CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting en regels ontwerp BP Sloodstraat.pdf

Raadsavond 8 juni 2023, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Zuid, deelplan Sloodstraat25.124 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

1.5 Opzet van de aanmeldingsnotitie De inhoudelijke vereisten voor het toetsen of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieueffecten staan benoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r., zie tabel 1.1. Tabel 1.1: Overzicht criteria ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’

Criteria 1. Kenmerken van het project

2. Plaats van het project

Beoordelingscriterium Bij de kenmerken van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: - de omvang van het project; - de cumulatie met andere projecten; - gebruik van natuurlijke hulpbronnen; - de productie van afvalstoffen; - verontreiniging en hinder; - het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering; - risico's voor de menselijke gezondheid. Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project/de projecten van invloed kunnen zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen: - het bestaande grondgebruik; - relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; - het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: • wetlands; • kustgebieden; • berg- en bosgebieden; • reservaten en natuurparken; • gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd;

7 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Sloodstraat Hoogeveen’ | Witpaard

4

3. Kenmerken van het potentiële effect

speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn; • gebieden waar de milieukwaliteitsnormen al niet worden nagekomen; • gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; • landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: - de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); - de aard van het effect; - het grensoverschrijdend karakter van het effect; - de intensiteit en de complexiteit van het effect; - de waarschijnlijkheid van het effect; - de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; - de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten; - de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.

Conform tabel 1.1 wordt na dit inleidende hoofdstuk in hoofdstuk 2 ingegaan op de kenmerken van het project. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de plaats van het project en in hoofdstuk 4 worden de waarschijnlijke gevolgen van het project voor het milieu en de effectkenmerken beschreven. Tot slot bevat hoofdstuk 5 de conclusie van de notitie.

7 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Sloodstraat Hoogeveen’ | Witpaard

5

2. Kenmerken van het project 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de voorgenomen activiteit. In artikel 7.16, tweede lid, onder a Wm is opgenomen dat de beschrijving moet ingaan op de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en, voor zover relevant, van sloopwerkzaamheden. Daarnaast dient een beschrijving gegeven te worden van de locatie van de activiteit met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn.

2.2 Omvang van het project Dit bestemmingsplan voorziet in de bouw van zeven woningen met bijbehorende tuinen met openbare parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen. Om deze woningen te kunnen realiseren wordt alle bestaande bebouwing gesloopt.

2.3 Cumulatie met andere projecten In de aanlegfase van dit project is er geen sprake van cumulatie met andere projecten in de omgeving die naar aard en omvang vergelijkbaar zijn. Over het algemeen kan gesteld worden dat de werkzaamheden om de woningen mogelijk te maken (verwijderen eventueel aanwezige beplanting, bouw- en woonrijp maken van het plangebied, aanleggen kabels en leidingen, aanbrengen bouw/straatzand, egaliseren en aanleggen verharding, bouwen woningen) lokaal en van tijdelijke aard zijn.

2.4 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Om het gebruik van natuurlijke hulpbronnen te beperken worden de zeven woningen in het project zo veel mogelijk circulair gebouwd. Voor de realisatie van het woongebouw worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal, zoals beton, hout, staal en grond. Een andere locatie zal niet leiden tot minder gebruik van natuurlijke hulpbronnen.

2.5 Productie van afvalstoffen Het voorgenomen gebruik van het plangebied voor wonen zorgt voor de productie van afvalstoffen, zoals huishoudelijk afval en afvalwater. Deze stoffen worden volgens de normen van de gemeente ingezameld en verwerkt. De nieuw te realiseren woningen worden op de gemeentelijke riolering aangesloten. Indien aanpassingen aan de riolering binnen het plangebied noodzakelijk zijn, dan worden deze uitgevoerd. Hierbij wordt er op voorhand van uitgegaan dat het hoofdrioleringsnetwerk voldoende capaciteit heeft om het afvalwater van de nieuwe woningen te kunnen verwerken.

