Fluvius_RWP_Hoogeveen_V2.pdf
Tekst van het document
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
RWP Fluvius | 36
Indien wordt uitgegaan van de theoretische levensduur dan bedraagt het benodigde vervangingsbudget 1.8 miljoen per jaar. Uit de inspecties blijkt dat de werkelijke kwaliteit van het stelsel beter is dan de theoretische restlevensduur, ook is het niet noodzakelijk alle riolen te vervangen, een deel kan worden gerenoveerd of reparatie is mogelijk. Met een jaarlijks budget van € 1.400.000 is het mogelijk om het stelsel de levensduur in een goede staat te houden. Uit onderhoudsplanningen blijkt dat de maatregelen de komende jaren in de bemalingsgebieden centrum/ Venesluis, Zuid/Wolfsbos en Krakeel het meest urgent zijn. Op basis van de berekende planning zijn de volgende maatregelen noodzakelijk voor heel Hoogeveen:
maatregel
bedrag
reparatie
€320.000
vervanging
€880.000
totaal
€1.400.000
renovatie
€200.000
Renovatie = bestaande riolering voorzien van binnenuit van een duurzame vloeistofdichte bekleding Reparatie = vervangen of herstel van een deel van een rioolleiding Vervangen = vervangen van een volledige rioolstreng (meerdere leidingen en putten) € 12.000.000 € 10.000.000 € 8.000.000 € 6.000.000 € 4.000.000 € 2.000.000 €-
2023 2026 2028 2030 2032 2034 2026 2038 2040 2042 2044 2046 2048 2050 2052 2055 2057 2059 2061 2063 2065 2067 2069 2071 2073 2075 2077 2079 2081
Met het beheerssysteem Obsurv is een onderhoudsplanning opgesteld. Daarbij is met behulp van een gedragsmodel een prognose gemaakt van de noodzakelijke maatregelen. Input voor het gedragsmodel zijn de kwaliteit (schadebeelden inspecties) en de leeftijd (vaste gegevens). Bijna 90% van het areaal is geïnspecteerd. Van een deel zijn de inspectiegegevens in het beheerssysteem ingevoerd. Bij ontbrekende inspecties is gebruik gemaakt van de restlevensduur van de riolen. In de komende maanden worden de beschikbare gegevens aangevuld.
Figuur 2: Theoretische aanpassingsplanning
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
RWP Fluvius | 37
Jaar
Renovatie
Reparatie
2023
1.657.810
2.723.546
2024
4.707
2026
Vervanging totaal
7.815.392
11.841.502
7.733
22.190
33.621
2.461
4.042
11.600
17.576
2027
81.811
134.405
385.683
584.368
2028
4.497
7.389
21.202
32.124
2029
295
485
1.393
2.110
2030
22.691
37.278
106.973
162.080
2031
1.530
2.513
7.211
10.926
2032
184.197
302.609
868.357
1.315.692
totaal
1.960.000
3.220.000
9.240.000
14.000.000
De technische levensduur van de gemalen en persleidingen met hun onderdelen is divers. De bouwkundige constructie van de gemalen en de persleidingen hebben een theoretische levensduur van 40 jaar. Het werktuigbouwkundige deel, zoals leidingwerk, de pomp en de buitenopstelling kast heeft een theoretische levensduur van 20 jaar. De schakelkast, besturing en telemetrie 10 jaar. Deze worden jaarlijks geprogrammeerd op basis van de jaarlijkse BRL-keuring en de 5-jaarlijkse NEN-keuring. Dit leidt tot een flink aantal gemaalrenovaties in deze en komende jaren. In paragraaf 6.3. is een totaaloverzicht opgenomen van alle investeringen in de planperiode.
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
Wadi in Hoogeveen
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
RWP Fluvius | 38
Goot in Hoogeveen
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 16
RWP Fluvius | 39
6. Kosten en rioolheffing Dit hoofdstuk draait om de bekostiging van de gemeentelijke watertaken. Als eerste wordt ingegaan op het wettelijke kader voor de rioolheffing. Daarna komen de kosten aan bod voor dagelijks beheer en onderhoud; de exploitatie. Vervolgens wordt gekeken naar de investeringen. Daarna staan wij stil bij de vraag welke generatie opdraait voor kosten van investeringen en hoe je jaarlijkse schommelingen in de rioolheffing kunt voorkomen. Vervolgens komt aan de orde welk tariefsysteem de gemeente hanteert voor de rioolheffing. Tot slot volgt de doorrekening tot de benodigde rioolheffing. 6.1 – Wettelijk kader voor de rioolheffing De wettelijke basis voor de rioolheffing is opgenomen in Gemeentewet.
artikel 228a van de
De rioolheffing is een bestemmingsheffing. De inkomsten uit de rioolheffing zijn alleen beschikbaar voor uitgaven gerelateerd aan de gemeentelijke zorgplichten. De inkomsten uit de rioolheffing mogen wel aangevuld worden met inkomsten uit de algemene middelen. In fiscaal-juridische zin betekent dit dat de heffing een zuivere belasting is. Belangrijke aandachtspunten van de rioolheffing zijn:
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
RWP Fluvius | 40
• De opbrengsten zijn bestemd voor het doel waarvoor de heffing in het leven is geroepen: - het inzamelen en transporteren van afvalwater; - het verwerken van hemelwater; - het ingrijpen in de grondwaterstand. • De heffing mag niet hoger zijn dan de kosten die de gemeente voor dit doel maakt (maximaal 100% kostendekkend). Ook mag de gemeente de opbrengst niet aan andere zaken uitgeven. • De vormgeving van de heffing moet een relatie hebben met de gemeentelijke watertaken. De gemeente treft de voorzieningen in het algemeen belang, maar zij moet de kosten wel op een aanvaardbare manier verdelen. Dit houdt in dat er een zekere relatie moet zijn tussen het kostenverhaal via de rioolheffing en het belang dat de belastingplichtige heeft bij de voorzieningen (profijtbeginsel). De kaders van de begrotingsregels liggen vast in: • Gemeentewet • Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken • Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) • Notitie riolering commissie BBV • Jurisprudentie (i.o.)
Rioolploeg en camera inspectie riolering
In bijgaand kader wordt in negen onderwerpen ingegaan op de specifieke onderdelen van de begrotingsregels voor de rioolheffing vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
RWP Fluvius | 41
6.2 – Kosten voor het beheer Het dagelijkse beheer van de riolering, ook wel aangeduid als beheer en onderhoud, is van essentieel belang om het systeem goed te laten functioneren. Activiteiten die worden uitgevoerd ten behoeve van gemeentelijke watertaken mogen worden toegerekend aan het rioleringsbeheer. Sommige activiteiten worden enkel uitgevoerd ten behoeve van de gemeentelijke watertaken en worden daaraan geheel toegerekend, bijvoorbeeld het inspecteren en reinigen van de riolering. Daarnaast zijn er gemengde activiteiten, zie bijgaand kader. Voor deze activiteiten geeft de begroting aan welk gedeelte van de kosten ten laste van de rioolheffing wordt gebracht, op basis van het beleid uit het RWP. Tot slot zijn er activiteiten die niet bij de riolering horen. Deze zijn natuurlijk niet Investeringoverzicht RWP 2023-2028
uitputtend op te sommen. Enkele worden wel aangetipt in hetzelfde kader, omdat er discussie over kan ontstaan.
