CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

toelichting en regels ontwerp bestemmingsplan Elim, deelplan Carstensdijk 164.pdf

Raadsavond 16 juni 2022, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Elim, deelplan Carstendijk 164 Elim’25.602 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN

Elim

deelplan Carstensdijk 164

ontwerp

7 december 2021

Bestemmingsplan Elim, Deelplan Carstensdijk 164 Gemeente Hoogeveen Status: Ontwerp Datum: 7 December 2021 IMRO-Idn: NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01

Elim, deelplan Carstensdijk 164 NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01, Elim, deelplan Carstensdijk 164 _____________________________________________________________________________________ Status voorontwerp ontwerp vastgesteld onherroepelijk

datum besluit B&W / Raad

publicatiedatum

inzagetermijn

7 dec 2021

15 dec 2021

16 dec 2021 t/m 26 jan 2022

_____________________________________________________________________________________ Vaststellingsbesluit

...........................................................................

Raad van State (onherroepelijk)

...........................................................................

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Opgave bestemmingsplan Opbouw toelichting

7 7 7

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

9

Plangebied Vigerend recht Ruimtelijke structuur plangebied Functionele structuur plangebied

9 9 10 12

Hoofdstuk 3

Beleidskader

13

3.1 3.2 3.3 3.4

Europees beleid Rijksbeleid Provinciaalbeleid Gemeentelijk beleid

13 13 15 19

2.1 2.2 2.3 2.4

Hoofdstuk 4 Gewenste ontwikkeling en uitgangspunten Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3

Hoofdstuk 8 8.1 8.2

23 27

Bodem Archeologie en Cultuurhistorie Water Natuur en Ecologie Geluid Milieuzonering bedrijven Milieueffectrapportage (MER) Luchtkwaliteit Externe veiligheid Verkeer en parkeren Duurzaamheid

27 28 28 30 32 33 35 35 36 37 38

Planbeschrijving

39

Juridisch systeem Regels Verklaring van de bestemmingen

39 39 39

Handhaving

41

Algemeen Beleidskeuzen Inzet gemeentelijk apparaat

41 41 41

Uitvoerbaarheid

43

Maatschappelijkeuitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid

43 43

Bijlagen toelichting

45

Bijlage 1

46

Verkennend bodemonderzoek

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 2

7 december 2021

Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8

Quickscan natuurwaardenonderzoek Nader onderzoek huismus en vleermuizen Stikstofonderzoek Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Akoestisch onderzoek industrielawaai Aanmeldnotitie besluit Mer Parkeerdrukonderzoek

Regels

100 132 140 170 198 247 261 279

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1 Artikel 2

Hoofdstuk 2

280 283

Bestemmingsregels

284

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Hoofdstuk 3

Gemengd Groen Verkeer

284 286 287

Algemene regels

288

Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Hoofdstuk 4

280

Begrippen Wijze van meten

Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels

Overgangs- en slotregels

Artikel 11 Artikel 12

Overgangsrecht Slotregel

288 289 290 291 292

293 293 295

Bijlagen regels

297

Bijlage 1

298

Parkeernota Hoogeveen

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 3

7 december 2021

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 4

7 december 2021

Toelichting

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 5

7 december 2021

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 6

7 december 2021

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Carstensdijk 164 te Elim bevindt zich een PLUS-supermarkt met op de verdieping zes appartementen. Het voornemen is om de supermarkt in zuidelijke richting uit te breiden. Voor deze uitbreiding wordt een deel van de bestaande supermarkt en de woningen aan de Carstenswijk 73 en 75 gesloopt. In de uitbreiding komt het magazijn en een laad- en losvoorziening. Op de uitbreiding worden 5 appartementen gerealiseerd. De bergingen van zowel de bestaande als nieuwe appartementen worden tevens ondergebracht op de begane grond in de uitbreiding. Met de uitbreiding en interne verbouwing van de bestaande bebouwing wordt de supermarkt vergroot met circa 322 m² tot een totaal bruto vloeroppervlakte van 1.363 m2 . Hiermee zal de supermarkt weer voldoen aan alle maatstaven van de huidige winkelformule en voldoen aan de hedendaagse wensen en eisen van de consumenten. Ter plaatse van de uitbreidingslocatie ontbreken de juiste gebruiks- en bouwregels om het plan te kunnen realiseren. Een herziening van het bestemmingsplan is dan ook noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Opgemerkt wordt dat een deel van het aangrenzende openbaar terrein is meegenomen in het plangebied vanwege het voorzien in voldoende parkeerplaatsen.

1.2

Opgave bestemmingsplan

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een juridisch planologisch kader op basis waarvan de uitbreiding van de supermarkt en de vijf nieuwe appartementen met bijbehorende voorzieningen gerealiseerd kunnen worden.

1.3

Opbouw toelichting

Achtereenvolgens komen na deze inleiding (hoofdstuk 1) de volgende onderwerpen aan bod: hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande situatie en benoemt de huidige planologische regels; hoofdstuk 3 bevat het beleidskader met relevant europees-, rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid; hoofdstuk 4 geeft de gewenste ontwikkeling en de uitgangspunten van het plan weer; hoofdstuk 5 gaat in op de randvoorwaarden en belemmeringen vanuit omgevings- en milieu aspecten, zoals bodem, geluid, luchtkwaliteit, water, etc.; hoofdstuk 6 gaat in op de planologische regels en de daarbij behorende verbeelding; hoofdstuk 7 gaat in op de handhaafbaarheidvan het bestemmingsplan; hoofdstuk 8 gaat in op de maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 7

7 december 2021

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 8

7 december 2021

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie

Plangebied

Het plangebied ligt in de kern Elim en omvat de percelen aan de Carstenswijk 73 en 75, Carstensdijk 164 en een deel van het aangrenzende openbaar gebied. In afbeelding 2.1 is de ligging van het plangebied in de kern en ten opzichte van de directe omgeving met respectievelijk een rode ster en een rode contour weergegeven.

Afbeelding 2.1: Ligging van het plangebied in de kern en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK, bewerkt BJZ.nu)

2.2

Vigerend recht

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Elim 2009”. Dit bestemmingsplan is op 30 september 2011 door de gemeenteraad van Hoogeveen vastgesteld. Daarnaast geldt ter plaatse ook het bestemmingsplan “kernen Hoogeveen, parapluherziening aanen bijgebouwenregeling", welke op 15 mei 2014 is vastgesteld. Afbeelding 2.2 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij het geldende bestemmingsplan. Hierin is het plangebied met de rode contour aangegeven. Het plangebied is voorzien van de bestemmingen 'Gemengd', 'Groen', 'Tuin', 'Wonen' en 'Verkeer'.

