CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting en regels ontwerp BP Sloodstraat.pdf

Raadsavond 8 juni 2023, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Zuid, deelplan Sloodstraat25.124 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN

Zuid,

deelplan Sloodstraat

ontwerp

7 maart 2023

Bestemmingsplan Zuid, Deelplan Sloodstraat Gemeente Hoogeveen Status: Ontwerp Datum: 7 Maart 2023 IMRO-Idn: NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01

Zuid, deelplan Sloodstraat NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01, Zuid, deelplan Sloodstraat

_____________________________________________________________________________________ Status voorontwerp ontwerp vastgesteld onherroepelijk

datum besluit B&W / Raad 7 ok 2022 7 mrt 2023

publicatiedatum

inzagetermijn

15 mrt 2023

16 mrt t/m 26 apr 2023

_____________________________________________________________________________________

Vaststellingsbesluit

...........................................................................

Raad van State (onherroepelijk)

...........................................................................

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Hoofdstuk 2

Inleiding

7

Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerende ruimtelijke plannen Opbouw toelichting

7 7 8 8

Huidige situatie en toekomstige situatie

11

Inleiding Stedebouwkundige structuur Plangebied Bouwplan Strijdigheid met het geldende bestemmingsplan

11 11 12 13 14

Hoofdstuk 3

Beleidskader

15

3.1 3.2 3.3 3.4

Europees beleid Rijksbeleid Provinciaalbeleid Gemeentelijk beleid

15 16 18 21

Omgevingsaspecten

25

Bodem Archeologie en Cultuurhistorie Water Natuur en Ecologie Geluid Milieuzonering bedrijven Milieueffectrapportage (MER) Luchtkwaliteit Externe veiligheid Verkeer en parkeren

25 25 26 28 29 31 31 33 34 35

Toelichting op de regels

37

Inleiding Opzet regels Verklaring van de bestemmingen

37 37 39

Handhaving

41

Algemeen Beleidskeuzen Inzet gemeentelijk apparaat

41 41 41

Uitvoerbaarheid

43

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijkeuitvoerbaarheid

43 43

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

Bijlagen toelichting

45

Bijlage 1 Bijlage 2

46 61

Natuurtoets Sloop Sloodstraat Watertoets

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 2

7 maart 2023

Bijlage 3

Aanmeldnotitie MER

Regels

67 83

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1 Artikel 2

Hoofdstuk 2

84 88

Bestemmingsregels

89

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Hoofdstuk 3

Tuin Verkeer Wonen

89 90 91

Algemene regels

93

Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Hoofdstuk 4

84

Begrippen Wijze van meten

Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels

Overgangs- en slotregels

Artikel 11 Artikel 12

Overgangsrecht Slotregel

93 94 95 96 97

98 98 99

Bijlagen regels

101

Bijlage 1

103

Parkeernota Hoogeveen

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 3

7 maart 2023

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 4

7 maart 2023

Toelichting

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 5

7 maart 2023

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 6

7 maart 2023

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Woonconcept heeft het voornemen de bestaande woningen aan de Sloodstraat 29 - 37 in Hoogeveen te slopen en te vervangen door nieuwbouw. De bestaande seniorenwoningen zijn verouderd en voldoen op verschillende vlakken (doelgroepen, duurzaamheid) niet meer aan de huidige en toekomstige behoefte. Met de nieuwbouw worden zeven eengezinswoningen gerealiseerd, waarmee beter invulling wordt gegeven aan de bestaande en toekomstige behoefte. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan 'Zuid 2017' van de gemeente Hoogeveen. Om de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk te kunnen maken is het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan vormt het nieuwe planologische kader om de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk te maken

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt in de naoorlogse uitbreidingswijk Zuid van Hoogeveen en wordt aan drie zijden omgeven door woonstraten: de Sloodstraat aan de westzijde; de Goltguldenstraat aan de noordzijde en de Meerstalstraat aan de zuidzijde. De oostzijde van het plangebied wordt begrensd door de achtertuinen van de aangrenzende woningen aan de genoemde straten. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Hoogeveen, sectie I, nummers 3023 en heeft een oppervlakte van ruim 900 m

Topografische kaart met daarop de ligging van het plangebied aangegeven (bron: www.opentopo.nl)

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 7

7 maart 2023

1.3

Vigerende ruimtelijke plannen

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Zuid 2017' van de gemeente Hoogeveen. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 11 april 2019. Het plangebied is bestemd als 'Wonen Woonzorgcentrum' en 'Tuin'. De bestemming 'Wonen - Woonzorgcentrum' voorziet in de mogelijkheid voor een wooncentrum met gemeenschappelijke voorzieningen als recreatieruimten, een centrale keuken en een kleinschalig restaurant. Ter plaatse van de aanwezige bebouwing is binnen de bestemming 'Wonen - Woonzorgcentrum' een bouwvlak opgenomen. Met de 'specifieke bouwaanduiding - 1' wordt de maatvoering van de aanwezige bebouwing bepaald.

Uitsnede van de verbeelding bestemmingsplan 'Zuid 2017' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Bestemmingsplan 'Kernen Hoogeveen, parapluherziening aan- en bijgebouwenregeling' Het bestemmingsplan 'Kernen Hoogeveen, parapluherziening aan- en bijgebouwenregeling' is op 15 mei 2014 door de raad van Hoogeveen vastgesteld. Dit bestemmingsplan omvat regels voor een geactualiseerde aan- en bijgebouwenregeling voor alle percelen met een woonbestemming in de kernen van de gemeente Hoogeveen. De beleidslijn is dat deze regeling in nieuwe bestemmingsplannen wordt verwerkt. Betreffend bestemmingsplan blijft onverminderd van kracht na de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan.

1.4

Opbouw toelichting

Achtereenvolgens komen na deze inleiding (hoofdstuk 1) de volgende onderwerpen aan bod: hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande situatie en toekomstige situatie; hoofdstuk 3 bevat het beleidskader met relevant rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid; hoofdstuk 4 gaat in op de omgevingsaspecten; Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 8

7 maart 2023

hoofdstuk 5 gaat in op de planologische regels en de daarbij behorende verbeelding; hoofdstuk 6 gaat in op de handhaafbaarheidvan het bestemmingsplan; hoofdstuk 7 gaat in op de maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 9

7 maart 2023

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 10

7 maart 2023

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie en toekomstige situatie

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de bestaande en de toekomstige situatie van het plangebied beschreven. Aan bod komen onder meer de stedenbouwkundige structuur, het bouwprogramma en het bouwplan. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een korte beschrijving van de strijdigheden met het geldende bestemmingsplan.

