Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Uitgangspunten Hollandscheveld
Pagina 2 van 7
Donkerblauwe ononderbroken lijn: A watergang Rode dunne lijn: peilvak scheiding tussen RM006 en RM256 Zwart-witte stippellijn: duikers Figuur 1 Kaartbeeld bestaande waterhuishouding rond het plangebied.
-
De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld op ongeveer NAP + 12,10 m. De bodem (deklaag) bestaat voornamelijk uit zandgronden, deels met veenkoloniaal dek. De maximale grondwaterstand ligt tussen de 20 – 60 cm onder het maaiveld. Bij extreme neerslag wordt geen wateroverlast in of nabij het plangebied verwacht (zie Klimaatatlas WDODelta).
3. Uitgangspunten voor het plan op inrichtingsniveau De uitgangspunten die in deze paragraaf worden benoemd, moeten zichtbaar worden verwerkt in het plan. Dat houdt in dat de initiatiefnemer in de waterparagraaf aangeeft hoe wordt omgegaan met de uitgangspunten en op welke wijze deze worden vertaald naar het plangebied. De initiatiefnemer is vrij te bepalen op welke wijze wordt voldaan aan de uitgangspunten. Eventueel kan over maatregelen advies worden gevraagd aan het waterschap. Indien noodzakelijk worden de uitgangspunten vertaald naar de plankaart (bijvoorbeeld waterberging) en de planregels. In deze uitgangspuntennotitie worden de volgende thema’s behandeld: • • • • • •
Watersysteem Waterkwaliteit Drinkwatervoorziening Externe werking ruimtelijk plan Beheer en onderhoud Energiewinning
Deze uitgangspunten zijn hieronder nader uitgewerkt. Het integraal overnemen van onderstaande uitgangspunten zonder verdere onderbouwing is niet voldoende! Alleen plannen waarin de uitgangspunten goed zijn vertaald kunnen in de vervolgfase van het bestemmingsplan door het waterschap worden beoordeeld.
Uitgangspunten Hollandscheveld
Pagina 3 van 7
Watersysteem Aan- en afvoer van voldoende water, waarborg van de waterkwaliteit en ruimte voor water. •
Watergangen: Binnen het plangebied ligt een beschermingszone van een primaire A-watergang en/of secundaire B-watergang van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. De functie van deze watergang(en) moet te allen tijde worden gegarandeerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de beschermingszone van deze watergangen zoals in de Keur beschreven. Met betrekking tot deze watergangen gelden de binnen de Keur opgenomen gebods- en verbodsbepalingen. Voor werkzaamheden binnen de beschermingszone moet een Watervergunning worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Hierover is afstemming geweest met Franck de Haan (vergunningverlener WDODelta). o Primaire A-watergangen (>25 L/s afvoer gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): watergangen waar het waterschap verantwoordelijk is voor de inrichting en het onderhoud.
•
C-watergangen: hier zijn de grondgebruikers verantwoordelijk voor de inrichting en ze doen zelf het onderhoud. Er geldt geen onderhoudsverplichting en het waterschap houdt geen toezicht of onderhoud goed wordt uitgevoerd.
Wijzigingen aan het watersysteem • Dempen of graven wateren: Voor het dempen, verleggen of graven van wateren (ook die niet in beheer zijn bij het waterschap) dient altijd een Watervergunning te worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Voor het dempen van watergangen (of greppels dieper dan 40 cm) dient gecompenseerd te worden. Vooroverleg voor het aanvragen van een vergunning wordt geadviseerd. Het waterschap neemt nieuwe primaire A-watergangen in beheer en onderhoud, nadat is vastgesteld of deze nieuwe watergangen voldoen aan de daarvoor geldende criteria1.
Waterkwaliteit Het watersysteem wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid creëert en voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. Afvoer hemelwater •
Kwaliteit afvoer hemelwater: Als de keuze wordt gemaakt om het hemelwater af te voeren op oppervlaktewater dan mag alleen schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken of woonerven) direct worden afgevoerd. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater te garanderen. Licht vervuild hemelwater (bijvoorbeeld van een woonstraat) wordt via een bodempassage geloosd op het oppervlaktewater. Bij aanleg van bedrijventerreinen, wegen met een hoge verkeersbelasting, parkeerterreinen, marktpleinen, winkelstraten en tunnels dient de mogelijkheid voor lozing van hemelwater op open water met het waterschap te worden afgestemd.
Inrichtingseisen oppervlaktewater •
Inrichting van het oppervlaktewater: De inrichting van het oppervlaktewater is sterk afhankelijk van de functie van het oppervlaktewater. Dit is maatwerk. Neem contact op met het waterschap als extra aandacht aan de inrichting van het oppervlaktewater moeten worden besteed ten behoeve van de ecologische kwaliteit.
•
Doorspoeling oppervlaktewater: Geïsoleerde vijverpartijen of watergangen worden vermeden. Het watersysteem wordt ontworpen met aandacht voor doorspoeling.
Verontreiniging •
Microverontreiniging: Er worden geen uitloogbare materialen gebruikt die tot een verontreiniging van het oppervlaktewater kunnen leiden.
