Toelichting en regels BP Krommewijk 16.pdf
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN
Buitengebied Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord
ontwerp
4 januari 2022
Bestemmingsplan BG Zuid Hoogeveen, Deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord Gemeente Hoogeveen Status: Ontwerp Datum: 4 Januari 2022 IMRO-Idn: NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01
BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01, BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord
_____________________________________________________________________________________ Status voorontwerp ontwerp vastgesteld onherroepelijk
datum besluit B&W / Raad 18 nov 2021 4 jan 2022
publicatiedatum
inzagetermijn
12 jan 2022
13 jan 2022 t/m 23 feb 2022
_____________________________________________________________________________________
Vaststellingsbesluit
...........................................................................
Raad van State (onherroepelijk)
...........................................................................
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
Aanleiding Opbouw toelichting
7 7
Huidige situatie
9
Plangebied Vigerend recht Ruimtelijke en landschappelijkestructuur plangebied
9 10 11
Hoofdstuk 3
Beleidskader
15
3.1 3.2 3.3 3.4
Europees beleid Rijksbeleid Provinciaalbeleid Gemeentelijk beleid
15 15 17 19
1.1 1.2
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3
Hoofdstuk 4 Gewenste ontwikkeling en uitgangspunten 4.1
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3
Hoofdstuk 7 7.1 7.2
21
Ruimtelijke en functionele structuur
21
Omgevingsaspecten
23
Bodem Archeologie en Cultuurhistorie Water Natuur en Ecologie Geluid Milieuzonering bedrijven Geur Milieueffectrapportage (MER) Luchtkwaliteit Externe veiligheid Verkeer en parkeren
23 23 25 27 29 31 32 32 33 35 37
Planbeschrijving
39
Juridisch systeem Regels Verklaring van de bestemmingen
39 39 39
Uitvoerbaarheid
41
Maatschappelijkeuitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
41 41
Bijlagen toelichting
43
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
44 108 148 155
Bodem- en asbestonderzoek Archeologisch onderzoek Uitgangspuntennotitiewaterschap Quick scan natuur
BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 2
4 januari 2022
Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
Onderzoek stikstofdepositie Vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie Onderzoek externe veiligheid
Regels
185 209 224 241
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Artikel 1 Artikel 2
Hoofdstuk 2
Begrippen Wijze van meten
242 247
Bestemmingsregels
248
Agrarisch Leiding - Gas
248 253
Algemene regels
255
Artikel 3 Artikel 4
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Hoofdstuk 4
242
Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
255 256 257 258 261
Overgangs- en slotregels
262
Artikel 10 Artikel 11
Overgangsrecht Slotregel
262 264
Bijlagen regels
265
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
267 269 272
Inrichtingsplan Staat van bedrijfsactiviteiten Parkeernota Hoogeveen
BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 3
4 januari 2022
BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 4
4 januari 2022
Toelichting
BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 5
4 januari 2022
BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 6
4 januari 2022
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Krommewijk 16 In het buitengebied van het dorp Nieuweroord bevindt zich in de huidige situatie een zorgboerderij en schapenhouderij. Het voornemen bestaat om ter plaatse de bedrijfswoning ter verplaatsen en vier zorgappartementen en een stal toe te voegen. Deze ontwikkeling is niet mogelijk binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling alsnog mogelijk te kunnen maken is het noodzakelijk om een nieuw bestemmingsplan op te stellen. Voorliggend document voorziet hierin.
1.2
Opbouw toelichting
Achtereenvolgens komen na deze inleiding (hoofdstuk 1) de volgende onderwerpen aan bod: hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande situatie en benoemt de huidige planologische regels; hoofdstuk 3 bevat het beleidskader met relevant rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid; hoofdstuk 4 geeft de gewenste ontwikkeling en de uitgangspunten van het plan weer; hoofdstuk 5 gaat in op de randvoorwaarden en belemmeringen vanuit omgevings- en milieu aspecten, zoals bodem, geluid, luchtkwaliteit, water, etc.; hoofdstuk 6 gaat in op de planologische regels en de daarbij behorende verbeelding; hoofdstuk 7 gaat in op de maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 7
4 januari 2022
BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 8
4 januari 2022
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie
Plangebied
Ten zuidoosten van het kanaaldorp Nieuweroord ligt de planlocatie aan de Krommewijk 16. Het erf ligt in een rationeel verkaveld veenontginningenlandschap te midden van verspreid liggende erven. Richting het westen wordt het landschap meer open van karakter en richting het oosten wordt het landschap meer gesloten van karakter door de toename van verspreid liggende bospercelen. De weilanden zijn overwegend in gebruik als weidegronden. Doorgaande wegen in het omliggende landschap worden regelmatig begeleid door laanbeplanting. Navolgende afbeeldingen tonen de globale ligging en begrenzing van het plangebied. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding van dit bestemmingsplan.
Globale ligging plangebied (rood) in relatie tot haar omgeving (Bron: PDOK Viewer).
BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 9
4 januari 2022
Het plangebied bij benadering rood omlijnt (Bron: PDOK Viewer).
2.2
Vigerend recht
Het plangebied maakt deel uit van de beheersverordening 'Buitengebied Zuid Hoogeveen 2018', vastgesteld op 27 februari 2020. Op grond van de verordening heeft het plangebied de enkelbestemming 'Agrarisch II', de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3', 'Waarde Archeologie 4' en 'Leiding - Gas 1', alsmede de aanduidingen 'landschapsbouw', 'hobbystallen en schuilstallen', 'grondgebonden agrarisch bedrijf' en 'vrijwaringszone - buisleidingenstraat'.
Uitsnede uit de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Zuid Hoogeveen 2018' met daarop het plangebied globaal rood omlijnd (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl).
Agrarisch II De voor 'Agrarisch II' aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud en herstel van de BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 10
4 januari 2022
landschappelijke en natuurlijke waarden en voor de volgende sociaaleconomische doeleinden: uitoefening van het agrarisch bedrijf; bosbouw; dagrecreatie; verkeer, uitsluitend voor zover het de bestaande wegen betreft; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; ontsluitingsvoorzieningen ten behoeve van aanduidingen en bouwvlakken.
Waarde - Archeologie De voor 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het herstel en het behoud van de archeologische waarden. Met deze dubbelbestemmingen is onder andere geregeld dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen met een oppervlakte die meer bedraagt dan respectievelijk 1.000 m2 en 2.000 m2 , waarvan bodemingrepen dieper reiken dan 30 centimeter onder het maaiveld.
