Toelichting en bijlagen ontwerp BP Elim, uitbreiding woningbouw
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN
Elim
deelplan uitbreiding woningbouw
ontwerp
17 oktober 2023
Bestemmingsplan Elim, Deelplan Uitbreiding Woningbouw Gemeente Hoogeveen Status: Ontwerp Datum: 17 Oktober 2023 IMRO-Idn: NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01, Elim, deelplan uitbreiding woningbouw
_____________________________________________________________________________________ Status voorontwerp ontwerp vastgesteld onherroepelijk
datum besluit B&W / Raad 17 okt 2023 12 dec. 2023
publicatiedatum
inzagetermijn
20 dec. 2023
21 dec. 2023 t/m 31 jan. 2024
_____________________________________________________________________________________
Vaststellingsbesluit
...........................................................................
Raad van State (onherroepelijk)
...........................................................................
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Opgave bestemmingsplan Opbouw toelichting
7 7 7
Hoofdstuk 2
Huidige situatie
9
Plangebied Vigerend recht Ruimtelijke en functionele structuur plangebied
9 9 10
Hoofdstuk 3
Beleidskader
13
3.1 3.2 3.3 3.4
Rijksbeleid Provinciaalbeleid Regionaalbeleid Gemeentelijk beleid
13 16 19 19
2.1 2.2 2.3
Hoofdstuk 4 Gewenste ontwikkeling en uitgangspunten 4.1
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3
Hoofdstuk 8 8.1 8.2
23
Ruimtelijke en functionele structuur
23
Omgevingsaspecten
25
Bodem Archeologie en Cultuurhistorie Water Natuur en Ecologie Geluid Milieuzonering bedrijven Milieueffectrapportage (MER) Luchtkwaliteit Externe veiligheid Verkeer en parkeren Duurzaamheid
25 27 29 33 37 43 45 46 47 48 48
Planbeschrijving
51
Juridisch systeem Regels Verklaring van de bestemmingen
51 51 52
Handhaving
53
Algemeen Beleidskeuzen Inzet gemeentelijk apparaat
53 53 53
Uitvoerbaarheid
55
Maatschappelijkeuitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
55 55
Bijlagen toelichting
57
Bijlage 1
58
Stedenbouwkundig Plan
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 2
17 oktober 2023
Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
Verkennend Bodemonderzoek Archeologisch onderzoek WaterhuishoudkundigPlan Quicksan Ecologie Aerius Rapportage Aanmeldnotitie besluit m.e.r.
Regels
60 238 279 337 369 394 411
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Artikel 1 Artikel 2
Hoofdstuk 2
Begrippen Wijze van meten
412 416
Bestemmingsregels
417
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Hoofdstuk 3
Groen Tuin Verkeer Water Wonen
417 418 420 421 422
Algemene regels
424
Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Hoofdstuk 4
412
Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels
Overgangs- en slotregels
Artikel 13 Artikel 14
Overgangsrecht Slotregel
424 425 426 427 428
429 429 430
Bijlagen regels
431
Bijlage 1
433
Parkeernota Hoogeveen
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 3
17 oktober 2023
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 4
17 oktober 2023
Toelichting
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 5
17 oktober 2023
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 6
17 oktober 2023
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de realisatie van circa 60 woningen ten westen van de bebouwde kom van Elim, ten zuiden van de sportvelden, gemeente Hoogeveen. Momenteel zijn de percelen voorzien van de bestemming 'agrarisch II' en de aanduiding 'sportterrein'. Het voornemen betreft een gemengd programma van ongeveer 60 woningen. Dit voornemen is echter niet in overeenstemming met de geldende gebruiks en bouwmogelijkheden van de geldende beheersverordening Buitengebied Zuid 2022. Om de woningen te realiseren is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk.
1.2
Opgave bestemmingsplan
Het bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders, waarbij wordt aangetoond dat de realisatie van de circa 60 woningen ter plaatse van de percelen ten westen Elim in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan "Elim, deelplan Uitbreiding woningbouw" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek. nr. NL.IMRO.0118.2023BP8018007-CO01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen).
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.3
Opbouw toelichting
Achtereenvolgens komen na deze inleiding (hoofdstuk 1) de volgende onderwerpen aan bod: hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande situatie en benoemt de huidige planologische regels; hoofdstuk 3 bevat het beleidskader met relevant rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid; hoofdstuk 4 geeft de gewenste ontwikkeling en de uitgangspunten van het plan weer; hoofdstuk 5 gaat in op de randvoorwaarden en belemmeringen vanuit omgevings- en milieu aspecten, zoals bodem, geluid, luchtkwaliteit, water, etc.; hoofdstuk 6 gaat in op de planologische regels en de daarbij behorende verbeelding; hoofdstuk 7 gaat in op de handhaafbaarheidvan het bestemmingsplan; hoofdstuk 8 gaat in op de maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 7
17 oktober 2023
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 8
17 oktober 2023
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie
Plangebied
Het plangebied is zoals gezegd gelegen ten westen van de kern Elim. Aan de noordkant wordt het begrensd door de sportvelden aan de Carstensdijk, aan de west en zuidkant door woonpercelen en agrarische gronden en aan de oostkant ten slotte door de bebouwde kom van Elim zelf. Het plangebied bestaat uit de (gedeelten van) percelen kadastraal bekend staan als gemeente Hoogeveen, secties M nummers 6223, 6230 en 6222. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied (rode omlijning) ten opzichte van de directe omgeving indicatief weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt hier en voor het vervolg van deze toelichting verwezen naar de verbeelding behorend bij dit bestemmingsplan.
Afbeelding 1.1 de ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving.
2.2
Vigerend recht
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de beheersverordening Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022. Deze beheersverordening is op 8 september 2022 door de gemeenteraad van Hoogeveen vastgesteld. Afbeelding 1.2 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij de geldende beheersverordening. Daarnaast gelden ter plaatse ook de parapluplannen "Externe Veiligheid en overige Milieucontouren", "recreatie en toerisme" en "aan en bijgebouwenregeling".
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 9
17 oktober 2023
Afbeelding 1.2 uitsnede geldende beheersverordening. Het plangebied heeft op basis van het geldende bestemmingsplan "Buitengebied Zuid 2017" de enkelbestemming 'Agrarisch II' en daarbij gedeeltelijk de aanduiding'Sportterrein'. De voor 'Agrarisch II' aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden en voor een sporttterrein voor zover de gronden zijn aangeduid met 'sportterrein'. Het realiseren van 60 woningen is niet in overeenstemming met de geldende gebruiks en bouw mogelijkheden van de huidige beheersverordening.