6.3 – Uitgaven voor investeringsprojecten Riolering heeft geen oneindige levensduur. Om kwalitatieve redenen moeten onderdelen van de riolering (putten, buizen, gemalen, persleidingen, e.d.) na verloop van tijd worden gerenoveerd of vervangen. Het betreft investeringsprojecten die bedoeld zijn om langjarig te functioneren. Het gaat om grote bedragen die binnen de begrotingsregels van de BBV een aparte plek hebben ten opzichte van het dagelijkse beheer en onderhoud. In onderstaand overzicht zijn alle investeringen opgenomen die de komende planperiode worden uitgevoerd:
2023
2024
2025
2026
2027
2028
- renovatie
€ 200.000
€ 200.000
€ 200.000
€ 200.000
€ 200.000
€ 200.000
- reparatie
€ 320.000
€ 320.000
€ 320.000
€ 320.000
€ 320.000
€ 320.000
- vervanging
€ 880.000
€ 880.000
€ 880.000
€ 880.000
€ 880.000
€ 880.000
Vervanging riolering (inhalen achterstanden)
Vervanging gemalen el.m/pmpen/schakelkasten etc. - reservering vanaf 2028 (o.b.v. cyclische termijnen)
€
126.000
€ 126.000
€ 126.000
€ 126.000
€ 126.000
€ 126.000
- reservering vanaf 2028 (o.b.v. cyclische termijnen)
€
250.000
€ 250.000
€ 250.000
€ 250.000
€ 250.000
€ 250.000
€ 2.000.000
€ 5.000.000
€ 5.000.000
€ 184.800
€ 184.800
€ 184.800
€ 184.800
€ 184.800
€ 184.800
€ 200.000
€ 200.000
€ 200.000
€ 200.000
€ 200.000
€ 7.160.800
€ 7.160.800
€ 2.160.800
€ 2.160.800
€ 2.160.800
Opwaardering rioolstelsel Hoogeveen (Riegmeer/Fage) - totale investeringen persleidingen en gemalen Afkoppelen verhard oppervlak Maatregelen klimaatadaptatie Subtotaal:
Samenvatting
Inhoud
1. Context
€ 3.960.800
2. Beleidskaders voor het RWP
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
RWP Fluvius | 42
6.4 – Lastenverdeling over generaties en tariefs-egalisatie Het berekenen van de benodigde rioolheffing is in essentie het in balans brengen van de inkomsten en uitgaven. Tussen beide staat de keuze van afschrijven en/of sparen. Deze keuze heeft een dempend effect maar omvat ook een keuze welke generatie profijt heeft van een werk en welke ervoor betaalt. Daarnaast is een demper gewenst als tariefs-egalisatie zodat de heffing niet van jaar tot jaar varieert afhankelijk van de projecten van dat jaar en van eventuele mee- of tegenvallers. In bijgaand kader meer informatie over verdeling van de lasten over huidige en toekomstige generaties. In gemeente Hoogeveen is sprake van een gedifferentieerd riooltarief. Deels is de hoogte bepaald door het aantal vierkante meters van het perceel, daarnaast is er een staffeling op basis van drinkwaterverbruik, dat geldt alleen voor de grootverbruikers. De investeringen worden geactiveerd en afgeschreven over verschillende economische levensduren. Bijgaande grafiek toont de stand van de voorziening(en) plus eventuele reserve en de boekwaarde van de activa. Populair gezegd: het geld in de portemonnee en de restschuld van de hypotheek van oude investeringen. Het gaat om een voorziening/reserve van 1,8 miljoen euro, versus een boekwaarde van 20,2 miljoen euro, beide waarden per 1 januari 2022.
Deze grafiek kan sterk verschillen van gemeente tot gemeente. Sommige
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
hebben vooral schulden, andere vooral spaargeld. Belangrijk is wel om hierbij op te merken dat het totaalplaatje van een gemeente meer omvat dan alleen de riolering. Saldo voorziening
€ 5.000.000 €0
Saldo voorziening
- € 5.000.000 - € 10.000.000
- € 15.000.000 - € 20.000.000
Boekwaarde oude investeringen
- € 25.000.000
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
RWP Fluvius | 43
6.5 – Vormgeving van het tariefsysteem van de rioolheffing Gemeenten hebben vanuit de Gemeentewet – artikel 2.28 de mogelijkheid tot een heffing om de kosten voor de gemeentelijke watertaken te bestrijden. Bijgaand kader schetst enkele wetenswaardigheden rondom de rioolheffing en mogelijke varianten. In het volgende kader staat een overzicht van de belangrijkste kenmerken van de verordening in onze gemeente. Tijdens de voorbereiding van dit RWP kwam de gedachte naar voren om de rioolheffing anders te gaan vormgeven. Dit wordt voorzien als onderzoek tijdens de looptijd van het RWP. Het is extra relevant geworden door een nieuwe modelverordening van de VNG.
6.6 – Berekening van de benodigde rioolheffing Deze paragraaf geeft de doorrekening naar de benodigde rioolheffing om voldoende geld te hebben voor het beheer en de geplande projecten. De gegevens en de keuzes van de voorgaande paragrafen komen hier bij elkaar en leiden tot de benodigde rioolheffing. De rioolheffing is over een periode van 20 jaar berekend. Er is gekeken naar eventuele investeringspieken buiten deze periode (doordat veel riolen tegelijk aan het eind van hun levensduur komen). Er is ook in deze planperiode al veel riolering voorbij de theoretische levensduur, dat leidt tot
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
een verhoging van deinvesteringsopgave. Ook de komende jaren zal hier sprake van zijn. Er is een kostendekkende rioolheffing berekend over de periode van 2023 tot en met 2042. Zowel de baten (tarief rioolheffing en aantal heffingseenheden) als een overzicht van alle lasten zijn in het berekeningsmodel gebracht. De lasten betreffen de lopende kapitaallasten, de exploitatiekosten (met onder andere doorberekening van personeelskosten), de beheer- en onderhoudskosten (zoals reiniging en inspectie), benodigde onderzoekskosten en investeringen. Uitgangspunt is dat het tarief 100% kostendekkend is. Er is in de berekening gerekend zonder inflatie-correctie. Bij de tariefstelling wordt dat jaarlijks bepaald. Er is voor de rioolheffingsberekening gebruik gemaakt van het rioleringsmodel van gemeente Groningen dat zij zelf hebben ontwikkeld om niet afhankelijk te zijn van externe adviesbureaus. Dit model is getoetst en goedgekeurd door een accountant. Naast de genoemde verhoging van de investeringsopgave is er ook sprake van vestiging van een groot zuivelbedrijf dat zowel aan de lasten als de inkomsten van grote invloed is. De gemeenteraad heeft hierover eerder een besluit genomen en de uitkomsten hiervan zijn verwerkt in de rioolheffingsberekening.
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
RWP Fluvius | 44
Het tarief voor 2023 is 3% hoger dan 2022 en vastgesteld op €154,35. De komende jaren is het door de toenemende lasten en het op dit moment niet 100% kostendekkende tarief noodzakelijk om het tarief in 2024 en 2025 te verhogen met 3%, daarna met jaarlijks 2% (nog exclusief indexatie). Het verloop van de benodigde rioolheffing is weergegeven in onderstaande grafiek (let op: deze waarden zijn op prijspeil 2022 en moeten jaarlijks nog worden verhoogd met de prijsindex).
In de volgende grafiek is te zien hoe de rioolheffing in 2023 op hoofdlijn is opgebouwd.
