Krakeel, deelplan Satellietenlaan_vastgesteld_1.pdf
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN
Krakeel,
deelplan Satellietenlaan
vastgesteld
22 december 2022
Bestemmingsplan Krakeel, Deelplan Satellietenlaan Gemeente Hoogeveen Status: Vastgesteld Datum: 22 December 2022 IMRO-Idn: NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01
Krakeel, deelplan Satellietenlaan
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01, Krakeel, deelplan Satellietenlaan
_____________________________________________________________________________________ Status voorontwerp ontwerp vastgesteld onherroepelijk
datum besluit B&W / Raad
publicatiedatum
inzagetermijn
20 september 2022 22 december 2022
_____________________________________________________________________________________
Vaststellingsbesluit
...........................................................................
Raad van State (onherroepelijk)
...........................................................................
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Hoofdstuk 2
Inleiding
7
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Planologischeregeling Leeswijzer
7 7 8 9
Planbeschrijving
11
Huidige situatie Beschrijvingvan de ontwikkeling
11 12
Hoofdstuk 3
Beleidskader
15
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Algemeen Rijksbeleid Provinciaalbeleid Regionaalbeleid Gemeentelijk beleid
15 15 16 20 20
Milieu- en omgevingsaspecten
25
Algemeen Vormvrije m.e.r.-beoordeling Water Bedrijven en milieuzonering Geluid Externe veiligheid Luchtkwaliteit Bodem Archeologie Cultuurhistorie Ecologie Verkeer en parkeren Duurzaamheid
25 25 26 29 30 31 32 33 33 34 34 36 37
Toelichting op de juridische regeling
39
Dit bestemmingsplan
39
Handhaving
41
Algemeen Beleidskeuzen Inzet gemeentelijk apparaat
41 41 41
Uitvoerbaarheid
43
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijkeuitvoerbaarheid
43 43
2.1 2.2
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Hoofdstuk 5 5.1
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3
Hoofdstuk 7 7.1 7.2
Bijlagen toelichting
47
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
48 59 66
Vormvrije m.e.r.-beoordeling Digitale watertoets Partijkeuringgrond
Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 2
22 december 2022
Bijlage 4 Bodemadvies gemeente Hoogeveen Bijlage 5 Stikstofberekening BP Krakeel, deelplan Satellietenlaan Bijlage 6 Vooroverlegreacties
92
Regels
119
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Artikel 1 Artikel 2
Hoofdstuk 2
120 123
Bestemmingsregels
124
Groen Tuin Verkeer Wonen
124 125 126 127
Algemene regels
129
Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Hoofdstuk 4
120
Begrippen Wijze van meten
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Hoofdstuk 3
95 110
Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels
Overgangs- en slotregels
Artikel 12 Artikel 13
Overgangsrecht Slotregel
129 130 131 132 133
134 134 135
Bijlagen regels
137
Bijlage 1
138
Parkeernota Hoogeveen
Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 3
22 december 2022
Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 4
22 december 2022
Toelichting
Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 5
22 december 2022
Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 6
22 december 2022
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
In 2009 is het bestemmingsplan Krakeel vastgesteld. Het bestemmingsplan had tot doel om vernieuwingen in de wijk Krakeel te Hoogeveen mogelijk te maken. In de tussentijd heeft de wijk al een grote metamorfose ondergaan. Een aantal gronden in de wijk hebben in de huidige situatie nog geen invulling, maar zijn daarvan wel in afwachting. Eén van de gronden betreft een perceel direct ten westen van de Zuiderkruis 50 a en b.
Het voornemen is om deze gronden in te richten ten behoeve van 16 rijwoningen, opgedeeld in twee blokken van acht woningen.
De ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan (zie ook paragraaf 1.3). Om de ontwikkeling juridisch-planologisch te kunnen regelen, is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Dit komt mede doordat het voornemen niet binnen de opgenomen uit te werken bestemming past. Dit bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt in de wijk Krakeel te Hoogeveen. Het betreft nog onbebouwde gronden. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.
Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 7
22 december 2022
Figuur 1.1
1.3
Ligging en begrenzing van het plangebied
Planologische regeling
Voor het plangebied gelden op dit moment de bestemmingsplannen Krakeel 2007 (onherroepelijk geworden op 12 maart 2009) en Kernen Hoogeveen, parapluherziening aan- en bijgebouwenregeling ( onherroepelijk geworden op 15 mei 2014). Op basis van dit plan kent het bestemmingsplan twee verschillende bestemmingen te weten 'Woondoeleinden uit te werken' en 'Groenvoorzieningen'. Een uitsnede van de verbeelding is in figuur 1.2 te zien. Binnen de bestemming ' Woondoeleinden - uit te werken' kunnen, met inachtneming van de uitwerkingsregels, woningen worden gerealiseerd. Doordat de gewenste ontwikkeling aan de noordzijde de grens van de uit te werken bestemming overschrijdt, is het niet mogelijk een uitwerkingsplan op stellen, maar moet een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. Onderhavig plan voorziet daarin.
Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 8
22 december 2022
Figuur 1.2
1.4
Uitsnede van het geldende bestemmingsplan Krakeel 2007
Leeswijzer
In het volgende hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt het plan beschreven. Daarbij komt de huidige situatie aan bod en wordt vervolgens ingegaan op de nieuwe situatie. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader geschetst. Daarbij wordt ingegaan op het relevante beleid. Onderwerp van hoofdstuk 4 zijn de omgevingsaspecten waaraan de nieuwe ontwikkeling is getoetst. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de bestemmingen opgenomen. Hoofdstuk 6 bespreekt de handhaving van de gestelde regels in dit bestemmingsplan en tot slot is in hoofdstuk 7 de uitvoerbaarheid opgenomen.
Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 9
22 december 2022
Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 10
22 december 2022
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Het plangebied ligt in de wijk Krakeel. Krakeel ligt ten oosten van het centrum van Hoogeveen. Sinds 2000 maakt de wijk een metamorfose door. Sloop, verbouw, nieuwbouw en herinrichting van de openbare ruimte hebben de leefbaarheid en de ruimtelijke uitstraling van Krakeel sterk verbeterd.