2.6 Verontreiniging en hinder Door de aanlegwerkzaamheden is, conform regelgeving, sprake van emissies ten aanzien van geluid, licht en lucht. Bij de effectbeschrijving in hoofdstuk 4 wordt hierop nader ingegaan.

7 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Sloodstraat Hoogeveen’ | Witpaard

6

2.7 Risico van ongevallen In het kader van de aanlegwerkzaamheden is geen sprake van specifieke risico’s voor zware ongevallen of rampen binnen of in de directe omgeving van het plangebied.

2.8 Risico’s voor de menselijke gezondheid Zowel in de aanleg- als in de gebruiksfase van het project is er geen sprake van specifieke risico’s voor de volksgezondheid.

7 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Sloodstraat Hoogeveen’ | Witpaard

7

3. Plaats van het project 3.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de ligging van de locatie, het vigerende grondgebruik en toelichting op de al dan niet aanwezigheid van bijzondere waarden in het projectgebied en/of omgeving.

3.2 Ligging van de locatie Het plangebied ligt in de naoorlogse uitbreidingswijk Zuid van Hoogeveen en wordt aan drie zijden omgeven door woonstraten: de Sloodstraat aan de westzijde; de Goltguldenstraat aan de noordzijde en de Meerstalstraat aan de zuidzijde. De oostzijde van het plangebied wordt begrensd door de achtertuinen van de aangrenzende woningen aan de genoemde straten.

3.3 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Zuid 2017' van de gemeente Hoogeveen. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 11 april 2019. Het plangebied is bestemd als ‘Wonen Woonzorgcentrum’ en 'Tuin'. De bestemming 'Wonen - Woonzorgcentrum' voorziet in de mogelijkheid voor een wooncentrum met gemeenschappelijke voorzieningen als recreatieruimten, een centrale keuken en een kleinschalig restaurant. Ter plaatse van de aanwezige bebouwing is binnen de bestemming ‘Wonen - Woonzorgcentrum’ een bouwvlak opgenomen. Met de 'specifieke bouwaanduiding - 1' wordt de maatvoering van de aanwezige bebouwing bepaald. Op onderstaande afbeeldingen is een uitsnede van de verbeelding van beide bestemmingsplannen opgenomen, met de kadastrale ondergrond als onderlegger. In groen is het deel van het plangebied omlijnd dat binnen het betreffende bestemmingsplan valt.

3.4 Bijzondere waarden in het projectgebied en omgeving Natura 2000-gebied en Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet in of nabij een Natura 2000-gebied. Het plangebied maakt daarnaast geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Archeologie en cultuurhistorie Het plangebied is na de Tweede Wereldoorlog bebouwd geraakt met de huidige in het plangebied aanwezige bebouwing. Om deze bebouwing te realiseren zijn de voormalige landbouwgronden bouw- en woonrijp gemaakt, zijn riolering, kabels en leidingen en de funderingen van de bebouwing aangelegd. De bovengrond van het plangebied is als gevolg hiervan geroerd. Het voorgenomen bouwplan vindt plaats op de funderingen van het in het plangebied aanwezige bebouwing. Hiermee wordt onder meer voorkomen dat op andere plekken dan de huidige de bodem dieper dan de bovengrond wordt geroerd en dat eventueel in de ondergrond van het plangebied aanwezige archeologische waarden worden beschadigd. Een nadere toelichting aangaande waardevolle gebieden, archeologie en cultuurhistorie is opgenomen in paragraaf 4.2.

7 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Sloodstraat Hoogeveen’ | Witpaard

8

4. Kenmerken van het potentiële effect 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van het potentiële effect op het milieu als gevolg van de voorgenomen activiteit. In artikel 7.16, tweede lid, onder b en c Wm is opgenomen dat de beschrijving moet ingaan op waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit kan hebben voor het milieu en de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu als gevolg van de verwachte residuen, emissies, productie van afvalstoffen en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. In deze beschrijving worden de mogelijke maatregelen, om de waarschijnlijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden, beschreven. Om de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu te kunnen beschrijven, wordt een onderscheid gemaakt in de aanlegfase en de gebruiksfase.

