Toelichting en regels ontwerp BP Korhoenlaan.pdf
Tekst van het document
3.3 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Zuid 2017' van de gemeente Hoogeveen. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 11 april 2019. Het plangebied is bestemd als ‘Wonen Woonzorgcentrum’ en 'Tuin'. De bestemming 'Wonen - Woonzorgcentrum' voorziet in de mogelijkheid voor een wooncentrum met gemeenschappelijke voorzieningen als recreatieruimten, een centrale keuken en een kleinschalig restaurant. Ter plaatse van de aanwezige bebouwing is binnen de bestemming ‘Wonen - Woonzorgcentrum’ een bouwvlak opgenomen. Met de 'specifieke bouwaanduiding - 1' wordt de maatvoering van de aanwezige bebouwing bepaald. Op onderstaande afbeeldingen is een uitsnede van de verbeelding van beide bestemmingsplannen opgenomen, met de kadastrale ondergrond als onderlegger. In groen is het deel van het plangebied omlijnd dat binnen het betreffende bestemmingsplan valt.
3.4 Bijzondere waarden in het projectgebied en omgeving Natura 2000-gebied en Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet in of nabij een Natura 2000-gebied. Het plangebied maakt daarnaast geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Archeologie en cultuurhistorie Het plangebied is na de Tweede Wereldoorlog bebouwd geraakt met de huidige in het plangebied aanwezige bebouwing. Om deze bebouwing te realiseren zijn de voormalige landbouwgronden bouw- en woonrijp gemaakt, zijn riolering, kabels en leidingen en de funderingen van de bebouwing aangelegd. De bovengrond van het plangebied is als gevolg hiervan geroerd. Tevens is conform het geldende bestemmingsplan ‘Wolfsbos 2006’ geen archeologische dubbelbestemming van kracht binnen het plangebied Een nadere toelichting aangaande waardevolle gebieden, archeologie en cultuurhistorie is opgenomen in paragraaf 4.2.
10 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Korhoen Hoogeveen’ | Witpaard
8
4. Kenmerken van het potentiële effect 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van het potentiële effect op het milieu als gevolg van de voorgenomen activiteit. In artikel 7.16, tweede lid, onder b en c Wm is opgenomen dat de beschrijving moet ingaan op waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit kan hebben voor het milieu en de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu als gevolg van de verwachte residuen, emissies, productie van afvalstoffen en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. In deze beschrijving worden de mogelijke maatregelen, om de waarschijnlijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden, beschreven. Om de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu te kunnen beschrijven, wordt een onderscheid gemaakt in de aanlegfase en de gebruiksfase.
4.2 Waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu 4.2.1 Kenmerken aanlegfase In de aanlegfase is tijdelijk sprake van een beperkte toename van vrachtverkeer (geluid en luchtkwaliteit) en bouwactiviteiten (licht, geluid en trillingen). Na afronding van de bouwwerkzaamheden verdwijnen deze effecten. Verder leidt de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt. Op het aspect stikstof wordt nader ingegaan in paragraaf 4.2.2.6. 4.2.2 Kenmerken gebruiksfase 4.2.2.1 Algemeen In de directe omgeving zijn geen projecten die in combinatie met de voorgenomen activiteiten leiden tot extra effecten. 4.2.2.2 Bodem en asbest Met als doel de milieukundige kwaliteit van de bodem te kunnen bepalen is een verkennend bodemonderzoek (NEN5740) uitgevoerd. Vooronderzoek Uit het historisch onderzoek zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen. In aansluiting op dit resultaat is gekozen voor de onderzoeksstrategie onverdacht. Veldonderzoek De bodem tot circa 0,5 m-mv bestaat uit matig fijn, zwak siltig en zwak humeus zand. Daarna wordt tot 3,5 m-mv matig tot zeer fijn, zwak tot sterk siltig zand aangetroffen met sporen grind. Van 3,5 tot 4,5 m-mv bestaat de bodem uit sterk zandige klei. In 4 van 8 uitgevoerde boringen is bodemvreemd materiaal in de bovengrond aangetroffen, betreffende sporen beton en sporen baksteen.
Tijdens de monsterneming is de grondwaterstand aangetroffen op een diepte van 2,3 m-mv. Chemisch onderzoek Uit de analyseresultaten kan het volgende worden geconcludeerd:
10 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Korhoen Hoogeveen’ | Witpaard
9
1. De bovengrond is licht tot matig verontreinigd. BG1 is matig verontreinigd met PAK (VROM 10) en licht verontreinigd met kwik, lood en minerale olie. 2. De matige verontreiniging van BG1 is uitgesplitst en individueel geanalyseerd. Uit deze resultaten is gebleken dat 2 van de 4 monsters (2-1 en 4-1) licht verontreinigd zijn met PAK (VROM 10). De andere 2 monsters (7-1 en 8-1) vertonen geen verhoogde gehalten aan PAK. 3. Bovengrond mengmonster BG2 is licht verontreinigd met PCB’s en PAK (VROM 10). De bovengrond is geanalyseerd op PFAS, hierbij zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. 4. De ondergrond ter plaatse van de onderzoekslocatie niet verontreinigd met de onderzochte parameters en is indicatief getoetst en beoordeeld als kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. 5. Het grondwater van peilbuis 1 is licht verontreinigd met barium, nikkel en zink. Op basis van het aantreffen van verontreinigingen in de grond en in het grondwater dient de hypothese ‘locatie is onverdacht’ formeel verworpen te worden. Door de aanwezigheid van minerale olie en PAK in de bovengrond valt deze voor hergebruik in de kwaliteitsklasse Industrie. De ondergrond valt in de kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. Nader onderzoek naar de lichte verontreinigingen wordt niet noodzakelijk geacht. 4.2.2.3 Geluid Het plangebied wordt aan twee zijden omgeven door woonstraten.