Leiding - Gas 1 De voor 'Leiding - Gas 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een hoofdgastransportleiding met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In afwijking van het bepaalde in de andere op de verbeelding aangewezen bestemming(en), mogen op of in deze gronden geen bouwwerken worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze dubbelbestemming.
Hiernaast gelden een drietal thematische bestemmingsplannen, namelijk voor 'externe veiligheid en milieucontouren', 'recreatie en toerisme' en 'aan- en bijgebouwen'.
Het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Zuid Hoogeveen 2018' staat de voorgenomen ontwikkeling niet toe. De toevoeging van de vier zorgappartementen is namelijk niet toegestaan binnen de agrarische bestemming. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk om de ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggend document voorziet in de toelichting van deze benodigde bestemmingsplanherziening.
2.3
Ruimtelijke en landschappelijke structuur plangebied
Historische ontwikkeling Het plangebied ligt in het grootschalige ontginningenlandschap ten oosten van Hoogeveen. Vanuit Hoogeveen en de lintdorpen die rond de kanalen ontstonden werd het gebied ontwaterd en ontgonnen in rechte kavels (wijken). Rond 1900 was het gebied reeds in ontginning gebracht. De nieuwe gronden waren echter zo voedselarm dat deze merendeels niet als landbouwareaal konden worden benut en dus werden deze grootschalig ingericht met productiebossen. Omstreeks 1950 komt hier verandering in en worden steeds meer bossen na de oogst van het hout niet meer herplant maar in gebruik genomen als akker en weidegrond. Ten tijde van 1950 was er nog geen erf aanwezig op het plangebied. Midden op het plangebied lag een landweg die het terrein in oostelijke richting ontsloot. Het plangebied was opgedeeld in akkerland ten zuiden van de landweg en productiebos noordelijk van de landweg. Tegenwoordig is de oude landweg richting het oosten verdwenen. De weg bestaat nog als inrit van het terrein en op het erf zijn de bebouwing aan weerszijde van deze oude weg gevestigd. Ook het productiebos is er niet meer, hoewel er door middel van de groensingel nog wel een dergelijk BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 11
4 januari 2022
karakter bestaat. Het land is anno 2020 voornamelijk in gebruik als weidegrond.
Historische kaart 1900-1950-2000 met daarop globaal het plangebied omcirkeld (Bron: Ontwerpbureau Luijendijk)
Huidige Situatie BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 12
4 januari 2022
Het plangebied bevindt zich aan de Krommewijk 16 in het buitengebied van Nieuweroord. Het plangebied heeft een klassieke erfindeling met een woonhuis/zorgboerderij aan de straatzijde en de schuren verder naar achter gelegen. De woonruimte en schuren bevinden zich in één bouwvolume. Hiernaast herbergt het erf een voormalige campingweide, schapenweide en een schapenstal gebouwd met een enkele kapconstructie. Het plangebied kent een groen karakter. De voormalige campingweide is aan drie kanten omzoomd door een singel met inheems struweel en langs de woning staan enkele bomen. Navolgende afbeelding toont een impressie van de huidige situatie ter plaatse van het plangebied.
Bovenaanzicht huidige indeling plangebied (Bron: Ontwerpbureau Luijendijk).
BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 13
4 januari 2022
Zicht vanuit zuidwesten op woonhuis en schuren huidige situatie (bron: Ontwerpbureau Luijendijk)
BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 14
4 januari 2022
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Europees beleid
3.1.1
Verdrag van Malta
In 1992 werd het Europese Verdrag van Valletta (Malta) ondertekend door een groot aantal EU-landen, waaronder Nederland, met als doel om het (Europese) archeologische erfgoed veilig te stellen. De ondertekenaars hebben zich verplicht, archeologische belangen tijdig te betrekken bij de ruimtelijke planvorming voor woningbouw, landinrichting, wegenaanleg en dergelijke. Het beleid is gericht op het behoud van de archeologische waarden in de bodem en de planologische bescherming van waardevolle archeologische vindplaatsen. De uitgangspunten van het verdrag zijn op nationaal niveau uitgewerkt in de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, 2007). Voor archeologische waarden geldt per 1 september 2007 op basis van de gewijzigde Monumentenwet 1988 de wettelijke verplichting om bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten monumenten. De gronden vallende binnen de herziening van het bestemmingsplan 'Buitengebied Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord' en zijn getoetst aan de archeologische wet- en regelgeving. De doorwerking daarvan zijn terug te lezen in paragraaf 5.2 van dit bestemmingsplan.
3.1.2
Wet natuurbescherming
De laatste tijd ondervindt de ruimtelijke ordening steeds meer invloed van het Europese beleid. In het bijzonder geldt dit voor de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Bij herzieningen van bestemmingsplannen wordt aandacht gevraagd voor het veiligstellen van de beschermde flora en fauna. Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet vervangen. De bescherming van Natura 2000 gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen (houtopstanden) wordt nu via deze wet geregeld. De provincie is per 1 januari 2017 het bevoegde gezag voor soortenbescherming en houtopstanden. Deze bevoegdheden lagen voorheen bij het Rijk. De gronden vallende binnen dit plan zijn aan deze wet getoetst. De doorwerking daarvan is opgenomen in paragraaf 5.4 van dit bestemmingsplan.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
De Nationale Omgevingsvisie
De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 15
4 januari 2022
opgaven; 1.
2. 3.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden i s scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. Afwentelen wordt voorkomen: het i s van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties
Het voorgenomen plan voorziet in een toekomstbestendige ontwikkeling in het landelijke gebied omdat het zorgt voor een diversificatie van activiteiten die passen bij een nieuwe invulling van het landelijke gebied. Daarnaast voorziet het plan in de combinatie van functies, namelijk zorg- en landbouw, en wordt in de ontwikkeling specifiek rekening gehouden met identiteit van het gebied door middel van het opstellen van een landschappelijk inpassingsplan waarin de context en historie centraal staan. Het plan is niet in strijd met het bepaalde in de NOVI.
3.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Natuurnetwerk Nederland (NNN), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij het NNN en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van het NNN is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in juridisch-planologische procedures te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. In het Barro zijn geen specifieke regels opgenomen voor het onderhavig plangebied.