4.2 Waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu 4.2.1 Kenmerken aanlegfase In de aanlegfase is tijdelijk sprake van een beperkte toename van vrachtverkeer (geluid en luchtkwaliteit) en bouwactiviteiten (licht, geluid en trillingen). Na afronding van de bouwwerkzaamheden verdwijnen deze effecten. Verder leidt de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt. Op het aspect stikstof wordt nader ingegaan in paragraaf 4.2.2.6. 4.2.2 Kenmerken gebruiksfase 4.2.2.1 Algemeen In de directe omgeving zijn geen projecten die in combinatie met de voorgenomen activiteiten leiden tot extra effecten. 4.2.2.2 Bodem en asbest Het huidige en beoogde gebruik van het plangebied is wonen. De milieuhygienische kwaliteit van de bodem is hiervoor geschikt. Om die reden is geen verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Als gevolg van het voorgenomen bouwplan is het mogelijk dat er grond vrijkomt. Voor de verwerking van vrijkomende grond buiten het plangebied gelden de uitgangspunten van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). 4.2.2.3 Geluid Het plangebied wordt aan drie zijden omgeven door woonstraten. Aan de westzijde ligt de Sloodstraat, aan de noordzijde de Goltguldenstraat en aan de zuidzijde de Meerstalstraat. Deze straten worden geclassificeerd als erfontsluitingsweg en voor deze straten geldt een maximumsnelheid van 30 km/h.

Het plangebied is in de huidige situatie bestemd ten behoeve van het wonen. In de toekomstige situatie is dat ook het geval, waarbij de voorgevelrooilijn van de nieuwe woningen op dezelfde plek ligt als in de huidige situatie. De nieuwe woningen komen daarmee niet dichter op de Sloodstraat te liggen. Hoewel het aantal woningen toeneemt van 5 naar 7 en er daarmee sprake is van een beperkte toename van de verkeersgeneratie. Gezien het feit dat er sprake is van een 30 km/h-regime en het feit dat de afstand van de voorgevel van de woningen tot de straat niet toeneemt geen sprake van

7 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Sloodstraat Hoogeveen’ | Witpaard

9

een verslechtering van de geluidsbelasting op de voorgevel ten opzichte van de huidige situatie. Om die reden is geen akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. 4.2.2.4 Luchtkwaliteit De voornomen ontwikkeling bestaat uit de bouw van zeven woningen met twee ontsluitingswegen. Deze ontwikkeling valt onder de Regeling NIBM. Een nader onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. 4.2.2.5 Waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het bestemmingsplan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1.500 m². Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater.

Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi’s heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. In de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlakte water aanwezig waarnaar hemelwater kan worden afgevoerd. Ruimte voor het realiseren van een wadi voor het infiltreren van hemelwater in de bodem binnen het plangebied of in de directe omgeving daarvan is evenmin aanwezig. Om die reden wordt het hemelwater door middel van de aanleg van een infiltratieriool of infiltratiekratten geïnfiltreerd in de bodem.

4.2.2.6 Natuur en ecologie Om de eventuele aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten in en direct rondom het plangebied en de gevolgen van de voorgenomen ontwikkelingen ten aanzien beschermde natuurgebieden inzichtelijk te maken is een verkennend ecologisch onderzoek uitgevoerd. Op basis van deze soorten- en gebiedsinformatie worden uitspraken gedaan over eventuele noodzakelijke vervolgonderzoeken.

7 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Sloodstraat Hoogeveen’ | Witpaard

10

Beschermde gebieden Natura-2000 Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is op circa 7,4 kilometer km afstand van het plangebied en wordt hiervan gescheiden door agrarisch gebied en de bebouwde kom van Oudkarspel en Schoorl. Andere Natura 2000gebieden liggen op grotere afstand (> 9.6 kilometer) van het plangebied. Het plangebied is niet direct zichtbaar vanuit omliggende Natura 2000-gebieden. Van optische verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden is derhalve geen sprake. Gelet op de ligging van het plangebied en de beperkte impact van de ingreep, kan verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden door licht en geluid op voorhand worden uitgesloten. Een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden is niet aannemelijk. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde gebied ligt op 3 kilometer ten noorden van het plangebied. Het plangebied wordt van dit Natuurnetwerk Nederland gebied gescheiden door de bebouwde kom van Oudkarspel en agrarisch gebied.

Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van het NNN ligt en de provinciale ruimtelijke verordening geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing ten aanzien van NNN niet noodzakelijk. Verstoring van NNN-gebieden kan bovendien op voorhand worden uitgesloten, gelet op de ligging van het plangebied en de beperkte impact van de ingreep. Houtopstanden Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing. Beschermde soorten Woningcorporatie Woonconcept heeft het voornemen om de woningen aan de Sloodstraat 29 t/m 37 te slopen om zeven grondgebonden nieuwbouwwoningen te realiseren. Wet- en regelgeving voor bescherming van de natuur verplichten vooraf te toetsen of activiteiten conflicteren met beschermde natuurwaarden. Deze natuurtoets is bedoeld om inzicht te krijgen in mogelijke effecten op aanwezige natuurwaarden die op kunnen treden als gevolg van de voorgenomen sloopwerkzaamheden. Het onderzoek is als bijlage x opgenomen in de bijlagen bij toelichting. Op basis van het veldbezoek is een effectbeoordeling naar het voorkomen beschermde flora en fauna opgesteld: •

• •

aanvullend onderzoek naar vleermuizen heeft de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen binnen het projectgebied uitgesloten. Schade aan onmisbare foerageergebieden en vliegroutes is evenmin aan de orde. Vervolgstappen zijn voor vleermuizen niet aan de orde; aanvullend onderzoek naar huismussen heeft de aanwezigheid van huismusnesten binnen het projectgebied uitgesloten. Vervolgstappen zijn voor huismussen niet aan de orde; overige nesten van jaarrond beschermde vogels worden binnen het projectgebied uitgesloten. Wel zijn gedurende de broedtijd diverse algemene vogels zoals houtduif, merel, kauw, ekster, Turkse tortel broedend te verwachten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden;

7 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Sloodstraat Hoogeveen’ | Witpaard

11

•

in het projectgebied zijn geen amfibieën, flora, reptielen, ongewervelden en vissen aangetroffen of te verwachten die bescherming genieten, uitgezonderd soorten waarvoor vrijstelling geldt in de provincie Drenthe.

4.2.2.7 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Het plangebied is na de Tweede Wereldoorlog bebouwd geraakt met de huidige in het plangebied aanwezige bebouwing. Om deze bebouwing te realiseren zijn de voormalige landbouwgronden bouw- en woonrijp gemaakt, zijn riolering, kabels en leidingen en de funderingen van de bebouwing aangelegd. De bovengrond van het plangebied is als gevolg hiervan geroerd. Het voorgenomen bouwplan vindt plaats op de funderingen van het in het plangebied aanwezige bebouwing. Hiermee wordt onder meer voorkomen dat op andere plekken dan de huidige de bodem dieper dan de bovengrond wordt geroerd en dat eventueel in de ondergrond van het plangebied aanwezige archeologische waarden worden beschadigd. Indien tijdens de uitvoering alsnog onverwachte archeologische resten worden aangetroffen, dient hiervan direct melding gemaakt te worden bij het bevoegd gezag in het kader van de wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet. Cultuurhistorie Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd dorps- of stadsgezicht. De in het plangebied aanwezige bebouwing is niet aangewezen als een rijks- of gemeentelijk monument. In de directe omgeving van het plangebied komen geen aangewezen rijks- of gemeentelijke monumenten voor. Voor het plangebied is een stedenbouwkundig plan opgesteld dat past binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur.

4.2.2.8 Externe veiligheid In de omgeving van het plangebied komen geen inrichtingen, transportroutes voor gevaarlijke stoffen en buisleidingen voor.