Aan de zuidwestzijde ligt de Korhoenlaan en aan de noordoostzijde de Rietgans. Deze straten worden geclassificeerd als een erfontsluitingsweg en voor deze straten geldt een maximumsnelheid van 30 km/h. Voor dit soort wegen geldt conform de Wgh geen geluidszone. Gezien het feit dat er sprake is van een 30 km/h-regime is geen akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. 4.2.2.4 Luchtkwaliteit De voornomen ontwikkeling bestaat uit de bouw van zeven woningen met twee ontsluitingswegen. Deze ontwikkeling valt onder de Regeling NIBM. Een nader onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. 4.2.2.5 Waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het bestemmingsplan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1.500 m². Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg).
Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater. Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via
10 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Korhoen Hoogeveen’ | Witpaard
10
wadi’s heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. In de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlakte water aanwezig waarnaar hemelwater kan worden afgevoerd. Ruimte voor het realiseren van een wadi voor het infiltreren van hemelwater in de bodem binnen het plangebied of in de directe omgeving daarvan is evenmin aanwezig. Om die reden wordt het hemelwater door middel van de aanleg van een infiltratieriool of infiltratiekratten geïnfiltreerd in de bodem. 4.2.2.6 Natuur en ecologie Om de eventuele aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten in en direct rondom het plangebied en de gevolgen van de voorgenomen ontwikkelingen ten aanzien beschermde natuurgebieden inzichtelijk te maken is een verkennend ecologisch onderzoek uitgevoerd.
Op basis van deze soorten- en gebiedsinformatie worden uitspraken gedaan over eventuele noodzakelijke vervolgonderzoeken. Soortenonderzoek Tijdens het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde planten diersoorten. De belangrijkste conclusies en aanbevelingen zijn als volgt: De aanwezigheid van beschermde soorten kan worden uitgesloten. Een nader onderzoek naar beschermde soorten is niet noodzakelijk Het projectgebied is (onderdeel van) een leefgebied voor diverse zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bosschages in het projectgebied als broedlocatie gebruiken. Een nader onderzoek is niet noodzakelijk, onder voorwaarde dat er buiten het broedseizoen om wordt gewerkt. Of onder voorwaarde dat eventuele nesten in de bosschages tijdens het broedseizoen niet worden verstoord. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Mocht er binnen het broedseizoen werkzaamheden gepland staan dan moet het gebied maximaal drie dagen vóór aanvang van de werkzaamheden door een ecoloog worden vrijgegeven middels een broedvogelinspectie. Tijdens de werkzaamheden wordt aangeraden mitigerende maatregelen te treffen om het gebied broedvrij te houden.
De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Mantingerzand op ongeveer 6 kilometer van het projectgebied. Het wordt hiervan gescheiden door wegen, bebouwing en agrarisch gebied. Omdat het projectgebied zich buiten de
10 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Korhoen Hoogeveen’ | Witpaard
11
begrenzing van het Natura2000 bevindt, gecombineerd met de beperkte ingreep en afstand tot het projectgebied kan verstoring van het Natura 2000 gebieden op voorhand worden uitgesloten. Een mogelijk substantieel negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden is door middel van een AERIUS-berekening nader onderzocht. Uit deze berekening blijkt dat in de gebruiksfase de stikstofdepositie niet hoger is dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op deze Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt op circa 2 kilometer afstand. Het projectgebied wordt van dit NNN-gebied gescheiden door wegen, bebouwing en agrarisch gebied. Omdat het projectgebied zich buiten de begrenzing van het NNN bevindt, gecombineerd met de beperkte ingreep en afstand tot het projectgebied kan verstoring van het NNN-gebieden op voorhand worden uitgesloten. 4.2.2.7 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Het plangebied is na de Tweede Wereldoorlog bebouwd geraakt met de huidige in het plangebied aanwezige bebouwing.
Om deze bebouwing te realiseren zijn de voormalige landbouwgronden bouw- en woonrijp gemaakt, zijn riolering, kabels en leidingen en de funderingen van de bebouwing aangelegd. De bovengrond van het plangebied is als gevolg hiervan geroerd. Tevens is conform het geldende bestemmingsplan ‘Wolfsbos 2006’ geen archeologische dubbelbestemming van kracht binnen het plangebied. Cultuurhistorie Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd dorps- of stadsgezicht. De in het plangebied aanwezige bebouwing is niet aangewezen als een rijks- of gemeentelijk monument. In de directe omgeving van het plangebied komen geen aangewezen rijks- of gemeentelijke monumenten voor. Voor het plangebied is een stedenbouwkundig plan opgesteld dat past binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur. 4.2.2.8 Externe veiligheid In de omgeving van het plangebied komen geen inrichtingen, transportroutes voor gevaarlijke stoffen en buisleidingen voor.
