Toelichting en bijlagen ontwerp BP Elim, uitbreiding woningbouw
Tekst van het document
Lozing afvalwater: Voor de lozing van afvalwater (al het water waarvan de initiatiefnemer zich moet ontdoen) op oppervlaktewater vanuit een woning of een (agrarisch) bedrijf gelden de volgende regels: 1.
Voor lozingen van huishoudelijk afvalwater vanuit woningen geldt het "Besluit lozing
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 30
17 oktober 2023
2.
afvalwater huishoudens" (Blah). Uitgangspunt i s dat het huishoudelijk afvalwater op een gemeentelijk rioolstelsel wordt geloosd. Indien niet mogelijk is, moet een voorziening worden aangelegd die een gelijkwaardig milieubeschermingsniveau biedt. Voor lozingen van afvalwater van een (agrarisch) bedrijf geldt het "Activiteitenbesluit".
Voor lozingen vanuit niet-inrichtingen geldt het “Besluit lozen buiten inrichtingen” (Blbi). Rioolcapaciteit Voor lozingen vanuit niet-inrichtingen geldt het "Besluit lozen buiten inrichtingen" (Blbi). Rioolcapaciteit: De capaciteit van het huidige rioolstelsel kan een aandachtspunt vormen. Bij uitbreiding van het rioolstelsel wordt rekening gehouden met de capaciteit van het bestaande stelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Het afvalwater wordt getransporteerd naar de RWZI Echten van waterschap Drents Overijsselse Delta. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud is erop gericht om de waterhuishouding op orde te houden of te verbeteren. Het gaat bij watergangen zowel om waterkwantiteit en -kwaliteit, als om beeldkwaliteit en waterbeleving. Het reguliere onderhoud bestaat voornamelijk uit het maaien van de water- en oevervegetatie. Bij nieuw aan te leggen water vindt overleg met het waterschap plaats. In het proces van totstandkoming is waterschap Vechtstromen nauw betrokken geweest. In het ontwerp is dan ook rekening gehouden met de benodigde ruimtereservering voor beheer en onderhoud van de watergangen. Wijze van onderhoud watersysteem: Er wordt rekening gehouden met de wijze van onderhoud (varend of vanaf de kant) en de daarbij geldende voorwaarden.
Voor werkzaamheden binnen de aangegeven zones van het waterschap i s een vergunning op grond van de Waterwet noodzakelijk. Rijdend onderhoud vanaf de kant: Bij onderhoud vanaf de kant geldt een obstakelvrije zone van 5 m vanaf de boveninsteek van de watergang. Beheer en onderhoudsafspraken nieuwe watergangen: Voor nieuwe watergangen moeten beheer en onderhoudsafspraken worden vastgelegd. Het waterschap neemt nieuwe primaire A-watergangen in beheer en onderhoud, nadat i s vastgesteld dat deze watergangen voldoen aan de daarvoor geldende criteria. Nieuwe bomen langs een watergang zijn vergunningsplichtig of meldingsplichtig. Toegankelijkheid van water: a l l e wateren die een functie hebben in de waterhuishouding (afvoer, aanvoer of berging) liggen in openbaar gebied.
5.3.3
Beoordeling
Ten behoeve van de ontwikkeling is in 2023 een waterhuishoudkundig onderzoek verricht. De uitgangspunten van zowel waterschap als gemeente zijn in dit onderzoek verwerkt. In deze paragraaf worden een aantal onderdelen uit het waterhuishoudkundig plan toegelicht. Voor de volledigheid wordt verwezen naar Bijlage 4 Benodigde waterberging De gemeente Hoogeveen heeft als eis om een robuust watersysteem aan te leggen in het plangebied. Vanuit het waterschap is de bergingseis gespecificeerd als 80 mm berging over de toename in verhard oppervlak (bij een maatgevende buiduur van 48 uur en een neerslagsom van 111 mm). Aangezien het plangebied momenteel volledig onverhard is, komt dit neer op een berging van 80 mm over het volledige verhard oppervlak in het plangebied. Vanuit de gemeente ligt er de eis om in bebouwde gebieden tijdens een extreme bui T=100 met een neerslagsituatie van 70 mm in één uur ernstige wateroverlast te voorkomen. Dit is een korte bui met hoge intensiteit, die in bebouwd gebied voor schade kan zorgen. Met de bergingseis vanuit het waterschap is de benodigde waterberging voor het plangebied bepaald.
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 31
17 oktober 2023
Er wordt in de berekeningen uitgegaan van 50% verhard particulier oppervlak (542 m3). De totale benodigde waterberging voor de overige verharding (wegen, parkeerplaatse, voetpaden en opritten) bedraagt 573 m3. De bergingsopgave bedraagt daarmee 1.114 m3. De gehele bergingsopgave wordt bovengronds ingepast. Er wordt geen hemelwaterriool aangelegd in het plangebied. Het plangebied wordt zodanig ingericht dat hemelwater oppervlakkig kan afstromen naar de lagergelegen wadi's die weer in verbinding staan met elkaar en het oppervlaktewater. In hoofdstuk 6 van het waterhuishoudkundig plan is het definitieve ontwerp voor water en riolering opgenomen waaronder afstroomrichtingen en maaiveldaanpassingen. Bergingsmogelijkheden Er zijn een aantal scenario's opgesteld en uitgewerkt om te bepalen hoe invulling kan worden gegeven aan de bergingsopgave in het plangebied. Deze zijn in hieronder toegelicht: 1.
2.
3.
Bergen in de groenzones: het bepalen van de capaciteit en praktische inpasbaarheid van berging in groen middels het realiseren van wadi's. Hierbij wordt ook bepaald welk verhard oppervlak naar welke groenzone kan afvoeren. De maximale (water)diepte voor de wadi's i s 40 cm. Bergen en vasthouden in het oppervlaktewater: gezien er oppervlaktewater in het plangebied aanwezig i s liggen hier ook mogelijkheden tot het bergen en vasthouden van water. Er worden een aantal mogelijkheden verkend, zoals het verbreden van de watergang, het benutten van de maximale peilopzet en het stuwen van water. Hierbij wordt ook gekeken naar de ruimte die er in het plangebied i s en de noodzaak tot aanleg van een onderhoudspad indien de watergang een belangrijke bergende en ontwaterende functie krijgt. Opties voor het bergen van de resterende opgave: afhankelijk van hoe groot de restopgave in het plangebied i s wordt gekeken naar aanvullende opties tot waterberging zoals:
a.
Waterdoorlatende verharding voor de parkeervakken;
b.
De aanleg van waterberging in de ondergrond.
