CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

ontwerp bestemmingsplan Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018_ontwerp_2.pdf

Raadsavond 21 januari 2021, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Vaststelling BP Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 (2e termijn)29.977 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02, Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018

__________________________________________________________________________________________ Status voorontwerp ontwerp vastgesteld onherroepelijk

datum besluit B&W / Raad 25 febr 2019 10 dec 2019

publicatiedatum

inzagetermijn

27 mrt 2019 8 jan 2020

28 mrt t/m 24 april 2019 9 jan t/m 19 febr 2020

__________________________________________________________________________________________

Vaststellingsbesluit

...........................................................................

Raad van State (onherroepelijk)

...........................................................................

Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 2

10 december 2019

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Opgave bestemmingsplan Opbouw toelichting

7 7 7

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

9

Plangebied Vigerend recht Ruimtelijke structuur plangebied Functionele structuur plangebied

9 9 10 12

Hoofdstuk 3

Beleidskader

13

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Europees beleid Rijksbeleid Provinciaalbeleid Regionaalbeleid Gemeentelijk beleid

13 13 15 19 19

2.1 2.2 2.3 2.4

Hoofdstuk 4 Gewenste ontwikkeling en uitgangspunten 4.1 4.2 4.3

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12

Hoofdstuk 6 6.1 6.2

Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3

Hoofdstuk 8 8.1 8.2

23 24 24

Omgevingsaspecten

25

Bodem Archeologie en Cultuurhistorie Water Natuur en Ecologie Geur Geluid Milieuzonering bedrijven Milieueffectrapportage (MER) Luchtkwaliteit Externe veiligheid Verkeer en vervoer Duurzaamheid

25 26 27 31 33 33 36 36 38 38 43 43

Planbeschrijving

45

Juridisch systeem Verklaring van de bestemmingen

45 45

Handhaving

47

Algemeen Beleidskeuzen Inzet gemeentelijk apparaat

47 47 47

Uitvoerbaarheid

49

Maatschappelijkeuitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid

49 49

Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

23

Ruimtelijke structuur Functionele structuur Beeldkwaliteit

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 3

10 december 2019

Bijlagen bij de toelichting

51

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 2018 Bijlage 9

52 120 146 149 178 208 214

Verkennend bodemonderzoek Archeologisch onderzoek Watertoets QuickscanWet Natuurbescherming Akoestisch onderzoek Veiligheidsregio Drenthe Reactienota voorontwerp Beeldkwaliteitsplan deelplan walwoningen Damhert Berekening stikstofdepositie

Regels

269

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1 Artikel 2

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

270 274

Bestemmingsregels

275

Groen Tuin Verkeer Water Wonen

275 277 278 279 280

Algemene regels

283

Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Hoofdstuk 4

270

Begrippen Wijze van meten

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Antidubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

Overgangs- en slotregels

Artikel 12 Artikel 13

Overgangsrecht Slotregel

Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

243 246

283 284 285 286

287 287 288

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 4

10 december 2019

Toelichting

Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 5

10 december 2019

Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 6

10 december 2019

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aanleiding voor dit plan is de wens om woningbouw te realiseren aan de straat Damhert in de wijk Erflanden. De wijk Erflanden is gelegen ten zuidwesten van het centrum van Hoogeveen en pal ten noorden van Rijksweg A28 Utrecht - Groningen. In 2011 is het bestemmingsplan 'Erflanden 2010' vastgesteld waarbij de diverse bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen, wijzigensplannen en artikel-19 WRO vrijstellingen, samengevoegd zijn tot één bestemmingsplanherziening. De ontwikkeling betreft een inbreiding van gronden aan de straat Damhert die bij aanvang van het ontwerp van de wijk Erflanden beoogt waren als woningbouwlocatie. Vanwege de nabij gelegen wegen heeft geluid een bepalende invloed op de woningbouw in de wijk Erflanden. Die invloed wordt deels beperkt door een geluidswal die begint aan de A28 ter plaatse van de afrit richting Zwolle. Echter, ter plaatse van het viaduct over de Hoogeveensche Vaart is er geen afscherming van het geluid. Dit had tot gevolg dat de oorspronkelijk geplande woningen aan de straat Damhert niet gerealiseerd konden worden omdat de akoestische waarden niet toelaatbaar waren. In de afgelopen jaren is nagedacht over een vorm om deze woningen aan de straat Damhert te kunnen realiseren. Deze vorm is gevonden in het concept walwoningen. Aan de noordzijde van de te ontwikkelen woningen wordt een wal gerealiseerd.

De wal beperkt het wegverkeerslawaai van de A28, waardoor de mogelijkheid ontstaat om inbreiding in de vorm van vier walwoningen te realiseren aan de straat Damhert. Met de keuze voor deze walwoningen en realisatie van de wal kan de woonbestemming en het bouwvlak van het reeds bestaande kavel 25 noordwaarts richting de straat Damhert worden verlegd, waardoor het bouwvlak geografisch gunstiger op het kavel wordt gepositioneerd. Het bouwvlak van Damhert 23 wordt ook meegenomen in het plangebied. Vanwege geluidsbeperkende maatregelen van de A28 lag de woonbestemming en bouwvlak aan de westzijde van het kavel. Hierdoor was het echter moeilijk om een woning te realiseren op het kavel. In 2015 is voor deze kavel na aanvullend geluidsonderzoek en maatregelen een 'kruimelgeval' verleend. In het voorliggende bestemmingsplan wordt deze ontwikkeling meegenomen en de woonbestemming en het bouwvlak oostwaarts uitgebreid. In het geldende bestemmingsplan 'Erflanden 2010' heeft de betreffende planlocatie de bestemmingen 'groen', 'tuin', 'wonen' en 'verkeer'. Binnen deze bestemmingen zijn de gewenste ontwikkelingen niet mogelijk. Er is dus een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet in de wijziging van de bestemming 'groen', 'tuin' en 'verkeer' naar een bestemming waar binnen de gewenste ontwikkeling mogelijk is.

1.2

Opgave bestemmingsplan

Het voorliggende bestemmingsplan maakt de gewenste ontwikkeling mogelijk. Het plan is een gedetailleerde bestemmingsregeling. Het bestemmingsplan is afgestemd op de nieuwe Wet ruimtelijke ordening en voldoet aan de meest recente inzichten betreffende de digitale uitwisseling en raadpleging (RO-Standaarden). Hierdoor is het bestemmingsplan een goed leesbaar en bruikbaar plan.