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 9

7 december 2021

Afbeelding 2.2: Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan (Bron: ruimtelijkeplannen, bewerkt BJZ.nu)

De beoogde uitbreiding van de supermarkt en de vijf nieuwe appartementen zijn voorzien ter plaatse van de bestemmingen 'Gemengd', 'Tuin' en 'Wonen'. Het voornemen is in strijd met het bestemmingsplan, omdat buiten het bouwvak wordt gebouwd en het realiseren van een supermarkt ter plaatse van de tuin- en woonbestemming qua gebruiksfunctie niet toegestaan is.

2.3

Ruimtelijke structuur plangebied

Het landschap rond Elim bestaat uit een rechtlijnig patroon van wegen, waterlopen (overwegend oost-west georiënteerd), bebouwing en beplanting, dat zijn oorsprong vindt in de vervening. Het plangebied ligt aan één van de hoofdwegen van het dorp Elim, te weten de Carstensdijk. De bebouwing in de omgeving vertoont over het algemeen een regelmatig beeld. De meeste bebouwing staat in één rooilijn. In dit deel van Elim, het oudere gedeelte van het dorp, staat de bebouwing veelal met de nokrichting haaks op de weg. Het gebouw aan de Carstensdijk 164 bestaat uit twee bouwlagen. De bestaande supermarkt is op de begane grond gevestigd en op de verdieping zijn zes appartementen aanwezig. Aan de Carstenswijk 73 en 75 bevinden zich een twee-onder-een kapwoning. In afbeelding 2.3 is een luchtfoto opgenomen van de huidige situatie binnen het plangebied. Afbeelding 2.4 omvat enkele straatbeelden.

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 10

7 december 2021

Afbeelding 2.3: Luchtfoto huidige situatie (Bron: PDOK, bewerkt BJZ.nu)

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 11

7 december 2021

Afbeelding 2.4: Straatbeelden huidige situatie (bron; Google Streetview/Natuurbank Overijssel)

2.4

Functionele structuur plangebied

Langs de Carstensdijk zijn van oudsher verschillende functies gevestigd. Naast woningen zijn hier detailhandel, dienstverlening en maatschappelijke functies aanwezig. De functionele structuur rond het plangebied is dan ook gemengd te noemen. Binnen het plangebied zijn een supermarkt, twee-onder-een kapwoningen en openbaar gebied (groen en infrastructuur) aanwezig.

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 12

7 december 2021

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Europees beleid

3.1.1

Verdrag van Malta

In 1992 werd het Europese Verdrag van Valletta (Malta) ondertekend door een groot aantal EU-landen, waaronder Nederland, met als doel om het (Europese) archeologische erfgoed veilig te stellen. De ondertekenaars hebben zich verplicht, archeologische belangen tijdig te betrekken bij de ruimtelijke planvorming voor woningbouw, landinrichting, wegenaanleg en dergelijke. Het beleid is gericht op het behoud van de archeologische waarden in de bodem en de planologische bescherming van waardevolle archeologische vindplaatsen. De uitgangspunten van het verdrag zijn op nationaal niveau uitgewerkt in de Erfgoedwet. Voor archeologische waarden geldt de wettelijke verplichting om bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten monumenten. De gronden vallende binnen dit plan zijn getoetst aan de archeologische wet- en regelgeving. Voor de toetsing wordt verwezen naar hoofdstuk 5.

3.1.2

Wet natuurbescherming

De laatste tijd ondervindt de ruimtelijke ordening steeds meer invloed van het Europese beleid. In het bijzonder geldt dit voor de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Bij het opstellen van bestemmingsplannen wordt aandacht gevraagd voor het veiligstellen van de beschermde flora en fauna. Sinds 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. De gronden vallende binnen dit plan zijn aan deze wet getoetst. Voor de toetsing wordt verwezen naar hoofdstuk 5.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale omgevingsvisie

Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Dit is nodig om de opgenomen doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 13

7 december 2021

meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde.

Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

Geconstateerd wordt dat bestemmingplan Elim, deelplan Carstensdijk 164 geen rijksbelangen raakt. Derhalve wordt geconcludeerd dat voldaan wordt aan de uitgangspunten zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het kabinet heeft in de SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen moet worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze zijn bedoeld om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. In het Barro zijn geen specifieke regels opgenomen voor het onderhavig plangebied.

3.2.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Daarin is in artikel 3.1.6 een lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen (inclusief detailhandel) in bestemmingsplannen. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. In het gewijzigde Bro, van kracht sinds 1 juli 2017, is artikel 3.1.6, lid 2 gewijzigd in: "De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 14

7 december 2021

toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied". Nieuwe stedelijke ontwikkeling Supermarkt In een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 3 december 2014 (nr. 201402314/1/R1) is sprake van een uitbreiding van een supermarkt met 400 m² ter plaatse van gronden waarop dat ingevolge het vorige planologische regime niet was toegestaan. De ABRvS is hier van oordeel dat, gelet op de kleinschalige bebouwing die het plan mogelijk maakt, de raad (van de betreffende gemeente) er in dit geval terecht vanuit is gegaan dat het plan niet voorziet in detailhandel of een andere stedelijke voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is. In voorliggend geval is sprake van een uitbreiding van een bestaande supermarkt, waarbij de bebouwing ten behoeve van de supermarkt met circa 322 m² wordt vergroot. Aangezien de uitbreiding niet groter is dan 400 m² wordt gesteld dat met de uitbreiding van de supermarkt geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zoals bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het toetsen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking kan daarom op dit onderdeel achterwege worden gelaten.

Appartementen Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. 11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 ECLI:NL:RVS:2015:2921) 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS ECLI:NL:RVS:2015:953).

september

2015;

25

2015;

maart

Het begrip "woningbouwlocatie" (zoals opgenomen in de omschrijving van het begrip "stedelijke ontwikkeling" in artikel 1.1.1. Bro) is niet nader gedefinieerd. In de praktijk speelt daarom regelmatig de vraag, hoe bepaald moet worden wanneer woningen één woningbouwlocatie vormen. Er is sprake van één woningbouwlocatie als er tussen de te realiseren woningen, ruimtelijke en functionele samenhang bestaat. Uit de jurisprudentie volgt dat daarvoor onder meer betekenis toekomt aan de onderlinge afstand tussen de woningen. Zoals hiervoor beschreven wordt door RvS een woningbouwontwikkeling tot en met 11 woningen niet gezien als een stedelijke ontwikkeling. Gelet op het feit dat de voorgenomen ontwikkeling uitgaat van de realisatie van maximaal 5 nieuwe appartementen, is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Het toetsen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking kan daarom ook op dit onderdeel achterwege worden gelaten.