4.3 Effectkenmerken Orde van grootte en het ruimtelijk bereik van het effect (geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden) - Orde van grootte van het effect: zie paragraaf 4.2. - Bereik van het effect: het reikwijdte van het effect beperkt zich tot het plangebied. Er is geen sprake van een invloedsgebied. - Getroffen bevolking: niet van toepassing. Aard van het effect - Aard van de effecten: zie paragraaf 4.2.
10 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Korhoen Hoogeveen’ | Witpaard
12
Grensoverschrijdende karakter van het effect - Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect. Intensiteit en de complexiteit van het effect - De effecten van zowel de aanlegfase als de gebruiksfase zijn beperkt qua intensiteit en complexiteit (geen vervolgeffecten of indirecte effecten verwacht). Waarschijnlijkheid van het effect - Beperkte emissies geluid, lucht en licht zijn zeker. - Waarschijnlijkheid van effecten door calamiteiten is zeer gering (zie ook paragraaf 4.2). Verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect - Verwachte aanvang: na onherroepelijk bestemmingsplan (2e helft van 2021). - Duur en periode indicatief: de aanlegfase zal circa 1 jaar duren. - Frequentie: deze beoordeling betreft éénmalig de beschreven activiteiten. - Er is geen sprake van onomkeerbare effecten. Cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten Zoals beschreven in paragraaf 2.3 van onderhavige notitie zijn er geen andere projecten of ontwikkelingen in de omgeving bekend die gelijktijdig met de beschreven activiteiten worden uitgevoerd en kunnen leiden tot cumulatieve effecten. Omdat de verwachte effecten beperkt van omvang zijn, zal ook voor andere aspecten de cumulatie met effecten van andere ontwikkelingen niet tot noemenswaardige effecten leiden.
10 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Korhoen Hoogeveen’ | Witpaard
13
5. Conclusie Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het voornemen niet leidt tot significante nadelige gevolgen voor het milieu zoals bedoeld in artikel 7.17 Wet milieubeheer. Er is daarom geen aanleiding om een m.e.r.-procedure te doorlopen, omdat dit geen aanvullende informatie verschaft voor het beoordelen van de milieueffecten.
10 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Korhoen Hoogeveen’ | Witpaard
14
Bijlage 3
Verkennend Bodemonderzoek
Krakeel/Wolfsbos, deelplan Korhoenlaan ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9033002-ON01 82
7 maart 2023
Verkennend bodemonderzoek
Korhoenlaan (nabij nr. 5) te Hoogeveen
Verkennend bodemonderzoek Korhoenlaan (nabij nr. 5) te Hoogeveen
Colofon Titel:
Verkennend bodemonderzoek Korhoenlaan (nabij nr. 5) te Hoogeveen
Projectcode: Referentie: Versie: Datum: Auteur:
P04223 220810_114727
Opdrachtgever:
Buro Stedenbouw B.V.
Opdrachtnemer:
Telefoon: Email: Website:
Greenhouse Advies bv Huismanstraat 6 6851 GT Huissen 026 2020606 algemeen@greenhouse-advies.nl www.greenhouse-advies.nl
Contactpersoon: Telefoon: Email:
Frans Egers 06 15290174 frans.egers@greenhouse-advies.nl
5 oktober 2022 R. Velderman
Vrijgave projectleider
Kwaliteitsverantwoording onderzoek Soort onderzoek ☐ indicatief ☒ NEN 5740 ☐ NEN 5707 ☐ NTA 5755 BRL-protocol ☒ 2001 (boorwerkzaamheden handmatig) ☒ 2002 (bemonsteren grondwater) ☐ 2003 (waterbodem) ☐ 2018 (asbest in grond)
Projectcode: P04223 Versie:
Pagina 2 van 13
Verkennend bodemonderzoek Korhoenlaan (nabij nr. 5) te Hoogeveen
Inhoudsopgave 1
Inleiding.............................................................................................................................................. 4
1.1
Aanleiding en doel ............................................................................................................................. 4
1.2
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid .............................................................................................. 4
1.3
Leeswijzer .......................................................................................................................................... 4
2
Vooronderzoek .................................................................................................................................. 5
2.1
Beschrijving onderzoekslocatie ......................................................................................................... 5
2.2
Historische gegevens en voorgaande bodemonderzoeken .............................................................. 5
2.3
Regionale bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 6
2.4
Hypothese en onderzoeksstrategie en onderzoeksopzet ................................................................. 6
3
Veldonderzoek ................................................................................................................................... 8
3.1
Verrichte werkzaamheden ................................................................................................................. 8
3.2
Bodemopbouw ................................................................................................................................... 8
3.3
Zintuiglijke waarnemingen ................................................................................................................. 8
3.4
Veldmetingen grondwater .................................................................................................................. 8
3.5
Waarnemingen in het kader van voorkomen van asbest .................................................................. 9
4
Chemisch onderzoek ....................................................................................................................... 10
4.1
Samenstelling monsters en toegepaste analyses ........................................................................... 10
4.2
Analyseresultaten, toetsing en interpretatie .................................................................................... 10
4.2.1
Resultaten en toetsing standaardpakketten .................................................................................... 10
4.2.2
Resultaten en toetsing PFAS .......................................................................................................... 11
4.3
Bespreking en interpretatie resultaten ............................................................................................. 11
5
Conclusies en aanbevelingen .......................................................................................................... 12
5.1
Conclusie ......................................................................................................................................... 12
5.2
Algemene opmerkingen ................................................................................................................... 12
Bijlagen Bijlage 1: Kaart regionale ligging onderzoekslocatie Bijlage 2: Overzichtstekening veldwerkzaamheden Bijlage 3: Profielbeschrijvingen en veldwaarnemingen Bijlage 4: Analysecertificaten Bijlage 5: Toetsingskaders Bijlage 6: Toetsingsresultaten Bijlage 7: Historische informatie
Projectcode: P04223 Versie:
Pagina 3 van 13
Verkennend bodemonderzoek Korhoenlaan (nabij nr. 5) te Hoogeveen
1 Inleiding In opdracht van Buro Stedenbouw B.V. is, door Greenhouse Advies BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Korhoenlaan (nabij nr. 5) te Hoogeveen. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Hoogeveen, sectie D, perceelnummer 6052. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 1.167 m2.
