Quickscan Coevorderstraatweg 1sept2025
Tekst van het document
6.3.2
Provinciaal beschermde gebieden
Effecten op provinciaal beschermde gebieden (NNN, Bos- en natuurgebieden buiten het NNN, Zoekgebieden robuuste verbindingszone en Leefgebied weide- en akkervogel) zijn op voorhand uitgesloten. Vervolgstappen zijn niet noodzakelijk.
6.4
Consequenties planvorming en uitvoering
Pas na afronding van de soortgerichte onderzoeken kunnen de benodigde maatregelen en/of de noodzaak van het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit worden bepaald. De afhandeling van een ontvankelijke aanvraag van een vergunning door het bevoegde gezag duurt circa 6 maanden. De maatregelen kunnen tot aanpassingen van de uitvoeringsplanning en -wijze leiden, en tot het inpassen van natuurfuncties in het voornemen. Bij werkzaamheden in het broedseizoen bestaat de kans op vertraging vanwege de kans op verstoring van broedende vogels.
7 Literatuur BIJ12, 2017/2025. Kennisdocumenten beschermde soorten. Broekhuizen S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters, J.C. Buys, 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht.
28/31
Kenmerk
R001-1301288TJL-V01
Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft, 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Herder J.E., A. van Diepenbeek & R.C.M. Creemers, 2013. Verspreidingsonderzoek reptielen en amfibieën 2013. Rapport 2013-010. Stichting RAVON, Nijmegen. van Dijk A.J. & Boele A. 2011. Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Van der Hoogen, L. Roelofs groep B.V. Verkeersadvies Coevorderstraatweg Noordscheschut, verkeersveiligheidsanalyse. 7 december 2023 Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Vleermuisprotocol 2021. Geraadpleegde internetwebsites: www.floron.nl www.libellennet.nl www.ndff.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuis.net www.vlinderstichting.nl/vlinders www.zoogdiervereniging.nl
29/31
Kenmerk
Bijlage 1
R001-1301288TJL-V01
VTA-controle resultaten
30/31
Kenmerk
Bijlage 2
R001-1301288TJL-V01
Samenvattende tabel met verschillende scenario’s vliegroute
31/31
Tabel 1: VTA resultaten Nr
Boomsoort (wetenschappelijk)
Boomsoort (Nederlands)
Boomhoogteklasse (in m)
Stamdiameterklasse (in cm)
Kroondiameterklasse (in m)
Afwijkingen/ gebreken
Veiligheidsklasse
Conditie
Toekomstverwachting
Behoudenswaar -digheid
Zomer eik
Leeftijdsklasse (in jaren) 50-75
1
Quercus robur
12-18 (15)
68
10-15
Grof dood hout, overweeg snoei
Risicoboom
Voldoende
>15
Hoog
2
Fagus sylvatica
Gewone beuk
30-50
12-18 (12)
43
5-10
-
Regulier
Matig
10-15
Gemiddeld
3
Quercus robur
Zomer eik
50-75
12-18 (14)
76
10-15
Grof dood hout, overweeg snoei
Risicoboom
Voldoende
>15
Hoog
4
Quercus robur
Zomer eik
30-50
12-18 (15)
48
10-15
-
Regulier
Goed
>15
Hoog
5
Quercus robur
Zomer eik
75-100
12-18 (16,5)
83,5
10-15
Grof dood hout, overweeg snoei
Risicoboom
Voldoende
>15
Hoog
6
Quercus robur
Zomer eik