Gekozen wordt voor de aanleg van een wadistructuur en het bergen en vasthouden in oppervlaktewater. De wadi's worden voorzien van een 'overkluizing' zodat de hemelwaterberging een doorlopende structuur vormt. Met betrekking tot het bergen en vasthouden in oppervlaktewater wordt er rekening gehouden met het onderhoudspad. De volledige uitwerking van deze keuzes is te vinden in het waterhuishoudkundig plan.
5.3.4
Onderzoek en conclusie
Er liggen technisch genoeg mogelijkheden om de benodigde waterberging in het plangebied te realiseren. Daarmee kan worden voldaan aan het door waterschap en gemeente opgestelde programma van eisen en visie. Om te komen tot een waterhuishoudkundig plan voor de ontwikkeling is een maaiveldmodel opgesteld. Dit maaiveldmodel maakt ook inzichtelijk wat de afstroomrichting van het hemelwater is, immers wordt het hemelwater bovengronds afgevoerd. Dit wordt gedaan middels een hol wegprofiel met een centrale goot. Op basis van het maaiveldmodel is bepaald wat de maatgevende locatie is voor de bovengrondse afvoer van hemelwater. Op deze locatie ligt de benodigde Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 32
17 oktober 2023
afvoercapaciteit het hoogst (dit is een combinatie van hemelwateraanbod door de afvoer van verhard oppervlak en verhang van de weg). In het plan wordt hemelwater zoveel mogelijk vastgehouden op parkeerterreinen en in wadi's. Daarnaast worden de wadi's langs de watergangen in een accoladeprofiel aangelegd zodat berging en onderhoud beiden mogelijk blijven. De wadi's worden voorzien van overkluizingen ter plaatse van de opritten naar de woningen. Hiermee wordt een doorlopende wadistructuur gevormd. Openbare parkeerplaatsen worden voorzien van waterpasserende verharding. Zo kan water ter plaatse infiltreren in de bodem. Aan de particulier wordt geadviseerd om de parkeerplaatsen ook waterpasserend aan te leggen. Middels D-Hydro is een modelsimulatie uitgevoerd bij een neerslaggebeurtenis van 70 mm in één uur. Daarbij zijn de waterstanden op verschillende locaties inzichtelijk gemaakt.
Op basis van de toetsing met D-Hydro kunnen een aantal conclusies worden getrokken: Water blijft binnen de holle wegprofielen en wordt voldoende afgevoerd naar de wadi's en/of het oppervlaktewater; De waterstand in de wadi's i s op een aantal locaties nagenoeg 40 cm en daarmee wordt de berging goed benut; Er i s een significante peilstijging in het oppervlaktewater zichtbaar, echter inundeert het oppervlaktewater niet; De parkeervakken dragen bij aan de berging van hemelwater ten tijde van extreme neerslag; Op de percelen/kavels staat water aan de randen, hetgeen aantoont dat er reële kans i s op natte tuinen tijdens een dergelijke hevige neerslagsituatie.
Op basis van de digitale toets wordt geconcludeerd dat belangen van het waterschap worden geraakt. Daarom is de normale procedure gevolgd. Het waterschap is nauw betrokken bij de planuitwerking en het opstellen van het waterhuishoudkundig plan. Met inachtneming van het voorgaande vormt het aspect water geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
5.4
Natuur en Ecologie
5.4.1
Normstelling
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet vervangen. De bescherming van Natura 2000 gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen (houtopstanden) wordt nu via deze wet geregeld. De provincie is per 1 januari 2017 het bevoegde gezag voor soortenbescherming en houtopstanden. Deze bevoegdheden lagen voorheen bij het Rijk. Daarnaast is de provincie bevoegd gezag gebleven voor Natura 2000 bescherming en faunabeheer. De provincie is verantwoordelijk voor het afgeven van vergunningen en ontheffingen voor al deze gebieden. Hierop geldt alleen een uitzondering als het rijksaangelegenheden betreft. Provinciale Staten hebben op 14 december 2016 regels gesteld en vrijstelling gegeven over de soortenbescherming, faunabeheer en houtopstanden in de Provinciale omgevingsverordening Drenthe. In deze verordening zijn de vrijstelling voor beweiden en bemesten en de soortenvrijstellingen van het rijk overgenomen. Verder zijn er regels gesteld om faunabeheer mogelijk te maken. Ten slotte zijn de spelregels voor houtopstanden (voorheen Boswet) vastgelegd. Zo is bepaald aan welke eisen een compensatieverzoek moet voldoen en is de mogelijkheid voor het aanleggen van tijdelijk bos geregeld.
Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten op 20 december 2016 de beleidsregels Wet natuurbescherming Drenthe vastgesteld. Deze beleidsregels gaan over het toedelen van ontwikkelingsruimte in relatie tot de PAS (Natura 2000), soortenbescherming en houtopstanden. De provincie Drenthe zet zich ook in voor actieve soortenbescherming. WSP Nederland B.V. heeft in opdracht van Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen een quickscan ecologie uitgevoerd ter plaatse van de woningbouwlocatie Vaarboom in Elim. Zie Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 33
17 oktober 2023
bijlage 5 Soortenbescherming Op basis van het uitgevoerde onderzoek is een voldoende duidelijk beeld van het (mogelijk) voorkomen van beschermde diersoorten. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de volgende vervolgstappen aangeraden. Vleermuizen In verband met het mogelijk voorkomen van verblijfplaatsen binnen het plangebied dient er alvorens de werkzaamheden gestart worden een nader onderzoek te worden uitgevoerd naar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. Alvorens er snoei- en kapwerkzaamheden worden uitgevoerd ter plaatse van de bomenlanen en de houtwallen dient een nader onderzoek te worden uitgevoerd naar vliegroutes van vleermuizen. Voor vleermuizen (en andere nacht actieve/lichtgevoelige dieren zoals uilen) dient rekening te worden gehouden met mogelijke lichtverstoring. Door uitsluitend overdag te werken of vleermuisvriendelijke verlichting te gebruiken, wordt verstoring van deze soorten voorkomen. Ook wordt aanbevolen in de toekomstige situatie gebruik te maken van vleermuisvriendelijke verlichting en een verlichtingsplan te laten opstellen en af te stemmen met de ecoloog. Zoogdieren, ongewervelden en amfibieën Tijdens de werkzaamheden de zorgplicht in acht houden waarbij gedacht wordt aan o.a.
het volgende: Indien individuen van dieren worden aangetroffen, dienen deze de gelegenheid te krijgen om te kunnen vluchten; Aanvullend op bovenstaande maatregel kan ervoor worden gekozen om minder mobiele dieren, zoals egel en gewone pad te verplaatsen tot buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.