8%
6%
6%
SWO 27% 25%
€ 300 € 250 € 200 € 150
€ 154 € 160
€ 165
€ 182 € 186
€ 178 € 169 € 174
€ 203 € 190 € 194 € 199
€ 217 € 208 € 212
€ 222 € 227
€ 232
€ 237 € 243
Beheer en onderhoud
5%
Kwijtschelding + oninbaar Kapitaallasten Onderzoekskosten
23%
Straatvegen (40%) Baggerplan uitvoeren
€ 100 € 50
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
2042
2041
2040
2039
2038
2037
2036
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
€0
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Colofon Rob van der Velde, WATERmaat Diane Schepers, Waterbureau Schepers Fluvius projectgroep RWP Vormgeving: fresh focus Fotografie: Thomas Klomp, Scherpgesteld Illustratie: Wilfried Jansen of Lorkeers Tekst:
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Gemeente Hoogeveen Raadhuisplein 24, 7901 BW, Hoogeveen Tel. | 14 0528 Mail | info@hoogeveen.nl Twitter | @GemHoogeveen
Verwijzing van pagina 11
RWP Fluvius | 47
Artikel 4.22 Wet milieubeheer 1. De gemeenteraad stelt telkens voor een daarbij vast te stellen periode een gemeentelijk rioleringsplan vast. 2. Het plan bevat ten minste: a. een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater als bedoeld in artikel 10.33, alsmede de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater als bedoeld in artikel 3.5 van de Waterwet, en maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, als bedoeld in artikel 3.6 van laatstgenoemde wet en een aanduiding van het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn; b. een overzicht van de in de door het plan bestreken periode aan te leggen of te vervangen voorzieningen als bedoeld onder a; c. een overzicht van de wijze waarop de voorzieningen, bedoeld onder a en b , worden of zullen worden beheerd; d. de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen als bedoeld onder a, en van de in het plan aangekondigde activiteiten; e. een overzicht van de financiële gevolgen van de in het plan aangekondigde activiteiten.
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
3. Indien in de gemeente een gemeentelijk milieubeleidsplan geldt, houdt de gemeenteraad met dat plan rekening bij de vaststelling van een gemeentelijk rioleringsplan. 4. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aan gemeenten de plicht opleggen tot prestatievergelijking ten aanzien van de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10.33, alsmede de taken, bedoeld in de artikelen 3.5 en 3.6 van de Waterwet. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de frequentie, inhoud en omvang van de prestatievergelijking.
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 11
Verwijzing van pagina 12
Artikel 4.23 Wet milieubeheer 1. Het gemeentelijke rioleringsplan wordt voorbereid door burgemeester en wethouders. Zij betrekken bij de voorbereiding van het plan in elk geval: a. gedeputeerde staten, b. de beheerders van de zuiveringstechnische werken waarnaar het ingezamelde afvalwater wordt getransporteerd, en c. de beheerders van de oppervlaktewateren waarop het ingezamelde water wordt geloosd. 2. Zodra het plan is vastgesteld, doen burgemeester en wethouders hiervan mededeling door toezending van het plan aan de in het eerste lid, onder a tot en met c, genoemde instanties, en Onze Minister. 3. Burgemeester en wethouders maken de vaststelling bekend in één of meer dag- of nieuwsbladen die in de gemeente verspreid worden. Hierbij geven zij aan op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van het plan.
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
RWP Fluvius | 48
Overzicht uitgevoerde maatregelen tijdens planperiode Watertakenplan • uitvoeringplan waterstructuur Hoogeveen: aanleg nieuwe waterpartijen om het stadscentrum en omstreken klimaatbestendig te maken en daarmee toekomstige wateroverlast te voorkomen • In- en uitbreidingen opnemen compensatieverplichting verhard oppervlakte via berging • Aanleg regenwaterriolen • Vervangen en repareren van niet meer functionerende onderdelen van het rioleringssysteem • Reinigen en inspecteren van riolen • Aanschaf en implementatie van een nieuw rioolbeheersysteem (Obsurv) • Actualiseren van de data van de vaste en variabele gegevens in het beheerssysteem
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 12
RWP Fluvius | 49
Ontwikkeling rioolheffing tijdens planperiode Watertakenplan Gedurende de looptijd van Het Watertakenplan is de rioolheffing nagenoeg gelijk gebleven. De prognose was dat het tarief zou moeten stijgen tot €192 in 2022. Dat tarief lager is gebleven heeft met name te maken met de lagere rente en het achterblijven van investeringen (lagere kapitaallasten), maar ook onttrekkingen uit de voorziening. Hoogeveen
€ 250
€ 200
€ 150
€ 166
€ 155
€ 147
€ 171
€ 180
€ 189
€ 147
€ 147
€ 147
€ 147
€ 147
€ 147
Rioolheffing 2016
Rioolheffing 2017
Rioolheffing 2018
Rioolheffing 2019
Rioolheffing 2020
Rioolheffing 2021
€ 192
€ 150
€ 100
€ 50
€0
Werkelijk
Samenvatting
Inhoud
1. Context
Rioolheffing 2021
Tarief watertakenplan incl. inflatiecorrectie
2. Beleidskaders voor het RWP
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 12
RWP Fluvius | 50
Samenvatting interviews in de aanloop naar het RWP. In 2022 zijn interviews afgenomen bij 8 personen die betrokken zijn bij de riolering en het stedelijk waterbeheer in onze gemeente. Hieronder volgt een overzicht van de gestelde vragen en veelgehoorde of opvallende antwoorden. Een compleet overzicht van alle interviews is desgevraagd beschikbaar. • Wat gaat volgens jou goed of minder goed in het rioleringsbeheer van gemeenten De Wolden en Hoogeveen? - Het riool wordt onderhouden en functioneert in de praktijk. - Afgelopen jaren meerdere plekken met wateroverlast opgelost. - Keuzes om riolering te repareren, renoveren of vervangen worden bewust gemaakt. - Er ontbreekt een lange termijn visie en een programmering. - Er wordt minder geïnvesteerd dan vooraf gepland. - De organisatie kent teveel eenlingen op een eiland. • Ken je het huidige Watertakenplan? Was het voor jou een gids bij problemen, een programmering of iets anders? - Het Watertakenplan is bij de meesten bekend en functioneert als beleidsdocument bij meldingen over grondwateroverlast en bij bergingseisen bij nieuwbouw. • Hoe gaat het met de afstemming op andere vakdisciplines, waaronder ook het waterschap? - In de gemeentelijke organisatie wordt teveel versnipperd gewerkt. - Er is te weinig afstemming tussen beleid en beheer,
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
vakdisciplines, budgetbeheerders en financiën. - De samenwerking met collega’s verloopt wel goed. - De samenwerking met het waterschap verloopt goed, met weet elkaar te vinden. • Welke tips geef je ons mee voor de nieuwe RWP’s voor beide gemeenten? - Maak een team voor riolering en water, met duidelijkheid over beleid, doelen, programmering en dergelijke. - Zorg voor een lange termijn visie en voor afstemming met andere vakdisciplines en ruimtelijke ordening. - Zorg dat het beleid duidelijk staat geformuleerd en dat het kan worden toegepast in de praktijk. - Het nieuwe rioolbeheersysteem zorgvuldig vullen en op orde houden. - Geef aandacht aan hemelwater verwerken op eigen kavel, inclusief stimulans, bijvoorbeeld afkoppelsetjes. - Zorg dat er oog komt voor kansen om hemelwater vanaf verharding af te voeren naar lage groenstroken etc. - Onderzoek naar en herstel van foutieve aansluitingen weer oppakken. - Zorg voor een programma voor investeringen met geraamde euro’s en jaartallen. Met euro’s, zodat je beter uitkomt met de investeringsbedragen. Met jaartallen, zodat werk met werk maken beter lukt.