2.2

Stedebouwkundige structuur

Het plangebied ligt in de naoorlogse uitbreidingswijk Zuid van Hoogeveen. Hoogeveen is ontstaan als een veenontginngingsdorp langs de elkaar kruisende Hoogeveensche Vaart (oost - west) en de Zuidwolder Sloot (noord - zuid). Na de Tweede Wereldoorlog breidde Hoogeveen uit met verschillende nieuwbouwwijken die in de vier kwadranten van de kruisende vaarten werden gesitueerd.

Topografische kaart 1900 De wijk Zuid ligt in de zuidoostelijke kwadrant van Hoogeveen. Door de bouw van de uitbreidingswijk is het karakteristieke hoogveenontginningslandschap diepe opgaande percelen van elkaar gescheiden door wijken haaks op de Zuidwolder Sloot verdwenen.

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 11

7 maart 2023

De wijk Zuid is een typische naoorlogse woonwijk gebouwd in de jaren 60. De wijk bestaat hoofdzakelijk uit woningbouw in het sociale huur- en koopsegment en wijkvoorzieningen zoals scholen, kerkgebouwen en winkels. De wijk heeft een ortogonaal stedenbouwkundig patroon en bestaat uit diverse buurtjes die rondom het Raifeissenpark zijn gegroepeerd. De afzonderlijke buurtjes hebben een repeterende opzet en de bebouwing bestaat over het algemeen uit twee bouwlagen met een kap.

2.3

Plangebied

Het plangebied ligt langs de Sloodstraat en bestaat uit een de kopse kant van een woonbuurtje. Het plangebied is bebouwd met vijf seniorenwoningen die onderdeel zijn van een klein woon-zorgcomplex. Aan de straatzijde zijn de woningen opgebouwd uit één bouwlaag met een kap en voorzien van een terras/voortuin. Tussen de bebouwing en de Sloodstraat ligt een smalle groenstrook met een aantal bomen. Aan de achterzijde zijn de woningen met elkaar verbonden door enkele centrale voorzieningen van het woon-zorgcomplex. Deze bebouwing bestaat uit één bouwlaag met een plat dak.

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 12

7 maart 2023

De bebouwing in het plangebied vanuit de Sloodstraat

2.4

Bouwplan

De in het plangebied aanwezige seniorenwoningen worden gesloopt. Hiervoor in de plaats worden zeven eengezinswoningen gerealiseerd. De nieuwe woningen worden ter plaatse van de bestaande bebouwing gebouwd, met de voorgevel georiënteerd op de Sloodstraat. De woningen bestaan uit twee bouwlagen met een kap, een zadeldak, en zijn in een rechte voorgevelrooilijn ten opzichte van elkaar geplaatst. De groenstrook met bomen tussen de voortuinen en de Sloodstraat wordt gehandhaafd. Het bouwplan is passend binnen de hiergenoemde stedenbouwkundige structuur van een typische naoorlogse wijk. Hoewel het aantal woningen toeneemt blijft de bestaande stratenstructuur in stand. De planologische impact van het bouwplan is daarmee beperkt.

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 13

7 maart 2023

2.5

Strijdigheid met het geldende bestemmingsplan

Het voorgenomen bouwplan is op diverse punten strijdig met het geldende bestemmingsplan 'Zuid 2017'. Ten aanzien van het gebruik is de geldende bestemming bedoeld voor een kleinschalig woonzorgcentrum met vijf eenheden. Het voorgenomen bouwplan voorziet in zeven eengezinswoningen. Verder geldt voor het plangebied een maximum goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 5 meter en een dakhelling van 40°. Het voorgenomen bouwplan voorziet in woningen met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 10 meter. Met voorliggende bestemmingsplan is een juridisch-planologisch kader gecreëerd om het bouwplan mogelijk te maken.

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 14

7 maart 2023

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Europees beleid

3.1.1

Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit

In de Europese Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit worden de grondbeginselen van het Europese luchtkwaliteitsbeleid gegeven. De doelstellingen van dit beleid zijn het omschrijven en vastleggen van de luchtkwaliteit om de schade voor mens en milieu te voorkomen, verhinderen of te verminderen, de luchtkwaliteit te kunnen beoordelen, de bevolking te kunnen informeren over de kwaliteit van de lucht en het in stand houden van of verbeteren van de kwaliteit. In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) van 15 november 2007 is de Europese kaderrichtlijn opgenomen in Nederlandse wetgeving. In paragraaf 4.8 worden de gevolgen voor de luchtkwaliteit beschreven als gevolg van het realiseren van het plan.

3.1.2

Kaderrichtlijn Water

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om een gecoördineerd beheer in alle Europese stroomgebieden te realiseren, de waterkwaliteit verder te verbeteren en het publiek sterker bij het waterbeheer te betrekken. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. De gevolgen voor de realisatie van het plan worden beschreven in paragraaf 4.3

3.1.3

Natura 2000

Om de natuur in Europa te beschermen en te ontwikkelen, werken de lidstaten van de Europese Unie (EU) samen aan Natura 2000: een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden in alle lidstaten. Dit netwerk vormt de hoeksteen van het EU-beleid voor behoud en herstel van biodiversiteit. De Nederlandse bijdrage hieraan bestaat uit 162 gebieden. Natura-2000 omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en Habitatrichtlijn (1992), die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming. In beide richtlijnen staan ook maatregelen voor soortenbescherming. In paragraaf 4.4 wordt besproken in hoeverre de bestemmingswijziging de aanwezige natuurwaarden raakt

3.1.4

Verdrag van Malta

Het Europese Verdrag van Malta uit 1992 regelt de bescherming van archeologisch erfgoed, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Nederland heeft dit verdrag ondertekend en goedgekeurd. Invoering ervan gebeurt onder meer door de Wet op de archeologische monumentenzorg. In paragraaf 4.2 wordt beschreven op welke manier wordt omgegaan met archeologische en cultuurhistorische waarden.