1.1
Aanleiding en doel
De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie ten behoeve van woningbouw. Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygienische bodemkwaliteit van zowel de grond als van het freatisch grondwater. Aan de hand van de onderzoeksresultaten wordt beoordeeld of de onderzoekslocatie in milieuhygiënisch opzicht gebruiksbeperkingen kent voor het beoogde gebruik.
1.2
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid
Greenhouse Advies bv of andere gelieerde bedrijfsonderdelen van DAGnl zijn geen eigenaar van de locatie en hebben geen binding met de eigenaar. Greenhouse Advies BV heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het onderzoek. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de BRL SKIB 2000 en bijbehorende protocollen. Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door een AS3000 erkend laboratorium dat voldoet aan de accreditatiecriteria van de Raad van Accreditatie conform NEN-EN-ISO/IEC 17025:2018.
1.3
Leeswijzer
In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek. De rapportage is als volgt opgebouwd: ● ● ● ●
Vooronderzoek (hoofdstuk 2); Veldonderzoek (hoofdstuk 3); Chemisch onderzoek (hoofdstuk 4); Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5).
Projectcode: P04223 Versie:
Pagina 4 van 13
Verkennend bodemonderzoek Korhoenlaan (nabij nr. 5) te Hoogeveen
2 Vooronderzoek In dit hoofdstuk worden de resultaten van het vooronderzoek weergegeven, hiervoor is de NEN 5725 (strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek) aangehouden.
2.1
Beschrijving onderzoekslocatie
In onderstaande tabel zijn de kadastrale gegevens en andere relevante informatie van de onderzoekslocatie weergegeven. Algemene informatie onderzoekslocatie Adres Gemeente Coördinaten Kadastrale gegevens • Gemeente • Sectie • Perceelnummers Gebruik locatie • Voormalig • Huidig • Toekomstig
Korhoenlaan nabij nr.5 te Hoogeveen Hoogeveen X: 230373.65, Y: 526344,725 • • •
Hoogeveen D 6052
• • •
Schoolgebouw (kleuterschool) Braakliggend Wonen
Het te onderzoeken perceel ligt momenteel braak en is gelegen in de woonwijk “Wolfsbos”. Ten zuiden van de locatie op 580 m afstand ligt de Rijksweg A37. Ten noordwesten van de locatie zijn sportvelden gesitueerd. Een tekening met daarop de regionale ligging van de locatie is opgenomen als bijlage 1.
2.2
Historische gegevens en voorgaande bodemonderzoeken
Voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: ● het landelijk Bodemloket (www.bodemloket.nl); ● de Bodematlas van de Provincie Drenthe (bodemkwaliteitskaarten via Geoportaal Drenthe); ● website Topotijdreis (www.topotijdreis.nl); ● eerder uitgevoerd bodemonderzoek (Gemeente Hoogeveen); ● locatiebezoek door dhr. Y. Dijenborgh op 26 juli 2022, direct voorafgaand aan de uitvoer van de veldwerkzaamheden. Uit historisch kaartmateriaal van Topotijdreis valt af te leiden dat de locatie vanaf de eerst duidelijk zichtbare kaart (vanaf 1850) grensde van de voormalige Krakeelsche dijk. De onderzoekslocatie was toentertijd in gebruik als agrarisch (veenweide) weiland met enkele veenslootjes. Vanaf 1912 maakte de Krakeelsche dijk deel uit van de stoomtramlijn Hoogeveen-Slagharen, die tot omstreeks 1952 in gebruik is geweest. Vanaf 1975 is de woonwijk Wolfsbos op kaartmateriaal, waar ook het schoolgebouw op te onderscheiden is. Het schoolgebouw is medio 2021 gesloopt. Op de asbestdakenkaart van de duurzaamheidskaart van Hoogeveen valt af te leiden dat het voormalige schoolgebouw asbestvrij is geweest (duurzaamheidskaart, Hoogeveen). Volgens het bodemloket rapport zijn er diverse bodemonderzoeken uitgevoerd op de locatie. De rapportages zijn opgevraagd bij de gemeente Hoogeveen, echter zijn deze nog niet ontvangen.