1.3

Opbouw toelichting

Achtereenvolgens komen na deze inleiding (hoofdstuk 1) de volgende onderwerpen aan bod: •hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande situatie en benoemt de huidige planologische regels; •hoofdstuk 3 bevat het beleidskader met relevant rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 7

10 december 2019

beleid; •hoofdstuk 4 geeft de gewenste ontwikkeling en de planuitgangspunten weer; •hoofdstuk 5 gaat in op de randvoorwaarden en belemmeringen vanuit omgevings- en milieuaspecten, zoals bodem, geluid, luchtkwaliteit, wateraspecten, etc.; •hoofdstuk 6 gaat in op de planologische regels en de daarbij behorende verbeelding; •hoofdstuk 7 gaat in op de handhaafbaarheid van het bestemmingsplan; •hoofdstuk 8 gaat in op de maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 8

10 december 2019

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie

Plangebied

Het plan heeft betrekking op de meest oostelijke punt van de wijk Erflanden, gelegen aan de straat Damhert. Binnen het huidige plangebied liggen de bestemmingen 'wonen', 'groen', 'tuin', 'verkeer'en 'water'. Het plangebied omvat gronden aan de straat Damhert, waaronder de gerealiseerde woning aan Damhert 23, de grond met de bestemming 'groen' in het verlengde hiervan. En de nog niet uitgegeven kavel met de bestemming 'tuin' en 'wonen' ten zuiden van de straat Damhert. De wijk Erflanden is in het noorden globaal begrensd door de Hoogeveensche Vaart, in het oosten en in het zuiden door Rijksweg A28 Groningen – Utrecht en in het westen door de Zuidwoldigerweg. Erflanden ligt gescheiden van de wijk De Weide door de Hoogeveensche Vaart, is circa twee kilometer van het centrum van Hoogeveen verwijderd en ligt circa één kilometer van het winkel- en voorzieningencentrum in de wijk De Weide. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied in de wijk Erflanden weer.

figuur 1: ligging plangebied (rode ovaal; bron Geoloket)

2.2

Vigerend recht

De huidige planologisch-juridische regeling van de betreffende gronden is neergelegd in het bestemmingsplan 'Erflanden 2010', dat is vastgesteld op 15 september 2011 door de Hoogeveense gemeenteraad. Voor het plangebied zijn de bestemmingen 'wonen', 'tuin', 'groen', 'water' en 'verkeer' van toepassing.

Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 9

10 december 2019

2.3

Ruimtelijke structuur plangebied

2.3.1

ontstaansgeschiedenis en bebouwing

Hoogeveen is nog relatief jong omdat het op 20 december 1625 is ontstaan. In dat jaar kocht Roelof van Echten de grond van een uitgestrekt veengebied met het doel het te gaan ontginnen. Hij stichtte voor het ontginnen van veen en het ontsluiten van de regio de 'Compagnie van Vijfduizend Morgen' in 1631. Er werd zo spoedig mogelijk begonnen met het graven van de Hoogeveensche Vaart en de eerste opgaande oostwaarts. In 1637 ligt het begin van Het Haagje er al, waar vanuit de eerste wijken werden gegraven, waarvan de eerste wijk de huidige Hoofdstraat is. Op het kruispunt van twee belangrijke kanalen ontstond de nederzetting Nie-Echten, het huidige Hoogeveen. Van oudsher ligt Hoogeveen op een kruispunt van wegen en tot ver in de vorige eeuw had Hoogeveen ook de vorm van een kruis. Het waren voornamelijk turfgravers, winkeliers, handelaren, ambachtslieden en schippers die zich in de nederzetting langs de kanalen vestigden, welke eeuwen geleden werden gegraven om de te vervenen gebieden te ontsluiten en de gewonnen turf af te voeren naar elders. Aanvankelijk ontwikkelde Hoogeveen zich dan ook langs het water rondom de kruising van enkele hoofdkanalen. In de volksmond wordt nog altijd gesproken van 'Het Kruis'. Van dit kruis van waterwegen is overigens de naar het noorden gerichte arm al in 1949 gedempt (de tegenwoordige Hoofdstraat).

De oude Hoogeveense Vaart – eens een slagader voor de Hoogeveense gemeenschap – voldeed al lang niet meer aan de te stellen eisen. Het profiel was niet alleen te klein voor de nu in de vaart zijnde schepen, maar ook voor het vlot verwerken van een teveel aan water in de perioden van grote wateroverlast. Bovendien was het kanaal een groot obstakel, doordat het een barrière vormde tussen de nieuwe woonwijken ten zuiden van het kanaal en het centrum van de gemeente en verbreding van het kanaal ontmoette zoveel bezwaren, dat werd besloten tot omlegging. Langs de zuidrand van Hoogeveen is daarom een nieuw kanaal, de Hoogeveensche Vaart, gegraven dat is berekend op schepen tot 300 ton. Ten zuiden van dit kanaal is men in de jaren negentig van de vorige eeuw Erflanden begonnen te ontwikkelen. Het gebied ligt aan de zuidwestzijde van de bebouwde kom van de gemeente, op de grens van hoog en laag gelegen gronden en op de rand van de verveende gebieden. Het gebied is echter vrijwel geheel omgeven door zware infrastructurele voorzieningen en heeft daardoor een enigszins geïsoleerd karakter ten opzichte van de omgeving. De wijk wordt beïnvloed door drie gebieden, te weten de stad aan de noordzijde, het open verveningsgebied ten westen ervan en de ten zuiden van de wijk gesitueerde bossen en weilanden. De wijk ligt op een draaipunt tussen drie verschillende landschapstypen.

Het open buitengebied aan de westzijde van Erflanden heeft een landelijk en wijds karakter en wordt merendeels gebruikt voor agrarische doeleinden. Meer naar het westen is de gasbehandelingsinstallatie Ten Arlo van de NAM gelegen, met ten westen daarvan een zandwinplas. Het ten zuiden van Erflanden gelegen bosgebied is gelegen op de hogere zandgronden, in ruimtelijk opzicht hiervan gescheiden door Rijksweg A28. Erflanden wordt duidelijk begrensd door de lineaire lijnen van Rijksweg A28 aan de zuidzijde en aan de oostzijde, door de Hoogeveensche Vaart in het noorden met direct ten zuiden daarvan een drie meter hoge grasdijk waardoor het water aan het gezicht wordt onttrokken en in het westen door de Zuidwoldigerweg. Erflanden is aan de westzijde bereikbaar via de Zuidwoldigerweg en de Nieuwe Brugsluis en aan de oostzijde vanaf de Schutlandenweg/Eikenlaan via de Tweelandenbrug over de Hoogeveensche Vaart. Tussen deze beide ontsluitingen ligt een fietsroute vanuit de wijk via de Vlinderbrug naar Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 10

10 december 2019

het winkelcentrum in De Weide. Centraal in de wijk ligt op een voormalige agrarische ontsluitingsweg een oost-west lopende langzaam verkeersroute. Destijds was het beleid erop gericht om voor het wonen zoveel mogelijk ruimte te reserveren als nodig is om in de woningbehoefte te voorzien, die in overeenstemming is met de functie van de kern Hoogeveen, een streekcentrum met een regionale functie. Dit betekende het voortdurend kunnen voldoen aan de vraag naar woningen. Vandaar dat in deze wijk uitsluitend woningen zijn gebouwd, waarbij men voor voorzieningen is aangewezen op de nabijgelegen wijk De Weide. Het beleid van de gemeente is namelijk gericht op het handhaven en het versterken van de voorzieningen in het centrum van de gemeente en/of in haar directe nabijheid. Er was behoefte aan een kwalitatief hoogwaardige woonwijk met een versterkende werking voor het gehele woonklimaat in Hoogeveen. Voor de verschillende doelgroepen, senioren, tweeverdieners en gezinshuishoudens zijn zowel vrijstaande woningen, halfvrijstaande woningen als geschakelde woningen gebouwd. Aan appartementen (en dus hoogbouw) was geen behoefte en zijn dus ook niet in deze wijk te vinden. De volgende uitgangspunten liggen aan de wijk Erflanden ten grondslag: 1.