4.3 Effectkenmerken Orde van grootte en het ruimtelijk bereik van het effect (geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden) - Orde van grootte van het effect: zie paragraaf 4.2. - Bereik van het effect: het reikwijdte van het effect beperkt zich tot het plangebied. Er is geen sprake van een invloedsgebied. - Getroffen bevolking: niet van toepassing. Aard van het effect - Aard van de effecten: zie paragraaf 4.2. Grensoverschrijdende karakter van het effect - Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect. Intensiteit en de complexiteit van het effect - De effecten van zowel de aanlegfase als de gebruiksfase zijn beperkt qua intensiteit en complexiteit (geen vervolgeffecten of indirecte effecten verwacht). Waarschijnlijkheid van het effect - Beperkte emissies geluid, lucht en licht zijn zeker.

7 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Sloodstraat Hoogeveen’ | Witpaard

12

- Waarschijnlijkheid van effecten door calamiteiten is zeer gering (zie ook paragraaf 4.2). Verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect - Verwachte aanvang: na onherroepelijk bestemmingsplan (2e helft van 2021). - Duur en periode indicatief: de aanlegfase zal circa 1 jaar duren. - Frequentie: deze beoordeling betreft éénmalig de beschreven activiteiten. - Er is geen sprake van onomkeerbare effecten. Cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten Zoals beschreven in paragraaf 2.3 van onderhavige notitie zijn er geen andere projecten of ontwikkelingen in de omgeving bekend die gelijktijdig met de beschreven activiteiten worden uitgevoerd en kunnen leiden tot cumulatieve effecten. Omdat de verwachte effecten beperkt van omvang zijn, zal ook voor andere aspecten de cumulatie met effecten van andere ontwikkelingen niet tot noemenswaardige effecten leiden.

7 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Sloodstraat Hoogeveen’ | Witpaard

13

5. Conclusie Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het voornemen niet leidt tot significante nadelige gevolgen voor het milieu zoals bedoeld in artikel 7.17 Wet milieubeheer. Er is daarom geen aanleiding om een m.e.r.-procedure te doorlopen, omdat dit geen aanvullende informatie verschaft voor het beoordelen van de milieueffecten.

7 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Sloodstraat Hoogeveen’ | Witpaard

14

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 82

7 maart 2023

Regels

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 83

7 maart 2023

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

1.1 plan: het bestemmingsplan Zuid, deelplan Sloodstraat NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 van de gemeente Hoogeveen;

met

identificatienummer

1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanbouw een bijgebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aaneengebouwde woningen: woningen gekoppeld door middel van gebouwen; 1.7 aan-huis-verbondenbedrijf: het verlenen van diensten c.q.

het uitoefenen van ambachtelijke –geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen- bedrijvigheid, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn, dat de activiteit in de woning en/of daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie ter plaatse, kan worden uitgeoefend; 1.8 aan-huis-verbondenberoep: het in een woning en/of daarbij behorende bijgebouwen uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, kunstzinnig of ontwerptechnisch dan wel daarmee gelijk te stellen gebied, alsmede de beroepen van schoonheidsspecialist(e) en mani- en/of pedicure, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie, hieronder mede begrepen Bed & Breakfast; 1.9 ander werk: een werk, geen bouwwerk zijnde; 1.10 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.11 bebouwingspercentage: een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage dat de grootte van het deel van het bouwperceel aangeeft dat maximaal of minimaal bebouwd mag/moet worden;

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 84

7 maart 2023

1.12 bedrijf: een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. de levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, danwel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen; 1.13 bedrijfsgebouw: een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.14 belangrijkste gebouw een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmeting, dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw is aan te merken; 1.15 beroeps- cq. bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q.

een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.16 bestaand: de op het moment van ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en conform de op dat moment geldende regels aanwezige gebouwen/ oppervlakten/ gebruik of waarvoor een bouwvergunning is verleend danwel een aanvraag om bouwvergunning is ingediend die kan worden verleend; 1.17 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.18 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.19 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.20 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.21 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of horizontale balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.22 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.23 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.24 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.25 bouwwerk: Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 85