In de jaren 90 zijn door Tauw 2 onderzoeken uitgevoerd, respectievelijk een verkennend en een nader onderzoek. In 2002 is door Ecoreest de locatie verkennend onderzocht. Wat de resultaten zijn van de uitgevoerde onderzoeken is niet bekend. Omdat verder in de bodemloket rapportage geen conclusie wordt getrokken, is het niet waarschijnlijk dat de locatie (ernstig) verontreinigd is. Op de site van de provincie Drenthe is eveneens niks gevonden over een eventuele verontreiniging Uit de toepassingskaart blijkt dat de bovengrond in klasse Wonen valt en de ondergrond valt in klasse landbouw/natuur. Uit de ontgravingskaart blijkt dat de boven- en ondergrond in klasse landbouw/natuur valt. In bijlage 7 is informatie van bovenstaande bronnen weergegeven.
Projectcode: P04223 Versie:
Pagina 5 van 13
Verkennend bodemonderzoek Korhoenlaan (nabij nr. 5) te Hoogeveen
2.3
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
In de onderstaande afbeelding is de regionale bodemopbouw van de omgeving van de onderzoekslocatie weergegeven. Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is boring B17C0118 van het Dinoloket gekozen. Deze boring is op circa 850 m ten zuidwesten van de locatie uitgevoerd.
Afbeelding 2.1: Boorbeschrijving boring B17C0118
De regionale bodem bestaat ten opzichte van het maaiveld tot 0,95 m-mv uit veen. Daaronder volgt tot 16 mmv zand met sporadisch grind. Het zand wordt onderbroken door een leemlaag van 3,3 - 4,65 m-mv. De globale grondwaterstroming is westelijk (Grondwatertools). Het maaiveld op de onderzoekslocatie ligt op circa 12,1 m t.o.v. NAP (AHN).
2.4
Hypothese en onderzoeksstrategie en onderzoeksopzet
Op basis van het historisch onderzoek wordt voor de onderzoeklocatie de hypothese Onverdachte locatie gehanteerd van de strategie Onverdacht (ONV) conform de NEN 5740 (strategie voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek). Deze hypothese is gekozen omdat er geen aanwijzingen zijn die duiden op de (voormalige) aanwezigheid van verontreinigingsbronnen. Tevens is de locatie niet verdacht op het voorkomen van asbest. Voor zover bekend zijn er naast de diffuse belasting geen verdachte activiteiten (brand en/of gebruik van) met betrekking tot PFAS bekend. Door de diffuse belasting kan de geroerde bovengrond verhoogde concentraties aan PFAS bevatten. Tevens bestaat de mogelijkheid dat er grond van de locatie afgevoerd dient te worden. Hiertoe wordt de bovengrond aanvullend geanalyseerd op PFAS. Het aantal boringen per laag, het aantal peilbuizen en het aantal te analyseren grond- en grondwatermonsters is omschreven in NEN 5740 en is afhankelijk van de verdachtheid en de oppervlakte van de locatie. De onderstaande tabel geeft de gehanteerde aantallen weer conform de onderzoeksopzet. Projectcode: P04223 Versie:
Pagina 6 van 13
Verkennend bodemonderzoek Korhoenlaan (nabij nr. 5) te Hoogeveen
Gepland aantal boringen, peilbuizen en analyses in de onderzoeksopzet Onderzoek Aantal boringen (excl. Aantal (deel)locatie hypothese peilbuizen) peilbuizen Korhoenlaan onverdacht 6 boringen tot 0,5 m-mv 1 peilbuis (nr.: 1) (nrs.: 03 t/m 08) 1 boring tot 2,0 m-mv (nr.: 02)
Analyses grond 1x STAP1 (laag 0-0,5 m-mv) 1x STAP (laag 0,5-2,0 m-mv) 1x PFAS (laag 0,0-0,5 m-mv)
Analyses grondwater 1x STAP1
1 Standaardpakketten grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB som 7), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie (GC) grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten, (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (17 stuks), minerale olie (GC)
De bij de boringen opgeboorde grond is in trajecten van maximaal 50 cm bemonsterd, of anders afhankelijk van de veldwaarnemingen.
Projectcode: P04223 Versie:
Pagina 7 van 13
Verkennend bodemonderzoek Korhoenlaan (nabij nr. 5) te Hoogeveen
3 Veldonderzoek 3.1
Verrichte werkzaamheden
Het veldwerk is op 26 juli 2022 uitgevoerd door dhr. Y. Dijenborgh en het grondwater is bemonsterd op 8 augustus 2022 door A. Noppers, beide heren zijn werkzaam bij Greenhouse Advies BV. Tijdens het veldwerk is een peilbuis met filterstelling in het kleipakket geplaatst. Tijdens de grondwatermonstername bleek de peilbuis zeer slecht toe te stromen. Hiertoe is het benodigde afpomp volume niet behaald, en is de peilbuis leeggepompt. Hierbij is de peilbuis belucht. Behoudens bovenstaande afwijking is het veldwerk uitgevoerd conform de Beoordelingsrichtlijnen ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ (BRL SIKB 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2002. De locaties van de monsterpunten zijn weergegeven in bijlage 2. Tijdens uitvoering van de boringen is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en is het opgeboorde materiaal gekarakteriseerd en vastgelegd in boorbeschrijvingen. Bij het zintuiglijk beoordelen wordt door middel van geur en aanblik van de opgeboorde grond een eerste indruk verkregen. Door middel van de ‘olie-op-water’-proef is een indicatie verkregen omtrent de aanwezigheid van olieachtige verontreinigingen.