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 15

7 maart 2023

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie

Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.

Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. In het Barro waren regels opgesteld waarmee deze gebiedsbescherming juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd.

3.2.2

Realisatie paragraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verlangt niet alleen dat verantwoordelijkheden en belangen worden benoemd, maar ook dat inzichtelijk is hoe deze belangen zullen worden verwezenlijkt. Het Rijk heeft de nationale ruimtelijke belangen opgenomen in de zogenaamde 'Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid'. Nationale ruimtelijke belangen zijn zaken waarvoor de rijksoverheid een specifieke verantwoordelijkheid neemt, hetgeen blijkt uit de inzet van diverse bevoegdheden en instrumenten om deze belangen te behartigen en te realiseren. Het overzicht van nationale belangen in de Realisatieparagraaf is gebaseerd op een zorgvuldige analyse van de Planologische Kernbeslissingen (PKB's) van het Rijk. De uitspraken in deze PKB's zijn op een beleidsneutrale wijze, dat wil zeggen inhoudelijk ongewijzigd, verwerkt in het overzicht van nationale ruimtelijke belangen, aangevuld en waar aan de orde geactualiseerd. Een beperkt aantal belangen zal worden geborgd met de (toekomstige) AMvB Ruimte. Het Rijk geeft met deze werkwijze een transparante en scherp geselecteerde invulling aan de sturingsfilosofie 'decentraal wat kan, centraal wat moet'. Het resultaat hiervan is een heldere en Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 16

7 maart 2023

scherpe markering van datgene wat centraal moet. Hierdoor wordt niet alleen voor medeoverheden duidelijk wanneer afstemming moet worden gezocht met het Rijk, maar wordt ook voor burgers, maatschappelijke en andere private organisaties duidelijk waar het Rijk voor staat. De Realisatieparagraaf heeft de status van structuurvisie.

3.2.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Daarin is in artikel 3.1.6 een lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen (inclusief detailhandel) in bestemmingsplannen. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. In het gewijzigde Bro, van kracht sinds 1 juli 2017, is artikel 3.1.6, lid 2 gewijzigd in: "De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied". Nieuwe stedelijke ontwikkeling De eerste vraag die beantwoord moet worden is of de ontwikkeling waarvoor dit bestemmingsplan opgesteld is aan te merken is als een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

De definitie van een stedelijke ontwikkeling is opgenomen in artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro en luidt als volgt: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

In de handreiking staat dat er geen ondergrens is bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. In een uitspraak van 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724) geeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzicht van gevallen waarbij de toets van ontwikkelingen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking achterwege kan blijven. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro (definitie van een stedelijke ontwikkeling), kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van minder dan 11 woningen, waardoor toetsing aan de uitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijking achterwege kan blijven. Het rijksbeleid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 17

7 maart 2023

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Drenthe 2018

De Omgevingsvisie Drenthe 2018 is voor de provincie Drenthe een centraal visiedocument. In de Omgevingsvisie worden de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein geformuleerd. Langetermijn doelen op verschillende terreinen zoals ruimtelijke ontwikkeling, verkeer en vervoer, water, wonen, natuur, cultuur worden in de omgevingsvisie met elkaar verbonden. Provinciale Staten hebben de omgevingsvisie vastgesteld op 3 oktober 2018. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. Als in de tekst wordt gesproken over 'lange termijn', betreft het de periode na 2030. De Omgevingsvisie heeft vooral een interne binding. Dit betekent dat wij bij de uitoefening van onze taken aan de Omgevingsvisie gebonden zijn. Wel zijn (binnen de wettelijke kaders) afwijkingen van de Omgevingsvisie mogelijk, zolang de ambities en doelstellingen van de visie niet worden aangetast. De missie van de Omgevingsvisie luidt: Het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij deze kernkwaliteiten. Deze missie is ingegeven door wat inwoners, medeoverheden en maatschappelijke partners belangrijk vinden voor de toekomst van Drenthe.

De kernkwaliteiten hebben we samen met de partners en de inwoners van Drenthe benoemd; te weten landschap; cultuurhistorie; aardkundige waarden; archeologie; rust; natuur.

Onder een 'bruisend Drenthe' verstaan we een provincie waarin het goed wonen en werken is en waar voor jong en oud veel te beleven valt. Een provincie waar ondernemerschap, cultuur en sport floreren. De missie laat zien dat we streven naar ruimtelijke kwaliteit, door nieuwe ontwikkelingen en bestaande kwaliteiten in samenhang te bezien. Kernkwaliteiten De kernkwaliteiten die van toepassing zijn voor het plangebied worden hieronder beschreven. Kernkwaliteit landschap De landschappelijke ondergrond van het plangebied bestaat uit het landschap van de veenkoloniën. Kenmerkend voor dit landschap is de strakke orthogonale verkaveling, de bebouwingslinten langs kanalen en monden en de grote, weidse ruimtes met wijken. Van provinciaal belang is de orthogonale samenhang tussen het systematische ontginningspatroon van grootschalige openheid met kenmerkende wijkenstructuur en de bebouwingslinten met daaruit opgaande percelen. Het beleid is gericht op het behouden en versterken van de samenhang en de openheid met de wijken en de rechtlijnige landschapsstructuur. Hoogeveen is na de Tweede Wereldoorlog uitgebreid. Het landschap van de veenkoloniën is daarmee bebouwd geraakt en de kenmerkende eigenschappen verdwenen. Kernkwaliteit cultuurhistorie Het cultuurlandschap, met daarin het gebouwde erfgoed als ankerpunten, is sterk bepalend voor hoe de leefomgeving wordt ervaren.