•
Schoonmaakmiddelen en waterkwaliteit: Alle toegelaten schoonmaakmiddelen zijn milieuvriendelijk, maar mogen niet zonder meer rechtstreeks in oppervlaktewater worden geloosd. Formeel is daar een vergunning op basis van Art. 6.2 lid 1 van de Waterwet (het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam) voor nodig. Een watervergunning wordt niet verleend wanneer een riolering in de buurt aanwezig is.
1
Hierover vindt nadere afstemming plaats met het waterschap
Uitgangspunten Hollandscheveld
Pagina 4 van 7
De voorkeursvolgorde voor afvalwaterstromen is als volgt: o Indien aanwezig moet de afvalwaterstoom van reinigingswater met schoonmaakmiddel op de riolering worden geloosd; o Het opvangen van het afvalwater en de afvoer per as naar een riolering; o Lozing op het oppervlaktewater en/of infiltratie in de bodem via een bodempassage.
Drinkwatervoorziening Beperken nadelige effecten van veranderingen in ruimtegebruik op het aanbod van schoon drinkwater. •
Bescherming drinkwaterwinning: Het plangebied ligt deels in een grondwaterbeschermingsgebied of intrekgebied van een drinkwaterwinning (zie onderstaande afbeelding). De provincie is bevoegd gezag om deze gebieden te beschermen. In deze gebieden is het beleid gericht op het verminderen van de risico's op verontreiniging van het grondwater. Drinkwatervriendelijke functies worden gestimuleerd en aan de overige functies worden specifieke voorwaarden gesteld. Het provinciale grondwaterbeschermingsbeleid voor de drinkwaterwinning is terug te vinden in de Omgevingsvisie van de provincie.
Externe werking ruimtelijk plan Beschermen en handhaven grond- en oppervlaktewatersysteem om nadelige gevolgen op de omgeving te voorkomen. •
Relatie oppervlaktewater en grondwater: In nieuw te ontwikkelen gebied worden de waterstanden binnen het in te richten gebied tijdens of na het bouwrijp maken niet structureel verlaagd. Voor tijdelijke of structurele grondwateronttrekking is op grond van de Waterwet een melding of vergunning van het waterschap nodig.
•
Grondwaterstanden veengebieden: In zettingsgevoelige gebieden wordt rekening gehouden met de bodemgesteldheid en de relatief hoge grondwaterstanden. Bestaand grondwaterpeil wordt gehandhaafd en de bouwwijze wordt hierop aangepast. Peilbeheer grasland: Het plan ligt in een agrarisch gebied met grasland. Het peilbeheer in graslanden kent hogere waterstanden dan bij akkerbouw. In extreme neerslagsituaties kan op grasland/maïsland groter dan 1/10 jaar wateroverlast optreden en op akkerbouwgebieden groter dan 1/25 jaar wateroverlast optreden. Het peilbeheer is hierop aangepast, dus houd rekening met deze hogere waterstanden.
•
•
Verdroging / vernatting: Het waterschap gaat bij het plan uit van het bestaande grond- en oppervlaktewaterregime. Indien bij ontwikkelingen van grasland naar bebouwd gebied het waterpeil wordt gewijzigd is op grond van de Waterwet een vergunning van het waterschap nodig.
Uitgangspunten Hollandscheveld
Pagina 5 van 7
Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud is erop gericht om de waterhuishouding op orde te houden. Het betreft zowel waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterbeleving. De inrichting van het gebied dient zodanig te zijn, dat het beheer en onderhoud van het watersysteem op efficiënte en effectieve wijze mogelijk is. Bij nieuw aan te leggen water vindt overleg met het waterschap plaats. •
Wijze van onderhoud watersysteem: Er wordt rekening gehouden met de wijze van onderhoud (varend of vanaf de kant) en de daarbij geldende voorwaarden. Voor werkzaamheden binnen de aangegeven zones van het waterschap is een vergunning op grond van de Waterwet noodzakelijk. o Rijdend onderhoud vanaf de kant: Bij onderhoud vanaf de kant geldt een obstakelvrije zone van 5 m vanaf de boveninsteek van de watergang.
•
Nieuwe bomen langs een watergang zijn vergunningsplichtig of meldingsplichtig.
•
Toegankelijkheid van water: alle wateren die een functie hebben in de waterhuishouding (afvoer, aanvoer of berging) liggen in openbaar gebied.
Energiewinning Door de energietransitie doen zich verschillende ontwikkelingen voor op het gebied van duurzame energiewinning die mogelijk ook impact hebben op de waterhuishouding. Algemeen uitgangspunt is dat ontwikkelingen niet mogen leiden tot een verslechtering van het watersysteem (inclusief het onderhoud ervan). Zonneparken op land • Zonnepark als bouwwerk: Zonneparken op land worden getoetst als bouwwerk in verband met ligging ten opzichte van (toegang tot) watergangen, waterbergingen en onderhoudsstroken (minimaal 5 m) en (toegang tot) ten opzichte van waterkering en beschermingszones. • Wateroverlast: Voor de gebouwen (onder andere trafo/converter-omkasting) geldt in landelijk gebied de norm is T=10. Dit betekent dat de kans op wateroverlast vanuit het watersysteem hoger is dan in het stedelijk gebied. Hier dient bij ontwerp rekening mee gehouden te worden; gevoelige objecten worden extra hoog aangelegd of waterdicht gemaakt. • Kwaliteit afstromend hemelwater: Een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater dient ten allen tijden gegarandeerd te zijn. De hemelwaterafvoer (HWA) van de panelen kan binnen het plangebied worden geloosd op de bodem en bij oppervlakkige afstroming op het oppervlaktewater (afhankelijk van oppervlak: reguleren om schade aan oevers te voorkomen: buisje/taludbescherming).