7 maart 2023

1.26 bijgebouw: een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.27 dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.28 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond; 1.29 erf: de oppervlakte van een bouwperceel binnen de bestemming “Wonen”, met uitzondering van de oppervlakte van het bouwvlak; 1.30 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt, waaronder mede een carport wordt verstaan; 1.31 hoofdgebouw: Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.32 horizontale diepte van een gebouw: de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel; 1.33 kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel andere onderkomens of andere voertuigen, gewezen voertuigen of gedeelten daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde, die geheel of gedeeltelijjk blijvend zijn bestemd of ingericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf dan wel voor nachtverblijf van personeel, werkzaam op het kampeerterrein

waar deze onderkomens of voertuigen zijn geplaatst; 1.34 1. 2. 3.

peil: voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang danwel vanaf enig ander vast punt in de omgeving; voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil);

1.35 perceelgrens: de scheiding tussen percelen die niet aan eenzelfde eigenaar behoren danwel niet door eenzelfde gebruiker worden gebruikt; 1.36 platdak: horizontaal of nagenoeg horizontaal gelegen dak; 1.37 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.38 risicovolle inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde of richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten;

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 86

7 maart 2023

1.39 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.40 Staat van Bedrijfsactiviteiten: de Staat van Bedrijfsactiviteiten die van deze regels onderdeel uitmaakt; 1.41 Staat van Bedrijfsactiviteiten bij functiemenging: de Staat van Bedrijfsactiviteiten bij functiemenging die van deze regels onderdeel uitmaakt; 1.42 uitbouw: een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.43 voorgevel: het meest naar de zijde van de weg, waaraan de hoofdontsluiting van het perceel is gelegen, gekeerde deel van een hoofdgebouw; 1.44 a.

b.

voorgevelrooilijn: langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de a s van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing a l s onder a bedoeld aanwezig i s en waarlangs mag worden gebouwd: bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15 meter uit de a s van de weg; bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn gelegen op 10 meter uit de a s van de weg;

1.45 Wgh-inrichtingen: inrichtingen in de zin van artikel 41 van de Wet geluidhinder jo artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer; 1.46 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één (of meerdere) huishouden(s);

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 87

7 maart 2023

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6 de hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine (Let op: indien van toepassin).

2.7 de afstand tot de perceelgrens de afstand tussen de perceelsgrens en het dichtstbijzijnde punt van een bouwwerk; Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. De maximale bouwhoogte mag ten behoeve van deze ondergeschikte bouwwerken met ten hoogste 1 meter worden overschreden.

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 88

7 maart 2023

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

tuinen; toegangspad, balkons en erkers ten behoeve van de aangrenzende woonbestemming; parkeren;

met de daarbij ten dienste van de bestemming behorende: d. e.

bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals pergola's en erf- of perceelsafscheidingen; andere werken.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen geldt de regel dat op of in deze gronden geen gebouwen mogen worden gebouwd, met uitzondering van erkers; 3.2.2

Erkers bij woningen

Voor het bouwen van erkers bij woningen geldt de regel dat binnen deze bestemming erkers bij woningen met een maximale diepte van 1,5 meter en een maximale breedte van 2/3 van de breedte van de voor- en/of zijgevel van het bijbehorende hoofdgebouw zijn toegestaan, mits de hoogte van de erker ten hoogste gelijk zal zijn aan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bijbehorende hoofdgebouw; 3.2.3

bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de regel dat de bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen, met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen de volgende hoogte geldt: 1. 2.

3.3

maximaal 1 meter; of maximaal 2 meter, mits meer dan 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw.

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; e n de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

3.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 3.1 sub 1 j o artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: a.

het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen;

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 89

7 maart 2023

Artikel 4 4.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

wegverkeer; voet- en rijwielpaden; groenvoorzieningen; parkeren;

met daaraan ondergeschikt: e. f. g.

nutsvoorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het verzamelen van huishoudelijke afvalstoffen, hieronder mede verstaan ondergrondse afvalopslag; gebouwen ten behoeve van het wegverkeer, zoals bushokjes;

met de daarbij behorende: h. i. j.

verhardingen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; andere werken.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c.

de hoogte van de in lid 4.1 sub f genoemde bouwwerken mag, gemeten vanaf het aansluitend terrein, niet meer d a n 1,5 meter bedragen; de bruto-oppervlakte van de in lid 4.1 sub f genoemde bouwwerken mag, voor zover het bouwwerk bovengronds wordt geplaatst, niet meer dan 2 m² bedragen; de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan die zoals genoemd onder lid 4.1 sub f en anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer dan 3 meter bedragen;

4.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c.

de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; e n een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld.

