Toelichting en regels ontwerp BP Korhoenlaan.pdf
Tekst van het document
Krakeel/Wolfsbos, deelplan Korhoenlaan ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9033002-ON01 31
7 maart 2023
4.5.2
Onderzoek en conclusie
Het plangebied wordt aan twee zijden omgeven door woonstraten. Aan de zuidwestzijde ligt de Korhoenlaan en aan de noordoostzijde de Rietgans. Deze straten worden geclassificeerd als een erfontsluitingsweg en voor deze straten geldt een maximumsnelheid van 30 km/h. Voor dit soort wegen geldt conform de Wgh geen geluidszone. Gezien het feit dat er sprake is van een 30 km/h-regime is geen akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het aspect 'wegverkeerslawaai' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.6
Milieuzonering bedrijven
4.6.1
Normstelling
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven.
Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009).
4.6.2
Onderzoek en conclusie
Het plan voorziet in de ontwikkeling van woningbouw in een gemengd gebied omdat verschillende functies zich wisselen in de wijk Wolfsbos. Gelet op het feit dat onderhavig plan een woningbouwontwikkeling betreft, kan op voorhand worden geconcludeerd dat er geen sprake van milieutechnische uitstraling is op de omgeving. Relevant voor onderhavige ontwikkeling is de afstand gemeten vanaf het naastgelegen woonzorgcentrum tot aan het plangebied. Deze categorie staat niet als zodanig omschreven in de VNG-publicatie. Derhalve wordt aansluiting gezocht bij een soortgelijke functie uit de VNG-lijst, te weten 'SBI 871 - Verpleeghuizen'. Voor deze categorie geldt een grootste richtafstand van 30 meter voor een rustig woongebied. Gezien het plangebied en omgeving kan worden gezien als een gemengd woongebied, kan de richtafstand met één afstandsstap verkleind worden tot 10 meter. De werkelijke afstand van het woonzorgcentrum tot het plangebied bedraagt ca. 25 meter. Hiermee kan worden geconcludeerd dat voldaan wordt aan de geldende richtafstand. In de directe omgeving van het plangebied komen verder geen functies voor waarvoor als gevolg van de VNG-publicatie richtafstanden van toepassing zijn. Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan
Krakeel/Wolfsbos, deelplan Korhoenlaan ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9033002-ON01 32
7 maart 2023
4.7
Milieueffectrapportage (MER)
4.7.1
Normstelling
Nagegaan is of voor dit wijzigingsplan een Milieueffectenrapport of een M.e.r. beoordeling opgesteld moet worden. Voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: a. b.
er sprake i s van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) i s vereist.
In de bijlage bij het Besluit m.e.r is opgenomen welke activiteiten mer-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten mer-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r. beoordelingsplichtig indien het betreft een gebied met een oppervlakte van meer dan 100 hectare, of meer dan 2000 woningen of meer dan 200.000 bruto vloeroppervlakte bevat.
4.7.2
Onderzoek en conclusie
De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 1.160 m² en blijft hiermee onder de drempelwaarde van 100 hectare. De voorgenomen ontwikkeling maakt vier woningen mogelijk en blijft daarmee onder de drempelwaarde van 2.000 woningen. Omdat de ontwikkeling niet voorziet in bedrijfsmatige activiteiten wordt de drempelwaarde voor bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² niet worden overschreden. De voorgenomen activiteit blijft onder de genoemde drempelwaarden voor stedelijke ontwikkelingsprojecten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Om die reden kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.. Deze is opgenomen in Bijlage 2 Gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn geen belangrijke nadelige milieugevolgen aan de orde, die een milieueffectrapportage rechtvaardigen. Dit blijkt tevens uit de rest van hoofdstuk 4 van dit bestemmingsplan. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen activiteit onder de genoemde drempelwaarden voor stedelijke ontwikkelingsprojecten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. blijft.
4.8
Luchtkwaliteit
4.8.1
Normstelling
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 5.1 weergegeven. Tabel 1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof stikstofdioxide (NO2 ) fijn stof (PM1 0) fijn stof (PM2,5)
Toetsing van jaargemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie
Krakeel/Wolfsbos, deelplan Korhoenlaan ontwerp
Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ 25 µg /m³
NL.IMRO.0118.2022BP9033002-ON01 33
7 maart 2023
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die i s vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m 2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m 2 bij twee ontsluitingswegen.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIMB kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Met grenswaarden voor beide stoffen van 40 ìg/m³ komt dit neer op een bijdrage van 1,2 ìg/m³. Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerzijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Regeling Beoordeling luchtkwaliteit 2007 In deze regeling staat staan criteria en eisen vastgelegd waaraan de berekeningen en de rekenmodellen moeten voldoen.
Hieronder een overzicht van de rekenmodellen: CARII: berekening van emissies voor binnenstedelijk verkeer; NIBM-tool: eenvoudige berekening van emissies van verkeer volgens worst case benadering; ISL2: berekening van emissies voor buitenstedelijk verkeer; ISL3a: berekening van emissies van industrie (onder meer veehouderijen).
4.8.2
Onderzoek en conclusie
De voornomen ontwikkeling bestaat uit de bouw van slechts vier woningen. Deze ontwikkeling valt onder de Regeling NIBM. Een nader onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Krakeel/Wolfsbos, deelplan Korhoenlaan ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9033002-ON01 34
7 maart 2023
4.9
Externe veiligheid
4.9.1
Normstelling
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd.
Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Circulaire effectafstanden LPG-tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. In beginsel zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 60 meter en geen zeer kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 160 meter toegestaan.
Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt en basisnet), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb en Revb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. Krakeel/Wolfsbos, deelplan Korhoenlaan ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9033002-ON01 35
7 maart 2023
Uitgangspunt onderzoek De nieuwbouw van woningen dient afgewogen te worden in het kader van de externe veiligheid. Met de realisatie van het voorgenomen bouwplan worden nieuwe kwetsbare objecten (vier woningen, conform artikel 1, lid 1 sub b van het Besluit externe veiligheid inrichtingen) toegevoegd aan de bebouwde omgeving. In het bestemmingsplan dat deze nieuwe kwetsbare objecten mogelijk maakt dient te worden afgewogen risicovolle activiteiten in de omgeving een gevaar vormen voor deze objecten.
4.9.2
Onderzoek en conclusie
Inventarisatie risicobronnen Voor de inventarisatie van de aanwezige risicobronnen met de daarbij behorende veiligheidszones is de risicokaart (www.risicokaart.nl) geraadpleegd.
Uitsnede van de risicokaart, plangebied rood omkaderd (bron:www.risicokaart.nl) Inrichtingen Op circa 250 meter ten noordoosten van het plangebied is het tankstation 'BP Zuid-Oost' gevestigd. Op dit terrein is een LPG-vulpunt aanwezig. Voor deze inrichting geldt op grond van het REVI een PR-6 - contour. Buisleidingen Op circa 9 meter afstand van het plangebied loopt een buisleiding van de Gasunie. Het transport van gevaarlijke stoffen verloopt via deze buis. Voor deze inrichting geldt op grond van het REVI geen PR-6 - contour. Aan weerszijden van de leiding ligt een 100%-letaliteitscontour. De breedte van deze contour bedraagt 107 meter. In geval van een calamiteit overlijden alle personen die zich binnen deze contour bevinden. Op grond hiervan dient het groepsrisico beperkt verantwoord te worden. Transportroutes Op circa 550 meter ligt een transportroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg 'A37: Knp. Hoogeveen - afrit 1 (Hoogeveen Oost)'. Voor deze inrichting geldt op grond van het REVI geen PR-6 - contour.
Krakeel/Wolfsbos, deelplan Korhoenlaan ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9033002-ON01 36
7 maart 2023
4.9.3
Verantwoording groepsrisico
Het plangebied ligt binnen de 100%-letaliteitscontour van een hoge druk aardgasleiding van de Gasunie. Dat betekent dat bij een calamiteit met de gasleiding alle personen binnen deze zone overlijden. De aardgasleiding ligt in een groengebied, die twee woonwijken van elkaar scheidt. De 100%-letaliteitscontour van de aardgasleiding ligt over grote delen van deze woonwijken. Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling ten opzichte van de omgeving zal het groepsrisico met minder 10% toenemen en onder de oriëntatiewaarde blijven. De verantwoordingsplicht kan om die reden beperkt worden ingevuld. Zelfredzaamheid De kans op een calamiteit met de aardgasleiding is klein én vooraf is nooit bekend waar deze plaatsvindt. De afstand van een incident tot een woning verschilt dus afhankelijk van de plaats van het incident. Binnen de 100%-letaliteitscontour zullen alle personen slachtoffer worden. Gewone woningen bieden onvoldoende bescherming en er is geen tijd om te vluchten. Buiten de 100%-letaliteitscontour is de kans dat woningen bescherming bieden groter. Er kunnen bouwkundige maatregelen worden getroffen binnen een brandaandachtsgebied van een hogedruk aardgastransportleiding. Deze maatregelen zijn binnen de 100% letaliteitcontour niet effectief. Bestrijdbaarheid In geval van een fakkelbrand spuit aardgas onder hoge druk uit de leiding.
Voor de brandweer bestaat geen bestrijdingsstrategie om de bron te doven. Gasunie zal op afstand de leiding afsluiten waarna het gas tussen de inblokking moet opbranden en de fakkelbrand na verloop van tijd dooft. De rol van de brandweer beperkt zich tot het afzetten van de omgeving, zo mogelijk het redden van slachtoffers, het koelen van panden in de buitenste schil van de warmtebelasting en het bestrijden van secundaire branden.
4.9.4
Conclusie Externe Veiligheid
De toename van het groepsrisico bedraagt minder dan 10% en blijft in zowel de huidige als toekomstige situatie onder de oriëntatiewaarde. In combinatie met de beperkte verantwoording van het groepsrisico wordt het restrisico als geaccepteerd aangemerkt. Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.10
Verkeer en parkeren
4.10.1 Verkeer De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de realisatie van vier grondgebonden woningen. Als gevolg van deze ontwikkelingen is er sprake van een beperkte toename van het verkeer. Deze toename leidt echter niet tot problemen op de omliggende wegen. Aanpassing van deze wegen als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling is dan ook niet noodzakelijk. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.10.2 Parkeren In 2011 stelde de raad van Hoogeveen de 'Parkeernota 2011' vast. Om te bepalen hoeveel parkeerplaatsen bij een ontwikkeling benodigd zijn, heeft de gemeente parkeernormen geformuleerd. De nota dient ook als een toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, waarvoor een nieuw bestemmingsplan wordt opgesteld of waarvoor een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan wordt aangevraagd.
