Transcript Gemeenteraad 13 02 2025 (1)
Tekst van het document
Want de wethouder gaf het ook al aan, ik weet niet meer welk jaartal hij precies noemde, maar we praten al jarenlang over een nieuw zwembad in deze raad, in deze gemeente. De voorzitter: Dan mijnheer Van der Meer dan mijnheer Pomper. De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. Ook ik neig wel mee om, zeg maar, in dat amendement mee te gaan, ware het niet om het feit dat we dus inderdaad dat scenario B tot nu toe niet hebben en wat gebeurt er als die Dolfijn inderdaad uit gaat vallen en wat betekent dat voor alle gebruikers, inclusief het zwemonderwijs wat daar plaatsvindt? Dus betekent dat dan dat je op voorhand jaren winst boekt? Ja, weet je, dat is een beetje glazenbolkijken. Maar laten we met elkaar gaan verkennen waar het wel kan. Er zijn vast onderdelen, ik heb er een paar horen noemen door de heer Van Eck, waar we best naar kunnen kijken met elkaar. We
kunnen sowieso een soort van principiële keuze maken van gaan we nou voor maatwerk of gaan we voor bestaande schetsen, tekeningen die heel goed inpasbaar zijn in het gebied waar we het zwembad willen plaatsen? De voorzitter: Mijnheer Pomper, wilt u iets aanvullen? De heer Pomper: Ja, gelijk al even op dat laatste een aanvulling. Mijn voorstel ook om juist het ontwerp en de bouw in één aanbesteding te laten verlopen, kan ook al het hele proces versnellen. Mijnheer Van Rijn, die zegt van: haastige spoed is zelden goed. Ja, dat klopt inderdaad, maar ik heb ook nog een ander spreekwoord: laten we het wiel ook niet telkens opnieuw uit hoeven te vinden. Er liggen ook wel heel wat wielen kennelijk nog ergens bij de wagenmaker in de kast. Die opties kunnen we allemaal meenemen. De voorzitter: Dan wil ik langzaam naar een afronding, maar er zijn heel wat handen. Dus ik zie in ieder geval de hand van mijnheer De Weerd van het CDA, dan de heer Meesters en dan de VVD en de hand van u heb ik ook gezien, mijnheer Sieders van Gemeentebelangen. De heer De Weerd: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat de PvdA ook wel een mening van het CDA graag wil horen en het zal u niet verbazen, gelet op ons amendement dat wij indienen, dat wij uw plan niet steunen om te versnellen. Ook omdat echt, wat de heer Van Rijn al zegt, die scenario’s moeten goed onderzocht worden.
Maar wat mij ook een beetje stoort, is het feit dat er nog een aantal partijen hier aangeven dat het zwembad mogelijk morgen in elkaar stort. Nou, ik denk dat dat echt nog wel enige nuance betre ft, wellicht. Daarom denk ik dat we die tijd ook gewoon wel hebben om echt naar een goed plan te kijken, echt die scenario's uit te werken, daar hebben we de tijd voor. We willen niet vertragen, maar willen dat wij een goed besluit nemen, een goed doordacht besluit en daar hebben we gewoon echt de tijd met elkaar voor nodig. Tot zover. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Weerd. De PvdA wil reageren op CDA, denk ik. Ga uw gang. De heer Van Eck: Dank u, voorzitter. Ik heb niet gezegd dat het zwembad in elkaar stort. Waar wij als raad over geïnformeerd zijn, hier in deze zaal, is dat er een zeer reëel risico is dat het zwembad voor lange tijd dicht moet, omdat er onderhoud plaats hoeft te vinden. Dat is niet meer de term, onderhoud is niet juist, dat er gewoon vervanging van installaties moet plaatsvinden, waardoor de bakken waar het water in zit, gesloopt moeten worden, waardoor de zijwand en of het plafond gesloopt moeten worden. Dat is iets anders dan instorten en het is een zeer reëel risico, is ons hier als raad verteld. De voorzitter: Goed. Dan gaan we naar de ChristenUnie, of had ik eerst de VVD beloofd? Ik ben het even kwijt. Dat is heel coulant.
Ga uw gang, mijnheer Meesters van de ChristenUnie. De heer Meesters: Dank u wel. In die zin, ik voel wel mee met wat u zegt over versnellen. Eerlijkheidshalve zou ik bijna zeggen: het liefst had ik morgen een nieuw zwembad staan in Hoogeveen. Alleen, en ik hoop ook dat u daar straks, en dat geef ik u maar vast mee, in het amendement op ingaat, ik heb de wethouder ook iets horen zeggen over wat dat betekent, als we gaan versnellen, wat dat betekent voor de investering. We moeten investeringen naar voren halen. Het zou ook financiële consequenties hebben en wil ik een goed overwogen besluit kunnen nemen of ik mee wil gaan in uw amendement, zou ik dan ook graag inzichtelijk willen hebben wat dan ook de financiële consequenties zijn van dat naar voren halen, want dat gaat ook zeker wel wat doen. Daarnaast even het argument versnellen, want het zwembad loopt risico voor sluiting. Stel dat we een half jaar zouden kunnen winnen, we hebben nu een routekaart tot mei 2029, als we een half jaar winnen, dan houden we alsnog drieënhalf jaar dat risico in plaats van vier jaar. Dus wat schiet je per saldo mee op? Ik ben het met u eens, als het sneller kan, waar sneller, ja, maar laten we ook zorgvuldigheid betrachten. In die zin staat ijsbaan-zwembad mij ook een beetje nog voor netvlies, waarbij we ook zaten te jagen om een bepaalde
deadline te halen. Nou, ik ga er niet van uit dat dat is wat u zegt, mijnheer Van Eck, maar laten we inderdaad ook wel de goede dingen doen. Kijken waar versnelling mogelijk is, helemaal voor, maar niet overhaast. De voorzitter: Ik denk dat de heer Van Eck hier nog op wil reageren en daarna mag de VVD. De heer Van Eck: Dank u wel, voorzitter. Nogmaals, wij hechten absoluut ook aan zorgvuldigheid en een termijn van naar voren halen, heb ik niet genoemd, maar elke winst die je boekt, verkleint het risico dat het misgaat met de huidige Dolfijn. Dus elke versnelling is wat dat betreft winst, in de zin van minder risico. Ook nog even als opmerking: we hebben al heel vaak geïnvesteerd in het zwembad. De laatste grote investering is in 2022 geweest en toen is gezegd: we investeren nu in het zwembad, zodat het zwembad door kan tot 2027. Nu gaan we alweer van 2027 naar 2029. Wat gaan we straks doen? 2031? 2035? De voorzitter: Dat is helder. Dan de VVD, mijnheer Klok. Wat is uw reactie op het voorstel van de PvdA? De heer Klok: Dank u wel, voorzitter. Ik sluit mij allereerst aan bij de ChristenUnie, met eigenlijk met zijn bijdrage zojuist en dan als reactie ook op de heer Van Eck van wordt het dan 2031, 2035? Nee, natuurlijk niet. Het college geeft aan: dit is een realistische routekaart die we goed kunnen volgen.
Maar daarvan zegt de PvdA, als ik het goed hoor: misschien moeten we dan de participatie maar verkorten en misschien moeten we maar voor een standaard zwembad gaan. Nou ja, onzes inziens is het juist heel belangrijk dat we met zulke investeringen, met zulke bedragen juist de inwoners heel goed betrekken om tot een gedegen besluit te komen. En kijk, als wij straks een half jaartje ergens winnen, zonder amendement, is dat natuurlijk hartstikke mooi. En als we die winnen, dan wil ik ook de PvdA van harte feliciteren dat het zwembad een half jaar sneller is gekomen dankzij dat amendement. Maar voor wat ons betreft, betrekken wij de inwoners op een zorgvuldige manier en op een gedegen manier, zodat we tot een goed besluit komen waar alle inwoners, waar de meeste inwoners achter staan en hier goed kunnen sporten, bewegen en recreëren. Dank u wel. De voorzitter: Dan de heer Sieders als laatste. Of moet ik … Ik kom straks wel bij u terug, dan check ik dat wel. Ga uw gang. U wilt reageren nog op het voorstel van de PvdA. De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag willen reageren, inderdaad, op het voorstel wat de PvdA hier heeft neergelegd. Dat gaat voornamelijk ook, inderdaad, over het versnellen en wat ik nou heb gehoord, is eigenlijk niet het stukje versnellen waar ik naar zoek.