2. 3.

4.

5. 6.

het karakter en de sfeer van de woonmilieus worden beïnvloed door de omgeving van het plangebied, te weten het open weidegebied ten westen van het plangebied, de kern Hoogeveen en de verdere bestaande bebouwing aan de noordzijde van het kanaal en het bosgebied ten zuiden van Rijksweg A28; het vastleggen van een stevig ruimtelijk raamwerk met een specifieke kwaliteit, a l s vaste drager van het plan, met a l s uitgangspunt het creëren van kwalitatief goede en leefbare woonmilieus binnen het raamwerk, waarbij de woonmilieus met elkaar contrasteren; de ontsluitingsstructuur aansluiten op de bestaande wijk De Weide door middel van bruggen over de Hoogeveensche Vaart, waarbij rekening moet worden gehouden met meerdere hoofdontsluitingswegen vanaf de Zuidwoldigerweg; het gebied moet een gevarieerd woningaanbod en verschillende woonmilieus omvatten, met a l s uitgangspunt dat de woonfunctie binnen het plangebied primair i s en in beginsel slechts beperkt niet-woonfucties kunnen worden toegelaten, die het karakter van de woonfunctie niet belemmeren en geen grote verkeersaantrekkende werking hebben; de bewoners van Erflanden zijn aangewezen op het bestaande, eventueel te versterken voorzieningenapparaat in de kern van Hoogeveen en in de aangrenzende woonwijk De Weide; het streven naar een integratie van zoveel mogelijk aspecten van duurzame ontwikkeling, waarbij het uitgangspunt i s

dat bij de uitwerking aandacht zal worden besteed aan het aspect van een optimale zonoriëntatie van de woningen, waarbij uitsluitend in het laagst gelegen weidemilieu een gesloten watersysteem moet worden gerealiseerd.

2.3.2

Stedenbouwkundige opzet Erflanden

Er is een raamwerk gerealiseerd met daarin drie verschillende woonmilieus, die geïnspireerd zijn op hun omgeving en sluiten hierbij aan. Het raamwerk wordt gevormd door dijken en een plateau, infrastructuur, groenstroken en waterpartijen. Binnen het raamwerk zijn drie woonmilieus te onderscheiden, ieder met een eigen karakter, dat ontleend is aan de vormgeving van het openbaar groen en de aansluiting op de omgeving. Het betreffen het weidemilieu, het tuinstedelijk milieu (met in het midden het Vlinderplateau) en het bosmilieu.

2.3.3

Bosmilieu

Het nu voorliggend plangebied is gelegen in het bosmilieu. In het hoger gelegen bosmilieu is geen sprake van een overheersende richting in de structuur. Het beeld wordt bepaald door vrijstaande woningen, verspreid over de buurt. In tegenstelling tot de andere buurten van de Erflanden waar met rechte wegen gewerkt is, is hier een organische (gebogen) structuur voor het wegenpatroon toegepast. De gebogen lijnen hebben gezorgd voor een veelvormigheid aan kavels, hetgeen het natuurlijke en individuele karakter versterkt.

Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 11

10 december 2019

2.3.4

Groen en water

Het bosmilieu wordt omzoomd met een groene, blauwe rand van minimaal tien meter breed. De zuidelijke rand tegen de geluidswal aan wordt gevormd door een parkachtige strook, waarin ook de sloot weer duidelijk aanwezig is. Deze rand wordt gekenmerkt door plaatselijke verbredingen, waardoor bosparkjes kunnen ontstaan. Op de grens waar de particuliere achtertuinen overgaan in de bosrand, wordt deze overgang gemaakt door middel van een haag. De wegen zijn uitgevoerd in afgestrooid asfalt, de parkeer- en loopstroken zijn van bruine betonklinkers. Op deze wijze ontstaan informele boswegen waar op de weg wordt geparkeerd. Het architectuurbeeld in deze buurt is pluriform. Het is belangrijk om de individualiteit van de woningen tot uitdrukking te laten komen. Langs de wegen is het uitgangspunt dat aan één zijde een groenstrook is gelegen met aan de andere kant een strook voor zowel parkeren als lopen. In de groenstrook staan bomen in een rij en aan de andere kant staan er bomen in de grote voortuinen van de vrijstaande woningen. Aldus kan er een beeld ontstaan dat de sfeer van een bosrijke omgeving uitstraalt. De erven zijn glooiend, waarbij de woningen 0.30 meter boven het peil van de weg liggen en worden niet begrensd, of begrensd met groene middelen zoals hagen, kleine struiken etc.

2.3.5

Verkeer en vervoer

De centrale hoofdontsluitingsweg van het 'bosmilieu' is de weg Het Loo. Via de Tweelanderbrug over de Hoogeveensche Vaart wordt het Loo verbonden met de Schutlandenweg en de woonwijk De Weide. De overige wegen binnen het plangebied hebben in het algemeen slechts een functie voor de aanliggende bebouwing in het verblijfsgebied, zodat deze een beperkte verkeersfunctie vervullen. Alle wegen behoren tot het 30 km/h-gebied gebied en worden gecategoriseerd als erftoegangswegen.

2.4

Functionele structuur plangebied

Het 'bosmilieu' waar het plangebied in is gelegen is een woonmilieu bestaande uit enkel vrijstaande woningen. Verder zijn met als hoofdfunctie wonen, de uitoefening van een aan huis verbonden beroep mogelijk gemaakt en betreft het met name beroepen in de administratieve, (para)medische, therapeutische, kunstzinnige, juridische of ontwerptechnische sfeer. In het 'bosmilieu' zijn verder geen voorzieningen aanwezig. In het naastgelegen 'tuin stedelijke' milieu is aan de weg de Citroenvlinder een kinderopvang en de basischool 't Kofschip aanwezig.

Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 12

10 december 2019

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Europees beleid

3.1.1

Verdrag van Malta

In 1992 werd het Europese Verdrag van Valletta (Malta) ondertekend door een groot aantal EU-landen, waaronder Nederland, met als doel om het (Europese) archeologische erfgoed veilig te stellen. De ondertekenaars hebben zich verplicht, archeologische belangen tijdig te betrekken bij de ruimtelijke planvorming voor woningbouw, landinrichting, wegenaanleg en dergelijke. Het beleid is gericht op het behoud van de archeologische waarden in de bodem en de planologische bescherming van waardevolle archeologische vindplaatsen. De uitgangspunten van het verdrag zijn op nationaal niveau uitgewerkt in de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, 2007). Voor archeologische waarden geldt per 1 september 2007 op basis van de gewijzigde Monumentenwet 1988 de wettelijke verplichting om bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten monumenten. De gronden vallende binnen voorliggend plangebied zijn op basis van dit verdrag getoetst. Een nadere beschrijving van het thema archeologie staat in hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten.