Algemene beschermde broedvogels Werken buiten broedseizoen (globaal de periode tussen 15 maart tot 15 augustus) en/of broedvogelcheck laten uitvoeren door een ecoloog. Gebiedsbescherming Houtopstanden Aanbevolen wordt om melding te doen van de voorgenomen kap- en snoeiwerkzaamheden bij de Gemeente Hoogeveen. Natura 2000-gebieden: impact stikstofdepositie Op basis van de Wet natuurbescherming (verder: Wnb) is het verboden om een plan vast te stellen dat significante gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. Indien de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar komen, zijn significante gevolgen uitgesloten. Toetsing aan de Wnb vindt plaats in 2 stappen: een voortoets en een passende beoordeling. Het wettelijk kader is onderstaand toegelicht. Conform art. 2.8 lid 1 Wnb kan een plan dat significante gevolgen kan hebben op soorten en habitats pas worden vastgesteld nadat een passende beoordeling is opgesteld waarin rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen voor het gebied. Deze passende beoordeling moet de zekerheid geven dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende gebied niet worden aangetast. In dat geval is ook een vergunning Wet natuurbescherming noodzakelijk. Om te bepalen of een passende beoordeling noodzakelijk is, moet dus in de voortoets worden bepaald of het project significante gevolgen kan hebben.
Daarom wordt in eerste instantie bepaald Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 34
17 oktober 2023
of het project tot een toename van de stikstofdepositie kan leiden en zo ja, of significant negatieve effecten als gevolg van de berekende toename in één of meerdere Natura 2000-gebieden op voorhand kunnen worden uitgesloten of niet. Als gevolg van de uitspraak van de bestuursrechter d.d. 2 november 2022 kan geen gebruik meer worden gemaakt van de zogenaamde ‘partiële bouwvrijstelling’ voor stikstofdepositie die gold sinds 1 juli 2021. In voorliggend onderzoek is daarom zowel voor de bouwfase als voor de toekomstige gebruiksfase berekend of een toename van de stikstofdepositie te verwachten is. Als dit niet het geval is, kunnen significante gevolgen op voorhand worden uitgesloten en vormt de Wet natuurbescherming vanuit het aspect stikstofdepositie geen belemmering voor het verlenen van de Omgevingsvergunning. In onderstaande figuur 3-1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving weergegeven. Het voor dit plan meest relevante Natura 2000-gebied1 Mantigerzand bevindt zich op circa 8 km van het plangebied. De Natura 2000-gebieden Dwingelder veld en Vecht- en Beneden Reggegebied bevinden zich op meer dan 15 km vanaf het plangebied.
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 35
17 oktober 2023
5.4.2
Onderzoek
Voor de ontwikkeling is een stikstofonderzoek uitgevoerd voor zowel de aanleg als gebruiksfase. Zie hiervoor Bijlage 6 . Gebruinersfase Uit de berekeningsresultaten blijkt dat de gebruiksfase niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie in Nederlandse of Duitse Natura 2000-gebieden). Omdat het gebruik van de woningen niet leidt tot een depositie op Natura 2000-gebieden zijn significante effecten op de instandhoudingsdoelstellingen uitgesloten. Bouwfase
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 36
17 oktober 2023
Voor de bouwfase is bepaald dat een emissie als gevolg van deze bouwfase van maximaal 193 kg NOx op jaarbasis niet leidt tot een toename van de depositie op nabij gelegen Natura 2000 gebieden of anders gezegd een emissie als gevolg deze bouwfase van maximaal 193 kg NOx op jaarbasis levert geen depositieresultaten op boven 0,00 mol/ha/jaar, zie bijlage 2, en leidt dus in geen geval tot significante effecten. Om tot deze maximale emissie te komen is in de berekeningen uitgegaan van: Een emissie op de bouwplaats van circa 170 kg NOx op jaarbasis. Dit i s vergelijkbaar met de verbranding van 24.000 liter brandstof door bouwmachines met STAGE klasse IV motoren (75 tot 560 kW) en 1.600 liter brandstof door bouwmachines met STAGE klasse IV motoren (<= 56 kW), dergelijke machines kunnen hiermee circa 1.760 uur per jaar worden gebruikt8. Het stationair draaien van de motoren i s meegenomen in het brandstofverbruik; Een emissie van circa 23 kg NOx op jaarbasis a l s gevolg van het bouwverkeer: hierbij i s worstcase uitgegaan van 2000 personenwagens of bestelwagens die per jaar naar de bouwlocatie kunnen komen en 1000 vrachtwagens die per jaar naar de bouwlocatie kunnen komen. Zowel de heen- a l s terug beweging i s hierbij in rekening gebracht.
Andere (gecombineerde) invullingen zijn uiteraard ook mogelijk, waarbij de inzet van elektrisch materieel ongelimiteerd is toegestaan. Het is aan de aannemer om het noodzakelijke bouwproces zo in te richten dat aan de maximale stikstofemissie op jaarbasis is voldaan en geen toename van de stikstofdepositie wordt veroorzaakt. Indien meer transportbewegingen nodig zijn dan hierboven omschreven, kan gekozen worden voor minder stikstofemissie op de bouwplaats door dus zoveel mogelijk gebruik te maken van elektrisch materieel of STAGE V materieel. Op basis van onze ervaring in soortgelijke bouwprojecten wordt in ieder geval geconcludeerd dat het plan technisch en economisch uitvoerbaar is binnen de opgegeven randvoorwaarden ten aanzien van de stikstofemissie tijdens het bouwproces.
5.4.3
Conclusie
De gebruiksfase van de nieuwe woningen aan de vaarboom in Elim leidt niet tot significant negatieve effecten in nabijgelegen Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie. Door de toekomstige gebruiksfase wordt immers géén toename van de stikstofdepositie veroorzaakt. Voor de bouwfase is onderzocht hoeveel emissie niet leidt tot een berekende toename van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Afhankelijk van het type materieel dat wordt ingezet, zijn per jaar minimaal 1.760 draai-uren door machines met verbrandingsmotoren op de bouwplaats toegestaan en kunnen minstens elk jaar 2.000 personenwagens en 1.000 vrachtwagens naar de bouwplaats komen zonder dat hierdoor een toename van de stikstofdepositie wordt veroorzaakt. Daarnaast is de inzet van elektrisch materieel ongelimiteerd toegestaan. Op basis van ervaring in soortgelijke bouwprojecten wordt geconcludeerd dat het plan technisch en economisch uitvoerbaar is binnen deze randvoorwaarden. Het noodzakelijkee bouwproces zal zo ingericht moeten worden dat hierdoor geen significant negatieve effecten in nabijgelegen Natura 2000-gebieden ontstaan als gevolg van stikstofdepositie.
Geconcludeerd wordt dat een vergunning Wet natuurbescherming voor wat betreft stikstofdepositie niet noodzakelijk is voor de bouw en ingebruikname van de nieuwe woningen aan de Vaarboom in Elim en dat de Wet natuurbescherming vanuit het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor het project.