3.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Daarin is in artikel 3.1.6 een lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen (inclusief detailhandel) in bestemmingsplannen. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. In het gewijzigde Bro, van kracht sinds 1 juli 2017, is artikel 3.1.6, lid 2 gewijzigd in: "De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied". Nieuwe stedelijke ontwikkeling De eerste vraag die beantwoord moet worden is of de ontwikkeling waarvoor dit bestemmingsplan opgesteld is aan te merken is als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 16
4 januari 2022
volgens het besluit 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Uit jurisprudentie blijkt dat een woningbouwplan die voorziet in de realisatie van maximaal 11 woningen niet hoeft te worden aangemerkt als woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Onderhavig plan voorziet in de toevoeging van één bedrijfswoning en vier zorgappartementen. Per saldo zal het aantal (zorg)wooneenheden dus met vijf toenemen, waarmee voor het (zorg)woningbouwprogramma geen nadere beschouwing nodig is. Voorliggend plan voorziet eveneens in de toevoeging van een tweede stal. Deze schapenstal kent eenzelfde oppervlakte en verschijningsvom als de bestaande stal. De toevoeging vindt plaats op het bestaande erf en vinden plaats binnen het bouwvlak. Daarnaast neemt het aantal te houden dieren niet toe en is de toe te voegen bebouwing niet zichtbaar vanaf de straatzijde. Dit tezamen maakt dat een nadere beschouwing in de vorm van een laddertoets niet noodzakelijk wordt geacht.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie en -verordening Drenthe 2018
Provinciale Staten hebben op 3 oktober 2018 de revisies van de Omgevingsvisie- en Omgevingsverordening Drenthe 2018 vastgesteld die vervolgens op 1 november 2018 in werking zijn getreden. De Provinciale Omgevingsverordening Drenthe (POV) is een belangrijk instrument om het omgevingsbeleid, zoals dat is opgenomen in de Omgevingsvisie Drenthe, uit te voeren. De regels in de verordening vormen het sluitstuk op de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is voor Drenthe een centraal visiedocument. Deze Omgevingsvisie is het strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De ambitie ziet toe op het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe passend bij deze kernkwaliteiten. Deze ambitie vormt het hart van ons beleid waarmee wordt ingezet op 'ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit', mede vanuit de wetenschap dat landschapskwaliteit een belangrijke vestigingsfactor is. In de omgevingsvisie worden zes verschillende kernkwaliteiten benoemd die de Drentse ruimtelijke identiteit inhoud geven. Het gaat om landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Ten behoeve van voorliggende ontwikkeling zijn de digitale kaart van de omgevingsvisie en -verordening geraadpleegd.
Hieruit volgt dat het plangebied is aangeduid als: Multifunctioneel gebied In tegenstelling tot de robuuste systemen is in multifunctionele gebieden geen sprake van een hoofdfunctie die leidend is in de ordening. In deze gebieden zijn meerdere functies van belang. Naast water, landbouw en natuur gaat het in de meeste gevallen om recreatie. In de multifunctionele gebieden is geen duidelijke samenhang tussen de genoemde functies en de aanwezige kernkwaliteiten. Het behouden en ontwikkelen van functies en kernkwaliteiten gebeurt hier gebiedsgericht en waar nodig met maatwerk. Uitgangspunt hierbij is dat de van oudsher bestaande en/of dominante functie zo min mogelijk negatieve gevolgen mag ondervinden van de ontwikkeling van nieuwe of andere functies. Voorliggend plan voorziet in een multifunctionele ontwikkeling waarbij zowel agrarische als zorgactiviteiten gecombineerd worden. Dit is passend bij de karakteristieken van het multifunctionele gebied. Landschap van de veenkoloniën Het meest voorkomende landschapstype in de provincie is het hoogveenontginningslandschap. Dit landschapstype beslaat in totaal ongeveer een kwart van het gehele grondgebied van de provincie. BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 17
4 januari 2022
Tot dit landschapstype behoren behalve de Drents-Groningse Veenkoloniën ook het Odoornerveen, Hoogeveen-Hollandscheveld, Smilde en enkele kleinere gebieden bij Dalen en Roden. De meeste veenontginningen in Drenthe zijn onderling verbonden doorkanalenstelsels. Kenmerkend voor deze hoogveengebieden is de strakke orthogonale verkaveling, de bebouwingslinten langs kanalen en monden en de grote, weidse ruimtes met wijken. Elke ontginning heeft bovendien zijn eigen specifieke kenmerken, waaraan de tijd en de manier van ontginning is af te lezen. Zo heeft het gebied rond Hollandscheveld een kleinschalig, besloten karakter met veel verspreid voorkomende bebouwing en bosstroken. Het provinciaal beleid is gericht op het behouden en versterken van de samenhang en de openheid met de wijken en de rechtlijnige landschapsstructuur. In voorliggend plan wordt goed rekening gehouden met de oude verkavelingsstructuur. Zo wordt de verkaveling niet gewijzigd en worden een oude zichtlijn teruggebracht. Deelgebied: Hollandscheveld en Hoogeveen De structuur van dit gebied heeft geen duidelijke drager. Dit komt door de relatief complexe en kleinschalige aanpak van de oudere veenontginningen, vanaf de 17de eeuw. De (verlengde) Hoogeveensche Vaart vormt de basis en verbindende schakel in de veenontginningen.
De structuur hiervan is nog steeds herkenbaar aan de “opgaanden”, die als ontginningsas dienden, en aan de verschillende kavelrichtingen van de -vele- ontginningsblokken, die aan de achtergrenzen bij elkaar komen. Hoogeveen heeft zich ontwikkeld als stedelijke kern vanuit het kruispunt van twee belangrijke vaarten: de (verlengde)Hoogeveense Vaart en de inmiddels gedempte Zuidwoldiger Opgaande. Structuren van provinciaal belang: Ontginningsassen a l s lijnen georiënteerd op en verbonden met de (Verlengde) Hoogeveensche Vaart; Centraal groot 'blok' met daaromheen uitwaaierend (latere) blokken, onderling herkenbaar door de assen en de verschillende kavelrichtingen die 'botsen' bij de achtergrenzen; Bossen bij Hollandscheveld die de smalle kavelstructuur en –richting volgen, met rafelige begrenzingen.
In het inpassingsplan van voorliggend plan is rekening gehouden met bestaande structuren in het landschap. Deze structuren worden met het plan behouden en versterkt door oude zichtlijnen terug te brengen. Kernkwaliteit Aardkundige waarden Het plangebied is voor de kernkwaliteit Aardkundige waarden aangeduid met het beschermingsniveau Generiek. In deze gebieden wil de provincie de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren. De provincie verwacht van gemeenten dat zij in deze gebieden nagaan welke kenmerkende aardkundige waarden aanwezig zijn en dat zij hieraan bescherming geven via het gemeentelijk bestemmingsplan en plannen en initiatieven daarop beoordelen. Bij ontwikkelingen kunnen aardkundige kwaliteiten als inspiratiebron worden gebruikt. De gronden welke worden gebruikt voor ontwikkeling zijn in het verleden in gebruik geweest als agrarische grond. Gedurende het gebruik van deze grond is deze naar verwachting meermaals geroerd. Bij de ontginning van veen op deze locatie geldt dit ook. Er is zodoende geen sprake van aantasting van deze kernkwaliteit door toedoen van dit plan. Bovengenoemde kenmerken maakt dat voorliggend initiatief past binnen de doelstellingen van de provinciale omgevingsvisie en -verordening.
BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 18
4 januari 2022
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie Hoogeveen 2.0
De structuurvisie 2.0 is een oplegnotitie welke is vastgesteld als aanvulling op de al bestaande structuurvisie 'Hoogeveen ruim gezien 2015-2030' welke in 2004 is vastgesteld. Nieuwe ontwikkelingen en trends hebben het nodig gemaakt om de vastgestelde beleidskaders onder de loep te nemen. Desalniettemin blijft de kern van de originele visie overeind staan, namelijk: duurzame kwaliteit. De structuurvisie is leidend voor het hele grondgebied van de gemeente. Uit de visie blijkt dat de gemeente in brede zin ontwikkelingen in het landelijk gebied stimuleert mits stedenbouwkundig en landschappelijk goed ingepast. De missie is om meer mensen naar Hoogeveen te trekken en meer bekendheid te genereren. Tevens stelt de gemeente dat de aandacht voor cultuurhistorie toeneemt. Cultuurhistorie wordt dan ook steeds meer ingezet bij ruimtelijke, economische en toeristisch-recreatieve ontwikkelingen. Voorliggend plan wordt landschappelijk ingepast. Met de ontwikkeling is rekening gehouden met de kenmerken en identiteit van het landschap. Het plan past hiermee binnen de structuurvisie.
3.4.2
Toekomstvisie Hoogeveen
In april 2018 is de Toekomstvisie Hoogeveen vastgesteld door de gemeenteraad. Deze toekomstvisie met bijbehorende stukken is bedoeld als omgevingsvisie in het kader van de Omgevingswet. De structuurvisie (vastgesteld in 2004 en geactualiseerd in 2012) is nog steeds een inspirerende, ambitieuze, integrale ruimtelijke visie die volledig van kracht blijft. In de toekomstvisie Hoogeveen wordt ingegaan op ambities op het gebeid van wonen, voorzieningen, bedrijvigheid en bereikbaarheid, landschap en de opgave voor de fysieke leefomgeving. Met betrekking tot wonen wenst Hoogeveen een goede woongemeente te zijn waar iedereen een thuis vindt. Waarbij betaalbaar wonen voor iedereen mogelijk moet zijn. De focus wordt gelegd op het wonen in de kern Hoogeveen en de realisatie van aansprekende stedelijke woonmilieus, passend bij de vraag en met behoud van groene open ruimtes. Om aan deze toenemende vraag in de kern te voldoen wordt ook gekeken naar uitbreidingslocaties. In de dorpen ligt het accent op het uitvoeren van de huidige bouwplannen en bieden we ruimte voor specifieke woonwensen. Verder wenst Hoogeveen manieren te vinden om alle woningen sneller te verduurzamen en de bestaande buurten en dorpen aantrekkelijk te houden. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de trends en ontwikkelingen welke worden genoemd in de toekomstvisie.
Er wordt aangegeven dat de vraag naar zorg in de gemeente toeneemt. Daarnaast staat in de toekomstvisie dat het landelijk gebied steeds meer een multifunctionele leef- en werkomgeving wordt. Inwoners en bedrijven in en om de dorpen, nemen zelf steeds meer initiatief tot oplossingen voor lokale problemen, samen met maatschappelijke partijen en de gemeente. De uitbreiding van de zorgboerderij past binnen deze ontwikkeling en zorgt voor meer bedrijvigheid in het landelijke gebied.
BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 19
4 januari 2022
3.4.3
Woonvisie 2017-2020
Met deze visie zet de gemeente de koers uit op het gebied van wonen voor de komende jaren. De visie bevat concrete ambities en acties voor de korte termijn. Deze ambities voor de komende vijf jaar is wel geplaatst in de ontwikkelingen en trends voor een langere termijn. Deze woonvisie vervangt het beleidskader dat werd vastgesteld in 2011. De richting ingezet in 2011 wordt doorgezet voor de periode richting 2025. Voor de periode 2016-2025 wordt rekening gehouden met een woningbehoefte van netto 1.100 woningen. Dit is gebaseerd op een tussenscenario: De ambitie en de verwachting i s dat de binnenlandse vraag aantrekt tot een niveau dat weliswaar niet zo hoog i s a l s voor de woningmarktcrisis, maar dat wel hoger ligt dan de laatste jaren: 950 woningen; De verwachting dat het aantal blijvende statushouders terugvalt naar het langjarig gemiddelde: 165 benodigde woningen.
Om daadwerkelijk ruim 1.100 woningen te kunnen realiseren, moeten we enige overmaat aanhouden in onze woningbouwprogrammering. Niet alle plannen zijn even gemakkelijk ontwikkelbaar en niet alle locaties lenen zich voor elke type woningen. Gemiddeld komt 30% van de locaties later of helemaal niet tot ontwikkeling. We hebben daarom concrete bouwruimte nodig voor ca. 1.600 woningen in tien jaar. Zo bouwen we flexibiliteit en keuzevrijheid in om, ongeacht veranderingen of obstakels, toch in de behoefte te voorzien. Daarmee voorkomen we onnodige uitstroom van huishoudens uit Hoogeveen. In de visie staat het volgende motto centraal: “Waar iedereen zijn thuis vindt”. Dat geldt voor iedereen, ongeacht zijn of haar leeftijd, inkomen, gezinssamenstelling, gezondheid of afkomst. Om die visie te verwezenlijken zijn vier hoofdambities benoemd. 1. 2. 3. 4.
behoud van kwaliteit en gewildheid; toevoegen wat gevraagd wordt; voor iedereen betaalbaar; ouderdom of zorg: ook dan goed wonen.