3.1.2

Wet Natuurbescherming

De laatste tijd ondervindt de ruimtelijke ordening steeds meer invloed van het Europese beleid. In het bijzonder geldt dit voor de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Bij het opstellen van bestemmingsplannen wordt aandacht gevraagd voor het veiligstellen van de beschermde flora en fauna. De uitvoeringsinstrumenten voor de Vogelrichlijn en de Habitatrichtlijn in Nederland zijn de Natuurbeschermingswet 1998 (of kortweg Nb-wet 1998) en Flora- en faunawet (Ff-wet). Sinds 1 januari 2017 vervangt de nieuwe Wet natuurbescherming deze wetten alsmede de Boswet. De gronden vallende binnen dit plan zijn aan deze wet getoetst. Uitwerking hiervan is te vinden in hoofdstuk 5.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Het beleid van Europa en de rijksoverheid is van invloed op het te voeren Drentse omgevingsbeleid. Zo is er op Europees niveau veel aandacht voor het verbinden van economische kerngebieden door vervoersnetwerken, de aansluiting van relatief zwak ontwikkelde regio’s, landsoverschrijdende samenwerking, stroomgebieden, ecologische relaties en duurzame ontwikkeling. Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), vastgesteld. De SVIR heeft een horizon tot het jaar 2040 en vervangt onder andere de Nota Ruimte. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vormt de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Het rijk kiest met de structuurvisie voor een selectievere inzet van de onderstaande 13 rijksbelangen:

Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 13

10 december 2019

een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie; ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; efficiënt gebruik van de ondergrond; een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij a l l e ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt dieper ingegaan op deze 13 rijksbelangen. Het rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt. Bijvoorbeeld ruimte voor militaire activiteiten en opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainports, greenports en de valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan. Bijvoorbeeld voor biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend i s en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent ofwel in beheer bij het rijk is. Bijvoorbeeld de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners.

Geconstateerd wordt dat de herziening van het bestemmingsplan 'Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018', geen rijksbelangen raakt. Derhalve wordt geconcludeerd dat voldaan wordt aan de uitgangspunten zoals verwoord in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.

3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het kabinet heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen moet worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze zijn bedoeld om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij het Nationaal natuurnetwerk (NNN), opvolger van de Ecologische Hoofdstructuur en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Tevens zijn regels ten aanzien van radarverstoringsgebieden opgenomen in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening. In het Barro zijn geen specifieke regels opgenomen voor het plangebied van dit bestemmingsplan.

Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 14

10 december 2019

3.2.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de plantoelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. De ladder voor duurzame verstedelijking is sinds 1 oktober 2012 opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid Bro en stelt eisen aan bestemmingsplannen met het oog op een zorgvuldige afweging, transparante besluitvorming en een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is per 1 juli 2017 gewijzigd. Doel van de ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. Met de wijziging van de ladder zijn de 'treden' losgelaten en vervallen de begrippen 'actuele' en 'regionaal'. Voor gebieden buiten bestaand stedelijk gebied geldt een uitgebreide motiveringsplicht. En er is een nieuw artikellid toegevoegd voor de Laddertoets bij wijzigings- en uitwerkingsplannen (de laddertoets kan dan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan). In de praktijk blijft overeind dat de behoefte moet worden aangetoond en afhankelijk van de ontwikkeling en de locatie, kan het gebied dat daarbij moet worden betrokken, kleiner of groter zijn.

Het uitgangspunt dat gebouwd wordt in bestaand stedelijk gebied, blijft overeind. Het voorliggende bestemmingsplan is gelegen in stedelijk gebied en is een voorbeeld van inbreiding. De behoefte aan woningbouw in Hoogeveen is reeds onderbouwd in de Woonvisie 2017-2020. Hierin past het plan voor woningbouw aan Damhert. Het planologisch beslag op de ruimte wordt in vergelijking met het voorgaande plan niet groter. Verder ligt het gebied totaal omsloten door woonbebouwing en Rijksweg A28 Groningen – Utrecht waardoor er sprake is van een zorgvuldige invulling van de ruimte. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het plan niet strijdig is met de duurzame ladder.

3.3

Provinciaal beleid

OMGEVINGSVISIE DRENTHE Provinciale Staten hebben op 3 oktober 2018 de provinciale Omgevingsvisie Drenthe 2018 vastgesteld. De Omgevingsvisie Drenthe is voor Drenthe een centraal visiedocument. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. Langetermijn doelen op verschillende terreinen zoals ruimtelijke ontwikkeling, verkeer en vervoer, water, wonen, natuur, cultuur worden in de omgevingsvisie met elkaar verbonden. De ambitie van de Omgevingsvisie is het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe passend bij deze kernkwaliteiten. De provincie wil ‘ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit’, mede vanuit de wetenschap dat landschapskwaliteit een belangrijke vestigingsfactor is. Om de Drentse ruimtelijke identiteit inhoud te geven zijn zes verschillende kernkwaliteiten benoemd in het provinciale beleid. Het gaat om landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. De provincie streeft naar een robuuste ontwikkeling van de ruimtelijke dragers: de sociaaleconomische structuur, het landbouwsysteem, het watersysteem en het natuursysteem. Een systeem is robuust als het weinig gevoelig is voor verstoringen als gevolg van nieuwe ontwikkelingen.

Er komen ontwikkelingen op de provincie af die van invloed zijn op de robuuste systemen en die Drenthe blijvend veranderen. Denk bijvoorbeeld aan de gevolgen van klimaatverandering op het water-, natuur- en landbouwsysteem of de inpassing van duurzame energiesystemen binnen onze landschappen. Deze ontwikkelingen vormen de strategische opgaven voor de provincie. Deze opgaven vragen om een integrale en zorgvuldige afweging binnen en tussen de verschillende robuuste systemen. Daarbij zoekt de provincie naar toegevoegde waarde en Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 15

10 december 2019

streven naar het behoud, en zo nodig, de ontwikkeling van de Drentse ruimtelijke identiteit.

wonen Voor wat betreft wonen heeft de provincie de ambitie om Drenthe als woonprovincie aantrekkelijker te maken met gevarieerde en leefbare woonmilieus die voorzien in de woonvraag. Samen met gemeenten werkt de provincie Drenthe aan een Drentse woningmarktstrategie om vraag en aanbod in de woningvoorraad in balans te houden en aan te laten sluiten bij de demografische behoefte. De provincie vraagt gemeente om op basis van de ruimtelijke structuur van dorpen en steden keuzes te maken over de gehele woningvoorraad: sloop, transformatie of nieuwbouw. Dit met aandacht voor de kwaliteit, kwantiteit, doelgroepen, leefbaarheid, levensduur, duurzaamheid en locatie van haar woningvoorraad. De provincie ziet de gemeentelijke woonopgave graag vertaald in een woonvisie. Gevraagd wordt om onderling met gemeenten af te stemmen. Binnen de regio Zuidwest Drenthe wordt deze afstemming vorm gegeven met een Regionale Woonvisie 2012, welke op onderdelen wordt geactualiseerd.

stedelijk gebied of buitengebied De provincie maakt onderscheid tussen bestaand stedelijk gebied en buitengebied. Deze noodzaak komt voort uit het provinciaal belang bij een goede ruimtelijke ordening om, mede conform Rijksbeleid, nieuwe initiatieven bij voorkeur te faciliteren binnen de reeds bebouwde omgeving. Het stedelijk gebied omvat de buitenste contouren van dorpen en steden zoals op de kaart 'bestaand stedelijk gebied' is aangegeven. Het plangebied maakt deel uit van een bestaand stedelijk gebied. Ten aanzien van de in de Omgevingsvisie genoemde milieuaspecten als water, bodem, luchtkwaliteit, geluid- en geurhinder en externe veiligheid zijn onderzoeken uitgevoerd. Voor een nadere uitwerking wordt verwezen naar hoofdstuk 5 'Omgevingsaspecten'.