Ik zoek meer juist naar het stukje versnellen, stel je nou voor dat er in het traject inderdaad een ontwerp, in de ontwerpfase, eerder een ontwerp ligt dan inderdaad september en het is een paar maanden eerder, een amendement, dat we d an niet gaan afwachten tot september, maar dat we vanaf dat moment gaan doorpakken. Stel je voor dat er trajecten zijn die wel goed lopen, waar we dus wel versnelling op hebben gepakt, laten we dat dan niet gewoon daarna wachten tot de volgende stap omdat we dat zo beschreven hebben. Zo'n amendement ben ik helemaal voor. Het andere stukje wat ik een beetje mis, is als we hebben gekeken naar de reactie van het college, geeft zij ook aan: er zijn meerdere mogelijkheden om versnelling te creëren, bijvoorbeeld door besluiten bij het college neer te leggen. Dat is omdat het college aangeeft, dan kunnen zij eerder weer doorgaan. Maar waarvan ik nu denk hoe makkelijk wij erover doen in plaats van 6 maart het maar naar 20 maart te zetten, het is maar twee weken, het is een halve maand, wat we zelf nu aan het vertragen zijn door elke keer deze stappen te zetten. En ik kan me voorstellen dat als we dat elke keer in het hele proces gaan doen, dat je daarna misschien wel door de raad zelf drie maanden later aan zet bent.
Ik zal dan ook zeggen: misschien moeten we zelf als raad gewoon de keuze maken dat we dit zo belangrijk vinden, dat als er een keer een extra raadsavond komt omdat er besluiten genomen moeten worden, dat we dan maar een keer gaan opdraven om dan die snelh eid erin te houden. Daar zie ik veel meer in dan het hele proces in twee jaar te proppen, dingen te vergeten, dingen na te laten en achteraf met te hoge kosten te komen. Dank u wel.
De voorzitter: Oké. Wil de heer Van Eck hier nog op reageren en als laatste gaan we dan naar D66. Ga uw gang, mijnheer Van Eck. De heer Van Eck: Dank u wel, voorzitter. Ik ben wel blij met de opmerking van Gemeentebelangen, want wij hebben geen datum genoemd en we gaan geen datum noemen, maar we willen wel de noodzaak tot versnellen waar het kan, benadrukken. Wij komen graag over twee weken in maart opdraven om een beslissing te nemen. De voorzitter: Dan de heer Prakken van D66. De heer Prakken: Ik heb het eens aangehoord, maar ik heb ook de wethouder gehoord. Ik weet niet welke van de twee het was, maar die zeiden van ja, als wij mogelijkheden zien om te versnellen, dan doen we dat. Dus is dat amendement dan nodig? Nou, dat denk ik van niet. Ik heb ook een paar keer gehoord: er is geen plan B. Volgens mij … Het werd net een beetje tegengesproken dat er niet over gezegd werd dat het op instorten staat, maar er wordt wel al meer dan tien jaar gezegd dat het zwembad op zijn einde loo pt. Ik denk dat dat wel meevalt en al is dat zo, dan komt er dan wel een oplossing. De voorzitter: Dan gaan we als laatste naar een reactie van de heer Van Eck en dan wil ik naar het volgende debatpunt, want als we hier over elk debatpunt zolang doen vanavond, ik ga het toch zeggen, dan weet ik niet hoe laat het wordt, maar dat wordt in ieder geval heel laat, denk ik. Dus dat ga ik vast maar zeggen.
Nee. De heer Pomper: Ik wil daar toch een punt van orde hiervan maken, want zowel PvdA als SP hebben eigenlijk dezelfde insteek en alleen de heer Van Eck bevraagd en de SP krijgt de kans niet om daarop te reageren. Dat is niet echt democratie. De voorzitter: Dat laatste laat ik aan u. Ik geef u volop de kans om daar ook op te reageren, maar ik had eerst de heer Van Eck en dan mag u daarop reageren en dan ronden we dit punt af. De heer Van Eck: Dank u, voorzitter. Ja, ik ben doorgaans absoluut niet pessimistisch gestemd, maar ten aanzien van de houdbaarheid van het huidige zwembad, ben ik wel zeer pessimistisch gestemd. En dat is, ik heb geen bouwkundig inzicht, maar we hebben met zeer veel mensen gesproken die wel bouwkundig inzicht hebben en die zijn pessimistisch. De voorzitter: Dan luisteren we naar de SP, mijnheer Pomper. De heer Pomper: Mijn vraag eigenlijk aan D66 zou wezen van hoe weten jullie dat er een plan B is en dat het allemaal goedkomt? De voorzitter: Wilt u die vraag nog beantwoorden en dan gaan we naar het volgende debatpunt. De heer Prakken: Ik heb niet gezegd dat er een plan B is. Ik heb gezegd dat ik gehoord heb dat er geen plan B is en ik heb gezegd: als het zover is dat het zwembad niet meer bruikbaar is, dan komt er wel een oplossing. Dat heb ik gezegd.
De voorzitter: Ga uw gang, wilt u daar nog op reageren? De heer Pomper: Dan zal ik hem herformuleren: wat is dan de oplossing? Want wij zijn heel realistisch, er is onzes inziens geen oplossing. We zijn heel benieuwd ernaar. De heer Prakken: De oplossing die komt, wanneer het probleem zich voordoet.
De voorzitter: Goed. Dan sluiten we nu dit punt en dan gaan we naar het volgende debatpunt. Dan kijk ik naar Gemeentebelangen, de heer Sieders heeft twee debatpunten ingebracht. Ik weet niet of er invloed is geweest vanuit de antwoorden van het college, maar u had een debatpunt over het binnen- en buitenbad en iets met een hangar en duurzaamheid, dus dat herinner ik me nog. Het tweede was de participatie en hoe daar hoe u daartegen aankijkt. Kunt u ze allebei even kort toelichten? De heer Sieders: Ja, ik kan ze allebei kort toelichten, maar misschien is het makkelijker om een voor een, als ik kijk hoeveel tijd we net nodig hadden voor eentje, dan is de rest daarna de volgende toch weer vergeten. Nee. De enige vraag die hier eigenlijk ligt, is van ziet de rest van de partijen erin, dan hebben we het inderdaad wel over het pakket van eisen, de bandbreedte, om die in die mate wat aan te passen, zodat het stukje tussen de binnen- en buitenruimte, dat je dat met elkaar verbindt, toe te voegen. En het komt erop neer dat we dus geen buitenzwembad hoeven te installeren, zoals eerder is geplaatst, maar dat we dus inderdaad wel het college bijvoorbeeld oproepen om dat mee te nemen om te kijken naar een duurzame oplossing om binnen en buiten te verbinden, zodat je dus buiten kan zijn of binnen kan zijn met de gedachte. De voorzitter: Dank u wel.
Dan gaan we naar de SGP als reactie en daarna ChristenUnie. Ga uw gang. De heer Van Rijn: Ja, voorzitter, een korte reactie: vind ik een heel goed idee, een goed plan. Als het mogelijk is bij De Dolfijn, maar zou dat niet mogelijk zijn, dan bij een nieuw zwembad een heel goed plan. Je kunt het zomers als buitenbad gebruiken en ‘s winters kun je het gewoon weer als binnenbad gebruiken. Dus helemaal voor. De voorzitter: Dan de ChristenUnie. De heer Meesters: Ja, voorzitter. volgens mij zijn we toch te vroeg met het bespreken van dit punt, want als ik zo naar de routekaart kijk, staat dat voor september ’25, het plan van eisen, is dat het moment dat we het erover gaan hebben. Met de locatiekeuze zou je nog kunnen zeggen: hangardeuren, laat het zwembad op het vliegveld neerzetten, maar … Die had ik de hele tijd in mijn hoofd, ik moest hem even maken, sorry. Maar wat mij betreft: we hebben het nu over de routekaart en de uitgangspunten en in mijn beleving is dit punt nu te vroeg. De voorzitter: Kunt u daarop reageren, mijnheer Sieders? De heer Sieders: Ja, voorzitter, dat kan ik. In de uitgangspuntennotitie en de routekaart komt gewoon naar voren dat een bandbreedte wordt afgesproken waar het pakket van eisen in moet vallen. Nou, dit valt hier in een bandbreedte. Dus als we er nu niet over hebben, wordt het straks niet meegenomen.
