Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Langedijk 31 te Hollandscheveld.pdf
Tekst van het document
is
grote
modderkruiper. Deze kan dan ook voorkomen in de watergangen aan oost- en westrand van het plangebied. Voor de beschermde reptielen en de sierlijke witsnuitlibel (ongewervelde) ontbreekt geschikt biotoop in en om het plangebied. Toetsing Van de overige beschermde diersoorten komt grote modderkruiper mogelijk voor in de watergangen in en langs de randen van het plangebied. Deze watergangen blijven bij de ontwikkeling behouden, zodat negatieve effecten op grote modderkruiper niet aan de orde zijn. De ecologische waarde van de watergangen kan naar verwachting zelfs toenemen vanwege het veel extensievere gebruik van de percelen tussen de watergangen. Beschermde reptielen en ongewervelden zijn niet in het plangebied te verwachten, zodat negatieve effecten op beschermde soorten van deze soortgroepen niet aan de orde zijn. Als gevolg van de ontwikkelingen zijn negatieve effecten op vissen, reptielen en ongewervelden uitgesloten.
Ecologische inventarisatie zonnepark Langedijk - 7 december 2018
12
4
Gebiedsbescherming Voor het onderhavige plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wet natuurbescherming en de provinciale structuurvisie en verordening. Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wet natuurbescherming een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voormalig Ecologische Hoofdstructuur) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het provinciale NNN is uitgewerkt in de Omgevingsvisie Drenthe en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening Drenthe. Het NNN in Drenthe kent geen externe werking.
Inventarisatie Het plangebied is geen onderdeel van en grenst niet aan een in het kader van de Wet natuurbescherming beschermd gebied. De twee meest nabijgelegen beschermde gebieden betreffen de Natura 2000-gebieden Dwingelderveld, op een afstand van circa 7 km ten noorden van het plangebied en het Mantingerzand, op een afstand van circa 8 km ten noordoosten van het plangebied. Andere Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 km afstand. Het projectgebied ligt niet op en grenst niet aan gronden die in het kader van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid zijn aangewezen als NNN. Het dichtstbijzijnde beschermde gebied in het kader van het NNN ligt op een afstand van ongeveer 0,8 km ten zuiden van het plangebied Langedijk. Het betreft enkele bospercelen nabij de Zuidwolder waterlossing. Het plangebied is ook niet aangewezen als natuur buiten het NNN (ganzenrustgebied). Toetsing Gezien de aard van de ontwikkelingen en de ligging op ruime afstand van beschermde natuurgebieden, kunnen negatieve effecten op in het kader van de Wet natuurbescherming en het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid beschermde natuurgebieden op voorhand worden uitgesloten. Een vergunning van de Wnb is niet nodig voor de voorgenomen ontwikkelingen en het plan is niet in strijd met het natuurbeleid zoals vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening.
Ecologische inventarisatie zonnepark Langedijk - 7 december 2018
13
5
Conclusie Ten aanzien van soortenbescherming op grond van de Wnb is aanvullend onderzoek noodzakelijk naar de aan- of afwezigheid van poelkikker in het plangebied. Aan de hand van de resultaten van het nader onderzoek kan worden bepaald of een ontheffing op grond van de Wnb noodzakelijk is. Voor andere soorten is de ontwikkeling in het plangebied niet in strijd met soortenbescherming van de Wet natuurbescherming, mits rekening wordt gehouden met het broedseizoen van vogels. Uit de ecologische inventarisatie is naar voren gekomen dat een aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet noodzakelijk is. De ontwikkeling is niet in strijd met gebiedsbescherming in het kader van de Wet natuurbescherming (Natura 2000-gebieden) en in het kader van de Omgevingsverordening Drenthe.
Ecologische inventarisatie zonnepark Langedijk - 7 december 2018
14
6
Bronnen 6.1
Veldbezoek
Het plangebied en de directe omgeving zijn op 27 november 2018 door de heer ir. H. Kloen van BügelHajema Adviseurs bezocht om een indruk te krijgen van de terreinomstandigheden van het plangebied, de omgeving en de voorkomende flora en fauna. Tijdens het bezoek zijn plantensoorten genoteerd en mogelijke nest- en verblijfplaatsen en diersporen van beschermde diersoorten geïnventariseerd. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren: half bewolkt, droog, matige wind º
en circa 3 C.
6.2
Geraadpleegde bronnen
1.
Avifauna
Drenthe,
2014.
Roek
doet
in
Drenthe
nog
geen
stapje
terug.
www.avifaunadrenthe.nl/roek-doet-in-drenthe-nog-geen-stapje-terug/ 2.
BIJ12, 2017a. Kennisdocument Roek. www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-015-KennisdocumentRoek-1.0.pdf
3.
BIJ12, 2017b. Kennisdocument Poelkikker - Rana lessonae. Versie 1.0 juli 2017. BIJ12, www.bij12.nl
4.
Quickscanhulp.nl soorteninformatie uit de Nationale Database Flora en Fauna. (© NDFF quickscanhulp.nl 26-11-2018 17:13:11)
Ecologische inventarisatie zonnepark Langedijk - 7 december 2018
15
Colofon Opdrachtgever TB Noord Advies bv Rapport De heer H. Kloen BügelHajema Adviseurs Projectleiding BügelHajema Adviseurs Projectnummer 117.50.50.00.00.00
BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Vaart nz 48-50 9401 GN Assen T 0592 316 206 F 0592 314 035 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort
Memo Onderzoek poelkikker zonnepark Langedijk Hollandscheveld Opgesteld door: mevr. ir. Jorna Arisz Versie: 1 - 15 augustus 2019 Inleiding Aan de Langedijk te Hollandscheveld ligt het voornemen om een zonnepark te realiseren (zie figuur 1). Dit zonnepark zal gerealiseerd worden op een lang en smal landbouwperceel tussen de Langedijk en de Hollandschevelde Opgaande. Dit perceel wordt omringd door watergangen. In 2018 is door Bügel-Hajema ecologisch onderzoek uitgevoerd waarbij is vastgesteld dat de watergangen ten westen en oosten van dit perceel potentieel leefgebied vormen voor de beschermde poelkikker (Rana lessonae). DoornEco heeft in 2019 aanvullend veldonderzoek uitgevoerd om voorkomen van poelkikker in dit plangebied vast te stellen of uit te sluiten.
Figuur 1. Beoogde ligging van het zonnepark (gele vlak)
Opzet onderzoek Bügel-Hajema heeft in 2018 vastgesteld dat de watergangen ten westen en oosten van het perceel geschikt leefgebied vormen voor poelkikker. De waterkwaliteit van beide watergangen is goed en beide watergangen zijn geïsoleerd. Het perceel waar het zonnepark gepland is, is in 2019 enigszins verruigd geraakt. Langs de oostelijke watergang was op beide oevers een zeer verruigde vegetatie aanwezig, met onder andere veelvuldig voorkomen van distel. De westelijke oever van de westelijke watergang grenst aan een perceel met gangbaar landbouw beheer, in 2019 was dit perceel in gebruik als grasland. Deze oever is ten opzichte van het waterpeil erg laag, met in sommige delen een
smalle plas-dras oeverzone. De overige vegetatie bestond uit onder andere lisdodde, riet, pitrus en diverse oever- en waterkruiden. De westelijke watergang is vanwege de lage oever en aanliggende grazige vegetatie geschikter voor poelkikker dan de oostelijke watergang. Gezien de verruigde oever was deze oostelijke watergang in 2019 nauwelijks op een zinvolle manier te bemonsteren. Het onderzoek heeft zich daarom gericht op de westelijke watergang. In juli en augustus 2019 zijn totaal twee veldbezoeken uitgevoerd. Hierbij is de westelijke oever afgelopen en zijn kikkers op zicht gedetermineerd en deels ook gevangen met behulp van een RAVON schepnet. Gevangen kikkers zijn vervolgens in de hand gedetermineerd op soort. De drie groene kikkersoorten (bastaardkikker Rana klepton esculenta, poelkikker R. lessonae en meerkikker Rana ridibunda) kunnen van elkaar worden onderscheiden op basis van een combinatie van uiterlijke kenmerken, waarbij de vorm en grootte van de metatarsusof graafknobbel het meest onderscheidende kenmerk is.