3.3

Provinciaal beleid

Provinciale Staten hebben op 3 oktober 2018 de Omgevingsvisie- en Omgevingsverordening Drenthe 2018 vastgesteld. Hierna wordt op beide documenten nader ingegaan.

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 15

7 december 2021

3.3.1

Omgevingsvisie Drenthe 2018

De Omgevingsvisie is voor Drenthe een centraal visiedocument. Deze Omgevingsvisie is het strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De ambitie ziet toe op het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe passend bij deze kernkwaliteiten. Deze ambitie vormt het hart van ons beleid waarmee wordt ingezet op ‘ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit’, mede vanuit de wetenschap dat landschapskwaliteit een belangrijke vestigingsfactor is. In de omgevingsvisie worden zes verschillende kernkwaliteiten benoemd die de Drentse ruimtelijke identiteit inhoud geven. Het gaat om landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Het plangebied is op de visiekaart niet voorzien van een nadere aanduiding. Wel is het plangebied aangeduid op de kernkwaliteitenkaarten voor wat betreft de aspecten: 'Landschap' - landschap van de veenkolonien; 'Cultuurhistorie' - deelgebied 9 (Het Hollandsche veld en Hoogeveen en respecteren); 'Archeologie' - beschermingsniveau 1 generiek (archeologie); 'Aardkundige waarde' - beschermingsniveau generiek (aw).

Hierna wordt puntsgewijs op de kernkwaliteiten ingegaan.

'Landschap' - landschap van de veenkolonien; Kenmerken van het landschap Het meest voorkomende landschapstype in de provincie is het hoogveenontginningslandschap. Dit landschapstype beslaat in totaal ongeveer een kwart van het gehele grondgebied van de provincie. Tot dit landschapstype behoren behalve de Drents-Groningse Veenkoloniën ook het Odoornerveen, Hoogeveen-Hollandscheveld, Smilde en enkele kleinere gebieden bij Dalen en Roden. De meeste veenontginningen in Drenthe zijn onderling verbonden door kanalenstelsels. Kenmerkend voor deze hoogveengebieden is de strakke orthogonale verkaveling, de bebouwingslinten langs kanalen en monden en de grote, weidse ruimtes met wijken. Elke ontginning heeft bovendien zijn eigen specifieke kenmerken, waaraan de tijd en de manier van ontginning is af te lezen. Zo heeft het gebied rond Hollandscheveld een kleinschalig, besloten karakter met veel verspreid voorkomende bebouwing en bosstroken. In Smilde vormt de Drentse Hoofdvaart de ruggengraat van de ontginning en zijn de Oude Veenkoloniën kleinschaliger dan de Veenkoloniën in de omgeving van Emmen. Kenmerken van de nederzetting Afhankelijk van het type dorp (enkellint of dubbellint) en de dichtheid van de bebouwing dringt het landelijk gebied diep of minder diep door in het dorp. Vanaf de hoofdontsluiting is het landelijk gebied in veel gevallen waarneembaar. Kenmerkend is de regelmaat.

Het dorpssilhouet is een langgerekte strook waarvan de massa wordt gevormd door een aaneenschakeling van grote boerderijen en woningen met erfbeplantingen. Dominerend is de langgerekte beplanting van opgaande bomen langs de wegen, in een open vlak landschap. Provinciaal belang Van provinciaal belang is de orthogonale samenhang tussen het systematische ontginningspatroon van grootschalige openheid met kenmerkende wijkenstructuur en de bebouwingslinten met daaruit opgaande percelen. Beleid Het provinciaal beleid is gericht op het behouden en versterken van de samenhang en de openheid met de wijken en de rechtlijnige landschapsstructuur.

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 16

7 december 2021

Toetsing De hiervoor beschreven kenmerken behorend bij het veenkolonienlandschap, waaronder de ortogonale samenhang tussen het systematische ontginningspatroon en de bebouwingslinten, ontbreekt ter plaatse van het plangebied en de directe omgeving. Van een aantasting van deze kernkwaliteit is dan ook geen sprake.

'Cultuurhistorie' - deelgebied 9 (Het Hollandsche veld en Hoogeveen en respecteren); Omgevingsbeeld De structuur van dit gebied heeft geen duidelijke drager. Dit komt door de relatief complexe en kleinschalige aanpak van de oudere veenontginningen, vanaf de 17de eeuw. De (verlengde) Hoogeveensche Vaart vormt de basis en verbindende schakel in de veenontginningen. De structuur hiervan is nog steeds herkenbaar aan de “opgaanden”, die als ontginningsas dienden, en aan de verschillende kavelrichtingen van de -vele- ontginningsblokken, die aan de achtergrenzen bij elkaar komen. Hoogeveen heeft zich ontwikkeld als stedelijke kern vanuit het kruispunt van twee belangrijke vaarten: de (verlengde)Hoogeveense Vaart en de inmiddels gedempte Zuidwoldiger Opgaande. Ambitie Richtinggevend voor dit deelgebied is het behouden van het onderscheid tussen de verschillende ontginningsblokken in het veengebied. Dit is vooral zichtbaar te maken op de grenzen van de blokken.

Wij willen dan ook sturen op: Het gebruik maken van de randen en contrasten tussen de verschillende ontginningsblokken bij nieuwe ontwikkelingen, en in het bijzonder de achtergrenzen van de ontginningsblokken, waar verschillende kavelrichtingen bij elkaar komen; Het zichtbaar houden van de plaatsing van de bospercelen van het bos bij Hollandscheveld binnen de oude perceelsstructuren, en het in stand houden van de rafelige, verspringende randen van dit bos. Toetsing De hiervoor beschreven cultuurhistorische waarden, waaronder het onderscheidt tussen de verschillende ontginningsblokken, ontbreekt ter plaatse van het plangebied en de directe omgeving. Het betreft een ontwikkeling in het centrum van Elim. Van een aantasting van deze kernkwaliteit is dan ook geen sprake. 'Archeologie' - beschermingsniveau 1 generiek (archeologie); Het beschermingsniveau Generiek richt zich op het algemene uitgangspunt dat alle behoudenswaardig archeologische vindplaatsen (waarden) die op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van Drenthe staan en de nieuw ontdekte behoudenswaardige vindplaatsen niet ongezien kunnen verdwijnen. Toetsing Verwezen wordt subparagraaf 5.2.2 waar nader wordt ingegaan op het aspect archeologie. Op basis van het gemeentelijk archeologiebeleid is het uitvoeren van archeologisch onderzoek niet noodzakelijk.