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 18
RWP Fluvius | 51
Artikel 2.16 Omgevingswet 1. B ij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken: a. op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer: Lid 1.a.3 - de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, 2. O p grond van het eerste lid, onder a, onder 3°, wordt stedelijk afvalwater ingezameld en getransporteerd naar een zuiveringtechnisch werk als dat vrijkomt: a. op de percelen, gelegen binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van ten minste tweeduizend inwonerequivalenten als bedoeld in de richtlijn stedelijk afvalwater wordt geloosd, door middel van een openbaar vuilwaterriool, b. op andere percelen, voor zover dit doelmatig kan worden uitgevoerd door middel van een openbaar vuilwaterriool. 3. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt.
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 19
RWP Fluvius | 52
Artikel 10.33 Wet milieubeheer 1. De gemeenteraad of burgemeester en wethouders dragen zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet. 2. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een inrichting als bedoeld in het eerste lid kunnen afzonderlijke systemen of andere passende systemen in beheer bij een gemeente, waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, indien met die systemen blijkens het gemeentelijk rioleringsplan eenzelfde graad van bescherming van het milieu wordt bereikt. 3. Op verzoek van burgemeester en wethouders kunnen gedeputeerde staten in het belang van de bescherming van het milieu ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, voor: a. een gedeelte van het grondgebied van een gemeente, dat gelegen is buiten de bebouwde kom, en b. een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten wordt geloosd.
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
4. De ontheffing bedoeld in het derde lid kan, indien de ontwikkelingen in het gebied waarvoor de ontheffing is verleend daartoe aanleiding geven, door gedeputeerde staten worden ingetrokken. Bij de intrekking wordt aangegeven binnen welke termijn in inzameling en transport van stedelijk afvalwater wordt voorzien.
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 19
RWP Fluvius | 53
Afvalwaterbeleid voor woningen binnen de bebouwde kom • Gemeenten hebben de plicht om afvalwater in te zamelen binnen de bebouwde kom. Zie artikel 2.16 van de Omgevingswet. • Voor lozers geldt binnen de bebouwde kom een vrijwel volledig lozingsverbod richting bodem en oppervlaktewater. Dit is geregeld in Artikel 7 en Artikel 10 Blah, het Besluit lozing afvalwater huishoudens. Onder de nieuwe wetgeving van de Omgevingswet is dit geregeld in de Bruidsschat voor het omgevingsplan. Dit beleid geldt vanwege de volksgezondheid en bewoonbaarheid. Afvalwater in de leefomgeving kan aanleiding geven tot ziekten. Gemeenten hebben beleidsvrijheid om de Bruidsschat aan te passen. - Het lozingsverbod geldt niet als de riolering op meer dan 40 meter afstand ligt (zie Blah). - Het lozingsverbod kan tijdelijk worden opgeheven met een maatwerkvoorschrift als er sprake is van een aanwezige zuiveringsvoorziening die nog niet is afgeschreven (zie Blah). • Beide bovengenoemde punten leiden samen tot de conclusie dat in de bebouwde kom aansluiting op de riolering feitelijk verplicht is. • Voor woningen met focus op duurzaamheid, circulariteit en/of het zogenaamde “off-grid” streven, gelden dezelfde regels. Er geldt een lozingsverbod voor afvalwater naar de bodem en het oppervlaktewater.
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
• Het afzien van een aansluiting op de riolering kan als er geen afvalwater vrijkomt uit de woning. Dit is in de huidige westerse manier van wonen ondenkbaar. Experimenteel kun je denken aan het volgende: - De woning is niet aangesloten op het drinkwaternet. Aansluiting op het drinkwaternet geeft gerede kans op grote hoeveelheden afvalwater. - De woning heeft een droog toilet met separate opvang en verwerking van de droge en de natte fractie. Fecaliën zijn te verwerken in de tuin. Urine heeft potentie voor verwerking. - De woning heeft geen bad of douchevoorziening. Bad en douche gaan gepaard met grote hoeveelheden afvalwater. Wil je zonder riolering, dan ga je naar een centrale badplaats. - De woning heeft geen wasmachine. Een wasmachine leidt tot een grote hoeveelheid afvalwater met zeepresten. Wil je zonder riolering, dan maak je gebruik van een centrale wasserette. - De keuken heeft water uit een jerrycan. Een klein beetje afvalwater uit de keuken kan worden benut voor plantenbakken in huis of in de tuin.
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 19
RWP Fluvius | 54
• Lid 3 van artikel 2.16 van de Omgevingswet geeft een opening voor alternatieve systemen: In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt. - Opgemerkt moet worden dat recent in Almere Oosterwold slechte ervaringen zijn opgedaan met individuele systemen voor afvalwater in een woongebied. Gemeente en waterschap zijn teruggekomen op toestemming en eisen alsnog aansluiting op de riolering.
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 19
RWP Fluvius | 55
Afvalwaterbeleid voor niet-woningen binnen de bebouwde kom Bedrijven Voor bedrijfsafvalwater geldt dat de gemeente afvalwater inzamelt dat qua biologische afbreekbaarheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afvalwater. Ook ander bedrijfsafvalwater dat niet lokaal kan worden teruggebracht in het milieu wordt ingezameld, tenzij dit ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering. De gemeente en het waterschap treden hierin gezamenlijk op en kunnen nadere voorwaarden verbinden aan nieuwe of bestaande aansluitingen van bedrijven of deze weigeren of beëindigen. Evenementen Voor evenementen geldt de plicht om afvalwater op verantwoorde wijze in te zamelen. De verantwoordelijkheid ligt bij de organisator. In sommige gevallen kan er direct worden geloosd op putten, maar het kan ook zijn dat het afvalwater per as wordt afgevoerd naar de zuivering. Soms zie je innovaties zoals gescheiden inzameling van urine.
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
Woonboten Een woonboot wordt beschouwd als woning. Dit volgt uit het Besluit Lozing Afvalwater Huishoudens, Artikel 1, lid 1b. Aansluiting op de riolering is verplicht bij een vaste ligplaats. Lozing vanuit de woonboot op het oppervlaktewater is verboden. Boten Een varende boot wordt niet gezien als woning en kan niet worden aangesloten op de riolering. Lozing van afvalwater op oppervlaktewater is echter wel verboden. De bestuurder van de boot dient er op toe te zien dat afvalwater wordt geloosd op een geschikte locatie.. De gemeente ontvangt het afvalwater vanuit een haven net zoals een bedrijfsmatige lozing. De eigenaar/beheerder van een haven is verantwoordelijk voor een inzamelsysteem in de haven. Gebouwen zonder afvalwater Diverse gebouwen hebben in principe geen afvalwater, zoals trafohuisjes zonder drinkwater en garageboxen zonder drinkwater. Deze behoeven geen verplichte aansluiting op de riolering.