Figuur 2. Westelijke (links) en oostelijke (rechts) watergangen rondom het beoogde zonnepark (midden)
Het onderzoek is uitgevoerd in lijn met het soortprotocol van het NGB en het kennisdocument van BIJ12. In tabel 1 zijn de gegevens van de veldbezoeken weergegeven. Tabel 1. Samenvatting van het uitgevoerd onderzoek
Ronde 1
Datum 3 juli 2019
Tijd 11u30 – 12u30
Ronde 2
12 augustus 2019
9u00 – 11u30
Weer Half bewolkt ca 16°C wind 2-3 Licht bewolkt Ca 15°C wind 3
Methodiek Zicht, RAVON schepnet Zicht, RAVON schepnet
Resultaten Tijdens de eerste ronde zijn alleen adulte kikkers aangetroffen. Tijdens de tweede ronde hadden de jonge kikkers ook hun metamorfose voltooid. Afhankelijk van de leeftijd zijn de soorten ook bij juveniele dieren op de eerder genoemde kenmerken van elkaar te onderscheiden.
Tijdens het eerste veldbezoek werden totaal slechts twee kikkers gevangen. Mogelijk hield dit verband met de weersomstandigheden in die periode (droog). Tijdens dit veldbezoek werd één exemplaar van de bastaardkikker aangetroffen en één exemplaar met de kenmerken van poelkikker. In agrarisch gebied komt het gezamenlijk voorkomen van beide soorten vaker voor, over het algemeen is de dichtheid van poelkikker dan wat lager. Het tweede veldbezoek heeft plaatsgevonden op een geschikte ochtend met goede weersomstandigheden in een periode waarbij elke dag wel sprake was van regen(buien). Dit is gunstig voor het inventariseren van amfibieën, aangezien ze dan wat actiever zijn dan tijdens een volledige droge periode. Tijdens dit tweede veldbezoek zijn dan ook meerdere kikkers waargenomen, zowel adulte dieren als juvenielen. In de westelijke watergang bevond zich ook een behoorlijk aandeel reuzenlarven van groene kikkers (niet op soort gedetermineerd). Tijdens dit veldbezoek werd zowel adulte als juveniele poelkikker aangetroffen. Daarnaast was er ook sprake van een behoorlijk aandeel bastaardkikkers. Opvallend was dat geen enkele vis werd gevangen, wat zeer gunstig is voor poelkikker en andere amfibieën. Andere te vermelden interessante soorten: kleine watersalamander en grote spinnende watertor.
Figuur 3. Gevangen juveniele poelkikker (links) en juveniele bastaardkikker (rechts)
Gezien de aanwezigheid van zowel adulte als juveniele poelkikkers is er sprake van voortplantingswater voor de beschermde poelkikker. Effecten en vervolgstappen Binnen het ontwerp van het zonnepark blijven beide watergangen (westelijke en oostelijke watergang) behouden. Directe aantasting van voortplantingswater van poelkikker is dan ook niet aan de orde. Het zonnepark wordt gerealiseerd op een voormalig landbouwperceel, die in de huidige situatie vrij verruigd is. Het veld waar het zonnepark op gerealiseerd wordt kan onderdeel uitmaken van het landhabitat van de soort en in mindere mate als overwinteringshabitat. Inrichting als zonnepark, mits er tussenruimtes met grazige vegetatie tussen de rijen panelen beschikbaar blijven, heeft een verwaarloosbaar effect op deze functie,
gezien het huidige landgebruik en het landgebruik in de omgeving. Wel is het belangrijk dat de ruimte tussen de watergangen en de buitenste rijen panelen beheerd wordt als grazige vegetatie en niet verruigd. Om ervoor zorg te dragen dat tijdens de werkzaamheden geen dieren worden gedood kan het werkgebied het beste worden uitgerasterd. Bij de planning van de werkzaamheden (en het plaatsen van de schermen) dient rekening te worden gehouden met de winterslaapperiode waarbij de dieren niet actief zijn en dus ook niet kunnen worden weggevangen of vluchten. Wordt aan bovenstaande voldaan dan is het effect op poelkikker verwaarloosbaar en overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming uit te sluiten.
Samenvatting • Tijdens het veldonderzoek zijn zowel adulte als juveniele poelkikker vastgesteld; • De westelijke watergang en mogelijk ook de oostelijke watergang vormen hiermee voortplantingswater van de beschermde poelkikker (Paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming); • Het veld voor het beoogde zonnepark zou hiermee landhabitat en eventueel overwinteringshabitat kunnen vormen; • Gezien de huidige verruigde staat van het perceel is het effect van de aanleg van het zonnepark verwaarloosbaar mits: o Er tussen elke rij panelen een strook met grazige vegetatie beschikbaar blijft van ca 1,5 meter; o De tussenruimte tussen de watergangen en de buitenste rijen panelen ook wordt beheerd als grazige vegetatie; o Voorafgaand aan de werkzaamheden het werkgebied wordt uitgerasterd en eventueel aanwezige kikkers worden weggevangen; o Hierbij rekening wordt gehouden met de winterslaap periode van poelkikker (oktober – april)
Bijlage 5
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bedrijventerrein II, zonnepark achter Hollandscheveldse opgaande 22 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020PB8027001-VG01 78
16 februari 2022
Overzicht activiteiten in het kader van de maatschappelijke uitvoerbaarheid a) Overzicht van het projectgebied en omwonenden.
b) Uitnodiging bewoners Hollandscheveldse Opgaande.
c) Verslag van de inloop en informatiebijeenkomst
d) Reactie IVN-afdeling Hoogeveen
Bijlage 6
Vooroverlegnota
Bedrijventerrein II, zonnepark achter Hollandscheveldse opgaande 22 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020PB8027001-VG01 82
16 februari 2022
VOOROVERLEGNOTA In het kader van het vooroverleg 3.1.1. Wro is de conceptvergunning aanvraag voorgelegd aan verscheidene vooroverlegpartners. Van meerdere partijen zijn reacties ontvangen. Hieronder wordt daar verder op ingegaan. Provincie Drenthe Het plan past in ons ruimtelijk- en energiebeleid om te komen tot een duurzame energievoorziening in de provincie Drenthe. Het door u vastgestelde geactualiseerde beleid voor zonneakkers in uw gemeente krijgt, op het onderdeel participatie wat betreft vorm en inhoud aanmerkelijk meer aandacht dan voorheen. Dit sluit ook goed aan op ons aangescherpte beleid in de Omgevingsvisie/ Provinciale Omgevingsverordening. Op basis van de overgelegde stukken, zo blijkt, heeft dit een positieve uitwerking op de omgeving. De constructieve wijze waarop de omgeving/ buurt, zowel collectief dan wel zo nodig op individueel niveau bij het plan is betrokken heeft zeker onze waardering. De provincie ziet het als een goed voorbeeld van hoe om te gaan met plannen voor zonneakkers. Dit geldt ook voor het traject dat nog wordt doorlopen om de buurt, desgewenst, deelgenoot te maken in de "revenuen" van het park op basis van het zogenaamde postcoderoosconcept. Ook krijgt het plan de nodige aandacht wat betreft de landschappelijke inpassing.
Rekening wordt gehouden met de bestaande cultuurhistorische structuren in het landschap, zoals de zo kenmerkende opstrekkende verkavelingsstructuur. Graag ziet de provincie de volgende zaken nog toegevoegd/gewijzigd aan het plan: - Een nieuwe beplantingsstrook te realiseren aan de westzijde van het plangebied. Hierbij gaat de voorkeur uit naar een singel met bomen en struiken. Mocht dit qua bezonning bezwaarlijk zijn dan vinden de provincie het van belang in ieder geval wel de struiken aan te brengen, bestaande uit meidoorn, sleedoorn, braam en vuilboom. - De in het plan opgenomen natuurlijke oever van nu ongeveer 3 meter grenzend aan de aan de oostzijde van het plangebied gelegen sloot te verbreden naar 6 meter. Door ook een meer verflauwd sloottalud toe te passen ontstaat hierdoor een grotere ecologische meerwaarde. Dit in combinatie met het inzaaien van een kruidenrijke inheemse vegetatie. Op deze wijze kan het plan een grotere meerwaarde krijgen door meer te combineren met water en natuur. Om te voorkomen dat beschreven meerwaarde na beëindiging van het gebruik van het perceel voor zonnepanelen weer verloren gaat dient dit ook geborgd te worden. Relevant is dat in de vergunning is geborgd dat na beëindiging alle zonnepanelen worden verwijderd. Het plan voorziet hierin overeenkomstig artikel 2.27 POV. Ook dient te zijn geborgd dat(aangebrachte) landschapselementen c.a.
die meerwaarde opleveren, worden gehandhaafd. Reactie gemeente De gevraagde toevoegingen aan de landschappelijke inpassing zijn overgenomen. In de te verlenen omgevingsvergunning voor het zonnepark zal als voorwaarde worden opgenomen dat zonnepark na beëindiging van het gebruik verwijderd dient te worden en de gronden, met uitzondering van landschappelijke inpassing, in oorspronkelijke staat dienen te worden teruggebracht.