4. Vervolg watertoets en beoordeling Informeel overleg over de uitgangspunten Dit document geeft u handvatten om uitvoering te geven aan de waterhuishouding. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Mocht u nog vragen hebben over de uitgangspunten notitie of graag in gesprek gaan over de uitwerking van de waterhuishouding in het plan dan gaan wij graag met u in gesprek. Het waterschap denkt graag met u mee! Beoordeling en officieel wateradvies Wanneer u de uitgangspunten hebt verwerkt in uw plan, stuurt u deze ter beoordeling naar het waterschap. In de meeste gevallen geeft het waterschap haar wateradvies in het vooroverleg zoals dat bedoeld is in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. Het waterschap kan alleen een officieel wateradvies afgeven op basis van een compleet plan. Dat wil zeggen dat wij een bestemmingsplan beoordelen op basis van de toelichting, de planregels en de verbeelding. Alleen de waterparagraaf geeft ons onvoldoende informatie. Controle op het watertoetsproces Het waterschap controleert of het wateradvies is opgenomen in het plan. Afhankelijk van het moment waarop ons wateradvies is gegeven, gebeurt dat op basis van het voorontwerp of het ontwerp bestemmingsplan.
Uitgangspunten Hollandscheveld
Pagina 6 van 7
Geldigheid van het uitgangspuntennotitie De uitgangspunten in deze uitgangspuntennotitie komen tot stand op basis van de beleidsregels van het waterschap. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem. Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor eventueel een verlenging met nogmaals 1 jaar. Heeft u een watervergunning nodig op grond van de Waterwet? Het wateradvies dat uiteindelijk wordt afgegeven in het kader van de watertoets is geen watervergunning. Gaat u bijvoorbeeld werkzaamheden verrichten in de verbodszone van de Keur, of gaat u grondwater onttrekken voor de werkzaamheden? Dan kunt u een watervergunning aanvragen op onze website: www.wdodelta.nl. De aanvraag zal getoetst worden aan het dan vastgestelde beleid. In de uitgangspunten (paragraaf 2) is aangegeven waar mogelijk een watervergunning voor moet worden aangevraagd.
Vergunningplichtige activiteiten volgens de Keur: • Activiteiten in, onder of boven een waterstaatswerk • Activiteiten in de beschermingszone of profiel van vrije ruimte van een waterstaatswerk (te raadplegen op de website): o Voor watergangen: 5 m uit de insteek o Voor waterkeringen: breedte variabel • Graven van een oppervlaktewaterlichaam • Dempen van een oppervlaktewaterlichaam • Lozen van water in of onttrekken van water uit een oppervlaktewaterlichaam o Op basis van de Algemene Regels bestaat vrijstelling (zonder meldplicht) mits aan de volgende criteria wordt voldaan: - De lozing veroorzaakt benedenstrooms geen wateroverlast voor derden - De lozing wordt gestaakt wanneer dit voor het waterbeheer noodzakelijk is. • Het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam • Onttrekken of infiltreren van grondwater • Ontwateren met drainagemiddelen
© Waterschap Drents Overijsselse Delta Dit document is opgesteld door Gijs Frederiks op 28 januari 2021. De geleverde informatie in deze uitgangspuntennotitie is houdbaar tot maximaal 1 jaar na opsteldatum en heeft alleen betrekking op het plan, zoals dat wordt genoemd in dit document. Kijk voor meer informatie over de watertoets op de website van het waterschap.
Uitgangspunten Hollandscheveld
Pagina 7 van 7
Bijlage 5
Ecologisch onderzoek
Buitengebied Zuid Hoogeveen, zonnepark Wilfred Stillweg te Hollandscheveld ontwerp
NL.IMRO.0118.2020PB9000004-ON01 75
Quickscan Wet natuurbescherming Zonneweide Hollandscheveld – A37
<Klik en voeg hier de afbeelding in>
Quickscan Wet natuurbescherming Zonnepark Hollandscheveld
Opdrachtgever Emission Projects Contactpersoon De heer. W.G. Hesselink Status Definitief Datum 3 oktober 2018 Vrijgave
2
2018 | P18251 | Quickscan Wet natuurbescherming Zonnepark Hollandscheveld – A37
Inhoud
1 | Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
5 Aanleiding en doel Wettelijk kader Onderzoeksmethode Ligging en beschrijving plangebied Planbeschrijving
2 | Resultaten en effecten 2.1 2.2 2.3
8
Vogelrichtlijnsoorten Habitatrichtlijnsoorten Nationaal (Andere) beschermde dier- en plantensoorten
3 | Conclusie 3.1 3.2
5 5 6 6 6
8 9 11 13
Conclusie beschermde soorten Benodigde vervolgstappen
4 | Literatuur en bronnen
13 13 14
2018 | P18251 | Quickscan Wet natuurbescherming Zonnepark Hollandscheveld – A37
3
1 | Inleiding
1.1 Aanleiding en doel Emission Projects is van plan om een zonnepark te realiseren op een perceel naast de A37, nabij Hollandscheveld. Dit zonnepark zal in totaal 2 hectare beslaan en zal gerealiseerd worden op een terrein dat momenteel een agrarische bestemming heeft. Effecten op beschermde soorten als gevolg van de gewenste ontwikkeling, kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. Een toetsing aan het onderdeel soortenbescherming van de Wet natuurbescherming is dan ook noodzakelijk. Deze quickscan geeft antwoord op de volgende vragen:
• Welke beschermde flora en fauna zijn aanwezig of kunnen in het plangebied en omgeving voorkomen?