2.3
Ruimtelijke en functionele structuur plangebied
Het landschap rond Elim bestaat uit een rechtlijnig patroon van wegen, waterlopen (overwegend oost-west georiënteerd), bebouwing en beplanting, dat zijn oorsprong vindt in de vervening. Het plangebied ligt ten zuiden van de Carstensdijk, net buiten (en aansluitend) op de bebouwde kom van Elim. In afbeelding 1.3 is te zien dat het in feite om drie (nu nog) van elkaar gescheiden percelen gaat. De twee noordelijke percelen doen dienst als sportveld, het zuidelijke als agrarisch perceel. De sportvelden worden ook gedeeltelijk ontsloten via de dorpsrand. In de onderstaande afbeelding is het plangbied in de directe omgeving zichtbaar.
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 10
17 oktober 2023
Afbeelding 1.3 Het plangebied in de directe omgeving.
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 11
17 oktober 2023
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 12
17 oktober 2023
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie
Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Dit is nodig om de opgenomen doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economischgroeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendigeontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. Geconstateerd wordt dat bestemmingplan Woningbouw Elim, geen rijksbelangen raakt. Derhalve wordt geconcludeerd dat voldaan wordt aan de uitgangspunten zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 13
17 oktober 2023
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het kabinet heeft in de SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen moet worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze zijn bedoeld om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. In het Barro zijn geen specifieke regels opgenomen voor het onderhavig plangebied.
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Daarin is in artikel 3.1.6 een lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen (inclusief detailhandel) in bestemmingsplannen. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. In het gewijzigde Bro, van kracht sinds 1 juli 2017, is artikel 3.1.6, lid 2 gewijzigd in: "De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied". Nieuwe stedelijke ontwikkeling De eerste vraag die beantwoord moet worden is of de ontwikkeling waarvoor dit bestemmingsplan opgesteld is aan te merken is als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Er is geen ondergrens bepaald voor wat een ‘stedelijke ontwikkeling’ is.
Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. 11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 ECLI:NL:RVS:2015:2921) 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS ECLI:NL:RVS:2015:953).
september
2015;
25
2015;
maart
Het begrip "woningbouwlocatie" (zoals opgenomen in de omschrijving van het begrip "stedelijke ontwikkeling" in artikel 1.1.1. Bro) is niet nader gedefinieerd. In de praktijk speelt daarom regelmatig de vraag, hoe bepaald moet worden wanneer woningen één woningbouwlocatie vormen. Er is sprake van één woningbouwlocatie als er tussen de te realiseren woningen, ruimtelijke en functionele samenhang bestaat. Uit de jurisprudentie volgt dat daarvoor onder meer betekenis toekomt aan de onderlinge afstand tussen de woningen. In voorliggend geval is er sprake van een woningbouwontwikkeling waarbij circa 60 woningen worden gerealiseerd ten westen van Elim. Voorliggende ontwikkeling dient daarmee te worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. De laddertoets wordt hierna doorlopen.
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 14
17 oktober 2023
Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en de omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voor woningbouwontwikkelingen kan dit schaalniveau de gemeentegrens overstijgen. Verhuisbewegingen geven hiervoor een goede indicatie. De ‘ladder’ verplicht niet in alle gevallen tot regionale afstemming. Op basis van de aard en de omvang van het woningbouwplan moet bepaald worden of regionale afstemming nodig is. Bij kleinschalige ontwikkelingen die geen gemeentegrens overstijgend effect hebben, is bovengemeentelijke afstemming niet nodig. De ontwikkeling van het plan is in de eerste plaats ingegeven om tegemoet te komen aan de lokale vraag naar woningen. Omdat het een kleinschalige ontwikkeling betreft die geen significant gemeentegrens overstijgend effect heeft, is er geen bovengemeentelijke afstemming nodig. . De totale woningbouwambitie van gemeente Hoogeveen tot 2030 is regionaal afgestemd, de aantallen van deze ontwikkeling passen binnen deze regionaal afgestemde woningbouwambitie.
Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? De behoefte bij een woonplan wordt bepaald door de confrontatie van de lange termijn prognose van de vraag naar woningen, met het woningaanbod in de bestaande plancapaciteit om in die vraag te voorzien. In veel provincies en regio's zijn prognosemodellen beschikbaar die bruikbaar zijn om de behoefte te bepalen. Naast kwantitatieve aspecten, kunnen ook kwalitatieve aspecten een rol spelen bij de beschrijving van de behoefte. Bij woningen kan daarbij vooral worden gedacht aan specifieke woontypen, wooncategorieën en woonmilieus. Zoals reeds beschreven geldt voor het voorliggende plan dat het ruimtelijk verzorgingsgebied het lokaal en gemeentelijk niveau betreft. De behoefte wordt dan ook op dit niveau beschreven. Op basis van het gemeentelijk woonbeleid blijkt er tot en met 2030 2.200 nieuwbouwwoningen aan de woningvoorraad moet te worden toegevoegd in Hoogeveen. Om daadwerkelijk ruim 2.200 woningen te kunnen realiseren, moet de gemeente enige overmaat aanhouden in de woningbouwprogrammering. Niet alle plannen zijn even gemakkelijk ontwikkelbaar en niet alle locaties lenen zich voor elke type woningen. Gemiddeld komt 30% van de locaties later of helemaal niet tot ontwikkeling. De gemeente heeft daarom concrete bouwruimte nodig voor ca. 2.900 woningen in negen jaar (2021 tot 2030).
Zo bouwt de gemeente flexibiliteit en keuzevrijheid in om, ongeacht veranderingen of obstakels, toch in de behoefte te voorzien. Daarmee voorkomt de gemeente onnodige uitstroom van huishoudens uit Hoogeveen. Vindt de stedelijke ontwikkeling binnen of buiten bestaand stedelijk gebied plaats? Als de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied, dan wordt voldaan aan de Ladder. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en ook de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. In voorliggend geval is sprake van een ‘stedelijke ontwikkeling’ op een locatie die onderdeel uitmaakt van het ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en ook de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Er is daarmee sprake van een ontwikkeling aansluitend aan stedelijk gebied. Conclusie Er wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met de principes van de Ladder voor Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 15
17 oktober 2023
duurzame verstedelijking.
3.2
Provinciaal beleid
Provinciale Staten hebben op 3 oktober 2018 de Omgevingsvisie- en Omgevingsverordening Drenthe 2018 vastgesteld.