Conclusie: De vooroverlegreactie geeft aanleiding om het plan aan te passen. Natuur en Milieufederatie Drenthe (NMFD) 1. Gemeentelijk kader De NMFD wijst erop dat het voorliggend plan in strijd is met het aangepaste afwegingskader zonne-energie Hoogeveen (hierna het aangepaste afwegingskader). In het aangepaste afwegingskader wordt gewezen op het belang van maatschappelijke inpassing bij initiatieven voor het opwekken van zonne-energie in het buitengebied, het actief streven naar 50% deelname van inwoners in de vorm van dorps-/energiecorporaties en het creëren van maximale betrokkenheid van inwoners en andere betrokkenen in de omgeving. Het voorliggend plan voldoet hier niet aan. 2. Dubbel ruimtegebruik In de ruimtelijke onderbouwing wordt verwezen naar het Afwegingskader zonne-energie Hoogeveen, de Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (beiden 2018) en specifiek naar de gestelde voorwaarde dat er bij de ontwikkeling van zonne-energie in het buitengebied sprake moet zijn van een combinatie met andere functies en/of dat het op gebiedsniveau tot integrale meerwaarde leidt. Wij zien een combinatie met andere functies niet terug in het voorstel en van een integrale meerwaarde is eveneens geen sprake. 3. Locatiekeuze Het project gebied betreft 3 hectare landbouwgrond van beperkte landbouwkundige waarde.
Het gebied maakt deelt van een strook open veenontginningsgebied ten zuiden van het Hollandscheveldse Opgaande. Ondanks de beperkte omvang van het aan te leggen zonnepark zal het open karakter van het landschap verstoord worden, wat ongewenst is 4. Beroepsprocdure De NMF zit deze reactie niet los van onze beroepsprocedure met betrekking tot Zonnepark Hendrik Reindersweg 14b te Pesse in de gemeente Hoogeveen. Meerdere van de daarin aangedragen punten zijn wat de NMF betreft ook van toepassing op het nu voorliggende plan. Er wordt niet aangegeven om welke punten het gaat. Reactie gemeente Ad.1 Gemeentelijk kader De aanvraag omgevingsvergunning is ingediend ten tijde van het (oude) Afwegingskader zonne-energie Hoogeveen (d.d. 18-3-2019). Het aangepaste afwegingskader is daarom niet van toepassing op voorliggend plan, waardoor een toetsing daaraan niet aan de orde is. Ad.2 Dubbel ruimtegebruik Tijdens de planvorming is gestreefd naar het doel van het combinatiemodel, namelijk het zo optimaal mogelijk combineren van functies, kwaliteiten en strategische opgaven in het voorliggende plan. Wij hebben een zorgvuldige afweging gemaakt ten aanzien van de te beschermen kwaliteiten in het gebied, de kansen voor toe te voegen waarden en de strategische opgave die er ligt ten aanzien van de energietransitie. Dit geldt overigens niet alleen voor dit plan.
Dit is ook de basis van het vastgestelde gemeentelijke afwegingskader zonne‐energie, dat gebruikt wordt als toetsingskader voor de plannen. Combinatiegebruik op de locatie is daarnaast mogelijk, door een ecologische meerwaarde realiseren. Zoals in de ruimtelijke onderbouwing is opgenomen is de voorgenomen ontwikkeling uitgewerkt met
aandacht voor de kernkwaliteit uit het provinciaal beleid, en met oog voor de ruimtelijke en cultuurhistorische context. Hierdoor ontstaat een zorgvuldige inpassing in het landschap. In de stukken behorende bij de omgevingsvergunning (landschappelijke inpassingsplan) blijkt eveneens dat het zonnepark een ecologische meerwaarde zal realiseren. Naar aanleiding van wensen van omwonenden en de vooroverlegreactie van de provincie is de landschappelijke inpassing van het plan verder uitgebreid. Aan de westkant van het projectgebied wordt een nieuwe beplantingsstrook toegevoegd. Het gaat om een singel van struiken met streekeigen beplanting (meidoorn, sleedoorn, braam en vuilboom). De singel is hoog genoeg om voor de inpassing van de zonnepanelen maar laag genoeg om de openheid van het gebied te kunnen blijven ervaren. Ook aan de noord- en zuidkant van het park wordt een vergelijkbare singel aangelegd. Dergelijke singels passen goed in het landschap, waar van oudsher beplanting langs kavelsloten aanwezig is. De singels blijven na de exploitatietermijn van het zonnepark ‘achter’ in het gebied en zijn dus direct van toegevoegde waarde voor het landschap. Ook voor de ecologie zijn deze beplantingsstroken van belang. In navolging van het advies van de provincie Drenthe wordt de oever van de sloot aan oostzijde van het projectgebied verbreed van 3 m naar 6 m.
Tevens wordt het talud verflauwd. Tenslotte zal ter plaatse een kruidenrijke, inheemse vegetatie worden ingezaaid. Al deze inrichtingsmaatregelen zorgen, net als de aanleg van de beplantingssingels in het gebied, voor een ecologische meerwaarde. Ad. 3 Locatiekeuze Het projectgebied ligt globaal genomen tussen de Langedijk en de Hollandscheveldse Opgaande. De noordzijde van het projectgebied wordt begrensd wordt door de hoog opgaande beplanting ‘achter’ het Hollandscheveldse Opgaande. Aan de oostkant ligt de doorgetrokken Mr. Cramerweg. Aan de zuidkant grenst het projectgebied respectievelijk aan de Langedijk en aan westkant aan landbouwgebied. Tussen het plangebied en Mr. Cramerweg ligt een aarden wal. Hierdoor wordt het plangebied in de huidige situatie vanaf de oostzijde vrijwel geheel aan het zicht onttrokken. Ook zorgt de aarden wal voor een duidelijke begrenzing/beindiging van het landbouwgebied, waar het projectgebied aangrenst. Zoals onder 2 is aangegeven wordt aan de zuid-, west- en noordkant van het projectgebied een nieuwe beplantingsstrook toegevoegd. Dit in combinatie met de aanwezige groenelementen en verhogingen in het landschap zorgt ervoor dat het zonnepark goed is in te passen in het plaatselijke landschap. Er is dus sprake van een juiste locatiekeuze. Ad 4. Omdat niet aangegeven wordt om welke punten het gaat wordt niet ingegaan op dit onderdeel.
Hierbij merken wij op dat de rechtbank het ingestelde beroep op 11 november 2020 ongegrond heeft verklaard. Conclusie: De vooroverlegreactie geeft geen aanleiding om het plan aan te passen. Waterschap Drents Overijsselse Delta De werkzaamheden c.q. activiteiten vallen binnen het waterstaatswerk primaire watergang WH3-232_A, inclusief beschermingszone. Op basis van de aanvraag voor een omgevingsvergunning heeft het waterschap Drents Overijsselse Delta bezwaar tegen de voorgenomen werkzaamheden c.q. activiteiten.