3.2
Bodemopbouw
De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen als bijlage 3. Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodem tot circa 0,5 m-mv bestaat uit matig fijn, zwak siltig en zwak humeus zand. Daarna wordt tot 3,5 m-mv matig tot zeer fijn, zwak tot sterk siltig zand aangetroffen met sporen grind. Van 3,5 tot 4,5 m-mv bestaat de bodem uit sterk zandige klei. Tijdens de monsterneming is de grondwaterstand aangetroffen op een diepte van 2,3 m-mv.
3.3
Zintuiglijke waarnemingen
In het veld is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld, waarbij geen actieve geurwaarnemingen zijn gedaan. Aansluitend is de grond beschreven en bemonsterd, en zijn de te analyseren (meng)monsters geselecteerd. In onderstaande tabel zijn de zintuiglijke waarnemingen van bodemvreemde stoffen beschreven. Zintuigelijke waarnemingen van bodemvreemde stoffen Boring Traject (m-mv) Zintuiglijke waarneming 02 0,0 – 0,5 Sporen baksteen 04 0,0 – 0,5 Sporen baksteen 07 0,0 – 0,5 Sporen beton 08 0,0 – 0,5 Sporen beton
Door de aanwezigheid van bodemvreemde materialen is er voor gekozen om een extra bovengrond analyse uit te voeren.
3.4
Veldmetingen grondwater
Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn in het veld metingen verricht; deze zijn weergegeven in onderstaande tabel. Veldmetingen tijdens bemonstering van het grondwater Peilbuis Datum Datum (filterstelling) plaatsing bemonstering 01 (3,5 – 4,5 mmv)
Projectcode: P04223 Versie:
26 juli 2022
8 augustus 2022
Grondwater -stand (mmv) 2,3
Pagina 8 van 13
Zuurgraad pH
Geleidbaarheid (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
4,8
828
210
Verkennend bodemonderzoek Korhoenlaan (nabij nr. 5) te Hoogeveen
De troebelheid van het grondwatermonster is hoger dan 10 NTU. De hoge NTU wordt mede veroorzaakt door de slechte toestroming. Een hoge troebelheid kan invloed hebben op de analyseresultaten. De zuurgraad (pH) wijkt af van de waarde die in een natuurlijke situatie verwacht wordt. Een onderbouwde verklaring kan niet worden opgegeven voor deze afwijking. Mogelijk kan de (voormalige) veenbodem bijdragen aan de verhoogde zuurtegraad van het grondwater. Het elektrische-geleidingsvermogen (EGV) wijkt niet af van de waarde die in een natuurlijke situatie verwacht wordt.
3.5
Waarnemingen in het kader van voorkomen van asbest
Tijdens het veldonderzoek is de opgeboorde grond visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. In de opgeboorde grond is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen.
Projectcode: P04223 Versie:
Pagina 9 van 13
Verkennend bodemonderzoek Korhoenlaan (nabij nr. 5) te Hoogeveen
4 Chemisch onderzoek 4.1
Samenstelling monsters en toegepaste analyses
Op aanwijzing van Greenhouse Advies zijn door Eurofins Analytico grondmengmonsters samengesteld. De mengmonsters zijn zo samengesteld dat na uitvoering van de analyses een representatief beeld ontstaat van de milieuhygiënische kwaliteit van de boven en ondergrond en grondwater. In onderstaande is de samenstelling van de geanalyseerde (meng)monsters weergegeven. Samenstelling van geanalyseerde (meng)monsters Deellocatie Monster Motivatie
Samenstelling
Traject (m-mv)
Analyse
2-1, 4-1, 7-1, 8-1 2-1 4-1 7-1 8-1 1-1, 3-1, 5-1, 5-2, 6-1
0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5
STAP grond PAK (VROM10) PAK (VROM10) PAK (VROM10) PAK (VROM10) STAP grond
1-3, 2-2, 2-3 1-1, 2-1, 3-1, 4-1, 5-1, 6
0,5-16 0,0-0,5
STAP grond PFAS
1-1-1
3,5-4,5
STAP grondwater
Grond BG1 2-1 4-1 7-1 8-1 BG2
Bovengrond met bijmenging Uitsplitsing BG1a
OG1 MM-PFAS
Bovengrond zonder bijmenging Ondergrond Bovengrond
Grondwater 1-1-1
1 Standaardpakketten: grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB som 7), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie (GC) grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten, (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (17 stuks), minerale olie (GC) a = in BG1 zijn verhoogde gehalten aan PAK (VROM 10) aangetroffen (BG-1). Hier opvolgend is dit mengmon-
ster uitgesplitst.