5.5
Geluid
5.5.1
Normstelling
De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten: woningen; Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 37
17 oktober 2023
andere geluidsgevoelige gebouwen; geluidsgevoelige terreinen.
Deze bescherming geldt als het gebruik van deze objecten is toegestaan volgens het bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening. Op tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan met een periode van maximaal 10 jaar is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Onder "woning" wordt verstaan (artikel 1 Wet geluidhinder): gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van de geldende planologische status (bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening). De Wet geluidhinder kent het begrip bedrijfswoning niet. Een bedrijfswoning is gewoon een woning, waarvoor het mogelijk is een hogere waarde (als nodig) te verlenen. Dit geldt natuurlijk alleen voor bedrijfswoningen die zijn gelegen in een geluidzone. Hotels, recreatiewoningen en kantoren zijn niet geluidgevoelig in het kader van de Wet geluidhinder. In het Activiteitenbesluit zijn voorschriften opgenomen die bescherming bieden tegen geluidhinder van inrichtingen die onder het Besluit vallen. Deze bescherming wordt geboden aan gevoelige objecten (gevoelige gebouwen en gevoelige terreinen (artikel 1.1)).
In artikel 1.1 is in de definitie van gevoelige gebouwen aangegeven dat gebouwen die bij de inrichting horen (dienst- of bedrijfswoningen) geen geluidsgevoelig object zijn waarvoor de grenswaarden uit het besluit gelden. Dienst- of bedrijfswoningen die niet tot de inrichting behoren zijn gewoon woningen van derden waarvoor de grenswaarden wel gelden. Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) is rond inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur en spoorwegen een geluidzone van kracht. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de in de wet bepaalde voorkeursgrenswaarde. Wanneer niet aan deze grenswaarde kan worden voldaan, kan het bevoegd gezag, in de meeste gevallen de gemeente, hogere grenswaarden vaststellen. Hiervoor geldt een bepaald maximum, de uiterste grenswaarde genoemd.
5.5.2
Onderzoek en conclusie
Ten westen en noorden van het plangebied liggen de sportvelden van Elim. Aan de westkant zijn voetbalvelden aanwezig. Ten noorden bevindt zich nog een tenniscomplex. Het bestaande parkeerterrein wordt ook gehandhaafd. Op basis van de VNG publicatie "Bedrijven en milieuzonering" is voor sportcomplexen met verlichting een categorie 3.1 van toepassing. De maatgevende richtafstand tot een rustige woonwijk is 50 meter voor het aspect geluid. Gevolgen voor het sportcomplex Met het softwarepakket Geomilieu en de bijbehorende module BMZ zijn de afstand van voor de huidige en de nieuwe situatie inzichtelijk gemaakt. Het sportterrein wordt in de huidige situatie reeds beperkt door de aanwezige woningen aan de oost, zuid- en westzijde. De kortste afstand bedraagt 13 meter van de woningen tot de rand van het terrein.
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 38
17 oktober 2023
De nieuw geplande woonlocaties liggen op een grotere afstand dan de nu aanwezige bebouwing aan de oostzijde. De nieuwe afstand bedraagt ongeveer 40 meter. Daarmee wordt het sportterrein in principe niet meer beperkt dan in de huidige situatie. Aangezien het hier om nieuwe woningen gaat in een andere richting dan het sportterrein is de richtafstand wel inzichtelijk gemaakt en beoordeeld. Er is geen sprake van een gemengd gebied waarbij de afstand kan worden verkleind. De afstand in de nieuwe situatie is gunstiger dan in de bestaande situatie omdat het sportcomplex in zijn totaliteit wordt verkleind. Dit is gunstig voor het woon- en leefklimaat van bestaande woningen aan de Carstenswijk en de Vaarboom. Het voorliggende plan heeft geen gevolgen voor de sportactiviteiten op de speelvelden. Invloed van de sportvelden op de nieuwbouw Met het akoestisch rekenpakket is er een indicatieve berekening gemaakt naar de te verwachten geluidniveaus ter plaatse van het plan. In het ruimtelijke spoor dient er, in tegenstelling tot het Activiteitenbesluit, een overweging te worden gemaakt met betrekking tot het stemgeluid. Hiervoor zijn er (oppervlakte)bronnen ingevoerd voor: sportactiviteiten op de velden, voetbal (scheidsrechter en spelers) en tennis stemgeluid rond de voetbalvelden (supporters) stemgeluid op het terras
Het niveau van de geluidsbronnen is gebaseerd op meerde onderzoeken op (ruimtelijkeplannen.nl)voor soortgelijke activiteiten. Voor het geluidsvermogenniveau van de scheidsrechters fluit is 111 dB(A) gehanteerd voor het gemiddelde geluidniveau en een maximaal geluidsvermogenniveau van 118 dB(A). Voor spelers op het veld en bezoekers rond het veld is een bronvermogen van 99 dB(A) gehanteerd, uitgaand van schreeuwen. Voor tennis is ook het stemgeluid van de spelers (99 dB(A)) gehanteerd. Voor het maximaal geluidsniveau van tennis is een service (opslag) ingevoerd wat 96 dB(A) bedraagt. Voor de bedrijfstijden is voor het tennisveld uitgegaan van 5 uren effectief stemgeluid in de dagperiode en 2 uren effectief in de avondperiode. Voor het voetbalveld in het midden (veld 2) van het complex is ook 5 uren effectief stemgeluid in de dagperiode en 2 uren effectief in de avondperiode gehanteerd. Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 39
17 oktober 2023
Voor het grote (hoofdveld) aan de westzijde is 8 uren effectief stemgeluid in de dagperiode en 2 uren effectief in de avondperiode gehanteerd. Het terras is representatief geacht voor 4 uren effectief stemgeluid in de dagperiode en 2 uren effectief in de avondperiode , met een geluidsvermogenniveau van 89 dB(A). Het fluiten van de scheidsrechter over het gehele veld (beide velden) is in dagperiode voor 6 minuten effectief in geluidproductie en 2 minuten in de avondperiode. De avondperiode is voor de activiteiten maatgevend en wordt bepaald door de activiteiten op veld 2, gevolgd door tennis. Op de westelijke kavelgrens van het plangebied bedraag het geluidniveau in de dagperiode 41 dB(A) en in de avondperiode 42 dB(A). Dit komt overeen met 47 dB(A) etmaalwaarde, 2 dB boven de richtwaarde van de VNG brochure. Die waarden zijn niet dermate hoog dat er sprake zal zijn van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Maar met afscherming aan de westzijde van het plan wordt wel een aanzienlijke verbetering van het woon- en leefklimaat gerealiseerd in de tuinen van het plan. In het stedebouwkundig ontwerp is mede hierom een groen wal opgenomen ter afscheiding tussen de tuinen en het openbaar groen in het noorden van het plangebied. In onderstaande afbeelding is de wal zichtbaar gemaakt aan de westzijde van de woningen.