'Aardkundige waarde' - beschermingsniveau generiek (aw). In deze gebieden wil de provincie de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren. De provincie verwachten van gemeenten dat zij in deze gebieden nagaan welke kenmerkende aardkundige waarden aanwezig zijn en dat zij hieraan bescherming geven via het gemeentelijk Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 17

7 december 2021

bestemmingsplan en plannen en initiatieven daarop beoordelen. Bij ontwikkelingen kunnen aardkundige kwaliteiten als inspiratiebron worden gebruikt. Toetsing Verwezen wordt subparagraaf 5.2.2 waar nader wordt ingegaan op de aspecten archeologie en cultuurhistorie. Het plangebied kent voor zover bekend geen aardkundige waarde. Het gebied is reeds bebouwd en ingericht als stedelijk gebied.

Naast de kernkwaliteiten is tevens het beleid op het gebied van detailhandel en wonen van belang. Hierna wordt op beide thema's nader ingegaan. Detailhandel en Wonen Ten aanzien van detailhandel en de detailhandelsstructuur heeft de provincie de ambitie de detailhandel te concentreren in de binnenstedelijke gebieden, waarbij de bestaande detailhandelsstructuur centraal staat. Het landelijk gebied wordt beschermd door geen weidewinkels buiten het bestaand stedelijk gebied toe te staan. Voor wat betreft wonen heeft de provincie de ambitie om Drenthe als woonprovincie aantrekkelijker te maken met gevarieerde en leefbare woonmilieus, die voorzien in de woonvraag. De provincie verwacht dat gemeenten een gemeentelijke woonvisie opstellen en dat de lokale visies in een bovenlokale strategie, een regionale woonvisie wordt vervat. Het plan vindt plaats binnen het bestaand stedelijk gebied van Elim. De supermarkt vervult een belangrijke functie voor de kern en dient dan ook behouden te worden. Met het plan krijgt de supermarkt weer voldoende toekomstperspectief. Daarnaast voorziet het plan in levensloopbestendige appartementen. Binnen de kern is vraag naar woningen voor 1- en 2-persoonshuishoudens, starters en senioren. Het plan draagt hier dan ook goed aan bij. Hiermee is het plan in overeenstemming met de omgevingsvisie en -verordening.

Voor wat betreft de toetsing aan de gemeentelijke woonvisie wordt verwezen naar paragraaf 3.4.4. Ten aanzien van de in de Omgevingsvisie genoemde milieuaspecten als water, bodem, luchtkwaliteit, geluid- en geurhinder en externe veiligheid heeft er een nadere beoordeling plaatsgevonden. Voor een nadere uitwerking wordt verwezen naar Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten. In dat hoofdstuk is eveneens nader uitgewerkt hoe de gemeente toepassing geeft aan het aspect duurzame woon- en leefomgevingskwaliteit.

3.3.2

Omgevingsverordening Drenthe 2018

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is uitsluitend artikel 2.17, lid 1 (woningbouw) van de Omgevingsverordening Drenthe 2018 noemenswaardig. Hierna is betreffende artikel opgenomen.

Artikel 2.17 Woningbouw 1.

Een ruimtelijk plan kan voorzien in nieuwe woningbouw mits de behoefte op basis van de gemeentelijke woonvisie kan worden aangetoond en aansluit bij bestaand stedelijk gebied. De gemeentelijke woonvisie ten aanzien van de woningvoorraad: a. draagt bij aan balans tussen vraag en aanbod in de gehele Drentse woningvoorraad op de lange termijn en i s hiertoe afgestemd binnen de woningmarktregio's; b. benoemt tenminste de kwaliteit, kwantiteit, doelgroepen, duurzaamheid, kernenstructuur; c. schetst de opgaven in de bestaande woningvoorraad;

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 18

7 december 2021

d. e.

geeft aan op welk wijze balans op lange termijn wordt gerealiseerd; geeft een lange termijn beeld.

Het plan voorziet in vijf nieuwe woningen (appartementen), waarvan de behoefte is aangetoond middels de gemeentelijke woonvisie. Kortheidshalve wordt verwezen naar subparagraaf 3.4.4. Daarnaast ligt het plangebied binnen de bebouwde kom van Elim en zijn de gronden reeds bestemd ten behoeve van stedelijke functies. Het plangebied is dan ook aan te merken als bestaand stedelijk gebied. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met artikel 2.17 van de Omgevingsverordening Drenthe 2018.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie Hoogeveen 2015-2030

Op 23 december 2004 is door de gemeenteraad de Structuurvisie Hoogeveen 2015–2030 vastgesteld. De structuurvisie spreekt zich uit over de ruimtelijke ontwikkeling van de gehele gemeente en beschrijft de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten voor het buitengebied, de dorpen en de stad. De Structuurvisie is een voorbeeld van planning van onderop, vanuit het lokale denken. Deze Structuurvisie heeft daarom het oude POP II niet als vertrekpunt genomen, maar nam een voorschot op de nieuwe Omgevingsvisie Drenthe. Deze aanpak past overigens goed binnen de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk. Het Rijk laat meer over aan gemeenten en provincies. De Structuurvisie gaat in op verschillende onderdelen van de stad. Daarbij is een volgorde van binnen naar buiten aangehouden, vanuit het hart naar de stadsranden. De doelstelling is primair om het aantrekkelijke winkelbestand voor de toekomst te waarborgen door een prettiger verblijfsklimaat te scheppen. In de Structuurvisie wordt niet expliciet ingegaan op de verschillende woonwijken die rondom het centrum liggen. De herstructurering van de oudere wijken wordt beschouwd als een autonoom proces, dat zich geleidelijk en over vele jaren zal voltrekken. Het woonprogramma wordt hierin uiteindelijk uitgewerkt, vanuit een onderbouwing in de Woonvisie 2011 – 2020.