3.2.1
Omgevingsvisie Drenthe 2018
De Omgevingsvisie is voor Drenthe een centraal visiedocument. Deze Omgevingsvisie is het strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De ambitie ziet toe op het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe passend bij deze kernkwaliteiten. Deze ambitie vormt het hart van het beleid waarmee wordt ingezet op ‘ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit’, mede vanuit de wetenschap dat landschapskwaliteit een belangrijke vestigingsfactor is. In de omgevingsvisie worden zes verschillende kernkwaliteiten benoemd die de Drentse ruimtelijke identiteit inhoud geven. Het gaat om landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. De provincie streeft naar een robuuste ontwikkeling van de ruimtelijke dragers: de sociaaleconomische structuur, het landbouwsysteem, het watersysteem en het natuursysteem. Een systeem is robuust als het weinig gevoelig is voor verstoringen als gevolg van nieuwe ontwikkelingen. Er komen ontwikkelingen op de provincie af die van invloed zijn op de robuuste systemen en die Drenthe blijvend veranderen. Denk bijvoorbeeld aan de gevolgen van klimaatverandering op het water-, natuur- en landbouwsysteem of de inpassing van duurzame energiesystemen binnen onze landschappen. Deze ontwikkelingen vormen de strategische opgaven voor de provincie.
Deze opgaven vragen om een integrale en zorgvuldige afweging binnen en tussen de verschillende robuuste systemen. Daarbij zoekt de provincie naar toegevoegde waarde en streven naar het behoud, en zo nodig, de ontwikkeling van de Drentse ruimtelijke identiteit. Wonen Voor wat betreft wonen heeft de provincie de ambitie om Drenthe als woonprovincie aantrekkelijker te maken met gevarieerde en leefbare woonmilieus die voorzien in de woonvraag. Samen met gemeenten werkt de provincie Drenthe aan een Drentse woningmarktstrategie om vraag en aanbod in de woningvoorraad in balans te houden en aan te laten sluiten bij de demografische behoefte. De provincie vraagt gemeente om op basis van de ruimtelijke structuur van dorpen en steden keuzes te maken over de gehele woningvoorraad: sloop, transformatie of nieuwbouw. Dit met aandacht voor de kwaliteit, kwantiteit, doelgroepen, leefbaarheid, levensduur, duurzaamheid en locatie van haar woningvoorraad. De provincie ziet de gemeentelijke woonopgave graag vertaald in een woonvisie. Gevraagd wordt om onderling met gemeenten af te stemmen. Binnen de regio Zuidwest Drenthe wordt deze afstemming vorm gegeven met een Regionale Woonvisie 2012, welke op onderdelen wordt geactualiseerd. Stedelijk gebied of buitengebied De provincie maakt onderscheid tussen bestaand stedelijk gebied en buitengebied.
Deze noodzaak komt voort uit het provinciaal belang bij een goede ruimtelijke ordening om, mede conform Rijksbeleid, nieuwe initiatieven bij voorkeur te faciliteren binnen de reeds bebouwde omgeving. Het stedelijk gebied omvat de buitenste contouren van dorpen en steden zoals op de kaart 'bestaand stedelijk gebied' is aangegeven. Het voorliggend plan is gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied. De uitbreidingslocatie, welke ruimte biedt voor circa 60 grondgebonden woningen, is direct aangrenzend aan het stedelijk gebied Elim. In de gemeentelijk woonvisie (paragraaf 3.4.4) is de behoefte aan woningbouw beschreven. Ten aanzien van de in de Omgevingsvisie genoemde milieuaspecten als bodem, water en geluid zijn Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 16
17 oktober 2023
onderzoeken uitgevoerd. Voor een nadere uitwerking wordt verwezen naar Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten. Kernkwaliteiten analyse De Provinciale omgevingsverordening Drenthe, met inbegrip van de navolgende wijzigingen, geeft de randvoorwaarden voor het opstellen van ruimtelijke plannen. De verordening heeft onder meer als doel om de kernkwaliteiten van Drenthe te behouden en te versterken. Als bij een ruimtelijk project kernkwaliteiten betrokken zijn, moet in het ruimtelijk project uiteen gezet worden dat met het desbetreffende project wordt bijgedragen aan behoud en ontwikkeling van de bij het project betrokken kernkwaliteiten conform de provinciale ontwikkelingsvisie. Een ruimtelijk project mag geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk maken die de kernkwaliteiten significant aantasten. Kernkwaliteit Landschap De provincie richt zich op het in stand houden en versterken van het landschap als economisch, ecologisch en cultureel kapitaal. De ambitie is een Drents landschap waarin de verscheidenheid in landschapstypen en -onderdelen zich blijvend manifesteert. De landschapstypen met de bijbehorende landschapskenmerken wil de provincie in samenhang behouden en versterken. Daarmee wordt gestreefd naar een Drents landschap waarin het grondgebruik, het type natuur en het landschapsbeeld passen bij de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap.
Vanuit dat perspectief wil de provincie keuzes voor nieuwe ontwikkelingen in het landschap blijvend mogelijk maken. De provinciale doelstellingen voor de kernkwaliteit landschap zijn: het behouden en versterken van de ruimtelijke afwisseling van landschapstypen; het behouden en versterken van de karakteristieke kenmerken van de verschillende landschapstypen die we in Drenthe onderscheiden: het behouden en versterken van de karakteristieke macrogradiënten van het Drents Plateau in relatie tot de aangrenzende en lager liggende veengebieden; het behouden en ontwikkelen van het Nationaal Beek-en esdorpenlandschap Drentsche Aa.
Het plangebied maakt deel uit van het 'Landschap van de Veenkoloniën'. Kenmerkend voor deze hoogveengebieden is de strakke orthogonale verkaveling, de bebouwingslinten langs kanalen en monden en de grote, weidse ruimtes met wijken. Elke ontginning heeft bovendien zijn eigen specifieke kenmerken, waaraan de tijd en de manier van ontginning is af te lezen. Zo heeft het gebied rond Hollandscheveld een kleinschalig, besloten karakter met veel verspreid voorkomende bebouwing en bosstroken. In Smilde vormt de Drentse Hoofdvaart de ruggengraat van de ontginning en zijn de Oude Veenkoloniën kleinschaliger dan de Veenkoloniën in de omgeving van Emmen. Van provinciaal belang is de orthogonale samenhang tussen het systematische ontginningspatroon van grootschalige openheid met kenmerkende wijkenstructuur en de bebouwingslinten met daaruit opgaande percelen. Het beleid is dan ook gericht op het behouden en versterken van de samenhang en de openheid met de wijken en de rechtlijnige landschapsstructuur. Door de ligging van het plangebied ten zuiden van het sportveld en doordat het plangebied direct grenst aan Elim zijn bovengenoemde kenmerken niet meer zichtbaar.. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot verder anatasting van de genoemde landschappelijke waarden.