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 19
RWP Fluvius | 56
Afvalwaterbeleid in het buitengebied Onderstaand het beleid voor afvalwater voor woningen en nietwoningen buiten de bebouwde kom. Buiten de bebouwde kom is niet vanzelfsprekend riolering aanwezig. De gemeente bepaalt, veelal in overleg met waterschap en provincie of in een gebied riolering wordt aangelegd of niet. Deze keuze is doorslaggevend voor de situatie van de lozer: • Als er riolering in de buurt is, dan valt de lozer onder een lozingsverbod. Zie de afstandscriteria hieronder. De lozer zal dan veelal kiezen voor aansluiting op de riolering onder voorwaarden die de gemeente daaraan stelt. Soms is afvoer per as of lozing in de mestkelder een alternatief. • Is er geen riolering in de buurt, dan is een individuele zuivering toegestaan, van waaruit het gezuiverde water wordt geloosd in de bodem of op het oppervlaktewater. Ook hier kan afvoer per as of de mestkelder een alternatief zijn. Het beleid wordt als volgt uitgewerkt: • De gemeente hanteert in het buitengebied een gebiedsgerichte benadering. Dit komt erop neer dat per gebied wordt bekeken of riolering zinvol is of niet. Dit hangt af van de aantallen lozers, de lozingshoeveelheden en de kwetsbaarheid van het gebied voor de toepassing van individuele zuiveringen. De begrenzing van de
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
gebieden en de keuze om al of niet riolering aan te bieden wordt in de planperiode gemaakt door de gemeente in overleg met het waterschap. - In gebieden met riolering geldt voor afvalwater een lozingsverbod in de bodem. In overleg met het waterschap geldt tevens een lozingsverbod voor afvalwater op oppervlaktewater. Lozen van huishoudelijk afvalwater of daarop gelijkend bedrijfsafvalwater in de bodem of op oppervlaktewater is alleen toegestaan als de riolering verder weg ligt dan: - 40 m bij lozingen tot en met 10 i.e. - 100 m bij lozingen van 11 tot 25 i.e. - 600 m bij lozingen van 25 tot 50 i.e. - 1500 m bij lozingen van 50 tot 100 i.e. - 3000 m bij lozingen van 100 tot 2000 i.e. - Deze afstandscriteria zijn afkomstig uit artikel 3.4 van het Activiteitenbesluit en krijgen opvolging in de Bruidsschat voor het omgevingsplan. - In gebieden zonder riolering is een individuele voorziening voor de zuivering van afvalwater (IBA) vereist. Afhankelijk van de soort en hoeveelheid afvalwater worden hieraan eisen gesteld. - Veranderende omstandigheden kunnen voor de gemeente aanleiding geven om extra riolering aan te leggen. Een gebied verandert dan van de status “zonder riolering” naar “met
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 19
RWP Fluvius | 57
riolering”. Aansluiten op de riolering wordt daarmee verplicht. Eventueel wordt een overgangstermijn in acht genomen om bestaande goed functionerende IBA’s eerst af te schrijven. - De uitwerking per gebied en perceel wordt opgenomen in het Omgevingsplan. • Riolering in het buitengebied betreft meestal drukriolering, een stelseltype waarmee grote afstanden kunnen worden overbrugd. Daarnaast zijn andere systemen mogelijk zoals vacuüm of luchtpers. • Het lozen van hemelwater of grondwater of oppervlaktewater op de (druk)riolering is verboden omdat het systeem dan overbelast raakt. Dergelijke overbelasting treedt soms op bij de pompunit op de betreffende locatie maar soms ook op andere plekken dan de lozingslocatie doordat pompen elkaar wegdrukken.
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 20
RWP Fluvius | 58
Beleid voor nieuwe aansluitingen of grotere lozingen op bestaande riolering • Hoofdregel is dat een bouwwerk zodanige voorzieningen voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater moet hebben dat het water zonder nadelige gevolgen voor de volksgezondheid is af te voeren. Deze bepaling uit het Bouwbesluit 2012 wordt overgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Regels voor de terreinriolering komen terug via artikel 22.12 van de Bruidsschat voor het omgevingsplan. Met een algemene regel of met een maatwerkvoorschrift wordt bepaald op welke plaats, op welke hoogte en met welke afmeting moet worden aangesloten met de voorzieningen voor afvalwater en hemelwater.
• Voor lozingen groter dan 1 m3/dag, dus meer dan een normale huishoudelijke lozing, geldt dat de eventuele kosten die gemaakt worden om het stelsel geschikt te maken voor deze grotere lozing, in rekening worden gebracht bij de initiatiefnemer. Denk hierbij aan een grotere leiding, rioolgemaal met dubbele pompen en extra elektronica. Dit geldt zowel voor nieuwe lozingen als voor bestaande lozingen die worden uitgebreid.
• De gemeente brengt kosten in rekening voor een nieuwe aansluiting op de riolering. Dit kan via de grondexploitatie of via een individuele overeenkomst of via een verordening eenmalig aansluitrecht. Voor de aanvrager zijn er daarnaast de kosten voor de aansluitleiding op het eigen terrein. De aanlegkosten van de nieuwe aansluiting worden bepaald door de gemeente. De kosten worden in rekening gebracht bij de ontwikkelaar.
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 20
RWP Fluvius | 59
Beleid voor afvalwater bij nieuwe aanleg in uitbreidingswijken In uitbreidingswijken wordt nieuwe riolering aangelegd. Dit gebeurt in overleg met het waterschap, in zijn rol als waterbeheerder en in zijn rol als zuiveringsbeheerder. De hoofdregel is dat de gemeente gaat over de stelselkeuze en zorgt voor de bekostiging van de riolering. Het afvalwater wordt door de gemeente getransporteerd naar een bestaand overnamepunt. Het waterschap is verantwoordelijk voor eventuele aanpassingen vanaf het overnamepunt. Bij grote uitbreidingsplannen kan een nieuw overnamepunt aan de orde zijn. Ook dan is het overnamepunt de grens tussen de verantwoordelijkheid van de gemeente en die van het waterschap.
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 20
RWP Fluvius | 60
Beleid voor lozingen op de riolering • Er geldt een zorgplichtbeginsel voor afvalwaterlozingen, zie artikel 2.1 Activiteitenbesluit: - Het voorkomen van het ontstaan van afvalwater; - Het gescheiden houden van verschillende soorten water. - Het voorkomen of beperken van bodemverontreiniging op het perceel; - Het voorkomen of beperken van oppervlaktewaterverontreiniging vanaf het perceel; - Het beschermen van de doelmatige werking van de voorzieningen voor afvalwaterbeheer, zoals de riolering en de zuivering; - Geen lozingen zoals olie en vet in het riool. Bij horeca, garages en andere lozers van olie- en vethoudend afvalwater is een olieen vetafscheider verplicht. - Geen afvalwater lozen in het hemelwaterriool. - Geen hemelwater in het afvalwaterriool. • Hemelwater mag bij een gemengd rioolstelsel worden afgevoerd via hetzelfde riool als het afvalwater. Het heet dan geen afvalwaterriool, maar riool voor stedelijk afvalwater.
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
• Soms wordt hemelwater vanaf een risicovol oppervlak bewust afgevoerd via hetzelfde riool als het afvalwater ook al is er geen gemengd stelsel maar een gescheiden stelsel. Hiermee moet terughoudend worden omgegaan omdat anders het afvalwaterstelsel overbelast raakt en gaat functioneren als gemengd stelsel. • Het beleid is uitgewerkt in specifieke eisen aan lozingen op de riolering. Deze worden via de zogenaamde Bruidsschat opgenomen in het gemeentelijk omgevingsplan. • Voor de meeste lozingen op de riolering is de gemeente bevoegd gezag. De Omgevingsdienst voert taken uit in opdracht van de gemeente. Het waterschap heeft een adviserende rol. Voor lozingen op oppervlaktewater is het waterschap bevoegd gezag.