En uiteindelijk wordt het pakket van eisen, hoe dat wordt ingevuld, inderdaad, daar hebben we het in 2025 later verder over. Maar we geven nu wel, de globale bandbreedte en volgens mij moeten we dat dus nu wel e ven bespreken. De voorzitter: Dan de heer Pomper van de SP en dan de PvdA. De heer Pomper: Dank u, voorzitter. Wat de SP betreft, is dat prima om dat erin op te nemen. Kijk, we zijn op zich niet een uitgesproken voorstander van een buitenbad, want we hebben er in een straal van 10 kilometer al veel. Maar goed, als dat onderzocht kan worden, mits het natuurlijk ook niet vertragend werkt en inderdaad, zoals mijnheer Sieders ook zegt, wel aan duurzaamheidseisen voldoet, ja, prima. De voorzitter: Wilt u daarop reageren nog?
De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat er in ieder geval positief wordt gereageerd. Maar het idee is dus om geen buitenbad te creëren, maar door dus openstaande deuren eigenlijk te zorgen dat het lijkt alsof er een buitenbad is, terwijl je gewoon een binnenbad houdt. De heer Van Eck: Dat had ik natuurlijk begrepen, maar het gaat om het idee. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Van Eck van de PvdA. De heer Van Eck: Dank u wel. Goed plan van Gemeentebelangen en ook deze zwembaden bestaan al, dus die plannen liggen al in verschillende laden. Een pand heeft doorgaans vier wanden, twee van die vier wanden kun je helemaal van glas maken dat helemaal opengezet kan worden en je hebt een buitenbad. De voorzitter: Dan de heer Van der Meer van GroenLinks. De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. Ook wij hebben even getwijfeld of het hier thuishoorde in het kader van uitgangspunten en routekaart, maar met de toelichting die de heer Sieders geeft, ga ik wel mee in dat idee en ik vind ook dat dat dan nu meegenomen mag worden in die bandbreedte dus ja, zeker onderzoeken of dit tot de mogelijkheden behoort. De voorzitter: Oké. Tot nu toe allemaal redelijk positieve reacties. Zijn er andere partijen, niet, die daarop willen reageren? Dan kunnen we dit debatpunt ... Oh. Ik zie nog een grote hand van de heer Tuit van het college. Nee hoor, grapje.
Wethouder Tuit: Ik ben blij dat u dat zegt, voorzitter, maar mijn handjes zijn normaal wel klein. Nu eigenlijk ook nog wel. Maar ik denk, even voor de scherpte, wat de heer Sieders zegt, is correct. Ook even in de afweging van uw raad. Ik denk dat het goed is, als u dit wilt onderzoeken, dit beslispunt, dus wat u ook zegt, dan moet u dat nu meegeven, want wat u op 20 maart, wat u dan beslist, dat gaan we als college onderzoeken. Dus een terechte constatering. Wat zei u? Het wordt weer 6 maart? Als we moeten komen als college, dan komen we. Maar dat ik denk dat het voor de helderheid, voor de afweging in de raadsfracties, dat het wel even goed is. Dus de constatering van de heer Sieders is terecht, hoor. De voorzitter: Dan kijken we, denk ik, uit van een amendement op dat punt van Gemeentebelangen? De heer Sieders: Dat is correct. De voorzitter: Dan sluiten we dit debatpunt af en dan gaan we naar het andere punt, dat ging over de participatie en de huidige beleving van de participatie die we in 2017 al voor een deel gedaan hebben en allerlei andere punten op dat punt. Ga uw gang. De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. Ik zal hem een klein beetje uitlichten. Het gaat niet over hoe het participatietraject op dit moment gaat, het gaat er vooral om van in de tijd is gekozen voor zwembad en een bepaalde hoeveelheid recreatief badwater. Alleen de tijden zijn veranderd.
Het is niet zo maar baantjes zwemmen tegenwoordig meer, maar het is meer beleven. Een belevenis wat mensen verwachten, ook bij een zwembad, hetzelfde als in de hoofdstraat. Je ziet daar gewoon een omdraai van hoe we ermee omgaan. En mijn vraag is dan ook van nou, moeten we dat stukje niet iets verder laten onderzoeken om te kijken: is wat we toen in 2017 hebben besloten, is dat nu nog wel van toepassing? Want het is wel een beetje geüpdate, maar dit stuk komt niet terug in de stukken die we voor hebben liggen. De voorzitter: Oké. Dan zie ik het CDA, de heer De Weerd en daarna mijnheer Prakken.
De heer De Weerd: Dank u wel, voorzitter. Ik weet niet of ik de heer Sieders helemaal goed begrijp en anders verbetert hij mij straks wel. Maar als we kijken naar een belevingsbad, wij als CDA zijn gewoon voorstander van een gewoon eenvoudig, degelijk, maar ook betaalbaar zwembad. En dan had ik net toevallig een website van Assen erbij over De Bonte Wever en als je dan volgende week met je gezin en je hebt twee kinderen, wil gaan zwemmen in dat belevingsbad, ben je 50 euro kwijt, alleen al aan entree. Dat maakt het dat wij daar wel als CDA wat terughoudend in zijn, om zo'n belevingsbad ook te ontwikkelen. Het moet wel betaalbaar blijven. Dank u wel. De voorzitter: Wat is uw reactie, mijnheer Sieders? De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. Het gaat er mij niet per se om dat wij een apart bad hiervoor moeten doen. Maar wat we in de stukken lezen, is dat er 300 vierkante meter meer zwemwater komt. Maar dit is voornamelijk voor inderdaad ZPC en de doelgroepen. Het recr eatieve zwemwater, dat neemt af, terwijl ik denk, als ik kijk ook naar het zwembad wat er nu staat, denk ik niet dat er een behoefte is aan minder recreatief water. Daar doel ik meer op van dat het huidige, recreatieve bad wat we nu hebben, vind ik in De Dolfijn al klein en we gaan het nu nog verder verkleinen. Ik vraag me af of dat is waar de maatschappij op dit moment wel om vraagt en in de toekomst.
De voorzitter: Dan de heer Prakken. De heer Prakken: Ik hoor de heer Sieders zichzelf eigenlijk een beetje tegenspreken. Hij heeft het over beleving en voor de hele dag en uitgebreid enzovoort. Los van de vraag of dat op dit moment hier thuishoort, heeft hij het nu over de vierkante meters van het recreatiebad worden verkleind en is dat dan noodzakelijk? Dus dat zie ik niet helemaal. Dat ten eerste. Maar vervolgens, als wij dat werkelijk willen, als wij die beleving willen, als we dat feest willen, als we daar juichend naartoe willen gaan, is dat een taak van de gemeente? Dat weet ik niet. Zouden we dat dan niet moeten uitbesteden aan een commerciële partij? Dan wil ik ook nog wel even terugkomen op wat de heer De Weerd zei over de toegangsprijzen van De Bonte Wever, want die heb ik ook bekeken, die zijn fors hoger. Maar Hoogeveen die is 2 miljoen per jaar ongeveer kwijt aan de exploitatie van De Dolfijn, dus die kunnen we inzetten voor gerichte ondersteuning op dat gebied, bijvoorbeeld. De voorzitter: Wilt u daar nog op reageren, mijnheer Sieders? Anders gaan we naar de SGP, zo. De heer Sieders: Uiteraard wil ik daar wel op reageren, want er worden twee dingen door elkaar gehaald hier. Er wordt nu elke keer naar Assen verwezen. Ik denk dat dat een slecht voorbeeld is.