Het geeft er betekenis aan en is zo direct verbonden met het beeld van de Drentse identiteit. Daarom heeft de provincie de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS), die het provinciaal belang vastlegt, met daarin drie sturingsniveaus; en een provinciale Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 18

7 maart 2023

monumentenlijst en beleid op het gebied van herbestemming. Het plangebied ligt in het deelgebied Hollandse Veld en Hoogeveen. De structuur van dit gebied heeft geen duidelijke drager. Dit komt door de relatief complexe en kleinschalige aanpak van de oudere veenontginningen, vanaf de 17de eeuw. De structuur hiervan is nog steeds herkenbaar aan de 'opgaanden', die als ontginningsas dienden, en aan de verschillende kavelrichtingen van de -vele- ontginningsblokken, die aan de achtergrenzen bij elkaar komen. Hoogeveen heeft zich ontwikkeld als stedelijke kern vanuit het kruispunt van twee belangrijke vaarten: de (verlengde)Hoogeveense Vaart en de inmiddels gedempte Zuidwoldiger Opgaande. Hoogeveen is na de Tweede Wereldoorlog uitgebreid. Hierdoor zijn de cultuurhistorische waarden van het Hollandse Veld verdwenen. Kernkwaliteit archeologie Het archeologisch erfgoed is de enige bron van informatie over de bewoningsgeschiedenis van de provincie van de steentijd tot de middeleeuwen. Het merendeel van het archeologisch erfgoed is onzichtbaar en is daardoor zeer kwetsbaar bij ruimtelijke ontwikkelingen die om bodemingrepen vragen. Daarom heeft het archeologisch erfgoed een duidelijke plaats in het ruimtelijk beleid en worden de gemeente gestimuleerd en gefaciliteerd bij de invulling van hun wettelijke taken op het gebied van archeologie.

Voor het plangebied geldt het beschermingsniveau 'generiek'. Dit beschermingsniveau richt zich op het algemene uitgangspunt dat alle behoudenswaardig archeologische vindplaatsen (waarden) die op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van Drenthe staan en de nieuw ontdekte behoudenswaardige vindplaatsen niet ongezien kunnen verdwijnen. Hoogeveen is na de Tweede Wereldoorlog uitgebreid. Hierdoor zijn de archeologische waarden ter plaatse van het plangebied verdwenen. Kernkwaliteit aardkundige waarden Drenthe heeft een eigen karakter, een eigen (ruimtelijke) identiteit, die door inwoners en bezoekers hoog wordt gewaardeerd. Het aardkundige landschap van Drenthe is hiervoor in belangrijke mate bepalend. Voor het plangebied geldt het generieke beschermingsniveau aardkundige waarden. De provincie wil in deze gebieden de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren. Hoogeveen is na de Tweede Wereldoorlog uitgebreid. Hierdoor zijn de aardkundige waarden ter plaatse van het plangebied verdwenen. Robuuste systemen Voor het plangebied gelden verder de provinciale ambities ten aanzien van een robuust sociaal-economisch systeem en robuust en klimaatbestendig watersysteem. Robuust sociaal-economisch systeem Het plangebied ligt in Hoogeveen. Hoogeveen is onderdeel van het stedelijk netwerk van de provincie.

Hoogeveen is een voorzieningenstad met een eigen regio, gelegen tussen de regio's Zwolle, Meppel en Emmen. In het voorzieningengebied liggen voornamelijk woonkernen. De goede verbindingen op Rijks- en provinciaal niveau (Rijkswegen A28, A37, Spoorlijn Zwolle-Groningen, provinciale wegen richting Overijssel en Twente en de Hoogeveensevaart) geven Hoogeveen een centrale ligging, maar zorgen gelijktijdig weer voor barrières in het lokaal netwerk. Hoogeveen zet in op inbreiding en transformatie van de verouderde bedrijventerreinen rondom het centrum, om te komen tot een goed functionerend, compact én klimaatrobuust stad. Wonen Het is van provinciaal belang om te anticiperen op een veranderende bevolkingssamenstelling en de effecten hiervan op de leefomgeving en de woningmarkt. De demografische ontwikkelingen Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 19

7 maart 2023

maken het nodig dat wordt geanticipeerd op een ouder wordende bevolking, toenemende vraag naar levensloopbestendig wonen en zorgwonen en een daling van het aantal huishoudens. Dit brengt met zich mee dat in kleine kernen en oudere stadswijken de leefbaarheid soms meer onder druk komt te staan, waardoor maatwerk noodzakelijk blijft. Robuust en klimaatbestendig watersysteem De provincie streeft naar een robuust watersysteem dat in staat is de gevolgen van klimaatverandering zodanig op te vangen, dat de risico's op wateroverlast en watertekort, nu en in de toekomst, beperkt tot een maatschappelijk aanvaardbaar niveau. Door water vast te houden, wordt een zo groot mogelijke voorraad zoet grondwater ontwikkeld. Het grond- en oppervlaktewater heeft daarbij een goede kwaliteit, gebaseerd op de normen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). De inzet wordt samen met de stakeholders bepaald. We streven, samen met de waterschappen, naar een klimaatbestendig watersysteem. Dit onderwerp heeft ook doorwerking in de Provinciale Omgevingsverordening. In paragraaf4.3 zijn de gevolgen van de voorgenomen activiteiten voor het watersysteem nader onderzocht.

3.3.2

Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2021

De Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2021 (geconsolideerd) is het instrument om het omgevingsbeleid uit te kunnen voeren. Het omgevingsbeleid omvat vele aspecten, onder andere ruimtelijke ontwikkeling, duurzame energie, bodemsanering, bescherming van het grondwater en verkeer en vervoer. In de verordening zijn met betrekking tot deze onderwerpen regels gesteld. Soms hebben deze regels betrekking op gemeenten of waterschappen, maar soms zijn deze regels ook rechtstreeks van toepassing op het handelen van burgers. De verordening is door de Provinciale Staten vastgesteld op 8 december 2021. Bestaand stedelijk gebied Het plangebied ligt in bestaand stedelijk gebied. Ontwikkelingen in het bestaand stedelijk gebied moeten passen binnen de strategische opgaven, voor zover van provinciaal belang, zoals weergegeven op de kaart D1 'Bestaand stedelijk gebied' en als bijlage bij de Omgevingsverordening is opgenomen. De provincie moet algemene regels formuleren gericht op zorgvuldig ruimtegebruik. Deze algemene regels richten zich op de inhoud van of toelichting bij bestemmingsplannen die bewerkstelligen dat een bestemmingsplan alleen nieuwe bebouwing kan toestaan binnen het bestaand stedelijk gebied, aansluitend op het bestaand stedelijk gebied, of in nieuwe clusters van bebouwing daarbuiten.