• Kunnen de geplande werkzaamheden negatieve effecten hebben op beschermde flora en fauna? • Zo ja, welke effecten kunnen optreden en welke maatregelen zijn dan nodig om deze negatieve effecten te voorkomen?
• Indien schade niet volledig is te vermijden, welke vervolgstappen zijn dan aan de orde?
1.2 Wettelijk kader Per 1 januari 2017 zijn de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet en Boswet opgegaan in één nieuwe wet: de Wet natuurbescherming (Wnb). Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming betreft het onderdeel soorten, voorheen de Flora- en faunawet. Met deze quickscan vindt de toetsing aan het onderdeel soorten van de Wet natuurbescherming plaats. In de Wet natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden: 1. 2. 3.
Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1 - 3.4) Habitatrichtlijnsoorten en soorten genoemd in de Verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5 - 3.9) Andere soorten (artikel 3.10 - 3.11; bijlage onderdeel A en B)
De lijst ‘jaarrond beschermde nesten’ die onder de Flora- en faunawet is opgesteld, is ook onder de Wnb geldig. Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als onder de Flora- en faunawet, de zorgplicht (artikel 1.11) voor alle in het wild levende dieren. Voor dit project is de provincie Drenthe het bevoegd gezag voor de uitvoering van de Wet natuurbescherming en voor het verlenen van een eventuele ontheffing. De provincie Drenthe heeft voor de implementatie van de Wet natuurbescherming een verordening vastgesteld. Hierin is onder meer de lijst met vrijgestelde soorten te vinden.
2018 | P18251 | Quickscan Wet natuurbescherming Zonnepark Hollandscheveld – A37
5
1.3 Onderzoeksmethode Voor het bepalen van de mogelijke effecten van de geplande werkzaamheden is het noodzakelijk te weten welke beschermde soorten aanwezig zijn en kunnen zijn, in en in de omgeving van het plangebied. Hiervoor is bronnenonderzoek en een veldbezoek uitgevoerd. Bronnenonderzoek Het bronnenonderzoek bestaat uit het raadplegen van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, geraadpleegd op 2 oktober 2018) en vrij beschikbare verspreidingsgegevens van beschermde soorten flora en fauna. Hiervoor zijn de meest actuele en relevante bronnen geraadpleegd (zie ook hoofdstuk 4). Veldonderzoek Op 2-10-2018 is een verkenning in het plangebied en de directe omgeving (onderzoeksgebied) uitgevoerd door een ecoloog van Buro Bakker. Tijdens dit veldbezoek is een beoordeling gemaakt van het plangebied als geschikt leefgebied voor beschermde flora en fauna. Tevens zijn de waargenomen beschermde soorten genoteerd. De sloot die dwars door het plangebied ligt is steekproefsgewijs bemonsterd met een RAVON-steeknet.
1.4 Ligging en beschrijving plangebied Het plangebied betreft een perceel gelegen in Drenthe, in de gemeente Hoogeveen (zie figuur 1). Het perceel is gelegen tussen de A37 en de Wilfred Stilweg, is ca. 2 hectare groot en heeft nu nog een agrarische bestemming. In het midden van het perceel bevindt zich een sloot aan de zuidelijke rand loopt een laan met bomen. Ten zuiden bevinden zich enkele bospercelen.
Figuur 1
De ligging van het plangebied bij Hollandscheveld, met rood omlijnd. Het gele vierkant is een woning dat
niet onderdeel is van het plangebied (Bron: Google maps)
1.5 Planbeschrijving Emission Projects is van plan een zonnepanelen park aan te leggen op een perceel van ongeveer 2 hectare naast de A37 (zie foto 1 voor een impressie van het gebied). De bomen naast het perceel zullen behouden blijven. Ook blijft het pand dat zich op het perceel bevindt behouden, en is dus niet onderdeel van het plangebied.
6
2018 | P18251 | Quickscan Wet natuurbescherming Zonnepark Hollandscheveld – A37
Foto 1
Impressies van het plangebied. Linksboven is de weide te zien dat ten zuiden ligt van de A37. De weide
wordt begraasd door schapen. Rechtsboven is een sloot te zien van 1.5m breed in het midden van het plangebied. Midden links is de woning te zien dat zich ten westen van bevindt, omringt door het plangebied. Midden rechts is een paardenweide te zien dat zich ten westen van de woning bevindt. Linksonder laat molshopen zien in het plangebied. Rechtsonder is een dassendoorgang in het faunaraster langs de A37.