Kernkwaliteit Natuur Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangende structuur van gebieden met een speciale natuurkwaliteit, deze zijn nader beschreven in het robuust natuursysteem. Het NNN vormt de ruggengraat van het Drentse natuurnetwerk en waarborgt biodiversiteit en duurzame natuur. Voor de ruimtelijke identiteit van Drenthe is de belevingswaarde en de mogelijkheid tot benutten Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 17
17 oktober 2023
van de natuur van groot belang. De provincie is direct verantwoordelijk voor de kwaliteit en kwantiteit van de natuur binnen het Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuur Netwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde gebied ligt op meer dan 350 meter. Er is dus geen sprake van aantasting van deze kernkwaliteit door dit plan. Kernkwaliteit Aardkundig Erfgoed Het plangebied is voor de kernkwaliteit Aardkundige waarden aangeduid met het beschermingsniveau Generiek. In deze gebieden wil de provincie de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren. De provincie verwacht van gemeenten dat zij in deze gebieden nagaan welke kenmerkende aardkundige waarden aanwezig zijn en dat zij hieraan bescherming geven via het gemeentelijk bestemmingsplan en plannen en initiatieven daarop beoordelen. Bij ontwikkelingen kunnen aardkundige kwaliteiten als inspiratiebron worden gebruikt. Ten behoeve van het plan is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Op basis van de resultaten van het onderzoek, wordt de kans op archeologische waarden in het plangebied laag geacht. In de boringen zijn geen archeologische indicatoren gevonden en er is geen intacte (podzol)bodem (meer) aanwezig. Hierdoor is er een lage kans op archeologische resten. De bodem in het plangebied is in het verleden al vergraven geraakt.
Het wordt daarom niet noodzakelijk geacht een archeologisch vervolgonderzoek voor het onderzochte terrein te doen. Kernkwaliteit Cultuurhistorie Het cultuurlandschap, met daarin het gebouwde erfgoed als ankerpunten, is sterk bepalend voor hoe de leefomgeving wordt ervaren. Het geeft betekenis en is direct verbonden met ons beeld van de Drentse identiteit. Daarom heeft de provincie de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS), die het provinciaal belang vastlegt, met daarin drie sturingsniveaus. Daarnaast heeft de provincie een provinciale monumentenlijst en beleid op het gebied van herbestemming. De Cultuurhistorische Hoofdstructuur is gebiedsgericht beschreven in 10 deelgebieden. Voorliggend plangebied is gelegen in het deelgebied 9: Hollandscheveld en Hoogeveen. En bij nieuwe initiatieven is het van belang om de cultuurhistorische samenhang te respecteren. Bepalend voor de hoofdstructuur van dit gebied is het gebruik maken van de randen en contrasten tussen de verschillende ontginningsblokken bij nieuwe ontwikkelingen, en in het bijzonder de achtergrenzen van de ontginningsblokken, waar verschillende kavelrichtingen bij elkaar komen. Zoals al aangegeven bij de landschappelijke waarden is door de ligging van het plangebied tusen sportvelden, bebeouwde kom en woonpercelen verstoord geraakt. Van kenmerken zoals hiervoor beschreven is al geen sprake meer.
3.2.2
Omgevingsverordening Drenthe 2018
Met de bepalingen voor woningbouw wil de provincie dat gemeenten gelegen in eenzelfde woonregio hun plannen voor woningbouwontwikkeling op dit gebied onderling afstemmen, strategisch beleid voeren op het handhaven van een passende woningvoorraad op de lange termijn en met de gebiedspartners afspraken maken over onder andere de programmering. De basis daarvoor is de gemeentelijke woonvisie. Dorpen, steden en het landelijk gebied functioneren binnen de woningmarkt als aanvulling op elkaar of soms concurrerend. De provincie beoogt met de bepalingen een gezonde woningmarkt in stand te houden met ruimte voor regionale verschillen. Met 'afstemmen' wordt in principe overeenstemming bedoeld. Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van 60 woningen net buiten de bebouwde kom van Elim. De woningenvoorraad zal hiermee met 60 woningen toenemen. Deze toename past binnen de huishoudensontwikkeling zoals in de Woonvisie 2017 – 2020 is verwoord. Het plan is in overeenstemming met de omgevingsverordening.
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 18
17 oktober 2023
3.3
Regionaal beleid
In het kader van de regionale afstemming is met de buurgemeenten De Wolden, Westerveld en Meppel overleg gevoerd over het woningbouwprogramma. Er is behoefte aan 1880 tot 2204 woningen in negen jaar (2021-2030) vastgesteld in het woningmarktonderzoek 2021 Regio zuidwest en midden-Drenthe. In 2021 zijn 186 woningen gerealiseerd. Het te realiseren aantal tot en met 2030 is daarmee 1694 – 2018 woningen. Rekening houdend met een plancapaciteit van 130% is er een resterende plancapaciteit benodigd van 2202 tot 2624 woningen tot 2030. Op dit moment bedraagt de plancapaciteit tot 2030 circa 2000 woningen. Hiermee is er voldoende ruimte om extra plancapaciteit toe te voegen.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie Hoogeveen 2015-2030
Als vervolg op de Toekomstvisie is op 23 december 2014 door de gemeenteraad de Structuurvisie Hoogeveen 2015–2030 vastgesteld. Deze Structuurvisie is eigenlijk de ruimtelijke vertaling van de Toekomstvisie. Hij spreekt zich uit over de ruimtelijke ontwikkeling van de gehele gemeente en beschrijft de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten voor het buitengebied, de dorpen en de stad. De Structuurvisie is een voorbeeld van planning van onderop, vanuit het lokale denken. Deze Structuurvisie heeft daarom het oude POP II niet als vertrekpunt genomen, maar nam een voorschot op de nieuwe Omgevingsvisie Drenthe. Deze aanpak past overigens goed binnen de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk. Het Rijk laat meer over aan gemeenten en provincies. De Structuurvisie gaat in op verschillende onderdelen van de stad. Daarbij is een volgorde van binnen naar buiten aangehouden, vanuit het hart naar de stadsranden. De doelstelling is primair om het aantrekkelijke winkelbestand voor de toekomst te waarborgen door een prettiger verblijfsklimaat te scheppen. In de Structuurvisie wordt niet expliciet ingegaan op de verschillende woonwijken die rondom het centrum liggen. De herstructurering van de oudere wijken wordt beschouwd als een autonoom proces, dat zich geleidelijk en over vele jaren zal voltrekken.