Motivatie: In de beleidsregels bij de Keur staat dat objecten en bouwwerken binnen de beschermingszone het doelmatig onderhoud van een oppervlaktewaterlichaam kunnen belemmeren. Obstakels en bouwwerken in de beschermingszone zijn dan ook in principe niet gewenst. In bepaalde gevallen kan hiervan worden afgeweken, echter dat is in dit geval niet van toepassing: - In de beschermingszone van de primaire watergang staan 2 trafo’s ingetekend. Omdat vanaf landzijde onderhoud aan de watergang moet worden uitgevoerd dient een strook van 5 meter langs de watergang vrij van obstakels te blijven. - Het hekwerk staat ingetekend over de watergang, hiermee kunnen we niet akkoord gaan. Voor een hekwerk langs de watergang zijn er wellicht mogelijkheden in overleg. - De locatie van het toegangshek zoals ingetekend binnen de beschermingszone kunnen we niet mee akkoord gaan. Ook hier zijn wellicht andere mogelijkheden die bespreekbaar zijn. Aandachtspunt is in ieder geval dat het terrein voor het waterschap toegankelijk blijft. De initiatiefnemer dient een alternatief plan te maken, waarbij rekening gehouden wordt met bovenstaande. Voor alle werkzaamheden c.q.
activiteiten die binnen het waterstaatswerk primaire watergang WH32-32_A, inclusief beschermingszone vallen, is er een vergunningplicht op basis van artikel 6.13 van de Waterwet, respectievelijk artikel 3.1 van de Keur Waterschap Drents Overijsselse Delta. Zonder een vergunning van het dagelijks bestuur van Waterschap Drents Overijsselse Delta mogen er geen werkzaamheden c.q. activiteiten plaatsvinden binnen het waterstaatswerk en/of beschermingszone. Een aanvraag watervergunning dient gedaan via het omgevingsloket online via:www.omgevingsloket.nl. Reactie gemeente De trafo’s en het hekwerk/toegangshek aan de zuidzijde van het park, moeten verplaatst worden tot buiten de beschermingszone van het plaatselijk aanwezige oppervlaktewaterlichaam (5 m). Het gaat hier om de primaire watergang. Er heeft overleg met het waterschap plaatsgevonden. Naar aanleiding daarvan zijn alle objecten en bouwwerken uit de beschermingszone gehaald. Een en ander is verwerkt in het parkontwerp. Door deze aanpassingen hoeft er geen watervergunning te worden aangevraagd. Conclusie: De vooroverlegreactie geeft aanleiding om het plan aan te passen. Gasunie Buiten het plangebied, op 150 meter afstand liggen aardgastransportleidingen die bij de Gasunie in beheer zijn. Met de plannen is zover de Gasunie heeft kunnen beoordelen geen rekening gehouden met de aanwezigheid van de aardgastransportleidingen.
Het zonnepark kan de kathodische bescherming (KB) van de aardgastransportleiding beïnvloeden. Er dient
aangetoond te worden dat het zonnepark geen externe beïnvloeding heeft op de KB van ons leidingsysteem. Uit een nog aan te leveren berekening moet blijken dat voor wisselstroom beïnvloeding wordt voldaan aan de NEN 3654 en dat er geen ontoelaatbare externe beïnvloeding op het Kathodische Beschermingssysteem wordt veroorzaakt. Deze berekeningen dienen voor start van de aanleg ter beoordeling te worden toegezonden aan onze tracébeheerder. Tot uit de beoordeelde berekeningen het tegendeel blijkt en deze akkoord is bevonden door onze tracébeheerder, kan Gasunie niet instemmen met de aanleg van het zonnepark. Reactie gemeente In de ruimtelijke onderbouwing is naar aanleiding van de vooroverlegreactie de volgende tekst opgenomen: De Gasunie heeft in het kader van het vooroverleg (zie paragraaf 5.2) aangegeven dat het zonnepark geen negatieve invloed mag hebben op de zogeheten ‘kathodische bescherming’ van de aardgastransportleiding die aan de westkant is gelegen (circa 125 m). Voorafgaand aan de inrichting van het projectgebied zal aan de tracébeheerder een berekening worden voorgelegd waaruit blijkt dat a) voor wisselstroom beïnvloeding wordt voldaan aan de NEN 3654 en b) dat er geen ontoelaatbare externe beïnvloeding op het Kathodische Beschermingssysteem wordt veroorzaakt. Conclusie: De vooroverlegreactie geeft aanleiding om het plan aan te passen.
Bijlage 7
Reactienota Zienswijzen Zonnepark Langedijk
Bedrijventerrein II, zonnepark achter Hollandscheveldse opgaande 22 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020PB8027001-VG01 88
16 februari 2022
Reactienota zienswijzen zonnepark Langedijk 31 te Hollandscheveld De ontwerp omgevingsvergunning (WABO) zonnepark locatie Langedijk 31 te Hollandscheveld heeft van 22 april 2021 tot en met 2 juni 2021 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn in totaal 8 zienswijzen ingediend. Alle zienswijzen zijn afzonderlijk beantwoord. Hieronder is per ontvangen zienswijze puntsgewijs een samenvatting gegeven. In de opvolgende tekst is hierop gereageerd. Indien op basis van de ingediende zienswijze een onderdeel in de vergunningaanvraag is gewijzigd danwel aangepast dan is dat vermeld. Ingediende zienswijzen: Zienswijze 1, (bewoner Langedijk); Zienswijze 2, (bewoner Hollandscheveldse Opgaande); Zienswijze 3, (bewoner Albartsweg); Zienswijze 4, (namens bewoners van meerdere adressen); Zienswijze 5, (bewoner Hollandscheveldse Opgaande); Zienswijze 6, (bewoner Langedijk); Zienswijze 7, (bewoner Hollandscheveldse Opgaande); Zienswijze 8, (bewoner Langedijk); Zienswijze 1 1a Zonneladder Zonne-energie moet eerst worden opgewekt op daken en lege industriegebieden of langs spoor-en autowegen. In het afwegingskader zonne-energie van de gemeente Hoogeveen staat ook de zonneladder, landbouwgrond wordt pas op de laatste plaats genoemd, eerst daken en bebouwd gebied. De provincie Drenthe en de overheid hanteren dezelfde zonneladder.
Laat de gemeente dan ook eerst daken en industrieterreinen gebruiken voordat landbouwgrond opgeofferd wordt. Reactie gemeente Om aan de gemeentelijke klimaatdoelstelling te kunnen voldoen dient in 2040 circa 6.000 Tj aan duurzame energie opgewekt te worden. Dit komt overeen met het huidige energieverbruik in de gemeente. Op één hectare kunnen circa 3.000 zonnepanelen worden geplaatst. Hiermee kan jaarlijks ongeveer 3,7 Tj duurzame energie mee werden opgewekt. Om Hoogeveen energieneutraal te krijgen met zonneparken is 1621 hectare aan zonnepark nodig. Dit komt overeen met circa 4.863.000 zonnepanelen. Dit is geen realistisch scenario. Als gemeente zetten we daarom in op het opwekken van duurzame energie op daken (stap 1) en zoveel mogelijk op andere plaatsen in het bebouwde gebied (stap 2). Met deze stappen zijn we al enkele jaren zeer intensief bezig, in de vorm van tal van projecten en regelingen gericht op het stimuleren van bedrijven, inwoners, organisaties en verenigingen. En hoewel het aantal zonnepanelen op daken en binnen de bebouwde kom aanzienlijk is toegenomen de laatste jaren weten we zeker dat stap 3 ook nodig is (buiten bebouwd gebied) om energieneutraal te worden.