2018 | P18251 | Quickscan Wet natuurbescherming Zonnepark Hollandscheveld – A37
7
2 | Resultaten en effecten
Dit hoofdstuk beschrijft het (mogelijke) voorkomen van beschermde flora en fauna. Per beschermingsregime zijn de effecten beschreven en getoetst aan de Wet natuurbescherming. Vervolgens zijn de eventuele vervolgstappen aangegeven. In dit hoofdstuk is een onderscheid gemaakt in Vogelrichtlijnsoorten (paragraaf 2.1), Habitatrichtlijnsoorten (paragraaf 2.2) en nationaal beschermde soorten (paragraaf 2.3).
2.1 Vogelrichtlijnsoorten Aanwezige soorten Jaarrond beschermde nesten Voor een aantal vogelsoorten geldt dat zij hun nestplaatsen en/of hun vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond in gebruik hebben, of hier jaarlijks weer naar terugkeren. Deze nesten vallen jaarrond onder het beschermingsregime van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Uit bronnenonderzoek blijkt dat de jaarrond beschermde buizerd, kerkuil, ooievaar en wespendief in de regio voorkomen. Deze soorten zijn binnen een straal van 1km van het plangebied waargenomen door derden (NDFF, 2018). Nesten zijn binnen een straal van 1km niet bekend (NDFF, 2018). De aanwezigheid van soorten met jaarrond beschermde nesten in het plangebied kan op basis van de quickscan worden uitgesloten. Tijdens het veldbezoek zijn in het onderzoeksgebied geen jaarrond beschermde nesten en/of broedvogels van jaarrond beschermde nesten waargenomen. Het plangebied is ongeschikt als nestplaats voor dergelijke soorten. De weide wordt hooguit gebruikt als foerageergebied voor soorten met jaarrond beschermde nesten, zoals bijvoorbeeld buizerd en kerkuil. Overige broedvogels De geschiktheid van het plangebied voor overige (algemene) broedvogels is vooral van toepassing op een aantal minder kritische weidevogels, zoals gele kwikstaart en graspieper. De percelen van het plangebied zijn klein en gedeeltelijk omringd door bomen.
Dit maakt het gebied ongeschikt voor meer kritische weidevogels zoals de kievit. Tijdens het veldbezoek werden alleen broomkruiper en houtduif nabij het plangebied waargenomen. Het veldbezoek vond echter ruim na het broedseizoen plaats, waardoor de waarnemingen niet representatief zijn voor de lokale broedvogelpopulatie. Nabij het plangebied bevinden zich bossen die wel broedplaatsen kunnen bieden voor soorten zoals de koolmees, pimpelmees en houtduif. Effecten en vervolg Jaarrond beschermde nesten Als gevolg van de realisatie van het zonnepanelenpark kan foerageergebied verdwijnen van soorten met jaarrond beschermde nestplaatsen die in de omgeving broeden, zoals buizerd en kerkuil. Het afnemen van foerageergebied van deze soorten is niet essentieel omdat deze in de omgeving genoeg alternatieven hebben om te foerageren, en omdat het plangebied een nauwe strook is van maar 2 hectare. Nader onderzoek is niet nodig. Overige broedvogels (Opzettelijke) verstoring van Vogelrichtlijnsoorten is toegestaan als er geen wezenlijke invloed is op de gunstige staat van instandhouding van de soorten. Verstoring en/of vernietiging van nesten kan voorkomen worden door te werken buiten het broedseizoen (dus globaal buiten de periode van half maart t/m half juli). Werken in het broedseizoen is mogelijk als dit onder ecologische begeleiding
8
2018 | P18251 | Quickscan Wet natuurbescherming Zonnepark Hollandscheveld – A37
gedaan wordt en onder de voorwaarde dat vestiging van broedvogels wordt voorkomen. Deze ecologische begeleiding kan vaststellen dat er geen broedende vogels in het werkgebied aanwezig zijn en/of dat van verstoring geen sprake is.
2.2 Habitatrichtlijnsoorten 2.2.1 Planten Aanwezige soorten Er zijn vier planten beschermd onder de Habitatrichtlijn (HR), te weten: drijvende waterweegbree, groenknolorchis, kruipend moerasscherm en zomerschroeforchis. Deze soorten komen alleen in zeer specifieke milieus voor en zijn afhankelijk van kalkrijke, voedselarme en vochtige tot natte omstandigheden met kwelinvloed. De beschermde planten van de Habitatrichtlijn eisen voedselarme en extensief beheerde omstandigheden. In het plangebied ontbreken deze omstandigheden waardoor het ongeschikt is voor planten van de Habitatrichtlijn. Ook zijn geen waarnemingen van beschermde soorten bekend binnen het plangebied en omgeving. Het is dus uitgesloten dat beschermde planten van de Habitatrichtlijn voorkomen in het plangebied. Effecten en vervolg De geplande werkzaamheden leiden niet tot negatieve effecten op beschermde planten van de Habitatrichtlijn. Vervolgstappen zijn zodoende niet aan de orde.