4.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 25.1 j o artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: a. b.

het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen; het aanbrengen van afbeeldingen en tekens voor commerciële doeleinden.

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 90

7 maart 2023

Artikel 5 5.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

woningen a l dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; aan- en uitbouwen en bijgebouwen;

met de daarbijbehorende: c. d. e.

andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde; andere werken; tuinen en erven.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen de volgende regels gelden: a. b. c. d.

een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; de maximum goot- en bouwhoogte bedragen niet meer dan de op de verbeelding aangegeven hoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; de afstand van het hoofdgebouw tot een niet aangebouwde zijdelingse perceelsgrens dient minimaal 2 meter te bedragen; de bovenste bouwlaag dient in de vorm van een langskap te worden gerealiseerd

5.2.2

Bijgebouwen

Voor het bouwen van bijgebouwen, waaronder begrepen aan- en uitbouwen, gelden de volgende regels: a. b. c.

de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen, waaronder begrepen aan- en uitbouwen, per hoofdgebouw bedraagt maximaal 100 m2 . de bijgebouwen dienen minimaal 3 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; de bouw- en goothoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen.

5.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de regel dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 3 meter mag bedragen, met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen geldt dat de hoogte: a. b.

maximaal 1 meter mag bedragen; of maximaal 2 meter mag bedragen, mits meer dan 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd;

5.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; e n gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

5.4 a.

Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 5.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning met uitzondering van mantelzorg

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 91

7 maart 2023

b.

indien daartoie vergunning verleend is; 2. het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen. Gebruik van ruimten binnen de woning of in de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, wordt a l s gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met bijbehorende bijgebouwen mag, indien dat niet meer dan 75 m² betreft, worden gebruikt voor aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten; 2. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in de woonomgeving; 3. de activiteit mag niet vergunningplichtig danwel meldingsplichtig ingevolge de Wet milieubeheer zijn; 4. er mag geen detailhandel ter plaatse plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop a l s ondergeschikte activiteit van de aan-huis-verbonden activiteit.

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 92

7 maart 2023

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 93

7 maart 2023

Artikel 7 a. b.

c.

d.

e. f. g.

Algemene gebruiksregels

Het i s verboden de gronden en de bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de aangegeven bestemming; Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik of laten gebruiken van gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting(en); 2. het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s stanplaats voor kampeermiddelen. Burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bepaalde in lid a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd; Bij de verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen of een omgevingsvergunning voor een gebruiksverandering moet, indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen of andere voertuigen in voldoende mate uimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel.

Dit betekent dat voldaan moet worden aan de parkeerkencijfers in de CROW-publicatie 317 en dat indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging; Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel; Gerealiseerde voorzieningen a l s bedoeld in sub d en e, dienen na de realisering in stand te te worden gehouden; Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in sub d en e: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, danwel laad- of losruimte wordt voorzien.

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 94

7 maart 2023

Artikel 8 a.

b.

Algemene afwijkingsregels

Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken van: 1. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; 2. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geven; 3. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte wordt vergroot tot niet meer dan 10 meter; 4. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 meter; 5.

het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen word vergroot, mits: de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 5 m² bedraagt; de hoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw bedraagt; 6. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat gebouwen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorgebouwen, gebouwen ten behoeve van de gasvoorziening en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwen, worden gebouwd mits: de hoogte, gemeten vanaf het aansluitend terrein, niet meer dan 3 meter bedraagt; de oppervlakte niet meer dan 25 m2 bedraagt; 7. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van het verzamelen van huishoudelijke afvalstoffen, hieronder mede verstaan ondergrondse afvalopslag, worden geplaatst mits: de hoogte, gemeten vanaf het aansluitend terrein, niet meer dan 1,5 meter bedraagt; de bruto-oppervlakte niet meer bedraagt dan 2 m2 voor zover het bouwwerk bovengronds word geplaatst; 8.