Krakeel/Wolfsbos, deelplan Korhoenlaan ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9033002-ON01 37
7 maart 2023
Het plan voorziet in de bouw van vier nieuwbouwwoningen in de (middel)dure huur/koopsector. Het parkeren vindt zowel op de woonkavels als op openbaar terrein plaats. De parkeerplaatsen in het openbaar gebied zullen zowel langs de Korhoenlaan als de Rietgans worden gerealiseerd, zodat alle woningen makkelijk toegankelijk blijven. Conform de 'Parkeernota 2011' van de gemeente Hoogeveen geldt voor wooneenheden een minimale toevoeging van 1,8 parkeerplaatsen. Dit resulteert in een totale parkeerbehoefte van 4 x 1,8 = 7,2, afgerond 8 parkeerplaatsen. Voorliggend plan voorziet in 10 parkeerplaatsen. Hiermee voldoet het plan aan de gestelde parkeerbehoefte Het aspect 'Verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor het plan.
Krakeel/Wolfsbos, deelplan Korhoenlaan ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9033002-ON01 38
7 maart 2023
Hoofdstuk 5 5.1
Toelichting op de regels
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van het bestemmingsplan: de verbeelding (plankaart) en de regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit bestemmingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde bestemmingen zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De toelichting vormt de verantwoording voor de gemaakte keuzen voor de inrichting van het plangebied en de toekenning van de bestemmingen. Met het bestemmingsplan 'Korhoenlaan - Hoogeveen' wordt de huidige bestemming gewijzigd, zodat de bouw van vier grondgebonden woningen met de daarbijbehorende tuinen en erven mogelijk worden gemaakt . Dit bestemmingsplan is mede gebaseerd op het bestemmingsplan 'Wolfsbos 2006' en opgesteld aan de hand van de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.
De regels zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
5.2
Opzet regels
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) is verplicht. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 maakt het mogelijk bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken.
5.2.1
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat regels die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: artikel 1 Begrippen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. artikel 2 Wijze van meten: Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
Krakeel/Wolfsbos, deelplan Korhoenlaan ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9033002-ON01 39
7 maart 2023
5.2.2
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 bevat de juridische vertaling van de verschillende bestemmingen die voorkomen in het plangebied. Voor ieder gebied op de verbeelding is de bestemming aangegeven. Deze bestemmingen zijn in de regels onderverdeeld in onder meer: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan (wonen, bedrijvigheid etc.); Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage etc.); Gebruiksregels: welke vormen van gebruik zijn toegestaan en welke niet; Afwijken van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemmingen en bouwregels.
In paragraaf 5.3 van de toelichting worden de verschillende bestemmingen nader toegelicht.
5.2.3
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: artikel 7 Anti-dubbeltelregel: deze regel i s opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te kunnen voorkomen. Dit kan zich met name voordoen, indien een deel van een bouwperceel, dat reeds bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken, wederom - nu ten behoeve van de berekening van het maximale bebouwingspercentage van een ander bouwperceel - wordt betrokken; artikel 8 Algemene gebruiksregels: in de algemene gebruiksregels i s aangegeven welke functies in ieder geval in strijd zijn met het bestemmingsplan. Tevens i s in dit artikel een regeling opgenomen ten aanzien van het gebruik van een woning ten behoeve van een bed and breakfast; artikel 9 algemene afwijkingsregels: op basis van de algemene afwijkingsregels kunnen Burgemeester en wethouders omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van onderdelen van bestemmingsbepalingen, mocht dat in die bepalingen zelf niet geregeld zijn. Bedoeld worden onder meer geringe afwijkingen van bouw- of bestemmingsgrenzen; artikel 10 algemene procedureregels: bij het stellen van nadere eisen, zoals bedoeld in artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening, dient aan belanghebbenden de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen te worden geboden.
Hiertoe wordt in de algemene procedureregels een procedure voorgeschreven; artikel 11 overige regels: in de regels wordt een enkele keer verwezen naar andere wettelijke regelingen. Landelijke wettelijke regelgeving kan gedurende de looptijd van het bestemmingsplan veranderen. Om die reden wordt in het artikel overige regels aangegeven dat daar waar wordt verwezen naar landelijke wettelijke regelingen, die regelingen zijn bedoeld zoals deze luidden op het moment waarop het ontwerp bestemmingsplan ter visie i s gelegd.
5.2.4
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 staan de overgangs- en slotbepalingen. In artikel 12 Overgangsrecht is het overgangsrecht beschreven. Hierin wordt aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. De inhoud van deze regels is overgenomen uit de standaardregels uit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Artikel 13 Slotregels geeft de officiële benaming van dit bestemmingsplan weer en de datum van vaststelling door de gemeenteraad.
Krakeel/Wolfsbos, deelplan Korhoenlaan ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9033002-ON01 40
7 maart 2023
5.3
Verklaring van de bestemmingen
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing opgericht mag worden. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar mogelijk worden gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de keuzes die zijn gemaakt nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. In dit bestemmingsplan zijn de bestemmingen 'Groen', 'Tuin, 'Verkeer' en 'Wonen' opgenomen. De bestemming 'Groen' is opgenomen om te voorkomen dat op de gronden tussen de woonbestemming en de ten noordoosten gelegen bestaande groenbestemming (openbare ruimte) kan worden gebouwd. De gronden in eigendom van de gemeente aan de randen van het plangebied zijn bestemd als 'Groen'. Op die manier kunnen de gronden worden ingericht als groenvoorziening en worden de gronden niet bij de woonpercelen betrokken.