Hoogeveen verwelkomt particulier initiatief voor zorgwonen. Op het platteland en de dorpen is het moeilijk om garanties te geven voor (snelle) zorg aan huis. Als reactie daarop organiseren sommige inwoners hun zorg zelf, kleinschalige particuliere wooninitiatieven te ontwikkelen en gezamenlijk zorg in te kopen. De gemeente verwelkomt en begeleidt deze initiatiefnemers. Particulieren en corporaties worden uitgenodigd om bijzondere initiatieven te ontwikkelen. Aanvullend op het verruimen van regels, verwachten we obstakels te moeten wegnemen voor particulieren, ontwikkelaars en corporaties die anders willen bouwen dan gebruikelijk. Dat bestaat uit het verruimen van mogelijkheden, maar ook het daadwerkelijk uitnodigen om er gebruik van te maken, en te communiceren daarover (website, bijeenkomsten). Het past bij de rol van een moderne overheid om initiatiefnemers te begeleiden. Initiatiefnemers van bijzondere plannen met bijzondere toegevoegde waarde, kunnen rekenen op een vast aanspreekpunt. Voorliggend plan voorziet in de uitbreiding van een zorgboerderij. Dit is een bijzonder zorginitiatief dat bijdraagt aan de hierboven gestelde ambities van de gemeente.
3.4.4
Conclusie
Het rijksbeleid werkt indirect door via het provinciaal beleid. Voor dit bestemmingsplan kan geconcludeerd worden dat het plan niet in strijd is met het geldende provinciale- en gemeentelijke beleid.
BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 20
4 januari 2022
Hoofdstuk 4 4.1
Gewenste ontwikkeling en uitgangspunten
Ruimtelijke en functionele structuur
Het voornemen bestaat om op de planlocatie de bedrijfswoning ter verplaatsen en vier zorgappartementen en een nieuwe schapenstal toe te voegen. Er wordt vanuit gegaan dat de nieuwe zorgappartementen zorg aanbieden in de vorm van 24-uurs verblijf (begeleid wonen) voor jongeren met een gedragshandicap. De locatie ligt in het rationele veenontginningslandschap. Rechthoekige percelen, rechthoekige groenstructuren en lange zichtlijnen zijn hierin karakteristiek. Met deze bouwstenen wordt de ontwikkeling ingepast. Ook is er rekening gehouden met de klassieke indeling van het erfensemble in het veenontginningslandschap en wordt er ingezet om met deze ontwikkeling 'verrommeling' in het landschap tegen te gaan.
Ontwikkeling Voorliggend plan bestaat in hoofdzaak uit drie ontwikkelingen. Navolgend worden deze beschreven: 1.
2.
3.
zorgappartementen: De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de toevoeging van vier zorgappartementen binnen het plangebied. Deze appartementen zijn beoogd ter hoogte van de bestaande schuur aansluitend aan het woonhuis aan de Krommewijk 16. De bestaande schuur zal worden gesloopt en hier komt een nieuwbouwschuur voor in de plaats. Deze nieuwbouw zal qua verschijningsvorm, massa en afmetingen vergelijkbaar zijn in vergelijking met de huidige bebouwing; vrijstaande bedrijfswoning: ter hoogte van de voormalige campingweide wordt voorzien in een nieuwbouw vrijstaande bedrijfswoning. Deze woning wordt voorzien van een kap en een separate ontsluiting aan de Verlengde Hoogeveense Vaart. Ten slotte krijgt de bedrijfswoning een vrijstaand bijgebouw op het voorerf; toevoeging schapenstal: ten slotte voorziet voorliggend plan in de toevoeging van een tweede schapenstal. Deze stal i s beoogd direct ten oosten van de huidige stal en i s qua afmetingen en verschijningsvorm identiek.
Landschappelijke inpassing De nieuwe bedrijfswoning wordt aan de voorzijde van het erf gerealiseerd (voormalige campingweide). De impact op het landschap van deze ontwikkeling is gering doordat deze plaatsvindt in een bestaand groen raamwerk van houtsingels. Dit raamwerk wordt aan de zuidzijde aangevuld. Ten zuiden van de vernieuwde schuur wordt het zicht op de vernieuwde bebouwing gefilterd met de aanplant van een hoogstam boomgaard. Het achtererf (oostzijde) wordt besloten door houtsingels van ten minste vijf meter breed zodat zich een robuuste vegetatie van inheems struweel kan ontwikkelen. De nieuwe houtsingel wordt onderbroken centraal achter op het erf, om toegang te verschaffen tot de achterliggende schapenweiden, maar ook om de zichtlijn vanaf de Krommewijk te versterken en de diepte van het landschap zichtbaar te houden. Langs de noordzijde worden de schapenstallen ingepast met een combinatie van meidoornhagen en een bomenrij met berken en landhekken.
BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 21
4 januari 2022
Toekomstige indeling plangebied (bron:Ontwerpbureau Luijendijk )
BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 22
4 januari 2022
Hoofdstuk 5 5.1
Bodem
5.1.1
Normstelling
Omgevingsaspecten
Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik.
5.1.2
Onderzoek en conclusie
Ten behoeve van voorliggende ontwikkeling is door De Klinker een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 1) ter plaatse van het plangebied. Uit de resultaten kan het volgende geconcludeerd worden: in de grond van het gehele terrein zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen; het grondwater i s sterk verontreinigd met zink, matig verontreinigd met barium en licht verontreinigd met kobalt, cadmium, nikkel en naftaleen; de grond onder de druppelzone i s niet asbesthoudend;
Gezien de veldmetingen tijdens de monstername van de peilbuizen én omdat er geen zintuiglijke afwijkingen zijn aangetroffen, wordt ervan uitgegaan dat de verhoogd aangetroffen concentraties zink en barium een natuurlijk verhoogde gehalte betreffen en dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Het terrein is op basis van de milieuhygiënische kwaliteit geschikt voor het voorgenomen gebruik. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
5.2
Archeologie en Cultuurhistorie
5.2.1
Normstelling
Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2019 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn archeologische monumenten kaarten en gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaarten opgesteld. De Archeologische Monumenten Kaart (AMK) bevat een overzicht van belangrijke archeologische BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 23
4 januari 2022
terreinen in Nederland. In het plangebied zijn geen archeologische monumenten aanwezig waarmee rekening gehouden dient te worden.