De enige verwijzingen zijn naar Assen, zijn twee keer, maar dat zijn dan ook de enige verwijzingen die er zijn. Daar wordt uitgegaan, want u geeft aan, ja, belevenis en moeten we dat niet aan de partij laten? Ik kan natuurlijk wel aangeven, als we hier alleen een wedstrijdbad doen, dat je hier nooit een partij op krijgt die die belevenis daarna zegt nou, dat brengen we wel even naar het zwembad toe. Dus als we daarnaar kijken, zou je misschien juist nog een stapje extra moeten doen. Hoeft van mij niet, hè, maar een stapje extra moeten doen om het aantrekkelijk te maken voor een exploitant. Maar ik denk ook dat dat niet een taak is van de gemeente om het zo aantrekkelijk te maken dat we hier een of andere wildwaterbaan hebben met alles erop en eraan. Het gaat er mij wel om van als we kijken naar de configuratie van de baden die we nu hebben ten opzichte van de configuratie die in de bandbreedte staat, dat het recreatieve water afneemt. Ik denk niet dat dat een positieve ontwikkeling is, omdat mensen gewoon een vraag hebben naar recreatief water en niet alleen naar baantje s zwemmen. De voorzitter: Ik zie dat u nog wil reageren hierop, heel kort dan graag, want we ook nog wat andere dingen. De heer Prakken: Heel kort, want ik heb toch letterlijk gehoord: uitgebreide horeca waar je de hele dag kan verblijven.
Ik vind dat fantastisch, maar dat vind ik geen taak van de gemeente en Gemeentebelangen, die wil
graag een kleine overheid, heb ik niet vanavond gehoord, maar dat dragen ze nog weleens uit. Dus dat is toch een beetje met elkaar in tegenspraak. De heer Sieders: Nou, als ik daarop mag reageren, hoe het bad uiteindelijk geëxploiteerd wordt, dat komt volgens mij later aan bod, want het college heeft ook aangegeven dat ze dat willen gaan onderzoeken. Dus als wij het als gemeente zelf gaan exploiteren of als een der de partij het gaat exploiteren voor ons, daar zeg ik hier op dit moment helemaal niets over. Dus als we het hebben over een grote overheid of kleine overheid, daar heb ik op dit moment helemaal niets over gezegd. Dus ik weet niet waar u dat stukje weghaalt. En nou ja, kleinere overheid, ik zeg ook niet dat ik daar tegen ben, laten we het daarop houden, maar daar gaat het op dit punt helemaal niet om. De voorzitter: Dan wil ik naar de SGP, de heer Van Rijn. Wat vindt u van het Gemeentebelangen -idee? De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Ik heb niet een speciaal idee. An sich begrijp ik wat de heer Sieders over dat recreëren, maar er kan natuurlijk ook met een bepaald bad een heel goede combinatie zijn. De ene keer is het gewoon een zwembad en de andere keer is het een recreatiebad. Met hele kleine aanpassingen kan dat gewoon in een combi. Dus dat zou ik wel graag onderzocht willen hebben, of dat meegenomen kan worden.
De voorzitter: Dan had ik de heer Meesters nog op de lijn op dat punt en dan de VVD en GroenLinks. En dan probeer … Oh, kijk, we gaan allemaal nog even door. Ga uw gang, mijnheer Meesters. De heer Meesters: Ja, voorzitter, Gemeentebelangen vindt in dit voorstel de ChristenUnie wel aan haar zijde, want als het gaat om recreatieve voorzieningen in het zwembad, denken wij: een zwembad is iets voor de gehele samenleving en daar mag ook zeker een stuk recreatie plaatsvinden. Ik hoor net Assen genoemd worden. Nou, ik ga met mijn gezin en ja, ik heb vijf kinderen, dus ik weet echt wel hoe de prijzen zitten. Ik ga vaak naar Emmen en daar gaat het voor ongeveer vijf euro p.p. kan ik daar in een zwembad terecht met heel veel leuke recreatieve voorzieningen, ook voor mijn kleine kinderen. Goed, dat is even mijn eigen verhaal, maar ik denk wel dat het goed is om ook even in het participatietraject, want dat is wat mijnheer Sieders opbrengt, om in ieder geval mee te nemen: welke behoefte is er aan recreatieve voorzieningen in het zwembad en op welke manier valt dat vorm te geven in het geheel? Daarin zeg ik: daar hebben wij ook wel oren naar. De voorzitter: Zullen we even de partijen langsgaan zodat dan mijnheer Sieders dan nog afrondend even daarop kan reageren? Dat gaat wat sneller, denk ik. De heer Klok van de VVD. De heer Klok: Dank u wel, voorzitter.
We hebben net een wedstrijdje gehad van snel plassen, maar ik vraag mij af: is dit niet een wedstrijdje ver plassen? Dan vraag ik even aan de heer Sieders: hoe ziet u dit voor zich? Moeten we dit meenemen in die uitgangspuntennotitie en dat we daar dan een overweging maken, zeg maar, moeten we dit wel of niet doen? Of ziet u dit als gedwongen feit? Ziet u iets, dit moet er sowieso komen, of neemt u dat straks mee in het plan van uitgangspunten om het daar te beoordelen en dan dat besluit te maken? Dank u wel. De voorzitter: Dat is een directe vraag. De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. Waar we dat in mee zouden moeten nemen, is dat er nu dus in de bandbreedte staat het … Even kijken, hoe noemen we dat? De configuratie aan baden die er nu ligt en dat is eigenlijk nu de beperkende factor, naar mijn idee en ik zou of met een motie of amendement willen oproepen dat daar iets meer vrijheid is om te onderzoeken waar nu echt de behoefte ligt op dat punt. Nu is het namelijk
een maximale regeling eigenlijk hoe die een beetje erin staat en ik denk dat we daar vanaf moeten en als uiteindelijk uit het onderzoek blijkt dat het minder is, ja, dan zal het minder zijn. Maar dat vermoed ik niet. De voorzitter: Dan de heer Van Eck van de PvdA. De heer Van Eck: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat de PvdA een beetje tussen het CDA dat een rechthoekige bak met water wil waar een dak boven zit, en Gemeentebelangen, dat nu toch een beetje als een subtropisch zwemparadijs dreigt te klinken, dat we daar een beetje tussenin zitten. Uit ons onderzoek kwam naar voren glijbaan, glijbaan, glijbaan. Uit het onderzoek van het Roelof van Echten College kwam naar voren glijbaan, glijbaan, glijbaan. In Vriezeveen, ik heb het eerder aangehaald, is in oktober ‘23 e en nieuw zwembad geopend. Als toevoeging ten opzichte van het zwembad daarvoor is een familieglijbaan. Zij kenden sterk stijgende bezoekcijfers, niet alleen de eerste maanden, maar nu, anderhalf jaar later, nog steeds zijn die bezoekcijfers hoger gebleven omdat er enige recreatieve voorzieningen zijn. En nu ik toch aan het woord ben, nog even de opmerking: Vriezenveen, de gemeente Twenterand, ging uit van koste van 20 miljoen, het werden er 11 miljoen. Dus het hoeft niet altijd duurder uit te pakken dan je denkt. De voorzitter: U wilt er nog op reageren en dan gaan we naar mijnheer Van der Meer en dan ‘…’.
De heer Sieders: Voorzitter, hier wil ik absoluut wel even op reageren, want wij willen absoluut geen subtropisch zwemparadijs neerzetten, maar we willen ook niet dat we op voorhand zeggen dat het recreatieve gedeelte minder is dan wat De Dolfijn nu heeft en zo staat het wel beschreven en dat willen we niet. De voorzitter: Dan de heer Van der Meer van GroenLinks. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Ja, kort. Ik ga het mee terugnemen, want het triggert me wel, juist ook omdat er een prognose is meegegeven in de plannen tot nu toe dat het aantal bezoekers zal stijgen tot 200.00 en dat bereik je niet alleen met sportbaden, zeg maar. Dan zal je iets na moeten denken over de recreatieve bestemming. Dus ik neem hem mee naar de fractie en kom erop terug bij Gemeentebelangen. De voorzitter: Dan de SP, als laatste. De heer Pomper: Dank u, voorzitter. Dat onderzoek van het Roelof van Echten College wees ook uit dat ze ook behoefte hadden aan patat. Dus er moet natuurlijk ook een cafetaria functie inkomen, maar dat terzijde, maar het cafetariamodel niet zozeer. Kijk, wat de SP betreft, we leggen de nadruk op de zwemveiligheid en de breedtesport en daarnaast natuurlijk wel mogelijkheden voor de recreatieve functie, maar dat hoeft niet zeer uitgebreid. Dat geeft de heer Sieders zelf eigenlijk ook al aan.