4.2
Analyseresultaten, toetsing en interpretatie
De analysecertificaten van de onderzochte monsters zijn weergegeven in bijlage 4. De toetsingskaders voor de Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), asbest in bodem, waterbodem en het handelingskader voor PFAS zijn opgenomen in bijlage 5. De resultaten van de toetsing zijn opgenomen in bijlage 6.
4.2.1
Resultaten en toetsing standaardpakketten
In onderstaande tabel wordt per analysemonster het eindoordeel met betrekking tot de Wet bodembescherming (Wbb) en het besluit bodemkwaliteit (Bbk) weergegeven. Eindoordeel Wbb en Bbk na toetsing van de analyseresultaten Monster Traject Toetsing Wbb* (m-mv) Beoordeling Kritieke parameter Grond BG1 0,0-0,5 ++ PAK (VROM 10) (30,4 mg/kg.ds) + Kwik, lood, minerale olie (312,5 mg/kg.ds) 2-1 4-1 7-1 8-1 BG2 OG1 MM-PFAS Grondwater Projectcode: P04223 Versie:
0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,5-16 0,0-0,5
+ + + -
PAK (VROM 10) (2,5 mg/kg.ds) PAK (VROM 10) (1,53 mg/kg.ds) PCB’s, PAK (VROM 10) -
Pagina 10 van 13
Indicatieve Toetsing Bbk
Industrie
Wonen Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde
Verkennend bodemonderzoek Korhoenlaan (nabij nr. 5) te Hoogeveen
1-1-1
3,5-4,5
+
Barium, Nikkel en Zink
n.v.t.
< Achtergrond-/streefwaarde (niet verontreinigd) + > Achtergrond-/streefwaarde (licht verontreinigd) ++ > Tussenwaarde (matig verontreinigd) +++ > Interventiewaarde (sterk verontreinigd) * Uit het certificaat voor de uitgesplitste monsters 2-1, 4-1, 7-1, 8-1 (2022125558), blijkt dat de conserveringstermijn voor PAK is overschreden.
4.2.2
Resultaten en toetsing PFAS
In onderstaande tabel zijn de analyseresultaten weergeven van poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS). Analyseresultaten PFAS Monster Traject m-mv MM-PFAS 0,0 – 0,5
4.3
Samenstelling 01 t/m 08
PFOS µg/kg d.s. 1,0
PFOA µg/kg d.s. 1,3
Overige PFAS µg/kg d.s. <0,1
Bespreking en interpretatie resultaten
De zintuiglijk puin houdende bovengrond mengmonster BG1 is matig verontreinigd met PAK en licht verontreinigd met kwik, lood en minerale olie. Bij de individuele analyse is in 2-1 en 4-1 een licht verontreiniging aan PAK gemeten. In 7-1 en 8-1 is PAK niet verhoogd aangetoond. Indicatief valt dit monster in de kwaliteitsklasse Industrie. BG2 is licht verontreinigd met PCB’s en PAK (VROM 10). De grond is indicatief beoordeeld als bodemkwaliteitsklasse Wonen. Het ondergrond mengmonster (OG1) is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. De grond is indicatief beoordeeld als bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. De bovengrond is geanalyseerd op PFAS, hierbij zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Het grondwater van peilbuis 1 is licht verontreinigd met barium, nikkel en zink.
Projectcode: P04223 Versie:
Pagina 11 van 13
Verkennend bodemonderzoek Korhoenlaan (nabij nr. 5) te Hoogeveen
5 Conclusies en aanbevelingen In opdracht van Buro Stedenbouw B.V. is, door Greenhouse Advies BV een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd ter plaatse van Korhoenlaan (nabij nr. 5) te Hoogeveen. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Hoogeveen, sectie D, perceelnummer 6052. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 1167 m2. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie ten behoeve van woningbouw. Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygienische bodemkwaliteit van zowel de grond als van het freatisch grondwater. Aan de hand van de onderzoeksresultaten wordt beoordeeld of de onderzoekslocatie in milieuhygiënisch opzicht gebruiksbeperkingen kent voor het beoogde gebruik.
5.1
Conclusie
Vooronderzoek Uit het historisch onderzoek zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen. In aansluiting op dit resultaat is gekozen voor de onderzoeksstrategie onverdacht. Veldonderzoek De bodem tot circa 0,5 m-mv bestaat uit matig fijn, zwak siltig en zwak humeus zand. Daarna wordt tot 3,5 mmv matig tot zeer fijn, zwak tot sterk siltig zand aangetroffen met sporen grind. Van 3,5 tot 4,5 m-mv bestaat de bodem uit sterk zandige klei. In 4 van 8 uitgevoerde boringen is bodemvreemd materiaal in de bovengrond aangetroffen, betreffende sporen beton en sporen baksteen. Tijdens de monsterneming is de grondwaterstand aangetroffen op een diepte van 2,3 m-mv. Chemisch onderzoek Uit de analyseresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: ● BG1 is matig verontreinigd met PAK (VROM 10) en licht verontreinigd met kwik, lood en minerale olie. ● De matige verontreiniging van BG1 is uitgesplitst en individueel geanalyseerd. Uit deze resultaten is gebleken dat 2 van de 4 monsters (2-1 en 4-1) licht verontreinigd zijn met PAK (VROM 10). De andere 2 monsters (7-1 en 8-1) vertonen geen verhoogde gehalten aan PAK. ● Bovengrond mengmonster BG2 is licht verontreinigd met PCB’s en PAK (VROM 10). ● In de bovengrond zijn geen verhoogde PFAS gehalten gemeten. Gehalten blijven onder de hergebruiksnorm zoals is opgenomen in het Handelingskader PFAS.