Het woonprogramma wordt hierin uiteindelijk uitgewerkt, vanuit een onderbouwing in de Woonvisie 2011 – 2020. De Structuurvisie beschrijft hiervoor de ruimtelijke kaders en de uitgangspunten voor het proces van herstructurering, die neerkomen op het toepassen van maatwerk. De visie op het wonen vanuit de Structuurvisie 2004, is daarentegen gericht op het verbeteren van de bestaande woningvoorraad en op het aanbieden van nieuwe woonmilieus in de stad, de dorpen en in het landelijk gebied. De aandacht voor de woonopgave verschuift van kwantiteit naar kwaliteit. De focus van woningbouw ligt de komende jaren op de stad. Daarnaast wordt gekozen voor geconcentreerde groei bij de dorpen en in het landelijk gebied. De marktvraag bepaalt uiteindelijk welke woningen op welke beschikbare locatie, hoeveel en in welk tempo gebouwd gaat worden.
3.4.2
Structuurvisie Hoogeveen 2.0
De Structuurvisie uit 2004 is nog steeds een inspirerende, ambitieuze, integrale ruimtelijke visie, die in stand blijft en met “Structuurvisie Hoogeveen 2.0” op onderdelen wordt bijgesteld. De visie geeft aan hoe Hoogeveen tot 2030 omgaat met thema's als wonen, voorzieningen, bedrijvigheid, bereikbaarheid, landschap en duurzaamheid. Duurzame kwaliteit is en blijft daarbij de rode draad. De geactualiseerde structuurvisie is op 13 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. In de Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 19
17 oktober 2023
visie kiest Hoogeveen voor beheerste groei waarbij de focus van woningbouw ligt op inbreiding in de stad. Daarnaast wordt gekozen voor geconcentreerde groei bij de dorpen en het landelijke gebied, passend bij de vraag. Voor het landelijk wonen zijn er kansen in de landgoederenzone en de kanalenzone. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van circa 60 woningen. Voorliggende ontwikkeling past hiermee bij de geconcentreerde groei bij dorp Elim. Geconcludeerd wordt dat het voornemen aansluit bij de geactualiseerde structuurvisie Hoogenveen 2.0.
3.4.3
Toekomstvisie Hoogeveen
In april 2018 is de Toekomstvisie Hoogeveen vastgesteld door de gemeenteraad. Deze toekomstvisie met bijbehorende stukken is bedoeld als omgevingsvisie in het kader van de Omgevingswet. De structuurvisie (vastgesteld in 2004 en geactualiseerd in 2012) is nog steeds een inspirerende, ambitieuze, integrale ruimtelijke visie die volledig van kracht blijft. In de toekomstvisie Hoogeveen wordt ingegaan op ambities op het gebeid van wonen, voorzieningen, bedrijvigheid en bereikbaarheid, landschap en de opgave voor de fysieke leefomgeving. Met betrekking tot wonen wenst Hoogeveen een goede woongemeente te zijn waar iedereen een thuis vindt. Waarbij betaalbaar wonen voor iedereen mogelijk moet zijn. De focus wordt gelegd op het wonen in de kern Hoogeveen en de realisatie van aansprekende stedelijke woonmilieus, passend bij de vraag en met behoud van groene open ruimtes. Om aan deze toenemende vraag in de kern te voldoen wordt ook gekeken naar uitbreidingslocaties. In de dorpen ligt het accent op het uitvoeren van de huidige bouwplannen en bieden we ruimte voor specifieke woonwensen. Verder wenst Hoogeveen manieren te vinden om alle woningen sneller te verduurzamen en de bestaande buurten en dorpen aantrekkelijk te houden. Voorliggend plan voorziet in de realisatie van circa 60 woningen direct tegen de kern. Hiermee wordt invulling gegeven aan een lokale behoefte.
Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorgenomen ontwikkeling past binnen de Toekomstvisie Hoogeveen.
3.4.4
Woonzorgvisie 2023-2026
Met deze visie zet de gemeente de koers uit op het gebied van wonen en wonen met zorg voor de komende jaren. Deze woonvisie vervangt het beleidskader dat werd vastgesteld in 2017. De woon(zorg)visie geeft uitwerking aan de richting die is ingeslagen met de Toekomstvisie en zet enkele prioriteiten uit het coalitieakkoord 2022 2026 om in richting en beleid. De woon(zorg)visie bevat een deel visievorming. Dit is uitgewerkt in ambities en opgaven ten aanzien van wonen (en zorg) aan de hand van de volgende thema’s: Thema1: Voldoende woningen in Hoogeveen; Thema2: Een passende woning voor iedereen; Thema3: Wonen met een zorg of ondersteuningsvraag; Thema4: Duurzaam en toekomst bestending wonen in veerkrachtige wijken.
De vraag naar woningen nam de afgelopen jaren sterker toe dan verwacht. Uit het woningmarktonderzoek 2021 komt naar voren dat de lokale woningbehoefte bestaat uit ongeveer 750 woningen in de periode van 2021 tot 2030 Daarnaast ligt er een flinke regionale opgave van nog eens 1130 tot 1450 woningen tot 2030. In totaal komt de woningbouwopgave daarmee op 1880 tot 2200 woningen van 2021 tot 2030. Dat is ongeveer een verdubbeling vergeleken met de vorige woon(zorg)visie 1100 woningen). Gezien de grote druk op de woningmarkt wordt er voor gekozen om nu ambitieuze stappen te maken. Daarom wordt ingezet op de bovenkant van de Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 20
17 oktober 2023
bandbreedte van de vraag die uit het woningmarktonderzoek naar voren komt. Het grootste deel van de lokale behoefte ligt in de stad. In de dorpen is er vooral vraag naar kleinschalige nieuwbouw. Om te voldoen aan de regionale opgave is er binnenstedelijk waarschijnlijk niet genoeg ruimte. Voor die regionale opgave moeten dus op zoek worden gegaan naar een uitbreidingslocatie van Hoogeveen. Uiteindelijk hangt de keuze om ergens te bouwen af van het aantal en type woningen. De gewenste woningen en woonomgeving bepaalt in grote mate welke locaties geschikt zijn. Er is momenteel met name een tekort aan woningen in het betaalbare segment terwijl het betaalbare aanbod dat er is niet beschikbaar komt door een gebrek aan doorstroom. Daarom wordt ingezet in de nieuwbouw op het toevoegen van 65% betaalbare woningen (sociale huur, middenhuur het goedkope en het betaalbare koopsegment). Het plangebied ligt in aan de rand van de kern Elim, het realiseren van de betreffende locatie naar een woonperceel is een goede manier om het dorp uit te breiden met de gewenste woningaantallen. Binnen de kern zelf is onvoldoende ruimte voor het voldoen aan de woningvraag. Van de bovengenoemde woningbouwbehoefte in de gemeente Hoogeveen, moet circa 700 woningen landen in de dorpen. Dit is gesteld op basis van het woningmarktonderzoek 2021 Regio zuidwest en midden-Drenthe.