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 40
17 oktober 2023
Het terrein valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. Dat houdt in dat de activiteiten moeten voldoen aan tabel 2.17a uit het besluit.
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 41
17 oktober 2023
Indien er muziek wordt afgespeeld tijdens wedstrijden of trainingen dient de muziek wel te worden getoetst aan bovenstaand normen. Het dichtslaan van portieren (Lmax) is indicatief inzichtelijk gemaakt met behulp van een berekening uitgaanden van een representatieve waarde van 96 dB(A) op basis van metingen elders. Hiermee kan in alle etmaalperioden worden voldaan aan de grenswaarde uit het Activiteitenbesluit.
figuur: LAmax ten gevolge van portieren Conclusie Ten aanzien van het aspect geluid zijn er geen belemmeringen om de voormalige sportvelden te ontwikkelen tot woningbouw,. Wel wordt ter bevordering van het woon en leefklimaat van de toekomtsige woningenbij de meest noordelijk gelegen kavels een afscherming in de vorm van een grondwal aan de westzijde van het plan gerealiseerd.
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 42
17 oktober 2023
5.6
Milieuzonering bedrijven
5.6.1
Normstelling
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven.
Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009).
5.6.2
Onderzoek en conclusie
De beoogde ontwikkeling betreft een milieugevoelige functie. In de directe omgeving komen geen bedrijven voor. Wel ligt ten noorden van het plangebied een sportcomplex en ten zuiden een hoge druk gasleiding. In onderstaande afbeelding is het plangebied met bijbehorende contouren (in zwart gearceerd) weergegeven.
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 43
17 oktober 2023
Zoals in paragraaf 5.5 reeds aangegeven isp basis van de VNG publicatie "Bedrijven en milieuzonering" voor sportcomplexen met verlichting een categorie 3.1 van toepassing en is de maatgevende richtafstand tot een rustige woonwijk 50 meter voor het aspect geluid. Het sportterrein wordt in de huidige situatie reeds beperkt door de aanwezige woningen aan de oost, zuid en westzijde. De kortste afstand bedraagt 13 meter van de woningen tot de rand van het terrein. De nieuw geplande woonlocatie liggen op een grotere afstand dan de nu aanwezige bebouwing aan de oostzijde. De nieuwe afstand bedraagt ongeveer 40 meter. Daarmee wordt het sportterrein in principe niet meer beperkt dan in de huidige situatie. Er is geen sprake van een gemengd gebied waarbij de afstand kan worden verkleind. Maar de afstand van de nieuwe ontwikkeling is gunstiger dan die van de reeds bestaande situatie. Voor de ontwikkeling zijn de akoestische aspecten beoordeeld (zie ook paragraaf 5.5) Ten aanzien van het aspect geluid zijn er geen belemmeringen om de voormalige sportvelden te ontwikkelen tot woningbouw. Voor het aspect lichthinder geeft het Activiteitenbesluit voorschriften voor de tijden wanneer verlicht mag worden. De verlichting moet zijn uitgeschakeld, tussen 23.00 uur en 07.00 uur, wanneer er geen sport wordt beoefend en wanneer er geen onderhoud plaatsvindt.
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 44
17 oktober 2023
Ten aanzien van de gasleiding wordt opgemerkt dat als gevolg van het plan er twee woningen binnen het invloedsgebied van de hogedruk aardgastransportleiding zijn geprojecteerd maar deze liggen wel buiten de 100% letaliteitszone liggen. Volstaan kan dan worden met een verantwoording van het groepsrisico. Dit neemt vanwege het plan niet toe, in verband met de ligging ervan buiten de 100% letaliteitszone. De hoogte van het groepsrisico is lager dan 10% van de oriëntatiewaarde, waardoor volstaan kan worden met een beperkte verantwoording groepsrisico. Dit houdt in dat in de verantwoording alleen in hoeft te worden gegaan op de zelfredzaamheid en de hulpverlening. (zie ook paragraaf 5.9). Conclusie Als gevolg van bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het plangebied zijn geen knelpunten te verwachten.
5.7
Milieueffectrapportage (MER)
5.7.1
Normstelling
In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden.
5.7.2
Onderzoek en conclusie
In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling is perceelsgebonden. De beoogde ontwikkeling blijft ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is. Op 12-12-2023 heeft het college van B&W vastgesteld dat geen MER nodig is. In Bijlage 7 is de aanmeldingsnotitie voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Daaruit blijkt dat, gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Mitigerende maatregelen Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 45
17 oktober 2023
zijn dan ook niet noodzakelijk.
5.8
Luchtkwaliteit
5.8.1
Normstelling
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 5.1 weergegeven. Tabel: Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof stikstofdioxide (NO2 ) fijn stof (PM1 0) fijn stof (PM2,5)
Toetsing van jaargemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ 25 µg /m³
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die i s vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m 2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m 2 bij twee ontsluitingswegen.
5.8.2
Onderzoek en conclusie
De omvang van de beoogde woningbouwlocatie in Elim woningbouwlocaties die niet-in-betekenende-mate bijdragen.
valt
onder de categorie
Uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening moet op de voorgenomen locatie voldaan worden aan de luchtkwaliteitsgrenswaarden. Hieraan wordt op de beoogde locatie ruimschoots voldaan: jaargemiddeldeconcentratie stikstofdioxide (NO2) < 15 µg/m3 (norm: 40 µg/m3); jaargemiddeldeconcentratie fijn stof (PM10) < 18 µg/m3 (norm: 40 µg/m3); jaargemiddeldeconcentratie zeer fijn stof (PM2,5) < 10 µg/m3 (norm: 25 µg/m3).
(Zie hiervoor de kaart Grootschalige Concentraties Nederland op https://geodata.rivm.nl/gcn/). Conclusie Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling aan De Vaarboom in Elim. Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 46
17 oktober 2023
5.9
Externe veiligheid
5.9.1
Normstelling
Het aspect Externe Veiligheid heeft te maken met de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen en de bescherming hiertegen. De veiligheidsrisico's worden uitgedrukt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het groepsrisico (GR) is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Verder kunnen de veiligheidsrisico's worden verdeeld in risico's veroorzaakt door bedrijvigheid (inrichtingen) en in risico's veroorzaakt vanwege het transport (weg, spoor, water, buisleidingen) van gevaarlijke stoffen. Conform het nationale veiligheidsbeleid en de Visie externe veiligheid van de gemeente Hoogeveen is onderzoek verricht naar de veiligheidssituatie rondom het plangebied.