kernkwaliteiten analyse De Provinciale omgevingsverordening Drenthe, met inbegrip van de navolgende wijzigingen, geeft de randvoorwaarden voor het opstellen van ruimtelijke plannen. De verordening heeft onder meer als doel om de kernkwaliteiten van Drenthe te behouden en te versterken. Als bij een ruimtelijk project kernkwaliteiten betrokken zijn, moet in het ruimtelijk project uiteen gezet worden dat met het desbetreffende project wordt bijgedragen aan behoud en ontwikkeling van de bij het project betrokken kernkwaliteiten conform de provinciale ontwikkelingsvisie. Een ruimtelijk project mag geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk maken die de kernkwaliteiten significant aantasten. Kernkwaliteit Landschap De provincie richt zich op het in stand houden en versterken van het landschap als economisch, ecologisch en cultureel kapitaal. De ambitie is een Drents landschap waarin de verscheidenheid in landschapstypen en -onderdelen zich blijvend manifesteert. De landschapstypen met de bijbehorende landschapskenmerken wil de provincie in samenhang behouden en versterken. Daarmee wordt gestreefd naar een Drents landschap waarin het grondgebruik, het type natuur en het landschapsbeeld passen bij de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap.

Vanuit dat perspectief wil de provincie keuzes voor nieuwe ontwikkelingen in het landschap blijvend mogelijk maken. De provinciale doelstellingen voor de kernkwaliteit landschap zijn: het behouden en versterken van de ruimtelijke afwisseling van landschapstypen; Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 16

10 december 2019

het behouden en versterken van de karakteristieke kenmerken van de verschillende landschapstypen die we in Drenthe onderscheiden: het behouden en versterken van de karakteristieke macrogradiënten van het Drents Plateau in relatie tot de aangrenzende en lager liggende veengebieden; het behouden en ontwikkelen van het Nationaal Beek-en esdorpenlandschap Drentsche Aa.

Het plangebied maakt deel uit van een bestaand stedelijk gebied. Voorliggend plan beoogt de wijk af te ronden en sluit aan bij bestaande bebouwing en eerdere uitgangspunten voor de wijk Erflanden. Er is dus geen sprake van aantasting van deze kernkwaliteit door dit plan.

Kernkwaliteit Natuur Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangende structuur van gebieden met een speciale natuurkwaliteit, deze zijn nader beschreven in het robuust natuursysteem. Het NNN vormt de ruggengraat van het Drentse natuurnetwerk en waarborgt biodiversiteit en duurzame natuur. Voor de ruimtelijke identiteit van Drenthe is de belevingswaarde en de mogelijkheid tot benutten van de natuur van groot belang. De provincie is direct verantwoordelijk voor de kwaliteit en kwantiteit van de natuur binnen het Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuur Netwerk Nederland. Het dichtsbijzijnde gebied ligt op 1,8 kilometer afstand. Bovendien betreft een bestaand stedelijk gebied. Er is om bovenstaande reden geen sprake van aantasting van deze kernkwaliteit door dit plan.

Kernkwaliteit Cultuurhistorie Het cultuurlandschap, met daarin het gebouwde erfgoed als ankerpunten, is sterk bepalend voor hoe de leefomgeving wordt ervaren. Het geeft betekenis en is direct verbonden met ons beeld van de Drentse identiteit. Daarom heeft de provincie de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS), die het provinciaal belang vastlegt, met daarin drie sturingsniveaus. Daarnaast heeft de provincie een provinciale monumentenlijst en beleid op het gebied van herbestemming. De Cultuurhistorische Hoofdstructuur is gebiedsgericht beschreven in 10 deelgebieden. Voorliggend plangebied is gelegen in het deelgebied Hollandscheveld en Hoogeveen. De structuren van provinciaal belang zijn: Ontginningsassen a l s lijnen georiënteerd op en verbonden met de (Verlengde) Hoogeveensche Vaart; Centraal groot ‘blok’ met daaromheen uitwaaierend (latere) blokken, onderling herkenbaar door de assen en de verschillende kavelrichtingen die ‘botsen’ bij de achtergrenzen

specifiek van Hoogeveen zijn de volgende structuren van belang: “Het Kruis” a l s ontstaanspunt herkenbaar in het kruispunt van twee –gedempte- vaarten; Noordelijk daarvan herkenbare historische percelering en bebouwingsstructuur

Het plangebied grijpt niet in op structuren die van provinciaal belang zijn. Er is dus geen sprake van aantasting van deze kernkwaliteit door dit plan.

Kernkwaliteit Archeologie De provinciale archeologische hoofdstructuur is opgebouwd uit bekende, zichtbare én onzichtbare archeologische vindplaatsen en gebieden, waar een beredeneerde verwachting is op het aantreffen van archeologische vindplaatsen, de zogenaamde archeologische verwachtingsgebieden. Het beschermingsbeleid dat wij aan de Archeologische Hoofdstructuur koppelen, is binnen de Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 17

10 december 2019

Culturele Alliantie 2009-2012/13, in samenwerking met de gemeenten, uitgewerkt. De gemeente Hoogeveen heeft in navolging van wet- en regelgeving eigen cultuurhistorisch beleid ontwikkeld op het terrein van de deelgebieden archeologie, historische geografie en historische bebouwing. Toetsing vindt plaats aan de daaruit volgende archeologische monumenten kaart en de gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaarten. Op basis van de gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaarten, vastgesteld op 24 november 2016, ligt het plangebied in een gebied met archeologische waarde 3, hoge of middelhoge archeologische verwachting, waarvoor inventariserend veld onderzoek moet worden uitgevoerd. In het gemeentelijke beleid is een vrijstellingsgrens opgenomen van 1000 m2 . Deze grens wordt overschreden en daarom is in opdracht van de initiatiefnemer een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. In paragraaf 5.2 wordt nader ingegaan op de uitkomsten van het onderzoek.

Kernkwaliteit Aardkundige waarden Het plangebied is voor de kernkwaliteit Aardkundige waarden aangeduid met het beschermingsniveau Generiek. In deze gebieden wil de provincie de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren. De provincie verwacht van gemeenten dat zij in deze gebieden nagaan welke kenmerkende aardkundige waarden aanwezig zijn en dat zij hieraan bescherming geven via het gemeentelijk bestemmingsplan en plannen en initiatieven daarop beoordelen. Bij ontwikkelingen kunnen aardkundige kwaliteiten als inspiratiebron worden gebruikt. Het plangebied betreft een inbreiding in de bestaande wijk Erflanden. Aardkundige waarden worden niet aangetast door dit plan.

kernkwaliteit Rust De kernkwaliteit rust biedt kansen voor (nieuwe) ontwikkelingen in Drenthe. Daarbij is het van belang dat de ontwikkelingen passen bij deze kwaliteit en deze zoveel mogelijk in stand houden en, daar waar mogelijk, zelfs verbeteren. De provincie streeft ernaar de kernkwaliteit rust te benutten als basis voor het ontwikkelen van (nieuwe) activiteiten. Deze activiteiten kunnen zich richten op het beleven van Drenthe, maar ook het ontwikkelen van bedrijvigheid buiten de sector vrijetijdseconomie (VTE). Het is daarbij van belang dat de kernkwaliteit rust nu en in de toekomst is gegarandeerd en daar waar mogelijk verder wordt ontwikkeld. In Drenthe zijn twaalf gebieden aangewezen als stiltegebied. Deze vallen veelal volledig binnen bestaande natuurgebieden. Bestaande plangebied betreft een ontwikkeling binnen het stedelijk gebied en valt niet in een door de provincie aangewezen stiltegebied.

