CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

IHP Hoogeveen 28 SEP 2021 inspraakversie

Raadsavond 25 november 2021, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Integraal huisvestingsplan primair en speciaal onderwijs15.013 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN ONDERWIJS

PRIMAIR & (VOORTGEZET) SPECIAAL ONDERWIJS | GEMEENTE HOOGEVEEN | 28 SEPTEMBER 2021

HEMM

e e n v o u d

HEMM

b e v l o g e n h e i d

v a k m a n s c h a p

1

2

3

INTRODUCTIE

ONDERWIJSVISIE

UITGANGSSITUATIE

De wettelijke

een bondige en

De leeftijd, ruimtesaldo

taakverdeling rondom

krachtige inhoudelijke

en spreiding van alle

huisvesting, de status en

ambitie op ons

schoolgebouwen.

de gevolgde werkwijze.

onderwijs.

4

5

KARAKTERISERING

KWALITEITSTOETS

Wat gaat er goed en wat

Waardering

kan beter rondom

schoolgebouwen op onder

onderwijshuisvesting in

andere functionaliteit,

de gemeente

binnenklimaat,

Hoogeveen?

verduurzaming en techniek.

6 HUISVESTINGSAMBITIE Huisvestingsbeleid over onderwerpen als kwaliteit, kindcentra, verduurzaming en omgang met leegstand.

9

7

8

PERSPECTIEF

FINANCIËN

FASERING

Scenario’s per

Vertaling van projecten

De projecten worden in

schoolgebouw voor de

in geld, inclusief

een volgorde van

korte, middellange of

voorstellen voor een

urgentie gezet.

lange termijn.

onderlinge verdeling tussen gemeente en schoolbesturen.

3

HOOFDSTUK 1 INTRODUCTIE

KO M PA S V O O R M A AT R E G E L E N

Scheiding van taken Gemeente en schoolbesturen hebben beide hun eigen specifieke taken op het gebied van onderwijshuisvesting: •

De gemeente Hoogeveen is verantwoordelijk voor de aanwezigheid van voldoende adequate onderwijscapaciteit.

•

Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor onderhoud, aanpassing en exploitatie van schoolgebouwen.

Integraal Huisvestingsplan

Besluitvorming per project

Alle lokale afspraken, ambities en plannen rondom de

Voorafgaand aan ieder afzonderlijk project wordt

onderwijshuisvesting worden opgenomen in dit

een businessplan opgesteld, waarin een project op

voorliggende Integraal Huisvestingsplan Onderwijs. Het

alle relevante onderdelen wordt uitgewerkt. Denk

plan vormt een gedeelde ambitie van schoolbesturen

hierbij aan een locatiestudie, programma van

en gemeente om tot uitvoering van maatregelen in de

eisen, benodigde maatregelen voor de

onderwijshuisvesting op korte, middellange en lange

verkeersinfrastructuur en een uitgebreide

termijn te komen.

kostencalculatie. Ieder afzonderlijk project uit dit Integraal Huisvestingsplan wordt voorafgaande

Verordening Onderwijshuisvesting In de ‘Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs’ staan de formele regels opgenomen die gelden voor de toetsing van aanvragen en processen rondom voorzieningen in de onderwijshuisvesting. De gemeente Hoogeveen blijft deze verordening hanteren als ‘formeel vangnet’ voor alle situaties die niet via het voorliggende plan worden opgelost, of als het plan niet langer op draagvlak onder partijen kan rekenen.

5

Status plan

aan de uitvoering opnieuw ter besluitvorming

Het Integraal Huisvestingsplan heeft de status van een

voorgelegd aan het B&W en de gemeenteraad.

‘overeenkomst’ tussen schoolbesturen en gemeente en heeft weliswaar geen formele juridische rechtskracht,

Basis voor meerjarenbegroting

maar is ook niet vrijblijvend. Gemeente en

De inhoud van dit huisvestingsplan en de jaarlijkse

schoolbesturen hebben beide een

Uitvoeringsagenda vormen de basis voor

inspanningsverplichting om tot realisering van de in dit

maatregelen in onderwijshuisvesting. De financiële

plan opgenomen afspraken te komen.

consequenties van dit plan en de jaarlijkse Uitvoeringsagenda vormen de basis voor

Uitvoeringsagenda

afwegingen in de begrotingen van gemeente en

De gemeente Hoogeveen actualiseert jaarlijks de

schoolbesturen.

Uitvoeringsagenda van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs met een investeringsvoorstel en overlegt hierover met schoolbesturen.

5

ANTICIPEREN OP WETSWIJZINGEN

Wetswijzigingen in ontwikkeling Op landelijk niveau is momenteel op een aantal vlakken wetgeving in voorbereiding voor onderwijshuisvesting: •

Gemeenten worden in de toekomst verplicht om een Integraal Huisvestingsplan Onderwijs op te stellen.

•

Gemeenten worden in de toekomst formeel verantwoordelijk voor renovatie (als alternatief voor vervangende nieuwbouw).

•

Mogelijkheden voor schoolbesturen om in te investeren in onderwijshuisvesting worden versoepeld.

Anticiperen via dit plan Vooruitlopend op de aankomende wetwijzigingen wordt via dit Integraal Huisvestingsplan alvast lokaal beleid geformuleerd voor onderwijshuisvesting. Op het moment dat de wetswijzigingen worden vastgesteld, wordt bekeken welke effecten dit heeft voor dit plan en op welke onderdelen aanpassingen gewenst en/of noodzakelijk zijn.

6

6

G E Z A M E N L I J K E I N S PA N N I N G

Gezamenlijke inspanning

Gezamenlijk traject

De factor ‘huisvesting’ is een belangrijke randvoorwaarde

Schoolbesturen en de gemeente Hoogeveen hebben

voor het bieden van kwalitatief onderwijs, maar vormt

gedurende de totstandkoming van dit plan veelvuldig met

tegelijkertijd ‘slechts’ één van de onderdelen om

elkaar van gedachten gewisseld over onderwijs en

kwalitatief onderwijs waar te maken. Voor een groot deel

onderwijshuisvesting, zowel bilateraal als in gezamenlijke

bepalen schoolbesturen zelf de kwaliteit van onderwijs.

overlegvormen. Het college en de gemeenteraad zijn via

Denk bijvoorbeeld aan zaken als onderwijsconcept,

informatieve bijeenkomsten betrokken bij het proces.

personeel en lesprogramma’s. Het een kan niet los

Schoolbesturen zijn zelf verantwoordelijk geweest voor het

worden gezien van het ander.

betrekken van hun eigen achterbannen (personeel, directie, medezeggenschapsraad, ouders).

Eigen verantwoordelijkheid, gezamenlijk belang Ondanks de gescheiden verantwoordelijkheden, hebben

Benutten informatie

gemeente en schoolbesturen een gezamenlijke belang via

De afgelopen jaren hebben gemeente en schoolbesturen

het bieden van kwalitatief goede onderwijshuisvesting.

al het nodige aan documenten voor onderwijshuisvesting

Onderwijshuisvesting die up-to-date is draagt bij aan de

ontwikkeld. Denk hierbij aan de leerlingenprognoses (uit

ontplooiing en onderwijskansen van alle leerlingen en het

2019) en beleidsstukken rondom ‘Jong Hoogeveen’. Deze

bieden van een aantrekkelijk vestigings- en leefklimaat

documenten zijn gebruikt als input voor dit plan.

voor inwoners en bedrijven in de gemeente Hoogeveen.

7

DYNAMISCH DOCUMENT

Jaarlijkse monitoring

Aanvraagprocedure vervalt

Niemand beschikt over een glazen bol, waardoor er altijd

Met de vaststelling van dit Integraal Huisvestingsplan kan

redenen en ontwikkelingen kunnen zijn om in de toekomst

de jaarlijkse aanvraagprocedure komen te vervallen voor

af te wijken van dit plan. Gemeente en schoolbesturen

alle voorzieningen zoals die in dit Integraal

blijven daarom structureel met elkaar in gesprek over de

Huisvestingsplan zijn benoemd. De fasering zoals die

inhoud van dit plan en de aansluiting op de praktijk:

genoemd staat in dit plan is immers leidend voor de te honoreren voorzieningen.

•

•

Jaarlijks overleg: In de maand oktober wordt jaarlijks een gezamenlijk overleg (OOGO) georganiseerd

Separaat traject

tussen gemeente en schoolbesturen om dit plan te

De twee scholen voor voortgezet onderwijs RSG Wolfsbos

actualiseren, bijvoorbeeld voor wat betreft

en Roelof van Echten College maken geen deel uit van dit

verschuivingen in leerlingenaantallen, indexering of

huisvestingsplan maar doorlopen een eigen

ruimtelijke ontwikkelingen. Dit overleg kan tevens

huisvestingstraject. Reden hiervoor is dat de

worden benut om de voortgang van lopende projecten

onderwijshuisvestingstaken- en budgetten voor het

te delen en partijen te informeren wat er in het

voortgezet onderwijs al jaren geleden via een

aankomende jaar gaat gebeuren op het gebied van

doordecentralisatie-overeenkomst zijn overgedragen aan

onderwijshuisvesting.

de twee schoolbesturen.