5.9.2
Onderzoek en conclusie
Ten zuiden van het plangebied ligt een hoge druk gasleiding. Als gevolg van het plan zijn er twee woningen binnen het invloedsgebied van de hogedruk aardgastransportleiding geprojecteerd maar deze liggen wel buiten de 100% letaliteitszone. De RUD heeft in haar advies van 29 april 2021 geadviseerd om de twee nieuwe woningen indien mogelijk buiten het invloedsgebied te projecteren. Als dit niet mogelijk is moet het groepsrisico worden verantwoord. De woningen liggen buiten de belemmeringenstrook en eveneens buiten de 100% letaliteitszone (blauw onderbroken lijn in de figuur hieronder) van de leiding. Op basis van de gegevens van de EV-signaleringskaart kan worden geconcludeerd dat het PR10-6 binnen de belemmeringenstrook van de hoge druk aardgastransportleiding ligt. Het ruimtelijk plan ligt ruimschoots buiten de belemmeringenstrook en voldoet hierdoor automatisch aan de grenswaarde van het PR10-6 per jaar.
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 47
17 oktober 2023
Figuur: Uitsnede EV-signaleringskaart Het berekende groepsrisico neemt vanwege het plan niet toe, in verband met de ligging ervan buiten de 100% letaliteitszone. De hoogte van het groepsrisico is lager dan 10% van de oriëntatiewaarde, waardoor volstaan kan worden met een beperkte verantwoording groepsrisico. Dit houdt in dat in de verantwoording alleen in hoeft te worden gegaan op de zelfredzaamheid en de hulpverlening. De VRD is in de gelegenheid gesteld om te adviseren over het plangebied. De Veiligheidsregio staat in principe achter het advies van de RUD om te bezien of de woningen, die nu vallen binnen het invloedsgebied, buiten het invloedsgebied kunnen worden geprojecteerd. Verder kunnen zij ten aanzien van zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid geen aanvullende maatregelen bedenken die één van beide zou kunnen verbeteren. Conclusie Het ruimtelijk plan is relevant voor het aspect externe veiligheid vanwege een hoge druk aardgastransportleiding van Gasunie. Het plan voldoet aan de grenswaarde van het PR10-6 per jaar. Volstaan kan worden met een beperkte groepsrisicoverantwoording. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
5.10
Verkeer en parkeren
Verkeer De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de realisatie van circa 60 woningen. Als gevolg van deze ontwikkelingen is er sprake van een beperkte toename van het verkeer. Deze toename leidt echter niet tot problemen op de omliggende wegen. Aanpassing van deze wegen als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling is dan ook niet noodzakelijk. Wel is er aandacht voor een verkeersveilige aansluiting van het nieuwe plan op de bestaande wegen. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Parkeren In 2011 stelde de raad van Hoogeveen de 'Parkeernota 2011' vast. Om te bepalen hoeveel parkeerplaatsen bij een ontwikkeling benodigd zijn, heeft de gemeente parkeernormen geformuleerd. De nota dient ook als een toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, waarvoor een nieuw bestemmingsplan wordt opgesteld of waarvoor een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan wordt aangevraagd. Het plan voorziet in de bouw van 60 woningen waarvan het overgrote deel vrijstaand en twee onder een kap. Hier dient het parkeren op eigen erf te worden opgelost. De percelen zijn daar groot genoeg voor. Voor de 24 geplande rijwoningen geldt een parkeer norm van 1,8.. Dat houdt een totaal van 44 parkeerplaatsen in. In het plangebied worden 47 openbare parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee voldoet het plan aan de gestelde parkeerbehoefte.
Het aspect 'Verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor het plan.
5.11
Duurzaamheid
De gemeente Hoogeveen heeft haar ambitie op het gebied van duurzaamheid verwoord in het klimaatbeleid en de Milieuvisie. In het klimaatbeleid is de ambitie uitgesproken om in 2040 als gehele gemeente CO2-neutraal te willen zijn. Door bij nieuwe ontwikkelingen duurzaamheid reeds in de ontwerp- en bouwfase mee te nemen kan optimaal invulling worden gegeven aan de duurzaamheidsdoelstelling. Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 48
17 oktober 2023
Voor bestaande bouw kunnen er ook duurzaamheidsmaatregelen getroffen worden. De gemeente stimuleert het duurzaam verbouwen van bestaande woningen door middel van het verstrekken van een duurzaamheidslening. In de verordening 'Duurzaamheidslening gemeente Hoogeveen 2016' staan de voorwaarden vermeld om in aanmerking te kunnen komen voor een dergelijke lening. Tot de duurzaamheidsmaatregelen waarvoor een duurzaamheidslening kan worden toegekend, behoren energiebesparende en waterbesparende maatregelen, duurzame opwekking van energie en de stimulering van de biodiversiteit, zoals het aanbrengen van een vegetatiedak of vogelvides. Ook kunnen de particulieren, die hun woning energiezuiniger willen maken, gratis een energiescan laten opstellen. Hierbij wordt voornamelijk gekeken naar de 'schil' van de woning, de verwarmingsinstallatie, verlichting, ventilatie en het gebruik van elektrische apparatuur. De mogelijk te treffen haalbare maatregelen worden opgenomen in de energiescan. De woningen zullen volgens de regels staande in het Bouwbesluit gerealiseerd worden.
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 49
17 oktober 2023
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 50
17 oktober 2023
Hoofdstuk 6 6.1
Planbeschrijving
Juridisch systeem
Als opzet voor de planologische regeling van dit gebied, is gekozen voor een verbeelding met flexibele bestemmings- en bouwregels, waarin het door de gemeente vastgestelde beleid wordt omschreven. Hiermee wordt een materiële rechtszekerheid beoogd; alleen activiteiten die in het karakter van het gebied passen zijn toegestaan. De in het plangebied voorkomende stedenbouwkundige kwaliteiten worden door de keuze van de bestemming en de daarin gegeven bouwregels zoveel mogelijk gewaarborgd. Het bestemmingplan valt onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro), die op 1 juli 2008 in werking is getreden. Dit betekent dat het bestemmingsplan is opgezet volgens de nieuwste wettelijke regelgeving en volgens de nieuwste Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. Deze nieuwe standaard is per 1 juli 2013 verplicht volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het plan is technisch als een digitaal raadpleegbare versie uitgevoerd en voldoet aan de eisen van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen). Deze digitale versie is bedoeld om de burger 'online' informatie te verschaffen omtrent het bestemmingsplan. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties. De digitale versie is voor (ontwerp)plannen die na 1 januari 2010 ter inzage worden gelegd verplicht op grond van de nieuwe Wro.
Er zal een analoge (papieren) versie van het bestemmingsplan naast het digitale plan blijven bestaan.