5.2.2
Onderzoek en conclusie
Archeologie Hamaland Advies heeft een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd (zie bijlage 2) in het plangebied Krommewijk 16 te Nieuwenoord. Op basis van het onderzoek wordt het volgende geconcludeerd:
Bureauonderzoek Het bureauonderzoek toont aan dat het plangebied is gelegen op een plateau-achtige grondmorenerug met veldpodzolgronden. Er kunnen door de geplande bodemingrepen archeologisch waardevolle lagen uit alle perioden van het Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd worden aangetast. De waardevolle lagen bevinden zich direct onder de bouwvoor op een diepte vanaf 0,35 m-mv. Tevens wordt aangenomen dat de bodem deels tot een diepte van 0,30-0,80 m-mv is verstoord door eerdere bodemingrepen. De nieuwe ontwikkeling geeft een bodemverstoring van 0,50-0,80 m-mv verspreid over het plangebied. Veldonderzoek Het veldonderzoek toont aan dat in alle boringen sprake is van verstoorde bodems. Er zijn geen (intacte) veldpodzolen waargenomen. Onder de subrecente bouwvoor is sprake van ofwel een menglaag waarbij de A-horizont en de C-horizont door ontginning of diepploegen vermengd zijn met elkaar (boring 1, 2 en 5) of de oorspronkelijke B-horizont door ploegen of graven vermengd is met de bouwvoor (boring 3 en 4). Kenmerkend hiervoor zijn brokken roodbruin iets verkit zand die zich in de bruine humeuze bouwvoor bevinden. Alle afzonderlijke horizonten gaan scherp in elkaar over. De natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzand van de Formatie van Boxtel. De top van het dekzand is aangetroffen op dieptes variërend van 40 cm-mv in boring 1 tot 95 cm-mv in boring 4.
Conclusie Vanwege de aangetroffen bodemverstoring tot in de top van de C-horizont kan de middelhoge tot hoge archeologische verwachting voor resten uit het Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd (inclusief Tweede Wereldoorlog) bijgesteld worden naar laag voor alle perioden. Op basis van het onderzoek wordt geacht dat het plangebied kan worden vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkeling. De kans dat met bodemingrepen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen verloren gaan is nihil.
Cultuurhistorie De projectlocatie ligt in het rationele veenontginningslandschap. Rechthoekige percelen, rechthoekige groenstructuren en lange zichtlijnen zijn hierin karakteristiek. Met deze bouwstenen wordt de ontwikkeling ingepast. Ook is er rekening gehouden met de klassieke indeling van het erfensemble in het veenontginningslandschap. Verder zijn er geen monumenten of andere cultuurhistorische waardevolle elementen in of nabij het plangebied gelegen. Het aspect cultuurhistorie vormt dus geen belemmering. Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 24
4 januari 2022
5.3
Water
5.3.1
Algemeen
In dit bestemmingsplan worden nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Deze waterparagraaf is erop gericht om de actuele watersituatie en het actuele waterbeleid in beeld te brengen. Daarnaast is de waterparagraaf vooral bedoeld om een brug te slaan naar de procedures en toetsingsinstrumenten van de waterbeheerder. De gemeente Hoogeveen is gelegen in het beheersgebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta en het waterschap Vechtstromen, welke beiden verantwoordelijk zijn voor het waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer.
5.3.2
Normstelling
De waterschappen Drents Overijsselse Delta en Vechtstromen vormen samen met waterschap Rijn en IJssel het waterschapsgebied Rijn-Oost. De waterschappen hebben hun beleid voor stedelijk waterbeheer vastgelegd in de gezamenlijke beleidsnotitie 'Water Raakt'. Deze notitie vormt op hoofdlijnen het beleid voor de wijze waarop de waterschappen in stedelijk gebied invulling geven aan het waterbeheer. Het waterbeheer richt zich op de volgende drie beleidsthema's: 1.
2.
3.
Voor het dagelijkse waterbeheer i s dat het Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR). Doel daarvan i s gedurende een heel groot deel van het jaar die wateromstandigheden te realiseren die het beste passen bij de functie zoals de provincies die hebben vastgesteld; Om in extreem natte en extreem droge omstandigheden de schade a l s gevolg van wateroverlast of watertekort te beperken i s het WB21 opgesteld. Hierin zit de trits vasthouden-bergen-afvoeren a l s voorkeursvolgorde en afwegingskader en het principe van niet afwentelen. Het stedelijk gebied dient dus waterneutraal te zijn. Mocht dit door enige goede redenen - de veiligheid i s ernstig in het geding, de kosten zijn te hoog, er spelen nijpende ruimtevraagstukken - niet kunnen, dan komen het waterschap en de gemeente passende afspraken overeen. Doel i s het watersysteem zo in te richten dat het in extreme omstandigheden en in de toekomst goed functioneert; Voor het bereiken van de goede ecologische toestand van het water zijn er de Europese richtlijnen voor ecologie en waterkwaliteit. Dit thema bestaat uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Vogel- en Habitatrichtlijnen (vertaald in de Wet natuurbescherming). Doel daarvan i s dat al le Europese wateren, zowel oppervlaktewater a l s grondwater, zich in 2015 in een goede ecologische en goede chemische toestand bevinden.
Met goede argumenten i s uitstel mogelijk tot uiterlijk 2027. Voor de Natura 2000-gebieden i s geen uitstel mogelijk.
Deze drie thema's hangen zo met elkaar samen dat het niet mogelijk is ze afzonderlijk van elkaar te realiseren. Er wordt gezorgd dat het watersysteem tijdig op orde is, duurzaam is ingericht, voldoet aan de landelijke normen voor het voorkomen van wateroverlast, bijdraagt aan het bereiken van grond- en oppervlaktewaterpeilen in relatie tot de functies van die wateren en gebieden, verdroging tegengaat en rekening houdt met de eisen vanuit de KRW. Om aan deze punten te voldoen is in december 2009 de Waterwet in werking getreden. De Waterwet vervangt acht bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland. Deze wet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert deze wet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Hierdoor zijn waterschappen, gemeenten en provincies beter in staat wateroverlast, waterschaarste en watervervuiling tegen te gaan. Ook voorziet de Waterwet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, natuur, landbouw, industrie en recreatie. Op basis van deze functies worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het water. De instrumenten vanuit de Waterwet zijn Waterplannen (rijk en provincie), waterbeheer-plannen (waterbeheerder) en vergunningen. Watertoetsproces In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht de Watertoets uit te voeren.
De BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 25
4 januari 2022
Watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Het Waterschap Drents Overijsselse Delta is op 6 mei 2021 geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. Op basis daarvan kan worden gesteld dat de normale procedure van toepassing is. De uitgangspunten van het waterschap zijn te vinden in bijlage 3
5.3.3
Onderzoek en conclusie
Ten behoeve van de ontwikkeling zal het verharde oppervlakte te plaatse naar schatting met ca. 1.500 m2 toenemen. Deze verharding zal bestaan uit de nieuwe bedrijfswoning (inclusief stalling) en de schapenstal. Op basis van de digitale toets wordt geconcludeerd dat belangen van het waterschap worden geraakt. Daarom zal de normale procedure worden gevolgd, waarmee het waterschap wordt betrokken bij de ontwikkeling. Het plangebied kent een groene inrichting, waarmee voldoende ruimte bestaat voor hemelwater om te infiltreren. Voor kleine plannen geldt als regel dat 10% van het verharde oppervlak wordt ingezet voor berging ter compensatie voor de versnelde afvoer van het afstromende hemelwater. In het plan wordt een verhard oppervlak van circa 1500 m2 gerealiseerd. Dit houdt in dat een waterbergend oppervlak van circa 150 m2 wordt aangelegd waarin maximaal 30 cm peilstijging is toegestaan. Geadviseerd wordt om de waterberging te ontwerpen op basis van een bij voorkeur infiltratiesituatie anders vertraagde afvoer. De ambitie bestaat om te voorzien in infiltratiekratten. Verder is bepaald dat de initiatiefnemer voorziet in een nieuwe pompput voor het riool.