Nieuwe wetgeving: Op het moment dat van rijkswege wetgeving wordt geïntroduceerd die van toepassing is voor onderwijshuisvesting, wordt bekeken welke consequenties dit heeft voor de inhoud van dit plan.

8

RANDVOORWAARDEN PLAN

Gezamenlijke inspanning

9

Dromen met nuchterheid

Op zoek naar een maatpak

De factor ‘huisvesting’ is een belangrijke

De afgelopen jaren is via een aantal nieuwbouw- en

Een Integraal Huisvestingsplan schetst in

randvoorwaarde voor het bieden van kwalitatief

renovatieprojecten al een stap gemaakt in de

hoofdlijnen de eindbeelden van verschillende

onderwijs, maar vormt tegelijkertijd ‘slechts’ één van

kwaliteitsverbetering van onderwijshuisvesting. Om

schoolgebouwen en de maatregelen die ervoor

de onderdelen om kwalitatief onderwijs waar te

deze lijn de komende decennia door te kunnen

nodig zijn om dit te bereiken. Hierbij houden we

maken. De verantwoordelijkheid voor het bieden

trekken, is het nodig om realistische ambities uit te

rekening met vraag en aanbod, zowel nu als in de

van kwalitatief onderwijs ligt bij de schoolbesturen

spreken. Ieder vanuit de eigen

toekomst en van de context in de specifieke kern

zelf. Denk hierbij bijvoorbeeld aan zaken als

verantwoordelijkheden, maar wel vanuit een

(combinatie met andere scholen? Andere

onderwijsconcept, personeel en lesprogramma’s.

gezamenlijk vertrekpunt. De opgave zal niet van

maatschappelijke voorzieningen?). Uiteindelijk

Duidelijk is dat het één niet zonder het ander kan. In

vandaag op morgen gerealiseerd zijn. Om te

beogen we oplossingen te vinden die zowel voor de

die zin mogen gemeente en schoolbesturen van

voorkomen dat ambities stranden in luchtkastelen, is

huidige als de toekomstige generatie gebruikers

elkaar een ‘wederkerige inspanning’ verwachten om

het zaak dat gemeente en schoolbesturen blijvend

geschikt zijn. Maatwerk betekent dat er sprake mag

kwalitatief onderwijs mogelijk te maken voor alle

oog hebben voor elkaars (on)mogelijkheden.

zijn van verschillen tussen scholen, juist omdat deze

leerlingen.

Daarbij wordt een beroep gedaan op alle betrokken

verschillen uitlegbaar zijn. In de uiteindelijke

partijen om het gemeenschapsgeld op een

programmering van de gebouwen -voorafgaande

verantwoorde wijze in te zetten en keuzes te maken

aan de uitvoering van de projecten voor renovatie

over kwaliteit en financiën. Keuzes die in het belang

en nieuwbouw- worden gebruikers van deze

zijn van zowel de huidige als de toekomstige

nadrukkelijk betrokken. Zij zijn immers degenen

generatie inwoners van de gemeente.

waarvoor de ‘jas’ comfortabel moet voelen bij het dagelijkse gebruik.

9

9

HOOFDSTUK 2 ONDERWIJSVISIE

‘SAMEN KUNNEN WE MEER DAN ALLEEN’

Dit huisvestingsplan is een fysieke vertaling van de inhoudelijke visie die scholen en gemeente gezamenlijk voor toekomstbestendig onderwijs in Hoogeveen hebben ontwikkeld en vastgesteld onder de noemer “Samen kunnen we meer dan alleen”. Hierin streven schoolbesturen en gemeente het beste onderwijs na voor alle kinderen in de gemeente Hoogeveen, zodat alle schoolgaande kinderen veilig, goed en kansrijk kunnen opgroeien. Belangrijke elementen uit deze visie richting de huisvesting: •

Huisvesting is een middel, geen doel op zich.

•

Samen waar het kan, apart waar het moet.

•

Realiseren van schone, overzichtelijke en veilige plekken.

•

Samenwerking tussen PO, SO en VO.

•

Koppeling budgetten onderwijs, zorg, welzijn & opvang.

•

Huisvesting is flexibel, duurzaam, functioneel en veilig.

•

Huisvesting is financieel beheersbaar.

De gezamenlijke ambitie is om via het vastgestelde perspectief ‘Samen kunnen we meer dan alleen’ en dit Integraal Huisvestingsplan een nieuwe periode te markeren, waarin keuzes rondom huisvesting worden beargumenteerd op het algemene belang voor leerlingen en inwoners.

11

11

HOOFDSTUK 3 U I T G A N G S S I T U AT I E

BUITENGEBIED

Bijeen Pricoh

In het buitengebied van de gemeente Hoogeveen zijn in totaal vijftien schoolgebouwen gesitueerd die

De Posthoorn PESSE

Stichting voor Christelijk Basisonderwijs op Gereformeerde Grondslag Groningen Drenthe

onder zes schoolbesturen vallen.

Vereniging voor PC Basisonderwijs Hollandscheveld

De Akker

Binnen het buitengebied is sprake van een aantal

Stichting Primenius

dislocaties of nevenvestigingen. Het gaat hier om

De Zandloper STUIFZAND

scholen die onder de gemeentelijke opheffingsnorm vallen maar door een verbintenis aan een hoofdlocatie

De Posthoorn in Pesse vormt een nevenvestiging

De Hoeksteen Het Blokland De Regenboog NOORDSCHESCHUT NIEUWEROORD

van Het Kienholt in Hoogeveen. •

Het Mozaiek in Nieuw-Moscou vormt een

Eben Haëzer

nevenvestiging van Het Mozaiek in Hollandscheveld. •

Vereniging voor Christelijk Primair Onderwijs Zuidwest Drenthe

STAD HOOGEVEEN

in stand mogen blijven: •

Tiendeveen TIENDEVEEN

Oostenbrink Het Mozaïek HOLLANDSCHEVELD

Het Hoeltien heeft de hoofdvestiging in Hollandscheveld en nevenvestigingen in Elim en

De HoeksteenDe Driesprong NIEUWLANDE

Tiendeveen. Het Mozaïek (nev) NIEUW-MOSCOU

13

13 13

De Palm Vogelvlucht ELIM

13

KERN HOOGEVEEN

In de kern Hoogeveen zijn in totaal 23 schoolgebouwen gesitueerd die onder vijf schoolbesturen vallen. Hiervan maken ook deel

CENTRUM-NOORD

uit: •

Prof. Titus Brandsmaschool

Drie multifunctionele accommodaties (MFC Het Palet

Zuiderbreedte, MFC Krakeel met en

De Weidebloem AZC

Kindcentum Wolfsbos) •

Een gezamenlijke dislocatie aan de Citroenvlinder voor De Schuthoek en ‘t Kofschip samen

•

Het Rasholt De Regenboog

De Weidebloem Het Kienholt

NOORD-WEST

Dislocatie OBS het Spectrum en OBS de Goudvink van hoofdvestiging OBS Villa

Vd Ploegschool & de Carroussel

Villa Kakelbont

Apollo & de Morgenster

J. van Stolbergschool

NOORD-OOST

De Kameleon & De Aventurijn

Het Element

Kakelbont. •

Twee AZC-scholen (in het gebouw van ‘t Kienholt en in een afzonderlijk gebouw bij De

Weidebloem)

De Goudvink De Krullevaar

Het Koraal De Schuthoek ‘t Kofschip

CENTRUM-ZUID

ZUID-WEST

Het Spectrum & De Sprong De Fontein

ZUID-OOST

Bijeen PricoH

Binnen het speciaal onderwijs (roze) gaat het om twee schoolgebouwen met elk een

Catent

De Schuthoek (dep) & ‘t Kofschip (dep)

Florion

combinatie van SBO en SO.

RENN4

14

LEEFTIJDEN

Kijkend naar de opbouw van de portefeuille huisvesting binnen het primair en speciaal onderwijs, dan valt een aantal zaken op: •

De afgelopen twee decennia zijn in totaal elf schoolgebouwen vernieuwd.

•

In de periode 1990-2000 heeft in het geheel geen vernieuwing in onderwijsvastgoed plaatsgevonden.

•

Meer dan de helft van de portefeuille is nu ouder dan veertig jaar. Daar komen tot 2030 nog eens zeven schoolpanden uit de jaren ‘80 bij. Dit betekent dat aan het eind van dit decennium circa driekwart van het scholenbestand binnen het primair en speciaal onderwijs ouder is

SCHOOLGEBOUWEN (aantal)

45%

55%

9 8 7 6 5 4 3 2

dan 40 jaar, waarbij het grootste gedeelte van deze panden onderweg niet is

1

vernieuwd via een integrale renovatie.

0 0-10 jaar

11-20 jaar

21-30 jaar

15

31-40 jaar

41-50 jaar

51-60 jaar

61 jaar en ouder

LEEFTIJD (in jaren)

15

L E E R L I N G E N A A N TA L L E N De gemiddelde schoolgrootte van alle scholen voor basisonderwijs in Nederland gezamenlijk bedraagt circa 225 leerlingen. De schoolgrootte in de gemeente Hoogeveen zit daar met een

LEERLINGEN (aantal)

gemiddelde van 148 leerlingen per school ver achter, wat mede samenhangt met de

geografische opbouw. We zien een gemiddelde

250

van 193 leerlingen in de kern Hoogeveen en 106 leerlingen in de buurtdorpen.