6.2
Regels
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.
Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); Overgangs- en slotregels.
De regels zijn vervat in artikelen die onderverdeeld zijn in vier delen. In de "Inleidende regels" zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In artikel 1 zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In artikel 2 is vastgelegd op welke wijze dient te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. In de Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 51
17 oktober 2023
"Bestemmingsregels" zijn de bestemmingen en de gebruiks- en/of bebouwingsmogelijkheden van de betreffende gronden aangegeven. De bestemmingen zijn op alfabetische volgorde benoemd. Deze bestemmingsregels worden in paragraaf 6.3 nader uitgewerkt. In de "Algemene regels" staan artikelen benoemd die voor alle of meerdere bestemmingen gelden. Het betreffen onder andere de voor alle bestemmingen geldende afwijkingsregels en de algemeen geldende aanduiding regels. De algemene afwijkingsregels zorgen voor enige verruiming ten behoeve van de flexibiliteit van het plan. Deze afwijkingen zijn niet specifiek op één bestemming gericht. Zij kunnen gebruikt worden ten aanzien van alle bestemmingen. In de "Overgangs- en slotregels" staan artikelen benoemd die voor alle voorgaande regels gelden. Het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik is hierin geregeld alsmede de slotregel.
6.3
Verklaring van de bestemmingen
In voorliggend bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor 'Groen', 'Tuin', 'Verkeer' en 'Wonen'. Groen (artikel 3) De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, voet- en fietspaden, water en speelvoorzieningen. Tuin (artikel 4) De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, toegangspad, balkons en erkers ten behoeve van de aangrenzende woonbestemming met de daarbij ten dienste van de bestemming behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals pergola's en erf- of perceelsafscheidingen. Verkeer (artikel 5) Onder deze bestemming vallen alle wegen binnen het plangebied. Ook de parkeervoorzieningen zijn hierbij opgenomen. Water (artikel 6) Onder deze bestemming valt het water gelegen in het plangebied welke belangrijk is vanuit zowel het oogpunt van beeldkwaliteit als vanuit de waterhuishouding met de bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken, zoals bruggen en duikers. Gebouwen zijn niet toegestaan. Wonen (artikel 7) Binnen deze bestemming zijn grondgebonden woningen, inclusief bijbehorende bouwwerken, van het type aaneengebouwd, gecshakeld en vrijstaand mogelijk. Een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak gebouwd worden. Verder zijn er speficieke bouwaanduidingen opgenomen om onderscheid te maken tussen bouw- en goothoogte en dakhelling en dakvorm.
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 52
17 oktober 2023
Hoofdstuk 7 7.1
Handhaving
Algemeen
Het bestemmingsplan wil een sturend instrument zijn voor de ruimtelijke en functionele inrichting van het plangebied. Aan de hand van de in het bestemmingsplan opgenomen regels worden voorgenomen activiteiten (activiteiten en gebruik van gronden) getoetst. Als blijkt dat in afwijking van de regels activiteiten plaatsvinden, is handhaving in enge zin aan de orde, gericht op het ongedaan maken van een overtreding. Handhaving is belangrijk om de sturing die het bestemmingsplan beoogt tot haar recht te laten komen.
7.2
Beleidskeuzen
Door de gemeente Hoogeveen is een kadernota integrale handhaving vastgesteld. Deze nota is de start van programmatisch handhaven in de gemeente Hoogeveen. Programmatisch handhaven is een structurele en integrale aanpak van de handhaving, waarbij de uitvoering onder andere is gebaseerd op een handhavingsprogramma. Daarbij worden door het bestuur de prioriteiten bepaald en worden handhavingsactiviteiten zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. In deze aanpak worden beleid en uitvoering opgevolgd door evaluatie en bijsturing. Programmatisch handhaven is daarmee een cyclisch, democratisch, integraal en transparant proces.
7.3
Inzet gemeentelijk apparaat
Aan de controle van het onderhavige plan wordt binnen de gemeente inhoud gegeven door een aantal ambtenaren die zich continu met handhaving bezighoudt.
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 53
17 oktober 2023
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 54
17 oktober 2023
Hoofdstuk 8 8.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Het voorontwerp bestemmingsplan is in het kader van het artikel 3.1.1 Bro-overleg naar de wettelijke overlegpartners gestuurd. De Provincie Drenthe, het Waterschap Vechtstromen, Rendo en de Veiligheidsregio Drenthe hebben aangegeven in te kunnen stemmen met voorliggend plan. Met de provincie Drenthe heeft in het voortraject al afstemming plaatsgevonden omtrent de landschapelijke inpassing met als resultaat de uitwerking zoals deze is opgenomen in bijlage 1 . Het waterplan is in samenwerking met het waterschap Vechtstromen opgesteld. De veiligheidsregio is om advies gevraagd in verband met de ligging van twee woningen binnen het invloedsgebied van een hogedruk gasleiding. Inspraak Het plan is in meerdere bijeenkomsten voorgelegd aan de omgeving en andere belangstellenden. Daaruit is gebleken dat het plan kan rekenen op een breed draagvlak onder direct omwonden en de inwoners van Elim. Zienswijzen Deze paragraaf wordt, nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, ingevuld.