75-100
12-18 (18)
85
10-15
-
Regulier
Goed
>15
Hoog
7
Quercus robur
Zomer eik
50-75
12-18 (18)
58
10-15
Grof dood hout, overweeg snoei
Risicoboom
Goed
>15
Hoog
8
Quercus robur
Zomer eik
50-75
12-18 (18)
55
10-15
-
Regulier
Voldoende
>15
Hoog
9
Quercus robur
Zomer eik
50-75
12-18 (18,5)
76
10-15
-
Regulier
Voldoende
>15
Hoog
10
Quercus robur
Zomer eik
50-75
12-18 (15,5)
56
10-15
-
Regulier
Goed
>15
Hoog
11
Quercus robur
Zomer eik
50-75
12-18 (17)
60
10-15
Grof dood hout, overweeg snoei
Risicoboom
Voldoende
>15
Hoog
12
Quercus robur
Zomer eik
50-75
12-18 (17)
63
10-15
Grof dood hout, overweeg snoei
Risicoboom
Matig
10-15
Gemiddeld
13
Quercus robur
Zomer eik
50-75
12-18 (17)
60
10-15
-
Regulier
Goed
>15
Hoog
Nr
Boomsoort (wetenschappelijk)
Boomsoort (Nederlands)
Boomhoogteklasse (in m)
Stamdiameterklasse (in cm)
Kroondiameterklasse (in m)
Afwijkingen/ gebreken
Veiligheidsklasse
Conditie
Toekomstverwachting
Behoudenswaar -digheid
Zomer eik
Leeftijdsklasse (in jaren) 50-75
14
Quercus robur
12-18 (17)
56
10-15
-
Regulier
Goed
>15
Hoog
15
Quercus robur
Zomer eik
75-100
12-18 (18)
78
10-15
-
Regulier
Goed
>15
Hoog
Tabel 2: Samenvattende tabel met verschillende scenario’s Scenario nader onderzoek vleermuizen
Ecologische eisen vliegroute
Er wordt een essentiële** vliegroute gevonden van gewone dwerg-, ruige dwerg vleermuis of laatvlieger
Deze soorten hebben geleiding nodig. De vliegroute moet: een doorgaand karakter hebben gedurende de gehele actieve periode van vleermuizen voldoende dekking bieden vrij zijn van obstakels en lichtverstoring onderdeel zijn van een netwerk
Mogelijk te kappen aantal bomen
Enkele gaten in de bomenrij door kap hebben vermoedelijk beperkte invloed, mits deze gaten niet groter zijn dan de reeds bestaande openingen in de vliegroute, het doorgaande lijnvormig karakter behouden blijft, verbindingen met het netwerk in de omgeving in stand blijven én de porositeit van de vliegroute niet wezenlijk toeneemt. Zekerheid is echter alleen te verkrijgen via een verleende Omgevingsvergunning. Er zitten enkele gaten 15 – 40 meter in de (potentiële) route op dit moment
Verwacht e ect op overige ecologische waarde
(Bredere biodiversiteit en ecologische structuur) Nadere toelichting in definitieve quickscan
Verwacht e ect op boomwaarde
Vergunbaarheid
Aard en omvang mitigatiemaatregelen
Omgang met Provinciale houtopstand
nadere toelichting in definitieve quickscan
Een vergunning is alleen te verkrijgen indien sprake is van een wettelijk belang*. Voor de 3 specifieke bomen uit de integrale afweging is dit belang aanwezig (verkeersveiligheid). Mogelijk is voor 15 bomen uit de analyse van Roelofs een wettelijk belang voldoende te onderbouwen. Bij kap van >15 bomen is vergunningverlening naar verwachting niet mogelijk, omdat een wettelijk belang ontbreekt.
Opstellen mitigatie en compensatieplan met aanbevelingen om kwaliteit van de vliegroute te waarborgen.