de bestemmingsplanbepalingen en toestaan dat een Jongeren Ontmoetingsplaats (JOP) wordt gebouwd mits: de oppervlakte niet meer dan 18 m2 bedraagt; Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsplanbepalingen en toestaan dat de aanleg van nieuwe en wijziging van bestaande weg-, infrastructuur- en groenvoorzieningen (inclusief speelvoorzieningen met een maximale hoogte van 12 meter) binnen de bebouwde kom wordt gerealiseerd, mits deze activitieten niet samenhangen met realisering van een nieuwe, nog niet via een (ontwerp)bestemmingsplan geaccordeerde planmatige stads- of dorpsuitbreiding;

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 95

7 maart 2023

Artikel 9 9.1

Algemene procedureregels

Procedure nadere eisen

Op de voorbereiding van een besluit tot het stellen van één of meerdere nadere eisen als bedoeld in de artikelen 3, 4, 5, 6 is de volgende procedure van toepassing: a. b. c. d.

een voorgenomen nadere e i s a l s bedoeld in bovengenoemde artikelen, waarbij toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, ligt, met bijhorende stukken, gedurende 2 weken op het gemeentehuis ter inzage; burgemeester en wethouders maken de nederlegging van te voren in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op de gebruikelijke wijze, bekend; de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid tot het indienen van zienswijzen; gedurende de in sub a genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij burgemeester en wethouders schriftelijk zienswijzen indienen omtrent de voorgenomen nadere eis.

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 96

7 maart 2023

Artikel 10 10.1

Overige regels

Werking wettelijke regelingen

De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan.

10.2 a. b.

c.

d.

e.

Parkeergelegenheid

Een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, mag niet worden gebouwd wanneer voor dit bouwwerk op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid i s voorzien. bij een omgevingsvergunning wordt beoordeeld of sprake i s van voldoende parkeergelegenheid aan de hand van de normen die zijn neergelegd in de Parkeernota Hoogeveen, 20 april 2011, (Parkeernota Hoogeveen), met dien verstande dat indien gedurende de planperiode een nieuwe versie verschijnt, met deze nieuwe versie rekening wordt gehouden. Hierbij kunnen voorschriften worden opgenomen over het realiseren en in stand houden van parkeergelegenheid op eigen terrein. Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend een functiewijziging van bouwwerken of onbebouwde gronden in een functie met een grotere behoefte, zonder dat in voldoende mate ruimte aanwezig i s ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's. Deze bepaling geldt niet: 1. voor bestaand gebruik; 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien.

bij de toepassing van het bepaalde onder c wordt beoordeeld of sprake i s van voldoende parkeergelegenheid aan de hand van de normen die zijn neergelegd in de Parkeernota Hoogeveen, 20 april 2011, ( Parkeernota Hoogeveen)met dien verstande dat indien gedurende de planperiode een nieuwe versie verschijnt, met deze nieuwe versie rekening wordt gehouden, waarbij alleen gelet wordt op de toename van de parkeerbehoefte a l s gevolg van de functiewijziging. Hierbij kunnen nadere eisen worden gesteld aan de situering en omvang van de parkeergelegenheid ten behoeve van het realiseren en in stand houden van parkeergelegenheid op eigen terrein. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde sub a en c en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, indien de structuur van de omgeving daartoe aanleiding geeft en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid.

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 97

7 maart 2023

Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk i s teniet gegaan.

11.2

Afwijking

Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 11.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 11.1 met maximaal 10%.

11.3

Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Lid 11.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

11.4

Overgangsrecht gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

11.5

Strijdig gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 11.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

11.6

Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in lid 11.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

11.7

Uitzondering op het overgangsrecht gebruik

Lid 11.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 98

7 maart 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12795476/1