De urgentie van de energietransitie is dermate hoog dat we op de bovengenoemde drie stappen van de zonneladder tegelijkertijd inzetten en geen afwachtende houding aannemen tot de capaciteit van stap 1 en 2 volledig zijn benut. Hieronder geven we een nadere toelichting op onze inspanningen met betrekking tot stap 1, 2 en 3. Stap 1: Op daken De gemeente Hoogeveen faciliteert eigenaren van zowel woningen als bedrijfsgebouwen om zonnepanelen op daken aan te brengen. Via DrentsEnergieloket.nl kan met een virtuele dakscan geraadpleegd worden of een dak voldoende zonpotentie heeft. Met een rekenmodule kan vervolgens berekend worden wat de investering in zonnepanelen zal gaan opleveren. De gemeente biedt leningen aan om de aanschaf van zonnepanelen te kunnen financieren. Door de korte terugverdientijd en gunstige financieringsmogelijkheden van zonnepanelen, is er een enorme stijging van zonnepanelen op daken van woningen
waarneembaar. De bedrijfsdaken blijven door verschillende redenen nog achter. De gemeente faciliteert daarom een project van de ondernemers van Hoogeveen om ook deze daken van zonnepanelen te voorzien. Stap 2: Binnen bebouwd gebied Er wordt door de gemeente naar mogelijkheden gezocht om binnen het bebouwde gebied zonnepanelen te kunnen plaatsen. Voorbeeld hiervan is het overkappen van parkeerterreinen. Hiervoor worden gesprekken gevoerd met ontwikkelaars. Stap 3: Buiten bebouwd gebied Uit de bovenstaande getallen blijkt dat het, vanwege de klimaatopgave, noodzakelijk is om ook zonne-energie op te wekken in het buitengebied. Hier kunnen significante hoeveelheden duurzame energie worden opgewekt. De gemeente zet daarom gelijktijdig in op het opwekken van zonne-energie op daken, binnen bebouwd gebied en buiten bebouwd gebied. 1b Opofferen natuurgebied Het perceel wordt nu veel gebruikt door wilde dieren zoals reeën, dassen en weidevogels. Door het plaatsen van een zonnepark wordt dit leven ernstig verstoord. Zonne-energie opwekken moet goed voor de natuur zijn maar niet als er kostbare natuurgebied en landbouwgrond opgeofferd wordt. Reactie gemeente Het uitgangspunt bij het kiezen voor locaties is de beleidsnota Afwegingskader zonneenergie Hoogeveen.
Dit beleid kenmerkt zich door een uitnodigend karakter waarbij op voorhand geen locaties worden aangewezen en slechts enkele locaties worden uitgesloten. Initiatiefnemer heeft in de ruimtelijke onderbouwing keuze voor de locatie gemotiveerd. Om de uitvoerbaarheid van onderhavig planvoornemen te toetsen, is een ecologische inventarisatie naar natuurwaarden binnen het projectgebied uitgevoerd. In deze inventarisatie is beoordeeld of een aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. In paragraaf 4.8 van de ruimtelijke onderbouwing behorende bij de omgevingsvergunning is aangegeven dat er geen nadelige effecten op beschermde gebieden en soorten worden verwacht. Naar aanleiding van de zienswijzen heeft initiatiefnemer enkele aanpassingen gedaan aan het ontwerp van het plan ten gunste van flora en fauna. Om het park minder zichtbaar te maken komt er een haag aan de noord, zuid en west kant van het park. De planten en heesters in deze haag worden in overleg met IVN Hoogeveen en omwonenden ingericht op een wijze dat deze de biodiversiteit verhoogd en de haag ook als voedselbron voor de dieren gaat dienen. Daarnaast wordt het gaaswerk van het hek zodanig van de grond omhoog gebracht dat klein wild er onderdoor kan. Zodoende blijft het perceel toegankelijk. Tevens worden twee bijenhotels geplaatst.
1c Waardedaling De WOZ-waarde van de huizen van omwonenden zal lager worden. Dus naast verlies van woonplezier zijn er ook nadelige financiële gevolgen voor omwonenden en gemeente. En dat terwijl er een eerlijker alternatief is waarbij degene die de lusten krijgt ook de lasten draagt. Reactie gemeente Het zonnepark is vergunningplichtig, waardoor leges in rekening worden gebracht voor de realisatie van het zonnepark. De Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) regelt de waardering van onroerende zaken voor de belastingheffing door onder andere de gemeente. Voor zonneparken geldt dat voor de stellages een WOZ-beschikking zal worden verstuurd. Op deze wijze vloeit een gedeelte van de baten terug naar de gemeenschap. Op grond van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan tot 5 jaar na het onherroepelijk worden van een bestemmingsplan dan wel van een omgevingsvergunning die
afwijkt van het onderliggende bestemmingsplan, een verzoek om planschade worden ingediend bij het college van Burgemeester en wethouders. Indieners hebben deze mogelijkheid ook. Indien indieners van mening zijn hiervoor in aanmerking te komen kunnen zij hiervoor een verzoek indienen. 1d Gezondheid, schittering, geluidsoverlast, impact van straling op dier en mens Indieners maken zich zorgen over gezondheid, schittering, geluidsoverlast, impact van straling op dier en mens Reactie gemeente Uit alle onderzoeken waaronder die van de RIVM (Effecten van nieuwe energiebronnen op gezondheid en veiligheid in Nederland 2021) blijkt dat zonnepanelen op geen enkele wijze een bedreiging zijn voor de gezondheid. Zoals in paragraaf 4.10 van de ruimtelijke onderbouwing aangegeven is het risico op schittering niet aanwezig. Daar komt bij dat zonnepanelen in eerste instantie gemaakt zijn om licht te absorberen. Het zonnepark gaat gepaard met een landschappelijk inpassingsplan waardoor het park zoveel mogelijk uit het zicht wordt genomen. Alleen vanuit de woningen aan de Hollandscheveldse Opgaande zijn op het niveau van de eerste verdieping en de zolder de panelen waar te nemen. Hierbij wordt opgemerkt dat vanuit die richting tegen de achterkant van de panelen aan wordt gekeken.
De dichtstbijzijnde bewoner aan de zuidkant woont hemelsbreed meer dan 400 meter van het park af waardoor op die afstand de panelen niet meer kunnen worden waargenomen, ook omdat ze er geen vrij zicht op hebben. Geluid kan bij sommige zonneparken overlast veroorzaken. Mede door de gesprekken die initiatiefnemer met een aantal indieners van zienswijzen heeft gevoerd wordt de locatie van de omvormers gewijzigd. Ze zijn van de westzijde verplaatst naar de oostzijde. Het zijn omvormers die vergelijkbaar zijn met omvormers die aan huis gebruikt worden. Door ze onder de panelen te plaatsen en ze op de oostzijde te plaatsen zullen ze niet vanuit de woningen hoorbaar zijn. Bij de keuze van de trafo is rekening gehouden met het geluidsniveau. Gekozen is voor de stilst mogelijke trafo die een maximaal geluid produceert van 53 dB, hetgeen vergelijkbaar is met een koffiezetapparaat. In de woningen maar zelfs ook van dichtbij is de trafo niet hoorbaar. Zoals ook aangegeven in hoofdstuk 4.3 van de ruimtelijke onderbouwing behorende bij de omgevingsvergunning betreft een zonnepark een milieucategorie 2inrichting met een richtafstand van 30 m vanwege geluid. In het plan liggen de twee transformatoren op een afstand van ten minste 400 m uit de bestemmingsgrens van het dichtstbijzijnde woonperceel.
Verder kan worden opgemerkt dat er ten behoeve van het zonnepark geen 'ongedierte verjagers' met hoge geluidsfrequenties ingezet zullen worden. Daarmee vormt geluid geen belemmering voor de uitvoering van het plan. Het RIVM heeft in 2018 een onderzoek (RIVM briefrapport 2018-0015) gedaan naar extreem-laagfrequente (ELF) magneetvelden bij onder andere zonneparken. De rijksoverheid hanteert een maximaal jaargemiddelde voor een magneetveld van 0,4 microtesla voor hoogspanningsleidingen, het RIVM heeft in 2018 geadviseerd dit beleid uit te breiden naar andere bronnen, waaronder zonneparken. Onderzocht is vanaf welke afstand het magnetisch veld zwakker wordt dan 0,4 microtesla. Bij opladers van huishoudelijke apparaten is dat tot een afstand van enkele centimeters van de bron het geval, bij transformatoren van zonneparken tot enkele meters (5 a 6 meter). In dit plan liggen de transformatoren op circa 400 meter van de bestemmingsgrens van het dichtsbijzijnde woonperceel, dit is ruim meer dan de voorgeschreven 6 meter. 1e Agrarische bestemming De gevraagde omgevingsvergunning (industrie, een zonnepark) is niet waar dit stuk land voor bedoeld is, namelijk een agrarische bestemming.