PROVINCIALE OMGEVINGSVERORDENING DRENTHE 2018 Met de bepalingen voor woningbouw wil de provincie dat gemeenten gelegen in eenzelfde woonregio hun plannen voor woningbouwontwikkeling op dit gebied onderling afstemmen, strategisch beleid voeren op het handhaven van een passende woningvoorraad op de lange termijn en met de gebiedspartners afspraken maken over onder andere de programmering. De basis daarvoor is de gemeentelijke woonvisie. Dorpen, steden en het landelijk gebied functioneren binnen de woningmarkt als aanvulling op elkaar of soms concurrerend. De provincie beoogt met de bepalingen een gezonde woningmarkt in stand te houden met ruimte voor regionale verschillen. Met 'afstemmen' wordt in principe overeenstemming bedoeld. Het gaat hier om de afronding van de wijk Erflanden met een aangepaste invulling, waardoor de woningvoorraad met vier woningen toeneemt. Deze toename past binnen de huishoudensontwikkeling zoals in de Woonvisie 2017 – 2020 is verwoord. Het project is in overeenstemming met de omgevingsverordening. Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 18

10 december 2019

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Regionale woonvisie

In het kader van de regionale afstemming is met de buurgemeenten De Wolden, Westerveld en Meppel overleg gevoerd over het woningbouwprogramma. De uitkomst van de afstemming heeft geresulteerd in een regionale woonvisie. Een dergelijke afstemming heeft, in dit kader, ook plaatsgevonden voorafgaand aan de op te starten bestemmingsplanprocedure die betrekking heeft op de nieuwbouwlocatie. Het op te stellen bestemmingsplan walwoningen Damhert Erflanden is op 20 februari 2019 regionaal afgestemd. Uit de nadere afstemming is gebleken dat voorliggende woningbouwontwikkeling past in de regionale aantallen en het kwalitatieve programma tot 2026. Op 30 oktober 2012 is de Regionale Woonvisie Zuidwest Drente, Groeimodel, deel I door het college van de gemeente Hoogeveen en de andere betrokken gemeenten vastgesteld. In het bestuurlijk afstemmingsoverleg RO/Wonen Zuidwest Drenthe van 21 december 2015 is de woningbehoefte voor Zuidwest Drenthe vastgesteld voor de periode 2016-2025. Deze woningbehoefte prognose is gebaseerd op de provinciale bevolkingsprognose 2015, vertaald naar de woningbehoefte in de regio Zuidwest Drenthe. De vastgestelde woningbehoefte geldt als kader voor de woningbouwontwikkeling in de regio en dient als uitgangspunt voor de actualisatie van het gemeentelijk woonbeleid voor de gemeenten binnen deze regio.

Gelet op de aanwezige harde plancapaciteit in Zuidwest Drenthe, is de mogelijkheid aanwezig de woningbouwuitbreiding van de walwoningen Damhert Erflanden daaraan toe te voegen. De realisatie van vier woningen leidt niet tot verdringing of ongewenste concurrentie. Dit betekent dat het plan niet strijdig is met de Regionale Woonvisie.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Toekomstvisie 2030

In april 2018 is de Toekomstvisie voor Hoogeveen vastgesteld door de gemeenteraad. In deze toekomstvisie staan ontwikkelingen en opgaven weergegeven op het gebied van bestuur, veiligheid, sociaal, omgeving en economie. De visie en opgave voor wonen maakt hiervan onderdeel uit en luidt als volgt: Hoogeveen wil een goede woongemeente zijn waar iedereen een thuis vindt. Waarbij betaalbaar wonen voor iedereen mogelijk moet zijn. De focus ligt op het wonen in de kern Hoogeveen en realiseren van wervende en aansprekende stedelijke woonmilieus, passend bij de vraag en met behoud van groene open ruimtes. In de dorpen ligt het accent op het uitvoeren van de huidige bouwplannen en bieden we ruimte voor specifieke woonwensen. Verder wil Hoogeveen manieren vinden om alle woningen sneller te verduurzamen en de bestaande buurten en dorpen aantrekkelijk te houden. De voorgenomen ontwikkeling betreft een inbreiding van een viertal woningen in de wijk Erflanden. Met deze ontwikkeling wordt invulling gegeven aan wonen in de kern van Hoogeveen.

Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 19

10 december 2019

3.5.2

Structuurvisie Hoogeveen 2015 - 2030

Als vervolg op de Toekomstvisie is op 23 december 2004 door de gemeenteraad de Structuurvisie Hoogeveen 2015–2030 vastgesteld. Deze Structuurvisie is eigenlijk de ruimtelijke vertaling van de Toekomstvisie. Hij spreekt zich uit over de ruimtelijke ontwikkeling van de gehele gemeente en beschrijft de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten voor het buitengebied, de dorpen en de stad. De Structuurvisie is een voorbeeld van planning van onderop, vanuit het lokale denken. Deze Structuurvisie heeft daarom het oude POP II niet als vertrekpunt genomen, maar nam een voorschot op de nieuwe Omgevingsvisie Drenthe. Deze aanpak past overigens goed binnen de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk. Het Rijk laat meer over aan gemeenten en provincies. De Structuurvisie gaat in op verschillende onderdelen van de stad. Daarbij is een volgorde van binnen naar buiten aangehouden, vanuit het hart naar de stadsranden. De doelstelling is primair om het aantrekkelijke winkelbestand voor de toekomst te waarborgen door een prettiger verblijfsklimaat te scheppen. In de Structuurvisie wordt niet expliciet ingegaan op de verschillende woonwijken die rondom het centrum liggen. De herstructurering van de oudere wijken wordt beschouwd als een autonoom proces, dat zich geleidelijk en over vele jaren zal voltrekken.

Het woonprogramma wordt hierin uiteindelijk uitgewerkt, vanuit een onderbouwing in de Woonvisie 2011 – 2020. De Structuurvisie beschrijft hiervoor de ruimtelijke kaders en de uitgangspunten voor het proces van herstructurering, die neerkomen op het toepassen van maatwerk. De visie op het wonen vanuit de Structuurvisie 2004, is daarentegen gericht op het verbeteren van de bestaande woningvoorraad en op het aanbieden van nieuwe woonmilieus in de stad, de dorpen en in het landelijk gebied. De aandacht voor de woonopgave verschuift van kwantiteit naar kwaliteit. De focus van woningbouw ligt de komende jaren op de stad. Daarnaast wordt gekozen voor geconcentreerde groei bij de dorpen en in het landelijk gebied. De marktvraag bepaalt uiteindelijk welke woningen op welke beschikbare locatie, hoeveel en in welk tempo gebouwd gaat worden.