200

Het huidige beleid omvat een door he rijk bepaalde gemeentelijke 'opheffingsnorm’ van 95 leerlingen. Uitgangspunt in dit plan is dat deze

150

norm in principe een kritische grens vormt om als gemeente wel of niet te investeren in onderwijshuisvesting: •

100

Locaties met structureel meer dan 95 leerlingen komen in potentie voor vernieuwing in aanmerking.

•

50

Voor locaties onder 95 leerlingen wordt een haalbaarheidsonderzoek gedaan, waarbij diverse aspecten -waaronder leefbaarheid van de kern en aanwezigheid van alternatieve scholen in de buurt- worden geïnventariseerd. Op grond hiervan wordt de definitieve keuze gemaakt om wel of niet te investeren. Dit is

0

Gemiddelde schoolgrootte Nederland

Gemiddelde schoolgrootte gemeente Hoogeveen

Gemiddelde schoolgrootte scholen buitengebied

Gemiddelde schoolgrootte scholen kern Hoogeveen

Gemeentelijke opheffingsnorm Hoogeveen

Wettelijke opheffingsnormen scholen

dus per definitie maatwerk.

16

16

LEERLINGEN PER GEBOUW De 32 scholen voor basisonderwijs zijn momenteel gehuisvest in 36 schoolgebouwen, exclusief het speciaal (basis)onderwijs dat in twee gebouwen zit. De

LEERLINGEN (aantal)

gemiddelde omvang van het aantal leerlingen per schoolgebouw in de gemeente

180

Hoogeveen bedraagt momenteel 137. Voor de kern Hoogeveen bedraagt dit aantal 165.

160

Voor de buitengebieden bedraagt dit 98.

140 Een aantal scholen is gehuisvest in meerdere schoolgebouwen: • Het Hoeltien heeft Hollandscheveld heeft nevenvestigingen in Tiendeveen en Elim. • Het Mozaiek in Hollandscheveld heeft een nevenvestiging in Nieuw-Moscou. • OBS Het Kienholt in Hoogeveen heeft een

120 100 80 60

nevenvestiging (De Posthoorn) in Pesse. • Het Hoeltien in Hollandscheveld

40

(hoofdlocatie) heeft nevenvestigingen in Tiendeveen en Elim. • OBS Het Spectrum is gehuisvest in Villa Kakelbont (hoofdvestiging), het Spectrum (dislocatie) en de Goudvink (dislocatie). • De Schuthoek en ‘t Kofschip gebruiken de

20 0 Leerlingen per schoolgebouw gemeente Hoogeveen

Leerlingen per schoolgebouw kern Hoogeveen

Leerlingen per schoolgebouw buitengebied

gezamenlijke dislocatie Citroenvlinder.

17

17

LEERLINGEN PER GEBOUW

Ongeveer een derde deel van de basisscholen in de gemeente Hoogeveen

SCHOOLGEBOUWEN (aantal)

34%

41%

25%

9

heeft een leerlingenaantal onder de gemeentelijke opheffingsnorm van 95 leerlingen. Zes basisscholen hebben momenteel te maken met vijftig leerlingen of minder : •

Het Mozaiek in Nieuw Moscou (45 lln)

•

Het Blokland in Noordscheschut (22 lln)

•

OBS Tiendeveen in Tiendeveen (32 lln)

•

OBS de Zandloper in Stuifzand (42 lln)

•

OBS de Driesprong in Nieuwlande (43 lln)

•

Het Element in Hoogeveen (44 lln)

8 7 6 5 4

3 Het absolute wettelijk minimum voor een school bedraagt 23 leerlingen. Voor scholen

2

die drie jaar of langer onder dit minimum vallen, vervalt de exploitatie-vergoeding van

1

het rijk en houdt de school op te bestaan.

0

0-50 leerlingen

51-94 leerlingen

18

95-150 leerlingen

151-200 leerlingen

201 leerlingen en meer

L E E R L I N G E N TOTA A L B A S I S O N D E R W I J S

Leerlingen (aantal) Het aantal leerlingen in het primair onderwijs is al jaren licht dalende, als gevolg van

5.500

demografische ontwikkelingen.

De leerlingenprognose geeft aan dat het

5.000

leerlingenaantal nog zakt van circa 4.785 leerlingen in de huidige situatie tot 4.552 leerlingen in 2034, ofwel een daling met ruim

4.500

200 leerlingen. Macro gezien is dit geen zorgwekkende daling.

4.000

Feit is wel dat op diverse scholen al sprake was van leegstand, waardoor op individueel schoolniveau sprake kan zijn van oplopende leegstand met bijbehorende negatieve

3.500

gevolgen voor de exploitatie. 3.000 2014

2016

2018

2020

2022

2024

2026

2028

2030

2032

2034

2036

Jaar

1919

19

RUIMTESALDO BASISONDERWIJS

Als gevolg van de teruglopende leerlingenaantallen is sprake van een licht oplopend normatief ruimteoverschot binnen het primair onderwijs, van circa 10.000 m² in de

Omvang (m² bvo)

huidige situatie tot 12.000 m² in 2036. Over 36

schoolgebouwen verspreid gaat het in de huidige situatie dan gemiddeld gezien over 270 m² leegstand per gebouw ofwel twee lokalen. Het is van belang deze normatieve overcapaciteit in een context te plaatsen: •

45.000 40.000 35.000 30.000

Soms is sprake van een inefficiënte gebouwstructuur (bijvoorbeeld veel gangruimte), waardoor de voor onderwijs

25.000 20.000

bruikbare oppervlakte wordt beperkt. •

Scholen gebruiken doorgaans zelf meer ruimte dan de norm, bijvoorbeeld voor ruimte voor kleine groepen of ruimten voor individuele begeleiding.

•

Bij meerdere scholen vindt medegebruik of verhuur van leegstand plaats doorhet

15.000 10.000 5.000 0 2021

faciliteren van kindfuncties als

2036 Capaciteit

kinderdagopvang, buitenschoolse opvang en

Normbehoefte

Normsaldo

peuterspeelzaal.

2020 20

20

A F STA N D S C I R K E L (4 KILOMETER) Hiernaast zijn vanuit elke basisschool in de gemeente Hoogeveen afstandscirkels van vier kilometer getrokken. Een afstandscirkel geeft aan welke inwoners binnen een afstand van vier kilometer hemelsbreed van de school wonen. Hoe meer schoolkeuze in een bepaald woongebied, hoe meer cirkels over elkaar heen vallen, hoe donkerder. Uit het overzicht kan worden afgeleid dat alle leerlingen in de gemeente Hoogeveen in ieder geval binnen een

straal van vier kilometer hemelsbreed naar school kan. In veel gevallen heeft een leerling meerdere alternatieven. In het overzicht is geen rekening gehouden met de mogelijke aanwezigheid van scholen binnen buurgemeenten, waardoor leerlingen ‘aan de flanken van de gemeente’ mogelijk nog extra keuze hebben in de buurgemeenten vlak over de gemeentegrens.

2121

21

LEERLINGEN SPECIAAL ONDERWIJS

Leerlingen (aantal) SO

SBO

Totaal

250 Het aantal leerlingen in het speciaal (basis)onderwijs is een tijdlang dalende geweest, als gevolg van demografische

200

ontwikkelingen en de intrede van het passend onderwijs.

150 Volgens de leerlingenprognoses zakken de leerlingenaantallen nog even door, waarna min of meer stabilisatie optreedt.

100

Het speciaal onderwijs (SO) komt in 2034 uit op circa 45 leerlingen en het speciaal basisonderwijs (SBO) op circa

50

150 leerlingen. Kanttekening hierbij is dat het speciaal onderwijs doorgaans lastig te prognosticeren is.

0 2018

22 2222

2020

2024

2034

Jaar

22

HOOFDSTUK 4 KWALITEITSWAARDERING

KWALITEITSCRITERIA

Om een ‘gevoel’ te ontwikkelen bij de kwaliteit van schoolgebouwen, worden alle schoolgebouwen ingeschaald op negen waarderingscriteria, gebaseerd op

OMVANG

BOUWTECHNIEK

INSTALLATIES

de criteria van Ruimte-OK. De toekenning van de scores aan de schoolgebouwen gebeurt in samenspraak met de schoolbesturen. De kwaliteitsscore betreft geen exacte wetenschap, maar geeft doorgaans wel een realistisch beeld van de gebouwkwaliteit, de ‘pareltjes’ en de ‘probleempanden’.

FUNCTIONALITEIT

Een schoolgebouw krijgt per criterium de score:

UITSTRALING

FUNCTIONALITEIT

BINNENKLIMAAT

Uitstekend tot goed Voldoende tot redelijk Matig tot slecht Op de volgende pagina’s staan de verschillende criteria uitgewerkt, gevolgd door een overzicht van de scores.