Kernkwaliteiten Op kaarten behorende bij de verordening zijn de kernkwaliteiten vastgelegd. Als bij een ruimtelijk plan kernkwaliteiten betrokken zijn, wordt in het ruimtelijk plan uiteengezet hoe het plan zich verhoudt tot het behoud en de ontwikkeling van de bij het plan betrokken kernkwaliteiten. Voor het plangebied zijn de kernkwaliteiten aardkundige waarden en cultuurhistorie van belang. Het plangebied maakt deel uit van de naoorlogse uitbreidingswijken van Hoogeveen en de voorgenomen ontwikkeling voorziet in de nieuwbouw van vier grondgebonden woningen. Door de naoorlogse uitbreidingen van Hoogeveen zijn in het verleden de kernkwaliteiten aardkundige waarden en cultuurhistorie in het gebied verdwenen. Conclusie Het provinciaal beleid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 20

7 maart 2023

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie Hoogeveen 2018

Op 8 maart 2018 heeft de gemeenteraad van Hoogeveen de Structuurvisie Hoogeveen 2018 vastgesteld. De structuurvisie is een visie op hoofdlijnen. De gemeente zet daarin in op drie punten: Hoogeveen zet in op beheerste groei om in de toekomst aanwezige voorzieningen in stand te kunnen houden. De groei die wordt voorzien is naar 57.000 inwoners in 2030. Hoogeveen gaat haar positie als sterke regiogemeente ontwikkelen en versterken. Hoogeveen zet in op ruimtelijke kwaliteitsverbetering. De cultuurhistorie en het DNA van Hoogeveen zijn de basis voor deze kwaliteitsverbetering. Wonen Hoogeveen wil een goede woongemeente zijn waar iedereen een thuis vindt en betaalbaar wonen voor iedereen mogelijk moet zijn. De focus ligt op het wonen in de kern Hoogeveen en realiseren wervende en aansprekende stedelijke woonmilieus, passend bij de vraag en met behoud van groene open ruimtes. Verder wil Hoogeveen manieren vinden om alle woningen sneller te verduurzamen en de bestaande buurten en dorpen aantrekkelijk te houden

Visiekaart bij de Structuurvisie Hoogeveen 2018 Het plangebied ligt in het bestaand stedelijk gebied van Hoogeveen. Met de voorgenomen ontwikkeling worden vier betaalbare grondgebonden woningen gerealiseerd. Hiermee draagt het plan bij aan de ambitie om meer woongelegenheid te creëren voor huishoudens met een middeninkomen. De ontwikkeling is passend op deze locatie omdat het een logische invulling van het stedelijk lint langs de Korhoenlaan betreft. De ontwikkeling speelt daarnaast ook naadloos in op de gestelde duurzaamheidseisen overeenkomstig het BENG-principe: Alle woningen worden aardgasvrij gebouwd; Er wordt gebruikt gemaakt van aardwarmte, warmte-koude opslag en lucht warmte-koude Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 21

7 maart 2023

opslag en Op de daken van al le woningen worden zonnepanelen geplaatst.

Bij de vergunningsaanvraag voor het bouwen zal de inpasbaarheid van duurzame technieken concreet zijn uitgewerkt. Deze ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de structuurvisie.

3.4.2

Woonvisie 2017 -2020

Met deze visie zet de gemeente de koers uit op het gebied van wonen voor de komende jaren. De visie bevat concrete ambities en acties voor de korte termijn. Deze ambities zijn geplaatst in de ontwikkelingen en trends voor een langere termijn. Deze woonvisie vervangt het beleidskader dat werd vastgesteld in 2011. De richting ingezet in 2011 wordt doorgezet voor de periode richting 2025. Voor de periode 2016-2025 wordt rekening gehouden met een woningbehoefte van netto 1.100 woningen. Dit is gebaseerd op een tussenscenario op basis het regionale woningmarktonderzoek 2021 Regio zuidwest en midden-Drenthe. In het woningmarktonderzoek is een grotere vraag naar woningen geconstateerd dan waar van uit gegaan werd in de woonvisie 2017-2020. In de periode 2021 – 2030 wordt uitgegaan van een lokale en regionale vraag van 1880 tot 2204 woningen in gemeente Hoogeveen. Om daadwerkelijk die aantallen woningen te kunnen realiseren, moet enige overmaat worden aanhouden in de woningbouwprogrammering. Niet alle plannen zijn even gemakkelijk ontwikkelbaar en niet alle locaties lenen zich voor elke type woningen. Gemiddeld komt 30% van de locaties later of helemaal niet tot ontwikkeling. Er is daarom concrete plancapaciteit nodig voor ca. 2450-2850 woningen in negen jaar.

Zo bouwt de gemeente flexibiliteit en keuzevrijheid in om, ongeacht veranderingen of obstakels, toch in de behoefte te voorzien. Daarmee wordt onnodige uitstroom van huishoudens uit Hoogeveen voorkomen. In de visie staat het volgende motto centraal: “Waar iedereen zijn thuis vindt”. Dat geldt voor iedereen, ongeacht zijn of haar leeftijd, inkomen, gezinssamenstelling, gezondheid of afkomst. Om die visie te verwezenlijken zijn vier hoofdambities benoemd. behoud van kwaliteit en gewildheid; toevoegen wat gevraagd wordt; voor iedereen betaalbaar; ouderdom of zorg: ook dan goed wonen.

3.4.3 Toetsing aan het Woonvisie 2017-2020en het woningmarktonderzoek 2021 Regio zuidwest en midden-Drenthe. De focus ligt in de Woonvisie op inbreiding in de stad, daar draagt dit plan aan bij. Het plangebied ligt in een woonwijk in Hoogeveen, het realiseren van de betreffende locatie naar een woonperceel is erg passend. Er is behoefte aan 1880 tot 2204 woningen in negen jaar (2021-2030) vastgesteld in het woningmarktonderzoek 2021 Regio zuidwest en midden-Drenthe. In 2021 zijn 186 woningen gerealiseerd. Het te realiseren aantal tot en met 2030 is daarmee 1694 – 2018 woningen. Rekening houdend met een plancapaciteit van 130% is er een resterende plancapaciteit benodigd van 2202 tot 2624 woningen tot 2030. Op dit moment bedraagt de plancapaciteit tot 2030 circa 2000 woningen. Hiermee is er voldoende ruimte om extra plancapaciteit toe te voegen. Voorgenomen ontwikkeling gaat uit van de realisatie van 7 eengezins woningen. Hiermee is sprake van het toevoegen van woningen waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de behoefte aan woningen in Hoogeveen. In voorliggend geval gaat het om een locatie die haar maatschappelijke functie heeft verloren. Met de al gedane sloop van de bestaande bebouwing en de realisatie van de Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 22

7 maart 2023

woningen wordt bijgedragen aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Deze ontwikkeling draagt bij aan invulling van deze vraag en sluit aan bij de hoofdambities in de woonvisie. Geconcludeerd wordt dat voorliggend initiatief in overeenstemming is met de woonvisie 'Woonvisie 2017-2020' en het woningmarktonderzoek 2021 Regio zuidwest en midden-Drenthe.