De wijk Krakeel heeft haar oorsprong in de jaren '60. Krakeel was een typische naoorlogse woonwijk, die eind jaren '60 begin jaren '70 in korte tijd is ontwikkeld. De wijk heeft een ruim opgezette stedenbouwkundige hoofdstructuur, met veel groen en een sterke nadruk op huurwoningen. Er is een mix van laagbouw (rijenwoningen) en hoogbouw aanwezig, waarbij laagbouw overheerst. Het grootste deel van de woningen bestaat uit rijenwoningen. Het plangebied wordt direct ontsloten door de Zuiderkruis aan de zuidkant en de De Kroon aan de noordkant.
Water- en groenstructuur In de buurt komt veel groen en water voor. Dit betreft onder andere de waterpartij aan de noord- en westkant van het plangebied. De waterpartij, met aan de randen groen, kronkelt als het ware van zuid naar noord door de wijk heen.
Functies in de omgeving De wijk wordt beschouwd als een woonwijk. Naast de woonfunctie komen in het plangebied nog andere (centrum) functies zoals een multifunctioneel centrum en een basisschool voor. Deze bevinden zich ten noorden van het plangebied.
Bebouwingsstructuur Zoals aangegeven bestaat de bebouwing in de wijk voornamelijk uit rijenwoningen uitgevoerd in één of twee bouwlagen. Er is afwisselend sprake van woningen uitgevoerd met een kap en woningen uitgevoerd met een plat dak.
Plangebied Het plangebied is in de huidige situatie al in afwachting van de voorgenomen woningbouwontwikkeling en betreft een braakliggende kavel, die inmiddels begroeid is met gras. Figuur 2.1 geeft een luchtfoto weer waarop de huidige situatie in het plangebied is weergegeven.
Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 11
22 december 2022
Figuur 2.1
2.2
Luchtfoto van de bestaande situatie
Beschrijving van de ontwikkeling
Ambitie Het doel van de initiatiefnemers is om het plangebied te herstructureren. Door middel van herstructureren wordt ingezet op zorgvuldig ruimtegebruik doordat er geen sprake is van onnodige uitgifte van nieuwe uitbreidingslocaties.
Programma Het programma is om de gronden in te richten ten behoeve van 16 grondgebonden woningen, opgedeeld in twee woonblokken van elk acht woningen. Figuur 2.2 geeft de voorgenomen invulling van het plangebied weer.
Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 12
22 december 2022
Figuur 2.2
Voorgenomen inrichting van het plangebied (bron: Sacon architecten)
De voorgenomen woningen bestaan uit twee bouwlagen met een kap. De maximale bouwhoogte bedraagt 10 meter. Ten behoeve van het parkeren wordt een parkeerterrein met 29 parkeerplaatsen aangelegd in het zuidoostelijke deel van het plangebied. De woningen en het parkeerterrein worden ontsloten via de Satellietenlaan. Voor ongemotoriseerd verkeer is er ook nog een ontsluiting richting het Zuiderkruis.
Het plangebied krijgt een zo groen mogelijke uitstraling, die met name tot uiting komt aan de noordelijke en westelijke rand van het plangebied, waar de watergangen lopen.
Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 13
22 december 2022
Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 14
22 december 2022
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Algemeen
Aan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen ligt beleid ten grondslag. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op relevante beleidsuitgangspunten op Rijksniveau, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. De planuitgangspunten en vervolgens de bestemmingsregeling zijn hierop afgesteld.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI.
Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren
Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. 2. 3. 4.
Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Uitvoering De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda zijn onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen te vinden. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd.
De ontwikkeling in het plangebied raakt geen opgaven die zijn opgenomen in de NOVI.
Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 15
22 december 2022
3.2.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om voor het nationale ruimtelijke beleid. De nieuwe Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vervangt verschillende bestaande nota's zoals de nota Ruimte, de agenda Landschap en de agenda Vitaal Platteland. Om de verantwoordelijkheden te leggen waar deze het beste passen, draagt het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsruimte voor het faciliteren van ontwikkelingen. Het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels voor de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Deze belangen zijn niet van toepassing voor het plangebied.
3.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De ladder is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In 2017 is de Ladder herzien. In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.
Dit bestemmingsplan stelt een herontwikkeling van een bestaand stedelijk gebied voor, zoals bedoeld in de begripsbepaling van het Bro. Daarom hoeft alleen een onderbouwing van de behoefte te worden gegeven. In paragraaf 3.5 is aan de hand van het gemeentelijk beleid gemotiveerd dat er een concrete behoefte bestaat aan deze woningen. Daarmee is de behoefte voldoende onderbouwd.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Drenthe 2018
De Omgevingsvisie Drenthe 2018 is het strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. De basis van de Omgevingsvisie Drenthe is in 2010 in een interactief proces tot stand gekomen. In 2014 is een beperkte actualisatie van de Omgevingsvisie uitgevoerd. Tot slot is in 2018 de Omgevingsvisie gereviseerd.
De Omgevingsvisie gaat in op de vraag hoe met vijf belangrijke ontwikkelingen moet worden omgegaan. Het gaat om: de demografische ontwikkeling; de klimaatverandering; de afname van de biodiversiteit; de transitie naar een kennis- en netwerkeconomie; Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 16
22 december 2022
de transitie naar een duurzame energievoorziening.
Ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie Drenthe is om de ruimtelijke kwaliteit van Drenthe te behouden en, waar mogelijk, te ontwikkelen. Nieuwe ontwikkelingen dienen de zogenaamde kernkwaliteiten als uitgangspunten te nemen. De kernkwaliteiten die in Drenthe van belang zijn, zijn: landschap; natuur; cultuurhistorie; archeologie; aardkundige waarden, en; rust.
Wonen Op het gebied van wonen wil de provincie anticiperen op een veranderende bevolkingssamenstelling en de effecten hiervan op de leefomgeving en de woningmarkt. Waar mogelijk dient de woonopgave te worden benut voor de ruimtelijke opgave van stads- en dorpsranden. Dit verbetert de ruimtelijke kwaliteit. Uitgangspunt voor het wonen in Drenthe is dat er rekening wordt gehouden met de uitwerking van de ruimtelijke kwaliteit in dat gebied.
In de ruimtelijke structuur van Drenthe zijn de functies wonen, werken en voorzieningen geconcentreerd in steden en dorpen, dit zijn de zogenaamde stedelijke gebieden. Nieuwe initiatieven dienen bij voorkeur binnen het bestaande stedelijk gebied uitgevoerd te worden.