De Structuurvisie beschrijft hiervoor de ruimtelijke kaders en de uitgangspunten voor het proces van herstructurering, die neerkomen op het toepassen van maatwerk. De visie op het wonen vanuit de Structuurvisie 2004, is daarentegen gericht op het verbeteren van de bestaande woningvoorraad en op het aanbieden van nieuwe woonmilieus in de stad, de dorpen en in het landelijk gebied. De aandacht voor de woonopgave verschuift van kwantiteit naar kwaliteit. De focus van woningbouw ligt de komende jaren op de stad. Daarnaast wordt gekozen voor geconcentreerde groei bij de dorpen en in het landelijk gebied. De marktvraag bepaalt uiteindelijk welke woningen op welke beschikbare locatie, hoeveel en in welk tempo gebouwd gaat worden. Het plangebied is in de structuurvisie aangewezen als 'bestaand stedelijk gebied en nieuwe woongebieden'. Het uitbreiden van de supermarkt en het realiseren van vijf nieuwe appartementen binnen het plangebied is passend binnen de ruimtelijke en functionele structuur van de omgeving. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het bepaalde in de Structuurvisie Hoogeveen 2015-2030.

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 19

7 december 2021

3.4.2

Structuurvisie Hoogeveen 2.0

De Structuurvisie uit 2004 is nog steeds een inspirerende, ambitieuze, integrale ruimtelijke visie, die in stand blijft en met “Structuurvisie Hoogeveen 2.0” op onderdelen is bijgesteld. De visie geeft aan hoe Hoogeveen tot 2030 omgaat met thema's als wonen, voorzieningen, bedrijvigheid, bereikbaarheid, landschap en duurzaamheid. Duurzame kwaliteit is en blijft daarbij de rode draad. Winkelen Een van de ontwikkelingen die gevolgen heeft voor de detailhandel is schaalvergroting. Dit is te zien in de supermarktbranche, maar speelt vrijwel in alle branches. Schaalvergroting gaat over meer vierkante meters verkoopvloeroppervlakte, maar gaat ook over ketens die grootschalig kunnen inkopen. Dit zorgt voor efficiëntie maar ook voor een verdringingsmarkt. Meer en meer verdwijnen (zelfstandige) speciaalzaken, ze worden verdrongen door de grotere supermarkt of worden overgenomen door landelijke winkelketens. Naar aanleiding hiervan is het te verwachten dat op termijn in een aantal wijken en dorpen winkelvoorzieningen onder druk komen te staan en mogelijk verdwijnen. Wonen In de geactualiseerde structuurvisie is de visie op wonen op de volgende punten aangevuld en bijgesteld: De focus van woningbouw ligt de komende jaren op de stad. Daarnaast kiest de gemeente voor geconcentreerde groei bij de dorpen en in het landelijk gebied, passend bij de vraag.

Voor het landelijk wonen zijn er kansen in de landgoederenzone en de kanalenzone. De oude plannen van havens in de kanalenzone en grote landschapsinvesteringen wordt losgelaten. Er wordt ingezet op kleinschaliger initiatieven. Het bebouwen van het Hollandsche Veld, Nijstad en Alteveer nabij de snelweg vervalt. Voor verdichting van de linten aan het Hollandscheveldse Opgaande en Zuideropgaande blijven we ruimte bieden. In de structuurvisie wordt expliciet de trend van schaalvergroting in de supermarktenbranche genoemd. Deze trend is ook ter plaatse van het plangebied gaande. De uitbreiding is noodzakelijk om aan alle maatstaven van de huidige winkelformule en de toenemende wensen van de consumenten te kunnen voldoen. Het realiseren van de vijf nieuwe appartementen draagt bij aan het voorzien in voldoende (levensloopbestendige) woningen in de kern Elim. De appartementen zijn zowel geschikt voor 1- en 2-persoonshuishoudens, starters en senioren. Het plan is dan ook in overeenstemming met het bepaalde in de Structuurvisie Hoogeveen 2.0.

3.4.3

Toekomstvisie Hoogeveen en haar ambities (2018)

In de Toekomstvisie staat de kijk van de inwoners van Hoogeveen op de toekomst van de gemeente beschreven. Wat vinden inwoners belangrijk en waar moet de gemeente de komende jaren extra aandacht voor hebben? De toekomstvisie is samen met ruim 100 inwoners tot stand gekomen. In dit geval is met name de visie op het gebied van 'Visie Economie' en 'Visie op omgeving' van toepassing. Hierna wordt op beide thema's nader ingegaan.

Visie Economie De visie economie samengevat: De economie i s van ons allemaal. Samenwerking in partnerschap i s nodig om a l s sterke stad met vitale dorpen in een sterke regio te kunnen bloeien; Jong Hoogeveen heeft de toekomst. De gemeente helpt onderwijs en ondernemers om kansen op de arbeidsmarkt voor jongeren te creëren; Hoogeveen haalt haar dynamiek uit bedrijvigheid en bereikbaarheid.

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 20

7 december 2021

De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de toekomstbestendigheid van de supermarkt en hiermee ook de vitaliteit/leefbaarheid van Elim. Het bedrijf vervult een belangrijke economische rol in Elim en biedt werkgelegenheid aan jongeren. De gemeente geeft aan meer ruimte aan ondernemers te willen bieden en ze waar mogelijk faciliteren. Met voorliggend plan wordt hier invulling aan gegeven. Visie op omgeving De visie op omgeving samengevat: Hoogeveen zet in op beheerste groei om in de toekomst aanwezige voorzieningen in stand te kunnen houden. De groei die wordt voorzien i s naar 57.000 in 2030; Hoogeveen gaat haar positie a l s sterke regiogemeente ontwikkelen en versterken; Hoogeveen zet in op ruimtelijke kwaliteitsverbetering. De cultuurhistorie en het DNA van Hoogeveen zijn de basis voor deze kewaliteitsverbetering.

Voorliggend plan voorziet in de toevoeging van 5 nieuwe woningen, in de vorm van levensloopbestendige appartementen. Hiermee wordt bijdragen aan de ambitie om beheerste wijze te groeien. Daarnaast voorziet het in een woningtype die geschikt is voor een brede doelgroep, waaronder starters, 1- en 2-persoonshuishoudens maar ook senioren. Daarnaast voorziet het plan in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit doordat twee gedateerde woningen worden vervangen door de uitbreiding van de supermarkt, waarbij de uitbreiding in een zelfde stijl wordt gebouwd als het bestaande deel.

Geconcludeerd wordt dat het plan bijdraagt aan de ambities zoals genoemd in de Toekomstvisie.