Kapmelding en Provinciale goedkeuring herplantplan nodig
(7 criteria, zie stroomschema)
Naast het wettelijk
Uitvoeren van mitigerende maatregelen, zoals herplant van bomen, struiken om alternatieve structuren te versterken of andere geleidende elementen (soms kunnen dit ook speciaal voor vleermuizen vormgegeven geleidende constructies zijn)
Naast een vliegroute van bovengenoemde soorten wordt een essentiële** vliegroute gevonden van gewone grootoorvleermuis en/of watervleermuis
Deze soorten hebben veel geleiding nodig. De vliegroute moet dicht van structuur zijn en donker. Daarnaast moet de vliegroute: een doorgaand karakter hebben gedurende de gehele actieve periode van vleermuizen voldoende dekking bieden vrij zijn van obstakels en lichtverstoring onderdeel zijn van een netwerk
Eén of enkele gaten door bomenkap maken al dat de een afname van de kwaliteit voor deze soorten kan optreden en daarmee dat een vergunning nodig is. Dit betekent dat bij de kap van 1 individuele boom uit de rij er sprake is van mogelijk negatieve e ecten op deze soorten
Nadere toelichting in definitieve quickscan
nadere toelichting in definitieve quickscan
belang moet gekeken worden naar alternatieven voor het plan en moet onderbouwd worden dat de activiteit geen afbreuk doet aan de gunstige staat van instandhouding van deze soorten. Een vergunning is alleen mogelijk indien sprake is van een wettelijk belang*. Voor de 3 specifieke bomen uit de integrale afweging is dit belang aanwezig (verkeersveiligheid). Mogelijk is voor 15 bomen uit de analyse van bureau Roelofs een wettelijk belang aanwezig. Bij kap van >15 bomen is vergunningverlening naar verwachting niet mogelijk, omdat een wettelijk belang ontbreekt Naast het wettelijk belang moet gekeken worden naar alternatieven voor het plan en moet onderbouwd worden dat de activiteit geen afbreuk doet aan de gunstige staat van instandhouding van deze soorten. Herplant van bomen zal hoogstwaarschijnlijk noodzakelijk zijn.
Opstellen mitigatie en compensatieplan met aanbevelingen om kwaliteit van de vliegroute te waarborgen. Uitvoeren van mitigerende maatregelen, zoals herplant van bomen, struiken om alternatieve structuren te versterken of andere geleidende elementen (soms kunnen dit ook speciaal voor vleermuizen vormgegeven geleidende constructies zijn). Omdat de genoemde soorten in dit scenario veel geleiding nodig hebben is mitigatie minder eenvoudig te realiseren .
Kapmelding en Provinciale goedkeuring herplantplan nodig
Er wordt geen vliegroute aangetro en
nvt
Naast een vliegroute worden er ook verblijfplaatsen van vleermuizen aangetro en.
De eisen aan de vliegroute blijven gelijk aan scenario 1 of 2 (afhankelijk van de soort vleermuis waarvan de verblijfplaats is vastgesteld)
De beperkte quickscan (15 bomen) die nu is gedaan geeft hiervoor geen aanleiding. Komen meer of andere bomen in de scope, dan is dit scenario wel mogelijk
Een groter aantal bomen kan gekapt worden. Indien het voorstel voor kap meer of andere bomen dan de 15 bomen uit de analyse van bureau Roelofs bevat is een nieuwe ecologische quickscan benodigd. In dit onderzoek moet het gebruik van aanwezige boomholten onderzocht worden. Hier kunnen meer of andere aandachtssoorten naar voren komen. Voor de kap van bomen met een verblijfplaats moeten vleermuiskasten opgehangen worden. Welke types en aantallen kasten opgehangen moeten worden hangt af van de vleermuissoort en het type verblijfplaats. Bomen met een verblijfplaats kunnen niet gekapt worden tot de gewenningsperiode van de nieuwe verblijfplaatsen is verstreken. Die gewenningsperiode varieert van 3 maanden tot 5 jaar.
Nadere toelichting in definitieve quickscan
nadere toelichting in definitieve quickscan
In geval geen andere wettelijk beschermde natuurwaarden worden aangetro en is geen omgevingsvergunnin g nodig
Geen mitigatie nodig voor vleermuizen. Mogelijk mitigatie nodig wanneer dit blijkt uit een nog op te stellen ecologische quickscan met aangepaste scope
Kapmelding en Provinciale goedkeuring herplantplan nodig
Nadere toelichting in definitieve quickscan
nadere toelichting in definitieve quickscan
Een vergunning is alleen mogelijk indien sprake is van een wettelijk belang*. Voor de 3 specifieke bomen uit de integrale afweging is dit belang aanwezig (verkeersveiligheid). Mogelijk is voor 15 bomen uit de Roelof analyse een wettelijk belang aanwezig. Bij kap van >15 bomen is vergunningverlening naar verwachting niet mogelijk, omdat een wettelijk belang ontbreekt
Opstellen mitigatie en compensatieplan met aanbevelingen om kwaliteit van de vliegroute te waarborgen. Daarnaast is er een plaatsingsplan nodig voor de vleermuiskasten.