Met toevoeging van de woningen uit dit plan wordt een bijdrage geleverd aan de behoefte aan woningen in gemeente Hoogeveen en in de kern Elim. Van de 60 grondgebonden woningen, zullen ongeveer 13 woningen deel uit maken van de sociale huursector.. Van deze sociale huurwoningen zijn 6 woningen levensloopbestendig. Dit sluit aan op het gewenste woningbouwprogramma in de grote dorpen (woonvisie 2023-2026) waar wordt uitgegaan van minimaal 20% sociale huur en een grotendeels grondgebonden programma in de dorpen. Deze ontwikkeling draagt daarmee bij aan invulling van deze vraag en sluit aan bij de ambities in de woonvisie. Geconcludeerd wordt dat voorliggend initiatief in overeenstemming is met de woonvisie 'Woonvisie 2023-2026' en het woningmarktonderzoek 2021 Regio zuidwest en midden-Drenthe.
3.4.5
Conclusie
Het rijksbeleid werkt indirect door via het provinciaal beleid. Voor dit bestemmingsplan kan geconcludeerd worden dat het plan niet in strijd is met het geldende provinciale- en gemeentelijke beleid.
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 21
17 oktober 2023
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 22
17 oktober 2023
Hoofdstuk 4 4.1
Gewenste ontwikkeling en uitgangspunten
Ruimtelijke en functionele structuur
Onderstaande afbeelding (en Bijlage 1 ) toont de stedebouwkundige opzet van het woningbouwproject. In het noordelijke gedeelte en aan de randen worden vrijstaande woningen en twee onder een kappers mogelijk gemaakt. Het centrale gedeelte zal bestaan uit rijtjeswoningen. In het noordelijk deel grenzend aan de sportvelden zal een groene zone worden opgenomen. Dit ter afscherming van de sportvelden. Het plangebied zal worden ontsloten via de Vaarboom en de Carstenswijk.
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 23
17 oktober 2023
afbeelding 4.1 de stedebouwkundige opzet. Qua goot en bouwhoogten zal worden aangesloten bij gangbare vormen in de directe omgeving. Hierbij wordt uitgegaan van een maximale bouwhoogte van 10 meter en een maximale goothoogte van 3,5 meter. Daar waar het om rijtjeswoningen gaat zal de goothoogte maximaal 6 meter zijn. De dakvorm zal een dwarskap of langskap zijn. Richtinggevend voor dit deelgebied en de verdere planontwikkeling is het behouden van het onderscheid tussen de verschillende ontginningsblokken. In het ontwerp is hier rekening mee gehouden door de begrenzing van de blokken herkenbaar te houden. Daarnaast is bestaand groen langs de blokkenstructuur zoveel mogelijk in het plan behouden gebleven. Richting het landschap aan de westkant is de begrenzing van het plangebied ingekleed met een groene zone om een zachte omschakeling te bewerkstelligen. Het plan straalt hierdoor rust en ruimte uit.
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 24
17 oktober 2023
Hoofdstuk 5 5.1
Bodem
5.1.1
Normstelling
Omgevingsaspecten
Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik.
5.1.2
Onderzoek en conclusie
WSP Nederland B.V. heeft een verkennend asbest- en (water)bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van woningbouwlocatie Vaarboom te Elim. Zie bijlage 2 Uit het onderzoek blijkt het volgende: Gehele locatie Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk geen bodemvreemde materialen waargenomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging van betekenis. Uit de analyseresultaten blijkt dat in geen van de geanalyseerde mengmonsters gehalten boven de achtergrondwaarde zijn gemeten. Uit de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de grond aan de bodemkwaliteitsklasse 'altijd toepasbaar'. In het grondwater zijn plaatselijk licht verhoogde concentraties barium, cadmium en/of naftaleen gemeten.
Voormalige bebouwing Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk geen bodemvreemde materialen waargenomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging van betekenis. Uit de analyseresultaten blijkt dat er plaatselijk in de bovengrond (0,0-0,5 m -mv) een licht verhoogd gehalte aan PAK i s gemeten (boringen B01, B02, B04 en B05). Ter plaatse van de overige boringen zijn geen verhoogde gehaltes aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde. Uit de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de grond aan de bodemkwaliteitsklasse 'altijd toepasbaar'. In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties ten opzichte van de streefwaarde gemeten.
Dempingen Tijdens de veldwerkzaamheden zijn ter plaatse van boring V08 (0,0-0,5 m -mv) resten plastic aangetroffen. Ter plaatse van de overige boringen zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in geen van de geanalyseerde mengmonsters gehalten boven de achtergrondwaarde zijn gemeten. In de plastichoudende zandgrond (0,0-0,5 m -mv; gaten V03, V08, V09 en V10) zijn geen asbestgehaltes boven het detectielimiet gemeten (<2,0 mg/kg d.s.). Uit de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de grond aan de bodemkwaliteitsklasse 'altijd toepasbaar'. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties barium, cadmium, nikkel en/of zink Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 25
17 oktober 2023
gemeten.
Gedempte wijken Tijdens de veldwerkzaamheden zijn plaatselijk in de bovengrond (0,0-0,5 m -mv) sporen baksteen of glas aangetroffen. Ter plaatse van de overige boringen zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat er plaatselijk in de bovengrond (0,0-0,5 m -mv) licht verhoogde gehalten aan cadmium en PAK zijn gemeten (boringen W08, W13 en W14). Ter plaatse van de overige boringen zijn geen verhoogde gehaltes aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde. In de baksteen- en glashoudend zandgrond (0,0-0,5 m -mv; gaten W08, W10, W13 en W14) zijn geen asbestgehaltes boven de detectielimiet gemeten (<2,0 mg/kg d.s.). Uit de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de grond over het algemeen aan de bodemkwaliteitsklasse 'altijd toepasbaar'. De bovengrond (0,0-0,5 m -mv) ter plaatse van de boringen W08, W13 en W14) voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse 'wonen'. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties barium en nikkel gemeten.