● Het mengmonster van de ondergrond is niet verontreinigd met de onderzochte parameters en is indicatief getoetst en beoordeeld als kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. ● Het grondwater van peilbuis 1 is licht verontreinigd met barium, nikkel en zink. Op basis van het aantreffen van verontreinigingen in de grond en in het grondwater dient de hypothese ‘locatie is onverdacht’ formeel verworpen te worden. Door de aanwezigheid van minerale olie en PAK in de bovengrond valt deze voor hergebruik in de kwaliteitsklasse Industrie. De ondergrond valt in de kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. Nader onderzoek naar de lichte verontreinigingen wordt niet noodzakelijk geacht.
5.2
Algemene opmerkingen
Ten behoeve van de verwerking van vrijkomende grond buiten de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de uitgangspunten van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk). De conclusies hebben uitsluitend betrekking op de geselecteerde deellocaties en de geanalyseerde componenten. Projectcode: P04223 Versie:
Pagina 12 van 13
Verkennend bodemonderzoek Korhoenlaan (nabij nr. 5) te Hoogeveen
Gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.
Projectcode: P04223 Versie:
Pagina 13 van 13
Verkennend bodemonderzoek Korhoenlaan (nabij nr. 5) te Hoogeveen
Bijlage 1: Kaart regionale ligging onderzoekslocatie
Bron: Pdok viewer
Projectcode: P04223 Versie:
Verkennend bodemonderzoek Korhoenlaan (nabij nr. 5) te Hoogeveen
Bijlage 2: Overzichtstekening veldwerkzaamheden
Projectcode: P04223 Versie:
35
33
11 37
31
29 59
57
39
55
27
53 61 63
95 65
41
97 25
71 ns
99
tga
93
51/G016
De
Rie
69 67
91 23
51/G015 89
73 75
51/G014 83 77
9
51/G013
85
83
21
87
81
51/G012
51
79
51/G011
49
19
85
51/G010
87
89
125
95
2 17
123
93 91
47 121
97
De Lijs
99
ter
4
43 15 101
45
119 ns
De
tga Rie
13
117
6
50
32
115
8
11
103
105
48
9
107
10
109
46
32
12
111
113
44
127 113 34
34
ns
Locatie
105
tga
De
Rie
42
36
45
6
107
38
43
41 De ger
Rei
4
40
2
39 100
37 86
98
72
84
58
50
36
35
70 96 56
48 82
33
68 94
46
80
44
s
Ben tinc
92
ksd
ijk
78
42 90
64
2
an
kla
koe
76
40
Koe
62
4
88 54 74
60
6
52
29
8
De
66
31
an
tg Rie
01 /G0
102
157
ger Rei
27 02
De
/G0
5
102
165
03
8
41
38
/G0
10
102
179
04 /G0
102
167
T
102
36 43
181
12
195
34 169
45
183
32 197 171
14
47
Kor
30
hoe
185
nla an
159 199 173
28 49
16
187 161
26
201 175
51
18 189
24 39
203
53
22
152
20
37
138
20
124
55
35
7
110 136
33
122
57
24
148 108
1
134
31
120
59
De
26
146
Faz
29
ant
4
150
22
18
16
132
144
61
118
28 130
T 01
205
/G0
205
116
27
02
142
63
/G0
30
205 03 /G0 205
128
25
04 /G0
114
205
140
32
05 /G0
106
23
205 06
126 205
65
/G0
07
112
48 21
/G0
205
34
104 46
Overzichtstekening 19
207 67
36
44
5
215
17
209
42
229 243
69
15
217
40
6
13
231
245
71 219
233
11
schaal 1:500
50 247
73
221
235
62
52
24
75
249 223
64 54
237 211 251
22
66
225
3 2
Be
ntin
cks
dijk
VERKLARING
2
Boring 0,5 m-mv 4
Boring 2,0 m-mv 6
Peilbuis Onderzoekslocatie
8
5
Kadastrale grens
10
Opdrachtgever:
Buro Stedenbouw B.V.
12
Project: Ko
o rh
laa
en
en
rho
n
laa
n
Onderwerp:
16
Situering boorlocaties 18
20
55
0
22
5
schaal 1:500 57
24
10
15
20m
Getekend:
T. Poppe
Datum:
25-08-2022
Goedgekeurd:
R. Velderman
Datum:
25-08-2022
Schaal:
1:500
Status:
Concept
Formaat:
A3L
Versie:
01
Projectcode:
P04223
Soort document:
TEKENING
Tekeningnummer:
P04223-ZZ-01-C01
...\P04223\CT ONTWERP\0_OZ\P04223_Boorplan.dwg
Korhoenlaan Hoogeveen
Ko
14