2.2.2 Vleermuizen Aanwezige beschermde soorten Verblijfplaatsen De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen kan op basis van de quickscan worden uitgesloten. Er zijn geen bomen met holtes en/of gebouwen in het plangebied aanwezig. Essentiële vliegroutes In het plangebied zijn geen bomenrijen aanwezig die onderdeel vormen van opgaande lijnvormige structuren. De aanwezigheid van essentiële vliegroutes voor vleermuizen binnen het plangebied kan daarom worden uitgesloten. Naast het plangebied bevindt zich een laan met bomen, bestaande uit voornamelijk eiken en berken. In deze bomenlaan ten zuiden van het plangebied kunnen lichtgevoelige soorten zoals de watervleermuis en gewone grootoorvleermuis een verblijfplaats hebben en/of ze kunnen de bomenlaan als vliegroute gebruiken (zie figuur 2).
Figuur 2
Potentiele vliegroute (de bomenlaan), aan de zuidkant van het plangebied, aangegeven met blauwe pijl.
2018 | P18251 | Quickscan Wet natuurbescherming Zonnepark Hollandscheveld – A37
9
Essentieel foerageergebied Binnen het plangebied ontbreekt belangrijk onmisbaar foerageergebied. Delen van het plangebied worden hooguit incidenteel gebruikt als foerageergebied van vleermuizen die in de omgeving verblijven. Effecten en vervolg De geplande werkzaamheden zoals eerder beschreven in paragraaf 1.5 kunnen een negatief effect hebben op potentiële verblijfplaatsen en vliegroutes net buiten het plangebied. Wij adviseren om tijdens de aanlegfase geen bouwlampen te gebruiken om negatieve effecten op lichtgevoelige soorten te voorkomen. Tijdens de gebruiksfase van het zonnepark zijn geen negatieven effecten te verwachten, potentiële verblijfplaatsen en vliegroute blijven bestaan. Het gebied is geen essentieel foerageergebied waardoor er geen negatieve effecten optreden. Met inachtneming van bovenstaande aangedragen maatregelen zijn effecten op potentiële verblijfplaatsen en vliegroutes op voorhand uit te sluiten en is overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vleermuizen niet aan de orde. Vervolg onderzoek is niet noodzakelijk.
2.2.3 Grondgebonden zoogdieren Aanwezige beschermde soorten Relevante grondgebonden zoogdieren die zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn zijn bever, otter en noordse woelmuis. De aanwezigheid van deze soorten in het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten. Er is geen geschikt leefgebied aanwezig. Effecten en vervolg De geplande werkzaamheden leiden niet tot negatieve effecten op grondgebonden zoogdieren. Vervolgstappen zijn zodoende niet aan de orde.
2.2.4 Reptielen en amfibieën Aanwezige beschermde soorten De aanwezigheid van (beschermde) reptielen kan op voorhand worden uitgesloten. Deze komen niet in de regio voor (NDFF, 2018). De aanwezige sloot in het plangebied is breed en open, en hierdoor ongeschikt leefgebied voor beschermde amfibieën soorten. Bemonstering van de sloot leverde ook geen soorten op die beschermd zijn. Effecten en vervolg De geplande werkzaamheden leiden niet tot negatieve effecten op reptielen en amfibieën. Vervolgstappen zijn zodoende niet aan de orde.
2.2.5 Vissen, insecten en ongewervelden Aanwezige beschermde soorten De aanwezigheid van zwaar en matig zwaar beschermde vissen, insecten en ongewervelden is uit te sluiten. Dit omdat omstandigheden zoals aanwezigheid van geschikt water, geschikte vegetatie, vennetjes e.d. ontbreken binnen het plangebied. Ook ontbreken waarnemingen in de NDFF. Bemonstering van de sloot leverde geen vangst van vissen op. Effecten en vervolg De geplande werkzaamheden leiden niet tot negatieve effecten op vissen, insecten en ongewervelden. Vervolgstappen zijn zodoende niet aan de orde.
10
2018 | P18251 | Quickscan Wet natuurbescherming Zonnepark Hollandscheveld – A37
2.3 Nationaal (Andere) beschermde dier- en plantensoorten Aanwezige beschermde soorten In het plangebied en omgeving is in beperkte mate geschikt habitat aanwezig voor een aantal nationaal beschermde grondgebonden zoogdiersoorten. Op basis van verspreidingsgegevens is de aanwezigheid van steenmarter in het plangebied niet uit te sluiten. Van deze soort zijn waarnemingen bekend in een straal van 1km (NDFF, 2018). Enkele muizensoorten of andere kleine zoogdieren kunnen gebruik maken van het plangebied. In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de ree, haas en egel. Ook zit er in het raster langs de A37 ter hoogte van het plangebied een dassenluik. Sporen van gebruik zijn niet aangetroffen. Voor nationaal beschermde reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en overige ongewervelden en planten ontbreekt geschikt habitat. Effecten en vervolg Voor steenmarters geldt geen vrijstelling. Verstoring van de soort is toegestaan, vernietiging van vaste verblijfplaatsen niet. Op basis van de quickscan kunnen verblijfplaatsen van de steenmarter uitgesloten worden omdat het hele plangebied bestaat uit weide, wat ongeschikt is als verblijfplaats van de steenmarter. Wel zou het gebied gebruikt kunnen worden als foerageerplek. Het foerageergebied van de steenmarter zal mogelijk afnemen maar er zijn in de omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig.