VERDUURZAMEN

SITUERING

KINDFUNCTIES

24

24

24

OMVANG

BOUWTECHNIEK

I N STA L L AT I E S

Schoolgebouwen zijn te groot, te klein of passend.

De meting van de technische staat van gebouwen

De meting van de staat van installaties vindt net als

In dit huisvestingsplan wordt de ‘normatieve

vindt doorgaans plaats via de conditiemeting van

voor bouwtechniek doorgaans plaats via de

behoefte’ van scholen gehanteerd als

NEN 2767. Aan de hand van deze conditiescore kan

conditiemeting van NEN 2767. Aan de hand van

toetsingskader voor de omvang:

inzicht worden verworven in de onderhoudskosten

deze conditiescore kan inzicht worden verworven in

Structureel tekort of overschot tot 100 m² BVO

en risico’s, waarmee de technische kwaliteit kan

de onderhoudskosten en risico’s, waarmee de

Structureel tekort of overschot 100-200 m² BVO

worden gewaarborgd.

kwaliteit kan worden gewaarborgd.

In de regel stemmen gemeenten en schoolbesturen

In de regel stemmen gemeenten en schoolbesturen

De feitelijke ervaring van scholen kan hierbij in de

het onderhouds-niveau van een gebouw gedurende

het onderhoudsniveau van installaties gedurende

praktijk afwijken van het normatieve saldo,

de levensduur af op conditiescore 3, waarbij de

de levensduur af op conditiescore 3, waarbij de

bijvoorbeeld doordat sprake is van een inefficiënt

eerste jaren na nieuwbouw uiteraard sprake is van

eerste jaren na nieuwbouw uiteraard sprake is van

gebouw, bovennormatief gebruik of inwoning door

een hogere conditiescore.

een hogere conditiescore.

overschot in de praktijk niet aanwezig is en ook

In dit huisvestingsplan worden de volgende scores

In dit huisvestingsplan worden de volgende scores

geen probleem vormt. Op het moment dat

toegekend voor de bouwtechniek:

toegekend voor de installaties:

Structureel tekort of overschot >200 m² BVO

de kinderopvang. Hierdoor kan het zijn dat een

leegstand in de praktijk geen problemen oplevert

Uitstekend of goede onderhoudsstaat

Uitstekend of goede installatieconditie

voor het schoolbestuur, wordt dit in de objectkaart

Voldoende of redelijke onderhoudsstaat

Voldoende of redelijke installatieconditie

van de scholen expliciet vermeld.

Matige of slechte onderhoudsstaat

Matige of slechte installatieconditie

25

25

UITSTRALING

FUNCTIONALITEIT

B I N N E N K L I M A AT

Bij uitstraling gaat het om de wijze waarop het

Bij functionaliteit gaat het om de mate waarin een

Corona heeft de discussie rondom binnenklimaat

gebouw wordt ervaren door de leerlingen en

gebouw geschikt is voor de gebruikers ervan.

op scholen weer een hele actuele lading gegeven.

medewerkers. Hierbij gaat het om componenten als

Hierbij gaat om het om aspecten als

Bij het binnenklimaat van een schoolgebouw spelen

herkenbaarheid, uitstraling richting de buurt,

toegankelijkheid, flexibiliteit, aanwezigheid van

diverse aspecten een rol. Denk hierbij aan lichtinval,

kleurstelling, looplijnen, ruimtelijkheid, veiligheid en

verschillende ruimten voor individueel werken en

akoestiek, luchtverversing, luchtkwaliteit en

geborgenheid. Uitstraling is per definitie een

groepen, personeelskamer, een

thermisch comfort. Het gevolg van bijvoorbeeld te

subjectief gegeven, omdat hierover verschillende

gemeenschapsruimte en voldoende buitenruimte.

weinig zuurstof en teveel CO² in een lokaal is dat

meningen zullen bestaan. Toch valt hier doorgaans

Ook het onderwijskundig concept van een school

leerlingen en docenten zich moeilijker kunnen

wel een lijn in te ontdekken. In dit plan worden de

stelt eisen aan de functionaliteit van het gebouw. Dit

concentreren en het lastiger wordt om lesstof eigen

volgende scores toegekend aan de beleving:

betekent niet dat bij iedere concept-wijziging een

te maken. Slechte luchtkwaliteit heeft dus direct

complete aanpassing van het gebouw mogelijk is.

gevolgen voor de kwaliteit van onderwijs.

Uitstekende of goede uitstraling

Momenten van renovatie en vervangende

Oplossingen liggen niet alleen in het treffen van

Voldoende of redelijke uitstraling

nieuwbouw zijn bij uitstek de momenten om de

gebouwelijke maatregelen aangaande isoleren en

Matige of slechte uitstraling

functionaliteit van een gebouw opnieuw vorm te

ventileren, maar ook via het gedrag van gebruikers,

geven. Flexibiliteit is in deze een belangrijk

zoals het openzetten van ramen en het reguleren

aandachtspunt voor de dag van morgen.

van de verwarming.

In dit huisvestingsplan worden de volgende scores

In dit huisvestingsplan worden de volgende scores

toegekend aan functionaliteit:

toegekend aan het binnenklimaat:

Uitstekende of goede functionaliteit

Uitstekend of goed binnenklimaat

Voldoende of redelijke functionaliteit

Voldoende of redelijk binnenklimaat

Matige of slechte functionaliteit

Matig of slecht binnenklimaat

26

26

SITUERING

VERDUURZAMEN

Met het bekrachtigen van het Klimaatakkoord van Parijs is geen sprake meer van vrijblijvendheid op het gebied van verduurzamen. Voor wat betreft duurzaamheid van schoolgebouwen gaat het specifiek om de vier aspecten isolatie (vloer, wand, dak), reductie energievraag, energieopwekking (warmtepomp, zonnepanelen) en warmteterugwinning. Het meest vergaand zijn de ‘energieneutrale gebouwen’ waarbij gebouwen energetisch self-supporting zijn. In dit huisvestingsplan worden de volgende scores toegekend aan verduurzamen:

KINDFUNCTIES

In de kern gaat het in een kindcentrum om een Bij de situering van een school gaat het om:

integratie van onderwijs en opvang (peuteropvang,

Centrale ligging ten opzichte van de herkomst

kinderdagopvang, buitenschoolse opvang), waarbij

van de leerlingen (‘voedingsgebied’)

iedereen die in een kindcentrum werkt dezelfde

•

Een goede en veilige bereikbaarheid

visie heeft op de wijze waarop kinderen in de

•

Gunstige ligging ten opzichte van

leeftijd van 0 tot 13 jaar leren en spelen. Overige

sportaccommodatie

kenmerken kunnen zijn: een breed aanbod,

•

doorgaande leerlijnen, dagopeningstijden, centrale In dit huisvestingsplan worden de volgende scores

organisatie en één aanspreekpunt voor ouders.

toegekend aan het criterium situering: Uitstekende of goede situering

Zowel de gemeente als schoolbesturen in

Voldoende of redelijke situering

Hoogeveen onderschrijven het belang van

Matige of slechte situering

kindcentra, met name vanwege de doorlopende leerlijn, de maatschappelijke wens en de efficiënte

Gebouw volledig energieneutraal (ENG)

huisvesting van deze functies.

Gebouw bijna energieneutraal (BENG) Gebouw niet of beperkt verduurzaamd

In dit huisvestingsplan worden de volgende scores toegekend aan het criterium kindfuncties: Kindfuncties geïntegreerd Kindfuncties in nabijheid

Kindfuncties niet in nabijheid

27

27

WAARDERING SCHOOLGEBOUWEN BUITENGEBIED

De Akker

Pesse

De Posthoorn

Pesse

De Zandloper

Stuifzand

Tiendeveen

Tiendeveen

Eben Haezer

Hollandscheveld

Het Blokland

Noordscheschut

De Regenboog

Noordscheschut

De Hoeksteen

Nieuweroord

Oostenbrink

Hollandscheveld

Mozaiek hoofdlocatie Hollandscheveld Mozaiek dislocatie

Nieuw-Moscou

De Driesprong

Nieuwlande

De Hoeksteen

Nieuwlande

Vogelvlucht

Elim

De Palm

Elim

VOLUME

BOUWTECHNIEK

INSTALLATIES

UITSTRALING

• • • • • • • • • • • • • • •

• • • • • • • • • • • • • • •

• • • • • • • • • • • • • • •

• • • • • • • • • • • • • • •

FUNCTIONALITEIT BINNENKLIMAAT VERDUURZAMING

• • • • • • • • • • • • • • •

• • • • • • • • • • • • • • •

• • • • • • • • • • • • • • •

SITUERING

KINDFUNCTIES

• • • • • • • • • • • • • • •

• • • • • • • • • • • • • • •

Uitstekend tot goed Voldoende tot redelijk Matig tot slecht

28

WAARDERING SCHOOLGEBOUWEN KERN HOOGEVEEN

VOLUME

Kameleon & Aventurijn Carroussel & van der Ploeg Juliana van Stolberg Het Palet De Sprong Het Spectrum De Fontein De Krullevaar Apollo De Morgenster De Schuthoek ‘t Kofschip Citroenvlinder dislocatie De Weidebloem De Regenboog Villa Kakelbont De Goudvink ‘t Kienholt Het Rastholt Het Element Titus Brandsma Het Koraal