Als de nadruk daar dan niet op ligt, zou dus echt eerst gekeken moeten worden naar wat is echt hard nodig, ook om onze kinderen veilig van school te laten gaan met een zwemdiploma en ouderen of gehandicapten te laten sporten. De ZPC. Dat vinden we echt het allerbelangrijkste aan een zwembad. Dus de huidige indeling, zoals dat nu bijvoorbeeld in het plan staat, dat valt eigenlijk niets voor te zeggen, dat is wat ons betreft prima. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we dit punt afronden. Ik verwacht, gezien het gesprek of het debat hierover, zal de Gemeentebelangen wel met een misschien eventueel amendement of we zullen het zien, volgende keer, komen. Ja, dank u wel. Dan gaan we, wil ik voorstellen om even terug te gaan, even de vier punten van D66 even wat te combineren met andere debatpunten. Dus ik kijk even of u daarmee akkoord kunt gaan, want ik heb de VVD gehoord, die heeft ook het antwoord gekregen van het college over het investeringsplafond en de exploitatietekorten, hoe die cijfers ook zitten, de financiële kaders en daar had u ook als D66 ook al een reactie op. Dus ik wou dat eigenlijk even bij elkaar trekken en vragen of u allebei even dat kort kunt toelichten, zodat we daar samen over kunnen debatteren. D66, de heer Prakken.
De heer Prakken: Wat mij betreft kunnen we grotendeels de punten eigenlijk samenvoegen. Want het is ingestoken met het idee van de financiën in bedwang houden. Dat geldt voor het cafetariasysteem. Dat mag een cafetaria zijn, trouwens, letterlijk, of je dat wel of niet doet, maar dan wil ik wel weten wat het kost. Dat geldt ook voor exploitatie, dat is een debatpunt, maar is de rest het ermee eens dat we van de huidige exploitatie uitgaan of stellen we toch een plafond vast? En ik heb de woorden van de wetho uder daarover gehoord, maar ik zie daar toch een beetje, ja, ik vind het een beetje vreemd dat dat voor het college geen plafond is en voor de raad wel. Los daarvan. Wat mij betreft kunnen we deze punten wel samenvoegen in één ronde. Was dat uw bedoeling? De voorzitter: Ja, dat is mijn bedoeling en dan wil ik combineren met de VVD, want de VVD had een heel concrete vraag over de financiële kaders. Dus als we dat dan even allebei bij elkaar pakken. De heer Prakken: Ik was even hardop aan het denken. De voorzitter: Dat doe ik soms ook, hoor, dus dat is heel fijn dat u doet, kan ik ook meedenken. Dat scheelt ook. Maar de VVD, wat wil de heer klok daarover zeggen en toelichten als introductie van dit debatpunt? De heer Klok: Ja, dank u wel. Allereerst op het betoog van D66. Dat klinkt goed, commercieel en café, dus wat dat betreft is dat goed voor de VVD.
Maar waar het ons om gaat, is wat de heer Reneman eigenlijk zegt: we hoeven nog geen investeringsplafond of exploitatieplafond, want de organisatievorm is nog niet zeker, dus dat komt allemaal wel in de tijd. Maar als ik dat dan hoor, dan hoeven we dus geen debat te voeren over een eventueel investeringsplafond of een eventueel exploitatieplafond. Maar moeten we dan niet een debat voeren over wat wordt dan de organisatievorm om van daaruit te bepalen wat de financiële lasten zullen zijn? Het voelt bij mij een beetje wrang dat wij nu allemaal dingen gaan bedenken, van versnellen, tot buitenzwembad, tot subtropisch paradijs, hoor ik voorbijkomen, prijskaartjes hebben we het over. Maar volgens mij moeten we eerst de basis op orde hebben en een besluit gaan nemen over die organisatievorm, want dat is juist belangrijk voor bijvoorbeeld de medewerkers en voor bijvoorbeel d de inwoners en de kosten van het uiteindelijke zwembad is dat van groot belang. Dank u wel.
De voorzitter: Dan hoor ik in feite dat we de financiële kaders even laten, maar dat we ons vooral richten op die organisatievorm. Dat was ook de vraag van D66, dus laten we ons daar even op richten in dit debat en dan kijk ik eerst naar het CDA, want die had het eerst de hand … De heer Meesters: Dan wil ik even een punt van orde maken, want die organisatievorm, want we gaan echt dingen door elkaar doen, staat volgens mij gewoon voor september ‘25 gepland. We hebben ‘…’ en we gaan we gaan echt enorm uitlopen. Wat mij betreft, die organisatievorm, die is niet nu aan de orde. We moeten eerst gewoon vaststellen: wat voor zwembad willen we? Want als we alleen een peuterbadje willen, hebben we een heel andere organisatie nodig dan wanneer we een subtropisch zwemparadijs zouden willen. Dus volgens mij moeten we eerst deze stap echt nemen. De voorzitter: De VVD, wilt u daarop reageren? De heer Klok: Ja, dank u wel. Waar het mij om gaat is dat wij de financiële kaders duidelijk hebben aan de voorkant en wat het college aangeeft, is dat dat lastig is, omdat die organisatievorm dus bijvoorbeeld nog niet duidelijk is. Maar waar mijn ongemak zit in dit hele dossier, is dat wij nu wel keuzes maken die financiële gevolgen hebben, waarvan wij de financiële gevolgen nu nog niet weten.
En u geeft als voorbeeld aan een peuterbadje, maar we praten niet over een peuterbadje, we praten hier over meer d an 1000 euro per huishouden, alleen al aan investering en dan nog niet over de exploitatie gesproken. Dus ik vind dat u daar heel makkelijk aan voorbij gaat. Dank u wel. De voorzitter: Dan stel ik vast dat we wel … U wilt wel over de debatpunten praten, begrijp ik. En u hebt uw punt gemaakt, de heer Meesters. Ik ga naar het CDA, want die had als eerste hand opgestoken. De heer De Weerd: Dank u wel, voorzitter. Soms even nadenken waar ik ook weer op wou reageren. Maar de heer Klok geeft aan de basis op orde, dus ik wou ook nog even verwijzen naar ons amendement dat ik straks nog wil toelichten, waarin wij dat ook aangeven dat dat … Het is gewoon te vroeg om daar nu gewoon over na te denken in exploitatieplafond en een investeringsplafond. Als de basis op orde is, eerst de drie scenario's uitdenken en dan pas kunnen we daarop besluiten. Ook in leiding met wat de heer Meeste rs zegt, het is de tijd er gewoon nog niet voor. De voorzitter: Oké, dan gaan we naar de SGP.
De heer Van Rijn: Ik snap dat het college zegt: daar kunnen we nu niets van roepen, want we weten niet wat het uiteindelijk gaat worden en ik snap ook de andere twee heren hier aan tafel, maar het college kan wel zeggen van, let op, als we nou gewoon, zoals deze planning gaat, we gaan 27 miljoen uitgeve n en het zwembad gaat dat jaar los, dan komen de kapitaallasten in dat jaar. Wat heeft dat nou uiteindelijk financieel consequentie op onze hele toekomstige begroting? Dan heb je niet precies toegespitst op wat we willen, maar dan heb je wel even een lijn dat je zegt van, oké, als jullie dit willen investeren en de investering gaat dat jaar in, dan heb je de kapitaallasten erachteraan en dat heeft dit voor gevolgen. Dan hebben wij wel enigszins een duidelijk beeld van, oh, jongens, het kan misschien wel iets meer dan we menen of we zeggen: nou, we moeten nou ervoor zorgen dat we iets minder komen, want dit vinden we een beetje te gek worden. Dus misschien kan het college zoiets nog als hulpmiddel aanbieden. De voorzitter: Ik zie een heel grote hand en dan van de heer Reneman. Nu een andere hand. Wethouder Reneman: Ik ben echt beroemd om mijn kleine handen, voorzitter. Maar goed, ik ga daar verder geen grappen meer over maken. De vuistregel die wij hanteren voor onze begroting is voor elke 10 miljoen 1 miljoen, dus 10 procent.