Kapmelding en Provinciale goedkeuring herplantplan nodig
Naast het wettelijk belang moet gekeken worden naar alternatieven en moet onderbouwd worden dat de activiteit geen afbreuk doet aan de gunstige staat van
instandhouding van deze soorten. *Voor zover een aanvraag een omgevingsvergunning betrekking heeft op een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 11.46, eerste lid, 11.47, eerste lid, of 11.48 van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als voldaan is aan één van de volgende wettelijke belangen: 1°.in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2°.voor het voorkomen van ernstige schade aan met name gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; 3°.in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; 4°.voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of 5°.om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde planten van
de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; **Onder een essentiële vliegroute wordt verstaan een vliegroute die van wezenlijk belang is als er geen goede alternatieve vliegroute is om vanuit de voortplantingsplaats of rustplaats een essentieel foerageergebied te bereiken of omvliegen vanuit de voortplantingsplaats of rustplaats naar een essentieel foerageergebied via een alternatieve route teveel energie kost1.
1
Foerageergebied (en vliegroutes) beschermd of niet - PONT Omgeving
Voorlopige resultaten Quickscan 15 bomen Coevorderstraatweg
1 Inleiding 1.1
Doel
In opdracht van gemeente Hoogeveen heeft TAUW
onderzoek kan meer inzicht verkregen worden over het gebruik van de bomenlaan. Omdat vleermuizen sterk afhankelijk zijn van zulke lijnvormige structuren voor hun oriëntatie en bescherming tegen wind en
onderzoek gedaan naar de consequenties van de geldende natuurwet- en regelgeving voor mogelijke kap van 15 bomen aan de Coevorderstraatweg. De
predatoren, kan een beperkte aantasting van de bomenlaan leiden tot een lagere kwaliteit van deze vermoedelijke vliegroute.
ontwikkeling kan alleen doorgaan als deze niet in strijd is met de natuurwetgeving, of als de benodigde omgevingsvergunningen worden verleend.
Gelet op de ecologische waarde van de bomenlaan en de mogelijke impact van het kappen bomen, wordt
In deze rapportage zijn de eerste voorlopige resultaten van dit onderzoek opgenomen. Een volledige uitwerking volgt in de rapportage quickscan 15 bomen Coevorderstraatweg. 1.1.1 Resultaten Oriënterend veldbezoek Belangrijk is dat ook bij het kappen van 1-3 bomen een nader ecologisch onderzoek nodig is, omdat een
geadviseerd om een nader onderzoek naar de mogelijke vliegroute van vleermuizen uit te voeren. Dit onderzoek kan vaststellen in welke mate de bomenlaan momenteel wordt gebruikt door vleermuizen, welke soorten dit betreft en welke rol de te kappen bomen hierin vervullen. Op basis van de onderzoeksresultaten kan vervolgens worden bepaald of mitigerende/ compenserende maatregelen mogelijk en noodzakelijk zijn om de functie van de vliegroute te
negatief effect op de vliegroute voor vleermuizen op dit moment niet kan worden uitgesloten.
behouden.