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

BOUWTECHNIEK INSTALLATIES

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

UITSTRALING FUNCTIONALITEIT BINNENKLIMAAT VERDUURZAMING

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

SITUERING

KINDFUNCTIES

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • Uitstekend tot goed Voldoende tot redelijk Matig tot slecht

29

HOOFDSTUK 5 KARAKTERISERING

AANDACHTSPUNTEN ONDERWIJSVASTGOED

De gemeente Hoogeveen kent een behoorlijk uitgestrekt woongebied. Met 38 schoolgebouwen voor het primair en speciaal onderwijs zijn in alle

VEROUDERD BESTAND

gebieden van de gemeente scholen aanwezig binnen afzienbare afstand van het woongebied

GROEIPOTENTIE SAMENWERKING

van alle inwoners. Ook het speciaal onderwijs en een speciale school voor basisonderwijs zijn

AANDACHTSPUNTEN

aanwezig in de gemeente, waarmee het overgrote

ONDERWIJSVASTGOED

deel van de leerlingen binnen de gemeente Hoogeveen naar school kan. Ondanks deze goede spreiding en ruim

onderwijsaanbod, is er een viertal punten die de komende decennia om aandacht en actie vragen. Deze worden op de volgende pagina’s toegelicht.

RISICOVOLLE PORTEFEUILLE

31

AFSTAND TOT KLIMAATDOELEN

V E R O U D E R D G E B O U W E N B E STA N D

De afgelopen decennia is een beperkt deel van het gebouwenbestand in het primair en speciaal onderwijs vernieuwd via nieuwbouw of renovatie. Daar staat tegenover dat de helft van het gebouwenbestand momenteel ouder dan is dan veertig jaren, oplopend naar driekwart van het totale scholenbestand in 2030. Deze panden zijn de afgelopen jaren ‘geconserveerd’ via onderhoud. In toenemende mate zien we voor deze oude panden een discrepantie tussen de hedendaagse wensen en eisen en de feitelijke situatie binnen de gebouwen. Dit gaat verder dan onderhoud, maar ook om zaken als functionaliteit, verduurzaming en binnenklimaat. Overigens voldoet de gemeente Hoogeveen –met uitzondering wellicht van het gebouw van het speciaal onderwijs- in de meeste

gevallen momenteel nog wel aan de minimale wettelijke zorgplicht voor schoolgebouwen, die is gericht op een minimale algehele bouwtechnische kwaliteit van schoolgebouwen.

32

32

RISICOVOLLE PORTEFEUILLE

De portefeuille onderwijshuisvesting in de gemeente Hoogeveen is op onderdelen kwetsbaar op het gebied van onderwijskwaliteit en exploitatie:

•

•

•

•

Bij veel scholen is al sprake van leegstand, die de

•

Mede naar aanleiding van een advies van de

komende jaren nog verder toeneemt als gevolg van

Onderwijsraad wordt landelijk al langer

leerlingendaling. Scholen ontvangen van het rijk

nagedacht om niet langer standaard over te gaan

geen exploitatie-vergoeding voor leegstand, zodat

tot een uitkering van de kleine-scholen-toeslag

dit negatief kan doorwerken op de exploitatie.

voor alle kleine scholen, maar deze uitsluitend uit

De Onderwijsraad geeft aan dat de kwaliteit van

te gaan keren aan scholen die vanwege spreiding

onderwijs bij kleine scholen gemiddeld gezien lager

in dunbevolkte gebieden nodig zijn. Het mogelijk

is dan bij grotere scholen, hoewel dit niet op

wegvallen van de generieke kleine

voorhand iets zegt over de kwaliteit van onderwijs

scholentoeslag gaat in de praktijk grote

op individuele scholen in de gemeente Hoogeveen.

consequenties hebben.

Om dezelfde onderwijskwaliteit te kunnen bieden,

•

Voor het kwalitatief en financieel verantwoord

zijn kleine scholen duurder in exploitatie dan grote

organiseren van kindcentra en de voorschool zijn

scholen.

doorgaans volumes nodig.

Dislocaties, nevenvestigingen maar ook de

•

Om fluctuaties in groei en krimp van leerlingen op

multifunctionele accommodaties zijn -in relatie tot

te vangen zijn kleine, solitaire scholen minder

de exploitatievergoeding die schoolbesturen

geschikt dan combinaties van scholen di werken

ontvangen- ‘dure’ voorzieningen in de exploitatie.

als communicerende vaten.

33

33

A F STA N D TOT K L I M A AT D O E L E N

Vanuit het Klimaatakkoord van Parijs is

afgesproken dat de CO²-uitstoot in 2030 met 49% is verminderd en in 2050 met 95%. Exacte cijfers over de huidige CO²uitstoot binnen de schoolgebouwen in de gemeente Hoogeveen zijn niet voorhanden. Maar het hoeft geen betoog dat voor het bereiken van de klimaatdoelen nog een lange weg te gaan is. Het merendeel van de gebouwen dateert uit een tijd dat verduurzaming nog onderbelicht was.

34

34

GROEIPOTENTIE SAMENWERKING

Het opstellen en bekrachtigen van de inhoudelijke visie ‘Samen kunnen we meer dan alleen’ en de vorming van een aantal multifunctionele accommodaties zijn stappen in de goede richting. Naar de toekomst werken scholen en schoolbesturen verder aan samenwerking, op het gebied van bijvoorbeeld onderwijsinhoud, personeel, kindcentra, facilitaire zaken, organisatie en huisvesting.

35

35

HOOFDSTUK 6 BELEIDSAMBITIE

GEZAMENLIJKE AMBITIE Drie varianten voor onderwijshuisvesting

C. Duurzame variant

Beleidsuitgangspunten

Vanuit de karakterisering van onderwijshuisvesting in het vorige

Niet de instituties (scholen, schoolbesturen, gebouwen),

Op de volgende pagina’s staan de volgende

hoofdstuk, ligt er een uitdaging hoe we de kracht van

maar goede onderwijskwaliteit voor leerlingen en

uitgangspunten beschreven:

onderwijshuisvesting kunnen behouden en tegelijkertijd

kwalitatieve en gezond te exploiteren onderwijsgebouwen

anticiperen op risico’s die spelen rondom de huisvesting.

staan voorop in de duurzame variant. Gemeente en

Ofwel: Hoe kunnen we komen tot eigentijdse, goed gespreide

schoolbesturen werken via een langjarig perspectief en

gebouwen die structureel verantwoord te exploiteren zijn voor

faseringsplan aan deze gezamenlijke ambitie.

de schoolbesturen en de gemeenschap? Grofweg zijn er drie varianten waarmee de gemeente en de schoolbesturen

Duurzame variant als voorkeur

invulling kunnen geven aan het onderwijshuisvestingsbeleid:

Aansluitend op genoemde uitdagingen waarvoor partijen

Gezonde volumes Samenhangende oplossingen Lokale beleidsambitie Unieke oplossingen Groeimodel

staan binnen de gemeente Hoogeveen en de gezamenlijk

Verduurzamen bestand

A. Wettelijke variant

door de gemeente en schoolbesturen bekrachtigde visie

Van school naar kindcentrum

Deze variant is de eerste jaren na de decentralisatie van

‘Samen kunnen we meer dan alleen’, hebben zowel de

onderwijshuisvesting in 1997 gehanteerd in de gemeente

schoolbesturen als de gemeente Hoogeveen zich in dit

Hoogeveen en is primair gericht op het toetsen van individuele

traject uitgesproken voor de ‘duurzame variant’. In de rest

Behoud gebouwen, tenzij

huisvestingsaanvragen die schoolbesturen indienen bij de

van dit hoofdstuk wordt een uitwerking gegeven aan het

Anticiperen op leegstand

gemeente. De gebouwenvoorraad blijft hierbij min of meer

beleid wat aan deze duurzame variant ten grondslag ligt.

ongewijzigd en gebouwen worden sec getoetst aan de

Medegebruik

Lokaal ondernemerschap Zoek de beste organisatievorm

minimale zorgplicht. Omvang, exploitatie en leegstand van

Geen vrijblijvendheid

gebouwen zijn ondergeschikt in de sturing.

De keuze voor de ‘duurzame variant’ is geen vrijblijvende keuze, maar markeert duidelijk een trendbreuk met het

B. Institutionele variant

verleden. Ingrepen in het huidige scholenlandschap zijn

Vanaf de beginjaren 2000 zijn gemeente en schoolbesturen in

onvermijdelijk om deze ambitie waar te maken. Gemeente

Hoogeveen opgeschoven naar deze variant waarin een beperkt

en schoolbesturen staan samen aan het roer om deze

aantal jaren vooruit wordt gekeken en meer oog ontstaat voor

transformatie in goede banen te leiden.

vernieuwing en multifunctioneel gebruik van gebouwen. Het behoud van individuele scholen staat echter onverminderd voorop in de gemaakte keuzes rondom onderwijshuisvesting.