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 23

7 maart 2023

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 24

7 maart 2023

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk worden de relevante milieu- en omgevingsaspecten beschreven. De aspecten bodem, verkeer, wegverkeerslawaai, water ecologie en archeologie zijn afzonderlijk onderzocht. De resultaten van deze onderzoeken zijn opgenomen in dit hoofdstuk. De rapportages zijn als bijlage aan deze toelichting toegevoegd.

4.1

Bodem

4.1.1

Normstelling

Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik.

4.1.2

Onderzoek en conclusie

Het huidige en beoogde gebruik van het plangebied is wonen. De milieuhygienische kwaliteit van de bodem is hiervoor geschikt. Om die reden is geen verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Als gevolg van het voorgenomen bouwplan is het mogelijk dat er grond vrijkomt. Voor de verwerking van vrijkomende grond buiten het plangebied gelden de uitgangspunten van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan

4.2

Archeologie en Cultuurhistorie

4.2.1

Normstelling

Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2019 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn archeologische monumenten kaarten en gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaarten opgesteld. De Archeologische Monumenten Kaart (AMK) bevat een overzicht van belangrijke archeologische terreinen in Nederland. In het plangebied zijn geen archeologische monumenten aanwezig waarmee rekening gehouden dient te worden. Volgens artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 25

7 maart 2023

naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Dat betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in de ontwikkelingslocatie en moeten aangeven welke conclusies ze daar aan verbinden en op welke wijze ze deze waarden borgen in het bestemmingsplan.

4.2.2

Onderzoek en conclusie

Het plangebied is na de Tweede Wereldoorlog bebouwd geraakt met de huidige in het plangebied aanwezige bebouwing. Om deze bebouwing te realiseren zijn de voormalige landbouwgronden bouw- en woonrijp gemaakt, zijn riolering, kabels en leidingen en de funderingen van de bebouwing aangelegd. De bovengrond van het plangebied is als gevolg hiervan geroerd. Het voorgenomen bouwplan vindt plaats op de funderingen van het in het plangebied aanwezige bebouwing. Hiermee wordt onder meer voorkomen dat op andere plekken dan de huidige de bodem dieper dan de bovengrond wordt geroerd en dat eventueel in de ondergrond van het plangebied aanwezige archeologische waarden worden beschadigd. Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd dorps- of stadsgezicht. De in het plangebied aanwezige bebouwing is niet aangewezen als een rijks- of gemeentelijk monument. In de directe omgeving van het plangebied komen geen aangewezen rijks- of gemeentelijke monumenten voor. De in het plangebied aanwezige bebouwing heeft geen bijzondere cultuurhistorische of architectonische waarde, die behouden dient te worden. Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.3

Water

4.3.1

Algemeen

In dit bestemmingsplan worden nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Deze waterparagraaf is erop gericht om de actuele watersituatie en het actuele waterbeleid in beeld te brengen. Daarnaast is de waterparagraaf vooral bedoeld om een brug te slaan naar de procedures en toetsingsinstrumenten van de waterbeheerder. De gemeente Hoogeveen is gelegen in het beheersgebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta en het waterschap Vechtstromen, welke beiden verantwoordelijk zijn voor het waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer.

4.3.2

Normstelling

De waterschappen Drents Overijsselse Delta en Vechtstromen vormen samen met waterschap Rijn en IJssel het waterschapsgebied Rijn-Oost. De waterschappen hebben hun beleid voor stedelijk waterbeheer vastgelegd in de gezamenlijke beleidsnotitie 'Water Raakt'. Deze notitie vormt op hoofdlijnen het beleid voor de wijze waarop de waterschappen in stedelijk gebied invulling geven aan het waterbeheer. Het waterbeheer richt zich op de volgende drie beleidsthema's: 1.

2.

Voor het dagelijkse waterbeheer i s dat het Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR). Doel daarvan i s gedurende een heel groot deel van het jaar die wateromstandigheden te realiseren die het beste passen bij de functie zoals de provincies die hebben vastgesteld; Om in extreem natte en extreem droge omstandigheden de schade a l s gevolg van wateroverlast of watertekort te beperken i s het WB21 opgesteld. Hierin zit de trits vasthouden-bergen-afvoeren a l s voorkeursvolgorde en afwegingskader en het principe van niet afwentelen. Het stedelijk gebied dient dus waterneutraal te zijn. Mocht dit door enige

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 26

7 maart 2023

3.

goede redenen - de veiligheid i s ernstig in het geding, de kosten zijn te hoog, er spelen nijpende ruimtevraagstukken - niet kunnen, dan komen het waterschap en de gemeente passende afspraken overeen. Doel i s het watersysteem zo in te richten dat het in extreme omstandigheden en in de toekomst goed functioneert; Voor het bereiken van de goede ecologische toestand van het water zijn er de Europese richtlijnen voor ecologie en waterkwaliteit. Dit thema bestaat uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Vogel- en Habitatrichtlijnen (vertaald in de Wet natuurbescherming). Doel daarvan i s dat al le Europese wateren, zowel oppervlaktewater a l s grondwater, zich in 2015 in een goede ecologische en goede chemische toestand bevinden. Met goede argumenten i s uitstel mogelijk tot uiterlijk 2027. Voor de Natura 2000-gebieden i s geen uitstel mogelijk.