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 21
RWP Fluvius | 61
Beleid tegen foutaansluitingen Bij gescheiden rioolstelsels liggen aparte buizen in de straat voor afvalwater en hemelwater. Het afvalwater wordt afgevoerd naar de zuivering en het hemelwater wordt geloosd op oppervlaktewater. Bij dit stelseltype bestaat het risico op foutieve aansluitingen: • Als afvalwater wordt geloosd op het hemelwaterstelsel, dan vindt er een ongezuiverde lozing plaats, herkenbaar aan stank en grijzig water bij het lozingspunt. • Als hemelwater wordt geloosd op het afvalwaterstelsel, dan raakt deze overbelast en treedt afvalwater uit bij een nood-overstort of op straat of in een gebouw. Bij het vermoeden van foutaansluitingen wordt de volgende werkwijze gehanteerd: • Eerst inschatten hoe groot de problematiek is, al of niet in overleg met de waterbeheerder en met de zuiveringsbeheerder (waterschap DOD. Vervolgstappen alleen zetten als er een reëel probleem is: - bijvoorbeeld grijs water bij de lozingspunten van het hemelwaterstelsel. - Bijvoorbeeld een gemaal voor afvalwater dat duidelijk meer draait als er neerslag valt.
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
• Onderzoeken welke opsporingstechniek in de gegeven omstandigheden het beste past. De afgelopen jaren zijn meerdere technieken op de markt gekomen om foutieve aansluitingen op te sporen. • Communicatietraject ingaan waarbij je de eigenaren of bewoners eerst aanspreekt op de ongewenstheid van foutieve aansluitingen en daarbij laat merken dat de gemeente desnoods met juridische middelen kan ingrijpen. Veelal zullen mensen onbewust foutief lozen en meewerken aan opsporing en herstel. • Het feitelijke opsporingsonderzoek. Dit is vaak arbeidsintensief speurwerk. • Herstel van foutieve aansluitingen. Dit hoort in principe op kosten van de eigenaar. Soms voelt de gemeente zich betrokken bij het ontstaan van de foutieve aansluitingen. Zij kan er voor kiezen om het te bekostigen vanuit de rioolgelden en het te zien als verbeteringsmaatregel voor de bestaande riolering. • Als een eigenaar of gebruiker niet wil meewerken, dan kan het juridische traject worden bewandeld. Medewerking van de eigenaar en eventuele gebruiker van een pand is veelal vereist. Dit is juridisch afdwingbaar. Juridische aanpak kan:
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 21
RWP Fluvius | 62
- via het bouwspoor vanwege een foutieve aansluiting, uitgaande van NEN3215 die is opgenomen in het Bouwbesluit 2012, afdeling 6.4. - via het milieuspoor vanwege een ontoelaatbare lozing, uitgaande van het Besluit lozing afvalwater huishoudens die lozing of infiltratie van afvalwater verbiedt als een vuilwaterriool in de buurt is. • Naderhand beoordelen hoe groot het effect is geweest. Leerpunten vastleggen voor toekomstige projecten.
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 21
Verwijzing van pagina 21
Artikel 2.16 Omgevingswet
Artikel 3.5 Waterwet
1. B ij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken: a. op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer:
1. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen.
Lid 1.a.1 - de doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater, voor zover de houder het afvloeiend hemelwater redelijkerwijs niet op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan brengen, en het transport en de verwerking daarvan.
Samenvatting
RWP Fluvius | 63
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
2. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuivering technisch werk.
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 22
RWP Fluvius | 64
Thematische uitwerking met principes voor het hemelwaterbeleid Schoonhouden Hemelwater is vrijwel schoon als het valt. De opgave is om dit zo te houden. Onderstaande keuzes dragen bij aan het schoonhouden van hemelwater. • Vermijd het gebruik van uitlogende materialen, zoals on-gecoate metalen. • Houdt hemelwater zoveel mogelijk bovengronds. Zichtbaarheid bevordert een zorgvuldige omgang met het water zonder ongewenste lozingen. • Vermijd activiteiten die afstromend hemelwater verontreinigen. Dergelijke activiteiten dienen plaats te vinden in afgesloten inrichtingen. • Zorg dat er geen afvalwater wordt geloosd op voorzieningen voor hemelwater. Foutieve aansluitingen van afvalwater komen helaas voor in de praktijk. Benutten Hemelwater is te benutten voor bijvoorbeeld tuinsproeien of toiletspoeling. • Vanwege de lage prijs voor drinkwater in Nederland is het economisch nauwelijks interessant om hemelwater te benutten.
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
• Mensen met oog voor duurzaamheid kunnen zelf kiezen om hemelwater te benutten en zodoende minder drinkwater te verbruiken. • In gebieden met een duurzaamheidsdoelstelling en/of in gebieden met beperkingen op het gebied van de drinkwatervoorziening kan de gemeente het benutten van hemelwater inzetten als instrument. Vertragen Zware buien leiden tot piekbelasting. Soms geeft dit problemen in de vorm van overbelasting van riolen of infiltratievoorzieningen waardoor water op straat ontstaat. Of er ontstaat inundatie vanuit oppervlaktewater. Deze problemen treden minder op als de afstroming van hemelwater wordt vertraagd. Liefst zo lokaal mogelijk. Maar anderzijds is inzet op vertraging niet nodig als het benedenstroomse systeem ruim is gedimensioneerd. • Groene of blauwe daken of berging op eigen perceel geven lokaal vertraging. • Op buurtniveau is vertraging te realiseren door bergingsgebieden, zoals wadi’s. • In het watersysteem is vertraging te realiseren door ruimte voor water.
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 22
RWP Fluvius | 65
Infiltreren Infiltratie van hemelwater leidt tot aanvulling van het grondwater. Het is nuttig in gebieden met droogte en draagt lokaal bij aan de watervoorziening van struiken en bomen. Bovendien kan het bijdrage leveren aan het lokaal remmen van bodemdaling. In gebieden met een kleine onverzadigde zone (o.a. als gevolg van kwel) is infiltreren lastiger. De geohydrologische omstandigheden zijn hierin bepalend. • Infiltratie kan op particuliere schaal met een laagte in de tuin of een ondiep kratje. Bij nieuwbouw kan het direct worden gerealiseerd. Bij bestaande bebouwing kan het worden toegevoegd om het afvoersysteem te ontlasten. • Infiltratie kan in de openbare ruimte door infiltrerende verharding of door afstroming naar lage groenstroken of door wadi’s of andere voorzieningen.
Inzamelen De gemeente kan hemelwater inzamelen via een systeem in de openbare ruimte om het verderop te lozen. Diverse stelseltypen kennen specifieke voor- en nadelen. • Gotensysteem waarbij het hemelwater bovengronds blijft en verderop wordt geloosd. • HWA-stelsel (incl. IT/DT-leidingen) met bovengrondse inloop via goten en roosters. • HWA-stelsel (incl. IT/DT-leidingen) met ondergrondse aansluitleidingen. Ook geschikt voor drainage. Veel toegepast stelseltype. Achilleshiel zijn de foutieve aansluitingen.