De bestemming 'Tuin' is opgenomen om te voorkomen dat de gronden tussen de voorgevelrooilijn van de nieuwe woningen en de openbare ruimte kunnen worden volgebouw met bijgebouwen. Een uitzondering hierop is gemaakt voor erkers. In de bouwregels van de bestemming zijn regels opgenomen voor het bouwen van een erker aan het hoofdgebouw in casu de woning. De bestemming "Verkeer" is opgenomen ten behoeve van wegen, paden en parkeren. De bestemming 'Wonen' is opgenomen ten behoeve van de bouw van de woningen, uitsluitend binnen de op de verbeelding opgenomen bouwvlakken. De maatvoering staat op de verbeelding.
Krakeel/Wolfsbos, deelplan Korhoenlaan ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9033002-ON01 41
7 maart 2023
Krakeel/Wolfsbos, deelplan Korhoenlaan ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9033002-ON01 42
7 maart 2023
Hoofdstuk 6 6.1
Handhaving
Algemeen
Het bestemmingsplan wil een sturend instrument zijn voor de ruimtelijke en functionele inrichting van het plangebied. Aan de hand van de in het bestemmingsplan opgenomen regels worden voorgenomen activiteiten (activiteiten en gebruik van gronden) getoetst. Als blijkt dat in afwijking van de regels activiteiten plaatsvinden, is handhaving in enge zin aan de orde, gericht op het ongedaan maken van een overtreding. Handhaving is belangrijk om de sturing die het bestemmingsplan beoogt tot haar recht te laten komen.
6.2
Beleidskeuzen
Door de gemeente Hoogeveen is een kadernota integrale handhaving vastgesteld. Deze nota is de start van programmatisch handhaven in de gemeente Hoogeveen. Programmatisch handhaven is een structurele en integrale aanpak van de handhaving, waarbij de uitvoering onder andere is gebaseerd op een handhavingsprogramma. Daarbij worden door het bestuur de prioriteiten bepaald en worden handhavingsactiviteiten zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. In deze aanpak worden beleid en uitvoering opgevolgd door evaluatie en bijsturing. Programmatisch handhaven is daarmee een cyclisch, democratisch, integraal en transparant proces.
6.3
Inzet gemeentelijk apparaat
Aan de controle van het onderhavige plan wordt binnen de gemeente inhoud gegeven door een aantal ambtenaren die zich continu met handhaving bezighoudt.
Krakeel/Wolfsbos, deelplan Korhoenlaan ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9033002-ON01 43
7 maart 2023
Krakeel/Wolfsbos, deelplan Korhoenlaan ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9033002-ON01 44
7 maart 2023
Hoofdstuk 7 7.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een koopovereenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Hoogeveen. Hierin wordt tevens het risico van planschade opgenomen zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Het voorontwerp bestemmingsplan is in het kader van het artikel 3.1.1 Bro-overleg naar de wettelijke overlegpartners gestuurd. De Provincie Drenthe, het Waterschap Drents Overijsselse Delta, Rendo en de Veiligheidsregio Drenthe hebben aangegeven in te kunnen stemmen met voorliggend plan. Naar advies van het waterschap is paragraaf 4.3.3 aangepast. Zienswijzen Deze paragraaf wordt, nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, ingevuld.
Krakeel/Wolfsbos, deelplan Korhoenlaan ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9033002-ON01 45
7 maart 2023
Krakeel/Wolfsbos, deelplan Korhoenlaan ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9033002-ON01 46
7 maart 2023
Bijlagen toelichting
Krakeel/Wolfsbos, deelplan Korhoenlaan ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9033002-ON01 47
7 maart 2023
Bijlage 1
Rapportage Stifstof berekening
Krakeel/Wolfsbos, deelplan Korhoenlaan ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9033002-ON01 48
7 maart 2023
Rapportage Stikstofberekening Korhoenlaan te Hoogeveen Projectcode: P03905 Versie: Definitief
Rapportage Stikstofberekening Korhoenlaan te Hoogeveen
Colofon Titel:
Rapportage Stikstofberekening Korhoenlaan te Hoogeveen
Projectcode Versie: Datum
P03905 Definitief 23-08-2022
Opdrachtgever:
Witpaard Dorpsweg 103 8271 BL IJsselmuiden
Uitvoerder
Email: Website:
GRAS Advies bv Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo ecologie@grasadvies.nl https://grasadvies.nl/
Contactpersoon: Telefoon: Email:
Michael Witjes 06 55476553 Michael.witjes@grasadvies.nl
Projectcode: P03905 Versie: Definitief
Pagina 1 van 11
Huismanstraat 6 6851 GT Huissen
Rapportage Stikstofberekening Korhoenlaan te Hoogeveen
Inhoudsopgave 1
Inleiding.............................................................................................................................................. 3
1.1
Inleiding.............................................................................................................................................. 3
1.1.1
Doelstelling rapport ............................................................................................................................ 3
1.1.2
Kwaliteit.............................................................................................................................................. 4
1.2
Samenvatting ..................................................................................................................................... 4
2
Wet natuurbescherming ..................................................................................................................... 5
3
Projectgebied, werkzaamheden en gebruik ...................................................................................... 6
4
Resultaten .......................................................................................................................................... 8
5
Conclusie ........................................................................................................................................... 9
5.1
Conclusie ........................................................................................................................................... 9
Bronnen ........................................................................................................................................................... 10
Bijlages Bijlage 1: AERIUS-berekening toekomstige gebruiksfase
Projectcode: P03905 Versie: Definitief
Pagina 2 van 11
Rapportage Stikstofberekening Korhoenlaan te Hoogeveen
1 Inleiding 1.1
Inleiding
De projectlocatie is gelegen aan de Korhoenlaan in Hoogeveen. De initiatiefnemer is voornemens vier rijwoningen te realiseren op de genoemde locatie. Door de bovengenoemde ruimtelijke ingreep kan er een verandering van stikstofemissie en -depositie ontstaan. Door een berekening te maken van de stikstofemissie en -depositie voor toekomstig gebruik onderzoeken wij of er sprake is van een significant negatief effect op de omliggende Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied de Mantingerzand is gelegen op ca. 5,8 km van de projectlocatie (Afbeelding 1.1).