Toetsing Voor de toetsing aan de Omgevingsvisie wordt het voornemen ten eerste getoetst aan de relevante kernkwaliteiten en vervolgens aan het onderdeel wonen.
Kernkwaliteiten Landschap Het plangebied maakt deel uit van het 'landschap van de veenkoloniën'. Dit landschapstype is het meest voorkomende landschapstype in de provincie en beslaat ongeveer een kwart van het grondgebied. Kenmerkend voor dit gebied is de strakke orthogonale verkaveling, de bebouwingslinten langs kanalen en monden en de grote, weidse ruimtes met wijken.
Het provinciaal beleid is gericht op het behouden en versterken van de samenhang en de openheid met de wijken en de rechtlijnige landschapsstructuur.
In dit geval wordt met de voorgenomen ontwikkeling een braakliggend terrein in een woonwijk herontwikkeld. Hiermee wordt geen extra ruimtebeslag buiten het bestaand stedelijk gebied in gebruik genomen. Dit doet geen afbreuk aan het landschap.
Cultuurhistorie De provincie Drenthe wil haar cultuurhistorie herkenbaar houden en de ruimtelijke identiteit Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 17
22 december 2022
versterken door ruimtelijke ontwikkelingen te sturen vanuit samenhangende cultuurhistorische kwaliteiten. Cultuurhistorie is het totaal aan bovengrondse sporen van menselijke activiteiten in de stad en op het platteland, in bebouwde en onbebouwde omgeving. In het provinciale beleid ten aanzien van cultuurhistorie staan twee doelstellingen centraal: de cultuurhistorie herkenbaar houden zoals dit i s vastgelegd in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur; de ruimtelijke identiteit versterken door ruimtelijke ontwikkelingen te sturen vanuit cultuurhistorische kwaliteiten.
Momenteel is de provincie bezig met een herwaarderingsslag op het gebied van post-65 erfgoed. Het gaat hierbij om stedenbouw, architectuur en landschap dat in deze periode is gevormd. In het plan is hier rekening mee gehouden door het ontwerp geheel aan te laten sluiten bij de stedenbouwkundige opzet van de wijk. Het plangebied bevindt zich in de wijk Krakeel. Deze wijk wordt gekenmerkt door verscheidene hofjes van voornamelijk rijwoningen met daar tussen veel ruimte voor groen- en watervoorzieningen. In de planopzet wordt deze stedenbouwkundige opzet doorgetrokken door ook hier een hofje van rijwoningen in combinatie met een groenvoorziening langs de bestaande watergang te realiseren.
Het plangebied maakt daarnaast deel uit van het 'Hollandscheveld en Hoogeveen - kruisingen van richtingen'. In het plan wordt rekening gehouden met de cultuurhistorische elementen van dit gebied, door aan te sluiten bij de cultuurhistorische stedenbouwkundige structuur van de omgeving. Binnen het plangebied zijn echter geen specifieke cultuurhistorische waarden die behouden dienen te worden. Daarmee wordt er op voorhand geen afbreuk gedaan aan de cultuurhistorische waarden in het gebied.
Archeologie Het provinciale beleid is gericht op instandhouding, bescherming, beleven en benutten van archeologische waarden. In paragraaf 4.9 is nader toegelicht hoe met (mogelijke) archeologische waarden in het plangebied wordt omgegaan.
Aardkundige waarden Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen. Het plangebied ligt in het middel beschermingsniveau aardkundige waarden. In deze gebieden vormen de aardkundige waarden een randvoorwaarde voor ontwikkelingen. Aardkundige waarden geven de richting aan, door het behoud van karakteristieken na te streven, zodat de kenmerken van het aardkundig hoofdlandschap worden behouden.
Binnen het plangebied geldt een generiek beschermingsniveau van aardkundige waarden. Het plangebied is in het verleden al ontwikkeld ten behoeve van gebouwen en een weg. Door het plangebied opnieuw te ontwikkelen wordt geen verdere afbreuk gedaan aan aardkundige waarden.
Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 18
22 december 2022
3.3.2
Omgevingsverordening Drenthe 2018
De Omgevingsverordening Drenthe 2018 stelt regels aan het beleid dat uiteen is gezet in de Omgevingsvisie. Voor de toetsing aan de provinciale omgevingsverordening is bekeken welke artikelen van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied. Daaruit is het volgende naar voren gekomen:
'Artikel 2.17 Woningbouw' Een ruimtelijk plan kan voorzien in nieuwe woningbouw mits de behoefte op basis van de gemeentelijke woonvisie kan worden aangetoond en aansluit bij bestaand stedelijk gebied. De gemeentelijke woonvisie ten aanzien van de woningvoorraad: a. b. c. d. e.
draagt bij aan balans tussen vraag en aanbod in de gehele Drentse woningvoorraad op de lange termijn en i s hiertoe afgestemd binnen de woningmarktregio's; benoemt tenminste de kwaliteit, kwantiteit, doelgroepen, duurzaamheid en kernenstructuur. schetst de opgaven in de bestaande woningvoorraad; geeft aan op welke wijze balans op lange termijn wordt gerealiseerd; geeft een lange termijn beeld.
Toetsing Het voorgenomen woningbouwplan is passend binnen de bestaande woningbehoefte binnen de regio en de gemeente Hoogeveen. Gezien de relatief hoge vraag naar woningen in de omgeving, voorzien de woningen binnen het plangebied in een actuele behoefte, die ook op termijn voorzien dient te worden.
'Paragraaf 6.3.4 Verbodszone diepe boringen' In een verbodszone diepe boringen bevinden zich tussen het maaiveld en het watervoerende pakket waaraan het grondwater wordt onttrokken, zodanige beschermende bodemlagen dat met een beperkte regeling kan worden volstaan. Een verbod op het oprichten en in gebruik hebben van inrichtingen of de uitvoering van activiteiten die zich bovengronds afspelen is niet nodig omdat de generieke wetgeving, toepassing van de NRB en in aanvulling daarop de bijzondere zorgplicht voldoende bescherming bieden.