Reactie gemeente Een zonnepark past inderdaad niet binnen de bestemming agrarisch. Om mee te kunnen werken aan een afwijking van dit gebruik wordt daarom de onderhavige vergunningprocedure gevoerd. In de ruimtelijke onderbouwing behorende bij de ontwerpvergunning is uiteengezet waarom meegewerkt kan worden aan het gebruik als zonnepark. Tevens is in het afwegingskader opgenomen dat de vergunningen worden afgegeven voor een periode van 25 jaar. Dit houdt in dat het zonnepark na 25 jaar afgebroken dient te worden en dat de grond in de oorspronkelijke staat dient te worden teruggebracht. Om deze reden wordt ook met een omgevingsvergunning gewerkt en niet met een bestemmingsplanwijziging. De onderliggende bestemming blijft zodoende van kracht. Dat is agrarische grond. 1f Landelijk wonen Woon-en leefklimaat wordt ernstig aangetast, woonplezier wordt minder, je kiest immers bewust om landelijk te wonen. Reactie gemeente Het realiseren van een zonnepark gaat gepaard met een adequate landschappelijke inpassing. Deze is onderdeel van de omgevingsvergunning. Zo ook bij dit zonnepark waardoor het park zo veel mogelijk uit het zicht wordt ontnomen. Daarnaast heeft de initiatiefnemer naar aanleiding van de zienswijzen de plannen op onderdelen aangepast. Om de impact van het park te verminderen voor met name de directe omwonenden, wordt het park aan de noordzijde met 30 meter verkleind.
De zonnepanelen schuiven daarmee dus 30 meter naar het zuiden op. Om het park minder zichtbaar te maken komt er een haag aan zowel de noord, zuid en west kant van het park. Daarnaast zullen de trafo’s worden voorzien van een groenblijvende haag zodat deze minder zichtbaar worden. Jurisprudentie heeft daarnaast bepaald dat een recht op een blijvend vrij uitzicht niet bestaat. Zienswijze 2 2a Landelijke en natuurlijke omgeving Indieners vinden het zonde van de landelijke, natuurlijke omgeving waarin zij wonen. Zij hebben ruim 4 jaar geleden bewust gekozen voor deze landelijke plek en dat lijkt nu verstoord te worden door dit zonnepark. Hun woonplezier gaat hierdoor achteruit en ook de waarde van hun woning. Reactie gemeente Ten aanzien van het woon en leefklimaat verwijzen wij naar de reactie op zienswijze 1f. Voor planschade verwijzen wij naar de reactie op de zienswijze 1c. 2b Niet passend in landelijke gebied In de 4 jaar tijd dat indieners in Hollandscheveld wonen komen er steeds meer (plannen voor) zonneparken om hun heen. Het zijn allen grote, lelijke parken die niet passen binnen landelijk gebied. Indieners zijn bang dat zij binnenkort helemaal tussen de zonneparken wonen. Reactie gemeente Voor de locatiekeuze wordt verwezen naar de reactie op zienswijze 1a en 1b.
2c Opofferen natuurgebied Ook wordt er door dit zonnepark de natuurlijke habitat van vele dieren, planten en bloemen verstoord. Een zonnepark levert duurzame energie op, maar op deze manier vinden indieners het niet duurzaam. Zij zien zonnepanelen dan ook liever op daken en
bedrijventerreinen liggen. Reactie gemeente Ten aanzien van de locatiekeuze en verstoring natuurlijke habitat verwijzen wij naar de reactie op zienswijze 1b. Voor zonnepanelen op daken en bedrijven wordt verwezen naar de reactie op de zonneladder in 1a. Zienswijze 3 3a Zonneparken horen niet in het buitengebied Het landschap is evenveel waard als het klimaat. Er horen geen zonnepanelen in het buitengebied zolang er nog lege daken en terreinen zijn. Nieuwe zonneparken moeten worden getoetst aan de ‘zonneladder’ of een vergelijkbaar afwegingskader Reactie gemeente Voor toetsing aan de zonneladder verwijzen wij naar de reactie onder 1a. 3b Hoge kosten energietransitie De hoge bedragen die betaald worden voor zonneakkers worden deels betaald door subsidies vanuit de overheid. Als die bedragen stijgen, dan stijgen ook de kosten voor de energietransitie. Reactie gemeente Subsidies worden in het kader van de omgevingsvergunning (WABO) buiten beschouwing gelaten. Na vergunningverlening beschikt initiatiefnemer over de mogelijkheid om beroep te doen op eventuele subsidies. In het Europese Milieusteunkader (MSK) is bepaald hoeveel financiële steun aan projecten op het gebied van onder andere zonneparken is toegestaan. Stijgende kosten spelen geen rol bij de vergunningverlening.
3c Bodemverontreiniging Uit een Duits onderzoek blijkt dat zonnepanelen (door regen) giftige en zware metalen kunnen uitspoelen in de grond; voorbeelden daarvan zijn koper, cadmium, lood en tin. Dit zou bodemverontreiniging kunnen veroorzaken, die zeker op landbouwgrond niet gewenst is. Reactie gemeente Ten aanzien van bodemvervuiling door materialen die gebruikt worden in zonnepanelen wordt vaker het genoemde Duits onderzoek naar zonnepanelen aangehaald. In het onderzoek wordt met name gevreesd om schadelijke gevolgen van kapotte panelen bij particulieren/huiseigenaren en in Zuid-Europese en ontwikkelingslanden waar de recycling van een lager niveau is dan in Nederland. In het onderzoek wordt aangegeven dat verwacht wordt dat (particuliere) eigenaren een kapot zonnepaneel bijvoorbeeld bij het normale afval of in de glasbak gooien of dat dit buiten in de natuur gedumpt wordt. In Nederland is de afvalverwerking professioneel georganiseerd, dit geldt des te meer voor zonneparken die professioneel worden beheerd en gemonitord. Mocht een paneel stuk gaan dan zal deze op professionele wijze vervangen worden waarbij het oude paneel wordt gerecycled. 3d Grond is schaars Grond is gewild en schaars tegelijk. Als er ook nog eens veel grond in beslag wordt genomen door zonneakkers, dan neemt het aanbod af en zal de grondprijs stijgen.
Reactie gemeente Dit onderdeel van de zienswijze wordt ter kennisgeving aangenomen. 3e Zonneladder Zonne-energie moet opgewerkt worden op daken en lege industriegebieden of langs spooren autowegen. In het afwegingskader zonne-energie van de gemeente Hoogeveen staat ook
de zonneladder, landbouwgrond wordt pas op de laatste plaats genoemd, eerst daken en binnen bebouwd gebied. De provincie Drenthe en de overheid hanteren dezelfde zonneladder. Laat de gemeente dan ook eerst daken en industrieterreinen gebruiken voordat landbouwgrond opgeofferd wordt. Reactie gemeente Voor toetsing aan de zonneladder verwijzen wij naar de reactie onder 1a. 3f Verstoring wilde dieren Het perceel wordt nu veel gebruikt door wilde dieren zoals reeën, dassen en weidevogels. Door het plaatsen van een zonnepark wordt dit leven ernstig verstoord. Zonne-energie opwekken moet goed voor de natuur zijn maar niet als er kostbare natuurgebied en landbouwgrond voor opgeofferd wordt. Reactie gemeente Ten aanzien van de locatiekeuze en verstoring natuurlijke habitat verwijzen wij naar de reactie op zienswijze 1b. Voor zonnepanelen op daken en bedrijven wordt verwezen naar de reactie op de zonneladder in 1a. 3g Waardevermindering Daar komt bij dat de WOZ-waarde van de huizen van de omwonenden lager zal worden. Dus naast verlies van woonplezier zijn er ook nadelige financiële gevolgen voor omwonenden en gemeente. En dat terwijl er een eerlijker alternatief is waarbij degene die de lusten krijgt ook de lasten draagt. Reactie gemeente Voor planschade verwijzen wij naar de reactie op de zienswijze 1c. 3h Gezondheid, schittering, geluidsoverlast, impact van straling op dier en mens.