3.4.4

Woonvisie 2017-2020

Met deze visie zet de gemeente de koers uit op het gebied van wonen voor de komende jaren. De visie bevat concrete ambities en acties voor de korte termijn. Deze ambities voor de komende vijf jaar is wel geplaatst in de ontwikkelingen en trends voor een langere termijn. Deze woonvisie vervangt het beleidskader dat werd vastgesteld in 2011. De richting ingezet in 2011 wordt doorgezet voor de periode richting 2025. Voor de periode 2016-2025 wordt rekening gehouden met een woningbehoefte van netto 1.100 woningen. Dit is gebaseerd op een tussenscenario: De ambitie en de verwachting i s dat de binnenlandse vraag aantrekt tot een niveau dat weliswaar niet zo hoog i s a l s voor de woningmarktcrisis, maar dat wel hoger ligt dan de laatste jaren: 950 woningen; De verwachting dat het aantal blijvende statushouders terugvalt naar het langjarig gemiddelde: 165 benodigde woningen.

Om daadwerkelijk ruim 1.100 woningen te kunnen realiseren, moeten we enige overmaat aanhouden in onze woningbouwprogrammering. Niet alle plannen zijn even gemakkelijk ontwikkelbaar en niet alle locaties lenen zich voor elke type woningen. Gemiddeld komt 30% van de locaties later of helemaal niet tot ontwikkeling. We hebben daarom concrete bouwruimte nodig voor ca. 1.600 woningen in tien jaar. Zo bouwen we flexibiliteit en keuzevrijheid in om, ongeacht veranderingen of obstakels, toch in de behoefte te voorzien. Daarmee voorkomen we onnodige uitstroom van huishoudens uit Hoogeveen. In de visie staat het volgende motto centraal: “Waar iedereen zijn thuis vindt”. Dat geldt voor iedereen, ongeacht zijn of haar leeftijd, inkomen, gezinssamenstelling, gezondheid of afkomst. Om die visie te verwezenlijken zijn vier hoofdambities benoemd. 1. 2. 3.

behoud van kwaliteit en gewildheid; toevoegen wat gevraagd wordt; voor iedereen betaalbaar;

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 21

7 december 2021

4.

ouderdom of zorg: ook dan goed wonen.

Dit bestemmingsplan, wat ruimte biedt aan vijf nieuwe woningen (appartementen), kan binnen deze nog beschikbare capaciteit worden ontwikkeld. De appartementen zijn zowel via het trappenhuis als per lift bereikbaar en zijn dan ook aan te merken als levensloopbestendig. De appartementen zijn zowel geschikt voor 1- en 2-persoonshuishoudens, starters en senioren. Met het plan wordt dan ook voor een beperkt deel voorzien in de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan (levensloopbestendige) appartementen in de kern Elim.

3.4.5

Nota Ruimtelijke Kwaliteit

In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit staat aan welke criteria nieuwe bouwwerken in gemeente Hoogeveen moeten voldoen zodat ze architectonisch passen in de omgeving. Voorheen stond dit in de Welstandsnota. In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit staan alleen de regels voor gebieden en gebouwen die cultuurhistorisch waardevol zijn en daarom beschermd moeten worden. Een groot deel van Hoogeveen blijft dus 'welstandsvrij'. Het plangebied is gelegen het gebied 'Dorpen in de veenontginning'. Hierna is de beschrijving voor Elim opgenomen. Elim Elim is ontstaan aan een dwarsgat: een dwarsverbinding tussen een aantal wijken dieper (oostelijker) het veen in. Deze dwarsverbinding maakte het mogelijk om slechts één (verbindings) wijk met het Zuideropgaande te hoeven onderhouden, een efficiënte manier om onderhoudskosten te besparen.

De nota omvat welstandscriteria op de onderdelen; ligging, massa en vorm, gevelopbouw, materiaal en kleur. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen zal het plan aan de criteria worden getoetst door de welstandscommissie.

3.4.6

Conclusie

Het rijksbeleid werkt indirect door via het provinciaal beleid. Voor dit bestemmingsplan kan geconcludeerd worden dat het plan niet in strijd is met het geldende provinciale- en gemeentelijke beleid.

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 22

7 december 2021

Hoofdstuk 4

Gewenste ontwikkeling en uitgangspunten

Bij het doen van boodschappen hebben consumenten in toenemende mate behoefte aan gemak en efficiëntie. Om hierop in te spelen en te voldoen aan de maatstaven van de huidige winkelformule is de initiatiefnemer voornemens het filiaal in Elim aan de zuidzijde uit te breiden. Om de uitbreiding mogelijk te maken wordt een deel van de bestaande supermarkt en de twee-onder-een kapwoning (nr. 73/75) gesloopt. De uitbreiding bestaat uit twee bouwlagen met een kap. De goot- en bouwhoogte zal respectievelijk circa 6,7 meter en 10,3 meter bedragen. Op de begane grond wordt de magazijn van de supermarkt ondergebracht evenals de laad- en losvoorziening en de bergingen voor de appartementen. Op de verdieping worden vijf appartementen gerealiseerd. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de supermarkt met circa 322 m² vergroot tot een totaal brutovloeroppervlakte van 1.363 m². Van belang bij de stedenbouwkundige opzet is dat het ontwerp passend is in de omliggende omgeving en aansluit op bestaande bebouwingsstructuren. Door oog te hebben voor deze aspecten ontstaat er een stedenbouwkundig verantwoord beeld. Het nieuwe PLUS-pand zal qua schaal en verschijningsvorm aansluiten bij het bebouwingsbeeld van de omgeving. In afbeelding 4.1 zijn plattegronden van de begane grond en verdieping weergegeven. Afbeelding 4.2 omvat een gevelbeeld gezien vanaf de Carstensdijk.

De openbare ruimte wordt in beperkte mate gewijzigd in die zin dat de weg in beperkte mate wordt verschoven en er extra parkeerplaatsen worden aangelegd. Vanuit planologisch oogpunt krijgt de weg de bestemming 'Verkeer' en wordt daarmee bestaande groenbestemming in beperkte mate verkleind.

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 23

7 december 2021

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 24

7 december 2021

Afbeelding 4.1 Plattegronden begane grond en verdieping (Bron: K3H architecten)

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 25

7 december 2021

Afbeelding 4.2 Gevelbeeld (Bron: K3H architecten)

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 26

7 december 2021

Hoofdstuk 5 5.1

Bodem

5.1.1

Normstelling

Omgevingsaspecten

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik.