3.5.3

Structuurvisie Hoogeveen 2.0

De Structuurvisie uit 2004 is nog steeds een inspirerende, ambitieuze, integrale ruimtelijke visie, die in stand blijft en met “Structuurvisie Hoogeveen 2.0” op onderdelen wordt bijgesteld. De visie geeft aan hoe Hoogeveen tot 2030 omgaat met thema's als wonen, voorzieningen, bedrijvigheid, bereikbaarheid, landschap en duurzaamheid. Duurzame kwaliteit is en blijft daarbij de rode draad. De geactualiseerde structuurvisie is op 13 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. In de visie kiest Hoogeveen voor beheerste groei waarbij de focus van woningbouw ligt op inbreiding in de stad. Daarnaast wordt gekozen voor geconcentreerde groei bij de dorpen en het landelijke gebied, passend bij de vraag. Voorliggend plangebied ligt in Hoogeveen en betreft een inbreiding in de wijk erflanden. Met het plan wordt verdere afronding van de wijk beoogt. Het plan sluit daarmee aan bij de structuurvisie 2.0.

Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 20

10 december 2019

3.5.4

Visie op de omgeving

In 2018 is de 'visie op de omgeving' vastgesteld door de raad. De trends en ontwikkelingen vragen om voortdurend te kijken of de gemeente nog op de juiste koers zit. Met deze visie is een aanvulling gedaan op Structuurvisie Hoogeveen 2015-2030 en de Structuurvisie Hoogeveen 2.0. De Hoogeveense uitgangspunten duurzaamheid, ambitie en kwaliteit blijven daarbij onveranderd van kracht. Deze actualisatie wordt niet langer de fysieke structuurvisie genoemd maar ‘visie op de omgeving’. Het hebben van een omgevingsvisie is namelijk een verplichting vanwege de Omgevingswet. Het Rijk voert deze wet waarschijnlijk in 2021 in.

3.5.5

Woonvisie 2017-2020

Ook in de Woonvisie 2017-2020 (vastgesteld op 23 maart 2017) wordt een groeiambitie van de beheerste groei geformuleerd. In de Structuurvisie is de ambitie van de gemeente voor de komende 15 jaar, met een doorkijk naar het jaar 2030, neergelegd ten aanzien van veel beleidsterreinen, waaronder het wonen. De Woonvisie bevat concrete ambities en acties voor de korte termijn. Deze ambities voor de komende vier jaar zijn wel geplaatst in de ontwikkelingen en trends voor een langere termijn. Deze Woonvisie vervangt het beleidskader dat werd vastgesteld in 2011. De richting ingezet in 2011 wordt doorgezet voor de periode richting 2025. Voor de periode 2016-2025 wordt rekening gehouden met een woningbehoefte van netto 1.100 woningen. Dit is gebaseerd op een tussenscenario: De ambitie en de verwachting i s dat de binnenlandse vraag aantrekt tot een niveau dat weliswaar niet zo hoog i s a l s voor de woningmarktcrisis, maar dat wel hoger ligt dan de laatste jaren: 950 woningen; De verwachting dat het aantal blijvende statushouders terugvalt naar het langjarig gemiddelde: 165 benodigde woningen.

Om daadwerkelijk ruim 1.100 woningen te kunnen realiseren, moet er enige overmaat aangehouden worden in de woningbouwprogrammering van Hoogeveen. Niet alle plannen zijn even gemakkelijk ontwikkelbaar en niet alle locaties lenen zich voor elke type woningen. Daarom is een concrete bouwruimte nodig voor ca. 1.600 woningen in tien jaar. Zo bouwt de gemeente Hoogeveen flexibiliteit en keuzevrijheid in om, ongeacht veranderingen of obstakels, toch in de behoefte te voorzien. Daarmee wordt een onnodige uitstroom van huishoudens uit Hoogeveen voorkomen. De focus van woningbouw ligt de komende jaren op de stad. De woningvraag is gericht op praktisch woongenot zoals voorzieningen in de nabijheid en ruim en groen wonen tegen een goede prijs per vierkante meter woonoppervlak. De centrumdorpen Hollandscheveld, Pesse, Noordscheschut en Elim worden als een belangrijk woonalternatief gezien. Hollandscheveld manifesteert zich daarin het duidelijkst. De woningbouwuitbreiding aan het Julianaplantsoen sluit aan op de Woonvisie; 'Toevoegen wat gevraagd wordt'. Ingezet wordt om aan inwoners diversiteit te bieden door het aanbieden van inbreidings- en uitbreidingslocaties. Deze locatie biedt inwoners ook keuzevrijheid binnen de uitbreidingslocatie Erflanden Uitgangspunt is dat van 2016 tot en met 2025 1.100 nieuwbouwwoningen aan de woningvoorraad worden toegevoegd.

In het jaar 2016 zijn bijna 100 reguliere woningen gerealiseerd en in het jaar 2017 gaat het om bijna 270 woningen. In het jaar 2018 zijn daar ook netto bijna 100 woningen bijgekomen. Daarnaast is binnen de gemeente Hoogeveen nog ruimte voor ongeveer 220 woningen aan Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 21

10 december 2019

plancapaciteit waarvoor nog bouw-/bestemmingsplannen kunnen worden ontwikkeld. In feite ligt de opgave hoger wanneer rekening wordt gehouden met planuitval en vertraging de komende jaren. Het bestemmingsplan voor de walwoningen aan de straat Damhert in erflanden in Hoogeveen, met 4 woningen, kan binnen deze nog beschikbare capaciteit worden ontwikkeld. Voor ongeveer netto 385 woningen is tot 2026 al harde plancapaciteit aanwezig in zowel de kern als de dorpen binnen de gemeente Hoogeveen. Het realiseren van inbreidingslocatie aan de straat Damhert door een marktpartij, waardoor er meer woningen ontstaan, past goed binnen de 'Woonvisie 2017-2020'.

Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 22

10 december 2019

Hoofdstuk 4 4.1

Gewenste ontwikkeling en uitgangspunten

Ruimtelijke structuur

De locatie van de inbreiding is gelegen in het meest oostelijk gedeelte van de wijk Erflanden. De ontwikkeling wordt aan de noordzijde begrensd door de Verlengde Hoogeveense Vaart, in het oosten en zuiden door de Rijksweg A28 en in het westen door de bestaande woningen gelegen aan de straat Damhert.

figuur 2, het plangebied (bron: geoloket) Het ruimtelijk concept van de locatie gaat uit van het bouwen van vier vrijstaande walwoningen en het verleggen van twee bouwvlakken. De vier walwoningen worden aan de noordzijde van de straat Damhert gerealiseerd ten oosten van Damhert 23. Ten noorden van deze woningen wordt een wal aangelegd van vier meter hoog, waar de vier woningen in worden gesitueerd. Het betreffen woningen van twee bouwlagen met een plat dak. Aangeduid op de plankaart als type sba-3,sba-4, sba -5 en sba-6. Bijgebouwen dienen bij dit ontwerp voor de voorgevel te worden gerealiseerd binnen de woonbestemming en minimaal 1 meter uit de perceelsgrens worden gebouwd, tenzij op de perceelsgrens word gebouwd. De wal die aan de noordzijde van de woningen ligt dient in stand te worden gehouden en vrij te blijven van bebouwing, hiervoor is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels. Van de twee te verleggen bouwvlakken is één woning reeds in 2015 al gerealiseerd met een buitenplanse afwijking. Dit betreft een vrijstaande woning met één bouwlaag en een plat dak, aangemerkt als type sba-1. De hoofd- en bijgebouwen dienen bij deze aanduiding drie meter uit de perceelsgrens worden gebouwd. Het bouwvlak en de woonbestemming worden in oostelijke richting uitgebreid en op de reeds gerealiseerde woning gelegd.