Direct lozen Directe lozing van hemelwater op oppervlaktewater klinkt vanzelfsprekend, mits het watersysteem de piekafvoer kan verwerken en de lozing niet verontreinigd is. • Directe lozing is mogelijk vanaf daken en/of verharding, mits vlakbij het water en in overleg met de beheerder van het betreffende water.
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 22
RWP Fluvius | 66
Checklist omstandigheden per buurt voor hemelwaterbeleid Check grondwaterstanden Kijk naar de grondwaterstanden inclusief het verloop over een jaar. Bekijk vanuit de regionale context of infiltratie wenselijk is of niet. Check bodemgesteldheid Bekijk de opbouw van de bodem, inclusief diepere lagen. Kijk of infiltratie mogelijk is. Kijk naar de chemische samenstelling van de bodem, inclusief verontreinigingen en de verspreiding daarvan. Check het watersysteem Bekijk de mogelijkheden voor directe lozing van hemelwater. Is er sprake van een robuust watersysteem met ruimte voor extreme buien? Of is piekafvlakking nodig? Check maaiveldhoogten Kijk waar tijdelijke berging mogelijk is en waar bijvoorbeeld wadi’s kunnen komen. Kijk ook naar de gradiënten zodat je weet of oppervlakkige afstroming realiseerbaar is.
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
Check het bestaande stelsel Kijk of er knelpunten zijn. Denk aan wateroverlast en vuiluitworp. Beoordeel de kwaliteit van het stelsel en bekijk of grootschalige renovatie aan de orde is. Check toegepaste funderingstechnieken Fundering op staal is gevoelig voor dalende grondwaterstanden, vooral bij slappe bodem. Fundering op houten palen is kwetsbaar voor dalende grondwaterstanden vanwege paalrot. Muren zonder vochtbarrière zijn gevoelig voor hogere grondwaterstanden. Check gebruik van de bovengrond Kijk of er plekken zijn die kansen bieden voor een betere omgang met hemelwater.
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 22
RWP Fluvius | 67
Voorbeeld uitgewerkt beleid voor een perceel in het Omgevingsplan • •
Rietstraat 15 in de Kwelwijk. Aangeboden voorzieningen en het daarbij geldende beleid: - Ondergrondse DWA aansluitleiding. 1. H et huishoudelijke afvalwater dient te worden geloosd via deze aansluitleiding. 2. L ozing van hemelwater en/of grondwater via deze aansluitleiding is verboden. - Ondergrondse HWA aansluitleiding. 1. V ia deze aansluitleiding mag hemelwater en grondwater worden geloosd. 2. L ozing van afvalwater via deze aansluitleiding is verboden.
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 22
RWP Fluvius | 68
Functie en problematiek van riooloverstorten Riolering is tegenwoordig in de eerste plaats bedoeld voor inzameling en transport van afvalwater. In de vorige eeuw was het gebruikelijk om hemelwater met dezelfde riolering in te zamelen als het afvalwater. Dit betreft het zogenoemde gemengde rioolstelsel. Het brengt in feite al het water waar je vanaf wilt naar de randen van stad of dorp. In de loop van de 20ste eeuw werden aan de stadsranden zuiveringen gebouwd omdat ongezuiverde lozing van afvalwater ontoelaatbaar werd voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. De waterkwaliteit is daarna sterk verbeterd. Overigens is de sanering van bedrijfslozingen ook van grote invloed geweest op de waterkwaliteit. In de loop van de jaren werden alle steden en dorpen en ook veel buitengebied via riolering aangesloten op de zuiveringen.
komt dikwijls rioolslib mee door de hoge stroomsnelheden bij zware buien. Het resulteert tijdens en na de overstorting in stank en visuele overlast. Bij grote overstortingen kan sprake zijn van een verminderde waterkwaliteit. Soms leidt dit tot vissterfte, verarming van ecosystemen en verontreinigde baggerspecie. De riooloverstorten leiden in sommige gevallen dus tot problemen. De riooloverstorten kunnen echter niet worden gemist omdat het gemengde stelsel dan meerdere keren per jaar leidt tot water op straat, inclusief afvalwater op straat. Riooloverstorten zijn dus noodzakelijk vanuit een historisch gegroeide situatie, maar vormen soms een probleem vanuit huidig perspectief.
Het zuiveringsproces is gebaat bij een vrij constante aanvoer van afvalwater en niet bestand tegen de piek van al het hemelwater. Om die reden wordt er naast het echte afvalwater slechts een beperkte hoeveelheid extra water vanuit de riolering naar de zuivering geleid. Dit wordt de pompovercapaciteit genoemd. De rest wordt tijdelijk geborgen in de riolering. Dit wordt de berging genoemd. Maar bij zware buien of langdurige neerslag schiet deze bergings¬capaciteit tekort en raakt het stelsel geheel gevuld. Om wateroverlast te voorkomen zijn overstorten aangebracht in speciale putten. Deze lozen dan verdund doch ongezuiverd afvalwater op het oppervlaktewater. Bovendien
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 22
RWP Fluvius | 69
Basisinspanning Vanaf de jaren ’90 is door waterschappen aangedrongen op de basisinspanning bij gemengde rioolstelsels. Dit betreft het zogenoemde saneren van riooloverstorten, soms door volledige sluiting, soms door afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering, soms door grote bergbezinkbassins. In 1995 is landelijk besloten dat de vuilemissie vanuit gemengde rioolstelsels naar oppervlaktewater 50% gereduceerd moet worden. Deze wens werd bekend als de “basisinspanning”. Als na het behalen van de basisinspanning nog steeds knelpunten ten aanzien van oppervlaktewaterkwaliteit worden ervaren, kunnen gemeente en waterbeheerder gezamenlijk besluiten om aanvullende maatregelen te nemen.
ondanks het voldoen aan de basisinspanning problemen zijn met riooloverstorten. Het water uit de overstorten is namelijk in zekere mate verontreinigd. Het oppervlaktewater waarop wordt overgestort is bijvoorbeeld niet altijd geschikt voor recreatief gebruik. Gemeente en waterschap kunnen in overleg besluiten dat extra maatregelen gewenst zijn.