5.1.2

Onderzoek en conclusie

In voorliggend geval heeft er een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. Hierna is de conclusie uit het onderzoek opgenomen. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting. In het bovengrondmengmonster (BM1) zijn lichte verhogingen zink, lood en PAK 10 VROM aangetroffen. In het ondergrondmengmonster (OM1) is een lichte verhoging PAK 10 VROM aangetroffen. In het bovengrondmengmonster (BM2) en in het ondergrondmengmonster (OM2) zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster (PB1 WM1) is een lichte verhoging xylenen (som) aangetroffen. In overleg met de Omgevingsdienst RUD zijn er op 23 april 2021 aanvullend 3 diepe boringen (boringen 10, 11 en 12) aan de zijde van de voormalige wijk geplaatst. Van deze boringen is een bovenen ondergrondmengmomster geanalyseerd. In zowel het bovenals ondergrondmengmonster (BM10 en OM11) zijn geen verhogingen aangetroffen. Op basis van het onderhavige onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygienisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik.

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 27

7 december 2021

5.2

Archeologie en Cultuurhistorie

5.2.1

Normstelling

Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2022 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn archeologische monumenten kaarten en gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaarten opgesteld. De Archeologische Monumenten Kaart (AMK) bevat een overzicht van belangrijke archeologische terreinen in Nederland. In het plangebied zijn geen archeologische monumenten aanwezig waarmee rekening gehouden dient te worden.

5.2.2

Onderzoek en conclusie

Het plangebied valt op basis van de archeologische waardenkaart binnen het gebied 'Waarde Archeologie 5'. Gebieden met deze typering kennen een lage archeologische waarde. Binnen dergelijke gebieden geldt geen onderzoeksplicht ten aanzien van archeologie. Daarnaast zijn er geen monumenten in of naast het plangebied gelegen. De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen dan ook geen belemmering.

5.3

Water

5.3.1

Algemeen

In dit bestemmingsplan worden nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Deze waterparagraaf is erop gericht om de actuele watersituatie en het actuele waterbeleid in beeld te brengen. Daarnaast is de waterparagraaf vooral bedoeld om een brug te slaan naar de procedures en toetsingsinstrumenten van de waterbeheerder. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Vechtstromen, welke verantwoordelijk is voor het waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer.

5.3.2

Normstelling

De waterschappen Drents Overijsselse Delta en Vechtstromen vormen samen met waterschap Rijn en IJssel het waterschapsgebied Rijn-Oost. De waterschappen hebben hun beleid voor stedelijk waterbeheer vastgelegd in de gezamenlijke beleidsnotitie 'Water Raakt'. Deze notitie vormt op hoofdlijnen het beleid voor de wijze waarop de waterschappen in stedelijk gebied invulling geven aan het waterbeheer. Het waterbeheer richt zich op de volgende drie beleidsthema's: 1.

2.

Voor het dagelijkse waterbeheer i s dat het Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR). Doel daarvan i s gedurende een heel groot deel van het jaar die wateromstandigheden te realiseren die het beste passen bij de functie zoals de provincies die hebben vastgesteld; Om in extreem natte en extreem droge omstandigheden de schade a l s gevolg van wateroverlast of watertekort te beperken i s het WB21 opgesteld. Hierin zit de trits vasthouden-bergen-afvoeren a l s voorkeursvolgorde en afwegingskader en het principe van

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 28

7 december 2021

3.

niet afwentelen. Het stedelijk gebied dient dus waterneutraal te zijn. Mocht dit door enige goede redenen - de veiligheid i s ernstig in het geding, de kosten zijn te hoog, er spelen nijpende ruimtevraagstukken - niet kunnen, dan komen het waterschap en de gemeente passende afspraken overeen. Doel i s het watersysteem zo in te richten dat het in extreme omstandigheden en in de toekomst goed functioneert; Voor het bereiken van de goede ecologische toestand van het water zijn er de Europese richtlijnen voor ecologie en waterkwaliteit. Dit thema bestaat uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Vogel- en Habitatrichtlijnen (vertaald in de Wet natuurbescherming). Doel daarvan i s dat al le Europese wateren, zowel oppervlaktewater a l s grondwater, zich in 2015 in een goede ecologische en goede chemische toestand bevinden. Met goede argumenten i s uitstel mogelijk tot uiterlijk 2027. Voor de Natura 2000-gebieden i s geen uitstel mogelijk.

Deze drie thema's hangen zo met elkaar samen dat het niet mogelijk is ze afzonderlijk van elkaar te realiseren. Er wordt gezorgd dat het watersysteem tijdig op orde is, duurzaam is ingericht, voldoet aan de landelijke normen voor het voorkomen van wateroverlast, bijdraagt aan het bereiken van grond- en oppervlaktewaterpeilen in relatie tot de functies van die wateren en gebieden, verdroging tegengaat en rekening houdt met de eisen vanuit de KRW. Om aan deze punten te voldoen is in december 2009 de Waterwet in werking getreden. De Waterwet vervangt acht bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland. Deze wet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert deze wet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Hierdoor zijn waterschappen, gemeenten en provincies beter in staat wateroverlast, waterschaarste en watervervuiling tegen te gaan. Ook voorziet de Waterwet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, natuur, landbouw, industrie en recreatie. Op basis van deze functies worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het water. De instrumenten vanuit de Waterwet zijn Waterplannen (rijk en provincie), waterbeheer-plannen (waterbeheerder) en vergunningen. Watertoetsproces In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht de Watertoets uit te voeren.

De Watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Het Waterschap Vechtstromen is op 5 februari 2021 geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. Op basis daarvan is de normale procedure van toepassing.

5.3.3

Onderzoek en conclusie

Algemeen Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermings- of waterwingebied. Daarnaast bevindt het zich niet in een beekdal of risicogebied en in het verleden is geen grondwateroverlast of wateroverlast als gevolg van overstromingen geconstateerd. Riolering Binnen Elim is zowel een gemengd als een gescheiden rioolstelsel aanwezig. Het gescheiden stelsel bevindt zich in het centrum en is op kleine schaal toegepast. Bij de uitbreiding zal rekening worden gehouden met de verdere mogelijkheden tot afkoppelen. Mocht in de toekomst ter plaatse van het plangebied een gescheiden stelsel worden aangelegd, dan is de voorziening reeds aanwezig om het terrein relatief makkelijk en snel af te kunnen koppelen. Om de kwaliteit van het grond- en oppervlakte water te waarborgen zal bij nieuwbouwprojecten geen gebruik gemaakt worden van milieubezwaarlijke bouwmaterialen, die de kwaliteit van het water en de waterbodem negatief kunnen beïnvloeden. Uitlogende materialen zoals zink, lood en dakmastiek behoren tot deze categorie. Ten gevolge van het plan neemt het aantal woningen met 4 toe (6 nieuwe appartementen en 2 te slopen grondgebonden woningen). Deze toename vormt geen belemmering voor de capaciteit van het rioleringsstelsel. Waterkwantiteit Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 29