Voor de overige aanwezige nationaal beschermde soorten geldt conform de verordening natuurbescherming provincie Drenthe een algehele vrijstelling. Eventuele schade aan soorten, waarvoor een vrijstelling geldt, hoeft niet te worden gecompenseerd. Wel is op deze soorten de zorgplicht van kracht (Wet natuurbescherming artikel 1.11). De zorgplicht houdt in dat schade aan wilde planten en dieren zoveel, als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen.
2018 | P18251 | Quickscan Wet natuurbescherming Zonnepark Hollandscheveld – A37
11
3 | Conclusie
3.1 Conclusie beschermde soorten Op basis van de quickscan zijn met betrekking tot de aanwezigheid van beschermde flora en fauna de volgende conclusies te trekken:
• Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor de vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals buizerd en kerkuil. Beide soorten komen in de omgeving van het plangebied voor.
• Het plangebied is geschikt als broedgebied voor algemene broedvogels, graspieper en gele • • •
kwikstaart. Rond het plangebied is geschikt broedbiotoop voor algemene broedvogels zoals pimpelmees, koolmees en gaai aanwezig; De bomenlaan ten zuiden van het plangebied is een potentiële vliegroute, en kan verblijfsplaatsen bieden voor vleermuizen; In en rond het plangebied komen verder een aantal nationaal beschermde soorten voor, namelijk egel, haas en ree. Voor deze andere soorten geldt dat ze allemaal zijn opgenomen in bijlage 5 van de provinciale verordening, zodat voor deze soorten een vrijstelling geldt. De algemene zorgplicht is wel van kracht. Indien andere werkzaamheden dan die zijn genoemd in Hoofdstuk 2 gaan plaatsvinden, dienen ook deze ingrepen getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. De conclusies kunnen dan afwijken van de bovenstaande conclusies.
3.2 Benodigde vervolgstappen • Om negatieve effecten op de potentiële verblijfplaatsen en/of vliegroute van vleermuizen te voorkomen, dient men tijdens de aanlegfase niet in de avond te werken en bouwverlichting uit te schakelen.
• Om negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden op de aanwezige broedvogels te voorkomen, dient te worden gewerkt buiten het broedseizoen (buiten de periode half maart t/m half juli). Werken in het broedseizoen is mogelijk als dit onder ecologische begeleiding gedaan wordt en maatregelen genomen worden om vestiging van broedvogels te voorkomen. Deze ecologische begeleiding kan vaststellen dat er geen broedende vogels in het werkgebied aanwezig zijn en/of dat van verstoring geen sprake is.
• Voor nationaal beschermde soorten geldt de zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat schade aan wilde planten en dieren zoveel, als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen. Dit kan door het rooien van de struiken in één richting uit te voeren, zodat eventuele grondgebonden zoogdieren zelfstandig het gebied kunnen verlaten. Ook wordt er aangeraden om de dassen oversteekplek te behouden en tijdens de werkzaamheden blokkade van deze passage te voorkomen.
2018 | P18251 | Quickscan Wet natuurbescherming Zonnepark Hollandscheveld – A37
13
4 | Literatuur en bronnen
• DR-loket, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep.
• Google Earth Pro., 2009. Tele Atlas. • Kennisdocument Buizerd, versie 1.0 BIJ12 juli 2017 • Kennisdocument Kerkuil, versie 1.0 BIJ12 juli 2017 • Ministerie van LNV, 2009. Aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet.
• Nationale Databank Flora en Fauna. Geraadpleegd 2 oktober 2018. • Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, 2016. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming). Staatsblad 2016, nummer 34: 1-73.
• Provincie Drenthe, 2016. Beleidsregels Wet natuurbescherming provincie Drenthe, Provinciaal Blad nr. 6940. Websites www.zoogdiervereniging.nl www.ravon.nl www.vogelbescherming.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl/planten www.maps.google.com
14
2018 | P18251 | Quickscan Wet natuurbescherming Zonnepark Hollandscheveld – A37
Colofon
Uitgevoerd door Buro Bakker adviesburo voor ecologie Weiersloop 9 Postbus 10034 | 9400 CA Assen T 0592 - 313389 | info@burobakker.nl www.burobakker.nl Projectleiding Drs. Dagmar Heidinga Rapportage Aaron Sibma Veldwerk Harold Dijkhuizen & Aaron Sibma Kwaliteitscontrole Harold Steendam & Alie Alwerda © Buro Bakker adviesburo voor ecologie Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren Buro Bakker (2018); Quickscan Wet natuurbescherming Zonnepark Hollandscheveld. Rapport P18251, Assen. Foto's: Aaron Sibma
2018 | P18251 | Quickscan Wet natuurbescherming Zonnepark Hollandscheveld
15
Van: Harold Steendam (ATKB) <h.steendam@at-kb.nl> Aan: wg.hesselink@gmail.com <wg.hesselink@gmail.com> Datum: dinsdag 22 december 2020 09:58 +0100 Onderwerp: aanvullende informatie quickscan P18251 Geachte heer Hesselink, In oktober 2018 heeft Buro Bakker een quickscan uitgevoerd voor de realisatie van een zonnepark langs de A37 nabij Hollandscheveld. De quickscan is een verkennende toetsing aan het onderdeel soortenbescherming van de Wet natuurbescherming en behandeld het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten flora en fauna op de locatie en de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op deze soorten. Gistermiddag heeft u contact gezocht met ons bureau met een vraag over een toetsing van het onderdeel gebiedsbescherming van de Wet natuurbescherming. Deze wordt door ons niet standaard uitgevoerd, omdat de noodzaak daartoe in de meeste gevallen ontbreekt. Ook in dit geval, waarin het projectgebied op ruim 3 kilometer ligt tot de rand van het Natura 2000 gebied Mantingerzand zijn externe effecten van de gewenste ontwikkeling op het Mantingerzand niet aan de orde. Wij attenderen onze opdrachtgevers altijd in de aanloop naar de opdracht over de mogelijke noodzaak om naast soortenbescherming, ook op gebiedsbescherming te letten, als daar aanleiding voor is. Een zonnepark leidt niet tot verhoogde depositiewaarden op omliggede natuurgebieden.