Afbeelding 1.1: Ligging van het projectgebied (rood kader) t.o.v. Natura 2000-gebieden (groene vlakken).
1.1.1
Doelstelling rapport
Het doel van dit rapport is het inzichtelijk maken van de eventuele effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofdepositie in omringende Natura 2000-gebieden. Deze effecten worden met behulp van de AERIUS Calculator berekend. Er is een berekening gemaakt: ● AERIUS-berekening toekomstig gebruik Met behulp van de AERIUS Calculator wordt de stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden berekend. Vervolgens wordt getoetst of er sprake is van een significant negatief effect op de beschermde natuurwaarden als gevolg van het toekomstig gebruik.
Projectcode: P03905 Versie: Definitief
Pagina 3 van 11
Rapportage Stikstofberekening Korhoenlaan te Hoogeveen
1.1.2
Kwaliteit
GRAS Advies voert de berekeningen uit met de daarvoor ontworpen AERIUS Calculator. De medewerkers van GRAS Advies zijn door opleiding en ervaring bevoegd om deze berekeningen uit te voeren. Daarnaast is het project uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van GRAS Advies. Het kwaliteit managementsysteem van GRAS Advies is ISO NEN-EN-ISO 9001:2015 gecertificeerd.
1.2
Samenvatting
Toekomstige gebruiksfase Het toekomstig gebruik genereert geen depositiewaarden hoger dan 0,00 mol/ha/jr in Natura 2000-gebieden. Wet natuurbescherming Het toekomstige gebruik vormt met betrekking tot het aspect stikstof geen bedreiging voor het bereiken van de instandhoudingsdoelen voor Natura 2000-gebieden. Conclusie Voor de voorgenomen ontwikkeling m.b.t. stikstofdepositie derhalve geen vergunning Wet natuurbescherming onderdeel Gebiedsbescherming nodig. Advies Wij adviseren om bij de aanvraag deze rapportage en berekeningen toe te voegen.
Projectcode: P03905 Versie: Definitief
Pagina 4 van 11
Rapportage Stikstofberekening Korhoenlaan te Hoogeveen
2 Wet natuurbescherming De oude natuurwetgeving met ‘de Natuurbeschermingswet 1998’ en ‘de Flora- en Faunawet’ is per januari 2017 veranderd in de Wet natuurbescherming. In de komende paragraaf lichten wij de inhoud van de Wet natuurbescherming toe.
2.1
Natura 2000
De bescherming van de circa 164 Natura 2000-gebieden in Nederland wordt gewaarborgd in de Wet natuurbescherming. In Natura 2000-gebieden zijn de Europese richtlijnen van kracht. De Europese Unie (EU) heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote waarde is. Om deze natuur te behouden, heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Nederland telt ruim 160 Natura 2000-gebieden, die onderdeel uitmaken van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. Aanwijzingsprocedure Natura 2000-gebieden worden formeel aangewezen. Per gebied is er een aanwijzingsdocument gemaakt door het ministerie met daarin: • Instandhoudingsdoelen; om welke doelsoorten en habitats gaat het en wat is de doelstelling ten aanzien van die soorten en/of habitats; • Begrenzing; welk areaal is beschermd. Beheerplannen Voor ieder gebied moet binnen drie jaar een beheerplan worden vastgesteld. Deze beheerplannen worden vastgesteld door het Rijk of door de Provincie. In het beheerplan staat welke natuurwaarden er zijn en of deze beschermd en/of ontwikkeld moeten worden. In het beheerplan staat ook hoe dit gerealiseerd moet worden. In het document wordt aangegeven welke externe facturen de instandhoudingsdoelen mogelijk negatief kunnen beïnvloeden.
Vergunning Voor de uitvoering van werkzaamheden die mogelijk schade toebrengen aan een door Natuurbeschermingswet beschermd gebied, geldt dat deze acties in principe verboden zijn. Wanneer er een groter maatschappelijk belang aanwezig is, dient er een vergunningsprocedure te worden doorlopen. Hierbij geldt de volgende regel: ‘activiteiten mogen in principe alleen worden uitgevoerd wanneer er geen significante schade aan beschermde natuurwaarde ontstaat’.
2.2
Stikstof
Stikstofberekeningen De stikstofberekeningen zijn uitgevoerd met de meest actuele versie van AERIUS Calculator (versie 2021_20220705). Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. In deze wet is een vrijstelling van de natuurvergunningplicht opgenomen voor de aanleg-/bouwfase. Voor het toekomstige gebruik blijft er een vergunningsplicht. De vrijstelling geldt daarmee dus alleen voor tijdelijke stikstofdepositie (bouwfase) en niet voor permanente stikstofdepositie (gebruiksfase). De vrijstelling is neergelegd in het nieuwe artikel 2.9a Wet natuurbescherming dat is toegevoegd in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering.
Projectcode: P03905 Versie: Definitief
Pagina 5 van 11
Rapportage Stikstofberekening Korhoenlaan te Hoogeveen
3 Projectgebied, werkzaamheden en gebruik 3.1
Huidige situatie projectgebied
In de huidige situatie is het projectgebied braakliggend. Onderstaande afbeelding geeft de huidige situatie weer (Afbeelding 3.1.).