7 december 2021

Bij een toename van verhard oppervlak zoals daken en verharding, zal meer regenwater worden afgevoerd in plaats van infiltreren. In dergelijke gevallen dient er compensatie plaats te vinden. In voorliggend geval is er geen sprake van een toename van verhard oppervlak. Immers is de uitbreidingslocatie reeds bebouwd met 2 woningen en ingericht met verharding. Aanleghoogte van de bebouwing Om wateroverlast en schade in bebouwing te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Dit kan in voorliggend geval wat lastiger. Advies waterschap Op 2 maart 2021 heeft het waterschap het volgende advies toegestuurd: De ruimtelijk relevante wateraspecten voor het plan Carstensdijk 164 te Elim zijn voldoende belicht en beschreven. We hebben geconcludeerd dat met de uitbreiding van de bestaande bebouwing het relatief eenvoudig is om ook de bestaande bebouwing voor te bereiden op gescheiden riolering. M.a.w. het hemelwater van de daken en de terreinverharding scheiden van het vuilwaterriool en koppelen op de perceelsgrens. Waterschap Vechtstromen heeft geen bezwaar tegen dit plan.

5.4

Natuur en Ecologie

5.4.1

Normstelling

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet vervangen. De bescherming van Natura 2000 gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen (houtopstanden) wordt nu via deze wet geregeld. De provincie is per 1 januari 2017 het bevoegde gezag voor soortenbescherming en houtopstanden. Deze bevoegdheden lagen voorheen bij het Rijk. Daarnaast is de provincie bevoegd gezag gebleven voor Natura 2000 bescherming en faunabeheer. De provincie is verantwoordelijk voor het afgeven van vergunningen en ontheffingen voor al deze gebieden. Hierop geldt alleen een uitzondering als het rijksaangelegenheden betreft. Provinciale Staten hebben op 20 november 2020 de beleidsregels Wet Natuurbescherming Drenthe gewijzigd vastgesteld voor gebiedsbescherming, soorten- en faunabescherming en houtopstanden. In dit document zijn alle bestaande beleidsregels, die gebaseerd zijn op regelgeving die in de Wet Natuurbescherming samen komen, in één document samengevoegd. Daarnaast zijn voor de nieuwe taken enkele nieuwe bepalingen opgenomen.

5.4.2

Onderzoek en conclusie

Quickscan natuurwaarden Natuurbank Overijssel heeft in voorliggend geval een quickscan natuurwaarden uitgevoerd. Hierna zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 2 bij deze toelichting. Het plangebied ligt buiten Natuurnetwerk Nederland en buiten Natura 2000. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden de kernkwaliteiten van het Natuurnetwerk Nederland niet aangetast. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen plangebied en Natura 2000-gebied, kan een direct negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000 uitgesloten worden. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde dieren. Beschermde dieren benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 30

7 december 2021

maar mogelijk bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- en voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats, nestelen er vogels en bezetten vleermuizen er een vaste rust- en voortplantingsplaats. Er nestelen vermoedelijk vogels in het plangebied waarvan alleen het bezette nest beschermd is, niet het oude nest of de nestplaats, maar mogelijk nestelen er huismussen onder de dakpannen van de woningen. Nesten van huismussen zijn jaarrond beschermd. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden, de nestplaats van de huismus mag alleen met een ontheffing negatief beïnvloed worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Geadviseerd wordt de beplanting te verwijderen buiten de voortplantingsperiode. Om de functie van de bebouwing voor huismussen vast te kunnen stellen dient nader onderzoek uitgevoerd te worden. De aanwezigheid van een verblijfplaats van vleermuizen in de te slopen bebouwing kan niet uitgesloten worden op basis van het uitgevoerde onderzoek. Vleermuizen en hun vaste rust- en voortplantingsplaatsen zijn beschermd en mogen alleen met een ontheffing negatief beïnvloed worden.

Om de functie van de bebouwing voor vleermuizen vast te kunnen stellen dient aanvullend onderzoek conform het vleermuisprotocol uitgevoerd te worden. Dit onderzoek dient uitgevoerd te worden in de periode half mei-half september (half oktober). Voor de amfibieën en beschermde grondgebonden zoogdieren, die vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen 'doden' en het 'beschadigen en vernielen van vaste rust- en/of voortplantingsplaats'. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor de in het plangebied foeragerende grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën en vogels af, maar deze aantasting leidt niet tot wettelijke consequenties. Nader onderzoek vleermuizen en huismus Natuurbank Overijssel heeft in voorliggend geval nader onderzoek uitgevoerd naar de huismus en vleermuizen. Hierna zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 3 bij deze toelichting. Uit het onderzoek is gebleken dat vleermuizen geen verblijfplaats bezetten in het onderzoekgebied en dat huismussen er geen nestplaats bezetten.

Als gevolg van het slopen van de bebouwing, wordt geen verblijfplaats van een vleermuis en geen nestplaats van huismussen negatief beïnvloed. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden. Stikstofonderzoek BJZ.nu heeft in voorliggend project een stikstofonderzoek uitgevoerd. Hierna zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 4 bij deze toelichting. Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.

Elim, deelplan Carstensdijk 164 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8018005-ON01 31

7 december 2021

5.5

Geluid

5.5.1

Normstelling

De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten: woningen; andere geluidsgevoelige gebouwen; geluidsgevoelige terreinen.

Deze bescherming geldt als het gebruik van deze objecten is toegestaan volgens het bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening. Op tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan met een periode van maximaal 10 jaar is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Onder "woning" wordt verstaan (artikel 1 Wet geluidhinder): gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van de geldende planologische status (bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening). De Wet geluidhinder kent het begrip bedrijfswoning niet. Een bedrijfswoning is gewoon een woning, waarvoor het mogelijk is een hogere waarde (als nodig) te verlenen. Dit geldt natuurlijk alleen voor bedrijfswoningen die zijn gelegen in een geluidzone. Hotels, recreatiewoningen en kantoren zijn niet geluidgevoelig in het kader van de Wet geluidhinder. In het Activiteitenbesluit zijn voorschriften opgenomen die bescherming bieden tegen geluidhinder van inrichtingen die onder het Besluit vallen. Deze bescherming wordt geboden aan gevoelige objecten (gevoelige gebouwen en gevoelige terreinen (artikel 1.1)).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11561944/1