37

37

GEZONDE VOLUMES (1) Gemeentelijke opheffingsnorm als ondergrens De gemeente Hoogeveen investeert niet in de huisvesting van scholen onder de gemeentelijke opheffingsnorm van 95 leerlingen, tenzij gemeente en schoolbestuur gezamenlijk Landelijk zien we in meeste gemeenten een ‘opschaling’ van het aantal leerlingen per school en de opkomst van scholenclusters. Met het oog op de kwaliteit en exploitatie van schoolgebouwen, het vormen van kindcentra en het flexibel opvangen van groei en krimp in leerlingenaantallen, is het onontbeerlijk om de komende decennia ook in de gemeente Hoogeveen tot een gedeeltelijke herinrichting van het scholenlandschap te komen. Om deze herinrichting de gewenste kant op te bewegen, worden hierbij drie uitgangspunten gehanteerd.

van mening zijn dat investeren in deze onderwijsvoorziening –bijvoorbeeld vanwege de spreiding en/of de leefbaarheidtoch gewenst is. Deze onmisbaarheid van de voorziening wordt aangetoond via de haalbaarheidsstudie. (2) Omvang nieuwbouw in de kern Hoogeveen

De gemeente Hoogeveen investeert in principe alleen in vervangende nieuwbouw van scholen in de kern Hoogeveen, wanneer het volume structureel boven 200 leerlingen uitkomt. Dit aantal kan ook worden bereikt door het leggen van combinaties van verschillende scholen. (3) Gecombineerde ingrepen in wijken en kernen Waar in de wijken en kernen sprake is van meerdere onderwijsvoorzieningen in dezelfde wijk/kern en/of de omgeving van de wijk/kern, wordt bij huisvestingsingrepen altijd gekeken of combinaties in de huisvesting haalbaar zijn.

38

38

SAMENHANGENDE OPLOSSINGEN

Brede blik per opgave Waar sprake is van groei, krimp, medegebruik, renovatie of vervangende nieuwbouw van

De Posthoorn

schoolgebouwen, wordt de opgave breder bekeken

P E S S E

dan voor de onderwijsvoorziening alleen:

De Akker

De Zandloper S T U I F Z A N D

Tiendeveen T I E N D E V E E N

S T A D H O O G E V E E N

De Regenboog Het Blokland N O O R D S C H E S C H U T

De Hoeksteen N I E U W E R O O R D

•

Ontwikkelingen bij andere scholen

•

Ruimtelijke ontwikkelingen

•

Stedenbouwkundige ontwikkelingen

•

Maatschappelijke ontwikkelingen

•

Ontwikkelingen bij sport, welzijn, cultuur en zorg

•

Ontwikkelingen rondom kerken en zorgcentra

Eben Haëzer

Analyse per deelgebied Oostenbrink

Het Mozaïek De Hoeksteen

H O L L A N D S C H E V E L D

De Driesprong

N I E U W L A N D E

Het Mozaïek (nev) N I E U W - M O S C O U

Vogelvlucht

De Palm

E L I M

Om breder te kijken bij knelpunten en oplossingen, worden de vraagstukken rondom onderwijshuisvesting standaard benaderd vanuit geografische gebieden. Zie hiernaast een

Haalbaarheidsstudie per project Om te waarborgen dat wordt gewerkt aan samenhangende oplossingen op deelgebiedsniveau, stellen schoolbesturen voorafgaande aan alle huisvestingsprojecten een zogeheten ‘haalbaarheidsstudie’ op. Deze haalbaarheidsstudies worden in hoofdstuk 9 toegelicht. Overleg met lokale partners

Schoolbestuur (en gemeente) voeren als onderdeel van de op te stellen haalbaarheidsstudie overleg met relevante lokale partners, waarbij aspecten over zowel inhoud als ruimtelijke ordening worden besproken. Denk hierbij aan partijen zoals dorpsbelangen, een kinderopvanginstelling en een kerkbestuur.

visualisatie van deze gebieden

039 39

LOKALE KWALITEITSAMBITIE

Eigen verantwoordelijkheid schoolbesturen

Het wettelijke minimumniveau –puur gericht op bouwtechniek-

Renovatie of nieuwbouw

In relatie tot de hedendaagse eisen en wensen op het

vormt maar een beperkt deel van de totale kwaliteit van een

In dit plan komen schoolgebouwen potentieel voor

gebied van bijvoorbeeld verduurzaming, binnenklimaat en

gebouw. De kwaliteit van een gebouw wordt ook bepaald

renovatie of vervangende nieuwbouw in aanmerking als

functionaliteit is binnen bijna alle schoolgebouwen binnen

door binnenklimaat, functionaliteit en verduurzaming.

een gebouw minimaal 40 jaar oud is en de integrale

Goede onderwijsvoorzieningen ondersteunen de leefbaarheid

kwaliteit van het gebouw hier aanleiding toe geeft. Hierbij

en een aantrekkelijk vestigingsklimaat inwoners.

wordt altijd bekeken of sprake is van een levensvatbare

Tijdig anticiperen op de veroudering van schoolgebouwen

situatie en of schoolbesturen in het verleden hun

vernieuwingsslagen vormen in de basis een eigen

voorkomt verschraling van het voorzieningenniveau en

verantwoordelijkheid hebben genomen bij onderhoud.

verantwoordelijkheid van de schoolbesturen zelf. Soms

voorkomt dat toekomstige generaties worden belast met een

stimuleert de rijksoverheid hierbij via een subsidieregeling,

verouderd bestand en bijbehorende financiële opgave.

de gemeente Hoogeveen nog wel een verbeteringsslag te

•

•

maken. Niet vreemd, omdat de meeste schoolgebouwen in een ander tijdsbeeld zijn gerealiseerd. Deze partiële

•

zoals nu bij de aanpak van de ventilatie en binnenklimaat.

Gezamenlijke financieringsopgave Er hangt vanzelfsprekend een fors prijskaartje aan de lokale

Definitie van lokale kwaliteit

beleidsambitie zoals die hierboven is geformuleerd. De

Hogere ambitie als lokale beleidsvrijheid

Een breed gedragen opvatting is dat kwaliteit ruimer is dan

financiële haalbaarheid wordt in dit plan vanuit een

Bij de karakterisering van de huisvesting in hoofdstuk 5, is

alleen de bouwtechnische geschiktheid van een pand, maar ook

wederzijdse schaarste aan financiële middelen van zowel

al geconstateerd dat de wettelijke zorgplicht rondom

gaat over de kwaliteit van installaties, de functionaliteit, het

gemeente als schoolbestuur ingevuld. In hoofdstuk 8

onderwijshuisvesting nog niet breed in het geding is.

binnenklimaat en de verduurzaming van een gebouw. Alle

(Financiën) wordt een voorstel gedaan voor verdeling van

Vanuit de lokale beleidsambitie ‘Samen kunnen we meer

schoolgebouwen in de gemeente Hoogeveen zijn inmiddels

de investeringslasten tussen gemeente en schoolbesturen.

dan alleen’ streven gemeente en schoolbesturen echter

ingeschaald op deze criteria, waarmee een beeld is gevormd van

naar een hoger ambitieniveau dan minimaal wettelijk is

de lokale kwaliteit van de vastgoedportefeuille. Zie hoofdstuk 4.

bepaald. Hiervoor is een aantal redenen aanwezig: •

Eigentijdse kwaliteitsvoorzieningen zijn ondersteunend aan de talentontwikkeling van leerlingen.

040 40

UNIEKE OPLOSSINGEN Theoretische levensduur

3. Overige maatregelen

1. Renoveren

Als ‘fictieve onderlegger’ voor het vernieuwen van de

De integrale kwaliteit van een bestaand schoolgebouw

onderwijshuisvesting wordt in dit plan het model van de

wordt door ingrepen verbeterd, waarmee de levensduur

‘theoretische levensduur’ gehanteerd. Zie volgende pagina. Het

van het gebouw voor een periode van minimaal 25 jaren

betreft een theoretisch model, dat gangbaar is in de wereld van

wordt verlengd. Het gebouw voldoet na renovatie in

het maatschappelijk vastgoed. Hierbij ligt de integrale kwaliteit

ieder geval aan de bepalingen uit het Besluit

bij ingebruikname van het gebouw op 100%, waarbij deze

Bouwwerken Leefomgeving. Eventuele afwijkingen in de

kwaliteit na verloop van tijd steeds meer in waarde daalt als

afschrijvingstermijn worden onderbouwd via het

gevolg van veroudering, gewijzigde wetgeving en veranderende

businessplan en Financiën.

Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om verplaatsing van een school naar een ander gebouw, de volledige opheffing van een school of een beperkte upgrading van een gebouw (bijvoorbeeld wanneer sprake is van een overbruggingsperiode).

wensen. Na veertig jaren wordt dan vervolgens de afweging gemaakt welk vervolgperspectief voor het gebouw gewenst is,

2. Vervangende nieuwbouw

variërend van afstoten (einde functie) tot renoveren en

Alternatief wanneer renovatie niet leidt tot een

nieuwbouw. Aan dit model kunnen geen rechten of aanspraken

verantwoorde levensduurverlenging of wanneer kansrijke

kunnen worden ontleend, uiteindelijk zijn de feitelijke kwaliteit

combinaties gemaakt kunnen worden. Het gebouw

en de levensvatbaarheid maatgevend.

voldoet na (vervangende) nieuwbouw in ieder geval aan de bepalingen uit het Besluit Bouwwerken

Maatwerk in projecten

Leefomgeving. Eventuele afwijkingen in de

Geen school of schoolgebouw is hetzelfde. Zo zijn er

afschrijvingstermijn worden onderbouwd via het

verschillen in omvang, concept, levensvatbaarheid,

businessplan en Financiën. De integrale kwaliteit van een

gebouwkwaliteit, maatschappelijke functie richting de kern,

schoolgebouw wordt verbeterd door het bestaande

exploitatie en cultuur-historische waarde. Dit unieke profiel per

gebouw te vervangen door permanente (voor een

school vraagt niet om blauwdrukken, maar om specifieke

periode van minimaal 40 jaar) of semipermanente

oplossingen in de huisvesting. In dit plan onderscheiden we de

nieuwbouw (voor een periode van minimaal 20 jaar).

volgende soorten aan maatregelen:

41

041

Integrale kwaliteit gebouw

Maatregelen verbeteren integrale kwaliteit gebouwen

100%

Renoveren 25 jaren

Afwegingsmoment 50%

Nieuwbouwen 40 jaar

GOED

0 jaar

VOLDOENDE

20 jaar

40 jaar

MATIG

SLECHT

60 jaar

42

Leeftijd gebouw

Overig Afstoten Verplaatsen Upgraden

GROEIMODEL

A. Geld en organisatie Vanwege financiële en organisatorische restricties kan de transitie van de vele schoolgebouwen niet van vandaag op

morgen gerealiseerd worden maar neemt dit veel tijd in beslag. B. Bewuste keuze Soms kan het een bewuste keuze zijn niet voor het optimum te gaan, bijvoorbeeld als een gebouw in de nabije toekomst op de De gemeente en de schoolbesturen in de

nominatie van afstoten staat of omdat de continuïteit van een

gemeente Hoogeveen spannen zich

school onzeker is.

gezamenlijk in om alle negen

C. Veroudering als continu proces

gedefinieerde kwaliteitscriteria voor schoolgebouwen ‘op groen’ te krijgen. Tegelijkertijd is bij deze ambitie omwille van verschillende redenen een gezonde dosis realisme noodzakelijk:

OMVANG

BOUWTECHIEK

INSTALLATIES

UITSTRALING

FUNCTIONALITEIT

BINNENKLIMAAT

DUURZAAMHEID

SITUERING

KINDCENTRUM

Mede in relatie tot steeds vernieuwende wensen en eisen, is veroudering van gebouwen een continu proces. ‘Het groen van vandaag is het oranje van morgen’. D. Weerbarstige elementen Sommige criteria zijn in de praktijk moeilijk te verbeteren. Een

schoolgebouw dat verder perfect functioneert, maar niet helemaal op de ideale plek ligt, zal niet zonder meer verplaatst worden. Kinderopvang die apart van een school is gesitueerd, kan niet kan worden gedwongen om in te gaan wonen bij een school. Niet alle bestaande schoolgebouwen zijn kostentechnisch energieneutraal te maken.

4343

V E R D U U R Z A M E N B E STA N D Duurzaamheidstaakstelling

Realistische benadering

Met het klimaatakkoord van Parijs als grondslag is het zaak om

Het belang van verduurzaming wordt breed onderschreven

voor 2050 tot afbouw van de uitstoot van CO2 binnen de

de haalbaarheid van verduurzamingsmaatregelen. Kijk

door de gemeente en de schoolbesturen. Tegelijkertijd is het

gemeente Hoogeveen te komen. Voor bestaande

niet alleen naar de korte termijn investeringen en

zaak om hiernaar met een ‘nuchtere blik’ te kijken:

schoolgebouwen staan schoolbesturen zelf ‘aan de lat’ voor het

opbrengsten, maar ook naar de kosten en ontwikkelingen

•

•

Total cost of ownership (TCO): Reken je niet te snel rijk bij

Groeimodel: De tijd en kosten die zijn gemoeid met

treffen van duurzaamheidsmaatregelen, bijvoorbeeld via

lange termijn. Wanneer moet ik de installaties vervangen?

verduurzaming in relatie tot de financiële situatie bij

isoleren of de aanleg van zonnepanelen. Momenten van

Wat kost het onderhoud? Wat is het effect als de

gemeente en schoolbestuur, maken het gewoonweg

renovatie en nieuwbouw zijn daarnaast bij uitstek geschikt om

saldering van energieopbrengsten per 2023 wordt

onmogelijk om de volledige portefeuille op korte termijn te

de vastgoedportefeuille grondig te verduurzamen.

afgebouwd? Wat als de materiële bekostiging voor

transformeren in een volledig verduurzaamd bestand. Zorg

schoolbesturen wijzigt?

voor een optimale balans in je vastgoedportefeuille,

•

Voortschrijdend inzicht: De innovaties rondom

Verduurzaming bij nieuwbouw en renovatie

zodanig dat het betaalbaar blijft voor iedereen. Kijk waar

Nieuwe en te renoveren schoolgebouwen moeten vanaf met

verduurzaming gaan razendsnel. Wat vandaag

bestaande kwaliteit voorlopig gehandhaafd kan worden,

ingang van 2021 voldoen aan ‘het nieuwe Bouwbesluit’ ofwel de

vernieuwend is, is morgen verouderd. Denk bijvoorbeeld

waar renovatie noodzakelijk is en waar nieuwbouw.

aan de mogelijke komst van waterstof, die de

Andere kwaliteitsaspecten: Er kunnen redenen zijn om

betekent bijvoorbeeld dat deze nieuwe gebouwen moeten

energievoorziening volledig op de kop zou zetten. Het

bestaande –niet volledig energieneutrale- schoolgebouwen

voldoen aan Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG).

kan reden zijn om niet ‘te ver’ voorop te lopen met

juist te handhaven, bijvoorbeeld vanwege de overige

verduurzaming, maar qua gebouwinfrastructuur wel alvast

intrinsieke kwaliteit van gebouwen, de cultuur-historische

hierop te anticiperen.

eisen van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). Dit

•

Bovenwettelijke duurzaamheidsambitie

waarde, de (gewenste) overcapaciteit binnen het gebouw

Vanuit dit huisvestingsplan hebben de gemeente Hoogeveen en

of onzekerheid met betrekking tot de levensvatbaarheid. In

de schoolbesturen een bovenwettelijk (lokaal) streven om

verband te staan met de inverdieneffecten van de

deze situaties kan worden overwogen om voor een

nieuwe en te renoveren gebouwen te realiseren op het niveau

betreffende investeringen. Het volledig gasloos maken

‘suboptimale oplossing’ te kiezen, om vervolgens op weg

van van ENG (Energie Neutrale Gebouwen). Hiertoe wordt in de

van een schoolgebouw doe je normaal gesproken niet als

naar 2050 alsnog de sprong naar een volledig

haalbaarheidsstudie per project bekeken of het technisch en

je weet dat je over vijftien jaar het hele gebouw vervangt.

energieneutraal gebouw te maken.

financieel haalbaar is om de ‘sprong’ van BENG naar ENG te

•

Afstemmen op levensduur: De afschrijving moet in

Beperk de stenen: Kijk waar je op volumes op verantwoorde wijze kan beperken, bijvoorbeeld door

maken. Deze sprong wordt in de basis gedragen door het schoolbestuur, die hier ook de exploitatievoordelen van heeft.

•

passend, flexibel en multifunctioneel te bouwen.

44

VAN SCHOOL NAAR KINDCENTRUM Definitie kindcentrum In de kern is bij een kindcentrum sprake van: • Eén visie: Iedereen die in het kindcentrum werkt, heeft dezelfde visie op de wijze waarop kinderen leren en zich ontwikkelen. Dit is fundament van het kindcentrum. Kinderen leren en spelen zowel binnen als buiten schooltijd n het kindcentrum en kunnen daar hun talenten in de volle breedte ontwikkelen. • 0 tot 13 jaar: In het kindcentrum komen baby’s, peuters, kleuters en kinderen tot 13 jaar. Zij worden vanuit een doorgaande ontwikkelingslijn gevolgd en er zijn individuele ontwikkelingsplannen. • Breed aanbod: Het kindcentrum biedt onderwijs en opvang, maar ook sport, muziek of spel. Met verplichte en vrijwillige onderdelen. • Dagopening, het hele jaar door. Het kindcentrum is de hele dag geopend, van 7.00 u. – 19.00 uur . De dagindeling kenmerkt zich door rust en een goede balans van inspanning en ontspanning. Sommige kindcentra zijn het hele jaar door open en bieden in overleg met de ouders flexibele vakanties. • Eén team, één organisatie: Leerkrachten, pedagogen, pedagogisch medewerkers en vakleerkrachten vormen één team. Zo nodig halen ze deskundigen van buiten naar binnen. De organisatie heeft een eenhoofdige leiding, één beleid en is gehuisvest in een multifunctioneel gebouw. • Eenduidige communicatie met ouders: Ouders hebben met één organisatie te maken.