Het is zeer aannemelijk dat de bomenlaan een ecologische belangrijke verbindingsfunctie betreft. Omdat deze een verbinding vormt tussen diverse bospercelen, bomenlanen, een kanaal en omliggende dorpen. De laan fungeert hierdoor hoogstwaarschijnlijk als een essentiële vliegroute voor
van 1 of meer bomen riskeert de gemeente een overtreding van Omgevingswet art.11.46 van het Bal. Dit artikel beschermt essentiële leefgebieden en
vleermuizen. Het is mogelijk dat deze bomenlaan wordt gebruikt door meerdere soorten, bijvoorbeeld gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis en mogelijk watervleermuis. Met name de gewone grootoorvleermuis en watervleermuis zijn zeer gevoelig en hebben veel geleiding nodig. Het verwijderen van deze drie eiken kan leiden tot het ontstaan van “gaten” in deze vliegroute. Hoewel de lijnvormige functie mogelijk deels kan worden opgevangen door naastliggende bomen bij boom 1 en door bomen aan de overzijde van de weg bij bomen 5 en 6, kan dit de kwaliteit van de vliegroute negatief beïnvloeden. Met name wind kan hierdoor meer invloed hebben, wat de bruikbaarheid/kwaliteit van de route voor vleermuizen vermindert. Het is niet bekend hoe groot dit effect daadwerkelijk is. Alleen door middel van een nader
Indien geen onderzoek wordt uitgevoerd voor de kap
verblijfplaatsen van soorten die op Europees niveau beschermd zijn. Voor het vernietigen van verblijfplaatsen of essentiële leefgebieden, zoals vliegroutes, is een omgevingsvergunning nodig 1.1.2
Houtopstanden
Bomenrijen langer dan 20 bomen en houtopstanden groter dan 10 are (0,1 hectare) zijn beschermd, met enkele uitzonderingen (artikel 11.111 van het Bal). De bescherming heeft als doel het totale bosoppervlak in Nederland ten minste te behouden. Voor houtopstanden geldt conform artikel 11.116 van het Bal ook een specifieke zorgplicht. De bomenrij aan de Coevorderstraatweg is langer dan 20 bomen en onderdeel van een houtopstand. Dit betekent dat effecten op beschermde houtopstanden hier aan de orde zijn. Een melding bij de Provincie is vereist. Daarnaast dient herplant op dezelfde locatie plaats te vinden of moet bij herplant op een andere locatie een plan te worden voorgelegd. In dit plan wordt beschreven hoe
in deze specifieke situatie wordt omgegaan met herplant. 1.1.3
VTA gegevens
Een bomendeskundige heeft een VTA (Visual Tree Assessment) analyse uitgevoerd voor de 15 bomen. De resultaten hiervan zijn opgenomen in tabel 1. Enkele bomen zijn als risicoboom beoordeeld vanwege aanwezigheid van dode takken, voor deze bomen kan snoei worden overwogen. Er is op basis van de conditie van de bomen geen reden bomen nu te kappen. De VTA-opname is een moment opname. Om de conditie exacter in kaart te brengen en volgen is het aan te bevelen meerdere opnames over de jaren heen uit te voeren. Bij bomen met een op dit moment matige conditie, kan op basis van een dergelijke reeks blijken dat deze nog steeds heel vitaal zijn en dergelijke bomen kunnen zich binnen hun huidige conditie nog voor tientallen jaren handhaven. Dit is zeker het geval voor een boomsoort zoals zomereik. De gekoppelde levensverwachting is een zeer voorzichtige schatting en moet niet losgekoppeld gebruikt worden als leidraad voor het wel of niet behouden van bomen. 1.1.4 Scenario’s nader onderzoek 15 bomen De ecologische quickscan laat zien dat de bomenrij hoogstwaarschijnlijk fungeert als een essentiële vliegroute voor vleermuizen. Op basis van de ecologische quickscan is nader onderzoek nodig, dit moet uitgevoerd worden op verschillende momenten in het jaar (kraamperiode juni en najaar september).
Vooruitlopend op de daadwerkelijke uitkomsten van dit nader onderzoek zijn in tabel 2 verschillende scenario’s opgenomen en nader toegelicht. In deze scenario’s is uitgegaan van de 15 bomen in de scope van de VTA en ecologische quickscan. Deze scenario’s zijn opgesteld met het doel een nadere duiding en handvat te geven voor besluitvorming. Deze scenario’s zeggen niets over de werkelijke uitkomsten van het nader onderzoek.