Met vriendelijke groet,
Harold Steendam Adviseur ecologie (bereikbaar van maandag t/m donderdag)
Bekijk onze actuele vacatures op www.at-kb.nl/werken-bij Stationsstraat 29c, 9401 KW Assen Telefoon 0881153252 www.at-kb.nl K.v.K. nr: 27177140 Denkt u aan het milieu voor u deze e-mail print.
Dit bericht (inclusief eventuele bijlagen) is vertrouwelijk. Wanneer u dit bericht ten onrechte heeft ontvangen dient u de afzender hiervan onmiddellijk per kerende e-mail op de hoogte te brengen en dit bericht te verwijderen uit uw systeem. Elk onbevoegd gebruik en/of onbevoegde verspreiding van dit bericht is niet toegestaan. Op al onze offertes, aanbiedingen en overeenkomsten zijn van toepassing de algemene voorwaarden Rechtsverhouding opdrachtgeverarchitect, ingenieur en adviseur, bekend als DNR2011, die op 2013 is gedeponeerd ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam onder nummer 56/2013. DNR2011 is te vinden op onze website. Op eerste verzoek wordt de papieren versie van DNR2011 kosteloos toegezonden. De toepasselijkheid van andere algemene inkoop- of leveringsvoorwaarden wordt uitdrukkelijk van de hand gewezen.
Bijlage 6
Aeriusrapport
Buitengebied Zuid Hoogeveen, zonnepark Wilfred Stillweg te Hollandscheveld ontwerp
NL.IMRO.0118.2020PB9000004-ON01 92
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RmcrT6vtBfVb (20 december 2020) pagina 1/7
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Emission Projects
Wilfred Stillweg 23, 7913 XA Hollandscheveld
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Zonneveld Hollandscheveld
RmcrT6vtBfVb
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
20 december 2020, 16:36
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
18,59 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Het bouwen, exploiteren en ontmantelen van een zonneveld
Situatie 1
RmcrT6vtBfVb (20 december 2020) pagina 2/7
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Zonneweide gebruiksfase Energie | Energie
-
-
Gebruiksfase onderhoud Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Bouwfase transport materieel Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
1,86 kg/j
Bouwfse materieel gebruik Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
11,83 kg/j
Ontmanteling Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
2,16 kg/j
Afvoer materiaal ontmanteling Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
2,65 kg/j
RmcrT6vtBfVb (20 december 2020) pagina 3/7
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Standaard
Situatie 1
Zonneweide gebruiksfase 234593, 525818 3,0 m 2,3 ha 0,0 m 0,000 MW Standaard profiel industrie Gebruiksfase onderhoud 234934, 525773 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
1,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Bouwfase transport materieel 234929, 525771 1,86 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
1,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Middelzwaar vrachtverkeer
2,0 / etmaal NOx NH3
1,76 kg/j < 1 kg/j
RmcrT6vtBfVb (20 december 2020) pagina 4/7
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
STAGE IV, 56 <= kW < 75, bouwjaar 2015 (Diesel)
Brandstof verbruik (l/j)
Stationair bedrijf (uren/j)
Cilinder Stof inhoud (l)
Emissie
Loader
840
90
3,0 NOx NH3
4,90 kg/j < 1 kg/j
STAGE IV, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2015 (Diesel)
Mobiele kraan
200
60
4,0 NOx NH3
2,74 kg/j < 1 kg/j
STAGE IV, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2015 (Diesel)
Tractor en dumper
500
60
5,0 NOx NH3
4,19 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Bouwfse materieel gebruik 234595, 525818 11,83 kg/j < 1 kg/j
Voertuig
Omschrijving
STAGE IV, 56 <= kW < 75, bouwjaar 2015 (Diesel) STAGE V, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2020 (Diesel)
Situatie 1
Ontmanteling 234611, 525819 2,16 kg/j < 1 kg/j
Brandstof verbruik (l/j)
Stationair bedrijf (uren/j)
Cilinder Stof inhoud (l)
Emissie
loader
200
20
3,0 NOx NH3
1,13 kg/j < 1 kg/j
Mobiele kraan
100
20
4,0 NOx NH3
1,03 kg/j < 1 kg/j
RmcrT6vtBfVb (20 december 2020) pagina 5/7
Resultaten
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
Situatie 1
Afvoer materiaal ontmanteling 234924, 525772 2,65 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
3,0 / etmaal NOx NH3
2,65 kg/j < 1 kg/j
RmcrT6vtBfVb (20 december 2020) pagina 6/7