Het andere bouwvlak, ten zuiden van de straat Damhert, wordt ten opzichte van de bestaande situatie verlegd in noordwestelijke richting. Deze woning mag bestaan uit één bouwlaag een dakhelling tussen de 0 en 30 graden. Deze woning is aangeduid met het type sba-2. De hoofd- en bijgebouwen dienen bij deze aanduiding ook drie meter uit de perceelsgrens te worden gebouwd. Deze woning krijgt geen verplichte kaprichting, om zo het vrije karakter van het gebied te accentueren. Het groen binnen het plangebied komt met name voor aan de zuidoostelijke zijde aan het einde van Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 23

10 december 2019

de straat Damhert. Hier vormt het de afronding van het woongebied en tevens van de wijk. Aan één zijde van de weg komt een strook van 2,00 meter met daarin bomen en bodembedekkers. Voor het groen wordt een beplantingsplan opgesteld, waarbij de invulling van het groen nader wordt uitgewerkt. De ontwikkeling vindt plaats aan het doodlopende gedeelte van de straat Damhert. De ontsluiting van het plan vindt plaats via de straat Damhert naar Het Loo. De woonbestemmingen binnen het plangebied dienen twee parkeerplaatsen op eigen erf te realiseren. Meer informatie over het verkeer is te vinden in paragraaf 5.11.

4.2

Functionele structuur

De ontwikkeling in het plangebied betreffen vrijstaande woningen. Net als in de rest van de wijk Erflanden is de uitoefening van een aan huis verbonden beroep mogelijk gemaakt en betreft het met name beroepen in de administratieve, (para)medische, therapeutische, kunstzinnige, juridische of ontwerptechnische sfeer. In het plangebied worden geen voorzieningen gerealiseerd.

4.3

Beeldkwaliteit

In 2017 is de 'Nota Ruimtelijke Kwaliteit' vastgesteld. De 'Nota Ruimtelijke Kwaliteit' vervangt de gemeentelijke 'Welstandsnota' uit 2007 met de oplegnotitie van de pilot 'welstandsvrij bouwen'. De pilot welstandsvrij bouwen is succesvol verlopen en krijgt nu een vervolg in de 'Nota Ruimtelijke Kwaliteit'. Ten behoeve van het grootste gedeelte van het oosten van Erflanden geldt het 'Beeldkwaliteitplan Bosmilieu'. Dit beeldkwaliteitplan maakt als bijlage onderdeel uit van de 'Nota Ruimtelijke Kwaliteit'. Voor dit plangebied is een beeldkwaliteitsplan (zie Bijlage 8) opgesteld, deze wordt als paragraaf toegevoegd aan de 'Nota Ruimtelijke Kwaliteit'.

Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 24

10 december 2019

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de relevante omgevingsaspecten. Op grond van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient te worden bezien of het plan uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening verenigbaar is met de eisen die aan de omgeving worden gesteld. Het plan dient een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen en de belangen van omwonenden niet te schaden. Dit plan voorziet in het realiseren van een viertal walwoningen en het verschuiven van twee bouwvlakken van reeds bestaande woonbestemmingen. Deze ontwikkelingen zijn alleen mogelijk als de bestaande bestemmingen groen, tuin en verkeer in het plangebied worden gewijzigd. Tevens wordt voor de walwoningen de bestemming wonen toegevoegd.

5.1

Bodem

5.1.1

Wettelijk kader

Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik.

5.1.2

Onderzoek

Bodemkwaliteit Op de locatie is door Ecoreest een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hiervan is verslag gelegd in: “Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van: Damhert te Hoogeveen”, rapportnummer:182391, d.d.21-12-2018 (Bijlage 1). Hierin zijn de volgende waarnemingen gedaan: Zintuiglijke waarnemingen: er zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op het voorkomen van bodemverontreiniging. Bovengrond: geen van de geanalyseerde parameters zijn boven de achtergrondwaarde of detectiegrens vastgesteld. Ondergrond: geen van de geanalyseerde parameters zijn boven de achtergrondwaarde of detectiegrens vastgesteld. Grondwater: barium, cadmium, kobalt, nikkel en zink zijn boven de streefwaarde gemeten. De gevonden lichte verontreinigingen in het grondwater vormen geen belemmering voor de voorgenomen bouwplannen op de locatie. Er zijn vanuit milieu-hygiënisch oogpunt geen belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingswijziging en realisatie van woningen op de onderzochte locatie. Graafwerkzaamheden Indien bij eventuele graafwerkzaamheden ter plaatse van de bouwlocatie afwijkingen worden geconstateerd of het vermoeden van een bodemverontreiniging bestaat, dient contact te worden opgenomen met de gemeente Hoogeveen. Indien sprake is vrijkomende grond van de bouwlocatie Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP8020004-ON02 25

10 december 2019

en deze kan niet op de eigen locatie worden verwerkt kan mogelijk gebruik worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Hoogeveen. Indien dit niet mogelijk is dan dient in dat geval de hergebruiksmogelijkheid, ten behoeve van toepassing elders, vastgesteld te worden. Meldingsplicht Vanaf 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit van kracht waarbij alle toepassingen van grond en baggerspecie voorafgaand aan de toepassing moeten worden gemeld (hierop zijn enkele uitzonderingen) via het landelijk meldpunt. Alle toepassingen van grond en baggerspecie (dus ook schone) dienen gemeld te worden, met uitzondering van: -

Schone grond (bij minder dan 50 m3 ;)

-

particulieren (werk zonder aannemer);

-

landbouwbedrijf, mits binnen bij bedrijf behorende perceel en vergelijkbaar gewas;

-

verspreiden van baggerspecie op aangrenzend perceel.

Deze dienen minimaal 5 werkdagen voor toepassing gemeld te worden bij het landelijke meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.senternovem.nl

5.1.3

Conclusie

Er wordt geconcludeerd dat het aspect bodem de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg staat.

5.2

Archeologie en Cultuurhistorie

5.2.1

Inleiding

In de bodem kunnen ook aardkundige waarden aanwezig zijn. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Erfgoedwet die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet verplicht de gemeente bij het vaststellen van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige monumenten. De gemeente Hoogeveen heeft in navolging van wet- en regelgeving eigen cultuurhistorisch beleid ontwikkeld op het terrein van de deelgebieden archeologie, historische geografie en historische bebouwing. Toetsing vindt plaats aan de daaruit volgende archeologische monumenten kaart en de gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaarten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9607384/1