Afbeelding 3.1: Luchtfoto van het projectgebied met grenzen.
3.2
Voorgenomen ontwikkeling
De initiatiefnemer is voornemens om vier rijwoningen te realiseren. De nieuwbouwwoningen maken geen gebruik van gasgestookte installaties.
3.3
Input data AERIUS berekeningen
Voor de berekening van de stikstofemissie en -depositie op Natura 2000-gebieden als gevolg van het bovengenoemde toekomstige gebruik zijn de volgende gegevens ingevoerd in de AERIUS Calculator.
Projectcode: P03905 Versie: Definitief
Pagina 6 van 11
Rapportage Stikstofberekening Korhoenlaan te Hoogeveen
3.3.1
Toekomstige gebruiksfase
In de toekomstige gebruiksfase zal door bewoners van appartementen aan de Korhoenlaan een verkeersintensiteit ontstaan (Tabel 3.1). De toename in verkeersintensiteit heeft invloed op de stikstofdepositie in Natura2000 gebieden. Het aantal en type verkeersbewegingen is gebaseerd op kengetallen van het CROW, schil centrum, matig stedelijk gebied (CROW, 2018). Gerekend is op een worstcasescenario met 1% van het totaal aantal bewegingen voor middelzwaar vrachtverkeer van o.a. leveranciers en postbezorger. De verkeersgeneratie wordt aan de ontwikkeling toegekend totdat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. (Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2020). Genomen is de kruising van de Korhoenlaan met de Reiger en de Fazant als punt van opname in het huidige verkeersbeeld. Tabel 3.1: Verkeer in de toekomstige gebruiksfase. Bron Segment Aantal Type (woningen) Rijwoning Huur, huis, sociale 4 Licht verkeer huur Middelzwaar vrachtverkeer (1%) 1 Emissies gebaseerd op standaard waardes AERIUS Calculator.
Projectcode: P03905 Versie: Definitief
Pagina 7 van 11
CROW-cijfer
5,0
Totaal aantal bewegingen (per etmaal) 20 0,2
Rapportage Stikstofberekening Korhoenlaan te Hoogeveen
4 Resultaten 4.1
Toekomstige gebruiksfase
Het toekomstig gebruik genereert geen depositiewaarden hoger dan 0,00 mol/ha/jr in Natura 2000-gebieden.
4.2
Wet natuurbescherming
Het toekomstig gebruik genereert geen depositiewaarden hoger dan 0,00 mol/ha/jr in Natura 2000-gebieden. De toekomstige gebruiksfase vormt daarmee geen bedreiging voor het bereiken van de instandhoudingsdoelen voor Natura 2000-gebieden. Voor de voorgenomen ontwikkeling is er daarom m.b.t. stikstofdepositie geen vergunning Wet natuurbescherming onderdeel Gebiedsbescherming benodigd.
Projectcode: P03905 Versie: Definitief
Pagina 8 van 11
Rapportage Stikstofberekening Korhoenlaan te Hoogeveen
5 Conclusie 5.1
Conclusie
Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. In deze wet is een vrijstelling van de natuurvergunningplicht opgenomen voor de aanleg-/bouwfase. Voor het toekomstige gebruik blijft er een vergunningsplicht. De vrijstelling geldt daarmee dus alleen voor tijdelijke stikstofdepositie (bouwfase) en niet voor permanente stikstofdepositie (gebruiksfase). De vrijstelling is neergelegd in het nieuwe artikel 2.9a Wet natuurbescherming dat is toegevoegd in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. Het toekomstig gebruik resulteert niet in depositiewaarden hoger dan 0,00 mol/ha/jr in Natura 2000-gebieden. Voor de voorgenomen ontwikkeling is er daarom m.b.t. stikstofdepositie geen vergunning Wet natuurbescherming onderdeel Gebiedsbescherming benodigd.
Projectcode: P03905 Versie: Definitief
Pagina 9 van 11
Rapportage Stikstofberekening Korhoenlaan te Hoogeveen
Bronnen ● AERIUS calculator AERIUS Calculator is het rekeninstrument voor het bepalen van de emissie van stikstof uit een bron, de verspreiding door de lucht en de depositie op Natura 2000-gebieden. Geraadpleegd op 22-08-2022 https://calculator.aerius.nl/wnb/ ● BIJ12 – stikstofdossier BIJ12 werkt als uitvoeringsorganisatie voor de 12 provincies. Geraadpleegd op 17-08-2022 https://www.bij12.nl/onderwerpen/programma-aanpak-stikstof/ ● CROW – Toekomstbestendig parkeren CROW. (2018). Toekomstbestendig parkeren. Ede: CROW. CROW. (2018). Toekomstbestendig parkeren. Ede: CROW. RIVM. (2018, 07 05). Ruimtelijke plannen - emissiefactoren. Opgehaald van AERIUS.nl: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijke-plannen-emissiefactoren/05-07-2018 Geraadpleegd op 17-08-2022 ● Kadastrale kaart De kadastrale kaart is een online website met de kadastrale kaart van Nederland. Gegevens worden automatisch bijgewerkt via het Kadaster. Geraadpleegd op 17-08-2022 https://kadastralekaart.com/
Projectcode: P03905 Versie: Definitief
Pagina 10 van 11
Rapportage Stikstofberekening Korhoenlaan te Hoogeveen
Bijlage 1: AERIUS-berekening toekomstige gebruiksfase
Projectcode: P03905 Versie: Definitief
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
GrasAdvies Korhoenlaan, - Hoogeveen Korhoenlaan Realisatie van vier rijwoningen
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
S5tL78xjy1Yq 23 augustus 2022, 13:03 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2023
Emissie NH₃ 0,0 kg/j
Emissie NOₓ 0,3 kg/j
Resultaten
Hoogste depositie -
Hexagon
Gebied
Toekomstig gebruik - Beoogd Toekomstig gebruik - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
S5tL78xjy1Yq (23 augustus 2022)
2/6
Projectberekening
Toekomstig gebruik (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen Verkeersnetwerk
S5tL78xjy1Yq (23 augustus 2022)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,0 kg/j
0,3 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. S5tL78xjy1Yq (23 augustus 2022)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Toekomstig gebruik" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
S5tL78xjy1Yq (23 augustus 2022)
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste Met afname (ha Grootste gekarteerd) depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol gekarteerd) afname (mol N/ha/jr) N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
-
-
-
5/6
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.1.1_20220705_74979f573b Database versie 2021.1.1_74979f573b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
S5tL78xjy1Yq (23 augustus 2022)
6/6
Bijlage 2
Aanmeldnotitie MER
Krakeel/Wolfsbos, deelplan Korhoenlaan ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9033002-ON01 67
7 maart 2023
AANMELDNOTITIE BESLUIT M.E.R. ‘Bestemmingsplan Korhoenlaan Hoogeveen’
Status: concept Datum: 10 oktober 2022 Auteur: Witpaard
Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding en doel ......................................................................................................................... 3 1.2 Beoordelingskader ........................................................................................................................ 3 1.3 Procedure ...................................................................................................................................... 3 1.4 Vormvrije m.e.r.-beoordeling ......................................................................................................... 4 1.5 Opzet van de aanmeldingsnotitie .................................................................................................. 4