Wel zijn er regels nodig om de scheidende lagen boven het watervoerende pakket van drinkwaterwinning zo min mogelijk te verstoren. Het gaat daarbij om regels voor boorputten en grond- of funderingswerken en om regels voor bodemenergiesystemen (warmtetoevoeging en -onttrekking). Deze regels gelden ook in grondwaterbeschermingsgebieden en worden in artikel 6.14 van toepassing verklaard voor de verbodszones diepe boringen. Daarbij is wel bepaald dat de verboden niet van toepassing zijn als deze niet dieper gaan dan de voor dat gebied op kaart aangegeven maximale diepte. Hiermee wordt voldoende voorkomen dat de afschermende kleilagen worden aangetast. In artikelen 6.9, 6.11, 6.13 en 6.15 van de POV worden hier regels aan verbonden.
In dit geval is een verbodszone op diepe boringen vanaf 50 meter diep van toepassing op het plangebied. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling komen dergelijk diepe boringen ook niet voor.
Bodemenergie Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 19
22 december 2022
Het plangebied ligt conform kaart C1 en C2 van de provinciale verordening in een aangewezen rood gebied. Conform regelingen in hoofdstuk 4 van de provinciale verordening is het verboden om binnen deze gebieden een gesloten WKO-systeem aan te leggen door middel van een methode waarbij het systeem in de bodem wordt gedrukt. Daarmee kan dus geen warmte uit de bodem worden gehaald om de voorgenomen woningen te verwarmen. In de uitvoering zal hier rekening mee worden gehouden, door een anders gasloos systeem toe te passen.
3.3.3
Ontwerp-Omgevingsverordening Drenthe 2022
Sinds 14 april 2021 ligt de ontwerp-Omgevingsverordening Drenthe 2022 ter inzage. Met het oog op de nieuwe Omgevingswet wordt hiermee voorzien in de Omgevingsverordening die conform die wet verplicht is en de bestaande verordeningen vervangt. Voor het vormgeven van de nieuwe Omgevingsverordening is de huidige Provinciale Omgevingsverordening, zoals hierboven beschreven, als uitgangspunt genomen. Dit houdt in dat de omzetting van de Omgevingsverordening hoofdzakelijk beleidsneutraal heeft plaatsgevonden, waarbij wel ruimte is voor correcties en bijsturingen. De kaders die de Omgevingswet stelt worden gerespecteerd.
Ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt zijn er geen wijzigingen in regelingen die relevant zijn. Door te voldoen aan de bestaande Provinciale Verordening, wordt ook voldaan aan de ontwerp-Omgevingsverordening Drenthe 2022.
3.4
Regionaal beleid
In het kader van de regionale afstemming is met de buurgemeenten De Wolden, Westerveld en Meppel overleg gevoerd over het woningbouwprogramma. De uitkomst van de afstemming heeft geresulteerd in de Regionale Woonvisie Zuidwest Drenthe.
Op 30 oktober 2012 is de Regionale Woonvisie Zuidwest Drenthe, Groeimodel, deel I door het college van de gemeente Hoogeveen en de andere betrokken gemeenten vastgesteld. In het bestuurlijk afstemmingsoverleg RO/Wonen Zuidwest Drenthe van 21 december 2015 is de woningbehoefte voor Zuidwest Drenthe vastgesteld voor de periode 2016-2025. Deze woningbehoefte prognose is gebaseerd op de provinciale bevolkingsprognose 2015, vertaald naar de woningbehoefte in de regio Zuidwest Drenthe. De vastgestelde woningbehoefte geldt als kader voor de woningbouwontwikkeling in de regio en dient als uitgangspunt voor de actualisatie van het gemeentelijk woonbeleid voor de gemeenten binnen deze regio. Gelet op de aanwezige harde plancapaciteit in Zuidwest Drenthe, is de mogelijkheid aanwezig de voorgenomen woningbouw die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt daaraan toe te voegen. Daarmee is het voornemen in overeenstemming met de regionale woonvisie.
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1
Toekomstvisie Hoogeveen
In de toekomstvisie van Hoogeveen geeft de gemeente aan welke ontwikkelingen en opgaven de gemeente ziet op het gebied van bestuur, veiligheid, sociaal, omgeving en economie. De visie op de omgeving relevant. Hoogeveen zet in op beheerste groei om in de toekomst aanwezige voorzieningen in stand te kunnen houden. De groei die wordt voorzien is naar 57.000 inwoners in 2030. Verder gaat Hoogeveen haar positie als sterke regiogemeente ontwikkelen en versterken. Ook zet Hoogeveen zet in op ruimtelijke kwaliteitsverbetering. De cultuurhistorie en het DNA van Hoogeveen zijn de basis voor deze kwaliteitsverbetering.
Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 20
22 december 2022
Visie en opgave wonen Hoogeveen wil een goede woongemeente zijn waar iedereen een thuis vindt. Waarbij betaalbaar wonen voor iedereen mogelijk moet zijn. De focus ligt op het wonen in de kern Hoogeveen en het realiseren van wervende en aansprekende stedelijke woonmilieus, passend bij de vraag en met behoud van groene open ruimtes.
Om aan deze toenemende vraag in de kern te voldoen wordt ook gekeken naar uitbreidingslocaties.
Toetsing en conclusie Met de voorgenomen woningbouwontwikkeling wordt aangesloten op de toekomstvisie van de gemeente, doordat de woningen binnen de kern Hoogeveen worden gerealiseerd en aansluiten bij de groeiende behoefte aan woningen binnen de gemeente. Daarmee wordt geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met de Toekomstvisie van de gemeente Hoogeveen.
3.5.2
Structuurvisie Hoogeveen 2015 - 2030
Op 23 december 2004 is de Structuurvisie Hoogeveen 2015–2030 vastgesteld. De visie gaat in op de ruimtelijke ontwikkelingen van de gehele gemeente en beschrijft de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten voor het buitengebied, de dorpen en de stad.
In de Structuurvisie wordt de volgende visie op wonen gegeven: er moet gebouwd worden voor zowel de inwoners van Hoogeveen als de instromers van buiten. Door een stevige verdichting en herstructurering van delen van de kern van Hoogeveen kunnen alle woningen binnen de huidige grenzen gebouwd worden. De prioriteiten voor de stad zijn inbreiding enerzijds en herstructurering van het centrum en de naoorlogse woonwijken anderzijds.
