we in coronatijd, ook nu met de Oekraïne crisis, komt ook weer aparte geldstromen komen er op gang. Die zijn gewoon ongekend en de voorspelbaarheid daarvan is gewoon heel erg lastig. Dus ik denk, dat is wat ik voor mezelf heb bedacht. Kijk, ik denk dat we gewoon met dit soort volatiliteit, dit soort beweeglijkheid, gewoon rekening hebben te houden en daarvoor gewoon een goeie spaarpot moeten maken. Dat als het op ons afkomt, dat ze ook tijd kunnen kopen om dat op te vangen. En ik maak meteen even een stapje naar de heer Sieders.
Die vroeg om de voorspelbaarheid aan de uitgavenkant, wat eigenlijk gewoon weer een veel interessanter vraagstuk is van: kunnen we de voorspelbaarheid van de kostenontwikkeling en de uitgaven die we hebben, kunnen we dat niet beter in de hand krijgen. En dat is ook best lastig. Kijk, als je de huidige beweeglijkheid van de inflatie neemt. Dat dat had ik niet voorspeld een jaar geleden dat het zo hard zou gaan. En ik zou nu nog steeds niet goed kunnen voorspellen hoe in 2024 bijvoorbeeld de inflatieontwikkeling zou zijn. Zou hij weer op die zeven procent zitten als die nu zit? Klapt die naar beneden? En dat maakt heel veel uit voor de voorspelbaarheid van de uitgavenkant. In een wat meer stabiele tijd, als je zeg maar de cao-ontwikkeling is twee procent. De kostenontwikkeling is twee procent. Dan kan ik er al een heel eind in meegaan dat je dat goed moet kunnen voorspellen. En ook voor meerdere jaren met enige rust kan prognosticeren. Maar ik nu? Nee, ik heb daar niet heel veel vertrouwen in. En dan val ik gewoon terug op de gedachten. Dan moeten we gewoon geld achter de hand hebben voor het geval dat op ons afkomt. Dat laat onverlet, en dat was ook een vraag van de heer Kreuze van, moeten wij niet de risico's die wij hebben veel beter in kaart hebben, zodat we ook bij onze risicoparagraaf een veel betere taxatie kunnen maken van tegen welke risico's we eigenlijk aankijken.
Want voor een deel doen we dat nu gewoon conform de methode van het berekenen van het weerstandsvermogen. Maar voor een deel is het ook een beetje op de hand van: ja, we hebben een aantal dingen, die hebben ook met u gedeeld, die op ons afkomen. En die proberen we dan, ja, nou toch een beetje te wegen ten opzichte van wat we in de spaarpot hebben. Maar ik ben het ermee eens en ik vind dat we in de nieuwe programmabegroting die aanstaande is ook een verbetering moeten zien in de paragraaf risico's. Ik heb ook gevraagd aan de ambtelijke organisatie om daar meer aandacht aan te spenderen. Om de risico's die binnen de programma’s zitten, om die veel gekwantificeerd op tafel te krijgen. Dus dat zou één stap zijn. En de tweede stap is dat wij ook onszelf verplichten om een aantal risico's die we nu op de hand wegen, dat we die ook proberen te kwantificeren. Dat zal niet in alle gevallen even makkelijk zijn. Kan ook waarschijnlijk niet in alle gevallen in de openbaarheid. Maar ik vind wel dat we die stappen moeten zetten, zodat we bij de risicoparagraaf een verbetering hebben. Ik denk ook niet dat het in één klap kan, maar ik vind het wel. En dat vind ik al heel lang dat we dat moeten kunnen doen. Dan het CDA. Vraagt ook naar het inflatiespook. En dat is ook wat ik in het antwoord op de heer Kleine zei. Dat is wel echt een hele weer een hele politieke kwestie.