Dammen Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk geen bodemvreemde materialen waargenomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging van betekenis. Uit de analyseresultaten blijkt dat in geen van de geanalyseerde mengmonsters gehalten boven de achtergrondwaarde zijn gemeten. Uit de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de grond aan de bodemkwaliteitsklasse 'altijd toepasbaar'.
Watergangen In de onderzochte watergangen i s een zandlaag met slibbijmengingen waargenomen waarvan de dikte varieert tussen de 5 en 37 centimeter. In de waterbodem zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat binnen de twee monstervakken geen verhoogde gehalten zijn gemeten ten opzichte van de achtergrondwaarde. Voor de toepassing van de slibhoudende laag geldt bij toepassing op de landbodem en in een zoet oppervlaktewaterlichaam de kwaliteitsklasse ''altijd toepasbaar''. De sliblaag i s vrij verspreidbaar op aangrenzende percelen.
Algemeen De analyseresultaten van de grond zijn indicatief getoetst aan de CROW 400. Op basis van de analyseresultaten is, volgens de CROW 400 'werken met verontreinigde bodem', naast de basishygiëne, geen veiligheidsklasse van toepassing.
Op grond van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een (water)bodem-verontreiniging van betekenis en de onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek en/of sanerende maatregelen.
Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 26
17 oktober 2023
5.2
Archeologie en Cultuurhistorie
5.2.1
Normstelling
Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2019 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn archeologische monumenten kaarten en gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaarten opgesteld. De Archeologische Monumenten Kaart (AMK) bevat een overzicht van belangrijke archeologische terreinen in Nederland. In het plangebied zijn geen archeologische monumenten aanwezig waarmee rekening gehouden dient te worden.
5.2.2
Onderzoek en conclusie
Archeologie Door De Steekproef is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De met de plannen gepaard gaande graafwerkzaamheden vormen een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Hieronder volgt een samenvatting en conclusie. Het volledige onderzoek is bijgevoegd alsBijlage 3 . Voorafgaand aan het veldwerk is een archeologisch bureauonderzoek met een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het Fries-Drentse keileemplateau. Op de geomorfologische kaart bevindt het westelijke deel van het plangebied zich in een gebied met grondmorenewelvingen en in het oostelijke deel komt een vlakte van grondmorene voor. De bodem in het noordelijke deel van het plangebied bestaat uit veldpodzolgronden en in het zuidelijke deel komen moerige podzolgronden voor met een humushoudend zanddek. In de top van het dekzand kan zich een podzolbodem hebben gevormd. Vanaf het midden neolithicum (circa 3850 vC) ligt het plangebied (door vernatting vanwege een stijgende zeespiegel) in een uitgestrekt veengebied (zie Hoofdstuk 2.2). Het dekzandniveau kan in het plangebied zijn afgedekt met een veenlaag. Ter hoogte van Elim begon de veenafgraving in de jaren '80 van de 18e eeuw, vanaf dan (omstreeks 1786) vestigden de eerste bewoners zich in het dorp.
Uit het plangebied zijn geen archeologische terreinen bekend in het Centraal ArcheologischArchief (CAA) en het Centraal Monumenten Archief (CMA) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Het dichtstbijzijnde AMK-terrein ligt op ongeveer 3300 meter afstand ten noordoosten van het plangebied. Dit betreft een terrein van archeologische waarde met een vindplaats uit het mesolithicum (AMK-terrein: 2494). Voor een sportveld ten westen van het plangebied is eerder een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd (Figuur 10; Tabel 2: 4699098100 en 4723842100; Van Popta & Van den Bergh 2019). Het onderzoek gaf geen aanleiding voor archeologisch vervolgonderzoek. Op de Kadastrale kaart uit 1832 is ter hoogte van het plangebied bouwland aanwezig, zonder bebouwing. Het plangebied zelf is in het verleden wel bebouwd geweest, maar deze is gesloopt. Op grond van het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een middelhoge tot hoge Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 27
17 oktober 2023
verwachtingswaarde voor vindplaatsen uit de steentijd tot het midden neolithicum en voor vindplaatsen vanaf de nieuwe tijd, bij een intacte bodemopbouw. Voor vindplaatsen voor de periode midden neolithicum tot en met de late middeleeuwen geldt een lage archeologische verwachting. Het gebied was toen door vernatting niet geschikt voor bewoning. In totaal zijn tijdens het veldonderzoek (verkennende fase) twaalf boringen verricht. Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat de bodem in het onderzochte deel van het plangebied reeds grotendeels verstoord is geraakt. De bodem bestaat uit bouwvoor, op een geroerd pakket, op dekzand op keizand en keileem. De bodem ter hoogte van het plangebied is grotendeels verstoord, als gevolg van eerder uitgevoerde bodemingrepen. In het plangebied is geen intacte podzolbodem (meer) aanwezig. In geen van de geplaatste boringen in het plangebied zijn archeologische indicatoren gevonden. Het onderzoek heeft geen vondsten opgeleverd die op de (voormalige) aanwezigheid van archeologische grondsporen wijzen. Hiermee is er in het plangebied een lage kans op behoudenswaardige archeologische waarden. Op basis van de resultaten van het onderzoek, wordt de kans op archeologische waarden in het plangebied laag geacht. In de boringen zijn geen archeologische indicatoren gevonden en er is geen intacte (podzol)bodem (meer) aanwezig.
Hierdoor is er een lage kans op archeologische resten. De bodem in het plangebied is in het verleden al vergraven geraakt. Het wordt daarom niet noodzakelijk geacht een archeologisch vervolgonderzoek voor het onderzochte terrein te doen. Het rapport is beoordeeld door het bevoegd gezag en de conclusie en het advies zijn akkoord bevonden. Het plangebied is vrijgegeven door het bevoegd gezag. Het aspect archeologie vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen plannen. Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11. Cultuurhistorie Het plangebied bevindt zich in de veenkoloniën ten westen van Elim. Er is sprake van een relatief complexe en kleinschalige aanpak van oudere veenontginningen waarbij de (verlengde) Hoogeveensche Vaart de basis vormt en de verbindende schakel is. De structuur van de ontginningen is nog steeds herkenbaar aan de kanalen, die als ontginningsas dienden, en aan de verschillende kavelrichtingen van de ontginningsblokken, die aan de achtergrenzen bij elkaar komen. Doordat grootschalige ruilverkaveling in dit gebied is uitgebleven, is de smalle kavelstructuur tussen de Carstensdijk en de Langewijk nog herkenbaar.
Met name de regelmatige blokverkaveling met kavels van diverse grote, rechthoekige tot vierkante vorm en duidelijke scheiding tussen percelen is van cultuurhistorische waarde. Onderstaande reeks geeft weer hoe de verkaveling binnen de structuur van de wijken plaatsvond en ook vandaag de dag nog herkenbaar is.