Indieners maken zich zorgen over gezondheid, schittering, geluidsoverlast, impact van straling op dier en mens. Reactie gemeente Hiervoor verwijzen wij naar de reactie onder zienswijze 1d. 3i Agrarische bestemming De gevraagde omgevingsvergunning (industrie, een zonnepark) is niet waar dit stuk land voor bedoeld is, namelijk een agrarische bestemming. Reactie gemeente Hiervoor verwijzen wij naar de reactie onder zienswijze 1e. 3j Landelijk wonen Woon-en leefklimaat wordt ernstig aangetast, woonplezier wordt minder, je kiest immers bewust om landelijk te wonen. Reactie gemeente Hiervoor verwijzen wij naar de reactie onder zienswijze 1f. Zienswijze 4 4a Plan voldoet niet aan voorwaarden afwegingskader. Op 18 maart 2019 is de aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning ten behoeve van het realiseren van een zonnepark. Een aanvraag welke onvoldoende is om door de gemeente te beoordelen, zo blijkt uit een brief van d.d. 28 mei 2019 van de gemeente naar de aanvrager; er moet nog heel veel worden verduidelijkt. Ook blijkt pas in de ruimtelijke onderbouwing die later is aangepast, dat Rendo pas oktober 2020 ruimte heeft voor dit
zonnepark, op moment van indienen was er dus geen haalbaar plan. Deze aanvraag is bewust (zo blijkt uit een mail van 19 maart 2019) ingediend vlak voor het ingaan van het nieuwe afwegingskader dat de gemeente Hoogeveen al had vastgesteld op 14 maart 2019 maar slechts nog gepubliceerd moest worden. In de stukken welke indieners hebben ontvangen is ook te lezen dat de aanvrager is gevraagd het nieuwe afwegingskader te gebruiken en het plan te herzien, maar hier is van afgezien door de aanvrager. Het lijkt indieners inziens niet wenselijk dat een aanvraag die niet aan de gestelde voorwaarden voldoet, waarvoor op moment van schrijven geen sprake was van een haalbaar plan, toch uitgevoerd zou mogen worden. Gezien de mail van 19 maart is het idee geweest dat het voorstel nog binnen het 'oude' afwegingskader zou moeten vallen, terwijl op dat moment geen sprake is van een haalbaar plan. Daarvan was pas sprake in oktober 2020. Het lijkt indieners dan ook niet meer dan redelijk dat het hele plan ofwel beoordeeld wordt op de situatie op moment van inleveren en het dan geldende kader, ofwel beoordeeld wordt op de situatie op het moment dat het plan haalbaar werd en binnen het dan geldende kader. Het kan niet zo zijn dat een plan onder het oude kader wordt beoordeeld met ontwikkelingen die tijdens het nieuwe kader hebben plaatsgevonden. Dat is meten met twee maten.
Het is uiteraard niet voor niks dat de gemeente een nieuwe visie heeft vastgesteld op diverse belangrijke punten. Laat het zich aan deze nieuwe inzichten ook houden en ook niet ineens het nieuwe kader overboord gooien. De aangescherpte visie zorgde voor meer duidelijkheid in beleid op zonne-energie. Reactie gemeente De aanvraag omgevingsvergunning is ingediend op het moment dat het Afwegingskader zonne-energie Hoogeveen d.d. 7-12-2017 van kracht was. De beoordeling van de aanvraag heeft daarom op basis van dat kader plaatsgevonden. Wanneer een aanvraag niet alle informatie bevat die de wet voorschrijft, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om de aanvraag binnen een gestelde termijn aan te vullen (art. 4:5 Algemene wet bestuursrecht (Awb)). De beslistermijn wordt in dat geval op grond van artikel 4:15 Awb, eerste lid opgeschort totdat de aanvraag is aangevuld of de gestelde termijn is verstreken. De initiatiefnemer is op grond van voorgaande in de gelegenheid gesteld de aanvraag van zijn plan aan te vullen. Dat gold ook voor de aansluit -en transportgarantie, die op dat moment nog ontbrak. De beslistermijn kan ook worden opgeschort zolang de vertraging aan de aanvrager kan worden toegerekend (art. 4:15 lid 2, onder b Awb). De aanvrager heeft op 23 april 2020 verzocht om de beslistermijn voor de aanvraag op te schorten tot 1 januari 2021.
De aanvrager heeft een brief d.d. 20 oktober 2020 van Rendo netwerken aangeleverd waaruit blijkt dat capaciteit is vrijgekomen voor het terugleveren van de energie. Vervolgens is de procedure hervat. Op het moment dat de aanvraag compleet en akkoord was bevonden, is uiteindelijk de ontwerp vergunning ter inzage gelegd. 4b draagvlak Uit het afwegingskader zonne-energie van de gemeente Hoogeveen en het beleidskader van de provincie Drenthe komt naar voren dat een voorwaarde voor een zonnepark buiten bebouwd gebied is 'dat het initiatief op draagvlak vanuit de directe omgeving kan rekenen' en 'dat het van belang is dat de eventueel omwonenden zich hierin kunnen vinden'. Dit draagvlak en het kunnen vinden in dit plan ontbreekt; wij als vele omwonenden hebben ernstige bezwaren én zorgen als deze omgevingsvergunning verleend wordt. De inventarisatie van de initiatiefnemer in september 2018 en maart 2019 is niet alleen niet actueel, het is tevens zeer beperkt bij slechts enkele omwonenden uitgevoerd, niet representatief te noemen voor het aantal omwonenden. De Langedijk is bijvoorbeeld niet meegenomen terwijl zij er vol zicht op krijgen en binnen een straal van 500 meter woonachtig zijn. De uitnodiging voor de informatiebijeenkomst is dan ook niet bij alle omwonenden binnen dit bereik afgeleverd.
Ook is de vraag of de inhoud van de weergave van de gesprekken welke is meegestuurd met de aanbiedingsbrief 19 maart 2019 met de omwonenden getoetst is? Het overgrote gedeelte van de omwonenden wil dit zonnepark niet in dit open agrarische gebied (zie handtekeningen in de bijlage). Bovendien is er de vrees dat er na de komst van één zonnepark meer zullen volgen. Ook is het maar de vraag of de maatschappelijke meerwaarde gerealiseerd wordt aangezien er nog geen coöperatie is
die een bijdrage zou kunnen leveren aan maatschappelijke meerwaarde. Ook zal de afname niet een maatschappelijke meerwaarde hebben maar industrieel. Reactie gemeente In het afwegingskader is opgenomen dat het realiseren van zonneparken buiten bebouwd gebied moet voldoen aan de voorwaarde dat het initiatief op draagvlak kan rekenen en er aandacht is besteed aan de inpassing van een zonnepark in het landschap. Of daadwerkelijk sprake is van voldoende draagvlak is een totaalafweging die gemaakt wordt na de periode van ter inzagelegging en de beoordeling van de inspraakreacties bij de definitieve besluitvorming. In paragraaf 5.2 van de ruimtelijke onderbouwing behorende bij het plan is te lezen op welke wijze omwonenden zijn geïnformeerd en hoe draagvlak voor het plan in de directe omgeving is getracht te creëren alvorens het plan als ontwerp ter visie is gelegd. Na de ter inzage termijn heeft initiatiefnemer met meerdere indieners van zienswijzen overleg gevoerd. Hiervan zijn gespreksverslagen gemaakt die bekend zijn bij de gemeente (en tevens akkoord bevonden door de indieners van de zienswijzen). Naar aanleiding van de gesprekken heeft initiatiefnemer het plan op die onderdelen aangepast waar dat mogelijk was. Ook is er een zienswijze ingetrokken.
Een overzicht van de gesprekken die gevoerd zijn, de conclusies die daaruit getrokken kunnen worden en de aanpassingen aan het plan zijn te vinden in een aparte bijlage. Door het college van burgemeester en wethouders zal beslist worden of hiermee is voldaan aan de voorwaarden vanuit het afwegingskader zonne-energie. 4c Hoogte panelen In datzelfde kader staat dat de hoogte maximaal 1.80 meter mag zijn. De panelen zijn in het plan gesteld op 1.80 terwijl de trafo's 2.44 hoog worden volgens het plan. De trafo's zouden ook aan deze 1.80 richtlijn moeten voldoen willen omwonenden er zo min mogelijk zicht op hebben. Bovendien staat in de structuurvisie Hoogeveen 2.0 dat dit gebied een 'zeer open veenlandschap met agrarische functie' is. Een zonnepark past zowel niet in het stukje 'zeer open' als niet in 'agrarische functie'. In de omgevingsvisie van de provincie Drenthe staat ook dat de kernkwaliteiten van Drenthe behouden moeten worden en waar mogelijk versterkt. De kernkwaliteiten van Drenthe zijn 'rust, ruimte, natuur en landschap, oorspronkelijkheid, naoberschap, menselijke maat, veiligheid en kleinschaligheid'. Het zonnepark past geenszins in deze kernkwaliteiten en draagt dan al helemaal niet bij aan het versterken ervan. Reactie gemeente Naar aanleiding van de zienswijze heeft de initiatiefnemer het plan aangepast.