In de gemeente Hoogeveen is de basisinspanning voltooid. Er zijn geen aanwijzingen dat de resterende overstorten een groot probleem vormen. Een aantal riooloverstorten is van het monitoringssysteem Geoscada voorzien. Het aantal overstorten wordt geregistreerd. Als daar aanleiding voor is worden aanvullende maatregelen getroffen. Naast de basisinspanning is er het waterkwaliteitsspoor. Er kunnen
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 22
RWP Fluvius | 70
Overzicht van de overstorten vanuit gemengde stelsels Het overzicht van de overstorten is van belang vanwege het Besluit Lozen Buiten Inrichtingen, het BLBI. Zie in het BLBI artikel 3.15, de algemene toelichting in §5.6.3 en §7.1.2 en de artikelsgewijze
toelichting bij artikel 3.14 en 3.15. Het doel was om de administratieve last van overstortvergunningen terug te dringen. Hieronder het overzicht van de overstorten vanuit de gemengde rioolstelsels:
KNOOPPUNTN
TYPE_KNOOP
KNOOPPUNTT
KNOOPPUNTN
TYPE_KNOOP
KNOOPPUNTT
El1G0086
Overstortput
Externe overstortput
Ho2G0058
Overstortput
Externe overstortput
El1G0092
Overstortput
Externe overstortput
Ho2G0816
Overstortput
Externe overstortput
El1G0012
Overstortput
Externe overstortput
Ho2G0516
Overstortput
Externe overstortput
El2H0048
Overstortput
Externe overstortput
Ho3G0606
Overstortput
Externe overstortput
No1G0222
Overstortput
Externe overstortput
Ho3G0648
Overstortput
Externe overstortput
No2G0028
Overstortput
Externe overstortput
Ho3G0572
Overstortput
Externe overstortput
Fb2I0016
Overstortput
Externe overstortput
Ho3G0558
Overstortput
Externe overstortput
FbBG0006
Overstortput
Externe overstortput
Ho3G0482
Overstortput
Externe overstortput
Ho1H0144
Overstortput
Externe overstortput
Ho3G0296
Overstortput
Externe overstortput
Ho1G0570
Overstortput
Externe overstortput
Ho4V0014
Overstortput
Externe overstortput
Ho1G0616
Overstortput
Externe overstortput
Ho4G0146
Overstortput
Externe overstortput
Ho2G0784
Overstortput
Externe overstortput
Ho5G0710
Overstortput
Externe overstortput
Ho2V0248
Overstortput
Externe overstortput
Ho7V0754
Overstortput
Externe overstortput
Ho2H0524
Overstortput
Externe overstortput
Ho8G0010
Overstortput
Externe overstortput
Ho2G1170
Overstortput
Externe overstortput
Ho8G0126
Overstortput
Externe overstortput
Ho2G0342
Overstortput
Externe overstortput
HoCH0070
Overstortput
Externe overstortput
El1H0084
Samenvatting
Inhoud
1. Context
Overstortput
Externe overstortput
2. Beleidskaders voor het RWP
Ho2G1298
3. Beleid gemeentelijke watertaken
Overstortput
4. Beheer
Externe overstortput
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 22
RWP Fluvius | 71
Overzicht van de overstorten vanuit gemengde stelsels KNOOPPUNTN
TYPE_KNOOP
KNOOPPUNTT
Hv1G0544
Overstortput
Externe overstortput
Hv1V0062
Overstortput
Externe overstortput
Hv1G0374
Overstortput
Externe overstortput
Hv1G0328
Overstortput
Externe overstortput
Hv1H0008
Overstortput
Externe overstortput
Hv1H0086
Overstortput
Externe overstortput
Hv2H0054
Overstortput
Externe overstortput
Hv2V0060
Overstortput
Externe overstortput
Hv4H0050
Overstortput
Externe overstortput
Hv4H0052
Overstortput
Externe overstortput
Hv4H0002
Overstortput
Externe overstortput
Sz1G0100
Overstortput
Externe overstortput
Sz1G0102
Overstortput
Externe overstortput
Ni1G0230
Overstortput
Externe overstortput
Ni1G0238
Overstortput
Externe overstortput
Ni2H0002
Overstortput
Externe overstortput
86312
Overstortput
Externe overstortput
HoCH0192
Samenvatting
Inhoud
1. Context
Overstortput
Externe overstortput
2. Beleidskaders voor het RWP
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 22
RWP Fluvius | 72
Voor- en nadelen van afkoppelen hemelwater bij gemengde rioolstelsels Het afkoppelen van hemelwater bij bestaande gemengde rioolstelsels biedt de volgende voordelen: • Minder afvoer van hemelwater naar de zuivering die daardoor beter of goedkoper werkt. • Minder vaak en minder heftig werken van de riooloverstorten. • Verminderde kans op wateroverlast bij extreme buien. • Kans tot gebruik van het hemelwater in tuin en/of woning. • Kans op aanvulling van het grondwater. • Kans tot integrale keuzes gericht op klimaatadaptatie, duurzaamheid en biodiversiteit. De keerzijde van de medaille is dat er nadelen zijn: • Aanleg van een eventueel extra stelsel voor hemelwater is kostbaar, met name in bestaande gebieden. • Er ontstaat kans op foutieve aansluitingen. • Er bestaat risico op ontluchtingsproblemen. • In sommige situaties risico op grondwateroverlast of schijnspiegels.
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
De weging van de voor- en nadelen kan per situatie verschillend uitpakken. Het is aan de gemeente om hierin gebiedsgericht keuzes te maken. De nadelen spelen minder een rol als wordt gekozen voor afkoppelen van hemelwater op particuliere schaal, dus per kavel. Ook hier geldt dat de gemeente vaak het beste overzicht heeft over de voor- en nadelen. Zowel gemeente als waterschap hebben baat bij afkoppelen en kunnen daarom het beste in samenwerking tot keuzes komen. Keuzes in specifieke projecten en keuzes om bijvoorbeeld particulieren te verleiden tot afkoppelen.
3. Beleid gemeentelijke watertaken
4. Beheer
5. Programmering
6. Kosten en rioolheffing
Verwijzing van pagina 23
RWP Fluvius | 73
Beleid voor wateroverlast bij extreme buien Rioolstelsels zijn veelal ontworpen voor probleemloze afvoer van hemelwater tot een neerslagintensiteit van ongeveer 20 mm/uur. Dit is voldoende voor alle normale dagen en ook voor de meeste zware en/of langdurige neerslag. Af en toe, vooral bij zomerse donderbuien, komen hogere neerslagintensiteiten voor, tot wel 100 mm/uur. Het is erg kostbaar om rioolstelsels daarop te dimensioneren. Als zo’n bui (of hevige cel in een bui) slechts enkele minuten duurt is er weinig aan de hand. Het wordt een probleem als het langer aanhoudt. De verwachting is dat door de klimaat¬verandering extreme buien vaker voorkomen. Het is geen wettelijke eis dat de gemeente het systeem zodanig ontwerpt dat zo’n bui probleemloos verwerkt kan worden, maar wel een opgave voor de inrichting van de openbare ruimte om overlast en schade te beperken. Deze ambitie is uitgewerkt in de RAS (Regionale Adaptatie Strategie). In de daarbij behorende klimaatstresstest is uitgegaan van een bui van 70 mm in 1 uur tijd. Deze heeft rond het jaar 2050 naar verwachting een kans op voorkomen van eens per 100 jaar. Het belangrijkste kenmerk van dergelijke extreme buien is dat het water niet in de riolering past en dus op straat blijft staan en daar gaat stromen richting lage plekken. Op de lokaal laagste plekken komt alles bijeen en ontstaat overlast en soms ook schade.
De nieuwe opgave wordt:
Samenvatting
Inhoud
1. Context
2. Beleidskaders voor het RWP
• het water overal vasthouden, liefst op elke kavel, zodat het nergens te veel wordt, en/of: • het water her en der te geleiden naar geschikte laag gelegen plekken. • Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen dient deze nieuwe opgave mee te spelen. • Hemelwaterafvoer wordt steeds meer een bovengrondse aangelegenheid met invloed op de inrichting van de particuliere kavel en de openbare ruimte. In de RAS is door Fluvius het volgende gesteld: Als regio geven we bij kortdurende hevige neerslag prioriteit aan: • Begaanbare snelwegen, provinciale wegen en andere hoofdroutes, en daarmee bewoonde gebieden, voor calamiteitenverkeer. • Het creëren van bewustwording bij inwoners en ondernemers die weten hoe te handelen bij wateroverlast. • Beperkte schade door wateroverlast bij vitale netwerken en objecten. In het RAS staat aangegeven dat gemeenten een en ander buiten de RAS nader uitwerken met lokale afwegingen.