Deze drie thema's hangen zo met elkaar samen dat het niet mogelijk is ze afzonderlijk van elkaar te realiseren. Er wordt gezorgd dat het watersysteem tijdig op orde is, duurzaam is ingericht, voldoet aan de landelijke normen voor het voorkomen van wateroverlast, bijdraagt aan het bereiken van grond- en oppervlaktewaterpeilen in relatie tot de functies van die wateren en gebieden, verdroging tegengaat en rekening houdt met de eisen vanuit de KRW. Om aan deze punten te voldoen is in december 2009 de Waterwet in werking getreden. De Waterwet vervangt acht bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland. Deze wet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert deze wet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Hierdoor zijn waterschappen, gemeenten en provincies beter in staat wateroverlast, waterschaarste en watervervuiling tegen te gaan. Ook voorziet de Waterwet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, natuur, landbouw, industrie en recreatie. Op basis van deze functies worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het water. De instrumenten vanuit de Waterwet zijn Waterplannen (rijk en provincie), waterbeheer-plannen (waterbeheerder) en vergunningen. Watertoetsproces In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht de Watertoets uit te voeren.

De Watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Het Waterschap Drents Overijsselse Delta is op 4 februari 2022 geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (zie Bijlage 2 ).

4.3.3

Waterparagraaf

Relevant beleid Het beleid van het waterschap Drents Overijsselse Delta staat beschreven in het waterbeheerplan 2016 - 2021. Specifiek voor het stedelijke gebied heeft het waterschap het beleid geformuleerd in 'Water Raakt!'. Daarnaast is de Keur een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Bescherming drinkwaterwinning Het plangebied ligt (deels) in een grondwaterbeschermingsgebied of intrekgebied van een drinkwaterwinning. De provincie is bevoegd gezag om deze gebieden te beschermen. In deze gebieden is het beleid gericht op het verminderen van de risico's op verontreiniging van het grondwater. Drinkwatervriendelijke functies worden gestimuleerd en aan de overige functies worden specifieke voorwaarden gesteld. Het provinciale grondwaterbeschermingsbeleid voor de drinkwaterwinning is terug te vinden in de Omgevingsvisie van de provincie. Invloed op de waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het bestemmingsplan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1.500 m². Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter.

Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 27

7 maart 2023

en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater. Voorkeursbeleid hemelwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater.

In de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlakte water aanwezig waarnaar hemelwater kan worden afgevoerd. Ruimte voor het realiseren van een wadi voor het infiltreren van hemelwater in de bodem binnen het plangebied of in de directe omgeving daarvan is evenmin aanwezig. Om die reden wordt het hemelwater door middel van de aanleg van een infiltratieriool of infiltratiekratten geïnfiltreerd in de bodem. 4.8.3 Conclusie water Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan

4.4

Natuur en Ecologie

4.4.1

Normstelling

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet vervangen. De bescherming van Natura 2000 gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen (houtopstanden) wordt nu via deze wet geregeld. De provincie is per 1 januari 2017 het bevoegde gezag voor soortenbescherming en houtopstanden. Deze bevoegdheden lagen voorheen bij het Rijk. Daarnaast is de provincie bevoegd gezag gebleven voor Natura 2000 bescherming en faunabeheer. De provincie is verantwoordelijk voor het afgeven van vergunningen en ontheffingen voor al deze gebieden. Hierop geldt alleen een uitzondering als het rijksaangelegenheden betreft. Provinciale Staten hebben op 14 december 2016 regels gesteld en vrijstelling gegeven over de soortenbescherming, faunabeheer en houtopstanden in de Provinciale omgevingsverordening Drenthe. In deze verordening zijn de vrijstelling voor beweiden en bemesten en de soortenvrijstellingen van het rijk overgenomen. Verder zijn er regels gesteld om faunabeheer mogelijk te maken. Ten slotte zijn de spelregels voor houtopstanden (voorheen Boswet) vastgelegd. Zo is bepaald aan welke eisen een compensatieverzoek moet voldoen en is de mogelijkheid voor het aanleggen van tijdelijk bos geregeld.

Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten op 20 december 2016 de beleidsregels Wet natuurbescherming Drenthe vastgesteld. Deze beleidsregels gaan over het toedelen van ontwikkelingsruimte in relatie tot de PAS (Natura 2000), soortenbescherming en houtopstanden. De provincie Drenthe zet zich ook in voor actieve soortenbescherming.

Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 28

7 maart 2023

4.4.2

Onderzoek en conclusie

Soortenonderzoek Woningcorporatie Woonconcept heeft het voornemen om de woningen aan de Sloodstraat 29 t/m 37 te slopen om zeven grondgebonden nieuwbouwwoningen te realiseren. Wet- en regelgeving voor bescherming van de natuur verplichten vooraf te toetsen of activiteiten conflicteren met beschermde natuurwaarden. Deze natuurtoets is bedoeld om inzicht te krijgen in mogelijke effecten op aanwezige natuurwaarden die op kunnen treden als gevolg van de voorgenomen sloopwerkzaamheden. Het onderzoek is als Bijlage 1 opgenomen in de bijlagen bij toelichting. Op basis van het veldbezoek i s een effectbeoordeling naar het voorkomen beschermde flora en fauna opgesteld: aanvullend onderzoek naar vleermuizen heeft de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen binnen het projectgebied uitgesloten. Schade aan onmisbare foerageergebieden en vliegroutes i s evenmin aan de orde. Vervolgstappen zijn voor vleermuizen niet aan de orde; aanvullend onderzoek naar huismussen heeft de aanwezigheid van huismusnesten binnen het projectgebied uitgesloten. Vervolgstappen zijn voor huismussen niet aan de orde; overige nesten van jaarrond beschermde vogels worden binnen het projectgebied uitgesloten.

Wel zijn gedurende de broedtijd diverse algemene vogels zoals houtduif, merel, kauw, ekster, Turkse tortel broedend te verwachten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden; in het projectgebied zijn geen amfibieën, flora, reptielen, ongewervelden en vissen aangetroffen of te verwachten die bescherming genieten, uitgezonderd soorten waarvoor vrijstelling geldt in de provincie Drenthe.