Toetsing en conclusie De voorgenomen ontwikkeling sluit aan op het ruimte bieden aan inbreidingsontwikkelingen binnen de kern Hoogeveen. Bovendien wordt hier gebouwd voor speciale doelgroepen te weten starters en senioren (levensloopbestendig). Met de voorgenomen ontwikkeling wordt invulling geven aan het streven dat er gebouwd moet worden voor zowel de inwoners van Hoogeveen als de instromers van buiten. In eerste instantie is hier gebouwd voor inwoners van Hoogeveen, om zo doorstroming te realiseren. Pas daarna is het ook voor instromers. Daarmee is het voornemen in overeenstemming met de Structuurvisie Hoogeveen.
3.5.3
Structuurvisie Hoogeveen 2.0
De visie geeft aan hoe Hoogeveen tot 2030 omgaat met thema's als wonen, voorzieningen, bedrijvigheid, bereikbaarheid, landschap en duurzaamheid. Duurzame kwaliteit is en blijft daarbij de rode draad.
De geactualiseerde structuurvisie is op 13 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. De focus van woningbouw ligt de komende jaren op inbreiding in de stad. Er is behoefte aan wervende woonmilieus met daarin ook betaalbare, levensloopbestendige woningen.
Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 21
22 december 2022
Toetsing en conclusie De realisatie van 16 grondgebonden woningen sluit goed aan op de Structuurvisie 2.0. Er is sprake van een levensloopbestendig woningbouwplan op een inbreidingslocatie. Geconcludeerd wordt dat het voornemen binnen het gestelde in de Structuurvisie 2.0 past.
3.5.4
Woonvisie 2017 -2020
Met deze visie zet de gemeente de koers uit op het gebied van wonen voor de komende jaren. De visie bevat concrete ambities en acties voor de korte termijn. Deze ambities voor de komende vijf jaar is wel geplaatst in de ontwikkelingen en trends voor een langere termijn.
In de visie staat het volgende motto centraal: “Waar iedereen zijn thuis vindt”. Dat geldt voor iedereen, ongeacht zijn of haar leeftijd, inkomen, gezinssamenstelling, gezondheid of afkomst. Om die visie te verwezenlijken zijn vier hoofdambities benoemd. 1. 2. 3. 4.
behoud van kwaliteit en gewildheid; toevoegen wat gevraagd wordt; voor iedereen betaalbaar; ouderdom of zorg: ook dan goed wonen.
De focus ligt op inbreiding in de stad en voorzien in voldoende woningen voor starters en senioren. Het uitgangspunt is dat van 2016 tot en met 2025 1.100 nieuwbouwwoningen aan de woningvoorraad worden toegevoegd. In het jaar 2016 zijn bijna 100 reguliere woningen gerealiseerd en in het jaar 2017 gaat het om bijna 270 woningen. In het jaar 2018 zijn daar ook netto bijna 100 woningen bij gekomen. Daardoor is sinds 2018 nog sprake van een woningbouwprogramma van 642 woningen. Daarnaast is binnen de gemeente Hoogeveen nog ruimte voor ongeveer 245 woningen aan plancapaciteit waarvoor nog bouw- en bestemmingsplannen kunnen worden ontwikkeld. In feite ligt de opgave hoger wanneer rekening wordt gehouden met planuitval en vertraging de komende jaren.
Toetsing en conclusie De realisatie van 16 grondgebonden woningen past binnen de woonvisie omdat hier voldoende ruimte voor is binnen het woningbouwprogramma. Bovendien voorziet de ontwikkeling in woningen voor starters en senioren, doelgroepen waarvoor de gemeente Hoogeveen ruimte wil bieden. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de gemeentelijke woonvisie.
3.5.5
Nota ruimtelijke kwaliteit
De Nota Ruimtelijke kwaliteit vervangt de Welstandsnota met de daarbij behorende oplegnotitie voor de pilot ‘welstandsvrij bouwen’. De pilot welstandsvrij bouwen is succesvol verlopen en krijgt een vervolg in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit.
In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit zijn alleen gebieden en gebouwen opgenomen, die echt (cultuurhistorisch) waardevol zijn en daarom beschermd moeten worden. Dit betekent dat een groot deel van het grondgebied van de gemeente Hoogeveen welstandsvrij blijft en dat voor de gebieden en gebouwen die opgenomen zijn in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit wel toetsingsregels (blijven) bestaan bij bouwplannen.
Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 22
22 december 2022
Toetsing en conclusie Het plangebied maakt deel uit van het gebied waar welstandsvrij gebouwd mag worden. Er gelden daarom geen welstandsregels waar de nieuwe woningen aan moeten voldoen. Desondanks wordt zoveel mogelijk aangesloten op de bestaande bebouwing in de omgeving, zodat een eenduidig stedenbouwkundig beeld ontstaat.
De nieuwe bebouwing bestaat uit twee woonblokken van elk acht woningen die haaks op elkaar staan. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de bloksgewijze bebouwing die kenmerkend is voor de woonwijk Krakeel en voor de bouw in andere naoorlogse woonwijken. De stedenbouwkundige opzet is in overleg met de gemeente tot stand gekomen. Op voorhand kan daarom worden geconcludeerd dat het voornemen voldoet aan de Nota ruimtelijke kwaliteit.
Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 23
22 december 2022
Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 24
22 december 2022
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de haalbaarheid en de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Meer concreet wordt beoordeeld hoe het plan zich verhoudt tot de diverse milieukaders (zoals archeologie, bodem, externe veiligheid, geluid, flora en fauna, luchtkwaliteit en water).
4.2
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan plan m.e.r.-plichtig, project m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken en plaats van de projecten en de kenmerken van potentiële effecten.
Per 7 juli 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt a l s bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden.
Toetsing In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 16 woningen. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is. Hiervoor wordt een aanmeldnotitie opgesteld. De notitie wordt te zijner tijd toegevoegd aan dit bestemmingsplan als bijlage. Hierop wordt in een aparte procedure, voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan nog een besluit genomen door het college.
Conclusie Voor dit plan wordt een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld, die in een aparte procedure wordt beoordeeld, voorafgaand aan het ontwerp-bestemmingsplan. Op voorhand worden hieruit geen Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 25
22 december 2022
belemmeringen voor de ruimtelijke procedure verwacht. De aanmeldnotitie is als bijlage 1 bij de toelichting opgenomen.
4.3
Water
4.3.1
Algemeen
In dit bestemmingsplan worden nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Deze waterparagraaf is erop gericht om de actuele watersituatie en het actuele waterbeleid in beeld te brengen. Daarnaast is de waterparagraaf vooral bedoeld om een brug te slaan naar de procedures en toetsingsinstrumenten van de waterbeheerder. De gemeente Hoogeveen is gelegen in het beheersgebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta en het waterschap Vechtstromen, welke beiden verantwoordelijk zijn voor het waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer.