2. Kenmerken van het project ............................................................................................ 6 2.1 Inleiding ......................................................................................................................................... 6 2.2 Omvang van het project ................................................................................................................ 6 2.3 Cumulatie met andere projecten ................................................................................................... 6 2.4 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen ............................................................................................ 6 2.5 Productie van afvalstoffen ............................................................................................................. 6 2.6 Verontreiniging en hinder .............................................................................................................. 6 2.7 Risico van ongevallen .................................................................................................................... 7 2.8 Risico’s voor de menselijke gezondheid ....................................................................................... 7
3. Plaats van het project ..................................................................................................... 8 3.1 Inleiding ......................................................................................................................................... 8 3.2 Ligging van de locatie ................................................................................................................... 8 3.3 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................................... 8 3.4 Bijzondere waarden in het projectgebied en omgeving ............................................................... 8
4. Kenmerken van het potentiële effect ............................................................................. 9 4.1 Inleiding ......................................................................................................................................... 9 4.2 Waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu ..................................................................... 9 4.3 Effectkenmerken .......................................................................................................................... 12
5. Conclusie....................................................................................................................... 14
10 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Korhoen Hoogeveen’ | Witpaard
2
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Woonconcept heeft het voornemen de voormalige schoollocatie aan de Korhoenlaan 3 in Hoogeveen te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Op de ter plaatse aangewezen gronden is de enkelbestemming ‘maatschappelijke doeleinden’ van kracht. Deze bestemming voldoet gezien de hedendaagse vraag naar betaalbare huur en/of koopwoningen in heel Nederland niet meer aan de huidige en toekomstige behoefte. Met de nieuwbouw worden betaalbare grondgebonden woningen gerealiseerd, waarmee een betere invulling wordt gegeven aan de bestaande en toekomstige (woon)behoefte in Hoogeveen. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Hoogeveen, sectie D, nummer 6052 en heeft een oppervlakte van 1.162 m². De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan 'Wolfsbos 2006' van de gemeente Hoogeveen. Om het plan juridisch-planologisch mogelijk te maken, dient het geldende bestemmingsplan te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan vormt het nieuwe planologische kader om de bouw van 30 nieuwe woningen te realiseren. Om de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk te kunnen maken is een besluit in het kader van artikel 3.1, lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) noodzakelijk, in casu een bestemmingsplan. Op dergelijke besluiten is het Besluit milieueffectenrapportage (Besluit m.e.r.) van toepassing.
Deze aanmeldnotitie is de eerste stap in de procedure voor het uitvoeren van een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
1.2 Beoordelingskader Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De wijziging van het Besluit m.e.r. volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU van de Europese Unie. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet milieubeheer (Wm) zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing, waarbij het niet uitmaakt of het een activiteit betreft boven of onder de D-drempel.
1.3 Procedure In de gewijzigde Besluit m.e.r. is de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, dienen de volgende stappen genomen te worden. 1. De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op. 2. Het bevoegd gezag neemt binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. 3. De initiatiefnemer voegt het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). Deze aanmeldnotitie dient voor het starten van de hierboven beschreven procedure.
10 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Korhoen Hoogeveen’ | Witpaard
3
1.4 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Het besluit tot het vaststellen van een bestemmingsplan heeft betrekking op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) uit het Besluit m.e.r. Voor deze activiteit zijn drempelwaarden opgenomen voor de omvang het stedelijke ontwikkelingsproject. Deze drempelwaarden betreffen stedelijke ontwikkelingsprojecten met een omvang van: • een oppervlakte van 100 hectare of meer, • een aaneengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat of • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Conclusie De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 1.160 m² en blijft hiermee onder de drempelwaarde van 100 hectare. De voorgenomen ontwikkeling maakt vier woningen mogelijk en blijft daarmee onder de drempelwaarde van 2.000 woningen. Omdat de ontwikkeling niet voorziet in bedrijfsmatige activiteiten wordt de drempelwaarde voor bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² niet worden overschreden. De voorgenomen activiteit blijft onder de genoemde drempelwaarden voor stedelijke ontwikkelingsprojecten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Om die reden kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.