Beschermingszone Watergang (bron: de watertoets)
Uit de bovenstaande afbeelding volgt dat het plangebied aan de westzijde iets binnen de primaire A-watergang is gesitueerd. De functie van deze watergang(en) moet te allen tijde worden gegarandeerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de beschermingszone van deze watergangen zoals in de Keur beschreven. Met betrekking tot deze watergang gelden de binnen de Keur opgenomen gebods- en verbodsbepalingen. Voor werkzaamheden binnen de beschermingszone moet een Watervergunning worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Ter plaatse van deze zone zijn geen werkzaamheden voorzien. Een vergunning is zodoende niet noodzakelijk. Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen. Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 26
4 januari 2022
dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die het hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Afkoppeling van hemelwater zorgt ervoor dat het aantal riooloverstorten laag is. Ook dit komt de waterkwaliteit (in de omgeving) ten goede. De gemeente heeft een zorgplicht voor doelmatige verwerking en afvoer van hemelwater, afvalwater en grondwater. Binnen het plangebied is in de huidige situatie reeds een riolering aanwezig. Aansluiting van de riolering in het plangebied op het bestaande stelsel wordt in een later stadium uitgedetailleerd. Het beheer en onderhoud van het inzamelings- en transportstelsel van afvalwater, kortom de riolering, ligt bij de gemeente. Het Waterschap is verantwoordelijk voor de zuivering van het aangeleverde afvalwater. Het Waterschap is de beheerder van het totale watersysteem en van de waterkeringen. Het onderhoud van de waterkeringen en hoofdwatergangen is tevens de verantwoordelijkheid van het Waterschap. Het onderhoud van de overige watergangen ligt bij particulieren, de gemeente en andere instanties. Het beheer en onderhoud van het gemeentelijke inzamelings- en transportstelsel ligt bij de gemeente tot aan het eindgemaal dat in beheer is van waterschap Drents Overijsselse Delta.
Het Waterschap is verantwoordelijk voor het transport vanuit het eindgemaal tot en met afvalwaterzuiveringsinstallatie en voor de zuivering. De gemeentelijke riolering moet bereikbaar zijn voor beheer en onderhoud. Met inachtneming van het voorgaande vormt het aspect water geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
5.4
Natuur en Ecologie
5.4.1
Normstelling
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet vervangen. De bescherming van Natura 2000 gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen (houtopstanden) wordt nu via deze wet geregeld. De provincie is per 1 januari 2017 het bevoegde gezag voor soortenbescherming en houtopstanden. Deze bevoegdheden lagen voorheen bij het Rijk. Daarnaast is de provincie bevoegd gezag gebleven voor Natura 2000 bescherming en faunabeheer. De provincie is verantwoordelijk voor het afgeven van vergunningen en ontheffingen voor al deze gebieden. Hierop geldt alleen een uitzondering als het rijksaangelegenheden betreft.
Provinciale Staten hebben op 14 december 2016 regels gesteld en vrijstelling gegeven over de soortenbescherming, faunabeheer en houtopstanden in de Provinciale omgevingsverordening Drenthe. In deze verordening zijn de vrijstelling voor beweiden en bemesten en de soortenvrijstellingen van het rijk overgenomen. Verder zijn er regels gesteld om faunabeheer mogelijk te maken. Ten slotte zijn de spelregels voor houtopstanden (voorheen Boswet) vastgelegd. Zo is bepaald aan welke eisen een compensatieverzoek moet voldoen en is de mogelijkheid voor het aanleggen van tijdelijk bos geregeld. Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten op 20 december 2016 de beleidsregels Wet natuurbescherming Drenthe vastgesteld. Deze beleidsregels gaan over het toedelen van ontwikkelingsruimte in relatie tot de PAS (Natura 2000), soortenbescherming en houtopstanden. De provincie Drenthe zet zich ook in voor actieve soortenbescherming.
BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 27
4 januari 2022
5.4.2
Onderzoek en conclusie
Voor voorliggend plangebied heeft natuurbank Overijssel een quick scan flora en fauna uitgevoerd (zie bijlage 4). Daarnaast is door Craeft Advies een onderzoek stikstofdepositie uitgevoerd (zie bijlage 5).
Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in een gebied dat in het kader van de Wet natuurbescherming is aangewezen. Ook ligt het plangebied niet in provinciaal beschermde natuurgebieden. Het Natura 2000-gebied 'Mantingerzand' ligt op circa 3,8 kilometer afstand het meest nabij het plan. De beoordeling staat stil bij de uitgangspunten voor de Aerius-berekeningen van zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. De aanlegfase betreft het bouw- en woonrijp maken van de planlocatie, het (beperkt) hijsen van bouwmateriaal voor de woning en de vervoersbewegingen, samenhangende met de aanvoer van materiaal, alsmede bouwend personeel. Ten aanzien van de gebruiksfase worden de verkeersbewegingen van toekomstige bewoners beoordeeld. De woning wordt gasloos gebouwd en het is algemeen bekend dat deze daarmee als emissieloos beschouwd mogen worden en dat feitelijk ook zijn. Op grond van de uitgevoerde Aerius-berekeningen blijkt dat zowel in de aanlegfase als gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000 gebieden. Er is dan ook per definitie geen sprake van significant negatieve effecten en een nadere (passende en/of ecologische) beoordeling op grond van artikel 2.7:1 jo. 2.8:1 Wnb is dan ook niet aan de orde. Het bevoegd gezag kan derhalve medewerking verlenen aan het vaststellen van het bestemmingsplan en de afgifte van de Omgevingsvergunning bouwen.
Soortenbescherming Uit het onderzoek van Natuurbank Overijssel is naar voren gekomen dat de inrichting en het gevoerde beheer het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten maakt, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezet een beschermd grondgebonden zoogdier er een vaste rust- en/of voortplantingsplaats, bezet een amfibie er een (winter)rustplaats en nestelen er vogels in het plangebied. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de beplanting verwijderd wordt, of de schuur verbouwd of gesloopt wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd om vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten.