Aanbevelingen en vervolgstappen Werkzaamheden die in gebruik zijnde nesten van vogels beschadigen dienen te allen tijde te worden voorkomen. Dit is voor de te verwachten soorten mogelijk door sloopwerkzaamheden in elk geval op te starten in de periode tussen half oktober en half februari. Indien de werkzaamheden buiten deze periode plaatsvinden, kan het projectgebied voorafgaand aan de werkzaamheden worden gecontroleerd op broedende vogels en nesten binnen de invloedsfeer van het project. Een andere mogelijkheid is om de woningen tussen half oktober en half februari ongeschikt (buiten het broedseizoen) ongeschikt te maken voor broedvogels. Dit is mogelijk door gaten en kieren die toegang bieden tot de dakconstructie af te sluiten. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Mantingerzand op ongeveer 6 kilometer van het projectgebied. Het wordt hiervan gescheiden door wegen, bebouwing en agrarisch gebied. Omdat het projectgebied zich buiten de begrenzing van het Natura2000 bevindt, gecombineerd met de beperkte ingreep en afstand tot het projectgebied kan verstoring van het Natura 2000 gebieden op voorhand worden uitgesloten. Voor de vaststelling van het bestemmingsplan zal een Aerius berekening worden uitgevoerd voor zowel de aanlegfase als gebruiksfase.

Gezien bovenstaande is het niet de verwachting dat negatieve effecten zullen ontstaan ten aanzien van de stikstofdepositie. Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.5

Geluid

4.5.1

Normstelling

De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten: Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 29

7 maart 2023

woningen; andere geluidsgevoelige gebouwen; geluidsgevoelige terreinen.

Deze bescherming geldt als het gebruik van deze objecten is toegestaan volgens het bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening. Op tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan met een periode van maximaal 10 jaar is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Onder "woning" wordt verstaan (artikel 1 Wet geluidhinder): gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van de geldende planologische status (bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening). De Wet geluidhinder kent het begrip bedrijfswoning niet. Een bedrijfswoning is gewoon een woning, waarvoor het mogelijk is een hogere waarde (als nodig) te verlenen. Dit geldt natuurlijk alleen voor bedrijfswoningen die zijn gelegen in een geluidzone. Hotels, recreatiewoningen en kantoren zijn niet geluidgevoelig in het kader van de Wet geluidhinder. In het Activiteitenbesluit zijn voorschriften opgenomen die bescherming bieden tegen geluidhinder van inrichtingen die onder het Besluit vallen. Deze bescherming wordt geboden aan gevoelige objecten (gevoelige gebouwen en gevoelige terreinen (artikel 1.1)).

In artikel 1.1 is in de definitie van gevoelige gebouwen aangegeven dat gebouwen die bij de inrichting horen (dienst- of bedrijfswoningen) geen geluidsgevoelig object zijn waarvoor de grenswaarden uit het besluit gelden. Dienst- of bedrijfswoningen die niet tot de inrichting behoren zijn gewoon woningen van derden waarvoor de grenswaarden wel gelden. Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) is rond inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur en spoorwegen een geluidzone van kracht. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de in de wet bepaalde voorkeursgrenswaarde. Wanneer niet aan deze grenswaarde kan worden voldaan, kan het bevoegd gezag, in de meeste gevallen de gemeente, hogere grenswaarden vaststellen. Hiervoor geldt een bepaald maximum, de uiterste grenswaarde genoemd.

4.5.2

Onderzoek en conclusie

Het plangebied wordt aan drie zijden omgeven door woonstraten. Aan de westzijde ligt de Sloodstraat, aan de noordzijde de Goltguldenstraat en aan de zuidzijde de Meerstalstraat. Deze straten worden geclassificeerd als erfontsluitingsweg en voor deze straten geldt een maximumsnelheid van 30 km/h. Het plangebied is in de huidige situatie bestemd ten behoeve van het wonen. In de toekomstige situatie is dat ook het geval, waarbij de voorgevelrooilijn van de nieuwe woningen op dezelfde plek ligt als in de huidige situatie. De nieuwe woningen komen daarmee niet dichter op de Sloodstraat te liggen. Hoewel het aantal woningen toeneemt van 5 naar 7 en er daarmee sprake is van een beperkte toename van de verkeersgeneratie. Gezien het feit dat er sprake is van een 30 km/h-regime en het feit dat de afstand van de voorgevel van de woningen tot de straat niet toeneemt geen sprake van een verslechtering van de geluidsbelasting op de voorgevel ten opzichte van de huidige situatie. Om die reden is geen akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het aspect 'wegverkeerslawaai' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Op circa 140 meter ten noordwesten van het plangebied ligt aan de Alteveerstraat het bedrijf DOC. Voor dit bedrijf is een geluidscontour van 50 dB(A) vastgesteld in het bestemmingsplan Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9005004-ON01 30

7 maart 2023

'Hoogeveen, parapluherziening geluidscontour DOC Alteveerstraat'. Hierin is opgenomen dat het bouwen van nieuwe geluidsgevoelige objecten niet is toegestaan. De voorgenomen ontwikkelingen vinden plaats buiten de geluidscontour van het bedrijf DOC. Het aspect 'industrielawaai' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.6

Milieuzonering bedrijven

4.6.1

Normstelling

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven.

Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009).

4.6.2

Onderzoek en conclusie

In de directe omgeving van het plangebied komen geen functies voor waarvoor als gevolg van de VNG-publicatie richtafstanden van toepassing zijn. Op grotere afstand, op circa 140 meter ten noordwesten van het plangebied ligt aan de Alteveerstraat het bedrijf DOC. Voor dit bedrijf is een geluidscontour vastgesteld in het bestemmingsplan 'Hoogeveen, parapluherziening geluidscontour DOC Alteveerstraat'. In het bestemmingsplan is opgenomen dat het bouwen van nieuwe geluidsgevoelige objecten niet is toegestaan. De voorgenomen ontwikkelingen vinden plaats buiten de geluidscontour van het bedrijf DOC. Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.7

Milieueffectrapportage (MER)

De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de geldende bestemmingsplan 'Zuid 2017'. Om de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk te kunnen maken is een besluit in het kader van artikel 3.1, lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) noodzakelijk, in casu een bestemmingsplan. Op dergelijke besluiten is het Besluit milieueffectenrapportage (Besluit m.e.r.) van toepassing.

4.7.1

Normstelling

In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan plan m.e.r.-plichtig, project m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken en plaats van de projecten en de kenmerken van potentiële effecten. Per 7 juli 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Zuid, deelplan Sloodstraat ontwerp

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12795476/1