4.3.2
Normstelling
De waterschappen Drents Overijsselse Delta en Vechtstromen vormen samen met waterschap Rijn en IJssel het waterschapsgebied Rijn-Oost. De waterschappen hebben hun beleid voor stedelijk waterbeheer vastgelegd in de gezamenlijke beleidsnotitie 'Water Raakt'. Deze notitie vormt op hoofdlijnen het beleid voor de wijze waarop de waterschappen in stedelijk gebied invulling geven aan het waterbeheer. Het waterbeheer richt zich op de volgende drie beleidsthema's:
Voor het dagelijkse waterbeheer is dat het Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR). Doel daarvan is gedurende een heel groot deel van het jaar die wateromstandigheden te realiseren die het beste passen bij de functie zoals de provincies die hebben vastgesteld;
Om in extreem natte en extreem droge omstandigheden de schade als gevolg van wateroverlast of watertekort te beperken is het WB21 opgesteld. Hierin zit de trits vasthouden-bergen-afvoeren als voorkeursvolgorde en afwegingskader en het principe van niet afwentelen. Het stedelijk gebied dient dus waterneutraal te zijn. Mocht dit door enige goede redenen - de veiligheid is ernstig in het geding, de kosten zijn te hoog, er spelen nijpende ruimtevraagstukken - niet kunnen, dan komen het waterschap en de gemeente passende afspraken overeen. Doel is het watersysteem zo in te richten dat het in extreme omstandigheden en in de toekomst goed functioneert;
Voor het bereiken van de goede ecologische toestand van het water zijn er de Europese richtlijnen voor ecologie en waterkwaliteit. Dit thema bestaat uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Vogel- en Habitatrichtlijnen (vertaald in de Wet natuurbescherming). Doel daarvan is dat alle Europese wateren, zowel oppervlaktewater als grondwater, zich in 2015 in een goede ecologische en goede chemische toestand bevinden. Met goede argumenten is uitstel mogelijk tot uiterlijk 2027. Voor de Natura 2000-gebieden is geen uitstel mogelijk.
Deze drie thema's hangen zo met elkaar samen dat het niet mogelijk is ze afzonderlijk van elkaar te realiseren. Er wordt gezorgd dat het watersysteem tijdig op orde is, duurzaam is ingericht, voldoet aan de landelijke normen voor het voorkomen van wateroverlast, bijdraagt aan het bereiken van grond- en oppervlaktewaterpeilen in relatie tot de functies van die wateren en gebieden, verdroging tegengaat en rekening houdt met de eisen vanuit de KRW. Om aan deze punten te voldoen is in december 2009 de Waterwet in werking getreden. De Waterwet vervangt acht Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 26
22 december 2022
bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland. Deze wet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert deze wet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Hierdoor zijn waterschappen, gemeenten en provincies beter in staat wateroverlast, waterschaarste en watervervuiling tegen te gaan. Ook voorziet de Waterwet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, natuur, landbouw, industrie en recreatie. Op basis van deze functies worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het water. De instrumenten vanuit de Waterwet zijn Waterplannen (rijk en provincie), waterbeheer-plannen (waterbeheerder) en vergunningen.
Watertoetsproces In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht de Watertoets uit te voeren. De Watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Het Waterschap Drents Overijsselse Delta is op 30 maart 2022 geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (zie bijlage 2). Op basis daarvan volgt dat de normale procedure gevolgd dient te worden.
Bestaande waterhuishouding Het plan ligt in het stroomgebied van de Hoogeveense Vaart. Ten westen en noorden van het plangebied ligt een A-watergang, die in beheer van het waterschap is. Het peilgebied heeft een maximumpeil van NAP + 11,00m. Het gebied watert in noordwestelijke richting af. In de klimaatatlas is het woongebied een aandachtsgebied voor wateroverlast. Bij zeer extreme neerslag kan er wateroverlast optreden, het water blijft met name op straat staan. In dit geval wordt het hemelwater geloosd op de bestaande watergangen noorden en westen van het plangebied.
Watersysteem Binnen het plangebied ligt een beschermingszone van een A-watergang van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. De functie van deze watergang(en) moet te allen tijde worden gegarandeerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de beschermingszone van deze watergangen zoals in de Keur beschreven. Met betrekking tot deze watergangen gelden de binnen de Keur opgenomen gebods- en verbodsbepalingen. Voor werkzaamheden binnen de beschermingszone moet een Watervergunning worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta.
Met de ontwikkeling wordt rekening gehouden met deze beschermingszone door de juiste afstand tot de watergang aan te houden. Tussen beide woonblokken en de watergang zit in de voorgenomen situatie voldoende afstand tot de watergang. Daarmee wordt het watersysteem niet belemmerd door de voorgenomen ontwikkeling.
Wateroverlast Het plan wordt zo ontworpen dat kortstondige hevige buien zonder problemen kunnen worden opgevangen in de openbare ruimte of op particulier terrein. Er treedt geen wateroverlast op bij woningen of andere kwetsbare functies.
Compensatie nieuwbouw middelgrote plannen: Voor middelgrote plannen geldt a l s regel dat 10% van het verharde oppervlak wordt ingezet voor berging ter compensatie voor de versnelde afvoer van het afstromende hemelwater. In het plan wordt een verhard oppervlak van meer dan 1.500 m2 gerealiseerd. Daarom zal in het kader van deze ontwikkeling watercompensatie Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 27
22 december 2022
worden uitgevoerd. Dit zal in samenwerking met het waterschap worden vormgegeven. Gemeentelijk beleid: De gemeente heeft een beleid (watertakenplan 2016-2021) dat erop i s gericht om water vast te houden op particulier terrein. In het gemeentelijke rioleringsplan hebben zij aangegeven hoeveel mm water moet worden geborgen. Het waterschap adviseert rekening te houden met dit beleid. Gezien de ligging nabij een vijver i s het afvoeren naar oppervlaktewater een eis. Grondwateroverlast bij bebouwing: In Hoogeveen komen veel gebieden met keileem voor in de bodem. Deze gebieden zijn gevoelig voor grondwateroverlast. In gebieden waar grondwateroverlast op kan treden, adviseert het waterschap de volgende voorkeursvolgorde toe te passen: (1) kruipruimteloos bouwen, (2) ophogen van het plangebied of (3) toepassen van drainage in openbaar gebied en particulier terrein. In dit plan i s het uitgangspunt om drainage toe te passen onder de woonblokken. Indien dit niet toereikend i s zal kruipruimteloos gebouwd worden. In dit geval ligt het plangebied op voldoende hoogte om inclusief kruipruimte te bouwen, zonder drainage toe te passen.