Er zullen trafo’s gebruikt worden die verdiept kunnen worden aangelegd. Dit zal resulteren in een hoogte vanaf maaiveld van circa 1.74 meter. Dat is lager dan de haag en de panelen zelf. Door tevens de trafo’s te omringen met een groenblijvende haag zullen deze ook minder zichtbaar worden. Daarnaast zal de haag die het gehele park omringt aan de west, zuid en noordkant worden doorgetrokken danwel toegevoegd waardoor de zonnepanelen minder zichtbaar zullen zijn. Deze aanpassingen en maatvoeringen zijn tevens terug te vinden in de bij de aanvraag behorende documenten. In paragraaf 2.2 van de ruimtelijke onderbouwing behorende bij de omgevingsvergunning is het initiatief getoetst aan het provinciaal beleid. Hier is geconcludeerd dat het zonnepark binnen de beleidskaders van de provincie Drenthe valt. Ook heeft de provincie geen zienswijze ingediend. 4d Zonneladder In het afwegingskader zonne-energie van de gemeente Hoogeveen is tevens een zonneladder opgenomen, hier staat duidelijk in dat eerst naar daken, braakliggende terreinen en andere mogelijkheden binnen bebouwd gebied gekeken moet worden. Ook al zal dit voor de initiatiefnemer niet op het betreffende perceel mogelijk zijn, de gemeente Hoogeveen kan wel zorgen dat de zonneladder gevolgd wordt in het toekennen van
vergunningen voor zonnepanelen. Ook de provincie Drenthe heeft een zonneladder welke begint op gebouw gebonden zon op dak. Pas wanneer er geen of onvoldoende ruimte is volgt een grondgebonden opstelling. In Hoogeveen is er nog voldoende ruimte voor alternatieven, zoals open terreinen op het industrieterrein of op daken van bedrijven bijvoorbeeld op de Buitenvaart. Ook de overheid onderstreept deze manier van het gebruik van zonnepanelen, zo is dit onder andere te lezen in het Klimaatakkoord; eerst op gebouwen, dan op ongebruikte terreinen zoals vuilnisbelten of bermen van spoor- en autowegen. Ook de landbouworganisaties LTO en NMV zijn tegen grootschalige zonneparken op landbouwgrond. Er is schaarste aan landbouwgrond, nog meer tekort zorgt alleen maar voor verdere prijsstijgingen waar melkveehouders en akkerbouwbedrijven de dupe van zijn. Laat Hoogeveen dus eerst de daken van gebouwen en braakliggende en/of industrieterreinen gebruiken voor het opwekken van zonne-energie voordat landbouwgrond wordt opgeofferd en mens en natuur last hebben van deze plannen. Reactie gemeente Voor toetsing aan de zonneladder verwijzen wij naar de reactie onder 1a. 4e Natuur Het betreffende perceel is nu een gebied waar veel wilde dieren leven.
Dieren die op dit perceel zijn waargenomen zijn bijvoorbeeld reeën en dassen, maar ook weidevogels, vossen en marterachtigen, naast nog kleinere zoogdieren als ratten, muizen en mollen. Door het plaatsen van een zonnepark wordt dit leven ernstig verstoord. Het perceel is nu een doorgaande route voor veel dieren. Het lijkt moeilijk te verantwoorden om milieu te 'slachtofferen' voor iets dat goed voor de natuur moet zijn. Reactie gemeente Ten aanzien van de locatiekeuze en verstoring natuurlijke habitat verwijzen wij naar de reactie op zienswijze 1b. 4f Waardedaling Er is duidelijk sprake van een onevenredige verdeling van de lusten en de lasten. Nu heeft de grondeigenaar de lusten, terwijl de omwonenden en de natuur de lasten hebben. We hopen dan ook dat de gemeente oog heeft voor de belangen van omwonenden en de natuur, in plaats van voor mensen die meer geld willen verdienen aan de grond. Daar komt bij dat de WOZ-waarde van de huizen van de omwonenden lager zal worden. Dus naast verlies van woonplezier zijn er ook nadelige financiële gevolgen voor omwonenden en gemeente. En dat terwijl er een eerlijker alternatief is waarbij degene die de lusten krijgt ook de lasten draagt. Reactie gemeente Voor planschade verwijzen wij naar de reactie op de zienswijze 1c. Met die initiatiefnemer is hiervoor een planschadeovereenkomst afgesloten.
In het geval van planschade staat de initiatiefnemer hiervoor garant. 4g Gezondheid, schittering, geluidsoverlast, impact van straling op dier en mens. Er is zeker nog meer onafhankelijk onderzoek nodig op het gebied van gezondheid (elektrische en magnetische velden en straling) het aantrekken van warmte, schittering en geluidsoverlast (gekletter bij regen/hagel, zoemen en weerkaatsing van geluid) voordat er een zonnepark vergund wordt. Er zijn op dit moment meerdere rapporten op internet te vinden die elkaar op deze punten tegenspreken. Ook de impact die straling en magnetische velden hebben op de dieren in het gebied is nog onzeker. Dieren zijn vele malen gevoeliger hiervoor dan mensen, maar ook omwonenden maken zich hier ernstige zorgen over. Reactie gemeente Hiervoor verwijzen wij naar de reactie onder zienswijze 1d. 4h Bestemmingsplan
Wij zijn van mening dat er misbruik gemaakt wordt van de juridische mogelijkheden om een dergelijke omgevingsvergunning te verlenen. De gevraagde bestemming is namelijk niet de beoogde bestemming van deze grond. Er wordt ook onvoldoende rekening gehouden met het belang van het behoud van het goede woon- en leefklimaat van de inwoners van de gemeente Hoogeveen. Het kan niet zo zijn dat de gemeente wél rekening houdt met individuele belangen én een oud afwegingskader maar er totaal niet met omwonenden rekening wordt gehouden. Niet voor niks is er een bestemmingsplan, waar je als huizenkoper naar kijkt en voor kiest. Rust, ruimte, natuur, landelijk wonen. Indieners hopen van harte dat ze hiervan kunnen blijven genieten en dat de natuur in al haar facetten behouden blijft. Reactie gemeente Hiervoor verwijzen wij naar de reactie onder zienswijze 1e. Zienswijze 5 5a Draagvlak Er is geen draagvlak voor dit zonnepark vanuit de omwonenden. Reactie gemeente Ten aanzien van het draagvlak verwijzen wij naar de reactie onder 4b. 5b Landelijke omgeving Indiener maakt bezwaar tegen het feit dat een zonnepark in een landelijke omgeving wordt geplaatst. Hier bevinden zich een dassenburcht en herten lopen hier in alle vroegte rond. Reactie gemeente Ten aanzien van de locatiekeuze en verstoring natuurlijke habitat verwijzen wij naar de reactie op zienswijze 1b.
Daarbij willen wij toevoegen dat er geen dassenburcht in de omgeving bekend is. 5c Waardedaling Indieners wonen hier omdat het landelijk is. De huizenprijzen aan de Hollandscheveldse Opgaande variëren in waarde van 500.000 tot 1.000.000 euro. Met een Zonnepark daalt de waarde van de huizen panden. Wie compenseert de geleden schade. Reactie gemeente Voor planschade verwijzen wij naar de reactie op de zienswijze 1c Met die initiatiefnemer is hiervoor een planschadeovereenkomst afgesloten. In het geval van planschade staat de initiatiefnemer hiervoor garant. 5d Te veel zonneparken Er zijn in deze omgeving al twee zonneparken gerealiseerd. Aan het Oosterveld en aan het Krakeel. Waarom nog een derde in deze omgeving? Worden dan de buitengebieden van Hoogeveen niet te veel vol gelegd met zonnepanelen. Moeten de buitengebieden, waar het mooi landelijk wonen is, zorgdragen voor de quota die gehaald moet worden? Reactie gemeente Ten aanzien van het gemeentelijk beleid en de locatiekeuze verwijzen wij naar de reacties op zienswijze 1a en 1b. Verder wordt er aandacht besteed aan het landschap door middel van een landschappelijke inpassing. Deze landschappelijke inpassing is onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing en heeft onder andere als doel de landschappelijke kwaliteiten te versterken. 5e Alternatieve locaties