1.5 Opzet van de aanmeldingsnotitie De inhoudelijke vereisten voor het toetsen of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieueffecten staan benoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r., zie tabel 1.1. Tabel 1.1: Overzicht criteria ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’
Criteria 1. Kenmerken van het project
2. Plaats van het project
Beoordelingscriterium Bij de kenmerken van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: - de omvang van het project; - de cumulatie met andere projecten; - gebruik van natuurlijke hulpbronnen; - de productie van afvalstoffen; - verontreiniging en hinder; - het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering; - risico's voor de menselijke gezondheid. Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project/de projecten van invloed kunnen zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen: - het bestaande grondgebruik; - relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; - het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: • wetlands; • kustgebieden;
10 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Korhoen Hoogeveen’ | Witpaard
4
3. Kenmerken van het potentiële effect
• berg- en bosgebieden; • reservaten en natuurparken; • gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn; • gebieden waar de milieukwaliteitsnormen al niet worden nagekomen; • gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; • landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: - de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); - de aard van het effect; - het grensoverschrijdend karakter van het effect; - de intensiteit en de complexiteit van het effect; - de waarschijnlijkheid van het effect; - de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; - de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten; - de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.
Conform tabel 1.1 wordt na dit inleidende hoofdstuk in hoofdstuk 2 ingegaan op de kenmerken van het project. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de plaats van het project en in hoofdstuk 4 worden de waarschijnlijke gevolgen van het project voor het milieu en de effectkenmerken beschreven. Tot slot bevat hoofdstuk 5 de conclusie van de notitie.
10 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Korhoen Hoogeveen’ | Witpaard
5
2. Kenmerken van het project 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de voorgenomen activiteit. In artikel 7.16, tweede lid, onder a Wm is opgenomen dat de beschrijving moet ingaan op de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en, voor zover relevant, van sloopwerkzaamheden. Daarnaast dient een beschrijving gegeven te worden van de locatie van de activiteit met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn.
2.2 Omvang van het project Dit bestemmingsplan voorziet in de bouw van vier woningen met bijbehorende tuinen met openbare parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen. Om deze woningen te kunnen realiseren wordt alle bestaande bebouwing gesloopt.
2.3 Cumulatie met andere projecten In de aanlegfase van dit project is er geen sprake van cumulatie met andere projecten in de omgeving die naar aard en omvang vergelijkbaar zijn. Over het algemeen kan gesteld worden dat de werkzaamheden om de woningen mogelijk te maken (verwijderen eventueel aanwezige beplanting, bouw- en woonrijp maken van het plangebied, aanleggen kabels en leidingen, aanbrengen bouw/straatzand, egaliseren en aanleggen verharding, bouwen woningen) lokaal en van tijdelijke aard zijn.
2.4 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Om het gebruik van natuurlijke hulpbronnen te beperken worden de zeven woningen in het project zo veel mogelijk circulair gebouwd. Voor de realisatie van het woongebouw worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal, zoals beton, hout, staal en grond. Een andere locatie zal niet leiden tot minder gebruik van natuurlijke hulpbronnen.
2.5 Productie van afvalstoffen Het voorgenomen gebruik van het plangebied voor wonen zorgt voor de productie van afvalstoffen, zoals huishoudelijk afval en afvalwater. Deze stoffen worden volgens de normen van de gemeente ingezameld en verwerkt. De nieuw te realiseren woningen worden op de gemeentelijke riolering aangesloten. Indien aanpassingen aan de riolering binnen het plangebied noodzakelijk zijn, dan worden deze uitgevoerd. Hierbij wordt er op voorhand van uitgegaan dat het hoofdrioleringsnetwerk voldoende capaciteit heeft om het afvalwater van de nieuwe woningen te kunnen verwerken.
2.6 Verontreiniging en hinder Door de aanlegwerkzaamheden is, conform regelgeving, sprake van emissies ten aanzien van geluid, licht en lucht. Bij de effectbeschrijving in hoofdstuk 4 wordt hierop nader ingegaan.
10 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Korhoen Hoogeveen’ | Witpaard
6
2.7 Risico van ongevallen In het kader van de aanlegwerkzaamheden is geen sprake van specifieke risico’s voor zware ongevallen of rampen binnen of in de directe omgeving van het plangebied.
2.8 Risico’s voor de menselijke gezondheid Zowel in de aanleg- als in de gebruiksfase van het project is er geen sprake van specifieke risico’s voor de volksgezondheid.
10 oktober 2022 | Aanmeldnotitie Besluit m.e.r. ‘BP Korhoen Hoogeveen’ | Witpaard
7
3. Plaats van het project 3.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de ligging van de locatie, het vigerende grondgebruik en toelichting op de al dan niet aanwezigheid van bijzondere waarden in het projectgebied en/of omgeving.
3.2 Ligging van de locatie Het plangebied ligt in de woonwijk ‘Wolfsbos’ ten zuidoosten van Hoogeveen en wordt aan twee zijden omgeven door woonstraten: de Korhoenlaan aan de zuidwestzijde en de Rietgans aan de noordzijde. De oostzijde van het plangebied wordt begrensd door de achtertuinen van de aangrenzende woningen gelegen aan de Rietgans. Ten zuiden van het plangebied zit woonzorgcentrum ‘Het Korhoenhuis’ gevestigd.