Dus als u aankijkt tegen een investering van 35 miljoen, haalt u 3,5 miljoen aan lasten, aan kapitaal en aflossing binnen. Dus als u in 2025 begint met de bouw van het zwembad en daar
begint u dus heel vroeg mee, moet u meteen 3,5 miljoen euro bezuinigen op de begroting, dan wel lastenverhoging. Zo eenvoudig is het. Dat is een vuistregel, dat staat helemaal los van de organisatievorm. Als u kiest voor een organisatievorm waarbij wordt gewerkt met een borgstelling, dan kan dat heel anders uitpakken, ook voor de exploitatie, dan ga je de verfijning in. Maar als u echt voor uzelf wil weten als we het helemaal zelf zouden doen, vuistregel 10 procent per jaar. De voorzitter: Oké. Ik denk dat we misschien tot de conclusie kunnen komen dat we dit debatpunt even afronden. Ik kijk even naar D66 en de VVD. Vindt u dat akkoord? De heer Prakken: Nou, niet helemaal. Die exploitatie, dat uitgegaan wordt van het huidige exploitatiesaldo, ik zou toch wel van de andere partijen willen horen of ze het daarmee eens zijn of dat ze zeggen van ja, we willen toch dat naar beneden bijstellen of we willen de vrijheid houden om dat 10 of 20 procent hoger te kunnen vaststellen. Dus dat is wel, vind ik, zeker wel van belang. De voorzitter: Dan gaan we die vraag nog even gebruiken om even kort daarop te laten reageren. De heer Pomper, dan de heer Van der Meer en dan ChristenUnie. De heer Pomper: Dank u, voorzitter. Eigenlijk laat deze vraag zich best wel lastig beantwoorden, want we weten eigenlijk nog helemaal niets over wat voor zwembad we gaan krijgen.
Het is van heel veel factoren afhankelijk, natuurlijk. Ook vooropgesteld: als er een nieuw zwembad komt dat ook duurzamer is in energielasten, dus lager, zou het zelfs nog zo kunnen zijn dat die exploitatiekosten een stuk lager uitpakken dan het huidige zwembad. Dat hebben we totaal nog niet inzichtelijk. Dus op dit moment nog geen antwoord. De voorzitter: Dan de heer Van der Meer, had ik beloofd en dan gaan we naar ChristenUnie en dan de SGP en dan naar Gemeentebelangen. Ga uw gang, mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Ja. Ook ik ben wat weifelend in mijn reactie in de zin van ik vind het redelijk vroeg om nu te zeggen, is dit goed is, moet dit meer, moet dit minder. Het voelt voor mij op dit moment als best een veilige aanname om van de huidige exploitatie uit te gaan, omdat je, en dat ben ik eens met de heer Pomper, waarschijnlijk gaat verdienen op het feit dat je verduurzaamt, dus minder vaste lasten hebt. Maar er zit ook, wat ik net al aangaf, in de prognose een toename van het aantal bezoek zoekers van 150 naar 200.000 per jaar. Ook dat heeft een gunstig effect op de exploitatie, dus het voelt voor mij als een veilige aanname om uit te gaan van de huidige exploitatie. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de ChristenUnie.
De heer Meesters: Voorzitter, ik sluit me aan bij wat mijnheer Van der Meer zegt, het is een aanname, het is een uitgangspunt. Dat is ook letterlijk zo door de wethouder genoemd en we weten op dit moment nog niet wat dat gaat worden. Op het moment dat we, ik overdrijf maar weer even, voor dat subtropische zwembad gaan, zal, als we dat als raad besluiten, dan kunnen we niet zeggen: we doen min 20 procent. Dus om nu al te zeggen: we gaan de exploitatie op een bepaald bedrag stellen, dat kun je niet vaststellen op het moment dat je nog niet weet wat je gaat doen. Dus wat mij betreft zijn we te vroeg met deze discussie. De voorzitter: Oké. Dan gaan we naar de SGP. De heer Van Rijn: Ja, te vroeg, kijk, we zijn met de uitgangspuntennotitie bezig en ik snap dat je gewoon als een startmoment gewoon de exploitatie van De Dolfijn gebruikt. Maar we kunnen natuurlijk wel afspreken: we gaan ons maximaal inspannen dat de exploitatie 25 proce nt minder wordt. De voorzitter: Dan Gemeentebelangen als laatste.
De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. Ik snap eigenlijk helemaal niet waar deze discussie over gaat, want ik heb hier de uitgangspuntennotitie voor me en hierin staat: indien de raming van het exploitatieresultaat boven de huidige exploitatie uitkomt, moet er een bestuurlijke keuze gemaakt worden of het programma van eisen leidend is of dat het exploitatieresultaat taakstellend is. Dus op het moment dat blijkt dat we dit niet halen, komen ze naar ons terug. Dus ik snap niet waarom we het daar dan op dit moment over moeten hebben. Volgens mij is dat een heel mooi uitgangspunt dat het niet hoger worden dan het is en ik ben daar tevreden mee. En als het daar niet binnen past, komen ze bij ons terug. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Prakken als laatste of ... Dat is goed. De heer Prakken: Dan heeft de heer Sieders mijn vraag of mijn stelling niet begrepen. Er staat inderdaad in de uitgangspunten dat we uitgaan van de huidige exploitatiekosten. Mijn punt is: moeten we daarvan uitgaan of moeten we van een lager bedrag uitgaan of is de meerderheid het er mee eens dat we van een hoger bedrag uitgaan? U zegt van ja, als het hoger wordt, dan staat erin dat we het naar beneden of dat er andere keuzes gemaakt moeten worden, maar je kunt ook zeggen: als het hoger wordt dan 80 procent van het huidige saldo, dat er dan keuzes gemaakt moeten worden. De voorzitter: Goed.
Dan ronden we dit stuk af, qua debatpunten. Ik heb even op mijn lijst gekeken en ik heb nog naar GroenLinks een wens liggen om eventueel op de motie over als De Dolfijn gaat uitvallen, maar ik denk dat we dat wel al besproken hebben, ook al bij het begin. Maar ik kijk even naar mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Voorzitter, dat gevoel heb ik niet helemaal. De voorzitter: Oké, daarom geef ik u uw kans om daar even op te reageren. De heer Van der Meer: Op het gevaar af dat ik het hiermee later maak. Maar nee, ik ben wel benieuwd, want ik heb nog niet een concrete toezegging of wat dan ook gehoord op dat plan B. En ik vind echt, als we uitgaan, en ik hoef niet per se een toezegging, want dan gaan we het wel met een motie of een amendement doen, maar als je wacht tot het te laat is of tot het zich voordoet dan demp je een beetje de put als het kalf verdronken is, is mijn idee. Dus je moet vooraf nadenken over wat als en als het niet in gezet hoeft te worden, dan hoeft het niet ingezet te worden. Maar als het wel aan de hand is, wat doen we dan, bijvoorbeeld kinderen die in de groep zitten waar ze aan het proefzwemmen zijn of diplomazwemmen.
Moeten die dan plotseling maar een jaar wachten, twee maand wachten, een maand wachten voordat ze dat weer kunnen doen met het gevaar af dat ze weer nieuwe lessen moeten volgen? Wat doen we met de overige gebruikers, wat doen we met de zwem- en poloclub als die uit moet wijken naar een ander zwembad in de omgeving. Draagt de vereniging die lasten of moeten we daar als gemeente in dit geval dan ook nog iets mee? Nou, dat zijn allemaal vragen die dat oproept waarvan ik denk van dat dat maakt dat een plan B op het moment dat De Dolfijn wel uitvalt en we hebben van de heer Van Eck vanavond gehoord, ook na gesprekken die hij daar gevoerd heeft, dat het gewoon een reëel risico is dat dat gebeurt, ondanks dat je niet weet wanneer het gebeurt en of het uiteindelijk gebeurt, maar er is gewoon een reëel risico. Dan hoort het bij een goede risicoanalyse dat je ook met mitigerende maatregelen komt en dat is dat plan B, wat mij betreft. De voorzitter: Maar als ik naar u luister, dan hoor ik vooral het als een aandachtspunt ook voor het college. En u zegt van nou, ik heb er nog geen toezegging op gekregen. Maar wilt u dat van het college horen of wilt u dat gesprek hier gaan horen? De heer Van der Meer: Ik wil graag van de overige fracties horen, want tot nu toe in het stuk is het niet meegenomen.
Dus ik vrees dat dat dan de stand van zaken is als we daar niet met een motie of amendement aanvullend iets regelen en uiteraard, ik bedoel, als dat niet nodig is om met een amendement te komen, prima, maar dan zien we in het vervolg bij de besluitvorming zien we een plan B.