Waterkwaliteit Het watersysteem wordt zo ontworpen dat het geen risico's voor de volksgezondheid creëert en voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. Kwaliteit afvoer hemelwater: Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. Licht vervuilde hemelwater (bijvoorbeeld van een woonstraat) wordt via een bodempassage geloosd op het oppervlaktewater. Doorspoeling oppervlaktewater: Geïsoleerde vijverpartijen of watergangen worden vermeden. Het watersysteem wordt ontworpen met aandacht voor doorspoeling. Peilbeheersing: het waterschap kan sturen in de waterkwaliteit door bijvoorbeeld water in te laten of juist af te voeren. Vooral in gebieden net droogvallende sloten i s het belangrijk hier rekening mee te houden. We adviseren om watergangen en vijvers een minimale waterdiepte te geven van 80 cm.
Riolering Optimaliseren aanvoeren afvalwater naar de rioolwaterzuivering. Verminderen van hydraulische belasting van de rioolwaterzuivering en beperken van riooloverstorten op het oppervlaktewater. Gemeentelijk rioleringsbeleid: de gemeente heeft een zorgplicht voor doelmatige verwerking en afvoer van hemelwater, afvalwater en grondwater. In het plan wordt rekening gehouden met het gemeentelijke rioleringsbeleid. Afvalwater en hemelwater dienen op de perceelgrens gescheiden te worden aangeboden. Echter i s hier een vijver i s de nabijheid, hemelwater dient daarom na infiltratie geloosd te worden op het oppervlaktewater. Voorkeursvolgorde afvoer hemelwater: Bij de afvoer van overtollig hemelwater i s het landelijk beleid dat het afstromend hemelwater ter plaatse in het milieu worden teruggebracht. Dat kan door infiltratie in de bodem of door berging in het oppervlaktewater. Het waterschap heeft de voorkeur om daar waar mogelijk, het hemelwater oppervlakkig af te voeren en via een wadi te infiltreren in de bodem. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, i s ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een optie.
Gezien de bodemopbouw (keileem in de ondergrond) kan het hemelwater moeilijk infiltreren. Daarom wordt gekeken naar alternatieven. Dit zal in de uitwerking vormgegeven worden.
Drinkwatervoorziening Beperken nadelige effecten van veranderingen in ruimtegebruik op het aanbod van schoon drinkwater. Bescherming drinkwaterwinning: Het plangebied ligt in een intrekgebied van een drinkwaterwinning. De provincie i s bevoegd gezag om deze gebieden te beschermen. In deze gebieden i s het beleid gericht op het verminderen van de risico's op verontreiniging van het grondwater. Drinkwatervriendelijke functies worden gestimuleerd en aan de overige functies worden specifieke voorwaarden gesteld. Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 28
22 december 2022
Het hemelwater wordt zoveel mogelijk op de bestaande waterstructuren afgevoerd. Er worden verder geen specifieke maatregelen genomen.
Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud is erop gericht om de waterhuishouding op orde te houden. Het betreft zowel waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterbeleving. De inrichting van het gebied dient zodanig te zijn, dat het beheer en onderhoud van het watersysteem op efficiënte en effectieve wijze mogelijk is. Wijze van onderhoud watersysteem: Er wordt rekening gehouden met de wijze van onderhoud (varend of vanaf de kant) en de daarbij geldende voorwaarden. Voor werkzaamheden binnen de aangegeven zones van het waterschap i s een vergunning op grond van de Waterwet noodzakelijk. 1. Rijdend onderhoud vanaf de kant: Bij onderhoud vanaf de kant geldt een obstakelvrije zone van 5 m vanaf de boveninsteek van de watergang. 2. Varend onderhoud: Varend onderhoud i s mogelijk bij een doorvaarbare watergang met een minimale totale oeverlengte van 300 meter of een totale oppervlakte van 1.500 m2. Er wordt rekening gehouden met een minimale doorvaarhoogte van 1,55 meter ten opzichte van het maximale waterpeil. De doorvaarbreedte i s minimaal 2,50 meter. Voor varend onderhoud geldt tevens een minimale diepte van 1 meter met een aanleg- en onderhoudsdiepte van 1,30 meter. Elk onderhoudswater heeft een goed bereikbare inlaadplaats voor de boot en minimaal 1 losplaats ten behoeve van het maaisel per 100 meter oeverlengte.
Toegankelijkheid van water: a l l e wateren die een functie hebben in de waterhuishouding (afvoer, aanvoer of berging) liggen in openbaar gebied. Het waterschap beheert deze wateren a l s ze voldoen aan de criteria uit de keur. Het waterschap neemt het beheer en onderhoud van deze wateren over zo snel mogelijk na realisatie in de bouwrijpfase.
De bestaande uitgangspunten ten aanzien van het onderhoud van de watergang en vijver blijven ongewijzigd. Dit houdt in dat er een obstakelvrije zone van 5 meter vanaf de boveninsteek van de watergang wordt aangehouden waarmee het mogelijk blijft om onderhoud aan het watersysteem uit te voeren.
Watertoetsproces De initiatiefnemer heeft het Waterschap Drents Overijsselse Delta geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets.
Conclusie Er wordt voldoende en op juiste wijze rekening gehouden en omgegaan met de verschillende aspecten met betrekking tot 'water'. Daarmee vormt dit aspect geen belemmering voor dit plan.
4.4
Bedrijven en milieuzonering
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals bijvoorbeeld woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven.
Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en (nieuwe) milieugevoelige functies in voldoende mate mee te nemen, wordt in deze rapportage Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 29
22 december 2022
gebruikgemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Voor de richtafstanden wordt onderscheid gemaakt tussen rustige woongebieden/rustige buitengebieden en gemengde gebieden.