8.2
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval betreft het gronden die reeds in eigendom van de gemeente zijn. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 55
17 oktober 2023
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 56
17 oktober 2023
Bijlagen toelichting
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 57
17 oktober 2023
Bijlage 1
Stedenbouwkundig Plan
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 58
17 oktober 2023
LEGENDA Groen
Halfverharding
Groen talud
Verharding rijbaan
Water
Verharding oprit
Uitgeefbaar
Verharding trottoir
Bestaande boom Bestaande boom te verplaatsen Stedenbouwkundig Plan Elim Variant 1
Nieuwe bomen
Wadi 1e
2e
3e orde
tekening datum schaal formaat Beneluxweg 125 4904SJ Oosterhout
TEK-486876-1B 25-9-2023 1:1000 ISO A3
Wim Duisenbergplantsoen 21 6221SE Maastricht
www.cb5.nl
info@cb5.nl
Bijlage 2
Verkennend Bodemonderzoek
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 60
17 oktober 2023
SAMENWERKINGSORGANISATIE DE WOLDEN HOOGEVEEN
VERKENNEND ASBEST- EN (WATER)BODEMONDERZOEK WONINGBOUWLOCATIE VAARBOOM IN ELIM
1 MAART 2023
WSP NEDERLAND B.V. ORIONWEG 28 8938 AH LEEUWARDEN wsp.com
PROJECTNUMMER SOL022996 DOCUMENTNUMMER SOL022996.RAP001.WL, versie 1.0
COLOFON OPDRACHTGEVER Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen Raadhuisplein 1 7901 BP Hoogeveen CONTACTPERSOON OPDRACHTGEVER Mevrouw I. Muller PROJECTNUMMER OPDRACHTGEVER CONTACTPERSOON WSP NEDERLAND B.V. De heer W.H. Lemstra Tel: 06-21268307 Email: walter.lemstra@wsp.com
AUTORISATIE PROJECTNUMMER
DOCUMENTNUMMER
VERSIE
STATUS
SOL022996
SOL022996.RAP001.WL
1.0
Concept
OPGESTELD DOOR
FUNCTIE
DATUM
PARAAF
De heer W.H. Lemstra
Senior Adviseur
1 maart 2023
GEVERIFIEERD DOOR
FUNCTIE
DATUM
Mevrouw J.C. Pleumeekers
Senior Adviseur
1 maart 2023
GOEDGEKEURD DOOR
FUNCTIE
DATUM
De heer W.H. Lemstra
Projectleider
1 maart 2023
Verkennend asbest- en (water)bodemonderzoek Woningbouwlocatie Vaarboom in Elim SOL022996.RAP001.WL, versie 1.0 (Concept) Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen
PARAAF
PARAAF
WSP 1 maart 2023 pagina 2/23
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
4
1.1
Aanleiding, doel en opzet van het onderzoek
4
1.2
Kwaliteit
4
2
VOORONDERZOEK
6
2.1
Beschrijving van de locatie
6
2.2
Hypothese en onderzoeksstrategie
8
3
VELDWERK EN CHEMISCHE ANALYSES
9
3.1
Uitgevoerde veldwerkzaamheden
9
3.2
Zintuiglijke waarnemingen
10
3.3
Asbestonderzoek
10
3.4
Grondwaterbemonstering
11
3.5
Chemische analyses
12
4
BESPREKING ANALYSERESULTATEN
13
4.1
Toetsing analyseresultaten
13
4.2
Resultaten grond, waterbodem en grondwater
15
4.3
Interpretatie
18
4.4
Toetsing hypothese
19
5
CONCLUSIES
21
OVERZICHT BIJLAGE(N) Bijlage 1
— Regionale ligging van de onderzoekslocatie Bijlage 2
— Situatietekening Bijlage 3
— Profielbeschrijvingen Bijlage 4
— Analysecertificaten Bijlage 5
— Getoetste analyseresultaten en toetsingswaarden
Verkennend asbest- en (water)bodemonderzoek Woningbouwlocatie Vaarboom in Elim SOL022996.RAP001.WL, versie 1.0 (Concept) Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen
WSP 1 maart 2023 pagina 3/23
1
INLEIDING
In opdracht van samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen heeft WSP Nederland B.V. een verkennend asbesten (water)bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van woningbouwlocatie Vaarboom te Elim. De ligging van de locatie en de situatietekening zijn opgenomen in bijlagen 1 en 2.
1.1
AANLEIDING, DOEL EN OPZET VAN HET ONDERZOEK
De aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend asbest- en waterbodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen herinrichting van de percelen tot een woonwijk. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is vast te stellen of er ter hoogte van de onderzoekslocatie sprake is van een verontreiniging van grond en/of grondwater. De opzet van het verkennend bodemonderzoek is gebaseerd op de Nederlandse norm ‘’Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek’’ (NEN 5740:2009+A1:2016). Het doel van het verkennend waterbodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem. De opzet van het verkennend waterbodemonderzoek is gebaseerd op de Nederlandse norm ’’Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek’’ (NEN 5720:2017). Het doel van het verkennend asbestonderzoek is om na te gaan of de verdenking op asbest in de terecht is. De opzet van het verkennend asbestonderzoek is gebaseerd op de Nederlandse norm ’’Onderzoeksstrategie bij verkennend asbestonderzoek’’ (NEN 5707:2017).
1.2
KWALITEIT
WSP Nederland B.V. is door Kiwa Nederland B.V. gecertificeerd voor de ISO 9001, ISO 14001 en VCA** en in het kader van de Regeling Kwalibo voor de BRL SIKB 1000, 2000 en 6000. Verder is WSP Nederland B.V. gecertificeerd voor het asbestcertificatieschema en de CO2-prestatieladder trede 5. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door WSP Nederland B.V. conform de onderstaande protocollen: − Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”. − Protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters”. − Protocol 2003 ‘’Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek’’. − Protocol 2018 “Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem”. WSP Nederland B.V. is hiervoor gecertificeerd (certificaatnummer K106261) volgens de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” en door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat erkend. De veldmedewerkers die zijn ingezet beschikken over de in de BRL gestelde ervaringseisen en staan geregistreerd als erkend persoon bij Rijkswaterstaat Leefomgeving voor tenminste de voor dit project relevante protocollen. De analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. Dit laboratorium is geaccrediteerd conform de NEN-EN-ISO 17025:2005 en de AS3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”.
De analyses zijn, waar mogelijk, verricht conform de AS3000. De onderzoekslocatie is geen eigendom van WSP Nederland B.V., daaraan gelieerde ondernemingen of overige bij de uitvoering van het onderzoek betrokken partijen. Derhalve voldoet het onderzoek aan de onafhankelijkheidseisen uit de Regeling bodemkwaliteit en het procescertificaat BRL 2000. Verkennend asbest- en (water)bodemonderzoek Woningbouwlocatie Vaarboom in Elim SOL022996.RAP001.WL, versie 1.0 (Concept) Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen
WSP 1 maart 2023 pagina 4/23
Disclaimer Bodemonderzoek betreft per definitie een steekproef. Het hanteren van de actuele normen en protocollen draagt in grote mate bij aan het verkrijgen van een correct beeld van de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek maakt het echter onmogelijk om garanties te geven ten aanzien van de resultaten van het onderzoek. WSP Nederland B.V. accepteert geen aansprakelijkheid voor eventuele beslissingen die opdrachtgever of derden op basis van dit onderzoek nemen.
Verkennend asbest- en (water)bodemonderzoek Woningbouwlocatie Vaarboom in Elim SOL022996.RAP001.WL, versie 1.0 (Concept) Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen
WSP 1 maart 2023 pagina 5/23
2 VOORONDERZOEK In het kader van het onderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725:2017. Het vooronderzoek heeft zich gericht op de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende terreindelen. Op basis van op voorhand bekende informatie zijn financieel juridische aspecten, een vooronderzoek naar de hydrologische situatie en archeologische trefkans buiten beschouwing gelaten. De gegevens van het vooronderzoek zijn verkregen door raadpleging van: − Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen. − RUD Drenthe. − Gemeente Hoogeveen. − Landelijk bodemloket (www.bodemloket.nl). − Historisch kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl). − Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). − Terreininspectie. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het vooronderzoek besproken. Dit resulteert in een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie op de onderzoekslocatie.