De voorzitter: Goed, ik zie een hand van de heer Tuit, dus die zal daar even op willen reageren en daarna kunnen we hier het gesprek gaan voeren. Wethouder Tuit: Voorzitter, misschien kan ik u helpen om wat tijd te winnen. Het college kan dit toezeggen. Dus het is, u ziet dat in het plan ook staat: de onderhoudsbudgetten staan in de meerjarenbegroting. Daarbij geven wij ook aan: als een calamiteit, dat hoor ik de heer Van der Meer ook zeggen, als een calamiteit zich voordoet, dat hebben we ook gezegd twee weken terug, dan zal het bad moeten sluiten en ik hoor hem zeggen, als ik u goed verstaan heb, van denk alvast na wat als dat gebeurt, die calamite it? Wat doen we dan met bijvoorbeeld proefzwemmen en dat soort dingen. Dat kunnen wij gewoon meenemen in de wat als variant. Dus die toezegging kan ik doen. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, u hoort een toezegging van het college. Bent u daar tevreden mee nu. De heer Van der Meer: Ja, voorzitter, dank u wel. Einde gesprek, denk ik. De voorzitter: Oké. Dan is dat het einde van dit gesprek en gaan we naar het laatste debatpunt van het CDA toe. Het CDA heeft inmiddels ook al wel een mail rondgestuurd waarin het amendement staat, een amendement over routekaart toekomstige zwemvoorziening.
Ik denk dat het goed is om eerst te luisteren naar de toelichting van mijnheer De Weerd en dat we dan het college daarop laten reageren en dan kunnen we daarover de meningen peilen, hier in deze ronde. Ga uw gang, mijnheer De Weerd, van het CDA. De heer De Weerd: Dank u wel, voorzitter. Ik zal proberen het wat kort te houden, ook voor de mensen die op een andere manier met ons meekijken. Wat voor ons belangrijk is als CDA, en de SGP vult mij waarschijnlijk er wel in aan, is dat we eerst, voordat we een besluit ne men, eerst goed moeten kijken, de drie scenario 's die voorliggen, dat die goed worden onderzocht. Dus met een goed plan komen over één, wat zijn de mogelijkheden om het zwembad te renoveren, twee, wat zijn de mogelijkheden om De Dolfijn van een goede upgrade te voorzien, is dat een optie, of de derde, we gaan voor een nieuw zwembad. Ik merk vanavond dat we heel erg met elkaar al aan het voorsorteren zijn op dat nieuwe zwembad. Nee, zeggen wij als CDA, we doen eerst een stap terug. We willen gewoon eerst die drie scenario's goed onderzocht hebben. Niet met een memo, maar met een goed plan. Op het moment dat er dan een goed plan ligt, dan kunnen we ook als raad zijnde een beslissing nemen over de uitgangspuntennotitie, want dan kunnen we kieze n op basis van die drie scenario's.
Nu wordt er echt tekort gedaan aan die andere twee scenario's, die wellicht ook een optie zijn. Wij hebben geen idee waar het straks naartoe gaat, maar we willen het goed onderzocht hebben, zodat we een besluit kunnen nemen. Dat is in een notendop waar ons amendement over gaat. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De SGP krijgt ook nog kans om hier een aanvulling op te geven. De heer Van Rijn: Voorzitter, ik hoef er hier niet zoveel op aan te vullen, maar het is echt van belang dat je de juiste beslissing neemt. Nu lijkt het met een memootje dat we zeggen van nou ja, daar kijken we nu maar even niet naar, dat vinden we te lastig, het gaat die kant op. Dat vinden wij niet goed. Gewoon even helder: wat kost scenario één, wat kost scenario twee en wat kost scenario drie? Nou, dat weten we inmiddels wel, maar dat die anderen realistisch onderbouwd: dat gaat het kosten. En ja, dan kan het ook dat we zeggen: ja, jongens, als dat echt zo is, dan moeten we er ook echt vanaf. Dan is het niet verstandig. Dan kiezen we dan toch voor scenario drie of noem maar op. Maar dat willen wij ook wel graag en daar waren wij het roerend eens met het CDA. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dan gaan we naar de heer Tuit van het college, de wethouder. Ga uw gang. Wethouder Tuit: Ja, voorzitter, u kent het college doet altijd de drie criteria, daar voldoet dit amendement aan.
Het college legt een ander voorstel aan u voor, dus wij denken dat we echt moeten kiezen, met de
informatie die we hebben, voor die nieuwbouwvariant. Nou, u leest dat ook in de stukken, maar het amendement is op alle drie de criteria uitvoerbaar. Dus we laten dat als oordeel aan uw raad. De voorzitter: En als het aan het oordeel van de raad is, dan gaan we naar dat oordeel luisteren, nu. Dan ga ik naar de heer Meesters, die zag ik het eerste, dan de heer Van der Meer. De heer Meesters: Ja, voorzitter, wij zullen niet meegaan in het amendement. Ik wil het eigenlijk met twee opmerkingen doen. In de huidige situatie hebben we al te maken met een zwembad, verouderd, betonrot, dat soort dingen, dus je zal sowieso al daar met een heel probleem zitten. Dan heb je het ook nog over de toegankelijkheid van het zwembad, dat vinden we ook een zwaarwegend punt. Eigenlijk even, heel kort door de bocht, zien wij één optie, dat is nieuwbouw. De andere scenario’s zijn van wat ons betreft voldoende onderzocht. De voorzitter: Dank u wel. Dan mijnheer Van der Meer van GroenLinks. De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. Dit amendement gaat, wat ons betreft, onnodige en niet reële vertraging opleveren op de plannen zoals ze nu voorliggen. Dus dit zullen we zeker niet steunen.
Als je weet dat het huidige zwembad al bijna 60 jaar zijn diensten en zijn plichten vervult, dan is het volgens mij bijna een soort van gouden regel dat verbouw of upgrade wellicht zelfs nog duurder is dan nieuwbouw. Dus wij blijven voor het voorstel zoals het college dat heeft gedaan en gaan voor nieuwbouw. De voorzitter: Helder. Dan gaan we naar de SP, mijnheer Pomper. De heer Pomper: Ja, eigenlijk daar niets op aan te vullen. De SP gaat ook voor nieuwbouw. We denken ook inderdaad dat de andere opties al voldoende zijn onderzocht. De voorzitter: De PvdA, de heer Van Eck. De heer Van Eck: Dank u, voorzitter. Het zal het CDA en de SGP niet verbazen dat we niet op de banken stonden toen dit amendement binnenkwam. Maar, voorzitter, als het mag, wil ik toch een tegenvraag stellen aan de indieners: vinden zij het acceptabel dat bij renovatie er een jaar lang geen zwembad i s in Hoogeveen? Vinden zij het acceptabel dat er bij upgrade twee jaar lang geen zwembad is in Hoogeveen? De voorzitter: De heer De Weerd, want u zult waarschijnlijk dat antwoord kunnen geven, of de SGP. De heer De Weerd: Ja, dank u wel, voorzitter. Nee. Maar het is ook de vraag of dat dan een hele reële optie dan is of dat het per se zo lang dicht moet zijn.
Er zal inderdaad een fase zijn waarin het dan dicht is, op het moment dat er een goed scenario is, maar er wordt natuurlijk wel gekeken om dat zo kort mogelijk te houden. De voorzitter: De SGP, want u had ook een wens om te reageren. De heer Van Rijn: Ja, in de plannen van mijnheer Van der Kerkhoven was het, er kon dus gewoon een ‘…’ kon gewoon helemaal gerealiseerd worden, dat kon gewoon ook technisch helemaal, zonder dat het huidige zwembad iets moest laten. Het moment dat die hele wanden eruit moest en dat aangepast was, dat zou ongeveer drie maanden dicht, maar dat zou je in een periode kunnen doen dat het zwemmen minder is. Maar ja, drie maanden dat was het minimale wat hij toch wel dan dicht moest.’ De voorzitter: De heer Van Eck, wilt u daar nog op reageren weer? Nee, oké. Dan ga ik naar Gemeentebelangen, de heer Sieders had ook al een wens aangegeven.