Als gevolg van het verwijderen van opgeslagen goederen, het verbouwen van de schuur en het en uitvoeren van grondverzet, wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie beschadigd en vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdier- en amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten en die mogelijk gedood worden, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen 'doden' en het 'beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen'. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 28
4 januari 2022
foerageergebied voor de in het plangebied foeragerende vleermuizen niet af. Door het verharden van een deel van het erf, neemt de betekenis van een deel van het plangebied als foerageergebied voor amfibieën, grondgebonden zoogdieren en vogels mogelijk wel iets af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties omdat deze functie niet beschermd is. Met inachtneming van het voorgaande vormt het aspect natuur en ecologie geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
5.5
Geluid
5.5.1
Normstelling
De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten: woningen; andere geluidsgevoelige gebouwen; geluidsgevoelige terreinen.
Deze bescherming geldt als het gebruik van deze objecten is toegestaan volgens het bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening. Op tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan met een periode van maximaal 10 jaar is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Onder "woning" wordt verstaan (artikel 1 Wet geluidhinder): gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van de geldende planologische status (bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening). De Wet geluidhinder kent het begrip bedrijfswoning niet. Een bedrijfswoning is gewoon een woning, waarvoor het mogelijk is een hogere waarde (als nodig) te verlenen. Dit geldt natuurlijk alleen voor bedrijfswoningen die zijn gelegen in een geluidzone. Hotels, recreatiewoningen en kantoren zijn niet geluidgevoelig in het kader van de Wet geluidhinder. In het Activiteitenbesluit zijn voorschriften opgenomen die bescherming bieden tegen geluidhinder van inrichtingen die onder het Besluit vallen. Deze bescherming wordt geboden aan gevoelige objecten (gevoelige gebouwen en gevoelige terreinen (artikel 1.1)).
In artikel 1.1 is in de definitie van gevoelige gebouwen aangegeven dat gebouwen die bij de inrichting horen (dienst- of bedrijfswoningen) geen geluidsgevoelig object zijn waarvoor de grenswaarden uit het besluit gelden. Dienst- of bedrijfswoningen die niet tot de inrichting behoren zijn gewoon woningen van derden waarvoor de grenswaarden wel gelden. Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) is rond inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur en spoorwegen een geluidzone van kracht. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de in de wet bepaalde voorkeursgrenswaarde. Wanneer niet aan deze grenswaarde kan worden voldaan, kan het bevoegd gezag, in de meeste gevallen de gemeente, hogere grenswaarden vaststellen. Hiervoor geldt een bepaald maximum, de uiterste grenswaarde genoemd.
BG Zuid Hoogeveen, deelplan Krommewijk 16, Nieuweroord ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000003-ON01 29
4 januari 2022
5.5.2
Onderzoek en conclusie
Voorliggend plan voorziet in de toevoeging van geluidgevoelige functies ((zorg)woningen) binnen de akoestische aandachtszone van de Krommewijk (60 km/uur). Dit betreft een weg waarover relatief weinig verkeersbewegingen te verwachten zijn. De Krommewijk betreft namelijk hoofdzakelijk de ontsluiting van enkele aangelegen (bedrijfs)woningen naar de Hoogeveense Vaart, dan wel de Coevorderstraatweg. De Wgh heeft tot doel geluidhinder te voorkomen en te beperken tot aanvaardbare geluidniveaus. In de Wgh zijn hiervoor twee soorten grenswaarden opgenomen, waarbij conform de Wgh de geluidsbelasting getoetst wordt per bron: Voorkeursgrenswaarde: Deze waarde garandeert een goede woon- en leefsituatie binnen de invloedssfeer van een geluidbron (wegen, spoorwegen, enzovoort); Maximale ontheffingswaarde: Deze waarde geeft de hoogste gevelbelasting weer waarvoor een hogere waarde kan worden aangevraagd.
De grenswaarden zijn onder andere afhankelijk van de geluidbron (wegverkeer-, railverkeer- of industrielawaai), de ligging van de geluidsgevoelige bebouwing (stedelijk of buitenstedelijk gebied) en het type geluidsgevoelige bebouwing. In voorliggende situatie wordt het plan gesitueerd in een buitenstedelijk gebied. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeer bedraagt 48 dB. De maximale ontheffingswaarde bedraagt 53 dB. Beide betreffen waardes inclusief aftrek conform artikel 110g Wgh. Voor wegen waar de representatief te achten snelheid lager is dan 70 km/uur wordt namelijk een correctie toegepast van 5 dB. De gecumuleerde geluidbelasting wordt echter doorgaans berekend exclusief aftrek artikel 110g Wgh. Ter inzage van het ter plaatse geldend akoestisch klimaat is de 'Geluid in Nederland van wegverkeer (Lden)' kaart geraadpleegd. Deze kaart geeft een ruwe indicatie van de geluidsbelasting ten gevolge van alle wegen in Nederland tezamen voor het jaar 2017. Hieruit volgt een globale beschouwing van de geluidkwaliteit voor aandachtsgebieden zoals woonkernen. De geluidsbelasting betreft een gecumuleerde geluidsbelasting exclusief aftrek artikel 110g Wgh. In voorliggende situatie is enkel een beoordeling van de Krommewijk nodig en dient een aftrek van 5 dB te worden toegepast conform artikel 110g Wgh.
De kaart toont dat er ter plaatse sprake is van enige geluidsbelasting binnen het plangebied (zie onderstaande afbeelding). De kaart laat zien dat op de locatie van de nieuwe zorgappartementen de geluidsbelasting, inclusief aftrek conform art. 110g Wgh, maximaal circa 50 dB bedraagt. Op basis van de ruwe indicatie van de geluidsbelasting betreft de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde daarmee maximaal circa 2 dB. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Het gedeelte van de bestaande en te behouden woningbouw betreft in de huidige situatie reeds een geluidsgevoelig object zonder aantoonbare geluidsproblemen. De toe te voegen zorgappartementen bevinden zich ten oosten van deze bestaande bebouwing. Gelet op de huidige situatie wordt een nader onderzoek ter waarborging van een goed woon- en leefklimaat niet nodig geacht. De nieuwe bedrijfswoning zal gesitueerd worden op een locatie waar de geluidsbelasting, inclusief aftrek conform art. 110g Wgh, maximaal circa 45 dB bedraagt. Op basis van de ruwe indicatie van de geluidsbelasting wordt de voorkeursgrenswaarde daarmee niet overschreden en kan een goed woon- en leefklimaat worden gewaarborgd. Een nader akoestisch onderzoek is eveneens niet benodigd.