Ze hoeven niet apart afspraken te maken met de school, de kinderopvang of peuterspeelzaal. Er is één aanspreekpunt.

Belang kindcentra

Kindcentra en renovatie

Zowel gemeente als schoolbesturen in Hoogeveen onderschrijven

Bij het renoveren van schoolgebouwen worden

het belang van het integreren van kindvoorzieningen op scholen,

afspraken gemaakt met de aanbieder van

met het oog op de doorlopende leerlijn en maatschappelijke

kindvoorzieningen over de wenselijkheid van renovatie

behoefte.

en de financiering van de renovatie van het door hun gehuurde gebouwdeel.

Huisvesting kindcentra

Het heeft de voorkeur om kindfuncties te integreren in de

Kindcentra en nieuwbouw

schoolgebouwen. Maar het betreft geen recht of plicht: soms is

In geval van nieuwbouw van een school, wordt per

het niet haalbaar om de kindfuncties ter plekke te organiseren en

project bekeken of en op welke wijze brede kindfuncties

soms kunnen gebouwen in de nabijheid deze kindfuncties ook

hierin een plek krijgen, hoe dit gefinancierd wordt, hoe

prima huisvesten. De huisvesting van kindfuncties is hiermee altijd

het eigendom wordt geregeld en hoe leegstandsrisico’s

maatwerk en afhankelijk van de context.

worden geregeld. Gesplitste eigendomsposities binnen gebouwen zijn doorgaans ongewenst. Om dit te

Eigen verantwoordelijkheid

voorkomen gaan sommige gemeenten over tot

De mate waarin en de wijze waarop kindcentra worden gevormd

investeringen voor de kinderopvang, tegen de

in de gemeente Hoogeveen is aan de schoolbesturen en

voorwaarde van langlopende (kostendekkende of

kinderopvangorganisaties zelf. Voor zover leegstand in

marktconforme) huurcontracten. Vanwege de Wet Markt

schoolgebouwen niet nodig is voor de scholen zelf, kan deze met

en Overheid mag hierbij geen sprake zijn van een

instemming van het College worden verhuurd aan kinderopvang.

oneerlijke concurrentie ten opzichte van particuliere

Schoolbesturen maken dan afspraken met de

vastgoedaanbieders.

kinderopvanginstelling over een vergoeding van de exploitatiekosten. Het vragen van huur voor de door de gemeente gefinancierde ruimten is via jurisprudentie begrenst.

45 45 45

MEDEGEBRUIK

Medegebruik van één of meerdere lokalen in een andere gebouw geniet meestal niet de voorkeur geniet van scholen, vanwege het opsplitsen van leerlingen en docenten. Aan de andere kant is het zaak mogelijkheden tot medegebruik serieus te bekijken, omdat het gaat om door de gemeenschap gefinancierde ruimten die door de schoolbesturen geëxploiteerd moeten worden. In de lijn van de verordening worden scholen verwezen naar leegstand binnen een afstand van twee kilometer hemelsbreed. Voorafgaande aan beslissingen over medegebruik wordt altijd de context van het medegebruik geanalyseerd (zoals verkeersveiligheid en geschiktheid ruimte), alvorens tot besluitvorming over te gaan.

46 46

BEHOUD GEBOUWEN, TENZIJ

Insteek op behoud bestaande gebouwen

Nieuwbouw als alternatief

Renoveren versus nieuwbouwen

Vertrekpunt in dit plan is dat ieder schoolgebouw

In de praktijk kan er sprake zijn van zodanige

Renovatie van een gebouw wordt altijd samen

gedurende zijn levenscyclus tenminste eenmaal volledig

omstandigheden dat toch wordt afgezien van renovatie ten

met de variant van vervangende nieuwbouw in

wordt gerenoveerd, alvorens tot eventuele vervangende

gunste van nieuwbouw:

kaart gebracht, om uit te vinden welke variant

nieuwbouw wordt overgegaan. Argumenten hiervoor:

•

•

•

Slechte intrinsieke kwaliteit: Wanneer de generieke

financieel-technisch de voorkeur geniet. Door het

Intrinsieke waarde: Gebouwen hebben vaak nog een

intrinsieke kwaliteit van een gebouw bijvoorbeeld ten

verschil in afschrijvingsduur komen de jaarlasten

zodanige intrinsieke waarde dat met een partiele

aanzien van techniek, verduurzaming en functionaliteit zo

van renovatie en nieuwbouw dichter bij elkaar te

kwaliteitsinjectie de levensduur verlengd kan worden.

slecht is dat de levensduur van het gebouw niet -of

liggen dan in geval van gelijke afschrijvingsduur.

Circulair denken: Renovatie va een bestaand gebouw

slechts tegen onevenredig hoge kosten- verlengd kan

Aandachtspunt hierbij is dat bij vervangende

past in de huidige tijd waarin we zoeken naar manieren

worden.

nieuwbouw rekening moet worden gehouden

Synergie-effecten: Wanneer mogelijkheden aanwezig zijn

met bijkomende kosten die bij renovatie niet of in

om fysieke combinaties met andere partijen te maken.

mindere mate aan de orde zijn, bijvoorbeeld

Nadelige exploitatie: Wanneer een gebouw substantieel

vanwege sloop, grondverwerving en

scholen op korte of middellange termijn nieuwbouw te

te groot voor de school die erin is gehuisvest en daarmee

verkeersinfrastructurele maatregelen.

realiseren.

een onevenredig beslag legt op de exploitatie.

om bestaande materialen te hergebruiken. •

Financiële consequenties: Het zal voor de gemeente in de praktijk financieel niet haalbaar zijn om voor alle

•

•

Beeldkwaliteit: Bepaalde schoolgebouwen hebben een

•

•

•

Volumes: Bestaande gebouwen zijn doorgaans ruimer

Courantheid: Wanneer de locatie in beeld is voor de realisering van stedenbouwkundige plannen.

zodanige beeldkwaliteit, dat het waardevol kan zijn om deze vanuit cultuurhistorische waarde te behouden.

47

•

Beroerde situering: Wanneer de ligging van de school niet overeenkomt met het voedingsgebied van de school.

van opzet dan de (minimale) normen voor nieuwbouw, wat van pas kan komen bij de vorming van kindcentra.

47 4747

47

A N T I C I P E R E N O P L E E G STA N D Leegstand kost in principe geld

Ongewenste leegstand

Inspanning schoolbesturen

Schoolbesturen ontvangen geen vergoeding van de

Als voor leegstand geen invulling wordt gevonden en

Schoolbesturen blijven als juridisch eigenaar

rijksoverheid voor het exploiteren van vierkante meters die

deze structureel wordt, kan sprake zijn van een

primair zelf verantwoordelijk voor (het wegwerken

boven de normatieve behoefte (gebaseerd op aanwezige

probleem. Niet alleen vanuit financieel perspectief

van) de leegstand. Diverse manieren om deze

leerlingen) uitkomen. Het onderhouden, verwarmen en

(onderhoud, schoonmaak, energie), maar ook qua

leegstand te verhelpen:

schoonmaken kost wel geld. Per saldo betekent dit dat

uitstraling en ‘reuring’ is structurele leegstandin de

•

leegstand nadelig is voor de exploitatie. Voor de gemeente

regel ongewenst.

ruimten vanuit andere scholen.

Hoogeveen geldt een soortgelijk verhaal voor de dekking van de kapitaallasten.

Medegebruik: bekijken of er vraag is naar

•

Verhuur: op zoek gaan naar huurders zoals

Inspanning gemeente

kinderopvang, waarbij specifieke voorwaarden

De gemeente Hoogeveen gaat niet over tot het

gelden voor commerciële verhuur.

Gewenste leegstand

overnemen van de schoolbestuurlijke

Enige leegstand is meestal wel gewenst op scholen. De

verantwoordelijkheid voor de exploitatie van gebouwen

normeringen uit de verordening zijn aan de krappe kant in

(of de leegstand hiervan). Indirect beoogt de gemeente

relatie tot de behoefte. Daarnaast bevatten gebouwen soms

Hoogeveen wel op diverse manieren bij te dragen aan

terug te dringen kan vanuit het schoolbestuur

inefficiënte vierkante meters. Voorbeeld hiervan is een

een gezonde gebouwexploitatie:

een strategische visie worden ontwikkeld op

traditionele gangenschool, waarbij een gang slechts aan één

•

zijde lokalen heeft en de gang niet breed genoeg is om

•

Ontkoppelen: delen van het gebouw uit de

exploitatie halen. •

Strategische visie schoolbestuur: om leegstand

Stimuleren woningbouw in alle kernen wat kan

het fuseren van scholen, het versterken van de

leiden tot nieuwe instroom van leerlingen.

kwaliteit van scholen of actiever beleid op de verdeling van aanmeldingen te voeren.

bijvoorbeeld werkplekken te realiseren. Veel scholen

•

Het aandragen van huurders voor leegstand.

‘accepteren’ daarom een bepaalde leegstand, omdat deze

•

Het realiseren van een passende capaciteit via

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10780034/1