De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. Van ons hoeft dit absoluut niet. In de uitgangspuntennotitie wordt in drie pagina's uitgelegd waarom het college kiest voor nieuwbouw. Wij kunnen ons daar volledig in vinden. Inderdaad, de andere opties zijn een jaar dicht, twee jaar dicht en niet eens ruimte genoeg om eigenlijk neer te zetten wat er nu gevraagd wordt. Ja, dat moet je toch niet willen met zijn allen. De voorzitter: Dat is duidelijk. Dan mijnheer Vos van Forum voor Democratie. De heer Vos: Ja, dank u, voorzitter. Ja. Ons lijkt vanzelfsprekend dat je meerdere opties gaat onderzoeken. Dus helemaal steun. Ja. De voorzitter: Zijn er nog meer partijen die hierop willen reageren? Ik zie verder geen handen. Dus dan vraag ik nog aan het CDA hoe zij nu deze opbrengst waarderen. De heer De Weerd: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij gaan het gewoon in de fractie nog eens over hebben. En u ziet het wel op 6s maart of twee weken daarna, wanneer we weer om tafel mogen zitten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan denk ik dat we kunnen concluderen dat we naar een afronding gaan van dit debat over de toekomstige zwembadvoorziening van Hoogeveen. Er is genoeg gewisseld hier aan tafel. Ik denk dat het goed is dat allemaal mee te nemen in de verschille nde fracties. We zien elkaar weer bij een volgende raadsvergadering op dit punt.
2.4 Sluiting debatronde De voorzitter: We sluiten nu dit deel en we gaan pauze houden tot kwart voor kwart voor tien, zoiets. 3.
Pauze
4.
Informerende ronde (Raadzaal)
4.1 Opening informerende ronde De voorzitter: Dames en heren, we gaan beginnen met het informerende blok, genoemd het asfaltdossier op weg naar beter. Welkom ook weer aan onze kijkers, luisteraars, publiek en natuurlijk onze raadsleden en collegeleden. We behandelen vanavond het asfaltdossier op weg naar beter. Maar het is goed om bij de inleiding even stil te staan bij een aantal belangrijke aandachtspunten op dit dossier. We bespreken dit dossier informerend, in lijn met de principes van openbaarheid en transparantie. Dat betekent dat we zo veel mogelijk informatie in de openbaarheid bespreken, zodat inwoners en belanghebbenden inzicht kunnen krijgen over dit dossier. Zoals eerder vanavond bij agendapunt 1.8 is genoemd, zijn op diverse stukken door de raad het besluit genomen om de geheimhouding op te heffen. Echter, er zijn situaties waarin bepaalde informatie vertrouwelijk moet blijven. Dit kan te maken hebben met privacy, bedrijfsgevoelige gegevens of andere belangen, zoals die genoemd zijn in de gemeentewet. Voor dit onderwerp geldt dan ook dat er een deel is dat we hier openbaar bespreken en een deel waarvoor wij in de beslotenheid straks verder zullen spreken. Volledigheidshalve verwijs ik daarvoor naar de handreiking in de memo van de griffie die afgelopen dinsdag naar u is verzonden.
De doelstelling voor vanavond is dat u door het college van B&W zo helder mogelijk wordt geïnformeerd over het genoemde dossier en voor u het stellen van vragen die nog niet zijn beantwoord. Voor de verdere invulling verwijs ik naar de brief van B&W van 28 januari 2025, een brief die onderdeel uitmaakt van een heel grote lijst met bijgevoegde stukken, waaronder het collegevoorstel asfaltdossier op weg naar beter, diverse tijdlijnen en beantwoording schriftelijke vragen. De opzet van de informatieronde i s, er hebben zich geen insprekers gemeld, dus dat kan ik alvast even mededelen en dat er een bestuurlijke inleiding komt vanuit het college en daarna de vragen vanuit de raad. Het kan zijn dat we naar behoefte een aantal
vragen gaan clusteren tot een bepaald thema of onderwerp, zoals dat genoemd is, maar misschien loopt het ook wel zo door dat de vragen direct beantwoord zijn die beantwoord kunnen worden. Dan sluiten we dit openbare blok straks af om na een schorsing weer verder te gaan met het besloten blok. 4.2 Spreekrecht 4.3 Asfaltdossier: Op weg naar beter De voorzitter: Ik geef nu het woord voor de inleiding aan de heer Reneman. Wethouder Reneman: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij denken dat het vanuit het college van belang is om voor ogen te houden dat deze avond eigenlijk gewoon meerdere sporen heeft en die sporen willen we ook wel graag voor u uit elkaar trekken, omdat het, denk ik, de helderheid van de informatie die we aan u verstrekt hebben en aan u gaan verstrekken, zal verbeteren. Het eerste spoor is eigenlijk een spoor dat is gekomen naar aanleiding van de melding die er was over valsheid in geschrifte, het falsificeren van prestatieverklar ingen en dat raakte meteen de rechtmatigheid van de begroting en de getrouwheid van de begroting. Daarop is een onderzoek in gestart en daar hebben we u over op meerdere momenten over geïnformeerd. Ik zal daar straks meer over vertellen.
Maar het tweede spoor is een spoor wat daar eigenlijk achter vandaan komt en dat is een spoor dat te maken heeft met integriteit, met hoe wordt omgegaan met medewerkers, hoe wordt omgegaan met mensen die dingen melden, hoe past dit in de organisatiecultuur? Waar zijn we eigenlijk helemaal mee bezig? Dat tweede spoor kwam eigenlijk heel erg prominent naar voren toen er berichtgeving kwam in de pers en er ook vragen kwamen vanuit de raad. Toen hebben wij gezegd: laten we de bijeenkomst die in februari gepland is in het kader van dat eerlijk genoemde onderzoek, waar ik straks wat meer over zou vertellen, laten we dat ook gebruiken om de vragen die bij de gemeenteraad zouden kunnen leven en die ook in de samenleving leven, om die gewoon beantwoord te hebben. Toen hebben we u uitgenodigd om vragen in te dienen bij ons en dat we hebben gekeken welke kunnen we in de openbaarheid beantwoorden en welke kunnen we onder geheimhouding beantwoorden. Die vragen zijn ook al zo beantwoord. We merken overigens nu dat er nog steeds weer aanvullende vragen zijn naar aanleiding van die ronde. Nou, daar hebben we deze avond dan ook voor.
Maar deze avond heeft dus eigenlijk twee doelen steeds gehad: u op de hoogte brengen van wat is er eigenlijk gebeurd naar aanleiding van dat onderzoek in het kader van de jaarrekening en aan de andere kant kijken of we die werelden bij elkaar kunnen brengen, die nu ook in de media rondgang doen, maar ook verhalen die u zelf ook hoort, omdat u met uw voeten in de klei staat in de samenleving, om die werelden bij elkaar te brengen. Even terug naar dat onderzoek waar ik net aan refereerde. Ik ben op 7 maart geïnformeerd over die valsheid in geschrifte en op 18 april vorig jaar hebben wij de geheime bijeenkomst hier gehad in de raad waarin ik u geïnformeerd heb daarover. Toen was al uitgezet een onderzoek van de controllers, toen was de accountant op de hoogte gebracht, is er in samenspraak met de accountant een onderzoek opgestart, is er ook al besloten om toen een extern bedrijf daarbij te betrekken, Hoffmann, daar heb ik u allemaal toen over geïnformeerd en wij zijn van start gegaan met dat onderzoek, met als primaire doel om ervoor te zorgen dat wij een jaarrekening konden afleveren die een controleverklaring zou kunnen krijgen. Dat is ook gelukt. Ik heb op 13 juni hebben wij de uitkomsten van dat onderzoek met u gedeeld.
Die uitkomsten gingen over de onrechtmatigheid van de aanbesteding, het rechtzetten van de valse facturen en wat dat betekende voor de begroting, het opstellen van een verbeterplan. Dat verbeterplan he eft u ook gezien, dat hebben de controllers opgesteld en u hebt ook later de jaarrekening vastgesteld, samen met een goede controleverklaring. Bij die bijeenkomst hebben we ook gezegd: wij willen graag de raad informeren over de voortgang van die aanbevelingen. Toen kwam deze datum naar boven van wij willen aan het eind van het jaar onze controllers vragen om een audit uit te voeren op hoe staat het ervoor met de verbeteringen die zijn afgesproken? Die zou aan het eind van dit jaar, eind van vorig jaar plaatsvinden en toen hebben deze datum gereserveerd om daarvan u op de hoogte te brengen. U vindt dat ook terug in de stukken, in de hele publicatie die daaromheen gegaan is en de vragen die daarom zijn heen gekomen, zagen wij dat we heel veel brokjes informatie hadden over zaken die niet rechtstreeks te maken hadden met het rechtmatigheidsonderzoek,