1900
1920
1940
2020
Vanuit cultuurhistorie is er geen bezwaar tegen de realisatie van een woonwijk aan de westzijde van Elim. Wel dient rekening te worden gehouden met de inpassing in relatie tot het landschap. Zie Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 28
17 oktober 2023
hiervoor ook paragraaf 4.1 Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen hiermee geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
5.3
Water
5.3.1
Algemeen
Deze waterparagraaf is erop gericht om de actuele watersituatie en het actuele waterbeleid in beeld te brengen en inzicht te geven in maatregelen om de ontwikkeling toekomstbestendig in te richten. Voorliggend plan valt in het beheersgebied van waterschap Vechtstromen.
5.3.2
Watertoetsproces
In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht de Watertoets uit te voeren. De Watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Waterschap Vechtstromen is 17 oktober 2022 per email geïnformeerd over het plan. Het waterschap is vroegtijdig in het proces betrokken bij de totstandkoming van het waterhuishoudkundig plan, zodat beleidsmatige uitgangspunten (water in ruimtelijke plannen) van waterschap Vechtstromen hierin verwerkt konden worden. In het onderstaande worden deze uitgangspunten beknopt beschreven. Voor de volledige uitwerking wordt verwezen naar het waterhuishoudkundige plan. 5.3.2.1 Uitgangspunten Watersysteem Aan- en afvoer van voldoende water, waarborg van de waterkwaliteit en ruimte voor water. Watergangen: In het plangebied ligt geen grote oppervlaktewaterstructuur met een status. Binnen het plangebied zijn enkele sloten aanwezig die vrij centraal in het plangebied gelegen zijn. Buiten het plangebied is een A-watergang van het waterschap aanwezig, ca. 100 m ten zuiden van het plangebied. Het plangebied ligt in een peilgebied met een vast winterpeil van NAP +10,15 m en een vast zomerpeil van NAP +10,4 m. Het oppervlaktewater in het plangebied krijgt een bergende functie en krijgt daarmee een A-status. De functie van deze watergang(en) moet te allen tijde worden gegarandeerd.
Hierbij wordt rekening gehouden met de beschermingszone van deze watergangen zoals in de Keur beschreven. Met betrekking tot deze watergangen gelden de binnen de Keur opgenomen gebods- en verbodsbepalingen. Voor werkzaamheden binnen de beschermingszone moet een Watervergunning worden aangevraagd bij het waterschap Vechtstromen. Wateroverlast Bij kortstondige buien van geringe of enige intensiteit mag hemelwater dat niet lokaal kan worden verwerkt worden afgevoerd, zonder dat dit leidt tot water-op-straat of wateroverlast benedenstrooms van het plangebied. Bij extreme kortstondige buien, verblijft water voor korte tijd op het maaiveld, zonder dat dit tot overlast leidt. De ontwikkelaar houdt rekening met de randvoorwaarden die zowel het waterschap als de gemeente stelt aan het voorkomen van wateroverlast. Er wordt rekening gehouden met de randvoorwaarden die gemeenten stellen aan: Het benutten, lokaal verwerken of vertraagd afvoer van hemelwater op percelen en in de openbare ruimte; Het gescheiden houden van hemelwater; De capaciteitsbehoefte voor de afvoer van hemelwater; De eisen die aan woningen, andere kwetsbare functies en openbare ruimte worden gesteld ter voorkoming van wateroverlast. Elim, deelplan uitbreiding woningbouw ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP8018007-ON01 29
17 oktober 2023
In de uitwerking is rekening gehouden met bovenstaande randvoorwaarden en eisen van zowel gemeente als waterschap. Middels een D-hydro is een modelsimulatie uitgevoerd bij een neerslag gebeurtenis van 70 mm in één uur. Het resultaat hiervan laat zien dat de beoogde maatregelen (zie 5.3.2. Beoordeling) voldoende werking hebben om wateroverlast te voorkomen.
Waterkwaliteit Het watersysteem wordt zo ontworpen dat het geen risico's voor de volksgezondheid creëert en voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. Afvoer hemelwater 1.
Kwaliteit afvoer hemelwater: Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater te garanderen. Licht vervuild hemelwater (bijvoorbeeld van een woonstraat) wordt via de straat naar de wadi's of parkeervakken afgevoerd.
Verontreiniging
Microverontreiniging: Er worden geen uitloogbare materialen gebruikt die tot een verontreiniging van het oppervlaktewater kunnen leiden. Schoonmaakmiddelen en waterkwaliteit: Hemelwater wordt afgevoerd naar oppervlaktewater. Autowassen op straat en reinigen van bestrating kan via de hemelwaterafvoeren zorgen voor schade aan het oppervlaktewatersysteem. Alle toegelaten schoonmaakmiddelen zijn milieuvriendelijk, maar mogen niet zonder meer rechtstreeks in oppervlaktewater worden geloosd. Formeel is daar een vergunning op basis van Art. 6.2 lid 1 van de Waterwet (het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam) voor nodig. Een watervergunning wordt niet verleend wanneer een riolering in de buurt aanwezig is.
Riolering Gemeentelijk rioleringsbeleid: de gemeente heeft een zorgplicht voor doelmatige verwerking en afvoer van hemelwater, afvalwater en grondwater. In het plan wordt rekening gehouden met het gemeentelijke rioleringsbeleid. Afvalwater en hemelwater worden op de perceelgrens gescheiden aangeboden. In het plangebied wordt geen hemelwaterriool aangelegd. De hemelwateropgave wordt bovengronds opgelost door oppervlakkige afstroming naar wadi's en andere bergingsvoorzieningen. Daarmee voldoen we aan de voorkeursvolgorde afvoer hemelwater van zowel waterschap en gemeente om hemelwater oppervlakkig af te voeren en te infiltreren in de bodem. Het volledige vuilwaterstelsel heeft een diameter van PVC 200 mm en is daarmee voldoende in staat om het afvalwateraanbod te verwerken zonder dat wateroverlast ontstaat. Voorkeursvolgorde afvoer hemelwater: Bij de afvoer van overtollig hemelwater is het landelijk beleid dat het afstromend hemelwater ter plaatse in het milieu worden teruggebracht (afkoppelen). Dat kan door infiltratie in de bodem of door berging in het oppervlaktewater. Beiden zijn in het plangebied van toepassing. Het waterschap heeft de voorkeur om daar waar mogelijk, het hemelwater oppervlakkig af te voeren en te infiltreren in de bodem.