Toetsing De woningen worden in de woonwijk Krakeel gerealiseerd. In de wijk is overwegend sprake van woonfuncties. Ten noordwesten van het plangebied is multifunctioneel centrum aanwezig. Hier zijn recreatieve activiteiten toegestaan. Dergelijke activiteiten vallen hoogstens onder categorie 3.1, waarvoor een richt afstand van 50 meter geldt. De afstand van het plangebied tot de grens van het MFC bedraagt ruim 90 meter. Aan de richtafstand wordt derhalve voldaan. Daarnaast zijn tussen het plangebied en het MFC in de huidige situatie al woningen gesitueerd. In de huidige situatie is derhalve al sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Ten noorden van het plangebied is tevens sprake van een kinderboerderij. Een dergelijke inrichting valt onder milieucategorie 2, waarvoor een richtafstand van 30 meter geldt. De afstand van het plangebied tot aan de kinderboerderij bedraagt ruim 30 meter. Aan de richtafstand wordt derhalve voldaan. In de huidige situatie is derhalve al sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Overige bedrijfsfuncties bevinden zich op een dermate afstand dat deze niet relevant voor de ontwikkelingen in het plangebied zijn.
Conclusie Geconcludeerd wordt op basis van het voorgaande, dat het aspect bedrijven en milieuzonering de vaststelling van dit bestemmingsplan niet in de weg staat.
4.5
Geluid
Toetsingskader Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die ''in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken'', een geluidzone. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones of bij bepaalde veranderingen aan de weg zelf (zoals het verhogen van de maximumsnelheid of het uitbreiden van het aantal rijstroken) moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd.
Toetsing De wegen in de directe omgeving van het plangebied zijn aangewezen als 30-km/uur zone. Voor ontwikkelingen binnen dergelijke zones is geen toetsing aan de Wet geluidhinder noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient echter wel aangetoond te worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De wegen rondom het plangebied hebben een functie als erfontsluitingswegen binnen de bebouwde kom. Op de wegen in dergelijke gebieden is sprake van een relatief lage verkeersintensiteit en er wordt over het algemeen langzaam gereden. Ten aanzien van wegverkeersgeluid worden er daarom geen belemmeringen verwacht.
Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 30
22 december 2022
Daarnaast moet ook een binnenwaarde van 33 dB worden gegarandeerd bij de omgevingsvergunning aanvraag voor de woningen. Hierin wordt voorzien doordat de toekomstige woningen moeten voldoen aan de minimale eisen ten aanzien van geluid, vanuit het bouwbesluit. De eisen uit het bouwbesluit zorgen ervoor dat sprake zal zijn van een goed binnenwaardeniveau.
Conclusie Het plangebied valt niet binnen een wettelijke geluidzone. Doordat wordt voldaan aan de eisen uit het bouwbesluit wordt bovendien een goed binnenwaardeniveau gerealiseerd. Daarmee vormt het aspect geluid geen belemmering voor dit plan.
4.6
Externe veiligheid
Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over “externe veiligheid” om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
Toetsing Om te bepalen of sprake is van risicovolle inrichtingen, transportroutes en/of buisleidingen in de omgeving van het plangebied, is de provinciale risicokaart geraadpleegd. Uit de risicokaart blijkt dat er in de omgeving van het plangebied slechts één risicobron voorkomt. Ten noordwesten van het plangebied bevindt zich een PGS 15 opslag van het bedrijf Hodij. Het invloedsgebied hiervan ligt (deels) over het plangebied heen. Het scenario wat hierbij van toepassing is, is dat van een toxische wolk die kan ontstaan als gevolg van mankementen aan de opslag. Om die reden is bij nieuwbouw afsluitbare ventilatie verplicht. In de nieuwbouw wordt in dit geval gebruik gemaakt van gebalanceerde ventilatie, waarmee er geen sprake is van ventilatieopeningen in de gevel. Dit is dus per definitie afsluitbaar. Ook raampartijen zijn allen volledig afsluitbaar. Daarmee wordt voldoende ingespeeld op dit scenario en ondervindt het plan geen hinder van de aanwezigheid van de PGS 15 opslag van Hodij.
Conclusie Geconcludeerd wordt dat, gezien de afwezigheid van transportroutes en buisleidingen in de omgeving, en de mogelijkheid om de woning volledig af te sluiten in geval van een toxische wolk door de PGS 15 opslag van Hodij, externe veiligheid niet voor een belemmering zorgt voor dit plan.
Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 31
22 december 2022
4.7
Luchtkwaliteit
Toetsingskader Wet Milieubeheer In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, artikel 5.2 van de Wet milieubeheer. De Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxide, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2 -jaargemiddelde) en fijn stof (PM10-jaar- en daggemiddelde) van belang.
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht.
NIBM In dit Besluit 'niet in betekenende mate' is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: een project valt in een categorie die i s vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouwprojecten met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen; een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10).
Toetsing Op basis van de Grootschalige Concentratiekaart Nederland (GCN) geldt ter plaatse van het plangebied een gemiddelde concentratie tussen 20 en 25 µg/m3 voor stikstofdioxide, een gemiddelde concentratie van <16 µg/m3 voor fijn stof (PM10) en een gemiddelde concentratie van <6 µg/m3 voor fijn stof (PM 2,5). De normen voor stikstofdioxide en fijn stof liggen op respectievelijk 40 µg/m3 (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015) voor stikstofdioxide en fijn stof (PM10) en op 25 µg/m3 voor fijn stof (PM2,5). Er is derhalve geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de streefwaarden. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van het plangebied wordt voldaan aan een goed woon- en leefklimaat voor wat betreft de luchtkwaliteit.
In de beoogde ontwikkeling van de woonwijk blijft het aantal woningen ruimschoots onder de 1.500. Het gaat in dit geval om de realisatie van 16 woningen. Deze ontwikkeling valt daarmee dus ook ruimschoots onder de grenswaarde die wordt gesteld in het besluit NIBM. Het is daarom niet noodzakelijk een toetsing aan de grenswaarden uit te voeren.
Conclusie Het draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Krakeel, deelplan Satellietenlaan vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8009003-VG01 32
22 december 2022
4.8
Bodem
Toetsingskader Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemkwaliteit in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de functie. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Het Besluit Bodemkwaliteit stelt verder regels hoe om te gaan met vrijkomende gronden materiaalstromen en hoe deze toe te passen.